De intergalactische Count Binface (Graaf Vuilnisbakhoofd) is de enige ‘serieuze’ tegenkandidaat van Nigel Farage bij de tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Clacton-on-Sea. Wat zegt dit over de Britse democratie?
In Clacton vindt op 13 augustus een tussentijdse verkiezing plaats die tegelijk absurd en veelzeggend is. Nigel Farage, sinds 2024 Lagerhuislid voor de radicaal-rechtse, anti-Europese Reform UK, heeft zijn eigen zetel opgegeven om een nieuwe verkiezing uit te lokken. Dat deed hij precies op het moment dat hij onder parlementair onderzoek staat wegens een reeks financiële kwesties. Het gaat onder meer over een gift van vijf miljoen pond en andere donaties waarover Farage niet transparant is geweest, terwijl dat wel had gemoeten.
Als dat onderzoek tot een schorsing zou leiden, zou een recall procedure hem op een ongelegen moment opnieuw naar de stembus kunnen dwingen. Door nu zelf af te treden probeert de populist de regie terug te pakken. Hij wil er een strijd van het ‘volk’ tegen de ‘elite’ van maken. En het ‘volk’ steunt hem wel, meent Farage, want in 2024 kreeg hij veel meer stemmen dan de andere kandidaten.
Deze keer weigeren de gevestigde partijen – Labour, de Conservatieven, de Liberal Democrats, de Greens en Restore Britain – om mee te doen. Ze willen niet meedoen aan dit Farage-circus, dat ze als een ‘fake by-election’ zien, een nogal doorzichtige poging van Farage om het parlementaire onderzoek naar hem te neutraliseren. Enter Count Binface, die hierdoor de belangrijkste uitdager van Nigel Farage is geworden. De Britse minister van Financiën, Rachel Reeves, vatte het politieke circus snedig samen: ‘Als Nigel de zomer wil doorbrengen met ruziën tegen een vuilnisbak, ga ik hem niet tegenhouden.’
Elke stem telt
Count Binface is het geesteskind van de komiek Jonathan David Harvey (1980), die het Britse politieke theater van binnenuit kent. In 2017 deed hij aan de verkiezingen mee onder de naam Lord Buckethead, een personage uit de sciencefictionsatire Gremloids. Harvey vond het fascinerend dat in 1987 enkele grappenmakers als Lord Buckethead aan de verkiezingen hadden meegedaan en wilde die stunt herhalen. Maar de regisseur van Gremloids gooide roet in het eten, omdat de auteursrechten van Lord Buckethead bij hem lagen. Daarom bedacht Harvey Count Binface, Count omdat elke stem telt (count).
Binface dook al zes keer eerder op bij verkiezingen. Dit jaar nog was hij kandidaat in Makerfield, waar hij Andy Burnham, de ambitieuze Labour-burgemeester van Manchester en gedoodverfde opvolger van premier Keir Starmer, in verlegenheid bracht door te stellen dat burgemeesters hun termijn moeten uitdienen voordat ze zich verkiesbaar mogen stellen voor het parlement. Het was satire met een scherp randje. Burnham had deze grap liever niet op de nationale televisie gezien.
Tien handtekeningen en een borg van 500 pond zijn genoeg om op het stembiljet te komen
Het Britse districtenstelsel maakt het fopkandidaten relatief makkelijk. Tien handtekeningen en een borg van 500 pond zijn genoeg om op het stembiljet te komen. Het systeem toetst politici niet op ‘serieuze intentie’. Daardoor kunnen novelty candidates – van Elmo van Sesamstraat tot Lord Buckethead en Count Binface – zich rechtstreeks meten met partijleiders. Tijdens de uitslagenavond staan alle kandidaten op één podium, live op televisie. Het beeld van een premier naast een man in een cape en met een vuilnisbakhelm is geen incident, maar een essentieel onderdeel van de Britse politieke cultuur.
Clacton is bovendien een kiesdistrict waar satire extra goed gedijt. Het is een traditioneel rechts, populistisch georiënteerd district. 75 procent stemde er voor Brexit, het gemiddelde inkomen ligt onder het nationale gemiddelde en het was in 2014 het eerste district dat een UKIP-kandidaat in het Lagerhuis verkoos. Farage won hier in 2024 met 46 procent van de stemmen.
Er staan in Clacton nog meer fopkandidaten op het stembiljet: Mr Fishfinger, een vos die tegen de vossenjacht is, een realityster, complotdenker Piers Corbyn (de broer van voormalig Labour-leider Jeremy Corbyn, red.) en, last but not least, een kandidaat van de Monster Raving Loony Party. Maar niemand is zo bekend als Binface, die door de BBC is geïnterviewd en financiële steun krijgt van de vermogende groene ondernemer Dale Vince om een serieuze anti-Farage-campagne op te zetten. Uit een landelijke peiling van Ipsos blijkt nu bovendien dat 33 procent van de Britten liever Binface ziet winnen, tegenover slechts 21 procent voor Farage.
Strategisch instrument

Populisme-watcher Chris Aalberts ziet hierin een logische reactie op Nigel Farage, een populistische protestpoliticus die zich nooit echt heeft hoeven verantwoorden. ‘Farage ontwijkt inhoudelijke debatten, schuift verantwoordelijkheid af en blijft overeind dankzij een achterban die Brexit niet als zijn mislukking ziet, maar als het falen van anderen. Tegen zo’n politicus valt nauwelijks een redelijk debat te voeren. De gevestigde partijen doen daarom niet aan de tussentijdse verkiezingen in Clacton mee, want ze willen geen figuranten zijn in Farages politieke toneelstukje.’
En juist om deze reden is Binface in Clacton geen vrolijk randverschijnsel meer, maar een strategisch instrument. Dale Vince steunt Binface omdat hij Farages geloofwaardigheid ondermijnt. Zijn doel is niet dat Binface wint, dat is gezien de electorale verhoudingen ook uiterst onwaarschijnlijk, maar dat Farage verzwakt uit de strijd komt terwijl het parlementaire integriteitsonderzoek doorgaat. Dat onderzoek stopt niet als Farage wint. Een schorsing van Farage kan alsnog leiden tot een recall procedure en nóg een by-election.
Van Kooten en De Bie
Ook Nederland kent een traditie van politieke absurditeit. De Rapaillepartij maakte in de jaren twintig van de vorige eeuw de democratie belachelijk uit verzet tegen de stemplicht. Zwerver Had je me maar beloofde vrij te vissen en te jagen in het Vondelpark en elke dag een paar borrels van de gemeente.
De Tegenpartij van het komische duo Van Kooten en De Bie was begin jaren tachtig een fictieve parodie op opkomend rechts populisme en racisme. De partij werd echter zo populair dat ze bijna per ongeluk een echte politieke factor werd, waarop Van Kooten en De Bie besloten hun project de nek om te draaien. Johan Vlemmix’ Partij van de Toekomst uit 2003 wilde ten slotte vooral plezier maken: alle dagen feest, voor iedereen, inclusief een minister van Feest.
‘De gevestigde partijen weten dat een debat met hem geen zin heeft’
Deze partijen waren ludiek maar niet strategisch, zegt Aalberts. Daarom is de dynamiek anders. ‘Ze richtten zich op het systeem, niet op één politicus. Satire was een spiegel, geen wapen.’
De hamvraag is of Count Binface het populisme daadwerkelijk ontmaskert. ‘Ja en nee’, antwoordt Aalberts. ‘Satire dwingt Farage tot een ongemakkelijke campagne tegen een clowneske tegenstander. Dat is ergens wel mooi. De gevestigde partijen weten dat een debat met hem geen zin heeft. Daarom is een vuilnisbak als tegenstander heel symbolisch. Tegelijkertijd is het ook een teken van politieke armoede. Want je stemt liever op een serieuze kandidaat, toch? Proteststemmen kunnen het cynisme en het wantrouwen in de politiek versterken. Als je Farage alleen kunt bevragen door hem tegenover een vuilnisbak te zetten, wat zegt dat dan over de staat van de Britse politiek?’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

