Stonden die jongens nou echt op straat te dansen in Ede, daags na de aanvallen op de Twin Towers?
Wat ik voorvoelde, was dat deze terreur tot nog meer terreur zou leiden. Bush riep de ‘war on terror’ uit, een oorlog die tot de dag van vandaag voortduurt, zie de oorlog op Iran. Meedogenloos werd het regime van Saddam Hoessein in een hoek gedrongen om het klaar te maken voor de slacht. Die oorlog van 2004 heeft waarschijnlijk aan meer dan een miljoen mensen het leven gekost en miljoenen anderen ontheemd. Maar we leren er niets over in de geschiedenisboeken, het is een voetnoot. Bush Jr. maakt selfies met kinderen, de wangen glimmen.
Dat verhaal trouwens over die dansende Marokkaanse jongens in Ede die zich vrolijk zouden hebben gemaakt over de terreuraanslag: het bleek een hoax te zijn, een verzinsel. We wisten achteraf allemaal dat het een verzinsel was, maar wie dat toen weerlegde, werd als ketter gezien.
Ondertussen gingen moskeeën en islamitische basisscholen in de fik. Ik herinner me een directeur die aangeslagen door het zwartgeblakerde lokaal liep. Dat was geen hoax, het was echt: kinderen konden niet naar school, er hadden doden kunnen vallen. Het werd een voetnoot bij 9/11.
Dat de moslims die de aanslagen hadden gepleegd ook slachtoffer waren, ging er niet in. Sterker nog: de getroffen moslims moesten bij zichzelf te rade gaan waarom het hun was overkomen. Hadden ze er niet een ietsiepietsie schuld aan, schuld door associatie?
Vanaf dat moment was het uitgangspunt dat we ons moesten verantwoorden. We moesten eigenhandig argumenten aandragen waarom we er niets mee te maken hadden. Het maatschappelijk debat was een oneerlijke procesgang, doorgestoken kaart. Iedereen wist het, maar we gingen rustig verder.
Op 9/11 werd dankzij een bizarre samenloop van omstandigheden – het heet: geschiedenis – de Moslim geboren. Leden van een reusachtige meerderheid – zo divers als de zee – werden beoordeeld op wat een minuscule terreurbeweging had aangericht.
In een talkshow verscheen een donkergetinte imam met een reusachtige tulband op. Hij vertegenwoordigde de liberale islam – niemand had van die man gehoord. Een politica van Somalische afkomst liep over het schoolplein en vroeg aan jonge kinderen of ze voor de grondwet of de koran waren. Het stookte het vuurtje op om onschuldigen te vangen in het frame van de clash of civilisations.
De moslim werd een pasmuntje waarmee middelmatige journalisten carrière konden maken
Wat het pijnlijk maakte, was niet dat deze charismatische dame haar islamofobe, haatdragende retoriek mocht spuien, maar dat die serieus genomen werd. Het welzijn van de kinderen was ondergeschikt aan de ideologie. Zo moesten mensen zich in de Sovjet-Unie hebben gevoeld.
Ik herinner me een imam uit Rotterdam die vanwege zijn homo-onvriendelijke uitspraken werd bedreigd. Hij zou hebben opgeroepen tot geweld. Later bleek dat de imam zich veel genuanceerder had uitgelaten en was hij zelf het slachtoffer geworden van islamofoob geweld toen hij op weg naar de rechtbank werd bespuugd.
Dit wist ik toen niet: dat die imam die werd neergezet als boeman, was geframed, was misbruikt, zoals de kinderen op het schoolplein waren misbruikt. Een aaneenschakeling van leugens, verdachtmakingen en dodelijke onverschilligheid voor de terechte woede van moslims.
De afgelopen jaren zijn er documentaires gemaakt waarin het marchanderen met moslims in de media aan het licht komt. Het eerste slachtoffer van oorlog is de taal. De moslim werd een pasmuntje waarmee middelmatige journalisten carrière konden maken.
Intellectuelen, politici en bestuurders die zich normaliter genuanceerd en dodelijk ernstig uitlieten, lieten gemakshalve de grenzen vervagen tussen moslims, islamisten, terroristen, fundamentalisten en jihadisten. De islam werd de Islam en die bewuste slordigheid werd canoniek.
Moslims in die tijd ontdekten dat ze moslim waren, begonnen zich te verdiepen in hun religie en wat ze aantroffen in die verfoeide koran (die verbrand werd, theatraal!) sprak over verdraagzaamheid, verdragen, tolerantie en openheid. Het boek werd voor moslims een vluchtheuvel, een moreel anker.
Men ontdekte dat noch Al-Qaeda, noch Hirsi Ali en consorten het geloof konden kapen. Het geloof is een boek, een tekst, een woord, een ademtocht, een levenskracht, een handreiking, een nacht, een zon, een maan, een bloem, het is alles wat de aarde aan regen ontvangt.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

