6.2 C
Amsterdam

Het gaat om zoveel meer dan geld

Kathleen Ferrier
Kathleen Ferrier
Voorzitter van de Nederlandse UNESCO Commissie.

Lees meer

Toen Gert Oostindie, Esther Captain, Henk te Velde en ik drie jaar geleden van start gingen als commissie die het Oranjeonderzoek zou leiden, wisten we al dat men bij de uitkomsten van dit onderzoek vooral geïnteresseerd zou zijn in het geld: hoeveel hebben de Oranjes verdiend aan kolonialisme, slavernij en alles wat daarbij hoort?

En inderdaad: toen de vijf boeken waartoe dit omvangrijke onderzoek geleid heeft op 2 oktober jl. gepresenteerd werden, was dat voor velen de eerste vraag: hoeveel hebben ze verdiend?

Het antwoord leidde tot opluchting bij sommigen en tot teleurstelling bij anderen, want het uitputtende archiefwerk dat Ariëtte Dekker en haar team verricht hebben, leverde geen bewijs voor echt grootschalige winsten voor de familie Oranje-Nassau. Dat werd ook meteen vermeld door Gert Oostindie bij de presentatie.

Maar tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat daarmee niet het hele verhaal verteld is. Want de familie Oranje-Nassau heeft wel degelijk groot voordeel gehad van het kolonialisme. Ook al was Nederland zonder hen óók een koloniale mogendheid geworden, ze hebben er veel voordeel van gehad: prestige, kansen, toegang tot mensen en bronnen. Bovendien hebben ze zich nooit actief verzet tegen kolonialisme, slavernij en alle vormen van uitbuiting en onderdrukking die daarbij horen.

‘Ze waren nu eenmaal kinderen van hun tijd. Dit hoorde erbij’, zeggen sommigen. Klopt. Iedereen die maar enigszins kon, maar zéker de elite in Europa, profiteerde van het koloniale systeem. Toch waren er in die tijd abolitionisten en klonken er krachtige geluiden tegen slavernij en ontmenselijking. Daar hebben de Oranjes zich niet bij aangesloten…

In 2006, toen ik volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer was namens het CDA, publiceerde ik het boek Armoede, de angel in onze rijkdom. Dat boek gaat over de vraag hoe internationale samenwerking eruit zou moeten zien om effectief te zijn. Daartoe interviewde ik 15 mensen uit Noord en Zuid. Een van hen was Maria Liberia Peters, voormalig minister-president van de Antillen. Haar kernpunt: ‘Geld trapt op de ziel van de mens.’

Die uitspraak, en de onderbouwing die zij mij gaf in het interview, kwam regelmatig in mijn gedachten de afgelopen tijd. Want ja, het is kenmerkend voor de Nederlandse mentaliteit om altijd op geld te focussen. Juist daardoor, zo zegt Liberia Peters ook, verliest men heel veel uit het oog.

Zoals we ook zien in de reacties op het onderzoek naar het koloniale verleden van de familie Oranje-Nassau. Terwijl het gaat om zoveel meer dan geld alleen.

Het gaat erom dat we niet meer kunnen en willen zwijgen over het koloniale verleden dat we met elkaar delen. Het gaat erom de feiten te kennen en het gaat er wat mij betreft om nu werkelijk met elkaar in dialoog te gaan over hoe we willen dat onze gedeelde toekomst eruitziet. Wat moet er gebeuren zodat die toekomst werkelijk gedeeld is, met gelijkwaardigheid en gelijke kansen voor iedereen?

Toen op 19 december 2022 toenmalig minister-president Mark Rutte excuses maakte voor het slavernijverleden van Nederland en hij zei dat dit geen punt is, maar een komma, hoopte ik zo dat er aan die excuses niet meteen een zak geld verbonden zou worden, maar dat éérst de tijd genomen zou worden.

Vandaar dat ik pleit voor het instellen van een waarheidscommissie over dat koloniale verleden

Tijd voor diepgaande dialoog. Om alle perspectieven de ruimte te geven om gehoord en gekend te worden. Om alle verhalen over de doorwerking van dat verleden tot in het heden te kunnen vertellen en om van elkaar te horen waar de pijn zit. Dáár moet het mee beginnen.

Vandaar dat ik pleit voor het instellen van een waarheidscommissie over dat koloniale verleden. Vandaar ook dat ik tijdens mijn speech bij de overhandiging van de resultaten van het onderzoek aandrong op het voeren van een open en eerlijke dialoog.

Ook ik vind dat het hoog tijd is voor concrete acties en daden om gelijkwaardigheid en gelijke kansen voor iedereen mogelijk te maken in ons Koninkrijk. Maar hoe die concrete daden eruit moeten zien en welke kosten daaraan verbonden zijn, kan pas bepaald worden als er tijd genomen wordt om in alle openheid te bespreken wat er nodig is en hoe deze concrete stappen echt effectief kunnen zijn.

Het kan niet wéér een doekje voor het bloeden zijn, een aalmoes die er vooral op gericht is de gever een goed gevoel te bezorgen.

Het is nu de hoogste tijd om breed in het Koninkrijk gesprekken te voeren, op grond van feiten en met ruimte voor alle perspectieven. Om daarna pas te bepalen wát er nodig is en hoeveel geld daarvoor nodig is.

Maria Liberia Peters formuleerde het in 2005 al scherp: ‘Nederlanders vertalen alles in geld en verliezen daardoor uit het oog waar het in de omgang tussen mensen écht om gaat.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -