Mijn zoon klaagt over de ham-kaascroissant als mijn zusje mij vanuit een vluchtelingenkamp belt. ‘We hebben sinds gisteren niets te eten’, vertelt zij.
We zitten in het park te picknicken, de lucht is blauw en de zon schijnt. De ham-kaascroissant zal na afloop uiteindelijk in de prullenbak belanden. En ik zal mij tot op de dag van vandaag afvragen hoe ik die twee werelden kan verenigen. Aan de ene kant overvloed. Aan de andere kant ellende.
Ik leerde van schrijver Babah Tarawally dat ik als migrant maar beter tai chi kan leren. Een permanente dans tussen hier en daar, tussen het geboorteland en het land van aankomst. In zijn boek Ik ben geen mango beschrijft hij hoe hij een zebra is geworden. Iemand die tussen de ik-cultuur van Nederland en de wij-cultuur van zijn geboorteland Sierra Leone weet te laveren. En omdat hij inderdaad geen mango is, is hij niet aan vaste grond gebonden om tot bloei te komen.
Er zijn tijden geweest dat ik de limbo-positie van de migrant verheerlijkte. Omdat de migrant zich permanent aan nieuwe omstandigheden aanpast, zou hij een voorloper in de tijd zijn. Uiteraard ben ik nog steeds van mening dat het ons goed zou doen als wij naar migranten en andere buitenbeentjes zouden luisteren. Niet voor de bühne, maar om te horen hoe zij zich hebben aangepast aan omgevingen die bedoeld waren om hun bestaan te ontkennen. Maar deze positie wordt steeds onhoudbaarder.
Er zijn tijden geweest dat ik de limbo-positie van de migrant verheerlijkte
Het gevaar van de single story ligt op de loer. De verleiding is groot om de migrant te reduceren tot slechts één deel van zijn identiteit. Daar waar extreemrechts de migrant als symbool voor existentieel gevaar ziet, kan de Michael-Jackson-humanist de migrant als het symbool van de onschuld omarmen. Beide posities slagen er niet in om de migrant in al zijn gedaanten te zien: kwetsbaar, slim, dom, met mooie en lelijke families, lui, ambitieus. Migranten en andere buitenbeentjes zijn net mensen.
De romantisering van trauma ligt ook op de loer. What doesn’t kill you makes you stronger is een populair script in onze samenleving. Het feit dat iemand iets verschrikkelijks heeft meegemaakt, kan een bron van veerkracht zijn. Maar ik vraag mij af waarom iedere pijn uiteindelijk tot een les moet leiden. Ieder verlies tot een transformatie.
Ik bevind mij in deze limbo-positie, net als vele buitenbeentjes om mij heen, omdat wij er steeds achter komen dat de pijn in onze families en in de wereld uitzichtloos is. En dat er voor ons daar geen lessen uit te halen vallen.
En dan hoor ik de stem van Viktor Frankl. Hij schreef deze woorden in 1945, enkele maanden nadat hij Auschwitz had overleefd:
‘If there is a meaning in life at all, then there must be a meaning in suffering. Suffering is an ineradicable part of life, even as fate and death. Without suffering and death, human life cannot be complete.‘
Deze woorden komen uit Man’s Search for Meaning, een boek waarin hij als Holocaustoverlevende zijn verhaal vertelt en lessen deelt over het belang van zingeving. Hoe uitzichtloos de situatie ook is, we kunnen nog steeds zin aan ons leven geven. Lijden is in dit geval een randvoorwaarde om het leven zin te geven, naast werk en liefde.
Mooie inzichten, maar ik kan u garanderen dat toen Viktor Frankl door de Duitse bewakers vernederd werd en voor zijn leven moest vrezen, hij zulk prachtig proza niet in zijn hoofd formuleerde.
Wij hebben allemaal tijd nodig om onze pijn te laten rijpen.
Mijn zusje werd vorig jaar noodgedwongen een vluchteling door het zoveelste bloedige conflict in het oosten van Congo. Net als miljoenen anderen. Over de humanitaire ramp die hen overkomt, zonder steun van de humanitaire gemeenschap, hoor je amper. De afwijzing, de vernedering en de verwaarlozing die mijn zusje tijdens haar vlucht en in het vluchtelingenkamp meemaakte, zijn nog te vers om hier te beschrijven.
Maar ik weet dat ik verloren ben, hier in deze tussenruimte. En dat ik het recht heb om deze pijn te voelen, zonder dat het een product wordt van de kapitalistische traumaporno.
En ik weet dat ik niet alleen ben. We zijn met velen. Verloren in deze tussenruimte. Tussen hier en daar. Tussen dankbaarheid en schuld. Tussen machteloosheid en hoop.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

