Om ons heen klinkt steeds vaker Engels. Volgens de Belgische taalwetenschapper Dieter Vermandere hoeven we niet bang te zijn dat het Nederlands verdwijnt. Wel vindt hij dat we nieuwkomers meer ruimte moeten geven om Nederlands te oefenen.
De Nederlandse taal, en het voortbestaan ervan, lijkt zowel in Nederland als in België onder druk te staan door uiteenlopende omstandigheden. Je wilt iets bestellen in de horeca of je kunt iets niet vinden in een winkel, en het eerste wat je te horen krijgt, is: ‘Do you speak English?’
Professor Dieter Vermandere van de Universiteit Antwerpen houdt zich er al langer mee bezig. Bij onze zuiderburen speelt het onder druk staan van het Nederlands ook een rol, ondanks dat het een beetje anders zit. Want koesteren Nederlandssprekende mensen hun taal wel voldoende?
Do you speak English?
Zo langzamerhand kent iedereen wel een situatie waarin een vraag keurig wordt beantwoord met ‘Do you speak English?’ En dan hebben we het beslist niet uitsluitend over de grote steden. Internationaal georiënteerde steden zoals Amsterdam en Rotterdam hebben hier vaak mee te maken, maar ook Veldhoven is er niet vrij van.
In Veldhoven, een stad onder de rook van Eindhoven, is er een en ander veranderd sinds het hoofdkantoor van ASML hier is gevestigd. Er wordt veel meer Engels gesproken, ook in winkels. En ook al beheers je de Engelse taal behoorlijk, je moet toch even nadenken als je wilt weten waar de oesterzwammen liggen en je moet overschakelen naar het Engels. Voor mensen die het Engels niet beheersen, is het een reden om door te lopen of om te gaan klagen bij de filiaalmanager over de niet-Nederlandssprekende medewerkers.
Professor Vermandere is bekend met deze verhalen. Juridisch is er een groot verschil tussen mensen die van binnen of buiten de EU naar België en Nederland komen. ‘De mensen die naar België komen, zijn grofweg te verdelen in twee groepen. Ten eerste mensen met de Belgische nationaliteit die ergens anders hebben gewoond of zelfs zijn geboren. Die spreken niet altijd Nederlands of Frans. De tweede groep zijn de echte nieuwkomers, van zowel binnen als buiten de EU. In verband met het vrije verkeer van personen binnen de EU kunnen mensen uit EU-landen geen taalvereisten worden opgelegd. En soms hoeft dat ook niet, omdat ze bijvoorbeeld uit Nederland komen en een van onze twee talen spreken.’
Veel arbeidsmigranten spreken Engels, maar het is niet altijd hun moedertaal. Ze kiezen voor het Engels omdat het een universele taal is die veel mensen spreken. Over de Engelssprekende medewerkers bij de supermarkt zegt hij het volgende:
‘Vaak zijn het studenten die hier tijdelijk zijn, maar toch een centje willen bijverdienen. Je kunt je afvragen waarom het spreken van Nederlands geen vereiste is van de werkgever. De krapte op de arbeidsmarkt kan daarbij een rol spelen, maar ook de verloning. Misschien vinden Nederlandse studenten de arbeidsomstandigheden en/of het salaris bij bepaalde supermarkten onvoldoende en heeft de werkgever niet zoveel keus wat betreft het aannemen van personeel.
Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers
De duur van het verblijf in Nederland of België is ook van invloed. Een student die hier drie of zes maanden is en niet langer, heeft geen tijd om Nederlands te leren. Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers. Hij noemt de uitdrukking ‘It takes a village to raise a child‘, er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden.

‘Zo is het ook met het leren van een taal. Daar moet je sowieso de tijd voor nemen. Je leert een peuter geen Nederlands door het kind voor de televisie te zetten. Daar is meer voor nodig. Geef mensen de gelegenheid om het te leren.
Als iemand je in goedbedoeld maar moeizaam Nederlands iets vraagt, geef dan niet meteen antwoord in het Engels omdat ‘dat wel makkelijker zal zijn’. Laat die persoon rustig uitpraten en kijk of je er in het Nederlands uitkomt. Als het écht nog niet lukt, ga dan pas over op het Engels. Heb een beetje geduld en neem je gesprekspartner serieus. Een taal moet je trainen.’
Vijf jaar om de taal te leren
In Nederland wordt er bijvoorbeeld over geklaagd dat er universitaire docenten uit het buitenland zijn die hier al jaren wonen en nog geen woord Nederlands spreken. Dát gaat in België anders.
‘Er zijn in België zes niveaus waarop je Nederlands kunt leren, van A1 tot C2, volgens het Europees Referentiekader (ERK). Als je op de universiteit werkt en in het Nederlands doceert, dan moet je na vijf jaar niveau C1 beheersen, het op een na hoogste niveau. Mensen krijgen de tijd om zich aan te passen, maar na vijf jaar nog steeds geen notulen kunnen lezen, wordt niet geaccepteerd.
Soms schrikt deze eis sollicitanten af, tenzij ze aangeven veel korter te willen blijven. Mochten universitaire docenten na vijf jaar het Nederlands niet op het gewenste niveau beheersen, dan worden ze niet ontslagen. Alleen komen ze niet in aanmerking voor een vaste aanstelling.’
Arbeidsmigranten
Voor Nederlandse asielzoekers die kans maken om te mogen blijven, is een budget beschikbaar om Nederlands te leren. Dat is een verplichting. Arbeidsmigranten uit de EU die naar Nederland of België komen, zijn niet verplicht om de taal te leren als ze in het bedrijfsleven belanden. Van buiten de EU ook niet.
‘Maar het hangt deels van hun functie af, de duur van hun verblijf én het bedrijf zelf of ze gestimuleerd worden om Nederlands te leren. Een ander belangrijk aspect is het perspectief van hun arbeidscarrière. Het is heel normaal dat een bedrijf aan een Nederlander of Belg vraagt om een bepaalde taal beter te leren, omdat dit beter is voor het bedrijf. Worden er veel zaken gedaan met Duitsland? Dan kan gevraagd worden om hun Duits te verbeteren. Hetzelfde kan gevraagd worden aan arbeidsmigranten wat betreft de Nederlandse taal.’
Met andere woorden, of arbeidsmigranten zich geroepen voelen om Nederlands te leren, heeft te maken met de (verwachte) duur van hun verblijf, hun functie én de werkgever zelf.
Officiële voertaal
De Friezen zijn trots op hun Friese taal. Ze vechten ervoor om die niet verloren te laten gaan. Is er een risico dat het Nederlands verdwijnt? Dat ziet Vermandere niet snel gebeuren. ‘Om te beginnen worden wetten in het Nederlands opgesteld en is Nederlands de officiële voertaal. Het wordt anders als bepaald zou worden dat het Nederlands als voertaal wordt vervangen door het Engels.’
‘Het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent’
In België staat het Nederlands hier en daar onder druk om een reden waar de overheid weinig aan kan doen. Als een Nederlandstalige en Franstalige een relatie aangaan en kinderen krijgen, dan wordt de voertaal thuis steeds vaker Frans in plaats van Nederlands. Dit speelt vooral in Brussel. Deze stad heeft eigenlijk een status aparte. Brussel vormt een afzonderlijk gewest, omringd door Vlaanderen, maar de voertaal is vooral Frans.
‘In Brussel wordt ook Nederlands gesproken. De nadruk ligt echter op Frans. Met die taal kun je er altijd terecht. Het is geen uitzondering dat iemand in Brussel in het Frans de weg vraagt, in het Frans antwoord krijgt en ze ineens ontdekken dat ze allebei uit Nederland of Vlaanderen komen of Nederlands spreken. Maar het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent.’
Net als het Nederlands kent ook het Vlaams allerlei dialecten. Of regiolecten, zoals Vermandere het noemt. Zo klinkt het Vlaams in Antwerpen iets anders dan dat in Brugge. ‘Standaardnederlands wordt in Vlaanderen beschouwd als een zondagspak dat je alleen naar de kerk draagt. Een keurslijf waar weinig enthousiasme voor is. Ga je naar de bakker, dan doe je je bestelling in een wat andere taal dan het Standaardnederlands.’ Wel vriendelijk natuurlijk.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

