Na de afschaffing van de slavernij ronselden koloniale machthebbers onder meer in India goedkope arbeidskrachten met mooie beloften. Over die geschiedenis schreef Ragna Indra Heidweiller het indringende boek Wij zijn hier door jullie.
Na de afschaffing van de slavernij sloten Nederland en Engeland een pijnlijke overeenkomst. Nederland mocht arbeidskrachten ronselen in Brits-Indië en in ruil daarvoor ‘kregen’ de Britten onder andere Ivoorkust. Er waren wel enkele voorwaarden aan verbonden. Zo mocht het niet op slavernij lijken. En de verantwoordelijkheid lag bij de Nederlanders, vertelt Ragna Indra Heidweiller, schrijver van Wij zijn hier door jullie.
Het verhaal over goedkope arbeidskrachten werd natuurlijk achterwege gelaten. ‘In Suriname kun je veel geld verdienen. Je krijgt een prachtig onderkomen én als je daar vijf jaar werkt, dan wordt daarna je terugreis betaald. Echt een geweldige kans’, kregen de mensen in Brits-Indië te horen.
Nederland mocht arbeidskrachten ronselen in Brits-Indië en in ruil daarvoor ‘kregen’ de Britten onder andere Ivoorkust
In totaal zijn er 34.000 inwoners van Brits-Indië naar Suriname gegaan, tegenwoordig aangeduid als Hindostanen. De huidige Hindostaanse bevolking van Suriname stamt af van deze contractarbeiders.
Om te beginnen waren het vaak mensen die analfabeet waren. Onder de contracten staat geen handtekening, maar een duimafdruk. Het feit dat ze hun verhaal niet konden opschrijven, is volgens de auteur een van de redenen dat dit stuk geschiedenis in de vergetelheid is geraakt. Ook in India. Het is het verhaal van de gewone man. De mentaliteit van de Hindostanen, namelijk: zwijgen en aanpassen, heeft niet erg geholpen voor het aandacht krijgen voor contractarbeiders. De koloniale heersers zaten niet te wachten op veel publiciteit. Er zijn immers 5.500 van de 34.000 contractarbeiders overleden. Deels omdat de medische wetenschap minder ver was, grotendeels vanwege de slechte omstandigheden. ‘De mensen moesten op blote voeten op het land werken waardoor veel van hen de mijnwormziekte opliepen en uitgeput raakten. Om maar iets te noemen’, zegt Heidweiller

Op volle zee
De eerste grote schok die de contractarbeiders kregen, was vaak aan boord van het schip, of als ze aan boord gingen. Stel dat ze de loopplank eng vonden. Dan werden ze, desnoods met geweld, gedwongen eroverheen te lopen. De reizigers zaten voor het eerst van hun leven op een moment op volle zee, zonder in de verste verte kust te zien. Dát was een compleet nieuwe ervaring, waarvan ze niet eens wisten dat het mogelijk was. Dergelijke scènes geven het tijdsbeeld goed weer.
‘Eenmaal in Suriname merkten de contractarbeiders dat hun schitterende onderkomen de hutten van voormalige tot slaafgemaakten waren. Bovendien kregen ze niet per uur betaald, maar per taak. En daar deed je vaak langer over dan gepland’, zegt Heidweiller.
Die geweldige inkomsten vielen dus tegen. Stel dat contractarbeiders het werk wilden weigeren. Dan kwam er een smerige aap uit de mouw, vermeld in het contract dat ze niet konden lezen. Als ze het werk weigerden, viel dat onder het strafrecht en niet onder gangbare contractbreuk. Er was hen ook een gratis terugreis beloofd, maar vooral in het begin waren er een heleboel contractarbeiders die het einde van hun contract niet levend haalden. Om die reden hebben de Britse autoriteiten de regeling zelfs tijdelijk opgeschort. Nadat de vijf jaar om waren, konden de contractarbeiders die er nog waren kiezen tussen de terugreis of een stukje grond in Suriname. Vrijwel iedereen koos voor het laatste.
‘In vijf jaar kan veel gebeuren. Veel contractarbeiders waren inmiddels getrouwd en hadden kinderen. De koloniale heersers vonden dat prettig. Gezinnen zorgden voor stabiliteit’, zegt Heidweiller.
Vrouwelijke ronselaars
Overigens hadden diezelfde koloniale heersers voordat het avontuur met de Hindostaanse contractarbeiders begon een mislukt experiment gehad met Chinese contractarbeiders. ‘Het waren vrijwel uitsluitend mannen, waardoor er geen natuurlijke balans was. Sommige Chinezen bleven na het uitdienen van hun contract, maar de meesten gingen terug. Daarom werden er in Brits-Indië ook vrouwen geworven. Vaak door vrouwelijke ronselaars. Vrouwen waren eerder geneigd om zich te laten overhalen door andere vrouwen. Vrouwen voelden zich regelmatig gedwongen om een dergelijke beslissing te nemen. Ze waren bijvoorbeeld weduwe en overgeleverd aan hun schoonfamilie, ze werkten tegen hun zin als sekswerker in onder andere Kolkata of ze waren getrouwd en werden mishandeld. Veel vrouwen die contractarbeider werden, waren getrouwd en vertrokken met een of meerdere kinderen.’

Aan boord van het schip naar Suriname verbleven de alleenstaande mannen aan de voorkant, echtparen in het midden en single vrouwen achterin. Maar overdag waren veel reizigers aan dek, waar iedereen elkaar ontmoette. Er zijn echtparen die elkaar tijdens de reis hebben leren kennen.
Contractarbeid vanuit Brits-Indië eindigde rond 1920
Nazaten van contractarbeiders kunnen, als ze willen, nagaan op welke plantages hun voorouders hebben gewerkt als ze de namen kennen. Vaak is het zelfs mogelijk te ontdekken op welke plantage hun voorouders elkaar hebben ontmoet. Contractarbeid vanuit Brits-Indië eindigde rond 1920. De politieke wind draaide, iets waar tegenstander Gandhi profijt van had. Daarnaast waren er toch contractarbeiders die terugkeerden naar hun thuisland en waarschuwden wat je werkelijk te wachten stond. In ieder geval géén topsalaris en een riant onderkomen. Contractarbeid vanuit Java ging nog een slordige twee decennia door.
Ze vertrok met één kind en kreeg er in Suriname nog negen
Het boek Wij zijn hier door jullie is deels een boek over de geschiedenis van contractarbeid, maar ook over de persoonlijke geschiedenis van Ragna Indra Heidweiller en haar familie van moeders kant. Een van haar voormoeders behoorde tot de eerste lichting contractarbeiders. Ze vertrok met één kind en kreeg er in Suriname nog negen. Ze was niet de enige met zo’n groot gezin. Hindostanen vormen niet voor niets tegenwoordig de grootste bevolkingsgroep van Suriname.
Aan één kant staat er veel geschiedkundige informatie in het boek. ‘De laatste jaren is er, ook dankzij Black Lives Matter en Kick Out Zwarte Piet, meer aandacht voor de trans-Atlantische slavernij en het hedendaags racisme. Dat brengt met zich mee dat andere bevolkingsgroepen meer stilstaan bij hun verleden.’
Heidweiller hield onder andere een lezing bij boekhandel Donner in Rotterdam. De zaal zat stampvol en uit de gestelde vragen bleek betrokkenheid. Dit onderwerp leeft beslist onder zowel Hindostanen als belangstellenden.
Familiegeschiedenis
Zoals gezegd heeft Ragna Indra Heidweiller ook haar familiegeschiedenis in het boek verwerkt. Daarvoor heeft ze letterlijk en figuurlijk niet stilgezeten, want ze reisde naar India, waar alles begon, én ze verbleef met haar gezin enkele maanden in Suriname.
Wat opvalt, is dat je redelijk eenvoudig kunt uitzoeken op welke plantage je voorouders elkaar hebben ontmoet, maar het veel lastiger is om te ontdekken uit welk dorp in het huidige India ze afkomstig zijn. ‘Dat komt omdat deze informatie fonetisch is opgeschreven in de streektaal. Hoe dat precies werd geschreven, wisten de mensen niet. Vervolgens is het via het Engels naar het Nederlands vertaald en inmiddels zo verbasterd dat het niet te herkennen valt. Vaak is wel te herleiden uit welk district ze kwamen.’
Heeft ze nog tips voor geïnteresseerden die zelf op onderzoek willen gaan naar hun familieachtergronden met contractarbeiders? ‘De immigratiedossiers van Hindostanen zijn te vinden in het Nationaal Archief in Den Haag of in het Surinaamse register. Allebei staan ze online, dus je hoeft er niet voor naar Suriname te reizen. De eerste stap is om met een familielid te gaan praten. Er is altijd wel iemand die iets weet. Zoek de meest toegankelijke persoon in je familie. Zodra je over een of meer namen beschikt, kun je in het register gaan grasduinen. Zelf ben ik heel veel gaan lezen, zodat de puzzelstukjes op zijn plaats vielen.’
Wij zijn hier door jullie, Ragna Indra Heidweiller, De Correspondent, 304 blz., € 23.00
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

