Home Blog

Rechters tegen IND: ga niet op onze stoel zitten

0

Nederlandse rechters luiden de noodklok over de werkwijze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Met de invoering van de nieuwe Europese asielwet zou de IND te veel bevoegdheden krijgen, waardoor zij zelfs op de stoel van de rechter gaan zitten, aldus dagblad Trouw.

Er zouden meerdere overleggen zijn geweest tussen rechtbankmedewerkers en de IND, maar deze zijn begin dit jaar afgebroken. ‘Rechters toonden zich ontstemd omdat de IND hen wil vertellen hoe zij hun werk moeten doen’, schrijft Trouw. ‘De kritiek richtte zich vooral op een brief die de IND van tevoren had opgesteld, zo bevestigen twee aanwezigen die anoniem willen blijven.’

Die brief is in handen van Investico, Trouw en De Groene Amsterdammer. In deze brief zou de IND een aantal maatregelen voorstellen, die het afhandelen van rechtszaken moeten versnellen. De rechters zijn van mening dat de IND hiermee een grens overschrijdt.

De Raad voor de Rechtspraak heeft opeenvolgende bijeenkomsten met de IND afgezegd, maar op landelijk niveau zou er wel contact zijn met de IND. De IND beraadt zich momenteel over hoe zij de verhoudingen met de rechters kan herstellen.

Turks restaurant in Wijdenes (Noord-Holland) doelwit van racistische aanval

0

‘Oprotten k*nkerturk’, staat er op de deur van een uitgebrand Turks restaurant in het West-Friese dorp Wijdenes (Noord-Holland), dat vermoedelijk in brand is gestoken. De politie doet onderzoek naar de racistische leuzen en of er sprake is van brandstichting, zo meldt NH Nieuws.

Bij de brand, die gisteren in de vroege ochtend uitbrak, is niemand gewond geraakt. Maar het pand is volgens de eerste beschouwingen niet meer bruikbaar. Bij de bluswerkzaamheden zijn meerdere brandweervoertuigen ingezet.

De politie gaat uit van brandstichting en onderzoekt ook of er een oorzakelijk verband is tussen de racistische leuzen en de brand. Ook is de forensische opsporing ingeschakeld om sporen te onderzoeken, aldus de woordvoerder van de politie tegen NH Nieuws.

Nederland gaat door een periode van bijzondere verharding in de interetnische verhoudingen. Zo vonden er in Loosdrecht en IJsselstein gewelddadige acties tegen vluchtelingen. Politici als Gidi Markuszower (DNA, Groep Markuszower), Geert Wilders (PVV) en Lidewij de Vos (Forum voor Democratie) gooien daarbij olie op het vuur. Markuszower riep recent op tot geweld tegen Palestijnse vluchtelingen, Wilders is solididair met de anti-asieldemonstraties en De Vos propageerde opnieuw de beruchte omvolkingstheorie. De D66-VVD-CDA-coalitie steunde echter een motie van Jesse Klaver (PRO), waarin het kabinet werd opgeroepen om geen akkoorden te sluiten met fracties die oproepen tot geweld, of de omvolkingstheorie propageren.

VVD‑coryfee Weisglas steunt motie tegen Israëlische doodstrafwet

0

Binnen de VVD groeit openlijk verzet tegen de koers van de Tweede Kamerfractie op het Midden-Oosten. De interne pressiegroep Liberaal Collectief Nabije-Oosten (LCNO) dient op het partijcongres van zaterdag 13 juni een motie in die de fractie oproept de nieuwe Israëlische doodstrafwet ondubbelzinnig te veroordelen. Saillant detail: oud‑Kamervoorzitter en VVD‑zwaargewicht Frans Weisglas steunt de motie. Voor de doorgaans pro-Israëlische Weisglas is de doodstrafwet ‘een rode lijn’, zegt initiatiefnemer Maarten Dirkse tegen de Kanttekening.

De motie komt op een moment dat de spanning binnen de partij oploopt. Dirkse, twaalf jaar gemeenteraadslid in Leiden en mede‑oprichter van het LCNO, zegt dat hij zich zorgen maakt over de ‘radicaal‑rechtse, populistische partijkoers’ van partijleider Dilan Yesilgöz en Kamerleden als Ulysse Ellian en Bente Becker. ‘Ze denken dat de VVD hierdoor electoraal succes krijgt. Dat is onzin. En het is onliberaal’, zegt hij. ‘Ik wil de partij niet overlaten aan populisten.’

‘Morele plicht’

Aanleiding voor de escalatie is de felle kritiek van de VVD‑fractie op het kabinetsbesluit om Palestijnse visumhouders uit Gaza te helpen Nederland te bereiken. Volgens Dirkse is die kritiek niet alleen onjuist, maar ook moreel verwerpelijk. ‘Nederland heeft een morele plicht om deze Palestijnse vluchtelingen te helpen’, zegt hij. ‘Zonder Nederlandse diplomatieke hulp kunnen ze Gaza niet uit. Het is het kleine beetje dat we kunnen doen.’

‘Ellian zet hen weg als geniepige uitvreters’

Hij verwijst naar de uitlatingen van Kamerlid Ellian, die Palestijnse visumhouders neerzette als mensen die misbruik maken van het systeem. ‘Ellian zet hen weg als geniepige uitvreters. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. En je hoort hem natuurlijk nooit over asielzoekers uit Iran. Hij bezigt populistische anti‑Palestijnse retoriek die moreel niet te verantwoorden is.’

Het LCNO verwoordt die kritiek in ongebruikelijk scherpe bewoordingen in een persbericht:

‘Bij monde van Kamerlid Ellian worden de Palestijnen in kwestie, en Gazanen in het algemeen, gestigmatiseerd als geniepige bedriegers die onder valse voorwendselen ons land proberen binnen te dringen.’

Ook hekelt de groep dat de fractie zich nooit uitsprak over bezoeken van Israëlische militairen die worden verdacht van oorlogsmisdaden:

‘Bezoeken van IDF‑soldaten die trots op sociale media pronken met video’s van de door Israël aangerichte oorlogsmisdaden in Gaza zijn voor onze Tweede Kamerleden echter geen probleem.’

Motie tegen doodstrafwet

De directe aanleiding voor de motie is de Israëlische wet, die op 30 maart werd aangenomen en de doodstraf invoert — en in sommige gevallen verplicht stelt — voor bepaalde vormen van geweld. Volgens het LCNO is de wet in de praktijk uitsluitend gericht op Palestijnen. In de motie staat:

‘Deze wet is zo geformuleerd dat ze in de praktijk alleen van toepassing is op Palestijnen, terwijl bijvoorbeeld illegale joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever niet onder deze wet vallen.’

Ook wijst de motie op het risico van schijnprocessen: ‘Palestijnen in Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever kunnen hierdoor middels een (militair) schijnproces ter dood veroordeeld en geëxecuteerd worden.’

De motie benadrukt dat de VVD in het verleden doodstrafwetgeving in landen als Iran wél heeft veroordeeld. Zo kan het beeld ontstaan ‘dat de VVD haar liberale en morele principes selectief toepast’.

De oproep van de ondertekenaars van de motie aan de VVD-Kamerfractie luidt daarom als volgt: ‘Om pal voor de liberale principes en morele integriteit van de VVD te staan en de Israëlische wet in kwestie alsnog ondubbelzinnig te veroordelen.’

Brede steun uit de partijtop

Dirkse benadrukt dat hij niet alleen staat. Naast Weisglas ondertekenen ook oud‑bewindslieden Jozias van Aartsen en Ed Nijpels de motie. ‘Dat zijn geen lichtgewichten’, zegt hij. ‘Weisglas zei dat de Israëlische doodstrafwet voor hem een ‘rode lijn’ is.’

‘Veel VVD-leden herkennen zich niet in de huidige retoriek van de partij’

Volgens Dirkse laat de steun van deze prominenten zien dat de VVD nog steeds een liberale partij is. ‘Het nieuwe Liberaal Manifest, waar we ook over stemmen, is een heel liberaal manifest. Maar de VVD-top en rechts-populistische Kamerleden verkwanselen de liberale principes van de VVD. In het manifest staat nergens dat visumdragers ‘uitvreters’ zijn. Veel VVD-leden herkennen zich niet in de huidige retoriek van de partij. VVD’ers moeten zich uitspreken tegen de populistische koers.’

Zaterdag 13 juni wordt duidelijk of de ledenvergadering de motie aanneemt, waarin de Israëlische doodstrafwet wordt veroordeeld. De VVD-fractie kan niettemin besluiten deze motie naast zich neer te leggen. Dirkse hoopt uiteraard dat dit niet gebeuren zal. De partijtop moet bereid zijn de interne kritiek op de populistische, onliberale koers serieus te nemen.

Toko-eigenaar: ‘Eten gaat over smaak, gewoonte en herinnering’

In de serie Nieuwe Pioniers spreekt de Kanttekening biculturele Nederlanders met een eigen onderneming. Deze keer: Sam’s Toko in Enschede, al jaren een vertrouwd adres voor liefhebbers van de Aziatische keuken.

Achter de toonbank staat Amar Nandpersad. Rustig, scherp en met de blik van iemand die precies weet waar je voor komt. Soms hoeft hij alleen maar naar het mandje van een klant te kijken. ‘Dan zie ik aan de producten wat iemand gaat maken’, zegt hij. ‘Dan zeg ik: je bent je pimentkorrels of gebakken uitjes vergeten.’

Dat is Sam’s Toko in één zin. Je komt er voor boodschappen, maar loopt vaak naar buiten met een tip, een alternatief of precies dat ene potje dat je anders had laten staan. ‘Veel producten kun je tegenwoordig ook in de supermarkt kopen’, zegt Amar. ‘Maar voor dat stukje meedenken kom je toch hier.’

Klein begonnen

Het verhaal van Sam’s Toko begint in 1981. Niet in een groot winkelpand, maar in een extra slaapkamer van het gezin, in een flat aan de Wesselerbrink. Amars ouders begonnen klein, met een paar producten die in Enschede lastig te krijgen waren. Voor Surinaamse en Aziatische boodschappen moesten mensen vaak naar Den Haag. ‘Mijn vader werd boos dat het hier zo duur en lastig was’, vertelt Amar. ‘Toen dacht hij: waarom verkoop ik het zelf niet?’

Klanten vertelden het door aan familie, buren en vrienden. De zolderkamer werd al snel te krap. Later verhuisde de zaak naar de Oostveenweg in Enschede. Daar ging het verder onder de naam Sam’s Tropic Center.

‘Iedereen hielp mee’

Voor Amar hoorde de toko vanaf dat moment gewoon bij thuis. Hij is geboren en opgegroeid in Enschede, groeide op in de wijk Velve en is de jongste van vijf kinderen. De zaak zat naast de woning, dus werk en gezinsleven liepen vanzelf door elkaar heen.

Schappen vullen, klanten helpen, spullen klaarzetten. Geen groot overleg, geen discussie. Het moest gebeuren. ‘Dat was normaal’, zegt hij. ‘Iedereen hielp mee.’

‘Zo was het vroeger’

Huiswerk kwam vaak later, als de winkel dicht was. Toch vertelt Amar dat zonder drama. Zo ging dat gewoon. De toko hoorde bij het gezin, net als eten, school en familie. Zijn vader Sam was streng en duidelijk. Zijn moeder Bea, nu 75 jaar, was warmer en zachter in de omgang. Van allebei nam Amar iets mee: discipline van zijn vader, geduld met mensen van zijn moeder.

De toko van vroeger was een wereld op zich. Je kon er levensmiddelen kopen, eten afhalen en films huren. Een toko, videotheek, afhaalplek en kleine supermarkt in één. Lekker efficiënt, zouden we nu zeggen. Toen was het vooral handig. ‘Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen’, zegt Amar. ‘Maar zo was het vroeger.’

Meer dan dertig soorten sambal in het schap van Sam’s Toko in Enschede. Beeld: Shalinie Ramlal

Opleiding in de handel

Als kind zag Amar zichzelf niet meteen achter een toonbank staan. Hij droomde niet van schappen, bestellingen en kassa’s. Hij wilde politieagent worden. Of rijinstructeur. ‘Dat leek me toen gewoon leuk’, zegt hij lachend. Toch bleef het ondernemen lonken. Hij volgde een opleiding in de handel, deed later in de avonduren NIMA Marketing Management en haalde naast zijn werk een hbo-diploma.

Zijn eerste echte stap maakte hij in 1998. Zijn broer Anand had toen een tweede toko bij de Profimarkt aan de Wethouder Beverstraat in Enschede. Amar nam die over. ‘Ik kende de winkel natuurlijk al’, vertelt hij. ‘Maar ineens moest ik zelf keuzes maken.’

Elf jaar later kreeg de zaak een nieuwe plek: Spaansland in Enschede. Daar zit Sam’s Toko nog steeds. Amar gaf alles stap voor stap zijn eigen draai. De indeling veranderde, het assortiment werd breder en de kassa moderner. Klanten moesten makkelijker door de winkel kunnen lopen. Kleurrijk mocht, rommelig niet. ‘Mijn ouders deden het op hun manier’, zegt Amar. ‘Maar ik ben ook een andere generatie.’

Loempia’s 

Eén product maakte Sam’s Toko in Enschede extra bekend: de loempia. Vega of kip, vers uit het kraampje buiten bij de toko. Amar stond er jarenlang. Niet alleen als de zon scheen, maar ook als het regende en de wind net iets te enthousiast meedeed. ‘Elf jaar lang stond ik buiten’, zegt hij. ‘Regen of geen regen.’ Alleen bij hevige sneeuwval bleef hij binnen. De rest ging gewoon door. In de zomer was dat gezellig. Mensen maakten een praatje, bestelden nog iets extra’s en bleven hangen. In de winter was het vooral karaktertraining. Maar dan wel met loempia’s.

Loempia’s van Sam’s Toko. Foto: Shalinie Ramlal

Nog steeds zijn ze een van zijn bekendste producten. Amar levert ze aan voetbalclubs, cafetaria’s, shoarmazaken en all-you-can-eat-restaurants. Sommige mensen kennen ze inmiddels gewoon als die loempia’s van Sam’s Toko.

‘Elf jaar lang stond ik buiten’

Meer Nederlandse bezoekers

De zaak veranderde mee met de tijd. Vroeger kwamen vooral Surinaamse en Hindoestaanse klanten binnen. Nu ziet Amar veel meer Nederlandse bezoekers. Ook jongeren weten hem te vinden. In de pauze lopen scholieren naar binnen voor snacks, pittige noodles en drankjes. En TikTok zorgt ondertussen voor een nieuwe stroom klanten.

‘Soms laten mensen een filmpje zien en zeggen ze: ik wil dit maken.’

Dan kijkt Amar mee. Welke noodles heb je nodig? Welke saus hoort erbij? En wat kun je gebruiken als iets uitverkocht is? Zo leert hij zelf ook nieuwe trends kennen. Van extreem scherpe noodles tot drankjes die ineens overal op TikTok opduiken. Wordt er vaak naar gevraagd, dan kijkt Amar of het in het assortiment past.

Dertig soorten sambal

Wie denkt dat sambal gewoon sambal is, moet even met Amar meelopen. In de schappen staan meer dan dertig soorten. Er is sambal voor bij nasi, roti, loempia’s of gewoon op een broodje. Sommige potjes zijn zoetzuur, andere juist scherp. Je hebt grove varianten met stukjes erin, maar ook fijne sambal die je makkelijk door een gerecht roert.

‘Scherp moet wel lekker blijven’

Ook de smaken verschillen flink. Er is sambal met mango, birambi, aardappel of extra chili. De een wil vooral pit, de ander zoekt juist smaak. ‘Scherp moet wel lekker blijven’, vindt Amar. ‘Alleen maar heet, daar heb je niks aan.’

Zijn favoriet is pommisitair, ook wel ambarella of Tahiti-appel genoemd. Dat is een tropische vrucht met een frisse, wat zoetige smaak. Amar wijst de variant aan. ‘Die is grof, lekker gekruid en superlekker.’

Voor veel klanten is sambal geen extraatje, maar vaste prik. Sommige mensen hebben thuis meerdere potjes staan voor verschillende gerechten. Amar snapt dat. Eten gaat niet alleen over trek hebben. Het gaat ook over smaak, gewoonte en herinnering.

De winkel blijft trekken

Ook thuis is de toko nooit helemaal weg. Niet dat er elke avond een vergadering aan de keukentafel is, maar de zaak hoort bij hun leven. Zijn vrouw Sandhia is sinds 2009 betrokken. In 2018 kwam er een tweede vestiging bij in winkelcentrum Zuid, waar zij veel meewerkte. Die locatie is deze week gesloten. Minder verspreid, meer focus. Dat past beter bij hoe Amar nu naar ondernemen kijkt.

Hun dochter Chalisa (16) wil ook graag meewerken. Amar houdt dat nog even af. Eerst haar examens, daarna de toko. ‘Zij is zeker een onderneemster’, zegt hij.

Ook zijn moeder Bea helpt soms nog mee, vooral met catering. En zelfs als ze niet werkt, blijft de winkel trekken. Als ze langskomt, kijkt ze rond. Dan worden bananen gesorteerd of producten rechtgezet. ‘Dat zit er gewoon in’, zegt Amar met een glimlach. Zijn vader Sam overleed in 2016. Zijn invloed is nog steeds merkbaar: in de discipline, in de manier van werken en in het idee waarmee de toko ooit begon.

Beeld: Shalinie Ramlal

Naast de winkel organiseert Amar ongeveer eens per drie maanden dansfeesten. Vooral voor de Hindoestaanse gemeenschap, maar iedereen is welkom. Zelf houdt hij ook van gezelligheid. En omdat er volgens hem in Enschede weinig van dit soort avonden zijn, regelt hij ze dan maar zelf.

‘Ik ben eigenlijk heel tevreden met wat ik nu heb en doe’

Voor muziek, bands en feesten moet je anders al snel naar Den Haag, Almere of Amsterdam. In Enschede kan het dichterbij. ‘Je bent in tien minuten of een kwartier weer thuis’, zegt Amar. Voor hem draait zo’n avond niet alleen om muziek. Het gaat om elkaar zien, dansen en bijpraten.

Liever goed dan groot

Toch blijft de toko de basis. Amar dacht ooit aan meer winkels, misschien zelfs aan een keten door Nederland. Maar corona, drukte en jarenlange ervaring leerden hem anders kijken. Sam’s Toko begon omdat zijn vader vond dat Enschede beter verdiende. Nu houdt Amar dat verhaal levend.

Het hoeft voor hem niet per se groter. Het moet vooral goed blijven: een nette zaak, producten waar mensen voor terugkomen en klanten die weten waarvoor ze naar Sam’s Toko komen. ‘Ik ben eigenlijk heel tevreden met wat ik nu heb en doe.’

Kamermeerderheid: geen akkoorden met politici die geweld of omvolkingstheorieën verspreiden

0

De Tweede Kamer heeft dinsdag met ruime meerderheid een motie aangenomen die het minderheidskabinet oproept geen politieke akkoorden meer te sluiten met partijen of politici die geweld tegen vluchtelingen goedpraten of aanmoedigen, of die de omvolkingstheorie verspreiden.

De motie werd ingediend door PRO‑fractievoorzitter Jesse Klaver en kreeg steun van de coalitiepartijen D66, VVD en CDA, evenals van SP, Volt, Partij voor de Dieren, Denk, 50Plus en de ChristenUnie, zo bericht NRC.

De stemming volgt op een debat over de normalisering van geweld, dat mede was aangezwengeld door recente uitspraken van PVV-afsplitser Gidi Markuszower van DNA. Hij pleitte in een interview met de communistische journalist Bob Sneevliet (pseudoniem van Bob Scholten) van Left Laser voor inzet van ‘maximaal geweld’ om te voorkomen dat Palestijnse vluchtelingen naar Nederland komen. Later stelde Markuszower dat hij daarmee uitsluitend de marechaussee bedoelde. Ook sprak hij over omvolking, een term die door veiligheidsdiensten in verband wordt gebracht met extreemrechts gedachtegoed.

Hoewel de coalitie eerder structurele samenwerking met PVV en FVD uitsloot maakte zij recent wel gebruik van de steun van Markuszowers DNA-fractie om een kabinetsplan over de AOW‑leeftijd overeind te houden. De aangenomen motie moet voorkomen dat dergelijke constructies zich herhalen wanneer betrokken politici extremistische ideeën verspreiden.

De tegenstemmen kwamen van de volledige radicaal‑rechtse flank, waaronder PVV, FVD, JA21, BBB, SGP en het onafhankelijke Kamerlid Mona Keijzer.

‘Geen verrassing’: PRO-Kamerlid Esmah Lahlah wordt wethouder in Amsterdam

0

Esmah Lahlah verlaat na anderhalf jaar de Tweede Kamer en keert terug naar het lokale bestuur. Het Kamerlid van Progressief Nederland (voorheen GroenLinks‑PvdA) wordt wethouder in Amsterdam. Daarmee komt een einde aan een Haagse periode die nooit echt tot bloei kwam.

Lahlah maakte haar vertrek bekend via Instagram, waar ze benadrukte dat haar hart bij het lokale bestuur ligt. Dat gevoel speelde al langer. Het afgelopen jaar solliciteerde ze zonder succes naar burgemeestersfuncties in Tilburg en Delft, wat erop wees dat ze actief zocht naar een nieuwe politieke rol buiten Den Haag.

Volgens politiek verslaggever Leendert Beekman van BNR Nieuwsradio is haar overstap dan ook geen verrassing. Binnen de Kamerfractie kreeg Lahlah een zichtbare plek achter partijleider Frans Timmermans, maar inhoudelijk wist ze zich nauwelijks te profileren. In grote debatten speelde ze geen prominente rol, waardoor ze in Den Haag relatief onzichtbaar bleef.

Lahlah gaf eerder aan dat ze een grote afstand ervaart tussen wetgeving en de dagelijkse leefwereld van inwoners. In de gemeentepolitiek, zegt ze, voelt ze meer directe invloed. Die voorkeur lijkt nu de doorslag te hebben gegeven.

Met haar benoeming in Amsterdam kiest Lahlah opnieuw voor een bestuurlijke functie op lokaal niveau. Dat is de plek waar haar politieke loopbaan ooit begon en waar ze zich, naar eigen zeggen, het meest thuis voelt.

Van mijn ouders leerde ik volhouden

0

Mensen vragen me soms hoe ik mijn activisme volhoud. Waar ik mijn kracht en inspiratie vandaan haal? Afgelopen twee weken kreeg ik het antwoord. Op de plekken waar ik het niet had verwacht. Niet achter mijn laptop of op een podium, maar naast mijn lieve ouders. Allebei apart in een theaterzaal en een concertzaal.

Inwoners Beiroet vluchten opnieuw voor Israëlisch geweld

0

Israël dreigt opnieuw de Libanese hoofdstad Beiroet te zullen aanvallen. Inwoners die na het staakt-het-vuren van april meenden terug te kunnen keren naar hun huizen moeten hun huizen opnieuw ontvluchten.

Er ontstond paniek nadat de Israëlische minister van Defensie Israël Yisrael Katz waarschuwde voor nieuwe aanvallen op Beiroet. Hij dreigde dit te doen als Hezbollah de aanvallen op Israëlische troepen en het noorden van Israël niet zou staken.

Ondanks het staakt-het-vuren heeft Israël haar offensief in Libanon de afgelopen dagen opgevoerd. Officieel doet Israël dit met het doel Hezbollah te verdrijven uit het zuiden van Libanon, om zo Israëlische troepen en burgers in Noord-Israël te beschermen.

Israël rukt echter steeds verder op in het zuiden van Libanon. Terwijl het Israëlische regime eerder eiste dat Hezbollah zich zou terugtrekken tot boven de rivier de Litani, zo’n dertig kilometer van de grens met Israël, wordt het gebied dat tot oorlogszone is verklaard steeds groter. Israël heeft inmiddels een gebied van ongeveer veertig kilometer van de grens, tot aan de rivier Zahrani, verklaard als ‘combat zones’. In dat gebied liggen de grote steden Sour en Nabatieh. Het Israëlische leger heeft de inwoners laten weten dat ze hun huizen moeten verlaten.

Ondertussen is Israël kwetsbaar gebleken voor de aanvallen door Hezbollah met drones die moeilijk te detecteren zijn. Volgens Israëlische media zouden de drone-capaciteiten van Hezbollah tachtig procent van de Israëlische aanvallen in zuid-Libanon beperken. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu staat onder toenemende druk van zijn extreemrechtse ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich om in reactie hierop het geweld tegen Hezbollah te escaleren.

Smotrich riep vorige week op om de Libanese hoofdstad te bestraffen voor de aanvallen door Hezbollah: ‘Voor iedere explosieve drone zouden er tien gebouwen moeten instorten in Beiroet’, zei de minister van Financiën. Minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir riep Netanyahu op om terug te keren naar een grootschalige oorlog tegen Libanon, de elektriciteit af te sluiten en grondgebied tot aan de rivier Zahrani in te nemen.

Dit laatste dreigt nu inderdaad te gebeuren.

Naast het desastreuze effect op Libanon blijft het escalerende Israëlische offensief ook een struikelblok voor een mogelijk vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat een staakt-het-vuren (die er in feite al is) in Libanon een essentiële voorwaarde is voor een akkoord met de Verenigde Staten.

EU: ’terugkeerhubs’ voor uitgeprocedeerde asielzoekers moet mogelijk zijn

0

Het Europees parlement, EU-lidstaten en de Europese Commissie zijn overeengekomen om strengere asielregels in te voeren. Hieronder valt ook het mogelijk maken van ‘terugkeerhubs’ buiten de EU, zo schrijven verschillende media.

De Europese Unie staat vanwege de opkomst van extreemrechts in Europa onder druk om migratie aan te pakken. Maar mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor de implicaties van stevig anti-immigratiebeleid.

De Duitse omroep DW wijst erop dat irreguliere migratie naar de EU in 2025 met 26 procent daalde en uitkwam op het laagste niveau sinds 2021. EU-functionarissen zeggen echter dat lidstaten problemen ondervinden bij het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Terugkeerregeling

Belangrijk onderdeel van de overeenkomst is dat uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst naar zogeheten ‘terugkeerhubs’ buiten de EU kunnen worden verplaatst. Het Europees parlement stemde afgelopen maart al in met het voorstel.

De terugkeerregeling wordt gezien als een essentieel onderdeel van het Europese asiel- en migratiepact, waarover de Kanttekening al eerder schreef.

Het voorstel waar gisteren voor werd gestemd bepaalt ook dat deze groep asielzoekers moet meewerken met autoriteiten. Doen zij dat niet, dan lopen ze het risico te worden gedetineerd voordat zij worden uitgezet. Ook kunnen EU-staten hen hun uitkeringen en reisdocumenten afnemen.

Autoriteiten mogen in het nieuwe voorstel migranten opsluiten als zij vinden dat zij een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid of dat er het risico is op vluchten. Mensen kunnen dan tot 24 maanden vast blijven zitten.

Terwijl lidstaten voor sommige nieuwe regels meer tijd krijgen om zich voor te bereiden, gaat het toestaan van ‘terugkeerhubs’ meteen in. EU-lidstaten mogen daarover zelf deals sluiten met landen buiten de EU, zoals het Verenigd Koninkrijk eerder probeerde te doen met Rwanda. Het Britse plan ging echter niet door vanwege juridische bezwaren.

Mensenrechtenorganisaties maken zich zorgen

In een persbericht schrijft de EU dat de nieuwe regels ’tot doel hebben procedures te vergemakkelijken en te bespoedigen, met het volle respect voor fundamentele rechten en internationaal recht.’ Toch is het de vraag of de mensenrechten met deze regels wel gewaarborgd zullen worden. 

Mensenrechtenorganisaties hebben gewaarschuwd dat het nieuwe plan het makkelijker maakt voor regeringen om migranten vast te zetten en te deporteren. Ook zijn zij bang dat het tot meer invallen gaat leiden en taferelen zoals we die kennen van de Amerikaanse Immigration and Customs Enforcement (ICE).

Ten slotte zijn mensenrechtenorganisaties bang dat migranten slachtoffer zullen worden van meer misbruik en mensenrechtenschendingen zodra zij terechtkomen in de detentiecentra in landen buiten de EU.

Midden-Oosten of toch West-Azië?

0

De regio die meestal het ‘Midden-Oosten’ wordt genoemd, heeft volgens sommige deskundigen en journalisten een eurocentrische naam met een koloniale achtergrond. Daarom gebruiken zij liever termen als ‘West-Azië’, die volgens hen beter passen bij de culturele en religieuze diversiteit van het gebied. Maar het duurt nog wel even voordat zulke namen algemeen worden gebruikt.

De term ‘Midden-Oosten’ is zo alomtegenwoordig, dat je bijna zou vergeten dat er meer achter schuilgaat. Maar de term is niet eenduidig, laat staan neutraal. Meestal omvat het de regio van Turkije, de Levant (Palestina, Syrië, Jordanië) en Egypte in het westen tot aan de Golfstaten in het oosten en Jemen in het zuiden. Landen die veel culturele kenmerken gemeen hebben, zoals het islamitische geloof of de Arabische taal. Maar hoort Soedan, ook een Arabisch land, bij deze definitie van het gebied? Hoe zit het dan met Iran, een niet-Arabisch land?

Robert Soeterik, Midden-Oostenspecialist en voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee (NPK), legt uit dat de term terug te voeren is op de tijd dat de Britten koloniale belangen hadden in het gebied. ‘De term is bedacht vanuit Londen, dat in de negentiende en een deel van de twintigste eeuw een wereldmacht was en als belangrijkste kolonie Brits-Indië had [o.a. het huidige India en Pakistan, red.]. Gerekend vanaf Londen lag het gebied dat wij doorgaans het Midden-Oosten noemen halverwege Londen en Brits-Indië, vandaar “Midden”.’

Weinig oog voor culturele diversiteit

Eline Derakhshan, onderzoeksjournaliste woonachtig in Syrië, zegt dat de term problematisch is omdat niet eenduidig is vast te stellen welke landen precies bij de regio horen. Zij haalt het boek Is There a Middle East? aan, waarin wetenschappers met verschillende achtergronden concluderen dat op taalkundig, geografisch, cultureel en religieus gebied geen kenmerk te vinden is dat de verschillende landen gemeen hebben. ‘Het is echter een regio geworden omdat wij het zo zijn gaan noemen. Wat Iran gemeen heeft met Egypte, is dat het het Midden-Oosten wordt genoemd, er op een vergelijkbare manier over wordt bericht en onderworpen wordt aan een vergelijkbaar internationaal beleid. Maar de regio is veel meer dan dat.’

Het gebied dat wordt aangeduid als het Midden-Oosten. Beeld: Pixabay

Inderdaad heeft de term Midden-Oosten weinig oog voor de rijke diversiteit aan culturen, geloven, etniciteiten en talen in de regio. Waar het gebied onder die term vaak wordt geassocieerd met oorlog, instabiliteit en corruptie, is de regio zeer divers. Er leven bijvoorbeeld christenen van diverse denominaties in de Levant (Libanon, Syrië, Palestina), islamitische bedoeïenen in de Golfregio en jezidi’s in Irak. Ook qua etniciteit is het gebied allesbehalve homogeen. Naast Arabieren en joden is de regio de thuisbasis van Turken, Koerden (Turkije, Iran, Irak) en Armeniërs.

Centrum van beschaving

Wanneer het gaat om termen als Midden-Oosten of Nabije Oosten, spreekt politicoloog Kamal Azari van een ‘Europese raciale geografie, waarbij regio’s werden benoemd en gecategoriseerd op basis van hun strategisch belang voor imperialistische machten, in plaats van enige inheemse identiteit.’ Azari schrijft dat Europese machten hiërarchieën aanbrachten in hun classificatie van niet-Europese regio’s, met ‘geciviliseerde’ en ‘niet-geciviliseerde’ regio’s zoals ‘Donker Afrika’, alsof er daar geen beschaving was. Volgens Azari versterken termen als Midden-Oosten een raciale en culturele hiërarchie waarbij Europa als centrum van de beschaving werd gezien.

‘Het is een term die veel vooroordelen met zich meebrengt’

Derakhshan zegt dat wanneer je probeert te argumenteren waarom een bepaald land wel of niet bij het Midden-Oosten hoort, je vastloopt omdat je dan andere landen uitsluit. ‘Het is een term die veel vooroordelen met zich meebrengt en weinig duiding geeft. Als je aan het Midden-Oosten denkt, denk je direct aan oorlog, en denk je direct aan islam. Terwijl dit niet betekent dat hier nooit oorlog plaatsvindt. Of dat er niet een meerderheid is van de bevolking die religieus of cultureel islamitisch is. Maar de regio wordt gereduceerd tot deze aspecten. Zo is er gepraat over de regio in de media, in films en in de politiek.’

Bevrijding van koloniale termen

Met dit in het achterhoofd kiezen steeds meer wetenschappers en journalisten voor alternatieve benamingen.

Joas Wagemakers, islamoloog aan de Universiteit Utrecht, vertelt aan de Kanttekening dat hij binnen de academische wereld een trend ziet om steeds vaker alternatieve termen te gebruiken. Waar men eerder al afstand heeft gedaan van ‘oriëntaals’, laat men nu ook de term Midden-Oosten vallen.

‘Het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië is een poging om op een neutralere manier te kijken naar een regio, en de naamgeving ervan te ontdoen van eventuele culturele gekleurdheid. Ik zie steeds vaker dat mensen in mijn vakgebied het hebben over ‘West-Azië’ i.p.v. ‘Midden-Oosten’, of ‘WANA’ (West Asia and North Africa) i.p.v. MENA (Middle East and North Africa). Ik merk wel dat het leeft.’

Ook Derakhshan heeft in haar werk een duidelijke keuze gemaakt. ‘Als journalist vind ik het correcter en handiger om de term Midden-Oosten achterwege te laten. Ik heb het liever over wat de regio nog meer te bieden heeft. Daarom heb ik zelf de voorkeur voor een term als West-Azië wanneer ik over de regio spreek waar ik werk: Libanon, Syrië, Palestina. Wanneer ik het heb over Iran, is het ‘Centraal-Azië’. Dan heb je het meer over het geografische gebied.’

Groeiend zelfbewustzijn

Midden-Oostenspecialist Soeterik ziet de opkomst van alternatieve namen voor de regio als onderdeel van een bredere beweging waarbij mensen bevrijd willen worden van termen die terug te voeren zijn op koloniale overheersing.

‘Ik zie het als onverbrekelijk verbonden met het groeiende zelfbewustzijn van het Globale Zuiden, waarbij er lang na de feitelijke dekolonisatie een groeiende beweging is om af te rekenen met terminologie die terug te voeren is op de periode van de kolonisatie.’

‘Een Palestijn gaat naar al-Quds, niet naar Jeruzalem’

Soeterik legt uit dat dit soort koloniale termen niet los zijn te zien van overheersing.

‘Israël doet al heel lang hetzelfde in relatie tot de Palestijnen; een Palestijn gaat naar al-Khalil, niet naar Hebron, een term die Israël gebruikt en die wij hebben overgenomen. Een Palestijn gaat naar al-Quds, niet naar Jeruzalem. Verder spreekt Israël over de Negev, wat de Palestijnen aanduiden met de oorspronkelijke term Naqab. Zodra onderdrukten zich bewust worden van dit taalimperialisme, waarbij de overheerser zijn eigen termen wil opleggen en die van de onderdrukte wil wegdrukken, gaan zij hun eigen termen promoten.’

Hij noemt Latijns-Amerika als ander voorbeeld. ‘Daar vestigden zich kolonisten, met name uit Spanje en Portugal, die daar de lokale taal en cultuur onderdrukten. Zij hebben daarbij het Spaans en het Portugees, Latijnse talen, ingevoerd. Nu streven zelfbewuste inwoners van het gebied ernaar beide Amerika’s Abya Yala (rijp land, uit een lokale inheemse taal) te noemen.’

Andere voorbeelden die Soeterik noemt zijn Rhodesië, dat Zimbabwe werd; Birma, dat zich Myanmar ging noemen; en Peking, dat nu Beijing heet.

De skyline van Doha, de hoofdstad van Qatar. Beeld: Wikimedia Commons

Bekende naam

Ondanks de toegenomen acceptatie van alternatieve termen kun je je afvragen of het wel realistisch is deze termen te gaan gebruiken en of deze wel voor iedereen te begrijpen zijn.

‘We moeten hen ook toestaan om zichzelf een naam te geven’

Islamoloog Wagemakers zegt dat het vanuit commercieel oogpunt aantrekkelijker kan zijn om de term Midden-Oosten te blijven gebruiken, zoals bij universitaire studies van de regio. ‘Het Midden-Oosten, dat is een heel bekende naam en appelleert aan een interesse van mensen in die regio. Als je toch al weinig studenten weet te trekken, dan zul je de term die voor enige bekendheid en aanwas zorgt niet snel vervangen.’

Terwijl Wagemakers het nut van alternatieve termen erkent, vindt hij dat een alternatieve term niet zou moeten worden opgelegd aan de bevolking van de regio.

‘Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat we niet voor de mensen om wie het gaat, de mensen in de regio zelf, uitlopen. Als zij het goed vinden dat hun regio Midden-Oosten wordt genoemd, dan denk ik dat je niet roomser dan de paus moet willen zijn en de term zou moeten aanpassen. We moeten hen ook toestaan om zichzelf een naam te geven en niet denken dat wij het beter weten dan zij.’

Soeterik beaamt dat alternatieve termen als West-Azië niet zouden moeten worden opgelegd aan de mensen in de regio. Hij denkt wel dat mensen de redelijkheid ervan kunnen gaan inzien en die onderschrijven door zelf deze termen te gebruiken. ‘Het is een lang proces van bewustwording en acceptatie.’

Al lang discussie

Volgens journaliste Derakhshan is er al heel lang discussie over het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië in plaats van het Midden-Oosten. Dit komt volgens haar ook voort uit academici die uit de regio zelf komen en erop wijzen dat de laatste een koloniale term is. ‘Ik denk dat er voldoende grond is om te zeggen dat het gebruik van West-Azië of Zuidwest-Azië ook uit de gemeenschappen hier komt. Ik vind dat je nooit iets zou moeten opleggen aan de bevolking hier. Maar het feit dat de term Midden-Oosten hier ook wordt gebruikt, vanwege de koloniale geschiedenis, betekent niet dat dit goed is.’

‘Het is onze taak als journalisten om kritisch na te denken over welke woorden we gebruiken’

Derakhshan vindt dat commerciële overwegingen nooit de doorslag zouden moeten geven bij het al dan niet kiezen voor een alternatieve term. ‘Als we ons daardoor laten tegenhouden, dan nemen we ons publiek helemaal niet serieus en hebben we heel weinig vertrouwen in hen. Het is juist onze taak als journalisten om kritisch na te denken over welke woorden we gebruiken en wat het effect ervan is. Als blijkt dat een term bepaalde vooroordelen of een bepaald narratief in de hand werkt, dan kunnen we dat veranderen en ook verantwoorden. Je kunt dat prima uitleggen.’

Hulporganisatie Oxfam Novib schrijft op haar website dat zij bewust kiest voor een andere benaming, en verwijst daarbij naar de termen Nabije Oosten en Verre Oosten, waarvan eerder al afstand is genomen. ‘Het is belangrijk om kritisch te blijven en je taal te dekoloniseren. Daarom spreken wij als Oxfam Novib over Zuidwest-Azië, omdat deze benaming de regio geografisch beschrijft zonder Europa als middelpunt te nemen. Met deze keuze dragen we bij aan zorgvuldiger en inclusiever taalgebruik.’