10.8 C
Amsterdam
Home Blog

Waarom streamer Hasan Piker honderduizenden kijkers trekt

0

Terwijl traditionele media jongeren steeds moeilijker bereiken, trekt Hasan Piker juist honderdduizenden kijkers met een mix van entertainment en journalistiek.

Op televisie heeft politiek nog steeds een vaste vorm, met nieuwsprogramma’s, talkshows en debatten onder leiding van presentatoren. Online verandert dat snel. Op platforms als Twitch wordt politieke content losser, directer en persoonlijker. Vooral rechtse commentatoren worden daar groot, zoals Alex Jones, Ben Shapiro, Charlie Kirk en Jordan Peterson.

In die grotendeels door rechts gedomineerde onlinewereld zijn er ook enkele linkse namen die door dat algoritmische landschap heen breken. De recent gekozen burgemeester van New York, Zohran Mamdani, is daar een voorbeeld van, maar ook de progressieve Turks-Amerikaanse socialist Hasan Piker, beter bekend als HasanAbi. Tijdens de afgelopen Amerikaanse verkiezingen trok hij meer dan driehonderdduizend gelijktijdige kijkers.

Een van de populairste streamers

Piker is geen influencer die toevallig politiek is gaan bedrijven. Hij komt voort uit de progressieve Amerikaanse media. Hij werkte bij The Young Turks, het nieuws- en opinieplatform van zijn Turks-Amerikaanse oom en oprichter Cenk Uygur, en begon in 2018 met streamen op Twitch. In 2020 verliet hij TYT om zich volledig op het platform te richten.

Journalist Kamal van de Pol vat dat scherp samen: Twitch was lange tijd vooral een plek voor games, chatting en muziek, terwijl politieke content eerder thuishoorde bij reguliere media of YouTube-essayisten. Volgens hem was Piker degene die politieke content ‘heel hard’ naar Twitch bracht en daarmee uitgroeide tot een van de populairste streamers van het platform.

Kamal van de Pol

Van de Pol plaatst Pikers opkomst in een bredere mediaverandering. Traditionele media hebben steeds meer moeite om jongeren te bereiken, terwijl wie daarin wel slaagt, dat vaak doet in een losse, informele setting: camera aan, microfoon aan, geen dure studio. Denk bijvoorbeeld aan NOS Stories, dat nieuws in een toegankelijke vorm bij jonge Nederlanders probeert te brengen.

Piker is daarvan misschien wel de extreme vorm. In zijn urenlange streams lopen nieuwsconsumptie, analyse, emotie en entertainment voortdurend in elkaar over. Samen met zijn kijkers volgt hij actuele gebeurtenissen, gaat hij in discussie met mensen in de live-chat of met andere streamers en schuift hij ook offline aan bij politieke demonstraties of gesprekken met politici.

Geen traditionele journalist

Juist in dat format schuilen ook verschillende vragen. Wat is Hasan Piker eigenlijk? Een betrouwbare journalist, een activistische opiniemaker, of vooral een entertainer met politieke standpunten? Informeert hij zijn publiek, of bedient hij het?

Piker presenteert zichzelf in elk geval niet als traditionele journalist. Hij omschrijft zich eerder als een gedreven, ‘koppige’ onafhankelijke mediastem: een gewone guy die het leuk vindt om ingewikkelde thema’s te bespreken en tegelijk wil laten zien dat linkse ideeën ook cool kunnen zijn, in plaats van saai of wereldvreemd, zoals rechts ze vaak neerzet.

Volgens Van de Pol moet je Piker dan ook vooral zien als politiek commentator. Net als veel andere streamers reageert hij op nieuws, geeft hij meningen en bespreekt hij dat alles met een publiek dat vaak al in hetzelfde gedachtegoed zit. Die bubbel is volgens Van de Pol niet alleen sociaal, maar ook economisch: ‘Een community die zich in jouw wereldbeeld herkent, blijft langer kijken, doneert vaker, deelt je clips en verdedigt je feller op sociale media.’

‘Het wordt pas lastig wanneer kijkers die mix van emotie en interpretatie gaan zien als feitelijk nieuws’

Dat contrasteert met wat traditioneel van journalistiek wordt verwacht: analytisch, diepgravend en gebonden aan journalistieke principes. Piker heeft zelf ook erkend dat zijn content niet werkt volgens klassieke waarden als wederhoor, en dat hij die pretentie ook niet heeft.

Volgens Van de Pol hoeft het feit dat streamers vooral reageren en duiden niet meteen een probleem te zijn: ‘Meningen maken nu eenmaal deel uit van het publieke debat. Het wordt pas lastig wanneer kijkers die mix van emotie en interpretatie gaan zien als feitelijk nieuws.’

Daar komt bij dat op Twitch de scheidslijn tussen informatie en performance flinterdun is. Een streamer kan gelijk of ongelijk hebben, maar in beide gevallen levert het aandacht en kijkminuten op. Van de Pol vat dat samen: ‘Dingen die kloppen en dingen die niet kloppen, zijn beide goed voor content.’

Ophef als verdienmodel

Volgens Van de Pol is dat precies het verdienmodel van veel streamers: ‘Reageren op Pikers uitspraken is vaak gewoon makkelijke content. Wie weet dat een deel van het publiek rechts is, hoeft alleen een clip van Piker te pakken, hem neer te zetten als irritant of gevaarlijk, en de views en inkomsten volgen vanzelf.’

Van de Pol noemt dat cloudfarming: een kettingreactie van ophef, waarin mensen op elkaar reageren zonder nog precies te weten waar het oorspronkelijk over ging. Uiteindelijk profiteert vooral het platform, met meer kijkers, meer engagement en meer advertenties.

Opvallend is volgens hem dat die aanvallen vaak niet alleen tussen kijkers plaatsvinden, maar zich heel gericht op de streamer zelf richten. Polarisatie wordt volgens Van de Pol dan een strijd tussen merken: de streamer als gezicht, de community als achterban.

Amerikaanse kwesties

Voor Van de Pol is Piker vooral interessant omdat hij botst met een aantal diepgewortelde Amerikaanse kwesties: ‘Bij Piker zie je anti-zionisme, pro-Palestina-standpunten, anti-Trumpretoriek, anti-imperialisme en kritiek op kapitalisme. Dat schuurt met een sterk Amerikaans pro-Israëlisch en pro-kapitalistisch sentiment. In zo’n klimaat wordt elk woord, elke clip en elke highlight een provocatie.’

Precies daarom is Piker ook het mikpunt geworden van een bredere discussie. Het gaat dan niet alleen meer over de vraag wat hij zegt, maar ook over wat hij betekent voor partijen, media en het publieke debat.

‘Bij Piker zie je anti-zionisme, pro-Palestina-standpunten, anti-Trumpretoriek, anti-imperialisme en kritiek op kapitalisme’

Dat zie je ook terug in rechtse mainstream media. The Wall Street Journal, Fox News en New York Post gebruiken Piker geregeld als symbool voor wat zij zien als een ontspoorde online linkerflank. De aanval gaat zelden alleen over hem als persoon. Hij fungeert als kapstok voor bredere zorgen over jonge kiezers, progressieve onlinecultuur en de afnemende macht van traditionele media.

Tijdelijk geschorst

Van de Pol wijst erop dat het klassieke debat, hoe gebrekkig ook, nog altijd meer structuur heeft: ‘Er is een debatleider, er zijn afspraken en er zijn grenzen waarbinnen ontsporing kan worden teruggeduwd. Op Twitch ontbreekt dat vaak. Daar botsen mensen volgens hem geregeld zonder voorbereiding of leiding op elkaar, en hoeft er maar één persoonlijke aanval te vallen om het gesprek van de inhoud weg te trekken.’

Ook de infrastructuur erachter is anders. Waar televisie steunt op redactie en begeleiding, ligt die verantwoordelijkheid op Twitch vooral bij de streamer en diens moderators. Die kunnen veel opvangen, maar zijn volgens Van de Pol beperkt wanneer het gaat om bots en gerichte haatcampagnes. Platforms kunnen soms ingrijpen, bijvoorbeeld met IP-bans, maar zwaardere moderatie raakt al snel aan Amerikaanse ideeën over vrijheid van meningsuiting.

‘Het is keiharde marketing’

Dat betekent niet dat Twitch nooit optreedt. Piker is de afgelopen jaren meerdere keren tijdelijk geschorst. Zo kreeg hij in maart 2025 een ban van 24 uur na een uitspraak over senator Rick Scott, waar Newsweek over berichtte. In januari werd hij opnieuw geschorst, nadat hij verwees naar berichtgeving dat politiedienst ICE pro-Palestijnse en anti-ICE-demonstranten zou volgen, waarna hij pro-Israëlische supporters fel aanviel met grove taal en hen onder meer zionist pigs noemde.

Volgens Van de Pol wordt zo’n sanctie op Twitch zelden het einde van een rel. Omdat het platform weinig transparantie geeft over zulke beslissingen, wordt de reden voor een ban vaak meteen onderdeel van een nieuw conflict.

Waarom politici toch komen

Waarom wagen politici dan toch zichzelf te laten zien op Twitch en bij Piker? Omdat daar volgens Van de Pol de doelgroep zit: ‘Het is keiharde marketing, in de Verenigde Staten is de jonge, vaak mannelijke internetgebruiker electorale buit, en Twitch biedt directe toegang tot die groep.’

In oktober 2020 verschenen de Democratische Congresleden Alexandria Ocasio-Cortez uit New York en Ilhan Omar uit Minnesota in een Among Us-stream (een spel) op Twitch, samen met grote streamers als HasanAbi. Daarmee trokken ze in één klap honderdduizenden kijkers. Het werd een blauwdruk voor online politiek bereik. Hierna volgden nog vele politici die zich onder andere door Piker hebben laten interviewen.

Van de Pol ziet daar ook duidelijke voordelen in. Via een live chat kunnen politici direct vragen krijgen, laten zien hoe ze reageren onder druk en een menselijkere indruk achterlaten dan in losse nieuwsclips of ingestudeerde interviews. Maar datzelfde format brengt ook risico’s met zich mee. Een stream kan door bots of een ontspoorde chat net zo snel omslaan van een slim campagnemoment naar een publieke rel.

Volgens Van de Pol zien mainstream media Twitch nog altijd als iets ‘bijzonders’ en grijpen ze bij serieuze verhalen al snel naar de grootste naam. De berichtgeving van AP en The Washington Post over Pikers claim dat hij door Amerikaanse grensbeambten was aangehouden en ondervraagd over zijn politieke opvattingen en Gaza past daar precies in. Zulke verhalen zijn voor de media bijna ideaal, zegt hij, omdat ze tegelijk raken aan platformpolitiek, staatsmacht en framing.

Meer dan links versus rechts

Wie Hasan Piker reduceert tot een simpele tegenstelling tussen links en rechts, mist volgens Van de Pol waarom hij werkt. Zijn bereik draait niet alleen om ideologie, maar ook om vorm. Nieuws komt hier niet binnen als autoriteit, maar als relatie: ik kijk dit met jou. En juist die relatie houdt mensen vast. Niet per se omdat ze het overal mee eens zijn, maar omdat ze samen kijken naar wat er in de wereld gebeurt.

Maar die vorm heeft ook een prijs. Van de Pol zegt het nuchter: ‘Piker maakt ook gewoon fouten. Hij is een mens, zeker als hij niet werkt binnen een journalistiek proces dat zulke fouten corrigeert of afremt.’ Voor Van de Pol past dat in een bredere verschuiving: traditionele media verliezen bereik en gezag, terwijl streamers met een lossere, directere stijl juist wel aansluiting vinden bij jonge kijkers.

Surinaamse oud-president Chan Santokhi (67) overleden

0

De Surinaamse oud-president Chan Santokhi (67) is overleden, vermoedelijk na een acuut hartinfarct in zijn woning in Lelydorp. Hij werd nog met spoed overgebracht naar een ziekenhuis in Paramaribo. Dat meldt de NOS.

Rajendre Khargi, oud-ambassadeur van Suriname in Nederland, reageert geschokt op het overlijden. ‘Het is een klap voor iedereen die Santokhi gekend heeft, vooral omdat het zo onverwacht is’, aldus Khargi, die ook aangeeft dat Santokhi erg sportief was en voortdurend zijn gezondheid in de gaten hield.

De Hindostaanse Santokhi was president van de zomer van 2020 tot medio vorig jaar. Hij nam het roer in Suriname over in een roerige periode. De vorige president, Desi Bouterse, werd vervolgd voor zijn rol bij de Decembermoorden van 1982. Nadat hij werd veroordeeld sloeg Bouterse op de vlucht. Hij overleed in 2024 in ballingschap. Santokhi verloor vorig jaar de Surinaamse verkiezingen van Jennifer Geerlings-Simons, die van dezelfde politieke partij is als wijlen Desi Bouterse.

Oud-president Santokhi studeerde in Nederland en keerde in 1992 terug naar Suriname. Hij nam toen zitting in de regering-Bouterse als minister van Justitie. Later leidde hij onderzoek naar de Decembermoorden.

Kabinet verhoogt bijdrage aan VN-organisatie UNRWA, krijgt straks 19 miljoen euro per jaar

0

Het kabinet-Jetten wil de relatie met VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA herstellen en verhoogt daarom de jaarlijkse bijdrage naar 19 miljoen euro, zo schrijft NRC. Door Israël en de rechtse partijen in het Nederlandse parlement wordt UNRWA, die opereert in de Palestijnse gebieden, als een terreurorganisatie weggezet.

UNRWA werd in de periode na de aanslagen op 7 oktober door veel Kamerleden gezien als een verlengstuk van Hamas. Onder het vorige kabinet-Schoof werd de financiering vanuit Nederland dan ook afgebouwd tot een een miljoen per jaar. Nu wil het kabinet-Jetten de banden herstellen door 19 miljoen euro per jaar bij te dragen aan deze VN-vluchtelingenorganisatie .

‘Het is van groot belang dat alle mogelijke hulp zo efficiënt en effectief mogelijk de mensen in Gaza en in de bredere regio kan bereiken. Het kabinet zet zich dan ook in om via bestaande structuren de hulp te ondersteunen, onder andere via UNRWA. De organisatie heeft de infrastructuur en een netwerk van lokale staf die diensten als gezondheidszorg en onderwijs kunnen verlenen’, schrijft minister Sjoerd Sjoerdsma (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in een Kamerbrief.

D66-parlementariër Mpanzu Bamenga is opgetogen. ‘Met dit besluit herstelt Nederland de financiële steun aan UNRWA en spreekt het kabinet opnieuw duidelijke steun uit voor het werk dat zij doen, ondanks alle tegenwerking en tegenslag. Zo zorgen we dat humanitaire hulp mensen blijft bereiken die dat het hardst nodig hebben.’

Israëlische parlement stemt definitief in met doodstrafwet

0

Het Israëlische parlement heeft ingestemd met een wet die de doodstraf invoert voor moord met een terroristisch motief, bericht NOS. Het voorstel, afkomstig uit de extreemrechtse regeringspartij Otsma Jehudit van Itamar Ben-Gvir, kreeg 62 stemmen voor en 48 tegen. Premier Benjamin Netanyahu was aanwezig bij de stemming en steunde het plan.

Hoewel Israël formeel sinds 1948 de doodstraf kent, is deze sinds de ophanging van de beruchte nazi Adolf Eichmann in 1962 niet meer toegepast. De nieuwe wet verplicht militaire rechtbanken de doodstraf op te leggen aan personen die schuldig worden bevonden aan terroristische moord. De executie moet binnen negentig dagen plaatsvinden en hoger beroep is uitgesloten.

Omdat militaire rechtbanken vooral zaken behandelen van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, verwachten critici dat de wet in de praktijk vrijwel uitsluitend Palestijnse verdachten zal treffen. In reguliere Israëlische rechtbanken blijft levenslang mogelijk, maar de formulering van de wet maakt toepassing op Joodse Israëliërs zeer onwaarschijnlijk.

Mensenrechtenorganisaties en verschillende landen, waaronder Nederland, noemen de maatregel discriminerend en in strijd met internationale normen. Ook de VN-mensenrechtenchef Volker Türk waarschuwde vooraf voor juridische en humanitaire risico’s. De wet moet binnen dertig dagen ingaan, maar tegenstanders zullen voor die tijd wellicht naar het Hooggerechtshof stappen, dat de uitvoering mogelijk kan blokkeren.

Executie-excursie

De nieuwssite The New Arab berichtte eerder dit jaar dat de executies straks zullen worden voltrokken door ophanging, uitgevoerd door drie gevangenisbewaarders. Executieteams bestaan uit vrijwilligers die een gespecialiseerde training krijgen. Israël stuurde eerder dit jaar een delegatie naar een Aziatisch land waar de doodstraf wordt uitgevoerd, om te kijken hoe het executeren van mensen in de praktijk werkt. Vermoedelijk gaat het hier Japan of Singapore, twee Oost-Aziatische landen waar de doodstraf wordt uitgevoerd door middel van ophanging. In Singapore worden relatief veel mensen geëxecuteerd vanwege de strenge anti-drugswetten die deze stadstaat kent.

Itamar Ben-Gvir lobbyt al meer dan drie jaar voor de doodstraf. Aan de Kanttekening vertelde Naomi Mestrum van het CIDI in 2023 dat ze tegen de doodstrafwet is. ‘Natuurlijk deel ik deze zorgen’, zei ze toen. ‘Vanuit joods perspectief is de doodstraf omstreden. Hier zijn praktische en ethische redenen voor. De doodstraf is iets uit de Middeleeuwen, een democratie onwaardig. Je kunt dit oordeel beter aan een hogere macht overlaten.’

Mestrum noemde de doodstraf ook een teken van zwakte en ze geloofde niet dat er van deze straf een afschrikkende werking uitgaat. ‘Je schrikt hier geen terroristen mee af. Zij zijn al bereid om te sterven, worden dikwijls neergeschoten, of komen om tijdens een aanslag. Als ze worden geëxecuteerd dan veranderen ze in martelaren, en dat willen ze juist graag.’

De fundamentalistische organisatie Christenen voor Israël daarentegen had totaal geen moeite met de doodstrafwet, zo liet woordvoerder (en ChristenUnie-lijstduwer in 2023) Sara van Oordt in maart 2023 in een schriftelijke verklaring aan de Kanttekening weten. Ze sprak over ‘eenzijdige morele verontwaardiging tegenover Israël’ en zei dat de islamitische buurlanden van Israël ook de doodstraf kennen en toepassen. Ook hekelde ze de Europese Unie en de Verenigde Naties, die antisemitisme zouden steunen met hun steun voor de Palestijnse Autoriteit.

Moslims, joden en christenen bidden voor ‘wijsheid en medemenselijkheid’

0

Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen heeft een gebed ‘voor wijsheid en medemenselijkheid’ geschreven, voor het gebedsweekeinde van 10 tot en met 12 april.

In dat weekend wordt in kerken, moskeeën, synagogen en andere gebedshuizen dit gebed gebeden, en ook door gelovigen van verschillende religies thuis. Mensen bidden voor recht, wijsheid en moed van de Eerste Kamerleden die de dagen daarna in de senaat zullen discussiëren over de asielnoodmaatregelenwet, voor veiligheid van gevluchte mensen en van hulpverleners.

 

Gebed voor wijsheid en medemenselijkheid

In deze tijd vol onzekerheid bidden we om vertrouwen.
In een tijd van oorlogen bidden we om vrede.
Voor mensen op de vlucht bidden we om veiligheid.

Dankbaar dat wij in vrede en veiligheid mogen leven, bidden wij dat ook anderen daarin mogen delen.

Wij hopen op wijsheid voor degenen die grote verantwoordelijkheden dragen in het openbaar bestuur en in ons parlement.
Geef hun wijsheid om te onderscheiden waarop het aankomt, en moed om daarnaar te handelen.

Laat onze wetten in dienst staan van het recht, met respect voor de menselijkheid van ieder mens, welke papieren die mens ook heeft.
Laat hulpverleners met vertrouwen hun werk mogen doen, zonder angst voor vervolging.

Wij belijden dat onze denkbeelden begrensd zijn, onze horizon altijd beperkt.
Daarom bidden we om inzicht, voor onszelf en voor anderen.

Geef ons oog en hart voor kwetsbare mensen, die anders geen helper hebben.
Geef ons ook begrip voor wie anders denkt dan wij, en laat ons zoeken de ander te verstaan zonder af te schrijven of weg te duwen.

Heer, ontferm U over ons en geef ons vrede.
Amen.

Merz en president Sharaa willen 80 procent Syriërs in Duitsland terugsturen

0

De Duitse bondskanselier Friedrich Merz organiseerde gisteren in Berlijn een persconferentie, samen met de Syrische president Ahmed al‑Sharaa. Daar maakten ze bekend dat ze tachtig procent van de Syriërs in Duitsland willen terugsturen naar Syrië.

Duitsland huisvest met ruim een miljoen mensen de grootste Syrische diaspora binnen de Europese Unie, vooral sinds de vluchtelingencrisis van 2015‑2016. Op dit moment is de situatie in Syrië echter veranderd. Eind 2024 verdreven Syrische rebellen de Syrische dictator Bashar al-Assad, die naar Rusland vluchtte. Ahmed al‑Sharaa is de nieuwe president van het land.

Na een ontmoeting met Sharaa verklaarde Merz dat beide regeringen gezamenlijk werken aan omstandigheden die terugkeer mogelijk maken. Volgens de bondskanselier moet het merendeel van de Syriërs binnen drie jaar kunnen terugkeren. Sharaa sprak in Berlijn over een circulair migratiemodel, waarbij Syriërs kunnen bijdragen aan de wederopbouw zonder hun opgebouwde leven in Duitsland volledig op te geven.

De Syrische president benadrukte dat zijn land grote investeringskansen biedt in onder meer energie, transport en toerisme. Merz kondigde aan dat een Duitse delegatie binnenkort naar Syrië reist om wederopbouwprojecten te bespreken. Wel merkte Merz op dat Syrië een rechtsstaat moet blijven en dat dat een noodzakelijke voorwaarde is voor samenwerking met Duitsland.

Mensenrechtenorganisaties hebben felle kritiek geleverd op Sharaa’s bezoek vanwege zijn verleden als jihadistische strijder en de aanhoudende instabiliteit in Syrië. Ook linkse partijen uitten kritiek, schrijft Die Welt. Zo zei SPD-vicevoorzitter Anke Rehlinger dat het niet verstandig was van Merz om concrete cijfers te noemen voor specifieke tijdsperioden, omdat dit verwachtingen schept hij wellicht niet waar kan maken. Ook benadrukte dat veel Syriërs inmiddels zijn geïntegreerd in de Duitse samenleving en niet zomaar teruggestuurd mogen worden.

Luise Amtsberg, parlementslid voor de Groene Partij en rapporteur voor Syrië en het Midden-Oosten in de commissie Buitenlandse Zaken, was feller in haar kritiek. Ze noemde het optreden van Merz ‘beschamend’: ‘Hij jaagt honderdduizenden Duits-Syriërs de stuipen op het lijf, die de indruk krijgen dat ze Duitsland de komende jaren opnieuw zullen moeten verlaten.’

Schuldenexpert Jamal Oulel: ‘De overheid denkt dat jongeren spaargeld hebben’

Jamal Oulel schreef het boek De schuldenfabriek voor ieder die met schuldenaren en schuldeisers te maken heeft. Met zijn stichting Socialdebt helpt hij jongeren met schulden tot 2.500 euro. 

Hoe amusant hij het ook vond om te doen, het schrijven van het boek De schuldenfabriek was niet zijn idee. Oulel publiceerde regelmatig teksten over Socialdebt op LinkedIn, wat met aandacht werd gelezen door Eva van Drie, redacteur bij uitgeverij Atlas. Zij heeft Jamal Oulel benaderd met de vraag of hij een boek wil schrijven over zijn ervaringen. Dat heeft hij gedaan, maar heeft daarin ook zijn eigen problemen met schulden beschreven. De (negatieve) dingen die hij heeft meegemaakt, hebben deels tot de oprichting van Socialdebt geleid. Zo heeft hij ooit hulp gevraagd bij de gemeente Rotterdam tijdens zijn schuldenperiode, maar hij moest het zelf uitzoeken omdat zijn problemen niet groot genoeg waren. Terwijl uit het boek blijkt dat ingrijpen als de schulden nog te overzien zijn, zo belangrijk is. Socialdebt helpt jongeren wel, maar er zijn een paar voorwaarden aan verbonden. De schuld mag niet hoger zijn dan 2.500 euro én je moet het terugbetalen, maar zonder rente of bijkomende kosten. Met dat geld kan weer iemand anders worden geholpen. En je moet bereid zijn om iets aan je situatie te doen. Je wordt begeleid en indien nodig leer je ook hoe je met geld moet omgaan. Dat heeft niet iedereen thuis geleerd.

Geen lesgeld, geen diploma

‘Veel jongeren komen in problemen omdat ze hun zorgverzekering niet betalen. Daar begint het vaak mee, vooral als ze kerngezond zijn. Als je wat mankeert, is het wat anders. Studerende jongeren hebben meestal zorgtoeslag, maar op het moment dat die gestort wordt, moeten er regelmatig andere dingen worden betaald. De zorgtoeslag wordt in de praktijk ergens anders voor gebruikt, met als gevolg dat er een betalingsachterstand ontstaat.’

Onwetendheid over wat incassobureaus wel en niet mogen doen, speelt ook een belangrijke rol. ‘Sommige incassobureaus doen alsof iets een dagvaarding is. Alleen deurwaarders mogen dagvaardingen betekenen. Boven een dwangbevel staat altijd ‘In naam van de Koning’.’

Iets anders wat veel jongeren niet weten, is dat je er beter aan doet om te verschijnen als je wordt opgeroepen bij de rechtbank omdat je iets niet hebt betaald. Ben je niet aanwezig, dan wordt de vordering vrijwel altijd toegewezen. ‘Naar de rechtbank moeten betekent in de praktijk vaak dat je bijvoorbeeld vrij moet nemen van je stage of niet naar verplichte lessen kunt gaan. Bovendien komt er ook bij dat een rechtbank in de beleving van jongeren iets is voor criminelen. Het woord ‘schulden’ impliceert op de een of andere manier dat je schuldig bent, wat lang niet altijd zo is.’

In het boek geeft Oulel verschillende malen voorbeelden van de ongelijkheid onder studenten aan de hand van twee fictieve personages, Bas en Elisa. Bas’ ouders hebben een goede baan. Hij hoeft geen cent te lenen en kan tijdens zijn studie al beginnen met het leggen van de basis voor een netwerk voor later. Elisa heeft geen hulp van thuis omdat die er niet is. Ze woont zelfstandig, moet zo veel mogelijk werken naast haar studie en belandt desondanks in de schulden. Hebben onderwijsinstellingen voldoende begrip voor het feit dat er steeds meer ouders zijn die hun kinderen niet financieel kunnen helpen en er wel naast de opleiding gewerkt móét worden?

‘Nee, helaas niet. Wat wij bij Socialdebt regelmatig meemaken, is dat studenten die geslaagd zijn voor hun opleiding hun diploma niet krijgen omdat er éérst nog openstaand lesgeld betaald moet worden. In de praktijk gaat het vaak om een paar honderd euro, die de studenten wél hebben als ze dankzij dat diploma een baan vinden. Of er wordt tegen studenten gezegd dat ze niet verder kunnen met hun studie voordat ze het achterstallige lesgeld hebben betaald. Dit zien we vooral bij hbo-instellingen en een enkele keer bij het wo. Tot nu toe niet bij het mbo. Er zijn zelfs rechters die oordelen dat jongeren met hun opleiding moeten stoppen om te gaan werken om hun schulden te betalen. Volgens mij zou het heel goed zijn als mensen in verband met schulden ergens anders zouden moeten verschijnen dan bij de rechtbank.’

Wat Oulel ook verbazingwekkend vindt, is dat de overheid altijd denkt dat mensen spaargeld hebben. Om te sparen moet je geld óver hebben, wat lang niet iedereen heeft. Studerende jongeren zeker niet.

Moeite met lezen

Steeds meer jongeren hebben moeite met lezen. Op de vraag of er een relatie is tussen leesproblemen en schulden reageert Oulel verrassend. ‘Ik zou het vaak eerder een concentratieprobleem willen noemen. Veel jongeren zitten op sociale media en lezen relatief korte teksten. Daar zijn ze aan gewend geraakt en ze hebben moeite om zich te concentreren bij het lezen van langere teksten. Een brief van een incassobureau is iets waarvoor je even rustig moet gaan zitten. Dat lukt niet altijd.’

Oulel benadrukt, ook in zijn boek, dat het hebben van schulden niet alleen een financieel probleem is. Schulden hebben is net zo goed een mentaal probleem. Het vreet aan je. ‘Als je niet zo stressbestendig bent, kan een brief van een incassobureau je uit balans brengen. Laat staan als je tien brieven ontvangt van tien verschillende deurwaarders in verband met tien openstaande facturen. Huur, energie, zorg. Bij Socialdebt zien we veel tunnelvisie onder deurwaarders. Ze kijken uitsluitend naar hun eigen vordering, terwijl als je die vorderingen naast elkaar legt, er een zekere rangorde ontstaat. De huur is belangrijker dan sommige andere facturen.’

Zinloze beslaglegging 

De schuldenproblematiek kost Nederland 8,5 miljard euro per jaar, maar dat is een voorzichtige schatting. Waarschijnlijk ligt het twee tot drie keer zo hoog, want de schade van schulden is niet altijd direct aanwijsbaar. Oulel benadrukt dat beslaglegging vaak zinloos is. ‘Het heeft een enorme impact op de betrokkenen, maar het levert amper tot niets op. Vooral bij jongeren. Meestal brengt het alleen kosten en ellende met zich mee.’

Een van de gevaren voor financieel kwetsbare mensen is het flitskrediet. Daar zitten vaak heel veel haken en ogen aan, die over het hoofd worden gezien op het moment van nood waarop het wordt afgesloten. Ook creditcards kunnen een valkuil vormen. ‘Je kunt er in veel winkels niet mee betalen. Als je er geld mee opneemt, moet je een kleine boete betalen van rond de vijf euro. Toch is het vaak dé redding om het ene gat met het andere te dichten of om even geld te hebben om te eten.’

Digitaal contact

Socialdebt is er voor jongeren tot 27 jaar met een schuld tot maximaal 2.500 euro. Mochten er bijkomende problemen zijn zoals verslaving, dan helpt Socialdebt je door je door te verwijzen naar andere instanties. Als jongeren schulden hebben boven onze norm, dan spelen er vaak ook andere complexe uitdagingen. In een enkel geval is kwijtschelding van de schulden de enige manier om uit de vicieuze cirkel te komen, maar dat doen we liever niet.

Het contact tussen de jongeren die Socialdebt helpt verloopt hoofdzakelijk digitaal. Ze hoeven niet naar een loket of iets dergelijks te komen, maar ze kunnen wel aangeven hoe laat ze gebeld willen worden door hun toekomstige begeleider. Of videobellen.

‘Het is heel belangrijk dat jongeren de controle weer terugkrijgen. Het gevoel van hulpeloosheid moet doorbroken worden. Dat gaat met kleine stapjes. Vaak durf je, als je schulden hebt, een brief of een e-mail niet te openen. Of je durft je telefoon niet op te nemen als je een onbekend nummer ziet. Ze moeten hun zelfvertrouwen terugkrijgen.’

In sommige gevallen leren de jongeren ook (beter) met geld omgaan. Wat moet je wel doen en wat niet? Oulel zegt in zijn boek niet voor niets dat het veel beter zou zijn als bedragen als huur- en zorgtoeslag niet gestort werden op de rekening van de begunstigde, maar rechtstreeks aan de verhuurder of de zorgverzekeraar werden betaald. Dan kom je ook niet in de verleiding om het voor iets anders te gebruiken. De huur en je zorgverzekering moet je immers altijd betalen.

Bedrijven ontdekken Socialdebt

Socialdebt is een stichting, geen winstgevend bedrijf met een heleboel geld. Ze zijn dus afhankelijk van giften. Steeds meer bedrijven ontdekken Socialdebt en zijn bereid de stichting te steunen. Dat doen ze ook vanwege de vier basisprincipes: schaamte doorbreken door jongeren te bereiken, empoweren en motiveren, menselijkheid centraal stellen en vroegtijdig ingrijpen om te voorkomen dat een sneeuwbal een lawine wordt. Vooral door de bijkomende kosten die incassobureaus rekenen, is deze business zeer winstgevend over de rug van mensen met schulden. Er is sprake van een verdienmodel en daarom spreekt Jamal Oulel van ‘de schuldenfabriek’. Het is niet voor niets dat dit de titel van zijn zeer leerzame boek is geworden. Een must voor iedereen die veel met jongeren werkt.

De schuldenfabriek, Jamal Oulel, Business Contact, 160 blz., € 22,99

Israëlische archeoloog Greenberg: ‘Je kunt archeologie niet los zien van politiek’

0

De Israëlische archeoloog Raphael Greenberg zet regelmatig de zaken op scherp met zijn onconventionele visie op archeologie in het Bijbelse land. ‘Kolonisten gebruiken archeologische vondsten om nederzettingen te rechtvaardigen.’

Professor Raphael Greenberg is onlangs met pensioen gegaan als docent aan de Tel Aviv Universiteit, maar dat betekent niet dat zijn kritische stem verloren is gegaan. Greenberg laat regelmatig van zich horen, in academische kringen maar ook daarbuiten. Hij noemt de archeologie ‘inherent politiek’ en ziet dat die momenteel als politiek instrument wordt ingezet, bijvoorbeeld om Palestijnen van hun land te verjagen.

Vorig jaar kreeg hij het aan de stok met Israëls minister van Erfgoed, Amichai Eliyahu, die zijn uitspraken niet in dank afnam. Inmiddels heeft hij veel tijd gehad om na te denken, vertelt hij via een videoverbinding. ‘Ik wil niet zeggen dat dit inherent is aan archeologie in Israël. Ik denk dat archeologie in het algemeen niet los gezien kan worden van politiek.’

Waarom niet?

‘Archeologie heeft vaak te maken met macht. Dit was vroeger al zo. Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden. Dit was een vorm van machtsvertoon, kenmerkend voor het imperialisme van de westerse wereld.

Raphael Greenberg

Archeologen liften mee op die golf, zonder na te denken over hun privileges. Het is voor hen vanzelfsprekend om oudheden te verzamelen waar ze maar willen, ze op te graven en mee naar huis te nemen naar hun musea of privécollecties. Dat is nog steeds zo, ik denk dat dit inherent is aan de archeologie. Als archeoloog ben je afhankelijk van een hogere macht die beslist dat het interessant is om in een bepaald gebied te gaan graven. Wanneer je je opgravingsvergunning krijgt, wanneer je eropuit trekt, wanneer je ervan uitgaat dat je kunt doen wat je wilt, dan maak je gebruik van een privilege dat is opgebouwd onder het kolonialisme.

‘Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden’

Als mijn academische ambities me naar een archief, een bibliotheek of een laboratorium zouden leiden, dan was dat misschien geen probleem. Maar in het geval van archeologie leiden mijn bezigheden me naar de publieke ruimte, naar land dat eigendom is van mensen, bewerkt wordt door mensen, of dat waarde heeft voor andere mensen, verschillende soorten mensen. Dan is alles wat een archeoloog doet een interventie in iemands leven op een bepaald niveau.

Als iemand uit Londen iets gaat opgraven in Sussex, zal dat niet worden gezien als een interventie. Maar als dit gebeurt binnen de context van een conflict, of binnen gemeenschappen met verschillende machtsverhoudingen, dan zie je opeens duidelijk dat archeologie gepolitiseerd is.’

Welke privileges hebben westerse archeologen in Israël en de Palestijnse gebieden?

‘Er is een aanname dat alles in de Bijbelse landen van vitaal belang is voor de westerse beschaving. Dat deze westerse beschaving de erfgenaam is van alle voorgaande beschavingen, omdat die allemaal tot de westerse beschaving hebben geleid.

‘Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij’

Daarom willen we natuurlijk opgravingen doen in de Bijbelse landen en dat is ook interessant, maar de archeologen die dit doen komen voornamelijk uit het Westen. Je zal niet zo snel een Soedanees of een Egyptenaar aantreffen. Bovendien is het allemaal gericht op de Bijbelse geschiedenis. Als we iets anders zouden willen bestuderen, zoals bijvoorbeeld het dagelijks leven, de relatie tussen de omgeving en de mens, of de manier waarop het landschap boeren of stadsbewoners beïnvloedt, dan zou niemand komen. Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij.

Er zijn wel pogingen gedaan om aan deze westerse canon te ontsnappen. Dit deed bijvoorbeeld de wetenschapper William Dever aan de Universiteit van Arizona in de jaren tachtig. Dever wilde zich afzetten van de Bijbelse archeologie en zich concentreren op objectieve, op bewijs gebaseerde interpretaties van archeologisch materiaal. Hij noemde het Syro-Palestijnse archeologie, volgens hem een neutrale, apolitieke term. Niemand kwam erop af. Na een paar jaar werd zijn eigen afdeling aan de universiteit ontmanteld. Zijn studenten waren vertrokken en hij kon nergens financiering voor krijgen.’

Ligt archeologie op de Westbank extra gevoelig, denkt u?

‘Het internationaal recht beschouwt de oudheden van de Westelijke Jordaanoever en de bijbehorende universiteit als bezet gebied. Het behoort toe aan de mensen die in de bezette gebieden wonen, dat wil zeggen de Palestijnen. Noch Israëliërs, noch anderen hebben het recht om die oudheden te onttrekken, ze mee te nemen en ermee te doen wat ze maar willen. Dat is dus heel duidelijk en dit wordt erkend door Israëlische rechtbanken.

Er bestaat wel discussie over Oost-Jeruzalem, dat Israël heeft geannexeerd. Dit heeft niemand behalve Israël zelf erkend.’

Maar er ligt wel een wetsvoorstel om de Israëlische wetgeving inzake oudheden uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever.

‘Dat klopt. Er zijn pogingen om de bevoegdheden van de Israëlische oudheidkundige dienst uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever, om een parallelle oudheidkundige dienst op te zetten, of om Israëlische onderzoekers toe te staan opgravingen te verrichten en deze oudheden mee te nemen naar hun universiteiten om ze te bestuderen. Maar dat is dus in strijd met het internationaal recht en dat biedt weinig ruimte voor nuance.’

Op welke manier beïnvloeden politieke ambities zoals deze de Palestijnen die er wonen?

‘Wat er de afgelopen paar jaar is gebeurd onder invloed van de Gaza-oorlog, is dat de kolonisten en hun aanhangers binnen de Israëlische regering, waaronder de minister van Erfgoed, oudheden zijn gaan gebruiken om land te beheersen.

Dit gebeurde stapsgewijs. Het begon met onderzoek van archeologen naar locaties waar oudheden te vinden zijn. Deze locaties brachten ze in beeld op een kaart, waarop per locatie de periode wordt vermeld. Dit deden ze, zo dachten ze, in dienst van de wetenschap.

Op deze kaart zijn vervolgens locaties gemarkeerd die prioriteit verdienen omdat hier interesse en dus geld voor is. De voorkeur werd gegeven aan Joodse of Bijbelse oudheden boven andere oudheden. Hier zie je dus al dat de archeologie politiek gekleurd begint te raken. Vervolgens werden alleen deze locaties nog op de kaart aangegeven. Op deze kaarten zie je bijvoorbeeld geen moskeeën die tussen de achttiende en twintigste eeuw op de Westelijke Jordaanoever zijn gebouwd.

‘De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is’

Volgens het ministerie van Erfgoed lopen deze locaties gevaar omdat ze in Palestijns gebied liggen. Ze zouden worden aangetast en daarom beschermd moeten worden. Toen kwamen de kolonisten om de hoek kijken, je weet wel, die supergewelddadige expansionistische groepen die nieuwe nederzettingen stichten. Zij gebruiken nu deze kaart met de archeologische locaties om hun aanwezigheid te rechtvaardigen. Ze kunnen hun nederzettingen zelfs vernoemen naar de nabijgelegen plek, zoals de nederzetting die gepland is nabij een archeologische vindplaats genaamd ‘Het altaar van de berg Ebal’, die door de kolonisten wordt toegeschreven aan de verovering van Kanaän door Jozua.

Daarbij doet het er niet veel toe wat er precies op die plek is gevonden, of dat er bewijs is van Joodse aanwezigheid. Het gaat erom dat er nu Arabieren zijn die de geschiedenis schrijven. De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is.’

Wat doet dit met u als archeoloog?

‘Dit vermengt archeologisch onderzoek volledig met de politieke inzet ervan en ik zeg niet dat archeologen daar onschuldig aan zijn. Het is niet zo van: oh, ik deed gewoon mijn werk en plotseling kwamen deze kwaadaardige mensen en namen zij mijn opgraving over. Je wist dat dit zou gebeuren, want je begon met het maken van deze kaart, waarop bepaalde periodes en bepaalde culturele kenmerken prioriteit kregen. Dan kun je niet verbaasd zijn dat de minister van Erfgoed, die lid is van een fascistische en racistische partij Otzma Yehudit, dit vervolgens gebruikt.

We zijn het tijdperk van onschuld voorbij. Archeologen moeten bewuster worden, zich politiek laten bijscholen en begrijpen wat de gevolgen zijn van hun werk.’

Hoe reageert men in Israël op deze boodschap?

‘Ik moet toegeven dat ik in Israël niet erg succesvol ben geweest. Ik denk dat veel mensen het hier stilletjes mee eens zijn, maar het niet hardop zeggen en ik begrijp niet helemaal waarom. Ik bedoel, ik weet dat sommige mensen hun brood verdienen met de steun van ultrarechtse filantropen, ultrarechtse kolonisten en een ultrarechtse regering. Er gaat veel overheidsgeld naar opgravingen. Ik begrijp dat sommige mensen daarvan afhankelijk zijn, maar niet iedereen.

We kunnen er ook voor kiezen, zoals ik heb gedaan, om kleinere projecten te gaan doen. Dingen die minder publieke weerklank hebben en misschien niet op sociale media terechtkomen. Je kunt een ander soort archeologie kiezen. Daar krijg je minder publiciteit mee, maar je geweten zal in ieder geval schoon zijn.’

U heeft wel eens benadrukt dat er nooit een periode is geweest waarin dit stuk land alleen Joods of alleen Arabisch was. Is dat een vredesboodschap?

‘Klopt, er is geen enkele tijd geweest waarin iedereen hetzelfde was, dat er een uniforme cultuur heerste of iedereen dezelfde taal sprak. Er woonden altijd, ook in de Bijbelse periode, verschillende etnische groepen en zij stonden in contact met elkaar.

Dit is een kenmerk van dit deel van de wereld en wat mij betreft ook de krachtigste les die we uit het verleden kunnen trekken: het inzicht dat er altijd beweging van mensen en ideeën is geweest. Dat dit bovendien zeer productief is geweest omdat het culturele diversiteit en creativiteit heeft gecreëerd. Dat zal een zeer krachtige bron van hoop zijn voor de mensen die hier wonen.

Ik wil in dit opzicht nog iets benadrukken. Deze politiek, die archeologie gebruikt om ideeën over Joodse superioriteit tussen de rivier en de zee te promoten, heeft er ook voor gezorgd dat mensen het Palestijnse inheemse bestaan geneigd zijn te zien als iets dat in strijd is met archeologie. Dat zou een grote vergissing zijn. Er zijn niet alleen veel Palestijnse archeologen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, maar de Palestijnse cultuur en de Palestijnen hebben ook een rol gespeeld in de ontwikkeling van de archeologie. Er zijn dus manieren om Palestijnse archeologie te bedrijven die niet zionistisch is en niet als wapen wordt ingezet.’

Is daar ruimte voor?

‘Het is zeker mogelijk, maar je moet afstand doen van allerlei privileges. Dat geldt zeker als je Israëliër bent, maar dat geldt ook voor westerse archeologen die hier komen. Ze moeten zich los kunnen maken van het Bijbelse apparaat en al die ideeën over het Heilige Land. Dat klinkt als zelfmoord voor archeologen in de academische wereld.

‘Het is belangrijk om een standpunt in te nemen’

Een voorstel om bijvoorbeeld een Israëlitische genetische voetafdruk te identificeren die we door de regio heen kunnen volgen, zal altijd eerder financiering krijgen dan onderzoek naar het DNA van een gemeenschap uit de Bronstijd. Het eerste voorstel speelt in op racistisch en essentialistisch denken over etniciteit, groepen en culturen. Wie waren Joods, wie niet? Dit essentialistische denken is hoe racisten de wereld zien.’

Hoe kunt u deze boodschap de wereld in krijgen?

‘Ik kan alleen doen waar ik goed in ben. Ik ben nu gepensioneerd. Dat betekent dat ik geen les meer geef. Ik schrijf nog wel academische stukken en ik heb nog steeds een positie aan de universiteit, waar ik studenten begeleid.

Ik denk dat ideeën kracht hebben. Dingen die je schrijft en die de wereld in gaan, worden opgepikt. Misschien pikken studenten deze ideeën op en gaan ze ermee verder. Het is niet makkelijk. Het kan zijn dat je met deze ideeën niet overal wordt uitgenodigd, of het grote geld bereikt. Dat geldt wellicht ook voor mijn studenten. Maar het is belangrijk om een standpunt in te nemen. Als archeoloog moet je verantwoording af kunnen leggen. Welke privileges heb je, hoe heb je die gekregen en wie lijden hieronder? Dit zijn dingen waarover iedere archeoloog moet nadenken.’

Suggesties over Marokkaanse invloed kunnen wantrouwen vergroten

0

Het artikel Monitor Lange Arm Rabat waarschuwt Kamer voor groeiende Marokkaanse inmenging van 6 maart over vermeende Marokkaanse inmenging vraagt om een reactie, stelt Abderahmane Chrifi: ‘Ik ben in al die jaren nooit onder druk gezet of bedreigd.’

Aan de leden van de Tweede Kamer en betrokkenen bij het maatschappelijk debat,.

Met zorg heb ik kennisgenomen van het artikel waarin anonieme bronnen spreken over vermeende grootschalige inmenging van de Marokkaanse overheid in Nederland. Als iemand die zich al meer dan vijfentwintig jaar inzet voor dialoog, verbinding en wederzijds begrip tussen verschillende gemeenschappen, voel ik de verantwoordelijkheid om hierop op een zorgvuldige en verbindende manier te reageren.

Anonieme bronnen

Laat ik beginnen met te zeggen dat waakzaamheid rondom ongewenste buitenlandse beïnvloeding vanzelfsprekend belangrijk is in een democratische rechtsstaat. Transparantie en bescherming van onze vrijheden zijn waarden die wij allen delen. Tegelijkertijd vraagt dit onderwerp om uiterste zorgvuldigheid, juist omdat het direct raakt aan het vertrouwen tussen mensen, gemeenschappen en instituties.

De aantijgingen die in het artikel worden gedaan, zijn gebaseerd op anonieme bronnen en blijven daardoor moeilijk te verifiëren. Er wordt een beeld geschetst waarin Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond structureel onder druk zouden staan of zelfs bedreigd zouden worden door de Marokkaanse overheid. Vanuit mijn eigen ervaring herken ik mij hier niet in. In al mijn jaren van inzet voor dialoog en samenwerking – vaak juist in gevoelige en complexe contexten – ben ik nooit benaderd, onder druk gezet of bedreigd om een bepaalde richting te kiezen. Sterker nog, in al die jaren ben ik ook nooit mensen tegengekomen, noch heb ik van anderen gehoord, die dergelijke negatieve ervaringen hebben gehad zoals in het artikel wordt geschetst.

Wat mij in het bijzonder raakt, is de manier waarop initiatieven die juist gericht zijn op verbinding, zoals iftarbijeenkomsten tijdens de ramadan, in een verdacht daglicht worden geplaatst. Deze bijeenkomsten zijn in de praktijk momenten van ontmoeting, openheid en bruggenbouw, waar mensen van verschillende achtergronden elkaar vinden in respect en menselijkheid. Het framen van dergelijke initiatieven als mogelijke instrumenten van beïnvloeding doet geen recht aan de oprechte intenties van de vele vrijwilligers en organisatoren die zich hiervoor inzetten.

In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden

Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat dergelijke iftarbijeenkomsten niet alleen door gemeenschappen zelf worden georganiseerd, maar juist ook door Nederlandse organisaties en instellingen. Zo organiseren onder andere politie, marechaussee en gemeenten regelmatig iftars om de verbinding met de samenleving te versterken, wederzijds vertrouwen op te bouwen en het gesprek met burgers aan te gaan. Dit onderstreept dat deze bijeenkomsten breed worden erkend als waardevolle momenten van ontmoeting en niet als instrumenten van beïnvloeding.

Daarnaast baart het mij zorgen dat ook het vertrouwen in Nederlandse gezagsdragers impliciet ter discussie wordt gesteld. Burgemeesters, wethouders en andere publieke functionarissen nemen regelmatig deel aan bijeenkomsten binnen diverse gemeenschappen, juist om de verbinding te versterken en betrokkenheid te tonen. Het suggereert een ongewenste en onterechte verdenking wanneer hun aanwezigheid wordt uitgelegd als mogelijke beïnvloeding of zelfs legitimatie van verborgen agenda’s.

Een dergelijk narratief draagt het risico in zich dat het wantrouwen tussen groepen in onze samenleving verder toeneemt. In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden en aannames die mensen tegenover elkaar kunnen zetten.

Vriendschap sinds 1610

Daarbij is het goed om te beseffen dat de relatie tussen Nederland en Marokko geen recente ontwikkeling is, maar teruggaat tot meer dan vier eeuwen. Sinds het vriendschapsverdrag uit 1610 bestaan er diplomatieke en handelsrelaties tussen beide landen. Door de eeuwen heen hebben deze banden zich ontwikkeld tot een veelzijdige relatie, waarin economische, culturele en menselijke verbindingen centraal staan. Deze lange geschiedenis is geen bijzaak, maar een fundament dat juist uitnodigt tot wederzijds respect en zorgvuldigheid in het heden.

Dat betekent niet dat kritische vragen niet gesteld mogen worden – integendeel. Maar laten we die vragen baseren op verifieerbare feiten, open dialoog en wederzijds vertrouwen, en niet op aannames die moeilijk te toetsen zijn en die het risico dragen om hele gemeenschappen in een verdacht kader te plaatsen.

Mijn oproep is dan ook om het gesprek te blijven voeren op een manier die recht doet aan de complexiteit van onze samenleving, zonder groepen te stigmatiseren of bruggen af te breken die met veel inzet zijn gebouwd.

Laten we blijven investeren in wat ons samenbrengt: respect, openheid en de wil om elkaar te begrijpen.

Paus spreekt zich uit tegen religieuze legitimering van Iranoorlog

0

‘God weigert de gebeden van diegenen die met bebloede handen oorlog voeren.’ Dit zei paus Leo XIV tijdens de zondagsmis op Palmzondag.

De leider van de Rooms-katholieke kerk veroordeelt daarmee indirect de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth, die een gebed van ‘overweldigend geweld’ tegen Iran voorging, zo bericht Deutsche Welle.

‘Broeders en zusters, dit is onze God: Jezus, de Koning van de Vrede, die oorlog afwijst en door niemand kan worden gebruikt om oorlog te rechtvaardigen’, zei Leo tijdens de mis. ‘Hij luistert niet naar de gebeden van degenen die oorlog voeren, maar wijst die af en zegt: ‘Ook al bidt u veel, Ik luister niet: uw handen zijn met bloed bevlekt.” De paus wil dat er zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komt tussen de oorlogsvoerende landen.

De verhoudingen tussen de Rooms-katholieke Kerk en Israël zijn sinds kort weer gespannen. Gisteren verhinderde de Israëlische politie de viering van de Rooms-katholieke Palmzondagmis, die geleid zou worden door de Latijnse patriarch van Jeruzalem.

Deze actie leidde tot een diplomatiek conflict met Italië. De Italiaanse minister-president Giorgia Meloni noemde het optreden van de politie ‘een belediging, niet alleen voor gelovigen maar voor elke gemeenschap die godsdienstvrijheid erkent’. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Antonio Tajani zei dat hij de Israëlische ambassadeur in Italië op het matje had geroepen over de zaak.