10.4 C
Amsterdam
Home Blog

Trump wil ziekenhuisschip naar Groenland sturen, voor de ‘vele zieke mensen’ daar

0

De Amerikaanse president Donald Trump heeft aangekondigd dat hij een ziekenhuisschip naar Groenland wil sturen, om ‘de vele zieke mensen daar te verzorgen’. Dit schrijft Trump in een bericht dat hij deelde op zijn sociale-media-platform.

Volgens Trump werkt hij samen met de gouverneur van Louisiana om het schip te laten uitvaren. De post gaat gepaard met een AI-afbeelding van een schip dat lijkt op de USNS Mercy, een ziekenhuisschip van de Amerikaanse marine. Het is onduidelijk of dit schip ook echt onderweg is, schrijft het AD.

Groenland, een grotendeels autonoom Deens gebied met een universeel en gratis gezondheidszorgsysteem, wees het aanbod echter af. Volgens premier Jens-Frederik Nielsen is externe medische hulp niet nodig, omdat inwoners al goede zorg ontvangen. Denemarken benadrukte eveneens dat het eiland geen extra ziekenhuisschip nodig heeft.

De aankondiging komt te midden van langdurige spanningen rondom Groenland, sinds Trump interesse heeft getoond in het eiland. Hij wilde Groenland kopen, overnemen of in ieder geval scharen onder de Amerikaanse invloedssfeer. Inmiddels is een overname uitgesloten. Dat de gemoederen nog niet zijn gesust, blijkt uit deze laatste diplomatieke rel.

Halsema: Amsterdam moet meer doen om drugsverslaafde Oost-Europeanen terug te sturen

0

Amsterdam moet meer doen om buitenlandse drugsverslaafden terug te sturen naar hun land van herkomst, vindt burgemeester Femke Halsema.

‘Dat kan, en we doen het ook al. Maar we moeten het misschien op een grotere schaal gaan doen.’ Dit zei ze tijdens Het Gesprek met de Burgemeester, dat afgelopen vrijdag door AT5 werd uitgezonden.

De burgemeester sprak met de Amsterdamse nieuwszender over de vele drugsverslaafden in de stad. Volgens haar hebben veel verslaafden heroïne ingeruild voor crack, een drug waartegen de gemeente Amsterdam hen minder goed kunnen beschermen, aldus Halsema.

Onder de verslaafden zijn veel mensen uit het buitenland, waarvan een groot aantal uit Oost-Europese landen, zei de burgemeester ook. ‘Ze zijn aan lager wal geraakt en vaak dakloos.’

Oost-Europese gastarbeiders belanden ook in andere grote steden regelmatig op straat. Hun onderkomen is vaak gekoppeld aan de arbeid die ze verrichten. Als het werk plotseling ten einde komt verliezen ze ook hun verblijf en belanden ze op straat. Terugkeer naar Oost-Europa is niet altijd een optie voor deze arbeiders, omdat ze geen geld hebben, of omdat het thuisfront verwachtingen van hen heeft.

Halsema geeft toe dat de gemeente Amsterdam repatriëring niet kan afdwingen. ‘Ze moeten er wel aan meewerken, want het zijn Europeanen, soms met lichte druk, maar mensen moeten wel meewerken.’

Toch vindt de burgemeester dat er meer gedaan moet worden. Zo kunnen ze in ieder geval van straat gehaald worden. Ook kan de gemeente hen helpen op het gebied van gezondheid, zodat ze niet drukken op allerlei voorzieningen, legt Halsema uit in het interview.

Duitsland wil vrijlating Deutsche Welle-journalist in Turkije

0

Duitsland wil dat de kritische Turkse journalist Alican Uludag, die voor Deutsche Welle werkt als Turkije-correspondent, onmiddellijk wordt vrijgelaten. Hij is opgepakt op verdenking van ‘belediging van de president’. Dat meldt de nieuwssite Turkish Minute.

De arrestatie zou volgens Deutsche Welle verband houden met een bericht dat Uludag anderhalf jaar geleden op X (waar hij meer dan een kwart miljoen volgers heeft) zou hebben gedeeld. In dat bericht uit hij kritiek op maatregelen van de Turkse regering waardoor ‘terroristen van Islamitische Staat’ zouden zijn vrijgelaten. Ook beschuldigde hij de regering van corruptie.

‘Journalistiek is geen misdaad’, zegt de Duitse minister voor Cultuur Wolfram Weimer in een verklaring over de arrestatie. Volgens hem heeft de arrestatie geen ‘juridische grond’ en eist hij onmiddellijke vrijlating. ‘Deutsche Welle en haar medewerkers moeten vrij en onafhankelijk kunnen werken in Turkije’, aldus Weimer.

Ook de Duitse regeringswoordvoerder Sebastian Hille uitte ‘diepe zorgen’ over de arrestatie. ‘Journalisten moeten hun werk zonder angst of represailles kunnen doen’, aldus Hille, die eraan herinnerde dat persvrijheid in Turkije al jarenlang een internationaal zorgpunt is.

Het is niet de eerste keer dat Turkije en Duitsland botsen over opgepakte journalisten. Bekend is de hoogoplopende ruzie over de Duits-Turkse journalist Deniz Yücel, wiens arrestatie een jaar lang (2017-2018) de bilaterale relaties verzuurde.

 

Amerikaanse ambassadeur vindt Israëlische expansie tot Eufraat en Nijl ‘prima’

0

Volgens de Amerikaanse ambassadeur voor Israël Mike Huckabee zou het ‘prima’ zijn als Israël een groot deel van het Midden-Oosten zou innemen. Dit zei hij in een interview met Tucker Carlson. De islamitische wereld staat op zijn achterste benen en heeft de uitspraken veroordeeld. Dat meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

In het interview gaat het over eerdere uitspraken van de ambassadeur over Israël en de Bijbel. Huckabee zou daarbij hebben verwezen naar het boek Genesis, waarin het Israëlische volk van God het land van de Nijl tot aan de Eufraat toebedeeld krijgt. ‘Dat is eigenlijk bijna het hele Midden-Oosten’, zegt Carlson tegen de ambassadeur, die aandachtig luistert. Carlson somt verder op: ‘Libanon, Israël, Syrië, Jordanië, een groot stuk van Saoedi-Arabië en Irak…’, waarop Huckabee hem onderbreekt. ‘Ik weet niet zeker of het zo ver reikt’, zegt hij.

Daarna herhaalt de ambassadeur de bijbelse belofte van God aan het ‘uitverkoren’ Israëlische volk. Wanneer Huckabee verder wil praten over ‘christelijk zionisme’, laat Carlson hem niet gaan. Hij wil weten of Israël recht heeft op het hele Midden-Oosten?

‘Het zou prima zijn als ze het helemaal zouden innemen’, is het antwoord van de Amerikaanse ambassadeur tijdens het interview.

Vanuit de islamitische wereld kwam een scherpe veroordeling in een gezamenlijke verklaring, die zondag werd gepubliceerd. De verklaring is ondertekend door de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Jordanië, Indonesië, Pakistan, Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, Koeweit, Oman, Bahrein, Libanon, Syrië, de Palestijnse Autoriteit, evenals de Organisatie voor Islamitische Samenwerking, de Arabische Liga en de Samenwerkingsraad van de Golf.

Huckabee, een uitgesproken christenzionist, beschuldigde Carlson na de storm van kritiek van ‘montage’. Hij stelde dat zijn uitspraken niet volledig zijn uitgezonden. ‘De versie die Tucker op X heeft geplaatst, heeft mijn volledige reactie weggelaten. Voor velen van ons is de waarheid belangrijk. Blijkbaar niet voor Tucker. Triest’, aldus Huckabee.

‘Het extreemrechtse gedachtegoed van FvD wordt steeds normaler’

0

Forum voor Democratie groeit stevig door en schuift ideologisch verder op. Politicoloog Sarah de Lange en journalist Harm Ede Botje waarschuwen dat de partij niet alleen radicaliseert, maar extreemrechts inmiddels actief normaliseert.

Forum voor Democratie is niet langer een marginaal verschijnsel. De partij doet het goed in de opiniepeilingen, neemt in meer dan honderd gemeenten deel aan de gemeenteraadsverkiezingen van maart en heeft met Lidewij de Vos een partijleider die veel rechtse kiezers blijkbaar aanspreekt. Politicoloog Sarah de Lange en journalist Harm Ede Botje vinden dat een zorgelijke ontwikkeling. Extreemrechts wordt genormaliseerd.

Botje volgt FvD al jaren en schreef in 2020 met collega-journalist Mischa Cohen de biografie Mijn meningen zijn feiten over voormalig partijleider Thierry Baudet. Voor hem komt de huidige zichtbaarheid niet als verrassing. ‘Baudet heeft jarenlang aan een kader gebouwd. Dat zie je nu allemaal op tafel komen’, zegt hij. ‘In 2019 hing er nog een zweem van geheimzinnigheid om de partij heen, met al die zomerscholen enzovoort. Nu is het openlijker en explicieter. Forum voor Democratie is niet slechts een politieke partij, het is een beweging.’

Die beweging timmert flink aan de weg. FvD doet in meer dan honderd gemeenten mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. Dat de partij dit kan doen, is volgens Botje niet alleen te danken aan nieuwe gezichten binnen de partij, maar ook aan een pushfactor, namelijk teleurgestelde PVV-kiezers die een andere partij zoeken. ‘Deze kiezers op rechts zitten in een silo’, zegt hij. ‘BBB, FvD, JA21 en PVV vissen in elkaars vaarwater. Kiezers die op deze ultrarechtse partijen stemmen, lijken niet snel meer terug te keren naar een traditionele middenpartij.’

Van radicaal naar extreemrechts

Politicoloog Sarah de Lange ziet dat FvD de afgelopen jaren een duidelijke ideologische verschuiving heeft doorgemaakt. ‘Steeds meer wetenschappers classificeren FvD als extreemrechts, niet langer als radicaal rechts’, zegt ze. ‘Dat heeft te maken met hun discours, hun omgang met de democratische instituties en hun banden met extreemrechtse buitenparlementaire groepen.’

Die banden zijn niet nieuw, benadrukt De Lange. ‘FvD had altijd al contact met extreemrechtse organisaties als de NVU, Voorpost en de Geuzenbond. Maar wat wel nieuw is, is dat mensen met dat verleden nu op hoge plekken op de lijsten staan. Vroeger werden ze er nog afgehaald. Nu doet FvD dat niet meer. Dat is een vorm van normalisering.’

Thierry Baudet, oprichter en voorzitter van Forum voor Democratie. Beeld: Wikimedia Commons

Forum voor Democratie bouwt aan een nieuwe zuil. De beruchte Vrijmoedige Studenten Partij is officieel geen FvD-organisatie, maar de personele overlap is groot. Verder sticht FvD eigen scholen en kun je Ongehoord Nederland zien als een FvD-omroep. ‘Ze zijn onderdeel van een bredere tegenbeweging’, zegt De Lange. ‘FvD wil niet primair via het parlement invloed uitoefenen, maar via een parallelle samenleving: eigen media, eigen bedrijven en eigen jongerenorganisaties.’

Volgens De Lange gelooft FvD niet langer in het parlementaire proces. ‘Ze trekken de soevereiniteit van parlement en regering in twijfel, en daarmee ook de legitimiteit van meerderheidsbesluiten. Termen als “tribunalen”, waar volgens FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen de verantwoordelijken voor het coronabeleid moeten worden berecht, passen in dat patroon.’ Ook wijst De Lange op de veroordeling van Kamerlid Gideon van Meijeren voor opruiing, omdat hij hintte dat het ‘volk’ net als in de Verenigde Staten misschien het parlement zou bestormen.

‘Als je het systeem volledig afschrijft, kan geweld als enige optie worden gezien’

Forum voor Democratie zaait wantrouwen tegen de democratische instituties. Dat resoneert bij een specifieke groep kiezers. ‘FvD trekt de meest wantrouwige kiezers aan’, aldus De Lange. ‘Het zijn mensen die geloven dat het hele systeem corrupt is: de media, de wetenschap, de rechters en zelfs de verkiezingen. Dat maakt de kiezers vatbaar voor radicalisering. Als je het systeem volledig afschrijft, kan geweld als enige optie worden gezien.’

Veel lokale partijen sluiten FvD nu uit als mogelijke coalitiepartner vanwege extreemrechtse mensen op de lijst. ‘Maar besturen is niet het doel van FvD’, zegt De Lange. ‘De partij wil een tegenbeweging vormen. En deze tegenbeweging wordt steeds groter.’

Ideologische trainingskampen

Een belangrijke positie in deze tegenbeweging neemt JFVD in, de jongerenorganisatie van FvD. JFVD organiseert elk jaar fysiek intensieve, ideologisch geladen trainingskampen. JFVD’ers gaan boogschieten, worstelen en spelen soldaatje met elkaar. Ook worden ze geschoold in extreme theorieën. Critici bestempelen deze lichaamscultuur, deze ideologische indoctrinatie en deze militarisering als fascistisch, maar De Lange ziet een andere ideologische lijn. ‘Het gaat hier om accelerationisme, het idee dat spanningen tussen groepen onvermijdelijk tot een burgeroorlog leiden en dat je je daarop moet voorbereiden. JFVD’ers beginnen deze oorlog niet zelf, maar willen klaarstaan om terug te slaan.’

‘Zij sloegen daadwerkelijk toe. JFVD richt zich op weerbaarheid’

De parallellen met de terroristen Anders Breivik en Brenton Tarrant zijn volgens haar zichtbaar, maar niet één op één. ‘Zij sloegen daadwerkelijk toe. JFVD richt zich op weerbaarheid.’ Wel is er in JFVD-kringen bewondering voor deze twee extreemrechtse terroristen. Zo noemde Timon Busscher, nummer drie op de Haagse FvD-lijst, Breivik en Tarrant ‘het goddelijke duo’.

Joods wereldcomplot

Een opvallende verschuiving is de manier waarop FvD over Joden en Israël spreekt. Waar uiterst rechts in het eerste decennium van het nieuwe millennium toenadering zocht tot Israël, ziet De Lange nu een tweesporenbeleid. ‘De staat Israël wordt nog steeds gepresenteerd als voorpost tegen de islam, ook door FvD’ers, maar tegelijk duiken klassieke antisemitische complotten op. De antisemitische retoriek over miljardair George Soros is inmiddels aangevuld met ideeën over een Joods wereldcomplot’, zegt ze. ‘Dat zie je niet bij alle uiterst rechtse partijen. Rassemblement National in Frankrijk wil regeren en vermijdt dit soort retoriek. Maar FvD doet dit niet.’

FvD kijkt volgens De Lange nadrukkelijk naar de Amerikaanse alt-right en naar president Donald Trump. Dat zie je terug in de anti-antifamotie die FvD indiende, vlak na Trumps aanvallen op antifa. Ook in de vijandigheid richting vrouwen, lhbtq-personen en diversiteit in het algemeen volgt FvD het Amerikaanse voorbeeld. ‘Dit gaat verder dan antifeminisme’, zegt ze. ‘Het is een bredere afwijzing van diversiteit zelf.’ De Lange wijst hier opnieuw op het fenomeen normalisering. De anti-antifamotie haalde een parlementaire meerderheid dankzij steun van de VVD. ‘Het extreemrechtse gedachtegoed van FvD wordt steeds normaler.’

‘Extreemrechts vormt de grootste dreiging’

De vraag of FvD verboden kan worden omdat de partij een bedreiging vormt voor de democratie, is volgens De Lange prematuur. De nieuwe Wet op de politieke partijen moet eerst worden aangenomen en die kijkt vooral naar gedrag, niet naar politieke standpunten. ‘FvD voldoet op dit moment niet aan de criteria voor een verbod’, zegt ze. ‘En zo’n maatregel moet altijd uiterst zorgvuldig worden overwogen.’

Volgens De Lange is de dreiging vanuit extreemrechts momenteel aanzienlijk groter dan die vanuit extreemlinks. Dat blijkt uit recente rapporten van de AIVD en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). ‘De veiligheidsdiensten zijn hier heel duidelijk over’, zegt ze. ‘Extreemrechts vormt de grootste dreiging.’

Lees ook:

‘Denk niet te lichtvaardig over Forum voor Democratie’

Op filmfestival Berlinale gaat het toch over politiek

0

Berlijn, februari 2026. Een Palestijnse filmmaker met een keffiyeh betreedt het podium en zegt de Duitse regering, recht in het gezicht, dat zij een partner is in genocide. Een Turkse regisseur wint de Gouden Beer voor een film over kunstenaars die hun baan verliezen omdat ze zich online uitspreken. De film is opgenomen in Duitsland, niet in Turkije, omdat de dreiging, zo suggereert hij, ook hier is. De juryvoorzitter had filmmakers gevraagd zich buiten de politiek te houden. Het festival had twee weken lang om het vuilste conflict ter wereld heen gelopen. Het kostte de winnaars tien minuten om dat alles onderuit te halen.

Juryvoorzitter Wim Wenders’ openingsoproep — dat filmmakers ‘zich buiten de politiek zouden moeten houden’ — was niet naïef. Het werd gezien als toegeven aan druk van de Duitse staat, en het culturele establishment wist dat. Festivaldirecteur Tricia Tuttle verdedigde daarna de vrije meningsuiting, maar ontmoedigde tegelijk stilzwijgend politieke vragen op persconferenties. Dat stelde niemand tevreden.

Het festival had twee weken lang om het vuilste conflict ter wereld heen gelopen

Arundhati Roy trok haar film terug. ‘Het is een manier om een gesprek over een misdaad tegen de menselijkheid te stoppen terwijl die zich in real time voor onze ogen voltrekt… Als de grootste filmmakers… niet kunnen opstaan en dat zeggen, moeten zij weten dat de geschiedenis hen zal oordelen’, zei zij.

Meer dan 80 kunstenaars, onder wie Tilda Swinton, Javier Bardem, Mike Leigh, Ken Loach, Lukas Dhont en Mark Ruffalo, ondertekenden een open brief. Daarin beschuldigden zij de Berlinale ervan stemmen over Gaza te ‘censureren’ en wezen zij erop dat het festival zonder aarzeling ‘duidelijke verklaringen’ over Oekraïne had afgelegd.

De dubbele standaard viel iedereen op. Toen de Palestijns-Syrische regisseur Abdallah Alkhatib zijn prijs voor Beste Debuut in ontvangst nam voor zijn film Chronicles of the Siege, terwijl zijn producent een Palestijnse vlag vasthield, en verklaarde dat de Duitse regering ‘partners in genocide in Gaza’ waren, mislukte het depolitiseren van het festival niet alleen, het keerde live op het podium tegen het festival zelf.

Dit gaat niet alleen over Turkije

De winnaar van de Gouden Beer, de Turkse regisseur Ilker Çatak met Yellow Letters, is het stille maar scherpe moment van de avond. De film speelt zich af in Ankara en is opgenomen in Duitsland. We volgen Derya en Aziz — een getrouwd acteur en toneelschrijver — die hun banen, hun huis en de basis van hun leven verliezen nadat Aziz online kritische berichten plaatst. De Turkse staat zet hem niet gevangen. Ze doet iets subtielers: ze wist hem economisch, sociaal en professioneel uit. Hij wordt ‘gecanceld’ in een leegte. Hun dertienjarige dochter Ezgi krijgt de gevolgen te dragen.

Eerder op het festival had Çatak al gezegd: ‘Dit gaat niet alleen over Turkije. Het gaat over Duitsland, Mexico — hoe we waarden beschermen en samen blijven.’ Tijdens de prijsuitreiking was zijn producent Ingo Fliess nog duidelijker: ‘De echte dreiging is niet onder ons. Het zijn de autocraten. Het zijn de rechtse partijen. Het zijn de nihilisten van onze tijd.’

Ook de toespraak van de Turkse regisseur Emin Alper, die de Zilveren Beer – Grote Juryprijs won voor zijn film Salvation (Kurtuluş), was krachtig.

Hij noemde de ergste vorm van eenzaamheid: lijden terwijl de wereld wegkijkt. Hij sprak zijn solidariteit uit met Palestijnen in Gaza, met Iraniërs onder een theocratie, met Koerden die al een eeuw voor hun rechten strijden, en met vrienden die jarenlang in Turkse gevangenissen zitten.

Çatak koos Duitsland, zo lijkt het, bewust als setting. De boodschap is duidelijk: repressie beperkt zich niet meer tot verre landen, maar strekt zich ook uit tot delen van het Westen. Ja, dit ging ook over het Duitsland van vandaag.

Verstikkende sfeer

Sinds oktober 2023 voert de Duitse regering een van de strengste campagnes in West-Europa om kritiek rond de Gaza-oorlog te beperken. Kritiek op het Israëlische militaire optreden wordt vaak direct als antisemitisme bestempeld. Dat heeft geleid tot een verstikkende sfeer in de academische wereld, de cultuursector en de media.

Kritiek op het Israëlische militaire optreden wordt vaak direct als antisemitisme bestempeld

De cijfers zijn duidelijk. Meer dan 500 pro-Palestijnse demonstraties werden tussen 2023 en 2025 in Duitse steden verboden of beperkt. Universiteiten zoals Hamburg, Bochum en de Vrije Universiteit Berlijn schorsten of ontsloegen academici — ook Joodse wetenschappers — omdat zij oproepen tot een staakt-het-vuren ondertekenden of spraken op bijeenkomsten. De directeur van een Joods cultureel centrum in Berlijn verloor haar functie nadat zij opriep tot bescherming van burgers in Gaza. Een enquête uit 2024 liet zien dat 40 procent van de Duitse academici zichzelf censureert op de kwestie Israël-Palestina. Een rapport van Amnesty International uit 2025 stelde dat 60 procent van de culturele werkers bang was voor professionele gevolgen na publieke uitspraken.

Dit is geen veiligheidsbeleid. Dit is de leegte die Alpers film laat zien: het langzaam laten verdwijnen van ongewenste stemmen, niet door opsluiting, maar door werkloosheid, zwarte lijsten en het gebruiken van schuldgevoel als wapen.

Duitsland, ooit het voorbeeld voor de wereld over de prijs van het onderdrukken van afwijkende meningen, herhaalt de les die het juist had moeten leren. De filmmakers op dat podium begonnen geen controverse. Ze gaven er een naam aan.

100% halal: er is nog een lange weg te gaan

0

De lange achterwand van de slagerijafdeling van de nieuwe Syrische supermarkt was rood betegeld. Hadden ze de rode tegels van een vorige gebruiker geërfd? Vond de winkelier rood een mooie kleur voor tegels? Of was hier een geraffineerd trucje uit marketingboeken toegepast, waarbij mensen die naar rode tegels kijken zin in meer vlees krijgen aan de wand getegeld? Wie zal het zeggen.

Op de wand stond ook met, ik kan het geen koeienletters noemen, hooguit met schapenletters, de tekst 100% halal. Voor echt halal was je hier aan het juiste adres. Hier is het 100 procent. Nu heb ik nergens het bordje 95% halal gezien. Overigens bestaat 95, 75, 55 of 35 procent halal niet. Het is alles of niets. Het is halal. Anders is het haram.

Een dier moest ook een waardig leven hebben

De technische kaders hiervan zijn dat het halal-dieren moeten zijn die ritueel geslacht moeten zijn. We hebben het dan over herkauwende grazers: rund, schaap, geit, kameel, buffel, hert en gazelle. Pluimvee is ook halal wanneer het halal geslacht is. Vleesetende dieren als bijvoorbeeld leeuw en tijger en roofvogels zijn haram. Een kudde leeuwen hoeden lijkt me vrij lastig. De islam is geen moeilijke religie. Ook reptielen zijn haram. Verder zijn varken en bloed expliciet haram.

Alle dieren uit de zee zijn halal. Sommige stromingen vinden sommige zeedieren niet halal.

Het bord aan de wand met 100% halal is overbodig. Halal is voldoende. Voor minder dan 100 procent doet de vrome gelovige het toch niet.

Maar er is meer dan het puur technische verhaal. Het gaat niet alleen om de soort van het dier en de manier van slacht. Ook wat voor leven het dier heeft gehad, is belangrijk. Er zijn voldoende overleveringen van de profeet Mohammed (s.a.s.) over het omgaan met dieren. Lastdieren mochten niet te veel bepakt worden. Een dier moest ook een waardig leven hebben. Tegenstanders vonden dat hij met zoveel rechten voor dieren kwam dat dieren binnenkort gelijkgesteld zouden worden met mensen.

Echt halal is niet alleen het juiste dier dat op de juiste wijze is geslacht. Dat is het juiste dier dat een juist leven heeft gehad en op de juiste wijze is geslacht. Dat is pas 100 procent halal. Daar is nog een lange weg in te gaan.

‘Koppel aanhangers van de sjah niet aan intimidatie’

0

In het artikel We worden lastiggevallen door Pahlavi-aanhangers, zeggen deze Iraanse Nederlanders wordt gesproken over ‘monarchisten’ of ‘aanhangers van de voormalige sjah’ in samenhang met strafbaar gedrag. Dat wekt de indruk van collectieve verantwoordelijkheid, aldus de schrijver van een ingezonden reactie.

Met aandacht heb ik (de naam van de schrijver is bekend bij de redactie, red.) uw uitgebreide artikel gelezen over vermeende intimidatie door Pahlavi-aanhangers. Intimidatie, doxing en bedreiging zijn ernstige feiten en dienen te worden onderzocht en vervolgd wanneer zij strafbaar blijken. Daarover kan geen twijfel bestaan. Tegelijkertijd roept uw artikel fundamentele vragen op over formulering, context en evenwicht.

1. Collectieve framing van ‘monarchisten’

In het artikel wordt herhaaldelijk gesproken over ‘de monarchisten’ of ‘aanhangers van de voormalige sjah’ in directe samenhang met strafbaar gedrag. Hierdoor ontstaat de indruk van collectieve verantwoordelijkheid.

Een politieke overtuiging kan niet automatisch worden gelijkgesteld aan strafbare handelingen van individuen. Binnen de Iraanse diaspora bestaat een brede diversiteit aan achtergronden en opvattingen. Het impliciet koppelen van een volledige politieke stroming aan intimidatie draagt bij aan polarisatie en doet geen recht aan die diversiteit.

2. Ontbreken van hoor en wederhoor

In het artikel worden ernstige beschuldigingen geuit door meerdere geïnterviewden. Er lijkt echter geen ruimte te zijn geboden aan personen met monarchistische sympathieën om inhoudelijk op deze beschuldigingen te reageren.

Hoor en wederhoor vormen een essentieel journalistiek principe. Wanneer uitsluitend één perspectief wordt weergegeven, ontstaat een onevenwichtig beeld.

3. Vermenging van politieke standpunten met strafbare feiten

In het artikel worden geopolitieke standpunten, zoals steun voor Israël of steun voor regime change, indirect verweven met de beschuldigingen van intimidatie.

‘Ook monarchistisch georiënteerde Iraniërs maakten bedreigingen en sociale druk mee’

Politieke opvattingen over internationale conflicten vormen op zichzelf geen aanwijzing voor betrokkenheid bij strafbare feiten. Het koppelen van dergelijke standpunten aan doxxing of intimidatie vervaagt het onderscheid tussen politieke overtuiging en crimineel handelen.

4. Verwijzing naar de zaak in Canada

Uw artikel verwijst naar de zaak rond Masoud Masjoudi en noemt zijn overlijden onder verdachte omstandigheden. Voor zover publiek bekend is, onderzoekt de Canadese politie de zaak nog en is er geen definitieve, officieel vastgestelde conclusie over de omstandigheden van zijn overlijden gepubliceerd.

Daarnaast zijn in eerdere Canadese gerechtelijke procedures meerdere door hem aangespannen zaken juridisch onvoldoende onderbouwd bevonden. Deze juridische context is relevant wanneer zijn naam in een politiek beladen kader wordt genoemd.

5. De bredere context binnen Iran zelf

Tijdens recente protesten in Iran hebben demonstranten openlijk steun uitgesproken voor oppositiefiguur prins Reza Pahlavi. Het is daarom onzorgvuldig om sympathie voor een bepaalde oppositiefiguur impliciet te verbinden aan intimidatie of extremisme. Veel mensen die deze politieke positie innemen, doen dat vanuit verzet tegen het huidige regime en niet vanuit de intentie om anderen het zwijgen op te leggen.

Bovendien hebben ook monarchistisch georiënteerde Iraniërs te maken gehad met bedreigingen en sociale druk, zowel online als offline. Deze ervaringen verdienen eveneens aandacht binnen een evenwichtige journalistieke benadering.


Naschrift

In het artikel gaat het om specifieke Pahlavi-aanhangers die worden beschuldigd van doxing; nergens wordt gesuggereerd dat dit voor alle aanhangers van de sjah geldt. Eveneens wordt in het artikel vermeld dat de Canadese politie de zaak rond Masoud Masjoudi nog onderzoekt.

Wij onderschrijven het belang van objectiviteit. Het stuk is daarom vooraf voorgelegd aan deskundigen, die vanwege de spanningen binnen delen van de Iraanse diaspora, anoniem willen blijven. Zij bevestigen echter het in dit artikel geschetste beeld. Met de twee hoofdverdachten van de intimidatiecampagne is geen contact opgenomen. Dat vonden we onverstandig vanwege de veiligheid van de slachtoffers. Het gaat ons om hun verhaal.

Na 40 jaar migrantenkiesrecht is de politieke emancipatie nog niet klaar

0

In het Stefanus Theater in Utrecht gaan betrokkenen met elkaar in gesprek. Wat heeft veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten nu eigenlijk opgeleverd?

Een open samenleving waarin iedere burger meetelt, dat was de belofte die migranten in 1985 kregen bij de invoering van het lokaal kiesrecht. De politieke participatie nam sindsdien toe, maar het gevoel van uitsluiting verdween niet. Vooral onder de tweede generatie en jongeren lijkt het vertrouwen in instituties af te nemen.

Die spanning tussen belofte en werkelijkheid staat centraal in het Stefanus Theater in de Utrechtse wijk Overvecht. Professionals, politici en buurtbewoners komen er samen voor een bijeenkomst van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN). De vraag van de avond: wat heeft veertig jaar gemeentelijk kiesrecht ons gebracht?

‘Als je elkaar opzoekt en in gesprek gaat, kun je samen werken aan gelijke rechten en kansen’, zegt Joke Verkuijlen uit Zaltbommel. Als voorzitter van de Stichting Landelijke Werkgroep Mudawwanah is zij al jarenlang betrokken bij de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Met haar stichting zet zij zich in voor de emancipatie en participatie van Nederlanders met een migratie- of vluchtelingenachtergrond.

‘Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen’

Verkuijlen: ‘Ik ben geraakt en diep onder de indruk van de betrokkenheid en inzet van mensen in de zaal, zowel maatschappelijk als politiek gebied. Er heerst vermoeidheid, omdat er minder vertrouwen is in de politiek. Tegelijkertijd zie ik ook een verandering waarbij veel mensen het belang inzien om te gaan stemmen.’

‘De kansen op de arbeidsmarkt zijn niet gelijk verdeeld, en jongeren worden afgewezen voor stageplekken en banen’, zegt Verkuijlen. ‘Dit soort problemen lossen we op door meer mensen van kleur op verschillende posten. Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen.’

Mohamed Mahdi (uiterst links) en Houda Hamel (uiterst rechts) tijdens het paneldebat in Utrecht. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Onderzoekers Zeki Arslan, Peter Zwaga en Alfons Fermin presenteerden tijdens de avond de bevindingen uit hun bundel Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten. Een rode draad in de bundel is de relatief laagblijvende opkomst tijdens gemeenteraadsverkiezingen: in 2018 stemde net iets minder dan de helft van de Amsterdammers met een migratieachtergrond. De hoogste opkomst was onder de Turkse Nederlanders, terwijl bij Marokkaanse Nederlanders in vergelijking met de drie andere migrantengroepen de minste stemmen werden geteld.

‘De eerste generatie migranten was terughoudender’

‘Als gevestigde partijen nauwelijks ruimte bieden aan de belangen van Nederlanders met een migratieachtergrond, dan kiezen veel mensen ervoor om niet te stemmen’, vertelt onderzoeker Arslan, voorzitter van het Platform Sociale Binding. ‘Dit gevoel niet gehoord worden zien we vooral bij de jongere generatie. De uitsluiting en discriminatie die zij ervaren, dragen daaraan bij.’

‘De eerste generatie migranten was terughoudender, omdat zij vooral bezig was zich in te passen in de maatschappij. Bovendien was er een taalbarrière. De tweede en derde generatie hebben een veel betere taalbeheersing en voelen meer de noodzaak om hun plek op te eisen in de maatschappij. Maar als zij zien dat er vanuit de politieke partijen weinig wordt geluisterd naar hun zorgen, ontstaat er wantrouwen.’

Gastarbeiders erbij betrekken

Nederland kende tijdens de jaren tachtig al honderdduizenden migranten: eerst kwamen de Molukkers rond de jaren vijftig, en nog geen decennium later arriveerden de gastarbeiders uit onder andere Turkije, Marokko en Spanje. De grootste groep migranten bestond uit Surinamers die tussen 1970 en 1980 naar Nederland kwamen. De Surinamers hadden vanwege hun Nederlands staatsburgerschap, dat zij erfden uit het koloniale verleden, wel het recht om te stemmen. Maar dit gold niet voor de gastarbeiders.

Pas toen de Nederlandse politiek inzag dat arbeidsmigranten niet terugkeerden maar zich blijvend wilden vestigen, kwam hun politieke participatie op de agenda. In 1979 werd dat onderwerp voor het eerst serieus besproken. Enkele jaren later legde het kabinet in de Minderhedennota vast dat minderheden meer bij de besluitvorming moesten worden betrokken. Arbeidsmigranten konden zo, vanaf de zijlijn, meedenken.

In 1983 werd de Grondwet gewijzigd om de weg vrij te maken voor lokaal kiesrecht voor
niet-Nederlanders. In 1986 konden zij voor het eerst daadwerkelijk hun stem uitbrengen. Stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen mochten alleen burgers met de Nederlandse nationaliteit.

Meer raadsleden van kleur verkiesbaar

Een hoopgevende bevinding uit de bundel, is dat meer raadsleden met een migratieachtergrond zich verkiesbaar stellen. Dat klinkt bemoedigend, maar er is meer nodig om de representatie te vergroten, vindt Mohamed Mahdi, directeur van de culturele organisatie El Hizjra. Zelf was hij jarenlang actief bij FORUM, een onafhankelijk kennisinstituut en adviesorgaan voor de overheid op het gebied van integratie en minderhedenbeleid, dat inmiddels niet meer bestaat. ‘We kwamen vanuit verschillende migrantengroepen en allerlei politieke achtergronden bij elkaar om met de regering in gesprek te gaan over wetgeving en overheidsbeleid. Het voordeel was dat je samen krachten kon bundelen om je stem te laten horen.’

‘ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen’

‘Nu is dat heel anders, omdat raadsleden meer gefocust zijn op de eigen partijbelangen en niet zozeer op het collectief. Het resultaat is dat je wel raadsleden hebt met een migrantenachtergrond, maar die nog niet voldoende zijn toegerust om ook te begrijpen hoe je de stem vanuit de migrantengemeenschappen echt op de voorgrond brengt. Individueel doen de raadsleden het heel goed, en ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen. Maar als je kijkt naar de campagnes en het beleid dat gevoerd wordt, dan ontbreekt het nog aan kennis.’

Zeki Arslan presenteert de bundel. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Daarbovenop krijgen raadsleden van kleur met allerlei obstakels te maken, volgens Arslan. ‘Ze willen migrantengemeenschappen de hand reiken door problemen als arbeidsdiscriminatie, emancipatie van de vrouw, problemen met huisvesting of meertaligheid in het onderwijs bespreekbaar te maken binnen de raad. Maar ze krijgen al gauw het verwijt er alleen voor de ‘eigen mensen’ te zijn en niet voor het algemeen belang. Een samenwerking met bijvoorbeeld moskeebesturen of buurtverenigingen wordt al snel geïnterpreteerd als een vorm van cliëntelisme, ofwel vriendjespolitiek met de eigen achterban’, zegt Arslan.

‘Tegen raadsleden uit migrantengemeenschappen wordt ook vaak gezegd dat zij zich horen te richten op het ‘algemeen belang’, vertelt onderzoeker Zwaga, ook werkzaam bij Platform Sociale Binding. ‘Maar de positie van boeren of homorechten zijn ook belangen waarvoor wordt opgekomen. Het wrange is dat wanneer een autochtoon raadslid wil opkomen voor een specifieke groep, men dit eerder als een positieve boodschap ziet. Raadsleden met een andere etnische achtergrond worden sneller verdacht gemaakt.’

Vrouwen stappen uit de schaduw

Ondanks veertig jaar stemrecht zijn migrantenvrouwen en hun nazaten in de statistieken ondervertegenwoordigd. Toch laat de praktijk zien dat deze groep vrouwen steeds meer uit de schaduw stapt en haar stem gebruikt, zegt Houda Hamel. Zij werkt als manager in het sociaal domein en staat op de kieslijst voor GroenLinks-PvdA in Den Bosch. ‘Ik ben de eerste vrouw met Marokkaanse roots in Den Bosch op een verkiesbare plek en dat voelt voor mij als een opgave die groter is dan mijzelf, meer als een collectieve prestatie. Ik ben namelijk niet alleen vanwege mijn etniciteit en vrouw-zijn in een kwetsbare positie, maar ook omdat ik uit een achterstandswijk kom, waar kansen niet vanzelfsprekend zijn.’

‘Dit maakt de stap naar de politiek uitdagender, maar brengt ook voordelen met zich mee’, zegt Hamel. ‘Ik ken de leefwereld waar ons beleid vaak over gaat, maar zelden spreekt iemand in de politiek vanuit die belevingswereld.’

Volgens Hamel is de relatief lagere participatie van vrouwen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond in de politiek geen op zichzelf staand fenomeen. Het is een historische erfenis van een onzeker en onzichtbaar bestaan in Nederland. ‘Het verhaal van de vrouw van de gastarbeider is zelden volledig verteld. Toen de arbeidsmigranten in Nederland arriveerden, waren dat vooral mannen, terwijl de vrouwen pas veel later naar Nederland kwamen, vaak in het kader van gezinshereniging. Zodoende ging de aandacht altijd uit naar de positie van de man. Daarnaast raakten de vrouwen in een sociaal isolement, omdat ze hun vertrouwde omgeving achterlieten en aankwamen in een land waarvan ze de taal niet spraken en het systeem niet kenden.’

‘Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden’

‘Toch gingen deze vrouwen zich in de schaduw organiseren; zo vormden zij de stille ruggengraat van die eerste generatie migranten. Zij waren degenen die zichzelf wegcijferden voor het grotere belang, zij zorgden voor de wijken en buurten. Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden. Daarin schuilt de kracht van de vrouwen uit de eerste generatie, en die kracht dragen zij over op de vrouwen nu. De opkomst van vrouwen met een migratieachtergrond in de politiek is daarom écht een belangrijke doorbraak. Daarbij werkt het systemisch door: wanneer jonge meiden met een migratieachtergrond iemand in een dergelijke positie zien die op hen lijkt, gaan zij geloven dat dit pad ook voor hen is weggelegd. En zo eren we wat is geweest en bouwen we aan een toekomst waarbij aan tafels waar besluiten worden genomen alle stemmen worden gehoord, óók die van de vrouw met een migratieachtergrond uit een achterstandswijk.’

Hoe krijg je een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond?

De prangende vraag van het paneldebat in Utrecht is: vanuit welke kant moet nu verandering komen om een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond te verkrijgen? Arslan: ‘Ik denk dat naarmate kiezersgroepen zich laten horen via de media, lobbygroepen en raadsvergaderingen, er een betere representatie komt. Alleen moeten ze wel die macht claimen. Politiek is namelijk een machtsmiddel. Maar die macht krijg je niet zomaar. Je moet moeite doen door je stem te laten horen en je te verenigen. Vooral in grote steden maken de migrantengemeenschappen twintig procent tot een kwart van de bevolking uit. Dus wat rechtse partijen ook zeggen over Nederlanders van kleur; ze kunnen niet meer om ons heen.’

Huidige arbeidsmigranten

Het belang van georganiseerde lobbygroepen en politiek bewustzijn wordt duidelijk door een vergelijking met de huidige arbeidsmigranten uit EU-lidstaten, voegt Zwaga toe. ‘Bij deze groep ontbreken dergelijke lobbyorganisaties, zoals je die bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders hebt, en dit verklaart waarom zij nog grotendeels onzichtbaar blijven voor de politiek.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat. Dat is inhumaan. Waarom heeft Nederland deze migranten niet gestimuleerd om te gaan stemmen?’, voegt Arslan toe. ‘Is dit onwetendheid van de Nederlandse overheid? Of is het een gebrek aan aandacht voor diversiteit binnen de migrantengemeenschappen? Ik heb niemand gehoord die naar deze groep arbeidsmigranten omkijkt.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat’

De noodzaak van politieke emancipatie geldt met name voor de jongere generatie, zegt El Hizjra-directeur Mahdi. ‘Jongeren willen zichzelf terug zien in de samenleving, en als dat niet lukt, dan zijn ze ook minder gemotiveerd om te gaan stemmen. Maar dit betekent niet dat zij de strijd hoeven op te geven. Ik heb namelijk wel hoop als ik naar het aankomende kabinet-Jetten kijk, dat er verandering komt en meer oog komt voor kiezers van kleur. Maar wij moeten lokale politieke partijen wel ‘stalken’ door hen eraan te blijven herinneren dat Nederland van iedereen is. Ik probeer daarom altijd jongeren te motiveren om zich bij maatschappelijke organisaties en politieke partijen te melden. Natuurlijk maak je weerstand mee, maar dat belet hen niet om door te zetten.’

Mahdi betwijfelt echter of onderling organiseren en lobbyen alleen voldoende zal helpen om het stemmen te stimuleren. Hij pleit daarom voor een radicale stap: ‘De herinvoering van de stemplicht. We hebben een opkomstplicht voor burgers om te gaan stemmen. Dit zal de manier zijn om de stemopbrengst van mensen met een migratieachtergrond naar een Nederlands gemiddelde te brengen. Want het gebruikmaken van kiesrecht is een fundamenteel recht.’

Rel rond D66-politica Nathalie van Berkel sleept voort

0

De rel rond Nathalie van Berkel, die geen staatssecretaris mocht worden omdat ze loog over haar cv en nu ook is opgestapt als D66-parlementariër, is nog niet voorbij. Terwijl opiniemakers zich afvragen wat dit zegt over de diploma-democratie, ontdekt journalist Tim Hofman dat het niet om een foutje ging.

In radioprogramma BOOS neemt Tim Hofman zijn luisteraars mee in de zoektocht die hij deze week deed, toen Van Berkel nog niet uit de Tweede Kamer was gestapt. De veronderstelling was op dat moment dat Berkel gewoon niet zo netjes was geweest om op haar cv te vermelden dat ze haar studies niet had afgerond.

Maar dit was niet de eerste keer, blijkt uit een gesprek van Hofman met een voormalige werkgever van Berkel, het UWV. In een persbericht uit 2019, waarin haar toetreding tot de Raad van Bestuur bekend wordt gemaakt, staat eveneens dat ze Nederlands Recht had gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Volgens een woordvoerder van de UWV had Van Berkel deze informatie zelf goedgekeurd.

Hofman speelde deze informatie vervolgens door aan D66-fractieleider Jan Paternotte, die antwoordde dat hij er naar zou kijken. Diezelfde middag werd bekend dat Van Berkel ook haar Kamerlidmaatschap opzegde.

Ondanks deze incidenten vragen veel mensen zich af hoe relevant een diploma nu eigenlijk is, als een persoon zich kundig heeft getoond. Bovendien zou het oppoetsen van je cv een manier kunnen zijn om binnen te komen in een systeem waarin diploma’s definiëren wie tot de elite behoort, de zogenaamde diplomademocratie.

Columnist Sander Schimmelpenninck schrijft in een column in de Volkskrant dat het juist voor mensen met een migratieachtergrond een uitdaging zou kunnen blijken om door te dringen tot dit systeem. ‘Vermoedelijk heeft ze last-minute haar cv opgepoetst, overmand door een vlaag van onzekerheid, zoals sociale stijgers dat vaker hebben’, schrijft hij.

Hofman voegt hieraan toe dat er straks op het bordes nog wel meer mensen staan waarbij waarheid spreken niet op het cv staat, zoals Dilan Yeşilgöz. Zij verdraaide meerdere malen de feiten, om haar argumenten tegen migratie kracht bij te zetten. Bovendien loog ze volgens Francisco van Jole van BNNVARA-opiniewebsite Joop ook over haar cv. Yesilgöz zou haar universitaire studie nooit hebben afgemaakt. Dat bleek echter toch anders te liggen, want de Vrije Universiteit bevestigt dat ze zich wel doctorandus mag noemen.

Schrijver Abdelkader Benali ten slotte doet ook een duit in het zakje van Van Berkel in zijn column op De Kanttekening vandaag.

‘Ik wil de gekte rond Nathalie van Berkel omdraaien. Wat mij betreft is zij heel goed geschikt voor een zware positie. Iemand die, zonder haar studie te hebben afgemaakt, zo ver komt, presteert bovengemiddeld. Die heeft karakter, die heeft strategisch inzicht, die was zo druk bezig om ergens te komen dat er domweg geen tijd overbleef voor het opschonen van het cv. Zo iemand moet leiding geven aan al die mensen die over veel diploma’s beschikken, maar zich voor de rest op geen enkele andere manier weten te onderscheiden.’