De Frans-Algerijnse schrijver Kamel Daoud moet drie jaar de gevangenis in. Volgens de Algerijnse rechtbank is zijn misdaad het schrijven van de roman Houris over de Algerijnse burgeroorlog, een onderwerp waarover in Algerije niet mag worden geschreven, én het gebruik van privégegevens van een psychiatrische patiënt.
Het boek is verboden in Algerije, terwijl het in Frankrijk juist werd bekroond met de prestigieuze Prix Goncourt. Bovendien moet de schrijver 32.000 euro overmaken naar de Algerijnse schatkist als boete voor het schrijven van een ‘misdadig’ boek, meldtVRT NWS.
Daoud meldt de gevangenisstraf zelf op X. Volgens de Algerijnse rechtbank hebben de schrijver en zijn vrouw, een psychiater, het levensverhaal van patiënte Saada Arbana onthuld en gebruikt voor de roman.
Houris is overigens ook een gevoelige islamitische term, synoniem voor de maagden die gelovige (mannelijke) moslims als beloning in het paradijs zouden kunnen verwachten.
De duistere roman Houris draait om een jonge vrouw die niet meer spreekt sinds haar keel door een islamist werd overgesneden tijdens de bloedige Algerijnse burgeroorlog tussen 1992 en 2002, waarbij meer dan 200.000 doden vielen. Daar kun je niet zomaar over schrijven in Algerije. Er is zelfs een wet die dat verbiedt.
Algerije vaardigde in mei 2025 twee internationale aanhoudingsbevelen uit tegen Daoud. In Frankrijk loopt bovendien een rechtszaak tegen het boek wegens schending van de privacy.
De Libanese Al-Akhbar-journalist Amal Khalil (43) is gisteren dodelijk geraakt door een Israëlische aanval in Zuid-Libanon. Fotograaf Zeinab Faraj raakte bij de aanval gewond. Volgens Libanese regeringsleiders ging het om een gerichte aanval.
Khalil en Faraj waren in het stadje al-Tayri om verslag te doen van de nasleep van eerdere Israëlische aanvallen in het gebied, die ondanks het staakt-het-vuren plaatsvonden.
Eerst werd een auto vlak voor hen geraakt. De twee zochten beschutting in een nabijgelegen huis, maar ook dat werd gebombardeerd, waarbij ze allebei gewond raakten. Faraj kon worden gered door ambulancepersoneel, maar toen de hulpverleners terugkwamen voor Khalil, werden ze tegengehouden door nieuwe aanvallen, zo meldt Middle East Eye.
De Libanese premier Nawaf Salam veroordeelde de aanvallen en noemde het oorlogsmisdaden. Het zou gaan om een bewuste aanval op de media en ambulancepersoneel, zei hij volgens BBC.
Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) had eenzelfde oordeel en houdt IDF, het israelische leger, direct verantwoordelijk voor de dood van Khalil. IDF ontkent dat het om een gerichte aanval gaat.
Khalil werd echter al langer bedreigd. Op haar Instagram-account blijkt dat ze meerdere berichten ontving waarin ze werd bedreigd vanwege haar reportages in Zuid-Libanon. Sommige berichten ontving ze een paar dagen voor de aanval.
In Marokko hebben de zogenoemde ‘Moeders van Marokko’ zich uitgesproken voor de vrijlating van hun zonen. Onder hen is de moeder van de politieke gevangene Nasser Zefzafi, die al bijna tien jaar vastzit.
De campagne ‘Laat onze zonen vrij’ krijgt steun van Freedom House, een Amerikaanse ngo die jaarlijks een vrijheidsrapport publiceert. Daarin scoort Marokko 37 van de 100 en wordt het land als ‘gedeeltelijk vrij’ bestempeld.
Voor veel Marokkanen is er in de praktijk weinig van vrijheid te merken. Nasser Zefzafi en vele anderen uit de Rif werden bijvoorbeeld opgepakt na grootschalige protesten tegen de Marokkaanse regering. Die protesten van de zogenoemde ‘Hirak-beweging’ begonnen in 2016 na de dood van de visverkoper Mohsin Fikri in Al Hoceima, die een geschil had met corrupte Marokkaanse agenten. Hij werd in een vuilniswagen gevonden, waar hij zijn in beslag genomen vangst probeerde te redden.
Volgens de VN-werkgroep Arbitraire Detentie houdt Marokko Zefzafi om oneigenlijke redenen vast, wat een schending van het internationaal recht is. De werkgroep wil dat Marokko hem onmiddellijk vrijlaat.
Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van latere oorlogen en missies waarbij Nederland betrokken was. Tijdens de Nationale Herdenking staan alleen deze slachtoffers centraal, en niet die van andere conflicten, zoals de genocide in Gaza. Wat vind je daarvan?
Mostafa Hilali, militair
‘Op 4 mei ben ik gewoon twee minuten stil. Conform onze nationale traditie herdenk ik de Nederlandse gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, inclusief de onschuldige slachtoffers van nazi-Duitsland en het keizerlijk Japan. Ook herdenk ik mijn collega’s en kameraden die in dienst van Nederland zijn gesneuveld tijdens missies.
Ik zie helaas een verscheuring in mijn digitale vriendenkring. Enerzijds zijn er mensen die vinden dat 4 mei niet mag veranderen en roepen dat ‘woke Nederland’ de herdenking misbruikt voor een politieke agenda. Dat is opmerkelijk, want de invulling van Dodenherdenking verandert al decennia; er worden steeds groepen toegevoegd. Anderzijds zijn er vrienden die geen traditionele herdenking willen vanwege het leed in Gaza en andere plekken in de wereld, en de rol die Nederland daarin speelt. Zij vinden dat we geen recht van spreken hebben als het gaat om ‘nooit weer’.
Ik heb gemengde gevoelens bij beide standpunten. Ik weet niet of het verbreden van de herdenking met de slachtoffers in Gaza iets zal verbeteren aan de situatie daar. Sterker nog, ik denk dat het de sympathie voor het Palestijnse volk eerder schaadt dan helpt. Ook ben ik geen voorstander van het koppelen van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust aan wat er nu gebeurt in Gaza en de Westbank. Hoe verschrikkelijk het ook is, het is niet hetzelfde als wat de nazi’s hebben gedaan.
Laatste punt: de beste manier om slachtoffers van oorlog en bezetting te herdenken, is door actief bij te dragen aan het beëindigen ervan. Wie op 4 mei plechtig meedoet, maar de rest van het jaar oproept tot meer oorlog en bezetting, is in mijn ogen hypocriet en het niet waard om ‘nooit weer’ te roepen.’
Yunus Kaplan, docent maatschappijleer
‘Ik merk dat die vraag niet meer vanzelfsprekend voelt. Niet omdat ik niet wil herdenken, maar omdat alles eromheen steeds sneller vastloopt. Alsof je moet kiezen. Alsof stilte niet genoeg is. Alsof die iets moet betekenen, iets moet zeggen. Terwijl stilte voor mij juist het tegenovergestelde was. Even niets hoeven. Niet uitleggen. Niet verantwoorden. Ik sta stil op 4 mei, maar ik merk dat die stilte minder stil wordt. Alsof er toch iets verwacht wordt. Een kant. Een reactie. En dat is precies wat schuurt: dat zelfs stilte niet meer neutraal is.’
Ruben Arnhem, docent
‘Sinds ik het als kind kon beseffen, ben ik stil op 4 mei. Twee minuten lang, bij een oorlogsmonument. De afgelopen vier jaar mag ik zelfs vanuit een bestuursfunctie een krans leggen bij een oorlogsmonument, een moment dat elke keer weer indruk maakt.
Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we burgers en militairen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog, de koloniale oorlog in Indonesië en bij latere missies waarbij Nederland betrokken was. Die afbakening is bewust, aangezien het een nationale herdenking is.
Als we naar de geschiedenis kijken en het nieuws volgen, dan weten wij dat er altijd wel ergens in de wereld een oorlog gaande is. Ik begrijp dat sommige mensen ook stil willen staan bij andere oorlogen die nu spelen. Dat is menselijk. Zij zijn vrij om dat elders te herdenken in petit comité.
In het Verenigd Koninkrijk wordt de Eerste Wereldoorlog groots herdacht, terwijl wij daar niets voor organiseren, omdat Nederland niet betrokken was bij deze oorlog. Andere oorlogen verdienen ook aandacht, maar wel op andere momenten.’
Ayala Levinger, softwareontwikkelaar
‘Ik ben Joods en afstammeling van overlevenden van Auschwitz. Voor mij is de Tweede Wereldoorlog geen abstract historisch onderwerp, maar een directe familiegeschiedenis. Daarom heb ik persoonlijk geen formele twee minuten stilte nodig om stil te staan bij wat mijn grootouders hebben meegemaakt. Die herinnering is continu aanwezig en vormt een blijvend referentiekader voor hoe ik naar oorlog, vervolging en genocide kijk. En ook voor hoe ik naar herdenkingen kijk.
De Nationale Herdenking op 4 mei is altijd selectief geweest in wie er wordt herdacht. Maar sinds de genocide in Gaza en het steeds zichtbaarder worden van Israëls imperialistische ambities in West-Azië is deze selectieve herdenking ronduit cynisch. Deze herdenking is in mijn ogen respectloos voor de slachtoffers en voor het publiek, zowel op de Dam als thuis, wanneer politieke leiders plechtige woorden uitspreken over het voorkomen van herhaling, terwijl zij geen daadwerkelijke stappen zetten om hedendaags massaal geweld en mensenrechtenschendingen te stoppen, of daar zelfs indirect en direct aan bijdragen. Hoe kunnen de woorden en rituelen van deze herdenking nog serieus worden genomen?
Ik voel zelf walging bij het idee dat prominente figuren, zoals Willem-Alexander, straks een centrale rol zullen spelen, terwijl hij kort daarvoor nog de hand schudde van Donald Trump, een wereldleider die enkele dagen eerder nog sprak in termen als ‘een hele beschaving zal vannacht sterven, om nooit meer terug te brengen’ en letterlijk dreigde om een volk van met meer dan 90 miljoen mensen uit te roeien. Door het bezoek niet te annuleren, worden zulke uitspraken genormaliseerd op het hoogste diplomatieke niveau en moeten we dan geloven wanneer de koning ‘nooit meer’ zegt?’
Dimple Sokartara, communicatieadviseur
‘Ik ben stil voor de slachtoffers van de oorlog toen, maar neem ook voor mezelf dat moment om stil te zijn voor de slachtoffers van andere oorlogsmisdaden die zich veel recenter hebben afgespeeld. Hierbij denk ik aan de slachtoffers in Gaza, maar ook in Congo en Iran. En de vele Indonesische mensen wier levens zijn ontnomen, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.’
Ahmed Abdillahi, postbezorger
‘Eerlijk gezegd doe ik zelf niet echt mee aan de twee minuten stilte op Dodenherdenking. Maar ik ga er wel altijd respectvol mee om. Je zal mij in die twee minuten geen rare dingen zien doen. Ik snap ook wel waarom veel mensen er wél aan meedoen. Het is natuurlijk een belangrijk moment om stil te staan bij de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen waar Nederland bij betrokken is geweest.
Tegelijk merk je dat er iets aan het veranderen is. Steeds meer mensen vragen zich af of de manier waarop we nu herdenken nog wel past bij deze tijd. De samenleving verandert, dus het is eigenlijk logisch dat zo’n traditie ook een beetje mee verandert. Sommigen zeggen bijvoorbeeld: betrek ook andere, meer recente conflicten, zoals wat er speelt in Gaza. Anderen vinden juist dat je het moet houden zoals het is. Voor mij laat dat vooral zien dat mensen er verschillend in staan. En dat is ook oké, zolang we er maar respectvol over blijven praten. Uiteindelijk zien we vanzelf welke kant het opgaat.’
De Eerste Kamer heeft dinsdag het tweestatusstelsel aangenomen en de asielnoodmaatregelenwet weggestemd. Wat betekent dit nu concreet?
Gisteren vond de langverwachte stemming plaats over de asielwetten die PVV-minister Marjolein Faber in de vorige kabinetsperiode had geïntroduceerd en die vervolgens een politieke splijtzwam veroorzaakten die tot op heden voelbaar is.
PVV, die de wetten zelf had voorgesteld, stemde tegen de novelle bij de asielnoodmaatregelenwet. Die novelle zou hulp aan mensen zonder verblijfsvergunning — de inmiddels bekende ‘kom soep’ — niet strafbaar maken. Er werd gehoopt dat D66, die tegen de asielwetten is, wel voor de novelle zou stemmen, maar dat gebeurde niet. CDA en de SGP stemden vervolgens, nu die hulp wel strafbaar dreigde te worden, tegen de asielnoodmaatregelenwet.
De verwarring over dit politieke schaakspel is groot, waardoor de gevolgen van de stemming op de achtergrond raakten.
Er komen namelijk wel degelijk strenge asielwetten aan, merkt een aantal scherpe journalisten op. Ten eerste omdat het tweestatusstelsel wél voldoende steun kreeg, en dit heeft vergaande implicaties. Deze wet maakt onderscheid tussen verschillende groepen asielzoekers, met uiteenlopende rechten en verblijfsstatussen.
Die wet heeft vooral gevolgen voor asielzoekers met een zogeheten ‘subsidiaire beschermingsstatus’, ook wel B-status genoemd. Dat zijn mensen die niet individueel worden vervolgd (zoals bij politieke of religieuze vervolging), maar vluchten voor bijvoorbeeld oorlog of algemeen geweld. Voor deze vluchtelingen zullen strengere regels gaan gelden voor gezinshereniging, zoals langere wachttijden en strengere voorwaarden.
De asielnoodmaatregelenwet, die over het algemeen strengere regels moest invoeren, behaalde geen meerderheid. Dit was winst voor mensen die zonder geldige verblijfspapieren in Nederland verblijven; zij kunnen nu niet zomaar worden uitgezet. Mensen die hulp bieden aan deze mensen kunnen dit ook rechtmatig blijven doen.
Toch gaan veel van de voorstellen uit deze wet door, omdat deze ook in het Europese Migratiepact staan. De aanscherping van de voorwaarden voor nareis, het verkorten van de geldigheidsduur van de verblijfsstatus en het afschaffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd staan ook allemaal in de Nederlandse invoeringswet van dat pact, merkt de Volkskrantop.
Wat er niet in staat, zo schrijft de krant, is de mogelijkheid om overlastgevende asielzoekers uit te zetten, een punt waar rechtse partijen regelmatig op hameren. Asielzoekers die buiten hun schuld te lang in procedure zitten, kunnen ook niet zomaar een dwangsom worden opgelegd; dit was wel wat de PVV wilde.
De recent begonnen jonge columnist Dilara Bilgiç (2002) stopt bij Het Parool. Ze zegt te vertrekken omdat ze tijd voor ‘verdieping’ mist.
‘Deze rol is, in ieder geval in de huidige fase van mijn leven, niet aan mij besteed’, schrijft Bilgiç openhartig. Ze maakt de balans op en denkt dat ze geen ‘toegevoegde waarde’ heeft in het publieke debat.
In haar afscheidscolumn kraakt ze wel een noot over ‘onpartijdige berichtgeving’. Ze is kritisch op de wijze waarop Israëlische bombardementen in Libanon worden gepresenteerd, als ‘aanvallen op doelen van Hezbollah’, terwijl het om woonwijken gaat.
‘Met zo’n formulering neemt een journalist impliciet het perspectief en de framing van Israël over. Wanneer collega-journalisten dat vervolgens op redacties ter discussie stellen – ik ken er meerdere die dat hebben geprobeerd – riskeren zij als ‘gekleurd’ te worden weggezet, terwijl degene die het nieuwsbericht schreef niet als zodanig wordt gezien. De vraag is dan welke kleuren we in de media als kleurloos beschouwen, en welke perspectieven zo vanzelfsprekend zijn dat ze niet als perspectief worden herkend’, schrijft Bilgiç.
Bilgiç, dochter van Koerdisch-Turkse vluchtelingen, viel op met haar debuut De Black Box Democratie (Boom uitgevers) uit 2020, een politiek-filosofische analyse van de Nederlandse democratie. Ze had toen net het gymnasium afgerond.
Onlangs werd bekend dat Het Parool Yesim Candan als nieuwe columnist heeft aangenomen.
EU-landen zijn het dinsdag niet eens geworden over het opschorten van het handelsakkoord met Israël. In aanloop naar het overleg van de buitenlandministers riepen Luxemburg, Spanje, Ierland en Slovenië in een brief op tot sancties. Nederland stemde tegen.
De Europese Unie, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2012, laat daarmee opnieuw na haar invloed voor vrede, verzoening, democratie en mensenrechten te laten gelden ten opzichte van Israël. Het land wordt verantwoordelijk gehouden voor de genocide in Gaza en is betrokken bij meerdere conflicten in de regio. Critici spreken van medeplichtigheid van Europa, omdat de EU de banden met Israël ondanks het geweld niet verbreekt.
Tijdens de vergadering van de EU-buitenlandministers waren alleen Spanje, Slovenië, Ierland en België voorstander van het instellen van sancties tegen Israël, meldt The Guardian. Om dit te doen is een gekwalificeerde meerderheid nodig binnen de EU. Deze meerderheid is momenteel nog lang niet bereikt.
Nederland heeft tegen sancties voor Israël gestemd. Tom Berendsen (CDA) gaf aan dit alleen te zullen doen als er een meerderheid voor zou zijn in Europa. Een opvallende houding, terwijl een Kamermeerderheid voor sancties had gestemd.
PRO-Kamerlid Kati Piri is teleurgesteld. ‘De Europese ministers van Buitenlandse Zaken hadden vandaag één taak: het handhaven van de mensenrechten en het opschorten van handelsvoordelen voor Israël. Ze hebben weer gefaald. Tienduizenden Palestijnen gedood. Illegale nederzettingen en annexatie. Doodstraf. De EU besluit de andere kant op te kijken’, aldus Piri op X.
In de Rotterdamse boekhandel Donner gingen de Vlaamse neerlandica Miet Ooms en schrijver Professor Soortkill uit de Bijlmer in gesprek over veranderende taal. ‘Streetslang geeft wat aroma.’
‘Hebban olla vogala nestas hagunnan?’ Dit is een zin uit ongeveer 1075 en geldt als de oudste bekende Nederlandse zin. De betekenis is: hebben alle vogels nesten begonnen? Op deze zin baseerde Miet Ooms de titel van haar boek Van vogala tot noncha, het historische verhaal van de Nederlandse taal.
Het was de bedoeling dat ze in discussie zou gaan met Professor Soortkill uit de Bijlmer. Soortkill, een pseudoniem, is geen officiële professor, wat hij er eerlijk bij zegt, maar op het gebied van smibologie is hij wel een autoriteit. Hij schreef drie boeken over het Smibanees, de straattaal die in de Bijlmer wordt gesproken.
Professor Soortkill. Beeld: AT5/YouTube
Maar waarom moet je zijn boeken achterstevoren lezen? ‘Ik ben niet zo’n lezer en had vooral manga’s gelezen. Die stripboeken worden van achteren naar voren gepubliceerd, en dat heb ik overgenomen.’
Professor Soortkill arriveerde door verkeersdrukte te laat, waardoor het programma moest worden aangepast. De Orde van den Prince schakelde snel. De organisatie houdt regelmatig bijeenkomsten over taal en cultuur in Nederland en Vlaanderen, met meer dan honderd afdelingen, waaronder één in Rotterdam. Deze discussie vond plaats bij Boekhandel Donner en ging over dialecten, straattaal en taalontwikkeling.
‘Voor het eerst van mijn leven realiseerde ik me dat ik met een accent sprak’
Aad van den Ende, is een gepensioneerd docent Nederlands en een rasechte Rotterdammer uit het Oude Noorden. Hij is de zeventig gepasseerd en noemt zijn wijk een arbeiderswijk.
Netter spreken
Op een dag ging de jonge Aad met zijn klas op schoolreis. Daar werd altijd naar uitgekeken, want tijdens zo’n reisje dronken veel jongens hun eerste biertje. In de jaren zestig mocht dat nog onder de 18 jaar. In een café vroeg de bardame of hij uit Rotterdam kwam. ‘Voor het eerst van mijn leven realiseerde ik me dat ik met een accent sprak.’
Een van de interessante conclusies van de bijeenkomst is dat mensen met een accent vaak netter gaan praten zodra ze gaan werken. Zeker in een werkomgeving waar verzorgd taalgebruik de norm is. Ze passen zich aan om hun baan te behouden of om door te groeien. Als ze met pensioen gaan, laten ze dat nette spreken vaak weer los.
Over het algemeen wordt het netste Nederlands gesproken door mensen tussen de 20 en 67 jaar. Veel mensen beheersen bovendien meerdere ‘registers’. Taal is namelijk registergevoelig. Dat betekent dat je je taalgebruik aanpast aan de situatie.
Op je werk praat je vaak anders dan privé. Op school spreek je anders met een docent dan met vrienden onderling. Bewust of onbewust pas je je taalgebruik aan, zodat het past bij de situatie. Zo ben je vaak bewuster met taal bezig dan je zelf denkt.
Maatschappelijke ladder
Wie kent ze niet, de stripfiguren van Willy van der Steen. Althans, we denken dat we ze kennen. Suske en Wiske hebben een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt en auteur Miet Ooms heeft die in haar boek Van Vogala tot noncha uitgebreid belicht.
‘Toen de verhalen van Willy van der Steen over Suske en Wiske begonnen, woonden ze bij hun tante Sidonie in een arbeiderswijk in Antwerpen. Ze spraken ook het dialect van deze omgeving. Aanvankelijk verscheen de strip in een Vlaamse krant en later ook in een Nederlandse. Alleen kregen de Nederlandse lezers noodgedwongen ‘ondertiteling’ omdat dit dialect hen onbekend was. Als een verhaal was afgelopen, verscheen het in de vorm van een album. Dat zou te dik worden als al die ondertitelingen er ook in verwerkt werden, dus verschenen er twee versies: de Vlaamse en de Nederlandse.’
‘Ze wonen niet meer in een arbeiderswijk en ze spreken netter’
Dit bleef zo doorgaan tot begin jaren zestig. Toen wilde de uitgever naar één versie toe, vertelt Ooms. ‘Het eerste stripboek nieuwe stijl begint met een scène waarin Suske, Wiske, Lambiek en tante Sidonie zitten te picknicken en tante aankondigt dat ze voortaan Sidonia genoemd wil worden. Bovendien merk je dat Suske en Wiske maatschappelijk opklimmen. Ze wonen niet meer in een arbeiderswijk en ze spreken netter.’
Een en ander blijkt ook te maken te hebben met een campagne die in die jaren in Vlaanderen gaande was om Algemeen Beschaafd Nederlands te gebruiken. Nederlands kreeg een prominentere plek naast het Frans. Dit had ook invloed op Suske en Wiske.
Kinderen uit ’t Gooi
Miet Ooms. Beeld Studium Generale Maastricht University/YouTube
Kinderen voor Kinderen, een kinderkoor van notabene de VARA (een omroepvereniging die voortkomt uit de arbeidersbeweging, red.), kreeg op een gegeven moment kritiek. Om mee te mogen zingen, zou je een duidelijk bekakte ‘r’ moeten hebben. Toch was dat nooit de bedoeling, blijkt uit onderzoek van Miet Ooms.
‘De omroep wilde een kinderkoor samenstellen met kinderen uit heel Nederland, maar dat bleek organisatorisch niet haalbaar’, vertelt Ooms. ‘Daarom kwamen kinderen al snel uit de buurt, namelijk ’t Gooi. Vaak ging het om kinderen van omroepmedewerkers. Kinderen uit de randen van Nederland, zoals Limburg en Groningen, vielen buiten de boot. In strijd met de opzet, maar het is wel zo gelopen.’
Jongerentaal
Het onderwerp van de avond verschuift naar jongerentaal. Jongerentaal bestaat al lang en woorden blijven vaak maar kort populair. Zodra ‘oudere’ mensen ze overnemen, laten jongeren ze weer vallen. Een verschil met vroeger is dat jongerentaal en straattaal de laatste jaren vaker worden vastgelegd en gepubliceerd.
Miet Ooms deed hier uitgebreid onderzoek naar. Op TikTok zijn bijvoorbeeld filmpjes te zien van een makelaar die in jongerentaal huizen aanprijst. Dat is vaak komisch, maar niet alle jongeren vinden dat grappig.
Ze spraken geen Vlaams en ook elkaars taal niet
Woorden kunnen ook iets anders betekenen dan in de gewone spreektaal: ‘sok’ kan bijvoorbeeld een condoom zijn. Soms zit het verschil in de uitspraak, zoals bij ‘glamour’, dat Vlaamse jongeren op de Franse manier uitspreken. Ook worden woorden omgedraaid (‘merci’ wordt ‘cimer’) en spelen invloeden uit andere talen een rol.
Er zijn meer voorbeelden van nieuwe talen die ontstaan, vertelt Ooms. In de Vlaamse stad Genk, oorspronkelijk een dorp, vestigden zich in de jaren zestig gastarbeiders uit onder meer Spanje, Turkije en Griekenland. Ze spraken geen Vlaams en ook elkaars taal niet. Zo ontstond geleidelijk een nieuwe mengtaal die je vooral in Genk hoort.
Bijlmer voelt als een dorp
Professor Soortkill legt uit dat de Bijlmer in de praktijk geen onderdeel van Amsterdam is, maar meer voelt als een dorp. En dat dorp heeft een eigen taal. Net als straattaal, die overal in Nederland verschilt, heeft het Smibanees invloeden uit onder andere het Surinaams en Marokkaans.
In zijn verhaal komt ook iets terug wat Miet Ooms eerder zei: ‘Taal heeft drie pijlers: informatie uitwisselen, identiteit uitdrukken en emotie tonen.’
Professor Soortkill zegt dat hij zich in het Smibanees soms beter kan uitdrukken. Sommige woorden zeggen meer dan een lang verhaal in traditioneel Nederlands, dat hij overigens goed beheerst. Dat is het punt niet.
‘Taal is een middel om iets te bereiken’
‘We denken te veel na over dingen waar we niet te veel over hoeven na te denken. Zolang je elkaar begrijpt, is het goed. Taal is een middel om iets te bereiken. Op school zei iemand dat ik met mijn manier van praten nooit werk zou vinden. Waarop ik zei dat ik ook geen werk ging zoeken.’
Doekoe
Inmiddels heeft Professor Soortkill — wat in het Smibanees ‘een soort kerel’ betekent — zijn eigen werk gecreëerd als auteur en spreker. Ook hij wijst erop dat sommige woorden uit jongerentaal via bijvoorbeeld muziek in de gewone spreektaal terechtkomen.
Zo had Def Rhymz ooit een hit met ‘Doekoe’, straattaal voor geld. Het woord komt uit het Sranantongo. Is dat volgens de professor een goed voorbeeld van hoe een woord uit straattaal via muziek bekend wordt?
‘Destijds wel,’ vindt hij. ‘Streetslang is je eigen manier van praten omarmen. Het geeft wat specerijen aan je taal. Wat aroma.’
Al in 1953 voorzag de Amerikaanse schrijver Ray Bradbury met zijn dystopische roman Fahrenheit 451 de aanvallen van de Amerikaanse regering op universiteiten, met name Harvard. In het verhaal maken brandweermannen jacht op boeken die ze verbranden bij een temperatuur van 451 graden Fahrenheit. Wetenschappers hebben zich aangesloten in ‘dwaalkampen’: ‘ze zeggen dat er een aantal oude Harvarddiploma’s rondloopt op de sporen tussen hier en Los Angeles. De meesten van hen zijn voortvluchtig en worden opgejaagd in de steden. Ze overleven, denk ik’, zegt boekenliefhebber Faber tegen een voormalig brandweerman die boeken achterhoudt. Sommige professoren hebben ieder een boek uit het hoofd geleerd, ‘zwervers aan de buitenkant, bibliotheken vanbinnen.’
Anti-intellectuele en anti-science-sentimenten zijn van alle tijden, in de hele wereld, en weer helemaal hip. Vorige maand beschuldigde Trump Harvard, net als vorig jaar in een verloren rechtszaak, van antisemitisme en eiste een schadevergoeding van een miljard dollar. Ook andere universiteiten worden doorgelicht op vermeende ‘woke’, antisemitische en anti-nationalistische sympathieën.
In Nederland haalde de academie opgelucht adem, nu door het nieuwe kabinet Jetten hedendaagse boekverbrandingen, book bans en straf tegen universiteiten niet aan de orde zijn.
Maar zoals Bradbury al liet zien, bestaat er een brede anti-intellectualistische stroming van diverse pluimage in de wereld die haar pijlen vooral richt op de academische vrijheid en de onafhankelijkheid van universiteiten. Vanwege het feit dat ze autonoom zijn, zich niet naar de macht schikken. Vanwege hun autoriteit, die onaantastbaar is en jaloersmakend onbereikbaar voor de meesten. Vanwege het ongeloof dat vooringenomenheid geen deel uitmaakt van het rationele onderzoeksproces dat voortbouwt op kennis van eeuwen. Vanwege de suggestie dat wetenschap strijdig is met religie. Vanwege de aanname dat politieke en economische belangen universiteiten leiden. En omdat zij elitair zouden zijn, een ongrijpbare entiteit die zich niet bekommert om de kleine luyden, maar wel veel geld binnenharkt.
In onze tijd is wetenschap onder druk komen te staan vanwege samenzweringstheorieën rond klimaatscepsis en antivaccinatie
Deze anti-sciencebeweging heeft diepe wortels in het verleden. Zij werd een factor van betekenis als tegenhanger van de Verlichting, waarin ratio en empirisch onderzoek belangrijke pijlers aan de wetenschap toevoegden. Geloof was een belangrijk wapen in de strijd tegen wetenschap. Paus Urbanus VIII deed Galilei en zijn boeken in de ban in 1616 en de excommunicatie bleef gelden tot 1992. Sommige romantische denkers zagen geen heil in wetenschappen: kunstenaar William Blake maakte Isaac Newton belachelijk op een schilderij waarin de geleerde zich in zijn blootje op de bodem van de zee vooroverbuigt over een experiment met een passer en geen oog heeft voor het natuurschoon. Nietzsche schreef dat waarheid en wetenschap voortkomen uit een ‘geloof’ en dus niet objectief zijn. Dictators als Stalin, Hitler, Mao en Pol Pot meenden dat onafhankelijke wetenschappers een dusdanig grote bedreiging vormden dat ze hen lieten arresteren, hun brillen afnamen, te werk stelden, naar de goelag stuurden of direct executeerden.
En in onze tijd is wetenschap onder druk komen te staan vanwege samenzweringstheorieën rond klimaatscepsis en antivaccinatie. Tezamen met aantijgingen over antisemitisme en woke zijn dat prachtige stokken om de wetenschappelijke hond mee te slaan. De grap is natuurlijk dat de antiwetenschappelijke stroming zelf ideologisch en politiek gemotiveerd is.
De Amerikaanse terminologie tref je ook in de Kamer en in het kabinet, zoals bij de VVD: minister van Defensie Yesilgoz sprak in 2022 tijdens de Schoo-lezing van ‘wokisten’ op universiteiten die de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid bedreigen. Regeringspartner VVD was het afgelopen jaar deel van een kabinet dat het mes zette in de wetenschappen.
Helaas stelt de inhoud van het coalitieakkoord ook niet gerust. De onafhankelijkheid van de wetenschap wordt nergens vastgelegd. En de wetenschap blijkt daarin een vehikel van de markt en het neoliberalisme: ‘campussen worden versterkt als motoren van start-ups, scale-ups en samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven.’ (letterlijk uit het VVD-partijprogramma) Onderzoek naar duurzaamheid wordt niet gefinancierd. Maar het kabinet wil wel nog eens nauwere samenwerking tussen universiteiten en defensie met extra geld. Stel je even voor wat wij zeggen over Rusland als dit verklaart dat wetenschap zich dienstbaar hoort op te stellen voor defensie-industrie en economie.
Ook het nieuwe kabinet wil de academie sturen. Bestuurders, bijt van je af. Laat de academie dus een voorbeeld nemen aan Harvard-rector magnificus Alan Garber, die vorig jaar Trump ferm trotseerde: ‘geen enkele regering mag dicteren wat particuliere universiteiten mogen onderwijzen, wie zij toelaten, in dienst nemen en welke studie- en onderzoeksgebieden ze mogen nastreven.’
In haar nieuwe boek Nation of Strangers waarschuwt de Turkse schrijfster Ece Temelkuran, woonachtig in Duitsland, voor de teloorgang van democratieën wereldwijd en de normalisering van fascisme.
Temelkuran, die in 2016 Turkije verliet na haar felle kritiek op de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, ziet vluchtelingen, ballingen (zoals zij wordt genoemd) en ook burgers het liefst als vreemdelingen, in plaats van hen in hokjes in te delen, zegt zij in een interview met NRC. Volgens haar kun je je ook een vreemdeling voelen zonder je land te verlaten, doordat je het gevoel van thuis kwijtraakt.
Ze verwerpt de hiërarchie die in het Westen bestaat tussen mensen die hun land hebben moeten verlaten. Terwijl intellectuele ballingen zoals zij vaak worden gevraagd om op een podium hun verhaal te vertellen, moeten vluchtelingen of asielzoekers (die gevlucht zijn voor veiligheid) hun verhaal vertellen om te bewijzen dat zij slachtoffer zijn. Volgens Temelkuran tast dit soort hiërarchie, die Europa het gevoel geeft goed bezig te zijn, de waardigheid van mensen aan.
Temelkuran is er dan ook van overtuigd dat zij als schrijvende ‘balling’ geen recht heeft op meer privileges dan bijvoorbeeld vluchtelingen of asielzoekers.
Terwijl zij merkt dat mensen in het Westen niet inzien dat ook in hun landen de democratie wordt ondermijnd, ziet Temelkuran dat het fascisme ook hier oprukt. Zo moest zij vóór haar optreden op een Duits cultureel festival een vragenlijst invullen waarin haar werd gevraagd of zij Hamas steunde en het bestaansrecht van Israël erkende. Het was een subtiel symptoom van fascisme, zegt zij tegen NRC. Ze voegt eraan toe dat, net als bij fascisme, je bepaalde woorden moet gebruiken om te laten zien dat je geen vijand van de staat bent, iets wat zij zegt te herkennen uit Turkije.
In plaats van de vraag hoe we om moeten gaan met migratie, is Temelkuran van mening dat we ons moeten afvragen wat ‘thuis’ in Europa betekent. Wanneer nieuwkomers en mensen die hier al generaties wonen met elkaar het gesprek aangaan over ‘thuis’, kan Europa misschien een uitweg vinden, zegt zij tegen NRC.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.