17.5 C
Amsterdam
Home Blog

Moeten verslavende algoritmes achter social media worden verboden? Ons panel geeft antwoord

0

Sociale media zijn zo gemaakt dat we blijven kijken en scrollen. Hoe zorgen we ervoor dat we er zelf niet te veel tijd aan besteden, en hoe zit dat bij kinderen? Moeten verslavende algoritmes worden verboden? Het dK-panel reageert.

Mostafa Hilali, militair

‘Verbieden is in mijn optiek onzin. Met die verslavingen kunnen we eigenlijk prima leven, of het nou gaat om sociale media, koffie of het lezen van boeken. Sommige mensen kunnen niet in slaap vallen zonder sociale media of een boek. De kernvraag is of we de hele dag op onze telefoon zitten of niet.

Ik ben heel tevreden met zo’n weekoverzicht van je telefoon. Daarin staat hoeveel procent meer of minder je op je telefoon hebt gezeten. Ik probeer elke week iets lager uit te komen dan de week ervoor.

In mijn beroep als militair is het soms niet mogelijk om een telefoon bij je te hebben. Dat vind ik heel fijn, omdat ik daardoor minder afhankelijk word van mijn telefoon. Soms kan ik vier, vijf uur achter elkaar zitten zonder mijn mobiele telefoon aan te raken.

Wat onze kinderen betreft, is het vooral belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Als je als ouder zelf constant op je telefoon zit, moet je niet verbaasd zijn als je kind dat ook doet.’

Dimple Sokartara, projectleider

‘Ik ben van sociale media afgegaan omdat ik inderdaad verslaafd was, met name aan Instagram. Ik ben daar vanaf mijn twintiger jaren echt mee opgegroeid. Het was voor mij ook nuttig om contacten te onderhouden en bepaalde producten te volgen. Maar het werkte steeds verslavender. Nog los van de algoritmes merkte ik dat ik zelf ook graag wilde posten en laten weten wat ik aan het doen was. Vijftien maanden geleden ben ik moeder geworden en heb ik al die verleidingen losgelaten, omdat je nou eenmaal veel liever kostbare tijd aan je kindje wilt besteden.

‘Het werkte steeds verslavender’

Of ik voor een verbod ben, weet ik niet, want voor mij was het ook echt een heel goed medium. Ik vond er alles en kon met iedereen in contact blijven. Het is wel goed om beleid te bedenken, maar ik vraag me dan af: hoe zit het met reclame? Moeten we dat dan ook niet verbieden? In beide gevallen wordt het consumentisme aangewakkerd. Daar sta ik persoonlijk niet achter, omdat veel mensen zich hierdoor in de schulden werken.

Het is ook wetenschappelijk aangetoond dat het voor je brein niet goed is om continu achter een scherm te zitten scrollen. Misschien is meer bewustwording de oplossing, zodat mensen zichzelf dwingen hun schermtijd te beperken.’

Ayala Levinger, software-ontwikkelaar

‘Ik maak me zeker zorgen over het verslavende effect van sociale media. Mensen lezen steeds minder en consumeren vooral korte content, meningen en soms nepnieuws. Maar wat mij misschien nog meer zorgen baart, is dat algoritmes ervoor zorgen dat mensen in compleet ‘parallelle werelden’ kunnen leven.

Vroeger waren media natuurlijk ook gekleurd, maar we consumeerden grotendeels hetzelfde nieuws. Nu kan de ene persoon een totaal ander beeld van de werkelijkheid krijgen dan de andere. Je kunt daardoor letterlijk naast iemand zitten die niets weet van de genocide die in Palestina plaatsvindt, of die dezelfde gebeurtenissen heel anders interpreteert.

Daarom denk ik dat het probleem groter is dan alleen schermtijd of verslaving. Als ouder zou ik mijn kinderen vooral willen leren kritisch te kijken naar wat ze te zien krijgen: waarom krijg ik dit te zien, wat krijg ik níét te zien en hoe weet ik of iets klopt? Dat geldt ook voor mezelf. Ik probeer me ervan bewust te zijn dat mijn feed niet de werkelijkheid is, maar een selectie die door een algoritme wordt bepaald.’

Yunus Kaplan, docent

‘Ik zou niet meteen roepen: verbied alle algoritmes. Het probleem is niet elk algoritme, maar apps die zo zijn gemaakt dat je blijft hangen. Dat is voor volwassenen al moeilijk. Ik ben daar zelf ook niet vrij van. Je pakt even je telefoon en ineens ben je tien minuten verder, zonder dat je echt weet wat je hebt gezien. Dan vind ik het te makkelijk om alleen naar ouders te wijzen. Natuurlijk moeten die grenzen stellen. Maar van kinderen vragen dat zij sterker zijn dan een verdienmodel, vind ik nogal naïef. Dus ja, pak dat verslavende ontwerp harder aan.’

‘Van kinderen vragen dat zij sterker zijn dan een verdienmodel, vind ik nogal naïef’

Ahmed Abdillahi, postbezorger

‘Ik weet niet of een verbod op verslavende sociale media dé oplossing is, maar dat problematisch gebruik bestaat, lijkt me duidelijk. Ik heb zelf ook een periode gehad waarin ik er veel te veel mee bezig was. Gelukkig is dat nu een stuk minder.

Ik ken ook mensen die soms wel twaalf uur per dag op TikTok zitten, of zelfs ’s nachts wakker blijven omdat ze niets willen missen. Dat lijkt mij niet gezond. Ik heb daar ook weleens iemand op aangesproken, maar dat is niet altijd makkelijk te veranderen. Voor jonge kinderen vind ik een verbod of stevige leeftijdsgrens daarom wel iets waar we serieus over moeten nadenken. Steeds meer landen nemen daar maatregelen tegen.

Maar vooral moeten we als samenleving het gesprek voeren over de invloed van sociale media en algoritmes. Is het wel gezond als platforms voortdurend proberen onze aandacht vast te houden? En misschien mogen we ook weer wat meer terug naar vroeger: elkaar in het echt spreken, samen dingen doen en gewoon met elkaar in gesprek gaan, zonder steeds naar een scherm te kijken.’

Sociaal-Economische Raad wil dat asielzoekers zo snel mogelijk aan het werk gaan

0

Werk moet vanaf dag één het hoofddoel zijn voor nieuwkomers in Nederland. Dat stelt de Sociaal-Economische Raad (SER) in het nieuwe advies ‘Van aankomst naar toekomst: Naar volwaardige arbeidsdeelname van nieuwkomers’.

Een soepele deelname aan het arbeidsproces zou kunnen beginnen met een ’talentscan’, waarbij de ambities en vaardigheden van nieuwkomers in kaart worden gebracht, aldus de SER. ‘Sectoren met grote personeelstekorten hebben baat bij de inzet van nieuwkomers.’

De SER vindt dat het huidige inburgeringsbeleid op de schop moet. ‘Nu hebben mensen vaak overdag taallessen, inclusief reistijd. In de praktijk is dat lastig te combineren met een baan’, zegt een woordvoerder tegen de NOS. ‘Wij vinden dat mensen moeten kunnen werken of een opleiding volgen; de vraag is hoe je taalonderwijs en inburgering daaromheen kunt organiseren.’

Veel asielzoekers willen werken, aldus de SER. De Syrische asielzoeker Ahmad, die sinds 2020 in Nederland woont, werkt nu als technicus bij Stedin. ‘Werken is leven’, zo vertelt hij enthousiast. Ahmad is ook erg blij met zijn collega’s bij het bedrijf.

De Oekraïense arts Yana vertelt dat ze graag weer op niveau aan het werk wil gaan. Om in Nederland als arts te kunnen functioneren moet je formeel op B2- of C1-niveau Nederlands spreken. Dat wordt echter niet gefinancierd. Voor statushouders zijn er taallessen tot B2.  Yana is pro-actief en blijft zoeken naar mogelijkheden, onder andere via haar Oekraïense netwerk. ‘Ik wil geen tijd meer verspillen. Ik wil graag iets betekenen.’

Coenradie (JA21): geen iftars, wel kerstborrels bij de politie

0

Parlementariër Ingrid Coenradie (JA21) is blij met de afschaffing van politie-iftars, zei ze in de talkshow Nieuws van de Dag. Maar dat ook de kerstborrel straks niet meer mag, vindt ze een slechte zaak. De kerstborrel zou volgens haar ‘erg verankerd’ zijn in de Nederlandse normen, waarden en cultuur.

In de uitzending was eerst justitieminister David van Weel (VVD) aan het woord, die uitleg gaf over de afschaffing van de publieke politie-iftars. Er zou al lange tijd ‘ongemak’ zijn binnen het politiekorps, waardoor de neutraliteit van de politie in het geding zou komen. ‘Er is nu een duidelijke lijn. De politie zal geen bijeenkomsten met een religieus karakter meer organiseren’, zegt de minister via een videoverbinding.

In de studio reageert Coenradie ongemakkelijk op de term ‘religieus karakter’. De voormalige PVV-minister, nu Kamerlid voor JA21, vindt dat haar motie verkeerd wordt uitgelegd als daardoor ook niet-islamitische bijeenkomsten worden afgeschaft.

‘In mijn motie stond dat we stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars’, zegt ze, waarbij ze benadrukt dat kerstborrels daar niet onder vallen. Het is Coenradie duidelijk alleen om de islam te doen. ‘Ik vind dat de islam niet te vergelijken is met iets wat heel erg verankerd is in onze Nederlandse normen, waarden en cultuur’, zo legitimeert de JA21-politica haar openlijke discriminatie.

Op sociale media is men in moslimkringen niet verbaasd. ‘Hiermee wordt mijn stelling bevestigd: het neutraliteitsprincipe is altijd een paard van Troje geweest om discriminatie van moslims een wettelijke basis te geven’, aldus een gebruiker op Instagram.

Mona Keijzer wijst onterecht naar moslims voor toenemende homohaat

0

Bij het televisieprogramma Renze wees Tweede Kamerlid Mona Keijzer (Groep Keijzer) met een beschuldigende vinger naar Nederlandse moslims, die volgens haar verantwoordelijk zijn voor de toenemende homohaat in Nederland. Maar uit onderzoek blijkt een ander beeld: in werkelijkheid is de homotolerantie onder alle jongeren gedaald.

Aanleiding voor haar gepeperde uitspraken was een nieuw onderzoek naar homo-acceptatie. Keijzer noemde dit op LinkedIn een flutonderzoek, omdat het rapport niet sprak over de islam.

Volgens Keijzer heeft ‘links’ er een handje van onwelgevallige feiten te verdoezelen. Zo werd eerder een onderzoek over homofobie onder Marokkaanse jongeren in Amsterdam door toenmalig GroenLinks-wethouder Rutger Groot-Wassink in de doofpot gestopt, aldus Keijzer.

Dat Keijzer moslims als zondebok aanwijst is onterecht en roept veel weerstand op. Trouw-columnist en mbo-docent Karim Amghar is woedend.

‘Mona Keijzer misbruikt een aanslag op de lhbtiq+ gemeenschap voor haar eigen agenda, maar die gemeenschap boeit haar geen bal. Ze wil gewoon scoren. Het DEDAIN waarmee ze spreekt en de manier waarop ze alle problemen bagatelliseert en goedkoop reduceert, is om misselijk van te worden… sorry…’

Volgens het rapport dat deze week verscheen, is een van de oorzaken van de afgenomen tolerantie onder alle Nederlandse jongeren de groeiende invloed van de manosfeer: de online wereld van blogs, podcasts, sociale media en websites waarin negatieve ideeën over onder meer vrouwen en homoseksuele personen worden verspreid.

AIVD en NCTV waarschuwen voor normaliseren extreemrechts

0

Rechtsextremisten proberen hun ideologie doelbewust te normaliseren binnen verschillende domeinen van de samenleving. Dat schrijven de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in een gezamenlijke analyse.

Volgens de diensten staan ‘ongelijkwaardigheid op basis van huidskleur en de overtuiging van witte superioriteit centraal’ binnen extreemrechts. Doel is om dit gedachtegoed strategisch te verspreiden.

Een deel van de beweging zet volgens de analyse bewust in op façadepolitiek. Ze presenteren hun ideeën als gematigd, terwijl ze in werkelijkheid veel extremer zijn. Zo ontstaat ‘meer ruimte […] om hun ideeën te verwezenlijken als deze breder worden geaccepteerd in de samenleving’. De diensten signaleren dat rechtsextremisten actief zijn in online omgevingen, media, politiek en demonstraties, en soms proberen ‘politieke partijen van binnenuit te beïnvloeden’.

AIVD‑directeur‑generaal Simone Smit noemt het gedachtegoed ‘een dreiging voor de democratische rechtsorde’. De publicatie moet inzicht geven in ‘de intenties van deze beweging en de wijze waarop de normalisering van dit gedachtegoed in de Nederlandse samenleving tot uiting komt’.

NCTV‑hoofd Marc Kuipers waarschuwt dat normalisering gevolgen kan hebben voor de veiligheid. ‘We moeten niet onderschatten wat er kan gebeuren als extremistische ideeën en taalgebruik steeds verder normaliseren en de basis van onze democratie, zoals gelijkwaardigheid, tolerantie voor anderen en dialoog onder druk komen te staan.’

Volgens hem kunnen geweldsbereide personen zich ‘gelegitimeerd voelen om daadwerkelijk in actie te komen’. Kuipers benadrukt dat het essentieel is ‘het extremistische frame en taalgebruik te herkennen en effectief weerspreken in plaats van een podium te bieden’.

De diensten stellen dat normalisering van extreemrechts de democratische rechtsorde ‘sluipenderwijs ondermijnt’, omdat extreemrechtse denkbeelden haaks staan op grondrechten zoals gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Hoewel een meerderheid van de samenleving het gedachtegoed verwerpt, neemt de ontvankelijkheid voor extreemrechts gedachtegoed toe, wat de dreiging kan vergroten.

Geef geloof de ruimte

0

In Europa was het zeker niet altijd pais en vree tussen Joodse gemeenschappen en de bevolking om hen heen. De angst voor onderdrukking, verdrijving, vervolging en pogroms was altijd aanwezig. En keer op keer bleek die angst niet onterecht. Ik heb het over het Europa van lang voordat Hitler en zijn trawanten van zich lieten horen. Een tijd waarin moskeeën nog geen deel uitmaakten van het landschap en er ook nog geen Joodse staat was waaraan men, als men dat wilde, aanstoot kon nemen.

Wel stond er in ieder dorp of iedere stad een preekstoel vanwaar op gezette tijden vanuit het kerkelijk gedachtegoed een primitieve Jodenhaat werd gepredikt en tot geweld tegen Joodse medeburgers werd opgeroepen. De gemeente die daarop de kerk uitstroomde, bracht in praktijk wat zij zojuist in naam van de Bijbel had horen verkondigen.

En toch was er ook een andere kant van het verhaal. Om op reis te gaan maakte de Joodse burger waar mogelijk gebruik van een Joodse koetsier. ’s Nachts door donkere bossen en over ’s Heren wegen reizen, met op de bok een koetsier die mogelijk snode plannen met zijn reiziger koesterde, voelde verre van prettig. Nee, dan liever een voerman uit de eigen gemeenschap. Dat voelde veilig.

Maar in de dorpjes en op het platteland was lang niet altijd een Joodse koetsier beschikbaar. Wat deed men dan als men toch naar de stad moest? In de buurt van de grote stad Vilnius in Litouwen maakte men dan toch maar gebruik van de diensten van een niet-Jood. Er moest immers gereisd worden. Men koos dan een koetsier die aan de ene kant regelmatig naar diezelfde kerk ging waarvoor men toch ook wel bang was. Maar aan de andere kant wilde men graag een man op de bok die bij het passeren van een crucifix een kruis sloeg. Men reisde liever met iemand die in ieder geval liet zien ontzag en vrees te hebben voor een Hogere Macht. Geloof weerhield de man dan misschien toch van het kwaad.

Een religie van waaruit haat wordt gepredikt, maar toch gebruikmaken van een gelovige? Het lijkt wat dubbel. Toch was dit uit noodzaak de filosofie. Erkenning van een Hoger Goddelijk gezag schept veiligheid.

Onze Europese samenleving is hard op weg iedere vorm van erkenning van een Hoger gezag de deur te wijzen.

In een wel heel ongemakkelijke poging van de Nationale Politie om iedere schijn van partijdigheid te vermijden en haar ‘neutraliteit’ hoog in het vaandel te houden, stopt zij met het zelf organiseren van openbare iftarbijeenkomsten. Een nieuwe gedragscode moet ervoor zorgen dat de politie en de islam niet met elkaar worden vereenzelvigd. Deze stap is genomen vanwege weer zo’n ‘anti-motie’ uit ons parlement.

Het laat juist zien dat ook onze moslimagenten midden in de samenleving staan

Waar deze motie niet aan heeft gedacht, en waar mogelijk ook de top van onze politie geen aandacht aan heeft geschonken, is de bijzondere waarde van deze iftars. Samen met veel anderen uit onze zeer diverse samenleving was ook ik, met allerlei vertegenwoordigers uit de Joodse gemeenschap, een vaste gast bij deze waardevolle avonden. En waarom waren die waardevol? Dit evenement betekent helemaal niet dat de politie ineens het predicaat ‘islamitisch’ krijgt opgeplakt. Het laat juist zien dat ook onze moslimagenten midden in de samenleving staan, tussen al die maatschappelijke organisaties waarmee zij dagelijks werken en die nu hun gasten zijn. Met deze nieuwe gang van zaken plaatst de politie zich juist buiten de samenleving. Het moet wel gezegd worden dat, als het bekende doekje voor het bloeden, nu ineens ook de christelijke kerstviering en het Joodse Chanoekafeest worden meegenomen.

Binnen onze Biblebelt wordt de druk op de zondagsviering steeds groter. In meerdere plaatsen voelt de middenstand zich steeds meer gedwongen om de winkeldeur op de Dag des Heren te openen. In de Gelderse gemeente Groesbeek werd besloten na dit jaar niet langer de kerstboom op het plein voor het gemeentehuis te plaatsen. Voor degenen die hierin geloven, is de kerstboom op die plek een geloofstraditie die nu plaats moet maken voor een ‘ongelovig’ lichtsculptuur. In ons hele land worden gebedshuizen aan de eredienst onttrokken. En regelmatig moeten geloofsgemeenschappen hun best doen om het recht te behouden hun geloofstradities, zoals besnijdenis en het naleven van religieuze spijswetten, in stand te houden.

In België is heel recent docente Hadija Amajoud ontslagen omdat zij weigert haar hoofddoek op school af te doen. Sinds 2024 bestaat daar een verbod op het dragen van religieuze symbolen binnen het onderwijs.

De areligieuze buitenwereld is op deze manier hard bezig religie achter de voordeur te laten verdwijnen, in de hoop dat die op termijn helemaal in rook zal opgaan.

Dit gaat natuurlijk niet gebeuren. Voor gelovigen heeft de religieuze overtuiging een eeuwigheidswaarde die zich niet door beperkende maatregelen laat reduceren. De atheïstische samenleving kan religie op deze manier niet beschadigen. Wat zij niet beseft, is dat zij zichzelf wel onomkeerbare schade toebrengt. Waar een Hoger gezag niet langer wordt erkend, ontstaat een structuur waarin ieder voor zichzelf het hoogste gezag gaat opeisen. Wat dan rest, is slechts chaos, regeringsloosheid en wanorde.

Zowel maatschappelijk als politiek zie ik dit om me heen gebeuren. De niet-gelovige zal het causale verband tussen het verdwijnen van geloofsvrijheid en anarchie vanzelfsprekend altijd ontkennen. De gelovige neemt dit echter met open ogen waar. Voor iedereen die iets heeft met de Bijbel, Koran of Torah is het overduidelijk. Het geloof wordt niet beschadigd. De geestelijke duurzaamheid van de wereld om ons heen zonder geloof gaat daarentegen heel snel bergafwaarts.

Geef elkaar de ruimte om te geloven wat men wil en om dat geloof ook in praktijk te kunnen blijven brengen. Dan komt het allemaal vast wel weer goed in de wereld om ons heen. Deo volente. Inshallah, im yirtze Hashem.

Verkiezingen in Marokko: is verandering te verwachten?

0

Morgen vinden de parlementsverkiezingen plaats in Marokko. De verkiezingen zullen bepalen wie huidig premier en miljardair Aziz Akhannouch zal gaan vervangen. Wordt het weer een premier uit de gevestigde orde, of iemand die de zorgen van de Marokkanen daadwerkelijk serieus neemt? 

De verkiezingen beloven een graadmeter te worden van het vertrouwen dat de Marokkanen, en dan vooral jonge Marokkanen, nog hebben in hun politieke systeem. 

Een jaar geleden gingen jongeren in Marokko de straat op om te protesteren voor beter onderwijs, gezondheidszorg, meer banen en betere publieke voorzieningen. Ook wilde de beweging, die ‘Gen Z 212’ is gaan heten, een einde aan corruptie. Terwijl de Marokkaanse economie op verschillende macro-economische factoren goed scoort, met een forse toename van buitenlandse investeringen, een groei van bijna 5 procent en een inflatie van 1 procent – zorgt die groei er niet voor dat jongeren vooruitkomen. 

Buitenlandse investeringen en het aanstaande gastheerschap van het Wereldkampioen Voetbal in 2030 hebben geleid tot grote stappen op het gebied van infrastructuur, zoals een nieuwe hogesnelheidstrein in het noorden, prestigieuze gebouwen en nieuwe stadions. 

Naast deze façade houdt de gevestigde orde in Marokko de schijn van democratie in stand, zegt Abdou Menebhi, mensenrechtenactivist en voorzitter van het Euro-Mediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling tegen de Kanttekening. Hij wijst erop dat de gevestigde politieke orde het land volledig in zijn greep heeft. Hij verwacht dan ook weinig van de verkiezingen.

‘Er wordt een façade opgeworpen van een democratie, maar verkiezingen in Marokko zijn niet democratisch. De parlementsverkiezingen in Marokko spelen een secundaire rol. Op veel terreinen, zoals Binnenlandse en Buitenlandse Zaken, Justitie, en Religieuze Zaken heeft de koning het voor het zeggen, niet het parlement. Bovendien is het kiessysteem corrupt en kunnen kandidaten stemmen kopen. Zo is nu al bekend wie de premier wordt en wie de ministers. Ondertussen zitten de gevangenissen vol met journalisten en mensen die tijdens protesten werden gearresteerd.’

Corrupt systeem

Partijen die de zorgen van jongeren serieus nemen, zijn er wel, maar ze worden door het politieke systeem gemarginaliseerd, vertelt Menebhi. ‘Ook organisaties die opkomen voor de rechten van Marokkanen kunnen niet in vrijheid werken. Hun bijeenkomsten worden verboden, mensen worden gearresteerd en advocaten geïntimideerd.’

Menebhi merkt op dat er veel op het spel staat, maar dat de verkiezingen hier niet veel aan zullen veranderen. ‘De toekomst van Marokko is onzeker, na de repressie van de jongerenprotesten, de migrantencrisis rond Ceuta en de omstreden relatie met Israël. De meeste mensen die gaan stemmen doen dat echter omdat hen in ruil geld is beloofd.  Niemand gelooft echt in de verkiezingen, want waar stem je nog voor? Ondertussen tolereert de koning dit corrupte systeem, want hij wil enkel een façade van democratie in stand houden.’

Mensenrechtenactivist Said Bouddouft verwacht niet dat politieke partijen de grieven van de jongeren die eerder protesteerden echt serieus zullen nemen, vertelt hij aan de Kanttekening. ‘Hoewel er partijen zijn die zeggen op te komen voor de jongeren, worden zij in de meeste van de 27 politieke partijen nauwelijks vertegenwoordigd. Dat zegt genoeg over de positie van jongeren. Je zou zeggen dat deze partijen na de Gen Z protesten hun zorgen zoals de hoge werkloosheid op de agenda zouden zetten. Maar helaas blijkt de gevestigde orde dominant. De echte onderwerpen komen niet aan de orde. Partijen zouden eens werk moeten maken van de grieven van de bevolking.’

Voetbal als machtsmiddel

De huidig staatssecretaris Budgetbeheer, Fouzi Lekjaa, maakt de meeste kans om premier te worden. Lekjaa, die ook voorzitter is van de koninklijke voetbalfederatie, sloot zich vlak voor de verkiezingen aan bij één van de partijen. Volgens de Arabische website Middle East Eye voedde dit speculaties dat deze zet bedoeld was om Lekjaa neer te zetten als premier. Sommigen zien dit als middel van de Makhzen, het politieke establishment, om de macht in Marokko te behouden. Ook zou de stap bedoeld zijn om de basis te leggen voor een regering die het land zal voorbereiden op het gastheerschap van het Wereldkampioenschap voetbal. 

Maar Menebhi gelooft niet dat Lakjaa als premier zich zal bekommeren om de zorgen van jongeren. ‘Hij praat alleen maar over voetbal.’ Bouddouft merkt op dat tijdens zijn regeerperiode veel is bezuinigd op onderwijs, terwijl er wel geld was voor de bouw van het grootste voetbalstadion in de wereld. ‘Dat zegt genoeg, als je het mij vraagt.’

Ook Bouddouft verwacht niet dat er iets zal veranderen voor de Marokkaanse bevolking. Partijen die voor de verkiezingen allerlei dingen beloven, zeggen na de verkiezingen dat ze niets kunnen of mogen doen. De dominante partijen zijn van rijke mannetjes die elkaar functies toeschuiven en mensen benoemen die geen enkele ervaring hebben.’

Volgens hem heeft ook de islamistische partij PJD die na de ‘Arabische Lente’ winst boekten, niet waargemaakt wat zij beloofde. ‘Terwijl zij hadden beloofd de corruptie aan te pakken, hebben ze het tegenovergestelde gedaan. Deze partij staat nu weer in de voorhoede, maar daarom verwacht ik daar niet veel van.’

Bouddouft wijst echter ook op de invloed van de Makhzen, dat repressie inzet om het systeem in stand te houden, waaronder de impopulaire band met Israël. ‘De Makhzen treedt enorm hard op tegen iedereen die daartegen protesteert. Terwijl vroeger nog demonstraties werden toegelaten, worden deze nu hardhandig de kop ingedrukt.’ 

Volgens Menebhi is de door de Verenigde Staten doorgedrukte normalisering van betrekkingen met Israël erg impopulair bij de Marokkanen. ‘99 procent van de Marokkanen is ertegen. De drie grootste partijen die pro-koning zijn, zijn ook pro-Israël.’ Volgens Menebhi zijn partijen die wel voor de Palestijnen zijn, om die reden dan ook marginaal.

Bouddouft verwacht niet dat de relatie met Israël enig effect zal hebben op de uitslag van de verkiezingen. ‘Partijen die aan de winnende hand zijn, zullen gewoon doorgaan met het opbouwen van de relatie met Israël.’ Dit is, naast het algehele wantrouwen in het systeem, volgens hem een reden dat veel mensen niet zullen komen opdagen voor de verkiezingen. ‘En zij die gaan stemmen, worden meestal gelokt. Hoogopgeleiden zullen waarschijnlijk niet stemmen.’

In tegenstelling tot Nederland moeten kiezers in Marokko zich eerst voor de verkiezingen registeren, vertelt Bouddouft. Volgens officiële cijfers hebben 15.8 miljoen kiezers, zesenveertig procent van de kiesgerechtigden, zich geregistreerd. Van die kiezers is slechts vier procent tussen achttien en vierentwintig. Negenentwintig procent, de grootste groep, is boven de zestig.

‘Maar als straks zo’n dertig procent vervolgens echt gaat stemmen, dan is dat een behoorlijke score’, zegt Bouddouft.

Turkije intensiveert onderzoeken naar religieuze gemeenschap en frauduleuze vastgoeddeals

0

Turkse autoriteiten hebben twee omvangrijke onderzoeken verder uitgebreid: één gericht op de religieuze Süleymanlilar‑gemeenschap en één op fraude binnen het programma voor staatsburgerschap‑via‑investering. Dit schrijft de onafhankelijke Turkse nieuwssite Turkish Minute.

In de Turkse hoofdstad Ankara gaf het Openbaar Ministerie opdracht tot de detentie van 29 personen en stelde het bewindvoerders aan bij 23 bedrijven die gelinkt zijn aan de Süleymanlilar-beweging, de religieuze groep rond de nu gevangen genomen leider Alihan Kuris.

Volgens het OM-dossier zouden betrokkenen geld hebben verplaatst binnen en buiten Turkije, gebruik hebben gemaakt van schijnconstructies en geldstromen hebben verborgen via logistieke bedrijven, hulptransporten en online betalingen. Ook onderzoekt het OM of er pogingen zijn geweest om verkiezingen te beïnvloeden.

Velen vermoeden dat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan uit is op het kapitaal van de Süleymancilar. De bezittingen van de religieuze Gülenbeweging werden eerder ook geconfisqueerd.

Ruim 6000 mensen mogelijk Turkse nationaliteit kwijt

Parallel daaraan maakte het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken bekend 6.134 mensen mogelijk hun Turkse nationaliteit zullen verliezen. Het gaat om mensen die via het aankopen van vastgoed het Turkse staatsburgerschap hadden verkregen, maar waarvan transacties frauduleus bleken of waarbij veiligheidsrisico’s werden vastgesteld.

In Istanbul werden 72 verdachten aangehouden en 30 bedrijven onder toezicht geplaatst, in een onderzoek naar vervalste taxaties en kunstmatig opgehoogde vastgoedwaarden. Honderden objecten, voertuigen en bankrekeningen zijn in beslag genomen. De Turkse autoriteiten benadrukken echter dat de administratieve procedures tot de intrekking van het Turkse staatsburgerschap van de verdachten nog lopen. Onder de verdachten bevinden zich criminelen uit Iran, Georgië en Kroatië.

Ministers legden juridisch advies over genocidezaak Gaza naast zich neer

0

Ministers van Buitenlandse Zaken legden dringende adviezen van hun juristen naast zich neer om Nederland te laten interveniëren in de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag nodigde Nederland, als hoeder van het hof en mede-ondertekenaar van het Genocideverdrag, in februari 2024 uit om zich aan te sluiten. Politieke overwegingen wogen zwaarder, zoals in gesprek blijven met Israël en de wens ‘neutraal’ te blijven. Dat blijkt uit onderzoek op basis van de Wet open overheid (Woo).

Het Woo-verzoek betrof alle correspondentie tussen bewindslieden en juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) over de interventie. BZ overlegde daarop achttien pagina’s, waarvan verreweg het grootste deel was weggelakt, met name de politieke motivatie, waar juist om was gevraagd. Uit het overige is dit opgemaakt:

6 februari 2024: Het Internationaal Gerechtshof (IGH) ‘nodigt Nederland uit’ te interveniëren in de door Zuid-Afrika ingediende zaak over genocide in Gaza

Op 29 december 2023, bijna drie maanden na het bloedbad dat Hamas aanrichtte in Israël op 7 oktober en nadat Israël overging tot een grootscheepse inval in Gaza, begon Zuid-Afrika een zaak bij het IGH in Den Haag tegen Israël wegens mogelijke genocide op de Palestijnen. Nadat het Hof voorlopig had vastgesteld dat het bevoegd was om de zaak te behandelen, stelde het de andere staten die partij zijn bij het Genocideverdrag, waaronder Nederland, in kennis van de mogelijkheid om te interveniëren. De juristen in de correspondentie spreken van ‘uitnodigen’. Met zo’n interventie kan Nederland het Hof zijn juridische opvattingen voorleggen over de uitleg van het Genocideverdrag. Het wordt daarmee geen partij in de zaak, maar is vervolgens wel gebonden aan de uitleg die het Hof aan het verdrag geeft.

12 februari 2024: Minister Bruins Slot weigert als eerste interventie

Ondanks het verzoek pleitte de eerste minister van BZ, Hanke Bruins Slot (minister van 5 september 2023 tot 2 juli 2024, CDA), die met het verzoek van het IGH te maken kreeg, voor uitstel van een besluit. Dat was nog onder het kabinet-Rutte IV. Hierover is geen interne correspondentie bekendgemaakt, maar in een brief aan de Kamer op 12 februari 2024 reageert ze op de bevoegdheidsverklaring van het IGH in de genocidezaak en de ingestelde voorlopige maatregelen van het Hof, met onder meer: ‘Nederland respecteert de uitspraak en roept de partijen op de uitspraak na te leven, ook in de bilaterale contacten.’ In de Tweede Kamer bepleit ze afwachten: ze wil eerst de reactie van Israël zien. Verder neemt Nederland als ‘gastheer van het hof een neutrale positie’ in en ‘we zijn geen onderdeel van de procedure’. (Volkskrant, 18 januari 2024)

22 augustus 2025: Veldkamp ‘overweegt’ interventie

Bruins Slots opvolger, minister Caspar Veldkamp (NSC), zegt op 22 augustus de Tweede Kamer toe zich verder te verdiepen in de mogelijkheid dat Nederland intervenieert in de zaak en daarover aan de Kamer terug te koppelen. Opvallend is dat in de Woo-openbaarmaking geen enkel zelfstandig document uit Veldkamps ministerschap van 2 juli 2024 tot 22 augustus 2025 is vrijgegeven. Zijn periode komt alleen achteraf in latere stukken terug. Dat roept vragen op, temeer omdat uit correspondentie van het net aangetreden kabinet-Jetten van maart 2026 blijkt dat het verzoekt om ‘alle adviezen […] van de afgelopen jaar’. Dat suggereert dat er mogelijk meer eerdere adviezen of stukken hebben bestaan dan nu openbaar zijn gemaakt. Het lijkt in ieder geval onaannemelijk dat dit onderwerp wel in de periode voordat en nadat Veldkamp minister was intern is besproken en niet tijdens zijn ministerschap. Zeker gezien het feit dat hij zich in de Tweede Kamer wel over de interventie heeft uitgesproken.

26 augustus 2025: Juristen adviseren minister Brekelmans om te interveniëren

Slechts enkele dagen na Veldkamps aftreden komt de dienst Juridische Zaken (DJZ) voor het eerst in beeld wanneer die Brekelmans adviseert de interventie in te dienen vanwege een door het IGH ingestelde deadline voor aanlevering. Deze datum is (eerst) op 12 januari 2026 gesteld. In een memorandum van 26 augustus 2025 adviseert DJZ daartoe, na ook de Directie Afrika en Midden-Oosten (DAM) te hebben geraadpleegd, ‘M’, de waarnemend minister van Buitenlandse Zaken. Brekelmans wordt zelf op 5 september vervangen door David van Weel (VVD). Het kabinet-Schoof was al op 3 juni gevallen.

Nederland kon zich volgens hem niet ‘aansluiten’ bij de zaak van Zuid-Afrika

De timing van het memo is opvallend omdat Veldkamp juist was afgetreden uit onvrede met het uitblijven van steun voor meer sancties tegen Israël door de rest van het kabinet. ‘Ik heb er onvoldoende vertrouwen in dat dat de komende weken, maanden, anders zal zijn, als ik zo in mijn ruimte word beperkt om zelf het beleid te voeren dat ik nodig acht.’  Ook Veldkamp zag weinig in een Nederlandse interventie. In antwoord op Kamervragen van 30 mei 2025 stelde hij dat zo’n interventie niet zou bijdragen aan het voorkomen of beëindigen van een mogelijke genocide in Gaza. Nederland kon zich volgens hem niet ‘aansluiten’ bij de zaak van Zuid-Afrika, maar uitsluitend interveniëren over de interpretatie van het Genocideverdrag.

Verder zegt hij dat Nederland liever kiest voor bilaterale gesprekken met Israël en acties binnen de EU, zoals het ter discussie stellen van het Associatieverdrag.

De juristen voeren in het memo behalve de naderende deadline nog een ander argument op om de verklaring tot interventie ‘zo spoedig mogelijk in te dienen’ en bekend te maken in de Kamer op 10 september 2025: ‘gezien de verwachtbare druk vanuit de Kamer’. Zij verwijzen daarmee naar de fractievoorzitters Dassen (Volt) en Ouwehand (PvdD), die weliswaar op 22 augustus hun motie tot aansluiting bij de zaak verworpen zagen, maar ‘de verwachting is dat dit verzoek zal terugkeren en de druk zal toenemen’. DJZ maant de minister dus de politieke discussie voor te zijn.

De ambtenaren schetsen nog wel een uitstelmogelijkheid tot na de verkiezingen, uiterlijk 31 oktober 2025. ‘In dit geval kan de interventie door Nederland als verdragsondertekenaar van het Genocideverdrag nog op of voor de deadline van 12 januari 2026 ingediend worden.’ Een deadline die uiteindelijk door het IGH op 12 maart hard werd gesteld.

De ambtenaren geven als achtergrond van hun advies: ‘KNL (Koninkrijk der Nederlanden) heeft op februari 2024 een brief ontvangen van het IGH met uitnodiging tot interventie. Een dergelijke interventie is beperkt tot de constructie (interpretatie) van het Genocideverdrag en mag niet ingaan op de feiten ter ondersteuning van een van de partijen bij het geschil. Een staat die intervenieert wordt gebonden aan de interpretatie die het IGH geeft in zijn uitspraak.’ Dat betekent dus wel dat Nederland, als het intervenieert, consequenties zal moeten trekken uit het besluit, met andere woorden: als Israël veroordeeld wordt.

In dit verband noemen zij het uitstel van Bruins Slot in 2024, waarin je de irritatie over het verder tegenhouden van hun advies en het tijdverlies proeft. ‘Toenmalig minister Bruins Slot heeft in 2024 besloten de beslissing over een eventuele verklaring tot interventie uit te stellen totdat duidelijk was dat de rechtszaak inhoudelijk zou worden behandeld.’ Met andere woorden: door de voorlopige bevoegdheidsverklaring in de zaak is haar argument voor uitstel dus vervallen.

18 september 2025: Van Weel legt advies juristen naast zich neer

Drie keer in het memo nemen de juristen ‘zo spoedig mogelijk’ in de mond om te wijzen op de urgentie van de noodzakelijke interventie. Maar ook minister Van Weel legt het advies naast zich neer. Hoewel de juristen dus al op 26 augustus hadden geadviseerd de verklaring in te dienen, zei Van Weel op 10 september dat hij zich nog beraadde. Toen het IGH de deadline later verlengde tot 12 maart 2026, schoof hij de beslissing opnieuw voor zich uit. In een Kamerbrief van 21 november schreef hij: ‘Het kabinet beslist om deze reden op een later moment over het indienen hiervan.’

6 februari 2026: Juristen dringen opnieuw aan op interventie bij nieuwe kabinet-Jetten

Na de uitslag van de verkiezingen van 29 oktober 2025, waarbij D66 als grote winnaar uit de bus kwam, NSC oploste, BBB halveerde en de VVD enkele zetels verloor, ziet DJZ nieuwe kansen. Nog voor het aantreden van het kabinet volgt op 6 februari 2026 een nieuwe brief van JZ en DAM samen aan de nieuwe ‘M’ met het advies om de verklaring over de in te dienen interventie af te geven, omdat deze ‘opportuun’ is. Als redenen worden genoemd de uitnodiging van het Internationaal Gerechtshof, de deadline die nu op 12 maart ligt en het ‘Besluit van uw voorganger om een verklaring tot interventie voor te laten bereiden, onder voorbehoud van definitief politiek besluit.’ Met andere woorden: alles is er klaar voor, Van Weel gaf wel de opdracht tot voorbereiding, maar de politiek nam geen besluit.

11 maart 2026: Kabinet-Jetten dient één dag voor deadline interventie in

Het op 23 februari ingezworen kabinet-Jetten gaat op 6 maart tot actie over. Jetten verzoekt dan de betrokken ministers ‘M’, Buitenlandse Zaken, inmiddels Tom Berendsen (VVD), en ‘R’, Ontwikkelingszaken, Sjoerd Sjoerdsma (D66), om alle stukken, ook die van de vorige twee jaar, door te nemen. Alles ligt klaar. Ook het ‘krachtenveld’ wordt besproken, de publieke opinie en de temperatuur in de Kamer. En dan, met de deadline in de nek, besluit dit kabinet zestien dagen na aantreden wat zijn voorgangers en vier ministers van Buitenlandse Zaken weigerden: het indienen van de verklaring. Het haalt de eindstreep op het nippertje op 11 maart.

‘Alles met betrekking tot Israël en Palestina ligt gevoelig’

In een reactie op de vraag waarom de ministers ondanks steeds klemmender juridisch advies de interventie weigeren, stelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum:

‘Angst. Alles met betrekking tot Israël en Palestina ligt gevoelig. Binnen alle partijen (met uitzondering misschien van Denk, PvdD, SP en Volt; D66 en PRO ook enigszins) is er weerstand om in actie te komen. Ik denk ook dat de ministers wilden afwachten wat andere Europese landen zouden doen. En hoe later ze actie zouden ondernemen hoe minder kans er is dat er tussen het indienen van de verklaring en de uiteindelijke deadline nog dingen gebeuren die hen in verlegenheid zouden brengen.’

Waarom is het merendeel weggelakt?

‘Dat gebeurt altijd. Ze lakken zoveel mogelijk weg en hopen dat de indiener geen bezwaar aantekent (en uiteindelijk geen beroep indient bij de rechter). Dat hebben wij zelf ook ondervonden. We hebben de drie beroepszaken bij de rechtbank alle keren glansrijk gewonnen. Het Ministerie weet dat het teveel weglakt maar probeert het toch en hoopt dat het ermee wegkomt.’

Minister Van Weel van Justitie stelt op zijn website dat hij alles doet om de rechtsstaat te ondersteunen, maar als minister van BZ stond zijn handelen haaks op internationaal recht. Waarom?

‘Ik denk dat Van Weel binnen de VVD meer aan pro-Israëlische kant staat. Maar echte haviken zijn volgens mij Ellian en Yesilgöz. Partij prominenten als Nijpels en Van Aartsen gaan meer de andere kant op. Veel Kamerleden en Kabinetsleden houden zich vooral aan de partijlijn. Maar binnen de VVD schuift het. VVD is de partij voor vrijheid en democratie maar als je Israël steunt ben je tegen vrijheid voor Palestijnen én tegen de democratische rechten van Palestijnen in Israël. Hun gedrag en beleid gaan ook in tegen naleving van internationaal recht.’


Over de werkwijze:

Na vragen aan BZ over de totstandkoming van het besluit tot interventie is geantwoord dat de info vertrouwelijk was en niet kan worden gegeven. Daar is een Woo-procedure gestart.

Over het niet openbaar maken van het gros van de tekst stelt het ministerie dat openbaarheid van de informatie mogelijk de ‘relatie van Nederland met andere landen en staten en internationale organisatie beschadigt’. Ook zouden door het verbreken van de vertrouwelijkheid met publicatie van informatie uit het ‘diplomatiek verkeer’ betrekkingen met die landen en organisaties in de toekomst ‘stroever’ kunnen verlopen. Verder weigert het ministerie inzicht te geven in de interne correspondentie, ‘de processtrategie’ over de besluitvorming, mede omdat dat de inmiddels in gang gezette interventie zou kunnen beïnvloeden.

Politie organiseert straks geen publieke iftars meer

0

De politie stopt op 1 januari met het zelf organiseren van publieke iftars. Intern mogen iftars nog wel georganiseerd worden en politiepersoneel mag ook iftars bezoeken die door anderen zijn georganiseerd.

Korpschef Janny Knol zegt tegen de NOS dat contact met buurtbewoners en gemeenschappen bijdraagt aan vertrouwen en de-escalatie, wat goed is voor het politiewerk. Maar tegelijkertijd benadrukt ze dat de politie zelf neutraal moet zijn.

‘Als we zelf bijeenkomsten organiseren met een religieus karakter, dan kunnen geloofsovertuigingen worden opgevat als de onze en dat verhoudt zich niet tot onze neutrale positie. Daarom hebben we ervoor gekozen daar vanaf volgend jaar mee te stoppen.’

De politie stopt om die reden ook met publieke kerst- en chanoekavieringen. Toch hebben veel Nederlandse moslims het gevoel dat het politiebesluit is ingegeven door islamofobe motieven, omdat rechtse partijen in de Tweede Kamer al langer ageren tegen de politie-iftars. Kanttekening-columnist Tayfun Balcik schreef hier vorig jaar een kritische opinie over.