Nederland verkeert al jarenlang in een permanente asielcrisis. De gebeurtenissen die we de afgelopen periode in Loosdrecht en elders in het land hebben zien plaatsvinden, vormen dan ook helaas geen unicum, maar maken onderdeel uit van een patroon.
Sinds 2021 kent Nederland een zogeheten opvangcrisis. Er waren de afgelopen jaren simpelweg niet genoeg plekken om alle asielzoekers op te vangen. Dat is niet alleen het resultaat van beleid, maar ook van een forse toename van het aantal asielzoekers. Ook is de asielcrisis een politieke crisis. Inmiddels zijn er twee kabinetten over gevallen. En ook het kabinet-Jetten gaat het de komende jaren zwaar krijgen. Eigenlijk kunnen we al stellen dat we in Nederland al ruim een kwart eeuw te maken hebben met crises rondom migratie. En dat is hier dan ook de kern van het probleem. De asielcrisis zal dan ook alleen eindigen wanneer de migratiestromen teruggedrongen worden.
Laten we even teruggaan in de tijd. In de jaren ’90 waren er ook al lokale protesten tegen asiel. Begin jaren 2000 was er sprake van grote onrust in Nederland over het thema migratie. Tussen circa 2004 en 2015 slaagden opeenvolgende kabinetten erin de migratiestromen terug te dringen en de onrust te bezweren. Sinds 2015, het jaar van de zogeheten Syrische vluchtelingencrisis, zijn de migratiestromen echter weer ongekend hoog. Niet alleen op het gebied van asiel, waarbij de Oekraïense vluchtelingenstroom overigens nog niet eens in de officiële asielcijfers meegenomen wordt, maar ook op het gebied van arbeid, studie en gezinsmigratie. Nederland is een populair land voor mensen uit de hele wereld om zich te vestigen. En in dat opzicht zijn we eigenlijk het slachtoffer van ons eigen succes.
Meer mensen betekent immers meer woningen die nodig zijn
Want in een van de meest dichtbevolkte landen ter wereld, waarvan de bevolking uitsluitend groeit als gevolg van migratie — een groei die juist vanwege migratie veel sneller verloopt dan circa 25 jaar geleden voorspeld werd — is het niet gek dat het een en ander vast begint te lopen. We hebben bijvoorbeeld ook een stikstof-, netcongestie- en woningcrisis. Nu zal de lezer denken: maar wat heeft dit met asiel te maken? Nu, het is inderdaad niet zo dat statushouders hier onze woningen komen afpakken. Maar we zouden wel kunnen stellen dat migratie in bredere zin in sterke mate bijdraagt aan alle hiervoor genoemde crises.
Immers, wanneer er woningnood is in een land, dan is een sterke bevolkingstoename middels migratie over het algemeen geen goed idee. Meer mensen betekent immers meer woningen die nodig zijn. En die zijn er nu al te weinig. Meer woningen hebben bovendien ook meer stroom nodig, en dan komen we ook niet uit de netcongestie waar we nu mee kampen. En de stikstofcrisis is ook een probleem van een land dat veel te dichtbevolkt en dichtbebouwd is, waarin bevolking en natuur elkaar te veel in de weg zitten. Dat is ook de reden waarom bijvoorbeeld onze buurlanden hier niet mee kampen. Oftewel: migratie is weliswaar niet de primaire oorzaak van de bovengenoemde crises, maar zorgt er wel voor dat het niet gemakkelijker wordt om uit deze crises te komen. Willen we de crises oplossen waarin Nederland verkeert, dan zou het terugdringen van de huidige migratiestromen prioriteit nummer één moeten zijn, voor welk kabinet dan ook.
Voor wie nu denkt dat er in deze column allemaal hele gekke dingen worden geschreven: de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 concludeert dit eveneens. Volgens deze commissie zullen we met de huidige migratieaantallen rond 2050 simpelweg niet langer in staat zijn om voor onze bevolking in voldoende onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en woningen te voorzien. Dat laatste is overigens nu al het geval, gezien de explosieve toename van het aantal daklozen in de afgelopen jaren. Met de huidige migratiestromen werken we onszelf in Nederland dus alleen maar nog verder in de problemen. En dan zouden we kunnen stellen dat de huidige maatschappelijke onrust over asiel misschien nog wel slechts het begin is van alles wat nog kan gaan komen.
Nederland slibt dicht. De politiek staat nu voor een keuze: dringen we migratie eindelijk, na ruim 25 jaar van onvrede en onrust over dit thema, terug, of blijven we erin falen om deze crisis aan te pakken en daarmee ook de maatschappelijke onrust én de groei van radicaal-rechtse politieke partijen en extreemrechts politiek geweld alleen maar verder in de hand te werken? De erkenning van het maatschappelijke probleem dat grootschalige migratie vormt voor onze samenleving vraagt om nieuw beleid: landelijk, maar ook Europees. En het vraagt om nieuwe wetgeving op dit terrein: nationaal en internationaal.
Maar het vraagt in de eerste plaats om het besef van degenen die aan de knoppen draaien dat we met een paar extra opvanglocaties niet uit deze crisis gaan komen. Daarvoor zit dit probleem te diep en raakt het aan te veel fundamentele problemen in onze samenleving. Het is tijd dat de migratiestromen nu echt sterk teruggedrongen gaan worden. Niet voor een enkele kabinetsperiode, maar voor minimaal enkele decennia. Pas dan krijgen we als samenleving echt de kans om uit deze crisis te komen.