13.2 C
Amsterdam
Home Blog

Tientallen goudzoekers gedood door luchtaanval in Noord-Soedan

0

Minstens 72 burgers die naar goud zochten in het noorden van Soedan, aan de grens met Egypte, zijn gedood bij een luchtaanval, meldt de BBC.

Volgens de Soedanese organisatie Emergency Lawyers heeft de Egyptische luchtmacht afgelopen zaterdag goudzoekers aangevallen bij een drukke goudmijn in de noordelijke Nijlstaat van Soedan. Of Egypte daadwerkelijk achter de aanval zit, is niet bekend.

De organisatie verklaarde dat de aanval niet alleen een schending is van de Soedanese soevereiniteit, maar dat het onder vuur nemen van ongewapende burgers in strijd is met de internationale mensenrechten en het recht op leven, schrijft de BBC.

Volgens de Britse omroep hebben noch de Egyptische regering, noch de Soedanese autoriteiten gereageerd op de aanval.

Egypte werd eerder beschuldigd van dodelijke beschietingen op goudzoekers. Deze zouden onderdeel zijn geweest van het tegengaan van illegale activiteiten bij de zuidgrens, zoals drugssmokkel en illegale mijnwerkzaamheden, schrijft de BBC. Het is de tweede keer in drie maanden dat dit gebied wordt getroffen door dergelijke aanvallen, schrijft de Soedanese krant Sudan Tribune.

Volgens de krant zouden minstens tweehonderd mensen zijn gedood en honderden anderen ernstig gewond zijn geraakt bij de luchtaanval op een mijn in Shamal al-Wadi. Dit hogere dodental is gebaseerd op verklaringen van overlevenden en is niet onafhankelijk bevestigd. Overlevenden vertelden dat gevechtsvliegtuigen zaterdag rond zes uur in de ochtend aanvielen, terwijl mijnwerkers zich voorbereidden op hun ochtenddienst en anderen nog onder de grond zaten. De vliegtuigen zouden meer dan vijf raketten hebben afgevuurd op de kampen van de mijnwerkers, waarbij onderkomens werden vernield. Ook werden mijnwerkers bedolven onder mijnschachten die de vliegtuigen onder vuur zouden hebben genomen.

Getuigen beschuldigden het Egyptische leger ervan de aanvallen te hebben uitgevoerd. Volgens hen zijn er bij de mijn regelmatig zwaar materieel en vrachtwagens te zien die materiaal naar Egypte brengen. Egyptische grensbewakers zouden de mijn eerder in handen hebben genomen, zeiden zij tegen Sudan Tribune.

Volgens de BBC heeft de burgeroorlog in Soedan geleid tot een forse stijging van ambachtelijke of informele mijnbouw, waarbij burgers met eenvoudig gereedschap en zonder vergunning grote risico’s lopen. Het zou niet alleen een rol spelen bij de smokkel over de grens met Egypte, maar ook in de conflictgebieden in Soedan. Het goud dat daar gewonnen wordt, zou een bron van inkomsten kunnen zijn voor gewapende groepen, schrijft de omroep.

Woonprotest op de Dam: opkomst lager dan vijf jaar geleden

0

Vijf jaar na het Woonprotest in Amsterdam, waar duizenden mensen op afkwamen, was er afgelopen zaterdag weer een demonstratie tegen de woningnood, met dakloosheid als centraal thema. Op dit woonprotest kwamen dit jaar volgens AT5 slechts honderden mensen af. Het communistische mediaplatform Left Laser stelde kritische vragen over de opkomst, maar kreeg het aan de stok met de anarchisten van het radicaal-linkse netwerk AFA.

Bekende leuzen van het woonprotest werden zaterdag weer van stal gehaald. ‘Huizen voor mensen, niet voor winst’ en ‘Wonen is een recht, geen privilege’, riepen verschillende groepen op de Dam. Andere creatieve geesten kwamen ook met korte, maar krachtige teksten op hun borden. ‘Mama is mij zat’, over de frustratie van ouders die hun volwassen kinderen nog op de bank moeten tolereren. En ‘Huur is duur’, over de exorbitante prijzen op de huurmarkt waar huisjesmelkers grof geld mee verdienen. Ook was er de tekst: ‘50.000 van de 256.757.645.645’, een hyperbolische verwijzing naar de wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam.

Het waren vooral (moegestreden) twintigers die geen woning kunnen vinden in de stad waar iedereen wil wonen. Maar er waren ook radicalere stemmen die de oorlog in Oekraïne erbij haalden: wel geld voor oorlog, maar niet om de woningcrisis te bestrijden, was de strekking van die kritiek op het kabinet.

Left Laser wijdde er een item van zeker 17 minuten aan. Daarin volgde hij met name de anarchistische AFA (Antifascistische Actie), waarmee hij als communistische journalist al langer ideologische problemen heeft. Dat werd nu ook fysiek. Twee vermoedelijke leden van AFA versperden hem de weg. Hij werd vastgehouden, geduwd en er werd aan hem getrokken.

Left Laser eist zelfreflectie van de woonbeweging, omdat ze op deze manier geen deuk in een pak boter slaan, terwijl de nood hoger is dan vijf jaar geleden. Vorige week werd in Rotterdam nog een herdenking gehouden voor een onbekende dakloze die in een park op een matras is gestorven.

De ernst van de situatie blijkt ook uit de cijfers. Volgens het CBS waren er begin 2024 naar schatting 33.000 daklozen in Nederland. Experts en organisaties benadrukken dat het werkelijke aantal echter aanzienlijk hoger kan liggen, omdat veel mensen ‘onzichtbaar’ zijn en verblijven bij vrienden, familie of in auto’s.

In Amsterdam-Amstelland is de problematiek het grootst. Uit recente tellingen blijkt dat in die regio ruim 11.000 mensen geen vaste woonplek hebben, waarbij inmiddels ook kinderen worden meegeteld.

Schakel niet meteen over op het Engels

Om ons heen klinkt steeds vaker Engels. Volgens de Belgische taalwetenschapper Dieter Vermandere hoeven we niet bang te zijn dat het Nederlands verdwijnt. Wel vindt hij dat we nieuwkomers meer ruimte moeten geven om Nederlands te oefenen.

De Nederlandse taal, en het voortbestaan ervan, lijkt zowel in Nederland als in België onder druk te staan door uiteenlopende omstandigheden. Je wilt iets bestellen in de horeca of je kunt iets niet vinden in een winkel, en het eerste wat je te horen krijgt, is: ‘Do you speak English?’

Professor Dieter Vermandere van de Universiteit Antwerpen houdt zich er al langer mee bezig. Bij onze zuiderburen speelt het onder druk staan van het Nederlands ook een rol, ondanks dat het een beetje anders zit. Want koesteren Nederlandssprekende mensen hun taal wel voldoende?

Do you speak English?

Zo langzamerhand kent iedereen wel een situatie waarin een vraag keurig wordt beantwoord met ‘Do you speak English?’ En dan hebben we het beslist niet uitsluitend over de grote steden. Internationaal georiënteerde steden zoals Amsterdam en Rotterdam hebben hier vaak mee te maken, maar ook Veldhoven is er niet vrij van.

In Veldhoven, een stad onder de rook van Eindhoven, is er een en ander veranderd sinds het hoofdkantoor van ASML hier is gevestigd. Er wordt veel meer Engels gesproken, ook in winkels. En ook al beheers je de Engelse taal behoorlijk, je moet toch even nadenken als je wilt weten waar de oesterzwammen liggen en je moet overschakelen naar het Engels. Voor mensen die het Engels niet beheersen, is het een reden om door te lopen of om te gaan klagen bij de filiaalmanager over de niet-Nederlandssprekende medewerkers.

Professor Vermandere is bekend met deze verhalen. Juridisch is er een groot verschil tussen mensen die van binnen of buiten de EU naar België en Nederland komen. ‘De mensen die naar België komen, zijn grofweg te verdelen in twee groepen. Ten eerste mensen met de Belgische nationaliteit die ergens anders hebben gewoond of zelfs zijn geboren. Die spreken niet altijd Nederlands of Frans. De tweede groep zijn de echte nieuwkomers, van zowel binnen als buiten de EU. In verband met het vrije verkeer van personen binnen de EU kunnen mensen uit EU-landen geen taalvereisten worden opgelegd. En soms hoeft dat ook niet, omdat ze bijvoorbeeld uit Nederland komen en een van onze twee talen spreken.’

Veel arbeidsmigranten spreken Engels, maar het is niet altijd hun moedertaal. Ze kiezen voor het Engels omdat het een universele taal is die veel mensen spreken. Over de Engelssprekende medewerkers bij de supermarkt zegt hij het volgende:

‘Vaak zijn het studenten die hier tijdelijk zijn, maar toch een centje willen bijverdienen. Je kunt je afvragen waarom het spreken van Nederlands geen vereiste is van de werkgever. De krapte op de arbeidsmarkt kan daarbij een rol spelen, maar ook de verloning. Misschien vinden Nederlandse studenten de arbeidsomstandigheden en/of het salaris bij bepaalde supermarkten onvoldoende en heeft de werkgever niet zoveel keus wat betreft het aannemen van personeel.

Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers

De duur van het verblijf in Nederland of België is ook van invloed. Een student die hier drie of zes maanden is en niet langer, heeft geen tijd om Nederlands te leren. Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers. Hij noemt de uitdrukking ‘It takes a village to raise a child‘, er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden.

Dieter Vermandere

‘Zo is het ook met het leren van een taal. Daar moet je sowieso de tijd voor nemen. Je leert een peuter geen Nederlands door het kind voor de televisie te zetten. Daar is meer voor nodig. Geef mensen de gelegenheid om het te leren.

Als iemand je in goedbedoeld maar moeizaam Nederlands iets vraagt, geef dan niet meteen antwoord in het Engels omdat ‘dat wel makkelijker zal zijn’. Laat die persoon rustig uitpraten en kijk of je er in het Nederlands uitkomt. Als het écht nog niet lukt, ga dan pas over op het Engels. Heb een beetje geduld en neem je gesprekspartner serieus. Een taal moet je trainen.’

Vijf jaar om de taal te leren

In Nederland wordt er bijvoorbeeld over geklaagd dat er universitaire docenten uit het buitenland zijn die hier al jaren wonen en nog geen woord Nederlands spreken. Dát gaat in België anders.

‘Er zijn in België zes niveaus waarop je Nederlands kunt leren, van A1 tot C2, volgens het Europees Referentiekader (ERK). Als je op de universiteit werkt en in het Nederlands doceert, dan moet je na vijf jaar niveau C1 beheersen, het op een na hoogste niveau. Mensen krijgen de tijd om zich aan te passen, maar na vijf jaar nog steeds geen notulen kunnen lezen, wordt niet geaccepteerd.

Soms schrikt deze eis sollicitanten af, tenzij ze aangeven veel korter te willen blijven. Mochten universitaire docenten na vijf jaar het Nederlands niet op het gewenste niveau beheersen, dan worden ze niet ontslagen. Alleen komen ze niet in aanmerking voor een vaste aanstelling.’

Arbeidsmigranten

Voor Nederlandse asielzoekers die kans maken om te mogen blijven, is een budget beschikbaar om Nederlands te leren. Dat is een verplichting. Arbeidsmigranten uit de EU die naar Nederland of België komen, zijn niet verplicht om de taal te leren als ze in het bedrijfsleven belanden. Van buiten de EU ook niet.

‘Maar het hangt deels van hun functie af, de duur van hun verblijf én het bedrijf zelf of ze gestimuleerd worden om Nederlands te leren. Een ander belangrijk aspect is het perspectief van hun arbeidscarrière. Het is heel normaal dat een bedrijf aan een Nederlander of Belg vraagt om een bepaalde taal beter te leren, omdat dit beter is voor het bedrijf. Worden er veel zaken gedaan met Duitsland? Dan kan gevraagd worden om hun Duits te verbeteren. Hetzelfde kan gevraagd worden aan arbeidsmigranten wat betreft de Nederlandse taal.’

Met andere woorden, of arbeidsmigranten zich geroepen voelen om Nederlands te leren, heeft te maken met de (verwachte) duur van hun verblijf, hun functie én de werkgever zelf.

Officiële voertaal

De Friezen zijn trots op hun Friese taal. Ze vechten ervoor om die niet verloren te laten gaan. Is er een risico dat het Nederlands verdwijnt? Dat ziet Vermandere niet snel gebeuren. ‘Om te beginnen worden wetten in het Nederlands opgesteld en is Nederlands de officiële voertaal. Het wordt anders als bepaald zou worden dat het Nederlands als voertaal wordt vervangen door het Engels.’

‘Het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent’

In België staat het Nederlands hier en daar onder druk om een reden waar de overheid weinig aan kan doen. Als een Nederlandstalige en Franstalige een relatie aangaan en kinderen krijgen, dan wordt de voertaal thuis steeds vaker Frans in plaats van Nederlands. Dit speelt vooral in Brussel. Deze stad heeft eigenlijk een status aparte. Brussel vormt een afzonderlijk gewest, omringd door Vlaanderen, maar de voertaal is vooral Frans.

‘In Brussel wordt ook Nederlands gesproken. De nadruk ligt echter op Frans. Met die taal kun je er altijd terecht. Het is geen uitzondering dat iemand in Brussel in het Frans de weg vraagt, in het Frans antwoord krijgt en ze ineens ontdekken dat ze allebei uit Nederland of Vlaanderen komen of Nederlands spreken. Maar het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent.’

Net als het Nederlands kent ook het Vlaams allerlei dialecten. Of regiolecten, zoals Vermandere het noemt. Zo klinkt het Vlaams in Antwerpen iets anders dan dat in Brugge. ‘Standaardnederlands wordt in Vlaanderen beschouwd als een zondagspak dat je alleen naar de kerk draagt. Een keurslijf waar weinig enthousiasme voor is. Ga je naar de bakker, dan doe je je bestelling in een wat andere taal dan het Standaardnederlands.’ Wel vriendelijk natuurlijk.

Persbreidel in VS? Onderzoek naar tv-zenders omdat ze niet over Trump berichtten

0

Het Amerikaanse ministerie van Justitie onderzoekt vijf grote televisienetwerken vanwege hun gezamenlijke beslissing om tijdelijk te stoppen met de berichtgeving vanuit het Witte Huis.

ABC, CBS, CNN, NBC en Fox News stopten te berichten over president Donald Trump, nadat hij de accreditaties van verslaggevers van CNN, MS Now en Politico had ingetrokken. Later annuleerde het Witte Huis dit besluit weer, zo bericht Nu.nl.

Het ministerie van Justitie wil vaststellen of de gecoördineerde actie van de vijf tv-zenders al dan niet in strijd is met de Sherman Act, een wet die kartelvorming en monopolistische praktijken moet voorkomen. De tv-zenders hebben een verzoek gekregen om interne communicatie over hun gezamenlijke besluit te overhandigen. Volgens het ministerie kan een collectieve boycot door commerciële concurrenten worden gezien als een mogelijke overtreding van de mededingingsregels.

De betrokken mediabedrijven hebben op hun beurt de Trump-regering aangeklaagd. Zij stellen dat het intrekken van accreditaties neerkomt op een beperking van de persvrijheid en daarmee een schending van het Eerste Amendement, waarin de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd. De zaak staat niet op zichzelf. Vorig jaar ontstonden werd verslaggevers van persbureau Associated Press de toegang tot het Witte Huis ontzegd omdat zij weigerden de Golf van Mexico de Golf van Amerika te noemen.

Amerikaanse paus spreekt zich uit tegen de doodstraf

0

Op de Werelddag tegen de Doodstraf, op zaterdag 10 oktober, heeft paus Leo XIV opnieuw afstand genomen van de doodstraf als straf.

In een bericht op zijn officiële X‑account benadrukte de Amerikaanse paus dat de doodstraf volgens de katholieke leer een aantasting vormt van de waardigheid van de mens. Volgens de paus kan de samenleving worden beschermd en recht worden gedaan zonder iemand het leven te ontnemen, omdat het moderne gevangeniswezen burgers beschermt tegen criminelen, en de criminelen zelf mogelijkheden geeft om hun leven te beteren.

De pauselijke boodschap kwam op een moment dat binnen de katholieke wereld kritiek klinkt op de geplande executie van Nidal Hasan, de voormalig legerpsychiater die in 2009 dertien mensen doodde op Fort Hood. Het Pentagon heeft aangekondigd aan dat Hassan op 3 december door een vuurpeloton zal worden geëxecuteerd en dat zijn terechtstelling mogelijk live te zien zal zijn. Die aankondiging leidde tot afkeuring vanuit het Vaticaan en de Amerikaanse bisschoppenconferentie. Zij waarschuwen voor de normalisering van geweld door de staat.

Met zijn bericht onderstreept paus Leo XIV de koers die de katholieke kerk de afgelopen jaren heeft ingezet, namelijk een volledige verwerping van de doodstraf, ongeacht de ernst van het misdrijf.

Veel christenen in de Verenigde Staten zijn voorstander van de doodstraf, vooral evangelische christenen. De Zuidelijke Baptisten, de grootste fundamentalistische kerk in de VS, staat vierkant achter de doodstraf. In Nederland pleit de SGP voor herinvoering van de doodstraf.

Het gaat om zoveel meer dan geld alleen

0

Toen Gert Oostindie, Esther Captain, Henk te Velde en ik drie jaar geleden van start gingen als commissie die het Oranjeonderzoek zou leiden, wisten we al dat men bij de uitkomsten van dit onderzoek vooral geïnteresseerd zou zijn in het geld: hoeveel hebben de Oranjes verdiend aan kolonialisme, slavernij en alles wat daarbij hoort?

En inderdaad: toen de vijf boeken waartoe dit omvangrijke onderzoek geleid heeft op 2 oktober jl. gepresenteerd werden, was dat voor velen de eerste vraag: hoeveel hebben ze verdiend?

Het antwoord leidde tot opluchting bij sommigen en tot teleurstelling bij anderen, want het uitputtende archiefwerk dat Ariëtte Dekker en haar team verricht hebben, leverde geen bewijs voor echt grootschalige winsten voor de familie Oranje-Nassau. Dat werd ook meteen vermeld door Gert Oostindie bij de presentatie.

Maar tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat daarmee niet het hele verhaal verteld is. Want de familie Oranje-Nassau heeft wel degelijk groot voordeel gehad van het kolonialisme. Ook al was Nederland zonder hen óók een koloniale mogendheid geworden, ze hebben er veel voordeel van gehad: prestige, kansen, toegang tot mensen en bronnen. Bovendien hebben ze zich nooit actief verzet tegen kolonialisme, slavernij en alle vormen van uitbuiting en onderdrukking die daarbij horen.

‘Ze waren nu eenmaal kinderen van hun tijd. Dit hoorde erbij’, zeggen sommigen. Klopt. Iedereen die maar enigszins kon, maar zéker de elite in Europa, profiteerde van het koloniale systeem. Toch waren er in die tijd abolitionisten en klonken er krachtige geluiden tegen slavernij en ontmenselijking. Daar hebben de Oranjes zich niet bij aangesloten…

In 2006, toen ik volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer was namens het CDA, publiceerde ik het boek Armoede, de angel in onze rijkdom. Dat boek gaat over de vraag hoe internationale samenwerking eruit zou moeten zien om effectief te zijn. Daartoe interviewde ik 15 mensen uit Noord en Zuid. Een van hen was Maria Liberia Peters, voormalig minister-president van de Antillen. Haar kernpunt: ‘Geld trapt op de ziel van de mens.’

Die uitspraak, en de onderbouwing die zij mij gaf in het interview, kwam regelmatig in mijn gedachten de afgelopen tijd. Want ja, het is kenmerkend voor de Nederlandse mentaliteit om altijd op geld te focussen. Juist daardoor, zo zegt Liberia Peters ook, verliest men heel veel uit het oog.

Zoals we ook zien in de reacties op het onderzoek naar het koloniale verleden van de familie Oranje-Nassau. Terwijl het gaat om zoveel meer dan geld alleen.

Het gaat erom dat we niet meer kunnen en willen zwijgen over het koloniale verleden dat we met elkaar delen. Het gaat erom de feiten te kennen en het gaat er wat mij betreft om nu werkelijk met elkaar in dialoog te gaan over hoe we willen dat onze gedeelde toekomst eruitziet. Wat moet er gebeuren zodat die toekomst werkelijk gedeeld is, met gelijkwaardigheid en gelijke kansen voor iedereen?

Toen op 19 december 2022 toenmalig minister-president Mark Rutte excuses maakte voor het slavernijverleden van Nederland en hij zei dat dit geen punt is, maar een komma, hoopte ik zo dat er aan die excuses niet meteen een zak geld verbonden zou worden, maar dat éérst de tijd genomen zou worden.

Vandaar dat ik pleit voor het instellen van een waarheidscommissie over dat koloniale verleden

Tijd voor diepgaande dialoog. Om alle perspectieven de ruimte te geven om gehoord en gekend te worden. Om alle verhalen over de doorwerking van dat verleden tot in het heden te kunnen vertellen en om van elkaar te horen waar de pijn zit. Dáár moet het mee beginnen.

Vandaar dat ik pleit voor het instellen van een waarheidscommissie over dat koloniale verleden. Vandaar ook dat ik tijdens mijn speech bij de overhandiging van de resultaten van het onderzoek aandrong op het voeren van een open en eerlijke dialoog.

Ook ik vind dat het hoog tijd is voor concrete acties en daden om gelijkwaardigheid en gelijke kansen voor iedereen mogelijk te maken in ons Koninkrijk. Maar hoe die concrete daden eruit moeten zien en welke kosten daaraan verbonden zijn, kan pas bepaald worden als er tijd genomen wordt om in alle openheid te bespreken wat er nodig is en hoe deze concrete stappen echt effectief kunnen zijn.

Het kan niet wéér een doekje voor het bloeden zijn, een aalmoes die er vooral op gericht is de gever een goed gevoel te bezorgen.

Het is nu de hoogste tijd om breed in het Koninkrijk gesprekken te voeren, op grond van feiten en met ruimte voor alle perspectieven. Om daarna pas te bepalen wát er nodig is en hoeveel geld daarvoor nodig is.

Maria Liberia Peters formuleerde het in 2005 al scherp: ‘Nederlanders vertalen alles in geld en verliezen daardoor uit het oog waar het in de omgang tussen mensen écht om gaat.’

Wat moest ik met die fatbike?

0

De trein naar Den Haag op donderdagavond zat tjokvol. Alle opklapbare stoelen in de tussenruimte waren bezet, op één na, waar blijkbaar niemand durfde te gaan zitten. De leegte riep vragen op. Het antwoord kwam na een snelle inspectie: de man naast de lege stoel had er vier grote plastic tassen tjokvol lege statiegeldblikjes neergelegd.

Ik ging zitten, waarop hij zei: ‘Zo kan het ook.’ Hij stak een stukje kauwgum in zijn mond. Nerveus keek hij om zich heen. Ik besloot hem geen vraag te stellen over zijn reis. We waren de reis. Ik had het gevoel hem, door naast hem te gaan zitten, ook wat gerust te stellen. Hij was niet meer die man naast die lege stoel. Hij was een man tussen andere mannen. Zijn blikjes had ik aan het zicht onttrokken.

Er is een islamitische uitspraak dat Allah een gordijn heeft getrokken tussen de mens en zijn zonden en dat het niet aan de mens is om dat gordijn weg te trekken.

Voor ons kletsten jonge meiden wat af. Ik had oortjes in, hun odyssee ging aan me voorbij. Op een reusachtige fatbike – hoe had hij dat ding binnengekregen? – zat een jongeman in trainingspak, onverzorgd, donkere tandjes, een schichtig figuur, zoals zo iemand in oude boeken wordt omschreven. Hij maakte oogcontact met de buurman. Ze wisselden woorden uit.

De trein reed Haarlem in. De blikjesman stond op en trok de tassen onder mij vandaan – daar lag voor zeker tien euro aan statiegeld. Hij droeg het bij zich als een kostbaar bezit.

De jongen op de fatbike en ik bleven achter in de tussenruimte. De meisjes waren opgestaan en naar de coupé gelopen – de schichtigheid van de jongen was ze te veel, meende ik te zien.

Het was een opknappertje

De fatbike gleed onderuit, er vielen onderdelen uit. Het was een opknappertje. Het deerde de jongen niet. Hij luisterde naar Arabische hiphop, volumeknop op ‘iedereen mag meeluisteren’. De trein wiegde ons in slaap. De jongen ging op de fatbike zitten en kroop in zichzelf – onzichtbaar of niet onzichtbaar, het boeide hem niet.

Ondertussen luisterde ik naar de filosoof Slavoj Zizek. Zijn onnavolgbare betoog ging over onzekerheid, het loslaten van menselijke verbanden. Het was diep filosofisch, doorspekt met flauwe grapjes en doodlopende terzijdes. En toch bleef ik geboeid luisteren, want Zizek gaf me geen pasklare antwoorden. Hij dwong me mee te lopen, een reisgenoot te zijn.

De conducteur onderbrak mijn luistergenot. Hij stak het controleapparaat onder mijn neus. ‘Bedankt’, waarna hij zich richtte tot de schichtige jongen, nog altijd in de zogeheten slaapstand.

De conducteur schudde hem wakker. De schichtige jongen hield zich doof. De conducteur had vaker met dit bijltje gehakt.

‘Geen vervoersbewijs? Waar reist u vandaan? Ter Apel? Utrecht? Wat is het nou? Utrecht of Ter Apel? Utrecht? Utrecht, dan. Waar ga je heen? Den Haag? Je identiteitsbewijs.’

De schichtige jongen hengelde zijn telefoon onder de neus van de conducteur.

‘Laat nog eens zien. Alsjeblieft. 83 euro. Ik kan er ook niks aan doen. Kaartje kopen volgende keer.’

De schichtige jongen schudde met zijn hoofd. Hij was ergens anders met zijn hoofd. Hij was op zijn hoede en nog niet uitgedoofd.

Toen liep hij weg. Hij wees naar zijn fatbike, of ik erop kon letten. Ik was verantwoordelijk gemaakt voor zijn fabriek.

De trein rolde Den Haag Centraal in. Ik was op weg naar muziek van Bach in het Mauritshuis. De jongen kwam niet. Wat moest ik met die fatbike? De trein schudde, er vielen meer onderdelen uit de fatbike. De deuren gingen open.

Ik vroeg me af hoeveel boetes de jongen al had opgebouwd. En of hij er een herinnering aan zou hebben.

Meer vertrouwelingen Erdogan genoemd in Turks fondsenschandaal

0

Na oud-minister en voormalig Erdogan-adviseur Fatma Kaya worden ook andere vertrouwelingen van de AKP beschuldigd van handel met voorkennis. Ook de huidige minister van Gezin en Sociale Zaken, Mahinur Özdemir Göktas, ligt onder vuur. Volgens de oppositie zou zij via haar vader betrokken zijn bij verdachte transacties ter waarde van 17 miljoen dollar. Dat meldt de nieuwssite Turkish Minute.

Göktaş werpt de beschuldigingen verre van zich. ‘Ik veroordeel degenen die deze laster produceren en verspreiden, evenals degenen die zich hiervoor laten gebruiken. Ikzelf en mijn familieleden hebben geen enkele betrokkenheid bij of link met de betreffende gebeurtenissen. Geen enkel familielid van mij heeft ook maar één cent aan transacties in de betreffende fondsen, noch is er een geregistreerde rekening’, aldus Göktas.

Volgens Yeni Parti, een afsplitsing van de seculiere CHP, zou de vader van Göktas aandelen ter waarde van 9,5 miljoen dollar hebben gekocht en deze vlak voordat de koersen kelderden met voorkennis hebben verkocht voor 17 miljoen dollar. Ook in de zaak rond Fatma Kaya zou sprake zijn van dergelijke transacties. Göktas ontkent de beschuldigingen. Volgens haar gaat het om personen die toevallig dezelfde naam hebben als haar vader. ‘Dat is alles’, aldus Göktas.

Ook de minister van Handel, Ömer Bolat, zou fors hebben gecasht voordat de aandelencrisis in september uitbrak. Dat beweert journalist Murat Agirel van de linkse zender Sözcü TV, tegen wie direct een gerechtelijke procedure is gestart wegens het verspreiden van ‘desinformatie’. De journalisten Ismail Saymaz en Saban Sevinç, die eveneens berichtten over het fondsenschandaal, zijn door de rechtbank opgeroepen vanwege ‘desinformatie’.

Met dit nieuwste corruptieschandaal waarbij de AKP betrokken is, zouden vertrouwelingen van Erdogan zich voor twintig miljard euro hebben verrijkt. Volgens Turkije-experts die de Kanttekening sprak, is corruptie een ‘systemisch probleem’ in de Turkse politiek.

Opvallend is dat dit fondsenschandaal in Turkije aan het licht komt nadat een corruptieonderzoek is gestart naar de voormalige burgemeester van Ankara, Melih Gökçek. Vermoedelijk hangt hij de vuile was van andere AKP’ers buiten om zelf buiten schot te blijven. Fatma Kaya, die zelf ook nog wordt onderzocht, dreigde daar eveneens mee, maar zij moet nu toch getuigen.

Hoe de vestiging van een islamitisch centrum Barendrecht verdeelde

Het leek een gesloten hoofdstuk. Na maanden van protest, politieke ruzie en juridisch getouwtrek mocht het Islamitisch Centrum Barendrecht (ICB) blijven. Maar dit voorjaar laaide het conflict opnieuw op. Dit keer ging het niet om de vraag óf het centrum mocht blijven, maar hoeveel ruimte het mocht gebruiken. De strijd om de begane grond werd zo een nieuw hoofdstuk in een dossier dat Barendrecht diep heeft verdeeld.

De lokale verkiezingen, het gesprek bij de bushalte en zelfs de verjaardagspartijtjes bij de buren: overal waar je kwam, was de kwestie een heet hangijzer en iedereen leek een mening te hebben over het islamitisch centrum in Barendrecht, de gemeente aan de grens met Rotterdam-Zuid.

Het van oorsprong christelijke dorp is de afgelopen jaren een populair toevluchtsoord gebleken voor starters die de huizenprijzen in de grote buurstad niet meer konden ophoesten. In Barendrecht waren de prijzen nog redelijk én je woonde nog altijd in de buurt van de grote stad of het ouderlijk huis.

Maar zoals elke demografische verandering bracht dit ook een culturele verandering teweeg. Barendrecht werd diverser. De mensen die er al hun hele leven woonden, soms in het huis dat hun ouders hadden gekocht, kwamen nu mensen tegen met een achtergrond die zich buiten Barendrecht – en soms ook buiten Nederland – had gevormd. De talloze kerken die het dorp tekenen, bleken niet voor alle inwoners geschikt. Er ontstond behoefte aan andere gebedshuizen.

Cihat Demir

En toen was daar het Islamitisch Centrum Barendrecht – een plek waar moslims kunnen bidden, kinderen lessen kunnen volgen en mensen samen kunnen komen. ‘Een huis waar moslims rust vinden en naartoe gaan voor het vrijdagsgebed’, legt Cihat Demir uit.

Demir verhuisde in januari naar Barendrecht. Hij vond er een nieuw thuis, waar hij en zijn vrouw aan een gezin begonnen. ‘Op vrijdag ga ik als Nederlandse moslim naar het vrijdaggebed in het ICB. Een fijne plek, met mensen die betrokken zijn bij de buurt’, vertelt hij. ‘En lekker dichtbij. Als het ICB er niet was, zou ik naar Rotterdam-Zuid moeten en dat is toch een stuk verder weg.’

‘Islamieten, parasieten’

Maar de komst van een moskee in Barendrecht bracht niet voor iedereen rust en bezinning. Er werden groepen opgericht om bezwaar te maken. Er werden leuzen op de grond gekalkt als ‘islamieten, parasieten’. Ook de gemeente kwam tegenover het islamitisch centrum te staan. In juni 2025 legde de gemeente een dwangsom op van 20.000 euro, omdat de religieuze activiteiten ‘niet pasten binnen de toen geldende planologische regels voor het terrein’. Het was het begin van een slepend dossier dat de gemeente polariseerde.

Het liep van kwaad tot erger, vertelt een vrouw die haar hond uitlaat in de wijk tegenover het bedrijventerrein. ‘Ik zag het probleem niet, maar veel van mijn buren waren van mening dat de moskee er niet mocht zijn. De gesprekken die we normaal gesproken hadden over onze honden, gingen nu alleen nog maar over de moskee. Op een gegeven moment werd ik gevraagd om mee te gaan naar de gemeente om ons bezwaar te laten horen. Maar ik had helemaal geen bezwaar.’ Liever noemt ze haar naam niet. De onderlinge verhoudingen zijn nog steeds niet best.

Ook de man verderop in de straat, eveneens met hond, wil niet met zijn naam in de krant. Hij blijkt echter van het andere kamp: hij is tegen de komst van de moskee. Barendrecht is een christelijk dorp en daar past deze moskee niet bij. Een kerk op dezelfde plek zou geen probleem zijn, maar ‘zij’ komen van buitenaf, legt hij uit.

Bovendien had hij last van de moskeegangers. Ze reden door zijn straat en parkeerden op plekken die niet voor hen bedoeld waren. Hij was het die – samen met andere tegenstanders – in 2025 naar de gemeente was gestapt, omdat deze naar zijn mening niet genoeg deed om het islamitisch centrum tegen te werken. Maar daar was hij op aangesproken door een stel jongeren en sindsdien houdt hij zich rustig, aldus de bewoner.

Machtsspel

Dat de politiek te weinig deed tegen het islamitisch centrum, valt moeilijk vol te houden gezien de gebeurtenissen die volgden. In juli 2025 won het ICB een procedure tegen de gemeente. De rechter oordeelde in het voordeel van het centrum, waarna het ICB de activiteiten kon voortzetten. Maar hiermee was het conflict niet beëindigd. Volgens de gemeente was uit de uitspraak niet duidelijk om welke delen van het gebouw het ging. De begane grond, zo stelde de gemeente, mocht niet worden gebruikt. Het was inmiddels begin 2026 en de begane grond was het nieuwe slagveld geworden, slechts enkele maanden voor de lokale verkiezingen.

‘We leven niet meer in de Middeleeuwen, overal in Nederland staan moskeeën’

Barendrechter Wim Eggens kan zich nog altijd opwinden over de absurditeit van de discussie. ‘Moeten ze dan een ladder tegen de muur zetten om naar boven te komen?’ Ook hij heeft een groot deel van zijn leven in het dorp gewoond en durft zich gerust ‘een echte Barendrechter’ te noemen. Maar wat hem betreft geldt dat voor iedereen die er komt wonen. ‘Dat het van oorsprong een christelijk dorp is, klopt wel, maar inmiddels kent het meerdere geloofsgemeenschappen en daar kan er prima nog eentje – wat zeg ik – nog wel tien bij.’

Discriminerende leuzen in Barendrecht. Beeld: Wim Eggens

Eggens schreef meerdere ingezonden brieven naar de lokale krant De Schakel om zijn medebewoners bewust te maken van dit ‘kleine denken’, want uiteindelijk is het een kwestie van onverdraagzaamheid, zegt hij. ‘Met overlast heeft het echt niets te maken. Barendrecht is een rijke gemeente, het ziet er keurig uit, we hebben niets te klagen.’

Maar het ergst vindt hij nog dat er in Barendrecht zo’n vruchtbare bodem is voor dit kleine denken, dat op zijn beurt weer een voedingsbodem vormt voor een partij als Echt voor Barendrecht (EvB), de grootste partij in de gemeente. Daarom bracht hij in maart, bij de lokale verkiezingen, een proteststem uit op de splinternieuwe partij Samen voor Barendrecht (SvB), die was opgericht uit onvrede over de manier waarop burgers tegen elkaar werden uitgespeeld.

Samen voor Barendrecht

Eggens bleek niet de enige die dit deed. De gemoederen waren zo hoog opgelopen dat er behoefte was aan een nieuw geluid, en dat vertolkte SvB. Hoewel de partij slechts enkele weken voor de verkiezingen werd opgericht, won ze een zetel in de gemeenteraad. EvB was nog steeds de grootste partij, maar het tegengeluid groeide. Een motie van PvdA-GroenLinks en VVD, die het college vroeg opnieuw te kijken naar de proportionaliteit van de regels waaraan het ICB werd onderworpen, werd met een nipte meerderheid aangenomen.

Wim Eggens

Bovendien bleek het dossier ook een splijtzwam binnen EvB. Een aantal partijprominenten stopte en sloot zich later aan bij Samen voor Barendrecht. Een van hen was Willem Booij. Hij was al acht jaar lid, maar de manier waarop de partij omging met het islamitisch centrum kon hij niet verkroppen. ‘De intentie van de partij was altijd om te staan voor wat goed was voor Barendrecht, maar door het ICB-dossier kreeg ik in de gaten dat dit niet gold voor iedere Barendrechter’, vertelt hij.

‘Ik zag het anders. Als raadslid maakte ik een afspraak met het ICB-bestuur, want in die positie dien je goed geïnformeerd te zijn over de dossiers. Dat werd me niet in dank afgenomen. Ik besloot de partij te verlaten en even later werd ik benaderd door een nieuwe partij. Er waren mensen van het islamitisch centrum bij betrokken, maar ook anderen. Inmiddels is het een brede partij die dwars door gemeenschappen heen loopt, in tegenstelling tot EvB, dat zich te veel afzet tegen mensen met een andere cultuur of geloofsovertuiging. Dit sprak me aan.’

Partijleider Demir

Aan Cihat Demir werd gevraagd of hij de fractie wilde gaan leiden. ‘Ik moest er echt even over nadenken. Ik woonde er net en moest nog landen. Maar op een gegeven moment zat ik naast een Barendrechter die me vertelde dat hij zich niet meer veilig voelde in Barendrecht, omdat de moskee zo onrechtvaardig was bejegend door de gemeente. Dat was de druppel. Toen wilde ik echt iets doen om dat te veranderen’, vertelt de kersverse politicus.

‘We zijn niet links, niet rechts, maar Barendrechts’

Maar het was zeker niet de enige reden om voor SvB te kiezen, benadrukt hij. ‘We willen vooral iets doen aan de enorme afstand tussen de inwoners van Barendrecht en het gemeentebestuur. Als iemand zich onrechtvaardig behandeld voelt, dan komen we voor diegene op, ook als het over een kerk of synagoge gaat. De partij bestaat uit moslims en niet-moslims. We zijn niet links, niet rechts, maar Barendrechts.’

‘Als er mensen zijn die echt overlast ervaren van de moskee, dan moeten we dat natuurlijk serieus nemen’, antwoordt hij op de vraag of dat ook voor de critici geldt. ‘Maar wat ik zie, is dat het bestuur tijdens gebedsdiensten heel hard zijn best doet om het verkeer in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat bezoekers parkeren op de aangegeven plekken. Dat doen ze gewoon heel goed’, zegt Demir.

‘Natuurlijk is Barendrecht van oorsprong een christelijk dorp, maar dat betekent niet dat er geen moskee mag zijn. We leven niet meer in de middeleeuwen. Overal in Nederland staan moskeeën en dat gaat ook gewoon goed. Gelukkig zijn er ook mensen binnen de christelijke gemeenschap die er zo over denken.’

Angst voor het onbekende

‘Het is gewoon de angst voor het onbekende’, zegt Booij. ‘Het is echt niet zo dat de mensen die hier wonen de moskeegangers onaardig vinden, maar ze kennen elkaar niet en ze zijn bang om de situatie die ze altijd hebben gekend, kwijt te raken. Het zou goed zijn om gewoon eens bij elkaar naar binnen te stappen. Dan zie je dat het allemaal wel meevalt.’

Willem Booij

Wat de politieke twist betekent voor het islamitisch centrum, blijft voorlopig onduidelijk. De gemeenteraad vroeg het college opnieuw te kijken naar de proportionaliteit van de besluitvorming rond het ICB, maar dat leidde vooralsnog niet tot een oplossing. In juni hield het college, na een nieuwe juridische toets, vast aan zijn standpunt dat het gebruik van de begane grond mocht worden verboden.

‘Wij vinden dat de wethouder dit dossier niet goed heeft aangepakt’, besluit Demir. ‘Er ligt een aangenomen motie en het college heeft zelf een oplossing aangedragen, maar de verwachtingen zijn onvoldoende waargemaakt. Als die oplossing juridisch lastig blijkt, verwachten wij een heldere uitleg en een concreet alternatief. Mensen telkens in onzekerheid laten, schaadt het vertrouwen.’

ICE-agent schiet man neer in New York

0

Een Amerikaanse immigratieagent heeft donderdag in New York een man neergeschoten. Zijn vijfjarige kind zat op dat moment in de auto. Burgemeester Mamdani reageert woedend.

Het incident vond plaats tijdens een arrestatieactie in de wijk Marble Hill, in het noorden van de stad. De man raakte gewond aan zijn nek en werd naar het ziekenhuis gebracht. Hij was volgens de politie bij bewustzijn. Het kind bleef ongedeerd.

De Amerikaanse immigratiedienst ICE wilde de man, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, aanhouden vanwege een eerdere veroordeling voor diefstal en andere strafrechtelijke verdenkingen. Volgens het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid heeft hij banden met de straatbende Trinitarios. Over wat er precies aan de schietpartij voorafging, verschillen de verklaringen.

De schietpartij leidde tot protesten in de buurt en bij het ziekenhuis waar de man werd behandeld. Burgemeester Zohran Mamdani veroordeelde het optreden van ICE en zei president Donald Trump te willen vragen de immigratiecontroles in de stad te beëindigen. Ook gouverneur Kathy Hochul drong aan op opheldering en vroeg om eventuele camerabeelden van de schietpartij openbaar te maken.

De schietpartij voedt de kritiek op het verscherpte immigratiebeleid van de regering-Trump en het gewelddadige optreden van federale immigratieagenten. Eerdere schietincidenten door immigratie- en grensbewakingsagenten, waaronder de twee dodelijke schietpartijen in Minneapolis in januari, leidden eveneens tot landelijke protesten.