Tien jaar na de mislukte couppoging in Turkije aast het Erdogan-regime nog steeds systematisch op gülenisten. Niet alleen in Turkije, maar juist ook in het buitenland, waar velen naartoe zijn gevlucht. De justitieminister, Akin Gürlek, heeft in een interview kritiek geuit op westerse bondgenoten. Zij zouden volgens hem ‘terroristen’ herbergen en uitleveringsverzoeken onbeantwoord laten. Dat meldt nieuwssite Turkish Minute.
In het interview stelt Gürlek dat er wereldwijd ruim 2800 uitleveringsverzoeken zijn gedaan voor vermeende gülen-sympathisanten. Maar bijna geen enkel land wil op dit gebied samenwerken met Turkije. De Gülenbeweging geldt in het Westen niet als terreurorganisatie.
De meeste uitleveringsverzoeken zijn echter wel in het Westen ingediend. Tot nu toe zijn wereldwijd slechts drie verzoeken ingewilligd: twee door Roemenië en één door Algerije. Buiten West-Europa vinden echter ook ontvoeringen plaats, bijvoorbeeld in samenwerking met Kenia en Pakistan.
‘Hoewel we internationale overeenkomsten hebben met landen zoals de Verenigde Staten en Duitsland, hebben we geen positieve reactie ontvangen van onze bondgenoten’, zei Gürlek, die stelde dat de Gülenbeweging in het buitenland wordt beschermd.
Na de couppoging in 2016 werd de gehele Gülenbeweging op de terreurlijst geplaatst. Duizenden militairen, ambtenaren, advocaten en journalisten werden verantwoordelijk gehouden voor wat het Erdogan-regime als ‘het verraad van 15 juli’ omschrijft, vaak zonder enig bewijs voor hun betrokkenheid bij de couppoging.
Sinds de Russische invasie in Oekraïne en Trumps ondermijning van de NAVO zijn Europese landen gevoeliger geworden voor Turkse druk, maar dit heeft tot nu toe geen gevolgen voor gevluchte gülenisten. Met Turkije wordt op militair terrein veel samengewerkt en er bestaat een associatieverdrag. Eerder dreigde Erdogan ook met het opengooien van de grenzen voor migranten als de belangen van zijn regering niet worden behartigd.
Een moskee waar Nederlands de voertaal is en die aansluit bij de Nederlandse samenleving: veel jonge moslims hebben daar behoefte aan. Waar ouderen graag een moskee uit hun geboorteland bezoeken, treffen jongeren elkaar vaker buiten deze gemeenschap, op zoek naar wat hen verbindt in Nederland.
Het is een van de laatste dagen van de ramadan. In de Centrum Middenweg-moskee in Rotterdam Noord heeft zojuist het taraweeh-gebed plaatsgevonden, maar het café in de gemeenschappelijke ruimte zit nog steeds bomvol. Het is laylat-al-qadr, er zullen nog meer gebeden volgen. Maar het is er vooral ook gezellig. De chebakia-koekjes gaan als warme broodjes over de toonbank en de hippe smoothies zijn een welkome verfrissing na een dag vasten.
Hier zitten vooral jonge moslims, waarmee ook gelijk de enige gemene deler is genoemd. Een dominante etnische afkomst is er niet, uniformiteit in kleding ook niet. Groen is een populaire kleur bij de dames, maar ook paars, rood en zwart sieren de ruimte. Er komt een man binnenlopen in pak. Niemand kijkt er van op.
‘Dit is wel een hippe moskee hoor’, klinkt het vanuit de rij voor de koffie. ‘Een beetje zoals de protestantse kerk.’ Ooit was dit pand in Rotterdam Blijdorp inderdaad een kerk voor de Apostolische Genootschap, maar dit veranderde in 2013, toen het gekocht werd door Jacob van der Blom. Hij stichtte als bekeerling de eerste etnisch overstijgende moskee in Rotterdam.
‘We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging’
‘Mijn vrouw en ik zijn beiden bekeerd. We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging. We moesten echt zelf ontdekken wie we waren als moslim. Op een gegeven moment bedacht ik dat er een moskee moest komen waar etnische afkomst er niet toe doet. Gewoon, een moskee voor iedereen’, vertelt Van der Blom.
Etnisch overstijgend
‘Was jij vorige week niet in de Essalam Moskee?’, vraagt een jonge bekeerling aan haar tafelgenoot. ‘Ja, ik bezoek graag verschillende moskeeën, zo ontmoet je nog eens iemand’, zegt haar buurvrouw, van Marokkaanse afkomst. Ze zoeken elkaar op Instagram, de connectie is gemaakt. ‘Misschien zien we elkaar later deze week.’
De Centrum Middenweg-moskee organiseert koffieochtenden voor moeders met jonge kinderen. Beeld: Facebook
Wat in Centrum Middenweg zichtbaar is, staat niet op zichzelf. Volgens politicoloog Roemer van Oordt, die langlopend onderzoek doet naar de reacties op de institutionalisering van de islam in Nederland, is er onder jonge moslims een groeiende behoefte aan dit soort initiatieven. Veel jonge moslims genieten van het sociale aspect van het moskeebezoek en dit hoeft voor hen niet per se de moskee naast de deur te zijn, of waar familie en vrienden komen. Veel van hen zijn juist op zoek naar ontmoetingen buiten de eigen gemeenschap.
‘Veel jongeren zijn zich de afgelopen decennia nadrukkelijker gaan richten op de islam als verbindende factor. Ze zijn zich af gaan vragen wat nu precies culturele en wat religieuze aspecten zijn. Vooral na 9/11, toen de islam en moslims steeds meer onder een vergrootglas kwamen te liggen en als veiligheidsprobleem werden weggezet. Veel jonge moslims gingen als reactie op zoek naar ‘de pure islam’, wars van de culturele gewoonten en gebruiken.’
‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt’
Hierin is duidelijk sprake van een generatiekloof, merkt Van Oordt op. ‘Waar ouderen vaak juist behoefte hebben aan verbinding met de gemeenschap uit hun geboorteland, zijn veel jongeren geboren en/of opgegroeid in Nederland. Ze spreken lang niet altijd de taal die in de moskee van hun gemeenschap wordt gesproken en zijn op zoek naar wat hen als moslim verbindt in de Nederlandse samenleving.’
Een van de meest zichtbare uitingen van die kloof is taal. In veel moskeeën wordt gepredikt in het Arabisch, Turks of een andere taal uit het land van herkomst. Voor een groeiende groep jongeren vormt dat een barrière. Ze komen naar de moskee omdat het van ze wordt verwacht, maar ze halen er weinig uit.
Essalem Moskee
Dat is anders in de Essalam Moskee in Rotterdam Zuid. Op een vrijdagmiddag buiten de ramadan stroomt het hier snel vol. De een-na-grootste moskee van Nederland biedt ruimte aan 1500 bezoekers en dat is geen overbodige luxe. Zowel de gebedsruimte voor mannen als voor vrouwen zijn tot de nok gevuld, voor laatkomers is het zoeken naar een plekje. Het is een Marokkaanse moskee, maar de imams prediken in twee talen: eerst in het Arabisch, daarna wordt de vrijdagspreek nog eens herhaald in het Nederlands. ‘Daar ben ik blij mee, want ik spreek geen Arabisch’, lacht een jonge moskeeganger.
Die behoefte aan begrijpelijke preken leeft breed onder jongeren; ook bezoekers van de Centrum Middenweg-moskee bevestigen dat. Ze hechten waarde aan het vrijdaggebed, maar willen ook begrijpen wat er wordt gezegd — en er iets uit meenemen voor hun dagelijks leven. ‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt. Daar haal ik kracht uit’, vertelt Zohra, een jonge vrouw van Afghaanse afkomst.
‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands’
Op vrijdag gaat ze meestal naar Centrum Middenweg, waar de preek volledig in het Nederlands gegeven wordt. ‘Er is wel een Afghaanse moskee, maar die is niet hier in de buurt. Bovendien spreken de preken in deze moskee mij aan. Er is hier veel aandacht voor het leed in Gaza en wat dat met moslims doet. Maar ook de gebedsruimte spreekt me aan, hier zitten de vrouwen achter de mannen in dezelfde ruimte, ze kunnen de imam zien en spreken.’
Gonja, een jonge vrouw van Turkse komaf komt naast haar zitten. Ook zij voelt zich goed op haar gemak in de etnisch overstijgende moskee in Rotterdam Noord. ‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands. Dit is anders voor mijn moeder. Haar Nederlands is minder goed. Ze voelt zich meer thuis in de Turkse moskee. Het is goed dat het allebei bestaat’, zegt ze.
Taal is belangrijk, weet Van der Blom. ‘Dat zag ik al in 2001, toen ik zelf moslim werd. Ik ging toen naar de Somalische moskee, waar ik veel leerde over de islam. Maar ik leerde hen dingen over Nederland, die ze niet wisten. Er waren toen nog geen moskeeën waar Nederlands de voertaal was. Het publiek was er toen nog niet. Toen de Blauwe Moskee in Amsterdam voor het eerst de preek ging vertalen, was de reactie heel positief. Toen wist ik: dit gaat werken.’
Culturele taal
Inmiddels zijn er meer imams die inspelen op de behoefte van jongeren, zoals Azzedine Karrat. Om de week predikt hij in de Essalam Moskee, de andere week in het Leidsche Rijn Islamitisch Centrum, altijd in het Nederlands. ‘Voor mij is dat eigenlijk heel vanzelfsprekend. Je wilt toch dat mensen je preek begrijpen? Als je met iemand wilt communiceren, dan doe je dat gewoon in een taal die de ander begrijpt. Als je dat in het klassiek Arabisch doet, begrijpt hooguit de helft van de mensen wat je zegt, ongeacht de nationaliteit van de moskeeganger.’
Het gaat volgens Van der Blom verder dan taal in de linguïstische zin van het woord. ‘Het gaat ook om culturele taal. Iemand kan jouw taal spreken, maar als hij niks van jou begrijpt, kom je ook niet tot een gesprek. Je moet elkaars culturele codes kennen.’
‘Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn’
Hiermee doelt de moskeebestuurder op de taal die jongeren met elkaar verbindt. De taal die ze gebruiken op straat, op school, of op werk. ‘Maar die taal spreken ze misschien niet in de moskee, want daar zou wel eens een oom of ander familielid kunnen zitten die ze in de gaten houdt. Dan gaan ze zich opeens anders voordoen. Dat willen we eigenlijk niet. Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn zonder zich bezig te houden met hoe ze moeten zijn. Zo ontwikkelen ze een sterke persoonlijkheid als Nederlandse moslim.’
Zijn moskee moest dan ook niet alleen etnisch overstijgend zijn, maar ook vooral zonder oordeel over eventuele gedragscodes, legt hij uit. ‘Hier zal niemand je vertellen hoe lang je baard moet zijn of hoe je je sluier draagt. Er komen ook vrouwen zonder hoofddoek. Het punt is: dit soort zaken definieert niet jouw moslim zijn. Soms hebben mensen wel dat idee en dat is funest. Als je alsmaar denkt niet goed genoeg te zijn als moslim, doet dit wat met je persoonlijkheid.’
Moeizaam proces
De ontwikkeling naar islamitische instituties die etnisch en cultureel overstijgend zijn en waar hier geboren en getogen moslims een trekkersrol hebben gaat niet vanzelf, merkt Van Oordt op. In dorpen zijn moskeeën al veel langer etnisch overstijgend, omdat hier vaak maar één moskee is. Maar in de grote steden zie ik het minder gebeuren. Die zijn nog vaak voor een belangrijk deel gericht op de eigen ‘gemeenschap’, hoewel de komst van veel vluchtelingen uit islamitische landen het moskeebezoek wel meer divers maakt. Waar vernieuwing wel zichtbaar is, gaat het vaak om Marokkaanse moskeeën en minder vaak om Turkse moskeeën.’
Beeld: Facebook
De Poldermoskee, ooit het toonbeeld van een Nederlandse islam, ging in 2010 ten onder wegens gebrek aan financiële middelen. De jeugdige moskeebezoeker die het als doelgroep had, bleek minder bereid de moskee te ondersteunen dan de oudere generatie en de gemeente wilde het initiatief niet steunen, schreef De Groene Amsterdammerdatzelfde jaar.
De sleutel zit volgens Van Oordt onder andere in de verjonging van moskeebesturen, zodat de behoefte van jongeren beter wordt opgepakt. ‘Er is tussen jong en oud vaak een verschillend beeld hoe je een moskee moet besturen. De eerste generatie bestuurders zitten er, overdreven gezegd, 24/7 en weten precies wat er in de moskeegemeenschap speelt.
‘We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur’
Latere generaties pakken liever een taak op waar ze meerwaarde hebben, zoals de ict, contacten met de gemeente of deelname in buurtoverleggen. En ze hebben vaak ook behoefte aan vernieuwing in het aanbod aan activiteiten. Het vraagt om afstemming en overgang. In lang niet alle moskeeën wordt die puzzel gemakkelijk gelegd. Soms gaat het te snel voor de oude lichting, soms juist te langzaam voor de jongeren. Dat dilemma speelt al heel lang.’
Van der Blom ziet nog een ander dilemma. ‘Veel moskeebesturen zijn zelf ook niet divers. Stel je voor dat wij zouden zeggen: we zijn Nederlands, dus in het bestuur mogen alleen maar Nederlanders zitten. Dat zou ons enorm worden aangerekend, toch gebeurt het wel in andere moskeeën. We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur. Daarnaast hebben we ook veel vrouwen in het bestuur. Vrouwen zijn bij uitstek de leerschool voor hun kinderen. Ze delen hun visie en praten mee over beleid. Dat is heel waardevol.’
Inmiddels zijn zijn dochters binnengelopen, een van hen met een kind op de armen. ‘Dat is mijn kleinkind’, zegt Jacob trots. ‘We hebben hier drie generaties rondlopen. Zij vinden dit allemaal heel normaal. Over twintig jaar is er een generatie opgegroeid binnen deze gemeenschap, ik denk dat dit hele krachtige mensen zullen zijn. De moskee als broedplaats, daar geloof ik echt in.’
Afgelopen week kreeg ik twee berichten voor mijn kiezen waar ik instemmend bij moest knikken, maar waarbij er ook meteen een vies glimlachje op mijn gezicht verscheen. Het eerste was de discussie die journalist Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland wil losmaken over welke regeringsvormen we ‘regime’ noemen (bijvoorbeeld Iran) en welke niet (bijvoorbeeld Israël en de VS).
Vanuit democratische principes pleit hij ervoor dat we consequent zijn, maar in de formulering van die kritiek hanteert hij de fluwelen handschoen. ‘Moet hij dat doen om zijn conservatieve, witte (ja, de media zijn nog steeds een wit bastion) collega’s niet voor het hoofd te stoten?’, ging er als eerste door me heen toen ik het stuk las. ‘Ik weet niet of pro-Israëlische en pro-westerse eind- en hoofdredacteuren hiervan meteen onder de indruk zijn,’ app ik een collega van kleur die me op het stuk wees.
Maar goed, Bouzerda zegt als volgt:
‘Als we “regime” gebruiken voor een staat die structureel één bevolkingsgroep zonder volwaardige rechten onder controle houdt, dan wordt het lastig om vol te houden dat dat woord alleen voor Teheran gereserveerd is. Dit is geen pleidooi om Iran en Israël gelijk te stellen. Dat zou analytisch lui zijn. Het gaat hier om het principe van woordkeuze en hoe we dat legitimeren.’
Eerder in dat stuk wijst Bouzerda ook op Israëlische apartheidswetgeving (zonder die zo te benoemen), zoals een doodstraf die alleen voor Palestijnen geldt. Tegelijk laat hij na om de genocide in Gaza en Libanon te noemen. Beide worden gerechtvaardigd als terreurbestrijding (van Hamas en Hezbollah), zoals genocides vaker worden verbloemd. In wezen draait het om de expansie van Israëlisch grondgebied.
Een dubbele vergelijking lijkt me op zijn plaats. In de hoofden van de Jong-Turken – verantwoordelijk voor de Armeense genocide tijdens de Eerste Wereldoorlog – waren er ook allerlei terreurbewegingen actief in historisch Armenië. Het streven naar onafhankelijkheid werd toen onderdrukt door bijna alle Armeniërs in het oosten van het Ottomaanse Rijk uit te roeien. Ook bestreden nazi’s tijdens de Holocaust het waanidee van het ‘internationale Jodendom’ en ‘Verjudung’, terwijl ze tegelijkertijd de Duitse Lebensraum uitbreidden. Deze genociden vonden plaats in de context van imperialistische en koloniale oorlogen en in naam van de belangen van het ‘Herrenvolk’, in dit geval de Turken en Duitsers.
Deze mensen kennen geen schaamte en maken daar ook geen geheim van
Alleen machthebbers die zich niet alleen technisch en militair, maar ook moreel superieur wanen, plegen genociden. Dat is het belangrijkste argument om te spreken van een genocidaal apartheidsregime in Israël, of een extremistisch christelijk-nationalistisch Trump-regime in de VS. Deze mensen kennen geen schaamte en maken daar ook geen geheim van. Waarom zouden journalisten hun woorden dan verzachten? Speaking truth to power zou het uitgangspunt moeten zijn tegenover regimes die alle grenzen van menselijkheid en waardigheid hebben overschreden.
Kolonialisme in Nieuw-West
Oké, dan het tweede bericht, waar ik als Turkse Amsterdammer uit Nieuw-West niet echt van opkeek. Het ging over Turkse en Marokkaanse politieagenten die zich gepest voelden door hun witte collega’s en teleurgesteld het korps verlieten. Tja, wat valt er nog meer te zeggen over racisme binnen witte politie-eenheden?
Jarenlang heb ik me de longen uit mijn lijf geschreeuwd over de koloniale omstandigheden in Nieuw-West, waar Turkse en Marokkaanse bewoners, bewust of onbewust, zijn geconcentreerd en in feite in wijken worden vastgezet, en door gentrificatiebeleid steeds weer aan het kortste eind trekken. Als diversiteitsbeleid er dan op gericht is om boeven ‘uit je eigen soort’ te vangen in Nieuw-West, dan gaat dat op een gegeven moment wringen. Geen zinnig mens kan die systemische vernedering schadevrij volhouden. De enige remedie is echte vrijheid en gelijkheid. De herdenkingsdagen komen er weer aan. Wees niet bang, wees vrij op 4 en 5 mei!
Paus Leo XIV heeft zaterdag tijdens een gebedsbijeenkomst in het Vaticaan opgeroepen tot vrede en zich kritisch uitgelaten over oorlogstaal van westerse leiders. De bijeenkomst vond plaats vanwege de oorlog rond Iran en recente bombardementen op Libanon.
Volgens de paus wordt er te makkelijk over oorlog gesproken en gaat dat ten koste van mensenlevens. Hij riep leiders op om te stoppen met geweld en te kiezen voor overleg. ‘Stop, het is tijd voor vrede. Kom aan de tafel van dialoog’, zei hij, meldt NRC.
Ook had hij kritiek op het gebruik van religie in oorlogstaal. Daarmee doelde hij onder meer op uitspraken van de Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth, die mensen opriep te bidden voor een overwinning in Iran. Volgens de paus hoort geloof niet gebruikt te worden om oorlog te steunen.
Kritiek van Trump
De uitspraken van de paus leidden tot een felle reactie van de Amerikaanse president Donald Trump. Hij noemde de paus op sociale media ‘ZWAK te zijn op het gebied van misdaad en verschrikkelijk voor het buitenlands beleid’. Later zei hij dat hij ‘geen grote fan’ van hem is, meldt BBC.
De paus liet weten dat hij zich daar niet door laat beïnvloeden. Hij zei, volgens de Britse nieuwszender, ‘geen angst’ te hebben voor de regering-Trump en zich te blijven uitspreken tegen oorlog. Wel gaf hij aan geen ruzie met Trump te willen. Tijdens een reis naar Algerije zei hij dat hij zich wil blijven inzetten voor vrede.
De paus spreekt zich de laatste tijd vaker uit over internationale onderwerpen. Eerder noemde hij dreigementen om de Iraanse beschaving te vernietigen ‘werkelijk onacceptabel’.
Volgens hem is het belangrijk dat landen niet kiezen voor geweld, maar voor samenwerking. Hij riep mensen wereldwijd op om te bidden voor vrede en een wereld zonder oorlog.
De oorlog is nog lang niet voorbij in het Midden-Oosten en dat gaat gepaard met oorlogsretoriek. Zo wordt op sociale media een oud filmpje van de Turkse autoritaire president Erdogan rondgepompt, waarin hij Israël bedreigt. Precies op het moment dat Netanyahu lijkt te hinten op een aanval op Turkije als mogelijke ‘bondgenoot van Iran’?
In het Turkse filmpje, dat al twee jaar oud is, dreigt Erdogan met een invasie in Israël. ‘Net zoals we Libië en Nagorno-Karabach zijn binnengetrokken, kunnen we iets vergelijkbaars met hen doen’, zegt Erdogan bij een partijbijeenkomst van de islamistische partij AKP in Rize. ‘Daarom moeten we heel sterk zijn’, voegt hij daaraan toe.
Het gebeurt wel vaker dat er uit Turkije harde woorden richting Israël worden geuit. De solidariteit met de islamitische Palestijnen is groot. Maar critici wijzen erop dat het bij woorden blijft. De handel, die vroeger direct met Israël werd bedreven, wordt nu via omwegen gevoerd, bijvoorbeeld via Azerbeidzjan, dat goede banden onderhoudt met het Israëlische regime.
Ook zou er in Syrië, met Amerikaanse bemiddeling, sprake zijn van imperialistische invloedsferen die zijn overeengekomen tussen Israël en Turkije, die respectievelijk gebieden in het zuiden en noorden van Syrië bezetten.
De recente spanningen lijken vooral te zijn aangewakkerd door uitspraken van Benjamin Netanyahu. Hij benadrukte dat de oorlog tegen Iran en zijn bondgenoten wordt voortgezet en rekende daar ook landen toe die volgens hem Iran steunen, waaronder Turkije.
De vraag is of Turkije het volgende doelwit wordt van Israël. Die kans lijkt klein, mede omdat de Verenigde Staten bondgenoot zijn van beide landen en een verdere escalatie waarschijnlijk niet zullen toestaan.
Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld heeft in het tv-programma Buitenhof scherpe kritiek geuit op het Trump-regime vanwege de oorlog tegen Iran, die door het programma werd omschreven als een agressieoorlog. Volgens Zegveld is het aanvallen van Iran ‘een misdrijf van agressie’ en is de Amerikaanse president daarmee ‘een misdadiger’.
Ze deed haar uitspraken in een speciale uitzending, waarin ook de Nederlandse commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim en oud-minister van Defensie Kajsa Ollongren aanwezig waren.
‘Het binnenvallen van een ander land, het aanvallen van Iran, is een misdrijf van agressie. Dus, los van de manier waarop de oorlogsvoering gebeurt, is dit het aanvallen van een soeverein land’, zegt Zegveld tegen presentator Twan Huys. ‘Er ligt geen mandaat van de Verenigde Naties. (…) er is geen enkele aanleiding vanuit de Verenigde Naties om een mandaat te geven om een heel land aan te vallen.’
Dan vraagt Huys of de Amerikaanse president een oorlogsmisdaad heeft gepleegd. ‘Hij is een misdadiger die het misdrijf van agressie heeft gepleegd, en dat kennen we uit Neurenberg en Tokio. Dat is een van de oudste misdrijven die we kennen, dat uiteindelijk via de Verenigde Naties is vastgelegd in het Handvest.’
Maar niet alleen Trump is volgens Zegveld strafbaar. ‘Iedereen in die Situation Room: de minister van Buitenlandse Zaken, Rubio, de minister van Defensie, Hegseth, de vicepresident en alle assistenten eromheen.’
Ze vindt dat Nederland zich te allen tijde buiten deze agressieoorlog moet houden. ‘Wij vallen andere landen niet aan.’ Ook waarschuwt ze voor het gebruik van termen als ‘vijand’ voor Iran. ‘Want voor je het weet zitten we zelf in een agressieoorlog en maken we ons er schuldig aan.’
Dat de Nederlandse economie mogelijk schade oploopt als we de Amerikanen niet steunen, noemt Zegveld een non-argument. ‘Hoe bewerkstelligen wij vrede en veiligheid in de wereld?’ Dat is niet door een autonoom land aan te vallen. Gewoon niet doen.’
Ook over de NAVO-chef Mark Rutte, die meegaat in Trumps aanvalsretoriek, is ze kritisch. ‘De NAVO is een defensieve alliantie. Richt je daarop. (…) We vallen niet aan. Dus ook niet achter de president van Amerika gaan staan als die dat wel doet.’
Oppositieleider Péter Magyar heeft de Hongaarse parlementsverkiezingen gewonnen en maakt daarmee een einde aan zestien jaar macht van Viktor Orbán. Orbán erkende zondag zijn nederlaag.
Orbán, die zichzelf neerzette als een ‘doorn’ in het oog van de EU en verdediger van een ‘illiberale democratie’, verloor in een verkiezing met een recordopkomst. Zijn nederlaag is een zware klap voor autoritaire leiders wereldwijd, onder wie de Amerikaanse president Donald Trump, die hem steunde. Ook verliest de Russische president Vladimir Poetin hiermee een belangrijke bondgenoot binnen de Europese Unie, meldt nieuwsdienst AFP.
Feest in Boedapest
In Boedapest vierden tienduizenden aanhangers van de Tisza-partij van Magyar de overwinning. Aan de oevers van de Donau werd gezwaaid met Hongaarse vlaggen, mensen dansten en autoclaxons klonken door de stad.
‘Ik voel me fantastisch!’, zei de 20-jarige student Zoltan Sziromi tegen nieuwsdienst AFP. ‘We zijn eindelijk van dat systeem af, en het werd tijd.’
Magyar sprak de menigte toe terwijl hij met een Hongaarse vlag zwaaide. Hij zei dat kiezers Hongarije hadden bevrijd en noemde de overwinning een wonder.
Duidelijke uitslag
Met 98,15 procent van de stemmen geteld behaalde Tisza 53,6 procent van de stemmen, goed voor 138 zetels in het 199 zetels tellende parlement. De regeringspartij Fidesz van Orbán kwam uit op 37,9 procent en 55 zetels. De opkomst lag met 79,50 procent op een recordniveau.
Orbán gaf zijn nederlaag eerder op de dag toe. ‘De verkiezingsuitslagen, hoewel nog niet definitief, zijn duidelijk en begrijpelijk; voor ons zijn ze pijnlijk maar ondubbelzinnig’, zei hij.
Reacties uit het buitenland
De overwinning van Magyar leidde tot felicitaties uit heel Europa. Frankrijk en Duitsland riepen op om samen te werken aan een sterk Europa. De Oekraïense president Volodymyr Zelenskyy zei te willen samenwerken met Magyar ’ten behoeve van beide naties, evenals voor vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa’. Ook Ursula von der Leyen reageerde: ‘Hongarije heeft Europa gekozen’, schreef zij op X.
Snelle opkomst van Magyar
Magyar is een politieke nieuwkomer en verscheen pas twee jaar geleden op het toneel. Hij voerde campagne met beloftes om corruptie te bestrijden en publieke diensten te verbeteren.
Zijn opmars kwam in een periode van economische stagnatie, en ondanks een kiesstelsel dat in het voordeel van Orbáns partij werkte. Tijdens de campagne beschuldigden beide kampen elkaar van buitenlandse inmenging.
De Hongaarse parlementsverkiezingen, waarbij de conservatief Péter Magyar de extreemrechtse zittende premier van Hongarije, Viktor Orbán, afgelopen zondag versloeg, zijn een cruciale gebeurtenis. Niet alleen voor de toekomst van Hongarije of voor de Europese Unie. De uitslag is in de eerste plaats een enorme dreun voor internationaal extreemrechts.
Van het Kremlin tot het Witte Huis voelen extreemrechtse krachten deze nederlaag. Hongarije staat voor een nieuw begin, een nieuwe kans: een toekomst waarin extreemrechts in het defensief is gedrongen en waarin de liberale democratie zichzelf opnieuw kan uitvinden. Dit heeft gevolgen, ook voor de rest van de wereld.
Met zijn verkiezingswinst in 2010 in Hongarije vormde Viktor Orbán in de jaren tien een lichtend voorbeeld voor populisten en autocraten wereldwijd. De wijze waarop hij de rechtsstaat, instituties en vrijheden in het postcommunistische Hongarije systematisch ontmantelde, leverde een schoolvoorbeeld op van een illiberale democratie: een democratie met weliswaar vrije, maar niet langer eerlijke verkiezingen, waarin een autocraat de rechtsstaat, media, economie en staatsinstellingen langzaam maar zeker naar zijn hand zet. Dit inspireerde gelijkgestemden, tot Donald Trump aan toe.
Orbán slaagde er zestien jaar lang in om vrijwel alle macht naar zich toe te trekken, met weinig tegenstand van de oppositie. Doordat die tegenkracht ontbrak en de macht geconcentreerd raakte, verdwenen de checks and balances die hem hadden kunnen corrigeren. Zo konden hij en de kring om hem heen zich ongestraft verrijken, economisch wanbeleid voeren en Hongarije binnen de EU steeds verder isoleren. De corruptie nam toe, de staat functioneerde steeds slechter en de voorzieningen voor de gewone Hongaar verslechterden. Tegelijk begon de economie te kwakkelen en stroomden Europese gelden niet langer naar Boedapest.
Orbán slaagde er zestien jaar lang in om vrijwel alle macht naar zich toe te trekken
Péter Magyar zag dan ook zijn momentum. Door uit de Fidesz-partij te stappen op het moment dat er een groot corruptieschandaal woedde in de Hongaarse politiek, wist hij zijn podium te pakken. Met een campagne die zich richtte op de strijd tegen corruptie, de zwakke staat van de economie en de steeds slechter functionerende overheid, drukte hij Orbán in het defensief. Deze verkiezingszege komt daarmee op zijn conto, maar is tegelijk het resultaat van het wanbeleid van Orbán, dat de weg voor de democraat Magyar bereidde.
Het falen van Viktor Orbán laat zien dat er grenzen zitten aan hoe ver extreemrechts kan gaan bij het besturen van een land. Doordat zijn regering steeds minder in staat was om het leven van de gewone Hongaar te verbeteren, raakte hij een cruciaal deel van het electoraat kwijt. Veel gewone burgers verlangen weer terug naar de saaie middenpartijen die ooit wél welvaart, vooruitgang en goed bestuur wisten te brengen.
Dit is de echte nederlaag die internationaal extreemrechts heeft geleden: niet zozeer die van hun aanvoerder Orbán, maar van het falen van het systeem dat zij willen creëren. Het laat zien dat extreemrechts, wanneer het aan de macht is, weinig te bieden heeft. Het kan geen staat besturen, geen economie laten groeien en geen samenleving verbeteren, en biedt vooral corruptie, chaos en wanbeleid. Daarmee vormt het geen serieus alternatief voor het politieke midden. En kiezers zien dat, niet alleen in Hongarije, maar ook elders in de wereld.
De les die democratische middenpartijen uit de gebeurtenissen in Hongarije trekken, is dan ook de volgende: extreemrechts bestuur vaak gedoemd te falen. Extreemrechts aan de macht brengt vaak wanbeleid met zich mee, wat kiezers uiteindelijk zullen afstraffen. Daarom hoeft het midden ook niet veel meer te doen dan het redelijke alternatief voor extreemrechts te blijven. Door te staan voor stabiliteit, goed bestuur, een gezonde democratie, economische vooruitgang en welvaart voor alle burgers, kan het midden extreemrechts in een democratie verslaan.
Uiteraard is met deze Hongaarse verkiezing het spook van extreemrechts in het Westen nog niet geheel verdwenen. Maar het heeft wel een cruciale nederlaag geleden.
Vlak over de grens in Wuustwezel waren we op een verlovingsfeest in familiesfeer. Iedereen was er: de oorspronkelijke familie en de binnenkort aangetrouwde familie. De nieuwe jeugd rende door de zaal om aan iedereen duidelijk te maken dat zij de meeste energie hadden. De generatie boven ons was er niet meer. Alleen enkele voorbeelden waren nog als historisch erfgoed te bewonderen.
Na het feestje stapten we in de auto. Iets verderop zagen we een tankstation. Als je in België bent, moet je daar wel van profiteren. Op dit verlaten stukje weg stonden bij het onbemande pompstation enkele auto’s. Bij het stoppen zag ik het: Nederlanders gooiden hun kofferbak open en begonnen jerrycans met benzine te vullen. Een triest tafereel. Jarenlange vooruitgang had ons gebracht tot het in jerrycans smokkelen van benzine uit België. Vroeger werd er shag uit België gesmokkeld. Als het Trump niet lukt om de Straat van Hormuz open te krijgen, denk ik erover om voor het bruiloftsfeest ook jerrycans mee te nemen. Critici zeggen terecht dat vóór de oorlog de Straat van Hormuz gewoon open was.
Bij het betalen kon mijn vrouw het niet laten
Bij Hazeldonk reden we de drive-in op. We wilden wat bestellen. In gebrekkig maar wel echt Nederlands vroeg de medewerker via de luidspreker naar onze bestelling. Elders nemen ze die moeite niet eens meer; daar beginnen ze direct in het Engels. Bij het betalen kon mijn vrouw het niet laten: ze zei tegen de medewerker dat ze goed Nederlands sprak en vroeg waar ze vandaan kwam. Ze antwoordde dat ze uit Spanje kwam en vroeg waar wij vandaan kwamen. Een gesprek tijdens een drive-inbestelling had ik me eerlijk gezegd niet eerder kunnen voorstellen.
Zo zijn we nu beland op een nieuw historisch markeerpunt: lukraak kunnen wij nieuwkomers complimenten uitdelen over hoe goed ze Nederlands spreken.
Terwijl Beiroet onder vuur ligt, doet architect en bareigenaar Rani al Rajji een dringende oproep aan de wereld om niet langer zwijgend toe te kijken. Met zijn vrijwilligerskeuken voorziet hij dagelijks mensen die uit het zuiden van Libanon zijn gevlucht van maaltijden.
Stilte heeft een naam: over morele lafheid en stilzwijgende medeplichtigheid
Ze kijken toe. Vanuit hun parlementen en paleizen, hun persconferenties en zorgvuldig geformuleerde communiqués, kijkt het Westen toe hoe Libanon bloedt – en noemt het ingewikkeld.
Ze mompelen. Ze spreken niet. Er is een verschil, en dat weten ze. Een gemompel is de diplomatie van lafaards, verpakt in de taal van voorzichtigheid. ‘We zijn bezorgd.’ ‘We roepen op tot terughoudendheid.’ Woorden zo hol dat ze weerkaatsen.
Ondertussen wordt een land overdag verscheurd. Steden worden uitgewist. Families begraven onder puin dat ooit hun huis was. De dader – benoemd, gedocumenteerd, bewapend, gefinancierd, bij elke stap beschermd – loopt vrij rond. Meer dan vrij: beloond met wapens, vetorechten en de meest kostbare valuta in de geopolitiek: straffeloosheid.
Dit is geen informatiegebrek. Het Westen ziet. Het kiest er simpelweg voor om niet te handelen naar wat het ziet. Getuige zijn van onrecht zonder het te benoemen is geen neutraliteit. Het is medeplichtigheid met een neutraal gezicht.
Getuige zijn van onrecht zonder het te benoemen is geen neutraliteit
Er was een tijd dat de wereld keek naar het apartheidsregime in Zuid-Afrika en ook mompelde. Toen stopte het met mompelen. Sancties kwamen. Isolatie kwam. Rechtvaardigheid, langzaam en onvolmaakt, kwam. Het kwam omdat genoeg mensen eindelijk de moed vonden om de drempel over te stappen van weten naar handelen – om de naam van het onrecht te zeggen, en dat meende.
Die drempel bestaat vandaag weer. Israël, in zijn behandeling van Libanon, Syrië en Palestina, is een staat geworden die de internationale gemeenschap moreel niet langer kan permitteren onverantwoord te laten. Geen ingewikkelde partner. Geen moeilijke bondgenoot. Een paria, volgens de definitie die het Westen zelf schreef voor andere naties die het gemakkelijker vond te veroordelen.
Echte vrede is geen staakt-het-vuren dat wordt gebroken voordat de inkt droog is, geen verklaring van bezorgdheid gevolgd door een nieuwe wapenlevering. Echte vrede vereist de moed om te zeggen: dit stopt nu, of je staat er alleen voor. Een ultimatum met tanden, geen gemompel met voetnoten.
De geschiedenis zal niet vragen of het Westen op de hoogte was. Het zal vragen wat het deed met zijn kennis. We zijn moe. Bitter. Geslagen en bebloed, maar niet gebroken. Niet gebroken omdat we nog steeds vrede willen: redelijke, stabiele, duurzame vrede. En daarvoor hebben we een bemiddelaar nodig. We hebben de wereld nodig om te stoppen met mompelen en één te worden.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.