18.7 C
Amsterdam
Home Blog

Schrijver Herald van der Linde brengt vergeten Indonesisch rijk tot leven

0

Schrijver Herald van der Linde dook zeven jaar lang in het prekoloniale verleden van Indonesië. In Srivijaya beschrijft hij hoe een vergeten maritiem rijk vanuit Sumatra vierhonderd jaar lang de zeestraten van Zuidoost-Azië controleerde.

Wanneer Herald van der Linde terugkijkt op zijn leven, lijkt één keuze alles te hebben bepaald: zijn beslissing om voor zijn afstuderen naar Indonesië te gaan. Als economiestudent aan de Rijksuniversiteit Groningen vertrok hij begin jaren negentig naar het eilandenrijk om onderzoek te doen naar de centrale bank. Hij woonde een tijdlang bij een Indonesische familie, raakte verliefd op Indonesië en leerde de taal. Hoewel hij tegenwoordig in Hongkong woont, ligt zijn hart nog steeds in Indonesië.

Die langdurige betrokkenheid leidde zeven jaar geleden tot een ambitieus project. Van der Linde besloot twee populair-wetenschappelijke boeken te schrijven over de pre-islamitische geschiedenis van Indonesië, over de machtige rijken Srivijaya (zevende tot elfde eeuw) en Majapahit (1293-1527), die over grote delen van de archipel heersten.

Srivijaya op zijn hoogtepunt. Beeld: Wikipedia

‘Ik wilde weten waar Indonesië nou vandaan komt. Waarom staan hier overal tempels? Waarom zijn er inscripties in India, Cambodja en Vietnam die naar Java verwijzen?’ Het werd een jarenlange zoektocht, verspreid over Java, Sumatra en talloze vakanties waarin Van der Linde met zijn Indonesische vrouw vele, vele tempels en andere archeologische sites bezocht.

Het boek over het koninkrijk Majapahit, dat zijn machtsbasis had in Oost-Java, verscheen in 2024. Het kreeg een hele goede pers in Indonesië. ‘Mijn vrouw vertelde mij dat het geschiedenisonderwijs in Indonesië best saai is. Ik moest vooral een leuk verhaal schrijven, zo drukte ze mij op het hart. Daar heb ik mijn best voor gedaan. En nu heb ik ook een boek over dat andere rijk af, Srivijaya, dat zo’n 400 jaar heeft bestaan.’

Een vergeten wereldrijk

Majapahit is in Indonesië wijd en zijd bekend. Het was het rijk van de ambitieuze minister-president Gajah Mada, de olifantengeneraal, die in de veertiende eeuw voor het eerst bijna het gehele eilandenrijk verenigde onder één heerser. Het nationale motto van Indonesië, Bhinneka Tunggal Ika (eenheid in verscheidenheid), stamt ook uit deze tijd en is voor het eerst opgeschreven in een heldendicht van de veertiende-eeuwse hofdichter Mpu Tantular. Maar het belangrijkste geschrift van Majapahit is de Nagarakertagama van collega-hofdichter Mpu Prapanca, die de glorie van het rijk en zijn koning Hayam Wuruk bezong, die het werk van Gajah Mada afmaakte.

Srivijaya is toch veel minder bekend. ‘Eeuwenlang was het maritieme imperium op Sumatra zelfs vergeten, totdat de Franse onderzoeker George Cœdès het rijk in 1918 herontdekte. Hij had verschillende inscripties met elkaar verbonden en vermoedde dat de huidige stad Palembang op Sumatra de hoofdstad was van een groot rijk. Nederlandse archeologen en taalkundigen hebben daarna ook onderzoek gedaan naar Srivijaya. Inmiddels is er consensus’, vertelt Van der Linde. ‘Palembang was inderdaad het politieke centrum van het rijk, maar het noordelijker gelegen Jambi vormde het religieuze en intellectuele hart en het Maleisische schiereiland het industriële hart.’

In tegenstelling tot Majapahit heeft Srivijaya veel minder schriftelijke bronnen achtergelaten, op wat inscripties in steen na. ‘Dat maakt het onderzoek moeilijker’, zegt Van der Linde. ‘Sommige inscripties laten zien hoe het rijk hiërarchisch was opgebouwd, maar het blijft helaas bij fragmenten. Door te kijken hoe enigszins vergelijkbare Zuidoost-Aziatische rijken het deden – zoals het Khmerrijk in Cambodja en het Champarijk in Zuid-Vietnam – krijg je een beter beeld van hoe het gegaan zou kunnen zijn.’

Een belangrijke inscriptie van Srivijaya is die van een eed die een vroege heerser zijn vazallen liet afleggen, waarbij water over een steen werd gegoten en vervolgens werd gedronken. ‘De achterliggende gedachte van dit ritueel was magie: dat de lokale vorsten via magie aan de heerser van Srivijaya waren gebonden.’

Groene zeegodin

Die rituelen leven deels voort in Javaanse legendes, die Van der Linde ook als bron gebruikt. Een van die legendes is het verhaal van de koningin van de Zuidzee, Nyi Roro Kidul. Zij is een groene zeegodin die zeelieden beschermt of juist straft. Hotels aan de kust op Java hebben dikwijls een kamer vrij waar ze kan overnachten als ze daar zin in heeft. Een stukje folklore. Maar deze koningin is mogelijk gebaseerd op een godin die door het boeddhistische landrijk Mataram werd vereerd, dat in dezelfde tijd als Srivijaya in Midden-Java bestond. In Yogyakarta staat een oude tempel gewijd aan Tara — een boeddhistische godin die vaak groen wordt afgebeeld. ‘Die cultus is mogelijk ook verbonden met Srivijaya’, zegt Van der Linde. ‘Het laat zien hoe religieuze ideeën zich over de archipel bewogen.’

En dan zijn er nog de tempels. Het meest spectaculaire archeologische complex van Srivijaya ligt in Jambi op Sumatra. Het is een enorm gebied waar duizenden monniken moeten hebben gewoond en gestudeerd. Chinese monniken reisden erheen om Indiase Sanskriet teksten te vertalen. Arabische bronnen beschrijven een centrum van magie, wiskunde en religie. Op sommige inscripties verschijnt zelfs de oudste geschreven nul ter wereld. Het getal nul komt uit India, maar de eerst geschreven nul komt uit Indonesië.

Ruïnes van Jambi op Sumatra uit de tijd van het Srivijaya-rijk. Beeld: Herald van der Linde

Srivijaya was geen strak gecentraliseerd rijk, maar een confederatie van havens: een netwerk dat samenwerkte, handelde en rituelen deelde. ‘Eigenlijk lijkt het op het Indonesië van nu’, zegt Van der Linde. ‘Ook Indonesië is een archipel met verschillende eilanden en culturen, die toch een eenheid moeten vormen. Je ziet het idee van de statenbond bovendien terug in de Zuidoost-Aziatische samenwerkingsorganisatie ASEAN, die een stuk losser is georganiseerd dan de Europese Unie.’

Inval van het Chola-rijk

Het einde van Srivijaya kwam abrupt. Rond 1025 viel het Zuid-Indiase Chola-rijk Palembang en andere handelssteden van Srivijaya binnen. De Chola’s waren de dominante zeemacht in India en concurrenten van Srivijaya. Ze waren woedend omdat Srivijaya hen in China als vazallen van Palembang had afgeschilderd, waardoor de Chinese keizer hen hoge tarieven liet betalen. De Chola’s stuurden een grote oorlogsvloot naar Srivijaya. Ze brandden havens plat, namen een prinses en een gouden poort mee uit Palembang en lieten het rijk verzwakt achter. Jambi bleef als religieus centrum nog een paar eeuwen relevant, maar de politieke macht verschoof naar Java.

Daar was in de achtste en negende eeuw al een ander belangrijk centrum ontstaan, het eerder genoemde boeddhistische koninkrijk Mataram, niet te verwarren met het latere islamitische sultanaat Mataram. De regerende Sailendra-dynastie bouwde Borobudur, een tempel die fungeerde als een boeddhistische leerweg in steen. ‘De Sailendra’s hadden vermoedelijk banden met Srivijaya’, zegt Van der Linde. ‘Het verklaart waarom een boeddhistisch monument op een overwegend hindoeïstisch Java kon ontstaan.’

Van der Lindes eerste boek, over Majapahit, vond uiteindelijk een Engelse uitgever en werd een groot commercieel succes in Indonesië. De Indonesische onderminister van Cultuur belde hem twee jaar geleden persoonlijk op om zijn waardering uit te spreken. Ook hielp de minister hem om toegang te krijgen tot belangrijke archeologische locaties voor zijn boek over Srivijaya.

Komt er nog een Nederlandse vertaling? Van der Linde weet het niet. Hij merkt dat de Nederlandse belangstelling vooral gericht is op de koloniale periode en dan vooral het einde ervan. ‘Maar in Indonesië zelf is er nu juist veel interesse in de prekoloniale geschiedenis. Dit verleden wordt ook steeds meer een symbool van nationale trots. Zo heet het nieuwe Indonesische vliegdekschip Srivijaya’, vertelt Van der Linde. ‘Het was oorspronkelijk het Italiaanse vliegdekschip Garibaldi, maar kreeg een naam die verwees naar de oude controle over de zeestraten. Die naamkeuze laat zien hoe diep het rijk van Srivijaya nog in de nationale verbeelding zit.’

Ten slotte, staan er nog meer verhalen over de Indonesische geschiedenis op de planning, een boek over de beroemde prehistorische site Gunung Padang op Java bijvoorbeeld? ‘Dat is een leuk idee’, zegt Van der Linde. ‘Ik denk ook aan een geschiedenis van het islamitische rijk Mataram, dat rond 1600 over het grootste deel van Java heerste en het aan de stok kreeg met de Nederlanders onder Jan Pieterszoon Coen. Of ik ga historische fictie schrijven. Maar eerst nemen we even rust. Mijn vrouw wil nu weer normale vakanties, in plaats van weer een historische tempel te bekijken.’

Srivijaya, Herald van der Linde, Monsoon, 232 blz., 2026

Mekka-Pact geactiveerd: Turkije en Pakistan sturen militairen naar Saoedi-Arabië

0

De door Saoedi-Arabië gesteunde regering in Jemen is een tegenoffensief gestart tegen de sjiitische Houthi’s. Turkije en Pakistan hebben nu toegezegd troepen te sturen om Saoedi-Arabië te steunen, zo schrijven Turkse en internationale media.

Maandag kwamen de leiders van Saoedi-Arabië, Turkije en Pakistan bij elkaar voor spoedoverleg in de Saoedische hoofdstad Riyad. De door Iran gesteunde Houthi’s hebben tijdens hun offensief in september ook doelen in Saoedi-Arabië onder vuur genomen, waaronder de heilige steden Mekka en Medina.

De mobilisatie van de Turkse en Pakistaanse troepen is onderdeel van het Mekka-pact, dat de drie landen in augustus dit jaar tekenden. Net als landen binnen de NAVO spraken zij af dat zij elkaar te hulp zouden schieten als één van hen zou worden aangevallen. Hoeveel troepen er zullen worden gestuurd en wat hun rol is, is onduidelijk, schrijft de onafhankelijke Turkse nieuwssite Turkish Minute.

De Jemenitische regering is een offensief gestart dat tot doel zou hebben het gebied dat de Houthi’s de afgelopen twaalf jaar hebben veroverd terug te veroveren, aldus Middle East Eye. 

Turkish Minute schrijft dat de Houthi’s recent herhaaldelijk Saoedische steden, olie-infrastructuur en schepen in de Bab al-Mandab onder vuur hebben genomen, sinds de oorlog in Jemen in juli werd hervat. In september namen zij gedeelten van de kustlijn bij de Rode Zee en de zeestraat Bab al-Mandab in. Die nauwe zeestraat is, net als de Straat van Hormuz, essentieel voor de doorgang van olietankers en vrachtschepen.

Volgens Middle East Eye wil Saoedi-Arabië met deze mobilisatie willen laten zien dat het koninkrijk internationale steun geniet voor zijn tegenoffensief tegen de Houthi’s.

Pakistan is het enige land in de islamitische wereld met kernwapens. Het heeft ook een bemiddelende rol gespeeld in het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Turkije heeft het op één na grootste leger binnen de NAVO en heeft volgens Middle East Eye zich gepositioneerd als rivaal van Israël.

Zal de burgemeester van de seculiere stad Izmir zich aansluiten bij de AKP van Erdogan?

0

Sluit Cemil Tugay van de republikeinse volkspartij CHP zich aan bij de AKP en krijgt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan daarmee de felbegeerde seculiere stad eindelijk in handen?

Het zou geen wonder meer zijn in het Turkije van Erdogan. Inmiddels zijn veel seculiere burgemeesters veroordeeld door de rechter en verdwijnen leden van andere oppositiegroepen voor jaren in de cel.

Het uur van de waarheid voor Izmir lijkt nu te zijn aangebroken. Door Erdogan werd de stad wel eens ‘Gavur Izmir’ (ongelovig Izmir) genoemd. Deze denigrerende term verwijst naar de historische, niet-islamitische bevolkingsgroepen van Smyrna – de Griekse naam voor de Egeïsche stad. Ook suggereert deze naam dat Izmir een decadente stad zou zijn, met seculiere waarden die haaks staan op de islamitische waarden die Erdogan zelf voorstaat.

In deze context zou de overstap van Cemil Tugay naar de AKP veel stof moeten doen opwaaien. Maar zal dat ook gebeuren in de context van de murw geslagen Turkse politiek? Erdogan heeft vaker dit soort spelletjes gespeeld.

Op 1 oktober werd burgemeester Tugay gesignaleerd in het presidentiële paleis van Erdogan. Het zou zomaar kunnen dat Tugay vanaf morgen als AKP’er door het leven gaat. Deutsche Welle kon de claims niet bevestigen, maar ook niet ontkennen. Symbolisch zou deze transfer het democratische failliet van Turkije nogmaals bevestigen. De AKP heeft de stad Izmir immers nooit via verkiezingen kunnen veroveren, maar via deze shortcut lukt het misschien wel.

Cemil Tugay, van origine een plastisch chirurg, begon zijn politieke carrière in 2019 als burgemeester van het district Karşıyaka in Izmir. In 2024 werd hij verkozen tot burgemeester van de metropool Izmir namens de CHP.

Contactorgaan Moslims en Overheid kritisch op nieuwe pogingen Den Haag gebedsoproep en rituele slacht aan banden te leggen

0

Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) reageert op LinkedIn op de nieuwe politieke plannen rond versterkte gebedsoproepen en ritueel slachten. Volgens het orgaan raken beide onderwerpen direct aan de vrijheid van godsdienst. Daarom moeten voorstellen eerst goed worden getoetst aan feiten en aan wat er in de praktijk al gebeurt.

In de Tweede Kamer ligt er nu een initiatiefsvoorstel van de partijen JA21 en SGP om versterkte gebedsoproepen landelijk te beperken. De partijen vinden dat moskeeën nu te veel ruimte hebben om geluid te versterken. Gemeenten mogen daar nu zelf regels voor maken, maar de indieners willen landelijke afspraken. Het luiden van de kerkklokken valt echter niet onder het voorstel. De Raad van State heeft eerder gewaarschuwd dat het beperken van de islamitische gebedsoproep de godsdienstvrijheid raakt. Het is nog onduidelijk of er genoeg steun is voor de nieuwe regels.

CMO wijst erop dat een landelijke nulmeting uit 2026 laat zien dat de meeste gemeenten geen problemen ervaren met de oproep tot gebed. Waar wel vragen spelen, wordt volgens het orgaan al gewerkt met bestaande wetgeving, overleg en lokaal maatwerk. Dat zou volgens het CMO moeten meewegen voordat er nieuwe landelijke beperkingen komen.

Ook de discussie over ritueel slachten is terug op de agenda. De Partij voor de Dieren wil opnieuw een verbod op onbedwelmd slachten. Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Silvio Erkens (VVD) staat daar persoonlijk positief tegenover. CMO benadrukt echter dat er al jaren afspraken bestaan over onverdoofd ritueel slachten, waaronder een convenant dat volgens een evaluatie uit 2021 heeft geleid tot betere bescherming van dieren.

Volgens CMO kan beperking van religieuze slacht alleen als daar een sterke en goed onderbouwde reden voor is. Het orgaan zegt binnenkort met een uitgebreidere toelichting te zullen komen.

Verkiezingen in Bosnië: Servische nationalisten sterker dan ooit

0

Hoewel hij zelf niet op het stembiljet stond, is de Servisch-nationalistische leider Milorad Dodik de duidelijke winnaar van de verkiezingen in Bosnië en Herzegovina.

Dodik zag zowel zijn kandidaat voor het driekoppige presidentschap als die voor de deelrepubliek Republika Srpska overtuigend winnen, met ruim de helft van de stemmen. Ook de islamitische Bosniakken en katholieke Kroaten stemden grotendeels langs etnische lijnen, wat het al jaren vastgelopen bestuur verder bemoeilijkt, zo bericht NOS.

De verkiezingen gelden als de meest complexe ter wereld. Burgers moesten stemmen voor het driekoppige presidentschap, het landelijke parlement en de parlementen van de Republika Srpska en de Federatie, de deelstaat van de Bosniakken en Kroaten. Ook moesten de inwoners van de Federatie stemmen voor de tien kantons met eigen regeringen. Die gelaagde structuur is vastgelegd in de vredesakkoorden die de Bosnische burgeroorlog van de jaren negentig beëindigden.

Dodik mocht zelf niet meedoen vanwege een veroordeling voor het negeren van rechterlijke besluiten, maar domineerde de campagne met billboards en mediaoptredens. Zijn kandidaten wonnen met grote marges, waardoor hij zijn positie als onbetwiste leider van de Bosnische Serviërs verstevigt. Dodik pleit al langer voor meer autonomie van de Republika Srpska en flirt openlijk met afscheiding. Het hoeft geen betoog dat dit de spanningen in het land vergroot.

De opkomst lag met 42 procent laag. Veel Bosniërs zijn teleurgesteld in het vastgelopen bestuur en zoeken hun toekomst inmiddels in het buitenland. Zolang etnische angst de politiek blijft bepalen, lijkt echte hervorming ver weg.

Eerst de iftar, nu halal en koosjer

0

Religieus Nederland is nog niet eens bijgekomen van het komende verbod op het houden van politie-iftars en de volgende anti-geloofsmaatregel van overheidswege dient zich alweer aan. Staatssecretaris Erkens van Landbouw vindt dat er een verbod moet komen op het onbedwelmd slachten vanwege het dierenwelzijn. ‘Dit hoort niet thuis in Nederland.’

Pardon, meneer de bewindspersoon? Als dit ‘niet thuishoort in Nederland’, dan vindt u dus ook iets van de gebruikers van koosjer en halal vlees. Dat zijn die paar duizend Joden die er nog over zijn van ooit een veel grotere gemeenschap en die zoveel honderdduizend moslims voor wie deze manier van slachten een religieus voorschrift is. Die horen hier volgens u dus ook niet thuis?

Voor de zoveelste keer worden wij als moslims en Joden door onze overheid geschoffeerd en voorgesteld als dierenmishandelaars met middeleeuwse slachtpraktijken. Dit is andermaal een afschuwelijk waardeoordeel van rijkswege, over mij als Jood en over mijn islamitische buurman en buurvrouw.

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw, toen deze huidige staatssecretaris nog geboren moest worden, zat ik al aan tafel met de toenmalige bewindspersoon op het ministerie van Landbouw, wijlen Ad Ploeg. Ook toen ging het over ‘dierenleed’ waarop de Jood en moslim aangepakt moesten worden. En weer zoveel jaren later was het, ook al een voorganger op die stoel, Henk Bleker met wie wij de degens mochten kruisen over dit soort slachtpraktijken die ‘zoveel weerstand oproepen’.

Net als nu ging het eveneens over het in de hoek plaatsen van religieuze Joden en moslims. Omdat het niet meer van deze tijd zou zijn hoe deze mensen hun geloof wensen te handhaven. En dat verschrikkelijke ‘dierenleed’ dat zij veroorzaken, moet nu maar eens afgelopen zijn.

Ik waag me nu al aan de voorspelling dat het hele scenario van die keren ook nu weer langs zal komen. ‘Jullie moeten niet zeuren over moslimhaat of anti-Joodse gevoelens. Daar gaat het helemaal niet om.’

Nooit werd toen de vraag beantwoord hoe het toch komt dat er zoveel diervriendelijke en politieke aandacht wordt gevraagd voor het welzijn van ritueel te slachten dieren.

Het totale slachtgebeuren in Nederland bedraagt zo’n 1,7 miljoen slachtingen per dag: pluimvee, kleinvee en grootvee. Of, zo u wilt, 630 miljoen op jaarbasis. Het ritueel slachten is daar maar een marginaal onderdeel van. Terwijl het welzijn van de dieren bij deze fabrieksmatige massaslacht, met alles wat daar op gezette tijden aan dierenleed te rapporteren is, nauwelijks of geen aandacht krijgt van dierenminnend Nederland.

Net als al die vorige keren zullen onze regering en de parlementsleden zich in allerlei bochten wringen om de samenleving toch vooral te laten geloven dat het niet om het inperken van godsdienst gaat. Ik zou bijna zeggen: ‘G’d verhoede.’ Geloof is toch een grondrecht?

Inmiddels weet de religieuze burger al lang dat het daar wel om gaat. Het was het geval bij het hoofddoek- en het keppeltjesverbod. Het is het geval bij de politie-iftar. Het is nu opnieuw het geval bij halal en koosjer.

Binnen onze gemeenschappen wordt het steeds meer duidelijk: ‘ze motten ons niet’

Bij de hoofdbedekking werd, om ook maar meteen een verbod op de integraalhelm meegenomen. Dit om ons een beetje voor de gek te houden; we mochten eens denken dat het tegen die Joden of moslims was gericht. En nu bij de iftar werd om dezelfde reden bij de politie het begrip neutraliteit ineens op een groot voetstuk gehesen.

Het klinkt plat, maar binnen onze gemeenschappen wordt het steeds meer duidelijk: ‘ze motten ons niet’.

Als onderschrijving hiervan zijn er de woorden van de heer Erkens. Hun religieuze levenswijze hoort niet thuis in Nederland. Dan behoren diegenen die hun leven geloofsmatig toch zo inrichten hier dus ook niet.

Na alles wat er de afgelopen jaren al aan institutionele discriminatie en racisme langs is gekomen binnen alle overheidsdiensten, hoog en laag, komt, terwijl ik deze woorden schrijf, het bericht voorbij dat er nu weer bij de uitkeringsinstantie UWV openlijk en genadeloos sprake is van racisme en discriminatie.

In de hal van veel openbare overheidsgebouwen hangt heel pontificaal de letterlijke tekst van artikel 1 van de Grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

Het wordt tijd om ook deze woorden maar te laten verdwijnen. Dan weet iedere burger waar we aan toe zijn. En dan weten we ook wat de staatssecretaris precies bedoelt.

UWV-medewerkers melden discriminatie: ‘Biculturele achternaam leidt tot hogere boetes’

0

Bij uitkeringsinstantie UWV zijn ernstige signalen van discriminatie op de afdeling Handhaving. Mensen met een biculturele achternaam zouden vaker en hogere boetes krijgen.

Medewerkers van de afdeling Handhaving spreken tegenover AD en Het Parool van een cultuur waarin mensen met een biculturele achternaam en mensen van kleur stelselmatig strenger worden beoordeeld dan anderen. Volgens klokkenluiders verdwijnt de objectiviteit zodra een cliënt een migratieachtergrond heeft, met hogere boetes en ongelijke behandeling tot gevolg.

Volgens het AD, dat op basis van een tip sprak met meerdere mensen in verschillende lagen van de organisatie, zijn racisme en discriminatie ‘onlosmakelijk verbonden met het functioneren van de afdeling Handhaving’. Er zou volgens de krant zowel sprake zijn van discriminerende opmerkingen over collega’s van kleur als over groepen in de samenleving. Verder worden vaker en hogere boetes opgelegd aan mensen met een biculturele achternaam.

Het bestuur van de instantie zou volgens Het Parool al sinds december beschikken over de resultaten van een intern onderzoek dat naar aanleiding van klachten was uitgevoerd, maar de minister werd pas recent op de hoogte gebracht. Uit dit onderzoek bleek dat er inderdaad onderscheid werd gemaakt.

De onthullingen doen denken aan de toeslagenaffaire, waarbij mensen van kleur ten onrechte werden bestempeld als fraudeurs.

Minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief heeft de signalen als ‘onaanvaardbaar’ bestempeld en benadrukt dat de kwestie tot op de bodem moet worden uitgezocht. Ook Kamerleden willen dat wordt onderzocht in hoeverre institutionele vooroordelen de besluitvorming hebben beïnvloed en welke structurele maatregelen nodig zijn om dit te stoppen.

Het UWV stelt dat er geen conclusies kunnen worden getrokken uit het onderzoek, schrijft Het Parool. Toch bood de voorzitter van de raad van bestuur van het UWV op voorhand al zijn excuses aan. ‘Dit kan niet’, zei hij tegen Het Parool.

Nieuwe, strengere regels voor gezinshereniging gelden ook voor oudere aanvragen

0

De rechtbank Den Haag oordeelt dat de nieuwe, strengere regels voor gezinshereniging ook gelden voor oudere aanvragen. Daardoor wordt het voor sommige mensen met een asielvergunning moeilijker om hun partner of kinderen naar Nederland te laten overkomen.

De rechter deed afgelopen vrijdag uitspraak in twee zaken, die beide betrekking hadden op een persoon uit Syrië met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming die een aanvraag tot nareis had gedaan, schrijft Rechtspraak.nl.

In beide gevallen wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag tot gezinshereniging af, omdat de personen in kwestie niet voldeden aan de strengere vereisten voor nareis.

Volgens RefugeeHelp is het verschil tussen mensen met een vluchtelingenstatus en mensen met subsidiaire bescherming met het ingaan van de nieuwe regels belangrijker geworden.

De nieuwe regels houden in dat mensen met een verblijfsvergunning alleen gezinshereniging kunnen aanvragen voor hun echtgenoot en biologische of geadopteerde kinderen jonger dan achttien jaar. Kinderen kunnen alleen hun ouders of broers en zussen jonger dan achttien jaar uit het land van herkomst laten overkomen.

Mensen die subsidiaire bescherming genieten, moeten aan extra voorwaarden voldoen. Zo moeten zij een vast en voldoende inkomen en een eigen huis hebben. Voor hen geldt een wachttijd van twee jaar voordat zij hun gezinsleden naar Nederland mogen laten komen.

De personen in de twee zaken waarin de rechter uitspraak deed, hadden hun aanvraag tot nareis vóór 12 juni 2026 ingediend. Volgens Rechtspraak.nl ziet de rechtbank ‘dat de gevolgen van de nieuwe nareisregels groot kunnen zijn. Dat geldt vooral voor mensen die hun aanvraag nog volgens de oude regels hebben gedaan.’ Toch oordeelde de rechter ‘dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oudere aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen.’

Kritiek op koning: Esajas levert lintje in na ’teleurstellende reactie’ op onderzoek

0

De inkt van de vijf boeken over het koloniale verleden van de Oranjes is nog maar nauwelijks droog of er klinkt al kritiek op het koningshuis. Antiracismeactivist Mitchell Esajas levert zijn koninklijke onderscheiding in, omdat hij teleurgesteld is over de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek. ‘Een onderzoek is geen herstel’, stelt hij.

‘In 2023 kreeg ik een lintje vanwege mijn maatschappelijke betrokkenheid en inzet voor Kick Out Zwarte Piet en The Black Archives. Voor OneWorld schreef ik al dat ik hier dubbele gevoelens bij had. Ik besloot echter het lintje te behouden omdat ik het beschouwde als een vorm van erkenning en waardering voor een collectieve strijd’, aldus Esajas, die van andere activisten juist het verwijt kreeg dat hij het lintje überhaupt niet had moeten accepteren.

Esajas grijpt de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek aan om nu een andere keuze te maken. ‘Ik hoef geen ridder in de Orde van Oranje-Nassau te zijn. Ik doe afstand van mijn lintje en roep de koning op zich in te zetten voor een Nationale Route naar Herstel!’, aldus Esajas op Instagram. Met herstel wordt onder andere gedoeld op herstelbetalingen voor de nazaten van tot slaaf gemaakten. Dit ligt gevoelig in Nederland. Een ruime meerderheid van de bevolking vindt herstelbetalingen veel te ver gaan, zo bleek uit een panelonderzoek van RTL Nieuws onder 18.000 Nederlanders.

Critici wijzen echter vaak naar de Holocaust, waarvoor wel herstelbetalingen zijn uitgekeerd. Zo betaalde Duitsland via het Verdrag van Luxemburg (1952) miljarden aan de staat Israël en individuele overlevenden, en heeft ook de Nederlandse overheid in de afgelopen jaren diverse collectieve en individuele uitkeringen gedaan aan Holocaustoverlevenden en hun nabestaanden als erkenning voor het geleden leed.

Lees ook:

De nieuwe kleren van de koning

Israëlische artsen: Palestijnse gevangenen worden systematisch gemarteld

0

Vernederd, gemarteld en medisch aan hun lot overgelaten, soms met de dood tot gevolg. Volgens Israëlische artsen worden Palestijnse gevangenen structureel gemarteld. Tijdens een bijeenkomst van The Rights Forum presenteerden zij hun bevindingen. Een Palestijnse advocaat die zelf gevangen zat, vertelde over zijn ervaringen.

Het is stil in de volle zaal woensdag wanneer de Palestijnse advocaat Sary Khuriya zichtbaar geëmotioneerd vertelt hoe hij tijdens zijn gevangenschap in de Israëlische gevangenis Megiddo naar een pikdonkere cel wordt geleid. ‘De bewaker sloeg en schopte mij, omdat ik tijdens de zitting over de verlenging van mijn detentie iets verkeerds zou hebben gezegd tegen de rechter. Het was duidelijk dat ze mij daarvoor straften. Toen brachten ze mij naar een andere afdeling die binnen de gevangenis ‘Tora Bora’ wordt genoemd.’ Even blijft het stil. Khuriya heeft moeite zijn tranen te bedwingen.

‘Het was een donkere cel, van zo’n twee bij twee meter. Ze zeiden dat ik er een week moest blijven.’

Khuriya werd in november 2023 opgepakt en naar de Megiddo-gevangenis gebracht. ‘Ik dacht dat Israël een democratie was, in de zin dat het recht mij wel zou beschermen. Maar toen ik de gevangenis binnenkwam, wist ik gelijk al dat dit een vreselijke plek was. Een groepje gevangenen uit de bezette Westelijke Jordaanoever werd geschopt en geslagen, terwijl zij niets hadden gedaan. Ik moest mij helemaal uitkleden in het bijzijn van anderen. Toen ik verder werd geleid voor registratie, zag ik dat de bewakers vier jonge gasten opdroegen de Israëlische vlag te kussen.’

In de cel waar hij belandde, zaten ze met z’n tienen, vertelt Khuriya. ‘Allemaal jongens rond de achttien, negentien uit de Westelijke Jordaanoever. Ieder van hen had verwondingen. Zij vertelden me dat ze waren gemarteld door Israëlische soldaten. In de cel stonden ijzeren bedden. De badkamer had alleen een klein kraantje. Je had totaal geen privacy, want er was geen deur. Van datzelfde kraantje moesten we water halen om te drinken, want we kregen geen water. Per drie gevangenen kregen we een bord witte rijst te eten. Zeker vier keer per nacht kwamen er gewapende bewakers naar onze cel om ons te tellen. Ze lieten ons niet slapen’, zegt Khuriya.

De Palestijnse advocaat Sary Khuriya en gespreksleider Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum

Toen hij in ‘Tora Bora’ zat, werd een andere gevangene binnengebracht, vertelt Khuriya. Zijn naam was Mar’i Abdulrahman. ‘Hij huilde en schreeuwde de hele dag om een dokter, maar niemand kwam hem helpen. Hij was gewond geraakt door martelingen in de gevangenis. Maar in plaats van een dokter kwam er een verpleger die hem alleen pijnstillers gaf en verder niets kon doen. Tijdens de telling de volgende dag vonden de bewakers hem op de grond. De bewakers bevalen hem op te staan, maar dat kon hij niet. Toen begonnen ze op hem in te slaan. Toen er eindelijk een arts kwam, verklaarde deze Mar’i dood. “We hebben er eentje minder”, zei een bewaker.’

Toen Khuriya de verpleger later confronteerde met het feit dat hij Mar’i aan zijn lot had overgelaten en dreigde een aanklacht tegen hem in te dienen, zei hij dat Khuriya zijn mond moest houden. ‘Even later kwamen vijf gewapende bewakers mijn cel in en begonnen mij te slaan en te schoppen. Zij zeiden: “Als je je mond opentrekt, zullen we je doden.”’

Verhoogd sterftecijfer na 7 oktober

Daniel Solomon, chirurg en bestuurslid van Artsen voor mensenrechten in Israël (PHRI), was getuige van autopsies die werden uitgevoerd op Palestijnse gevangenen. Zij waren tijdens hun detentie gestorven. Solomon vertelt dat het lichaam van Mar’i ‘vol zat met blauwe plekken en gebroken ribben’. ‘Hoewel dit nog niet aantoonde dat dit zijn dood had veroorzaakt, is het duidelijk dat hij zich langere tijd niet goed voelde en dat hem medische behandeling werd onthouden.’ Volgens Solomon zou Mar’i kunnen zijn overleden door homicide by heart attack, waarbij iemands hart het begeeft als diegene zich in een erg angstige of stressvolle situatie bevindt. ‘Dit moet nog verder onderzocht worden, maar ik kan dat als chirurg niet doen. De forensisch artsen die dit aanvankelijk deden, zijn Palestijns, maar krijgen sinds 7 oktober geen inreisvisum meer. Gelukkig hebben we ook getuigenissen die ons een context geven van wat er gebeurde met de gevangene.’

Volgens Mays Medleg, hoofd internationale belangenbehartiging bij PHRI, zijn de martelpraktijken tegen Palestijnse gevangenen erger geworden na 7 oktober. ‘Na 7 oktober zien we een duidelijke verslechtering van de condities waarin gevangenen worden gehouden: weigering van medische behandelingen, inhumane leefomstandigheden en martelingen.’

Bovendien steeg het aantal Palestijnse gevangenen in Israël na 7 oktober. Volgens cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Hamoked zitten op dit moment 9265 Palestijnen gevangen; in september 2023 waren dit er ruim 5000. Daarvan zitten er 3101 gevangen zonder proces, in zogeheten ‘administratieve detentie’. Het door Israël gevangenzetten van Palestijnen buiten de bezette Palestijnse gebieden is illegaal volgens de Vierde Geneefse Conventie, die het verplaatsen van gevangenen buiten bezet gebied verbiedt. Het is bovendien een schending van de mensenrechten die door de Israëlische wet worden gewaarborgd, schrijft de organisatie.

Uit onderzoek van PHRI blijkt dat het sterftecijfer na 7 oktober acht keer zo hoog was als ervoor. Het feit dat het stijgende sterftecijfer niet alleen te zien is in een enkele gevangenis, maar betrekking heeft op alle gevangenissen en detentiecentra, toont volgens Medleg aan dat de martelpraktijken systematisch zijn. ‘Bovendien is gedwongen verdwijning sinds 7 oktober 2023 officieel beleid van het Israëlische leger. Dit maakt het moeilijk om erachter te komen hoeveel mensen overleden en op welke manier zij tot hun einde kwamen.’

‘Wat we te zien kregen was een verzameling botten’

Ook blijkt uit gegevens van PHRI dat gedetineerden jonger overleden. Een derde van het aantal Palestijnen dat na 7 oktober in de gevangenis overleed, was onder de dertig. Dat is een verdubbeling vergeleken met voor 7 oktober. Zo’n vijf procent was jonger dan twintig. Die groep kwam eerder niet voor in de sterftecijfers.

In juni dit jaar zaten er 376 minderjarigen in een Israëlische cel, laten cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem zien. Zij waren tussen de veertien en achttien jaar.

Walid Ahmad, zeventien jaar, was het eerste kind dat sinds 7 oktober omkwam in een Israëlische gevangenis. Solomon vertelt over zijn autopsie: ‘Ik had nog nooit zoiets gezien. Wat we te zien kregen was een verzameling botten. Het enige waar ik als Jood aan kon denken, zijn de foto’s van de Holocaustoverlevenden. Er zat geen vet meer aan. Hij was zwaar vermagerd en uitgehongerd. Ook al wees niets in de autopsie op de doodsoorzaak, kan men ervan uitgaan dat hij in die uitgehongerde toestand veel vatbaarder was voor onschuldige infecties als diarree.’ Solomon oordeelt dan ook dat Ahmad waarschijnlijk is overleden aan uithongering.

Dit soort schokkende gevallen maken duidelijk dat het hier niet gaat om een plotselinge dood, maar dat gevangenen gedurende langere tijd medische behandeling wordt onthouden, vertelt Solomon. ‘Hierdoor kunnen ziektes zich steeds verder ontwikkelen, totdat dit hen fataal wordt. Wanneer je als arts sporen van marteling ziet, dan is het erg pijnlijk te zien dat de dood meestal voorkomen had kunnen worden, wat dus niet is gebeurd. In combinatie met de cijfers kun je spreken van een patroon en van een intentie om hun een basaal mensenrecht te onthouden, dat van het recht op medische zorg. Dit is een vorm van marteling’, zegt hij.

Als zij al worden behandeld in een Israëlisch ziekenhuis, dan worden gevangenen daar geboeid en geblinddoekt. Solomon vertelt over een patiënt die hij na een operatie vastgebonden aan zijn bed zag liggen. ‘Dit is een openlijke schending van conventies die Israël zelf heeft getekend.’

‘Dit is een vorm van marteling’

Verschillende mensenrechtenorganisaties bevestigen het beeld dat de Israëlische artsen schetsen. In maart dit jaar waarschuwde VN-gezant Francesca Albanese dat martelingen die voorheen in het geniep plaatsvonden, ‘staatsdoctrine’ waren geworden. Zij sprak van een ‘regime van georganiseerde vernedering, pijn en dehumanisering, van hogerhand mogelijk gemaakt’.

Mays Medleg (PHRI), de Israëlische arts Daniel Solomon en Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum

Op basis van getuigenissen van gedetineerden concludeerde B’Tselem al in augustus 2024 dat er sprake was van een ‘systematisch, institutioneel beleid gericht op het continue misbruik en martelen van alle Palestijnse gevangenen in een netwerk van martelkampen’. Volgens de organisatie heeft de dehumanisering van Palestijnen sinds de oprichting van de staat Israël ertoe geleid dat er extreem geweld tegen hen is gebruikt, te zien in de mishandeling van de gevangenen, maar ook in de genocide in Gaza.

Militaire boycot

Om deze martelpraktijken te helpen stoppen, zal de Nederlandse regering veel meer moeten doen, vertelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum, in een gesprek met de Kanttekening. ‘Er moet veel meer druk worden uitgeoefend op Israël. Nederland heeft [bij het Internationaal Gerechtshof in juni 2023, red.] samen met Canada een rechtszaak aangespannen tegen Syrië vanwege martelingen daar. Waarom zou de Nederlandse regering niet iets soortgelijks doen tegen Israël?’

Volgens Jonkman zouden we niet op Europa moeten wachten om de druk op Israël op te voeren. ‘Nederland kan zelf heel veel doen, of samen met gelijkgestemde landen. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het verbod dat Nederland instelde op import uit de nederzettingen. Terwijl vaak werd gezegd dat dat alleen in Europees verband kon, zien we nu dat steeds meer landen dit zelf zijn gaan doen.’

‘Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden’

Jonkman vindt dat Nederland ook op militair gebied de druk op Israël zou moeten opvoeren. ‘Aangezien heel veel [van dit soort martelpraktijken, red.] gebeurt onder toezicht van of zelfs door het leger, is een totale militaire boycot op zijn plaats. Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden. Terwijl de regering zegt dat deze samenwerking is beperkt tot de grenzen van 1967, is dat in de praktijk niet het geval. Een militair met wie je samenwerkt en met wie je kennis opdoet, zal dat niet vergeten als hij bezet gebied binnenkomt.’

Ook zou Nederland moeten stoppen met het inkopen van wapens en andere militaire goederen uit Israël, zegt Jonkman. ‘Die wapens zijn getest op Palestijnen in Gaza en ander bezet gebied, en daarom zou je die niet moeten willen.’

Jonkman ziet, ondanks het uitblijven van maatregelen door de Nederlandse regering, wel dat er in Nederland steeds meer bewustzijn is. ‘Ik ga ervan uit dat mensen echt wel gaan zien wat er in Israël gebeurt. Daarom is het belangrijk dat ooggetuigen en slachtoffers van marteling aan het woord komen tijdens dit soort evenementen. Ik hoop dat Nederlandse politici dit ter harte nemen.’

Na zijn vrijlating kon advocaat Khuriya alsnog aangifte doen op het politiebureau en nu loopt de zaak bij de rechtbank, vertelt hij. Hoewel hij vanwege zijn getuigenis slachtoffer is van intimidatie in Israël, blijft hij voor de zaak vechten, ‘want ik heb mezelf toegewijd aan Mar’i’.