9.3 C
Amsterdam
Home Blog

Bureau Buitenland: wanneer is een regering een regime?

0

Journalist Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland stelt een vraag over het woordgebruik in de media: waarom spreken Nederlandse media over het Iraanse ‘regime’ en gebruiken ze die term niet voor Israël? Die vraag leeft binnen de mediawereld — vooral onder journalisten met een islamitische achtergrond — maar komt zelden aan bod in talkshows.

Volgens het handboek van persbureau Reuters heeft het woord ‘regime’ een negatieve bijklank. Daarom adviseert Reuters journalisten om in plaats daarvan ‘regering’ te gebruiken. Bouzerda noemt dit een ‘praktische keuze’: ‘Reuters werkt in landen waar je je toegang snel verliest als je machthebbers structureel “regimes” noemt.’

Hij legt uit dat we de term ‘regime’ vooral gebruiken voor landen waar we tegenover staan, en vermijden voor landen waarmee we samenwerken. Zo spreken we bijvoorbeeld over de regeringen van Oeganda, Saoedi-Arabië en Azerbeidzjan.

Volgens Bouzerda is het goed verdedigbaar om de regering van Iran wél een regime te noemen: het is ‘een staat die al decennialang een bevolkingsgroep zonder volwaardige politieke rechten onder controle houdt’.

Maar hoe zit dat dan met Israël?

Volgens onder meer de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem maken we volgens Bouzerda een denkfout als we spreken van een democratie in Israël en een bezetting in de Palestijnse gebieden. In werkelijkheid gaat het om één politiek systeem dat twee bevolkingsgroepen ongelijk behandelt. Dat werd onlangs weer duidelijk in de Knesset, waar is besloten dat Palestijnen door militaire rechtbanken de doodstraf kunnen krijgen.

Theater – Efraïm kijkt in Auschwitz terug op zijn leven

De monoloog Nummer zonder naam vertelt het verhaal van Efraïm (18). In Auschwitz kijkt hij terug op zijn leven, vlak voor zijn dood.

Nummer zonder naam is een toneelvoorstelling, een monoloog, met een pittige inhoud. Het speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekamp Auschwitz. Hoofdpersoon is de jongeman Efraïm, die op het punt staat naar de gaskamer te worden gestuurd. Hij kijkt terug op zijn leven in oorlogstijd, maar ook op de goede tijden.

Eerdere voorstelling

De voorstelling is gemaakt én geschreven door Erwin van Heusden. Hij is theaterdocent, regisseur, eigenaar van Erwin van Heusden Theaterprodukties en hij schrijft mee aan de voorstellingen. ‘Het idee voor Nummer zonder naam ontstond toen we een paar jaar geleden bezig waren met onze voorstelling De Jodenverraadsters van Helmert Woudenberg. Dit stuk gaat over een onderwerp waar je weinig over hoort, namelijk dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen sommige Joodse onderduikers die waren betrapt, werd gezegd dat ze de dans konden ontspringen door vijf andere onderduikers te verraden. Soms werden ze daarna vrijgelaten, maar meestal was het een smoesje en werden ze alsnog afgevoerd. Eén persoon heeft keer op keer Joodse onderduikers verraden. Na de oorlog moest zij de prijs voor haar gedrag betalen met de doodstraf.’

‘Hij vertelt niet alleen over wat hem na de bezetting is overkomen’

‘In dit stuk zit een scène in een concentratiekamp, wat heftig is. Hierdoor ontstond in mijn hoofd het plan voor een toneelstuk dat zich daar afspeelt. Aanvankelijk wilde ik een dialoog schrijven tussen een vader en een zoon, maar toen ik begon te schrijven realiseerde ik me dat de tweede persoon niets toevoegde. Uiteindelijk ben ik voor een monoloog gegaan. Die keuze sloot bepaalde verhaallijnen uit, maar opende ook deuren.’

Efraïm

De verteller in Nummer zonder naam is Efraïm (18). Hij is een gevangene in Auschwitz, waar het einde van zijn leven nadert, terwijl hij daar veel te jong voor is. Toch blikt hij terug op zijn leven, wat een logische reactie is. ‘Hij vertelt niet alleen over wat hem na de bezetting van Nederland is overkomen, maar ook over de mooie dingen die hij meemaakte met zijn ouders en zijn zusje. Bijvoorbeeld in de boekwinkel van zijn moeder, of iets wat thuis gebeurde.’

‘De laatste paar jaar van zijn leven zijn bewogen als gevolg van de bezetting. De beperking van zijn vrijheid begon niet toen hij met zijn familie ging onderduiken, maar al veel eerder. De Duitse bezetter nam steeds meer vrijheden van Joodse mensen af. Efraïm wilde graag naar de kunstacademie, wat niet meer kon. Joden mochten niet meer naar niet-Joodse onderwijsinstellingen, ze mochten er niet meer werken, ze mochten bepaalde winkels niet meer in, noem maar op. Het ging van kwaad tot erger. Uiteindelijk dook het gezin onder, totdat ze werden verraden’

‘Efraïm wilde graag naar de kunstacademie, wat niet meer kon’

Efraïm straalt kracht uit. Hij laat zijn hoofd niet hangen, maar houdt het omhoog tot het einde. Gevangenen in Auschwitz kregen bij binnenkomst een nummer op hun arm gebrand. Daar komt ook de titel Nummer zonder naam vandaan. Efraïm is letterlijk gevangene nummer zoveel. Toch kan hij het opbrengen om mens te blijven. Dat is de essentie van het stuk. ‘Een oorlog haalt het uiterste waar mensen toe in staat zijn in hen naar boven, zowel in positieve als negatieve zin. Het kwaad dat in individuen zit, maar ook de kracht. Je ziet dit terug in Efraïm.’

Sem is iets ouder

De rol van Efraïm wordt gespeeld door Sem Ben Yakar. Van Heusden en hij leerden elkaar vorig jaar kennen tijdens de repetities voor The Passion, waarbij Van Heusden spelcoach is. ‘Sem speelde de rol van een van de apostelen. We raakten aan de praat en hadden een leuke klik. Ik vertelde hem dat we in mijn theater Anne Frank gingen opvoeren. Of hij mee zou willen spelen. Helaas moesten we door omstandigheden die productie opschuiven naar 2027. Ik had Nummer zonder naam af en liet het Sem lezen. Hij was meteen verkocht en gaf aan dit verhaal graag te willen vertellen. Sem is een goede keuze voor deze rol. Jongeren kunnen zich makkelijk in hem herkennen en zich met hem identificeren.’ In werkelijkheid is Sem iets ouder dan 18 jaar, maar dat is niet erg voor zo’n zware rol.

Deels fictie

‘Nummer zonder naam is een goed voorbeeld van het begrip faction, een samentrekking van de woorden fictie en feiten. Het is deels fictie, maar er zijn wel degelijk gebeurtenissen die waargebeurd zijn verwerkt. ‘Er zijn bijna geen jongeren meer die iemand in hun omgeving hebben die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Een oude overgrootvader of grootvader, meer niet. Voor jongeren wordt het steeds meer een ver-van-mijn-bedshow.’

‘Naar voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog, waar nog steeds interesse voor is, komt vaak een wat ouder publiek. Toch zie je dat die ook jongeren meenemen. Een bijkomend probleem is de toename van fake news en soms de ontkenning van de Holocaust. Je merkt ook dat de geschiedenis zich herhaalt. Het publiek moet zich bewust blijven van wat er is gebeurd. Daarom moeten we de taak op ons nemen om het verhaal te vertellen.”

‘Voor jongeren wordt het steeds meer een ver-van-mijn-bedshow’

Nummer zonder naam is een stuk vol emotie, maar Van Heusden zelf wordt er emotioneler van nu de voorstelling ‘handen en voeten’ krijgt. ‘Als je het op het toneel ziet, is het heftiger dan toen ik het schreef. De techniek, het licht, de klanken. Het ontstijgt zichzelf. Heb ik dat gemaakt? Het komt tot leven. Alles valt op zijn plek. Het is iets dat op zichzelf staat. Alsof het nieuw is voor mij.’

Minimaal één BN’er

Zelf stukken schrijven bevalt hem goed, maar sociaal-maatschappelijke thema’s hebben zijn voorkeur. ‘Een voorstelling moet je raken, het moet iets met je doen. De essentie van kunst is mensen in beweging brengen. En het publiek heeft altijd gelijk. Als ik het niet had geschreven, had niemand het gemist. Zo gaat het met kunst. Maar dat betekent niet dat ik er daardoor niet mee aan de gang ga. Als mensen het zien, gaan ze erover nadenken. Het is sowieso lastig om iets nieuws aan de man te brengen. Om op te vallen moet er tegenwoordig minimaal ergens één BN’er in zitten. Daarbij komt dat voor veel mensen de weg naar het theater sinds corona lastiger te vinden is, hoewel het langzaam weer wat meer aantrekt. Het is alsof theater niet meer in het systeem van veel bezoekers zit.’

Heftig stuk

En het is en blijft een heftig stuk. ‘Ik wil de geschiedenis levend houden, maar geen bezoekers traumatiseren. Absoluut niet. Het is ook niet geschreven om te choqueren. Alleen kan ik niet voorkomen dat het choquerend is.’

‘Ik wil de geschiedenis levend houden, maar geen bezoekers traumatiseren’

In ieder geval wel ingrijpend. Er wordt niet voor niets een ‘nazit’ gehouden. ‘De proeflezers van de toneeltekst gaven aan dat het publiek de kans moest krijgen om terug te keren in het heden. Daarom hebben we ervoor gekozen om na de voorstelling een korte pauze te houden en daarna een nazit in de zaal te houden. Dan gaan we in gesprek met het publiek.’

Gezien de zware inhoud van het stuk is dat voor veel bezoekers waarschijnlijk geen luxe. Overigens zijn er tot nu toe geen vervelende reacties geweest op dit stuk als gevolg van de oorlog in Gaza. Er wordt positief gereageerd.

Voor meer informatie: www.nummerzondernaam.nl en www.deoudeschool.nl. De voorstellingen zijn te zien in Theater De Oude School in Dordrecht op 10 en 11 april en op 2, 4 en 5 mei.

Israël verwoest ‘hele dorpen’ in Zuid-Libanon

0

Op sociale media worden beelden verspreid die de verwoesting van dorpen in Zuid-Libanon laten zien. Critici leggen een verband met de genocide in Gaza.

De Libanees-Britse activist Elia Ayoub deelde beelden op Bluesky waarop volgens hem de vernieling van dorpen in Zuid-Libanon te zien is. ‘Israëlische soldaten blazen hele dorpen in Zuid-Libanon op terwijl ze selfies maken. Oude moskeeën, kerken, begraafplaatsen, scholen en ziekenhuizen — alles wordt vernietigd door het genocidale regime’, schrijft hij.

Journalist Harald Doornbos uit zijn verbazing over het uitblijven van westerse reacties op het Israëlische geweld. ‘Gaat Den Haag of de EU hier nog iets van zeggen? Of gaat dit in de (overvolle) map: laten we dit onderwerp maar gewoon negeren en dan tien jaar later onderzoekjes in media en parlement doen, waarin we de vraag stellen: nou poeh zeg, hoe heeft dit destijds zomaar kunnen gebeuren?’

VN-rapporteur Francesca Albanese blijft ondertussen beelden delen van de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, waar Palestijnen te maken blijven hebben met aanhoudende problemen en geweld. ‘Het is pijnlijk om te zien wat de Israëliërs de Palestijnen aandoen — soldaten, kolonisten, veiligheidsdiensten en politie — op heel tastbare wijze’, schrijft ze. ‘Dit is geen oorlog. Het is het martelen van een volk: fysiek en psychologisch. En het maakt deel uit van hun uitroeiing.’

Actiegroep wil toch referendum over Israël-boycot in Amsterdam

0

De gemeente Amsterdam kan geen besluiten nemen over een boycot van Israël, omdat dit onder het nationale buitenlandbeleid valt. De actiegroep Amsterdam Palestina Referendum (APR), die een referendum wil, zegt juist dat Amsterdam zich vaker met internationale kwesties bemoeit, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van de burgemeester bij de Budapest Pride.

Op 31 maart gaf de Initiatief- en referendumcommissie een negatief advies over het referendumvoorstel ‘Mensenrechtenstad in woord en daad’.

APR stelt dat lokaal beleid wél mogelijkheden biedt. De groep wijst op Utrecht, waar de gemeenteraad in 2025 instemde met een motie om geen zaken te doen met Israëlische bedrijven. Ook in Leuven en Oslo, en in de regio’s Puglia en Emilia-Romagna, zijn volgens APR vergelijkbare maatregelen genomen.

Daarnaast wijst APR op de invloed van de gemeente op het eigen inkoopbeleid, zoals bij de samenwerking van het GVB met CAF Mobility.

De commissie noemt het voorstel vooral een kwestie van standpunten, maar APR spreekt van medeverantwoordelijkheid van de stad. De groep roept de gemeenteraad op om Amsterdammers via een referendum inspraak te geven.

APR licht het voorstel op 15 april toe in de Tijdelijke Algemene Raadscommissie en roept sympathisanten op om daarbij aanwezig te zijn

Hoe stop je racisme op het sportveld? Met duidelijke regels van de club

0

Op het sportveld is iedereen gelijk. Maar zonder duidelijke clubregels kan het juist een plek worden van uitsluiting en racisme, zegt onderzoeker Ali Karatas, en niet elke club neemt discriminatie even serieus.

Wie sportreclame ziet, zoals die van de KNVB, krijgt een beeld van een plek waar afkomst, geloof, kleur en klasse er even niet toe doen, omdat uiteindelijk maar één ding telt: wat je op het veld laat zien. Dat is een aantrekkelijk verhaal. Zeker in Nederland, waar sportverenigingen graag worden voorgesteld als miniatuursamenlevingen waarin kinderen leren samenwerken, omgaan met winst en verlies, en ontdekken dat ze onderdeel zijn van een team.

Maar wie de randen van de tv kijkt, ziet niet alleen de positieve kanten van de samenleving terug op het sportveld. Een speler die ‘kankerbuitenlander’ naar zijn hoofd krijgt. Een jongen die in Nederland is geboren, maar tijdens een wedstrijd te horen krijgt dat hij ’terug naar Marokko’ moet. Een Chinees-Nederlandse jeugdspeler aan wie wordt gevraagd of hij hond of vleermuis eet. Moeders met hoofddoek die langs de zijlijn worden bekogeld met flesjes en teams die op een gegeven moment besluiten: de eerstvolgende keer stappen we van het veld.

Amateurvoetbal

Racisme bestaat niet uit enkele incidenten langs de lijn. Uit gesprekken van de NOS met 36 jeugdspelers uit het amateurvoetbal kwamen in 2025 meer dan 140 incidenten naar voren waarin racisme een rol speelde.

‘Sport staat niet los van de wereld erbuiten’

Sommige jongeren zeiden zelfs wekelijks racistisch te worden bejegend, soms meerdere keren per wedstrijd. Tegelijkertijd ontving de KNVB in datzelfde seizoen 230 meldingen van discriminatie bij ongeveer 800.000 wedstrijden en 67.000 competitieteams.

Minder, minder-uitspraak

Volgens Ali Karatas, onderzoeker bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en al jarenlang actief als vrijwilliger, bestuurder en onderzoeker in de sport, is dat precies de kern van het probleem: ‘Sport staat niet los van de wereld erbuiten. Wat in politiek, media en online debat wordt genormaliseerd, sijpelt vroeg of laat ook door naar de tribune, de kleedkamer en het amateurveld.’

De bekende uitspraak van Wilders is daar volgens hem een goed voorbeeld van. ‘Na de ‘minder, minder’-uitspraak van Wilders hoorde je in het weekend van diverse bestuurders dat kinderen op jeugdvelden hetzelfde naar hun hoofd kregen, diverse kinderen zijn ook huilend van het veld gelopen.’

Ook daarin zie je volgens Karatas dat niet iedere club discriminatie direct serieus neemt. In het AD probeerde een bestuurder de ernst zelfs te relativeren door te suggereren dat er niet ‘minder’, maar ‘missen’ zou zijn geroepen.

Die waarneming sluit aan bij de vijfde voortgangsrapportage van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. In het rapport Tussen Kamer, krant en sociale media concludeert de commissie hoe politici, landelijke kranten en sociale media elkaar voortdurend beïnvloeden. Vooral uitingen van Tweede Kamerleden blijken door te werken in kranten en op sociale media. Uitingen over ‘Joden’, ‘moslims’ en ‘herkomst’ werden daarbij vaker overgenomen dan uitingen over andere discriminatiegronden.

Voor Karatas zit daar precies de dubbelheid van sport: ‘Sport is een van de weinige plekken in Nederland waar mensen met verschillende achtergronden elkaar nog echt ontmoeten, juist in een samenleving waarin veel contacten zich afspelen binnen eigen kringen, online bubbels of gescheiden werelden.

Maar die kracht maakt sport ook kwetsbaar. Want mensen bij elkaar brengen is niet automatisch hetzelfde als verbinding creëren. Als er geen duidelijke normen zijn, geen begeleiding en geen trainers of bestuurders die weten hoe ze moeten ingrijpen, kan zo’n ontmoetingsplek omslaan in een plek van uitsluiting en vernedering.’

Moeilijk te bewijzen

Volgens Karatas zijn harde uitspraken niet de enige vormen van discriminatie. ‘We denken bij racisme vaak meteen aan de meest grove uitingen, maar in de praktijk zit het ook in kleine opmerkingen, in pesterijen, in dingen die subtiel genoeg zijn om te ontkennen. En precies dat maakt ze zo hardnekkig: ze zijn moeilijk te bewijzen en daardoor makkelijk relativeren.’

Het NJi omschrijft discriminatie dan ook breder dan alleen openlijk racistische beledigingen: mensen anders behandelen, achterstellen of uitsluiten op basis van persoonskenmerken zoals godsdienst, huidskleur of gender.

Karatas heeft ook eerder onderzoek gedaan naar kansengelijkheid binnen de sport. ‘We doen vaak alsof selectie alleen om kwaliteit draait, maar dat is helaas niet zo. Als twee jongens even goed zijn, speelt herkenning ook mee: in wie een trainer zichzelf ziet, welke ouders dicht op de club zitten, wie de codes kent. En daar komen ook vooroordelen bij. Zo zouden Marokkaanse jongens geen discipline hebben of pingelaars zijn. Dan heb je het niet meer alleen over talent, maar ook over een achterstand van kansen.’

Kinderen kunnen zich terugtrekken

Volgens Karatas laat racisme op jonge leeftijd vaak diepere sporen na dan mensen denken: ‘Het gaat niet alleen om verdriet, boosheid of vernedering op dat ene moment’, zegt hij. ‘Als jongeren structureel op hun identiteit worden geraakt, werkt dat door in hun zelfbeeld, hun zelfvertrouwen en hun gevoel van veiligheid’

Volgens hem kunnen kinderen en jongeren zich daardoor terugtrekken, bepaalde plekken gaan vermijden of met schaamte en verwarring naar zichzelf gaan kijken, juist in een fase waarin ze nog bezig zijn hun plek in de wereld te vinden.

‘Zolang iemand presteert, mag hij meedoen in het nationale verhaal’

Karatas ziet dat ook terug in de manier waarop er over multiculturele topsporters wordt gesproken. ‘Zolang iemand presteert, mag hij meedoen in het nationale verhaal. Maar zodra het misgaat, wordt zijn etniciteit of afkomst weer naar voren geschoven.’ Dan gaat het volgens hem ineens niet meer alleen over sport, maar ook over afkomst, loyaliteit en identiteit. ‘Succes maakt je tijdelijk acceptabel, falen maakt weer verdacht.’

Apengeluiden op het veld

Volgens Karatas is melden voor veel jongeren ingewikkelder dan vaak wordt gedacht. ‘Wie discriminatie aankaart, stelt zich kwetsbaar op’, zegt hij. Vooral als het gaat om subtiele vormen die moeilijk te bewijzen zijn. Dan speelt niet alleen wat er precies is gebeurd, maar ook wat een melding vervolgens doet met je positie binnen het team of de club. Word je serieus genomen, of vooral gezien als lastig? Word je beschermd, of wordt er vooral geprobeerd de rust te bewaren?

Juist daarom benadrukt Karatas het belang van omstanders. ‘Ik was ooit bij een wedstrijd van NEC Tegen ADO Den Haag, nadat ik eerder die dag nog een bijeenkomst over discriminatie en racisme had bijgewoond. Op het veld stond een zwarte speler die iedere keer als hij aan de bal kwam met apengeluiden werd geconfronteerd door de ADO-supporters. Iedereen hoorde het, maar niemand stond op en niemand zei er iets van. Pas later kwam er vanuit het stadion een oproep dat het moest stoppen. Dat moment is me altijd bijgebleven, omdat het laat zien dat je niet neutraal bent als je zwijgt. Je moet standpunt innemen, je moet ingrijpen en je moet duidelijk zeggen: dit hoort niet.’

Die verantwoordelijkheid geldt volgens Karatas net zo goed voor amateurclubs. Zolang racisme wordt weggezet als emotie, wedstrijdspanning of iets wat nu eenmaal bij sport hoort, blijft het probleem zichzelf herhalen.

Wie zwijgt of relativeert, werkt volgens hem mee aan normalisering. Daarom moeten clubs niet alleen meldpunten hebben, maar vooral een cultuur creëren waarin jongeren weten dat ze serieus worden genomen en dat grensoverschrijdend gedrag ook echt gevolgen heeft.

Afspraken op de club

Een serieuze aanpak is een goede stap volgens Karatas: ‘Een club moet al vóór een incident duidelijk maken waar ze voor staat. Veel verenigingen reageren pas als er al iets is misgegaan, maar dan ben je eigenlijk te laat.’ Inclusie, veiligheid en respect mogen volgens hem niet beperkt blijven tot een beleidsstuk of een ‘De missie op papier. ‘De norm moet vooraf zichtbaar zijn, voor spelers, ouders, trainers en bestuurders. Mensen moeten zien: dit accepteren we niet.’

Daarom hecht hij veel waarde aan concrete en zichtbare afspraken op de club. Karatas is dan ook voorstander van het initiatief Code 030 in Utrecht, waarbij gedragsregels samen met verenigingen en lokale partijen zichtbaar zijn gemaakt op sportparken.

Zulke regels zijn volgens hem niet ingewikkeld. ‘Iedereen is welkom, respecteer de wedstrijdleiding, blijf sportief — het klinkt simpel, en dat is het ook. Maar juist die zichtbaarheid doet ertoe. Niet omdat een bord racisme oplost, maar omdat je als club wel laat zien: hier ligt een grens en die is niet vrijblijvend.’

‘Kies je voor bescherming, respect en ontmoeting?’

Volgens Karatas vraagt dat ook om meer dan goede bedoelingen. Een vereniging moet weten wat ze doet op het moment dat het misgaat. ‘Je hebt aanspreekpunten nodig, een veilige route voor klachten, en bestuurders die erkennen dat dit probleem bestaat’, zegt hij. Zonder die erkenning blijft beleid vooral symbolisch. ‘Anders blijft het iets voor op papier, terwijl jongeren in de praktijk nog steeds niet weten waar ze terechtkunnen.’

Die verantwoordelijkheid stopt volgens Karatas niet bij de poort van de vereniging. Ook gemeenten en beleidsmakers moeten volgens hem beter begrijpen wat kansengelijkheid in de praktijk vraagt. ‘We doen vaak alsof hetzelfde beleid voor iedereen automatisch eerlijk is, maar als sommige clubs meer te maken hebben met spanningen, minder middelen hebben of in buurten zitten waar uitsluiting harder binnenkomt, dan moet daar ook anders in investeren. Soms moet je juist ongelijk investeren om eerlijker uit te komen.’

Verschillen zijn er

Ondanks diverse initiatieven, reclames en investeringen is Karatas er niet gerust op dat racisme ooit uit de sport zal verdwijnen. ‘Verschillen tussen groepen zullen er altijd zijn en daarmee blijft ook altijd het risico bestaan dat die verschillen negatief worden geladen.’

De echte vraag is volgens hem dan ook niet of het probleem vanzelf weggaat, maar wat voor samenleving daar tegenover wordt gezet. ‘Kies je voor bescherming, respect en ontmoeting? Of laat je een klimaat bestaan waarin vernedering steeds opnieuw als normaal wordt behandeld?’

Juist daar raakt sport volgens Karatas aan iets groters dan sport alleen. Omdat een vereniging een van de laatste plekken is waar verschillende werelden elkaar nog echt ontmoeten, kan ze ook laten zien dat het anders kan. ‘Het veld liegt niet’, zegt Karatas uiteindelijk. ‘Het laat alleen zien wat wij daarbuiten hebben laten groeien.’

Mag een journalist partij kiezen?

0

Joris Luyendijk wil zichzelf geen journalist meer noemen, zo vertelt hij in de Ongelooflijke Podcast van David Boogerd en Stefan Paas. Hij maakt een scherp onderscheid. Journalisten moeten het nieuws zo neutraal mogelijk brengen, schrijvers zoals hijzelf mogen openlijk partij kiezen. ‘Maar ikzelf ben tot de conclusie gekomen dat mijn meerwaarde meer kan liggen in juist wel nu partij kiezen en niet meer de regels van de journalistiek volgen. Dus ik heb ook geen perskaart meer.’

Het is een interessante gedachte, maar ook een wat strakke scheidslijn. Want er zijn journalisten die juist als journalist partij kiezen. Niet omdat ze activistisch zijn, maar omdat ze weigeren mee te draaien in een taalspel dat de werkelijkheid versluiert.

Vrij Nederland

Neem Henk van Randwijk (1909–1966), hoofdredacteur van het verzetsblad Vrij Nederland. Tijdens de bezetting schreef hij tegen de nazi’s, maar ook na de bevrijding bleef hij een morele tegenstem. Vooral tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945–1949) liet hij zich niet in slaap sussen door de nationale consensus.

Op 26 juli 1947, kort na de eerste zogenoemde politionele actie, schreef hij zijn beroemde aanklacht:

‘Ik spreek omdat ik Nederlander ben. Omdat ik Nederlander ben, zeg ik nee! tegen het geweld dat thans door ons in Indonesië gepleegd wordt. Ik zeg dit, met in mijn oren de beschuldigingen door mijzelf en anderen geuit tot het Duitse volk, dat uit vaderlandsliefde en eenzelfde verkeerd begrepen nationaal belang meende te moeten zwijgen toen Hitler in zijn naam misdaden beging.

Ik schakel daarmee het optreden van onze regering in Indonesië en de daden van Hitler niet gelijk. Ik zeg er alleen mee dat wij in de beschuldiging aan het Duitse volk erkenden dat er een hogere maatstaf is dan het nationale belang en dat er klemmender redenen zijn om te spreken of te zwijgen dan het Nederlanderschap. (…) En nu nog, nu reeds de kanonnen spreken, wil men ons, Nederlands volk, in deze het geweten en de daadkracht dodende atmosfeer dringen: een politionele actie, geen oorlog; wapengeweld ter uitvoering van het vriendschapsakkoord.’

Van Randwijk doorzag het eufemisme politionele actie, een poging om een koloniale oorlog te verpakken als een politiemissie. De operatie heette veelzeggend Operatie Product, omdat Nederland grote delen van Java wilde herkoloniseren om opnieuw winst uit de kolonie te trekken. De meeste Nederlanders wilden de Indonesische onafhankelijkheid niet erkennen. Maar er waren ook ‘nestbevuilers’ zoals Van Randwijk die hun eigen land moreel de maat durfden nemen.

Zijn kritiek op verhullend taalgebruik is nog altijd actueel. Rusland noemde de invasie van Oekraïne in 2022 geen oorlog, maar een ‘speciale militaire operatie’. De Verenigde Staten voeren ‘operations’ en ‘strikes’ uit tegen Iran zonder formeel in oorlog te zijn. China spreekt over ‘Vocational Education and Training Centers’ waar Oeigoeren worden opgesloten en gehersenspoeld. En Israël noemt zijn militaire optreden in Gaza geen genocide, maar operaties tegen Hamas.

Waar Luyendijk terecht bang voor is, is activistische journalistiek waarin feiten en meningen door elkaar lopen

Wie als journalist meegaat in dit soort framing verliest zijn morele kompas. Soms móet je in navolging van Van Randwijk nee zeggen. Niet als activist, maar als iemand die weigert mee te doen aan taal die geweld normaliseert. Dat is een vorm van zedelijke moed, die de Duitsers Zivilcourage noemen.

Kokervisie

Waar Luyendijk terecht bang voor is, is activistische journalistiek waarin feiten en meningen door elkaar lopen. Dat is een vorm van extreme partijdigheid die elke nieuwsgierigheid smoort. George Orwell waarschuwde hier in 1945 al voor in zijn Notes on nationalism: zodra iemand een ideologische positie inneemt, interpreteert hij alles vanuit die bril en bestrijdt hij alles wat daarmee in strijd is. Zo ontstaat kokervisie, en worden feiten die niet passen bij de ‘waarheid’ genegeerd.

Een historisch voorbeeld is De Waarheid, het dagblad van de Communistische Partij Nederland. De krant was net als Van Randwijk fel tegen de Nederlandse agressie in Indonesië, maar stond daarmee niet automatisch ‘aan de goede kant’. Want dezelfde krant verdedigde tegelijkertijd de agressieve buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie, die Oost-Europese landen met dwang onder haar invloed bracht, met als dieptepunt de coup in Tsjechoslowakije in 1948. Kritiek op kolonialisme kan samengaan met blindheid voor ander onrecht.

Trouwens, ook Van Randwijk was niet zonder zonde. Hij had in de jaren veertig een ‘afwachtende bewondering’ voor de Sovjet-Unie, vooral vanwege het enorme Russische oorlogsleed en de rol van het Rode Leger in de bevrijding van Europa. Dat kostte Vrij Nederland abonnees en uiteindelijk zijn positie als hoofdredacteur. Maar zijn sympathie was niet ideologisch: hij werd geen communist, maar bleef een linkse PvdA’er met een sociaal bewogen wereldbeeld. Zijn critici noemden hem communist omdat hij tegen kolonialisme was en solidair met de verdrukten — niet omdat hij in Lenin of Stalin geloofde. Van Randwijk bleef een democraat.

Niemand is perfect. Ook Van Randwijk niet. Maar we kunnen leren van zijn moed. Hij durfde zijn eigen nest te bevuilen, zonder zich te laten verleiden door totalitaire ideologieën. Zulke partijdige journalisten mogen er zijn. Zulke journalisten heeft een democratische samenleving juist nodig.

Racistische reacties na verkiezing nieuwe burgemeester bij Parijs

0

De verkiezing van een nieuwe burgemeester in een Parijse voorstad leidt tot ophef in Frankrijk. Sinds zijn aantreden is Bally Bagayoko doelwit van racistische aanvallen, zowel online als op televisie.

De politicus werd in maart verkozen tot burgemeester van Saint-Denis, een gemeente ten noorden van Parijs. Kort daarna werd hij, de in Frankrijk geboren zoon van Malinese ouders die opgroeide in Saint-Denis, geconfronteerd met racistische desinformatie en opmerkingen.

Volgens de Franse premier Sebastien Lecornu is er sprake van een ‘normalisering van kwaad en racisme’. Hij sprak in het parlement zijn steun uit voor de burgemeester en riep op alle vormen van geweld af te wijzen. ‘Deze normalisering van kwaad en racisme moet met gelijke kracht en zonder ophouden worden bestreden’, zei hij, aldus nieuwsdienst AFP.

Na zijn verkiezing werd Bagayoko ook doelwit van desinformatie op X, waarbij uitspraken van hem over Saint-Denis verkeerd werden weergegeven.

Nieuwe ophef ontstond na een debat op de zender CNews, de Franse variant van FOX News, waar een gast beelden van apen en stamhoofden gebruikte tijdens een bespreking van de nieuwe burgemeester. Dat leidde tot scherpe kritiek van politici en antiracistische organisaties, die een klacht indienden bij toezichthouder Arcom. De zender ontkent dat er racistische opmerkingen zijn gemaakt.

Minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nunez liet weten dat wordt onderzocht of de uitspraken strafbaar zijn, bijvoorbeeld als aanzet tot rassendiscriminatie of als publieke belediging.

Bagayoko heeft zijn aanhangers opgeroepen zaterdag deel te nemen aan een antiracistische bijeenkomst.

Hoe de zaak-Lumumba gekoloniseerde mensen verbindt

0

Vijfenzestig jaar na de moord op de Congolese premier Patrice Lumumba strijden zijn nazaten nog altijd voor gerechtigheid. Zijn dood zou zijn beraamd door Belgische diplomaten uit België, dat Congo 75 jaar koloniseerde. Eén van hen kan nu worden berecht voor zijn mogelijke rol.

‘We gaan de wereld laten zien waartoe de zwarte man in staat is wanneer hij in vrijheid werkt, en we gaan van Congo het middelpunt van de zonnestralen maken voor heel Afrika.’ Zo sprak Patrice Emery Lumumba op 30 juni 1960, de dag dat de Republiek Congo zich onafhankelijk verklaarde van 75 jaar Belgisch koloniaal bewind. ‘Op dit gebied heeft België, eindelijk de loop van de geschiedenis aanvaard, niet geprobeerd onze onafhankelijkheid tegen te werken, en is het bereid ons bij te staan en vriendschap te tonen.’

Zes maanden na deze toespraak werd Lumumba, samen met zijn bondgenoten Maurice Mpolo en Joseph Okito, ontvoerd en verplaatst naar de Congolese provincie Katanga. Daar werden ze gemarteld, en uiteindelijk op 17 januari 1961 geëxecuteerd door een vuurpeloton onder leiding van Belgische officieren. De Belgische inspecteur-generaal van de Katangese politie, Gerard Soete, kreeg vervolgens de opdracht om hun lichamen te laten ‘verdwijnen’. Dit deed hij door ze in stukken te laten zagen en in zwavelzuur op te lossen, zo bekende Soete op de vooravond van zijn overlijden in het jaar 2000.

Vijftig jaar na de brute moord op de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, diende zijn oudste zoon François Lumumba een strafrechtelijke klacht in bij de Belgische rechtbank. Elf Belgische diplomaten werden op 23 juni 2011 aangeklaagd voor hun vermeende betrokkenheid bij de moord op Lumumba’s vader. Sinds het indienen van de aanklacht zijn er tien van de elf verdachten overleden, en is het rechtsproces behoorlijk vertraagd geraakt.

De enige nog levende verdachte in deze zaak is de 93-jarige Belgische oud-topdiplomaat Etienne Davignon. Vorige maand kreeg hij te horen dat hij zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Lumumba alsnog voor de Belgische rechtbank moet verantwoorden.

Verzetsheld, echtgenoot, vader

‘Dit is een stap in de goede richting. We voelden ons opgelucht, toen we het hoorden’, zegt de 33-jarige Yema Lumumba, activist en kleindochter van de geëxecuteerde Congolese premier, tegen de Kanttekening. ‘En het is belangrijk dat de Belgische rechter de aanklachten over de executie van mijn grootvaders kompanen Joseph Okito en Maurice Mpolo ook heeft aanvaard. Het gaat natuurlijk niet alleen over mijn grootvader.’

Voor velen in Congo, maar ook daarbuiten was haar grootvader een antikoloniaal verzetsheld. Een icoon voor de vrijheidsstrijd van voormalig gekoloniseerde landen. ‘Maar hij was ook een mens’, zegt Lumumba. ‘Hij was ook een vader die bij zijn kinderen werd weggehaald, een echtgenoot die van zijn vrouw werd gescheiden, en een man die uit zijn gemeenschap werd weggerukt.’ De Congolese premier was 35 jaar toen hij werd geëxecuteerd.

‘Het is onderdeel geworden van onze familie, van mijn identiteit’

Als kind groeide Lumumba op met de verhalen over het Belgisch koloniaal bewind in Congo en haar grootvaders nalatenschap. Van jongs af aan werd ze op de hoogte gehouden van het rechtsproces dat haar oom was begonnen om antwoorden te krijgen over de brute moord op haar grootvader. ‘Deze langdurige strijd voor rechtvaardigheid is iets waar ik mee ben opgegroeid. Het is onderdeel geworden van onze familie, van mijn identiteit, maar eigenlijk had het niet zo moeten zijn.’ Lumumba doelt op het langdurige proces dat voorafging aan de beslissing van de Belgische raadkamer om de verdachte alsnog te berechten. ‘Ik begrijp dat dit soort dingen tijd kosten, maar het laat wel zien dat het rechtssysteem veel uitdagingen kent.’

‘Recht praten wat krom is’

Dat het rechtssysteem uitdagingen kent in de context van een koloniaal verleden, herkent ook auteur en historica Marjolein van Pagee. Eerder schreef ze boeken over de Nederlandse koloniale bezetting van Indonesië, en de Indonesische verzetsheld Bung Tomo. Daarnaast volgde ze de rechtszaken van de Indonesische mensenrechtenorganisatie Comité Nederlandse Ereschulden (KUKB), die de Nederlandse staat in 2008 voor het gerecht daagde. In deze zaken ging het om nabestaanden van Javaanse mannen die door het Nederlandse leger werden vermoord in 1947. Dit gebeurde vlak nadat Indonesië op 17 augustus 1945 zich onafhankelijk verklaarde.

Patrice Lumumba in Brussel op 26 januari 1960. Beeld: Harry Pot/Nationaal Archief

Van Pagee ziet gelijkenissen in de KUKB-zaken en de zaak Lumumba. ‘In het algemeen denken mensen nog te positief over westerse rechtssystemen, alsof het in de basis goed is, en het werkelijk is opgericht om onrecht te bestrijden’, zegt Van Pagee. ‘Maar als je de koloniale geschiedenis bestudeert, dan blijkt dat Europese koloniale machten het rechtssysteem hebben opgetuigd om juist recht te praten wat krom is.’

Dat zag zij tijdens de rechtszaken rondom Indonesische slachtoffers van Nederlands koloniaal geweld. De slachtoffers werden niet als Indonesische staatsburgers beschouwd, ook niet als Nederlanders, maar als koloniale onderdanen. Dit heeft ermee te maken dat Nederland tot op de dag van vandaag de Indonesische onafhankelijkheidsdatum van 1945 juridisch niet erkent. Het gevolg was dat de nabestaanden van de slachtoffers schadevergoedingen werden toegekend, die berekend waren volgens een koloniaal raamwerk, waardoor ze ontzettend laag uitvielen.

Imagoherstel

Hieruit merkte Van Pagee op dat de nazaten en slachtoffers van het koloniaal verleden gedwongen mee moesten gaan in het narratief van de voormalige kolonisator, om aan te kunnen tonen dat hun onrecht is aangedaan. De fundamentele verschillen in de blik op deze geschiedenis, en het narratief van de gekoloniseerde wordt in de rechtbank buiten beschouwing gelaten, stelt zij.

‘Onze huidige rechtssystemen zijn onder kolonialisme tot stand gekomen. Ze zijn bedoeld om de daders te beschermen en niet om de slachtoffers van koloniaal geweld een middel te geven om hun recht te halen’, concludeert Van Pagee. ‘Op het moment dat slachtoffers dit middel wél daarvoor gebruiken, veroorzaakt dit een enorme schok en zal het systeem er alles aan doen om de schade te beperken. Het gaat dan vaak niet meer om de slachtoffers maar om het gezichtsverlies van de dader.’

‘Een gerechtelijke uitspraak heeft een zwaardere lading en is daardoor extra confronterend’

Dit zag zij ook in Nederland gebeuren met het grote onderzoek dat de Nederlandse staat in gang zette over onder meer ‘extreem geweld’ tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd. Van Pagee stelt dat het onderzoek in feite een reactie was op de KUKB-rechtszaken om verantwoordelijkheid te veinzen. Het onderzoek werd na de KUKB-rechtszaken gestart, en leidde tot excuses van Koning Willem-Alexander en oud-premier Mark Rutte.

Van Pagee vreest dat de zaak Lumumba in België een vergelijkbare wending zal krijgen. ‘Net als bij de KUKB-zaken in Nederland, zal deze zaak in België ongetwijfeld veel losmaken in het publieke debat”, zegt zij. ‘Een gerechtelijke uitspraak heeft een zwaardere lading en is daardoor extra confronterend, en ik denk dat de Belgische overheid het helemaal niet leuk vindt dat het narratief van hun koloniale verleden op deze manier wordt bevraagd.’

Tegelijkertijd ziet Van Pagee de waarde van de rechtszaken die mensen uit voormalig gekoloniseerde landen zijn aangegaan. Volgens haar maakt het recht net als de media en wetenschap deel uit van de macht. ‘Het heeft zin om op al die fronten strijd te voeren’, zegt zij. ‘Het is een confronterende techniek die het huis op zijn grondvesten laat schudden. Hoe de rechtszaak ook zal aflopen, het zal het onrechtvaardige van het systeem blootleggen.’

Koers van de geschiedenis veranderen

De rechtszitting tegen Etienne Davignon voor zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Patrice Lumumba wordt begin 2027 verwacht. De 93-jarige oud-topdiplomaat kan nog in hoger beroep gaan. Dit kan het proces verder vertragen. ‘We hebben deze zaak voorgelegd aan een rechtssysteem dat zijn eigen beloop zal hebben’, zegt Yema Lumumba. ‘We zullen erop moeten vertrouwen.’

De kleindochter van de geëxecuteerde Congolese oud-premier wil weten wat er is gebeurd in aanloop naar de moord op haar grootvader, en in hoeverre de verdachte daarover ter verantwoording kan worden geroepen. ‘We zullen nooit terugkrijgen wat ons is afgenomen, wat Congo is afgenomen, wat Afrika is afgenomen, en wat zoveel andere landen zijn afgenomen vanwege kolonialisme’, zegt zij.

‘De moord op Patrice Lumumba heeft de koers van de koloniale geschiedenis op een ingrijpende wijze veranderd. En we zullen nooit achter de hele waarheid komen’, gaat zij verder. ‘Maar we kunnen wel invloed hebben op een versie van de waarheid die we in geschiedenisboeken vastleggen, en de koers van de geschiedenis veranderen met ons streven naar rechtvaardigheid.’

Internationaal tribunaal

Volgens Lumumba staat de zaak voor meer dan alleen het verkrijgen van antwoorden en verantwoording over wat er in het verleden is gebeurd. ‘Deze zaak zegt veel over voormalige koloniën en hoe zij zich verhouden tot hun voormalige kolonisatoren’, zegt zij. Ze wijst naar een grote beweging onder voormalig gekoloniseerde mensen, met name jongeren, die meer kennis en toegang hebben tot informatie over het koloniale verleden. ‘Zij begrijpen heel goed wat hun rechten zijn, en hoe zij die kunnen opeisen’, ziet zij. Dat ziet ook Marjolein van Pagee.

‘Ik hoop dat onze strijd anderen verbindt en inspireert’

De historica denkt dat zaken als die van Lumumba en KUKB tot meer genoegdoening zal leiden wanneer er nieuwe juridische kaders ontstaan die niet verbonden zijn aan Westerse machtsstructuren. Als voorbeeld noemt ze het Kuala Lumpur War Crimes Tribunal in Maleisië, dat de Britse oud-premier Tony Blair en Amerikaanse oud-president George Bush in 2011 heeft veroordeeld voor de invasie van Irak in 2003 en de illegale oorlog die daarop volgde. Zij ziet kansen voor de opkomst van vergelijkbare initiatieven. ‘Maar tot dan is het roeien met de riemen die we hebben, en ben je aan het manoeuvreren binnen de kaders die de daders zelf hebben opgesteld.’

Ook Yema Lumumba ziet kansen voor meer rechtszaken in het belang van het recht van voormalig gekoloniseerde mensen. ‘Ik hoop dat onze strijd anderen verbindt en inspireert om ook hun zaken uit het koloniale verleden aan het licht te brengen’, zegt zij. ‘Of dat nou in Congo is of in Indonesië, of in andere landen waar er voorheen een koloniaal bewind gold.’

Rusland trekt accreditatie journalist Geert Groot Koerkamp in

0

De Nederlandse journalist Geert Groot Koerkamp mag niet langer werken in Rusland. De Russische autoriteiten hebben zijn persaccreditatie ingetrokken. Hij mag er nog wel blijven wonen.

Dit meldt Villamedia. Groot Koerkamp werkte sinds de jaren negentig in Rusland en berichtte onder meer voor de NOS, de Volkskrant en de Vlaamse omroep VRT. Hij was de laatste Nederlandse journalist die nog vanuit Rusland verslag deed.

Volgens het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken is de maatregel een reactie op het Nederlandse besluit om een Russische journalist geen werkvergunning te geven. Die correspondent werkte voor het staatsmedium RIA Novosti, dat op de Europese sanctielijst staat.

De Nederlandse overheid noemt het besluit ‘betreurenswaardig en niet terecht’, schrijft de NOS. Tegelijk benadrukt Den Haag dat journalisten welkom zijn, maar dat sancties tegen bepaalde Russische organisaties een rol spelen bij het toelatingsbeleid.

Met het wegvallen van Groot Koerkamp is er geen Nederlandse correspondent meer actief in Rusland. Eerder vertrokken journalisten als Iris de Graaf en anderen al uit het land, onder meer vanwege veiligheidsrisico’s en beperkingen op de persvrijheid. Wel maakte Thomas Erdbrink onlangs de vierluik Onze Man in Rusland, waarin hij in de hoofden van de Russen kroop. Volgens critici kon hij dit doen omdat hij in de documentaire weinig kritisch was.

Journalistenvereniging NVJ spreekt van een groot verlies. Volgens de organisatie wordt onafhankelijke berichtgeving vanuit Rusland hiermee verder ingeperkt, wat vooral het publiek raakt.

Zorgen over mogelijke nieuwe bezetting in Zuid-Libanon

0

Een maand na het begin van de oorlog tussen Israël en Hezbollah rukken Israëlische troepen verder op in Zuid-Libanon. Dat vergroot de zorgen over een nieuwe langdurige bezetting van het gebied.

Sinds het uitbreken van de oorlog zeggen Israëlische functionarissen dat het land een ‘veiligheidszone’ wil instellen op Libanees grondgebied. De Israëlische minister van Defensie, Israel Katz, zei dat het leger zich daar zal vestigen en de controle wil behouden tot aan de Litani-rivier, op ongeveer 30 kilometer van de grens. Honderdduizenden inwoners kunnen niet terugkeren totdat de veiligheid van Noord-Israël is gegarandeerd.

Herhaling van de geschiedenis

Israël probeerde eerder een bufferzone in Zuid-Libanon te handhaven. Na invasies in 1978 en 1982 bleef het land tot 2000 aanwezig in een strook tot 20 kilometer diep.

Die geschiedenis voedt de zorgen onder Libanezen over een herhaling. Tijdens recente gevechten zijn opnieuw delen van grensdorpen beschadigd of vernietigd door aanvallen en sloopacties.

Het Libanese ministerie van Volksgezondheid verklaarde woensdag dat er sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hezbollah op 2 maart al meer dan 1.300 Libanezen zijn omgekomen. Meer dan een miljoen mensen zijn ontheemd.