Eylem Köseoglu, fractievoorzitter van GroenLinks-PvdA in Zaanstad, stapt op. Dat schrijft ze op LinkedIn. Daarmee komt een einde aan een langdurig en fel conflict binnen het gemeentebestuur van Zaanstad.
‘Het behartigen van hun belangen is belangrijker dan mijn eigen positie, en dat is altijd zo geweest. Als mijn persoon onderdeel wordt gemaakt van het probleem in plaats van de oplossing, dan is het mijn verantwoordelijkheid om ruimte te maken’, aldus Köseoglu, leider van de fusiepartij GroenLinks-PvdA in Zaanstad.
Het besluit om te stoppen volgt op een intens en bewogen jaar voor Köseoglu. Ze uitte kritiek op de aanpak van ondermijnende criminaliteit in Zaanstad, die vooral inwoners met een migratieachtergrond betrof, en werkte mee aan een artikel daarover in Follow the Money. Zelf werd Köseoglu ook onderwerp van controverse, nadat ze zonder bewijs in verband werd gebracht met de onderwereld, onder meer door Telegraaf-journalist John van den Heuvel. In het tv-programma Medialogica zei hij dat ‘men twijfelt over haar zuivere intenties’. Noordhollands Dagblad maakte later excuses voor soortgelijke berichtgeving.
Köseoglu botste geregeld met partijgenoten en andere partijen in de gemeenteraad en werd door meerdere fracties uitgesloten als coalitiepartner. Volgens twee Zaanse wethouders zette zij politieke tegenstanders onder druk met klachten, aangiftes bij de politie en juridische stappen.
De aanhoudende kritiek lijkt Köseoglu uiteindelijk te veel geworden. In haar afscheidsverklaring schrijft ze:
‘De manier waarop in Zaanstad met politieke verschillen wordt omgegaan, zet de bestuurlijke cultuur en democratische waarden onder druk. Kritisch tegengeluid wordt te vaak beantwoord met framing en grenzeloze persoonlijke aanvallen.’
De Braziliaanse president Lula heeft fel uitgehaald naar Israël na de arrestatie van de Braziliaanse activist Thiago Ávila, een van de deelnemers aan de Global Sumud Flotilla.
In een bericht op sociale media eiste Lula de onmiddellijke vrijlating van Ávila, die werd opgepakt nadat Israëlische troepen het humanitaire hulpkonvooi naar Gaza hadden onderschept. Volgens Lula is de detentie in strijd met het internationaal recht en moet de veiligheid van de activist worden gegarandeerd.
Ávila maakte deel uit van de Global Sumud Flotilla, die humanitaire hulp naar Gaza probeerde te brengen en daarmee de Israëlische blokkade wilde doorbreken. Het konvooi werd in internationale wateren onderschept, waarna 175 activisten werden gearresteerd. Een aantal van hen werd overgebracht naar Israël, waar zij zonder verdere informatie worden vastgehouden. Onder hen bevonden zich vorige week ook vier Nederlanders, die inmiddels zijn vrijgelaten.
Israël stelt dat de actie noodzakelijk was vanwege veiligheidsredenen en mogelijke banden met vijandige organisaties, maar die beschuldigingen worden door de activisten en hun advocaten betwist. In Nederland gingen vorige week demonstranten de straat op om aandacht te vragen voor de arrestatie, maar vanuit de Nederlandse regering bleef het opvallend stil.
Dit in tegenstelling tot de Braziliaanse en ook de Spaanse regering. Zij spreken van een illegale arrestatie en beschuldigen Israël van schending van het internationaal recht. Intussen groeit de internationale druk om de activisten vrij te laten, mede vanwege berichten over slechte detentieomstandigheden. De activisten zouden worden gemarteld.
Tegelijkertijd werd bekend dat de moeder van Ávila op 63-jarige leeftijd is overleden. Braziliaanse media melden dat haar overlijden het persoonlijke drama rond de zaak verder vergroot en de roep om snelle vrijlating van de activist versterkt.
Pro-Palestina-activist Ayala Levinger is op 4 mei tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam opgepakt en ruim drie uur vastgehouden vanwege een stil protest met de tekst ‘Nooit meer is nu!’. Critici, onder wie journalist Frederike Geerdink, die ook aanwezig was, vragen zich af waarom zelfs zo’n stil protest niet mag.
‘Dit A5’je hield ik vast op de Dam, samen met zo’n 15 anderen. Is dit niet waar de Dodenherdenking over gaat? Als het hier niet over gaat, waar dan wél over? Toen de politie vorderde, hebben een paar anderen en ik het papiertje weggedaan en werden wij dus niet opgepakt. Free onze vrienden!’, schrijft Geerdink op X.
Ze vermoedt dat ‘de macht’ doodsbang is voor ‘de spiegel’ die activisten haar voorhouden. ‘Grote, mooie woorden over het verzet toen, en terecht, maar het verzet nu wordt gecriminaliseerd. Wat betekent 4 mei dan nog?’
Een van de vrienden van Geerdink die werd opgepakt is Ayala Levinger, een pro-Palestijnse activist met een Joods-Israëlische achtergrond, en lid van het maandelijkse panel van de Kanttekening. Na haar vrijlating, rond middernacht op 4 mei, deelde ze op Instagram een foto van het A4’tje, samen met haar bijdrage aan het panel van mei, dat over de dodenherdenking ging. Daarin zei ze onder meer:
‘De Nationale Herdenking op 4 mei is altijd selectief geweest in wie er wordt herdacht. Maar sinds de genocide in Gaza en het steeds zichtbaarder worden van Israëls imperialistische ambities in West-Azië is deze selectieve herdenking ronduit cynisch.’
We spraken haar kort over de aanhouding.
Wat is er precies gebeurd?
‘We (pro-Palestijnse demonstranten, red.) hebben een aantal weken geleden besloten dat we iets zouden doen. Op de Instagrampagina “Nooit meer is nu” hebben we dat ook kenbaar gemaakt en mensen opgeroepen om mee te doen. De afspraak was om met een papiertje of bordje te komen dat niet groter was dan een A4’tje. Het was geenszins onze bedoeling om de twee minuten stilte te verstoren. We wilden ook luisteren naar de verhalen op de Dam, dus op een waardige manier protesteren.’
Oké, en toen waren jullie daar. Wat gebeurde er toen?
‘We waren er al om 19.00 uur. We stonden helemaal aan de rand van de herdenking. Omstanders reageerden knikkend en instemmend, maar er waren ook mensen die hun hoofd schudden en ons afkeurden. Dat heb je altijd. Maar de meeste mensen hebben helemaal niets van ons protest gemerkt. Dat was ook de bedoeling. Toch zorgden de autoriteiten ervoor dat er al binnen vijf minuten agenten om ons heen stonden. Een van de aanwezigen, die ik ook persoonlijk ken, een zionist die ook heel nare dingen post, begon opeens de politie te roepen. Ze liep op de politie af en wees naar ons. Dat is pas ordeverstoring: ons allemaal verdacht maken. Wij maakten echt geen herrie. We praatten niet, alleen zachtjes, zoals andere bezoekers ook doen. Een grote agent kwam op ons af en zei dat de borden weg moesten.’
En toen?
‘Toen kwam die agent voor mij staan. Ik ben heel klein, dus dat was intimiderend. Hij zei dat ik daar niet met een Palestinashirt mocht staan.’
‘We stonden stil, we verstoorden de orde niet’
Wat zei jij daarop?
‘Ik vroeg: “Wilt u dat ik wegga?” Hij zei lachend tegen collega’s: “Nee, ik wil niet dat je weggaat, maar dat je het bedekt.” Dus ik dacht: het zal wel goed zijn. Kennelijk vonden ze het zelf ook niet helemaal oké wat ze deden, dus misschien zouden ze me met rust laten. Op een gegeven moment kwamen ze terug en zeiden ze: iedereen met een bord moet mee. We zijn toen meegegaan.’
Wat deden andere bezoekers?
‘Die maakten een pad en sommigen joelden ons zelfs uit. Opeens hoef je blijkbaar niet meer stil en respectvol te zijn, dacht ik. We hebben niets gedaan wat niet mocht. We hadden geen spandoeken; dat was een leugen. Dat de politie de media voedt met onjuiste informatie om de actie te rechtvaardigen, is ontoelaatbaar.’
Hoe lang moesten jullie vastzitten?
‘We werden rond half acht van de Dam verwijderd. Om tien voor half twaalf werden we vrijgelaten.’
Hoe gaat het nu met je?
‘Ik krijg veel steun. Maar er zijn ook mensen die vinden dat je dit op die dag niet hoort te doen. Daar ben ik het niet mee eens. We mogen doen wat we deden. We hebben niets smakeloos gedaan. Alles gebeurde met respect. We stonden stil, we verstoorden de orde niet. De politie deed dat. Zij stormden met veel mensen op ons af en veroorzaakten de ophef.’
Mijn Groningse grootmoeder Auke – roepnaam Ali, tot grote hilariteit van mijn Egyptische schoonfamilie – zag het levenslicht in 1919. Geboren op een boerderij in het Hoge Noorden waar hard gewerkt moest worden. Zo hard, dat ze haar school nooit heeft afgemaakt. Nait soezen, niet zeuren. Handen uit de mouwen, was het devies.
Toen mijn oma Ali geboren werd, mochten vrouwen in Nederland nog niet stemmen. Vrouwen mochten ook nog geen bankrekening openen, geen verzekering afsluiten, geen huis kopen of alleen op reis. Ze mochten ook niet blijven werken, na hun huwelijk. Buitenshuis, wel te verstaan. Want reken maar dat er gewerkt werd. Wassen, koken, strijken, naaien, verstellen, en dat alles met de hand. En dan heb ik het nog niet eens over de verzorging van de kinderen, zonder kant-en-klare babyvoeding uit potjes, wegwerpluiers of babyfoons. Al bleven ook bij belangrijke beslissingen over de opvoeding mannen officieel de baas.
Pas twee verhuizingen en vier kinderen verder, toen mijn oma bijna 40 was, werd de wet op de handelingsonbekwaamheid van vrouwen eindelijk afgeschaft. Precies zeventig jaar geleden stemde de Tweede Kamer in met een historische wetswijziging, die ervoor zorgde dat vrouwen na hun huwelijk juridisch niet langer volledig onderworpen waren aan hun man.
Dat hebben we vooral te danken aan Corry Tendeloo, advocaat, feminist en, sinds 1946, PvdA-Kamerlid. Haar foto hing in de gang tegenover mijn werkkamer in de Tweede Kamer, naast die van Suze Groeneweg en Aletta Jacobs. Toch is de naam Tendeloo maar bij weinig mensen bekend. En dat terwijl ze zo’n belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de emancipatie van vrouwen. Zo zorgde ze er met haar Motie Tendeloo voor dat vrouwelijke ambtenaren mochten blijven werken na hun huwelijk. De motie werd door alle vrouwelijke Kamerleden gesteund en haalde het nipt, met een verschil van twee zetels. Corry Tendeloo zou tot haar dood in 1956 strijden voor de opheffing van de handelingsonbekwaamheid van vrouwen.
Steeds vaker kom ik ze tegen, de stemmen uit de manosphere
Handelingsonbekwaam, dat woord alleen al. Alsof vrouwen een voogd nodig hadden, net als minderjarigen of mensen met een verstandelijke beperking. Feitelijk kwam het daar wel op neer. Formeel hadden getrouwde vrouwen voor alle belangrijke besluiten in hun leven toestemming nodig van hun man.
Dat het deze maand precies zeventig jaar geleden is dat de historische wet die daar een einde aan maakte is aangenomen, is een mijlpaal om bij stil te staan. Want veel van onze moeders en grootmoeders hebben nog meegemaakt dat vrouwen niet alleen in de praktijk maar ook bij wet volledig afhankelijk waren van hun echtgenoot. Het zou zelfs nog tot 1970 duren tot de man niet langer het wettelijke ‘hoofd der echtvereniging’ was. Sterker nog: pas in 1991 werd verkrachting binnen het huwelijk strafbaar.
Mijn eigen oma Ali heeft haar dochters en kleindochters altijd gestimuleerd om door te leren, het beste van onszelf te maken. Kansen te pakken die ze zelf niet kreeg. Ik ben haar dankbaar voor die motivatie. Want dat de wereld er voor vrouwen nog maar een paar generaties geleden zo anders uitzag, is iets dat we vandaag de dag veel te makkelijk vergeten.
Er mag dan een boel veranderd zijn, maar we zijn er nog lang niet. Nog steeds verdienen vrouwen gemiddeld minder dan mannen. Nog steeds zijn we ondervertegenwoordigd in de politiek. Nog steeds zijn werk en zorgtaken niet gelijk verdeeld. Nog steeds is het thuis voor vrouwen nog lang niet altijd veilig. En nog steeds zijn er mannen die menen dat zij beschikken over het door God – of Andrew Tate – gegeven recht de baas te spelen. Steeds vaker kom ik ze tegen, de stemmen uit de manosphere. In reacties op bijdragen op sociale media, in gesprekken. Mannen die vinden dat wij vrouwen geen mening horen te hebben, onze mond moeten houden, en hup, terug de keuken in.
Ik vraag me wel eens af wat mijn oma Ali zou denken van de vrouwen die dit wereldbeeld omarmen? De zelfbenoemde trad wives die zo trots zijn op hun dienstbaarheid, zich met liefde schikken in zorgzaamheid en ondergeschiktheid. Ik weet zeker dat ze zich had verbaasd over zoveel vrijwillige onzelfstandigheid.
De klok willens en wetens driekwart eeuw terugdraaien? Terug naar het aanrecht? Nee bedankt. Gelukkig beschikken vrouwen nu over het wettelijk verankerde recht hun leven in te vullen naar hun eigen keuze, en van niemand anders. Met dank aan mevrouw Tendeloo.
De pro-Europese regering van Roemenië is gevallen na een succesvolle motie van wantrouwen in het parlement. Het waren vooral de indieners van de motie die voor een verrassing zorgden.
De minderheidsregering van premier Ilie Bolojan verloor steun door een opvallende alliantie van sociaaldemocraten (PSD) en de radicaal-rechtse partij AUR. Een ruime meerderheid van de parlementariërs stemde vóór de motie, waarmee het kabinet na nog geen jaar ten val kwam.
De politieke crisis zat er al langer aan te komen. De PSD had zich eerder teruggetrokken uit de coalitie na onenigheid over bezuinigingsmaatregelen en economische hervormingen van Bolojan. Die maatregelen waren bedoeld om het grote begrotingstekort terug te dringen en Europese fondsen veilig te stellen, maar stuitten op veel verzet, ook binnen de coalitie.
Opvallend is de samenwerking tussen de sociaaldemocraten en uiterst rechts, die ideologisch ver uit elkaar liggen. Analisten zien dit als een teken van groeiende politieke fragmentatie en de opkomst van radicaal-rechtse krachten in Roemenië. De partij AUR staat momenteel hoog in de peilingen en profiteert van de onvrede over het regeringsbeleid.
President Nicușor Dan staat nu voor de taak een nieuwe regering te vormen. Hoewel nieuwe verkiezingen voorlopig onwaarschijnlijk zijn, worden moeilijke onderhandelingen verwacht. Intussen zorgt de val van het kabinet voor onzekerheid over de politieke koers van het land en de relatie met de Europese Unie.
Gaat een kwart van de discriminatiemeldingen uit 2025 over antisemitisme? Onderzoeker Ewoud Butter zocht het uit. Zijn conclusie: dat percentage berust op desinformatie.
‘Kwart discriminatie in Nederland is antisemitisch’, kopte De Telegraaf naar aanleiding van de publicatie van de discriminatiecijfers over 2025. Het programma Nieuws van de Dag herhaalde deze boodschap op X, net als Telegraaf-columnist Ronald Plasterk, de organisatie StandwithUs en De Dagelijkse Standaard. Mirjam Bikker (ChristenUnie) en Ulysse Ellian (VVD) schreven in een opiniestuk in De Telegraafdat het ‘bij ruim 26 procent van de discriminatiemeldingen in Nederland om antisemitisme’ gaat. Bikker herhaalde het bij Sven op 1. Velen volgden en ook Google AI nam het als een vaststaand feit over. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad kwam met een variant en beweerde dat 26 procent van alle door de politie geregistreerde discriminatiezaken tegen Joden is gericht. Alarmerende cijfers, maar kloppen ze ook? Het korte antwoord is: nee, deze cijfers zijn misleidend.
Antisemitisme in de discriminatiemeldingen
Ruim een kwart van de Nederlanders ervaart volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) discriminatie. Dat gebeurt op basis van één of meerdere persoonlijke kenmerken op grond waarvan iemand ongelijk wordt behandeld, achtergesteld of uitgesloten. Denk aan discriminatiegronden als herkomst, geloof, seksuele oriëntatie, beperking en opvatting. Slechts 3 procent van de mensen die discriminatie ervaren, doet hiervan melding bij een instantie die discriminatie registreert. Bij discriminatiemeldingen gaat het dus altijd om ‘het topje van de ijsberg’.
Jaarlijks worden in april de discriminatiecijfers van het voorbije jaar naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat gebeurt in twee rapporten: een rapport met vooral de cijfers van antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) en de politie en een rapport met de cijfers van het Openbaar Ministerie. Omdat slechts weinig discriminatiegevallen worden gemeld, wordt jaarlijks opgemerkt dat de cijfers geen inzicht geven in de totale omvang van discriminatie, maar wel iets zeggen over de aard ervan in Nederland.
Een groot deel van de meldingen van discriminatie komt in Nederland binnen bij de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s). In 2025 ontvingen deze bureaus in totaal 25.356 meldingen, waarvan 14.402 meldingen over één uiting van de PVV-leider op X waarin hij een AI-geproduceerde afbeelding publiceerde met een stigmatiserend beeld van moslims.
Buiten deze clustermelding ging het in 2025 om 10.954 reguliere meldingen. Dit laatste aantal is in de jaarlijkse rapportage gebruikt voor verdere berekeningen. De ADV’s ontvingen in 2025 271 meldingen van antisemitisme. Dat betekent dat het bij 1 op de 40 meldingen (2,5 procent) om antisemitisme ging. Dat was een hoger aandeel dan in de afgelopen jaren, maar, zoals ieder jaar, aanmerkelijk lager dan discriminatie op grond van herkomst (43,2 procent), discriminatie op grond van geslacht (15,4 procent), seksuele gerichtheid (12,3 procent), handicap (9,6 procent) of moslimdiscriminatie (6,7 procent).
Bij de ADV’s gaat het bij antisemitisme volgens de rapportages van de afgelopen jaren vooral om uitingen in de publieke sfeer: antisemitische berichten op sociale media, uitspraken van politici of opiniemakers en flyers of posters met haatdragende teksten over Joden of Israëliërs. In 2025 ging het om zeker 19 meldingen ‘die te maken hadden met uitspraken die in de context van discussies of protesten rond het Israël-Palestina-conflict zijn gedaan’. Daarnaast waren er minstens 10 meldingen over uitingen van het punkduo Bob Vylan op 13 september 2025 in Paradiso. Verder waren er veel meldingen van antisemitische stickers of graffiti in de openbare ruimte of op bezittingen van de melders.
Politie
De politie registreerde in 2025 in totaal 10.748 discriminatie-incidenten, een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024. Het merendeel van de geregistreerde incidenten ging ook bij de politie om discriminatie op grond van herkomst (46 procent), gevolgd door discriminatie op grond van seksuele gerichtheid (29 procent).
Het aantal antisemitische incidenten daalde heel licht: van 880 naar 867 incidenten; dit was 8 procent van het totaal aantal incidenten dat jaar. Met deze 8 procent daalde het aandeel geregistreerde discriminatie-incidenten bij de politie weer licht en terug naar het niveau van 2022.
Van de 867 door de politie geregistreerde antisemitische incidenten waren er in 2025 ruim 400 direct gericht op (veronderstelde) Joodse personen en instellingen. Dat was 3,7 procent van het totaal aantal geregistreerde incidenten. Verder registreerde de politie 240 incidenten waarbij medewerkers met een publieke taak (meestal politie) worden uitgescholden voor (kanker)joden. Op dezelfde manier wordt (kanker)homo ook vaak als scheldwoord geregistreerd.
Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren
Er waren afgelopen jaar 157 scheldpartijen tussen burgers met het woord ‘Jood’, waarbij niet duidelijk is of het Joods-zijn een rol speelt, en 42 antisemitische uitingen in het kader van voetbal.
In 85 gevallen ging het om bekladdingen of vernielingen, vaker dan gemiddeld gericht tegen Joodse begraafplaatsen, synagogen, monumenten, culturele instellingen of eigendommen van Joodse bewoners. Ruim 70 incidenten hingen samen met uitspraken over Israël, Palestina of het zionisme. Het ging hierbij om leuzen op demonstraties, berichten op internet, flyers en spandoeken.
Het eerdergenoemde optreden van Bob Vylan leidde tot 30 aangiften bij de politie. Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren. Hoewel de uitingen als provocatief en grof kunnen worden ervaren, is er volgens het OM geen sprake van groepsbelediging, aanzetten tot haat of discriminatie of opruiing.
Waar komt het percentage van 26 procent dan vandaan?
Je kunt bij de politie melding maken van discriminatie, maar je kunt ook aangifte doen als je wilt dat de dader gestraft wordt. Een selectie van deze aangiftes, waarbij de officier van justitie een verdenking van een strafbaar feit aanwezig acht, wordt doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Dat gaat bijna ieder jaar om tussen de 140 en 160 discriminatiefeiten, een enkele uitschieter uitgezonderd.
In 2025 registreerde het OM 141 specifieke discriminatiefeiten. Eén feit kan meerdere discriminatiegronden omvatten. Bij de registratie van deze discriminatiegronden werd antisemitisme 46 keer geregistreerd, ofwel 26 procent van het totaal aantal geregistreerde gronden. Dat was de 26 procent waarover De Telegraaf en anderen schreven.
Meldingen van antisemitisme worden zeven keer vaker doorgestuurd naar het OM
In vergelijking met voorgaande jaren was dat overigens, zoals uit onderstaande grafiek blijkt, niet uitzonderlijk hoog. Sinds 2014 had gemiddeld 31 procent van de specifieke discriminatiefeiten betrekking op de discriminatiegrond antisemitisme. De piek in 2023, toen antisemitisme maar liefst 48 procent van alle geregistreerde discriminatiegronden uitmaakte, kwam vooral door incidenten rond voetbalwedstrijden.
Het overgrote deel van de antisemitische feiten bij het OM betreft groepsbelediging: openbare uitlatingen die Joden als groep beledigen. Het gaat dan bijvoorbeeld geregeld om antisemitische spreekkoren en leuzen bij voetbalwedstrijden, het verspreiden van discriminatoire teksten en afbeeldingen via sociale media en antisemitische projecties op gebouwen. Naast groepsbelediging worden ook feiten ten laste gelegd waarbij sprake is van aanzetten tot haat of geweld of verspreiding van haatdragend materiaal. Een kleinere categorie betreft geweld of bedreiging met een antisemitisch karakter: mishandeling waarbij ‘kankerjood’ wordt geroepen, of bedreigingen gericht tegen personen die als Joods worden herkend.
Hoe komt het dat zo’n groot deel van de discriminatiefeiten bij het OM antisemitisme als discriminatiegrond heeft?
Schrijver en onderzoeker Mounir Samuel analyseerde in 2024 met Control Alt Delete de politie- en OM-cijfers en constateerde dat meldingen van antisemitisme zeven keer vaker worden doorgestuurd naar het OM dan meldingen van discriminatie op grond van herkomst. Hoe dat verschil precies tot stand komt, blijft goeddeels ondoorzichtig en kon ook niet door de politie worden verklaard.
Een davidster en een Thora, symbolen van het Jodendom. Beeld: Pixabay
Een verklaring zou kunnen zijn dat antisemitische spreekkoren en uitingen rond voetbalwedstrijden vaak op camera zijn vastgelegd, met veel getuigen en gemakkelijker te bewijzen zijn. Elke supporter die iets roept kan bovendien afzonderlijk als verdachte worden geregistreerd.
Een andere verklaring kan het verschil in aangiftebereidheid zijn. Het OM komt alleen in actie als er een aangifte ligt. Maar niet iedereen doet aangifte. Uit onderzoek blijkt dat bijna een derde van burgers met een niet-westerse migratieachtergrond weinig vertrouwen heeft in de politie — bijna twee keer zoveel als het Nederlandse gemiddelde. Dat lagere vertrouwen vertaalt zich direct in een lagere bereidheid om aangifte te doen. Mensen met een migratieachtergrond hebben de indruk of de ervaring dat de politie zelf discrimineert, vrezen repercussies van een aangifte of hebben simpelweg de indruk dat er toch niets mee wordt gedaan.
Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing
Waarschijnlijk speelt ook het verschil in organisatiegraad een rol. Voor het agenderen van antisemitisme en het begeleiden van slachtoffers is er bijvoorbeeld het CIDI. Voor andere groepen die met discriminatie te maken hebben, ontbreekt vergelijkbare infrastructurele ondersteuning grotendeels. Ook heeft Nederland een aparte Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), terwijl alle andere discriminatievormen vallen onder één algemene coördinator: de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR).
Onjuiste claims
De claims dat ‘een kwart van de discriminatie in Nederland antisemitisch is’ of dat het bij 26 procent van de politieregistraties over antisemitisme gaat, zijn allebei volstrekt onjuist. Het is desinformatie. De uitspraken zijn gebaseerd op een reëel cijfer (26 procent van de OM-discriminatiefeiten in 2025 had betrekking op antisemitisme), maar ten onrechte veralgemeniseerd naar alle discriminatiemeldingen in Nederland of naar de registraties van de politie.
Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing en dat is precies wat hier gebeurde. De claim dat het bij 1 op de 4 discriminatiefeiten bij het OM om de discriminatiegrond antisemitisme gaat, is even waar als bijvoorbeeld de bewering dat dit aandeel sinds 2020 niet zo laag is geweest en in twee jaar zelfs meer dan gehalveerd is: van 122 registraties van de grond antisemitisme (2023) naar 46 (2025). Wat ook waar is, is dat het bij 1 op de 40 discriminatiemeldingen bij ADV’s (2,6 procent) om antisemitisme gaat en dat het aandeel antisemitisme onder politieregistraties al jaren stabiel rond de 8 procent ligt en de afgelopen twee jaar, na een korte opleving, daalde van 10 procent naar 8 procent.
Antisemitisme is van oudsher in Nederland een serieus probleem dat nog steeds veel te veel Joodse Nederlanders treft en verdient een daadkrachtige aanpak. Wanneer dit probleem door journalisten of politici echter wordt weergegeven met onjuiste of selectief gekozen cijfers, dan is er sprake van framing en gaat er iets fundamenteel fout. Antisemitisme is te ernstig om er politiek mee te bedrijven.
Ook dit jaar vond er in Den Haag een alternatieve dodenherdenking plaats, met beduidend minder bezoekers dan vorig jaar en onder hoogspanning door de bekladding van het monument op de Dam. Bezoekers reflecteren op dat incident en op de vraag hoe het verder moet met de verdeelde herdenkingen.
‘In een tijd waarin oorlog terugkeert in Europa, de internationale rechtsorde onder druk staat en wereldwijd burgers slachtoffer worden van geweld, vinden wij het belangrijk om het jaarlijkse ritueel van herdenken te verbreden’, staat op de website van de organisatie 4 Mei Inclusief.
Die boodschap wordt daar verder toegelicht: ‘Herdenken betekent niet alleen terugkijken, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor het heden. Op deze dag willen we expliciet ruimte maken voor empathie met álle slachtoffers van oorlog en geweld. Want de impact van oorlogsleed kent geen grenzen.’
Dit jaar is de herdenking verplaatst van het serene grasveld van de Koekamp naar het statige Lange Voorhout. Eveneens een prachtige plek, onder de grote, monumentale bomen, maar toch trekt deze herdenking slechts enkele honderden bezoekers, terwijl er vorig jaar duizenden mensen op de alternatieve herdenking afkwamen.
Gemengde gevoelens
Dat maakt het belang van deze herdenking voor de aanwezigen niet minder. Een van hen is de pro-Palestijnse activist José van Leeuwen, die aan het begin van het Lange Voorhout staat te wachten met haar fiets. Ze staat er met ‘gemengde gevoelens’, zegt ze.
Bezoeker José van Leeuwen. Beeld: Tayfun Balcik
‘Eigenlijk is 4 mei altijd zo’n zware deken, maar ik vind dat nu nog zwaarder dan anders. Omdat we niet leren. We hebben nooit geleerd van het verleden. Kijk naar Congo, naar Soedan, naar Palestina. En onze overheid doet eigenlijk niets tegen welk conflict of genocide dan ook. Toch doen ze vanavond weer alsof ze beschaafd zijn.’
Ze is nooit bij de herdenking op de Dam geweest en zou daar ook nooit willen zijn. ‘Als je niet openstaat voor andere conflicten en ander leed in de wereld, en zelfs aan sommige genocides deelneemt, dan moet je je afvragen of je daar wel op de juiste plek bent’, zegt ze.
‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen’
De gedachtengang van de pro-Palestijnse bekladders van het monument op de Dam verschilt wellicht niet zo veel van die van Van Leeuwen. Hoe werd zij vandaag wakker?
‘Ik vind die actie contraproductief. Die teksten en verf had je ook op de grond kunnen aanbrengen.’ Op de vraag of dat tot een andere reactie in de politiek had geleid, antwoordt Van Leeuwen met advies voor de activisten. ‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen, die kunnen er niets aan doen wat er nu gebeurt. Wij moeten leren van het verleden, dus je moet het standbeeld met rust laten. Doe het op de grond, precies daar waar iedereen staat’, herhaalt ze. ‘Nu gaat het de hele dag niet over de boodschap van de alternatieve herdenking, bijvoorbeeld over onze betrokkenheid bij de genocide in Palestina, of over Sudan en Congo, maar om een beetje verf. Dit hadden ze kunnen verwachten, en daarom vind ik het contraproductief.’
Ze gelooft er niet in dat het ooit nog goedkomt met het Comité 4 en 5 mei. ‘Ik zie het niet gebeuren dat mensen van die organisatie hier optreden of andersom. Ze hebben ook rapper Sef geweigerd vanwege zijn uitspraken over Palestina. Die herdenking op de Dam is besmet door het exclusieve karakter ervan. De pijn van de wereld is veel breder, toch?’
Edjo Frank vindt het belangrijk om in moeilijke situaties niet je menselijkheid te verliezen. Beeld: Tayfun Balcik
Verderop loopt een oudere man, Edjo Frank, met een vriend naar het podium. Hij zet nog net zijn keppeltje op voordat hij even stopt voor een paar vragen van de Kanttekening. Ook hij meldt dat hij hier staat met gemengde gevoelens.
‘Aan de ene kant is dit een dag waarop ik heel speciaal denk aan een paar honderd familieleden die vermoord zijn in Auschwitz en Sobibor, het grootste deel van mijn familie. En tegelijkertijd moet ik denken aan wat er nu in de wereld gebeurt, specifiek aan Israël-Palestina. Het is heel dubbel wat ik voel.’
Toch heeft hij ervoor gekozen om hier te zijn. ‘Ja, juist vanwege die gemengde gevoelens’, zegt hij. De bekladding op de Dam vindt hij ‘verschrikkelijk’.
‘Ik kan me voorstellen wat de beweegredenen zijn, maar ik vind de daad verkeerd. Zelfs in de moeilijkste situaties is het heel belangrijk om je menselijkheid niet te verliezen. Als je alleen je emotie de vrije loop laat, kan dat omslaan in het tegendeel. Dat zie je nu bij een deel van de Israëlische bevolking dat is doorgeslagen en misdaden begaat. Ze maken het erger.’
Is het niet tijd voor een goed gesprek tussen de organisatoren van 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei?
‘Ik heb begrepen dat dat gesprek wel plaatsvindt, maar dat het comité, dat ik ook ken vanuit mijn activiteiten rondom antisemitisme en racisme, niet te bewegen is. Ze hebben andere belangen en zijn heel stroef. Hoe harteloos kun je zijn als je enerzijds begaan bent met wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en anderzijds onze koning zonder duidelijke instructies naar het Witte Huis stuurt, vanwaar de meest verschrikkelijke dingen over de wereld worden verspreid?’
Ingewikkeld
Het programma is al begonnen wanneer de Haagse Fatos met haar man arriveert. Die laatste maakt zich snel uit de voeten.
‘Natuurlijk wil ik wel praten, maar ik sta hier echt met veel verdriet’, zegt Fatos. ‘Ik ontwijk zulke gelegenheden normaal gesproken, want ik word altijd een beetje ziek van. Het is allemaal heel ingewikkeld’, vervolgt ze met een bedrukt gezicht.
Het incident op de Dam snapt ze wel. ‘Ik denk ook: doe nou niet zo aso. Het is niet mijn manier, maar ik snap het wel. Mensen zijn radeloos door de willekeur. Dat is wat er aan de hand is. Ook dat sommige buitenlandse conflicten, zoals Oekraïne, wel aandacht krijgen en andere niet. Ik ben hier voor alle oorlogsslachtoffers en ben tegen alle oorlogen.’
‘Mensen zijn radeloos’
Ze denkt niet dat 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei ooit tot verzoening zullen komen. ‘Het is net als dat gesprek destijds tussen Hedy d’Ancona en Frits Barend. De één staat open voor verandering, de ander luistert gewoon niet. Dit is zijn herdenking en daar moeten anderen vanaf blijven. Er moet nog veel gebeuren voordat dat goedkomt. Misschien maken onze kinderen en kleinkinderen het nog mee.’
Beeld: Tayfun Balcik
Ze oogt aangeslagen. ‘Ik was vroeger gek op Anne Frank. Ik heb haar dagboek zo vaak gelezen op de middelbare school. Maar mijn naïviteit is verdwenen. “Dit nooit meer” heeft voor mij geen betekenis meer. Het zijn holle woorden geworden. Ik heb soms bijna spijt dat ik kinderen heb gekregen’, zegt ze bedroefd.
Taboe op verzetsrol van de CPN
Op het podium spreekt onder anderen Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid. ‘Ik bepleit niet alleen omzien, maar vooral om ons heen zien. De internationalisering en actualisering van de Dodenherdenking maken deze herdenking tot een dynamisch en levend antwoord op verleden en heden, en dat is een rijkdom’, zegt hij.
‘De Tweede Wereldoorlog, de brute dictatuur van de naziterreur, moet ons morele vertrekpunt zijn en blijven, maar mag niet ons eindpunt zijn.’
Hij pleit eveneens voor inclusiviteit, maar stelt ook kritische vragen over de herdenking op de Dam. ‘Waarom is het koningshuis zo prominent aanwezig? Weerspiegelt die rol tijdens de jaarlijkse herdenking wel correct de rol die het huis speelde tijdens de vijf jaren van naziterreur? Waarom zijn uniformdragers elk jaar zo dominant op de Dam en als eerste aan de beurt bij het leggen van hun erekransen? Dit vergeleken met het eerbetoon van en aan gewone burgers, waaraan mijn ouders en vele anderen hun leven in die vijf barre jaren mede te danken hebben gehad. Waarom is het nog steeds bijna taboe om de verzetsrol van de Communistische Partij Nederland, de CPN, te eren?’
Prikkelende vragen waar het Comité 4 en 5 mei een jaar lang op kan reflecteren.
Gevlucht uit Gaza
Na Hamburger komt de Palestijnse overlevende Ahmed Abu Artema aan het woord. Hij is schrijver en activist, geboren en getogen in Gaza, en was acht maanden getuige van de verschrikkingen daar. Hij wist uiteindelijk te vluchten en vertelt onder meer over zijn zoon Abdullah, die, zoals zoveel Palestijnen, is vermoord door het Israëlische regime.
‘De pijnlijke ironie is dat de dader een koloniaal regime is dat zijn narratief heeft opgebouwd op slachtofferschap. Vanaf het allereerste begin was het duidelijk dat het noodzakelijk was om een thuisland voor Joden te vestigen in ons land, Palestina, om te voorkomen dat zulke misdaden tegen Joden ooit nog zouden gebeuren’, zegt hij, en later: ‘Al bijna acht decennia lang zijn bloedbaden, gedwongen verdrijving, landonteigening, bezetting, het bouwen van muren en hekken, raciale discriminatie, detentie en dagelijkse vernedering de constante strategie geweest om Israëls bestaan en dominantie te behouden. De slachtoffers hiervan zijn het gehele Palestijnse volk.’
‘Jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’
Jannie en Marion luisteren aandachtig. ‘Ik vind het wel goed om alles erbij te betrekken en om het breder te doen, mits dat zonder dwang gebeurt. Het moet geleidelijk groeien’, zegt Marion. ‘De jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’, vult Jannie aan. ‘Maar wij zijn nog echt opgegroeid met de verhalen van onze ouders, onze oma en opa over de oorlog. En ik denk dat die generaties daarna, die weten ervan, maar het is toch een ander gevoel dan wij, die de verhalen uit de eerste hand hebben gehoord. Mijn vader is 89, die vertelt heel vaak over wat wij hebben meegemaakt. Dus dat moet ook een plek blijven houden.’
Maar ze zijn toch hier, bij de alternatieve herdenking. Zichtbaar in twijfel kan Marion even niet de woorden vinden. Jannie merkt dan op dat ze hier zijn om ‘de warmte van deze herdenking’ op te zoeken. ‘En dat voelt mooi en goed’, zegt Jannie. Marion knikt, nog met twijfel in haar ogen.
Vrijheid bestaat alleen zolang we haar blijven bevragen, bekritiseren en ertegen in verzet kunnen komen, stelt Yarin Eski in een essay ter gelegenheid van Bevrijdingsdag.
Vrijheid wordt zelden afgeschaft voordat het verdwijnt. Sterker nog, zodra de belofte van meer vrijheid wordt gedaan en gepresenteerd als iets dat af is, is dat precies het moment dat zij uitgehold kan worden, totdat onvrijheid overblijft.
Dit gebeurt wanneer Donald Trump spreekt over ‘Operation Freedom’ en militaire of (geo)politieke operaties, die vrijheid zouden brengen voor de maritieme scheepvaart en wereldhandel. In de praktijk gaan die gepaard met allesverwoestende bombardementen in Iran (of denk aan deportatiepolitiek en het ongelijk verdelen van rechten in de Verenigde Staten zelf). Het woord ‘vrijheid’ functioneert dan als een moreel schild voor Trumps misdaden tegen de menselijkheid.
Dit gebeurt wanneer Vladimir Poetin de invasie van Oekraïne presenteert als ‘denazificatie‘, als een bevrijding van een zogenaamd bedreigend regime, terwijl diezelfde handeling inmiddels al vier jaar lang steden vernietigt en een soeverein land onderwerpt. Dan wordt vrijheid niet ontkend, maar omgedraaid tot haar tegendeel.
Dit gebeurt wanneer Benjamin Netanyahu zegt de vrijheid, veiligheid en zelfverdediging van Israël te willen waarborgen en daarvoor de Palestijnse bevolking uitmoordt. Dan wordt vrijheid een retorisch decor voor de genocide die er momenteel plaatsvindt.
Dit gebeurt wanneer Viktor Orbán beweert democratie te verdedigen, ook na zijn verlies, en daarbij de persvrijheid blijft onderdrukken. Dan wordt vrijheid censuur.
Dit gebeurt wanneer Marine Le Pen de rechtsstaat gebruikt als retoriek om te beweren dat ze politiek vervolgd wordt, terwijl ze simpelweg strafrechtelijk wordt vervolgd voor corruptie. Dan wordt vrijheid een uitholling van die rechtsstaat.
Het woord ‘vrijheid’ functioneert dan als een moreel schild
Dit gebeurt wanneer Giorgia Melonihervormingen van de rechterlijke macht nastreeft die de onafhankelijkheid kunnen verzwakken. Dan wordt vrijheid niet langer een grens aan macht, maar een manier om tegenmacht te verzwakken.
Dit gebeurt wanneer Lidewij de Vos het demonstratierecht gebruikt tijdens protesten tegen tijdelijke noodasielopvang in Loosdrecht. Dan wordt zichtbaar hoe een universeel recht op demonstreren kan verschuiven naar een recht dat discrimineert, waarin vrijheid niet langer neutraal is maar selectief, en hoe snel vrijheid een racistisch instrument wordt dat de onvrijheid van anderen bewerkstelligt.
En dit gebeurt in nog veel meer gevallen vandaag de dag.
Maar in al deze gevallen blijft het woord ‘vrijheid’ intact. En dat is precies mijn zorg. Terwijl het als belofte wordt gedaan, verdwijnt vrijheid niet, maar verschuift zij van richting. Zij is niet langer een grens aan macht, maar wordt giftige retoriek waarmee machthebbers zichzelf vergoelijken en zelfs ophemelen. Wat ooit bedoeld was als bescherming tegen dwang, wordt zo gebruikt om dwang te rechtvaardigen.
No Kings-protesten
Wat echter minstens zo belangrijk is, is dat er telkens een tegenbeweging ontstaat tegen dit misbruik van vrijheid.
Tegenover Trumps militaire ‘bevrijdingsretoriek’ en ICE-razzia’s staan No Kings-protesten tegen zijn bewind.
Tegenover Poetins herdefinitie van ‘bevrijding’ staat het onvermoeibare Oekraïense verzet
Tegenover Netanyahu’s genocidale politiek staan wereldwijd pro-Palestijnse bewegingen die vrijheid weer inclusiever maken en opkomen voor het bestaansrecht van de Palestijnse bevolking.
Tegenover Poetins herdefinitie van ‘bevrijding’ staat het onvermoeibare Oekraïense verzet, dat ook de vrijheid en democratie aan de Europese grenzen verdedigt, iets wat Europese landen steeds meer beginnen te beseffen.
En binnen Europa worden illiberale en fascistische tendensen nog steeds begrensd door instituties, verkiezingen, media en rechtsprocedures die, hoe fragiel ook, vrijheid blijven terugbrengen richting de rechtsstaat en publieke controle. Zo gaat Meloni’s wetsvoorstel niet door, is Orbánniet herkozen, en wordt tegen Le Penin hoger beroep alsnog vier jaar cel geëist en zwicht het OM dus niet voor haar ondermijnende populisme.
Die tegenbeweging is dus geen uitzondering op het patroon, maar juist onderdeel ervan.
Intocht van de Canadezen op de Dam in Amsterdam op 8 mei 1945. Beeld: Stadsarchief Amsterdam
Vrijheid is dus niet alleen een retorisch instrument van machthebbers, maar ook van degenen die zich tegen hen verzetten. Vrijheid wordt voortdurend opgeëist door beide kanten van hetzelfde conflict over haar betekenis. Kortom, vrijheid is spanning.
Spanning die in het begrip zelf zit en waardoor vrijheid twee dingen tegelijk kan betekenen: zowel de afwezigheid van inmenging als de mogelijkheid om een ‘hoger’ of ‘waar’ leven te realiseren. Zodra die tweede betekenis dominant wordt, ontstaat er ruimte voor een gevaarlijke sprong. Wie bepaalt wat dat ware leven is, kan ingrijpen in naam van vrijheid en zo onvrijheid creëren.
Azc-protesten
Isaiah Berlin heeft het in Two Concepts of Liberty over het onderscheid tussen negatieve vrijheid, waarbij je gevrijwaard blijft van inmenging, en positieve vrijheid, die kan worden opgevat als zelfbeschikking of zelfverwezenlijking. Met daarbij het voortdurende risico dat anderen gaan bepalen wat dat ‘zelf’ en die verwezenlijking zouden moeten zijn. In dat geval kan dwang als bevrijding worden gerechtvaardigd.
Oftewel: zodra positieve vrijheid wordt ingevuld door een politieke of morele autoriteit, kan ‘bevrijding’ omslaan in dwang die zichzelf als emancipatie ziet. In het voorbeeld van azc-protesten gaat het dan om omwonenden die zich beroepen op hun vrijheid om hun leefomgeving en identiteit te beschermen. Die claim op zelfbeschikking verschuift naar het uitsluiten van asielzoekers, die vervolgens in hun vrijheid worden beperkt.
Niet de eerste
Deze spanning heeft zich historisch herhaald en zal dat ook blijven doen in de toekomst, maar telkens met andere taal, andere retoriek en andere tegenbewegingen. Ik ben dus zeker niet de eerste die hierop wijst, en zal ook niet de laatste zijn.
Van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die dit spanningsveld in zijn werk Het Maatschappelijk Verdrag radicaliseerde door te stellen dat iemand ‘gedwongen kan worden vrij te zijn’, waardoor collectieve wil en individuele dwang samenvallen, tot George Orwell, die laat zien hoe ‘vrijheid’ los kan raken van haar inhoud en een politiek retorisch instrument wordt dat het tegenovergestelde kan aanduiden.
En van John Stuart Mill, die waarschuwde dat vrijheid kan verdwijnen zonder zichtbaar verbod, niet door tirannie van bovenaf maar door de zachte druk van de meerderheid, tot Zygmunt Bauman, die beschrijft hoe vrijheid steeds meer wordt gekoppeld aan veiligheid, beheersbaarheid en het vermijden van risico’s, waardoor onvrijheid verschijnt als haar praktische voorwaarde.
Al deze denkers delen de diagnose dat vrijheid instabiel is, juist omdat zij zo vaak als stabiel en af wordt voorgesteld.
Maar vrijheid begint, manifesteert zich en eindigt (als dat ooit gebeurt) zelden als iets neutraals. Zij houdt begrenzing in, als onderscheid tussen binnen en buiten, tussen wie telt en wie niet. Zonder grens wordt bescherming vrijwel onmogelijk, maar diezelfde grens maakt vrijheid ook kwetsbaar. Wie haar bewaakt, bepaalt namelijk ook de toegang, en wie toegang bepaalt, maakt vrijheid selectief. Zodra die spanning uit balans raakt, asymmetrisch wordt en zo ofwel te relatief, ofwel te absoluut wordt, ontstaat er gevaar.
Dan glipt vrijheid weg. Dat gebeurt zelden in één stap, maar via opeenvolgende, ogenschijnlijk redelijke bewegingen: veiligheid eerst, orde eerst, identiteit eerst, in naam van die ‘vrijheid’. Elke stap lijkt verdedigbaar en tijdelijk, totdat dat niet meer zo is. Totdat het geheel niet meer voelt als een beperking van vrijheid, maar als normaal. Totdat vrijheid het totalitarisme is geworden dat zij zegt te bestrijden.
Ongemakkelijke vraag
Vandaag, op 5 mei, wordt onze nationale bevrijding gevierd. Maar de ongemakkelijke vraag blijft: bevrijding van wie, voor wie, en tot waar en wanneer?
Misschien gaat vrijheid juist om het mogen stellen van deze vragen, en zodra dat niet meer kan, komt vrijheid echt ten einde.
Zolang dat verzet kan blijven bestaan, blijft vrijheid bestaan
Dus het gaat erom dat we mogen blijven vragen wat vrijheid is, om onder meer de grenzen die in haar naam zijn getrokken te herijken. Om de normalisering van onvrijheid via vrijheid weer te doorbreken. Want vrijheid kan nooit één definitie hebben zonder een gevaar te vormen, zoals Isaiah Berlin liet zien.
Vrijheid bestaat daarom bij de gratie van spanning tussen haar betekenissen, die elkaar blijven corrigeren. Spanning die nodig blijft om misbruikte vrijheid te helen. Vrijheid is dan een voortdurend verzet tegen haar minimalisatie tot één kern, tot één betekenis.
Zolang dat verzet kan blijven bestaan, blijft vrijheid bestaan. Vandaag vier ik dat verzet.
Amsterdam heeft, als eerste stad ter wereld, per 1 mei reclame voor vleesproducten, reizen met hoge uitstoot en auto’s met een fossiele brandstofmotor verboden in de publieke ruimte, melden verschillende media.
Het verbod geldt voor reclame-uitingen op plaatsen die stadsbezit zijn, zoals bushokjes, trams, bussen en metrostations.
Met het verbod wil de gemeenteraad het beeld op straat gelijktrekken met haar beleid om in 2050 CO2-neutraal te worden, fossiele brandstoffen niet meer te promoten en mensen minder vlees te laten eten. Raadsleden van PRO (GroenLinks en PvdA) die al sinds 2020 aan het voorstel werkten, zeggen dat het tegenstrijdig is om klimaatbeleid te voeren en tegelijkertijd reclame voor zaken als vlees en reizen toe te laten. Volgen hen is er in de stad geen plek meer voor reclame van bedrijven die ‘de klimaatcrisis aanjagen’.
Ook wil Amsterdam dat mensen minder vlees gaan eten. De stad heeft als doel dat het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van inwoners stijgt van 40 naar 60 procent in 2030
Het voorstel werd afgelopen januari aangenomen in de Amsterdamse gemeenteraad, met een meerderheid van 27 (uit 45) zetels.
De maatregel volgt op het verbod op reclame voor fossiele brandstoffen dat werd ingevoerd in 2020, waarmee Amsterdam ook al de primeur had. Den Haag, Utrecht, Nijmegen en Delft volgden later het voorbeeld van de hoofdstad.
Reclame voor dit soort producten is nog wel toegestaan in winkels en media.
Het Israëlische leger heeft zondag opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor Libanese dorpen ten noorden van het Libanese grondgebied dat Israël sinds half april bezet houdt, schrijft NRC.
Legerwoordvoerder Avichai Adraee gebood op X inwoners van elf Libanese dorpen om hun dorpen te verlaten.
De dorpen in het district van Nabatiyeh liggen ten noorden van de ‘gele lijn’, een met betonblokken gemarkeerde ‘grens’ van een gebied dat Israël al eerder bezette onder het mom van een bufferzone tegen Hezbollah. Van daaruit eigent Israël zich het recht toe om zonder waarschuwing aanvallen uit te voeren op vermeende doelen van Hezbollah en daarbij ook civiele infrastructuur te vernietigen. Dit ondanks de wapenstilstand die half april tussen Israël en Hezbollah werd gesloten.
De nieuwe evacuatiebevelen, die steeds verder naar het noorden schuiven en een steeds groter Libanees grondgebied treffen, vormen een escalatie in de Israëlische oorlogsstrategie. Deze doet denken aan de Gele Lijn die Israël eerder oplegde in de Gazastrook. Het bezet ongeveer de helft van Gaza, een gebied dat werd ontvolkt en vernietigd tijdens de genocidale aanvallen op de Gazastrook.
Israël ging ondanks de wapenstilstand door met luchtaanvallen op vermeende doelen van Hezbollah en maakte hele dorpen met de grond gelijk. Volgens het Libanese National Council for Scientific Research zijn in 35 dagen tenminste 40.000 huizen vernietigd. Scholen en ziekenhuizen zijn daarbij niet gespaard. Beelden van de verwoestingen deelt Israël vaak via sociale media.
Het Israëlische leger bezet op dit moment het gehele grensgebied in het zuiden van Libanon, een gebied van meer dan vijfhonderd vierkante kilometer groot. De meeste inwoners van het gebied zijn inmiddels gevlucht.
Al Jazeera meldde op basis van cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) dat meer dan één miljoen Libanezen ontheemd raakten in een periode van twee weken.
Middle East Eye schreef vorige week op basis van verslaggeving door de Israëlische krant Haaretz dat de missie van het Israëlische leger niet langer op gevechtsoperaties zou zijn gericht, maar op de systematische vernietiging van gebouwen. Officieren hadden de krant verteld dat troepen zones kregen toegewezen om te vernietigen en dat commandanten bij moesten houden hoeveel gebouwen ze hadden verwoest.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.