6.5 C
Amsterdam
Home Blog

Israëlische archeoloog Greenberg: ‘Je kunt archeologie niet los zien van politiek’

0

De Israëlische archeoloog Raphael Greenberg zet regelmatig de zaken op scherp met zijn onconventionele visie op archeologie in het Bijbelse land. ‘Kolonisten gebruiken archeologische vondsten om nederzettingen te rechtvaardigen.’

Professor Raphael Greenberg is onlangs met pensioen gegaan als docent aan de Tel Aviv Universiteit, maar dat betekent niet dat zijn kritische stem verloren is gegaan. Greenberg laat regelmatig van zich horen, in academische kringen maar ook daarbuiten. Hij noemt de archeologie ‘inherent politiek’ en ziet dat die momenteel als politiek instrument wordt ingezet, bijvoorbeeld om Palestijnen van hun land te verjagen.

Vorig jaar kreeg hij het aan de stok met Israëls minister van Erfgoed, Amichai Eliyahu, die zijn uitspraken niet in dank afnam. Inmiddels heeft hij veel tijd gehad om na te denken, vertelt hij via een videoverbinding. ‘Ik wil niet zeggen dat dit inherent is aan archeologie in Israël. Ik denk dat archeologie in het algemeen niet los gezien kan worden van politiek.’

Waarom niet?

‘Archeologie heeft vaak te maken met macht. Dit was vroeger al zo. Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden. Dit was een vorm van machtsvertoon, kenmerkend voor het imperialisme van de westerse wereld.

Raphael Greenberg

Archeologen liften mee op die golf, zonder na te denken over hun privileges. Het is voor hen vanzelfsprekend om oudheden te verzamelen waar ze maar willen, ze op te graven en mee naar huis te nemen naar hun musea of privécollecties. Dat is nog steeds zo, ik denk dat dit inherent is aan de archeologie. Als archeoloog ben je afhankelijk van een hogere macht die beslist dat het interessant is om in een bepaald gebied te gaan graven. Wanneer je je opgravingsvergunning krijgt, wanneer je eropuit trekt, wanneer je ervan uitgaat dat je kunt doen wat je wilt, dan maak je gebruik van een privilege dat is opgebouwd onder het kolonialisme.

‘Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden’

Als mijn academische ambities me naar een archief, een bibliotheek of een laboratorium zouden leiden, dan was dat misschien geen probleem. Maar in het geval van archeologie leiden mijn bezigheden me naar de publieke ruimte, naar land dat eigendom is van mensen, bewerkt wordt door mensen, of dat waarde heeft voor andere mensen, verschillende soorten mensen. Dan is alles wat een archeoloog doet een interventie in iemands leven op een bepaald niveau.

Als iemand uit Londen iets gaat opgraven in Sussex, zal dat niet worden gezien als een interventie. Maar als dit gebeurt binnen de context van een conflict, of binnen gemeenschappen met verschillende machtsverhoudingen, dan zie je opeens duidelijk dat archeologie gepolitiseerd is.’

Welke privileges hebben westerse archeologen in Israël en de Palestijnse gebieden?

‘Er is een aanname dat alles in de Bijbelse landen van vitaal belang is voor de westerse beschaving. Dat deze westerse beschaving de erfgenaam is van alle voorgaande beschavingen, omdat die allemaal tot de westerse beschaving hebben geleid.

‘Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij’

Daarom willen we natuurlijk opgravingen doen in de Bijbelse landen en dat is ook interessant, maar de archeologen die dit doen komen voornamelijk uit het Westen. Je zal niet zo snel een Soedanees of een Egyptenaar aantreffen. Bovendien is het allemaal gericht op de Bijbelse geschiedenis. Als we iets anders zouden willen bestuderen, zoals bijvoorbeeld het dagelijks leven, de relatie tussen de omgeving en de mens, of de manier waarop het landschap boeren of stadsbewoners beïnvloedt, dan zou niemand komen. Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij.

Er zijn wel pogingen gedaan om aan deze westerse canon te ontsnappen. Dit deed bijvoorbeeld de wetenschapper William Dever aan de Universiteit van Arizona in de jaren tachtig. Dever wilde zich afzetten van de Bijbelse archeologie en zich concentreren op objectieve, op bewijs gebaseerde interpretaties van archeologisch materiaal. Hij noemde het Syro-Palestijnse archeologie, volgens hem een neutrale, apolitieke term. Niemand kwam erop af. Na een paar jaar werd zijn eigen afdeling aan de universiteit ontmanteld. Zijn studenten waren vertrokken en hij kon nergens financiering voor krijgen.’

Ligt archeologie op de Westbank extra gevoelig, denkt u?

‘Het internationaal recht beschouwt de oudheden van de Westelijke Jordaanoever en de bijbehorende universiteit als bezet gebied. Het behoort toe aan de mensen die in de bezette gebieden wonen, dat wil zeggen de Palestijnen. Noch Israëliërs, noch anderen hebben het recht om die oudheden te onttrekken, ze mee te nemen en ermee te doen wat ze maar willen. Dat is dus heel duidelijk en dit wordt erkend door Israëlische rechtbanken.

Er bestaat wel discussie over Oost-Jeruzalem, dat Israël heeft geannexeerd. Dit heeft niemand behalve Israël zelf erkend.’

Maar er ligt wel een wetsvoorstel om de Israëlische wetgeving inzake oudheden uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever.

‘Dat klopt. Er zijn pogingen om de bevoegdheden van de Israëlische oudheidkundige dienst uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever, om een parallelle oudheidkundige dienst op te zetten, of om Israëlische onderzoekers toe te staan opgravingen te verrichten en deze oudheden mee te nemen naar hun universiteiten om ze te bestuderen. Maar dat is dus in strijd met het internationaal recht en dat biedt weinig ruimte voor nuance.’

Op welke manier beïnvloeden politieke ambities zoals deze de Palestijnen die er wonen?

‘Wat er de afgelopen paar jaar is gebeurd onder invloed van de Gaza-oorlog, is dat de kolonisten en hun aanhangers binnen de Israëlische regering, waaronder de minister van Erfgoed, oudheden zijn gaan gebruiken om land te beheersen.

Dit gebeurde stapsgewijs. Het begon met onderzoek van archeologen naar locaties waar oudheden te vinden zijn. Deze locaties brachten ze in beeld op een kaart, waarop per locatie de periode wordt vermeld. Dit deden ze, zo dachten ze, in dienst van de wetenschap.

Op deze kaart zijn vervolgens locaties gemarkeerd die prioriteit verdienen omdat hier interesse en dus geld voor is. De voorkeur werd gegeven aan Joodse of Bijbelse oudheden boven andere oudheden. Hier zie je dus al dat de archeologie politiek gekleurd begint te raken. Vervolgens werden alleen deze locaties nog op de kaart aangegeven. Op deze kaarten zie je bijvoorbeeld geen moskeeën die tussen de achttiende en twintigste eeuw op de Westelijke Jordaanoever zijn gebouwd.

‘De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is’

Volgens het ministerie van Erfgoed lopen deze locaties gevaar omdat ze in Palestijns gebied liggen. Ze zouden worden aangetast en daarom beschermd moeten worden. Toen kwamen de kolonisten om de hoek kijken, je weet wel, die supergewelddadige expansionistische groepen die nieuwe nederzettingen stichten. Zij gebruiken nu deze kaart met de archeologische locaties om hun aanwezigheid te rechtvaardigen. Ze kunnen hun nederzettingen zelfs vernoemen naar de nabijgelegen plek, zoals de nederzetting die gepland is nabij een archeologische vindplaats genaamd ‘Het altaar van de berg Ebal’, die door de kolonisten wordt toegeschreven aan de verovering van Kanaän door Jozua.

Daarbij doet het er niet veel toe wat er precies op die plek is gevonden, of dat er bewijs is van Joodse aanwezigheid. Het gaat erom dat er nu Arabieren zijn die de geschiedenis schrijven. De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is.’

Wat doet dit met u als archeoloog?

‘Dit vermengt archeologisch onderzoek volledig met de politieke inzet ervan en ik zeg niet dat archeologen daar onschuldig aan zijn. Het is niet zo van: oh, ik deed gewoon mijn werk en plotseling kwamen deze kwaadaardige mensen en namen zij mijn opgraving over. Je wist dat dit zou gebeuren, want je begon met het maken van deze kaart, waarop bepaalde periodes en bepaalde culturele kenmerken prioriteit kregen. Dan kun je niet verbaasd zijn dat de minister van Erfgoed, die lid is van een fascistische en racistische partij Otzma Yehudit, dit vervolgens gebruikt.

We zijn het tijdperk van onschuld voorbij. Archeologen moeten bewuster worden, zich politiek laten bijscholen en begrijpen wat de gevolgen zijn van hun werk.’

Hoe reageert men in Israël op deze boodschap?

‘Ik moet toegeven dat ik in Israël niet erg succesvol ben geweest. Ik denk dat veel mensen het hier stilletjes mee eens zijn, maar het niet hardop zeggen en ik begrijp niet helemaal waarom. Ik bedoel, ik weet dat sommige mensen hun brood verdienen met de steun van ultrarechtse filantropen, ultrarechtse kolonisten en een ultrarechtse regering. Er gaat veel overheidsgeld naar opgravingen. Ik begrijp dat sommige mensen daarvan afhankelijk zijn, maar niet iedereen.

We kunnen er ook voor kiezen, zoals ik heb gedaan, om kleinere projecten te gaan doen. Dingen die minder publieke weerklank hebben en misschien niet op sociale media terechtkomen. Je kunt een ander soort archeologie kiezen. Daar krijg je minder publiciteit mee, maar je geweten zal in ieder geval schoon zijn.’

U heeft wel eens benadrukt dat er nooit een periode is geweest waarin dit stuk land alleen Joods of alleen Arabisch was. Is dat een vredesboodschap?

‘Klopt, er is geen enkele tijd geweest waarin iedereen hetzelfde was, dat er een uniforme cultuur heerste of iedereen dezelfde taal sprak. Er woonden altijd, ook in de Bijbelse periode, verschillende etnische groepen en zij stonden in contact met elkaar.

Dit is een kenmerk van dit deel van de wereld en wat mij betreft ook de krachtigste les die we uit het verleden kunnen trekken: het inzicht dat er altijd beweging van mensen en ideeën is geweest. Dat dit bovendien zeer productief is geweest omdat het culturele diversiteit en creativiteit heeft gecreëerd. Dat zal een zeer krachtige bron van hoop zijn voor de mensen die hier wonen.

Ik wil in dit opzicht nog iets benadrukken. Deze politiek, die archeologie gebruikt om ideeën over Joodse superioriteit tussen de rivier en de zee te promoten, heeft er ook voor gezorgd dat mensen het Palestijnse inheemse bestaan geneigd zijn te zien als iets dat in strijd is met archeologie. Dat zou een grote vergissing zijn. Er zijn niet alleen veel Palestijnse archeologen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, maar de Palestijnse cultuur en de Palestijnen hebben ook een rol gespeeld in de ontwikkeling van de archeologie. Er zijn dus manieren om Palestijnse archeologie te bedrijven die niet zionistisch is en niet als wapen wordt ingezet.’

Is daar ruimte voor?

‘Het is zeker mogelijk, maar je moet afstand doen van allerlei privileges. Dat geldt zeker als je Israëliër bent, maar dat geldt ook voor westerse archeologen die hier komen. Ze moeten zich los kunnen maken van het Bijbelse apparaat en al die ideeën over het Heilige Land. Dat klinkt als zelfmoord voor archeologen in de academische wereld.

‘Het is belangrijk om een standpunt in te nemen’

Een voorstel om bijvoorbeeld een Israëlitische genetische voetafdruk te identificeren die we door de regio heen kunnen volgen, zal altijd eerder financiering krijgen dan onderzoek naar het DNA van een gemeenschap uit de Bronstijd. Het eerste voorstel speelt in op racistisch en essentialistisch denken over etniciteit, groepen en culturen. Wie waren Joods, wie niet? Dit essentialistische denken is hoe racisten de wereld zien.’

Hoe kunt u deze boodschap de wereld in krijgen?

‘Ik kan alleen doen waar ik goed in ben. Ik ben nu gepensioneerd. Dat betekent dat ik geen les meer geef. Ik schrijf nog wel academische stukken en ik heb nog steeds een positie aan de universiteit, waar ik studenten begeleid.

Ik denk dat ideeën kracht hebben. Dingen die je schrijft en die de wereld in gaan, worden opgepikt. Misschien pikken studenten deze ideeën op en gaan ze ermee verder. Het is niet makkelijk. Het kan zijn dat je met deze ideeën niet overal wordt uitgenodigd, of het grote geld bereikt. Dat geldt wellicht ook voor mijn studenten. Maar het is belangrijk om een standpunt in te nemen. Als archeoloog moet je verantwoording af kunnen leggen. Welke privileges heb je, hoe heb je die gekregen en wie lijden hieronder? Dit zijn dingen waarover iedere archeoloog moet nadenken.’

Suggesties over Marokkaanse invloed kunnen wantrouwen vergroten

0

Het artikel Monitor Lange Arm Rabat waarschuwt Kamer voor groeiende Marokkaanse inmenging van 6 maart over vermeende Marokkaanse inmenging vraagt om een reactie, stelt Abderahmane Chrifi: ‘Ik ben in al die jaren nooit onder druk gezet of bedreigd.’

Aan de leden van de Tweede Kamer en betrokkenen bij het maatschappelijk debat,.

Met zorg heb ik kennisgenomen van het artikel waarin anonieme bronnen spreken over vermeende grootschalige inmenging van de Marokkaanse overheid in Nederland. Als iemand die zich al meer dan vijfentwintig jaar inzet voor dialoog, verbinding en wederzijds begrip tussen verschillende gemeenschappen, voel ik de verantwoordelijkheid om hierop op een zorgvuldige en verbindende manier te reageren.

Anonieme bronnen

Laat ik beginnen met te zeggen dat waakzaamheid rondom ongewenste buitenlandse beïnvloeding vanzelfsprekend belangrijk is in een democratische rechtsstaat. Transparantie en bescherming van onze vrijheden zijn waarden die wij allen delen. Tegelijkertijd vraagt dit onderwerp om uiterste zorgvuldigheid, juist omdat het direct raakt aan het vertrouwen tussen mensen, gemeenschappen en instituties.

De aantijgingen die in het artikel worden gedaan, zijn gebaseerd op anonieme bronnen en blijven daardoor moeilijk te verifiëren. Er wordt een beeld geschetst waarin Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond structureel onder druk zouden staan of zelfs bedreigd zouden worden door de Marokkaanse overheid. Vanuit mijn eigen ervaring herken ik mij hier niet in. In al mijn jaren van inzet voor dialoog en samenwerking – vaak juist in gevoelige en complexe contexten – ben ik nooit benaderd, onder druk gezet of bedreigd om een bepaalde richting te kiezen. Sterker nog, in al die jaren ben ik ook nooit mensen tegengekomen, noch heb ik van anderen gehoord, die dergelijke negatieve ervaringen hebben gehad zoals in het artikel wordt geschetst.

Wat mij in het bijzonder raakt, is de manier waarop initiatieven die juist gericht zijn op verbinding, zoals iftarbijeenkomsten tijdens de ramadan, in een verdacht daglicht worden geplaatst. Deze bijeenkomsten zijn in de praktijk momenten van ontmoeting, openheid en bruggenbouw, waar mensen van verschillende achtergronden elkaar vinden in respect en menselijkheid. Het framen van dergelijke initiatieven als mogelijke instrumenten van beïnvloeding doet geen recht aan de oprechte intenties van de vele vrijwilligers en organisatoren die zich hiervoor inzetten.

In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden

Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat dergelijke iftarbijeenkomsten niet alleen door gemeenschappen zelf worden georganiseerd, maar juist ook door Nederlandse organisaties en instellingen. Zo organiseren onder andere politie, marechaussee en gemeenten regelmatig iftars om de verbinding met de samenleving te versterken, wederzijds vertrouwen op te bouwen en het gesprek met burgers aan te gaan. Dit onderstreept dat deze bijeenkomsten breed worden erkend als waardevolle momenten van ontmoeting en niet als instrumenten van beïnvloeding.

Daarnaast baart het mij zorgen dat ook het vertrouwen in Nederlandse gezagsdragers impliciet ter discussie wordt gesteld. Burgemeesters, wethouders en andere publieke functionarissen nemen regelmatig deel aan bijeenkomsten binnen diverse gemeenschappen, juist om de verbinding te versterken en betrokkenheid te tonen. Het suggereert een ongewenste en onterechte verdenking wanneer hun aanwezigheid wordt uitgelegd als mogelijke beïnvloeding of zelfs legitimatie van verborgen agenda’s.

Een dergelijk narratief draagt het risico in zich dat het wantrouwen tussen groepen in onze samenleving verder toeneemt. In een tijd waarin polarisatie al zichtbaar groeit, moeten we extra zorgvuldig zijn met woorden en aannames die mensen tegenover elkaar kunnen zetten.

Vriendschap sinds 1610

Daarbij is het goed om te beseffen dat de relatie tussen Nederland en Marokko geen recente ontwikkeling is, maar teruggaat tot meer dan vier eeuwen. Sinds het vriendschapsverdrag uit 1610 bestaan er diplomatieke en handelsrelaties tussen beide landen. Door de eeuwen heen hebben deze banden zich ontwikkeld tot een veelzijdige relatie, waarin economische, culturele en menselijke verbindingen centraal staan. Deze lange geschiedenis is geen bijzaak, maar een fundament dat juist uitnodigt tot wederzijds respect en zorgvuldigheid in het heden.

Dat betekent niet dat kritische vragen niet gesteld mogen worden – integendeel. Maar laten we die vragen baseren op verifieerbare feiten, open dialoog en wederzijds vertrouwen, en niet op aannames die moeilijk te toetsen zijn en die het risico dragen om hele gemeenschappen in een verdacht kader te plaatsen.

Mijn oproep is dan ook om het gesprek te blijven voeren op een manier die recht doet aan de complexiteit van onze samenleving, zonder groepen te stigmatiseren of bruggen af te breken die met veel inzet zijn gebouwd.

Laten we blijven investeren in wat ons samenbrengt: respect, openheid en de wil om elkaar te begrijpen.

Paus spreekt zich uit tegen religieuze legitimering van Iranoorlog

0

‘God weigert de gebeden van diegenen die met bebloede handen oorlog voeren.’ Dit zei paus Leo XIV tijdens de zondagsmis op Palmzondag.

De leider van de Rooms-katholieke kerk veroordeelt daarmee indirect de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth, die een gebed van ‘overweldigend geweld’ tegen Iran voorging, zo bericht Deutsche Welle.

‘Broeders en zusters, dit is onze God: Jezus, de Koning van de Vrede, die oorlog afwijst en door niemand kan worden gebruikt om oorlog te rechtvaardigen’, zei Leo tijdens de mis. ‘Hij luistert niet naar de gebeden van degenen die oorlog voeren, maar wijst die af en zegt: ‘Ook al bidt u veel, Ik luister niet: uw handen zijn met bloed bevlekt.” De paus wil dat er zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komt tussen de oorlogsvoerende landen.

De verhoudingen tussen de Rooms-katholieke Kerk en Israël zijn sinds kort weer gespannen. Gisteren verhinderde de Israëlische politie de viering van de Rooms-katholieke Palmzondagmis, die geleid zou worden door de Latijnse patriarch van Jeruzalem.

Deze actie leidde tot een diplomatiek conflict met Italië. De Italiaanse minister-president Giorgia Meloni noemde het optreden van de politie ‘een belediging, niet alleen voor gelovigen maar voor elke gemeenschap die godsdienstvrijheid erkent’. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Antonio Tajani zei dat hij de Israëlische ambassadeur in Italië op het matje had geroepen over de zaak.

Joris Luyendijk: ik ben geen journalist meer

0

Joris Luyendijk wil zich geen journalist meer noemen. Dit zegt de ex-journalist bij de Ongelooflijke Podcast van de EO.

Luyendijk (54) is antropoloog en was ook journalist. Hij is een bekende mediapersoonlijkheid en auteur van de boeken Het zijn net mensen, over de verslaglegging in het Midden-Oosten; Dit kan niet waar zijn, over de bankencrisis; en last but not least De zeven vinkjes, over het fenomeen wit privilege.

Vorig jaar was hij ook te gast bij de Ongelooflijke Podcast. Toen vertelde hij dat Europa op eigen benen moest staan, omdat de Verenigde Staten onbetrouwbaar is geworden als bondgenoot. Het was de best bekeken Nederlandse podcastaflevering van het jaar.

Ondertussen is de wereldbrand niet geblust, maar zijn er nieuwe vuurtjes ontstaan. De Verenigde Staten zijn begin dit jaar Venezuela binnengevallen, president Donald Trump heeft enkele malen gedreigd om Groenland te annexeren en sinds 28 februari zijn de VS en Israël in oorlog met Iran. Europa doet niet mee, maar veroordeelt Trump niet. Volgens Luyendijk zeggen Europese politici niet wat ze echt vinden, om zijn toorn maar niet te wekken. Achter de schermen gebeurt er al veel, om onafhankelijker te worden van de VS, maar dit volgens Luyendijk wordt nauwelijks gecommuniceerd.

Interessant wordt het wanneer David Boogerd Luyendijk vraagt over zijn rol als journalist. Luyendijk vindt het echt heel goed dat veel journalisten op zoek zijn naar de waarheid en dit ook onpartijdig willen opschrijven. Dat heeft onze liberale democratie nodig. ‘Ik wil niet in de krant een stuk over wat er gisteren is gebeurd in Gaza door iemand die heeft besloten dat die is slecht en die is goed. Ik wil zo neutraal mogelijke brokstenen voor mijn wereldbeeld.’ Tegelijkertijd vindt Luyendijk het ook belangrijk dat er mensen zijn die vervolgens partij kiezen, wat ook noodzakelijk is voor de democratie.

Vervolgens komt het hoge woord eruit: ‘Maar ik zelf ben tot de conclusie gekomen dat mijn meerwaarde meer kan liggen in juist wel nu partij kiezen en niet meer de regels van de journalistiek volgen. Dus ik heb ook geen perskaart meer.’ Luyendijk wil kunnen zeggen dat we Oekraïne moeten steunen en dat we in gevaar zijn, als Europa, als de Russen doorbreken.

De visie op journalistiek van Joris Luyendijk staat haaks op die van Frederike Geerdink en veel andere uitgesproken linkse journalisten. Zij zien journalistiek als activisme en vinden dat je als journalist partij moet kiezen. Juist door partij te kiezen, bijvoorbeeld voor de Palestijnen, voor de vluchtelingen of voor LHBTQIA+, laat je zien dat je een goede journalist bent.

Acht miljoen Amerikanen demonstreren tegen Trump, toch blijft impact beperkt

0

Steeds meer Amerikaanse burgers demonstreren tegen Donald Trump. Op meer dan drieduizend plekken gingen zaterdag meer dan acht miljoen mensen de straat op in de Verenigde Staten. Toch blijft het onduidelijk in hoeverre de protesten zoden aan de dijk zetten, zo meldt de Volkskrant.

De zogenoemde ‘No King’-protesten tegen het beleid van president Donald Trump, brachten vorig jaar juni vijf miljoen mensen op de been. In oktober waren het zeven miljoen mensen. Tijdens het derde protest, afgelopen weekend, demonstreerden acht miljoen mensen.

Dat lijkt veel, in de Verenigde Staten wonen 349 miljoen mensen. De meeste mensen blijven thuis. Hoewel slechts 36 procent van de Amerikanen nu Trumps beleid steunt is de president binnen de Republikeinse Partij nog oppermachtig. Ook weet de Democratische Partij niet te profiteren van Trumps relatieve impopulariteit bij de kiezers. Op hete hangijzers zoals economie en migratie worden de Democraten nog minder vertrouwd dan Trump zelf, aldus de Volkskrant.

Het geweld van immigratiedienst ICE was afgelopen zaterdag een van de belangrijkste onderwerpen tijdens de ‘No King’-protesten. Maar het feit dat de demonstranten tegen een heleboel onderwerpen ageren laat zien dat de protestbeweging een structurele zwakte kent, aldus de Volkskrant. Trump grijpt stevig in op vrijwel alle terreinen van de samenleving. Daardoor klinkt er kritiek op zo’n beetje alles tegelijk.

Weinig moois

0

Voor Newroz was het al lente. De bloesems versierden de bomen. Oude schilders zouden naar hun schuur rennen om verf, penseel en doek te pakken. De lente duurde niet lang. Het weer sloeg om. Ineens zitten we in een winderige herfst. Het weer is hier altijd een onderwerp van actualiteit.

Verder valt er weinig moois te melden. De ene na de andere oorlog begint. Geen een eindigt echt. Het enige positieve aan oorlog is dat onze kennis van aardrijkskunde sterk verbetert. Sommigen van ons wisten waar Kyiv lag. Nu hebben velen van Charkov, Marioepol en Zaporisja gehoord. In Gaza weten we nu van Khan Younis. En dat er een grensovergang is die Rafah heet. Vaak is die potdicht. Rafah betekent welvaart. Zo welvarend is het er ook niet. Onze kennis van de geografie dijt verder uit. Nu weten we dat er een Straat van Hormuz is. Vele Dubaigangers wisten niet dat Dubai op een steenworp afstand van Iran ligt. Ik ben bang dat we binnen de kortste keren expert in alle werelddelen gaan worden.

Pasgeboren jongetjes krijgen het vaakst de naam Noah

Discotheken luiden de noodklok. Jongeren gaan tegenwoordig niet meer naar de disco. Ze gaan naar koffietentjes. En ze gaan naar de gym. De jeugd is door corona verpest, vinden de benadeelde disco-uitbaters.

Jongeren zijn bezig met gezonde voeding en veel bewegen. De ene na de andere gym opent de deuren. Supermarkten, die met alle winden meewaaien, hebben voor de zekerheid proteïnen in bijna alle producten gegooid. Laatst sprak ik een groep jongeren. We hadden het over proteïnen, spieren en de gym. Ik zei dat de staat mogelijk een geheim programma op hen heeft losgelaten. Wanneer er straks soldaten opgeroepen worden, is de hele jeugd alvast afgetraind. Ze konden er wel om lachen. Ik weet niet of ik het als grap had bedoeld.

Is er dan echt helemaal niets hoopvols te melden? Nou ja, misschien één ding. In de afgelopen jaren is het elk jaar raak: pasgeboren jongetjes krijgen het vaakst de naam Noah. Een Noah zal wel opstaan en ons in zijn Ark nemen en ons van deze zondvloed redden.

Wie stopt de oorlog?

Ik vrees dat de oorlog van de VS en Israël tegen Iran nog lang kan duren, zolang Israël niet wordt beteugeld.

Zelfs binnen Amerikaanse kringen klinkt die zorg. Joe Kent — directeur terrorismebestrijding en uitgesproken vertegenwoordiger van de pro-Trumpstroming, die vanwege de Iranoorlog ontslag heeft genomen — schreef op X:

‘Stap 1 in de-escalatie moet het beteugelen van de Israëliërs zijn, anders zullen alle onderhandelingspogingen dit patroon volgen: De president kondigt de-escalatie aan. Israël voert zware aanvallen uit om onderhandelingen te dwarsbomen. De oorlog escaleert opnieuw.’

Blijkens ook recente verklaringen van Israëlische zijde is dat geen loze waarschuwing. Ondanks diplomatieke druk van de VS heeft de Israëlische minister van Defensie, Katz, gezworen de aanvallen op Iran niet te staken.

Dan is de conclusie helder: zonder druk op Israël blijft deze cyclus zich herhalen.

Wat ook steeds duidelijker wordt, is dat de VS en Israël deze oorlog mogelijk niet kunnen winnen. Sommige deskundigen stellen zelfs dat zij al verloren hebben en trekken parallellen met Vietnam en Afghanistan, eerdere debacles voor Amerika. Tegelijk ondersteunen Rusland en China Iran indirect — via inlichtingen, technologie en economische samenwerking — terwijl zij directe militaire betrokkenheid vermijden.

Recent heeft Iran vijftien Amerikaanse voorstellen om de oorlog te stoppen afgewezen. Daarbij stelt Teheran dat de VS niet in de positie is om die voorwaarden te bepalen. Dat is harde taal en laat zien dat oorlog en diplomatie hand in hand gaan: Iran probeert zo zijn positie aan de onderhandelingstafel te versterken.

Journalist Layla El-Dekmak stelde in VPRO-programma Bureau Buitenland dat Israël Libanon behandelt als een ‘nieuw Gaza’ en dat de aanvallen gezien kunnen worden als een oorlog tegen de gehele Libanese bevolking, niet alleen tegen Hezbollah. Volgens berichten zijn er ruim duizend doden en meer dan een miljoen vluchtelingen. Israël stelt dat het militaire doelen treft, maar tegelijkertijd zien we dat ziekenhuizen, medicijnfabrieken en vitale infrastructuur worden geraakt. De vraag dringt zich op: waar ligt de grens tussen militaire strategie en collectieve bestraffing?

Als we Israël en het Midden-Oosten willen begrijpen, moeten we naar Libanon kijken. Terwijl de wereld focust op Iran, voltrekt zich daar een andere werkelijkheid. Israël voert stap voor stap een strategie uit: het uitbreiden van landgrenzen. De aankondiging dat Zuid-Libanon tot aan de Litani-rivier is geannexeerd, past in een patroon dat al jaren zichtbaar is. Geen vrede, maar voortdurende repressie en oorlog als middel. Israël is bovendien al jaren bezig met de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en recent heeft Israël na de val van Assad de Golanhoogten en nog meer bezet in Syrië. Sommige Israëlische hoge functionarissen zeggen ook openlijk dat dit hun religieuze oorlog is. Canada heeft deze annexatie veroordeeld, gaat kabinet Jetten dat ook doen? Of gaan zij zeggen dat zij ook voor deze annexatie ‘begrip’ hebben?

Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit

Tegelijk zien we een verwarrende realiteit. President Trump spreekt over onderhandelingen met Iran, maar stuurt tegelijkertijd extra troepen naar de regio. Die tegenstrijdigheid laat zien hoe onzeker en instabiel de koers is. Wat wél duidelijk is: het draagvlak binnen de Verenigde Staten voor verdere escalatie neemt af. Meer dan de helft van de Amerikanen steunt de oorlog niet, zeven procent steunt de eventuele inzet van grondtroepen. Steeds meer Amerikanen vragen zich af waarom zij betrokken raken bij een conflict dat niet in hun belang lijkt. Velen roepen dat ze niet voor Israël willen vechten.

Ondertussen zijn de echte slachtoffers, zoals altijd, burgers: kinderen, vrouwen en ouderen — zowel in Iran (denk aan de schoolmeisjes op de eerste dag van de oorlog) als in Israël. De economische gevolgen worden wereldwijd voelbaar: stijgende energie- en boodschappenprijzen, onzekerheid en groeiende instabiliteit.

Dat betekent niet dat andere actoren buiten beeld moeten blijven. Hezbollah en het Iraanse regime dragen eveneens verantwoordelijkheid en verdienen veroordeling. Tegen deze oorlog zijn, betekent niet dat men pro-Iran of pro-Hezbollah is. Het betekent dat men kiest tegen verdere escalatie en tegen de illusie dat militaire interventies complexe samenlevingen kunnen hervormen.

De lessen uit Afghanistan en Irak zijn duidelijk. Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit en vaak tot meer chaos en geweld.

Juist daarom ligt hier een verantwoordelijkheid voor Europa. Niet als passieve toeschouwer, maar als actor met een eigen moreel kompas. Een langdurige oorlog betekent onvermijdelijk meer instabiliteit, hogere energieprijzen en nieuwe vluchtelingenstromen richting Europa — eerst naar Turkije en uiteindelijk naar Europa zelf.

Europa moet zich daarom afvragen: volgt het opnieuw blind zijn bondgenoten, of durft het een eigen koers te varen? Diplomatie moet de eerste stap zijn, maar als dat faalt, zullen ook politieke en economische middelen overwogen moeten worden om verdere escalatie te voorkomen.

Daarom moeten wij niet stil blijven. Spreek je uit tegen deze oorlog. Zoals aankomende zaterdag op het Malieveld gebeurt. Want zwijgen in tijden van escalatie is geen neutraliteit, maar het accepteren van wat volgt. Want de wereld is niet meer die van vijftig jaar terug, het is een groot dorp en alles wat elders plaatsvindt, zal ons ook raken. En het raakt ons ook.

De vraag die blijft hangen is niet alleen hoe deze oorlog eindigt, maar of iemand de moed heeft om die te stoppen.

Moslims verontwaardigd over Jettens uitspraken over antisemitisme

0

Tot verontwaardiging van veel moslims stelde premier Rob Jetten in het programma van Eva Jinek dat antisemitisme voorkomt in Nederlandse moslimgemeenschappen. Islamitische D66’ers blijven stil over deze uitspraak.

‘Er zijn islamitische gemeenschappen in Nederland waar je, als je de tv aanzet, online of op weekendscholen, verkeerde dingen krijgt aangeleerd. Niet alleen over Joden, maar ook over vrouwen en homo’s’, zei premier Rob Jetten vorige week in het praatprogramma van Eva Jinek.

Dat hij de islamitische gemeenschap als enige religieuze groep uitlichtte en met antisemitisme in verband bracht, heeft bij veel Nederlandse moslims kwaad bloed gezet. Onder anderen de schrijver Abdelkader Benali sprak zich uit en vindt dat Jetten de islamitische gemeenschap met die uitspraken voor de bus heeft gegooid.

‘Naarstig ging ik zoeken naar de kanalen en weekendscholen waar moslims op systematische wijze worden gedrild om Joden te haten en homo’s te vervloeken’, schrijft hij. Ook kaatste hij de bal terug: ‘Als we islamofobie onder Joodse of christelijke kringen zouden onderzoeken, dan ben ik bang dat ook daar heel wat drek komt bovendrijven’, aldus Benali.

De woordvoerder van Jetten zegt dat de premier deze uitspraken deed ‘naar aanleiding van de gebeurtenissen van vorig weekend en na zijn gesprekken maandag met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap’. Maar wat ‘islamitische gemeenschappen’ of weekendscholen te maken hebben met de gebeurtenissen waar Jetten op doelde, is onduidelijk. De Volkskrant wijst, nog speculatief, naar Iran, dat in oorlog is met Israël en Amerika.

‘Antisemitisme zit in onze hele samenleving’

Jetten zei in de talkshow van Eva Jinek verder: ‘Antisemitisme zit in onze hele samenleving, daar moeten we klip en klaar over zijn. Het komt in alle rangen en standen voor. En het is overal onacceptabel. We zien het in een aantal islamitische gemeenschappen, waar veel fundamentalistische invloeden zijn, dat antisemitisme daar veel meer aan de oppervlakte zit. Daar hebben ook veel Joodse Nederlanders last van. Op straat, in de supermarkt, op andere plekken.’

Ook wees hij naar ‘een bepaalde politieke partij (Forum voor Democratie, red.)’, ‘waar je gewoon op de lijst kan staan voor gemeenteraadsverkiezingen als je openlijk antisemiet bent geweest. Dus we moeten al die vormen van antisemitisme benoemen, met die mensen in gesprek gaan. En als mensen over de schreef gaan, zorgen dat ze daar ook de consequenties van ondervinden. En in de hele samenleving moeten we dat bewustzijn sterk vergroten’, zei Jetten.

Maar waarom wordt de islamitische gemeenschap genoemd als enige religieuze gemeenschap waar antisemitisme zou voorkomen? De Kanttekening vraagt het nogmaals aan de woordvoerder van Rob Jetten, die namens de premier het volgende verklaart: ‘Het is ook niet de hele gemeenschap. Een aantal mensen die bij het gesprek aanwezig waren namens de Joodse vertegenwoordiging, had ook berichten gekregen van een aantal islamitische koepelorganisaties, die zich heel ferm uitspraken tegen de aanvallen die ze vrijdag en zaterdag in Rotterdam en Amsterdam hadden gezien.’

‘Ik ben zelf bij een iftar aanwezig geweest afgelopen maand, waar juist heel bewust mensen van verschillende geloven waren uitgenodigd om met elkaar die dialoog te voeren’, laat Jetten via de woordvoerder weten. ‘En het pijnlijke is dat een aantal van die vertegenwoordigers uit de islamitische gemeenschap ook zegt dat ze begrijpen waar de Joodse gemeenschap doorheen gaat. Want ook zij hebben vaak te maken met racisme en discriminatie: iedereen wordt over één kam geschoren. Het gaat er ook om hoe we daar samen tegen ten strijde trekken.’

Islamitische D66’ers

Of met deze zalvende woorden van de premier voor Nederlandse moslims de kous af is, moet nog blijken. Veel islamitische D66’ers die we om een reactie vroegen, hebben niet gereageerd op hoe zij de woorden van hun partijleider hebben ervaren.

‘Wel iftars bezoeken en tegelijkertijd een hele gemeenschap in verband brengen met antisemitisme’

Zouhair Saddiki

Zouhair Saddiki, lid van D66 en docent aan de Hogeschool Rotterdam, wil wel praten. ‘Ik begrijp dat de woorden van de premier bij sommige mensen wringen. Het benoemen van “islamitische gemeenschappen” in relatie tot antisemitisme kan snel generaliserend worden opgevat, terwijl het juist gaat om individuen die zich schuldig maken aan haat’, zegt hij. ‘Het is gemakzuchtig en werkt stigmatiserend, terwijl je in een leiderschapspositie zorgvuldigheid en verbinding wilt betrachten in plaats van politisering. Als je dialoog en verbinding wilt bevorderen, benoem je deze individuen en het gedrag, niet hele gemeenschappen.’

Ook vindt hij het inconsistent van Jetten. ‘Wel iftars bezoeken en tegelijkertijd een hele gemeenschap in verband brengen met antisemitisme. In de praktijk zie ik juist dat veel islamitische organisaties actief inzetten op dialoog, op het tegengaan van polarisatie en op het bouwen van vertrouwen’, aldus Saddiki.

Rode Lijn-demonstraties

De schrijver en mbo-docent Bilal Ben Abdelkarim is niet zo verrast door de anti-islamitische uitglijder van Jetten. ‘Het past in een breder patroon waar hij sinds de verkiezingscampagne mee bezig is, bijvoorbeeld met die Nederlandse vlaggen. Het past in zijn streven naar macht’, meent hij. ‘Hij wil de goedkeuring van rechts Nederland, en daar past dit, namelijk het criminaliseren van moslims, heel goed bij.’

Volgens Ben Abdelkarim is Jetten een ‘opportunist’ geworden in zijn streven naar macht. ‘We spreken over een man die zich heel graag liet fotograferen tijdens de Rode Lijn-demonstraties in Amsterdam. En nu, als premier, nu hij een positie heeft waarin hij iets zou kunnen betekenen, blijkt hij kritiekloos ten aanzien van Israël.’

‘Wellicht zijn er op de achtergrond gesprekken gaande’

Over de antisemitisme-uitspraak bij islamitische gemeenschappen merkt Ben Abdelkarim het volgende op: ‘Wat mij opvalt bij Nederlands antisemitisme, is dat hij dan een specifieke politieke partij noemt. Dus als het om Nederlanders gaat, dan is hij heel specifiek. Dan heeft hij het over een politieke partij, dan heeft hij het over voetbalclubs. Hij zegt niet de Nederlandse gemeenschap, hij zegt niet de rechtse gemeenschap, hij zegt niet de christelijke gemeenschap, hij zegt niet de seculiere of atheïstische gemeenschap. Hij heeft het heel specifiek over voetbalclubs en een politieke partij. En dan zie je wederom dat de islamitische gemeenschap niet als individuen wordt gezien, niet als burgers en dus eigenlijk ook niet als mensen.’

Over de stilte van islamitische D66’ers zijn beide heren duidelijk.

Saddiki: ‘Het zwijgen van islamitische D66’ers zegt iets over de politieke kwetsbaarheid waarin zij verkeren. Men wil geen splijtzwam zijn, maar zwijgen helpt het probleem niet. Ik vermoed dat het ook een soort strategische terughoudendheid is: angst voor framing en loyaliteit aan de partij. Want de waan van de dag is ook wel zo dat als je je hierover publiekelijk uitspreekt, je vandaag politiek relevant bent en morgen niet meer. Wellicht zijn er op de achtergrond gesprekken gaande om Rob Jetten niet af te vallen. Maar ik vermoed dat deze spindoctor er een van dat kaliber is: niet cultuur-maatschappelijk sensitief.’

Ben Abdelkarim: ‘Ik vind het echt beschamend. Ik bedoel, je gaat de politiek in, denk ik, met een bepaald idealisme om de wereld te verbeteren. En als je baas — want zo gedraagt hij zich — iets zegt en je houdt je mond om je positie veilig te stellen, dan vind ik dat zwak.’

Waarom stuit Ghanese VN-resolutie over trans-Atlantische slavernij op westerse weerstand?

0

De Verenigde Naties hebben de trans-Atlantische slavenhandel bestempeld als ‘de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid ooit’ De door Ghana ingediende resolutie werd met ruime meerderheid aangenomen, maar stuitte op weerstand van westerse landen.

De Verenigde Staten en Israël stemden tegen, onder meer vanwege bezwaren rond de Holocaust, terwijl Nederland en andere Europese landen zich onthielden. Hun belangrijkste argument: het gebruik van superlatieven zou een ‘hiërarchie van historische wreedheden’ impliceren.

Kritiek

Die redenering stuit op scherpe kritiek, onder meer van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). In een persverklaring laat het instituut weten de resolutie ‘met grote dankbaarheid’ te hebben ontvangen en spreekt het van een belangrijke stap in de erkenning van het slavernijverleden als misdaad tegen de menselijkheid. Tegelijkertijd is er teleurstelling over de Nederlandse opstelling.

NiNsee-voorzitter Dave Ensberg-Kleijkers is daar uitgesproken over: ‘Wat zijn de eerder gemaakte excuses van zowel premier als koning waard als deze mondiale erkenning door Nederland niet wordt gesteund?’ In het persbericht noemt hij de Europese bezwaren zelfs een ‘drogreden’.

Volgens Ensberg-Kleijkers gaat het niet om het maken van ranglijstjes van historisch leed, maar om erkenning van een fundamentele misdaad en het belang van herstel en heling, zo vertelt hij aan de Kanttekening. De discussie over ‘een vermeende hiërarchie van misdaden’ vindt hij een gelegenheidsargument. ‘Dat is niet de essentie van deze resolutie’, zegt hij. ‘De essentie is dat de trans-Atlantische slavernij wordt erkend als misdaad tegen de menselijkheid. We moeten geen ranglijstjes maken. Dat is ook helemaal niet zinvol. Maar deze resolutie geeft wel een belangrijk signaal over de omvang en betekenis van dit verleden.’

Ook vanuit andere hoeken klinkt kritiek op de westerse terughoudendheid. De Indonesisch-Nederlandse activist Jeffry Pondaag reageert fel. Hij wijst erop dat opnieuw vooral ‘witte landen’ zich afzijdig hielden. ‘Ik maak mij boos’, zegt hij, verwijzend naar het Amerikaanse argument dat slavernij destijds niet in strijd zou zijn geweest met het internationale recht. ‘Dat is een rare redenering. Moraal is universeel. Slavernij is fout, punt.’

Volgens Pondaag kan de slavernij bovendien niet los worden gezien van het kolonialisme. ‘Slavernij is het gevolg van kolonialisme’, stelt hij. ‘Witte landen zeiden dat ze beschaving brachten, maar ze brachten slavernij, uitbuiting en dood.’ Dat diezelfde landen nu moeite hebben met herstelbetalingen, vindt hij onbegrijpelijk. ‘Ze zijn rijk geworden van slavernij en kolonialisme. En nu willen ze geen schadevergoeding betalen.’

Begrip

Tegelijkertijd is er ook begrip voor de gevoeligheden die in het Westen spelen. Historicus en schrijver David Wertheim, auteur van Waar gaat het over als het over Joden gaat?, wijst op de bijzondere plaats van de Holocaust in de westerse morele orde. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de formulering van de resolutie, met terminologie als ‘de ergste misdaad ooit’, impliciet daartegen is gericht, ook al drukt die formulering natuurlijk ook andere historische misdaden naar de achtergrond, zoals de Armeense Genocide of de Holodomor.

Volgens Wertheim was het voor deze landen lastiger geweest om de resolutie niet te steunen als de formulering minder absoluut was geweest. ‘De Holocaust speelt een grote rol in de westerse ethiek’, zegt hij. ‘De trans-Atlantische slavernij mag die rol zeker ook spelen, dat zou goed zijn. Maar om die als dé belangrijkste te bestempelen en de Holocaust of een andere genocide niet, brengt niemand verder.’

Is er ooit zo over de Holocaust gesproken, als de ernstigste misdaad ooit? Wertheim verwijst naar de zogeheten Stockholmverklaring, waarin de Holocaust wordt omschreven als een ‘misdaad zonder precedent’. ‘Maar dat is toch lichter dan ‘ernstigste misdaad ooit’’, zegt hij. ‘Juist dat soort verschillen in formulering maken duidelijk hoe beladen en politiek gevoelig de internationale erkenning van historisch leed nog altijd is.’

Organisatoren vredesdemonstratie Malieveld: ‘Regering moet alles doen om deze oorlog te stoppen’

0

Vredesactivisten demonstreren morgen op het Malieveld tegen de Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran. ‘Of een regime change nodig is? Dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers.’

De oorlog tegen Iran duurt inmiddels bijna een maand en heeft volgens het Iraanse ministerie van Volksgezondheid al meer dan 1900 levens geëist. Het Nederlandse kabinet, gevormd door de coalitie van D66, CDA en VVD, is verdeeld over de oorlog en komt met een weinigzeggend compromis: Nederland geeft geen politieke steun, maar toont wel ‘begrip’ voor de aanvallen op Iran.

Bij vredesactivisten bestaat daar geen enkel begrip voor. Zij veroordelen het oorlogsgeweld scherp. De Kanttekening sprak met twee organisatoren van het protest op het Malieveld: filosoof Martijntje Smits en activist Ahmet Daskapan.

Waarom organiseren jullie dit protest?

Daskapan: ‘De oorlog tegen Iran staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een bredere geopolitieke strategie waarin de VS en Israël proberen de wereldorde naar hun hand te zetten. Wat hier gebeurt, is een directe schending van de soevereiniteit van Iran en van het fundamentele recht van volkeren om hun eigen toekomst te bepalen. Dit is geen conflict dat draait om democratie of mensenrechten, maar een oorlog die wordt gedreven door strategische belangen, controle over grondstoffen en geopolitieke dominantie.

We zien hier hetzelfde patroon als in de afgelopen decennia in Irak, Libië en Syrië: landen die onder het mom van vrijheid en democratie zijn verwoest. Het resultaat was geen democratie, maar chaos, instabiliteit en menselijk leed. Met Iran dreigt opnieuw zo’n scenario, maar dit keer met een veel grotere kans op escalatie, omdat Iran militair en regionaal een veel sterkere positie heeft.’

Smits: ‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen en te delegitimeren, geen militaire of andere steun te verlenen, en zich volledig in te zetten voor de-escalatie, bescherming van burgers en vrede. Deze oproep vind ik noodzakelijk en urgent, omdat ik denk dat deze illegale en ontwrichtende oorlog ons allemaal in grote onveiligheid brengt en de welvaart van velen in gevaar brengt.

‘Wij roepen onze regering dringend op om alles te doen om deze oorlog te stoppen’

De regering heeft nu begrip getoond voor de aanvallers. Daarmee ondermijnt zij het internationale recht, met als directe consequentie dat ook onze veiligheid ernstig in gevaar komt. Bovendien maakt de regering zich zo medeplichtig aan deze oorlog. Staten hebben immers ook de plicht om ernstige schendingen van artikel 2.4 van het VN-Handvest (dat een aanval door staten verbiedt) af te keuren.’

Denken jullie dat een protest deze oorlog kan stoppen?

Daskapan: ‘Een enkele demonstratie zal een oorlog inderdaad niet stoppen. Maar de geschiedenis leert ons dat oorlogen niet alleen op het slagveld worden beslist, maar ook door politieke druk en maatschappelijke weerstand. Zonder druk van onderop verandert er niets. Aanhoudend verzet, georganiseerd en consequent, kan wel degelijk een verschil maken. Het dwingt regeringen positie te kiezen, het doorbreekt de legitimiteit van oorlogspolitiek en het maakt zichtbaar dat er een alternatief geluid bestaat. Elk protest, hoe klein ook, is onderdeel van een groter geheel.’

Smits: ‘Ook ik denk niet dat de oorlog direct kan worden gestopt, maar wel dat dit de lafhartige positie van onze regering kan veranderen en, via die weg, de onverstandige houding van de EU. De regering moet, en kan, onmiddellijk ophouden met haar medeplichtigheid, die blijkt uit haar “begrip”.

De regering mag in staat worden geacht het belang hiervan – al was het maar uit eigenbelang: de Nederlandse veiligheid en welvaart – in te zien en de eigen positie nu te veranderen. Zoals ook EU-partner Spanje heeft laten zien door zich expliciet uit te spreken tegen deze oorlog en de schending van het internationale recht.’

Maar zetten jullie ons kabinet hiermee niet te kijk in tijden van oorlog? Ze hebben eenmaal een kant gekozen en dan moeten alle neuzen dezelfde kant op wijzen, toch?

Daskapan: ‘Het is niet de demonstrant die Nederland te kijk zet, het is de regering zelf. Door zich kritiekloos te scharen achter de geopolitieke lijn van de VS en Israël verzaakt het kabinet zijn verantwoordelijkheid om op te komen voor internationaal recht en vrede. In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid. Dat staat in schril contrast met landen die wél de moed tonen om zich uit te spreken tegen escalatie, zoals we bijvoorbeeld zien bij Sánchez in Spanje.’

‘In plaats van een onafhankelijke positie in te nemen, kiest Nederland voor volgzaamheid’

Smits: ‘Het kabinet heeft zichzelf te kijk gezet. Het had zich kunnen presenteren als een sterke, onafhankelijke kracht met een overkoepelende visie op vrede, veiligheid en rechtvaardigheid voor Nederland en voor de wereld. In plaats daarvan is het gekropen voor de rogue states die deze illegale oorlog zijn begonnen. De Spaanse premier Sánchez heeft laten zien dat het zelfs voor een Europese staat mogelijk is zich zelfstandig uit te spreken en verantwoordelijkheid te tonen, voor Spanje en voor de geopolitieke veiligheidsorde. Vermoedelijk is de Nederlandse regering bevreesd geweest voor repercussies vanuit NAVO-bondgenoot de VS. Maar zij heeft daarbij verzaakt een afweging te maken, zowel in moreel opzicht als in termen van de Nederlandse en Europese belangen.’

Is het dan geen tijd voor een regime change in Iran?

Daskapan: ‘Het discours van regime change is een terugkerend instrument van imperialistische politiek. Het wordt gebruikt als morele rechtvaardiging voor interventies die in werkelijkheid draaien om macht, invloed en economische belangen. We hebben gezien wat regime change in de praktijk betekent. Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding, maar voorbeelden van ontwrichting, burgeroorlog en langdurige instabiliteit. Het idee dat externe machten democratie kunnen opleggen via bombardementen en sancties is historisch weerlegd. Iran telt ongeveer 90 miljoen inwoners, met een eigen geschiedenis, politieke dynamiek en maatschappelijke ontwikkeling. Het is aan het Iraanse volk zelf om te bepalen of en hoe hun politieke systeem verandert. Dat proces kan niet van buitenaf worden opgelegd zonder de principes van zelfbeschikking en soevereiniteit te schenden.’

‘Irak, Libië en Syrië zijn geen succesverhalen van bevrijding’

Smits: ‘Ik wil graag ten eerste opmerken dat in de media de indruk is gewekt dat regime change het doel van deze oorlog is, maar dat is, voor zover mij bekend, niet wat officieel gesteld is door de aanvallers VS en Israël. Ten tweede heeft het begrip regime een negatieve bijklank heeft en verraadt daarmee al partijdigheid.

Ook ik heb vernomen van de repressie door de Iraanse regering jegens haar burgers, en ik keur in principe alle repressie van overheidswege af, ook in Nederland en in andere staten. Toch kan overheidsrepressie door staten nóóit een legitieme reden vormen om dat land aan te vallen. Zie artikel 2.4 van het VN-Handvest. Dit doel rechtvaardigt dus ook nooit het gebruik van oorlogsgeweld.

Voor een soevereine staat is het hoe dan ook aan de eigen burgers om de repressie te stoppen en de regeringsvorm te veranderen. Dat dit ook kan, laat bijvoorbeeld de Fluwelen Revolutie in de DDR zien. Of het nodig is, daarover laat ik mij niet uit: dat is enkel en alleen aan Iraanse burgers. Desgewenst steun ik hen graag bij hun protest tegen de repressie en hun roep om hervormingen, maar nogmaals: op geen enkele manier rechtvaardigt die roep buitenlands geweld. Die gedachte dat buitenlands ingrijpen gerechtvaardigd zou zijn, berust volgens mij op een paternalistische, misschien zelfs koloniale manier van denken.’