Home Blog

Marokkaanse Nederlanders over wedstrijd tegen Oranje: ‘loyaliteitsdiscussie wordt overdreven’

0

Marokkaanse Nederlanders beleven de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko genuanceerder dan het publieke debat vaak doet vermoeden, blijkt uit een opiniepeiling van Etnobarometer. Veel respondenten zeggen niet te hoeven kiezen tussen Nederland en Marokko en vinden de terugkerende discussie over loyaliteit overdreven.

Met de peiling wilde Etnobarometer, een initiatief van het Opiniehuis, partner van de Kanttekening, de groep Marokkaanse Nederlanders zelf aan het woord laten. Niet om bestaande opvattingen te bevestigen of te ontkrachten, maar om op een onafhankelijke en objectieve manier inzicht te krijgen in hun ervaringen, verwachtingen en beleving van de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko. De organisatie zegt de peiling te hebben uitgevoerd ‘vanuit de overtuiging dat een goed maatschappelijk debat begint met het luisteren naar de mensen om wie het gaat.’

De peiling is nadrukkelijk geen wetenschappelijk representatief onderzoek, maar een online-peiling onder een grote groep Marokkaanse Nederlanders die vrijwillig aan het onderzoek hebben deelgenomen.

Volgens Etnobarometer wordt er in het publieke debat dat al jaren gepaard gaat met voetbalwedstrijden tussen Nederland en Marokko, vaak gesproken óver Marokkaanse Nederlanders in plaats van mét hen. Wanneer het gaat om onderwerpen als identiteit, loyaliteit, integratie en maatschappelijke verhoudingen ontstaat al snel een beeld dat is gebaseerd op aannames, incidenten of uitspraken van anderen.

Dit beeld blijkt op basis van de resultaten van de peiling onder een stuk genuanceerder.

Steun voor Marokko gaat niet ten koste van verbondenheid met Nederland

De resultaten van deze peiling laten zien dat de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko sterk leeft onder Marokkaanse Nederlanders. Twee derde van de respondenten is van plan de wedstrijd te bekijken, waarbij de meeste mensen kiezen voor een gezamenlijke kijkervaring thuis met familie of vrienden. De wedstrijd wordt daarmee vooral beleefd als een gezellig en verbindend sportmoment.

Marokko blijkt voor veel respondenten sportief en emotioneel extra aan te spreken

Terwijl 67 procent van de respondenten aangeeft tijdens deze wedstrijd Marokko te steunen, geeft 15 procent aan voor Oranje te gaan juichen. Achttien procent heeft geen voorkeur.

Bent u van plan de wedstrijd te kijken? (n=432)

Marokko blijkt voor veel respondenten sportief en emotioneel extra aan te spreken. Oudere respondenten geven vaker aan geen uitgesproken voorkeur te hebben of Nederland te steunen, terwijl jongere respondenten vaker Marokko noemen.

Steun voor Marokko komt volgens Etnobarometer voort uit meerdere positieve factoren, waaronder trots op de internationale prestaties van Marokko, herkenning in spelers met een migratieachtergrond en sympathie voor specifieke spelers. Natuurlijk speelt ook de Marokkaanse achtergrond een belangrijke rol. Vooral vrouwen kennen een grote rol toe aan deze factoren. Jongeren en Marokkaanse Nederlanders van middelbare leeftijd vinden herkenning in spelers vaker belangrijk dan ouderen.

Welk team support u tijdens deze wedstrijd het meest? (n=432)

Bijna de helft vindt het vooral jammer als Marokko verliest. Tegelijkertijd geeft een grote groep aan dat verlies van beide landen even teleurstellend zou zijn.

De peiling laat echter zien dat de voorkeur voor Marokko niet ten koste gaat van de verbondenheid met Nederland.

Opvallend is dat een zeer ruime meerderheid (84 procent) aangeeft Nederland te steunen als Marokko wordt uitgeschakeld. Volgens Etnobarometer is dit een belangrijke positieve uitkomst. De voorkeur voor Marokko tijdens de onderlinge wedstrijd gaat voor veel respondenten samen met sportieve sympathie voor Nederland later in het toernooi. Mannen geven iets vaker dan vrouwen aan daarna Nederland te steunen. Vrouwen geven iets vaker aan het nog niet te weten. Oudere respondenten zijn relatief vaak bereid Nederland daarna te steunen, terwijl jongere respondenten iets vaker twijfelen.

‘Voorkeur voor voetbalelftal zegt niets over iemands loyaliteit aan Nederland’

Op de vraag of deze wedstrijd mensen in Nederland zal verbinden of juist zal verdelen, antwoordt een meerderheid dat zij verwacht dat de wedstrijd geen duidelijk effect op de samenleving zal hebben. Ongeveer een kwart verwacht dat het tot verdeeldheid zal leiden, terwijl 18 procent juist mogelijkheden tot verbinding ziet. Volgens Etnobarometer wordt de wedstrijd binnen de groep Marokkaanse Nederlanders verschillend beleefd, maar is er duidelijk ruimte voor een positieve en sportieve invulling.

Negenenvijftig procent zegt niet te hoeven kiezen tussen Marokko en Oranje

Vrouwen denken hierbij vaker geen duidelijk effect te verwachten, terwijl mannen iets vaker verdeeldheid zeggen te verwachten.

Uit een serie stellingen die Etnobarometer aan Marokkaanse Nederlanders voorlegde, blijkt dat veel respondenten een genuanceerde kijk hebben op de wedstrijd Nederland-Marokko. Een ruime meerderheid vindt dat de discussie over loyaliteit rondom dit soort wedstrijden wordt overdreven. Negenenvijftig procent zegt niet te hoeven kiezen tussen Marokko en Oranje en 65 procent vindt dat voetbalwedstrijden tussen beide landen niets zeggen over de positie van Marokkaanse Nederlanders in Nederland. Een meerderheid ervaart verbondenheid met beide teams.

Stel dat Marokko door Nederland wordt uitgeschakeld op het WK. Welk land zult u
daarna steunen? (n=432)

Wel vindt een overgrote meerderheid dat hun loyaliteit aan Nederland sneller ter discussie wordt gesteld dan wanneer Nederlanders met bijvoorbeeld een Surinaamse of andere migratieachtergrond het land van herkomst steunen. Eenenzestig procent vindt het dan ook storend wanneer mensen vinden dat Marokkaanse Nederlanders tijdens deze wedstrijd voor Oranje zouden moeten juichen.

Oproep tot verbinding

Ondanks hun genuanceerde blik verwachten veel Marokkaanse Nederlanders in de peiling dat politici en opiniemakers de wedstrijd zullen gebruiken om maatschappelijke tegenstellingen te benadrukken, zoals Wilders die knielende Marokkaanse spelers beledigde. Vierentachtig procent vindt dat politici rond deze wedstrijd terughoudend zouden moeten zijn met uitspraken die groepen Nederlanders tegenover elkaar kunnen zetten.

De meeste respondenten zien de ontmoeting tussen Nederland en Marokko vooral zien als een bijzondere voetbalwedstrijd

Zij spreken juist de wens uit om de wedstrijd vooral als een sportieve ontmoeting te benaderen. De meeste respondenten maken zich bovendien weinig zorgen over ongeregeldheden en verwachten dat de sfeer na afloop overwegend positief of neutraal zal zijn.

Een dag na de wedstrijd zal de sfeer op het werk, op school of in de buurt gezellig en sportief zijn, vindt ongeveer een derde van de groep ondervraagden. Een even grote groep verwacht een neutrale sfeer en 12 procent een ‘overwegend positieve’ sfeer. Slechts 12 procent verwacht spanningen of ongemakkelijke gesprekken.

Uit open reacties uit de peiling blijkt dat de meeste Marokkaanse Nederlanders de ontmoeting tussen Nederland en Marokko vooral zien als een bijzondere voetbalwedstrijd. Zij hopen dat de nadruk ligt op sportiviteit, respect en saamhorigheid en niet op polarisatie of maatschappelijke verdeeldheid. Hoewel er zorgen bestaan over de manier waarop de wedstrijd in het publieke debat wordt benaderd, overheerst in de reacties de wens dat voetbal mensen juist verbindt en dat de uitslag geen aanleiding vormt voor blijvende tegenstellingen.

Nieuwe politieke partij ‘Millennium’ zegt op te komen voor de Grondwet

0

De nieuwe politieke partij ‘Millennium’, die afgelopen zaterdag haar eerste partijbijeenkomst had in Almere, wil de toenemende polarisatie in Nederland tegengaan door ‘huidige grondrechten onveranderbaar in de Grondwet vast te leggen’, aldus een persbericht van de partij.

‘Moslims hoeven dan niet meer te vrezen dat hun godsdienst verboden wordt en andersgelovigen hoeven niet meer bang te zijn dat extremistische moslims in de toekomst hun vrijheid afnemen’, aldus psychiater Abdulhaq Compier, directeur van het aan de partij verbonden wetenschappelijk instituut. Volgens hem zijn grondrechten van belang voor ‘menselijke ontplooiing en maatschappelijke vrede’.

Het huidige belastingstelsel belemmert werkenden om vermogen op te bouwen en vergroot de vermogensongelijkheid, aldus Compier. De partij pleit voor afschaffing van de inkomstenbelasting en de btw, en baseert zich daarbij op onderzoek van Reinier Kooiman, universitair docent belastingrecht aan de Universiteit Leiden. In plaats daarvan zou er ‘één eenvoudige vermogensbelasting’ moeten komen.

Ook wil Millennium de wet wijzigen, waardoor politici door het OM vervolgd kunnen worden voor ambtsmisdrijven. ‘Nu kunnen politici alleen door een interne commissie worden onderzocht, wat ongelijkheid creëert met de gewone burger’, aldus het persbericht.

De partij wil sancties instellen tegen landen die de Geneefse Conventies (regels rond het oorlogsrecht) schenden of het Internationaal Strafhof belemmeren. Verder moet Nederland druk uitoefenen om een diplomatieke oplossing te vinden voor de oorlog in Oekraïne.

Millennium hoopt op minimaal vijf zetels bij de volgende landelijke verkiezingen.

Akkoord met Libanon is vooral gunstig voor Israël

0

Het akkoord dat Israël afgelopen vrijdag met Libanon sloot, is vooral gunstig voor Israël en riskeert verdere onrust in Libanon, zeggen analisten tegen The New Arab.

De ontwapening van Hezbollah door het Libanese leger en de terugtrekking van Israëlische troepen uit Zuid-Libanon zijn de hete hangijzers van het ‘raamwerkakkoord’. Het akkoord zou moeten dienen als eerste opstap naar verdere onderhandelingen over beide onderwerpen.

Het was het resultaat van wekenlange, door de Verenigde Staten geleide onderhandelingen tussen Israël en Libanon. De door Iran gesteunde militante beweging en politieke partij Hezbollah deed niet mee aan de gesprekken.

Volgens het akkoord moet Libanon haast maken met de ontwapening van Hezbollah. Israël, dat momenteel een vijfde van het land bezet houdt, zou daarna zijn troepen terugtrekken.

Maar wanneer de Israëlische troepen uiterlijk het gebied moeten hebben verlaten, is onduidelijk, schrijft The New Arab. Ook ontbreekt een Israëlische toezegging om zich volledig uit het gebied terug te trekken. Dat houdt de deur open voor een verlenging van de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon, zeggen analisten.

In plaats daarvan spreekt het akkoord over ‘herplaatsing’ van troepen, zodra Hezbollah is ontwapend. Hierdoor zou Israël zijn troepen kunnen verplaatsen, of zelfs de controle over het gebied kunnen blijven uitoefenen, zoals het dat deed na de terugtrekking uit Gaza in 2005.

Premier Netanyahu heeft uitgesloten dat Israël zich zal terugtrekken uit Zuid-Libanon. Extreemrechtse ministers uit zijn kabinet hebben opgeroepen het gebied bezet te blijven houden, ongeacht de status van Hezbollah.

Hezbollah verzet zich tegen de ontwapening van zijn troepen. Leider Naim Qassem keurde het akkoord dan ook af. Het zal dan ook lastig, zo niet onmogelijk, zijn de beweging te ontwapenen, zeggen analisten. Er zijn zorgen dat het Libanese leger onder druk van het akkoord Hezbollah met geweld zal moeten ontwapenen.

Dit zou kunnen leiden tot binnenlandse spanningen en zelfs een nieuwe burgeroorlog, waarschuwen analisten. Een parlementslid van Hezbollah had na de bekendmaking van het akkoord gedreigd met een burgeroorlog.

Pijnlijk is dat Libanon ook ermee akkoord is gegaan geen ‘vijandige acties’ te ondernemen richting internationale organisaties. Dit betekent hoogstwaarschijnlijk dat Libanon geen juridische stappen kan zetten tegen Israël binnen de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof wegens mogelijke oorlogsmisdaden die het in Libanon heeft begaan.

Volgens NRC ondermijnen de afspraken van vrijdag de Libanon-clausule uit de deal tussen de VS en Iran, en was die ‘veel voordeliger’. Er zou een ‘direct en permanent einde’ komen aan de militaire operaties op alle fronten, inclusief Libanon. Het jongste akkoord stelt echter de ontwapening van Hezbollah als voorwaarde voor de ‘herplaatsing’ van Israëlische troepen op Libanees grondgebied.

Israëlische troepen trekken verder Syrië binnen

0

Gisteren, vlak nadat Israël en Libanon een akkoord sloten dat volgens de onderhandelaars een eerste stap naar vrede is, trokken Israëlische troepen verder Zuid-Syrië binnen. De Syrische regering heeft weinig mogelijkheden om de Israëlische opmars tegen te houden.

‘Israëlische troepen gaan steeds dieper Zuid-Syrië in. Berichten over gevechten, beschietingen en Syriërs die vluchten vanaf het platteland ten westen van Daraa in oostelijke richting,’ bericht journalist Harald Doornbos op X, met beelden van Israëlische voertuigen bij een Syrische blokkade op de weg naar Daraa in Zuid-Syrië.

Middle East Eye meldt dat Israëlische troepen op Syrische journalisten hebben geschoten, terwijl er ook kinderen aanwezig waren. Niemand raakte gewond.

Volgens Haaretz zegt een woordvoerder van het Israëlische leger dat de militairen zelf werden beschoten. Intussen zou het leger negen extra militaire posten hebben opgezet in Zuid-Syrië. Bij die operaties zouden aan Syrische zijde doden zijn gevallen. Hoeveel is vooralsnog onbekend.

Sinds de val van het Assad-regime eind 2024 heeft Israël zijn aanwezigheid in Zuid-Syrië gestaag uitgebreid. Vorig jaar zouden tijdens een overleg in Parijs tussen Turkije, Syrië en de Verenigde Staten invloedssferen zijn afgesproken: Noord-Syrië voor Turkije en Zuid-Syrië voor Israël.

President van Servië kondigt aftreden aan na anderhalf jaar van demonstraties

0

President Aleksandar Vucic van Servië treedt na anderhalf jaar van massale protesten terug. Of zijn vertrek definitief is, blijft vooralsnog onduidelijk. Wel heeft hij aangekondigd dat er nieuwe verkiezingen komen, waarmee hij tegemoetkomt aan een belangrijke eis van de demonstranten, meldt NRC.

Honderdduizenden Serven protesteerden anderhalf jaar lang om Vucic tot aftreden te dwingen. Afgelopen weekend gaf hij uiteindelijk toe. De onrust in Servië begon eind 2024, toen zestien mensen omkwamen bij een ongeluk op een treinstation in Novi Sad. Door corruptie zouden de veiligheidsmaatregelen onvoldoende op orde zijn. Met name studenten zagen het ongeluk als een symbool voor corruptie en gebrekkig overheidstoezicht.

Steeds meer mensen sloten zich aan bij de demonstraties, die uitgroeiden tot een aanhoudend volksprotest.

Critici beschouwen het aftreden van Vucic echter als een list van lange adem. Hij zou als premier willen terugkeren in het landsbestuur of, zoals Poetin in het bevriende Rusland deed, een vertrouweling naar voren schuiven die tijdelijk de leiding op zich neemt, alvorens hij zelf terugkeert naar het centrum van de macht.

Het is nog niet duidelijk wanneer de nieuwe verkiezingen worden gehouden.

‘Voor wie ben je nou eigenlijk?’

Eerlijk is eerlijk: het WK herenvoetbal plaatste mij voor een lastig moreel dilemma. Ga ik kijken naar een WK waarvan het gastland schaamteloos discrimineert, waar een scheidsrechter de toegang zelfs werd geweigerd en waar een heel elftal moest uitwijken naar een ander gastland, omdat het in het ene gastland niet welkom was? En dan heb ik het nog niet eens over die belachelijke ‘drinkpauzes’ of de sponsoring door Aramco, het grootste broeikasbedrijf ter wereld. Of het feit dat damesvoetbal anno 2026 nog steeds niet kan rekenen op dezelfde financiering, aandacht en kansen als de heren, die toch echt hetzelfde spelletje spelen. Om over mijnheer Infantino en zijn zogenaamde vredesprijs nog maar te zwijgen.

Maar ja, ook mijn bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus won mijn voetballiefde het van mijn principes en zit ik toch telkens weer midden in de nacht aan de buis gekluisterd als we moeten spelen. Die ‘we’, dat zijn bij ons thuis overigens best een aantal landen. Nederland uiteraard, en natuurlijk Egypte, waar mijn man vandaan komt. Maar ook Tunesië volgen we op de voet, evenals Marokko, Frankrijk, Curaçao en Kaapverdië. Altijd prijs, zou je zeggen.

Toch worden mijn man en ik vaak gevraagd om kleur te bekennen. Alsof je er pas echt bij hoort als je in je juichjack naar links en rechts staat te springen met een biertje in je hand. ‘Voor wie ben je nou eigenlijk?’ vroeg een enkeling zelfs op de vrouw af. Ik zeg: waarom kiezen? Maakt het iemand minder Nederlands als je naast de mannen van Oranje ook de Atlasleeuwen, de Farao’s en de Adelaars van Carthago een warm hart toedraagt?

Waarom moet het toch altijd meteen gaan over loyaliteit?

Nederland is mijn geboorteland, Egypte is mijn ‘country-in-law’ en Tunesië is mijn tweede thuis, nadat ik er jaren geleden heb gewoond, gewerkt en gestudeerd. Dus niet zo gek toch, om voor al die landen te juichen? Net zo gewoon als wanneer Nederlandse Marokkanen voor Marokko zijn, Nederlandse Kaapverdianen voor Kaapverdië of Nederlandse Turken voor Turkije. Waarom moet het toch altijd meteen gaan over loyaliteit? Ik snap daar echt helemaal niks van. Wat is nou eigenlijk precies het probleem? Blijkbaar moet je je hier telkens weer opnieuw bewijzen als het gaat om identiteit. Ben je wel Nederlands genoeg? Juich je wel voor het juiste team?

Ik breek graag een lans voor meervoudige vaderlandsliefde. Niet of-of, maar en-en. Dat is namelijk geen zwakte, maar een verrijking. Superhandig tijdens een WK, want je spreidt je kansen. Maar ook buiten het voetbal is het een enorme luxe om je op verschillende plekken thuis te voelen, de taal te spreken en de weg te weten. In het doolhof van de medina van Tunis weet ik de lekkerste banketbakker met een blinddoek om te vinden en weet ik wat een taxi kost vanaf het vliegveld. Welkom terug, zeggen ze in Alexandrië als ik binnenloop bij mijn lievelingsrestaurant. En bij onze vrienden in Griekenland staat de koffie klaar wanneer we maar willen. Dat voelt fijn. Net zo fijn als wanneer de Haagse patatboer zonder woorden weet dat ik een patatje speciaal wil, met curry en uitjes. Of als mijn hart sneller gaat kloppen zodra ik de eerste akkoorden hoor van Hazes’ Bloed, zweet en tranen. Heerlijk toch?

En het leuke is: als je het eenmaal hebt, die meervoudige vaderlandsliefde, dan is het best besmettelijk. Mijn moeder volgt de vorderingen van Salah en zijn collega’s inmiddels ook op de voet, mijn Egyptische schoonfamilie juicht mee met Oranje en de Tunesische taxichauffeur herinnert zich nog de gouden dagen van Gullit, Rijkaard en Van Basten. Een paar minuten fietsen van ons huis hangen ondertussen Marokkaanse, Turkse en Nederlandse vlaggen vrolijk naast elkaar te wapperen in de wind. In Deventer zag ik van de week een hele straat vol oranje vlaggen, met één huis waar men duidelijk voor Duitsland was. Kijk, ook dat is voetbal. Ik wens u allen een mooie voetbalzomer. Moge het beste elftal winnen. De bal is en blijft tenslotte rond.

Ook de islamitische wereld kent een lange geschiedenis van slavernij

De trans-Atlantische slavernij is uitgebreid onderzocht, maar de slavenhandel in de islamitische wereld krijgt veel minder aandacht. In Abd schetst historicus Justin Marozzi die geschiedenis, waarvan de omvang lang werd verdonkeremaand.

Midden april nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met een grote meerderheid van 123 stemmen vóór, 3 stemmen tegen en 52 onthoudingen een resolutie aan waarmee de Trans-Atlantische slavenhandel betiteld werd als ‘de ergste misdaad tegen de menselijkheid’. Twee van de drie tegenstemmers waren – verklaarbaar – Israël en de Verenigde Staten. Tot de vele landen die zich van stemming onthielden, behoorden de meeste Europese landen, waaronder Nederland.

Waarover zij struikelden, was het woordje ‘ergste’. Niet: ‘één van de ergste’, maar uitdrukkelijk: ‘ergste’. Het inhoudelijke bezwaar daartegen was tweeledig. Ten eerste belandde de Shoah daarmee automatisch in de hiërarchie van verschrikkingen op de tweede plaats – en waar het westerse kolonialisme voor de niet-westerse landen de morele maat van alle dingen vormt, vormt de genocide door de nazi’s op de Joden dat voor de westerse.

Voor gekoloniseerde volkeren maakt het niet zoveel uit of de veroveraars per schip of per kameel hun land binnenvielen

En ten tweede werd met het uitsluitend noemen van de Trans-Atlantische slavenhandel de slavernij en slavenhandel in andere delen van de wereld – bijvoorbeeld door de Arabieren – ook stilzwijgend naar het tweede plan verwezen.

Het herinnert aan de wijze waarop ooit door diezelfde VN ‘kolonialisme’ werd gedefinieerd en veroordeeld: als imperialisme over zee. Daarmee werd dat tot een uitsluitend westers verschijnsel gemaakt en bleef onderdrukkend imperialisme over land – bijvoorbeeld van Moskou, Beijing, Djakarta (denk: Molukken) – doelbewust buiten schot. Maar voor gekoloniseerde volkeren maakt het niet zoveel uit of de veroveraars per schip of per kameel hun land binnenvielen.

Groot taboe

De meer dan duizendjarige slavernij in de islamitische wereld, waarbij Arabische slavenhandelaren al vele eeuwen vóór de Portugezen begonnen waren zwart Afrika leeg te roven: het vormde als onderwerp lang een groot taboe. Zowel in het Westen als in het Oosten zelf. In het eerste geval uit angst enerzijds extreemrechts met anti-Arabische vooroordelen in de kaart te spelen en anderzijds het verwijt te krijgen daarmee het westerse aandeel te willen relativeren.

En in het tweede geval in feite om dezelfde reden: het zou het mondiale aanzien van de Arabische wereld te zeer schaden en het uitspelen van de antiwesterse morele kaart moeilijker maken als men onder ogen moest zien dat men zelf inzake de slavenhandel eeuwenlang geen haar beter was geweest. De omvang werd lang verdonkeremaand, de aard ervan gebagatelliseerd. Uitvoerige aandacht voor de slachtoffers van Arabisch imperialisme paste niet in het dominante vertoog van slachtofferschap, omdat men dus zelf óók dader was geweest – zoals het niet in het dominante vertoog van slachtofferschap van Israël past dat men nu zelf dader geworden is.

Zijn boek bestrijkt de hele regio van Mauretanië (waar nog steeds slavernij bestaat) tot en met Perzië

Dat wegkijken is sinds de eeuwwisseling gelukkig wel afgenomen; ook in Turkije, Marokko en een aantal Arabische landen loopt een generatie jongere historici – zij het vaak tegen de zin van een oudere garde – niet langer om dit thema heen. Maar de omvang van de literatuur is maar een fractie vergeleken bij die over de Trans-Atlantische slavenhandel en haar gevolgen. Zo is niet alleen het aantal detailstudies gering, maar ook het aantal gedegen overzichtswerken.

Daaraan is vorig jaar een nieuw boeiend boek toegevoegd, Captives & Companions, nu net in het Nederlands vertaald onder de titel Abd. De geschiedenis van slavernij en slavenhandel in de islamitische wereld. De auteur, de in 1970 geboren Engelse historicus en journalist Justin Marozzi, was vele decennia in de Arabische wereld werkzaam, in een hele reeks van landen, en kent die zo door en door. Zijn boek bestrijkt de hele regio van Mauretanië (waar nog steeds slavernij bestaat) tot en met Perzië. ‘Abd’ is het Arabische woord voor ‘slaaf’ – dienovereenkomstig heeft ook de vertaler getracht het gebruik van gekunstelde anglicismen als ‘slaafgemaakten’ zoveel mogelijk te vermijden.

12 tot 17 miljoen

Aan de aantallen slachtoffers kan het, wat die langdurige en hardnekkige wetenschappelijke onderbestudering betreft, niet liggen: het aantal Afrikanen dat in nog geen vier eeuwen tijd in totaal in slavernij naar de beide Amerika’s werd weggevoerd, wordt op 11 tot 14 miljoen geschat, het aantal Afrikanen dat in elf eeuwen in Arabische slavernij belandde op 12 tot 17 miljoen. Precieze aantallen zijn in dat laatste geval veel moeilijker te achterhalen, omdat, anders dan bij Europese slavenschepen, de administratie veel gebrekkiger was.

Daarnaast kan, als bescheiden excuus voor die langdurige onderbestudering, aangevoerd worden dat de geroofde Afrikanen niet over zee, maar over land gedeporteerd werden, wat de geografische scheidslijn minder strikt maakt: waar ging slavernij binnen ‘zwart’ islamitisch Midden-Afrika zelf – want die bestond ook! – over in slavernij binnen ‘wit’ (Arabisch) islamitisch Noord-Afrika? En waar het in de Amerika’s vrijwel uitsluitend zwarte Afrikanen en zware fysieke dwangarbeid op plantages betrof, is het beeld voor de islamitische wereld veel diverser. Dat maakte het in het verleden makkelijker om een te rooskleurig beeld te schetsen.

Allereerst bestond een substantieel deel van de Arabische slaven niet uit Afrikanen, maar was afkomstig van de Balkan, de Kaukasus, Zuid-Rusland, Centraal-Azië of het Indische subcontinent. Die slaven konden het soms tot hoge militaire of bestuurlijke functies brengen – denk aan de (christelijke) Janitsaren in het Ottomaanse Rijk of de Mammelukken in Egypte – en zo een heel comfortabel leven leiden, al bleven zij in dat opzicht een minderheid en al bleven ook zij ten opzichte van hun meester tegelijk rechteloos.

Enorme variëteit in soorten slavernij

Het woord ‘Abd’ geeft dat eigenlijk ook aan: het kan behalve met het niet voor misverstand vatbare Nederlandse woord ‘slaaf’ in andere gevallen ook als ‘dienaar’ worden vertaald. Daarmee kon – op grond van diens maatschappelijke succes – de formeel en feitelijk nog steeds fundamenteel onvrije status van de persoon in kwestie op eufemistische wijze worden verhuld. De term ‘Abd’ is zo tekenend voor de mogelijkheid tot grotere dubbelzinnigheid die de enorme variëteit in soorten slavernij binnen de islamitische wereld aan een sympathisant bood.

Allereerst bestond een substantieel deel van de Arabische slaven niet uit Afrikanen

Een groot verschil met de Amerika’s vormde voorts uiteraard ook de massale haremslavernij voor (door eunuchen bewaakte) vrouwen, die in die legale vorm in het Westen absoluut niet bestond. Maar daarnaast trof een behoorlijk deel van vooral de zwarte Afrikanen hetzelfde wrede lot als hun soortgenoten aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan: tewerkstelling op plantages of in steengroeven, koper- en zoutmijnen. Met in de Arabische wereld dezelfde effecten op het tot op heden zeer hardnekkige voortbestaan van racistische opvattingen jegens zwarte mensen als in de beide Amerika’s – dezelfde soort raciale vooroordelen die voorheen de slavernij moesten helpen legitimeren.

Gebrek aan bronnen

Het is met een schokkend concreet actueel voorbeeld van dat laatste dat Marozzi zijn boek begint. Het daarmee helaas onvermijdelijk anekdotisch-individuele karakter daarvan vormt een prelude op de aanpak in de rest van het boek, wat bij alle informatierijkdom als het belangrijkste manco ervan aangemerkt moet worden. Het tweede manco vormt de wel erg onevenwichtige nadruk op de negentiende eeuw. Dat valt niet los te zien van een gebrek aan bronnen, ten minste aan ooggetuigenverslagen van (meest westerse) buitenstaanders en egodocumenten van de slachtoffers zelf: die zijn voor eerdere eeuwen nu eenmaal veel schaarser.

In het verlengde daarvan komt de nadruk dan onvermijdelijk ook zeer sterk op de sociale bovenlaag te liggen, wier ervaringen nu eenmaal in veel grotere frequentie zijn opgetekend. Voor het eerste millennium zorgt dat voor een te hoog 1001 Nacht-gehalte. Over het zware dagelijkse leven van de doorsneeslaven op de plantages en hun wrede behandeling komen we – vergelijk dat met wat over het Amerikaanse equivalent bekend is – maar zeer weinig te weten.

De nadruk ligt zo te weinig op de praktijk en te sterk op de theorie: te sterk op de wijze waarop de slavernij op basis van het islamitisch recht eeuwenlang werd gelegitimeerd, en met welke argumenten zij in de 19de eeuw werd bestreden – in de islamitische wereld zelf, maar toch vooral van Europese zijde. Eén parallel met Europa zelf valt overigens bij dat eerste op: ketters en heidenen tot slaaf maken gold als veel legitiemer dan datzelfde doen met geloofsgenoten. Dat was not done.

Justin Marozzi, Abd. De geschiedenis van de slavernij en slavenhandel in de islamitische wereld, Omniboek, 624 blz., € 39,99

Ankara verandert voor de NAVO-top in een vesting

0

Afgelopen woensdag stond NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in de Oval Office, druk bezig zich in de gunst te werken bij de president van de Verenigde Staten. Hij overlaadde Trump met lof en liet grafieken zien waaruit bleek dat de Europese defensie-uitgaven waren gestegen.

Hij zat ook glimlachend naast Trump toen die de Turkse president Recep Tayyip Erdogan ‘een groot leider, een zeer sterk persoon’ noemde en opschepte dat hij ‘alles wat ik hem ooit heb gevraagd’ heeft gedaan. Eén vraag kwam kennelijk niet aan de orde: wat de regering van Erdogan in de dagen voorafgaand aan dit optreden precies had gedaan met de stad Ankara — en met Turkije in het algemeen.

Rutte leek vastbesloten te negeren waar de NAVO in de kern voor staat.

Sinds half juni is Ankara veranderd in iets wat lijkt op een stad onder een staat van beleg. Zeventigduizend geüniformeerde en burgeragenten, evenals leden van de gendarmerie, worden ingezet voor de NAVO-top van 7 en 8 juli.

Een gebied met een straal van ongeveer vijf kilometer rond het presidentiële complex — waar de top plaatsvindt — is afgesloten voor verkeer. Gezichtsherkenningscamera’s zijn geplaatst op drukke plekken in de hoofdstad. Het gouverneurschap van Ankara heeft alle openbare bijeenkomsten, demonstraties, sit-ins, hongerstakingen, manifestaties, het uitdelen van flyers en zelfs concerten verboden van 28 juni tot en met 10 juli. Een verbod dat bijna twee weken duurt. Boomtakken zijn uit naam van de ‘veiligheid’ gesnoeid. Ambtenaren in de centrale districten hebben administratief verlof gekregen, alleen om het verkeer te verminderen. Bevriende regeringen zouden bovendien zijn gevraagd te voorkomen dat personen die in inlichtingenrapporten worden genoemd überhaupt naar Turkije afreizen.

Dit laat zien hoe een regering uit angst voor haar eigen burgers de controle steeds verder opvoert

Als journalist met meer dan veertig jaar ervaring heb ik vaak verslag gedaan van dit soort grote bijeenkomsten, waaronder de NAVO-top in Istanbul. Nooit heb ik zo’n huiveringwekkend tafereel meegemaakt. Dit gaat niet over veiligheid. Dit laat zien hoe een regering uit angst voor haar eigen burgers de controle steeds verder opvoert.

Op de ochtend van 23 juni werden in heel Ankara deuren ingetrapt. Politie en gendarmerie, gewapend met arrestatiebevelen van het Openbaar Ministerie in Ankara, hielden 209 mensen aan: vakbondsleden, academici, advocaten en journalisten. De reden? Om ‘de activiteiten en handelingen van terroristische organisaties te ontrafelen’.

Onder degenen die aan de rechter werden voorgeleid voor voorlopige hechtenis bevonden zich leden van TEMA, de grootste milieuorganisatie van Turkije, die zich inzet tegen bodemerosie en voor de bescherming van bossen. Vrijwilligers tussen de 60 en 79 jaar oud werden meegenomen naar de antiterreurafdeling en zonder enige ironie gevraagd of zij ‘schuilnamen’ hadden en of zij militaire training met wapens hadden gevolgd. Zes TEMA-leden werden officieel gearresteerd, onder wie de vertegenwoordiger van Ankara.

Ook aangehouden werd een docent economie aan de Faculteit Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Ankara, de dochter van, ironisch genoeg, een voormalig militair generaal. Toen advocaten zich haastten naar de anti-terreurafdeling om hun cliënten bij te staan, werden één advocaat en één cliënt mishandeld door politieagenten. Een vertegenwoordiger van de Orde van Advocaten van Ankara, die het geweld wilde vastleggen, kreeg geen toegang. Vakbondskoepel KESK noemde de situatie ronduit een feitelijke noodtoestand.

Alsof de arrestaties nog niet schokkend genoeg waren, was wat daarna met de pers gebeurde bijna surrealistisch. Tientallen Turkse journalisten en verschillende onafhankelijke media — waaronder het aloude persbureau ANKA, de dagbladen Cumhuriyet, Sözcü en Nefes en verschillende online media, waaronder T24 — kregen geen accreditatie voor de NAVO-top. Toen om een verklaring werd gevraagd, gaf de NAVO-woordvoerder een van de opmerkelijkste verklaringen uit de recente geschiedenis van de organisatie: accreditatiebesluiten voor toppen buiten het NAVO-hoofdkwartier zijn gebaseerd op ‘de beoordelingen van het gastland’. Met andere woorden: de NAVO heeft de beslissing over wie verslag mag doen van de NAVO overgelaten aan de regering-Erdogan.

De Turkse Journalistenvereniging (TGC) liet er geen misverstand over bestaan: ‘Met dit besluit heeft de NAVO ook de beginselen van ‘democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat’, zoals benadrukt in haar oprichtingsverdrag, geschonden.’

Terecht. In de preambule van het NAVO-verdrag staat dat de verdragsluitende partijen vastbesloten zijn ‘de vrijheid te waarborgen, gegrondvest op de beginselen van democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat.’

Ik weet niet of Rutte zich deze belangrijke passage wel realiseert. Misschien zou iemand het Noord-Atlantisch Verdrag op het bureau van de secretaris-generaal moeten leggen. Elk woord van die zin wordt vandaag in Ankara geschonden, ter voorbereiding op een top die zegt ‘de eenheid en waarden van het bondgenootschap te vieren’.

Misschien moet Rutte te rade gaan bij de ervaren Turkse diplomaat Namik Tan, die tijdens zijn loopbaan 32 NAVO-toppen heeft meegemaakt. Tan was duidelijk: ‘Nooit eerder in de geschiedenis van het bondgenootschap hebben we veiligheidsmaatregelen gezien die zo verstikkend zijn als die nu in Ankara worden genomen. Anti-democratische verboden opleggen aan je eigen bevolking voor een NAVO-top is bovenal onverenigbaar met het lidmaatschap van het bondgenootschap.’

Een andere Turkse diplomaat, voormalig ambassadeur Hakan Okçal (die ik samen met Tan heb ontmoet tijdens de NAVO-top van 2004 in Istanbul), ging nog verder. Hij riep alle journalisten die geen accreditatie kregen op zich via hun nationale vakbonden en internationale organisaties zoals RSF, IFJ en IPA te organiseren, gezamenlijk te protesteren, verklaringen te publiceren, informatiekramen op te zetten in Brussel en juridische stappen tegen de NAVO te ondernemen bij internationale gerechtelijke instanties.

Ik weet niet of Rutte zich deze belangrijke passage wel realiseert

Aan die oproep moet gehoor worden gegeven,  luid en duidelijk. Vooral Nederlandse journalisten zouden hun voormalige minister-president de vragen moeten stellen waarop hij echt antwoord moet geven.

Zoals de Deense oud-voorzitter van de Defensiecommissie en oud-parlementariër Rasmus Jarlov het verwoordde: ‘Het is voor mij volkomen onbegrijpelijk waarom iemand die premier is geweest van een van de beste landen ter wereld zijn waardigheid zou opofferen. Trump is over tweeënhalf jaar verdwenen, maar dit zal voor altijd jouw nalatenschap zijn. Het is het niet waard.’

Dat is het ook niet. Maar voor de academici, vakbondsbestuurders, oudere milieuactivisten, advocaten en onafhankelijke journalisten die deze week in Ankara in het sleepnet zijn beland, heeft Ruttes onverschilligheid een veel directere prijs. Staat de NAVO nog voor ook maar een beetje vrijheid, of is zij verworden tot een cynisch verkoopkantoor voor wapens? Dat is de vraag. Meneer Rutte, het woord is aan u.

Weerstand tegen islamitische school in Almere, Forumschool gaat weer open

0

De komst van de islamitische school Novum Saeculum Lyceum in Almere dreigt niet door te gaan. De scholengroep die een schoolgebouw moet delen met de nieuwe school, stapt naar de rechter.

Als de islamitische school er niet komt, is dat tegen de wens van islamitische sympathisanten die een eigen plek binnen het onderwijs willen. Maar niet iedereen steunt de komst van de school. Tegenstanders zijn een petitie gestart.

Initiatiefnemer Soner Atasoy laat zich niet uit het veld slaan. ‘Als er op basis van een petitie wordt gehandeld, dan gaan wij ook een burgerinitiatief opzetten met onze achterban. Vervolgens zullen wij het gebouw betreden en claimen. The easy way or the hard way: of met de sleutel of met de koevoet’, zegt hij.

Zijn moslimachterban demonstreerde eerder voor het schoolgebouw en eist de sleutel van de school op.

De gemeente heeft feitelijk al toestemming gegeven. Een eerste bezwaar van de scholengroep werd afgewezen. De kans is klein dat er bij een nieuw bezwaar een ander besluit uitrolt.

Intussen gaat de zogenoemde Renaissanceschool, gelieerd aan Forum voor Democratie, in augustus weer open. De basisschool moest twee jaar geleden de deuren sluiten vanwege een gebrek aan geld. De overheid neemt de financiering nu over. De school begint met een groep 1 voor kleuters van vier en vijf jaar.

‘De school heeft aan de juiste eisen voldaan om te mogen starten: het aantonen van voldoende belangstelling, een positief advies van de inspectie over de onderwijskwaliteit, VOG’s voor bestuurders en toezichthouders en een uitnodiging aan de onderwijspartijen in de regio voor een gesprek’, aldus een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs tegen Omroep Flevoland.

VN-rapport over voortdurende genocide in Gaza: ‘Palestijnse kinderen doelbewust vermoord’

0

Uit een nieuw rapport van de VN over de voortdurende genocide in Gaza blijkt dat Israël sinds 7 oktober 2023 twintigduizend Palestijnse kinderen heeft vermoord. In het rapport wordt ook gedetailleerd verslag gedaan van martelingen, verkrachtingen en moordpartijen. Israël wordt bovendien beticht van het doelbewust aanvallen van Palestijnse kinderen als een centraal onderdeel van de genocide in Gaza.

‘Het bewijs toont aan dat Palestijnse kinderen opzettelijk tot doelwit gemaakt en vervolgens gedood door de Israëlische veiligheidsdiensten,’ zegt VN-onderzoeker Srinivasan Muralidhar tegen Middle East Eye. Hij is voorzitter van de Onafhankelijke Internationale Commissie van Onderzoek naar het Bezet Palestijnse Gebied, inclusief Oost-Jeruzalem en Israël.

Het opzettelijk vermoorden van Palestijnse kinderen gebeurt op twee manieren, zo staat in het rapport. Ten eerste via ‘precisiewapens’ zoals drones en snipers, en indirect door de systematische vernietiging van de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor hun overleving.

Op deze manier zijn ten minste 20.179 Palestijnse kinderen sinds 7 oktober vermoord. Ook zijn hierbij ruim 44.000 Palestijnse kinderen gewond geraakt.

De VN-commissie wijst erop dat deze aantallen een conservatieve schatting zijn. Het werkelijke aantal is vermoedelijk veel hoger, omdat er nog vele doden onder het puin liggen. Het staakt-het-vuren vertegenwoordigt derhalve een papieren werkelijkheid, de Israëlische genocide is sinds vorig jaar niet geëindigd.