In haar nieuwe boek Nation of Strangers waarschuwt de Turkse schrijfster Ece Temelkuran, woonachtig in Duitsland, voor de teloorgang van democratieën wereldwijd en de normalisering van fascisme.
Temelkuran, die in 2016 Turkije verliet na haar felle kritiek op de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, ziet vluchtelingen, ballingen (zoals zij wordt genoemd) en ook burgers het liefst als vreemdelingen, in plaats van hen in hokjes in te delen, zegt zij in een interview met NRC. Volgens haar kun je je ook een vreemdeling voelen zonder je land te verlaten, doordat je het gevoel van thuis kwijtraakt.
Ze verwerpt de hiërarchie die in het Westen bestaat tussen mensen die hun land hebben moeten verlaten. Terwijl intellectuele ballingen zoals zij vaak worden gevraagd om op een podium hun verhaal te vertellen, moeten vluchtelingen of asielzoekers (die gevlucht zijn voor veiligheid) hun verhaal vertellen om te bewijzen dat zij slachtoffer zijn. Volgens Temelkuran tast dit soort hiërarchie, die Europa het gevoel geeft goed bezig te zijn, de waardigheid van mensen aan.
Temelkuran is er dan ook van overtuigd dat zij als schrijvende ‘balling’ geen recht heeft op meer privileges dan bijvoorbeeld vluchtelingen of asielzoekers.
Terwijl zij merkt dat mensen in het Westen niet inzien dat ook in hun landen de democratie wordt ondermijnd, ziet Temelkuran dat het fascisme ook hier oprukt. Zo moest zij vóór haar optreden op een Duits cultureel festival een vragenlijst invullen waarin haar werd gevraagd of zij Hamas steunde en het bestaansrecht van Israël erkende. Het was een subtiel symptoom van fascisme, zegt zij tegen NRC. Ze voegt eraan toe dat, net als bij fascisme, je bepaalde woorden moet gebruiken om te laten zien dat je geen vijand van de staat bent, iets wat zij zegt te herkennen uit Turkije.
In plaats van de vraag hoe we om moeten gaan met migratie, is Temelkuran van mening dat we ons moeten afvragen wat ‘thuis’ in Europa betekent. Wanneer nieuwkomers en mensen die hier al generaties wonen met elkaar het gesprek aangaan over ‘thuis’, kan Europa misschien een uitweg vinden, zegt zij tegen NRC.
Steeds meer scholen zien zich gedwongen om hulp te vragen voor hun dak- en thuisloze leerlingen, schrijftHet Parool, op basis van informatie van het Jeugdeducatiefonds. Het woningtekort in Nederland leidt tot schrijnende situaties, waarbij kinderen steeds weer ergens anders moeten verblijven: bij kennissen, vreemden of in de daklozenopvang.
Scholen kunnen financiële steun krijgen voor kleding, schoolspullen, kussens of dekens en zelfs voor opvang in hotels. Volgens voorzitter Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds heeft het gebrek aan een vaste verblijfplaats een zeer ontwrichtend effect op kinderen. Zij voelen zich vaak onveilig en hun schoolprestaties lijden eronder.
Door het aanhoudende woningtekort zitten daklozen- en vrouwenopvanglocaties vol. Gezinnen moeten er soms maanden of zelfs jaren blijven, terwijl de locaties niet zijn ingesteld op de behoeften van kinderen, zoals kinderkleding en knuffels.
Er zijn ook gezinnen die afhankelijk zijn van een huisbaas die een woning illegaal onderverhuurt. Hun leed blijft vaak verborgen, zegt Spekman tegen Het Parool. Zij hebben geen rechten en krijgen bijvoorbeeld geen huurtoeslag.
Bij een daklozentelling in 57 Nederlandse gemeenten vorig jaar werden 28.721 daklozen geteld, onder wie 4000 dakloze kinderen. In Amsterdam bleken 11.065 dak- en thuislozen te wonen, onder wie 1446 kinderen.
Spekman noemt ook andere zaken die van invloed zijn op de leefomgeving van dak- en thuisloze kinderen. Er komt steeds vaker schimmel voor in woningen, waar kinderen met astma of sikkelcelziekte veel last van hebben. Een toename van huiselijk geweld leidt tot meer huisuitplaatsingen van kinderen, waardoor zij steeds vaker in de vrouwenopvang terechtkomen.
De voorzitter van het Jeugdeducatiefonds roept het kabinet, gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven op om iets te doen aan de schrijnende situatie.
De voorzitter van het Armeense parlement, Alen Simonyan, klaagt over de Azerbeidzjaanse invloed op de Turkse politiek. Hij denkt dat de betrekkingen tussen Turkije en Armenië bewust door Azerbeidzjan worden gesaboteerd. Dit vertelt hij in een interview met de Turks-Armeense krant Agos.
‘Ik hoop dat de grens tussen Turkije en Armenië eindelijk wordt geopend en dat de diplomatieke betrekkingen op een gezonde manier tot stand komen’, zegt Simonyan tegen Agos. Hij is in Turkije voor een kort bezoek aan de Armeense gemeenschap, niet geheel toevallig aan de vooravond van de herdenking van de Armeense Genocide, die dit jaar 111 jaar geleden plaatsvond.
‘Eigenlijk is er van onze kant en vanuit Turkije al het nodige gedaan. Dat er nog steeds geen beweging in zit, heeft te maken met de lobbyactiviteiten van Azerbeidzjan. Het is alsof Turkije gegijzeld wordt door deze invloed’, zegt Simonyan.
Die uitspraak is niet zonder reden. Armenië heeft een paar jaar geleden een bloedige nederlaag geleden tegen Azerbeidzjan om Nagorno-Karabach. Meer dan 100.000 Armeniërs moesten daarna vertrekken. Mensenrechtenorganisaties spreken dan ook van een etnische zuivering.
Azerbeidzjan, maar ook Turkije, lijkt echter nog meer te willen. De twee Turkstalige landen hebben openlijk de wens uitgesproken om een landverbinding (de Zangezur-corridor) op Armeens grondgebied te vestigen. Ook Donald Trump lijkt dat plan te steunen en spreekt zelfs van een ‘Trump-corridor’. Maar Iran en Rusland zijn tegen zo’n verbinding, die de vrije route van Iran naar Rusland zou dwarsbomen. Armenië lijkt vanouds weer een speelbal van al die geopolitieke belangen te worden.
‘Er is totaal geen reden meer om de grens met Turkije te openen’, zegt Simonyan, en hij herinnert Turkije aan de beloftes die hierover zijn gedaan. Vermoedelijk verbindt Turkije de opening van die grens aan de corridor door Armeens grondgebied, wat opnieuw tot een conflict kan leiden met Azerbeidzjan (en indirect met Turkije).
Over moslims en de islam lijkt iedereen alles te kunnen zeggen. Dat zorgt er als moslim voor dat je gaat overcompenseren, beseft Tahira Shah na een bijeenkomst over islamofobie afgelopen zaterdag.
Afgelopen weekend was ik bij een bijeenkomst bij Stichting Perdu over islamofobie. Het werd georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID). De insteek was om een brandbrief te sturen naar premier Jetten en een effectieve demonstratie voor te bereiden om iets te doen tegen islamofobie en moslimhaat. Ik had graag gezien dat de zaal vol zat met witte, niet-moslim Nederlanders. Dat was niet het geval. Sterker nog, ook vanuit moslims zelf laat de opkomst te wensen over, vooral omdat men bang is om zich uit te spreken, werd duidelijk uit de discussies.
Stoppen met bang zijn
Schrijver en docent burgerschap Bilal ben Abdelkarim was één van de sprekers en sprak de zaal toe. ‘We willen er niet voor uitkomen, maar we zijn bang.’ We moesten ons over die angst heen zetten en zeggen zoals het is, ook al schuurt het. We zouden ons niet meer verantwoordelijk moeten voelen voor hoe de ander zich voelt als je praat over discriminatie. ‘Laat dat ongemak er maar zijn.’ De pijn was voelbaar toen Bilal sprak over de onveiligheid van moslims. Ik kon de tranen niet meer bedwingen. Hij riep op om niet langer te wachten op goedkeuring van de dominante groep, maar het heft in eigen hand te nemen en je eigen kracht aan te boren.
Ik ben nog aan het leren om lang onderdrukte gevoelens uit te spreken, met het risico om onbegrepen te worden door de dominante groep met een homogene achtergrond. Wanneer je dat eerder probeerde, werd het sussend, minimaliserend en afwijzend ontvangen. Ik zocht erkenning die niet kwam en kreeg het idee dat ik nodeloos moeilijk deed. Zo ga je internaliseren dat het aan jou ligt. Maar het knelde om een reden. Ik wil de knoop in mijn maag en de kramp waarmee je door het leven beweegt en je plek probeert te vinden, niet langer negeren. Ik wil onrechtvaardige ervaringen niet meer bagatelliseren of mee-ontkennen om niemand voor het hoofd te stoten. Ik hoop zo bewustzijn te creëren over het pad van ‘de ander’, waar nog altijd te weinig kennis over is en waar verkeerde beeldvorming over bestaat.
‘Je leert dat je niet moet lijken op het schrikbeeld van de migrant’
Normalisatie van moslimhaat
De sprekers waren het erover eens: moslimhaat is genormaliseerd. Daders horen het niet meer en je gaat er zelf ook gemakkelijker in mee. De moslim wordt gekoppeld aan gevaar en als veiligheidsprobleem gezien, wat leidt tot ontmenselijking. In dat kader lijkt alles geoorloofd om te zeggen en te vinden over moslims en de islam. Het is dan aan jou om te bewijzen dat je geen risico vormt. Maar hoe kun je dat ooit aantonen? ‘Het wordt tijd dat we islamhaat weer abnormaal maken’, zei Bilal.
Je leert dat je niet moet lijken op het schrikbeeld van de migrant, de moslim, de kleurling, die nergens welkom is. Je verantwoordt je afkomst, legt je gebruiken uit, verbergt delen van je identiteit en past je aan. Je conformeert je aan normen die niet de jouwe zijn en probeert tevergeefs daaraan te voldoen. Je probeert alleen een kloof te dichten, bouwt bruggen die de overkant niet bereiken en gaat uiteindelijk zelf maar zwemmen. De bewijslast dat jij oké bent en begrepen moet worden ligt bij jou, omdat jij als ‘anders’ wordt gezien. Dit wordt genormaliseerd, ook door jezelf, terwijl je diep van binnen voelt dat het niet klopt. Die spanning blijft, maar woorden ervoor ontbreken vaak, of vinden geen gehoor.
Trauma
Het was voor mij een aangrijpende middag en een moment van herkenning. Een psychotherapeute uit de zaal sprak over persoonlijk trauma bij moslims als gevolg van islamhaat en discriminatie. Daarbij worden deze ervaringen vaak ook nog miskend. Je kunt niet alleen moeilijk benoemen dat je je onveilig voelt, maar wordt ook verantwoordelijk gemaakt voor het ongemak van degene die discrimineert. Je leert al jong de ander tegemoet te komen, ook al zou je gelijkwaardig moeten zijn. Omdat woorden als discriminatie en islamhaat zoveel ongemak oproepen, maak jij het maar draaglijker voor de ander.
Mijn ervaring is dat je overcompenseert voor het comfort van de ander. Gediscrimineerd worden en tegelijk rekening moeten houden met de gevoelens van degene die dat doet, vormt je gedrag, keuzes en zelfs je levensloop. Dit leidt tot zelfverloochening. Je hoort je hele leven dat je je moet aanpassen; integratie betekent in de praktijk vaak eenzijdige aanpassing. Het moeilijkste vond ik om dit onderdrukte, maar altijd aanwezige gevoel toe te laten. Dat is normaal gesproken beangstigend, maar hier was een veilige ruimte waarin het herkend werd. Het maakte duidelijk hoe onveilig het voor mij als minderheid vaak is geweest. Wat een last om te moeten passen in een dominante groep met een ander referentiekader, terwijl je doet alsof je hetzelfde bent. Wat een sociale rek. ‘Je aanpassen’ lijkt een nobel streven, maar vraagt om een ongezonde flexibiliteit die je uiteindelijk vervormt. Zo hard werken om niet jezelf te mogen zijn, is een onrecht dat benoemd mag worden. Hoe kun je zo tot je recht komen?
‘Er mag verwacht worden dat mensen zich verdiepen en proberen zich te verplaatsen in anderen’
Institutioneel
Daarnaast gaf antropologisch onderzoeker Martijn de Koning informatie over diepgewortelde discriminatie, waarbij overheden wetten hebben overschreden om moslims te bespieden, moskeeën te infiltreren en hen onterecht te verdenken. Ik was geschokt dat islamofobie ook op macroniveau genormaliseerd is. Als het moslims betreft, lijkt de wet zelfs niet van toepassing. De bevindingen van Meldpunt Islamofobie en ervaringen van organisaties die al decennia gehoord proberen te worden door politie en bestuur geven een kwetsbaar gevoel. De conclusie was dat je het niet kunt winnen van de overheid. Nederland is niet alleen sociaal onveilig voor moslims, maar ook institutioneel problematischer dan ik dacht. En die ongelijkheid lijkt nauwelijks erkend te worden buiten de gemeenschap zelf.
Onwetendheid
Er zijn nog altijd mensen die het bestaan van discriminatie en islamofobie niet erkennen. Omdat het hen niet raakt, gaan ze ervan uit dat het niet bestaat. Ondanks feiten en onderzoek beschouwen sommigen het als een broodjeaapverhaal. Waarom zouden we dit verzinnen? Waarom vragen we hier aandacht voor? Aan het begin van de middag werd gesteld dat het ontkennen van islamofobie op zichzelf islamofobie is. Ik twijfelde daaraan, omdat onwetendheid ook een rol kan spelen. Maar in het huidige klimaat vind ik die nuance minder relevant. Er mag verwacht worden dat mensen zich verdiepen en proberen zich te verplaatsen in anderen. Er zijn voldoende boeken beschikbaar, zoals Van dankbaar naar strijdbaar van Bilal. Kom naar bijeenkomsten, luister, teken petities, steun initiatieven en help mee om de demonstratie tegen islamofobie in maart 2027 groot en effectief te maken.
Bouw de brug mee vanaf de andere kant van de oever, zodat we niet langer alleen hoeven te zwemmen in een zee van onbegrip.
De publieke en politieke verontwaardiging na het verschijnen van een rapport over Israëlische martelgevangenissen wordt niet gedeeld door het partijloze Kamerlid Mona Keijzer (ex-CDA, ex-BBB). Zij zegt niet te geloven dat Palestijnse kinderen worden gemarteld, vernederd en seksueel misbruikt, en noemt het rapport zelfs ‘antisemitisch’. Het journalistieke jongerenplatform De Marker vroeg haar om een toelichting.
‘Door zonder kritiek zo’n rapport als waarheid aan te nemen en te stellen dat het is veroorzaakt door de Israëlische regering, voed je de discussie hier in Nederland alsof dat zo’n beetje het allerergste is in die regio,’ zegt Kamerlid Mona Keijzer in de Tweede Kamer.
Ze onderbouwt die afwijzing verder niet. Dus rijst de vraag waarop zij haar ontkenning dat Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen worden gemarteld baseert.
De directeur van Save the Children, Pim Kraan, vindt wat Keijzer beweert volstrekte onzin. ‘Wij hebben de interviews zelf afgenomen en er is geen enkele twijfel mogelijk aan de echtheid van deze verhalen’, vertelt hij in een reactie aan De Marker. Toch blijft Keijzer volhouden dat er ‘antisemitisme’ in het spel is. ‘Mijn mening is dat het één-op-één doorzetten van dit soort informatie, zonder discussie en zonder vragen te stellen, bijdraagt aan een klimaat in Nederland waarin Jodenhaat inmiddels bijna normaal lijkt te zijn.’
De Marker zet vraagtekens bij de houding van het pro-Israëlische Kamerlid. ‘Als het een ander rapport was geweest, had u het dan ook direct in twijfel getrokken, of nu alleen omdat het om Palestijnen gaat?’, vragen ze.
Keijzer is daar niet van gediend en laat dat ook merken. ‘Aan dat laatste bijzinnetje neem ik aanstoot. Het maakt mij namelijk niet uit waar je vandaan komt.’
Dat blijkt in ieder geval niet uit haar politieke trackrecord, waarin ze Palestijnen en moslims juist stelselmatig in het verdachtenbankje plaatst en het Israëlische regime onvoorwaardelijk steunt, ondanks de voortdurende genocide in Palestina.
Voormalig Israëlisch topdiplomaat Alon Liel vertelt wat de schendingen van de rechten van Palestijnen met hem doen. ‘Ik voel me verschrikkelijk over wat mijn land de Palestijnen heeft aangedaan.’
Alon Liel is de voormalige Israëlische ambassadeur in Turkije en Zuid-Afrika en voormalig ondersecretaris van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij is al twintig jaar niet meer werkzaam bij de overheid en geeft momenteel les aan verschillende Israëlische universiteiten. Hij is geboren in 1948, het jaar van de Nakba, toen honderdduizenden Palestijnen werden verdreven.
Voor hem is die geschiedenis geen abstract begrip, maar steeds meer een morele last die dagelijks doorwerkt. In dit openhartige interview blikt hij terug op zijn jeugd in een land dat Palestijnen onzichtbaar maakte, zijn rol in de internationale diplomatie en zijn groeiende overtuiging dat zonder erkenning en herstel geen toekomst mogelijk is voor Israël.
Op 15 mei herdenken Palestijnen wereldwijd de ‘voortdurende Nakba’. U bent in 1948 in Tel Aviv geboren, dus u bent even oud als de Nakba. Heeft dat enige invloed op u gehad?
‘Geboren zijn in 1948 had als kind of jongere weinig effect op mij. Ik groeide op zonder enige kennis over de Palestijnen. We leerden er niets over op school en ik kan me niet herinneren dat ik ooit ‘een Palestijn’ ontmoette vóór ik naar de universiteit ging. Als ik me niet vergis, zei onze premier Golda Meir rond 1968-69 dat ‘een Palestijns volk niet bestaat’. Dat was de sfeer waarin ik opgroeide.
Voor mij als seculiere Israëliër was Onafhankelijkheidsdag op 15 mei de belangrijkste feestdag van het jaar. De enige feestdag waar ik me echt sterk mee verbonden voelde. Het woord ‘Nakba’ kende ik natuurlijk niet. Ons werd verteld dat tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 de Arabieren die hier woonden gewoon waren weggevlucht.’
Israël wordt beschuldigd een apartheidsstaat te zijn. U was ambassadeur in Zuid-Afrika. Heeft u ooit gedacht dat er een vergelijkbaar systeem in Israël werd opgebouwd?
‘Ik was ambassadeur in Zuid-Afrika van 1992 tot 1994, benoemd door de regering van Yitzhak Rabin omdat ik me in de jaren tachtig fel had uitgesproken tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid. Ik werkte daar samen met het ANC en natuurlijk met Nelson Mandela, die toen al vrij was. Dit waren de “Oslo-jaren”, waarin Israël richting vrede met de Palestijnen bewoog. Mandela en zijn team steunden dat proces sterk, en ik bouwde uitstekende werkrelaties met hen op. We gingen richting vrede, gesteund door het hele Afrikaanse continent. In die jaren sprak niemand over Israëlische apartheid.’
Ja, maar toch lijken de kiemen daarvoor toen al gelegd.
‘Maar met deze vraag spring je dertig jaar vooruit. Ik behoor tot de eerste Israëli’s die de bezetting van de Westelijke Jordaanoever “Israëlische apartheid” noemden. Juridisch gezien lijkt de situatie daar sterk op die in Zuid-Afrika: gescheiden rechtssystemen voor Joden en Arabieren. Ook demografisch zijn er parallellen: Joodse kolonisten vormen zo’n 20 procent van de bevolking, maar hebben de volledige veiligheidscontrole over het grootste deel van het gebied, gesteund door het Israëlische leger. Binnen Israël ligt dat anders, maar de verantwoordelijkheid van de Israëlische regering voor de apartheid op de Westoever valt niet te ontkennen.’
Alon Liel. Beeld: TRT World Now/YouTube
Volgens veel mensenrechtenorganisaties, onderzoekers en landen pleegt Israël genocide in Gaza en de Westoever, en volgens sommigen ook in Libanon. Hoe kijkt u daartegenaan?
‘De beschuldigingen van genocide hebben betrekking op onze verschrikkelijke oorlog in Gaza in de afgelopen drie jaar. De zaak wordt behandeld door het Internationaal Gerechtshof en de uitspraak kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van Israël.’
Wacht u op die uitspraak om te bepalen of er sprake is van genocide?
‘De recente oorlog met Iran leidde de aandacht af van het lot van de Palestijnen. Als de oorlog met de Palestijnen binnenkort wordt hervat, kan dat de beschuldigingen van genocide tegen Israël nieuw leven inblazen. Dit zal een last zijn die Israël met grote moeite zal kunnen dragen.’
U heeft zich in uw carrière sterk op Turkije gericht en veel geschreven over de Turks-Israëlische betrekkingen. Waar komt die interesse vandaan?
‘Als jonge diplomaat weet je niet van tevoren waar je terechtkomt. Begin jaren tachtig zat Israël in een diepe crisis met Turkije. Ik werkte toen als consul in Chicago en werd overgeplaatst naar Ankara. Die jaren in Turkije, met mijn gezin, hebben mijn interesse aangewakkerd. De diplomatieke missie was uitdagend en interessant, en we hielden van het land en maakten veel Turkse vrienden. Terug in Israël kreeg ik de kans om mijn proefschrift te schrijven over het Turkse buitenlandse beleid, wat mijn interesse verder versterkte.’
‘Ik behoor tot de eerste Israëli’s die de bezetting van de Westelijke Jordaanoever “Israëlische apartheid” noemden’
Tot de opkomst van islamistische politiek vormden Turkije, Israël en de VS een soort alliantie tegenover Arabische landen. Hoe ervaarde u dat?
‘Onze relatie met Turkije kende veel pieken en dalen. Ik diende daar in moeilijke tijden. In de tweede helft van de jaren tachtig begon het te verbeteren, mede door het einde van de toenmalige energiecrisis en de Israëlische terugtrekking uit Libanon. In de jaren negentig hadden we een soort “liefdesaffaire” met Turkije, die je ook een alliantie kunt noemen, inclusief militaire samenwerking. Maar wij zagen die alliantie niet als gericht tegen specifieke landen, noch in het Midden-Oosten, noch daarbuiten.’
Denkt u wel eens: als ik als Palestijn was geboren, wat zou er dan van mij geworden zijn?
‘Ik denk daar elke dag aan. Ik voel me verschrikkelijk over wat mijn land de Palestijnen heeft aangedaan. Ik doe mijn best om dat recht te zetten en weet dat Israël geen normaal land kan worden zolang we die schade niet herstellen. Ik was betrokken bij de relaties die we in de jaren negentig met Palestijnen opbouwden, en velen van hen zijn nog steeds mijn vrienden. Ik identificeer me sterk met hun verdriet en zal tot mijn laatste dag werken aan herstel.’
Voelt u zich bevoorrecht als Joodse Israëliër?
‘Zeker. Hoewel wij ook oorlogen hebben meegemaakt, verliezen hebben geleden en zelfs fysiek gewond zijn geraakt – ikzelf ook – is onze situatie niet te vergelijken met die van de Palestijnen. Hun lijden is immens. Ik voel me ook bevoorrecht ten opzichte van Arabisch- Israëlische burgers, die niet gelijk zijn aan Joden, noch in levensomstandigheden, noch in juridische status. Wat me de laatste tijd vooral verontrust, is dat veel Joodse Israëli’s een gevoel van superioriteit hebben ontwikkeld tegenover Arabieren. Ik heb me nooit superieur gevoeld en zal dat ook nooit doen.’
Palestijnse vluchtelingen
Wat vindt u van boycots tegen Israël? Is dat de enige manier om het regime van Netanyahu te stoppen?
‘In Israël is het bij wet verboden om boycots tegen het land te promoten. Ik respecteer de wet en als grootvader van zeven kleinkinderen die allemaal in Israël wonen, blijf ik liever uit de gevangenis. Maar de Westelijke Jordaanoever is niet officieel geannexeerd – en ik hoop dat dat zo blijft – en ik beschouw het niet als Israëlisch grondgebied. Daarom vind ik dat het boycotten van producten uit nederzettingen en van gewelddadige kolonisten een belangrijke stap kan zijn richting vrede.’
In Nederland is discussie over ‘het bestaansrecht van Israël’. Critici stellen dat alleen volkeren bestaansrecht hebben, niet staten, en wijzen erop dat staten in de geschiedenis ook verdwijnen, zoals Joegoslavië en de Sovjet-Unie. Wat vindt u daarvan?
‘Ik vind zeker dat Israël bestaansrecht heeft. Tegelijk verwacht ik dat het land waar ik ben geboren en waar mijn familie woont zich houdt aan internationale normen en het internationaal recht volledig respecteert. Daar zijn we nu nog ver van verwijderd, maar ik hoop en geloof dat deze trend zal keren en dat Israël weer respect zal terugwinnen. Dat zal tijd kosten, maar we moeten de hoop niet opgeven.’
Hoe ziet u vrede, na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd?
‘Vrede is op dit moment moeilijk voor te stellen, maar ik heb waarschijnlijk een sterke verbeelding. Zonder vrede wordt het voor Israël moeilijk om te blijven bestaan. We zijn een ontwikkeld land met een open economie die niet kan overleven zonder internationale banden – handel, investeringen, onderzoek. We kunnen niet eeuwig met het zwaard leven, zeker niet als we geïsoleerd raken. Ik hoop dat meer Israëli’s dat zullen inzien en hun militaristische en isolationistische houding zullen herzien. We moeten de internationale gemeenschap respecteren, inclusief onze buren. Dat is moeilijk na zoveel jaren van oorlog, maar met inspirerend, op vrede gericht leiderschap – in Israël en in de regio – is het mogelijk.’
Kleinkunstenaar Ayoub Kharkhach heeft met zijn theaterlied Handen van goud de Annie M.G. Schmidtprijs gewonnen, meldt NOS. De jury vond zijn lied het beste Nederlandstalige theaterlied van het afgelopen jaar.
Het winnende lied, afkomstig uit de voorstelling En verbied de vogels om te fluiten, gaat over hoe een Marokkaans-Nederlandse vader omgaat met de ziekte van zijn zoon. Kharkhach kreeg kanker toen hij elf jaar was.
De jury prees Kharkhach om de verbeeldingskracht van het lied, waarbij hij luisteraars meeneemt in een jeugdherinnering.
Zo beschrijft Kharkhach hoe zijn vader, een automonteur uit Gouda, tijdens een autorit naar Marokko andere vaders aanspreekt omdat hun auto te zwaar beladen is, in een onmiskenbaar Marokkaans accent. Het lied eindigt in de parkeergarage van het ziekenhuis, waar vader en zoon aankomen: ‘Hij heeft handen van goud, hij kan alles repareren, behalve zijn kind.’
De Annie M.G. Schmidtprijs, vernoemd naar de Nederlandse kinderboekenschrijfster, wordt jaarlijks uitgereikt. Met de prijs wint de cabaretier een bedrag van 3500 euro en een borstbeeld van Annie M.G. Schmidt. Kharkhach won eerder al de AKF Sonneveldprijs en de AKF Publieksprijs.
Terwijl het kabinet illegaal verblijf strafbaar wil maken om uitgeprocedeerde asielzoekers te dwingen te vertrekken, dreigt een groeiende groep juist niet meer uitgezet te kunnen worden, schrijft NRC.
Volgens een uitspraak van het Europese Hof van Justitie afgelopen maart moeten uitgeprocedeerde asielzoekers die langer dan achttien maanden hebben vastgezeten, worden vrijgelaten. Het Hof bepaalde dat niet alleen één enkele periode van detentie telt, maar ook alle eerdere perioden waarin een vreemdeling vastzat.
Uitgeprocedeerde asielzoekers worden vastgezet in cellencomplexen in Rotterdam, Zeist en op Schiphol in afwachting van hun terugkeer. Terwijl ongeveer de helft van de uitgeprocedeerde asielzoekers na twee maanden kan worden uitgezet, duurt dit in de overige gevallen langer, bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet wil meewerken aan uitzetting.
Als gevolg van de uitspraak kunnen personen die bij elkaar opgeteld langer dan achttien maanden in vreemdelingendetentie hebben gezeten, niet meer worden vastgehouden. Volgens de woordvoerder van de minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink, bemoeilijkt dit de terugkeer van asielzoekers die al lastig uit te zetten waren.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar Asiel en Migratie onder valt, meldt aan NRC dat Nederland direct na de uitspraak dertig uitgeprocedeerde asielzoekers heeft moeten vrijlaten. In sommige gevallen kregen mensen duizenden euro’s aan schadevergoeding mee.
Juist deze groep zou door middel van strafbaarstelling van illegaliteit — waarover morgen in de Eerste Kamer wordt gestemd — worden gedwongen alsnog Nederland te verlaten. Maar of dat juridisch kan, hangt dus af ook van Europees recht, dat voorrang heeft op nationale wetgeving. De PVV dreigt het wetsvoorstel te blokkeren en daarmee haar zogeheten ‘strengste asielbeleid ooit’ om zeep te helpen.
Het Israëlische leger trekt in delen van Libanon een ‘gele lijn’, vergelijkbaar met die in Gaza. Achter deze lijn is het gebied verboden voor bewoners en heerst het Israëlische leger. Dit gebeurt ondanks een staakt-het-vuren in de regio, meldt NU.nl.
De aanpak toont sterke overeenkomsten met Gaza, waar Israël een genocide pleegt. Huizen en infrastructuur worden verwoest, eeuwenoude Libanese dorpen worden van de kaart geveegd. Bewoners kunnen niet meer terug. Volgens het Israëlische regime worden die gebieden niet ingepikt maar ‘bevrijd’. Dit alles om de zogenoemde ‘Hezbollah-infrastructuur’ te ontmantelen.
Israëlische militairen doen niet geheimzinnig over het innemen van Libanees grondgebied. Hoge functionarissen van het Israëlische leger (IDF) zeiden zaterdag op een persconferentie dat het ‘gele lijn-model’ uit Gaza ook in Libanon wordt toegepast. De ligging van die lijn zou volgens hen al vaststaan.
Critici wijzen op een rookgordijn van terreurbestrijding en oorlog. Tijdens de voortdurende genocide in Gaza zijn naar schatting meer dan 100.000 Palestijnen gedood. In Libanon ligt het aantal doden van de nieuwste Israëlische oorlog rond de 2000. Meer dan een miljoen Libanezen zijn gevlucht. Door het staakt-het-vuren dachten velen te kunnen terugkeren, maar dat is buiten de ‘gele lijn-tactiek’ van Israël gerekend.
De Oeigoerse activist Abdurehim Gheni Uyghur werd tijdens Chinees Nieuwjaar aangevallen door Chinees beveiligingspersoneel en stapte naar de politie. ‘Elke dreiging die jullie uiten, wordt officieel vastgelegd.’
De brute aanval die op 14 februari op mij werd gepleegd door een groep Chinese nationalisten tijdens de viering van het Chinees Nieuwjaar, georganiseerd door de Chinese ambassade in het stadhuis van Den Haag, was geen incidenteel geweld. Het was niet alleen een aanval op mijn persoon, maar een terroristische aanslag op de Nederlandse democratie, de vrijheid en de rechtsstaat.
Op 11 maart informeerde de Nationale Politie mij dat er een officieel strafrechtelijk onderzoek is gestart op basis van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht. Vervolgens nam Slachtofferhulp Nederland contact met mij op voor een officieel gesprek op 7 april. Deze ontmoeting markeert een cruciaal keerpunt en een belangrijke stap in mijn lange zoektocht naar gerechtigheid.
Tijdens ons gesprek heeft de organisatie toegezegd mijn wettelijke rechten volledig te ondersteunen. Zij hebben beloofd nauw contact te onderhouden met de politie om het onderzoek naar de Chinese aanvallers te monitoren. Bovendien verzekerden zij mij dat, zodra het Openbaar Ministerie een besluit heeft genomen na het onderzoek, er een systematisch programma voor fysieke en psychologische ondersteuning zal worden opgezet.
Mijn rechten
In een officiële kennisgeving bevestigde de instantie dat ik als slachtoffer van een strafbaar feit recht heb op de volgende wettelijke bepalingen:
Recht op informatie: het recht om volledig op de hoogte te worden gehouden van het proces en alle juridische stappen.
Recht op gratis hulp: het recht op professionele en kosteloze ondersteuning van organisaties zoals Slachtofferhulp Nederland.
Recht op bescherming: het recht op staatsbescherming om verder slachtofferschap te voorkomen.
Recht op het doen van aangifte: het recht om strafrechtelijke vervolging voort te zetten.
Recht op juridische hulp en een tolk: het recht op een advocaat en de diensten van een tolk.
Recht op schadevergoeding: het recht om een schadevergoeding te eisen van de Chinese aanvallers.
Recht op een respectvolle behandeling: het recht om gedurende het hele proces met waardigheid te worden behandeld.
Van deze rechten is het ‘recht op bescherming’ voor mij het meest essentieel. De dreiging die ik ervaar is geen willekeurig straatgeweld, maar een systematisch gevaar dat wordt aangestuurd door een staatsapparaat.
Iraanse activist doodgeschoten
Tijdens het gesprek heb ik ook gewezen op een ander ernstig incident: op 19 februari werd de Iraanse dissident Siamak Tadebbi op klaarlichte dag doodgeschoten in de straten van Schoonhoven. De brute liquidatie van een Iraanse activist die jarenlang in Nederland woonde en actievoerde, heeft een zware psychologische druk op mij gelegd.
Iran is wereldwijd minder machtig dan China, en toch durven zij hun dissidenten op Europese bodem te elimineren. Als dat het geval is, wie kan dan garanderen dat China — de machtigste dictatuur ter wereld — mij niet als doelwit zal kiezen, aangezien ik een doorn in hun oog ben geworden?
Vrijheid van Oeigoeren
Ik ben een politiek activist die consequent zijn stem verheft tegen de bezetting en de systematische genocide door de Chinese overheid in Oost-Turkistan, van Amsterdam tot Genève en van Parijs tot het Nederlandse parlement. Mijn acties zijn een krachtig wapen tegen de valse propaganda van China.
Ik vecht niet alleen voor de vrijheid van de Oeigoeren; ik probeer de wereld te waarschuwen voor de Chinese dreiging en hun misleidende praktijken, zodat anderen niet hetzelfde lot ondergaan. De genocide waar de Oeigoeren nu onder lijden, is de prijs die wordt betaald voor het misplaatste vertrouwen van de wereld in de leugens van China. Om deze reden heeft het Chinese regime mij tot hoofddoelwit gemaakt en proberen zij mij herhaaldelijk het zwijgen op te leggen via doodsbedreigingen en geweld.
‘Ik ben geen hulpeloos slachtoffer dat zich uit angst verstopt’
Daarom spreek ik niet enkel vanuit ‘angst’, maar stel ik een juridische eis: het ‘recht op bescherming’ dat de Nederlandse overheid mij heeft verleend, mag geen belofte op papier blijven; het moet fungeren als een reëel schild dat mijn leven beschermt tegen de extraterritoriale vervolging door China. Ik ben geen hulpeloos slachtoffer dat zich uit angst verstopt; ik ben een rechtmatige bewoner die vertrouwt op de wetten van het land dat mij opvangt, en ik eis dat de staat zijn plicht nakomt om mij te beschermen.
‘Wij zullen niet zwijgen’
Het Chinese regime moet begrijpen: jullie ‘lange arm’ kan mij niet het zwijgen opleggen. Ik sta niet alleen. Achter mij staan de Nederlandse democratische wetten, de politie en officiële instanties die zich inzetten voor mijn rechten. Elke dreiging die jullie uiten, wordt officieel vastgelegd door de gerechtelijke autoriteiten.
Ik hoop dat de Nederlandse regering een voorbeeld zal stellen voor andere westerse landen door de ‘lange arm’ van China binnen haar territorium af te snijden. Wij zullen niet zwijgen; integendeel, wij zullen de roep om rechtvaardigheid alleen maar luider laten klinken. Sterven voor de vrijheid van je natie is het meest eervolle einde. Ik zal nooit stoppen met mijn strijd op het pad van waarheid en gerechtigheid.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.