Het Israël Producten Centrum (IPC) heeft een kort geding verloren, schrijft de Volkskrant. De winkel in Nijkerk tekende protest aan tegen het importverbod uit illegale Israëlische nederzettingen op gestolen Palestijns land.
De rechter stelde de aan Christenen voor Israël gelieerde winkel op alle punten in het ongelijk. Dat betekent dat de sancties die de Nederlandse regering heeft ingesteld om de handel met Israëlische kolonisten te verbieden per 22 september van kracht zullen worden.
Het IPC meende dat het importverbod een Europese zaak is, geen Nederlandse, en dat het dat het verbod daarom van tafel moet. Maar volgens de rechter mag het kabinet een beroep doen op een uitzonderingclausule. De Israëlische bezetting is volgens de rechter een ‘ernstige bedreiging van een fundamenteel maatschappelijk belang.’
Terwijl de lidstaten van de Europese Unie economische maatregelen tegen andere landen normaal gesproken moeten overlaten aan Brussel kan de regering zich in dit geval beroepen op de openbare orde, zo oordeelde de rechter. Volgens het IPC vormde het kopen van producten uit de nederzettingen echter geen gevaar voor de openbare orde. De rechter was het met deze tegenwerping niet eens en stelde dat het Israëlische optreden in de bezette Palestijnse gebieden ‘een ernstige bedreiging van de internationale rechtsorde’ vormt. Dit rechtvaardigt een beroep op de openbare orde.
Hoewel Nederland als sinds 2006 een ‘ontmoedigingsbeleid’ voert met betrekking tot economische activiteiten in de bezette gebieden, vinden linkse activisten en ngo’s als BDS Nederland en The Rights Forum dit niet voldoende. Zij proberen de Nederlandse regering al jaren te bewegen tot strengere economische maatregelen.
De kwestie leidde vorig jaar tot de val van het kabinet. Terwijl toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp het noodzakelijk vond om strengere maatregelen in te stellen tegen Israël, weigerden de VVD en de BBB om extra maatregelen te nemen.
In juli 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat landen met hun handel en investeringen niet mogen bijdragen aan de ‘bestendiging van een onrechtmatige situatie.’ Dat betekent dat Nederland niet medeplichtig mag zijn aan het in stand houden van de Israëlische bezetting van Palestijns land. Het initiatief van Veldkamp volgde uit dat oordeel.
Onlangs schreef The Rights Forum dat de VVD toch wilde morrelen aan de sancties tegen de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Hoewel de VVD het sanctiebesluit formeel steunt wilde de partij weten of het bezette Oost-Jeruzalem en de bezette Golanhoogten van de sancties uitgesloten konden worden.
De voormalige Kosovaarse president Hashim Thaçi is woensdag door het Kosovotribunaal in Den Haag veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, wegens oorlogsmisdaden tijdens en na de Kosovo-oorlog van 1998-1999.
De rechtbank achtte Thaçi strafrechtelijk verantwoordelijk voor onder meer moord, marteling, wrede behandeling en willekeurige detentie. Volgens de rechters waren 96 moorden, 303 gevallen van marteling en 385 gevallen van onrechtmatige detentie bewezen.
Ook drie andere voormalige leiders van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK/KLA) werden veroordeeld. Jakup Krasniqi kreeg 25 jaar, Kadri Veseli 18 jaar en Rexhep Selimi 13 jaar gevangenisstraf. De rechtbank sprak de vier verdachten daarentegen vrij van de ten laste gelegde misdaden tegen de menselijkheid, omdat daarvoor volgens de rechters onvoldoende bewijs was.
Thaçi heeft altijd ontkend schuldig te zijn en zal naar verwachting in beroep gaan. In Kosovo leidde het vonnis tot woede en protesten. Veel Kosovaren beschouwen Thaçi, die een belangrijke rol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd tegen Servië, als een nationale held. Ook in Den Haag werd geprotesteerd door Kosovaren in de diaspora. Deze demonstratie liep gedeeltelijk uit de hand, de ME moest ingrijpen.
Er is ook kritiek op de rechtsgang. Die kritiek komt niet alleen uit Kosovo. Een onafhankelijke voorlopige beoordeling door de Britse mensenrechtenorganisatie Bar Human Rights Committee wees eerder op vragen rond onder meer de behandeling van bewijs, het vrijgeven van materiaal aan de verdediging, langdurige voorlopige hechtenis en de gelijkheid van procespartijen. Het Kosovotribunaal benadrukte echter dat deze beoordeling niet betekent dat de rechten van de verdachten daadwerkelijk zijn geschonden.
Een bredere kritiek betreft het mandaat van de rechtbank. Het in Den Haag gevestigde tribunaal is specifiek opgezet om vermeende misdrijven van leden van de UÇK te vervolgen. Servische oorlogsmisdaden vallen niet onder deze zaak. Die zijn eerder uitgebreid behandeld door het Joegoslaviëtribunaal, dat verschillende hooggeplaatste Servische en Joegoslavische functionarissen veroordeelde. Volgens critici liggen de straffen die in beide zaken zijn opgelegd veel te dicht bij elkaar, terwijl de Servische misdaden tot veel meer slachtoffers hebben geleid.
Het vonnis betekent daarmee niet dat de rechtbank heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van de Kosovaarse onafhankelijkheidsstrijd als geheel. De rechters benadrukken dat het om individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid gaat.
De staat Kosovo wordt overigens niet door alle landen erkend. Binnen de Europese Unie erkennen 22 van de 27 lidstaten Kosovo; de vijf landen die dat niet doen zijn Spanje, Griekenland, Roemenië, Slowakije en Cyprus. De EU zelf heeft geen formele positie waarmee zij Kosovo als geheel als onafhankelijke staat erkent.
De uitspraak is nog niet definitief: Thaçi en de andere veroordeelden kunnen in beroep.
Voor Boekhandel De Kler prijst de gevierde schrijver Maarten ’t Hart (Een vlucht regenwulpen, Het Psalmoproer) de nieuwe biografie over NSB-leider Anton Mussert aan, geschreven door Auke Kok. Het lezen van dit verhaal is nuttig, zegt ’t Hart, nu er ‘vergelijkbare figuren’ te zien zijn bij Forum voor Democratie.
In de eerdere biografieën over Mussert werd de NSB-leider neergezet, aldus Maarten ’t Hart, als ‘argeloos burgermannetje’. Maar dat beeld klopt niet. ‘Het was een man met behoorlijk nare eigenschappen.’ In de biografie van Kok komt Mussert nu ‘als echte naarling’ naar voren.
Maar waarom is dit interessant, een boek over een naarling? ’t Hart: ‘Maar ja, allerlei vergelijkbare figuren steken in Forum voor Democratie ook weer de kop op, dus het is toch heel nuttig om zo’n dikke biografie te lezen.’
Mussert (1894-1946) was ingenieur en werd de leider van Nationaal-Socialistische Beweging, een op de Duitse nazipartij geënte extreemrechtse partij. Vanwege zijn samenwerking met de Duitse bezetter in de jaren 1940-1945 kreeg Mussert na de bevrijding de kogel.
Zoals Gerard Cox dat zo mooi zong: ‘Het is weer voorbij, die mooie zomer…’
Zet die airco maar uit. Sleep die flubberige krokodil naar de schuur.
Wat een drie maanden liggen er achter ons. In sport, meteorologisch én politiek.
Ons kleine landje kon weer groots op de wereldkaart schijnen met het WK voetbal en de Formule 1. We hebben collectief de zweetdruppels van ons voorhoofd gewist tijdens de meest extreme Nederlandse zomer ooit gemeten.
Voor het eerst in de geschiedenis kregen we ‘code rood’ voor hitte om de oren. Code rood! Dan denk je aan een naderende meteoorinslag, aan het einde der tijden! Maar nee, het betekende gewoon dat je in je eigen Vinex-achtertuin geruisloos zat te verbranden naast de Weber-barbecue.
Maar ach… die hittegolf? Die komt natuurlijk door al die vluchtelingen uit al die warme landen, die de hitte hebben meegenomen.
Maar de hitte… is peanuts. Kinderspel. De echte derdegraadsbrandwonden-hittegolf moest in Den Haag nog beginnen.
Alles werd duurder deze zomer. Werkelijk álles. Wilde je een ijsje voor de kinderen? Dan moest je eerst langs de hypotheekadviseur. Een terrasbiertje? Benzine aan de pomp? Onbetaalbaar!
En te midden van die zinderende koorts zat daar ons kersverse minderheidskabinet. Zij beleefden een vuurdoop die de geschiedenisboeken ingaat als ‘de zomer van het grote Haagse schuifwerk’.
Want wat blijkt? Regeerakkoorden zijn net als ijsjes op het terras: ontzettend aantrekkelijk als de ober ze komt brengen, maar ze smelten angstaanjagend snel zodra de zon van de werkelijkheid erop schijnt.
Wilde je een ijsje voor de kinderen? Dan moest je eerst langs de hypotheekadviseur
Klimaatdoelen? Het Planbureau voor de Leefomgeving sloeg alarm: ‘Mensen, we verliezen de doelstellingen voor 2030 definitief uit het oog!’
En wat doet de verantwoordelijke minister dan? Die kijkt naar het rapport, veegt het zweet van zijn voorhoofd en zegt filosofisch: ‘Weet je wat? We schuiven de extra maatregelen doodleuk door naar het voorjaar van 2027. Als we het nú niet oplossen, bestaat het probleem over een half jaar ook nog wel. Toch?’
Het is een bijna poëtische vorm van ontkenning.
En om te voorkomen dat er een totale volksopstand zou uitbreken (want als de airco en de satéprikkers onbetaalbaar worden, worden we gevaarlijk), besloot de coalitie vlak voor Prinsjesdag de harde bezuinigingen op de ww en het maximumdagloon met een jaar uit te stellen.
Nou, nou, nou… we kunnen weer een héél half ijsje extra kopen!
En toen de oververhitte climax op Prinsjesdag.
Treinreizigers strandden massaal door een spoorsabotage. Boeren staken hooibalen langs de snelwegen in brand, want wat is een democratisch feestje zonder een vleugje brandend asbest in de berm? En klimaatactivisten stonden paraat om de koninklijke route te blokkeren.
Wat doet het kabinet om de sfeer te de-escaleren? Dat giet bij monde van de koning in de Troonrede nog even lekker extra olie op het vuur. Dorpen als Loosdrecht en Engelen werden expliciet genoemd als negatieve voorbeelden in het asieldebat.
Zit je daar met je vlaggetje en je oranje tompouce naar de koning te kijken, wordt je dorp live op nationale televisie weggezet als de schandvlek van de polder.
Het is misschien helemaal niet zo gek dat die mensen geen vluchtelingen in hun dorp willen, wanneer de aantallen worden overdreven door de VVD.
Vorig jaar nog beweerden ze op tv dat er ‘duizenden’ nareizende asielzoekers per jaar naar Nederland kwamen. Achteraf bleek de harde realiteit: het waren er zeventig.
Zeventig. Dat is geen vluchtelingenstroom, dat is de wachtrij voor het mindervalidentoilet op Schiphol!
En eerlijk gezegd, de koninklijke oproep tot ‘elkaar wat gunnen’ klonk vooral als de ultieme wanhoopskreet van een stuurloze coalitie zonder meerderheid.
Maar… er was één lichtpuntje.
Koningin Máxima. Zij stal de show toen ze op haar torenhoge naaldhakken de sprint deed om haar dolenthousiaste fans te begroeten!
Rennen op naaldhakken over de Haagse klinkers zonder je koninklijke enkels te breken. Dát… dát is pas een ongekend staaltje wendbaarheid. Een stabiliteit waar het wankele kabinet-Jetten nog heel wat van kan leren. Als Rob Jetten nou half zo stevig op zijn politieke schoenen stond als Máxima op haar hakken, dan hadden we nu een begroting gehad waar je wél op kon bouwen.
Met een briesende oppositie onder leiding van Jesse Klaver beloven de Algemene Politieke Beschouwingen een ijskoude overlevingstocht te worden.
De voormalige Brusselse politica Mahinur Özdemir, die nu minister van Familiezaken is in Turkije (AKP), zou een ‘sleutelrol’ spelen in de repressie van de lhbti-gemeenschap in dat land. In de grote steden Istanbul, Ankara en Izmir zijn tientallen lhbti-activisten gearresteerd in het kader van de operatie ‘Mijn gezin is veilig’, zo meldt de Belgische nieuwssite Bruzz.
Sinds zondag is de situatie voor de lhbti-gemeenschap in Turkije sterk verslechterd. Ontmoetingsplekken voor deze gemeenschap worden ontruimd, activisten en leiders van stichtingen worden gearresteerd en hun socialemedia-accounts worden geblokkeerd. Tot nu toe zijn er 62 mensen opgepakt.
Het is opvallend dat de Turks-Belgische politica Mahinur Özdemir als minister van Familiezaken en Sociale Diensten een sleutelrol lijkt te spelen. De operaties worden uitgevoerd uit naam van ‘de bescherming van het traditionele gezin’, waarbij iedereen die daarvan afwijkt als een bedreiging wordt gezien.
Het komt vaker voor dat de Turkse staat ‘uit het niets’ bepaalde groepen tot staatsvijand verklaart en hardhandig optreedt. Zo werden eerder religieuze groeperingen als de süleymancilar, kuytulcular en gülenisten aangepakt en wordt ook de seculiere oppositie constant met operaties onderdrukt.
Dit alles gebeurt terwijl er in Turkije een vredesproces gaande is met de Koerden. De pro-Koerdische partij DEM heeft zich inmiddels uitgesproken tegen de aanval op de lhbti-gemeenschap. Partijleider Tülay Hatimogullari is furieus: ‘Als je met de operatie “Mijn gezin is veilig” een lhbti-kind als doelwit maakt, wie bescherm je dan? Lhbti’ers zijn onderdeel van deze samenleving. Hen als bedreiging beschouwen en hun organisaties criminaliseren is antidemocratisch en onaanvaardbaar.’
Voor de islamistische AKP is dit beleid echter essentieel voor het ‘herstel van het traditionele gezin’. Erdogan nam in 2020 afstand van het Verdrag van Istanbul – dat naast vrouwen ook bescherming bood aan de lhbti-gemeenschap – om dalende geboortecijfers tegen te gaan en het traditionele gezinsmodel te bevorderen. Als minister van Familiezaken is Özdemir direct verantwoordelijk voor dit beleid. Amnesty International veroordeelt de operatie en stelt dat deze niets met gezinsbescherming te maken heeft, aangezien gezinnen hierdoor juist zelf worden aangevallen.
Mahinur Özdemir Göktaş (1982) werd geboren in Brussel en begon haar politieke carrière in 2006 als gemeenteraadslid in Schaarbeek. In 2009 schreef ze geschiedenis door als eerste vrouw met een hoofddoek zitting te nemen in een parlement in Europa, namelijk het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. In 2015 kwam ze in opspraak en werd ze uit haar partij cdH gezet nadat ze weigerde de Armeense Genocide te erkennen. Na haar Brusselse periode werd ze in 2020 benoemd tot Turks ambassadeur in Algerije, waarna ze in 2023 door president Erdogan werd aangesteld als minister van Familiezaken en Sociale Diensten.
Bij toeval ontdekte Ahmedjan Kasim dat zijn Oeigoerse vader in gevangenschap was overleden. In een brief neemt hij afscheid van hem.
Er zijn nog zoveel dingen die ik met je wilde delen en vertellen. Maar ineens ben je er niet meer.
Weet je nog het WK van 2006? Je nam me mee naar de markt om samen naar Engeland te kijken, omdat ik zo’n enorme fan was van David Beckham. Ik stelde je de ene na de andere vraag over voetbal en jij beantwoordde ze allemaal. Ik was nog maar een kind. Ik wist toen nog niet hoeveel waarde zulke momenten later zouden krijgen.
En weet je nog de zomer van 2010? Je werd zo boos op het personeel van de Nederlandse ambassade omdat ze mij zo slecht behandelden, omdat ik daar zonder paspoort was. Jij probeerde uit te leggen dat mijn paspoort was afgepakt en vroeg of ze toch iets voor mij konden betekenen. Je wilde zo graag dat ik naar Nederland zou komen. Je wilde een toekomst voor mij die jij mij daar niet kon geven.
Op een koude avond in november 2011 vertrok ik plotseling naar Nederland. De volgende dag moest ik naar het vliegveld van Ürümqi. Ik weet nog hoe ik je daar heb omhelsd. Daarna liep ik door de douane richting de veiligheidscontrole zonder nog één keer naar je om te kijken.
Ik keek niet om, omdat ik als vijftienjarig jongetje dacht dat ik je over een tijdje weer zou zien. Ik wilde niet dat het laatste beeld dat ik van jou zou meenemen een verdrietige vader zou zijn. Ik wist toen niet dat dat onze laatste omhelzing zou zijn.
In 2023 hoorde ik dat je tot vijftien jaar was veroordeeld
In 2017 hoorde ik dat je was opgepakt en vastgezet in een concentratiekamp. Het nieuws kwam hard bij me binnen. Maar ergens bleef ik geloven dat je snel weer vrij zou komen. In 2023 hoorde ik dat je tot vijftien jaar was veroordeeld. Nooit is mij duidelijk geworden waarom.
Soms heb ik gedacht dat jij daar misschien door mij terecht bent gekomen. Omdat ik me bleef inzetten voor onze zaak en niet kon zwijgen over wat ons volk werd aangedaan.
Maar papa, jij leerde mij hoe belangrijk onze identiteit is en om nooit op te geven. Om altijd strijdbaar te blijven.
En toen kwam het bericht dat je er niet meer bent.
Ik heb zoveel jaren geleefd met de gedachte dat ik je ooit weer zou zien. Nu weet ik dat dat niet meer zal gebeuren. We spreken elkaar in dit leven niet meer, papa. Maar ik hoop dat je ergens op me wacht. Want ik heb nog zoveel tegen je te zeggen.
Nu de oorlogsdreiging toeneemt, groeit de aandacht voor vredesjournalistiek. Die doet verslag van conflicten, maar kijkt ook naar oorzaken en mogelijke oplossingen. Dat is geen kritiekloze vredespropaganda, schrijft journalist Nico Kussendrager.
Dagelijks zien we de militarisering van onze samenleving. Zet de tv aan en je ziet Kamp Waes of het programma Strijders, waar kandidaten de ‘ultieme militaire competitie aangaan onder leiding van ex-commando’s’, door een grasveld tijgeren, ‘willen winnen’ en ‘nooit opgeven’.
Als het al niet generaals en kolonels in uniform op televisie zijn die zonder tegenvuur pleiten voor verhoging van de defensie-uitgaven, versterking van de krijgsmacht en herinvoering van de dienstplicht. Woorden als ‘oorlogsbereidheid’ en zelfs ‘sneuvelbereidheid’ zijn onderdeel geworden van het publieke debat.
De nieuwe NTR-serie van Petra Grijzen, Klaar voor de oorlog, heeft alleen al door de naamgeving een duidelijke insteek. Waarom niet Denken over vrede en aandacht voor het voorkomen van conflicten, de mogelijkheden van onderhandelen en het ‘inleven’ in de tegenstander?
De krijgsmacht is ook de collegezaal binnengestapt: onder namen als ‘nationale weerbaarheidstraining’ en ‘militaire minor’ worden wo-, hbo- en mbo-studiepunten ingeruild voor een ‘verrijkende militaire ervaring’.
We hebben een Koninklijk Huis waarin vader Willem-Alexander een militaire achtergrond heeft, dochter Amalia in camouflage met een geweer verschijnt en koningin Máxima wordt opgeleid tot luitenant-kolonel. (De pacifistisch gezinde koningin-moeder ligt te woelen in haar graf.)
Het woord diplomatie valt veel minder vaak
We worden aangespoord noodpakketten in huis te halen en in de speelgoedwinkel vind je educational toyguns.
Het doel om vrede en veiligheid in Europa te bewaren wordt gereduceerd tot de noodzaak ons daar letterlijk tegen te wapenen. Het woord diplomatie valt veel minder vaak. Over conflictpreventie, bemiddeling en vredesopbouw horen we nog minder.
Verveelvoudiging van de defensiebudgetten lijkt nauwelijks nog ter discussie te staan. Niet duidelijk is waaraan al dat geld precies moet worden besteed. Over vrede, over de vraag hoe je die bereikt en vooral over wat er ná een oorlog nodig is, horen we aanzienlijk minder.
Vredesjournalistiek
Daar komt de vredesjournalistiek in beeld. De benadering is vooral verbonden met de Noorse vredesonderzoeker Johan Galtung. Hij borduurde voort op het werk van de Franse socioloog Gaston Bouthoul, grondlegger van de polemologie, die onderzocht waarom samenlevingen oorlog voeren en welke sociale mechanismen geweld bevorderen. Zijn uitgangspunt: als je vrede wilt, moet je oorlog begrijpen.
Twee correspondenten stoften het begrip vredesjournalistiek recent af: afzwaaiend NOS-correspondent Nasrah Habiballah en de jonge journalist Gilad Peres (AD) in zijn leerzame en verfrissende boek Hummus en Hamas.
Sportwedstrijd
Oorlogsjournalistiek, zei Habiballah in de Volkskrant, lijkt op het verslag van een sportwedstrijd: die partij viel aan, deze partij sloeg terug, daarbij vielen zoveel slachtoffers. Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven. Door die informatie te brengen, voeg je niet veel toe aan het begrip van de kijker.
Peacejournalism is het beschrijven van een ziekteproces. Wat is de oorzaak? Wat zijn de symptomen? Hoe kan die persoon genezen? Om dat te vertalen naar een conflictsituatie: waarom voelen de partijen wat ze voelen? Waar komt dat vandaan? Wat zou een oplossing kunnen zijn? ‘Ik geloof oprecht dat we daar onze kijkers, luisteraars en lezers het meest mee van dienst zijn.’
Peres betoogt dat vredesjournalistiek juist belangrijke principes behoudt, maar ook oog heeft voor de macht van de journalistiek om verandering teweeg te brengen. De context van een conflict moet in de oorlog worden meegenomen, met een centrale plaats voor de burgers, met nadruk niet op afkomst maar op menselijkheid.
Vredesjournalistiek heeft niet altijd een goede naam. Critici zien het als vredesactivisme met een journalistiek sausje. Volgens critici van de vredesbeweging – zoals Beatrice de Graaf – worden ingewikkelde internationale conflicten teruggebracht tot te eenvoudige verklaringen. Vredesactivisten nemen de ideologische, imperialistische en nationalistische drijfveren van autoritaire leiders, zoals Vladimir Poetin, onvoldoende serieus en verklaren conflicten vooral vanuit factoren als NAVO-uitbreiding of economische belangen.
Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven
Een duurzame vrede moet het niet alleen hebben van diplomatie en dialoog, maar ook van een realistische analyse van de motieven en doelstellingen van agressors. Wie die negeert, loopt het risico de aard van het conflict verkeerd te begrijpen en de mogelijkheden voor vrede verkeerd in te schatten.
Dat is te makkelijk. Peacejournalism is geen synoniem voor ‘positief nieuws’ of kritiekloze vredespropaganda, noch wordt de ‘tegenstander’ onderschat.
Het gaat om vragen als: waar komt een conflict vandaan? Welke partijen zijn erbij betrokken? Welke belangen hebben zij? Wie wordt niet gehoord? Welke machtsverhoudingen spelen een rol? Wie zijn de slachtoffers? Welke mogelijkheden voor de-escalatie en onderhandelingen bestaan er? Welke mogelijkheden zijn er om het geweld te beëindigen? Welke gevolgen heeft de oorlog voor de bevolking?
Dat maakt vredesjournalistiek niet minder kritisch. Integendeel. Een journalist kan propaganda, machtsmisbruik en geweld juist zeer confronterend onderzoeken. Een belangrijk uitgangspunt bij Galtung is truth orientation: actief zoeken naar waarheid en propaganda en misleiding ontmaskeren.
Escalatieladder
Daarvoor moet een journalist begrijpen hoe conflicten escaleren. Galtung onderscheidt verschillende fasen: een rationele fase waarin partijen hun belangen nog relatief zakelijk tegenover elkaar stellen, een emotionele fase waarin angst, woede en vijandbeelden de overhand krijgen en uiteindelijk een vechtfase waarin geweld wordt gerechtvaardigd.
Die escalatieladder is journalistiek interessant omdat oorlog niet plotseling uit de lucht komt vallen. Er gaat een proces aan vooraf. Taal verandert, tegenstanders worden gedemoniseerd, compromissen worden verdacht gemaakt en geweld wordt steeds vanzelfsprekender. Door die ontwikkeling zichtbaar te maken, kan journalistiek bijdragen aan vroegtijdige herkenning van escalatie. Dat proces is essentieel. Want een oorlog begint ergens en eindigt ergens. De journalist zou beide momenten moeten onderzoeken.
Kosovo-oorlog
Neem de Kosovo-oorlog van 1999. Wie alleen naar militaire gebeurtenissen kijkt, ziet de NAVO-bombardementen op Joegoslavië als beslissend. Maar het einde van de oorlog was het resultaat van een combinatie van factoren: militaire druk, internationale diplomatie, veranderende politieke belangen en onderhandelingen. Uiteindelijk accepteerde Milosevic voorwaarden die leidden tot de terugtrekking van Joegoslavische en Servische veiligheidstroepen uit Kosovo en de komst van een internationale vredesmacht. Vanuit vredesjournalistiek is het daarom interessanter om niet alleen te vragen: wie won de oorlog? Maar vooral: welke factoren zorgden ervoor dat het geweld stopte?
Voor het beëindigen van schijnbaar onoplosbare conflicten bepleit Florian Bekkers een transformatieve dialoog. Zo’n proces begint niet met het overtuigen van de ander, maar met zelfreflectie: kritisch kijken naar eigen aannames en oordelen, het eigen gelijk relativeren en openstaan voor nieuwe inzichten. Door die open houding leren partijen hun eigen overtuigingen beter begrijpen om zo tot een oplossing te komen, schrijft hij in zijn proefschrift.
Conflicten in voormalig Joegoslavië, Colombia, Noord-Ierland, Rwanda en Zuid-Afrika laten zien dat oorlogen niet per definitie uitzichtloos zijn. Een conflict eindigt meestal niet simpelweg doordat één partij verliest. Vaak ontstaat een einde door een combinatie van militaire en politieke druk, onderhandelingen, veranderende belangen en de bereidheid van partijen om uiteindelijk tot een akkoord te komen.
Dat betekent niet dat onderhandelen altijd mogelijk of wenselijk is. Maar diplomatie moet wel een volwaardig onderdeel van het veiligheidsdebat zijn. Wie de mogelijkheid van een bestand tussen Moskou en Kiev alleen maar ter sprake brengt, krijgt al snel het verwijt Poetin zijn zin te geven. Toch is het juist de taak van de journalistiek om ook moeilijke en ongemakkelijke scenario’s te onderzoeken.
Voorspellend
Vredesjournalistiek gaat niet alleen over het verleden en het heden, maar kan ook een voorspellende functie hebben. Welke signalen wijzen erop dat een conflict dreigt te escaleren? Welke belangen en frustraties bouwen zich op? Welke diplomatieke mogelijkheden verdwijnen uit beeld? Welke historische ervaringen worden genegeerd?
Portretten van omgekomen Oekraïense militairen in het centrum van Kiev. Foto: Sergei Supinsky/AFP
De oorlog in Oekraïne kwam in februari 2022 niet als donderslag bij heldere hemel. Signalen genoeg: de Russische oorlogen in Tsjetsjenië en Georgië, de annexatie van de Krim, de groei van Russisch nationalisme en Poetins herhaalde verzet tegen de uitbreiding van de NAVO. Al in 1990 waarschuwde ambassadeur Lodewijk van Gorkom vanuit Wenen voor de Russische dreiging en hield hij een pleidooi voor de hervorming van de NAVO. Er werd niet naar hem geluisterd.
Ook eerder zijn dergelijke signalen onvoldoende herkend. In voormalig Joegoslavië en Rwanda rommelde het al jaren voordat grootschalig geweld uitbrak. Journalisten, politici en diplomaten hadden daar onvoldoende oog voor. Wie had de Arabische Lente werkelijk zien aankomen? En was toen al niet te voorspellen dat deze opstanden niet vanzelf zouden leiden tot een democratisch Midden-Oosten naar westerse snit?
Een andere vraag krijgt opvallend weinig aandacht: wat gebeurt er wanneer de wapens zwijgen? De Amerikaanse invasie van Irak in 2003 laat zien hoe belangrijk die vraag is. Militair gezien werd Bagdad snel ingenomen, maar daarna ontstonden politieke instabiliteit en sektarische tegenstellingen. De wederopbouw kwam onvoldoende van de grond en uiteindelijk kon ISIS profiteren van de chaos.
Vredesjournalistiek kijkt verder dan het moment waarop een regime valt of een staakt-het-vuren wordt gesloten. Wat gebeurt er met slachtoffers? Hoe lang werken trauma’s door? Hoe worden instituties hersteld? Wie krijgt macht in de nieuwe politieke orde? En welke nieuwe conflicten liggen op de loer?
Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen?
En voor de niet-journalistieke media, de infotainmentsector: waar zijn de Special Diplomatic Forces waarin deelnemers conflicten moeten proberen op te lossen? Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen? Waar is de aandacht voor mensen die onder dictaturen vreedzaam verzet organiseren? Misschien moeten we ook onze verbeelding veranderen. Waarom stimuleren we vooral menselijke kwaliteiten als vechten, doorzetten en overwinnen? Waarom geen televisieprogramma’s waarin samenwerken, onderhandelen en communiceren centraal staan?
En waarom is er bij de media geen redactie Oorlog en Vrede, naast nieuwe rubrieken als Sport en Samenleving en Economie en Duurzaamheid (Trouw) en Democratie en Klimaat en zelfs Ouders en Omstanders (De Correspondent)?
Tegen vredesjournalistiek
Het Humanistisch Vredesberaad reikte in november 2025 de prijs Journalist voor de Vrede uit aan journalist Bram Vermeulen, onder meer bekend van VPRO Frontlinie en VPRO Buitenland. Bij het debat na afloop hield de eindredacteur van VPRO Buitenland, Herman Schulte Nordholt, een pleidooi tégen vredesjournalistiek.
Waarvoor kreeg Vermeulen de prijs? De jury waardeerde zijn onafhankelijke en kritische berichtgeving en zijn vermogen om internationale conflicten vanuit menselijke verhalen en historische context te belichten. Het laat zien dat er wel degelijk ruimte is voor een andere benadering. Over ironie gesproken.
Misschien heeft Schulte Nordholt in zoverre gelijk dat vredesjournalistiek niet moet worden gezien als een afzonderlijk specialisme, maar als een journalistieke benadering. Oorlogsjournalistiek kan worden aangevuld met consequente aandacht voor conflictpreventie, diplomatie, vredesonderhandelingen en wederopbouw. In een tijd waarin de militarisering van de samenleving steeds zichtbaarder wordt, is dat een journalistieke plicht.
Het kabinet-Jetten wil een ‘detectieorgaan buitenlandse desinformatie’ installeren, die als taak heeft om buitenlandse inmenging in de Nederlandse verkiezingen te spotten. Het gaat vooral om Russische desinformatiecampagnes.
Dat blijkt uit de voorgestelde begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken, aldus Binnenlands Bestuur. Doel van het kabinet is om ongewenste buitenlandse beïnvloeding, bijvoorbeeld met nepnieuwscampagnes tijdens verkiezingen, in een vroeg stadium op te sporen en te neutraliseren.
‘Conflicten in het buitenland hebben een grote invloed op de nationale en internationale veiligheid, in het bijzonder de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en de conflicten in het Midden-Oosten’, staat er in de begroting te lezen.
Het kabinet werkt nu aan een wetsvoorstel voor een nieuwe overheidsdienst. Maar voordat minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken zijn voorstel indient zal er bij de Provinciale Statenverkiezingen en Waterschapsverkiezingen van maart 2027 eerst een pilot worden gedraaid.
Begin dit jaar wezen inlichtingendiensten AIVD en MIVD in een gezamenlijk rapport al op een groeiende mix van hybride dreigingen, onder meer afkomstig uit Rusland. Volgens de diensten voert Moskou al langere tijd cyberoperaties uit, probeert het publieke opinies te beïnvloeden en verspreidt het systematisch misleidende informatie. De verwachting is dat deze strategie niet zal worden afgebouwd. In het veiligheidsjargon wordt dit type buitenlandse inmenging aangeduid als foreign information manipulation and interference (FIMI).
Het Witte Huis heeft een grote wapendeal met Israël gesloten. Volgens The WashingtonPost is er een bedrag van 2,8 miljard dollar mee gemoeid.
Het artikel in The Washington Post baseert zich op een anonieme bron binnen het Amerikaanse bestuur. Volgens deze bron willen de Verenigde Staten 20.000 MK-84-bommen (elk van 1 ton) en 20.000 BLU-117-bommen aan Israël verkopen. Daarnaast zou het wapenpakket nog eens 20.000 I-2000 Penetrator-koppen bevatten.
Volgens de krant gaat het om de grootste wapendeal in jaren. Het verkoop van munitie is controversieel, omdat Israël dood en verderf heeft gezaaid in de Gazastrook, met tienduizenden Palestijnse doden tot gevolg. Het genocidale geweld, dat op 7 oktober 2023 begon, is ondanks de offciële wapenstilstand van vorig jaar nog steeds niet afgelopen.
De Amerikaanse tour van de Britse popzanger Ed Sheeran dreigt in het water te vallen. Alle supportacts zich hebben teruggetrokken uit solidariteit met de pro-Palestijnse rapper Macklemore.
Volgens NOS werd Macklemore door de organisatoren geschrapt, nadat hij tijdens optredens pro‑Palestijnse uitspraken deed en beelden uit Gaza toonde. Maar deze beslissing keerde als een boemerang terug: Sheerans begeleidingsband en drie acts uit het voorprogramma hebben de roodharige zanger van liefdesliedjes de rug toegekeerd.
Uit berichtgeving van RTL Nieuws blijkt dat de artiesten boos zijn dat ze politieke misstanden niet mogen benoemen. Ze stellen dat podia geen plek mogen zijn waar politieke expressie wordt beperkt. RTL benadrukt dat Sheeran kort daarvoor had verklaard zich niet te willen mengen in het publieke debat over Gaza, omdat zijn publiek uit veel jonge luisteraars bestaat en hij zijn shows niet als politiek forum ziet.
De Britse omroep BBC beschrijft hoe de druk op de tour ontstond, toen de Amerikaanse Israëllobby en miljardair Robert Kraft druk op stadions uitoefenden om Macklemore niet langer toe te laten.
Op Instagram reageerde Sheeran gisteren op alle commotie. Hij zei dat het besluit om Macklemore te cancellen een besluit van de organisatoren was, niet van hemzelf. Ook zei hij het lijden aan ‘both sides‘ verschrikkelijk te vinden. Deze verklaring was in de ogen van veel artiesten veel te slap. ‘We zouden moeten kunnen praten over oorlog, over burgers die worden gedood, over kinderen die het verdienen om op te groeien, waar ook ter wereld’, antwoordde de Deense band Lukas Graham verbolgen.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.