17.2 C
Amsterdam
Home Blog

Amsterdam verbiedt openbare reclame voor vlees en fossiele brandstoffen

0

Amsterdam heeft, als eerste stad ter wereld, per 1 mei reclame voor vleesproducten, reizen met hoge uitstoot en auto’s met een fossiele brandstofmotor verboden in de publieke ruimte, melden verschillende media.

Het verbod geldt voor reclame-uitingen op plaatsen die stadsbezit zijn, zoals bushokjes, trams, bussen en metrostations.

Met het verbod wil de gemeenteraad het beeld op straat gelijktrekken met haar beleid om in 2050 CO2-neutraal te worden, fossiele brandstoffen niet meer te promoten en mensen minder vlees te laten eten. Raadsleden van PRO (GroenLinks en PvdA) die al sinds 2020 aan het voorstel werkten, zeggen dat het tegenstrijdig is om klimaatbeleid te voeren en tegelijkertijd reclame voor zaken als vlees en reizen toe te laten. Volgen hen is er in de stad geen plek meer voor reclame van bedrijven die ‘de klimaatcrisis aanjagen’.

Ook wil Amsterdam dat mensen minder vlees gaan eten. De stad heeft als doel dat het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van inwoners stijgt van 40 naar 60 procent in 2030

Het voorstel werd afgelopen januari aangenomen in de Amsterdamse gemeenteraad, met een meerderheid van 27 (uit 45) zetels.

De maatregel volgt op het verbod op reclame voor fossiele brandstoffen dat werd ingevoerd in 2020, waarmee Amsterdam ook al de primeur had. Den Haag, Utrecht, Nijmegen en Delft volgden later het voorbeeld van de hoofdstad.

Reclame voor dit soort producten is nog wel toegestaan in winkels en media.

Israël wil dat ook Libanezen ten noorden van ‘gele lijn’ vertrekken

0

Het Israëlische leger heeft zondag opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor Libanese dorpen ten noorden van het Libanese grondgebied dat Israël sinds half april bezet houdt, schrijft NRC.

Legerwoordvoerder Avichai Adraee gebood op X inwoners van elf Libanese dorpen om hun dorpen te verlaten.

De dorpen in het district van Nabatiyeh liggen ten noorden van de ‘gele lijn’, een met betonblokken gemarkeerde ‘grens’ van een gebied dat Israël al eerder bezette onder het mom van een bufferzone tegen Hezbollah. Van daaruit eigent Israël zich het recht toe om zonder waarschuwing aanvallen uit te voeren op vermeende doelen van Hezbollah en daarbij ook civiele infrastructuur te vernietigen. Dit ondanks de wapenstilstand die half april tussen Israël en Hezbollah werd gesloten.

De nieuwe evacuatiebevelen, die steeds verder naar het noorden schuiven en een steeds groter Libanees grondgebied treffen, vormen een escalatie in de Israëlische oorlogsstrategie. Deze doet denken aan de Gele Lijn die Israël eerder oplegde in de Gazastrook. Het bezet ongeveer de helft van Gaza, een gebied dat werd ontvolkt en vernietigd tijdens de genocidale aanvallen op de Gazastrook.

Israël ging ondanks de wapenstilstand door met luchtaanvallen op vermeende doelen van Hezbollah en maakte hele dorpen met de grond gelijk. Volgens het Libanese National Council for Scientific Research zijn in 35 dagen tenminste 40.000 huizen vernietigd. Scholen en ziekenhuizen zijn daarbij niet gespaard. Beelden van de verwoestingen deelt Israël vaak via sociale media.

Het Israëlische leger bezet op dit moment het gehele grensgebied in het zuiden van Libanon, een gebied van meer dan vijfhonderd vierkante kilometer groot. De meeste inwoners van het gebied zijn inmiddels gevlucht.

Al Jazeera meldde op basis van cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) dat meer dan één miljoen Libanezen ontheemd raakten in een periode van twee weken.

Middle East Eye schreef vorige week op basis van verslaggeving door de Israëlische krant Haaretz dat de missie van het Israëlische leger niet langer op gevechtsoperaties zou zijn gericht, maar op de systematische vernietiging van gebouwen. Officieren hadden de krant verteld dat troepen zones kregen toegewezen om te vernietigen en dat commandanten bij moesten houden hoeveel gebouwen ze hadden verwoest.

Mijn ergernissen in de strijd tegen islamofobie

0

In de bestrijding van moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie zijn er al lange tijd terugkerende patronen waar we als Nederlandse moslims beter mee kunnen stoppen.

En hoewel schrijven over mijn ergernissen in de bestrijding van islamofobie een fundamenteel paradoxale bezigheid is (omdat het dan juist meer over die ergernissen gaat, in plaats van over de nationale aanpak tegen islamofobie, die – ook nadat in 2023 1 op de 4 Nederlanders op de PVV heeft gestemd – nog steeds van de grond moet komen), moet het er toch uit.

Niet meteen boos worden, medemoslims. Zoals het Turkse gezegde luidt: een goede vriend spreekt de pijnlijke waarheid (dost acı söyler).

Ik zat met die frustraties in mijn maag tijdens de bijzondere bijeenkomst Hoe kunnen we de stilte verbreken?, georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie. Als moderator, die die rol zo objectief mogelijk vervulde (bijvoorbeeld door te beginnen met een minuut stilte voor alle slachtoffers van islamofobie), moest ik ter plekke functioneel een aantal gedachten wegdrukken. In mijn rol als columnist, die ‘de boel zou moeten opschudden’, kan ik die inhibities nu echter laten varen.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie. Elke keer wanneer deze term opduikt, is er wel iemand in de zaal of online (maar ook in het mainstreamdebat) die hier met goede of kwade bedoelingen een punt van maakt, op een manier die bij de bestrijding van antisemitisme of homofobie maar zelden voorkomt. Dit terwijl we, puur technisch gezien, bij die laatste twee termen ook heel wat bedenkingen kunnen hebben, bijvoorbeeld dat Arabische moslims ook tot de Semitische bevolkingsgroepen behoren, of dat mensen ‘angsten’ kunnen hebben voor homonationalisme en ‘regenboogdwang’ in Nederland.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie

Niemand in Nederland (even los van de constante neiging van pro-Israëlische lobbygroepen, die in elke vorm van Israëlkritiek ‘antisemitisme’ zien) haalt het in zijn hoofd om bij een bijeenkomst tegen antisemitisme te brabbelen over kritiek op het exclusieve karakter van het jodendom, of om bij de aanpak van homofobie te beginnen over de zogenoemde ‘kwaadaardige geaardheid’ van de lhbtiq+-gemeenschap. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van wat moslims systemisch over zich heen krijgen wanneer zij moslimdiscriminatie agenderen.

Het is een bijna godwinachtige wetmatigheid in het Westen dat moslims met dit soort afleidingsmanoeuvres worden geconfronteerd. Is het dus niet tijd om een strategie te ontwikkelen om hiermee om te gaan? Hieronder een suggestie die je kunt inzetten wanneer je weer eens te horen krijgt dat ‘je kritiek op een religie moet kunnen hebben’, ‘islam geen ras is, dus racisme niet kan’ of dat ‘moslims zich niet aanpassen’.

Bij moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie draait het in wezen om de ongelijke behandeling, marginalisering en minachting van Nederlandse moslims, omdat wij al eeuwenlang (’liever Turks dan Paaps’ is geen compliment voor Turken of moslims) institutioneel worden gewantrouwd en sinds Fortuyn ook publiekelijk worden uitgekotst. Dus wanneer we het over islamofobie hebben in Nederland, gaat het om slachtofferschap van moslims omdat ze moslims zijn. Niet om islamistische superioriteitsgevoelens, de ongelijke behandeling van vrouwen of homo’s, of het feit dat niet-moslims Mekka niet mogen betreden. Daar is al genoeg – en vaak terechte – aandacht voor in talloze andere zalen in Nederland.

Zo, dat is eruit. Dan de volgende ergernis. Die heeft te maken met de toevoeging ‘terecht’ in de vorige alinea, die moslims haast verplicht moeten gebruiken bij het bespreken van moslimhaat. Met andere woorden: in het oog van het publiek duidelijk maken dat je geen terrorist bent, door afstand te nemen van gewelddadige praktijken van andere moslims. Hoe vaak zie je witte mensen en/of Joodse Nederlanders afstand nemen van het Trump-regime of van het Israëlische apartheidsregime, om vervolgens vrijuit te kunnen spreken?

Wij als Nederlandse moslims zouden daar ook mee moeten stoppen. Ik ben overigens niet klaar met ellenlange filosofische discussies over kritiek op de islam, islamistische superioriteitsgevoelens en de ongelijke behandeling van vrouwen binnen de islam, maar die discussies kan ik wel even pauzeren wanneer witte politieagenten, supremacistische politici of overcompenserende allochtone agenten en politici ons in de nek hijgen met hun islamofobie.

Er moet dus eerst afstand worden genomen voordat je je eigen slachtofferschap kunt bespreken. Dat dit ook gebeurt in een internationale context waarin sprake is van genocidaal geweld tegen Palestijnen en Libanezen door Israël (gesteund door het Westen), en waarin elk pro-Palestijns verzet wordt weggezet als islamistische terreur en als bedreiging voor het ‘bestaansrecht’ van Israël, illustreert de alledaagsheid van islamofobie waar Nederlandse moslims mee te maken hebben.

Het is een strategie om ons koest te houden

Tot slot lees ik bij het afronden van deze column dat de Zweedse regering wil stoppen met de term islamofobie, omdat, je voelt hem al aankomen, ‘kritiek op de islam mogelijk moet blijven’.

De ontkenning van moslimhaat begint bij de ontkenning van deze term als fundamentele beschrijving van onze alledaagse realiteit. Het is een strategie om ons koest te houden, ons te dwingen te verdwalen in nietszeggende mantra’s over neutraliteit, objectiviteit en vrijheid, terwijl islamofobie zich juist uit in concrete achterstelling: geen baan krijgen, opgroeien in achtergestelde getto’s, lagere schooladviezen en terechtkomen op zogenoemde ‘zwarte scholen’, omdat je niet binnen het plaatje van ‘Henk en Ingrid’ past.

Islamofobie betekent dat je als moslim klein wordt gehouden omdat je Ahmed of Fatma heet, misschien een hoofddoek draagt en bidt. Zo simpel en zo racistisch is het. En, beste mensen, racisme heeft niets met religiekritiek te maken, dus laten we niet verzanden in semantiek.

Onderzoeker Jelle Postma waarschuwt in Buitenhof voor groeiend extreemrechts

0

Oud-AIVD’er Jelle Postma, directeur van onderzoeksbureau Justice for Prosperity, waarschuwt dat extreemrechts steeds internationaler wordt en ook in Nederland meer invloed krijgt. Deze groepen wakkeren ook de protestacties tegen de komst van azc’s aan, zei hij zondag bij Buitenhof.

Hij wees daarbij onder meer op de recente ontmoeting in Parijs tussen Forum-politicus Thierry Baudet en de extreemrechtse activist Tommy Robinson uit Engeland.

De protesten in Loosdrecht, Engelen, IJsselstein en Tilburg zijn volgens Postma geen toeval. ‘Het is een bevestiging van wat we al zagen aankomen’, staat in het rapport dat vandaag naar buiten is gekomen. Daarin staat dat extreemrechtse cellen van Identitair Verzet betrokken zijn bij lokale intimidatieacties tegen azc’s. Daarbij wordt geweld niet geschuwd: de politie is meerdere keren met vuurwerk bekogeld en er zijn veel ruiten gesneuveld.

Postma erkende bij Buitenhof dat er onder de demonstranten ook ‘bezorgde burgers’ zijn. Tegelijk waarschuwde hij dat hun onvrede wordt uitgebuit door georganiseerde extreemrechtse groeperingen en politici, zoals Forum-voorvrouw Lidewij de Vos, die aanwezig was bij het gewelddadige protest in Loosdrecht en dat ‘vreedzaam’ noemde. Volgens Postma is bovendien een volgende fase ingegaan: de internationalisering van extreemrechtse opruiing tegen migranten en vluchtelingen.

Enkele passages uit het rapport:

‘Onder de demonstranten verscheen een spandoek met een gele lambda op een zwarte achtergrond. Datzelfde symbool dook enkele dagen later op in Engelen, vervolgens in IJsselstein en daarna in Tilburg. Elke keer was het afkomstig van één organisatie: Identitair Verzet, of IDV. De Nederlandse tak van een pan-Europees extreemrechts netwerk, waarvan de Franse moederorganisatie door de Franse overheid is verboden als privémilitie, waarvan de Oostenrijkse leider Martin Sellner geld ontving van Brenton Tarrant, de man die 51 mensen (moslims, red.) vermoordde bij de aanslagen in Christchurch, en waarvan de Nederlandse oprichter is veroordeeld voor het bekladden van een Joodse begraafplaats met swastika’s en de leus “Juden raus.”’

‘De ideologische basis (van IDV) bestaat uit twee pijlers. De eerste is de omvolkingstheorie, de complottheorie dat een schimmige elite doelbewust Europese bevolkingen vervangt via massale immigratie. De tweede is “remigratie”, een eufemistische term voor de gedwongen deportatie van mensen op basis van etniciteit, religie of huidskleur. Ondanks pogingen om het woord te normaliseren in het publieke debat, moet hier een duidelijke grens worden getrokken. Ook de NCTV is daar helder over: in de taal van extreemrechts betekent remigratie het deporteren van miljoenen mensen op basis van ‘ras, religie, seksuele geaardheid of ongewenste opvattingen’.’

Monument op de Dam beklad met rode verf

0

Het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam is vannacht beklad met de tekst ‘genocide’. Vermoedelijk wordt daarmee de genocide in Gaza bedoeld, waarvan pro-Palestijnse critici vinden dat de Nederlandse staat daaraan medeplichtig is. De burgemeester spreekt van een ‘ongelooflijk laffe daad’, meldt NU.nl.

Ook premier Rob Jetten heeft gereageerd. ‘Het bekladden van het Nationaal Monument op de Dam is een idiote en volstrekt onacceptabele actie. Al helemaal vandaag, op 4 mei’, schrijft hij op X. ‘Laten we vandaag eensgezind zijn en samen met respect stilstaan.’

Het is niet de eerste keer dat het Nationaal Monument op de Dam doelwit is van bekladding. Vorig jaar in augustus gebeurde het weer tijdens een pro-Palestijnse demonstratie. En zo’n twee maanden daarna werd ook het Paleis op de Dam besmeurd met rode verf. Daarbij stond de tekst ‘fuck Israël’. Actiegroep Palestine Action NL eiste de actie toen op. De rode verf zou ‘het bloed’ moeten illustreren dat aan de handen van de Nederlandse staat kleeft.

Talkshows hebben extreemrechts genormaliseerd

De publieke omroep is geworden tot de spreekbuis van haat. Haat scoort. Extreemrechts wil altijd wel naar de talkshows om de boel in de fik te zetten. En de talkshows blijven ze uitnodigen.

De publieke omroep is medeplichtig aan het geweld waaraan mensen in dit land bloot staan. Haat tegenover migranten wordt er goedgepraat. Een burgemeester van een gemeente waar wordt geprotesteerd tegen een azc zei dat we in een situatie terecht zijn gekomen waarin asielzoekers beschermd moeten worden tegen Nederlanders. De publieke omroep zendt programma’s uit waarin het geweld tegen vreemdelingen worden aangemoedigd. Het kan allemaal.

Het is niet sporadisch. Het gebeurt de hele dag, elke week, elke maand. Die gesprekken worden dan weer gedeeld op de socials, komen in mijn tijdlijn; in die zin mis ik niets. Voeg daarbij het fenomeen van de influencers die met de camera door de multiculturele wijken lopen en spreken over chaos, ellende en barbaren. ‘Europa is Europa niet meer’, zeggen ze.

Marktbezoekers, mannen in lange jurken op weg naar de moskee, een Senegalees die op straat T-shirts verkoopt: dit is de tsunami van barbaren die Europa aan het opvreten zijn. De influencers krijgen er geen genoeg van. Net als de extreemrechtse leiders die de stoelen van de talkshows warm houden weten ze dat haat en angst verkoopt.

‘Geert, je moet wat vaker naar de markt’

Meta, Musk, de publieke omroep: ze faciliteren de ontmenselijking. Geert Wilders ging naar de markt op Rotterdam-Zuid; leuke markt, gezellige markt waar veel mensen hun boodschappen doen. Gewoon een markt. Wilders wringt zich door de menigte, omringd door gemaskerde agenten; de burgeroorlog loopt door de straten. Goedwillende Rotterdammers willen met hem op de foto, een zwarte man geeft hem een hand. Gewoon een dag op de markt. Wilders maakt er een filmpje van waarin hij spreekt van Nederland dat Nederland niet meer is. Geert, je moet wat vaker naar de markt.

Ik was in Zuidoost (Amsterdam, red.) met mijn kinderen, onder de metrobaan was een kermis; mensen van alle culturen liepen door elkaar; gezellig. Maar voor de roeptoeters die plaatsnemen aan de talkshowtafels is dit een ongewenste wereld. Deze gezelligheid is een bedreiging voor het vrije Westen. Ze draaien alles om en de publieke omroep helpt ze een handje. Elke dag opnieuw.

Ik kijk niet meer naar de talkshows, de talkshow komt mijn kant op. Via de socials wordt mij verteld dat die vreedzame, goede en positieve wereld die ik bewoon een ongewenst fenomeen is. Een vergissing.

Vrienden zeggen tegen me: waarom ben je zo uitgesproken geworden? Dat heeft een reden. Dat is omdat de publieke omroep steeds meer ruimte laat aan stemmen die de vrije nieuwsgaring misbruiken voor propagandadoeleinden, ik hoor ze dingen beweren over de wereld waarin ik woon die niet overeenkomt met zoals ik ‘m beleef.

Het verschil tussen die mensen en ik is dat ik deze wereld wel bewoon. Zij rijden er langs. Als ze er komen dan komen ze met gemaskerde agenten om er rotzooi te trappen. En ’s avonds mogen ze leeglopen bij de publieke omroep, beweringen doen over een wereld die ze niet kennen. Ik kan alles wat deze mensen beweren aan leugens en verdraaiingen weerleggen maar de publieke omroep nodigt me niet uit aan tafel. Eerst moet de haat zijn zegje doen.

Hoe is het gesteld met de persvrijheid in Turkije?

Zondag 3 mei is de Dag van de Persvrijheid. Uit de persvrijheidsindex van Reporters without Borders blijkt dat het wereldwijd hard achteruitgaat met de omstandigheden waarmee journalisten te maken hebben.

Steeds vaker worden journalisten beperkt in de uitoefening van hun beroep. Ze krijgen te maken met politiegeweld, politieke onderdrukking en worden zelfs doodgeschoten door het leger (denk aan de honderden journalisten die door Israël worden vermoord in Palestina en Libanon).

In dit stuk zoomen we in op Turkije, dat al decennialang zeer slecht scoort op de persvrijheidsindex en waar eigenlijk nooit echt sprake is geweest van persvrijheid. Turkije is dit jaar weer vier stappen achteruit gegaan. Het staat het op de weinig hoopgevende plek 163 van de 180 landen op de persvrijheidsindex.

Met de gevluchte Turkse en Koerdische journalisten Baki Karadeniz, Erkam Tufan Aytav en Füsun Erdogan maken we de balans op.

Hoe kijkt u naar deze indexering als journalist, en in het bijzonder als journalist uit Turkije?

Baki Karadeniz

Karadeniz: ‘Voor mij is journalistiek meer dan een beroep; het is een strijd om te overleven en een strijd om de waarheid. Ik weet nog goed dat 1994 het kantoor van de Turkse krant Özgür Ülke werd gebombardeerd en collega’s midden op straat werden vermoord. Wat toen staatsbeleid was in de vorm van fysieke vernietiging (zoals de moorden op Musa Anter en Uğur Mumcu), heeft onder de AKP en Erdoğan plaatsgemaakt voor een systematische juridische belegering.

‘Vandaag de dag is Turkije op de Persvrijheidsindex gezakt naar de 163e plaats. Als Koerdische journalist in ballingschap zie ik dat, hoewel de methoden veranderen, de reflex om kritische stemmen het zwijgen op te leggen nooit is veranderd in Turkije.’

Aytav: ‘Dat Turkije op plaats 163 staat wat betreft persvrijheid, is helemaal niet verrassend. Turkije wordt nog steeds bestuurd door een autocratische leider. In zulke regimes is de vrije pers altijd een van de eerste doelwitten. Die wordt als eerste uitgeschakeld, omdat een vrije pers de illusie van autocraten doorbreekt. Vandaag de dag zitten nog steeds veel journalisten in de gevangenis, of zij hebben Turkije verlaten.’

Erdogan: ‘Terwijl regimes wereldwijd steeds verder naar rechts opschuiven, manipuleren machthebbers via hun eigen gecreëerde media de bevolking. Onder deze omstandigheden wordt het steeds moeilijker om echte journalistiek te bedrijven, en worden journalisten onvermijdelijk gedwongen hun beroep uit te oefenen onder druk van censuur en zelfcensuur. De aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne, de verwoesting en bezetting van Gaza door het zionistische Israël, de aanvallen op Libanon, de plannen van de VS en Israël ten aanzien van Syrië, de aanvallen op Iran en de situatie in Sudan, het feit dat in al deze oorlogen en conflicten zoveel journalisten het leven verliezen, moet ook worden gezien als bewijs van hoezeer de persvrijheid wereldwijd wordt vernietigd. Dat Turkije historisch gezien altijd laag scoort, moet worden gezien als een duidelijk bewijs dat er in Turkije geen persvrijheid is.’

Volgens onderzoek past bijna de helft van de Turken zelfcensuur toe uit angst voor de overheid. Hoe is deze situatie volgens u onder Turkse journalisten?

Karadeniz: ‘Dit onderzoek toont aan dat de helft van de bevolking uit angst zwijgt, maar voor journalisten is meer sprake van een zogenoemde ‘overlevingsstrategie’. In een land waar alleen al in het afgelopen jaar meer dan 300 journalisten voor de rechter zijn verschenen, wordt zelfcensuur onvermijdelijk gemaakt. Elk woord op papier staat onder dreiging van gevangenisstraf, ballingschap of hoge boetes. Het autoritaire regime gebruikt de rechtspraak als een knuppel en beperkt journalisten niet alleen in wat ze schrijven, maar zelfs in wat ze niet meer durven op te schrijven via deze geïnternaliseerde zelfcensuur.’

Erkam Tufan Aytav

Aytav: ‘Mensen die in de Republiek Turkije leven, zijn gedwongen zelfcensuur toe te passen. Anders krijgen ze problemen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor journalisten. Op een andere manier kunnen zij hun werk niet doen. Ze moeten binnen de door het regime
vastgestelde lijnen werken.’

Erdogan: ‘Waar onderdrukking en censuur bestaan, is ook angst voor de macht. In Turkije is er feitelijk sprake van een ‘eenmansdictatuur’, waarin alle bevoegdheden zijn geconcentreerd ie de leider van de AKP en president Recep Tayyip Erdoğan. Al jarenlang durven mensen, wanneer hun een microfoon wordt voorgehouden, de waarheid niet te spreken, en beperken zij zich tot uitspraken die de regering en Erdoğan prijzen. Voor de media geldt hetzelfde. Na de mislukte coup van 2016 zijn kranten, radiozenders, tijdschriften en televisiestations die nog probeerden de waarheid te brengen, in beslag genomen. Journalisten die zich kritisch uitten, werden uit hun functie gezet. Uiteindelijk is zelfcensuur vaak het enige middel om te overleven. Concluderend kan worden gesteld dat er in Turkije geen voorwaarden bestaan om journalistiek op een vrije en professionele manier uit te oefenen. Journalisten die dat wel proberen, krijgen vaak lange gevangenisstraffen, terwijl hun media worden gesloten of financieel onder druk gezet.’

Soms wordt zelfcensuur onder journalisten wel eens verdedigd met ‘we kunnen
tenminste 50 procent van wat we schrijven publiceren.’ Hoe kijkt u hiernaar?

Karadeniz: ‘Dit is geen excuus of verdediging, maar veel eerder een verklaring van capitulatie en corruptie. In de journalistiek bestaat geen ‘halve waarheid’. Die verborgen 50 procent vormt juist het donkerste dossier dat het publiek zou moeten kennen. De mainstream media zijn veranderd in een koor dat de misdaden van de machthebbers verbergt en zelfs maffiafiguren als helden aan de samenleving verkoopt. Dat tijdens de AKP-periode duizenden journalisten zijn vervolgd, bewijst dat deze concessies niemand beschermen, maar juist de duisternis van de macht voeden.’

‘Met enthousiasme bedrijven zij regimejournalistiek, want anders zouden zij hun positie niet kunnen behouden’

Aytav: ‘Voor een deel van de journalisten in Turkije geldt dit inderdaad. Maar de journalisten die op televisie verschijnen en invloedrijke posities bekleden, vallen niet in deze categorie. Zij hebben zich onderworpen aan het regime. Met enthousiasme bedrijven zij regimejournalistiek, want anders zouden zij hun positie niet kunnen behouden.’

Erdogan: ‘Toen ik ooit hoofdredacteur was van Özgür Radyo in Istanbul, bevond ik mij in precies diezelfde situatie. Eén enkel woord kon al reden zijn om de zender te sluiten, waardoor wij feitelijk gedwongen waren tot zelfcensuur. Als verantwoordelijke moest ik die keuze maken, omdat sluiting betekende dat het vrijwel onmogelijk zou zijn om opnieuw een zender op te zetten. De keuze was simpel maar hard: stoppen of proberen, binnen de beperkingen, toch zo eerlijk mogelijk verslag te doen en het recht van het publiek op informatie en journalistieke ethiek te beschermen. Met andere woorden: het was kiezen tussen twee kwaden. Vandaag de dag is de situatie nog ernstiger. Zoals collega’s in de mainstream media zeggen: zelfs als 50 procent van wat je schrijft wordt gepubliceerd, is dat al iets. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit geen duurzame oplossing is. Misschien is het noodzakelijk om een fundamentelere beweging op te bouwen en collectief ‘nee te zeggen tegen censuur en zelfcensuur.’

Füsun Erdogan

Zijn journalisten uit Turkije wel solidair met elkaar? Of richt iedereen zich vooral op zijn eigen publiek?

Karadeniz: ‘Helaas niet. In Turkije zijn beroepsorganisaties sterk gepolariseerd. Iedereen spreekt zich alleen uit over aanvallen op de eigen ‘achterban’. Terwijl pro-regeringsmedia feitelijk onderdeel van de macht zijn geworden, zit ook de oppositie opgesloten in ideologische getto’s. Zolang een aanval op één journalist niet wordt gezien als een aanval op het hele beroep, is het onmogelijk deze cirkel van repressie te doorbreken. Gebrek aan solidariteit vormt de grootste comfortzone van een onderdrukkend regime.’

Aytav: ‘Helaas is er geen sprake van solidariteit.’

Erdogan: ‘In de jaren negentig en begin jaren 2000 bestond solidariteit vooral onder onafhankelijke journalisten en hun lezers. De machthebbers hebben deze journalisten nooit als echte journalisten erkend. Door hen als ’terroristen’ te bestempelen, konden zij eenvoudig worden gearresteerd, gemarteld en veroordeeld. Opvallend is dat deze journalisten zelden expliciet voor hun journalistieke werk werden veroordeeld, want dan zou het moeilijker zijn geweest om zware straffen op te leggen. Journalisten in de mainstream media namen vaak dezelfde afstand en toonden weinig solidariteit. Pas toen de AKP haar macht verder consolideerde, werden ook mainstream journalisten doelwit van repressie. Toen werd duidelijk dat onafhankelijke journalistiek bedrijven grote risico’s met zich meebrengt.

‘Door de hele moderne geschiedenis van Turkije heen zijn gevangenissen gevuld geweest met journalisten en intellectuelen, en dat is vandaag de dag nog steeds zo, in nog ernstigere mate. Kortom: tenzij journalisten zich openlijk achter de AKP of MHP scharen, is het zeer moeilijk om hun beroep op een ethische manier uit te oefenen. Daarom zou het uitgangspunt moeten zijn dat, zolang er geen sprake is van een daadwerkelijk strafbaar feit, alle gearresteerde journalisten solidariteit verdienen, en dat deze solidariteit moet worden versterkt.’

Defensie stopt niet met oefeningen ondanks natuurbranden

0

Terwijl de brandweer overuren draait en zelfs hulp uit het buitenland nodig heeft, weigert Defensie te stoppen met oefeningen in brandbaar natuurgebied, melden meerdere media vandaag. 

Het aantal natuurbranden is voor de eenheden van de nationale brandweer nauwelijks nog te overzien. De crisis heeft de autoriteiten zelfs genoopt tot het inschakelen van buitenlandse hulp, iets wat in Nederland niet eerder is voorgekomen in het geval van natuurbranden.

In het licht van deze uitslaande calamiteit groeit het onbegrip over de stroeve houding van Defensie, dat weigert alle oefeningen te pauzeren. Defensie wil eerst de uitkomst van het onderzoek afwachten voordat het stappen zet. Dit terwijl steeds meer natuurgebied onherstelbaar uitbrandt.

Uit Duitsland komen intussen 21 voertuigen en 67 hulpverleners om de Nederlandse  brandweer bij te staan. Ook uit Frankrijk komen manschappen om de Nederlandse branden te helpen bestrijden.

‘Ondanks vier branden in twee dagen op militaire terreinen, vindt generaal Onno Eichelsheim het niet nodig te stoppen met oefeningen’, schrijft het AD. Defensie wijst op de ‘zogenoemde Russische dreiging’ als reden om door te gaan met oefenen. ‘Ik vind het heel vervelend voor omstanders, campings en de natuur zelf,’ aldus Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim tegen NRC.

Intussen gaat er steeds meer natuurgebied in Nederland verloren door branden. De minister van Defensie Dilan Yesilgöz (VVD) heeft nog geen veldbezoek afgekondigd naar het getroffen gebied, waaronder de Veluwe.

Kerken spreken zich uit tegen extreemrechts in Nederland

0

Terwijl extreemrechts in de politiek, media en maatschappij sterk vertegenwoordigd blijft, nemen Nederlandse kerken duidelijk stelling tegen het gedachtengoed door middel van een beleidsdocument.

De kerken noemen extreemrechts een nationalistisch, islamofoob en identitair gedachtegoed dat de maatschappij van binnenuit en haast onomkeerbaar verdeelt. Dat meldt de Volkskrant.

Het heeft wel even geduurd. Zelfs toen één op de vier Nederlanders op de racistische PVV
stemde, kwam er geen collectief geluid vanuit de kerken. Maar nu is er eindelijk iets, in de
vorm van een beleidsdocument, waarin onder meer wordt opgemerkt dat extreemrechts ‘racisme, antisemitisme en de verheerlijking van masculiniteit’ herbergt.

Opvallend is dat islamofobie, anti-moslimracisme of moslimdiscriminatie niet als zodanig
worden genoemd in het document. Het ‘anti-islam sentiment’ wordt echter wel beschouwd
als een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat, en bovendien voor
‘minderheidsgroepen en zwakkeren in de samenleving’.

Dat het christelijk geloof hiervoor wordt gepolitiseerd en geïnstrumentaliseerd, is de kerken
een doorn in het oog. Stefan Paas, hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit, reageert
in de Volkskrant: ‘De kerken voelen zich gekaapt door krachten in de samenleving
die weinig ophebben met het christelijke geloof.’

Hij is afwachtend over de eventuele impact van het document. ‘Wat de aangesloten kerken
ermee doen, is aan henzelf,’ aldus Paas. Een boycot van Israël of de Verenigde Staten, die
gezamenlijk een genocide plegen en mogelijk maken in Palestina, wordt niet genoemd als
concreet actiepunt van de kerken.

Etnische minderheden in VS niet langer beschermd bij tekenen kiesdistricten

0

Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft een ingrijpende uitspraak gedaan die grote gevolgen kan hebben voor toekomstige verkiezingen in de Verenigde Staten. De rechters hebben bepaald dat staten bij het hertekenen van kiesdistricten geen rekening meer hoeven te houden met etniciteit.

Daarmee wordt een belangrijk onderdeel van de Voting Rights Act uit 1965, een wet die discriminatie bij verkiezingen moest tegengaan, in de praktijk sterk afgezwakt.

De conservatieve meerderheid in het Hof stelt dat het expliciet beschermen van etnische minderheden bij het tekenen van kiesdistricten juist neerkomt op discriminatie. Volgens opperrechter Samuel Alito is dat in strijd met de Grondwet. De drie progressieve rechters zijn het daar niet mee eens en waarschuwen voor verstrekkende gevolgen. Zij vrezen dat de wet hierdoor feitelijk een ‘dode letter’ wordt.

De uitspraak betekent dat staten meer vrijheid krijgen om kiesdistricten opnieuw in te delen op een manier die politiek gunstig is. Deze praktijk, bekend als gerrymandering, wordt al langer toegepast, maar krijgt door het vonnis mogelijk een nieuwe impuls. Vooral Republikeinen lijken hiervan te profiteren, omdat etnische minderheden in de VS historisch vaker op Democraten stemmen.

Aanleiding voor de zaak was een conflict in de staat Louisiana. Daar werd een kieskaart ingevoerd waarbij gebieden met veel zwarte inwoners werden opgesplitst over meerdere districten, waardoor hun politieke invloed afnam. Een rechtbank oordeelde eerder dat dit moest worden aangepast om een eerlijkere vertegenwoordiging te waarborgen. Het Hooggerechtshof heeft die redenering nu verworpen.

De politieke reacties zijn fel en verdeeld. Republikeinen spreken van een overwinning voor eerlijke verkiezingen, terwijl Democraten vrezen dat de deur wordt opengezet voor structurele benadeling van minderheden. Volgens critici kan de uitspraak leiden tot minder zwarte volksvertegenwoordigers, vooral in zuidelijke staten.

In sommige staten worden al direct stappen gezet. Zo is in Florida kort na de uitspraak een nieuwe kieskaart aangenomen die Republikeinen mogelijk extra zetels oplevert in het Congres. Ook andere staten overwegen vergelijkbare aanpassingen.