8.7 C
Amsterdam
Home Blog

Hoe minister Sjoerdsma toch geld voor UNRWA wil vrijmaken

0

Het voorstel om de financiële steun van Nederland aan UNRWA te herstellen werd deze week gepresenteerd als goed nieuws, maar hier ging een politiek spel aan vooraf dat niet de schoonheidsprijs verdient.

‘Goed nieuws: Nederland herstelt steun aan UNRWA!’, schrijft D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga euforisch op LinkedIn begin deze week. Maar op dat moment is de extra 19 miljoen voor de vluchtelingenorganisatie in Gaza nog lang geen voldongen feit.

Het voorstel kwam deze week van minister Sjoerd Sjoerdsma (D66, Buitenlandse Handel). In een brief aan de Tweede Kamer kondigde hij aan alsnog extra geld beschikbaar te willen stellen voor de vluchtelingenorganisatie, die in de vorige kabinetsperiode een aanzienlijk deel van de Nederlandse steun kwijtraakte, omdat er verdenkingen waren van banden met Hamas.

Na onderzoek bleken deze verdenkingen onterecht. Bovendien is UNRWA verantwoordelijk voor verreweg het leeuwendeel van alle steun die wordt geleverd in Gaza en heeft het flink geleden onder de financiële tekorten, aangezien ook andere landen hun steun pauzeerden. Dit mag nu weer worden teruggedraaid, vindt de minister, en zo stond dit ook in het coalitieakkoord.

Toch was dit niet vanzelfsprekend. In de begroting over ontwikkelingsgeld waarover vorige week werd gestemd, stond namelijk juist dat er bezuinigd zou worden op steun voor UNRWA. Dit was voor rechtse partijen de reden dat ze vóór stemden. Deze partijen vinden UNRWA nog steeds verdacht en zien het geld liever verdeeld onder andere hulporganisaties.

Met deze stemming was het laatste woord echter niet gesproken, blijkt uit de plannen van de minister. Hij wil de extra miljoenen voor UNRWA nu toch vrijmaken. Daarover zal opnieuw moeten worden gestemd, maar de minister heeft zijn hoop dit keer gevestigd op een linkse meerderheid. De begroting zou het juist hebben gered met een rechtse meerderheid. Zie hier het politieke spel waartoe een minderheidskabinet is veroordeeld.

Het demonstreert ook de lastige positie waarin de minister zich bevindt, benadrukt Trouw. Hij zou alle partijen tevreden willen houden. Sjoerdsma zei zelf in de Kamer dat hij het sowieso niet goed kon doen.

Of het voorstel het haalt, hangt bovendien ook nog af van de stemming in de Eerste Kamer, waar de partijen eveneens verdeeld zijn. Als het geld inderdaad vrijkomt, zal dat bovendien pas in september zijn, aldus Sjoerdsma. Echte impact op de hulp die UNRWA kan bieden zal dus nog even op zich laten wachten.

Turkse voetballers dansen de Koerdische halay

0

De zwaar bevochten WK-kwalificatie van Turkije (na 24 jaar doen de Turken weer mee) lijkt de multiculturele sfeer binnen het diverse Turkse voetbalteam te bevorderen. Onder aanvoering van de Turks-Koerdische speler Zeki Çelik deden Turkse voetballers een poging om de Koerdische halay te dansen. Dat lukte nog niet helemaal.

Şemmame Buke is een beroemd halaynummer dat al lange tijd is ingeburgerd op vele Turkse trouwfeesten. Het is een uiting van liefde voor een ‘geparfumeerde bruid’, uitgevoerd met duizelingwekkend enthousiasme in cirkels tijdens bruiloften. In die zin zou het geen nieuws mogen zijn dat Turkse voetballers op deze manier pret hebben.

Maar dat is buiten het stevig verankerde Turkse nationalisme gerekend. Dat het pro-Koerdische parlementslid van DEM, Salih Gergerlioglu, na de kwalificatie van Turkije hier een bericht aan wijdt op sociale media, is dan ook geen toeval. ‘De spelers van het Turkse nationale team hebben samen een Koerdisch lied gezongen. Heel mooie beelden…’, schrijft hij, waarna miljoenen Turkse trolls op voorspelbaar nationalistische wijze reageren.

‘Wanneer Merih (de Turkse speler die bij het EK de fascistische Grijze Wolvengroet maakte en daarvoor door de UEFA werd geschorst, red.) “Ik sterf voor mijn Turkije” zingt, wordt dat racisme en fascisme genoemd, maar als Şemmame wordt gezongen, zijn het ineens “heel mooie beelden”, hè Salih :)’, reageert bijvoorbeeld Furkan Yaman op cynische toon.

Een ander reageert als volgt: ‘Jullie denken alleen maar in termen van verdeeldheid. Al jarenlang zijn Turken en Koerden broeders op deze grond; wat jullie het “Koerdische probleem” noemen, noemen wij een terrorismeprobleem. Als je op zoek bent naar discriminatie, kijk dan naar het beleid dat de VS in de jaren zestig voerde tegenover zwarte mensen.’

Turkije speelt tijdens het omstreden WK in Amerika tegen Australië, Paraguay en Amerika. Turks-Nederlandse liefhebbers moeten vroeg op om deze wedstrijden te zien. De laatste poulewedstrijd tegen Amerika begint om 04.00 uur Nederlandse tijd.

‘Talrijke voorbeelden van intimidatie door de Marokkaanse overheid’

0

Abderahmane Chrifi schrijft dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging door de Marokkaanse overheid in Nederland, maar volgens Ahmad Aynan en Yuba El Ghadioui van mediakanalen Riftime en Rif Focus is dat onjuist.

Het opiniestuk van de heer Chrifi over Marokkaanse invloed in Nederland is goed bedoeld, maar mist een belangrijk punt. Chrifi, van het Utrechtse platform voor Levensbeschouwing en Religie, suggereert dat de kritiek gebaseerd is op anonieme bronnen en dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging. Dit klopt niet.

Op 25 maart 2026 publiceerde Elsevier een artikel waarin vier mensen openlijk, met naam, beroep en leeftijd, hun ervaringen en zorgen delen over de Marokkaanse inmenging in Nederland. Hun ervaringen en zorgen duiden op deze inmenging en zijn gecontroleerd door de journalist Gerben van der Aa, onder meer met aangiftes en andere bewijsstukken. De denktank Monitor Lange Arm Rabat wordt in het artikel ook genoemd, maar staat los van de vier geïnterviewde mensen; hun informatie vormt slechts één onderdeel van een veel breder, openbaar en verifieerbaar beeld. Het artikel leidde vorige week tot Kamervragen, wat aangeeft dat de waarheid misschien hard aankwam bij de heer Chrifi, maar tegelijkertijd onderstreept dat zorgvuldigheid en verificatie van informatie essentieel zijn.

Chrifi benadrukt de positieve rol van dialoog, samenwerking en verbinding met Marokko. Dat juichen wij toe. Niemand is tegen samenwerking. Tegelijkertijd moeten we het misbruik van die samenwerking als lange arm van Rabat blijven adresseren en bestrijden. Dat betekent dat we niet wegkijken wanneer mensen in de diaspora aangeven dat zij zich onder druk gezet voelen of bang zijn om kritiek te uiten.

 Journalisten en Riffijnse activisten

Er zijn talrijke voorbeelden van intimidatie en druk. Zo worden journalisten en (online) Riffijnse activisten, zoals Yuba El Ghadioui, al jarenlang geïntimideerd en gevolgd. In het Elsevier-artikel worden concrete voorbeelden genoemd, onderzocht en onderbouwd met documenten. Wereldwijd is bekend dat Riffijnse activisten in de diaspora zijn gevlucht, evenals Hirak-activisten in de Rif, die gevangenisstraffen van 11 tot 20 jaar hebben gekregen. Dit is geen mythe; het belemmert mensen daadwerkelijk om hun mening vrij te uiten.

De centrale vraag die door Chrifi beantwoord dient te worden is: waarom is de angst onder veel Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders en diasporaleden zo groot dat zij zich niet durven uit te spreken, uit vrees dat zij de Rif of Marokko niet meer kunnen bezoeken? En is het toeval dat veel invloedrijke Riffijnse en Marokkaans-Nederlandse personen zich niet uitspreken over Marokko, maar wel — terecht — over andere onveilige regimes?

Kan Chrifi onderbouwen dat Marokko investeert in het onderhouden van banden met de diaspora, bijvoorbeeld door hen actief en strategisch te benaderen, te faciliteren of aan zich te binden, zonder mogelijk effect dat zij zich niet negatief uitlaten over het regime? En is het werkelijk onopgemerkt gebleven dat invloedrijke personen, zoals Aboutaleb en andere Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders met invloed en een podium, regelmatig worden uitgenodigd door bijvoorbeeld Marokkaanse consulaten en ambassades, contacten onderhouden en deelnemen aan bijeenkomsten, waarbij de vraag rijst in hoeverre dit bijdraagt aan het beperken van kritische uitingen?

De eerste generatie Riffijnen in Nederland accepteerde de druk en zweeg, uit angst, analfabetisme of een gebrek aan middelen om zich te verzetten. Wij praten terug en hebben er genoeg van om weg te kijken, ons te laten beïnvloeden of intimideren. Wij trekken aan de bel, spreken ons uit en doen dat beschaafd via democratische, transparante middelen, zoals media en journalistiek, die vervolgens Kamervragen oproepen. Het erkennen van deze uitdagingen betekent niet dat we tegen dialoog zijn; het betekent dat we kritisch, open en eerlijk willen zijn over wat er speelt.

De invloed van Marokko reikt ver: van beïnvloeding van moskeeën en infiltraties tot propaganda en het inzetten van hoogopgeleide Riffijnse en Marokkaanse Nederlanders in functies met invloed, zodat zij zich niet negatief uitspreken over Marokko.

Het debat over buitenlandse invloed kan en moet plaatsvinden op basis van open, transparante en verifieerbare informatie en zonder dat mensen bang hoeven te zijn om zich uit te spreken. De tijden van zwijgen en accepteren zijn voorbij.

Intimidatie en dreiging

Voorbeelden van mensen die ervaring hebben met intimidatie of dreiging:

Naam: Ahmed Bourkiz
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, Belgisch paspoort
• Gebeurtenis: Aangehouden bij aankomst in Nador; veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij vrijlating eiste voor zijn ontvoerde broers. Ahmed had ook een eigen Facebookpagina met nieuws over de Hirak-beweging in Europa.
• Gevolg: Vier jaar gevangenisstraf
• Datum/jaar: 2025/2026

Naam: Yuba El Ghadioui
• Achtergrond: Yuba El Ghadioui is een politieke activist van Riffijnse afkomst. Hij staat bekend om zijn kritische houding tegenover de Marokkaanse staat en de Marokkaanse koning. Wekelijks verzorgt hij live-uitzendingen via YouTube, Facebook en TikTok, waarin hij spreekt in de Riffijnse taal. Zijn uitzendingen trekken gemiddeld rond de vierduizend kijkers per week, maar het werkelijke aantal ligt hoger omdat Marokko zijn livestreams regelmatig blokkeert of censureert. Zijn website Riftime bereikte in maart 2026 ongeveer 2,5 miljoen bezoekers; statistieken zijn opvraagbaar. Zijn kijkers en volgers wonen in de Rif, Duitsland, Nederland, Spanje, Frankrijk en België.
• Gebeurtenissen: El Ghadioui is meerdere keren doelwit geweest van mediacampagnes waarin hij werd bedreigd en neergezet als ‘vijand van de islam’. Daarnaast ervaart hij intimidatie en wordt hij gevolgd. De Duitse autoriteiten zijn hierbij betrokken en bieden ondersteuning vanwege zorgen om zijn veiligheid.
• Gevolg: Sinds 2015 is hij niet meer teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, uit vrees voor arrestatie.
• Periode: De situatie speelt sinds 2015 en duurt voort.

Naam: Ahmed Aynan
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, woont in Nederland, politiek actief
• Gebeurtenis: Risico op arrestatie bij terugkeer
• Gevolg: Sinds 2017 niet teruggekeerd naar geboorteplaats
• Datum/jaar: sinds 2017

Naam: Ali Aarrass
• Achtergrond: Belgisch-Riffijnse activist, slachtoffer van uitlevering en langdurige detentie in Marokko na uitlevering door Spanje
• Gebeurtenis: Gearresteerd in 2008 in Melilla, vervolgens in 2010 uitgeleverd aan Marokko, waar hij volgens diverse mensenrechtenorganisaties werd gefolterd en na een oneerlijk proces tot 12 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld
• Gevolg: Jarenlange gevangenschap, ernstige psychische en fysieke gevolgen van detentie en foltering
• Datum/jaar: arrestatie 2008, uitlevering 2010, vrijlating 2020

Twee Marokkaanse spionnen zijn in 2024 en 2025 in Düsseldorf opgepakt en veroordeeld voor spionage in verband met het doorspelen van informatie over twee leden van de Hirak-beweging die in Duitsland wonen.

Turkse minister vraagt om uitlevering van ’terroristen’, waaronder 217 gülenisten

0

Tijdens een bezoek aan zijn Turkse collega Akin Gürlek heeft justitieminister David van Weel in Ankara een verzoek gekregen om ‘Turkse terroristen’ uit te leveren. Het gaat onder meer om de voortvluchtige Musa Asoglu van een extreemlinkse organisatie. Ook wil Gürlek dat 217 gülenisten en 8 PKK-leden worden uitgeleverd. Dat meldt de regeringsgezinde website Ensonhaber.

Volgens Gürlek zou Asoglu betrokken zijn geweest bij de moord op de openbare aanklager Mehmet Selim Kiraz in 2015.

De ontmoeting tussen Van Weel en Gürlek vond plaats in de context van toenemende spanningen op het wereldtoneel en een uitbreiding van de samenwerking op het gebied van veiligheid. Later dit jaar vindt in Turkije ook een NAVO-top plaats.

Gürlek legde tijdens de ontmoeting ook de nadruk op de Turks-Nederlandse betrekkingen, die teruggaan tot de beginjaren van de Nederlandse Republiek, en op het feit dat er in Nederland naar schatting 500.000 Turkse Nederlanders wonen.

‘In een tijd waarin mondiale en regionale risico’s toenemen, hechten wij belang aan het versterken van de dialoog en samenwerking met ons bondgenoot Nederland’, aldus Gürlek.

Daaronder verstaat de Turkse staat ook een gezamenlijk front tegen ‘terroristen’. In Nederland staan de PKK en de DHKP-C, waartoe Musa Asoglu behoort, op de terreurlijst, maar gülenisten niet. Of Nederland aan het uitleveringsverzoek zal voldoen, is niet bekend.

Van Weel maakte er ook geen woorden aan vuil in zijn reflectie op het bezoek. ‘Goed bezoek gehad aan onze belangrijke partner Turkije. Met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie heb ik afspraken gemaakt voor verdere samenwerking op gebied van terrorismebestrijding en de aanpak van ondermijning. Ook goed om Hakan Fidan (Min BZ) weer te zien,’ aldus Van Weel op X

Nederland heeft uitleveringen van ’terrorismeverdachten’ tot nu toe afgehouden omdat er in Turkije geen sprake is van eerlijke rechtsvervolging. Vooral na de mislukte couppoging in 2016 werden veel oppositiegroepen met weinig bewijs gevangengezet.

Opinie NRC: Netanyahu wil groter Israël

0

In een opiniestuk in NRC schrijft journalist Jan van der Putten dat de oorlogen van Israël niet alleen gaan om het behoud van macht door premier Benjamin Netanyahu, maar ook om uitbreiding van grondgebied.

Volgens hem gebruikt Netanyahu de conflicten om zijn regering overeind te houden en tegelijk te werken aan een groter Israël. De premier zou de bestaande staat willen uitbreiden met de Westelijke Jordaanoever, Gaza, het zuiden van Libanon en het zuiden van Syrië, aldus de journalist in NRC.

‘Het gedroomde land zou zich veel verder moeten uitstrekken dan van de rivier tot de zee. Idealiter zou het moeten reiken van de ene rivier tot de andere: van de Nijl tot de Eufraat’, schrijft hij.

Van der Putten stelt dat de oorlog in Gaza tegen Hamas geen duidelijk einde kent en dat er nog dagelijks Palestijnse burgers omkomen. Tegelijk wijst hij op toenemend geweld op de Westelijke Jordaanoever en plannen om dit gebied, dat Israël ‘Judea en Samaria’ noemt, te annexeren. In Iran zou het doel volgens hem vooral zijn om chaos te veroorzaken, zodat Israël de sterkste macht in de regio kan worden.

Als de schaamte van kant wisselt

Een jaar of 15 geleden schreef ik een wekelijkse column in het AD. De dag voor mijn deadline las ik een stuk in de krant over een man die zijn vrouw voor de ogen van hun kinderen had doodgeslagen met een honkbalknuppel. Buren en bekenden omschreven de man en de vrouw in het artikel als het perfecte stel: een goede baan, een mooi huis, actief in de buurt. Hoe kon het zo misgaan? En hoe lang zou dit al hebben gespeeld?

Het artikel raakte bij mij een gevoelige snaar. Want ook bij mij thuis was het ooit een stuk minder gezellig dan mijn glimlach deed vermoeden. Ik besloot mijn column er die week aan te wijden. Behalve aan een goede vriendin had ik nog nooit iemand verteld over wat er zich achter mijn voordeur had afgespeeld. Vrienden, collega’s, zelfs mijn familie wisten het niet. Ook al had ik die onveilige relatie allang achter me gelaten, toch voelde het spannend om erover te schrijven. Wat zouden mensen ervan vinden? Gelukkig kreeg ik vooral veel steun. Veel lezers vertelden me dat ze ook huiselijk geweld hadden meegemaakt, zelf of in hun omgeving. Sommigen hadden er nog nooit met iemand over durven spreken.

Deze week las ik de indrukwekkende biografie van Gisèle Pelicot, die deze maand zeer terecht een Four Freedoms Award ontvangt. Pelicot kwam er na jaren achter stelselmatig te zijn gedrogeerd en verkracht door haar echtgenoot en tientallen wildvreemde mannen. Van haar zijn de woorden: ‘De schaamte moet van kant wisselen.’ Want waarom zouden vrouwen zich moeten schamen voor het geweld dat hun is aangedaan?

Niet degene die het is overkomen, maar degene die het geweld heeft gepleegd, moet zich schamen. Dat is de essentie van Pelicots aangrijpende relaas. In plaats van een rechtszaak achter gesloten deuren besloot ze pers en publiek te laten meekijken. Niet alleen met de rechtszaak, maar ook met de schokkende video’s die haar man jarenlang van het seksueel geweld had gemaakt. De groep vrouwen die haar bij de rechtbank kwam steunen, werd naarmate de rechtszaak vorderde steeds groter. ‘Het was mijn rechtszaak, maar ook die van hen’, zou Pelicot daar later over zeggen. Alle geïdentificeerde daders werden stuk voor stuk veroordeeld. Eén van hen kreeg in het door hem aangetekende hoger beroep zelfs een hogere straf. En al die tijd zat Gisèle Pelicot moedig in de rechtszaal. Met geheven hoofd.

Gemiddeld gaan er 33 geweldsincidenten aan vooraf voordat slachtoffers de politie inschakelen

Gisèle Pelicot is geen slachtoffer, maar een overlever. Dat geldt voor veel mensen die te maken krijgen met ernstig fysiek, psychisch of seksueel geweld. Hun veerkracht is vaak verrassend groot. Toch hoor ik geregeld van ervaringsdeskundigen dat ze zichzelf verwijten maken. ‘Je laat je toch niet slaan? Waarom bleef je bij een man die je mishandelde?’ Ook al weten ze best dat hun niets te verwijten valt, toch zit de schaamte diep.

Gemiddeld gaan er 33 geweldsincidenten aan vooraf voordat slachtoffers de politie inschakelen, zo bleek uit Amsterdams onderzoek. Als ze al hulp durven in te schakelen. Want het aantal gevallen van geweld dat zich werkelijk afspeelt achter de voordeur is waarschijnlijk vele malen hoger dan het aantal gevallen dat uiteindelijk gemeld wordt. Soms is hulp vragen te spannend. Soms is de schaamte simpelweg te groot.

Statistisch is de kans best groot dat er iemand in uw netwerk thuis niet veilig is. Elke acht dagen sterft er in ons land één vrouw aan femicide, en gemiddeld groeit minstens één kind per klas op in een onveilig gezin. Maar wat kunt u doen als u zich zorgen maakt om iemand die u kent? Ook dan komt die schaamte vaak weer om de hoek kijken. Want waarom zou u zich bemoeien met iemands privézaken? Wat als er helemaal niets aan de hand blijkt te zijn?

Ik weet in alle eerlijkheid niet wat ik had gedaan als mijn buren of collega’s mij destijds hadden gevraagd of het wel goed met me ging. Maar ik weet wel dat ik wou dat ze het hadden geprobeerd. Mocht u zelf twijfelen wat u kunt doen, vraag dan om advies. Kijk bijvoorbeeld eens op www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl of neem contact op met Veilig Thuis (0800-2000). Kijk niet weg, maar kom in actie. Want ook hier is het de hoogste tijd dat de schaamte van kant wisselt.

PRO stemt morgen in Tweede Kamer tegen migratiepact

0

Progressief Nederland (voorheen GroenLinks-PvdA) stemt donderdag tegen het Europese migratiepact in de Tweede Kamer. Hoewel de partij het pact in principe steunt, verzet zij zich tegen de Nederlandse uitwerking ervan.

De partij heeft vooral moeite met het feit dat gezinnen met kinderen in detentie geplaatst kunnen worden wanneer zij geen verblijfsvergunning krijgen. Een amendement van Lisa Westerveld om dit te verbieden werd verworpen, net als andere voorstellen van PRO om het beleid humaner te maken.

Donderdag 2 april vindt de eindstemming plaats over het Europese migratiepact, dat medio juni moet ingaan. Hoewel dit pact op Europees niveau is geformaliseerd, is het nu aan lidstaten om dit om te zetten naar nationaal beleid. Hiervoor is een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 nodig.

Over de exacte invulling van deze wijzigingen wordt sinds het begin van het jaar hevig gediscussieerd. Waar rechtse partijen het pact niet ver genoeg vinden gaan, wijzen linkse partijen op het gebrek aan een humane benadering. Maar weinig politici behaalden succes om hun stempel op het nieuwe beleid te drukken. Alleen de motie van JA21 die oproept om directeuren van azc’s de bevoegdheid te geven om bewoners te verplichten cursussen te volgen, heeft het gehaald.

Het EU-migratiepact moet leiden tot strengere controles aan de buitengrenzen van de EU, snellere procedures om te bepalen wie mag blijven, meer mogelijkheden om migranten zonder verblijfsrecht terug te sturen en, in de Nederlandse uitwerking, de mogelijkheid tot detentie van uitgeprocedeerde gezinnen, inclusief kinderen.

Over dit laatste maakt de asielminister zich geen zorgen. Gezinnen met kinderen zouden over het algemeen geplaatst worden in reguliere asielzoekerscentra, ook na afwijzing, zo reageerde hij op de motie van PRO.

Expositie vol herinneringen van Molukse Nederlanders

Museum Maluku geeft met de privéfoto’s van Molukse Nederlanders een veelzijdig beeld van de geschiedenis.

In het Museum Maluku in Den Haag hangt sinds kort een hele expositieruimte vol foto’s die tot voor kort niemand ooit had gezien. Bezoekers schreven er met stift hun herinneringen bij. Namen, plekken, anekdotes, soms maar één woord. ‘De opening van onze fototentoonstelling op 20 maart was een groot succes’, vertelt directeur Henry Timisela. ‘Die lege wanden zijn nu gevuld. Mensen voelen zich vrij om hun verhaal achter te laten. Dat is precies wat we willen.’

De foto’s komen uit koffers, dozen en zelfs oude Albert Heijn-tassen die Molukse families jarenlang bewaarden. Sommige negatieven lagen twaalf jaar in containers, nadat het museum ooit moest verhuizen. ‘Toen ik directeur werd, was het een enorme puzzel om alles weer bij elkaar te krijgen’, zegt Timisela. ‘We zijn nu bezig met uitpakken, registreren, titels beschrijven. En dankzij een samenwerking met de KB Nationale Bibliotheek kunnen we veel foto’s eindelijk digitaliseren.’

Het resultaat is een collectie die blijft groeien: beelden uit Indonesië, maar vooral foto’s vanaf 1951, toen de eerste Molukse KNIL-militairen en hun families naar Nederland kwamen. Niet alleen persoonlijke foto’s, maar ook beelden van kerkopeningen, buurtfeesten, demonstraties en bruiloften. ‘We willen met deze tentoonstelling iets teruggeven aan de gemeenschap’, zegt Timisela. ‘Dankzij bezoekers weten we nu van veel foto’s welke mensen erop staan. Dat helpt ons enorm. En bovendien betrekt het de Molukse gemeenschap actief bij het museum.’

Hutkoffers

Het Museum Maluku ontstond in de jaren tachtig, als onderdeel van het minderhedenbeleid dat volgde op de beruchte Molukse treinkapingen. Er kwam ook een banenplan voor werkloze Molukse jongeren. ‘Mensen brachten hutkoffers mee waarmee hun ouders naar Nederland kwamen’, vertelt Timisela. ‘Met KNIL-uniformen, foto’s en andere documenten. Dat materiaal vormt nu de kern van onze collectie.’

Maar de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Nederland is breder dan de bekende hoofdstukken: de aankomst in 1951, het verblijf in Westerbork, beter bekend als Schattenberg, en andere voormalige concentratiekampen, de treinkapingen en de strijd voor een onafhankelijke Republiek Zuid-Molukken, de RMS. Timisela benadrukt dat vooral de ‘anderhalve generatie’ — kinderen die in 1951 arriveerden en nu tachtig of negentig zijn — te weinig aandacht krijgt. ‘Hun verhaal is ondergesneeuwd. Eerst was er aandacht voor de KNIL-generatie en voor de tweede generatie, waarvan sommigen radicaliseerden in de jaren zeventig. Maar de generatie die in de jaren zestig volwassen werd en ging studeren, is bijna vergeten. Dat is niet goed, omdat we een compleet verhaal willen brengen.’

Van Molukse wijken naar een verspreide gemeenschap

Ooit waren veel Molukse wijken exclusief voor Molukse gezinnen, op basis van afspraken met Nederlandse gemeenten. ‘Dat is nu niet meer van deze tijd, vinden veel gemeenten. Maar die afspraken zijn destijds wel gemaakt.’ Plaatsen als Bovensmilde, Hoogkerk (gemeente Groningen, red.) en Capelle aan den IJssel waren decennialang herkenbare Molukse enclaves.

Tegenwoordig woont de derde generatie overal: in Almere, Rotterdam, Groningen enzovoort. Toch keren sommige jongeren terug naar de oude Molukse wijken. ‘Mensen zoeken naar een gevoel dat ergens anders niet te vinden is’, zegt Timisela. ‘Het heeft te maken met identiteit.’

‘Molukse jongeren in Nederland  komen via social media nu veel gemakkelijker in contact met hun leeftijdsgenoten op de Molukken’

Hoewel de meeste Molukkers protestants-christelijk zijn, bestaat er ook een kleine Molukse moslimgemeenschap. ‘Die mensen waren zelfs de eerste moslimgemeenschap in Nederland na de Tweede Wereldoorlog’, vertelt Timisela. ‘De eerste moskee met een minaret in Nederland stond in Friesland en was Moluks.’

In 2000 leidde een bloedig religieus conflict tussen christenen en moslims op de Molukken tot spanningen, maar in Nederland bleef de gemeenschap opvallend eensgezind. ‘Hier zeiden de christelijke en islamitische Molukkers: “Wij zijn Moluks, punt.” Op de Molukken zelf proberen ze de wonden te helen. Christenen en moslims helpen elkaar bij de bouw van een moskee of een kerk.’

‘Ik ben geen Indonesiër, ik ben Moluks’

De steun voor de RMS, de Republiek der Zuid-Molukken, is de afgelopen jaren afgenomen, zegt Timisela. ‘Van oorsprong ging het om het ideaal van een onafhankelijke Republiek Zuid-Molukken, los van Indonesië. Nu is de RMS vooral een identiteitssymbool geworden. Mensen zeggen: “Ik ben geen Indonesiër, ik ben Moluks.”’

Foto uit de collectie van Museum Maluku

Voor de oudere generaties blijft de RMS een emotioneel anker, een herinnering aan hun ouders die hun idealen meenamen naar Nederland. Maar onder jongere generaties verschuift de aandacht. ‘Veel jongeren zetten zich nu in voor mensenrechten op de Molukken. Ze verzetten zich tegen massale ontbossing op de eilanden en tegen de armoede en ongelijkheid. Ze zijn betrokken, maar niet per se via de RMS. Interessant is ook dat Molukse jongeren in Nederland via social media nu veel gemakkelijker in contact komen met hun leeftijdsgenoten op de Molukken.’

Het verhaal van binnenuit

Wat Timisela het belangrijkst vindt, is dat het museum een plek is waar Molukkers zelf hun geschiedenis vertellen. Niet van bovenaf, niet door buitenstaanders, maar door de gemeenschap. ‘We zijn een gemeenschapsmuseum’, zegt hij. ‘Het verhaal moet van binnenuit komen. In onze eigen woorden.’

De foto’s aan de wand, ooit verstopt in koffers en containers, vormen nu een levend archief. Een gedeeld geheugen dat zich blijft uitbreiden, elke keer dat iemand een naam herkent, een herinnering opschrijft of een vergeten negatief inlevert.

‘Het is onze geschiedenis’, zegt Timisela. ‘En die vertellen we samen.’

Feest in Schilderswijk, Turkije na 24 jaar weer op WK

0

Het was gisteren groot feest in de Schilderswijk in Den Haag. Nederlanders van Turkse komaf juichten en toeterden voor Turkije, dat Kosovo met 1-0 versloeg in de Kosovaarse hoofdstad Pristina, meldt Regio15.

De Turkse vreugde was groot, mede omdat het land na 24 jaar weer op het hoogste podium van het wereldvoetbal staat. Tegelijk is ook dit WK, net als dat in Qatar in 2022, omstreden. Het toernooi wordt gespeeld in de Verenigde Staten, dat oorlog voert tegen Iran. Iran laat weten dat het gewoon meedoet met het WK. ‘We boycotten de Verenigde Staten, niet het WK’, aldus de Iraanse bondsvoorzitter Mehdi Taj tegen NOS.

De uitzinnige Turken in de Schilderswijk hadden daar geen boodschap aan. De laatste keer dat Turkije op een WK speelde, was in 2002. Toen waren de meeste feestvierders nog niet eens geboren. Turkije werd destijds derde. Hakan Sükür scoorde toen het snelste doelpunt ooit op een WK, na 11 seconden. Dat record staat nog steeds.

Gisteren was het overigens niet alleen feest voor Turken. Ook Bosniërs, die een groot voetballand als Italië na strafschoppen versloegen, en Irakezen en Congolezen plaatsten zich voor het grootste WK ooit, met 48 deelnemende landen.

Turkije arresteert seculiere burgemeester van Bursa

0

De Turkse autoriteiten hebben opnieuw een seculiere burgemeester van een grote stad opgepakt op basis van beschuldigingen van corruptie. Dit keer gaat het om burgemeester Mustafa Bozbey van de vierde stad van Turkije, Bursa, zo meldt RTL Nieuws.

Bozbey is niet de enige burgemeester van de oppositiepartij CHP die achter de tralies verdwijnt. De belangrijkste is de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, de enige serieuze tegenkandidaat van Erdogan bij de presidentsverkiezingen in 2028. Hij werd vorig jaar maart opgepakt en zit nog steeds vast.

Erdogan rekent langzaam maar zeker af met de seculiere oppositie, die tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2024 als grootste partij uit de bus kwam. Sindsdien zijn er talloze CHP-burgemeesters, hun medewerkers, maar ook journalisten die daarover berichten, opgepakt. Ze worden allemaal van corruptie verdacht en ervan beschuldigd lid te zijn van een ‘criminele organisatie’.

Tegen Imamoglu eist het Turkse OM zelfs een gevangenisstraf van meer dan 2000 jaar, op basis van 142 aanklachten. Interessant is dat geen enkele politicus van regeringspartij AKP van corruptie wordt verdacht, terwijl daar sinds 2002 ook genoeg dossiers over zijn verzameld.

Turkish Minute meldt dat sinds 31 maart 2024 (de verkiezingswinst van de seculiere partij) in al 85 gemeenten waar de CHP won, het bestuur weer onder controle van vertrouwelingen van Erdogan is gekomen. Dat gebeurt via een ‘curator’, die ‘uit staatswege’ (lees: de AKP) wordt aangesteld.