Universiteiten zijn op grote schaal betrokken bij het Europese grensbeleid, dat door steeds meer mensen gezien wordt als inhumaan. Universiteiten moeten zich meer bewust zijn van de consequenties van hun rol, vindt Stop Wapenhandel.
Eind maart bracht de ngo een rapport uit waarin het de rol van universiteiten bloot legt. Uit de bevindingen blijkt dat de betrokkenheid van universiteiten heeft geleid tot het ontstaan van ‘een grens-industrieel-academisch complex’.
‘Ze leveren onderzoek, analyses, data en nieuwe technologieën, en creëren tevens een schijn van wetenschappelijke legitimiteit voor beleid en praktijken die ethisch twijfelachtig zijn en routinematig fundamentele rechten schenden’, aldus het rapport.
Het is vooral kritisch over de Universiteit Maastricht, die een jaarlijkse cursus ‘migratiemanagement’ aanbiedt. Deze cursus is bedoeld voor partnerlanden buiten de EU. Het zijn juist deze samenwerkingen waar felle kritiek op bestaat. Libië staat bijvoorbeeld bekend om grove mensenrechtenschendingen bij het tegenhouden van migranten die naar Europa willen reizen.
Trouwvroeg de universiteit om een reactie. De instantie stelt dat het partnerlanden juist de capaciteit wil geven om migratie effectief te beheersen, op een manier die gestoeld is op wetenschappelijk bewijs en mensenrechten. Volgens Mark Akkerman van Stop Wapenhandel is dit naïef. ‘Onderzoekers denken vaak goed na over de ethische aspecten binnen hun onderzoeksopzet, maar minder over de morele consequenties op maatschappelijke schaal’, zegt hij tegen de krant.
Na de aanslagen op Joodse instellingen bewaken militairen de Joodse wijk in Antwerpen. Wat doet hun aanwezigheid met de Joodse gemeenschap?
Na aanslagen op Joodse instellingen in onder meer Luik, Amsterdam en Rotterdam wordt in Antwerpen de veiligheid rond de Joodse wijk bewaakt door militairen. Dat moet bescherming bieden, maar roept ook een ongemakkelijke vraag op: wanneer slaat beveiliging om in een permanente staat van dreiging? Tegelijk spelen op de achtergrond de Israëlische aanvallen op Gaza, Libanon en Iran, die ook in Europa hun schaduw vooruitwerpen. Wat betekent dat voor Joodse gemeenschappen hier? Daarover spreken we met twee leden van Een Andere Joodse Stem.
Rond het Antwerpse Centraal Station bepalen sinds kort soldaten met karabijnen, vaak met gezichtsbedekking, mede het straatbeeld van de Joodse wijk. Al dwalend door de straten wordt duidelijk dat ze Joodse instellingen bewaken, zoals gebedshuizen en scholen. Veelal patrouilleren ze in duo’s.
Jongens met pijpenkrullen
Ze passeren orthodoxe, chassidische mannen, die met hun karakteristieke hoge bontmutsen, de shtreimels, bijna net zo opvallen als de militairen zelf. Daartussen spelen jonge Joodse kinderen. Jongens met hun pijpenkrullen, pejes, zijn zichtbaar gefascineerd door het wapentuig van de soldaten. Hun zussen en moeders zijn sober gekleed en wat bescheidener aanwezig op straat.
Tegelijkertijd is de wijk allesbehalve homogeen. Tussen de orthodoxe gezinnen lopen hippe stedelingen, bakfietsmoeders en kleine groepjes toeristen die meer willen weten over de diamantgeschiedenis van de buurt.
In de Jacob Jacobsstraat spreekt de Kanttekening twee militairen aan die post hebben gevat bij de Machsike Hadas-synagoge. Nederlands spreken ze niet. Op de vraag hoeveel militairen er zijn in de wijk, antwoordt een van hen kortaf: ‘We are with many.’ Meer mogen ze niet zeggen. Ook foto’s maken wordt resoluut afgewezen.
Sterre Volders en Itamar Shachar van Een Andere Joodse Stem. Beeld: Arjan van Westen
Een paar dagen later spreken we Itamar Shachar en Sterre Volders van Een Andere Joodse Stem in een café aan de Keyserlei. Shachar is geboren in Israël, socioloog aan de Universiteit Hasselt en doet onderzoek naar de effecten van beveiliging op gemeenschappen. Volders is Nederlands, woont sinds zes jaar in Antwerpen, studeert er journalistiek en maakte eerder de documentaire Self Loving Jew.
Shachar vindt het beeld van militairen in Antwerpen verontrustend. ‘Ik heb het leger in Israël verlaten om ideologische redenen. Het is geen groot plezier voor mij om militairen op straat te zien.’ Hij vreest dat Europa dezelfde kant op gaat als Israël, waar militairen ook in civiele ruimtes aanwezig zijn.
‘Ik hoop ook dat het dient als extra hindernis voor mensen die echt iets van plan zijn’
Volders zegt in een eerste reactie dat zij ‘als witte Europese vrouw’ niet dezelfde ervaring met het leger met zich meedraagt als Shachar. Zij ziet de aanwezigheid van militairen na de aanslagen in Luik, Rotterdam en Amsterdam bijna als een noodzakelijk kwaad. ‘Ik vind het jammer dat het zo moet, maar ik hoop ook dat het dient als extra hindernis voor mensen die echt iets van plan zijn.’ Ze wil dat Joodse mensen zich veilig voelen in Antwerpen. Ook omdat geweld tegen Joodse gemeenschappen in Europa volgens haar de huidige Israëlische regering in de kaart speelt. ‘Voor Israël is het heel belangrijk om te tonen: kijk, Amerika en Europa zijn niet veilig voor jullie, weet je wat wel veilig is? Dit land, kom naar hier. Dat is echt een agendapunt.’
Beeld: Monique Schoutsen
Shachar is resoluut: ‘Ik ben tegen de inzet van militairen op straat, niet alleen voor Joden.’ Sinds vorige week patrouilleren er ook militairen door Brussel, waar ze worden ingezet bij drugsbestrijding. Volgens hem hebben ze daar, anders dan de politie, niet de juiste bevoegdheden of kennis voor. ‘Die vrees heb ik ook bij de inzet van militairen in de Joodse wijk in Antwerpen. Ik ben bang dat een soldaat een fout maakt, wat weer kan leiden tot meer spanning, vijandigheid en haat tussen bevolkingsgroepen.’ Het viel de Hasseltse socioloog op dat de militairen ongeveer even oud zijn als zijn studenten. ‘Ze hebben niet de juiste training en worden ingezet omdat ze goedkoper zijn.’ Volders is minder stellig. ‘Ik kan in alle anonimiteit Joods zijn. Ik weet niet hoe dat is voor iemand die hier elke dag rondloopt in religieuze kleding.’
‘Ik ben bang dat een soldaat een fout maakt, wat weer kan leiden tot meer spanning’
Voor Shachar is het schrikbeeld dat militairen op straat een verdere militarisering van Europa normaliseren. Hij hekelt uitspraken van Belgische en Franse politici dat burgers gewend moeten raken aan militairen op straat. In België doelt hij specifiek op N-VA-minister van Defensie Theo Francken. ‘Die wil heel graag een positief imago van militairen.’ Shachar vreest dat deze ‘hardliners’ de tijd meehebben. ‘Mensen zijn misschien tegen de inzet van soldaten, maar hebben de energie niet meer om te reageren. Met besparingen, zorgen over oorlog en klimaat hebben mensen genoeg aan hun hoofd.’ Ook wijst hij op wat hij ziet als duidelijke financiële belangen van de defensie- en veiligheidsindustrie. ‘Militarisering is niet alleen militairen op straat, maar ook investeren in defensiebudgetten, F-35’s en Frontex. Het is een strategie om wanhoop te verspreiden. Daar zie ik een parallel met Israël.’
Volders deelt, ondanks de recente aanslagen, Shachars zorgen over verdere militarisering. Instemmend luistert ze naar zijn betoog dat de Belgische autoriteiten handig, of zelfs ‘cynisch’, gebruikmaken van de oorlog met Iran. ‘De discussie was al een jaar bezig of de militairen weer ingezet moesten worden, en nu hebben ze plots een “goede reden” om dat te doen.’
Beeld: Arjan van Westen
De laatste jaren was er ook in Nederland en België geweld tegen moslims. Volders voelt het ongemak dat Joodse gemeenschappen bescherming krijgen en andere groepen niet. ‘Ik voel als Jood ook een zekere vorm van privilege.’ Haar gevoel voor solidariteit met andere groepen die met onrecht en bedreiging te maken hebben, zit diep. Juist dat heeft met haar Joodse wortels te maken. ‘Ooit waren wij de zondebok, dat alarmeert mij heel hard wanneer nu moslims zo worden neergezet.’ Het is haar vurige wens dat politiek en samenleving daar alerter op reageren.
‘Ik voel als Jood ook een zekere vorm van privilege’
Shachar is het volledig met de 26-jarige journaliste eens en vindt dit vraagstuk urgenter dan de inzet van militairen. ‘Die kunnen misschien een aanslag op een instelling voorkomen, maar dat zijn hele uitzonderlijke gevallen. De dagelijkse realiteit van discriminatie in verschillende sferen van het leven is een dringend probleem. Het kan gaan over Joden, Palestijnen, moslims, mensen van Afrikaanse afkomst.’ Politici, zo oordeelt hij fel, sturen liever op meer militairen of politie-inzet dan op de aanpak van racisme, wat een moeilijker taak is. Hij weet wat daarvan de gevolgen kunnen zijn. ‘Ik ben in België meer dan één keer lastiggevallen door de politie. Niet omdat ik Jood ben, maar omdat ze dachten dat ik Marokkaans of Braziliaans was.’
Shachar wil geweld en dreiging tegen Joodse gemeenschappen in de diaspora zeker niet bagatelliseren. Volgens hem is er de afgelopen jaren ook een relatie ontstaan met de oorlog en de genocide in Gaza. Joodse gemeenschappen in de diaspora ervaren volgens hem steeds vaker de gevolgen van ‘de criminele acties’ van Israël. Hij maakt zich zorgen over de langetermijnimpact, ook op samenwerkingen. ‘Contacten met mensen uit Palestina, uit Gaza, samen optrekken voor een betoging of een panel met iemand uit Israël of van Joodse afkomst, dat wordt moeilijker. Ook hier in België.’ Het maakt hem triest. ‘Ik ben tegen de Israëlische acties, maar toch voel je verantwoordelijkheid of schaamte voor wat de staat Israël in jouw naam doet.’
Verrechtsing
Beiden zien tot hun afgrijzen hoe verrechtsing ook binnen delen van de Europese Joodse wereld verder wortel schiet. Shachar merkt op dat opvallend veel Joodse burgers de afgelopen jaren richting de rechts-nationalistische N-VA zijn opgeschoven. ‘Dat was vroeger niet zo.’ Volders ziet datzelfde terug in het straatbeeld van de Joodse wijk, waar volgens haar in verkiezingstijd veel pamfletten hangen van N-VA en het radicaal-rechtse Vlaams Belang.
Een Joodse instelling in Antwerpen wordt bewaakt door militairen. Beeld: Arjan van Westen
Volgens Volders presenteert rechts zich strategisch als beschermer van Joden, net zoals het zich soms opportunistisch beroept op de rechten van lhbtq’ers. ‘Dan gaat het altijd over Arabische mensen, over islam als dreiging. Maar als het er echt op aankomt om Joden te beschermen, hebben we dat in het verleden niet gezien.’ Volgens haar is de solidariteit van rechts met Joden dan ook vaak onderdeel van een bredere anti-islamagenda.
Shachar waarschuwt dat ook Israëlisch rechts daar handig op inspeelt, door radicaal-rechtse Europese partijen politiek salonfähig te maken via warme banden met Israël. ‘Dan moet je je afvragen: is dat echt een alliantie die Joden in Europa veiliger maakt?’
Voor beiden spreekt hun betrokkenheid bij de Palestijnse zaak vanzelf. Volders: ‘Mijn voorouders zijn zelf zondebok geweest. Ik voel dat direct als ik zie dat andere groepen zo worden behandeld.’ Shachar vult aan dat hij zich als Israëliër extra verantwoordelijk voelt. ‘Niet alleen tegen de criminele acties van Israël en haar racistische zionistische ideologie zijn, maar er ook iets tegenover zetten.’
Beeld: Monique Schoutsen
Alledaagse verbondenheid
Is er een alternatief voor militairen om de Joodse gemeenschap te beschermen? Shachar: ‘Ik wil dat België, net als Spanje, een positie inneemt tegen oorlogen in Iran, Libanon en Gaza en meer investeert in onderwijs en welvaart die veiligheid echt garanderen, in plaats van in meer wapens en gewapende krachten.’
Volgens Volders zit de oplossing niet in meer militairen of nog zichtbaardere beveiliging, maar juist in meer contact, kennis, mediawijsheid en wederzijds begrip. Antwerpen, zegt ze, is in de praktijk vaak minder verdeeld dan van buitenaf wordt gedacht. In de nasleep van het overlijden van een negenjarig jongetje dat in de Joodse wijk door een politieauto werd aangereden op een oversteekplaats, zag ze vorig jaar zomer hoe buurtbewoners, ook islamitische, benadrukten dat ze hier al jaren vreedzaam samenleven. Niet voor niets heet een van de buurten in en rond de Joodse wijk Harmonie. Problemen zijn er zeker, zegt Volders, maar er bestaat ook zoiets als alledaagse verbondenheid, en juist die blijft in het verhitte debat vaak buiten beeld.
Gisteren zijn opnieuw drie Arabische journalisten gedood door Israël. Daarmee komt het totaal op 265 doden, waarvan 262 in Gaza. Bij een Israëlische droneaanval in het westen van Gaza-Stad kwam Mohammad Wishah om het leven, correspondent voor Al Jazeera sinds 2018.
Ook in Libanon kwamen twee journalisten om bij de hevigste bombardementen tot nu toe, waarbij naar schatting meer dan 250 doden vielen: Ghada Dayekh van Sawt Al-Farah en Suzan Khalil van Al-Manar TV en Al-Nour Radio, meldt Al Jazeera.
Mohammad Wishah reed in een auto aan de kust in Gaza-Stad toen een Israëlisch precisiebombardement zijn leven beëindigde. Israël heeft het vanaf het begin van de genocidale oorlog tegen Palestijnen speciaal gemunt op journalisten, meldt Al Jazeera, dat tot nu toe tientallen collega’s heeft moeten begraven.
Het nieuwsbedrijf veroordeelt deze ‘krankzinnige misdaad’ opnieuw. ‘Dit vormt een nieuwe en flagrante schending van alle internationale wetten en normen en weerspiegelt een voortgezet en systematisch beleid van aanvallen op journalisten om daarmee het zwijgen op te leggen aan de ogen en oren van de waarheid in Gaza,’ aldus de verklaring van Al Jazeera.
Ook laat dit volgens de nieuwszender zien dat het ‘staakt-het-vuren’ in Gaza geen enkele betekenis heeft als zulke straffeloze aanvallen kunnen plaatsvinden.
Over de vermoorde journalisten in Libanon stelt het Comité ter Bescherming van Journalisten het volgende: ‘Journalisten worden in een tempo en op een schaal vermoord die het geweten van de wereld zouden moeten schokken. Dit zijn geen geïsoleerde tragedies; ze weerspiegelen een systematisch falen om de meest fundamentele bescherming te handhaven waarop burgerjournalisten volgens het internationaal recht recht hebben.’
Historicus en Iran-kenner Peyman Jafari beschrijft inThe Economist hoe de Iraanse oppositie in ballingschap verdeeld is geraakt door de oorlog en de gevolgen daarvan voor de toekomst van Iran.
Een maand geleden was de oppositie nog enthousiast over de oorlog, schrijft hij. Veel Iraniërs zagen de Verenigde Staten en Israël als mogelijke bevrijders na het harde optreden van het regime tegen demonstranten. In steden als Londen en Los Angeles vierden ballingen de dood van ayatollah Ali Khamenei. Tienduizenden steunden Reza Pahlavi, die de bombardementen ‘humanitair’ noemde.
Een deel van de oppositie denkt daar nog steeds zo over. Sommigen vergelijken de aanvallen met chemotherapie en spreken openlijk hun steun uit voor Israël. Tegelijk groeit de twijfel, vertelt Jafari. Demonstraties worden kleiner en meer mensen vragen aandacht voor burgerslachtoffers. Artiesten geven concerten en anderen organiseren herdenkingen voor Minab, waar een Amerikaanse raket meer dan 160 mensen doodde, vooral schoolmeisjes.
Doordat ook infrastructuur wordt aangevallen, maken veel mensen zich zorgen over familie in Iran. De kritiek op Pahlavi neemt toe: hij zou meer aandacht hebben voor Amerikaanse soldaten dan voor de meer dan 1.500 Iraanse burgers die zijn omgekomen.
Ondertussen zoeken delen van de oppositie naar andere oplossingen. In Londen werd het Iran Freedom Congress opgericht, een brede groep die afstand wil houden van de VS en Israël. Volgens hen moet verandering uit Iran zelf komen en heeft de oorlog het regime juist sterker gemaakt.
In Iran zelf blijven grote protesten uit en vullen pro-regime fanatiekelingen de straten. Ondertussen gaan de economische problemen en onderdrukking door. Zelfs tijdens de oorlog worden demonstranten geëxecuteerd. Zonder een verenigde oppositie blijft verandering onzeker, aldus Jafari.
Locatie: het auditorium van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Aanleiding: het dertigjarig jubileum van NOA, een stichting die testinstrumenten ontwikkelt die personen met verschillende culturele achtergronden een eerlijke kans geven tijdens hun sollicitatie. Onderwerp: assessment, AI en diversiteit. Of in de woorden van de organisator: hoe we ook in de toekomst kunnen blijven bijdragen aan eerlijke toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt. Publiek: ongeveer 250 mensen.
In de zaal tel ik slechts enkele personen van kleur. En geen vrouw met een hoofddoek. Gelukkig was daar wel Özcan Akyol als dagvoorzitter. Eus onthield zich van enige introductie. Hij meldde niets over zijn betrokkenheid bij dit thema – zijn desinteresse droop ervan af. Waarom Eus als dagvoorzitter? Vermoedelijk vanwege de face validity, zoals dat in de wereld van psychologisch testen heet. Waar vind je anders iemand van Turkse afkomst?
Niet alleen de stichting NOA maar de hele testbranche is tamelijk mono-cultureel westers. Zelf werkte ik tussen 1992 en 2013 als assessmentpsycholoog bij verschillende organisaties. Collega’s met een biculturele achtergrond waren in deze branche een zeldzaamheid, behalve dan bij de schoonmaak en huishoudelijke dienst.
Nog altijd stikken tests van cultureel gekleurde vragen
Assessment is het containerbegrip voor psychologisch onderzoek, persoonlijkheidsvragenlijsten, IQ-tests, gedragsgerichte interviews, rollenspelen en simulatiegames. Als je solliciteert voor een baan of een opleiding, is de kans groot dat het op je pad komt. Sinds een tijdje kun je veel onderdelen gewoon thuis doen. Je logt in en werkt een programma af. Zelfs het interview en de rollenspelen kunnen digitaal. Nou ja, nog even dan. Een van de sprekers baarde opzien met een video waarin hij toonde hoe een kandidaat tests en zelfs het interview door een AI-bot (een avatar van zichzelf) liet uitvoeren. Je avatar is sterk in alle assessmentonderdelen, het enige risico is dat je uitslag ‘verdacht goed’ uitpakt. Daarom moeten kandidaten straks toch weer afreizen naar een gecontroleerde locatie om daar tests te doen en – op afstand – te worden geïnterviewd. Lang leve de techniek.
Nu de prangende vraag: wat is er na dertig jaar cultuurvrij testen bereikt in Nederland? Hoe zit het met gelijke kansen op tests en assessment? Nog altijd stikken tests van cultureel gekleurde vragen. Vermengd met kennis van woorden, culturele gebruiken (zoals wintersport, Mattheüs Passion) of impliciete afspraken hoe de wereld werkt in een bepaalde cultuur. Neem een analogieopgave als ‘Hand verhoudt zich tot handschoen zoals voet zich verhoudt tot …?’ dat lijkt eerlijk en simpel (sok of schoen). Maar in sommige culturen denken mensen eerder aan de pantoffel.
In ‘mijn jaren’ als assessmentpsycholoog kwamen niet-westerse Nederlanders vaak slechter uit de test. Is dat selectie of discriminatie? Daar kwam de wereld van assessmentpsychologen niet uit. Uit die impasse ontstond jaren geleden het jubilerende instituut.
Cultuurvrij testen: de stand van zaken anno 2026? VU-Professor Marise Born, die aan het eind van dit symposium haar afscheidsrede hield, benadrukt dat hernieuwde aandacht belangrijk is voor de eerlijkheid van assessment. Beter gebruik van psychologische meetinstrumenten kan de gelijkheid en de integratie van mensen met een migratieachtergrond stimuleren. Klinkt hoopvol maar ook een beetje vaag.
Het is niet bepaald walk the talk als het meest gespecialiseerde multiculturele testinstituut op zijn dertigjarig jubileum amper iemand met een kleurtje de zaal in krijgt. Dat mensen op het podium als bedankje een fles wijn krijgen, getuigt evenmin van culturele sensitiviteit. Aan het gebrek aan representativiteit namen weinigen aanstoot. Ik bracht het ter sprake tijdens de borrel in de foyer van de VU-aula. Olijke verbazing was mijn deel. Haha, nou je het zegt. Alsof ik een grapje maakte, maar een grap zou ik het niet willen noemen – en zeker geen leuke.
De Rotterdamse verkenner Cathelijne Bouwkamp heeft haar advies aangeboden aan burgemeester Carola Schouten. Zij stelt voor om de informatiefase te starten met de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, VVD en Denk, meldt nieuwssite De Havenloods.
Volgens Bouwkamp is er na gesprekken met alle fractievoorzitters genoeg basis voor deze vier partijen om te onderzoeken of ze samen een coalitie kunnen vormen. Zij adviseert om snel te beginnen met onderhandelingen over een coalitieakkoord en een nieuw college, en daarbij een informateur aan te stellen die het proces begeleidt.
Een samenwerking tussen de twee grootste partijen, GroenLinks-PvdA en Leefbaar Rotterdam, ligt voorlopig niet voor de hand. Hoewel beide partijen elkaar niet hebben uitgesloten, constateert Bouwkamp dat de onderlinge verschillen groot zijn. Daarom komt deze optie pas in beeld als andere mogelijkheden geen resultaat opleveren.
Het staakt-het-vuren tussen Iran, de VS en Israël dat een einde zou moeten betekenen aan de oorlog op alle fronten, geldt duidelijk niet in Libanon. Israël gaat onverminderd door met aanvallen in Zuid-Libanon.
Vanochtend nog werd de Zuid-Libanese kustplaats Sidon opgeschrikt door een bominslag in een café, waarbij acht mensen om het leven kwamen. Dit was voor de Libanezen een bevestiging dat het staakt-het-vuren daar niet gold.
Benjamin Netanyahu liet er zelf ook geen gras over groeien. Israël steunt het staakt-het-vuren in Iran, maar niet in Libanon, reageerde hij op de afspraken die gisteravond naar buiten kwamen.
Dit in tegenstelling tot wat de onderhandelaars zelf beweerden. De Pakistaanse premier Shehbaz Sharif presenteerde het twee weken geldende besluit als van toepassing op alle bondgenoten van de VS en bovendien op Libanon.
Het conflict tussen Israël en Libanon laaide opnieuw op na de dodelijke aanval op ayatollah Khamenei in Iran. Hezbollah reageerde met aanvallen op Israël. Hoewel Israël de aanvallen op Zuid-Libanon nooit helemaal had gestaakt – ondanks een staakt-het-vuren in dit gebied – zette het de aanval verder door, op een manier die doet denken aan de agressie in Gaza.
De Israëlische regering heeft laten weten een nieuwe veiligheidscorridor te willen creëren ten zuiden van de Litani-rivier. In feite komt dit neer op een nieuwe bezetting. Libanon en Israël kwamen eerder overeen dat Israël zich uit dit gebied zou terugtrekken, terwijl Hezbollah zich zou ontwapenen. Beide is niet gebeurd.
De Libanese regering krijgt nauwelijks grip op Hezbollah, dat zich autonoom mengt in het conflict tussen Iran en Israël. De Libanese regering hekelt de invloed van Iran in dit deel van Libanon; ze wil zelf de beslissing over oorlog en vrede kunnen nemen, meldt zij op X. Maar ze hekelt ook de toenemende Israëlische agressie. Uiteindelijk kan de Libanese regering Israël niet bieden wat het vraagt, namelijk veiligheidsgaranties, zei de Libanese premier Nawaf Salam volgens Al Jazeera.
De Amerikaanse vicepresident JD Vance is gisteren naar Hongarije afgereisd en sprak zich daar namens Trump openlijk uit over de verkiezingen, in het voordeel van de zittende premier Viktor Orbán. Daarmee mengt de Amerikaanse regering zich direct in de Hongaarse verkiezingen, meldt de BBC.
Zij aan zij met Orbán sprak Vance zijn steun uit. ‘We helpen hem in zijn campagne’, zei hij tegen de pers. Daarbij haalde hij ook hard uit naar de EU. Hij beschuldigde Europa, ironisch genoeg, van ‘een van de ergste voorbeelden van buitenlandse verkiezingsinmenging die ik ooit heb gezien of zelfs maar heb gelezen… omdat ze een hekel hebben aan deze man’.
Zijn eigen inmenging benoemde hij niet als zodanig en hij zette zijn anti-Europese retoriek voort. ‘We willen dat jullie een beslissing nemen over jullie toekomst zonder dat externe krachten druk op jullie uitoefenen of jullie vertellen wat jullie moeten doen. Ik ga jullie niet precies vertellen op wie jullie moeten stemmen, maar wat ik wel zeg, is dat er niet geluisterd moet worden naar de bureaucraten in Brussel’, aldus Vance tegen de Hongaren.
Orbán geldt als pro-Russisch en onderhoudt goede banden met de regering-Trump. Zijn belangrijkste rivaal is de eveneens conservatieve Péter Magyar, die pro-Europees is. In de peilingen staat Magyar voor. Voor Orbán wordt het lastig om opnieuw een verkiezing te winnen; hij won er sinds 2010 al vier op rij.
Magyar reageerde op de steun voor Orbán door hem uit te nodigen voor een partijbijeenkomst van zijn partij Tisza.
Het Israëlische consulaat in Istanbul is gisteren op klaarlichte dag aangevallen door vermoedelijk drie Turkse IS-strijders. Een van de terroristen is doodgeschoten door Turkse veiligheidsdiensten, meldt de Turks-Armeense krant Agos.
Opvallend genoeg maakte de gouverneur van Istanbul bekend dat het consulaat al 2,5 jaar leegstaat.
Van een van de aanvallers, de doodgeschoten 32-jarige Yunus Emre Sarban, is bekend dat hij banden had met Islamitische Staat. Die groep heeft echter nog geen verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanval. De andere twee verdachten zijn gewond en in hechtenis genomen. Ook zijn twee Turkse politieagenten gewond geraakt bij de schietpartij.
Van Sarban was ook bekend dat hij betrokken was bij een moord in de relationele sfeer in Adana in Zuid-Turkije. Het is niet bekend of hij na zijn vrijlating in 2024 werd gevolgd door de Turkse autoriteiten.
Vanuit het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken is de aanslag veroordeeld. De Turkse autoriteiten werden daarbij bedankt voor hun ‘daadkrachtige optreden’. De Turkse politie is een onderzoek naar de aanval gestart.
Sinds het begin van de genocide in Gaza in 2023 is er geen Israëlisch personeel meer aanwezig in het consulaat, melden Turkse media. Turkije heeft zijn ambassadeur sinds november 2023 teruggeroepen en sindsdien staan de bilaterale diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Israël op een laag pitje. Vorig jaar was er wel contact over Syrië, waar Turkse en Israëlische invloedssferen werden uitgezet.
In Vrouwen in duistere tijden, kanshebber op de Socratesbeker, schetst Alicja Gescinska tien bijzondere denkers. Hun ideeën zijn verrassend actueel.
Vanavond is het spannend voor filosofieliefhebbers. In Amsterdam wordt de Socratesbeker uitgereikt, dé prijs voor het meest prikkelende filosofieboek van het jaar. Een van de grote kanshebbers is Vrouwen in duistere tijden van Alicja Gescinska, een filosofe met Pools-Belgische roots. In dit lijvige boek volgt ze het leven en denken van tien bijzondere vrouwen, met in de bijlagen ook nog een paar mannen.
Wat deze vrouwelijke denkers met elkaar verbindt, is dat ze gevormd zijn door de ellende van de vorige eeuw. Ze komen vooral uit wat je de grensregio van Midden- en Oost-Europa kunt noemen: een gebied waarin Polen, Litouwen, Oekraïne, Duitsland en Rusland in elkaar overlopen. Vrijwel allemaal moesten ze hun land of thuis verlaten. Die achtergrond is ook Gescinska niet vreemd: als klein meisje verhuisde ze met haar ouders van Warschau naar een dorp in België.
Verschuivende grenzen
Veel van de vrouwen in haar boek leefden in een streek waar grenzen voortdurend verschoven. Gescinska beschrijft hoe na de Eerste Wereldoorlog Polen en Litouwen weer zelfstandige landen werden, maar de rust niet terugkeerde. De strijd om Vilnius bleef voortduren, en de stad werd uiteindelijk Pools. In de Tweede Wereldoorlog liep de spanning verder op: Polen werd eerst binnengevallen door nazi-Duitsland en daarna door de Sovjet-Unie.
‘Haat, angst en afkeer jegens bepaalde mensen verspreiden zich het beste in grote groepen’
Door die opeenvolgende machtswisselingen bleef het onrustig. Er was niet alleen druk van buitenaf, maar ook strijd tussen Polen en Litouwers zelf. Sommige Litouwers zagen nazi-Duitsland als een bevrijder en keerden zich tegen de Poolse elite, terwijl anderen juist de Sovjets steunden. Poolse groepen probeerden hun positie te behouden en vochten tegen meerdere partijen tegelijk. In de jaren dertig nam bovendien het antisemitisme toe. Tegelijkertijd was het een regio met een rijke, gedeelde cultuur: steden als Vilnius vormden een smeltkroes van Polen, Litouwers, Joden en Russen.
Rosa Luxemburg
Tegen die achtergrond schetst Gescinska het leven en werk van verschillende denkers. Een van de bekendste is Rosa Luxemburg, geboren in 1871 in Zamość, toen onderdeel van het Russische rijk. Polen bestond niet als zelfstandige staat, maar was verdeeld tussen Rusland, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. Voor veel Polen was het behoud van taal en cultuur essentieel. Luxemburgs familie zag zichzelf in de eerste plaats als Pools, daarna als Joods, en zeker niet als onderdanen van de tsaar. Later zou Hannah Arendt haar familie omschrijven als in wezen Europees — iets wat ook geldt voor de andere denkers in het boek, al leven ze in een wereld die voor veel West-Europeanen minder vertrouwd is.
Luxemburg kwam uiteindelijk in Duitsland terecht, waar ze uitgroeide tot een belangrijke socialistische denker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette ze zich fel tegen de oorlog. Samen met Karl Liebknecht richtte ze de Spartakusbond op, waarmee ze een revolutie wilde ontketenen. In 1919 werd ze opgepakt, vermoord en in het Landwehrkanaal in Berlijn gegooid.
Emotionele Ansteckung
Een andere indrukwekkende figuur is Edith Stein, voor wie empathie volgens Gescinska centraal stond. Ze werd geboren als Joodse vrouw in Breslau, bekeerde zich later tot het katholicisme en trad in 1933 toe tot de karmelietenorde. Samen met haar zus Rosa vluchtte ze naar een klooster in Echt om aan de nazi’s te ontsnappen, maar haar bekering bood geen bescherming: ze werd opgepakt en vermoord in Auschwitz. Stein maakte onderscheid tussen emotionele Ansteckung — het overnemen van gevoelens in een groep — en empathie, die juist ontstaat in persoonlijk contact. Gescinska schrijft: ‘Haat, angst en afkeer jegens bepaalde mensen verspreiden zich het beste in grote groepen. Liefde, vertrouwen en begrip daarentegen verspreiden zich in persoonlijke relaties van mens tot mens.’
Anna Achmatova
Ook de dichteres Anna Achmatova komt aan bod in Vrouwen in duistere tijden. Ze werd in 1889 geboren in een adellijke familie in Odessa en woonde in Sint-Petersburg tijdens de Russische Revolutie. Haar leven werd getekend door verlies en onderdrukking: haar eerste man werd geëxecuteerd, ze mocht jarenlang niet publiceren, vrienden werden vervolgd en gedood en haar zoon Lev werd naar kampen gedeporteerd. In haar gedicht Requiem beschrijft ze hoe ze maandenlang in de rij stond, in de hoop iets over hem te horen. Volgens Gescinska staat bij Achmatova vriendschap centraal: ze probeert de band met gestorven vrienden levend te houden en laat zien dat een totalitair regime wel mensen kan doden, maar geen vriendschap.
Barbara Skarga
In haar voorwoord schrijft Gescinska dat ze zelf het meest geraakt is door Barbara Skarga, volgens haar de belangrijkste Poolse filosofe van de afgelopen honderd jaar — niet alleen vanwege haar werk, maar ook vanwege haar levensverhaal. Skarga werd in 1919 in Warschau geboren en kwam uit een verarmde Poolse adellijke familie met wortels in Litouwen. Na de beurskrach van 1929 overleed haar vader en verhuisde het gezin naar Litouwen.
‘Er is te veel kwaadaardigheid en wij leveren ons over aan de afstomping ervoor’
Daar maakte ze een ingrijpende gebeurtenis mee. Op het landgoed van haar familie, aan een rivier met aan de overkant de Sovjet-Unie, verscheen op een dag een gevluchte jongen die smeekte om te mogen blijven. Hij vertelde dat zijn dorp en familie door de Sovjets waren vermoord of weggevoerd. Toen in 1939 soldaten het gebied binnentrokken, schoten ze hem meteen dood.
In 1944 werd Skarga opgepakt door de Sovjets, verdacht van betrokkenheid bij Armia Krajowa, het Poolse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werd gevangengezet en naar verschillende goelags, dwangarbeiderskampen, gestuurd. Ook na haar vrijlating in 1954 was ze nog niet echt vrij: ze bleef onder toezicht en moest werken op een kolchoz, een collectieve boerderij. Daar las ze filosofen als Marx, Engels en Spinoza. Wat haar het meest trof aan het communisme was de onverschilligheid tegenover menselijk lijden — iets wat ze ook in de kampen zag ontstaan, waar gevangenen afstompten. ‘Er is te veel kwaadaardigheid en wij leveren ons over aan de afstomping ervoor’, schrijft Skarga over haar tijd in de goelags.
In het nawoord van Vrouwen in duistere tijden legt Gescinska de onvermijdelijke link met het heden. Ze wijst op de Oeigoeren in ‘hervormingskampen’, een Rusland dat is afgezakt tot een dictatuur en Oekraïne aanvalt, en de ‘vernietigende vergeldingsdrang’ van Israël tegen honderdduizenden Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen na de pogrom op 7 oktober. Het is, zegt ze, ‘een kleine greep uit het kwaad dat de mens zijn medemens overal ter wereld aandoet’. Volgens haar is het onjuist om geen vergelijkingen te maken tussen toen en nu: ‘De mens leeft niet in een historisch vacuüm.’
Gescinska schrijft dat ze zich machteloos voelt als ze kijkt naar het geweld van nu, maar benadrukt tegelijk dat het ertoe doet hoe je leeft en hoe je reageert op wat er om je heen gebeurt. Dat heeft ze geleerd van de filosofen over wie ze schrijft. Die gedachte, samen met de zorgvuldige manier waarop ze deze vrouwelijke denkers beschrijft, staat vast niet los van haar plek op de longlist van de Socratesbeker 2026.
Vrouwen in duistere tijden, Alicja Gescinska, De Bezige Bij, 430 blz., € 29,99
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.