Home Blog

‘Pahlavi vertegenwoordigt het veelkleurige Iran niet’

0

De uitnodiging van Reza Pahlavi door de Tweede Kamer roept fundamentele vragen op over hoe Nederland naar Iran kijkt en hoe het Nederlandse parlement zich laat informeren over de democratische toekomst van het land, schrijven Arezoo Moradi en Soheila Najand. Zij zijn lid van Minab – Peace 4 Iran, een organisatie van de Iraanse diaspora die zich inzet voor een onafhankelijk en democratisch Iran.

Pahlavi is de zoon van de voormalige sjah van Iran. Het bewind van zijn vader werd gekenmerkt door autoritarisme, politieke onderdrukking en ernstige mensenrechtenschendingen. De geheime dienst SAVAK, die nauwe banden had met onder meer de CIA en de Mossad, werd berucht vanwege de vervolging, marteling en onderdrukking van politieke tegenstanders. Deze geschiedenis is uitgebreid gedocumenteerd door internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International.

In zijn recente interview met Nieuwsuur heeft Pahlavi geweigerd afstand te nemen van het schrikbewind van zijn vader. Integendeel, hij presenteert zichzelf als de erfgenaam van de monarchie en op pro-Pahlavi-demonstraties wordt trots met SAVAK-vlaggen gezwaaid. Daarnaast zijn veel Iraniërs met een andere politieke mening door zijn aanhangers ernstig bedreigd en geïntimideerd. Voor veel Iraniërs roepen al deze signalen de vraag op of Pahlavi daadwerkelijk een democratisch Iran nastreeft of een terugkeer wenst naar het autoritaire bewind van zijn vader.

Pahlavi heeft zich de afgelopen jaren nadrukkelijk verbonden met buitenlandse machten, in het bijzonder met Israël. Zijn bezoek aan Israël en zijn publieke samenwerking met de regering-Netanyahu, die verantwoordelijk is voor een genocide en grootschalige vernietiging in Gaza, worden door veel Iraniërs gezien als een ernstige politieke en morele grensoverschrijding.

Oproep van Pahlavi

Ook zijn eerdere oproepen tijdens de januariprotesten in Iran om zich te richten op militaire en veiligheidsinstellingen worden door veel Iraniërs beschouwd als onverantwoord. De demonstraties, die tot dan toe vreedzaam waren verlopen, werden gewelddadig na de oproep van Pahlavi aan zijn aanhangers om de straat op te gaan met de belofte dat zij zouden worden beschermd door de ‘Keizerlijke Garde’. Het begint steeds duidelijker te worden dat Pahlavi in samenwerking met de Mossad de vreedzame demonstraties heeft aangegrepen om een ‘regime change’ teweeg te brengen.

De toekomst van Iran kan niet door één persoon of één politieke stroming worden bepaald

Hoewel Pahlavi’s aanhangers in Nederlandse media relatief veel ruimte krijgen, geniet de voormalige prins weinig aantoonbare steun binnen Iran zelf. Dit blijkt onder meer uit de door hemzelf geïnitieerde steunbetuigingsactie op Change.org, die slechts 511.427 ondertekeningen opleverde op een bevolking van ongeveer 93 miljoen mensen. Na zijn steun voor de recente oorlog tegen Iran, waarbij meer dan 1.700 Iraanse burgers om het leven zijn gekomen en delen van de civiele infrastructuur zijn verwoest, heeft zijn populariteit onder de Iraanse bevolking een dieptepunt bereikt.

De toekomst van Iran kan niet door één persoon of één politieke stroming worden bepaald. Iran kent een rijke geschiedenis van sociale bewegingen, vrouwenstrijd, vakbonden, studentenbewegingen, intellectuelen, kunstenaars en uiteenlopende politieke tradities. Geen enkele individuele leider kan aanspraak maken op het vertegenwoordigen van deze veelkleurige samenleving, laat staan iemand die de afgelopen 47 jaar buiten Iran heeft geleefd en een buitenlandse interventie tegen Iran heeft gesteund.

Als leden van de Tweede Kamer één ding zouden moeten weten over de Iraanse bevolking, dan is het wel haar diepe afkeer van buitenlandse inmenging. De door de CIA en MI6 georganiseerde staatsgreep van 1953 tegen Mohammad Mossadegh, de eerste democratisch gekozen premier van Iran, ligt bij veel Iraniërs nog altijd vers in het geheugen.

Separatistische bewegingen

Naast de uitnodiging van Pahlavi vinden wij het zorgelijk dat vier vertegenwoordigers van marginale separatistische bewegingen, die pleiten voor afscheiding van verschillende Iraanse regio’s, hebben deelgenomen aan het rondetafelgesprek. Daarmee geeft Nederland politieke legitimiteit aan deze bewegingen en ontstaat de indruk dat de opdeling van Iran als een serieuze optie voor de toekomst van het land wordt beschouwd.

Buitenlandse inmenging zal het democratiseringsproces in Iran niet versnellen

Voor veel Iraniërs is de territoriale integriteit van Iran geen nationalistisch dogma, maar een voorwaarde voor vrede, stabiliteit en democratische ontwikkeling. In een regio die al decennialang wordt gekenmerkt door oorlogen, buitenlandse interventies en geopolitieke rivaliteit, bestaat de begrijpelijke zorg dat verdere fragmentatie van Iran nieuwe conflicten zal aanwakkeren, met desastreuze gevolgen voor de bevolking.

De toekomst van Iran mag niet worden vormgegeven door militaire interventies, sanctiepolitiek, regime change of geopolitieke sociale engineering van buitenaf. Wij zijn ervan overtuigd dat duurzame democratisering alleen van binnenuit kan komen. Dit is een strijd die Iraniërs zelf moeten voeren, in hun eigen tempo en binnen hun eigen nationale, sociale en culturele context. Een volk met een rijke beschaving, een lange geschiedenis en diepe culturele wortels is zelf in staat de noodzakelijke veranderingen in zijn staatsbestel vorm te geven. Buitenlandse inmenging zal het democratiseringsproces in Iran niet versnellen, maar juist vertragen en ondermijnen.

Wij roepen de Tweede Kamer daarom op haar verantwoordelijkheid serieus te nemen en ruimte te bieden aan een breed, democratisch en inclusief gesprek over de toekomst van Iran. Alleen door de veelheid aan Iraanse stemmen te erkennen en het recht op zelfbeschikking van de Iraanse bevolking centraal te stellen, kan Nederland bijdragen aan een vreedzame, democratische en rechtvaardige toekomst voor het Iraanse volk.

Rotterdamse Raad wil geen ‘wit college’ en kiest Nunnely en Harika als wethouders

0

In de Rotterdamse gemeenteraad voltrok zich donderdagavond een politieke verrassing. Niet de door D66 voorgedragen Eva Heijblom werd tot wethouder verkozen, maar haar partijgenoot Joan Nunnely. Een gecoördineerde, maar laat ontstane actie zette de benoeming volledig op zijn kop.

De Rotterdamse gemeenteraad kende donderdagavond 9 juli een ongekende plottwist. Waar D66-kandidaat Eva Heijblom tot het laatste moment gold als de gedoodverfde nieuwe wethouder, koos de raad in een geheime stemming onverwacht voor haar partijgenoot, D66-raadslid Joan Nunnely. Heijblom zat met haar gezin in de raadszaal, klaar voor wat een feestelijke benoeming had moeten worden. In plaats daarvan werd ze na de telling apart genomen in de kamer van de burgemeester, waar haar werd meegedeeld dat ze was afgevallen.

De uitslag – 23 stemmen voor Nunnely, 21 voor Heijblom – kwam voor buitenstaanders als een donderslag bij heldere hemel. Er broeide al langer iets, vooral bij Leefbaar Rotterdam en Denk, die nu in de oppositie zitten maar hiervoor in de coalitie. AD-journalist Peter Groenendijk spreekt van een ‘gecoördineerde actie’, maar zegt dat het ‘niet heel erg van tevoren’ is bedacht.

Onvrede over een ‘te wit’ college

De spanning begon vorige maand, toen de samenstelling van het nieuwe Rotterdamse college bekend werd. De beoogde ploeg bleek vrijwel volledig wit, een opvallende keuze in een stad waar meer dan de helft van de inwoners een migratieachtergrond heeft. Binnen D66 leidde dat tot discussie, maar ook buiten de partij klonk kritiek.

Opvallend genoeg was het juist Joan Nunnely die eerder publiekelijk had gewaarschuwd voor een college dat onvoldoende recht doet aan de culturele diversiteit van Rotterdam. Volgens haar past een bestuur zonder voldoende culturele diversiteit niet bij een stad als Rotterdam. Dat standpunt maakte haar voor sommige oppositiepartijen aantrekkelijker dan Heijblom, die door een interne D66-adviescommissie was voorgedragen ondanks merkbare weerstand binnen de partij. Heijblom is geen Rotterdammer, en haar optreden, maandag 6 juli tijdens de hoorzitting, werd door meerdere raadsleden als zwak omschreven.

Volgens bronnen binnen de raad was de kritiek op de samenstelling van het college ‘een zwakke plek’ die door oppositiepartijen werd benut, vertelt Groenendijk. ‘Er gonsde iets bij Leefbaar en Denk. De dag voor de stemming hoorde ik dat er iets gaande was. Ik belde Joan Nunnely, maar kreeg geen gehoor. De andere mensen die ik belde en wel opnamen, wilden mij niets vertellen.’

Een geheime stemming die alles openbrak

De benoeming van wethouders gebeurt via een geheime stemming, een procedure die bedoeld is om raadsleden vrij te laten stemmen zonder politieke repercussies. ‘Dat is niet voor niets’, zegt lokale democratie-expert John Bijl van het Periklesinstituut. ‘Bij een stemming over personen wil je dat raadsleden een eigen afweging kunnen maken.’

Maar dat die vrijheid zo’n grote verschuiving zou veroorzaken, is uitzonderlijk. Sinds wethouders in 2002 geen deel meer uitmaken van de gemeenteraad, is het zelden voorgekomen dat een voorgedragen kandidaat niet werd benoemd. ‘In Leidschendam-Voorburg haalde in 2021 een voorgedragen kandidaat geen meerderheid. En in Rotterdam zelf werd in 2014 ook al eens een andere kandidaat gekozen dan de partijtop voor ogen had. Een richtingenstrijd in Leefbaar werd op de stembriefjes uitgevochten. Maar meer voorbeelden ken ik niet.’

‘Het initiatief kwam bij Leefbaar vandaan’

‘De uitslag was dan ook een grote verrassing’, zegt Bijl. ‘Maar dat 23 mensen een briefje pakken en daar de naam van Joan Nunnely opschrijven, is natuurlijk geen spontane ingeving. Dit was een vooropgezet plan.’

Minimaal twee leden uit de coalitie moeten op Nunnely hebben gestemd, mogelijk zijn het er meer. Het initiatief kwam bij Leefbaar vandaan, zegt Groenendijk. Vervolgens benaderde de partij ook andere fracties. Ook de weinig oppositioneel ingestelde ChristenUnie zou zijn benaderd met de vraag of ze wilden meedoen aan een ‘statement’ – niet expliciet een coup, maar wel een signaal richting D66 en het college.

Tijdens de telling duurde het lang voordat de uitslag bekend werd. Groenendijk kreeg appjes binnen: ‘Let op, er gaat iets gebeuren.’ Toen zelfs de burgemeester de zaal verliet voordat de uitslag was gedeeld, wist hij genoeg: er stond iets ongebruikelijks te gebeuren.

Harika: veel weerstand, toch benoemd

De spanning in de raad werd verder opgevoerd door de benoeming van pro-kandidaat Miriam Harika, die ook was voorgedragen als wethouder. Rond haar voordracht ontstond de afgelopen weken veel discussie na een kritisch advies van de Rotterdamse ombudsman. Een open brief – mede gepubliceerd door de Kanttekening – riep raadsleden op zich niet uitsluitend door dat advies te laten leiden.

‘Ze vonden dat Harika te hard werd aangepakt in de pers’

Harika kreeg minder stemmen dan verwacht, maar wel genoeg om benoemd te worden. Binnen de ambtelijke top was er veel weerstand tegen haar functioneren, zegt Groenendijk. ‘Het was een puinhoop op haar afdeling. Die was er al voordat ze daar als ambtenaar aantrad, maar ze loste de puinhoop ook niet op. Er zou binnenkort weer een kritisch gesprek over haar functioneren worden gevoerd. Ze stond niet bepaald op het punt om gepromoveerd te worden. Toch besloten verschillende fracties haar kandidatuur te steunen, mede omdat ze vonden dat Harika te hard werd aangepakt in de pers.’

Een coalitie met gaten nog vóór de start

Met de onverwachte benoeming van Nunnely en de omstreden benoeming van Harika begint het nieuwe Rotterdamse college met twee wethouders die al onder vuur liggen voordat ze überhaupt aan hun werk beginnen. ‘Dat heb ik nog nooit meegemaakt’, zegt Groenendijk. ‘Bij de procedure is er veel misgegaan. Binnen D66 wordt nu gefluisterd over de vraag of Nunnely wist dat er steun voor haar was. En bij Pro wordt er gespeculeerd wie binnen de coalitie ‘de mol’ was die toch op Nunnely stemde.’

‘Wethoudersbenoemingen zijn geen automatisme’

De coalitie werd gevormd na moeizame onderhandelingen, waarbij Denk werd ingeruild voor Volt en CDA. De coalitie heeft een krappe meerderheid van de helft plus een. Leefbaar Rotterdam en Denk, in theorie elkaars ideologische tegenpolen, kunnen in de oppositie goed met elkaar samenwerken. Beide partijen hebben ervaren fractieleiders en ex-wethouders, Ronald Buijt en Faouzi Achbar, die precies weten waar de zwakke plekken van de coalitie zitten. ‘Dat schept een band’, analyseert Groenendijk.

Wake-up call voor de Rotterdamse politiek

Volgens Bijl is de gebeurtenis een belangrijke waarschuwing. ‘Wethoudersbenoemingen zijn geen automatisme’, zegt hij. ‘De Rotterdamse gemeenteraad heeft laten zien dat ze haar rol serieus neemt. Maar de manier waarop dit is gegaan, terwijl de familie van Heijblom klaarstond met bloemen, vind ik wel onbeschoft.’

De komende weken zal blijken hoe het nieuwe college deze klap opvangt. De ambities zijn groot, maar er zijn zowel in de coalitie als in het college gaten geslagen, aldus Groenendijk. Besturen wordt daardoor een stuk lastiger.

Marokkaanse journalist Ali Lmrabet aangehouden op luchthaven Tanger

0

De Marokkaanse journalist en activist Ali Lmrabet werd zondag na aankomst op de internationale luchthaven van Tanger aangehouden en verhoord, schrijven verschillende media. Lmrabet wordt onder meer beschuldigd van het ‘verspreiden van valse informatie’.

Lmrabet arriveerde in Tanger met een rechtstreekse vlucht uit Barcelona, waar de luchthavenpolitie hem tegenhield, schrijft Marokko.nl.

Volgens de Franse krant Le Monde werd hij na aankomst verhoord wegens ‘het verspreiden van valse informatie’. Zijn vrouw kreeg van hem een telefoontje waarin hij vertelde dat hij om die reden in Tanger was gearresteerd. Het is nog onbekend waar de zaak precies om draait.

Tijdens een bezoek aan Nederland vorig jaar zei Lmrabet desgevraagd al dat hij ‘direct zou worden gearresteerd bij de grens’ als hij naar Marokko zou afreizen.

Lmrabet, oud-diplomaat en onderzoeksjournalist woonachtig als ‘balling’ in Barcelona, staat al jaren in de schijnwerpers van het regime in Rabat. Hij verwierf bekendheid om zijn journalistieke publicaties rond gevoelige en in Marokko onbelichte thema’s zoals de Westelijke Sahara, de normalisering van betrekkingen tussen Marokko en Israël en de ‘lange arm’ van de Marokkaanse inlichtingendienst. De laatste is volgens journalist Jan Keulen ‘zeer actief’ in Spanje, Frankrijk, België en Nederland.

In tegenstelling tot mainstream media in Marokko, schrijft Lmrabet kritisch over de protesten in Marokko tegen de genocide in Gaza en de Marokkaanse rol erin. Dit is inmiddels gevaarlijk in Marokko, aangezien een aantal pro-Palestina-activisten werd veroordeeld tot gevangenisstraffen.

Tussen april 2005 en april 2015 kreeg Lmrabet in Marokko een werkverbod opgelegd vanwege zijn publicaties rond de Westelijke Sahara, schrijft Le Monde.

In een reactie aan de krant liet Reporters sans Frontières (RSF) zondagavond weten dat Lmrabet is beschuldigd van het ‘vermeende verspreiden van valse informatie die de constitutionele instituties ondermijnt.’ Lmrabet zou volgens de organisatie op weg zijn naar Casablanca om te worden verhoord door de nationale politie. Hij moet maandag verschijnen op een geplande zitting van de openbaar aanklager.

Lmrabet publiceerde in Marokko de weekbladen Demain Magazine en het Arabischtalige Doumane. Deze publicaties werden in 2003 verboden vanwege ‘belediging van de koning’. Hij werd veroordeeld tot drie jaar cel, maar werd begin 2004 vrijgelaten in het kader van een koninklijk pardon.

Marokkaanse journalisten worden al langer geïntimideerd en vervolgd. Net als mensen in Marokko zijn ook Marokkanen in het buitenland bang om zich uit te spreken over het Marokkaanse regime, zoals de Kanttekening eerder constateerde.

Defensie onderzocht meldingen van mogelijke oorlogsmisdaden door bondgenoten in Afghanistan niet

0

NRC schrijft dat 28 meldingen over mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht door bondgenoten in Afghanistan nooit zijn onderzocht.

‘What happens in Afghanistan, stays in Afghanistan’ lijkt daarmee het ongeschreven adagium van de twintig jaar durende westerse interventie. Uiteindelijk kwam de Taliban in 2021 opnieuw aan de macht. Op vragen van de krant zegt het ministerie van Defensie niet te weten wat er destijds met de meldingen is gebeurd. Onder verwijzing naar een eerdere Kamerbrief van minister Dilan Yesilgöz wil het ministerie er nu niet op ingaan.

Volgens NRC gaat het onder meer om meldingen over Australische militairen die betrokken zouden zijn geweest bij martelingen en standrechtelijke executies in Uruzgan. De onthullingen passen in een bredere reeks kwesties waarbij Defensie onder vuur ligt vanwege de afhandeling van mogelijke schendingen tijdens buitenlandse missies, zoals Srebrenica en het mislukte fotorolletje, Hawija en de Slag om Chora.

Turkije blokkeert ruim 2700 sociale media-accounts van vermeende gülenisten

0

Aan de vooravond van het tiende herdenkingsjaar van de mislukte coup in Turkije, die op Turkse staatstelevisie en andere staatsgezinde media groots wordt herdacht en besproken in programma’s met staatsgezinde experts, neemt de onderdrukking van kritische stemmen door het Erdogan-regime snel toe. De islamistische krant Yeni Safak meldt dat in een maand tijd de toegang tot meer dan 2700 sociale media-accounts, die verbonden zouden zijn met de Gülenbeweging, is geblokkeerd.

Al deze accounts zouden zich schuldig maken aan ‘terreurpropaganda’ en ‘desinformatie’ en zijn geblokkeerd. Tegen 1652 van deze accounts is ook een juridische procedure gestart vanwege ‘terreur’. Het is niet duidelijk of deze procedure gericht is tegen Turkse burgers achter die accounts.

De actie tegen zogenoemde ‘terreurpropaganda’ wordt geleid door het ministerie van Communicatie. Kritische stemmen en tegengeluiden, die door Yeni Safak niet als zodanig worden genoemd, zouden ‘grondig’ en ‘onophoudelijk’ digitaal worden gevolgd, met hulp van alle benodigde staatsinstellingen, zoals het OM en het ministerie van Justitie. Volgens de minister van Communicatie Burhanettin Duran zijn deze accounts betrokken bij een ‘psychologische operatie’ tegen Turkije. ‘Deze accounts zijn geïdentificeerd als accounts die terrorisme verheerlijken, desinformatie verspreiden en betrokken zijn bij psychologische operaties tegen ons land’, aldus Duran.

Erdogan gebruikte de coup om Turkije naar zijn hand te zetten

0

Tien jaar na de couppoging van 15 juli 2016 blijft in Turkije hetzelfde officiële verhaal rondzingen: die nacht zou de democratie zijn verdedigd. In werkelijkheid werd het de stichtingsmythe van een nieuw autoritair bestel. Erdogan overleefde niet alleen de staatsgreep; hij gebruikte die om een persoonlijk regime op te bouwen, de rechtsstaat uit te hollen, democratische tegenmachten te verpletteren en de macht te concentreren in een uitvoerend presidentschap dat onder de noodtoestand werd geboren.

De wortels van die ontmanteling liggen veel dieper dan 2016. De militaire coup van 1980 bracht geen stabiliteit, maar legde juist de basis voor de crisis van vandaag. Tijdens de Koude Oorlog ontdekte het leger hoe bruikbaar de islam kon zijn als politiek instrument tegen links en de Koerdische beweging. De grondwet van 1982 hield die logica in stand en gaf Turkije een institutioneel kader dat bedoeld was om onrust te voorkomen, maar die onrust decennialang juist in stand hield.

Een van de duidelijkste voorbeelden was de manier waarop de staat de samenleving via religie probeerde te sturen. De verplichte lessen cultuur en ethiek, ingevoerd na de coup van 1980, en de uitbreiding van de Diyanet waren geen neutrale hervormingen. Ze maakten deel uit van een project om de islam te ‘nationaliseren’, het openbare leven te disciplineren en religie via staatsstructuren te sturen. Tegelijk voerde de junta een kiesdrempel van tien procent in, de hoogste van Europa, om Koerdisch-linkse partijen uit het parlement te houden. Dat werkte averechts. Door de politieke vertegenwoordiging te beperken, creëerde de staat juist de voorwaarden voor de dominantie van de AKP in 2002.

Tijdens de Koude Oorlog ontdekte het leger hoe bruikbaar de islam kon zijn als politiek instrument

Dat is de ironie van het moderne Turkije: de instrumenten die bedoeld waren om de samenleving te controleren, maakten uiteindelijk de weg vrij voor de macht die haar zou domineren. De sociale engineering van het leger normaliseerde religieuze expressie. De kiesdrempel vervormde de vertegenwoordiging. Samen openden ze de deur voor een partij met islamitische wortels om de staat te veroveren en naar haar hand te zetten.

Jarenlang werd het Turkse leger voorgesteld als de seculiere bewaker en Erdogan als de islamistische uitdager. Die tweedeling is inmiddels achterhaald. In de jaren van de AKP ontstond een opportunistische alliantie tussen het presidentschap en delen van de veiligheids- en militaire top. Terwijl Erdogan de macht centraliseerde, vermeende coupplegers vervolgde en de bevelsstructuur hervormde, paste de militaire top zich aan een realiteit aan waarin het nuttiger was hem te steunen dan te bestrijden.

Die ontwikkeling verklaart ook de diplomatieke spagaat van Turkije. Ankara wil tegelijk onmisbaar en ongrijpbaar zijn: binnen de NAVO, maar niet onderdanig; verbonden met het Westen, maar nooit volledig betrouwbaar. De aankoop van het Russische S-400-luchtafweersysteem werd daarvan het perfecte symbool. Die leidde tot de uitsluiting van Turkije uit het F-35-programma en tot Amerikaanse sancties, terwijl Ankara de beslissing presenteerde als een soevereine keuze. Dat is de vaste methode: strategisch balanceren aan de top, autoritaire verharding in eigen land.

15 juli 2016

Het echte kantelpunt was 15 juli 2016. De couppoging was chaotisch, versnipperd en bloedig. Maar wat erop volgde, was geen herstel van de democratie. De noodtoestand werd gebruikt om de staat opnieuw vorm te geven. Onder de noodtoestand, die enkele dagen later werd afgekondigd, regeerde de regering per decreet, omzeilde zij het parlement en begon zij met massale zuiveringen in de ambtenarij, de rechterlijke macht, het leger, het onderwijs en de media. Human Rights Watch noemde het eerste nooddecreet arbitrair en discriminerend en waarschuwde dat het permanente ontslagen mogelijk maakte zonder betekenisvolle juridische bescherming.

De schaal was enorm. Halverwege 2016 waren al tienduizenden ambtenaren geschorst. Rechters en aanklagers werden massaal vastgezet en de nooddecreten breidden de zuiveringen verder uit. Het resultaat was niet alleen de bestraffing van echte coupplegers, maar ook de ontmanteling van de institutionele onafhankelijkheid. De rechterlijke macht werd verzwakt, universiteiten werden gezuiverd, media werden gesloten en het maatschappelijk middenveld werd het zwijgen opgelegd.

Daarmee kreeg Erdogan ook de wind in de zeilen voor zijn constitutionele project. Het referendum van 2017 verschoof Turkije van een parlementair naar een presidentieel systeem. Dat gebeurde met een zeer kleine meerderheid en gaf het presidentschap een ongekende concentratie van macht. Het referendum werd gehouden onder de noodtoestand en versterkte de democratie niet; het verzwakte haar juist. Het parlement verloor macht, het premierschap werd afgeschaft en de eenmansmacht werd verankerd onder het motto van ‘sterk leiderschap’.

De nasleep van de coup is uiteindelijk belangrijker dan de coup zelf. De eerste reactie – massamobilisatie, verdediging van verkozen instellingen en het uitschakelen van samenzweerders – was op zichzelf begrijpelijk. Maar Erdogan gebruikte die legitimiteit om een permanente staat van uitzondering te vestigen. De noodtoestand werd genormaliseerd. Regeren per decreet werd de norm. Oppositie werd steeds vaker gelijkgesteld aan terrorisme. Het onderscheid tussen een echte veiligheidsdreiging en politieke dissidentie vervaagde bijna volledig.

Oppositie werd steeds vaker gelijkgesteld aan terrorisme

In die omgeving draaide de politiek niet langer om burgers, maar steeds meer om Erdogan zelf. De republiek werd niet meer verdedigd in naam van het volk, maar in naam van één leider. Dat is de werkelijke erfenis van de periode na de coup: niet veiligheid, maar personalisering van de macht. Niet stabiliteit, maar gehoorzaamheid, verpakt als nationale eenheid.

Erdogan wist die binnenlandse machtsconsolidatie ook diplomatiek te benutten. Hij presenteert zich als de leider van een land dat altijd nodig is, maar nooit volledig te vertrouwen. Met vetorecht, vertraging en selectieve samenwerking dwingt hij concessies af van de NAVO en de EU, terwijl hij tegelijkertijd de westerse hypocrisie bekritiseert. De toetreding van Zweden tot de NAVO was daarvan het meest recente voorbeeld. Ankara blokkeerde de toetreding lange tijd om daarna te stellen dat het slechts zijn soevereiniteit verdedigde.

Voor westerse regeringen werd dat vaak gezien als een aanvaardbare ruil: samenwerking op het gebied van migratie, terrorismebestrijding en regionale veiligheid in ruil voor stilzwijgen over de binnenlandse repressie. Maar het is geen echte ruil. Het is een eenzijdige concessie die Erdogan beloont voor zijn vermogen om alle partijen tegen elkaar uit te spelen. Turkije houdt de lijnen met Rusland open, blijft een belangrijke NAVO-bondgenoot en escaleert tegelijk geregeld conflicten met Griekenland en Cyprus over maritieme grenzen, luchtruim en energieclaims.

De oostelijke Middellandse Zee laat dat patroon duidelijk zien. Het maritieme akkoord met Libië uit 2019, de confrontaties op zee in betwiste wateren en de retoriek rond de doctrine van het ‘Blauwe Thuisland’ tonen hetzelfde patroon: nationalistische escalatie buiten de landsgrenzen, autoritaire controle binnen de grenzen. Ook China blijft in beeld via Turkse belangstelling voor projecten binnen het Belt and Road Initiative, terwijl Ankara zich niet volledig aansluit bij de westerse sancties tegen Rusland. Dat is geen verheven vorm van strategische autonomie, maar opportunisme dat steunt op binnenlandse dwang.

De echte vraag is dus niet of Erdogan de Turkse belangen handig heeft verdedigd. De vraag is of zijn systeem het land beter heeft gediend dan hemzelf. Het antwoord is nee. Hij gebruikte het begrip soevereiniteit om burgers hun politieke handelingsruimte te ontnemen. Hij gebruikte de legitimiteit na de couppoging om repressie te normaliseren. En hij gebruikte de strategische positie van Turkije om westerse lankmoedigheid af te dwingen, terwijl democratisch herstel in eigen land steeds moeilijker werd.

Wat overblijft

Wat blijft er dan over, tien jaar na de coup? Het centrale probleem is niet alleen de macht van Erdogan, maar ook de steeds kleinere ruimte voor de politieke wil van Turkse burgers. Die ruimte herstellen betekent het verdedigen van constitutionalisme, lokale democratie, onafhankelijke balies, journalisten en mensenrechtenorganisaties. Het betekent ook coalities bouwen die de seculier-religieuze en Turks-Koerdische breuklijnen overstijgen, in plaats van de oude tegenstellingen te herhalen waarop autoritarisme gedijt.

Een Turkije dat is uitgehold door gepersonaliseerde macht, is geen stabiele bondgenoot

Voor de EU en de NAVO betekent dit dat zij moeten stoppen met Turkije te behandelen als een probleem dat via stille deals kan worden beheerd. Samenwerking blijft nodig – over veiligheid in de Zwarte Zee, energiecorridors en migratie – maar die moet nadrukkelijk worden gekoppeld aan rechtsstatelijke voorwaarden, niet worden weggestopt achter topoverleg en pragmatische uitruil. Onafhankelijke rechtspraak, vrije meningsuiting en eerlijke verkiezingen zijn geen decoratieve waarden. Ze vormen de kern van elke duurzame veiligheidsrelatie. Een Turkije dat is uitgehold door gepersonaliseerde macht, is geen stabiele bondgenoot, hoe bruikbaar het op korte termijn ook lijkt.

De slotles is eenvoudig. De couppoging was niet alleen een trauma. Ze was ook een politieke kans, en Erdogan gebruikte die om de republiek naar zijn hand te zetten. Tien jaar later gaat de keuze niet langer tussen seculiere generaals en een verkozen islamistische leider. Ze gaat tussen een gemilitariseerd en gepersonaliseerd systeem dat in een diplomatieke limbo verkeert, en een Turkije dat nog altijd pluralisme en democratie met elkaar kan verzoenen.

Het Westen moet ophouden de overwinningen van Erdogan te verwarren met het lot van Turkije. Zijn macht is niet het noodlot van het land. De Turkse burgers zijn geen verlengstuk van zijn regime. Zij zijn het politieke subject dat de Turkse politiek al veel te lang probeert uit te wissen.

Rotterdam kiest onverwacht Joan Nunnely als wethouder in plaats van Eva Heijblom

0

De Rotterdamse gemeenteraad heeft donderdag onverwacht niet de door D66 voorgedragen kandidaat Eva Heijblom, maar haar partijgenoot Joan Nunnely tot wethouder benoemd. Heijblom en haar gezin zaten nietsvermoedend in de zaal toen zich een plottwist voltrok.

Bij de geheime stemming kreeg Nunnely 23 stemmen en Heijblom 21, waardoor de voorgedragen wethouder opeens afviel. De kandidaat werd na de telling apart genomen in de kamer van de burgemeester, waar het slechte nieuws haar werd medegedeeld. Nunnely was even verrast met de stemmen; ze had geen familie in de zaal zitten en zei niets van de coup af te weten.

Toch waren er wel tekenen van onrust in de gemeenteraad geweest. Nadat de voorgedragen wethouders bekend waren gemaakt, laaide er discussie op over het gebrek aan diversiteit van het nieuwe Rotterdamse college. Nunnely uitte eerder publiekelijk kritiek op de vrijwel volledig witte samenstelling van de beoogde wethoudersploeg. Volgens haar past een bestuur zonder voldoende culturele diversiteit niet bij een stad als Rotterdam.

De stemming vond plaats tijdens een beladen raadsvergadering, waarin ook de benoeming van Pro-wethouder Miriam Harika op de agenda stond. Rond haar kandidatuur was de afgelopen weken veel discussie ontstaan na een kritisch advies van de Rotterdamse ombudsman. Eerder riep een open brief, mede gepubliceerd door de Kanttekening, raadsleden op zich niet uitsluitend door dat advies te laten leiden, maar een zelfstandig oordeel te vormen.

Harika kreeg hierdoor minder stemmen dan verwacht, maar wel genoeg om aangesteld te worden als wethouder. Pro-fractieleider Jeroen Postma was dan ook verrast over de gang van zaken en gaf aan dat zijn fractie uitsluitend op de voorgedragen kandidaten had gestemd, zoals afgesproken. Hij wil overleg, om te zien hoe het nu verder moet.

Opnieuw dodelijk ICE-optreden, Amerikaanse regering wijst naar migranten

0

Een Mexicaanse migrant is dinsdag in Houston doodgeschoten tijdens een actie van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. De zaak leidt tot nieuwe kritiek op het deportatiebeleid van president Donald Trump.

Lorenzi Salgado Aranjo (52) begon zijn dag zoals iedere andere werkdag in Houston. Hij dronk koffie, at het eten dat zijn vrouw voor hem had voorbereid en verliet het huis dat hij zelf had gebouwd. Met een wit busje haalde hij drie andere ongedocumenteerde arbeiders op om samen te werken op de bouwplaats, zoals ze al jaren deden. Maar daar kwamen ze dinsdag nooit aan. De Amerikaanse immigratiedienst schoot Aranjo dood en arresteerde vervolgens zijn collega’s. Zij worden vermoedelijk gedeporteerd, zo meldt The Guardian.

Volgens The Guardian is de dood van Aranjo de tiende migrantendode in twee jaar tijd. NU.nl meldt echter dat er in detentiecentra in de VS dit jaar al minstens veertien migranten zijn gestorven. De regering-Trump houdt migranten en Amerikanen die hen steunen, zoals de vermoorde Renee Good en Alex Pretti, verantwoordelijk voor de moordpartijen en razzia’s van ICE.

Dat is ook het geval bij Aranjo. Hij wordt door het Department of Homeland Security beschuldigd van het bedreigen van ICE-agenten. ‘Een leugen’, volgens de collega’s van Aranjo, meldt The Washington Post. ICE zou vrijwel direct nadat zij uit het busje stapten hebben geschoten.

Het verhaal van de Amerikaanse autoriteiten dat Aranjo een ICE-busje heeft ‘geramd’ en zijn busje daarmee tot een ‘moordwapen’ had gemaakt, klopt volgens hen niet. ‘Dat is een leugen’, schreef Jose Trinidad Rojas (51) in een handgeschreven verklaring. ‘Het is onmogelijk voor hen om te zeggen dat ze overreden zouden worden… Er waren geen agenten voor of achter het voertuig. Ze stonden aan de zijkanten.’

Het deportatiebeleid van Trump kenmerkt zich door een sterke nationalistische retoriek, waarbij immigratie wordt geframed als een bedreiging voor de ‘nationale veiligheid’ en ‘sociale stabiliteit’.

Critici wijzen erop dat dit beleid voortkomt uit een ideologie van white nationalism, waarbij de nationale identiteit nauw verbonden wordt met witte etniciteit en het behoud van een demografische meerderheid van witte Amerikanen. Migranten moeten koste wat het kost buiten Amerika worden gehouden of gedeporteerd.

VS beloven investeringen in olie-industrie als Libië zich verenigt

0

De Verenigde Staten voeren momenteel diplomatieke gesprekken met verschillende groepen in Libië om het land te verenigen. Daarbij beloven ze Amerikaanse investeringen in de olie-industrie. Of dat plan haalbaar is en een einde kan maken aan de verdeeldheid in het land, is volgens diverse media nog zeer onzeker.

Libië raakte na de val van Moammar Gadaffi in 2011 in een staat van chaos en politieke crises en sindsdien oefenen verschillende facties macht uit in verschillende gebieden van het land.

Het land heeft momenteel twee regeringen: een internationaal, door de Verenigde Naties erkende regering in de hoofdstad Tripoli, geleid door premier Abdulhamid Dbeibeh, en een andere regering in het oosten, met generaal Khalifa Haftar aan het hoofd. Deze laatste wordt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten en Rusland. Haftar heeft ook de leiding over de Libische Strijdkrachten, een coalitie van milities in het oosten.

Van een centraal gezag is in Libië geen sprake. Al jaren proberen de Verenigde Naties het land te verenigen, maar Libië blijft diep verdeeld. De Verenigde Staten spelen op de achtergrond een steeds belangrijkere rol, schrijft Al Jazeera.

Onder leiding van de adviseur Arabische wereld van de Amerikaanse president Donald Trump, Massad Boulos, proberen de VS de facties van Dbeibeh en Haftar bij elkaar te brengen in ruil voor investeringen in de Libische olie-industrie. Boulos, die ook de vader is van Trumps schoonzoon Michael Boulos, werd tijdens Trumps tweede termijn aangesteld als speciaal gezant voor Libië.

De door de VS in het vooruitzicht gestelde oliedeals zullen door beide facties moeten worden getekend. Alleen als beide groepen samenwerken, kan er sprake zijn van internationale investeringen in de oliesector. Haftars troepen oefenen macht uit in het gebied waar olievelden en -installaties liggen. In het westen, waar de internationaal erkende regering van Dbeibeh de scepter zwaait, is er oppositie tegen Haftars macht in het oosten.

Terwijl de Libische Centrale Bank heeft aangegeven dat het niet in staat is beide regeringen te blijven financieren, hopen Boulos en Trump erop dat beide facties kunnen worden overtuigd samen te werken.

Hoewel Libië zal profiteren van internationale investeringen in de olie-industrie, is het de vraag of dit zal leiden tot de gewenste stabiliteit.

Het Amerikaanse diplomatieke offensief wordt door sommigen gezien als een tegenhanger van het door de VN geleide proces. Het door Boulos geleide proces is meer transactioneel en van bovenaf, schrijft de Libische journalist Mustafa Fetouri. Het belangrijkste motief lijkt daarbij het snel realiseren van stabiliteit om met behulp van Amerikaanse bedrijven de olieproductie te verdubbelen.

Bovendien is het onduidelijk wanneer een dergelijke overeenkomst zal leiden tot broodnodige presidents- en parlementsverkiezingen en is er geen garantie dat het zal worden gesteund door het Libische parlement en de VN-Veiligheidsraad, schrijft Fetouri. Het risico van het Amerikaanse plan is volgens Fetouri dat het de verdeeldheid in het land in stand houdt door de elite te belonen die gewapende groepen en publiek geld hebben gebruikt om macht te behouden.

Een overeenkomst tussen de twee facties, Dbeibeh en Haftar, zal mogelijk een einde betekenen van de door Libiërs gehoopte verkiezingen en de revolutie van 2011 beëindigen ten gunste van een nieuw autoritair systeem.

Feest vieren in Tanger

0

Frankrijk was veel te sterk voor Marokko. We liepen het café uit. Op straat werd de nederlaag gevierd alsof het een overwinning was.

De corniche is de boulevard langs het strand. Die strekt zich kilometers uit langs de baai van Tanger. Hier reed lang geleden de trein naar het station van de haven. Die spoorlijn is opgeheven en maakte plaats voor een voetgangerszone.

Er werd vuurwerk afgestoken, gedanst en gezongen. Er was vreugde. We liepen richting de ondergrondse parkeergarage, maar kwamen nauwelijks vooruit door de drukte. Mannen en vrouwen, jongens en meisjes; een wonderbaarlijke mix van hip en traditioneel. Veel zag ik in die gezichten, maar wat ik niet zag, was teleurstelling of verdriet. Wat ik wel zag, was trots.

Wat opvalt, is hoe jong de natie is. Nu loopt generatie Z over straat. Zelfbewust, modieus, werelds. Ik knipper met mijn ogen. Waar ben ik eigenlijk? De corniche, een catwalk. Wat ook opvalt, is hoe veelbelovend de natie is.

Over vier jaar zal het WK voetbal in Marokko plaatsvinden. Het land organiseert het samen met Portugal en Spanje. Mijn dochter is zes en ligt in mijn armen. Ze is allang in slaap gevallen. Over vier jaar zal ze tien zijn en dan zullen we wedstrijden hier in de stad bezoeken. Een mooi vooruitzicht. Een vriendin loopt met haar zoon naast ons. Hij heeft een Nederlandse vader. Over vier jaar is hij puber. Ik hoop dat hij er dan ook bij zal zijn.

Vanuit Nederland komen de gebruikelijke berichten dat feestvierende Marokkanen zich schuldig hebben gemaakt aan ongeregeldheden. Er zou met vuurwerk zijn gegooid. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Veel erger zijn de politici die olie op het vuur gooien. De extreemrechtse politici trekken de gebruikelijke kaarten om de baldadigheid te promoveren tot een staat van burgeroorlog. Ook de minister van Defensie laat van zich horen. Lachwekkend is het.

Ondertussen wordt de Frans-Marokkaanse speler Ayyoub Bouaddi, die een uitstekend WK speelde, gevraagd of hij zijn keuze voor het Marokkaanse elftal niet betreurt. Scorebordjournalistiek. Hij antwoordt dat hij de keuze met zijn hart heeft gemaakt en geen seconde spijt heeft.

Het Marokkaanse en het Egyptische elftal brachten vreugde in Gaza, Caïro, Ramallah en Bagdad

Het hart. We waren dat orgaan begonnen te vergeten. Het Marokkaanse en het Egyptische elftal brachten vreugde in Gaza, Caïro, Ramallah en Bagdad. Het liet miljoenen harten sneller kloppen. Waarom doet die vreugde mij meer dan honderd pagina’s aan diepzinnige bespiegelingen over de triestheid van het leven?

Dan schiet me te binnen wat ik las van de Franse filosoof Gilles Deleuze. Geen makkelijke filosoof. Maar zijn zinnen over vreugde als kracht raken me: ‘De macht vereist droevige lichamen. De macht heeft verdriet nodig omdat het die kan beheersen. Vreugde is daarom verzet, omdat ze zich niet overgeeft. Vreugde als levenskracht brengt ons naar plaatsen waar verdriet ons nooit zou brengen.’

Vreugde brengt ons naar een andere wereld. We zijn even ontsnapt aan de macht. Het is ontsnappen aan de dwang. We worden gedwongen om verdrietig te zijn, we worden gedwongen om sorry te zeggen, om ons schuldig te voelen; we moeten ons schamen dat we feest vieren en vuurwerk afsteken. Verdrietige lichamen kunnen worden beheerst. Vreugdevolle lichamen dansen met de engelen. Dansen met voetballers. Dansen met de kinderen. Dansen met de doden.

Ik rijd de auto de garage uit en zie dat aan het feest nog lang geen einde komt; hele gezinnen die op autodaken zitten, meisjes die uit de ramen hangen en politieagenten die mild toekijken. Verenigd zijn in vreugde is het mooiste wat er is.

Onderweg naar huis zien we een man met een bloedend lichaam. Hij wordt opgelapt om zijn weg te vervolgen.