8 C
Amsterdam
Home Blog

‘Koppel aanhangers van de sjah niet aan intimidatie’

0

In het artikel We worden lastiggevallen door Pahlavi-aanhangers, zeggen deze Iraanse Nederlanders wordt gesproken over ‘monarchisten’ of ‘aanhangers van de voormalige sjah’ in samenhang met strafbaar gedrag. Dat wekt de indruk van collectieve verantwoordelijkheid, aldus de schrijver van een ingezonden reactie.

Met aandacht heb ik (de naam van de schrijver is bekend bij de redactie, red.) uw uitgebreide artikel gelezen over vermeende intimidatie door Pahlavi-aanhangers. Intimidatie, doxing en bedreiging zijn ernstige feiten en dienen te worden onderzocht en vervolgd wanneer zij strafbaar blijken. Daarover kan geen twijfel bestaan. Tegelijkertijd roept uw artikel fundamentele vragen op over formulering, context en evenwicht.

1. Collectieve framing van ‘monarchisten’

In het artikel wordt herhaaldelijk gesproken over ‘de monarchisten’ of ‘aanhangers van de voormalige sjah’ in directe samenhang met strafbaar gedrag. Hierdoor ontstaat de indruk van collectieve verantwoordelijkheid.

Een politieke overtuiging kan niet automatisch worden gelijkgesteld aan strafbare handelingen van individuen. Binnen de Iraanse diaspora bestaat een brede diversiteit aan achtergronden en opvattingen. Het impliciet koppelen van een volledige politieke stroming aan intimidatie draagt bij aan polarisatie en doet geen recht aan die diversiteit.

2. Ontbreken van hoor en wederhoor

In het artikel worden ernstige beschuldigingen geuit door meerdere geïnterviewden. Er lijkt echter geen ruimte te zijn geboden aan personen met monarchistische sympathieën om inhoudelijk op deze beschuldigingen te reageren.

Hoor en wederhoor vormen een essentieel journalistiek principe. Wanneer uitsluitend één perspectief wordt weergegeven, ontstaat een onevenwichtig beeld.

3. Vermenging van politieke standpunten met strafbare feiten

In het artikel worden geopolitieke standpunten, zoals steun voor Israël of steun voor regime change, indirect verweven met de beschuldigingen van intimidatie.

‘Ook monarchistisch georiënteerde Iraniërs maakten bedreigingen en sociale druk mee’

Politieke opvattingen over internationale conflicten vormen op zichzelf geen aanwijzing voor betrokkenheid bij strafbare feiten. Het koppelen van dergelijke standpunten aan doxxing of intimidatie vervaagt het onderscheid tussen politieke overtuiging en crimineel handelen.

4. Verwijzing naar de zaak in Canada

Uw artikel verwijst naar de zaak rond Masoud Masjoudi en noemt zijn overlijden onder verdachte omstandigheden. Voor zover publiek bekend is, onderzoekt de Canadese politie de zaak nog en is er geen definitieve, officieel vastgestelde conclusie over de omstandigheden van zijn overlijden gepubliceerd.

Daarnaast zijn in eerdere Canadese gerechtelijke procedures meerdere door hem aangespannen zaken juridisch onvoldoende onderbouwd bevonden. Deze juridische context is relevant wanneer zijn naam in een politiek beladen kader wordt genoemd.

5. De bredere context binnen Iran zelf

Tijdens recente protesten in Iran hebben demonstranten openlijk steun uitgesproken voor oppositiefiguur prins Reza Pahlavi. Het is daarom onzorgvuldig om sympathie voor een bepaalde oppositiefiguur impliciet te verbinden aan intimidatie of extremisme. Veel mensen die deze politieke positie innemen, doen dat vanuit verzet tegen het huidige regime en niet vanuit de intentie om anderen het zwijgen op te leggen.

Bovendien hebben ook monarchistisch georiënteerde Iraniërs te maken gehad met bedreigingen en sociale druk, zowel online als offline. Deze ervaringen verdienen eveneens aandacht binnen een evenwichtige journalistieke benadering.


Naschrift

In het artikel gaat het om specifieke Pahlavi-aanhangers die worden beschuldigd van doxing; nergens wordt gesuggereerd dat dit voor alle aanhangers van de sjah geldt. Eveneens wordt in het artikel vermeld dat de Canadese politie de zaak rond Masoud Masjoudi nog onderzoekt.

Wij onderschrijven het belang van objectiviteit. Het stuk is daarom vooraf voorgelegd aan deskundigen, die vanwege de spanningen binnen delen van de Iraanse diaspora, anoniem willen blijven. Zij bevestigen echter het in dit artikel geschetste beeld. Met de twee hoofdverdachten van de intimidatiecampagne is geen contact opgenomen. Dat vonden we onverstandig vanwege de veiligheid van de slachtoffers. Het gaat ons om hun verhaal.

Na 40 jaar migrantenkiesrecht is de politieke emancipatie nog niet klaar

0

In het Stefanus Theater in Utrecht gaan betrokkenen met elkaar in gesprek. Wat heeft veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten nu eigenlijk opgeleverd?

Een open samenleving waarin iedere burger meetelt, dat was de belofte die migranten in 1985 kregen bij de invoering van het lokaal kiesrecht. De politieke participatie nam sindsdien toe, maar het gevoel van uitsluiting verdween niet. Vooral onder de tweede generatie en jongeren lijkt het vertrouwen in instituties af te nemen.

Die spanning tussen belofte en werkelijkheid staat centraal in het Stefanus Theater in de Utrechtse wijk Overvecht. Professionals, politici en buurtbewoners komen er samen voor een bijeenkomst van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN). De vraag van de avond: wat heeft veertig jaar gemeentelijk kiesrecht ons gebracht?

‘Als je elkaar opzoekt en in gesprek gaat, kun je samen werken aan gelijke rechten en kansen’, zegt Joke Verkuijlen uit Zaltbommel. Als voorzitter van de Stichting Landelijke Werkgroep Mudawwanah is zij al jarenlang betrokken bij de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Met haar stichting zet zij zich in voor de emancipatie en participatie van Nederlanders met een migratie- of vluchtelingenachtergrond.

‘Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen’

Verkuijlen: ‘Ik ben geraakt en diep onder de indruk van de betrokkenheid en inzet van mensen in de zaal, zowel maatschappelijk als politiek gebied. Er heerst vermoeidheid, omdat er minder vertrouwen is in de politiek. Tegelijkertijd zie ik ook een verandering waarbij veel mensen het belang inzien om te gaan stemmen.’

‘De kansen op de arbeidsmarkt zijn niet gelijk verdeeld, en jongeren worden afgewezen voor stageplekken en banen’, zegt Verkuijlen. ‘Dit soort problemen lossen we op door meer mensen van kleur op verschillende posten. Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen.’

Mohamed Mahdi (uiterst links) en Houda Hamel (uiterst rechts) tijdens het paneldebat in Utrecht. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Onderzoekers Zeki Arslan, Peter Zwaga en Alfons Fermin presenteerden tijdens de avond de bevindingen uit hun bundel Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten. Een rode draad in de bundel is de relatief laagblijvende opkomst tijdens gemeenteraadsverkiezingen: in 2018 stemde net iets minder dan de helft van de Amsterdammers met een migratieachtergrond. De hoogste opkomst was onder de Turkse Nederlanders, terwijl bij Marokkaanse Nederlanders in vergelijking met de drie andere migrantengroepen de minste stemmen werden geteld.

‘De eerste generatie migranten was terughoudender’

‘Als gevestigde partijen nauwelijks ruimte bieden aan de belangen van Nederlanders met een migratieachtergrond, dan kiezen veel mensen ervoor om niet te stemmen’, vertelt onderzoeker Arslan, voorzitter van het Platform Sociale Binding. ‘Dit gevoel niet gehoord worden zien we vooral bij de jongere generatie. De uitsluiting en discriminatie die zij ervaren, dragen daaraan bij.’

‘De eerste generatie migranten was terughoudender, omdat zij vooral bezig was zich in te passen in de maatschappij. Bovendien was er een taalbarrière. De tweede en derde generatie hebben een veel betere taalbeheersing en voelen meer de noodzaak om hun plek op te eisen in de maatschappij. Maar als zij zien dat er vanuit de politieke partijen weinig wordt geluisterd naar hun zorgen, ontstaat er wantrouwen.’

Gastarbeiders erbij betrekken

Nederland kende tijdens de jaren tachtig al honderdduizenden migranten: eerst kwamen de Molukkers rond de jaren vijftig, en nog geen decennium later arriveerden de gastarbeiders uit onder andere Turkije, Marokko en Spanje. De grootste groep migranten bestond uit Surinamers die tussen 1970 en 1980 naar Nederland kwamen. De Surinamers hadden vanwege hun Nederlands staatsburgerschap, dat zij erfden uit het koloniale verleden, wel het recht om te stemmen. Maar dit gold niet voor de gastarbeiders.

Pas toen de Nederlandse politiek inzag dat arbeidsmigranten niet terugkeerden maar zich blijvend wilden vestigen, kwam hun politieke participatie op de agenda. In 1979 werd dat onderwerp voor het eerst serieus besproken. Enkele jaren later legde het kabinet in de Minderhedennota vast dat minderheden meer bij de besluitvorming moesten worden betrokken. Arbeidsmigranten konden zo, vanaf de zijlijn, meedenken.

In 1983 werd de Grondwet gewijzigd om de weg vrij te maken voor lokaal kiesrecht voor
niet-Nederlanders. In 1986 konden zij voor het eerst daadwerkelijk hun stem uitbrengen. Stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen mochten alleen burgers met de Nederlandse nationaliteit.

Meer raadsleden van kleur verkiesbaar

Een hoopgevende bevinding uit de bundel, is dat meer raadsleden met een migratieachtergrond zich verkiesbaar stellen. Dat klinkt bemoedigend, maar er is meer nodig om de representatie te vergroten, vindt Mohamed Mahdi, directeur van de culturele organisatie El Hizjra. Zelf was hij jarenlang actief bij FORUM, een onafhankelijk kennisinstituut en adviesorgaan voor de overheid op het gebied van integratie en minderhedenbeleid, dat inmiddels niet meer bestaat. ‘We kwamen vanuit verschillende migrantengroepen en allerlei politieke achtergronden bij elkaar om met de regering in gesprek te gaan over wetgeving en overheidsbeleid. Het voordeel was dat je samen krachten kon bundelen om je stem te laten horen.’

‘ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen’

‘Nu is dat heel anders, omdat raadsleden meer gefocust zijn op de eigen partijbelangen en niet zozeer op het collectief. Het resultaat is dat je wel raadsleden hebt met een migrantenachtergrond, maar die nog niet voldoende zijn toegerust om ook te begrijpen hoe je de stem vanuit de migrantengemeenschappen echt op de voorgrond brengt. Individueel doen de raadsleden het heel goed, en ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen. Maar als je kijkt naar de campagnes en het beleid dat gevoerd wordt, dan ontbreekt het nog aan kennis.’

Zeki Arslan presenteert de bundel. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Daarbovenop krijgen raadsleden van kleur met allerlei obstakels te maken, volgens Arslan. ‘Ze willen migrantengemeenschappen de hand reiken door problemen als arbeidsdiscriminatie, emancipatie van de vrouw, problemen met huisvesting of meertaligheid in het onderwijs bespreekbaar te maken binnen de raad. Maar ze krijgen al gauw het verwijt er alleen voor de ‘eigen mensen’ te zijn en niet voor het algemeen belang. Een samenwerking met bijvoorbeeld moskeebesturen of buurtverenigingen wordt al snel geïnterpreteerd als een vorm van cliëntelisme, ofwel vriendjespolitiek met de eigen achterban’, zegt Arslan.

‘Tegen raadsleden uit migrantengemeenschappen wordt ook vaak gezegd dat zij zich horen te richten op het ‘algemeen belang’, vertelt onderzoeker Zwaga, ook werkzaam bij Platform Sociale Binding. ‘Maar de positie van boeren of homorechten zijn ook belangen waarvoor wordt opgekomen. Het wrange is dat wanneer een autochtoon raadslid wil opkomen voor een specifieke groep, men dit eerder als een positieve boodschap ziet. Raadsleden met een andere etnische achtergrond worden sneller verdacht gemaakt.’

Vrouwen stappen uit de schaduw

Ondanks veertig jaar stemrecht zijn migrantenvrouwen en hun nazaten in de statistieken ondervertegenwoordigd. Toch laat de praktijk zien dat deze groep vrouwen steeds meer uit de schaduw stapt en haar stem gebruikt, zegt Houda Hamel. Zij werkt als manager in het sociaal domein en staat op de kieslijst voor GroenLinks-PvdA in Den Bosch. ‘Ik ben de eerste vrouw met Marokkaanse roots in Den Bosch op een verkiesbare plek en dat voelt voor mij als een opgave die groter is dan mijzelf, meer als een collectieve prestatie. Ik ben namelijk niet alleen vanwege mijn etniciteit en vrouw-zijn in een kwetsbare positie, maar ook omdat ik uit een achterstandswijk kom, waar kansen niet vanzelfsprekend zijn.’

‘Dit maakt de stap naar de politiek uitdagender, maar brengt ook voordelen met zich mee’, zegt Hamel. ‘Ik ken de leefwereld waar ons beleid vaak over gaat, maar zelden spreekt iemand in de politiek vanuit die belevingswereld.’

Volgens Hamel is de relatief lagere participatie van vrouwen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond in de politiek geen op zichzelf staand fenomeen. Het is een historische erfenis van een onzeker en onzichtbaar bestaan in Nederland. ‘Het verhaal van de vrouw van de gastarbeider is zelden volledig verteld. Toen de arbeidsmigranten in Nederland arriveerden, waren dat vooral mannen, terwijl de vrouwen pas veel later naar Nederland kwamen, vaak in het kader van gezinshereniging. Zodoende ging de aandacht altijd uit naar de positie van de man. Daarnaast raakten de vrouwen in een sociaal isolement, omdat ze hun vertrouwde omgeving achterlieten en aankwamen in een land waarvan ze de taal niet spraken en het systeem niet kenden.’

‘Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden’

‘Toch gingen deze vrouwen zich in de schaduw organiseren; zo vormden zij de stille ruggengraat van die eerste generatie migranten. Zij waren degenen die zichzelf wegcijferden voor het grotere belang, zij zorgden voor de wijken en buurten. Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden. Daarin schuilt de kracht van de vrouwen uit de eerste generatie, en die kracht dragen zij over op de vrouwen nu. De opkomst van vrouwen met een migratieachtergrond in de politiek is daarom écht een belangrijke doorbraak. Daarbij werkt het systemisch door: wanneer jonge meiden met een migratieachtergrond iemand in een dergelijke positie zien die op hen lijkt, gaan zij geloven dat dit pad ook voor hen is weggelegd. En zo eren we wat is geweest en bouwen we aan een toekomst waarbij aan tafels waar besluiten worden genomen alle stemmen worden gehoord, óók die van de vrouw met een migratieachtergrond uit een achterstandswijk.’

Hoe krijg je een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond?

De prangende vraag van het paneldebat in Utrecht is: vanuit welke kant moet nu verandering komen om een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond te verkrijgen? Arslan: ‘Ik denk dat naarmate kiezersgroepen zich laten horen via de media, lobbygroepen en raadsvergaderingen, er een betere representatie komt. Alleen moeten ze wel die macht claimen. Politiek is namelijk een machtsmiddel. Maar die macht krijg je niet zomaar. Je moet moeite doen door je stem te laten horen en je te verenigen. Vooral in grote steden maken de migrantengemeenschappen twintig procent tot een kwart van de bevolking uit. Dus wat rechtse partijen ook zeggen over Nederlanders van kleur; ze kunnen niet meer om ons heen.’

Huidige arbeidsmigranten

Het belang van georganiseerde lobbygroepen en politiek bewustzijn wordt duidelijk door een vergelijking met de huidige arbeidsmigranten uit EU-lidstaten, voegt Zwaga toe. ‘Bij deze groep ontbreken dergelijke lobbyorganisaties, zoals je die bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders hebt, en dit verklaart waarom zij nog grotendeels onzichtbaar blijven voor de politiek.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat. Dat is inhumaan. Waarom heeft Nederland deze migranten niet gestimuleerd om te gaan stemmen?’, voegt Arslan toe. ‘Is dit onwetendheid van de Nederlandse overheid? Of is het een gebrek aan aandacht voor diversiteit binnen de migrantengemeenschappen? Ik heb niemand gehoord die naar deze groep arbeidsmigranten omkijkt.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat’

De noodzaak van politieke emancipatie geldt met name voor de jongere generatie, zegt El Hizjra-directeur Mahdi. ‘Jongeren willen zichzelf terug zien in de samenleving, en als dat niet lukt, dan zijn ze ook minder gemotiveerd om te gaan stemmen. Maar dit betekent niet dat zij de strijd hoeven op te geven. Ik heb namelijk wel hoop als ik naar het aankomende kabinet-Jetten kijk, dat er verandering komt en meer oog komt voor kiezers van kleur. Maar wij moeten lokale politieke partijen wel ‘stalken’ door hen eraan te blijven herinneren dat Nederland van iedereen is. Ik probeer daarom altijd jongeren te motiveren om zich bij maatschappelijke organisaties en politieke partijen te melden. Natuurlijk maak je weerstand mee, maar dat belet hen niet om door te zetten.’

Mahdi betwijfelt echter of onderling organiseren en lobbyen alleen voldoende zal helpen om het stemmen te stimuleren. Hij pleit daarom voor een radicale stap: ‘De herinvoering van de stemplicht. We hebben een opkomstplicht voor burgers om te gaan stemmen. Dit zal de manier zijn om de stemopbrengst van mensen met een migratieachtergrond naar een Nederlands gemiddelde te brengen. Want het gebruikmaken van kiesrecht is een fundamenteel recht.’

Rel rond D66-politica Nathalie van Berkel sleept voort

0

De rel rond Nathalie van Berkel, die geen staatssecretaris mocht worden omdat ze loog over haar cv en nu ook is opgestapt als D66-parlementariër, is nog niet voorbij. Terwijl opiniemakers zich afvragen wat dit zegt over de diploma-democratie, ontdekt journalist Tim Hofman dat het niet om een foutje ging.

In radioprogramma BOOS neemt Tim Hofman zijn luisteraars mee in de zoektocht die hij deze week deed, toen Van Berkel nog niet uit de Tweede Kamer was gestapt. De veronderstelling was op dat moment dat Berkel gewoon niet zo netjes was geweest om op haar cv te vermelden dat ze haar studies niet had afgerond.

Maar dit was niet de eerste keer, blijkt uit een gesprek van Hofman met een voormalige werkgever van Berkel, het UWV. In een persbericht uit 2019, waarin haar toetreding tot de Raad van Bestuur bekend wordt gemaakt, staat eveneens dat ze Nederlands Recht had gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Volgens een woordvoerder van de UWV had Van Berkel deze informatie zelf goedgekeurd.

Hofman speelde deze informatie vervolgens door aan D66-fractieleider Jan Paternotte, die antwoordde dat hij er naar zou kijken. Diezelfde middag werd bekend dat Van Berkel ook haar Kamerlidmaatschap opzegde.

Ondanks deze incidenten vragen veel mensen zich af hoe relevant een diploma nu eigenlijk is, als een persoon zich kundig heeft getoond. Bovendien zou het oppoetsen van je cv een manier kunnen zijn om binnen te komen in een systeem waarin diploma’s definiëren wie tot de elite behoort, de zogenaamde diplomademocratie.

Columnist Sander Schimmelpenninck schrijft in een column in de Volkskrant dat het juist voor mensen met een migratieachtergrond een uitdaging zou kunnen blijken om door te dringen tot dit systeem. ‘Vermoedelijk heeft ze last-minute haar cv opgepoetst, overmand door een vlaag van onzekerheid, zoals sociale stijgers dat vaker hebben’, schrijft hij.

Hofman voegt hieraan toe dat er straks op het bordes nog wel meer mensen staan waarbij waarheid spreken niet op het cv staat, zoals Dilan Yeşilgöz. Zij verdraaide meerdere malen de feiten, om haar argumenten tegen migratie kracht bij te zetten. Bovendien loog ze volgens Francisco van Jole van BNNVARA-opiniewebsite Joop ook over haar cv. Yesilgöz zou haar universitaire studie nooit hebben afgemaakt. Dat bleek echter toch anders te liggen, want de Vrije Universiteit bevestigt dat ze zich wel doctorandus mag noemen.

Schrijver Abdelkader Benali ten slotte doet ook een duit in het zakje van Van Berkel in zijn column op De Kanttekening vandaag.

‘Ik wil de gekte rond Nathalie van Berkel omdraaien. Wat mij betreft is zij heel goed geschikt voor een zware positie. Iemand die, zonder haar studie te hebben afgemaakt, zo ver komt, presteert bovengemiddeld. Die heeft karakter, die heeft strategisch inzicht, die was zo druk bezig om ergens te komen dat er domweg geen tijd overbleef voor het opschonen van het cv. Zo iemand moet leiding geven aan al die mensen die over veel diploma’s beschikken, maar zich voor de rest op geen enkele andere manier weten te onderscheiden.’

Nieuw memo Witte Huis: ICE krijgt meer bevoegdheden

0

Het Witte Huis geeft in een nieuwe memo de omstreden immigratiedienst ICE meer bevoegdheden. Vluchtelingen zonder snelle verblijfsvergunning riskeren detentie. Vluchtelingenorganisaties en advocaten zijn woedend, aldus Middle East Eye.

De regering van de Amerikaanse president Donald Trump heeft een nieuw memo uitgebracht. Daarin krijgt immigratiedienst ICE toestemming om vluchtelingen te arresteren die legaal zijn toegelaten, maar binnen een jaar geen permanente verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij kunnen vervolgens voor onbepaalde tijd worden vastgehouden.

Volgens het memo van het Department of Homeland Security (DHS) moeten deze vluchtelingen opnieuw een intensieve herbeoordeling ondergaan. Dat gebeurt terwijl zij in detentie zitten. Richtlijnen uit 2010 verboden detentie om deze reden juist nadrukkelijk.
De maatregel past in een bredere verstrenging van het immigratie- en vluchtelingenbeleid.

Vluchtelingenorganisaties en advocaten reageren fel en spreken van een aantasting van het vertrouwen tussen de VS en mensen die bescherming zoeken. Rechters in Minnesota hebben de toepassing van het beleid voor sommige groepen tijdelijk stopgezet vanwege juridische bezwaren.

Een rechter in Minnesota leverde eind januari stevige kritiek op het optreden van ICE. Hij stelde dat rechtmatig toegelaten vluchtelingen wettelijke bescherming genieten en niet mogen worden blootgesteld aan arrestaties zonder bevelschrift of geldige reden. Volgens hem hebben deze mensen al uitgebreide screenings doorlopen, leven zij legaal in de Verenigde Staten en wachten zij slechts op de formele omzetting van hun status. De rechter concludeerde dat ICE als gevolg van het harde optreden waarschijnlijk meerdere federale wetten heeft overtreden.

Hoe komen Nederlanders in het Israëlische leger terecht?

0

Gedurende de genocide in Gaza hebben zeker 21 Nederlanders zich aangesloten bij het Israëlische leger. De Israëlgangers maken deel uit van zo’n 645 mensen met een Nederlands paspoort die voor de Israëlische strijdkrachten (IDF) dienen. Het onderzoeksplatform Investico zocht uit hoe deze Nederlanders in Israël terechtkwamen.

Uit het onderzoek blijkt dat de pro-Israëlische lobby jongeren lokt via zogenoemde liefdadigheidsorganisaties, die gratis reizen beloven en programma’s hebben die hen moeten enthousiasmeren voor een emigratie naar Israël. ‘Ook Joodse jeugdverenigingen in Nederland motiveren hun leden om een tijd naar Israël te gaan, om zo hun steentje bij te dragen aan het beloofde land. De meeste verenigingen zijn zionistisch: het ontstaan – en vooral ook het voortbestaan – van Israël speelt een belangrijke rol’, aldus Investico.

Een van de Israëlgangers, K., klapt uit de school bij Investico. ‘Ik noem het meestal de propagandareis. Ik was achttien en tien dagen lang omringd door militairen van het Israëlische leger’, zegt K. over de Taglit-reis, Hebreeuws voor ‘ontdekking’.

De reis wordt betaald en geregeld door de organisatie Birthright Israel, die naar eigen zeggen al meer dan 900.000 Joodse jongeren van over de hele wereld heeft meegenomen op zo’n reis. Tijdens de tien dagen maken de jongeren niet alleen kennis met de toeristische hotspots, maar ook met de baankansen in het ‘Silicon Valley van het Midden-Oosten’ en het Israëlische leger.

Zo’n reis wordt begeleid door Israëlische soldaten, elk met een diverse achtergrond. ‘Het voelde heel erg alsof het de bedoeling was dat er voor iedereen iemand was met wie je je kon identificeren’, zegt K. daarover. Anderen vertellen dat kritische vragen niet op prijs werden gesteld. ‘We kregen bijvoorbeeld een geschiedenisles, maar kritische vragen over de oorlogen in Palestina waren daarbij niet welkom.’

Een van de leden van de Joodse verenigingen in Nederland was de komiek Raoul Heertje; dat was begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij zat in een socialistische variant. Volgens hem was het in eerste instantie een sociaal gebeuren van Joodse lotsverbondenheid, waarbij je onderling niets hoefde uit te leggen. Over de zionistische verenigingen is hij duidelijk.

‘Dat zijn meer dan alleen sociale plekken. Je kreeg er van alles bijgebracht, ook allerlei l*lverhalen, zoals ik later heb gemerkt, over Israël en het zionistische verhaal. Een land zonder volk, voor een volk zonder land, dat soort dingen. Wat je werd bijgebracht over Joods bewustzijn, werd ook meteen vermengd met een soort verbondenheid met het zionisme’, aldus Heertje.

Het is in Nederland niet verboden om je aan te sluiten bij een vreemde krijgsmacht. Maar sinds 7 oktober is vechten voor de IDF controversieel, vanwege de genocide in Gaza. Autoriteiten in verschillende landen hebben aangekondigd onderzoek in te stellen naar hun staatsburgers die voor het Israëlische leger actief waren.

Vijf landen leveren militairen voor vredesmacht Gaza

0

De internationale vredesmacht voor Gaza begint steeds meer vorm te krijgen. De vredesmacht opereert onder de omsteden Raad van Vrede, een initiatief van de Amerikaanse president Donald Trump die op deze manier de Verenigde Naties buitenspel gezet heeft. Vijf islamitische landen, Indonesië, Marokko, Kazachstan, Kosovo en Albanië, hebben bekendgemaakt militairen te leveren.

De troepen die als eerste bij de grensovergang met Egypte bij Rafah zullen worden gestationeerd staan onder commando van de Amerikaanse generaal Jasper Jeffers. Dat meldt de regeringsgezinde Turkse nieuwssite Ensonhaber.

Jeffers maakte tijdens de eerste persconferentie van de Vredesraad voor Gaza ook bekend dat Egypte en Jordanië hebben toegezegd een bijdrage te leveren aan de opbouw van een politiemacht in Gaza. ‘Met deze eerste stappen willen we in Gaza de veiligheid garanderen voor duurzame vrede’, aldus Jeffers.

Intussen heeft de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Hakan Fidan, eveneens een bijdrage toegezegd. ‘We zijn bereid om alle benodigdheden te doen’, zei de minister. Hij noemde daarbij de wederopbouw van de zorgsector, het opleiden van politieagenten, maar ook het leveren van troepen.

Dat Turkije geen troepen leveren mag voor de vredesmacht lijkt een overwinning voor Israël, dat geen Turkse troepen in Palestina wil. Al deze ontwikkelingen, waaronder gelddonaties van onder meer Qatar en Saoedi-Arabië van elk een miljard dollar, kunnen echter pas vruchtbaar worden als de genocide in Gaza stopt én Hamas wordt ontwapend. Israël maakt een levensvatbare Palestijnse staat met dagelijkse bombardementen en blokkades in Gaza en op de Westoever onmogelijk.

Liegen is een deugd

0

Liegen is een deugd. De mens liegt over alles. Sommigen noemen het bluf. Anderen een leugentje om bestwil. Soms is het beter om niet de waarheid te zeggen. Is liegen cultureel gerelateerd? Wat zou de mens zijn zonder zijn leugens? Een schaap. Of nog minder dan een schaap.

Liegen is de werkelijkheid naar je hand zetten. Zolang je daar mensen geen schade mee berokkent, lijkt me dat geen probleem. Liegen voor eigen gewin of om iemand te benadelen, dat kan natuurlijk niet.

Jeffrey Epstein, de veroordeelde kindermisbruiker, loog om een betere aanstelling te krijgen, maar werd niet ontslagen. Sterker nog: er werd een oogje dichtgeknepen, want liegen werd in het bankwezen ook gewaardeerd. De logica erachter is dat blijkbaar iemand zo ontzettend ambitieus is om op de gewenste plek te komen dat alles ervoor moet wijken, ook de waarheid – wie de moraal aan zijn laars lapt, hem wachten gouden bergen. Zo iemand kun je als bank wel gebruiken.

Op de vraag waarom Epstein met al die flagrante leugens wegkwam, had de essayist Anand Girdharadas een inzichtelijk antwoord: in machtsnetwerken denkt iedereen aan zijn eigen belang, en zolang je eigen belang niet in het geding is, vergeef je degene die jouw positie in dat machtsnetwerk verstevigt veel. Met andere woorden: mensen zijn dol op slijmballen.

In relaties wordt aan de lopende band gelogen, want dat houdt de relatie bestendig – de waarheid zeggen kost ook te veel tijd. Mensen liegen over hun prestaties. Hoe vaak wordt, wanneer een project succesvol is afgesloten, het succes opgeëist door iemand die er maar een heel klein aandeel in had? We halen onze schouders op.

De Zuidas zit vol met mensen die over hun cv hebben gelogen; ze verdienen er een dikke boterham mee, waar ze keihard voor moeten werken. Er wordt gekeken naar de prestaties.

Als je het aan mij vraagt, is ze opgeofferd

Het pleidooi van Rutger Bregman aan de hoogopgeleide elite om hun talenten in te zetten voor een betere wereld is gebaseerd op een misvatting: de gedachte dat al die juristen en adviseurs over talent beschikken. Rutger, ze willen de wereld niet verbeteren, ze willen dat er aan het einde van de maand geld binnenkomt. En dat is ook niet erg. Leven naar vermogen lijkt mij een mensenrecht.

Nathalie van Berkel was gevraagd voor een ministerspost. Toen bleek dat haar cv niet klopte. Ze moest opstappen. Inmiddels is er ook een einde gekomen aan haar carrière als Kamerlid. Dan ga je door een persoonlijke hel. Als je het aan mij vraagt, is ze opgeofferd. Ze heeft een vergissing begaan. Moet ze daar zo hard voor gestraft worden?

Mensen van kleur worden hard binnengehaald en ook weer hard afgeserveerd. Het proberen uit te leggen waarom dit gebeurt, doet pijn, omdat er geen heldere verklaring voor is. Het legt bloot hoe gefixeerd onze samenleving is op de illusie van succes. De vlotte babbel, de mooie papieren, het strakke pak. Veel is schone schijn.

Hoeveel bestuurders heb ik meegemaakt die maar wat deden, die zich ondanks hun indrukwekkende cv en bestuursrollen kwalitatief wisten te onderscheiden? Meelopers zijn het, maar geen types die het verschil maken voor onze samenleving.

Ik wil de gekte rond Nathalie van Berkel omdraaien. Wat mij betreft is zij heel goed geschikt voor een zware positie. Iemand die, zonder haar studie te hebben afgemaakt, zo ver komt, presteert bovengemiddeld. Die heeft karakter, die heeft strategisch inzicht, die was zo druk bezig om ergens te komen dat er domweg geen tijd overbleef voor het opschonen van het cv. Zo iemand moet leiding geven aan al die mensen die over veel diploma’s beschikken, maar zich voor de rest op geen enkele andere manier weten te onderscheiden.

Onderhandelingen tussen Iran en VS verlopen stroef, militaire druk loopt op

0

Onderhandelingen tussen Iran en de VS verlopen stroef, een overeenkomst lijkt nog ver weg. Ondertussen voeren beide partijen de militaire druk in het gebied op.

Het is een patroon van de Amerikaanse president geworden, merkte een analist deze week op. Terwijl hij dreigt met oorlog en de oorlogsschepen zichtbaar aan de Iraanse kust optrekken, hoopt hij op een vreedzame oplossing.

Het is dan ook lastig te duiden in hoeverre de dreiging van een nieuwe regionale oorlog reëel is. De VS stuurden tot nu toe twee vliegdekschipgevechtsgroepen naar het Midden-Oosten. De Amerikanen zouden aanstaande zaterdag kunnen aanvallen, zei de Amerikaanse president.

Iran en Rusland hebben de afgelopen dagen samen een aantal oefeningen uitgevoerd op zee. Rusland heeft toegezegd Iran bij te zullen staan. De oefeningen zijn er wel degelijk op gericht om zich voor te bereiden op het ergste.

Toch hebben de onderhandelaars nog niet de handdoek in de ring gegooid. Sinds 9 februari zijn afgevaardigden van de VS, Iran en bemiddelaar Oman in Genève om tot een deal te komen. De tweede ronde van deze gesprekken vond deze week plaats, zonder resultaat.

De VS willen dat Iran het nucleaire programma opschort. Iran is bereid een aantal concessies te doen in ruil voor sanctieverlichting. Sancties vormen al jaren een zware druk op de economie van Iran. Toch is het niet bereid het nucleaire programma volledig stil te leggen. Het is de enige afschrikking van Iran op dit moment; de regering zal liever een oorlog beginnen dan dit verliezen, zei politiek wetenschapper Mohammad Ghaedi aan de George Washington University tegen Deutsche Welle.

Onderzoek: nieuw geopende scholen leiden niet tot extra segregatie

0

Het nieuwe kabinet wil zo snel mogelijk de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen herzien, omdat dit tot segregatie in het onderwijs kan leiden. Uit een eerste evaluatie blijkt echter dat hiervan tot nu toe geen sprake is.

Onderzoeksbureau Oberon evalueerde in opdracht van de overheid de scholen die tot nu toe zijn geopend sinds de wet in 2021 in werking trad. In deze evaluatie keek het specifiek naar segregatievorming, omdat er zorgen zijn dat scholen te homogeen worden als ze zich kunnen richten op een specifieke groep.

Sinds de wet zijn er islamitische scholen, rooms-katholieke, antroposofische en vernieuwingsscholen bijgekomen. Tegelijkertijd kwamen er ook openbare basisscholen bij. Segregatie treedt weliswaar op bij scholen met specifieke leerdoelstellingen, maar niet meer sinds het in werking treden van de nieuwe wet, zo luidt de conclusie.

‘Analyses laten zien dat nieuwe scholen gemiddeld een homogenere populatie hebben dan bestaande scholen in de omgeving als het gaat om het percentage leerlingen met ouders die beiden in Nederland zijn geboren. Deze verschillen tussen scholen in de omgeving en nieuwe scholen zijn ongeveer even groot als vóór de invoering van de wet MRvNS.’

De onderzoekers plaatsen daarbij de kanttekening dat het misschien te vroeg is om hier conclusies aan te verbinden. Het aantal scholen dat inmiddels is geopend sinds de invoering van de wet is relatief klein en sommige scholen zijn nog maar net geopend. In de eerste jaren na de opening is er vaak sprake van een meer homogene leerlingsamenstelling; na verloop van tijd verandert dit, schrijven ze.

De discussie over speciale scholen wordt al langer gevoerd. Schoolbesturen en gemeenten willen vaak dat scholen meer een afspiegeling van de wijk worden. Er zijn zorgen dat de komst van een nieuwe school dit beleid tegenwerkt.

Opnieuw rel rond Amerikaanse ambassadeur in België

0

In België is opnieuw ophef ontstaan rond de Amerikaanse ambassadeur Bill White, bericht NOS. Ditmaal heeft hij een formele klacht ingediend bij de Belgische regering over Conner Rousseau, parlementslid en partijvoorzitter van de sociaaldemocratische partij Vooruit.

Steen des aanstoots is een filmpje dat Rousseau vijf weken geleden op Instagram deelde. Daarin wordt de Amerikaanse president Donald Trump vergeleken met Adolf Hitler, vanwege het optreden van de Amerikaanse immigratiedienst ICE. White vindt deze vergelijking onaanvaardbaar en wil dat de Belgische federale regering Rousseau veroordeelt.

De ambassadeur verwees in zijn brief ook naar eerdere controverses rond Rousseau, waaronder een incident in een café in 2023 dat leidde tot zijn tijdelijke terugtreden als partijleider. Volgens Belgische media wordt Rousseau straks mogelijk de toegang tot de Verenigde Staten ontzegd. De sociaaldemocratische politicus weigert vooralsnog echter excuses te maken. Hij vindt dat de vrijheid van meningsuiting niet selectief mag worden toegepast. Ook wijst hij erop dat hij de video vijf weken geleden geplaatst heeft, maar dat hier nu opeens een probleem van wordt gemaakt.

De kwestie rond Rousseau speelt terwijl White zelf onder vuur ligt vanwege zijn kritiek op een Belgisch onderzoek naar drie mohels in Antwerpen. De besnijders worden verdacht van het uitvoeren van medische ingrepen zonder artsendiploma, wat volgens de Belgische wet verboden is. Het Openbaar Ministerie ziet voldoende aanwijzingen om vervolging te overwegen. White beschuldigde de Belgische overheid van oneerlijke behandeling van de Joodse gemeenschap en kondigde aan de betrokken mohels te willen ontmoeten, wat leidde tot politieke beroering. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot riep de ambassadeur op het matje en benadrukte dat justitie onafhankelijk opereert en dat buitenlandse diplomaten zich niet mogen mengen in lopende onderzoeken.