14.4 C
Amsterdam
Home Blog

Onderzoek: islamitische basisscholen leren kinderen omgaan met verschillen

0

Islamitische basisscholen bereiden leerlingen voor op een diverse samenleving. Dat blijkt uit onderzoek van Jamal Ahajjaj, die keek hoe leerkrachten omgaan met gevoelige onderwerpen in de klas.

De scholen staan al jaren onder publieke en politieke aandacht, vooral als het gaat om integratie en het overdragen van democratische waarden. Discussies hierover zijn vaak gebaseerd op incidenten, terwijl er weinig bekend is over de dagelijkse onderwijspraktijk.

Ahajjaj bezocht verschillende scholen, woonde lessen bij en sprak met docenten. Volgens hem laten die gesprekken en observaties zien dat burgerschap juist een duidelijke plek heeft in het onderwijs. ‘Mijn belangrijkste conclusie is dat docenten op islamitische scholen hun leerlingen leren zich voor te bereiden op de actieve deelname aan een samenleving die steeds diverser wordt, en dat zij niet per definitie een tegenstelling zien tussen de eisen waaraan burgerschapsonderwijs moet voldoen en islamitische overtuiging’, vertelt hij.

In de klas komen uiteenlopende onderwerpen aan bod, waaronder discriminatie, uitsluiting en maatschappelijke spanningen. Ook thema’s die gevoelig kunnen liggen, zoals homoseksualiteit of het dragen van een hoofddoek, worden besproken. Volgens Ahajjaj is het belangrijk dat deze onderwerpen besproken kunnen worden, zonder dat gesprekken verharden of leerlingen zich buitengesloten voelen.

‘De docenten zorgen hiervoor door leerlingen te leren hoe ze het met elkaar eens kunnen worden of oneens kunnen zijn en hoe ze daarbij naar anderen kunnen luisteren en respectvol in gesprek kunnen blijven. Religieuze overtuigingen en burgerschap leveren soms spanningen op, maar kunnen ook goed samengaan.’

Ahajjaj promoveert donderdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam op zijn proefschrift Geloof in burgerschap: Burgerschapseducatie in islamitische basisscholen in Nederland.

Tien jaar na Hawija-bombardement nog geen compensatie voor individuele slachtoffers

0

Meer dan tien jaar na het Nederlandse bombardement op de Iraakse stad Hawija heeft Defensie nog steeds geen individuele slachtoffers erkend of gecompenseerd. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer, die in Irak met betrokkenen spraken en documenten bekeken.

Bij de aanval op 3 juni 2015 werd een gebouw geraakt dat door Islamitische Staat (IS) werd gebruikt voor de productie van autobommen. De daaropvolgende explosies richtten grote schade aan in de omgeving en leidden tot zeker 85 burgerdoden. In maart vorig jaar heeft het kabinet excuses aangeboden aan de nabestaanden en slachtoffers van het bombardement.

Het ministerie van Defensie stelt echter al jaren dat niet vast te stellen is welke personen precies door de aanval zijn getroffen. Daarom is er geen individuele compensatie uitgekeerd. In plaats daarvan ontving de gemeenschap in Hawija steun in de vorm van onder meer infrastructuurprojecten.

Volgens toenmalig minister Ruben Brekelmans ontbreekt het aan betrouwbare gegevens om schade per individu vast te stellen. Ook zou er geen lokale instantie zijn die over de benodigde informatie beschikt.

Uit het nieuwe onderzoek komt echter een ander beeld naar voren. In de stad Kirkuk blijkt een compensatiekantoor actief waar slachtoffers bewijsstukken kunnen indienen. Een commissie beoordeelt daar claims en controleert of aanvragers geen banden hebben met IS. Volgens medewerkers is er uitgebreide documentatie beschikbaar, maar Nederland heeft nooit contact gezocht.

Ook de Iraakse organisatie Ashor heeft in de afgelopen jaren gegevens verzameld van honderden getroffenen. Het gaat om mensen die familieleden verloren, gewond raakten of materiële schade leden. Directeur Mohammed Al-Bayati zegt dat hij de Nederlandse overheid herhaaldelijk heeft aangeboden toegang te geven tot deze informatie, maar dat daar niets mee is gedaan, aldus Investico.

Kaag neemt afstand van Trumps vredesraad, maar neemt er indirect wel aan deel

0

Voormalig D66-minister Sigrid Kaag is kritisch op Trumps ‘vredesraad’ voor Gaza en op de dubbele houding van westerse landen bij het naleven van internationaal recht. ‘Als het ons uitkomt, dan vinden we van alles van schendingen, maar als het ons minder goed uitkomt, dan zijn we in geen velden of wegen te bekennen.’

Sigrid Kaag was gisteren een van de sprekers op een conferentie over internationaal recht in Den Haag, waar ook een verslaggever van Trouw aanwezig was. Kaag verwacht niet dat Trumps vredesraad voor Gaza lang actief zal blijven. ‘Als we kijken naar de manier waarop oorlog wordt gevoerd terwijl men kennelijk vrede nastreeft, is er sprake van een enorme contradictio in terminis’, merkt Kaag op over de nieuwe internationale organisatie die Trump in januari lanceerde.

Opvallend is dat Kaag zelf zitting heeft in het Gaza Uitvoerend Bestuur, dat later onderdeel is geworden van Trumps vredesraad. Volgens haar is er echter een duidelijk verschil. Het Gaza Uitvoerend Bestuur is opgericht op basis van een VN-Veiligheidsraadresolutie. ‘Het heeft dus een mandaat en is legitiem’, reageert ze, waarbij ze verwijst naar VN-resolutie 2803, aldus Trouw.

Deze resolutie werd in november aangenomen en steunt het twintigpuntenplan van Trump voor de wederopbouw van Gaza, inclusief een internationaal overgangsbestuur waarvan hij voorzitter is, met een mandaat tot 2027. Daarnaast lanceerde Trump een parallelle vredesraad waarvan hij levenslang voorzitter is.

‘Ik heb niets te maken met, en houd mij verre van de vredesraad. Die is daar achteraf een beetje bij bedacht, nadat de Veiligheidsraad het mandaat had gegeven’, zegt Kaag in Trouw.

Verder is Kaag, net als mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld, kritisch op de agressieve retoriek van Trump. ‘Dreigen met vernietiging kan ook een oorlogsmisdaad zijn, niet alleen de handeling’, aldus Kaag.

Turkije boos op westerse bondgenoten omdat ze gülenisten niet uitleveren

0

Tien jaar na de mislukte couppoging in Turkije aast het Erdogan-regime nog steeds systematisch op gülenisten. Niet alleen in Turkije, maar juist ook in het buitenland, waar velen naartoe zijn gevlucht. De justitieminister, Akin Gürlek, heeft in een interview kritiek geuit op westerse bondgenoten. Zij zouden volgens hem ‘terroristen’ herbergen en uitleveringsverzoeken onbeantwoord laten. Dat meldt nieuwssite Turkish Minute.

In het interview stelt Gürlek dat er wereldwijd ruim 2800 uitleveringsverzoeken zijn gedaan voor vermeende gülen-sympathisanten. Maar bijna geen enkel land wil op dit gebied samenwerken met Turkije. De Gülenbeweging geldt in het Westen niet als terreurorganisatie.

De meeste uitleveringsverzoeken zijn echter wel in het Westen ingediend. Tot nu toe zijn wereldwijd slechts drie verzoeken ingewilligd: twee door Roemenië en één door Algerije. Buiten West-Europa vinden echter ook ontvoeringen plaats, bijvoorbeeld in samenwerking met Kenia en Pakistan.

‘Hoewel we internationale overeenkomsten hebben met landen zoals de Verenigde Staten en Duitsland, hebben we geen positieve reactie ontvangen van onze bondgenoten’, zei Gürlek, die stelde dat de Gülenbeweging in het buitenland wordt beschermd.

Na de couppoging in 2016 werd de gehele Gülenbeweging op de terreurlijst geplaatst. Duizenden militairen, ambtenaren, advocaten en journalisten werden verantwoordelijk gehouden voor wat het Erdogan-regime als ‘het verraad van 15 juli’ omschrijft, vaak zonder enig bewijs voor hun betrokkenheid bij de couppoging.

Sinds de Russische invasie in Oekraïne en Trumps ondermijning van de NAVO zijn Europese landen gevoeliger geworden voor Turkse druk, maar dit heeft tot nu toe geen gevolgen voor gevluchte gülenisten. Met Turkije wordt op militair terrein veel samengewerkt en er bestaat een associatieverdrag. Eerder dreigde Erdogan ook met het opengooien van de grenzen voor migranten als de belangen van zijn regering niet worden behartigd.

Jonge moslims zoeken een moskee die bij hen past

Een moskee waar Nederlands de voertaal is en die aansluit bij de Nederlandse samenleving: veel jonge moslims hebben daar behoefte aan. Waar ouderen graag een moskee uit hun geboorteland bezoeken, treffen jongeren elkaar vaker buiten deze gemeenschap, op zoek naar wat hen verbindt in Nederland.

Het is een van de laatste dagen van de ramadan. In de Centrum Middenweg-moskee in Rotterdam Noord heeft zojuist het taraweeh-gebed plaatsgevonden, maar het café in de gemeenschappelijke ruimte zit nog steeds bomvol. Het is laylat-al-qadr, er zullen nog meer gebeden volgen. Maar het is er vooral ook gezellig. De chebakia-koekjes gaan als warme broodjes over de toonbank en de hippe smoothies zijn een welkome verfrissing na een dag vasten.

Hier zitten vooral jonge moslims, waarmee ook gelijk de enige gemene deler is genoemd. Een dominante etnische afkomst is er niet, uniformiteit in kleding ook niet. Groen is een populaire kleur bij de dames, maar ook paars, rood en zwart sieren de ruimte. Er komt een man binnenlopen in pak. Niemand kijkt er van op.

‘Dit is wel een hippe moskee hoor’, klinkt het vanuit de rij voor de koffie. ‘Een beetje zoals de protestantse kerk.’ Ooit was dit pand in Rotterdam Blijdorp inderdaad een kerk voor de Apostolische Genootschap, maar dit veranderde in 2013, toen het gekocht werd door Jacob van der Blom. Hij stichtte als bekeerling de eerste etnisch overstijgende moskee in Rotterdam.

‘We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging’

‘Mijn vrouw en ik zijn beiden bekeerd. We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging. We moesten echt zelf ontdekken wie we waren als moslim. Op een gegeven moment bedacht ik dat er een moskee moest komen waar etnische afkomst er niet toe doet. Gewoon, een moskee voor iedereen’, vertelt Van der Blom.

Etnisch overstijgend

‘Was jij vorige week niet in de Essalam Moskee?’, vraagt een jonge bekeerling aan haar tafelgenoot. ‘Ja, ik bezoek graag verschillende moskeeën, zo ontmoet je nog eens iemand’, zegt haar buurvrouw, van Marokkaanse afkomst. Ze zoeken elkaar op Instagram, de connectie is gemaakt. ‘Misschien zien we elkaar later deze week.’

De Centrum Middenweg-moskee organiseert koffieochtenden voor moeders met jonge kinderen. Beeld: Facebook

Wat in Centrum Middenweg zichtbaar is, staat niet op zichzelf. Volgens politicoloog Roemer van Oordt, die langlopend onderzoek doet naar de reacties op de institutionalisering van de islam in Nederland, is er onder jonge moslims een groeiende behoefte aan dit soort initiatieven. Veel jonge moslims genieten van het sociale aspect van het moskeebezoek en dit hoeft voor hen niet per se de moskee naast de deur te zijn, of waar familie en vrienden komen. Veel van hen zijn juist op zoek naar ontmoetingen buiten de eigen gemeenschap.

‘Veel jongeren zijn zich de afgelopen decennia nadrukkelijker gaan richten op de islam als verbindende factor. Ze zijn zich af gaan vragen wat nu precies culturele en wat religieuze aspecten zijn. Vooral na 9/11, toen de islam en moslims  steeds meer onder een vergrootglas  kwamen te liggen en als veiligheidsprobleem werden weggezet. Veel jonge moslims gingen als reactie op zoek naar ‘de pure islam’, wars van de culturele gewoonten en gebruiken.’

‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt’

Hierin is duidelijk sprake van een generatiekloof, merkt Van Oordt op. ‘Waar ouderen vaak juist behoefte hebben aan verbinding met de gemeenschap uit hun geboorteland, zijn veel jongeren geboren en/of opgegroeid in Nederland. Ze spreken lang niet altijd de taal die in de moskee van hun gemeenschap wordt gesproken en zijn op zoek naar wat hen als moslim verbindt in de Nederlandse samenleving.’

Een van de meest zichtbare uitingen van die kloof is taal. In veel moskeeën wordt gepredikt in het Arabisch, Turks of een andere taal uit het land van herkomst. Voor een groeiende groep jongeren vormt dat een barrière. Ze komen naar de moskee omdat het van ze wordt verwacht, maar ze halen er weinig uit.

Essalem Moskee 

Dat is anders in de Essalam Moskee in Rotterdam Zuid. Op een vrijdagmiddag buiten de ramadan stroomt het hier snel vol. De een-na-grootste moskee van Nederland biedt ruimte aan 1500 bezoekers en dat is geen overbodige luxe. Zowel de gebedsruimte voor mannen als voor vrouwen zijn tot de nok gevuld, voor laatkomers is het zoeken naar een plekje. Het is een Marokkaanse moskee, maar de imams prediken in twee talen: eerst in het Arabisch, daarna wordt de vrijdagspreek nog eens herhaald in het Nederlands. ‘Daar ben ik blij mee, want ik spreek geen Arabisch’, lacht een jonge moskeeganger.

Die behoefte aan begrijpelijke preken leeft breed onder jongeren; ook bezoekers van de Centrum Middenweg-moskee bevestigen dat. Ze hechten waarde aan het vrijdaggebed, maar willen ook begrijpen wat er wordt gezegd — en er iets uit meenemen voor hun dagelijks leven. ‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt. Daar haal ik kracht uit’, vertelt Zohra, een jonge vrouw van Afghaanse afkomst.

‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands’

Op vrijdag gaat ze meestal naar Centrum Middenweg, waar de preek volledig in het Nederlands  gegeven wordt. ‘Er is wel een Afghaanse moskee, maar die is niet hier in de buurt. Bovendien spreken de preken in deze moskee mij aan. Er is hier veel aandacht voor het leed in Gaza en wat dat met moslims doet. Maar ook de gebedsruimte spreekt me aan, hier zitten de vrouwen achter de mannen in dezelfde ruimte, ze kunnen de imam zien en spreken.’

Gonca, een jonge vrouw van Turkse komaf komt naast haar zitten. Ook zij voelt zich goed op haar gemak in de etnisch overstijgende moskee in Rotterdam Noord. ‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands. Dit is anders voor mijn moeder. Haar Nederlands is minder goed. Ze voelt zich meer thuis in de Turkse moskee. Het is goed dat het allebei bestaat’, zegt ze.

Taal is belangrijk, weet Van der Blom. ‘Dat zag ik al in 2001, toen ik zelf moslim werd. Ik ging toen naar de Somalische moskee, waar ik veel leerde over de islam. Maar ik leerde hen dingen over Nederland, die ze niet wisten. Er waren toen nog geen moskeeën waar Nederlands de voertaal was. Het publiek was er toen nog niet. Toen de Blauwe Moskee in Amsterdam voor het eerst de preek ging vertalen, was de reactie heel positief. Toen wist ik: dit gaat werken.’

Culturele taal

Inmiddels zijn er meer imams die inspelen op de behoefte van jongeren, zoals Azzedine Karrat. Om de week predikt hij in de Essalam Moskee, de andere week in het Leidsche Rijn Islamitisch Centrum, altijd in het Nederlands. ‘Voor mij is dat eigenlijk heel vanzelfsprekend. Je wilt toch dat mensen je preek begrijpen? Als je met iemand wilt communiceren, dan doe je dat gewoon in een taal die de ander begrijpt. Als je dat in het klassiek Arabisch doet, begrijpt hooguit de helft van de mensen wat je zegt, ongeacht de nationaliteit van de moskeeganger.’

Het gaat volgens Van der Blom verder dan taal in de linguïstische zin van het woord. ‘Het gaat ook om culturele taal. Iemand kan jouw taal spreken, maar als hij niks van jou begrijpt, kom je ook niet tot een gesprek. Je moet elkaars culturele codes kennen.’

‘Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn’

Hiermee doelt de moskeebestuurder op de taal die jongeren met elkaar verbindt. De taal die ze gebruiken op straat, op school, of op werk. ‘Maar die taal spreken ze misschien niet in de moskee, want daar zou wel eens een oom of ander familielid kunnen zitten die ze in de gaten houdt. Dan gaan ze zich opeens anders voordoen. Dat willen we eigenlijk niet. Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn zonder zich bezig te houden met hoe ze moeten zijn. Zo ontwikkelen ze een sterke persoonlijkheid als Nederlandse moslim.’

Zijn moskee moest dan ook niet alleen etnisch overstijgend zijn, maar ook vooral zonder oordeel over eventuele gedragscodes, legt hij uit. ‘Hier zal niemand je vertellen hoe lang je baard moet zijn of hoe je je sluier draagt. Er komen ook vrouwen zonder hoofddoek. Het punt is: dit soort zaken definieert niet jouw moslim zijn. Soms hebben mensen wel dat idee en dat is funest. Als je alsmaar denkt niet goed genoeg te zijn als moslim, doet dit wat met je persoonlijkheid.’

Moeizaam proces

De ontwikkeling naar islamitische instituties die etnisch en cultureel overstijgend zijn en waar hier geboren en getogen moslims een trekkersrol hebben gaat niet vanzelf, merkt Van Oordt op. In dorpen zijn moskeeën al veel langer etnisch overstijgend, omdat hier vaak maar één moskee is. Maar in de grote steden zie ik het minder gebeuren. Die zijn nog vaak voor een belangrijk deel gericht op de eigen ‘gemeenschap’, hoewel de komst van veel vluchtelingen uit islamitische landen het moskeebezoek wel meer divers maakt. Waar vernieuwing wel zichtbaar is, gaat het vaak om Turkse moskeeën en minder vaak om Marokkaanse moskeeën.’

Beeld: Facebook

De Poldermoskee, ooit het toonbeeld van een Nederlandse islam, ging in 2010 ten onder wegens gebrek aan financiële middelen. De jeugdige moskeebezoeker die het als doelgroep had, bleek minder bereid de moskee te ondersteunen dan de oudere generatie en de gemeente wilde het initiatief niet steunen, schreef De Groene Amsterdammer datzelfde jaar.

De sleutel zit volgens Van Oordt onder andere in de verjonging van moskeebesturen, zodat de behoefte van jongeren beter wordt opgepakt. ‘Er is tussen jong en oud vaak een verschillend beeld hoe je een moskee moet besturen. De eerste generatie bestuurders zitten er, overdreven gezegd, 24/7 en weten precies wat er in de moskeegemeenschap speelt.

‘We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur’

Latere generaties pakken liever een taak op waar ze meerwaarde hebben, zoals de ict, contacten met de gemeente of deelname in buurtoverleggen. En ze hebben vaak ook behoefte aan vernieuwing in het aanbod aan activiteiten. Het vraagt om afstemming en overgang. In lang niet alle moskeeën wordt die puzzel gemakkelijk gelegd. Soms gaat het te snel voor de oude lichting, soms juist te langzaam voor de jongeren. Dat dilemma speelt al heel lang.’

Van der Blom ziet nog een ander dilemma. ‘Veel moskeebesturen zijn zelf ook niet divers. Stel je voor dat wij zouden zeggen: we zijn Nederlands, dus in het bestuur mogen alleen maar Nederlanders zitten. Dat zou ons enorm worden aangerekend, toch gebeurt het wel in andere moskeeën. We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur. Daarnaast hebben we ook veel vrouwen in het bestuur. Vrouwen zijn bij uitstek de leerschool voor hun kinderen. Ze delen hun visie en praten mee over beleid. Dat is heel waardevol.’

Inmiddels zijn zijn dochters binnengelopen, een van hen met een kind op de armen. ‘Dat is mijn kleinkind’, zegt Jacob trots. ‘We hebben hier drie generaties rondlopen. Zij vinden dit allemaal heel normaal. Over twintig jaar is er een generatie opgegroeid binnen deze gemeenschap, ik denk dat dit hele krachtige mensen zullen zijn. De moskee als broedplaats, daar geloof ik echt in.’

Waarom zouden journalisten hun woorden verzachten?

0

Afgelopen week kreeg ik twee berichten voor mijn kiezen waar ik instemmend bij moest knikken, maar waarbij er ook meteen een vies glimlachje op mijn gezicht verscheen. Het eerste was de discussie die journalist Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland wil losmaken over welke regeringsvormen we ‘regime’ noemen (bijvoorbeeld Iran) en welke niet (bijvoorbeeld Israël en de VS).

Paus Leo uit kritiek op westerse oorlogstaal, felle reactie van Trump

0

Paus Leo XIV heeft zaterdag tijdens een gebedsbijeenkomst in het Vaticaan opgeroepen tot vrede en zich kritisch uitgelaten over oorlogstaal van westerse leiders. De bijeenkomst vond plaats vanwege de oorlog rond Iran en recente bombardementen op Libanon.

Volgens de paus wordt er te makkelijk over oorlog gesproken en gaat dat ten koste van mensenlevens. Hij riep leiders op om te stoppen met geweld en te kiezen voor overleg. ‘Stop, het is tijd voor vrede. Kom aan de tafel van dialoog’, zei hij, meldt NRC.

Ook had hij kritiek op het gebruik van religie in oorlogstaal. Daarmee doelde hij onder meer op uitspraken van de Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth, die mensen opriep te bidden voor een overwinning in Iran. Volgens de paus hoort geloof niet gebruikt te worden om oorlog te steunen.

Kritiek van Trump

De uitspraken van de paus leidden tot een felle reactie van de Amerikaanse president Donald Trump. Hij noemde de paus op sociale media ‘ZWAK te zijn op het gebied van misdaad en verschrikkelijk voor het buitenlands beleid’. Later zei hij dat hij ‘geen grote fan’ van hem is, meldt BBC.

De paus liet weten dat hij zich daar niet door laat beïnvloeden. Hij zei, volgens de Britse nieuwszender, ‘geen angst’ te hebben voor de regering-Trump en zich te blijven uitspreken tegen oorlog. Wel gaf hij aan geen ruzie met Trump te willen. Tijdens een reis naar Algerije zei hij dat hij zich wil blijven inzetten voor vrede.

De paus spreekt zich de laatste tijd vaker uit over internationale onderwerpen. Eerder noemde hij dreigementen om de Iraanse beschaving te vernietigen ‘werkelijk onacceptabel’.

Volgens hem is het belangrijk dat landen niet kiezen voor geweld, maar voor samenwerking. Hij riep mensen wereldwijd op om te bidden voor vrede en een wereld zonder oorlog.

Oorlogstaal tussen Netanyahu en Erdogan

0

De oorlog is nog lang niet voorbij in het Midden-Oosten en dat gaat gepaard met oorlogsretoriek. Zo wordt op sociale media een oud filmpje van de Turkse autoritaire president Erdogan rondgepompt, waarin hij Israël bedreigt. Precies op het moment dat Netanyahu lijkt te hinten op een aanval op Turkije als mogelijke ‘bondgenoot van Iran’?

In het Turkse filmpje, dat al twee jaar oud is, dreigt Erdogan met een invasie in Israël. ‘Net zoals we Libië en Nagorno-Karabach zijn binnengetrokken, kunnen we iets vergelijkbaars met hen doen’, zegt Erdogan bij een partijbijeenkomst van de islamistische partij AKP in Rize. ‘Daarom moeten we heel sterk zijn’, voegt hij daaraan toe.

Het gebeurt wel vaker dat er uit Turkije harde woorden richting Israël worden geuit. De solidariteit met de islamitische Palestijnen is groot. Maar critici wijzen erop dat het bij woorden blijft. De handel, die vroeger direct met Israël werd bedreven, wordt nu via omwegen gevoerd, bijvoorbeeld via Azerbeidzjan, dat goede banden onderhoudt met het Israëlische regime.

Ook zou er in Syrië, met Amerikaanse bemiddeling, sprake zijn van imperialistische invloedsferen die zijn overeengekomen tussen Israël en Turkije, die respectievelijk gebieden in het zuiden en noorden van Syrië bezetten.

De recente spanningen lijken vooral te zijn aangewakkerd door uitspraken van Benjamin Netanyahu. Hij benadrukte dat de oorlog tegen Iran en zijn bondgenoten wordt voortgezet en rekende daar ook landen toe die volgens hem Iran steunen, waaronder Turkije.

De vraag is of Turkije het volgende doelwit wordt van Israël. Die kans lijkt klein, mede omdat de Verenigde Staten bondgenoot zijn van beide landen en een verdere escalatie waarschijnlijk niet zullen toestaan.

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld: Trump pleegt met Iran-oorlog ‘misdaad van agressie’

0

Mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld heeft in het tv-programma Buitenhof scherpe kritiek geuit op het Trump-regime vanwege de oorlog tegen Iran, die door het programma werd omschreven als een agressieoorlog. Volgens Zegveld is het aanvallen van Iran ‘een misdrijf van agressie’ en is de Amerikaanse president daarmee ‘een misdadiger’.

 

Magyar wint Hongaarse parlementsverkiezingen, Orbán erkent nederlaag

0

Oppositieleider Péter Magyar heeft de Hongaarse parlementsverkiezingen gewonnen en maakt daarmee een einde aan zestien jaar macht van Viktor Orbán. Orbán erkende zondag zijn nederlaag.