11.6 C
Amsterdam
Home Blog

Racistische reacties na verkiezing nieuwe burgemeester bij Parijs

0

De verkiezing van een nieuwe burgemeester in een Parijse voorstad leidt tot ophef in Frankrijk. Sinds zijn aantreden is Bally Bagayoko doelwit van racistische aanvallen, zowel online als op televisie.

De politicus werd in maart verkozen tot burgemeester van Saint-Denis, een gemeente ten noorden van Parijs. Kort daarna werd hij, de in Frankrijk geboren zoon van Malinese ouders die opgroeide in Saint-Denis, geconfronteerd met racistische desinformatie en opmerkingen.

Volgens de Franse premier Sebastien Lecornu is er sprake van een ‘normalisering van kwaad en racisme’. Hij sprak in het parlement zijn steun uit voor de burgemeester en riep op alle vormen van geweld af te wijzen. ‘Deze normalisering van kwaad en racisme moet met gelijke kracht en zonder ophouden worden bestreden’, zei hij, aldus nieuwsdienst AFP.

Na zijn verkiezing werd Bagayoko ook doelwit van desinformatie op X, waarbij uitspraken van hem over Saint-Denis verkeerd werden weergegeven.

Nieuwe ophef ontstond na een debat op de zender CNews, de Franse variant van FOX News, waar een gast beelden van apen en stamhoofden gebruikte tijdens een bespreking van de nieuwe burgemeester. Dat leidde tot scherpe kritiek van politici en antiracistische organisaties, die een klacht indienden bij toezichthouder Arcom. De zender ontkent dat er racistische opmerkingen zijn gemaakt.

Minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nunez liet weten dat wordt onderzocht of de uitspraken strafbaar zijn, bijvoorbeeld als aanzet tot rassendiscriminatie of als publieke belediging.

Bagayoko heeft zijn aanhangers opgeroepen zaterdag deel te nemen aan een antiracistische bijeenkomst.

Hoe de zaak-Lumumba gekoloniseerde mensen verbindt

0

Vijfenzestig jaar na de moord op de Congolese premier Patrice Lumumba strijden zijn nazaten nog altijd voor gerechtigheid. Zijn dood zou zijn beraamd door Belgische diplomaten uit België, dat Congo 75 jaar koloniseerde. Eén van hen kan nu worden berecht voor zijn mogelijke rol.

‘We gaan de wereld laten zien waartoe de zwarte man in staat is wanneer hij in vrijheid werkt, en we gaan van Congo het middelpunt van de zonnestralen maken voor heel Afrika.’ Zo sprak Patrice Emery Lumumba op 30 juni 1960, de dag dat de Republiek Congo zich onafhankelijk verklaarde van 75 jaar Belgisch koloniaal bewind. ‘Op dit gebied heeft België, eindelijk de loop van de geschiedenis aanvaard, niet geprobeerd onze onafhankelijkheid tegen te werken, en is het bereid ons bij te staan en vriendschap te tonen.’

Zes maanden na deze toespraak werd Lumumba, samen met zijn bondgenoten Maurice Mpolo en Joseph Okito, ontvoerd en verplaatst naar de Congolese provincie Katanga. Daar werden ze gemarteld, en uiteindelijk op 17 januari 1961 geëxecuteerd door een vuurpeloton onder leiding van Belgische officieren. De Belgische inspecteur-generaal van de Katangese politie, Gerard Soete, kreeg vervolgens de opdracht om hun lichamen te laten ‘verdwijnen’. Dit deed hij door ze in stukken te laten zagen en in zwavelzuur op te lossen, zo bekende Soete op de vooravond van zijn overlijden in het jaar 2000.

Vijftig jaar na de brute moord op de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, diende zijn oudste zoon François Lumumba een strafrechtelijke klacht in bij de Belgische rechtbank. Elf Belgische diplomaten werden op 23 juni 2011 aangeklaagd voor hun vermeende betrokkenheid bij de moord op Lumumba’s vader. Sinds het indienen van de aanklacht zijn er tien van de elf verdachten overleden, en is het rechtsproces behoorlijk vertraagd geraakt.

De enige nog levende verdachte in deze zaak is de 93-jarige Belgische oud-topdiplomaat Etienne Davignon. Vorige maand kreeg hij te horen dat hij zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Lumumba alsnog voor de Belgische rechtbank moet verantwoorden.

Verzetsheld, echtgenoot, vader

‘Dit is een stap in de goede richting. We voelden ons opgelucht, toen we het hoorden’, zegt de 33-jarige Yema Lumumba, activist en kleindochter van de geëxecuteerde Congolese premier, tegen de Kanttekening. ‘En het is belangrijk dat de Belgische rechter de aanklachten over de executie van mijn grootvaders kompanen Joseph Okito en Maurice Mpolo ook heeft aanvaard. Het gaat natuurlijk niet alleen over mijn grootvader.’

Voor velen in Congo, maar ook daarbuiten was haar grootvader een antikoloniaal verzetsheld. Een icoon voor de vrijheidsstrijd van voormalig gekoloniseerde landen. ‘Maar hij was ook een mens’, zegt Lumumba. ‘Hij was ook een vader die bij zijn kinderen werd weggehaald, een echtgenoot die van zijn vrouw werd gescheiden, en een man die uit zijn gemeenschap werd weggerukt.’ De Congolese premier was 35 jaar toen hij werd geëxecuteerd.

‘Het is onderdeel geworden van onze familie, van mijn identiteit’

Als kind groeide Lumumba op met de verhalen over het Belgisch koloniaal bewind in Congo en haar grootvaders nalatenschap. Van jongs af aan werd ze op de hoogte gehouden van het rechtsproces dat haar oom was begonnen om antwoorden te krijgen over de brute moord op haar grootvader. ‘Deze langdurige strijd voor rechtvaardigheid is iets waar ik mee ben opgegroeid. Het is onderdeel geworden van onze familie, van mijn identiteit, maar eigenlijk had het niet zo moeten zijn.’ Lumumba doelt op het langdurige proces dat voorafging aan de beslissing van de Belgische raadkamer om de verdachte alsnog te berechten. ‘Ik begrijp dat dit soort dingen tijd kosten, maar het laat wel zien dat het rechtssysteem veel uitdagingen kent.’

‘Recht praten wat krom is’

Dat het rechtssysteem uitdagingen kent in de context van een koloniaal verleden, herkent ook auteur en historica Marjolein van Pagee. Eerder schreef ze boeken over de Nederlandse koloniale bezetting van Indonesië, en de Indonesische verzetsheld Bung Tomo. Daarnaast volgde ze de rechtszaken van de Indonesische mensenrechtenorganisatie Comité Nederlandse Ereschulden (KUKB), die de Nederlandse staat in 2011 voor het gerecht daagde. In deze zaken ging het om nabestaanden van Javaanse mannen die door het Nederlandse leger werden vermoord in 1947. Dit gebeurde vlak nadat Indonesië op 17 augustus 1945 zich onafhankelijk verklaarde.

Patrice Lumumba in Brussel op 26 januari 1960. Beeld: Harry Pot/Nationaal Archief

Van Pagee ziet gelijkenissen in de KUKB-zaken en de zaak Lumumba. ‘In het algemeen denken mensen nog te positief over westerse rechtssystemen, alsof het in de basis goed is, en het werkelijk is opgericht om onrecht te bestrijden’, zegt Van Pagee. ‘Maar als je de koloniale geschiedenis bestudeert, dan blijkt dat Europese koloniale machten het rechtssysteem hebben opgetuigd om juist recht te praten wat krom is.’

Dat zag zij tijdens de rechtszaken rondom Indonesische slachtoffers van Nederlands koloniaal geweld. De slachtoffers werden niet als Indonesische staatsburgers beschouwd, ook niet als Nederlanders, maar als koloniale onderdanen. Dit heeft ermee te maken dat Nederland tot op de dag van vandaag de Indonesische onafhankelijkheidsdatum van 1945 juridisch niet erkent. Het gevolg was dat de nabestaanden van de slachtoffers schadevergoedingen werden toegekend, die berekend waren volgens een koloniaal raamwerk, waardoor ze ontzettend laag uitvielen.

Imagoherstel

Hieruit merkte Van Pagee op dat de nazaten en slachtoffers van het koloniaal verleden gedwongen mee moesten gaan in het narratief van de voormalige kolonisator, om aan te kunnen tonen dat hun onrecht is aangedaan. De fundamentele verschillen in de blik op deze geschiedenis, en het narratief van de gekoloniseerde wordt in de rechtbank buiten beschouwing gelaten, stelt zij.

‘Onze huidige rechtssystemen zijn onder kolonialisme tot stand gekomen. Ze zijn bedoeld om de daders te beschermen en niet om de slachtoffers van koloniaal geweld een middel te geven om hun recht te halen’, concludeert Van Pagee. ‘Op het moment dat slachtoffers dit middel wél daarvoor gebruiken, veroorzaakt dit een enorme schok en zal het systeem er alles aan doen om de schade te beperken. Het gaat dan vaak niet meer om de slachtoffers maar om het gezichtsverlies van de dader.’

‘Een gerechtelijke uitspraak heeft een zwaardere lading en is daardoor extra confronterend’

Dit zag zij ook in Nederland gebeuren met het grote onderzoek dat de Nederlandse staat in gang zette over onder meer ‘extreem geweld’ tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsstrijd. Van Pagee stelt dat het onderzoek in feite een reactie was op de KUKB-rechtszaken om verantwoordelijkheid te veinzen. Het onderzoek werd na de KUKB-rechtszaken gestart, en leidde tot excuses van Koning Willem-Alexander en oud-premier Mark Rutte.

Van Pagee vreest dat de zaak Lumumba in België een vergelijkbare wending zal krijgen. ‘Net als bij de KUKB-zaken in Nederland, zal deze zaak in België ongetwijfeld veel losmaken in het publieke debat”, zegt zij. ‘Een gerechtelijke uitspraak heeft een zwaardere lading en is daardoor extra confronterend, en ik denk dat de Belgische overheid het helemaal niet leuk vindt dat het narratief van hun koloniale verleden op deze manier wordt bevraagd.’

Tegelijkertijd ziet Van Pagee de waarde van de rechtszaken die mensen uit voormalig gekoloniseerde landen zijn aangegaan. Volgens haar maakt het recht net als de media en wetenschap deel uit van de macht. ‘Het heeft zin om op al die fronten strijd te voeren’, zegt zij. ‘Het is een confronterende techniek die het huis op zijn grondvesten laat schudden. Hoe de rechtszaak ook zal aflopen, het zal het onrechtvaardige van het systeem blootleggen.’

Koers van de geschiedenis veranderen

De rechtszitting tegen Etienne Davignon voor zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Patrice Lumumba wordt begin 2027 verwacht. De 93-jarige oud-topdiplomaat kan nog in hoger beroep gaan. Dit kan het proces verder vertragen. ‘We hebben deze zaak voorgelegd aan een rechtssysteem dat zijn eigen beloop zal hebben’, zegt Yema Lumumba. ‘We zullen erop moeten vertrouwen.’

De kleindochter van de geëxecuteerde Congolese oud-premier wil weten wat er is gebeurd in aanloop naar de moord op haar grootvader, en in hoeverre de verdachte daarover ter verantwoording kan worden geroepen. ‘We zullen nooit terugkrijgen wat ons is afgenomen, wat Congo is afgenomen, wat Afrika is afgenomen, en wat zoveel andere landen zijn afgenomen vanwege kolonialisme’, zegt zij.

‘De moord op Patrice Lumumba heeft de koers van de koloniale geschiedenis op een ingrijpende wijze veranderd. En we zullen nooit achter de hele waarheid komen’, gaat zij verder. ‘Maar we kunnen wel invloed hebben op een versie van de waarheid die we in geschiedenisboeken vastleggen, en de koers van de geschiedenis veranderen met ons streven naar rechtvaardigheid.’

Internationaal tribunaal

Volgens Lumumba staat de zaak voor meer dan alleen het verkrijgen van antwoorden en verantwoording over wat er in het verleden is gebeurd. ‘Deze zaak zegt veel over voormalige koloniën en hoe zij zich verhouden tot hun voormalige kolonisatoren’, zegt zij. Ze wijst naar een grote beweging onder voormalig gekoloniseerde mensen, met name jongeren, die meer kennis en toegang hebben tot informatie over het koloniale verleden. ‘Zij begrijpen heel goed wat hun rechten zijn, en hoe zij die kunnen opeisen’, ziet zij. Dat ziet ook Marjolein van Pagee.

‘Ik hoop dat onze strijd anderen verbindt en inspireert’

De historica denkt dat zaken als die van Lumumba en KUKB tot meer genoegdoening zal leiden wanneer er nieuwe juridische kaders ontstaan die niet verbonden zijn aan Westerse machtsstructuren. Als voorbeeld noemt ze het Kuala Lumpur War Crimes Tribunal in Maleisië, dat de Britse oud-premier Tony Blair en Amerikaanse oud-president George Bush in 2011 heeft veroordeeld voor de invasie van Irak in 2003 en de illegale oorlog die daarop volgde. Zij ziet kansen voor de opkomst van vergelijkbare initiatieven. ‘Maar tot dan is het roeien met de riemen die we hebben, en ben je aan het manoeuvreren binnen de kaders die de daders zelf hebben opgesteld.’

Ook Yema Lumumba ziet kansen voor meer rechtszaken in het belang van het recht van voormalig gekoloniseerde mensen. ‘Ik hoop dat onze strijd anderen verbindt en inspireert om ook hun zaken uit het koloniale verleden aan het licht te brengen’, zegt zij. ‘Of dat nou in Congo is of in Indonesië, of in andere landen waar er voorheen een koloniaal bewind gold.’

Rusland trekt accreditatie journalist Geert Groot Koerkamp in

0

De Nederlandse journalist Geert Groot Koerkamp mag niet langer werken in Rusland. De Russische autoriteiten hebben zijn persaccreditatie ingetrokken. Hij mag er nog wel blijven wonen.

Dit meldt Villamedia. Groot Koerkamp werkte sinds de jaren negentig in Rusland en berichtte onder meer voor de NOS, de Volkskrant en de Vlaamse omroep VRT. Hij was de laatste Nederlandse journalist die nog vanuit Rusland verslag deed.

Volgens het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken is de maatregel een reactie op het Nederlandse besluit om een Russische journalist geen werkvergunning te geven. Die correspondent werkte voor het staatsmedium RIA Novosti, dat op de Europese sanctielijst staat.

De Nederlandse overheid noemt het besluit ‘betreurenswaardig en niet terecht’, schrijft de NOS. Tegelijk benadrukt Den Haag dat journalisten welkom zijn, maar dat sancties tegen bepaalde Russische organisaties een rol spelen bij het toelatingsbeleid.

Met het wegvallen van Groot Koerkamp is er geen Nederlandse correspondent meer actief in Rusland. Eerder vertrokken journalisten als Iris de Graaf en anderen al uit het land, onder meer vanwege veiligheidsrisico’s en beperkingen op de persvrijheid. Wel maakte Thomas Erdbrink onlangs de vierluik Onze Man in Rusland, waarin hij in de hoofden van de Russen kroop. Volgens critici kon hij dit doen omdat hij in de documentaire weinig kritisch was.

Journalistenvereniging NVJ spreekt van een groot verlies. Volgens de organisatie wordt onafhankelijke berichtgeving vanuit Rusland hiermee verder ingeperkt, wat vooral het publiek raakt.

Zorgen over mogelijke nieuwe bezetting in Zuid-Libanon

0

Een maand na het begin van de oorlog tussen Israël en Hezbollah rukken Israëlische troepen verder op in Zuid-Libanon. Dat vergroot de zorgen over een nieuwe langdurige bezetting van het gebied.

Sinds het uitbreken van de oorlog zeggen Israëlische functionarissen dat het land een ‘veiligheidszone’ wil instellen op Libanees grondgebied. De Israëlische minister van Defensie, Israel Katz, zei dat het leger zich daar zal vestigen en de controle wil behouden tot aan de Litani-rivier, op ongeveer 30 kilometer van de grens. Honderdduizenden inwoners kunnen niet terugkeren totdat de veiligheid van Noord-Israël is gegarandeerd.

Herhaling van de geschiedenis

Israël probeerde eerder een bufferzone in Zuid-Libanon te handhaven. Na invasies in 1978 en 1982 bleef het land tot 2000 aanwezig in een strook tot 20 kilometer diep.

Die geschiedenis voedt de zorgen onder Libanezen over een herhaling. Tijdens recente gevechten zijn opnieuw delen van grensdorpen beschadigd of vernietigd door aanvallen en sloopacties.

Het Libanese ministerie van Volksgezondheid verklaarde woensdag dat er sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hezbollah op 2 maart al meer dan 1.300 Libanezen zijn omgekomen. Meer dan een miljoen mensen zijn ontheemd.

Vroeger geloofde ik in de lange arm van Rabat

0

Vroeger geloofde ik in de lange arm van Rabat. Dat ik dan naar Marokko zou gaan en dat ze me apart zouden nemen en vertellen welke boeken ik had geschreven, in welke kranten mijn opiniestukken stonden en wat ik had gezegd bij Pauw & Witteman. Stiekem hoopte ik dus dat er een dossier van mij zou liggen waarin stond of ik couscous kan klaarmaken, of ik de moskee bezocht en wanneer de laatste keer was dat ik zei: God, het Land en de Koning. Helaas. Niets van dat alles. Marokko bleek toch niet zo in mij geïnteresseerd.

Afgelopen week heeft een anonieme groep een brandbrief naar de Kamer geschreven over ongewenste inmenging van Marokko in het leven van Marokkaanse Nederlanders. Ik ging er eens goed voor zitten. ‘Alle middelen en mechanismen’ zou worden ingezet, variërend van ‘subtiele vormen van propaganda en inkapseling’ tot ‘beïnvloeding, spionage en intimidatie’, om Marokkanen alhier voor het karretje van Rabat te spannen. Grote beweringen, geen bewijs.

Elk jaar word ik door de Marokkaanse ambassade uitgenodigd voor een feestelijke aangelegenheid, meestal rond de Marokkaanse Koningsdag of een iftar-maaltijd. Ik ben er een keer op ingegaan, heel nieuwsgierig hoe de ambassade dit etentje zou gebruiken om Marokkaanse Nederlanders aan zich te binden. We werden verwelkomd door de ambassadeur, gingen aan een ronde tafel zitten om te eten en aan het einde van de avond gingen we weer naar huis. Ik gaf het eten een 7,5 en ‘beïnvloeding’ kreeg een 3-.

De brandbrief gaat mee op de golven van verdachtmakingen van moslims in Nederland, zoals onlangs door VVD-Kamerlid Bente Becker in talkshows van WNL. Ze wil onderzoek naar Chinese weekendscholen, Marokkaanse weekendscholen en moskeeën. Gemakshalve vergat ze hoe de Israëlische inmenging in de Nederlandse politiek tot in de Tweede Kamer reikt, met nepnieuws en hasbara. Ik zie mevrouw Van der Plas van de BBB nog zwaaien met die gefabriceerde rapporten naar aanleiding van de Maccabi-rellen, haar aangereikt door een Israëlische bron.

De brandbrief gaat mee op de golven van verdachtmakingen van moslims

Maar ik ga terug naar Marokko, want wat heb ik met het Midden-Oosten te maken? De brandbrief rakelt het afgekloven bot weer eens op: de dubbele nationaliteit. In deze kwestie sta ik lijnrecht tegenover de anonieme groep: ik roep elke Marokkaanse Nederlander op zijn dubbele nationaliteit te koesteren, het is een bonus. Je mag grond kopen in Marokko, iets wat niet-Marokkanen niet mogen en, in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen die in het zwartste scenario zouden kunnen leiden tot systematische uitsluiting van moslims, zal dat dubbele paspoort heel wat mensen kunnen redden. Het dubbele paspoort geeft adem.

Meer nog dan de lange arm van Rabat vrees ik de lange arm van Trump en Netanyahu. Er wordt ook gesproken van het ondersteunen van invloedrijke Nederlandse Marokkanen. Ik voel me aangesproken. Ik doe projecten in Marokko, organiseer tentoonstellingen met kunst uit Marokko. Ik geef lezingen in Marokko. En in al deze gevallen heb ik gehoopt dat ik ontzettend ondersteund zou worden, dat de rode loper uitgerold zou worden, dat ik maar met mijn pink hoefde te bewegen en men voor me ging rennen. Was het maar zo.

Met Marokko samenwerken is inspirerend, maar bij vlagen ook stroperig, frustrerend en traag – het is hard werken. Ik doe het omdat ik in de bilaterale samenwerking geloof. ‘Het actief scouten van getalenteerde sporters voor de nationale teams van Marokko’ gebeurt, maar is op het niveau van wat alle andere landen ook doen. Het ronselen van talenten voor sportieve glorie gebeurt ook in Nederland. Veel pijnlijker is mijns inziens dat Marokkaanse Nederlanders die uitkomen voor Nederland, als puntje bij paaltje komt, niet als volledig Nederlands worden gezien.

Dan is er het punt van de religieuze beïnvloeding. Met de ramadan worden imams ingevlogen uit Marokko om hier de gebedsdiensten te doen; we moeten Marokko hiervoor bedanken, want er is een tekort aan imams. Marokko biedt Nederland ontwikkelingshulp aan.

Er valt van alles aan te merken op Marokko: de mensenrechten, de bejegening van journalisten, de miserabele omstandigheden waarin mensen verkeren. In Marokko zelf maken dappere mensen hier melding van. Van Marokko een totalitaire politiestaat maken die alle Marokkaanse Nederlanders aan een touwtje heeft, is een gotspe.

Hoe minister Sjoerdsma toch geld voor UNRWA wil vrijmaken

0

Het voorstel om de financiële steun van Nederland aan UNRWA te herstellen werd deze week gepresenteerd als goed nieuws, maar hier ging een politiek spel aan vooraf dat niet de schoonheidsprijs verdient.

‘Goed nieuws: Nederland herstelt steun aan UNRWA!’, schrijft D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga euforisch op LinkedIn begin deze week. Maar op dat moment is de extra 19 miljoen voor de vluchtelingenorganisatie in Gaza nog lang geen voldongen feit.

Het voorstel kwam deze week van minister Sjoerd Sjoerdsma (D66, Buitenlandse Handel). In een brief aan de Tweede Kamer kondigde hij aan alsnog extra geld beschikbaar te willen stellen voor de vluchtelingenorganisatie, die in de vorige kabinetsperiode een aanzienlijk deel van de Nederlandse steun kwijtraakte, omdat er verdenkingen waren van banden met Hamas.

Na onderzoek bleken deze verdenkingen onterecht. Bovendien is UNRWA verantwoordelijk voor verreweg het leeuwendeel van alle steun die wordt geleverd in Gaza en heeft het flink geleden onder de financiële tekorten, aangezien ook andere landen hun steun pauzeerden. Dit mag nu weer worden teruggedraaid, vindt de minister, en zo stond dit ook in het coalitieakkoord.

Toch was dit niet vanzelfsprekend. In de begroting over ontwikkelingsgeld waarover vorige week werd gestemd, stond namelijk juist dat er bezuinigd zou worden op steun voor UNRWA. Dit was voor rechtse partijen de reden dat ze vóór stemden. Deze partijen vinden UNRWA nog steeds verdacht en zien het geld liever verdeeld onder andere hulporganisaties.

Met deze stemming was het laatste woord echter niet gesproken, blijkt uit de plannen van de minister. Hij wil de extra miljoenen voor UNRWA nu toch vrijmaken. Daarover zal opnieuw moeten worden gestemd, maar de minister heeft zijn hoop dit keer gevestigd op een linkse meerderheid. De begroting zou het juist hebben gered met een rechtse meerderheid. Zie hier het politieke spel waartoe een minderheidskabinet is veroordeeld.

Het demonstreert ook de lastige positie waarin de minister zich bevindt, benadrukt Trouw. Hij zou alle partijen tevreden willen houden. Sjoerdsma zei zelf in de Kamer dat hij het sowieso niet goed kon doen.

Of het voorstel het haalt, hangt bovendien ook nog af van de stemming in de Eerste Kamer, waar de partijen eveneens verdeeld zijn. Als het geld inderdaad vrijkomt, zal dat bovendien pas in september zijn, aldus Sjoerdsma. Echte impact op de hulp die UNRWA kan bieden zal dus nog even op zich laten wachten.

Turkse voetballers dansen de Koerdische halay

0

De zwaar bevochten WK-kwalificatie van Turkije (na 24 jaar doen de Turken weer mee) lijkt de multiculturele sfeer binnen het diverse Turkse voetbalteam te bevorderen. Onder aanvoering van de Turks-Koerdische speler Zeki Çelik deden Turkse voetballers een poging om de Koerdische halay te dansen. Dat lukte nog niet helemaal.

Şemmame Buke is een beroemd halaynummer dat al lange tijd is ingeburgerd op vele Turkse trouwfeesten. Het is een uiting van liefde voor een ‘geparfumeerde bruid’, uitgevoerd met duizelingwekkend enthousiasme in cirkels tijdens bruiloften. In die zin zou het geen nieuws mogen zijn dat Turkse voetballers op deze manier pret hebben.

Maar dat is buiten het stevig verankerde Turkse nationalisme gerekend. Dat het pro-Koerdische parlementslid van DEM, Salih Gergerlioglu, na de kwalificatie van Turkije hier een bericht aan wijdt op sociale media, is dan ook geen toeval. ‘De spelers van het Turkse nationale team hebben samen een Koerdisch lied gezongen. Heel mooie beelden…’, schrijft hij, waarna miljoenen Turkse trolls op voorspelbaar nationalistische wijze reageren.

‘Wanneer Merih (de Turkse speler die bij het EK de fascistische Grijze Wolvengroet maakte en daarvoor door de UEFA werd geschorst, red.) “Ik sterf voor mijn Turkije” zingt, wordt dat racisme en fascisme genoemd, maar als Şemmame wordt gezongen, zijn het ineens “heel mooie beelden”, hè Salih :)’, reageert bijvoorbeeld Furkan Yaman op cynische toon.

Een ander reageert als volgt: ‘Jullie denken alleen maar in termen van verdeeldheid. Al jarenlang zijn Turken en Koerden broeders op deze grond; wat jullie het “Koerdische probleem” noemen, noemen wij een terrorismeprobleem. Als je op zoek bent naar discriminatie, kijk dan naar het beleid dat de VS in de jaren zestig voerde tegenover zwarte mensen.’

Turkije speelt tijdens het omstreden WK in Amerika tegen Australië, Paraguay en Amerika. Turks-Nederlandse liefhebbers moeten vroeg op om deze wedstrijden te zien. De laatste poulewedstrijd tegen Amerika begint om 04.00 uur Nederlandse tijd.

‘Talrijke voorbeelden van intimidatie door de Marokkaanse overheid’

0

Abderahmane Chrifi schrijft dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging door de Marokkaanse overheid in Nederland, maar volgens Ahmad Aynan en Yuba El Ghadioui van mediakanalen Riftime en Rif Focus is dat onjuist.

Het opiniestuk van de heer Chrifi over Marokkaanse invloed in Nederland is goed bedoeld, maar mist een belangrijk punt. Chrifi, van het Utrechtse platform voor Levensbeschouwing en Religie, suggereert dat de kritiek gebaseerd is op anonieme bronnen en dat er geen bewijs is voor intimidatie of inmenging. Dit klopt niet.

Op 25 maart 2026 publiceerde Elsevier een artikel waarin vier mensen openlijk, met naam, beroep en leeftijd, hun ervaringen en zorgen delen over de Marokkaanse inmenging in Nederland. Hun ervaringen en zorgen duiden op deze inmenging en zijn gecontroleerd door de journalist Gerben van der Aa, onder meer met aangiftes en andere bewijsstukken. De denktank Monitor Lange Arm Rabat wordt in het artikel ook genoemd, maar staat los van de vier geïnterviewde mensen; hun informatie vormt slechts één onderdeel van een veel breder, openbaar en verifieerbaar beeld. Het artikel leidde vorige week tot Kamervragen, wat aangeeft dat de waarheid misschien hard aankwam bij de heer Chrifi, maar tegelijkertijd onderstreept dat zorgvuldigheid en verificatie van informatie essentieel zijn.

Chrifi benadrukt de positieve rol van dialoog, samenwerking en verbinding met Marokko. Dat juichen wij toe. Niemand is tegen samenwerking. Tegelijkertijd moeten we het misbruik van die samenwerking als lange arm van Rabat blijven adresseren en bestrijden. Dat betekent dat we niet wegkijken wanneer mensen in de diaspora aangeven dat zij zich onder druk gezet voelen of bang zijn om kritiek te uiten.

 Journalisten en Riffijnse activisten

Er zijn talrijke voorbeelden van intimidatie en druk. Zo worden journalisten en (online) Riffijnse activisten, zoals Yuba El Ghadioui, al jarenlang geïntimideerd en gevolgd. In het Elsevier-artikel worden concrete voorbeelden genoemd, onderzocht en onderbouwd met documenten. Wereldwijd is bekend dat Riffijnse activisten in de diaspora zijn gevlucht, evenals Hirak-activisten in de Rif, die gevangenisstraffen van 11 tot 20 jaar hebben gekregen. Dit is geen mythe; het belemmert mensen daadwerkelijk om hun mening vrij te uiten.

De centrale vraag die door Chrifi beantwoord dient te worden is: waarom is de angst onder veel Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders en diasporaleden zo groot dat zij zich niet durven uit te spreken, uit vrees dat zij de Rif of Marokko niet meer kunnen bezoeken? En is het toeval dat veel invloedrijke Riffijnse en Marokkaans-Nederlandse personen zich niet uitspreken over Marokko, maar wel — terecht — over andere onveilige regimes?

Kan Chrifi onderbouwen dat Marokko investeert in het onderhouden van banden met de diaspora, bijvoorbeeld door hen actief en strategisch te benaderen, te faciliteren of aan zich te binden, zonder mogelijk effect dat zij zich niet negatief uitlaten over het regime? En is het werkelijk onopgemerkt gebleven dat invloedrijke personen, zoals Aboutaleb en andere Riffijnse en Marokkaans-Nederlanders met invloed en een podium, regelmatig worden uitgenodigd door bijvoorbeeld Marokkaanse consulaten en ambassades, contacten onderhouden en deelnemen aan bijeenkomsten, waarbij de vraag rijst in hoeverre dit bijdraagt aan het beperken van kritische uitingen?

De eerste generatie Riffijnen in Nederland accepteerde de druk en zweeg, uit angst, analfabetisme of een gebrek aan middelen om zich te verzetten. Wij praten terug en hebben er genoeg van om weg te kijken, ons te laten beïnvloeden of intimideren. Wij trekken aan de bel, spreken ons uit en doen dat beschaafd via democratische, transparante middelen, zoals media en journalistiek, die vervolgens Kamervragen oproepen. Het erkennen van deze uitdagingen betekent niet dat we tegen dialoog zijn; het betekent dat we kritisch, open en eerlijk willen zijn over wat er speelt.

De invloed van Marokko reikt ver: van beïnvloeding van moskeeën en infiltraties tot propaganda en het inzetten van hoogopgeleide Riffijnse en Marokkaanse Nederlanders in functies met invloed, zodat zij zich niet negatief uitspreken over Marokko.

Het debat over buitenlandse invloed kan en moet plaatsvinden op basis van open, transparante en verifieerbare informatie en zonder dat mensen bang hoeven te zijn om zich uit te spreken. De tijden van zwijgen en accepteren zijn voorbij.

Intimidatie en dreiging

Voorbeelden van mensen die ervaring hebben met intimidatie of dreiging:

Naam: Ahmed Bourkiz
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, Belgisch paspoort
• Gebeurtenis: Aangehouden bij aankomst in Nador; veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij vrijlating eiste voor zijn ontvoerde broers. Ahmed had ook een eigen Facebookpagina met nieuws over de Hirak-beweging in Europa.
• Gevolg: Vier jaar gevangenisstraf
• Datum/jaar: 2025/2026

Naam: Yuba El Ghadioui
• Achtergrond: Yuba El Ghadioui is een politieke activist van Riffijnse afkomst. Hij staat bekend om zijn kritische houding tegenover de Marokkaanse staat en de Marokkaanse koning. Wekelijks verzorgt hij live-uitzendingen via YouTube, Facebook en TikTok, waarin hij spreekt in de Riffijnse taal. Zijn uitzendingen trekken gemiddeld rond de vierduizend kijkers per week, maar het werkelijke aantal ligt hoger omdat Marokko zijn livestreams regelmatig blokkeert of censureert. Zijn website Riftime bereikte in maart 2026 ongeveer 2,5 miljoen bezoekers; statistieken zijn opvraagbaar. Zijn kijkers en volgers wonen in de Rif, Duitsland, Nederland, Spanje, Frankrijk en België.
• Gebeurtenissen: El Ghadioui is meerdere keren doelwit geweest van mediacampagnes waarin hij werd bedreigd en neergezet als ‘vijand van de islam’. Daarnaast ervaart hij intimidatie en wordt hij gevolgd. De Duitse autoriteiten zijn hierbij betrokken en bieden ondersteuning vanwege zorgen om zijn veiligheid.
• Gevolg: Sinds 2015 is hij niet meer teruggekeerd naar zijn geboorteplaats, uit vrees voor arrestatie.
• Periode: De situatie speelt sinds 2015 en duurt voort.

Naam: Ahmed Aynan
• Achtergrond: Riffijnse afkomst, woont in Nederland, politiek actief
• Gebeurtenis: Risico op arrestatie bij terugkeer
• Gevolg: Sinds 2017 niet teruggekeerd naar geboorteplaats
• Datum/jaar: sinds 2017

Naam: Ali Aarrass
• Achtergrond: Belgisch-Riffijnse activist, slachtoffer van uitlevering en langdurige detentie in Marokko na uitlevering door Spanje
• Gebeurtenis: Gearresteerd in 2008 in Melilla, vervolgens in 2010 uitgeleverd aan Marokko, waar hij volgens diverse mensenrechtenorganisaties werd gefolterd en na een oneerlijk proces tot 12 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld
• Gevolg: Jarenlange gevangenschap, ernstige psychische en fysieke gevolgen van detentie en foltering
• Datum/jaar: arrestatie 2008, uitlevering 2010, vrijlating 2020

Twee Marokkaanse spionnen zijn in 2024 en 2025 in Düsseldorf opgepakt en veroordeeld voor spionage in verband met het doorspelen van informatie over twee leden van de Hirak-beweging die in Duitsland wonen.

Turkse minister vraagt om uitlevering van ’terroristen’, waaronder 217 gülenisten

0

Tijdens een bezoek aan zijn Turkse collega Akin Gürlek heeft justitieminister David van Weel in Ankara een verzoek gekregen om ‘Turkse terroristen’ uit te leveren. Het gaat onder meer om de voortvluchtige Musa Asoglu van een extreemlinkse organisatie. Ook wil Gürlek dat 217 gülenisten en 8 PKK-leden worden uitgeleverd. Dat meldt de regeringsgezinde website Ensonhaber.

Volgens Gürlek zou Asoglu betrokken zijn geweest bij de moord op de openbare aanklager Mehmet Selim Kiraz in 2015.

De ontmoeting tussen Van Weel en Gürlek vond plaats in de context van toenemende spanningen op het wereldtoneel en een uitbreiding van de samenwerking op het gebied van veiligheid. Later dit jaar vindt in Turkije ook een NAVO-top plaats.

Gürlek legde tijdens de ontmoeting ook de nadruk op de Turks-Nederlandse betrekkingen, die teruggaan tot de beginjaren van de Nederlandse Republiek, en op het feit dat er in Nederland naar schatting 500.000 Turkse Nederlanders wonen.

‘In een tijd waarin mondiale en regionale risico’s toenemen, hechten wij belang aan het versterken van de dialoog en samenwerking met ons bondgenoot Nederland’, aldus Gürlek.

Daaronder verstaat de Turkse staat ook een gezamenlijk front tegen ‘terroristen’. In Nederland staan de PKK en de DHKP-C, waartoe Musa Asoglu behoort, op de terreurlijst, maar gülenisten niet. Of Nederland aan het uitleveringsverzoek zal voldoen, is niet bekend.

Van Weel maakte er ook geen woorden aan vuil in zijn reflectie op het bezoek. ‘Goed bezoek gehad aan onze belangrijke partner Turkije. Met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie heb ik afspraken gemaakt voor verdere samenwerking op gebied van terrorismebestrijding en de aanpak van ondermijning. Ook goed om Hakan Fidan (Min BZ) weer te zien,’ aldus Van Weel op X

Nederland heeft uitleveringen van ’terrorismeverdachten’ tot nu toe afgehouden omdat er in Turkije geen sprake is van eerlijke rechtsvervolging. Vooral na de mislukte couppoging in 2016 werden veel oppositiegroepen met weinig bewijs gevangengezet.

Opinie NRC: Netanyahu wil groter Israël

0

In een opiniestuk in NRC schrijft journalist Jan van der Putten dat de oorlogen van Israël niet alleen gaan om het behoud van macht door premier Benjamin Netanyahu, maar ook om uitbreiding van grondgebied.

Volgens hem gebruikt Netanyahu de conflicten om zijn regering overeind te houden en tegelijk te werken aan een groter Israël. De premier zou de bestaande staat willen uitbreiden met de Westelijke Jordaanoever, Gaza, het zuiden van Libanon en het zuiden van Syrië, aldus de journalist in NRC.

‘Het gedroomde land zou zich veel verder moeten uitstrekken dan van de rivier tot de zee. Idealiter zou het moeten reiken van de ene rivier tot de andere: van de Nijl tot de Eufraat’, schrijft hij.

Van der Putten stelt dat de oorlog in Gaza tegen Hamas geen duidelijk einde kent en dat er nog dagelijks Palestijnse burgers omkomen. Tegelijk wijst hij op toenemend geweld op de Westelijke Jordaanoever en plannen om dit gebied, dat Israël ‘Judea en Samaria’ noemt, te annexeren. In Iran zou het doel volgens hem vooral zijn om chaos te veroorzaken, zodat Israël de sterkste macht in de regio kan worden.