De burgeroorlog in Soedan is nu al drie jaar aan de gang en er lijkt geen einde aan te komen.
Op verschillende manieren berichten media over deze hopeloosheid. Felipe van Braak is coördinator noodhulp van Artsen zonder Grenzen en vertelde bij Radio 1 over zijn werk in Soedan. Hij was net terug uit het gebied, waar de ngo aan beide kanten van het conflict medische hulp biedt. Ziekenhuizen zijn vaker een doelwit geweest en dat is dan ook zijn grootste angst.
‘Waar ga je dan naartoe? Als je moet bevallen, als je kind ziek is, als je kind opeens medische hulp nodig heeft. Dan blijven sommige mensen thuis, met ernstige gevolgen van dien’, vertelt hij in een indrukwekkend interview.
De BBC sprak met een man die drie jaar vastzat in de stad Al Fasher en net was aangekomen in Port Soedan, waar hij voor het eerst toegang kreeg tot zijn telefoon. Drie jaar aan berichten overspoelen hem, over vrienden die zijn overleden of van mensen die denken dat hij dood is.
De oorlog woedt nog altijd in Soedan en de humanitaire ramp dendert voort. Bijna de helft van de essentiële gaarkeukens is de afgelopen zes maanden gesloten, meldt nieuwswebsite Middle East Eye, vanwege een gebrek aan internationale steun en de gevolgen van de oorlog tussen de VS en Israël tegen Iran.
Meer dan 21 miljoen mensen in Soedan – 45 procent van de bevolking – kampen momenteel met voedseltekorten. Kinderen gaan niet naar school en worden ingezet als soldaat in de strijd. Miljoenen mensen zijn ontheemd.
De aandacht voor de oorlog in Soedan is vanaf het begin beperkt geweest, omdat er meerdere brandhaarden tegelijk in de wereld zijn. Hulporganisaties wijzen consequent op de noodzaak om de ogen van de wereld op Soedan te richten.
In Museum West Den Haag is een tentoonstelling te zien over het verblijf van schrijver en activist James Baldwin in Turkije.
Niet iedereen in Nederland kent de wereldberoemde Afro-Amerikaanse schrijver James Baldwin, die indringend schreef over de burgerrechtenbeweging in de VS van de jaren vijftig tot aan zijn dood in 1987. In de strijd voor gelijke rechten verloor hij veel zwarte vrienden, onder wie Martin Luther King Jr. en Malcolm X.
Minder bekend is dat hij ook regelmatig naar Turkije reisde. Daar vond hij rust en relatieve vrijheid, weg van het racisme en de spanningen die hij in het Westen ervoer, en schreef hij meerdere boeken.
‘In Istanbul voelde Baldwin een vorm van acceptatie die hij in New York en Parijs niet had gevoeld’, vertelt de Turks-Koerdische curator Özkan Gölpinar. In Museum West Den Haag worden die cruciale Turkse jaren (1961–1971), waarin hij in rust kon schrijven en reflecteren op de roerige veranderingen en het geweld in de VS, belicht in de tentoonstelling This Morning, This Evening, So Soon – Turkey Saved My Life.
Zo was Baldwin ook bevriend met de beroemde Armeense fotograaf Ara Güler, die hem samen met de Koerdische schrijver Yasar Kemal fotografeerde in Istanbul. Baldwins meesterwerk No Name in the Street, gepubliceerd in 1972, is deels in Turkije geschreven. ‘In Amerika was ik alleen vrij in de strijd, nooit vrij om te rusten’, zegt hij daarin.
Ook schrijft hij in zijn werk over de antikoloniale strijd van Algerijnen in Frankrijk en is hij een scherpe observator van de dubbele maatstaven in het Westen ten aanzien van Israël, dat volgens hem onvoorwaardelijk wordt gesteund.
In de tentoonstelling onderzoeken vier kunstenaars hun persoonlijke connectie met Baldwin. ‘Baldwin is voor mij geen afgeronde kwestie. Hij is een gesprekspartner voor vandaag’, zegt Gölpinar.
Dat de tentoonstelling plaatsvindt in het voormalige gebouw van de Amerikaanse ambassade is volgens hem veelzeggend. ‘Met deze tentoonstelling is Baldwin te zien in een gebouw dat deel uitmaakte van de Amerikaanse overheid. Niet als slachtoffer of als individu dat werd onderzocht vanwege staatsgevaarlijkheid, maar als een soort overwinnaar die nog steeds een inspiratiebron is voor zoveel mensen’, aldus Gölpinar.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni heeft aangekondigd dat een langdurige militaire samenwerking met Israël wordt stopgezet, meldt Middle East Eye.
‘In het licht van de huidige situatie heeft de regering besloten de automatische verlenging van de defensieovereenkomst met Israël op te schorten’, zei ze tegen correspondenten in Italië.
Het gaat om een defensief samenwerkingspact tussen de twee landen dat sinds april 2016 van kracht is en om de vijf jaar wordt vernieuwd. De overeenkomst omvat de uitwisseling van militair materieel, evenals samenwerking op het gebied van militaire training en technologisch onderzoek en ontwikkeling. De tweede verlenging van de samenwerking gaat dus niet door.
Verder liet Meloni zich ook kritisch uit over de rel tussen Donald Trump en paus Leo XIV. Trump noemde hem onder andere een ‘zwakke leider’, omdat hij zich tijdens een vredeswake op zondag tegen de oorlog in het Midden-Oosten had uitgesproken. Trump deelde ook een AI-afbeelding van zichzelf als Jezus, die hij later verwijderde. Voor veel katholieken ging dat een brug te ver. ‘Trumps opmerkingen jegens de Heilige Vader zijn onaanvaardbaar’, zei Meloni, die zelf ook katholiek is, tegen de verzamelde pers in het parlement.
Trump liet dat niet over zijn kant gaan en fulmineerde terug: ‘Zij is degene die onaanvaardbaar is. Het kan haar geen donder schelen als Iran kernwapens krijgt en Italië in twee minuten opblaast.’
De Israëlisch-Amerikaanse invloed op Europese landen, die hen wil betrekken in de illegale oorlog tegen Libanon en Iran, lijkt haar langste tijd te hebben gehad. Het is echter de vraag wat West-Europese landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, gaan doen. Premier Rob Jetten en het koningspaar brachten maandag een bezoek aan het Witte Huis, waar zij dineerden met Donald en Melania Trump.
Al in de Tachtigjarige Oorlog hadden Nederland en Turkije contact, en later werden dat hechte handelsrelaties, vertelt emeritus hoogleraar Marjolein ’t Hart. ‘Een negatieve houding tegenover de islam paste daar niet bij.’
Binnenkort geeft Marjolein ’t Hart, emeritus hoogleraar Geschiedenis van staatsvorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de lezing Liever Turks dan Paaps. De titel verwijst naar de oer-Hollandse leus van de Watergeuzen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen Nederland verwikkeld was in de onafhankelijkheidsstrijd tegen het Spaanse Rijk. In haar lezing gaat ze in op de langdurige relaties tussen Turkije — of beter gezegd het Ottomaanse Rijk — en Nederland.
Die relaties waren niet alleen diplomatiek, maar hadden ook invloed op de oorlog zelf. Zo stuurde Willem van Oranje in 1569 een brief naar sultan Selim II om steun voor de Nederlandse opstand te krijgen. Tegelijkertijd voerden de Ottomanen op de Middellandse Zee hun eigen felle oorlog tegen Spanje. Daardoor werden de Spaanse troepen gedwongen hun aandacht over meerdere fronten te verdelen. Volgens ’t Hart heeft juist dat een belangrijke rol gespeeld bij het veiligstellen van het grondgebied van het latere Nederland tijdens de onafhankelijkheidsstrijd
De Turks-Nederlandse studentenvereniging Anatolia heeft een bijeenkomst georganiseerd over de historische banden tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk, met Marjolein ’t Hart als gastspreker. Maar waarom is deze geschiedenis vandaag de dag nog relevant voor Turken en Nederlanders?
‘Mijn lezing wil ik plaatsen in de bredere internationale verhoudingen van het Ottomaanse Rijk en Nederland, met natuurlijk eerst de focus op de protestantse Watergeuzen die “Liever Turks dan Paaps” (lees: liever islamitisch dan katholiek) wilden zijn’, zegt ze.
Waarom gebruikten de Geuzen, die tegen de Spaanse overheersing vochten, juist die leus? Er waren toch wel meer landen met wie Nederland goede betrekkingen onderhield?
Marjolein ’t Hart
‘Het is in de eerste plaats een verwijzing naar de steun die sultan Selim II Willem van Oranje beloofde. Voor de revolutionaire opstandelingen was dat een enorme opsteker, want vooral in de beginjaren van de onafhankelijkheidsstrijd was er een groot tekort aan geld, mankracht en wapens. Turkije was in die tijd een machtig rijk.
‘In de tweede plaats is het een verwijzing naar de relatieve godsdienstvrijheid in het Ottomaanse Rijk voor christenen. Daar konden zij, net als joden en Armeniërs, in alle vrijheid hun godsdienst uitoefenen. Dat contrasteerde scherp met de religieuze onderdrukking in het Spaanse Rijk. Godsdienstvrijheid was in die tijd een van de belangrijkste drijfveren waarom Willem van Oranje de Opstand begon.’
Interessant, maar konden joden en Armeniërs echt in ‘alle vrijheid’ hun godsdienst belijden in het Ottomaanse Rijk? Ze moesten immers de cizye betalen, een extra belasting voor niet-moslims.
‘Dat klopt. Die belasting betekende echter ook dat zij niet in het leger hoefden te dienen, waartoe moslims in principe wel verplicht waren. Zo bezien had die belasting dus ook duidelijk voordelen. Je moet ook bedenken dat deze religieuze gemeenschappen vooral uit bankiers en kooplieden bestonden, mensen die wel wat geld voor belasting kunnen missen.’
Dus godsdienstvrijheid in Nederland heeft een Turks-islamitisch tintje. Dat lijkt me een weinig bekend historisch feit onder christelijke Nederlanders. Denkt u dat ook?
‘Ja, dat is het zeker. Het is niet onbekend onder historici, maar het wordt volgens mij nooit genoemd in het onderwijs of in populariserende historische televisieseries. In mijn boek over de Tachtigjarige Oorlog (Oorlog en Ongelijkheid. Een inclusieve geschiedenis van de Gouden Eeuw, Boom Amsterdam 2022) geef ik juist aandacht aan dit soort zaken die de standaardinterpretatie van de oorlog heel anders maken. Wat vonden bijvoorbeeld de boeren van de oorlog, de vrouwen, de vluchtelingen, de gekoloniseerde volkeren overzee? Ik noem dat inclusieve geschiedenis. Ik heb daar ook een doel mee: ik wil mensen die nu in Nederland leven en die zich niet in de standaardgeschiedenis herkennen, de kans geven om dat met mijn boek wel te doen.
Ook mensen met een Turkse achtergrond kunnen zich door het huidige politieke klimaat buitengesloten voelen. Ik hoop dat zij het idee krijgen dat hun landgenoten vroeger wel degelijk een grote rol hebben gespeeld in de onafhankelijkheidsstrijd van Nederland.’
U heeft het over inclusieve geschiedenis, die meer bekendheid moet krijgen. Hoe wilt u dat aanpakken?
‘In de eerste plaats door het geven van lezingen. Maar ik ben bijvoorbeeld ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog in Groenlo, dat vorig jaar april is geopend. Daar hoor je niet alleen het verhaal van Willem van Oranje en koning Filips II, maar ook dat van de boer in de regio, de gewone soldaat, de uitgebuite bewoners van de Banda-eilanden, enzovoort. Daar is ook de stem te horen van de machtige sultan Süleyman, die uitlegt waarom hij de opstandelingen tegen Spanje steunt.’
‘Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden’
In uw werk lijkt u meer de nadruk te leggen op het pragmatische bondgenootschap tussen Turken en Nederlanders. Liever Turks dan Paaps is dan ook geen compliment voor Turken of moslims, toch?
‘Ik denk toch van wel. Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden. In het Europa van die tijd, met al die godsdiensttwisten, was zo’n tolerantie vrijwel ondenkbaar. Je moest je verplicht schikken naar de godsdienst van de koning, hertog of graaf. Wanneer je anders dacht, kon je op de brandstapel belanden of werd je gedwongen het land te verlaten, zoals de moriscos in Spanje.’
Komen in uw onderzoek naar de Turks-Nederlandse betrekkingen ook islamofobe uitingen voor?
‘Ik ben het niet tegengekomen. Maar ik heb me er ook niet op gefocust. Ik denk dat als je iets zoekt in de vele bronnen die er zijn, je altijd wel wat vindt. Maar het was volgens mij niet erg openlijk of wijdverbreid.’
Sultan Selim II
Waarom is er dan vanaf de late twintigste eeuw in Nederland een negatieve houding tegenover moslims ontstaan? Is er tegenover islamitische Nederlanders die maatschappelijk vooruitkomen misschien sprake van een vorm van klassenressentiment, iets waar Nederlandse machthebbers in de zeventiende eeuw om politieke redenen juist van afzagen om het Ottomaanse Rijk aan hun kant te krijgen?
‘Dat denk ik niet. De belangrijkste machthebbers in Nederland waren Hollandse kooplieden, die uiteindelijk de strategische koers bepaalden. De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid. Een stad floreerde als zij vrij handel kon drijven met iedereen. Een negatieve houding tegenover het islamitische geloof paste daar niet bij. Het was de islamitische handelsgemeenschap in Antwerpen die via-via Willem van Oranje in contact bracht met de Turkse sultan. Hoe kosmopolitischer en vrijer de handel, hoe meer de handelselite profiteerde.
‘De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid’
‘In Nederland is islamofobie juist opgekomen in de jaren tachtig en negentig, in een tijd van sterke globalisering. De elite profiteerde daarvan, maar de lagere klassen niet. Zij waren bang hun baan te verliezen aan migranten en woonden in wijken waar zij juist met andere culturen werden geconfronteerd. Tegelijkertijd brak het liberale kapitalisme de zekerheid van de verzorgingsstaat af. In zo’n sfeer van onzekerheid groeit het nationalisme, vooral in een vorm die verwijst naar een vermeende christelijk-joodse cultuur — hoe men zich die ook voorstelt.’
Kun je spreken van een lotsverbondenheid tussen het Ottomaanse Rijk en de Nederlandse Republiek?
‘Jazeker. De Turken hielpen Nederland niet direct met geld of wapens, maar wel indirect. Ze streden beiden tegen het Spaanse Rijk. Dankzij Turkse aanvallen op Spanje in het Middellandse Zeegebied kon de Nederlandse Republiek haar grondgebied consolideren. Als het rustig was in het zuiden, viel Spanje in het noorden hard aan en won het terrein. De Nederlanders boekten juist successen wanneer de Turken Spanje in het zuiden aanvielen. Dat ging de hele oorlog op en neer.’
Goede relaties met de Ottomanen kwamen de handelsbetrekkingen ook goed uit, lees ik.
‘Ja. Juist vanwege die handelsbetrekkingen vestigde Nederland een ambassade in Turkije, de eerste Europese ambassade daar. De Levant was cruciaal voor het internationale handelsnetwerk, denk aan de zijderoute en de karavanen. Andere Europese handelaren gebruikten de Nederlandse ambassadeur als bemiddelaar, totdat zij zelf ook een ambassade kregen. Dat was gunstig voor zowel westerse handelaren als het Turkse Rijk, tot in de negentiende eeuw.’
Wat gebeurde er in de negentiende eeuw?
‘Opkomende westerse kapitalisten konden toen vrij de Turkse markt betreden via christelijke handelsgemeenschappen. Westerse bedrijven hadden veel privileges gekregen. Met de Industriële Revolutie zagen veel Turkse ambachtslieden hun werk verdwijnen door concurrentie. Vaak bleef er weinig anders over dan arbeider te worden in westerse bedrijven. Dat gaf het Turks-islamitische nationalisme een sterke impuls en tastte de religieuze tolerantie aan.’
‘In de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers’
In dit verband wordt ook wel gesproken van een Armeense renaissance in de negentiende eeuw.
‘Ja, Armeniërs hadden eveneens sterke handelsnetwerken en privileges. De Turken waren in eerdere eeuwen tolerant tegenover hen, maar in de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers. Dat is enigszins vergelijkbaar met de positie van Joden in Europa. Ook daar had vijandigheid vaak een economische en klassenmatige achtergrond.’
Is dat nu ook niet zichtbaar in het huidige Westen?
‘Ja, dat denk ik wel. Dat zie je vaker in de geschiedenis. Economische onvrede wordt door politieke machthebbers gebruikt om onvrede tegen bepaalde groepen aan te wakkeren, als zondebok voor eigen falen.’
Ziet u Turkije en de islam als onderdeel van de Europese geschiedenis?
‘Zeker. De interactie is altijd sterk geweest. Ik ben trouwens geen voorstander van benaderingen die spreken over dé Nederlandse of dé Europese geschiedenis. Geschiedenis houdt zich niet aan grenzen. Mensen, goederen en ideeën trekken zich daar niets van aan. Grenzen zijn constructies op kaarten, niet in de werkelijkheid.’
De Spaanse regering wil om een grote groep migranten zonder verblijfsstatus legaliseren. Het gaat om meer dan een half miljoen mensen die al in het land wonen.
Volgens het plan kunnen zij een verblijfsstatus krijgen als ze kunnen aantonen dat ze vóór 31 december in Spanje waren, geen strafblad hebben en op het moment van aanvragen al minstens vijf maanden in het land verblijven, schrijft de Spaanse krant El Pais.
Premier Pedro Sánchez noemt de maatregel een stap om de werkelijkheid onder ogen te zien. Honderdduizenden mensen maken volgens hem nu al deel uit van de Spaanse samenleving en economie, meldt de Belgische nieuwszender VRT.
De regering hoopt met de regeling ook personeelstekorten aan te pakken, zeker nu de bevolking vergrijst.
Daarmee kiest Spanje voor een andere koers dan veel andere Europese landen. Nederland wil het aantal migranten juist terugdringen. Zo probeerde minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink (CDA) gisteren de Eerste Kamer te overtuigen van de strengere asielwetten van voormalig PVV-minister Marjolein Faber: de asielnoodmaatregelenwet en de twee-statussenwet.
In totaal wonen er zo’n 7 miljoen buitenlanders in Spanje, op een bevolking van ongeveer 49 miljoen. De meeste migranten komen uit Latijns-Amerika en Afrika.
Het schouwspel van Viktor Orbán die wordt overstemd en een Hongarije dat na jaren van democratische achteruitgang weer richting Europese normen beweegt, heeft veel waarnemers verleid tot een aantrekkelijke conclusie: dat autoritaire leiders uiteindelijk teruggedrongen kunnen worden. Het moeizame maar echte herstel van de rechterlijke macht in Polen, samen met het recente constitutionele referendum in Italië — dat de controle op de macht opnieuw bevestigde — hebben die hoop verder versterkt.
De EU, zo luidt het idee, fungeert als een soort vangnet: wie ver genoeg valt, wordt uiteindelijk weer opgevangen. Maar is dat werkelijk een algemeen patroon? Misschien is het niet meer dan een geruststellende illusie.
Het verhaal van Orbán laat iets belangrijks zien. Door het stopzetten van EU-fondsen, het inzetten van Artikel 7 en voortdurende druk van het Europees Parlement kwam Boedapest steeds meer onder druk te staan. Uiteindelijk hield dat geen stand.
In Polen ging men verder: een nieuwe regering brak een groot deel van het gerechtelijke systeem van de vorige regering af. In Italië liet het referendum zien dat burgers hun democratische systeem willen beschermen.
Turkije heeft een geopolitieke positie die het extra moeilijk maakt om het land aan te pakken
In al deze gevallen zorgden de EU als externe speler en een actieve bevolking voor tegenkracht tegen autoritaire macht. De democratische ‘vangrails’ bleven overeind, of bogen zonder te breken.
Brazilië biedt een vergelijkbaar voorbeeld buiten Europa. Toen aanhangers van Jair Bolsonaro in januari 2023 overheidsgebouwen bestormden, bleef het Hooggerechtshof standvastig. Veel media gaven niet toe. Aanklagers traden op en er volgden veroordelingen. Het verschil zat niet in het ontbreken van een autoritaire leider, maar in het bestaan van sterke instituties en een samenleving die nog niet uit elkaar was gevallen. Democratie heeft dus zowel sterke structuren als een betrokken samenleving nodig.
Kijk nu naar Belarus, Azerbeidzjan, Venezuela en Turkije. Dit zijn geen landen waar democratie een beetje is afgegleden. Het zijn systemen waarin het bijna onmogelijk is geworden om terug te keren, omdat de middelen daarvoor zijn afgebroken.
In Minsk, Bakoe — en tot voor kort Caracas — is de rechterlijke macht een verlengstuk van de staat, zijn media gecontroleerd of monddood gemaakt, en bestaat de oppositie nauwelijks echt. De EU kan hier weinig doen. Er is geen Artikel 7 voor Ilham Aliyev, en Europese rechters hebben geen invloed. Druk van buitenaf leidt dan eerder tot ruis dan tot verandering.
Turkije hoort in deze categorie — maar heeft daarnaast een geopolitieke positie die het extra moeilijk maakt om het land aan te pakken.
Wat president Recep Tayyip Erdogan onderscheidt, is niet alleen de controle over media en rechtspraak. Het is ook hoe hij de oppositie behandelt: niet alleen onderdrukken, maar verdelen en tegen elkaar uitspelen.
De gevangenzetting van twee mogelijke presidentskandidaten — Selahattin Demirtas en Ekrem Imamoglu — is daar een voorbeeld van. Dit past in een bredere strategie, gesteund door trouwe kiezers in Anatolië.
Ook het ‘vredesproces’ met de Koerdische beweging laat dit zien. Nieuwe gesprekken met de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan worden gepresenteerd als een kans voor de pro-Koerdische DEM-partij.
De boodschap is verleidelijk: neem afstand van de brede oppositie, geef de regering meer ruimte, en misschien volgen betere omstandigheden voor Öcalan. Voor een partij die lang onder druk heeft gestaan, is dat aantrekkelijk. Maar het effect is dat de oppositie verdeeld raakt, juist op het moment dat samenwerking mogelijk werd.
Hij kan simpelweg toekijken hoe zijn tegenstanders elkaar verzwakken
Tegelijkertijd staat de grootste oppositiepartij, de CHP, onder zware druk. Arrestaties, rechtszaken en intimidatie hebben de partij verzwakt.
Nu richt de druk zich op de top. Een belangrijke rechterlijke uitspraak kan binnenkort een crisis veroorzaken binnen de CHP — mogelijk met het vertrek van leider Özgür Özel en interne conflicten als gevolg.
Als dat gebeurt, hoeft Erdogan niet eens zelf te winnen. Hij kan simpelweg toekijken hoe zijn tegenstanders elkaar verzwakken. Het wordt dan erg moeilijk voor de achterbannen van de DEM en de CHP om samen te werken.
Turkije blijft ondertussen een EU-kandidaat en een belangrijke NAVO-partner. Dat geeft Erdogan invloed, zonder dat hij echt verantwoording hoeft af te leggen zoals EU-landen dat moeten. Hij zit dicht genoeg bij het Westen om zware sancties te vermijden, maar ver genoeg om zich weinig van de regels aan te trekken.
Het verhaal van Orbán eindigt met de EU die ingrijpt. Het verhaal van Turkije zal waarschijnlijk anders aflopen, tenzij er grote veranderingen komen.
Dit erkennen is geen pessimisme, maar realisme — en nodig om sterkere democratische strategieën te ontwikkelen.
Islamitische basisscholen bereiden leerlingen voor op een diverse samenleving. Dat blijkt uit onderzoek van Jamal Ahajjaj, die keek hoe leerkrachten omgaan met gevoelige onderwerpen in de klas.
De scholen staan al jaren onder publieke en politieke aandacht, vooral als het gaat om integratie en het overdragen van democratische waarden. Discussies hierover zijn vaak gebaseerd op incidenten, terwijl er weinig bekend is over de dagelijkse onderwijspraktijk.
Ahajjaj bezocht verschillende scholen, woonde lessen bij en sprak met docenten. Volgens hem laten die gesprekken en observaties zien dat burgerschap juist een duidelijke plek heeft in het onderwijs. ‘Mijn belangrijkste conclusie is dat docenten op islamitische scholen hun leerlingen leren zich voor te bereiden op de actieve deelname aan een samenleving die steeds diverser wordt, en dat zij niet per definitie een tegenstelling zien tussen de eisen waaraan burgerschapsonderwijs moet voldoen en islamitische overtuiging’, vertelt hij.
In de klas komen uiteenlopende onderwerpen aan bod, waaronder discriminatie, uitsluiting en maatschappelijke spanningen. Ook thema’s die gevoelig kunnen liggen, zoals homoseksualiteit of het dragen van een hoofddoek, worden besproken. Volgens Ahajjaj is het belangrijk dat deze onderwerpen besproken kunnen worden, zonder dat gesprekken verharden of leerlingen zich buitengesloten voelen.
‘De docenten zorgen hiervoor door leerlingen te leren hoe ze het met elkaar eens kunnen worden of oneens kunnen zijn en hoe ze daarbij naar anderen kunnen luisteren en respectvol in gesprek kunnen blijven. Religieuze overtuigingen en burgerschap leveren soms spanningen op, maar kunnen ook goed samengaan.’
Ahajjaj promoveert donderdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam op zijn proefschriftGeloof in burgerschap: Burgerschapseducatie in islamitische basisscholen in Nederland.
Meer dan tien jaar na het Nederlandse bombardement op de Iraakse stad Hawija heeft Defensie nog steeds geen individuele slachtoffers erkend of gecompenseerd. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer, die in Irak met betrokkenen spraken en documenten bekeken.
Bij de aanval op 3 juni 2015 werd een gebouw geraakt dat door Islamitische Staat (IS) werd gebruikt voor de productie van autobommen. De daaropvolgende explosies richtten grote schade aan in de omgeving en leidden tot zeker 85 burgerdoden. In maart vorig jaar heeft het kabinet excuses aangeboden aan de nabestaanden en slachtoffers van het bombardement.
Het ministerie van Defensie stelt echter al jaren dat niet vast te stellen is welke personen precies door de aanval zijn getroffen. Daarom is er geen individuele compensatie uitgekeerd. In plaats daarvan ontving de gemeenschap in Hawija steun in de vorm van onder meer infrastructuurprojecten.
Volgens toenmalig minister Ruben Brekelmans ontbreekt het aan betrouwbare gegevens om schade per individu vast te stellen. Ook zou er geen lokale instantie zijn die over de benodigde informatie beschikt.
Uit het nieuwe onderzoek komt echter een ander beeld naar voren. In de stad Kirkuk blijkt een compensatiekantoor actief waar slachtoffers bewijsstukken kunnen indienen. Een commissie beoordeelt daar claims en controleert of aanvragers geen banden hebben met IS. Volgens medewerkers is er uitgebreide documentatie beschikbaar, maar Nederland heeft nooit contact gezocht.
Ook de Iraakse organisatie Ashor heeft in de afgelopen jaren gegevens verzameld van honderden getroffenen. Het gaat om mensen die familieleden verloren, gewond raakten of materiële schade leden. Directeur Mohammed Al-Bayati zegt dat hij de Nederlandse overheid herhaaldelijk heeft aangeboden toegang te geven tot deze informatie, maar dat daar niets mee is gedaan, aldus Investico.
Voormalig D66-minister Sigrid Kaag is kritisch op Trumps ‘vredesraad’ voor Gaza en op de dubbele houding van westerse landen bij het naleven van internationaal recht. ‘Als het ons uitkomt, dan vinden we van alles van schendingen, maar als het ons minder goed uitkomt, dan zijn we in geen velden of wegen te bekennen.’
Sigrid Kaag was gisteren een van de sprekers op een conferentie over internationaal recht in Den Haag, waar ook een verslaggever van Trouwaanwezig was. Kaag verwacht niet dat Trumps vredesraad voor Gaza lang actief zal blijven. ‘Als we kijken naar de manier waarop oorlog wordt gevoerd terwijl men kennelijk vrede nastreeft, is er sprake van een enorme contradictio in terminis’, merkt Kaag op over de nieuwe internationale organisatie die Trump in januari lanceerde.
Opvallend is dat Kaag zelf zitting heeft in het Gaza Uitvoerend Bestuur, dat later onderdeel is geworden van Trumps vredesraad. Volgens haar is er echter een duidelijk verschil. Het Gaza Uitvoerend Bestuur is opgericht op basis van een VN-Veiligheidsraadresolutie. ‘Het heeft dus een mandaat en is legitiem’, reageert ze, waarbij ze verwijst naar VN-resolutie 2803, aldus Trouw.
Deze resolutie werd in november aangenomen en steunt het twintigpuntenplan van Trump voor de wederopbouw van Gaza, inclusief een internationaal overgangsbestuur waarvan hij voorzitter is, met een mandaat tot 2027. Daarnaast lanceerde Trump een parallelle vredesraad waarvan hij levenslang voorzitter is.
‘Ik heb niets te maken met, en houd mij verre van de vredesraad. Die is daar achteraf een beetje bij bedacht, nadat de Veiligheidsraad het mandaat had gegeven’, zegt Kaag in Trouw.
Verder is Kaag, net als mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld, kritisch op de agressieve retoriek van Trump. ‘Dreigen met vernietiging kan ook een oorlogsmisdaad zijn, niet alleen de handeling’, aldus Kaag.
Tien jaar na de mislukte couppoging in Turkije aast het Erdogan-regime nog steeds systematisch op gülenisten. Niet alleen in Turkije, maar juist ook in het buitenland, waar velen naartoe zijn gevlucht. De justitieminister, Akin Gürlek, heeft in een interview kritiek geuit op westerse bondgenoten. Zij zouden volgens hem ‘terroristen’ herbergen en uitleveringsverzoeken onbeantwoord laten. Dat meldt nieuwssite Turkish Minute.
In het interview stelt Gürlek dat er wereldwijd ruim 2800 uitleveringsverzoeken zijn gedaan voor vermeende gülen-sympathisanten. Maar bijna geen enkel land wil op dit gebied samenwerken met Turkije. De Gülenbeweging geldt in het Westen niet als terreurorganisatie.
De meeste uitleveringsverzoeken zijn echter wel in het Westen ingediend. Tot nu toe zijn wereldwijd slechts drie verzoeken ingewilligd: twee door Roemenië en één door Algerije. Buiten West-Europa vinden echter ook ontvoeringen plaats, bijvoorbeeld in samenwerking met Kenia en Pakistan.
‘Hoewel we internationale overeenkomsten hebben met landen zoals de Verenigde Staten en Duitsland, hebben we geen positieve reactie ontvangen van onze bondgenoten’, zei Gürlek, die stelde dat de Gülenbeweging in het buitenland wordt beschermd.
Na de couppoging in 2016 werd de gehele Gülenbeweging op de terreurlijst geplaatst. Duizenden militairen, ambtenaren, advocaten en journalisten werden verantwoordelijk gehouden voor wat het Erdogan-regime als ‘het verraad van 15 juli’ omschrijft, vaak zonder enig bewijs voor hun betrokkenheid bij de couppoging.
Sinds de Russische invasie in Oekraïne en Trumps ondermijning van de NAVO zijn Europese landen gevoeliger geworden voor Turkse druk, maar dit heeft tot nu toe geen gevolgen voor gevluchte gülenisten. Met Turkije wordt op militair terrein veel samengewerkt en er bestaat een associatieverdrag. Eerder dreigde Erdogan ook met het opengooien van de grenzen voor migranten als de belangen van zijn regering niet worden behartigd.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.