9 C
Amsterdam
Home Blog

Organisatie Rode Lijn reageert op kritiek op sprekers: ‘Al hadden we de paus op het podium gezet’

0

Komende zondag trekt de Rode Lijn-demonstratie opnieuw door Amsterdam. Terwijl de organisatoren aandacht vragen voor de genocide in Gaza richten rechtse criticasters hun pijlen op enkele Palestijnse sprekers, die extremistisch zouden zijn. Dat is een goedkope afleidingsmanoeuvre, zegt Edwin van ’t Pad van The Rights Forum.

In Amsterdam vindt zondag 8 november opnieuw de Rode Lijn-demonstratie plaats. De manifestatie wordt georganiseerd door onder meer Amnesty International, de BDS-beweging (Boycot, Desinvesteren en Sancties), Oxfam Novib, PAX, Save the Children en The Rights Forum. De organisatoren willen met het protest aandacht vragen voor de oorlog in Gaza, de humanitaire situatie van de Palestijnse bevolking en voor wat zij zien als de medeplichtigheid van overheden en financiële instellingen aan het conflict.

In een persverklaring omschrijven de organisatoren de demonstratie als een ‘vreedzame oproep om een einde te maken aan het geweld en de humanitaire crisis in Gaza’ en om de Nederlandse regering en financiële instellingen ertoe te bewegen hun betrokkenheid bij de oorlog te beëindigen.

Rechtse media hebben de demonstratie echter al onder vuur genomen voordat het event is begonnen. De Telegraaf, EW Magazine en oud-journalist Carel Brendel hebben felle kritiek op enkele Palestijnse sprekers. Allereerst is dat Omar Barghouti, medeoprichter van de BDS-beweging. Rechtse criticasters stellen dat deze beweging streeft naar vergaande internationale isolatie van Israël en dat Barghouti zich in het verleden positief heeft uitgelaten over het gewapend Palestijns verzet tegen de Israëlische bezetting. BDS heeft volgens EW Magazine banden met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een groep die door meerdere westerse landen als terroristische organisatie wordt aangemerkt.

Ook de aanwezigheid van Medhat Alamawi van de Palestijnse Gemeenschap Nederland (PGNL) leidt tot discussie. Hij is ook betrokken bij Utrecht4Palestine, een radicale, Pro-Palestijnse actiegroep in Utrecht die in 2025 een vergadering van de gemeenteraad verstoorde. De raad had namelijk tegen een motie had gestemd om Israël te boycotten. Alamawi verdedigde het gedrag van de activisten, tot ergernis van rechts.

Ten slotte stellen rechtse criticasters dat het feit dat de BDS-beweging een van de organisatoren van de demonstratie is ruimte zou kunnen bieden aan radicalere geluiden en anti-Israëlsentimenten.

Aandacht moet naar Gaza

Volgens Edwin van ’t Pad, woordvoerder van The Rights Forum, zijn de aanvallen op De Rode Lijn-demonstratie echter voorspelbaar. ‘Al hadden we de paus op het podium gezet, dan had rechts ons antisemitisme en Hamas-sympathieën verweten’, zegt hij sarcastisch. Volgens Van ’t Pad proberen rechtse, zionistische tegenstanders de pro-Palestijnse beweging structureel in diskrediet te brengen. ‘Ze proberen ons altijd onderuit te halen en met antisemitisme en extremisme in verband te brengen.’

De organisatie van De Rode Lijn is tevreden met de aangekondigde sprekers en vindt het belangrijk dat Palestijnen zelf een stem krijgen tijdens de manifestatie. Van ’t Pad benadrukt dat de discussie over individuele sprekers afleidt van de situatie in Gaza. ‘Er is nog steeds sprake van genocide. Er is geen staakt-het-vuren. Iedere dag worden Palestijnen vermoord en er dreigt opnieuw een hongersnood. Dat is waar de aandacht naar uit zou moeten gaan.’

‘Er dreigt opnieuw een hongersnood’

Het beleid van het kabinet-Jetten stemt hem kritisch. Volgens Van ’t Pad is er ondanks andere politieke verhoudingen weinig veranderd ten opzichte van het kabinet-Schoof, waarin ook de PVV zitting had. The Rights Forum vroeg het ministerie van Buitenlandse Zaken onlangs welke stappen Nederland nu neemt om een genocide te voorkomen. ‘In hun antwoord verwezen ze naar beleids- en Kamerstukken uit de tijd van kabinet-Schoof. Jetten klinkt misschien aardiger, maar inhoudelijk is er niets veranderd.’

Van ’t Pad wijst daarbij op het volgens hem uitblijven van strengere maatregelen tegen Israël, de wapenhandel met Israël waar ook dit kabinet geen einde heeft gemaakt en het totaal ontbreken van diplomatieke druk op Israël om de genocide in Gaza en de apartheid op de Westelijke Jordaanoever te stoppen. ‘We hebben nog steeds veel redenen om zondag 8 november de straat op te gaan. Want aan het Nederlandse buitenlandse beleid is niets wezenlijks veranderd.’

Erkenning voor alevieten in Griekenland, maar de dorpen lopen leeg

0

Na een lange strijd hebben de alevieten in de Griekse regio West-Thracië eindelijk erkenning gekregen. Maar door de zwakke economie trekken veel jongeren weg, ziet journalist Lydia Markidis.

Het gebied waar Griekenland grenst aan Bulgarije en Turkije is vooral bekend om één ding: de vluchtelingencrisis. Voor duizenden mensen is het de eerste, en vaak gevaarlijkste, stap de EU in, berucht om illegale pushbacks en mensensmokkel. Maar dit gebied, West-Thracië, is meer dan alleen een grenscrisis: al eeuwenlang wonen er meerdere religieuze groepen naast elkaar. Niet alleen christenen, maar ook soennitische moslims en bektashi-alevieten. Deze laatste groep, die uit grofweg 3.500 mensen bestaat, is na een lange emancipatiestrijd onlangs officieel erkend door de Griekse overheid.

In Megalo Dereio, een van de tien Griekse grensdorpjes waar de alevieten wonen, noemt een plaatselijke schooldirecteur de erkenning van zijn gemeenschap zonder enige aarzeling ‘vrijheid’. Maar het is de vraag of deze erkenning niet te laat komt.

‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper’

Tot voor kort werden de alevieten gerekend tot de soennitische minderheid van Griekenland, zo’n 100.000 mensen van Turkse, Roma- en Pomak-afkomst, afstammelingen van Bulgaren die tijdens de Ottomaanse overheersing van het christendom naar de islam overgingen. Het alevisme verschilt echter van de soennitische islam. Tijdens alevitische ceremonies bidden mannen en vrouwen samen en drinken ze wijn. De schooldirecteur vertelt dat zijn gemeenschap geen wetboeken of religieuze rechters kent. Conflicten worden voorgelegd aan de hele gemeenschap. De zwaarste straf is sociale uitsluiting.

Ayse Kara, een aleviet uit het dorpje Roussa die enkele jaren geleden formeel werd ingewijd, beschrijft haar geloof als een mystieke traditie van zelfkennis. ‘Wie zichzelf kent, kent de Schepper, omdat in ieder mens een deel van God aanwezig is. En als je je goed gedraagt, kom je dichter bij God’, zegt ze.

Ayse als jong meisje (midden) met haar familie

In het dorpje van de schooldirecteur staan een moskee, een tekke, een alevitisch heiligdom, en een kerk zij aan zij. Zelf noemt hij zich geen Turk en ook geen Griek, maar in de eerste plaats Thraciër. Hij behoort tot een gemeenschap waarvan de geloofstraditie al eeuwenlang met Thracië verbonden is, nog voordat er allerlei categorieën op de bewoners werden geplakt. De alevieten spreken niet alleen Turks en Grieks, maar ook Pomaaks, een Slavische taal uit het Rhodope-gebergte.

Voor Ayse is het collectieve bewustzijn binnen haar gemeenschap belangrijk. Sinds ze de officiële geloofseed, ikrar, heeft afgelegd, heeft ze zichzelf beter leren kennen, en daarmee ook anderen. Volgens haar is dat terug te zien in de gemeenschap: mensen bekommeren zich om elkaar.

Het alevisme, dat zijn oorsprong heeft in Anatolië, werd rond 1400 geïntroduceerd in wat nu Griekenland is. De Ottomaanse sultan Bayezid I kende toen de gronden rondom het dorpje Roussa in Thracië toe aan de derwisj Seyyid Ali Sultan, bijgenaamd Kizil Deli – de Rode Dwaas. Zijn tekke met zijn graf staat er nog en geldt als het belangrijkste alevitische heiligdom van de Balkan.

Minderheid binnen een minderheid

Hoewel de tekkes aanvankelijk dienden als Ottomaanse grensposten, werden ze gesloten in de 19e eeuw, naarmate de soennitische islam strikter werd gehandhaafd. In 1826 werd de Seyyid Ali Sultan Tekke in Roussa gedwongen gesloten en ging de gemeenschap ondergronds.

In 1923, toen Thracië onderdeel werd van Griekenland, werden de alevieten opnieuw onderdrukt. Het Verdrag van Lausanne uit dat jaar regelde de gedwongen bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije. Moslims uit Griekenland moesten naar Turkije vertrekken en orthodoxe christenen uit Turkije naar Griekenland. Voor de moslims in West-Thracië gold een uitzondering. Daardoor mochten ook de alevieten blijven. De Griekse staat was gebouwd op het idee dat Grieks-zijn onlosmakelijk verbonden is met het orthodox-christelijke geloof en had geen categorie voor deze heterodoxe groep. Zo bleven ze onderdeel van de soennitische moslimminderheid en werden de alevieten een minderheid binnen een minderheid.

Alevitische geloofsafbeeldingen in de tekke in het dorp Mega Dereio. Beeld: Lydia Markidis

Die achtergestelde positie kreeg in 1936 een nieuwe dimensie. De Griekse staat stelde toen een militaire veiligheidszone in langs de noordgrens, inclusief de dorpen waar de alevieten wonen. Bewoners hadden een vergunning nodig om buiten hun gebied te reizen en hadden geen recht op eigendom. Ook het belijden van hun geloof werd daardoor moeilijker. Volgens Ayse was er niet altijd een geestelijk leider, dede, aanwezig in elk dorp. ‘We nodigden hen uit naar het dorp waar de ceremonie zou plaatsvinden. Omdat ze dezelfde avond niet meer naar huis konden terugkeren, brachten we hen daar onder. De verplaatsing van dorp naar dorp gebeurde meestal te voet, of met paarden en ezels’, vertelt ze.

Die isolatie had ook een onverwacht voordeel. Elders in Griekenland werden Ottomaanse moskeeën gesloopt, minaretten verwijderd en begraafplaatsen omgeploegd, maar in de alevitische dorpen bleven de heiligdommen intact.

De weg naar erkenning

Onder druk van Europese instellingen werd in 1996 de militaire zone opgeheven. Na de eeuwwisseling begon de alevitische gemeenschap zich te organiseren. In 2014 kwam er een wet die religieuze stromingen in Griekenland algemene erkenning bood. Een jaar later richtte de schooldirecteur een culturele vereniging op, die samenwerkt met alevitische organisaties in Europa om een eigen schoolcurriculum op te bouwen, met het alevisme als uitgangspunt.

In 2019 kreeg de cemevi, het gebedshuis, een exploitatievergunning. Dat was de eerste officieel erkende alevitische gebedsruimte in Griekenland. De emancipatie bereikte een hoogtepunt toen in 2025 niet alleen de Seyyid Ali Sultan-tekke in Roussa werd erkend door de overheid, maar ook het bektashi-alevisme als aparte geloofstraditie. Daardoor kregen de dedes de bevoegdheid om huwelijken te voltrekken en begrafenissen te leiden volgens de alevitische traditie. Voorheen verliepen deze rituelen volgens de soennitische traditie.

Het graf van derwisj Seyyed Ali in zijn tekke in Roussa. Beeld: Lydia Markidis

Voor de alevieten is deze snelle emancipatie nauwelijks te geloven, zegt Ayse. ‘Onze grootouders waren een generatie die nooit een school van binnen heeft gezien en die oorlogen en veel ontberingen heeft meegemaakt. Onze ouders hebben alleen de basisschool gevolgd en groeiden geïsoleerd op. Situaties en rechten die ons [de jongere generatie] volstrekt normaal lijken, zien onze ouders niet op dezelfde manier. Zij dragen nog steeds het trauma met zich mee van een minderheid binnen een minderheid te zijn.’

In 2025 sprak Ayse het Griekse parlement toe. ‘Dat een lid van de bektashi-alevitische gemeenschap van Thracië, en dan ook nog een vrouw, het hoogste staatsorgaan bereikte en daar het woord voerde, was een zeer ontroerend moment voor mij en voor mijn hele gemeenschap.’

‘We leefden in de schaduw van de soennitische islam’

Pro-Turkse kringen binnen de soennitische moslimminderheid proberen nog altijd de alevitische minderheid onder te brengen binnen een Turks-soennitisch kader. Na de erkenningswet verschenen in verschillende pro-Turkse lokale media verwijten dat de alevieten ‘opeens zo’n eis stelden’, terwijl ze ‘prima met ons samenleefden’. Ayse vindt dat dit geen recht doet aan de ervaringen van de alevieten: ‘Dat we tot nu toe geen mond opendeden, betekent niet dat we niet bestonden. Het betekent niet dat we alles accepteerden. We leefden in de schaduw van de soennitische islam en spraken niet.’

Niet alle soennieten denken er zo over. Sommigen, en ook plaatselijke christenen, zoeken de alevieten juist op om contact te leggen. ‘Vooral de nieuwe generatie is heel anders. Zij is klaar om alle vooroordelen te doorbreken. En dat is heel hoopgevend’, vindt Ayse.

Waarom nu?

Maar waarom komt de erkenning pas nu? Critici zien er een geopolitieke zet van Athene tegen Turkije in. Turkije claimt de moslimminderheid in West-Thracië immers al decennia als een homogeen verlengstuk van de Turkse staat en gebruikt dit als politiek middel in de gespannen relatie met Griekenland, onder andere vanwege de territoriale geschillen in de Egeïsche Zee. Door de alevieten te erkennen als aparte religieuze gemeenschap ondermijnt Griekenland de Turkse claim: een verdeelde minderheid is moeilijker te claimen.

Ayse wuift die kritiek weg. ‘Niemand bood ons de erkenning op een presenteerblaadje aan’, zegt ze. ‘Wij vroegen erom, we vochten ervoor en we bereikten ons doel.’

‘Op een dag keren we weer terug naar de tekke‘

Of de erkenning om de juiste redenen is verleend, is voor de alevieten zelf wellicht niet relevant. Geopolitiek kan verklaren waarom Athene nu bereid was te luisteren, maar de gemeenschap kreeg de erkenning pas nadat ze er jarenlang om had gestreden. Wat die erkenning uiteindelijk oplevert, is een andere vraag.

Thracië kampt al decennia met demografische en economische problemen, mede door de langdurige militaire zone van de vorige eeuw. Inmiddels is het een van de dunstbevolkte en economisch zwakste regio’s van Griekenland. Jongeren vertrekken massaal naar de steden of naar het buitenland en laten hun dorpsgewoonten achter.

‘Mijn kinderen wonen in de stad en zijn niet echt geïnteresseerd in hun geloof’, vertelt de schooldirecteur. ‘Juist daarom is een speciaal alevitisch onderwijscurriculum voor de jeugd zo belangrijk.’

Ayse vertelt dat de eerste hoogopgeleiden uit haar gemeenschap pas in haar generatie kwamen. Daardoor zijn er nog maar weinig mensen die de gemeenschap kunnen vertegenwoordigen bij de staat en internationale organisaties. ‘Mensen moeten een waardig leven kunnen leiden zonder hun dorpen te hoeven verlaten’, stelt ze.

Maar ook zij verliet haar dorp en vertrok naar Thessaloniki. Ze beseft dat de moderne wereld andere verwachtingen met zich meebrengt. ‘Neem mezelf: in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, legde ik pas op mijn 42e de geloofseed af. Toen werd mijn verlangen om verbinding met mijn wortels nog groter. Daarom geloof ik dat er altijd hoop is. Waar we ook naartoe gaan, op een dag keren we weer terug naar de tekke.’

VN-vredesmissie in Westelijke Sahara stopt: ‘Recht op zelfbeschikking blijft bestaan’

0

De Verenigde Naties beëindigen hun vredesmissie in de Westelijke Sahara, nadat de Veiligheidsraad het niet eens kon worden over een verlenging van het mandaat. Daarmee komt een einde aan 35 jaar VN-aanwezigheid in het betwiste gebied. Voor de Sahrawi’s, die al decennialang strijden voor onafhankelijkheid, is het besluit een nieuwe tegenslag.

De VN-missie Minurso begon in 1991, nadat Marokko en het Polisario Front een staakt-het-vuren waren overeengekomen. De missie moest toezien op de naleving daarvan en een referendum organiseren waarin de bevolking van de Westelijke Sahara zich zou kunnen uitspreken over onafhankelijkheid of aansluiting bij Marokko. Dat referendum is er nooit gekomen.

Op 30 oktober liep de discussie over verlenging van het mandaat in de Veiligheidsraad vast. Een door de Verenigde Staten ingediende resolutie kreeg elf stemmen voor, maar werd door Rusland met een veto geblokkeerd. Een alternatief voorstel van Rusland om de missie met een jaar te verlengen, kreeg vervolgens onvoldoende steun. Op 31 oktober liep het mandaat af. De VN is inmiddels begonnen met het afbouwen van de missie.

De Amerikaanse resolutie was gebaseerd op het Marokkaanse autonomieplan uit 2007. Dat plan voorziet in zelfbestuur voor de Westelijke Sahara, maar wel onder Marokkaanse soevereiniteit. De Veiligheidsraad had dit plan in 2025 al omschreven als de meest haalbare basis voor een oplossing van het conflict. Het Polisario Front verzette zich tegen de Amerikaanse koers, omdat daarmee volgens de onafhankelijkheidsbeweging de uitkomst van het vredesproces te veel in de richting van Marokko werd gestuurd.

Onafhankelijkheidsstrijd verder uit beeld

Voor de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bevolking van de Westelijke Sahara, betekent het einde van de missie dat een belangrijke internationale aanwezigheid verdwijnt. Het Polisario Front, dat streeft naar een onafhankelijke Sahrawi-staat, reageerde bezorgd op de impasse in de Veiligheidsraad. De beweging beschouwt zichzelf als de legitieme vertegenwoordiger van het Sahrawi-volk en houdt vast aan het recht op zelfbeschikking.

Veel Sahrawi’s leven al tientallen jaren in vluchtelingenkampen rond de Algerijnse stad Tindouf. Zij vluchtten voor het conflict dat in 1975 uitbrak, toen Spanje zich als voormalige koloniale machthebber uit het gebied terugtrok en Marokko en Mauritanië delen van de Westelijke Sahara innamen. Mauritanië trok zich later terug, maar Marokko bleef het grootste deel van het gebied controleren. Het Polisario Front voerde jarenlang een gewapende strijd tegen Marokko.

Hoewel de Sahrawi-vluchtelingen nog altijd hopen dat zij ooit naar hun geboorteland kunnen terugkeren, leidt deze laatste ontwikkeling tot grote onzekerheid over hun toekomst. Volgens het Wereldvoedselprogramma is meer dan tachtig procent van de bewoners van de vluchtelingenkampen afhankelijk van humanitaire hulp om in hun basisbehoeften te voorzien. De omstandigheden zijn zwaar, onder meer door waterschaarste en het klimaat.

VN blijft politiek betrokken

Hoewel de vredesmissie stopt, trekt de VN zich niet volledig terug uit het conflict. Secretaris-generaal António Guterres benadrukt dat het einde van Minurso niets verandert aan het onvervreemdbare recht van de bevolking van de Westelijke Sahara op zelfbeschikking. Zijn persoonlijke gezant, Staffan de Mistura, blijft betrokken bij diplomatieke inspanningen om tot een politieke oplossing te komen.

Guterres waarschuwt tegelijkertijd voor het risico op verdere escalatie van het conflict. Sinds 2020 zijn de vijandelijkheden tussen Marokko en het Polisario Front weer opgelaaid, nadat het staakt-het-vuren uit 1991 was vastgelopen. De secretaris-generaal roept alle betrokken partijen op terughoudendheid te betrachten en verdere spanningen te voorkomen.

‘Turkse kandidaat voor VN-chef moet VAE dwarsbomen’

0

Turkije heeft ook een kandidaat naar voor geschoven voor de positie van secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Feridun Sinirlioglu moet het opnemen tegen de Argentijn Rafael Grossi en Lana Nusseibeh uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), zo meldt de nieuwssite Turkish Minute.

De tweede ambtstermijn van de huidige VN-chef, de Portugees António Guterres, loopt dit jaar af. Hij bekleedt de functie sinds 2017.

Volgens een informele peiling van het internationale persbureau Reuters is Rebeca Grynspan uit Costa Rica de grootste kanshebber, met 11 stemmen vóór en 4 tegen. Daarnaast maken Rafael Grossi (9 stemmen vóór), Carolyn Rodrigues Birkett uit Guyana (8 stemmen vóór) en Lana Nusseibeh (7 stemmen vóór, 6 tegen en 2 onthoudingen) een goede kans om de nieuwe VN-chef te worden.

Turkije heeft zich in de strijd gemengd met Feridun Sinirlioglu, die momenteel de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) leidt. Er wordt volop gespeculeerd over de Turkse kandidatuur. Kenneth Roth, voormalig directeur van Human Rights Watch, meent dat Turkije hiermee de kandidaat van de Verenigde Arabische Emiraten wil dwarsbomen. Hij koppelt dit onder andere aan de burgeroorlog in Soedan. De VAE steunen naar verluidt de Rapid Support Forces (RSF), een rebellenbeweging die veel burgerslachtoffers maakt. Turkije steunt de wettige regering van Soedan. ‘De diplomaat van de Verenigde Arabische Emiraten is een leidende apologeet geweest voor de militaire steun van de VAE aan genocide in Soedan’, zegt Roth hierover.

Ook Recep Tayyip Erdogan heeft zich inmiddels uitgelaten over de Turkse kandidaat. ‘Hiermee willen we een bijdrage leveren aan een effectief multilateraal systeem op een moment dat geopolitieke verdelingen steeds dieper worden en het vertrouwen tussen volkeren afneemt’, zei de Turkse president. 

Feridun Sinirlioglu is een ervaren Turkse diplomaat die een lange staat van dienst heeft binnen het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken, waaronder als minister. Hij staat bekend als een pragmatisch en invloedrijk figuur in de internationale diplomatie. 

Vrij Nederland: JA21 onderhoudt nauwe banden met extreemrechts in Europa

0

JA21, een afsplitsing van het extreemrechtse en racistische Forum voor Democratie (FvD), onderhoudt banden met extreemrechtse organisaties in Europa, schrijft Vrij Nederland. Een domper voor de partij, die de afgelopen jaren hard haar best heeft gedaan om zich als een gematigde, salonfähige variant van het populisme te presenteren.

Naar buiten toe presenteert JA21 zich als een ‘gezond’ en ‘fatsoenlijk’ alternatief voor Forum voor Democratie. Maar op Europees niveau trekken de partij en haar jongerentak op met extreemrechtse organisaties. Echt eerlijk tegenover de kiezer is dat niet’, schrijft Vrij Nederland. Het linkse maandblad baseert zijn bevindingen op een onderzoek naar de activiteiten en contacten van de jongerentak van JA21, JONG21.

De jongeren zouden de afgelopen maanden contacten hebben onderhouden met organisatoren en deelnemers van extreemrechtse evenementen van de Europese fractie European Conservatives and Reformists (ECR). Daarbij waren ook extreemrechtse organisaties en politici betrokken, die bijvoorbeeld aanhangers zijn van de racistische omvolkingstheorie.

Hoofdredacteur Sander Heijne grijpt het onderzoeksartikel om kritiek te uiten op de onderhandelingen van coalitiepartijen D66, VVD en CDA met JA21, om voor hun voorstellen en plannen een meerderheid te krijgen in de Tweede Kamer. 

‘De vraag is of de coalitie dit ook zo ziet, nu zij voor de keuze wordt gesteld tussen een progressief blok van Volt Nederland en Progressief Nederland, of het monsterverbond van JA21, de BBB en de SGP’, schrijft Heijne op LinkedIn.

JA21 is in 2021 opgericht door Joost Eerdmans en Annabel Nanninga. Beide poltici staan negatief tegenover de multiculturele samenleving. Zo sprak Nanninga in een column voor de rechtse opiniewebsite GeenStijl bijvoorbeeld over ‘dobbern*g*rs’, waarmee ze zwarte vluchtelingen bedoelde die via de Middellandse Zee Europa proberen te bereiken. Ook heeft ze zich veelvuldig negatief uitgelaten over de islam en moslims.

Eerdmans is evenmin postief over de multiculturele samenleving. In 2017 organiseerde hij met Leefbaar Rotterdam zelfs een evenement waarbij Turkse Nederlanders openlijk als een ‘vijfde colonne’ werden neergezet. Onder de gastsprekers bevonden zich de controversiële islamcriticasters Ebru Umar en Wierd Duk.

25 redenen om zondag te demonstreren

0

Ik weet niet hoe het met u zit, maar op 8 november aanstaande trek ik mijn rode jas aan, doe ik mijn rode sjaal om en vertrek ik richting het Museumplein in Amsterdam om mee te lopen in De Rode Lijn Voorbij. Waarom (weer) demonstreren?

Omdat onze regering ruim drie jaar na de afschuwelijke aanval van Hamas en de daaropvolgende genocide op Palestijnse burgers nog steeds veel te weinig doet om het Israëlische geweld in Gaza te stoppen.

Omdat de situatie van de Palestijnse bevolking in Gaza en in de bezette gebieden al veel langer uiterst schrijnend is. Verschillende lokale en internationale mensenrechtenorganisaties luiden hierover al jaren tevergeefs de noodklok. Zo noemde de Israëlische organisatie B’Tselem Israël al in 2021 een apartheidsstaat.

Omdat ik me schaam voor de terughoudendheid van de Nederlandse regering om zich uit te spreken en ik het belangrijk vind om een stevig signaal af te geven. Hoe meer mensen van zich laten horen, hoe moeilijker het wordt om dat tegengeluid naast zich neer te leggen.

Omdat ik teleurgesteld ben in premier Rob Jetten, die vlak voor de verkiezingen zelf meeliep in de Rode Lijn, maar nu bar weinig daadkracht laat zien. Om over andere leden van zijn kabinet nog maar te zwijgen.

Omdat Nederland ruimhartig studenten, gewonden en andere Palestijnse vluchtelingen zou moeten opvangen, in plaats van de deuren angstvallig dicht te houden en zelfs studenten met een geldig uitreisvisum weigeren te helpen. Om je rot te schamen.

Omdat het internationale recht het verdient om beschermd te worden. Internationale gerechtshoven die in ons land gevestigd zijn, nota bene op loopafstand van het Catshuis en ons parlement, deden niet voor niets verregaande uitspraken. Die uitspraken moeten worden opgevolgd. Artikel 90 van onze Grondwet luidt niet voor niets: ‘De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.’

Hoe meer mensen van zich laten horen, hoe moeilijker het wordt om dat tegengeluid naast zich neer te leggen

Omdat we nooit met twee maten mogen meten als het om internationaal en humanitair oorlogsrecht gaat.

Omdat sinds 7 oktober 2023 al bijna 300 journalisten werden gedood en nog eens honderden gewond raakten door Israëlische aanvallen. Bovendien worden kritische journalisten monddood gemaakt en is er sprake van een propagandaoorlog, met eenzijdige berichtgeving tot gevolg, zo bleek ook uit het recente rapport van speciaal rapporteur Albanese, De waarheid onder het puin.

Omdat tijdens de Gaza-oorlog minstens 20.000 kinderen werden vermoord en ook na het afgekondigde staakt-het-vuren bijna dagelijks nog kinderen werden gedood. Volgens Unicef raakten 60.000 kinderen één of beide ouders kwijt en zijn 800.000 kinderen ontheemd. (Voor meer informatie over de impact van de genocide op kinderen, lees het recent gepubliceerde Unicef-rapport Hope amid the Pain: Palestinian children in the Gaza Strip one year after the ceasefire.)

Omdat vrouwen, zoals zo vaak in oorlogen, ook hier extra hard geraakt worden. Vrouwen zijn nog steeds onveilig en worden niet alleen bedreigd door militair geweld, maar ook door seksueel en fysiek geweld, armoede en het ontbreken van medische voorzieningen.

Omdat het Israëlische geweld niet alleen in de Gazastrook, maar ook op de Westelijke Jordaanoever blijft doorgaan.

Omdat Nederland nog steeds wapens importeert uit Israël en nog steeds, via omwegen, onderdelen levert aan Israël.

Omdat het EU-associatieverdrag met Israël nog steeds niet is opgeschort.

Omdat Nederland nog steeds een van de grootste buitenlandse investeerders in Israël is, maar we die positie niet gebruiken om een einde aan het geweld af te dwingen.

Omdat steeds meer experts erkennen dat er wel degelijk sprake is van een genocide, ook experts die eerder terughoudend waren of zelfs weigerden dat beladen woord te gebruiken.

Omdat inmiddels ook Israëlische oud-militairen en reservisten zich kritisch hebben uitgelaten over onder meer het hoge aantal burgerslachtoffers, het gebruik van AI en het gebrek aan moreel besef.

Omdat De Rode Lijn Voorbij een vreedzame demonstratie is die wordt georganiseerd door een brede coalitie van maatschappelijke organisaties, waaronder Palestijnse en Joodse organisaties.

Omdat ik me machteloos voel en mezelf erop betrap soms berichten over Gaza of de bezette Westelijke Jordaanoever te vermijden, omdat het gewoon te pijnlijk en frustrerend is.

Omdat ik verdrietig ben dat er nog steeds mensen zijn die beweren dat je uitspreken tegen de genocide in Gaza automatisch betekent dat je antisemitisch bent.

Omdat er nog steeds mensen zijn die doen alsof demonstreren tegen genocide het probleem is en niet de genocide zelf.

Omdat ik, als ik een genocide zou meemaken, ook zou willen dat de hele wereld de straat opging.

Omdat ‘nooit meer’ nu is.

Omdat wegkijken geen optie is.

Omdat niks doen sowieso niks verandert.

Omdat, als we nu geen rode lijn trekken, wanneer dan wel?

CBS: 13 procent minder asielaanvragen in derde kwartaal 2026 dan in dezelfde periode in 2025

0

Het aantal eerste asielaanvragen in Nederland is in het derde kwartaal van 2026 met 13 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In totaal vroegen bijna 5.900 mensen voor het eerst asiel aan, 850 minder dan een jaar eerder. Vooral het aantal aanvragen van Eritreeërs en Syriërs nam af. Beide groepen dienden ongeveer de helft minder aanvragen in dan in het derde kwartaal van 2025.

Ook kwamen er in het derde kwartaal van 2026 minder nareizigers naar Nederland, in vergelijking met het jaar ervoor. Het ging nu om zo’n 3200 nareizigers, een jaar eerder waren het er ongeveer 4700.

Maar over de eerste negen maanden van 2026 ligt het aantal eerste asielaanvragen nog altijd 8 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Het derde kwartaal was het eerste volledige kwartaal na de invoering van het Europese migratiepact. Of de daling daarmee samenhangt is niet duidelijk.

De cijfers komen op een moment dat de discussie over de Europese asielinstroom en de opvang in andere landen van de Europese Unie opnieuw is opgelaaid. Vorige week ontstond ophef, nadat VVD-Kamerlid Ulysse Ellian en CDA-Kamerlid Jeltje Straatman onjuiste cijfers hadden gebruikt in hun kritiek op Nederlandse rechterlijke uitspraken over het terugsturen van asielzoekers naar Italië.

Beide Kamerleden suggereerden na een werkbezoek aan Italië dat de asielinstroom daar lager was dan in Nederland. Dat bleek niet te kloppen: in september vroegen in Italië ruim 5.100 mensen voor het eerst asiel aan, tegenover ongeveer 2.000 in Nederland. Ellian erkende dat zijn formulering onjuist was. Straatman gaf toe cijfers over irreguliere aankomsten te hebben verward met cijfers over asielaanvragen.

Turkije: verwaarlozing in gevangenis leidt tot overlijden succesvolle ondernemer

0

De succesvolle ondernemer Abdullah Tirpan is op 73-jarige leeftijd overleden, als gevolg van verwaarlozing in de gevangenis. Hij zat gevangen vanwege vermeende banden met de Gülenbeweging. Tirpan was de CEO van een groot vleesbedrijf in Tekirdag, in het Europese deel Turkije.

Tirpan overleed twee weken geleden in een ziekenhuis, terwijl hij een gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden uitzat. Tijdens zijn detentie verslechterde zijn gezondheid in rap tempo. Zo moest enkele jaren terug zelfs zijn linkerbeen worden geamputeerd. Critici beschuldigen het Turkse regime ervan hem onder erbarmelijke medische omstandigheden vast te hebben gehouden, wat uiteindelijk tot zijn dood heeft geleid.

Zijn vroegtijdige dood is een voorbeeld van wat de Turkse politicus Ömer Faruk Gergerlioglu onlangs in de Kanttekening een ‘sociale dood’ noemde. Turkse politieke gevangenen worden ernstig verwaarloosd. Dit blijkt ook uit het rapport ‘A Child’s Plea Ignored: Don’t Let My Father Die There’, opgesteld door de mensenrechtenorganisatie Silenced Turkey na het overlijden van Tirpan. ‘Eigenlijk zijn we al dood, maar beseffen we het nog niet’, citeerde Ömer Faruk Gergerlioglu onlangs een slachtoffer van de Turkse repressie, die het land was ontvlucht.

Tirpan en talloze anderen verloren hun baan, zaten gevangen of moesten hun land ontvluchten, vanwege hun al dan niet vermeende banden met de Gülenbeweging. De Turkse overheid houdt deze religieuze beweging verantwoordelijk voor de mislukte coup tegen president Recep Tayyip Erdogan, op 15 juli 2016. Gülenisten zouden allemaal terroristen zijn.

Tirpan werd aangeklaagd voor terrorisme, omdat hij een rekening had bij Bank Asya, geabonneerd was op de krant Zaman, zijn kinderen stuurde naar ‘Gülenscholen’ en deelnam aan dialoogbijeenkomsten, de zogenoemde sohbet. Tirpan heeft deze beschuldigingen, gebaseerd op activiteiten die vóór 15 juli volkomen legaal waren, altijd ontkend.

Op 8 oktober bezocht voormalig AKP-parlementariër Mustafa Yeneroglu Tirpan in de Metris-gevangenis. De oud-politicus schrok hoe slecht het met Tirpan gesteld was. Voor de krant Serbestiyet schreef Yeneroglu vervolgens een vlammend opiniestuk, waarin hij de onmiddellijke vrijlating van Tirpan eiste en dat hij medische zorg nodig had. Het mocht niet baten. Tirpan laat vijf kinderen achter.

Egyptische schrijver Abdelrahman ElGendy: Dankzij het schrijven overleefde ik de gevangenis

0

Hoe overleef je gevangenschap in een autoritair land? Op zijn zeventiende werd de Egyptische schrijver en activist Abdelrahman ElGendy opgepakt en tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Over zijn ervaringen heeft hij nu een boek geschreven: Huna.

Schrijven werd voor ElGendy een manier om zichzelf niet te verliezen. Tegelijkertijd is het boek meer dan een egodocument over politieke onderdrukking. Het is een verhaal over familie, herinnering, liefde en de vraag hoe je mens kunt blijven op een plek die erop gericht lijkt je uit te wissen. Het is kortom literatuur.

We spreken ElGendy via een videocall. Zijn antwoorden gaan zelden over politiek alleen. Steeds keert hij terug naar dezelfde vragen. Wat betekent het om aanwezig te blijven in het hier en nu? En hoe voorkom je dat een gevangenis niet alleen je lichaam, maar ook je verbeelding opsluit?

Het antwoord op die vragen ligt besloten in de titel van zijn boek. Huna betekent simpelweg ‘hier’, zo vertelt hij. Het woord verwijst naar een lied uit de tijd van de Arabische Lente. De betekenis ervan kreeg voor hem een nieuwe lading tijdens zijn eerste dagen in detentie. ‘Op de derde nacht zaten we met 68 mensen in een veel te kleine cel. We lagen letterlijk op elkaar. Voor het eerst kwamen er maaltijden binnen van familieleden, dat mocht van het regime. Ineens rook je iets van thuis. Toen begonnen mensen te zingen. Een van die liederen was Huna.’

‘Het woord verwijst naar een lied uit de tijd van de Arabische Lente’

Voor veel gevangenen stond dat woord voor een pijnlijke werkelijkheid. Niemand wilde daar zijn. ElGendy zat opgesloten met zijn vader, die ziek was en geen medicijnen kreeg. Toch raakte juist dat lied hem diep. ‘Het refrein kwam neer op: we blijven hier, totdat de pijn weggaat. Ik kreeg er kippenvel van. Dat woord, huna, werd iets groters. Wat betekent het om aanwezig te zijn op een plek waar je niet wilt zijn?’

Dat die vraag zo belangrijk werd, heeft alles te maken met de omstandigheden waarin hij gevangen werd genomen. De beelden van de massale Egyptische protesten van 2011 staan nog op ons netvlies gebrand. Maar volgens ElGendy begon het beslissende hoofdstuk twee jaar later, na de militaire staatsgreep van juli 2013.

‘Mijn familie was helemaal niet politiek’, zegt hij. ‘Mijn ouders ook niet. Maar na de coup werd ik politiek wakker.’

Militairen die op demonstranten schoten

Hij was zeventien toen veiligheidstroepen tijdens demonstraties op mensen begonnen te schieten. Een van de slachtoffers was de vader van een vriendin. Diens begrafenis groeide uit tot ElGendy’s eerste politieke protest. Daarna volgden meer demonstraties. Op 6 oktober 2013, de nationale dag van het Egyptische leger, liep het mis.

‘Ik stond te filmen hoe militairen op demonstranten schoten. Toen werd ik gearresteerd door agenten in burger. Ze wisten dat ik activist was, omdat ik demonstranten had gewaarschuwd dat ze dekking moesten zoeken. Ik was niet onpartijdig.’

‘Na de coup werd ik politiek wakker’

De aanklacht was zwaar: terrorisme. De aanklager eiste de doodstraf. Uiteindelijk werd het ‘slechts’ vijftien jaar gevangenisstraf. Zijn vader kreeg ook een hoge gevangenisstraf opgelegd. Eigenlijk had hij op die demonstratie helemaal niets te zoeken, maar zijn vrouw had hem gevraagd met ElGendy mee te gaan om hun zoon een beetje in de gaten te houden. ‘Ik voelde mij schuldig. Mijn vader was daar eigenlijk alleen vanwege mij.’

Uiteindelijk kwam zijn vader in 2017 vervroegd vrij. ElGendy zelf werd in 2020 vrijgelaten. Zijn straf werd verlaagd, mede omdat hij minderjarig was toen hij werd opgepakt. Maar veel andere arrestanten van dezelfde zaak zitten nog altijd vast.

Wanneer ik vraag hoe hij die jaren heeft doorstaan, antwoordt hij dat die vraag eigenlijk zijn hele boek omvat. ‘Het gaat over wat het betekent om op een plek te leven die jou wil laten verdwijnen. Als je te kwetsbaar bent, breek je. Maar als je te hard wordt, verlies je jezelf.’

Volgens ElGendy probeerde de Egyptische junta niet alleen mensen fysiek te breken, maar ook geestelijk. En daar verzette hij zich tegen.

‘Ik bleef tegen mijzelf zeggen dat ik daar niet hoorde en dat de gevangenis niet mijn horizon was. Het regime wil dat je een gevangenismentaliteit ontwikkelt, dat je wereld kleiner wordt. Daarom bleef ik lezen en schrijven en rondde ik mijn studie bouwkunde af. Ik bleef nadenken over een toekomst buiten de muren.’

Schrijven kreeg daarin een bijzondere rol. Niet pas na zijn vrijlating, maar juist tijdens zijn gevangenschap. ‘Toen ik werd gearresteerd, noemden ze mij een terrorist en een gevaar voor de samenleving. Op de eerste dag eiste een aanklager zelfs dat we zouden bungelen aan de galg.’

‘Het regime wil dat je een gevangenismentaliteit ontwikkelt’

Die beschuldigingen maakten diepe indruk. ElGendy voelde dat anderen zijn verhaal begonnen te bepalen. Daarom begon hij te schrijven, om de regie terug te krijgen. ‘Ik smokkelde teksten naar buiten. Die werden op Facebook gepubliceerd en maakten veel reacties los. Die werden vervolgens weer naar binnen gesmokkeld. Hierdoor aangemoedigd bleef ik schrijven.’

Maar langzamerhand veranderde het schrijven zijn verhouding tot de werkelijkheid.

‘Ik zag mezelf als zeventienjarige niet als schrijver. Maar schrijven gaf me controle terug. Het hielp mij het narratief over mijn leven terug te winnen. Daaruit ontstond uiteindelijk het idee voor een boek. Niet als einddoel na de gevangenis, maar als strategie om de gevangenis überhaupt te overleven. Al die ellende gebeurde niet mij, maar de hoofdpersoon uit mijn boek, de protagonist. Ik begon mijzelf, ook uit zelfbescherming, van een afstand te bekijken.’

Het schrijven van het boek gaf ElGendy kracht. ‘Ik dacht: als dit een boek wordt, dan gebeurt alles wat mij overkomt niet zomaar. Dan heeft alles een betekenis. Dan ben ik niet alleen een slachtoffer. Dan ben ik de auteur.’

Even valt er een stilte.

‘Dit is dus geen boek over hoe ik de gevangenis heb overleefd. Het boek ís de reden dat ik het overleefde.’

Relatie met zijn vader

Een van de meest aangrijpende lijnen in het boek is de relatie met zijn vader. Voor hun arrestatie was die band volgens ElGendy afstandelijk.

‘We hadden een vrij afstandelijke relatie. Er was weinig echte affectie. Maar de gevangenis veranderde dit. Mede door het schuldgevoel dat ik had. Mijn vader zat daar vanwege mij. Dat gevoel ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt. Ik zag hem in elkaar gemept worden. Ik zag hoe kwetsbaar hij was. Voor het eerst zag ik hem niet alleen als mijn vader, maar soms ook als mijn celgenoot.’

Opvallend genoeg spreekt hij niet over hoop wanneer hij terugblikt op zijn tijd in de gevangenis. ‘Veel mensen denken aan een licht aan het einde van de tunnel. Dat interesseert mij eigenlijk minder. Mijn aandacht gaat eerder uit naar wat er gebeurt wanneer dat licht helemaal verdwijnt. Wat doe je wanneer je geen zekerheid meer hebt en niet weet wanneer het eindigt? Dan moet je leren liefhebben in het moment zelf. Je moet op dat moment niet hopen op een betere toekomst, maar betekenis vinden in het hier en nu.’

‘Ik wilde een literair werk schrijven’

Dat idee hangt samen met zijn visie op literatuur. Hoewel zijn boek onmiskenbaar politieke implicaties heeft, is het in de eerste plaats literatuur. Volgens ElGendy worden gevangenismemoires in de Arabische wereld vaak uitsluitend beoordeeld als egodocumenten. ‘Dan gaat alle aandacht naar de feiten. Maar ik wilde een literair werk schrijven. Een boek dat ook gaat over verlies, verdwijnen en het hervinden van jezelf.’

Heeft ElGendy nog literaire voorbeelden? De beroemde gevangenisroman Papillon bijvoorbeeld? Een belangrijke inspiratiebron was Maggie Smith, vertelt hij. Haar boek You Could Make This Place Beautiful gaat ook over verlies en het uitwissen van je identiteit, maar dan in de context van een echtscheiding. Die thematiek herkende hij onmiddellijk. ‘Dat maakte het voor mij universeler dan een verhaal over een gevangenis alleen.’

Politiek pamflet

Toch is zijn boek wel degelijk ook een politiek pamflet. ‘Je moet het zwijgen doorbreken. De Egyptische staat herschrijft voortdurend de geschiedenis. Demonstranten worden afgeschilderd als terroristen of buitenlandse agenten. Daarom moeten onze verhalen worden vastgelegd.’

ElGendy noemt zijn boek een persoonlijk archief. Hij baseerde zich niet alleen op herinneringen, maar ook op gevangenisbrieven, procesdocumenten, gesprekken met medegevangenen en discussies met zijn vader over wat er precies was gebeurd.

Opvallend is dat geweld nergens het centrum van het verhaal vormt. ‘Er is veel geweld in het boek. Maar ik wilde niet dat het geweld alle aandacht opslokte.’ Als voorbeeld noemt hij een vernederende ontvangstprocedure in de gevangenis, waarbij gevangenen worden uitgekleed en mishandeld. ‘Dat gebeurde. Het was verschrikkelijk. Maar wat mij meer bezighield, was dat ik op dat moment de hand van mijn vader aanraakte. Die aanraking bleef me sterker bij dan het geweld zelf.’

‘De huidige wereldorde houdt de onderdrukking in Egypte in stand’

Aan het einde van het gesprek vraag ik wat westerse lezers volgens hem beter zouden moeten begrijpen over het hedendaagse Egypte. Zijn antwoord verrast. ‘Eigenlijk ben ik meer geïnteresseerd in wat westerse lezers over zichzelf moeten begrijpen.’ Hij wijst op het feit dat met name de Verenigde Staten, maar ook de Europese Unie, de Egyptische junta ondersteunen. Volgens ElGendy kunnen de repressie en de duizenden politieke gevangenen niet los worden gezien van internationale machtsverhoudingen. ‘Mijn handboeien zijn betaald door het Westen’, zegt hij scherp.

Toch wil hij het gesprek niet reduceren tot schuldvragen.

‘We zijn allemaal met elkaar verbonden. Positief en negatief. De situatie in Egypte is geen uitzondering, maar een symptoom van een groter probleem. De huidige wereldorde houdt de onderdrukking in Egypte in stand, maar ook die van andere Arabische regimes en de genocide op de Palestijnen.’

Daarmee keert hij terug naar een thema dat door het hele boek loopt: het besef dat vrijheid, net als gevangenschap, nooit uitsluitend individueel is. ‘Zolang duizenden anderen nog vastzitten, is mijn vrijheid ook niet volledig.’

Huna, Abdelrahman ElGendy, Jurgen Maas, 376 blz., €24.99

Gen Z verdient hoop op een betere toekomst

0

Generatieconflicten zijn van alle tijden. De babyboomgeneratie, waar tegenwoordig zoveel over wordt geklaagd, kwam in de jaren zestig zelf in verzet tegen de dominantie van de generatie vóór haar. Vergeleken met de onstuimige jaren zestig, zeventig en tachtig zijn de huidige Gen Z-protesten die door Europa trekken, een lachertje. Zeker als je bedenkt dat de jeugd van tegenwoordig het ontzettend goed heeft, zonder dat zelf altijd te beseffen.

In alle opzichten leven we in de beste tijd ooit. Ja, er zijn oorlogen, klimaatverandering en de dreiging van AI. Maar we leven ook langer en gezonder, in grotere welvaart en met minder armoede, ziektes en andere ellende dan vroeger. De menselijke conditie gaat vooruit. Met elke generatie verbetert de wereld waarin we leven. En dat belooft veel goeds voor de toekomst.

Dit is geen naïef vooruitgangsoptimisme, maar een ontwikkeling die wordt beschreven door vooraanstaande denkers als Steven Pinker, Johan Norberg en Maarten Boudry. In hun werk onderbouwen zij waarom de mensheid langzaam maar zeker vooruitgaat en waarom de huidige jeugd het in veel opzichten beter heeft dan eerdere generaties.

Toch ziet de toekomst er vanuit het perspectief van veel Gen Z’ers weinig rooskleurig uit. Binnen enkele jaren hebben ze in hun ogen misschien geen baan meer, laat staan een betaalbare woning. De lusten en lasten van de verzorgingsstaat zijn ongelijk verdeeld. Straks moeten ze wellicht in dienst om als kanonnenvoer te dienen in de oorlogen van anderen. Ondertussen warmt de aarde verder op en dreigt technologie hun werk over te nemen. Geen wonder dat jongeren massaal de straat op gaan. Hun woede is begrijpelijk.

De ontevredenheid onder jongeren is vooral een westers fenomeen

We moeten de legitieme zorgen van Gen Z dan ook niet negeren. Onze verzorgingsstaat werkt immers een stuk beter voor babyboomers dan voor jongeren. Hervormingen zijn nodig om die toekomstbestendig te maken. Ook klimaatverandering vraagt om voortdurende aandacht en actie. Op de dreiging van oorlog hebben we zelf maar beperkt invloed, maar dat betekent niet dat we de zorgen daarover terzijde kunnen schuiven. En ook de opkomst van AI vraagt om antwoorden, vooral als het gaat om de toekomst van de arbeidsmarkt.

Juist dat laatste onderwerp kan ook de sleutel vormen tot een toekomst die er veel zonniger uitziet dan we nu denken. Want laten we wel wezen: de ontevredenheid onder jongeren is vooral een westers fenomeen. In bijvoorbeeld Azië heerst meer optimisme, ook over de komst van AI. En daar is reden toe. We staan mogelijk aan de vooravond van een technologische revolutie die de industriële revolutie zal doen verbleken.

De kans bestaat dat deze technologie niet alleen oplossingen biedt voor klimaatverandering, maar ons leven ook op tal van andere terreinen verbetert. Net zoals eerdere technologische revoluties dat hebben gedaan. Wat nu vooral als bedreiging wordt gezien, kan straks juist nieuwe mogelijkheden scheppen.

Misschien staan we wel op de drempel van een prachtige toekomst, zonder dat we dat zelf beseffen. Maar voorlopig is het nog even doorbijten. Laten we de zorgen die Gen Z op straat uit serieus nemen, zonder het vertrouwen in de toekomst te verliezen. Jongeren verdienen niet alleen antwoorden op hun problemen, maar ook perspectief.

Want dat is wat Gen Z nu zo hard nodig heeft: het vooruitgangsoptimisme dat eerdere generaties heeft geholpen om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. De geschiedenis laat zien dat de wereld, ondanks alle tegenslagen, op veel terreinen vooruitgaat. Waarom zou dat voor deze generatie anders moeten zijn?

Dat is de boodschap die we jongeren moeten blijven meegeven: een betere toekomst is mogelijk. Ook voor Gen Z.