‘Gekke’ Kadir is niet meer. De Turkse topacteur Kadir Inanir is vrijdag op 77-jarige leeftijd overleden in het ziekenhuis waar hij, sterk vermagerd, al een tijdje opgenomen was. Met het heengaan van Kadir is eigenlijk niemand meer over van de gouden generatie van mannelijke Turkse topacteurs, zoals Tarik Akan, Yilmaz Güney, Cüneyt Arkin en vele anderen, die hun stempel blijvend hebben gedrukt op de Turkse filmindustrie. En Inanir hoort daarbij zeker in de top drie, als hij al niet de grootste was. Bijna elke Turkse man – inclusief mijn eigen vader, waarover later meer – wilde zo knap, macho, vervaarlijk en, toe maar, rechtvaardig als Kadir zijn. Voor vrouwen was hij het archetype van de besnorde Turkse man die, ondanks zijn moustache, aantrekkelijk kon zijn.
En eerlijk is eerlijk, hij spatte van het doek af als geen ander. Of het nu ging om zijn romantische duetten met de sultan van de Turkse filmindustrie, Türkan Soray, in de film Al Yazmalım (The Girl with the Red Scarf), of om zijn rol als de gevreesde, doch rechtvaardige gevangene Ramazan de Tartaar, of om de talloze Godfather-wannabe-maffiafilms, waaraan hij zijn bijnaam ‘Gekke Kadir’ heeft overgehouden: ze staan in het collectieve geheugen van Turkije gegrift.
Dat hij politiek gezien aan de progressieve kant stond, kwam ik pas veel later achter, een gevolg van de grondige politieke repressie door de Turkse staat. Ik kon mijn verbazing niet onderdrukken toen er activistische foto’s van hem opdoken bij een linkse demonstratie in de jaren zeventig, samen met Tarik Akan.
Bij Kadir Inanir werd dat voor een groter publiek in Turkije pas echt duidelijk toen hij zich openlijk voegde bij het mislukte Koerdische vredesproces in de jaren 2013-2015. Hij maakte deel uit van een door de staat aangewezen groep intellectuelen die het vredesproces moest ondersteunen. Inanir kwam toen veelvuldig op tv en gaf vele spraakmakende interviews. In een van die optredens neemt hij het zelfs op voor de gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan, wiens ‘belang’, in Inanirs woorden, in het vredesproces van onschatbare waarde zou zijn.
‘Hij is echt een leider van zijn volk en dat moet worden ingezien in Turkije’, zei Inanir, en vervolgde: ‘Het is wel een moeilijk proces, decennialange achteruitgang in de verhoudingen poets je niet zomaar weg.’ Profetische woorden, blijkt achteraf. Vooral dat laatste had hij goed gezien, omdat Erdogan samen met de groep intellectuelen de vredestafel na de verloren verkiezingen in 2015 omvergooide en de oorlogspolitiek hervatte.
Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden?
Kadir Inanir en alle andere intellectuelen die hun verantwoordelijkheid hadden genomen voor het grootste pijnpunt van de Turkse geschiedenis, de Koerdische kwestie, werden massaal gecanceld. In het bovengenoemde interview zei Inanir ook het volgende: ‘We gaan uiteindelijk allemaal dood. Dat staat vast. Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden, die zich nergens meer mee bemoeit? Nee, zo ga ik niet weg uit deze wereld. Iedereen zal zeggen: respect voor Kadir abi, en zo ga ik dood.’ Gezien de miljoenen Turken en Koerden die een foto van hem hebben gedeeld en nog steeds zijn woorden oprakelen, blijkt dat hij ten minste onder dat onderdrukte deel van Turkije nog veel respect geniet.
De woorden van Inanir raken mij ook persoonlijk. Enkele maanden geleden is mijn vader overleden, na een depressief en regressief bestaan in Amsterdam, waar hij nooit heeft kunnen vlammen zoals Inanir. Dit terwijl Ali Balçik onder zijn dorpelingen in Amsterdam, met zijn lange postuur en wilde haren, juist ook vaak met Inanir werd vergeleken. Toen hij stoere foto’s in pak en met open borst naar Turkije stuurde, moesten mijn tantes altijd goed kijken of het wel hun grote broer uit Amsterdam was of toch Kadir Inanir.
Extra pijnlijk is dat mijn vader Inanir zijn standpunt in de Koerdische kwestie nooit heeft vergeven. Hij voelde zich door hem verraden, zoals vele andere nationalistische Turken. Inanirs idealisme is mooi en hoopgevend, maar de bittere realiteit in Turkije is het nationalisme waar hij zich tegen heeft verzet. En dat is nog steeds een onopgeloste zaak. Ook na het heengaan van Ali en Kadir.
St. Eustatius herdenkt op 1 juli de afschaffing van de slavernij. De herdenking staat op het eiland niet bekend als Keti Koti, maar als ‘July Day’. Dit jaar is gekozen voor een andere opzet, schrijft de organiserende stichting St. Eustatius Afrikan Burial Ground Alliance in een persbericht.
St. Eustatius is net als Saba en Bonaire één van de ‘bijzondere gemeenten’ van het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Tot 2010 was het onderdeel van de Nederlandse Antillen. St. Eustatius fungeerde lange tijd als doorvoerhaven van Afrikaanse slaven in de Transatlantische slavenhandel.
De activiteiten voor deze nationale herdenkingsdag richten zich op geschiedenis, onderwijs, herdenking van voorouders en maatschappelijke discussie. Hierdoor gaat de jaarlijkse herdenking van Keti Koti verder dan een traditionele viering.
Volgens de organisatoren is het programma bedoeld om het publieke begrip van de emancipatie te verdiepen en het idee te weerleggen dat de vrijheid op 1 juli 1863 door de koloniale autoriteiten werd geschonken. In plaats daarvan is deze bevochten door de voorouders.
Het begrip vrijheid wordt eveneens genuanceerd omdat de structuren van toen vandaag de dag nog steeds bestaan, zo schrijft de organisatie. De mensen werden in 1863 volledig aan hun lot overgelaten, met een citaat van Martin Luther King: ‘It was freedom to hunger. It was freedom to the winds and rains of heaven. It was freedom without food to eat or land to cultivate.’
De activiteiten van dit jaar worden voor het eerst gecoördineerd door de St. Eustatius Afrikan Burial Ground Alliance. Deze organisatie zet zich in voor het behoud van graven van Afrikaanse slaven op het eiland en herstel van het eigen, zwarte narratief.
Reis langs Afrikaanse begraafplaatsen
Het programma begint met een spirituele reis langs de Afrikaanse begraafplaatsen ter ere van de voorouders. Twee gastsprekers uit het Caribisch gebied, professor Kimani Nehusi, afrikoloog (geboren in Guyana, woonachtig in Philadelphia) en doctor Artwell Cain, cultureel antropoloog (geboren in St. Vincent en de Grenadines, woonachtig in Aruba, voormalig NiNsee-directeur) spreken over onderwerpen zoals de banden tussen het Caribisch gebied en Afrika en het belang van herdenking.
Feestelijke boeklancering
Artwell Cain is tevens auteur van het recent gepubliceerde boek St. Eustatius: Restoring Our Ties. The Voices of Statians Making A Difference. De feestelijke lancering van dit boek vindt vanavond plaats om 19.00 uur in de GJB Openbare Bibliotheek in Oranjestad, St. Eustatius.
Andere sprekers in het programma zijn onder meer storyteller Papa Umpo (Garfield Young) uit St. Maarten en Derrick Simmons, lid van de eilandraad, antropoloog en lid van de Alliance, over muziek als een essentiële vorm van het verzet van de slaafgemaakte voorouders.
Verbinding met de herbegrafenis van de 69 voorouderlijke resten
De herdenking van de afschaffing van de slavernij op St. Eustatius is dit jaar nauw verbonden met de geplande herbegrafenis op 13 november van de resten van de 69 Afrikaanse voorouders, die in 2021 door een internationaal team archeologen uit de begraafplaats van Golden Rock werden opgegraven. Zo zal de voorzitter van de Statia Cultural Heritage and Implementation Committee (SCHIC), Xiomara Balentina, de ceremonie voor de herbegrafenis met het publiek bespreken.
Onder de sprekers zijn eveneens Marvin Hokstam Baapoure, bekend van het mediaplatform AFRO Magazine (Hox Projects) en oprichter en algemeen directeur van het Broos Institute voor Afrocentrisch onderwijs.
Doel is te komen tot een beter begrip wat de bevolking van St. Eustatius wil leren over hun Afrikaanse geschiedenis en hun voorouders. Een geschiedenis die nog altijd onvolledig en vertekend is beschreven. Cuvalay: ‘We hopen met alle presentaties en discussies op deze July Day een positieve, blijvende impact te creëren.’
Aan de vooravond van Keti Koti vraagt NiNsee-voorzitter Dave Ensberg-Kleijkers om meer bewustwording van de mensbeelden achter de slavernij. ‘De manier waarop radicaal-rechts over migranten spreekt, baart mij zorgen.’
Dave Ensberg-Kleijkers wordt dagelijks aan het trans-Atlantische slavernijverleden herinnerd, zegt hij. Dat komt niet alleen door zijn functie als voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, maar ook door zijn achternaam Ensberg. Kleijkers is de naam van zijn echtgenote.
‘Mijn voorouders kwamen via de trans-Atlantische slavernij uit Afrika’, vertelt Ensberg. ‘De naam Ensberg kregen zij van de eigenaren van plantage De Drie Gebroeders in Suriname: de heer Van Emden en mevrouw De la Parra. Op 1 juli 1863, de dag waarop de slavernij werd afgeschaft, gaven zij die naam aan onze voorouder.’
Morgen, op Keti Koti, houdt Ensberg-Kleijkers een toespraak en legt hij een krans bij het Nationaal Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Daar wordt herdacht dat Nederland eeuwenlang betrokken was bij de slavenhandel en slavernij. Nederlandse schepen vervoerden meer dan 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Noord- en Zuid-Amerika. Zij werden er verkocht aan plantage-eigenaren en moesten, net als hun nakomelingen, onder dwang werken.
‘Op Keti Koti vier ik de veerkracht van onze voorouders’
‘Hun leed was immens’, zegt Ensberg-Kleijkers. ‘Tot slaaf gemaakte mensen werden mishandeld en vermoord. Maar ondanks alles wisten zij hun waardigheid, menselijkheid en cultuur te behouden. Op Keti Koti vier ik de veerkracht van onze voorouders, die deze verschrikkelijke periode hebben doorstaan.’
Was u zich altijd bewust van de slavernijgeschiedenis?
‘Dat besef groeide toen ik ouder werd. Mijn ouders spraken er niet veel over. Het waren typische Afro-Surinaamse ouders die vooral vooruit wilden kijken. We hebben thuis bijvoorbeeld geen Surinaams of Sranantongo geleerd.’
Wat zijn de verhalen in uw familie?
‘Mijn moeder vertelde soms over voorouders die tot slaaf waren gemaakt. Maar over het algemeen was het slavernijverleden thuis geen prominent onderwerp.
Er zit ook Europees bloed in onze familie. Ik heb een DNA-onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat ik voor 19 procent Europees ben. In onze familiegeschiedenis zijn geen verhalen over liefdesrelaties tussen Europeanen en Afrikanen. Mogelijk ging het om verkrachtingen door slavenhouders of plantage-eigenaren, maar zeker weten we dat niet.
Er zijn geen familiedagboeken uit de tijd van de slavernij. Tot slaaf gemaakte mensen mochten in beginsel niet leren lezen of schrijven.’
Hoe is het om in Nederland te leven als nakomeling van tot slaaf gemaakten? Voelt u zich daardoor weleens kwetsbaar?
‘Soms wel. Tegelijkertijd leven we in een vrij en welvarend land.
Toch werkt het slavernijverleden nog altijd door. Ook in positieve zin. Binnen de Afro-Surinaamse en -Caribische gemeenschap is veel aandacht voor de kracht van onze voorouders, die iets verschrikkelijks hebben overleefd. Dat geeft ook volgende generaties kracht.
‘Witte Nederlanders hoeven zich niet schuldig te voelen voor wat eerdere generaties hebben gedaan’
Aan de traditionele Nederlandse kant zie ik minder bewustzijn. Nederland maakte eeuwenlang deel uit van een systeem dat werd gelegitimeerd door de staat, de wetenschap, het bedrijfsleven en zelfs de kerk. Lange tijd werd het idee verspreid dat zwarte mensen minderwaardig waren aan witte mensen.
Ik heb het niet over schuld. Witte Nederlanders hoeven zich niet schuldig te voelen voor wat eerdere generaties hebben gedaan. Maar we dragen wel verantwoordelijkheid voor wat we met die kennis doen. Onderzoek je je eigen aannames en privileges, of blijf je vasthouden aan oude denkbeelden? Die vraag is ook in 2026 nog relevant.’
De koning heeft in 2023 excuses aangeboden. Is er sindsdien dan niets veranderd?
‘De koning heeft een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Hij bood niet alleen excuses aan, maar vroeg ook om vergeving. Dat heeft veel losgemaakt binnen de Afro-Caribische gemeenschap.
Hij laat onderzoek doen naar de rol van zijn familie in het slavernij- en koloniale verleden. Daarmee geeft hij een belangrijk signaal af. Tegelijkertijd zijn er vermogende families die een deel van hun rijkdom aan dat verleden ontlenen, maar geen onderzoek naar hun eigen geschiedenis laten doen.’
Ook steden bieden excuses aan. Dat gebeurt meestal na een besluit van de gemeenteraad.
‘Amsterdam was daarin de eerste. Vaak komen excuses na onderzoek naar de eigen geschiedenis. Gemeenten kijken dan naar hun rol in de slavernij, kolonisatie en bijvoorbeeld de West-Indische Compagnie. Dat zie ik als een positieve ontwikkeling. Maar de verantwoordelijkheid die de koning, de premier en verschillende burgemeesters nemen, vraagt om een vervolg onder traditionele Nederlandse inwoners. Daar is nog een slag te maken.
Tegelijkertijd zie ik ook veel positieve initiatieven. Overal worden, mede dankzij NiNsee, lokale comités opgericht die mensen met elkaar in gesprek brengen. De vraag is alleen of we daarmee ook de mensen bereiken die vasthouden aan ideeën van witte superioriteit of die zulke denkbeelden steeds harder uitdragen.’
Is die groep heel groot, denkt u?
‘Als ik kijk naar de politieke ontwikkelingen van dit moment, dan maak ik mij daar wel zorgen over. Er zitten partijen in de Tweede Kamer die een wereldbeeld uitdragen waar ik me zorgen over maak.
Ook de manier waarop radicaal-rechts over migranten spreekt, baart mij zorgen. Er zijn regelmatig demonstraties en publieke uitingen vol xenofobie, anti-zwart racisme en intimidatie.
We kunnen niet achteroverleunen. Als we echt een samenleving willen waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, dan moeten we ons blijven uitspreken tegen uitsluiting, racisme en vreemdelingenhaat.’
V.l.n.r. Dave Ensberg-Kleijkers, voormalig NiNsee-voorzitter Linda Nooitmeer en activist Imro Nielsson tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden in 2025
De rol van het NiNsee is dus eigenlijk breder dan de slavernijgeschiedenis. Het gaat ook over racisme?
‘Nee, ik zie racisme als het probleem van mensen die racistisch gedrag vertonen. Wij lossen dat probleem niet per se op. Dat is iets voor bijvoorbeeld de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.
Wij zijn een kennis- en expertisecentrum, bijna vijfentwintig jaar geleden opgericht door leiders uit de Afro-Caribische gemeenschap. We willen werken aan blijvende bewustwording van het trans-Atlantische slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden.
‘Ik zie racisme als het probleem van mensen die racistisch gedrag vertonen’
Er is natuurlijk wel een relatie tussen de doorwerking van het slavernijverleden en racistische denkbeelden. Uiteindelijk gaat het om de manier waarop mensen naar elkaar kijken. Bijvoorbeeld bij traditionele Nederlanders die zich niet bewust zijn van onderliggende mensbeelden en nog steeds uitgaan van witte superioriteit.’
U heeft het over duurzaam herstel. Gaat het dan ook over herstelbetalingen?
‘Bij herstel gaat het in de eerste plaats om immaterieel herstel. Denk aan een gelijkwaardige plek voor alle culturen in kunst en cultuur, musea en de openbare ruimte. Ook het samen herdenken en vieren van het slavernijverleden hoort daarbij.
Daarvoor is uiteindelijk wel geld nodig. Net als voor het wegwerken van achterstanden in het onderwijs, de gezondheidszorg of voor vraagstukken als grondeigenaarschap. In Suriname hebben inheemsen bijvoorbeeld nog altijd hun grond niet terug die door Europeanen en Nederlanders is afgepakt.
Soms wordt gezegd dat zwarte mensen alleen uit zijn op geld. Dat is heel kortzichtig. Het gaat om een goed gesprek, het liefst via een waarheids- en verzoeningscommissie, zoals in Zuid-Afrika na de apartheid. Zo’n onafhankelijke commissie kan vaststellen wat er is gebeurd en hoe dat doorwerkt in het heden. Op basis daarvan kun je een duurzaam herstelprogramma opzetten en uitvoeren.’
Sommige Nederlanders steunen de excuses, maar hebben moeite met het idee van herstelbetalingen. Wat zegt u tegen hen?
‘Wat ik wel interessant vind, is dat Nederland er behoorlijk lang over heeft gedaan om de slavernij af te schaffen. In de discussie in het parlement in de negentiende eeuw ging het vooral over de vraag hoe de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen gecompenseerd moesten worden. Zij verloren immers hun eigendom en hun verdienmodel. Net als nu bij de boeren en de stikstofcrisis werd er jarenlang gesproken over financiële compensatie voor de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen. Toen was het blijkbaar heel normaal om jarenlang over geld te praten.
Je kunt niet de hele wereld beroven van grondstoffen en mensen en vervolgens denken dat daar geen reactie op komt. Je kunt niet in ruim veertig verschillende landen een koloniale en mensenrechtenschendende rol spelen en dan vervolgens verbaasd zijn dat mensen zeggen: hé, wat jullie in ons land hebben gedaan, was eigenlijk niet oké. Of het nu gaat om Indonesië, Zuid-Afrika, delen van Ghana, Suriname of het Caribisch gebied: op een gegeven moment komt dat verleden terug. En dat moment is nu.’
Moet Keti Koti een nationale vrije dag worden?
‘Het zou goed zijn als Keti Koti een nationale vrije dag wordt, als we daar als samenleving samen voor kiezen. Dat traditionele Nederlanders begrijpen waarom deze dag belangrijk is en dat Nederland beseft dat we hiervan iets te leren hebben. Vanuit een bepaald mensbeeld zijn grote fouten gemaakt en zijn mensen gedehumaniseerd. Dat willen we nooit meer.
Daarmee laten we ook zien dat anti-zwart racisme of afrofobie niet past bij hoe wij met elkaar omgaan. Net zoals we de Tweede Wereldoorlog blijven herdenken, is het belangrijk om ook hier elk jaar bij stil te staan.’
Het zal misschien niemand verbazen, maar het nieuwe bestuur van de jongerentak van Forum voor Democratie, de JFVD, is met Robbert van der Meijden (voorzitter), Luca de Clippelaar (secretaris) en Daan Hamhuis (penningmeester) is weer 100 procent wit.
Het vorige bestuur had met Iem al Biyati, een ex-vluchteling uit Irak, nog een zweem van diversiteit over zich heen. Maar dat gaat nu met het voltallige witte bestuur weer overboord. Ook bij de bestuurlijke vernieuwing geldt kennelijk het adagium: nieuwkomers maken we zelf.
Al Biyati, en de andere afzwaaiende bestuurders Claire Middelkoop en Pelle Koopman, worden op Facebook bedankt voor hun ’tomeloze inzet, onuitputtelijke energie en oneindige creativiteit’.
Het nieuwe bestuur heeft er in ieder geval zin in om JFVD een ‘frivole en gezellige’ thuis te maken voor ‘steeds meer rechtse jongeren’. De vraag is hoeveel politieke Lebensraum zij krijgen van de autoriteiten. Eerder deze maand werden twee leden van de vrijmoedige studentenpartij, gelieerd aan Forum voor Democratie, veroordeeld voor het mishandelen van een Egyptische student.
Terwijl Oranjefans teleurgesteld afdropen vierden Marokkaanse Nederlanders tot in de loop van de ochtend feest, nadat Marokko Nederland had verslagen op het WK Voetbal in Mexico. Er was ook onrust in verschillende steden, aldus verschillende media.
De Marokkaanse ploeg was ‘door het dolle heen’ na de winst op Oranje, schrijft Nu.nl. Marokko versloeg Nederland na strafschoppen, na een tussenstand van 1-1 na 120 minuten spelen. Nederland miste tot drie keer toe een penalty.
Voor Nederlands-Marokkaanse spelers was dit een bijzondere wedstrijd. De in Leiderdorp geboren Noussair Mazraoui uitte groot respect voor het Nederlands elftal, en omschreef het als het ‘één van de beste tegenstanders die we konden treffen.’ Mazraoui zei tegen de NOS dat hij een ‘hele speciale band’ heeft met Nederland, en dat hij in het Nederlandse elftal had kunnen spelen.
Ook de uit Nederland afkomstige Anass Salah-Eddine zei dat hij er erg naar uit had gekeken om tegen Oranje te spelen.
In de vier grote steden gingen fans van Marokko direct de straat op om de winst te vieren. Al toeterend reden zij door de straten, bijvoorbeeld in Amsterdam-West, waar het verkeer vastliep met toeterende scooters en auto’s.
Een paar honderd supporters van Marokko zich verzamelden in de Schilderswijk in Den Haag. Daar werd volgens Nu.nl vuurwerk afgestoken en hadden mensen Marokkaanse vlaggen bij zich.
Rond 6.30 uur werd de sfeer onrustiger. Agenten werden bekogeld met vuurwerk en stenen en de ME moest ingrijpen. Enkele mensen zijn aangehouden op verdenking van openlijke geweldpleging. Volgens Nu.nl keerde rond 8.45 uur de rust terug.
Verschillende buurtbewoners in de Schilderswijk zeiden tegen de NOS ‘dat de politie onnodig snel en hard ingreep.’
Ook in Rotterdam zijn enkele mensen opgepakt vanwege onder meer ordeverstoring en mishandeling.
Met de winst zal het Marokkaanse elftal Canada treffen in de achtste finales.
Ismail El Abbasi van Denk plaatste op Facebook een AI-foto van zichzelf terwijl hij aan een huilende Wilders een rode kaart geeft. ‘Wilders had gelijk: ‘Het komt goed’. En inderdaad, het is goed gekomen. Dima Maghreb.’
De Israëlische erkenning van de Armeense Genocide leidt tot een zeldzaam moment van Turks-Armeense eensgezindheid. Terwijl de Turkse staat de Israëlische stap veroordeelt als ‘politiek gemotiveerd’, meldt de Armeense premier Nikol Pashinian dat van hem geen reactie verwacht hoeft te worden. Armenië zou er geen belang bij hebben dat de geschiedenis van de genocide tot een politiek instrument wordt gemaakt, zo zei hij tijdens een persconferentie in Armenië.
Netanyahu zei eerder dit jaar al de genocide te erkennen. Voor de goede orde: niet de genocide die hij zelf pleegt tegen de Palestijnen en Libanezen, maar die tegen de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Turkije, de juridische opvolger van het Ottomaanse Rijk, heeft de Armeense Genocide altijd ontkend. Net zoals Israël de genocide op de Palestijnen in de Gazastrook nu ontkent. Die laatste genocide wordt door Turkije dan weer gretig op de agenda geplaatst, terwijl Turkse pleitbezorgers van de erkenning van de Armeense Genocide de mond wordt gesnoerd.
Lange tijd was de erkenning van de Armeense Genocide een van de grootste prioriteiten van Armenië. Israël weigerde de Armeense Genocide jarenlang te erkennen, mede vanwege de goede betrekkingen die de Joodse staat vroeger had met Turkije. Maar sinds het aan de macht komen van Recep Tayyip Erdogan zijn de betrekkingen tussen Israël en Turkije ernstig bekoeld. En bovendien is voor Armenië de erkenning van de Armeense Genocide niet zo belangrijk meer, vooral na de verloren oorlog tegen Azerbeidzjan. Daarom reageerde de Armeense premier Nikol Pashinyan ook zo koeltjes.
Andere Armeniërs, zoals Serj Tankian, de ex-leadzanger van de wereldberoemde rockband System of a Down, veroordelen de Israëlische erkenning juist in scherpe bewoordingen. ‘Het feit dat een genocideplegende staat, tegen de Palestijnen en Libanezen, de genocide op mijn voorouders erkent, is het slechtste wat Armeniërs kan overkomen. Dat onze geschiedenis en onze pijn worden gebruikt voor politiek gewin, is waardeloze politiek’, zegt Tankian en scheldt het Israëlische regime uit met het f-woord.
Internationale oliebedrijven vernietigen een uniek moerasgebied in Irak, zeggen Iraakse activisten. Ze spreken van een nieuwe vorm van kolonialisme.
In de zaal vol met boeren, activisten, onderzoekers en andere geïnteresseerden uit de Arabische wereld en Nederland, tijdens ‘Green MENA meets the Netherlands’, een reeks conferenties georganiseerd door het Grote Midden-Oosten Platform, wordt een filmpje afgespeeld van Murtada al-Janoub. Hij is een visser uit het Iraakse al-Ahwar moerasgebied aan de grens met Iran. Al-Janoubi, met de bijnaam ‘Ibn al-Ahwar’, kan er niet bij zijn. Hij durfde het niet aan een visum aan te vragen uit angst dat de Iraakse autoriteiten zouden denken dat hij onder zijn rechtszaak uit wilde komen.
Ibn al-Ahwar heeft een rechtszaak tegen hem lopen vanwege zijn activisme tegen de desastreuze gevolgen die de olie-industrie toebrengt aan het moerasgebied. Dat voorheen waterrijke gebied vormt een fragiel ecosysteem dat sinds 2016 op de Unesco-werelderfgoedlijst staat.
Op het filmpje is een stuk van het moeras te zien nadat het is drooggelegd. In plaats van een waterrijk gebied zien we een dor landschap. Aan het kleurverloop van het riet is nog te zien waar het water heeft gestaan. Bootjes die eerder door vissers werden gebruikt, liggen nu op hun kant. Op een ander filmpje is een demonstratie te zien en zien we olievelden op de achtergrond.
In januari 2010 tekende het Franse oliebedrijf TotalEnergies, het Chinese PetroChina en het Maleisische Petronas een contract met het Iraakse staatsbedrijf Missan Oil Company om olie te winnen in Halfaya, in het zuidwesten van Irak. Productie startte in 2012. Om de olie te kunnen winnen, halen de bedrijven water uit de Tigris. Normaal gesproken voorziet de rivier de moerassen van water, maar door het onttrekken van water komen deze droog te liggen. Het waterniveau van de Tigris staat al onder druk vanwege dammen in Turkije, Iran en Iraaks Koerdistan. En nu kost het industriële gebruik de inwoners hun water, hun land en hun manier van leven, schrijft de ngo Natural World Fund.
Unesco-werelderfgoed in gevaar
Jamal Al Sayegh, activist van Gwez w Nakhl, een organisatie voor voedselzekerheid in Koerdistan en Irak, werkt intensief samen met de bevolking van het gebied, de al-Ahwar. Hij voert namens Ibn al-Ahwar het woord.
‘De inwoners van dit gebied bouwen hun huizen op water. Zij zijn voor hun voedsel afhankelijk van de visserij en de jacht met vogels. Ook houden zij buffels voor hun melk, wat alleen in dit gebied voorkomt. Dit zorgt voor waardevolle inkomsten, aangezien de producten duur zijn op de markt. Verder verbouwen zij rijst, waarvan zij afhankelijk zijn voor hun voedsel. Hun voedselzekerheid hangt af van het water in het gebied.’
Hij legt uit wat het effect is van de droogleggingen op de lokale bevolking.
‘Internationale oliebedrijven legden twaalf olievelden aan vlak bij de dorpen en in een gebied dat door de Unesco wordt beschermd. Terwijl oliebedrijven over heel de wereld olie kunnen halen uit de diepste oceanen, is het goedkoper om een gebied droog te leggen. Dit betekent dat grote stukken moeras worden drooggelegd. Dit water is belangrijk voor de ecologie in Irak en bovendien huist het een samenleving en cultuur die uniek zijn in de regio. Deze droogleggingen hebben het leven en de natuurlijke omgeving daar verwoest. Hierdoor hebben mensen het gebied moeten ontvluchten.’
‘Dit water is belangrijk voor de ecologie in Irak’
Volgens een rapport dat Al Sayegh schreef met onafhankelijke onderzoeksjournalist Safaa Khalaf hangt er een ‘zweem van ambiguïteit en ondoorzichtigheid rond de droogleggingen van de moerassen en het isoleren van de overgebleven bevolking. En dat terwijl de Iraakse regering tijdens de oorlog tegen Islamitische Staat (IS) in 2016 nog prioriteit gaf aan de erkenning van de moerassen door de Unesco.’ De onderzoekers schrijven dat deze praktijken een geval van ‘ecocide’ zouden kunnen zijn, bedoeld om de controle te krijgen over de oliebronnen terwijl de lokale bevolking wordt gedwongen te vertrekken.
Vissers in het moerasgebied al-Ahwar in Zuid-Irak op een foto uit 1992. Beeld: Karim Sahib/AFP
Volgens het rapport zou het moerasgebied sinds 2021 85 procent van zijn gebied hebben verloren.
Al Sayegh legt uit hoe de bedrijven hun land hebben kunnen exploiteren. ‘De oliebedrijven worden gesteund door de Iraakse regering en beschermd via officieuze relaties met milities. Op die manier koloniseren zij het gebied, verwoesten zij de natuur, plunderen zij bronnen [van inkomsten] en jagen zij de mensen weg. Dit doen zij onder een mediastilte, zonder dat iemand ervan afweet. Ondertussen verliezen mensen hun werk als visser en zijn zij gedwongen om laagbetaalde banen te accepteren in de olie-industrie. Toen de productie stil kwam te liggen na de blokkade van de Straat van Hormuz, werden de lokale krachten, in tegenstelling tot de ingenieurs van buiten, niet doorbetaald.’
Gewapende bewakers
De Iraaks-Duitse politicologe en activiste Ansar Jasim, die samen met Al Sayegh ter plekke onderzoek uitvoerde, legt uit dat de lokale bevolking de exploitatie van het gebied ziet als een nieuwe vorm van kolonialisme.
‘Lokale gemeenschappen gebruiken symbolen die lokale stammen honderd jaar geleden gebruikten toen zij zich in de jaren twintig begonnen te verzetten. Terwijl zij behoorlijk van zich laten horen, wordt het in de media vaak gepolitiseerd en teruggebracht tot een waterprobleem of een klimaatprobleem. Maar daar gaat het niet om. De exploitatie van het gebied vernietigt op een koloniale en imperialistische manier de identiteit van de bevolking.’
Een drooggelegd gedeelte van het moerasgebied. Beeld: Mourtada al-Janoubi
Volgens Natural World Fund zijn de moerassen nu ‘gemilitariseerd’. In de kanalen waar vissers en buffelherders voorheen tot diep in het moerasgebied konden komen, staan nu controleposten bemand door gewapende bewakers. De autoriteiten zeggen dat dit dient om smokkel over de grens met Iran te voorkomen, maar inwoners zeggen dat het bedoeld is om opstand de kop in te drukken. Dit is ook wat Al Sayegh en Jasim bevestigen.
Tegen de industriële activiteiten demonstreren is illegaal en niet veilig, zegt Jasim. Zij zegt dat lokale milities helpen de demonstraties te onderdrukken.
‘Deze rechtszaken zouden vanuit Europa gesteund moeten worden’
Al Sayegh vertelt erover: ‘Toen er op de demonstranten werd geschoten, reageerden zij woedend en trokken zij naar een dam die hen afsloot van water. Zij braken de dam open waardoor het water weer stroomde. Na twee dagen oordeelde de rechter dat eenieder die op de dam zou komen, zou worden aangeklaagd voor terrorisme.’
Jasim zegt hoop te putten uit eerdere rechtszaken die in Nederland gevoerd zijn tegen oliebedrijven naar aanleiding van de milieueffecten van hun activiteiten, zoals Shell dat actief was in de Nigerdelta. ‘Deze rechtszaken hadden enig succes en dit is dan ook de oplossing. Daarom zijn wij hier. Deze rechtszaken zouden vanuit Europa gesteund moeten worden. Het is geen nationale strijd. Terwijl de olie vooral wordt gebruikt in het mondiale noorden, kampen mensen als Ibn al-Ahwar met de consequenties van het beschermen van zijn gemeenschap. De mensen zijn letterlijk aan het sterven.’
Zij wijst op de verantwoordelijkheid van Europese oliebedrijven, waaronder TotalEnergies.
‘Voordat zij hun activiteiten starten, moeten organisaties in het maatschappelijk middenveld hier hen verantwoordelijk houden. Bedrijven zouden in deze regio gewoon moeten opereren onder de mensenrechtenstandaarden die in Europa gelden, in plaats van gebruik te maken van een corrupt systeem.’
Greenwashing
Na tien jaar zowel het grondwater als het oppervlaktewater van het gebied te hebben gebruikt, hebben TotalEnergies en PetroChina voorgesteld om ontzilt water te gaan gebruiken, vertelt Al Sayegh. ‘Grote bedrijven doen vaak alsof ze groen bezig zijn, terwijl ze al onze bronnen hebben gebruikt.’
Volgens een rapport van TotalEnergies wil het bedrijf in 2030 twintig procent minder zoet water onttrekken uit regio’s met watertekorten dan in 2021. Vanaf 2027 verwacht het bedrijf voor een ander project in het zuiden van Irak ontzilt water te kunnen gebruiken in plaats van zoet water, dankzij een nog te bouwen ontziltingsinstallatie. Het project in Halfaya wordt hierbij niet genoemd.
‘Grote bedrijven doen vaak alsof ze groen bezig zijn’
In een promotievideo over Halfaya zegt PetroChina dat hun activiteiten ‘geen directe impact hebben op dit belangrijke ecosysteem’ en dat het veel doet aan biodiversiteit door onder andere bomen te planten. ‘Om een stad te bouwen in wat ooit onontgonnen land was, hebben Chinese en Iraakse medewerkers moeilijkheden overwonnen, zoals het gevaar om terecht te komen in een gevecht met lokale stammen of milities,’ schrijft het Chinese staatspersbureau Xinhua.
Een deel van het moerasgebied met in de achtergrond de olievelden. Beeld: Mourtada al-Janoubi
Sarine Karajerjian, programmadirecteur milieupolitiek bij de ngo Arab Reform Initiative, legt uit dat niet de bevolking, maar grote bedrijven profiteren van dit soort projecten.
Neokoloniale krachten
‘We moeten ons afvragen wie er uiteindelijk wint van dit soort projecten. Niet de lokale bevolking, maar vooral de grote bedrijven, gesteund door autoritaire regimes in onze landen. Dit is groter dan slechts de zakelijke wereld. Het Westen blijft deze regimes steunen, net als sommige milities hier in de regio. Het zijn neokoloniale krachten.’
Zij zegt dat Europa gezien zijn historische rol in de regio ook een verantwoordelijkheid heeft als het gaat om ontwikkeling in de Arabische wereld en de regio anders moet gaan benaderen.
‘Het enige waar we nu om vragen is water’
‘Met de genocide in Gaza nog steeds gaande, hebben we onze hoop in Europa verloren. Europa is verantwoordelijk. Terwijl de Amerikanen en de Israëliërs de grootste oorlogen ontketenen, gaat Europa erachteraan. Ze zeggen dat ze humanitaire hulp sturen. Maar om te beginnen zijn jullie al verantwoordelijk voor herstel[betalingen], en voor wie de controle heeft over ons land. Jullie oefenen nog steeds controle over ons uit. Europa moet van richting veranderen en deze regio niet alleen zien als kans om te investeren, maar ook als een gebied dat soeverein is.’
Al Sayegh, de activist uit Irak, zegt dat de samenwerking tussen internationale bedrijven en de Iraakse autoriteiten niet zou moeten uitmonden in ‘verwoesting en kolonisatie’. ‘De Europese samenleving en organisaties moeten zich beseffen welke consequenties de beslissingen die op hun continent zijn genomen kunnen hebben voor de omgeving in Irak. De mensen hebben dorst, de dieren sterven, het meeste water is er niet meer en de bevolking komt daartegen in opstand. Het enige waar we nu om vragen is water.’
Marokkaanse Nederlanders beleven de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko genuanceerder dan het publieke debat vaak doet vermoeden, blijkt uit een opiniepeiling van Etnobarometer. Veel respondenten zeggen niet te hoeven kiezen tussen Nederland en Marokko en vinden de terugkerende discussie over loyaliteit overdreven.
Met de peiling wilde Etnobarometer, een initiatief van het Opiniehuis, partner van de Kanttekening, de groep Marokkaanse Nederlanders zelf aan het woord laten. Niet om bestaande opvattingen te bevestigen of te ontkrachten, maar om op een onafhankelijke en objectieve manier inzicht te krijgen in hun ervaringen, verwachtingen en beleving van de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko. De organisatie zegt de peiling te hebben uitgevoerd ‘vanuit de overtuiging dat een goed maatschappelijk debat begint met het luisteren naar de mensen om wie het gaat.’
De peiling is nadrukkelijk geen wetenschappelijk representatief onderzoek, maar een online-peiling onder een grote groep Marokkaanse Nederlanders die vrijwillig aan het onderzoek hebben deelgenomen.
Volgens Etnobarometer wordt er in het publieke debat dat al jaren gepaard gaat met voetbalwedstrijden tussen Nederland en Marokko, vaak gesproken óver Marokkaanse Nederlanders in plaats van mét hen. Wanneer het gaat om onderwerpen als identiteit, loyaliteit, integratie en maatschappelijke verhoudingen ontstaat al snel een beeld dat is gebaseerd op aannames, incidenten of uitspraken van anderen.
Dit beeld blijkt op basis van de resultaten van de peiling onder een stuk genuanceerder.
Steun voor Marokko gaat niet ten koste van verbondenheid met Nederland
De resultaten van deze peiling laten zien dat de WK-wedstrijd tussen Nederland en Marokko sterk leeft onder Marokkaanse Nederlanders. Twee derde van de respondenten is van plan de wedstrijd te bekijken, waarbij de meeste mensen kiezen voor een gezamenlijke kijkervaring thuis met familie of vrienden. De wedstrijd wordt daarmee vooral beleefd als een gezellig en verbindend sportmoment.
Marokko blijkt voor veel respondenten sportief en emotioneel extra aan te spreken
Terwijl 67 procent van de respondenten aangeeft tijdens deze wedstrijd Marokko te steunen, geeft 15 procent aan voor Oranje te gaan juichen. Achttien procent heeft geen voorkeur.
Bent u van plan de wedstrijd te kijken? (n=432)
Marokko blijkt voor veel respondenten sportief en emotioneel extra aan te spreken. Oudere respondenten geven vaker aan geen uitgesproken voorkeur te hebben of Nederland te steunen, terwijl jongere respondenten vaker Marokko noemen.
Steun voor Marokko komt volgens Etnobarometer voort uit meerdere positieve factoren, waaronder trots op de internationale prestaties van Marokko, herkenning in spelers met een migratieachtergrond en sympathie voor specifieke spelers. Natuurlijk speelt ook de Marokkaanse achtergrond een belangrijke rol. Vooral vrouwen kennen een grote rol toe aan deze factoren. Jongeren en Marokkaanse Nederlanders van middelbare leeftijd vinden herkenning in spelers vaker belangrijk dan ouderen.
Welk team support u tijdens deze wedstrijd het meest? (n=432)
Bijna de helft vindt het vooral jammer als Marokko verliest. Tegelijkertijd geeft een grote groep aan dat verlies van beide landen even teleurstellend zou zijn.
De peiling laat echter zien dat de voorkeur voor Marokko niet ten koste gaat van de verbondenheid met Nederland.
Opvallend is dat een zeer ruime meerderheid (84 procent) aangeeft Nederland te steunen als Marokko wordt uitgeschakeld. Volgens Etnobarometer is dit een belangrijke positieve uitkomst. De voorkeur voor Marokko tijdens de onderlinge wedstrijd gaat voor veel respondenten samen met sportieve sympathie voor Nederland later in het toernooi. Mannen geven iets vaker dan vrouwen aan daarna Nederland te steunen. Vrouwen geven iets vaker aan het nog niet te weten. Oudere respondenten zijn relatief vaak bereid Nederland daarna te steunen, terwijl jongere respondenten iets vaker twijfelen.
‘Voorkeur voor voetbalelftal zegt niets over iemands loyaliteit aan Nederland’
Op de vraag of deze wedstrijd mensen in Nederland zal verbinden of juist zal verdelen, antwoordt een meerderheid dat zij verwacht dat de wedstrijd geen duidelijk effect op de samenleving zal hebben. Ongeveer een kwart verwacht dat het tot verdeeldheid zal leiden, terwijl 18 procent juist mogelijkheden tot verbinding ziet. Volgens Etnobarometer wordt de wedstrijd binnen de groep Marokkaanse Nederlanders verschillend beleefd, maar is er duidelijk ruimte voor een positieve en sportieve invulling.
Negenenvijftig procent zegt niet te hoeven kiezen tussen Marokko en Oranje
Vrouwen denken hierbij vaker geen duidelijk effect te verwachten, terwijl mannen iets vaker verdeeldheid zeggen te verwachten.
Uit een serie stellingen die Etnobarometer aan Marokkaanse Nederlanders voorlegde, blijkt dat veel respondenten een genuanceerde kijk hebben op de wedstrijd Nederland-Marokko. Een ruime meerderheid vindt dat de discussie over loyaliteit rondom dit soort wedstrijden wordt overdreven. Negenenvijftig procent zegt niet te hoeven kiezen tussen Marokko en Oranje en 65 procent vindt dat voetbalwedstrijden tussen beide landen niets zeggen over de positie van Marokkaanse Nederlanders in Nederland. Een meerderheid ervaart verbondenheid met beide teams.
Stel dat Marokko door Nederland wordt uitgeschakeld op het WK. Welk land zult u daarna steunen? (n=432)
Wel vindt een overgrote meerderheid dat hun loyaliteit aan Nederland sneller ter discussie wordt gesteld dan wanneer Nederlanders met bijvoorbeeld een Surinaamse of andere migratieachtergrond het land van herkomst steunen. Eenenzestig procent vindt het dan ook storend wanneer mensen vinden dat Marokkaanse Nederlanders tijdens deze wedstrijd voor Oranje zouden moeten juichen.
Oproep tot verbinding
Ondanks hun genuanceerde blik verwachten veel Marokkaanse Nederlanders in de peiling dat politici en opiniemakers de wedstrijd zullen gebruiken om maatschappelijke tegenstellingen te benadrukken, zoals Wilders die knielende Marokkaanse spelers beledigde. Vierentachtig procent vindt dat politici rond deze wedstrijd terughoudend zouden moeten zijn met uitspraken die groepen Nederlanders tegenover elkaar kunnen zetten.
De meeste respondenten zien de ontmoeting tussen Nederland en Marokko vooral zien als een bijzondere voetbalwedstrijd
Zij spreken juist de wens uit om de wedstrijd vooral als een sportieve ontmoeting te benaderen. De meeste respondenten maken zich bovendien weinig zorgen over ongeregeldheden en verwachten dat de sfeer na afloop overwegend positief of neutraal zal zijn.
Een dag na de wedstrijd zal de sfeer op het werk, op school of in de buurt gezellig en sportief zijn, vindt ongeveer een derde van de groep ondervraagden. Een even grote groep verwacht een neutrale sfeer en 12 procent een ‘overwegend positieve’ sfeer. Slechts 12 procent verwacht spanningen of ongemakkelijke gesprekken.
Uit open reacties uit de peiling blijkt dat de meeste Marokkaanse Nederlanders de ontmoeting tussen Nederland en Marokko vooral zien als een bijzondere voetbalwedstrijd. Zij hopen dat de nadruk ligt op sportiviteit, respect en saamhorigheid en niet op polarisatie of maatschappelijke verdeeldheid. Hoewel er zorgen bestaan over de manier waarop de wedstrijd in het publieke debat wordt benaderd, overheerst in de reacties de wens dat voetbal mensen juist verbindt en dat de uitslag geen aanleiding vormt voor blijvende tegenstellingen.
De nieuwe politieke partij ‘Millennium’, die afgelopen zaterdag haar eerste partijbijeenkomst had in Almere, wil de toenemende polarisatie in Nederland tegengaan door ‘huidige grondrechten onveranderbaar in de Grondwet vast te leggen’, aldus een persbericht van de partij.
‘Moslims hoeven dan niet meer te vrezen dat hun godsdienst verboden wordt en andersgelovigen hoeven niet meer bang te zijn dat extremistische moslims in de toekomst hun vrijheid afnemen’, aldus psychiater Abdulhaq Compier, directeur van het aan de partij verbonden wetenschappelijk instituut. Volgens hem zijn grondrechten van belang voor ‘menselijke ontplooiing en maatschappelijke vrede’.
Het huidige belastingstelsel belemmert werkenden om vermogen op te bouwen en vergroot de vermogensongelijkheid, aldus Compier. De partij pleit voor afschaffing van de inkomstenbelasting en de btw, en baseert zich daarbij op onderzoek van Reinier Kooiman, universitair docent belastingrecht aan de Universiteit Leiden. In plaats daarvan zou er ‘één eenvoudige vermogensbelasting’ moeten komen.
Ook wil Millennium de wet wijzigen, waardoor politici door het OM vervolgd kunnen worden voor ambtsmisdrijven. ‘Nu kunnen politici alleen door een interne commissie worden onderzocht, wat ongelijkheid creëert met de gewone burger’, aldus het persbericht.
De partij wil sancties instellen tegen landen die de Geneefse Conventies (regels rond het oorlogsrecht) schenden of het Internationaal Strafhof belemmeren. Verder moet Nederland druk uitoefenen om een diplomatieke oplossing te vinden voor de oorlog in Oekraïne.
Millennium hoopt op minimaal vijf zetels bij de volgende landelijke verkiezingen.
Het akkoord dat Israël afgelopen vrijdag met Libanon sloot, is vooral gunstig voor Israël en riskeert verdere onrust in Libanon, zeggen analisten tegen The New Arab.
De ontwapening van Hezbollah door het Libanese leger en de terugtrekking van Israëlische troepen uit Zuid-Libanon zijn de hete hangijzers van het ‘raamwerkakkoord’. Het akkoord zou moeten dienen als eerste opstap naar verdere onderhandelingen over beide onderwerpen.
Het was het resultaat van wekenlange, door de Verenigde Staten geleide onderhandelingen tussen Israël en Libanon. De door Iran gesteunde militante beweging en politieke partij Hezbollah deed niet mee aan de gesprekken.
Volgens het akkoord moet Libanon haast maken met de ontwapening van Hezbollah. Israël, dat momenteel een vijfde van het land bezet houdt, zou daarna zijn troepen terugtrekken.
Maar wanneer de Israëlische troepen uiterlijk het gebied moeten hebben verlaten, is onduidelijk, schrijft The New Arab. Ook ontbreekt een Israëlische toezegging om zich volledig uit het gebied terug te trekken. Dat houdt de deur open voor een verlenging van de Israëlische bezetting van Zuid-Libanon, zeggen analisten.
In plaats daarvan spreekt het akkoord over ‘herplaatsing’ van troepen, zodra Hezbollah is ontwapend. Hierdoor zou Israël zijn troepen kunnen verplaatsen, of zelfs de controle over het gebied kunnen blijven uitoefenen, zoals het dat deed na de terugtrekking uit Gaza in 2005.
Premier Netanyahu heeft uitgesloten dat Israël zich zal terugtrekken uit Zuid-Libanon. Extreemrechtse ministers uit zijn kabinet hebben opgeroepen het gebied bezet te blijven houden, ongeacht de status van Hezbollah.
Hezbollah verzet zich tegen de ontwapening van zijn troepen. Leider Naim Qassem keurde het akkoord dan ook af. Het zal dan ook lastig, zo niet onmogelijk, zijn de beweging te ontwapenen, zeggen analisten. Er zijn zorgen dat het Libanese leger onder druk van het akkoord Hezbollah met geweld zal moeten ontwapenen.
Dit zou kunnen leiden tot binnenlandse spanningen en zelfs een nieuwe burgeroorlog, waarschuwen analisten. Een parlementslid van Hezbollah had na de bekendmaking van het akkoord gedreigd met een burgeroorlog.
Pijnlijk is dat Libanon ook ermee akkoord is gegaan geen ‘vijandige acties’ te ondernemen richting internationale organisaties. Dit betekent hoogstwaarschijnlijk dat Libanon geen juridische stappen kan zetten tegen Israël binnen de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof wegens mogelijke oorlogsmisdaden die het in Libanon heeft begaan.
Volgens NRCondermijnen de afspraken van vrijdag de Libanon-clausule uit de deal tussen de VS en Iran, en was die ‘veel voordeliger’. Er zou een ‘direct en permanent einde’ komen aan de militaire operaties op alle fronten, inclusief Libanon. Het jongste akkoord stelt echter de ontwapening van Hezbollah als voorwaarde voor de ‘herplaatsing’ van Israëlische troepen op Libanees grondgebied.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.