Home Blog

Amerikaans plan voor financiële steun aan politieke bewegingen in Europa stuit op verzet

0

Een plan van de regering-Trump om financiële steun te verlenen aan Europese politieke organisaties stuit op verzet in Duitsland. De steun is bedoeld voor Europese charitatieve organisaties, denktanks en individuen die zaken als ‘nationale soevereiniteit en migratie’ willen aanpakken.

Naar verwachting zal het gaan om politieke partijen die op dezelfde voet staan als de regering-Trump. Dit is mogelijk in conflict met Amerikaanse wetten over buitenlandse steun.

Met de Duitse verkiezingen in september in aantocht en groeiende zorgen over Amerikaanse pogingen om direct invloed uit te oefenen op de Europese politiek, uitte de Duitse bondskanselier Friedrich Merz woensdag stevige kritiek op het plan. Hij zei
dat hij niet wil dat de VS zich gaan mengen in de Duitse verkiezingen.

Volgens voormalige Amerikaanse functionarissen probeert het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken al maanden om Amerikaans overheidsgeld richting extreemrechtse groepen, en mogelijk ook Europese politieke partijen, te dirigeren. Zij zouden dan een oneerlijke voorsprong krijgen dankzij financiële middelen waarover zij normaal gesproken niet zouden beschikken. Merz benadrukte dat het illegaal is om vanuit het buitenland Duitse politieke partijen te financieren.

Afgelopen december beweerde een nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie dat in Europa een ‘uitroeiing van de beschaving’ dreigt. In de strategie werd ook de toenemende invloed van ‘Europese patriottistische partijen’ geprezen. Volgens The Guardian mengden hooggeplaatste Amerikaanse figuren, zoals vicepresident JD Vance, zich eerder al in discussies rond thema’s als migratie en abortus in West-Europese landen.

De afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken die zich bezighoudt met de subsidies werd in de Koude Oorlog opgezet onder president Jimmy Carter, als tegenwicht tegen Sovjet- en rechtse autoritaire regimes. Deze afdeling heeft onder Trump een andere functie gekregen, schrijft The Guardian.

Gülen-sympathisanten over de nasleep van de coup: ‘Mijn verhaal is dat van duizenden’

0

Na de mislukte staatsgreep in Turkije werden honderdduizenden onschuldige burgers, veelal Gülen-sympathisanten, ontslagen, opgepakt en verstoten door hun omgeving. ‘Ik weet precies wie jij bent, een terrorist.’

Tien jaar na de mislukte couppoging in Turkije zijn vermeende Gülen-sympathisanten nog altijd doelwit van de autoriteiten. Mensen die niets met de coupplegers van 2016 te maken hebben, worden enkel en alleen op basis van guilt by association weggezet als ‘staatsgevaarlijke terroristen’ en nog steeds op grote schaal opgepakt.

Tienduizenden zijn inmiddels Turkije ontvlucht en hebben hun toevlucht gezocht in Europa, de Verenigde Staten en andere delen van de wereld waar de lange arm van Ankara niet reikt. De aanvankelijke bereidheid in het Westen om Turkse vluchtelingen op te vangen, lijkt echter af te nemen nu het politieke klimaat rond asiel en migratie verhardt.

Ook Gülen-sympathisanten dreigen daardoor te worden teruggestuurd, terwijl de repressie tegen deze groep in Turkije onverminderd voortduurt. Sinds de couppoging van 15 juli 2016 worden zij door de Turkse autoriteiten als zondebok behandeld. Vorige week arresteerde de politie in 81 steden bijna duizend vermeende Gülen-sympathisanten.

De mislukte couppoging in Turkije en de daaropvolgende overwinning van Erdogan werden gisteren in Turkije groots herdacht en gevierd. Bij de Kanttekening besteedden we aandacht aan onderbelichte verhalen van Gülen-sympathisanten die ondanks alles hun leven als in de diaspora hebben opgepakt.

Maar lang niet iedereen is dat gelukt. Veel Gülen-sympathisanten verkeren nog altijd in onzekerheid door de steeds strengere asielprocedures bij de IND. Hoe kijken zij tien jaar later terug op 15 juli? En hoe houden zij de moed erin?

32 maanden in een azc

Fülya Bicer (42), wier echtgenoot politieagent was, is een van die wachtenden. Zij verblijft inmiddels al 32 maanden in een azc. Na de couppoging belandde haar naam in Turkije op een lijst, omdat zij zou hebben deelgenomen aan huiskamergesprekken, de befaamde sohbetler, van Gülen-sympathisanten. Ze vertelt dat ze als kind in Hatay al werd gediscrimineerd vanwege haar links-alevitische achtergrond. Na de couppoging besloot ze dat het zo niet langer kon.

Fülya Biçer

‘Mijn verhaal is het verhaal van duizenden mensen uit Turkije die jarenlang tevergeefs dachten dat ons land zou veranderen’, zegt ze. Net als veel anderen die door de Turkse autoriteiten als ‘FETÖ’, een door de staat verzonnen acroniem, worden gebrandmerkt, spreekt Bicer over de ‘sociale dood’: de maatschappelijke uitsluiting van mensen die met de Hizmetbeweging, zoals Gülen-sympathisanten zichzelf noemen, worden geassocieerd.

‘Mijn echtgenoot heeft zich jarenlang met grote toewijding ingezet voor de Turkse samenleving. Hij was iemand die met eigen inspanningen een bestaan had opgebouwd. Voor ons was zijn beroep nooit slechts een salaris dat aan het einde van de maand op de bankrekening werd gestort. Het was zijn jeugddroom, een weerspiegeling van zijn karakter, zijn eer en de manier waarop hij in het leven stond. Zonder dat er enig concreet bewijs werd geleverd, verloor hij alles, enkel omdat zijn naam op een lijst stond. Daarmee verloren wij niet alleen ons inkomen, maar ook onze reputatie en, het allerbelangrijkste, een deel van onze identiteit.’

‘Mensen durfden ons niet meer te bellen’

Ze vertelt uitgebreid over het bestaan als paria in Turkije. ‘Plotseling verstomden de telefoontjes van vrienden en familie. Mensen durfden ons niet meer te bellen en als wij hen belden, namen ze uit angst de telefoon niet op. Over straat lopen werd een kwelling. Ik zag hoe een voormalige buurman of een oud-collega die ons tegemoet kwam, plotseling van richting veranderde, alleen om ons niet te hoeven groeten. We hadden niets strafbaars gedaan, maar zelfs de mensen die het dichtst bij ons stonden, behandelden ons alsof we melaats waren.’

Voor Ahmet Büyükkeskin (35), voormalig docent aardrijkskunde aan een zogenoemde ‘Gülenschool’ in Turkije, was de verstikkende sociale uitsluiting niet anders. Hij verblijft inmiddels 27 maanden in een azc.

Ahmet Büyükkeskin

‘Ik werkte op het Yakacik Doga Anadolu Lyceum in het district Kartal in Istanbul. Zonder dat daarvoor een concrete reden werd gegeven, werd mijn onderwijsbevoegdheid ingetrokken vanwege een vermeende band met de Gülenbeweging. De schooldirecteur ontbood mij plotseling op zijn kantoor. Daar werd ik grof beledigd: “Jij bent een terrorist. Je kunt geen minuut langer op deze school blijven.” Nadat ik de school had verlaten, hoorde ik dat de schoolleiding mijn docentenkast, waarin mijn boeken en kleding lagen, had dichtgespijkerd. Deze vernederingen en uitsluiting hebben mij diep geraakt.’

Büyükkeskin moest noodgedwongen werken in een kledingwinkel, maar ook daar werd hij geconfronteerd met de zogenoemde ‘FETÖ-jacht’. ‘Een medewerker van de winkel bleek een bekende te zijn van een oud-leerling. Op een dag kwam hij naar mij toe en zei: ‘Ik weet precies wie jij bent; een terrorist en je hoort hier niet te werken.’ Hij beledigde en intimideerde mij voortdurend. Ik heb deze pesterijen slechts zes maanden kunnen verdragen en zag mij uiteindelijk genoodzaakt ontslag te nemen.’

Ook politicoloog Safak Topkaya (41), die in november 2023 samen met haar man en zoon naar Nederland vluchtte en nog altijd wacht op erkenning als vluchteling, herinnert zich de dag waarop het leven van haar gezin voorgoed veranderde alsof het gisteren was. Haar man was destijds militair en gestationeerd in Muş, in het zuidoosten van Turkije.

Safak Topkaya

‘Op 15 juli maakte mijn man zich klaar voor een voetbalwedstrijd met zijn vrienden. Wij, de echtgenotes en kinderen, zaten samen te praten in de militaire recreatieruimte. [Overal in Turkije zijn zogenoemde legerhuizen, orduevi, waar families van militairen kunnen verblijven]. Plotseling kwam iemand binnen met het bericht dat gevechtsvliegtuigen laag over de Bosporusbrug vlogen. Dat was niet normaal en de brug bleek te zijn afgesloten. Omdat wij destijds op de militaire basis in Muş verbleven, waar af en toe veiligheidsincidenten plaatsvonden in de strijd tegen de Koerdische PKK dachten we eerst dat het misschien weer om zoiets ging. Iedereen ging verbaasd naar binnen om op televisie te zien wat er aan de hand was, maar niemand wist precies wat er gebeurde.’

‘Ik had nooit eerder een staatsgreep meegemaakt’

Ze keken naar de staatszender TRT, waar de presentator onder dwang een verklaring van de coupplegers voorlas. ‘We gingen onmiddellijk naar onze woning op het militaire terrein, deden alle lichten uit en gingen op de grond zitten uit angst dat er geschoten zou worden. Mijn man en zijn commandant pakten hun wapens en gingen naar hun eenheid om de orde te bewaren en ervoor te zorgen dat er geen onrust zou ontstaan. Tegen mij zei hij dat ik de kamer onder geen beding mocht verlaten’, vertelt Topkaya, die het trauma hoorbaar opnieuw beleeft.

‘Het was een afschuwelijke nacht. Ik had nooit eerder een staatsgreep meegemaakt en had geen idee wat zoiets in de praktijk inhield. Later die nacht gingen burgers massaal de straat op. De toegangspoort van de militaire woonwijk werd geforceerd. Er werd geroepen dat de vrouwen van militairen helal ganimet waren. [Een uitdrukking waarmee wordt bedoeld dat zij volgens een bepaalde uitleg van het islamitische oorlogsrecht als oorlogsbuit en dus als rechtmatig bezit worden gezien]. Ik was doodsbang. Ik herinner me dat ik de hele nacht heb gebeden dat niemand iets zou overkomen.’

Ook Topkaya verwijst naar de lijsten die direct na de coupnacht van 15 op 16 juli circuleerden. ‘Mensen werden één voor één uit hun functie gezet en gearresteerd. Helaas overkwam ons hetzelfde. Op een ochtend werd ons huis volledig doorzocht en overhoop gehaald, waarna mijn man door de politie werd meegenomen. Omdat wij ervan overtuigd waren dat hij onschuldig was, dachten we dat hij na zijn verhoor weer zou worden vrijgelaten. In plaats daarvan werd hij in voorlopige hechtenis genomen.’

De gevolgen voor het gezin waren ingrijpend. ‘Vijf jaar lang kon onze zoon zijn vader tijdens gevangenisbezoeken slechts dertig minuten zien. Bij ieder bezoek klampte hij zich vast aan de kleding van zijn vader en wilde hij hem niet loslaten. Omdat ze door een glazen wand van elkaar waren gescheiden, sloeg hij uit frustratie tegen het glas. Mijn man zat gevangen in Mus, terwijl wij in Izmir woonden. Inmiddels zijn er tien jaar verstreken, maar de pijn is nog altijd hetzelfde. Nog steeds worden mensen gearresteerd en gevangengezet. Wie geeft de levens terug van de mensen die zijn overleden, ziek zijn geworden of alles zijn kwijtgeraakt?’

Advies van een psycholoog

Bicer, Büyükkeskin en Topkaya dragen de trauma’s van de afgelopen tien jaar nog altijd met zich mee. Zij zeggen hulp nodig te hebben, maar voelen zich tegelijkertijd verplicht om niet op te geven. Ieder van hen doet op zijn eigen manier een oproep voor asiel in Nederland.

Bicer: ‘Voor mij persoonlijk was het advies van mijn psycholoog een belangrijk keerpunt. “Als je weer overeind wilt komen, moet je opnieuw deelnemen aan het maatschappelijke leven”, zei zij tegen mij. Op haar advies ben ik gaan werken. Werk is voor mij niet alleen een bron van inkomsten geworden, maar ook een manier om mijn leven weer op te bouwen.’

‘Tegelijkertijd probeer ik een sterke moeder te zijn’

De vrouw van wie in Turkije de rechten werden afgenomen, werd in Nederland al in haar derde maand uitgeroepen tot ‘Werknemer van de Maand’ en promoveerde in haar vijfde maand tot gastvrouw. ‘In deze veilige omgeving, waar mijn inzet en waardigheid worden gerespecteerd, heb ik mezelf stap voor stap teruggevonden,’ zegt Bicer.

‘Tegelijkertijd probeer ik een sterke moeder te zijn voor mijn inmiddels 13-jarige dochter en voor mijn zoon, die een moeilijke periode doormaakt omdat hij zonder zijn vader moet opgroeien. Telkens wanneer ik hoor over nieuwe gevallen van onderdrukking, word ik herinnerd aan wat wij zelf hebben meegemaakt. Ik voel de machteloosheid van die mensen diep in mijn hart.

Mijn doel is niet alleen het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Mijn grootste wens is dat mijn kinderen en ik veilig zijn en onze waardigheid behouden, terwijl mijn echtgenoot nog altijd achter vier muren zit en zijn leven hem wordt ontnomen. Ons leven en onze toekomst zijn nu volledig toevertrouwd aan de Nederlandse rechtsstaat en aan de bescherming van de mensenrechten in Nederland.’

Büyükkeskin: ‘Om te voorkomen dat onze dochter zonder een van haar ouders zou moeten opgroeien, concludeerden wij dat er in Turkije geen andere uitweg meer was. Daarom verlieten wij ons land en vroegen wij asiel aan in Nederland. Wij verblijven hier inmiddels ongeveer 27 maanden. Om te integreren en een bijdrage te leveren aan de samenleving, werk ik als vrijwilliger in een verzorgingshuis. Daarnaast oefen ik drie dagen per week Nederlands met twee verschillende taalcoaches. Na de donkere periode in Turkije, waarin wij hebben ervaren hoe het voelt om maatschappelijk dood te zijn terwijl je nog leeft, betekent het voor ons als gezin ontzettend veel dat wij weer het gevoel hebben vrij te kunnen ademen.’

Topkaya: ‘Zolang de huidige machthebbers in Turkije én de huidige politieke oppositie blijven zoals zij zijn, geloof ik eerlijk gezegd niet dat er wezenlijke verandering zal komen. Er is behoefte aan echte vernieuwing. Zolang die uitblijft en wij niet zeker zijn van ons leven, blijven wij hier. Volgens de internationale rechtsorde is het zoeken naar bescherming geen misdrijf. Wij rekenen op de Nederlandse rechtsstaat.’

Ophef over film The Odyssey vanwege set in Westelijke Sahara

0

De langverwachte première van het Griekse heldenepos The Odyssey begint met een domper. Critici en mensenrechtenactivisten van de Sahrawi-gemeenschap roepen op tot een boycot, omdat de film is opgenomen in de Westelijke Sahara, dat al decennialang door Marokko wordt bezet.

Dit meldt de Arabische nieuwssite Middle East EyeDe film, met Matt Damon in de hoofdrol en Christopher Nolan als producent is opgenomen in de stad Dakhla en zou daarom de vijftigjarige bezetting van de Westelijke Sahara ‘normaliseren’. Een van de criticasters is de journalist en filmmaker Mamine Hachimi, een Sahrawi.

‘Dit is geen campagne tegen cinema of artistieke vrijheid; het is een oproep tot ethische verantwoordelijkheid’, vertelt hij aan Middle East Eye. ‘Twee van mijn collega’s – Abdallah Lhafaouni, die een levenslange gevangenisstraf uitzit en Bachir Khadda, die een straf van 20 jaar uitzit – zijn gevangengenomen omdat ze mensenrechtenschendingen in de bezette Westelijke Sahara hebben gedocumenteerd.’

Hij vindt het onacceptabel dat zijn vaderland onder zulke omstandigheden als filmdecor wordt gebruikt. De Marokkaanse overheid trekt zich niets aan van deze kritiek. De minister van Cultuur, Mohamed Mehdi Bensaid, maakte onlangs selfies met de wereldberoemde filmproducent Christopher Nolan en hoopt dat de film de zichtbaarheid van ‘de Marokkaanse stad’ Dakhla vergroot.

De Westelijke Sahara is sinds het vertrek van de Spaanse koloniale machthebbers in 1975 het toneel van een langslepend conflict. Marokko beschouwt het gebied als een integraal onderdeel van zijn grondgebied, terwijl het rebellencollectief Polisario Front, gesteund door Algerije, streeft naar onafhankelijkheid voor de Sahrawi-bevolking. Ondanks diverse VN-resoluties en pogingen tot bemiddeling blijft de status van het gebied internationaal betwist.

Marokkaanse spionagediensten gebruikten toch Pegasus hacksoftware

0

Marokkaanse geheime diensten maken toch gebruik van de Israëlische hacksoftware Pegasus om zogenoemde ‘interne’ en ‘externe’ dreigingen te bestrijden. Journalisten en mensenrechtenactivisten zijn hierbij vaak het doelwit, maar ook Franse en Spaanse bestuursleden.

Zo meldt The Guardian op basis van informatie van de Marokkaanse klokkenluider Safir (pseudoniem), een ex-werknemer van de Marokkaanse overheid. Safir biedt een uniek kijkje in de keuken van de Marokkaanse spionagediensten, die altijd in alle toonaarden hebben ontkend gebruik te maken van de door de Israëlische NSO Groep geproduceerde spionagesoftware Pegasus. Marokko heeft de software in ieder geval gebruikt in de periode 2017 tot 2021.

Met Pegasus is het mogelijk om informatie uit mobiele telefoons, inclusief e-mails en foto’s, te vissen. Ook kan met Pagasus de geluidsrecorder en camera geopend worden van een smartphone, waardoor de telefoon feitelijk verandert in een afluisterapparaat.

Volgens het Israëlische bedrijf wordt Pegasus alleen aan staten verkocht om hen te helpen ‘criminelen’ en ’terroristen’ op te sporen. De klokkenluider toont in ieder geval aan dat het gebruik niet beperkt blijft tot deze groepen, maar ook dissidenten, journalisten, diplomaten en politici omvat.

Kinderen van migranten lopen onderwijsachterstand snel in

0

Kinderen van migranten in Nederland maken de onderwijsachterstand van hun ouders in hoog tempo goed. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit Maastricht, gepubliceerd in het Journal of Population Economics. Volgens de onderzoekers wordt de achterstand in taal per generatie met ongeveer 50 procent verkleind en voor rekenen zelfs met circa 60 procent.

Voor het onderzoek werden de Cito-scores van ruim 27.000 ouders en bijna 44.000 kinderen met elkaar vergeleken. De onderzoekers keken daarbij naar gezinnen met een migratieachtergrond uit Suriname, de Antillen, Marokko en Turkije.

Een belangrijke conclusie is dat niet de migratieachtergrond zelf, maar vooral het opleidingsniveau en de sociaaleconomische positie van de ouders bepalend zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Wanneer daarvoor wordt gecorrigeerd, blijken kinderen met een migratieachtergrond zich net zo te ontwikkelen als kinderen zonder migratieachtergrond.

Socioloog Maurice Crul van de Vrije Universiteit noemt de resultaten belangrijk, omdat ze laten zien dat ook de derde generatie beter presteert dan de vorige. Volgens hem onderstrepen de uitkomsten het belang van investeringen in onderwijs, zoals voorschoolse educatie, taalondersteuning en goede doorstroommogelijkheden. Tegelijk waarschuwt hij dat blijvende aandacht nodig is, omdat nieuwe migrantengroepen opnieuw met vergelijkbare uitdagingen te maken krijgen.

Vergeving op de plek van gijzeling

0

Het gekaapte Air France-toestel dat onderweg was van Tel Aviv naar Parijs maakte eerst nog een tussenlanding in Libië voordat het naar zijn einddoel Entebbe in Oeganda vloog. Het is 27 juni 1976. De kapers waren leden van de toenmalige terroristische Duitse Baader-Meinhofgroep en de PFLP, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Entebbe werden de Joodse passagiers gescheiden van de overige. De laatsten werden gaandeweg vrijgelaten. De Joodse passagiers werden ondergebracht in het oude luchthavengebouw en daar bijna een week vastgehouden. De terroristen werden op het vliegveld omhelsd door de Oegandese dictator Idi Amin. Hij ondersteunde de gijzelingsactie van harte en verleende alle bijstand aan de kapers.

Door een wonderbaarlijke reddingsactie werden de gijzelaars uiteindelijk bevrijd. Bij die reddingsactie werden de zeven kapers gedood, samen met vijfenveertig Oegandese militairen. Ook een van de bevrijders en twee gijzelaars lieten het leven.

Onder de gijzelaars was het jonge Joodse echtpaar Gilbert en Hélène Weill uit Antwerpen. Zij zaten daar gevangen, terwijl hun drie kleine kinderen logeerden bij hun grootouders in het Franse Metz.

Gilbert en Hélène brachten het er uiteindelijk levend vanaf. Maar in die ene week hadden zij de dood meerdere keren onder ogen moeten zien. De kaping en de gijzelingsactie, met alle angsten die zij teweeg hadden gebracht, bleven al die jaren als een donkere wolk boven hun leven hangen.

Vorige maand was het vijftig jaar geleden dat dit drama plaatsvond. Ter gelegenheid hiervan werd Gilbert door de president van het huidige Oeganda, Yoweri Museveni, persoonlijk uitgenodigd om nog één keer terug te keren naar de plek waar het allemaal gebeurd was. Gilberts vrouw Hélène is helaas enkele jaren geleden overleden.

Mogelijk was het een moeilijk besluit om te gaan, maar Gilbert ondernam de reis deze keer vergezeld van zijn kinderen, kleinkinderen en enkele andere familieleden. Het hele gezelschap werd begeleid door de Oegandese ambassadeur in België.

En zo stond hij nu een maand geleden, precies vijftig jaar na de verschrikkelijke gebeurtenissen van toen, in hetzelfde oude luchthavengebouw op het vliegveld in Oeganda. Overmand door emoties citeerde hij toch met krachtige stem de lofzegging in het Hebreeuws die voor deze bijzondere gelegenheden is geschreven: ‘Geprezen bent U, Eeuwige, onze G’d, die voor mij dit wonder (van de redding) heeft laten gebeuren.’ Uit de mond van de aanwezigen klonk een krachtig amen. Er werden gebeden gezegd en kaarsen aangestoken ter herinnering aan de omgekomen gijzelaars.

Tijdens de gijzeling was er vanzelfsprekend geen koosjer eten. De meeste gijzelaars aten toch maar wat hun aangeboden werd. Zij moesten immers overleven. Gilbert en Hélène weigerden het voedsel. De hele week leefden zij op bananen. Bij dit laatste bezoek at Gilbert voor het eerst in vijftig jaar opnieuw een banaan. Precies op dezelfde plek als toen.

Natuurlijk werd Gilbert ook ontvangen door de huidige president. Deze keer niet als zijn gevangene op het vliegveld, maar als vrij man in het paleis.

‘Ik wil mijn verontschuldigingen aanbieden voor wat mijn grootvader u heeft aangedaan’

Het is de laatste dag van het bezoek. Gilbert wil net het hotel verlaten op weg naar het vliegveld, maar wordt op zijn schouder getikt. Hij kijkt om en staart in het gezicht van een grote man, een Oegandees. Schuchter stelt deze zich voor. ‘Ik ben de kleinzoon van Idi Amin. Ik wil mijn verontschuldigingen aanbieden voor wat mijn grootvader u heeft aangedaan.’

Enkele dagen geleden vertrouwde Gilbert mij toe wat er op dat moment door zijn hoofd ging. ‘Hier kom ik een halve eeuw later terug om af te rekenen met dat verleden. Die hele week van de kaping en de gijzeling heb ik nu herbeleefd, op de plek zelf. Opnieuw voelde ik de dreiging en de angsten van toen. Alleen, nu moest ik het alleen beleven, zonder mijn Hélène, die mij helaas enkele jaren geleden is ontvallen. Vanzelfsprekend was het laatste wat ik nu wilde om oog in oog te staan met ook maar iemand die iets te maken had met die daders van toen, dus ook Idi Amin of zijn familie. En nu, vlak voor ik vertrek, hoor ik deze woorden uit de mond van de kleinzoon van degene die alle steun heeft gegeven aan de daders van toen.

Ik aarzelde een seconde. Maar toen gaf de Eeuwige mij Zijn wijsheid. Diezelfde G’dheid die voor mij vijftig jaar eerder dat grote wonder van de redding heeft laten plaatsvinden, geeft mij nu de gelegenheid om de kleinzoon te kunnen vergeven voor zijn opa. Ik nam zijn hand aan. Wij konden elkaar begroeten als broeders. Met deze ontmoeting kon ik mijn reis helemaal afsluiten.’

De woorden van Gilbert gaan voortdurend door mijn hoofd. Diezelfde G’dheid die mij bijstaat, is ook Degene die voortdurend de gelegenheid geeft om te kunnen vergeven. In een wereld waar animositeit en vijandschap heersen, zou deze gedachte toch wortel moeten kunnen schieten. Een gedachte die in het verre Oeganda, op de plek waar barbaarse misdaden plaatsvonden, is ontsproten, zouden we toch eigenlijk verder moeten kunnen uitdragen.

Israël erkent de Armeense Genocide toch niet

0

Israël erkent de Armeense Genocide toch niet als genocide. De stemming in de Knesset, het Israëlische parlement, is zonder opgaaf van reden van de agenda geschrapt.

Volgens de Turks-Armeense krant Agos zou de bemiddeling van Azerbeidzjan – waarmee Israël goede militaire banden heeft, maar ook een trouwe bondgenoot van Turkije is – achter de intrekking van het wetsvoorstel zitten.

Eigenlijk zou eind deze maand de stemming over het wetsvoorstel van het kabinet-Netanyahu in de Knesset moeten plaatsvinden. Maar Agos meldt dat deze stap terug van het Israëlische regime past in een traditie om Turkije niet voor het hoofd te stoten en de officiële erkenning van de Armeense genocide voor onbepaalde tijd uit te stellen.

Kritische Armeniërs hechtten sowieso weinig waarde aan de erkenning van de Armeense Genocide door de Knesset, vanwege de genocide die Israël pleegt op de Palestijnen in Gaza. Serj Tankian, de ex-leadzanger van de wereldberoemde rockband System of a Down, formuleerde het als volgt: ‘Het feit dat een genocideplegende staat, die zich tegen de Palestijnen en Libanezen schuldig maakt, de genocide op mijn voorouders erkent, is het slechtste wat Armeniërs kan overkomen. Dat onze geschiedenis en onze pijn worden gebruikt voor politiek gewin, is waardeloze politiek.’

Eerder deze maand nog sprak de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Saar over een ‘juiste beslissing’ om de Armeense Genocide te erkennen. Het zou een ‘zaak van rechtvaardigheid’ zijn en getuigen van een ‘principiële houding’ tegenover Turkije om dat te doen.

Hoe de mislukte staatsgreep in Turkije het leven van Gülen-sympathisanten voorgoed veranderde

0

Tien jaar geleden mislukte in Turkije een staatsgreep. Daarna werden honderdduizenden mensen vervolgd, onder wie veel Gülen-sympathisanten. Vier van hen vertellen hoe die avond hun leven voorgoed veranderde. ‘Nederland is voor ons een nieuw thuis geworden.’

Op 15 juli 2016 vond in Turkije een mislukte staatsgreep plaats. Het was een bepalend moment in de carrière van president Recep Tayyip Erdogan. Hij gebruikte de couppoging als aanleiding om honderdduizenden mensen te vervolgen en op te sluiten. Daarmee gaf hij het startschot voor het autoritaire bewind dat op dag van vandaag critici en de oppositie zonder pardon oppakt.

Erdogan wees direct naar de Gülenbeweging als verantwoordelijke voor de staatsgreep. De islamitisch spiritueel leider Fethullah Gülen ontkende echter iedere betrokkenheid en pleitte voor een onafhankelijk onderzoek, maar dat kwam er niet. Volgens verschillende analyses zouden naast Gülen-sympathisanten ook kemalistische en andere officieren bij de staatsgreep betrokken zijn geweest. De precieze toedracht van de coupnacht is dan ook nooit opgehelderd.

Turkse staatsmedia

De Turkse staatsmedia besteden al wekenlang veel aandacht aan de mislukte coup van 15 juli. Niemand in Turkije ontkomt aan termen als het ‘kwaadaardige terreurnetwerk FETÖ’. Dit jaar bedacht de staatszender TRT zelfs de nieuwe term ‘Fetönyahu’, waarmee wordt gesuggereerd dat Gülen-sympathisanten handlangers zijn van het zionistische regime in Israël en de VS. Zo doen nog altijd allerlei complottheorieën over 15 juli 2016 de ronde. In die wirwar van verhalen en de officiële staatsvisie is er nauwelijks ruimte voor de zware gevolgen die gewone Gülen-sympathisanten sinds die dag ondervinden.

‘15 juli 2016 staat voor altijd in mijn geheugen gegrift’

De Kanttekening sprak met twee Nederlandse Gülen-sympathisanten, beiden ondernemers, en twee gevluchte docenten uit Turkije, die hun leven ondanks alle ontberingen weer hebben opgepakt. Terwijl de een zich, voor zover mogelijk, ‘volledig herpakt’ heeft en is uitgegroeid tot een succesvol zakenpersoon, is voor de ander de pijn van 15 juli nog altijd een dagelijkse realiteit. Hoe komen zij deze dagen door en hoe blikken zij terug op het afgelopen decennium?

Ahmet Taskan

‘15 juli 2016 staat voor altijd in mijn geheugen gegrift’, zegt Ahmet Taskan, de Turks-Nederlandse zakenman met meerdere bedrijven op zijn naam. ‘Ik was onderweg naar huis in Utrecht toen ik werd gebeld door een autochtone Nederlandse vriend. Hij vertelde mij dat er in Turkije een staatsgreep gaande was. Dat bericht kwam als een donderslag bij heldere hemel. Eenmaal thuis zette ik direct de televisie aan. De beelden van tanks op de Bosporusbrug en laag overvliegende gevechtsvliegtuigen maakten al snel duidelijk dat er iets zeer ernstigs aan de hand was.’

Terwijl nationalistische Erdogan-aanhangers, na een oproep van de president, de straat op gingen om het regime te verdedigen, spreekt Taskan tien jaar later zijn twijfels uit over de gang van zaken.

‘Bij eerdere militaire interventies in Turkije werden doorgaans eerst de media en communicatiemiddelen uitgeschakeld, maar deze keer bleven televisie, internet en sociale media gewoon functioneren. Ook het tijdstip voelde opmerkelijk. Historisch gezien vonden militaire ingrepen meestal diep in de nacht plaats, wanneer de bevolking sliep, niet in de avond wanneer het leven nog op volle toeren draait. Daarnaast werd slechts één rijrichting van de Bosporusbrug afgesloten, terwijl de andere gewoon toegankelijk bleef. Ik vroeg mij af wat daarvan de militaire meerwaarde kon zijn. Hoe langer de avond duurde, hoe meer vragen er ontstonden. Verwarring en onzekerheid overheersten’, aldus Taskan. Kritische overpeinzingen die ook in het Turkije van Erdogan worden geuit, bijvoorbeeld door DEM-parlementariër Ömer Faruk Gergerlioğlu. Volgens Taskan kunnen mensen die zulke vragen stellen achter de tralies belanden.

Taskan wil dat toch nog steeds kwijt. ‘Zo verdween het rapport van de Turkse parlementaire commissie die de couppoging onderzocht uit de openbaarheid. Voorstellen van oppositiepartijen voor een nieuw parlementair onderzoek werden door de regeringspartijen AKP en MHP verworpen. Daarna volgden grootschalige arrestaties en lange gevangenisstraffen. Mensen werden soms veroordeeld voor handelingen die destijds volledig legaal waren, zoals het hebben van een rekening bij Bank Asya. Voor mij laten deze ontwikkelingen zien hoe Turkije zich de afgelopen tien jaar steeds verder heeft verwijderd van de democratische rechtsstaat.’

Spanning binnen de Turkse gemeenschap

De Turks-Nederlandse artiest Suvari Öztürk, die zijn muziek heeft gewijd aan mensenrechten en in het bijzonder aan de rechten van kinderen, heeft eveneens twijfels. ‘Op 15 juli 2016 was ik op bezoek bij mijn ouders. We zaten thuis televisie te kijken toen we rond 22.00 uur colonnes auto’s met toeterende bestuurders, Turkse vlaggen en luide Turkse muziek door de straten zagen rijden. Diezelfde avond werd de Gülen-beweging al aangewezen als verantwoordelijke voor de gebeurtenissen.’

Hij herinnert zich vooral de dag erna, 16 juli. ‘De spanning binnen de Turkse gemeenschap was om te snijden. Ik zag hoe families en vriendschappen uit elkaar vielen. In de tien jaar die volgden heb ik veel leed onder onschuldige mensen gezien. Tienduizenden mensen werden gevangengezet. Er zijn gedocumenteerde berichten over marteling in detentie en er zijn mensen omgekomen tijdens hun vlucht, onder wie gezinnen met kinderen die de oversteek naar Griekenland probeerden te maken.’

Taskan spreekt over een ‘compleet nieuwe werkelijkheid’ die op 16 juli begon. ‘Vrijwel direct na de mislukte staatsgreep werden aan de Turkse overheid gelieerde instellingen, stichtingen en verenigingen ingezet om namen te verzamelen van mensen in het buitenland die in verband werden gebracht met de Hizmet-beweging. Via de Turkse ambassade kwamen deze lijsten uiteindelijk in Turkije terecht. Tot mijn verbijstering bleek ook mijn naam daarop te staan. Van de ene op de andere dag werd ik bestempeld als staatsgevaarlijk.’

Dat voelde extra ‘wrang’, omdat ik enkele weken daarvoor nog op de Turkse ambassade was geweest en met de ambassade had samengewerkt bij de organisatie van bijeenkomsten. ‘De toenmalige ambassadeur had mij tijdens zijn afscheid zelfs publiekelijk bedankt voor mijn inzet, onder andere rond de viering van vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije.’

‘Mensen die mij jarenlang hadden gekend, namen ineens afstand’

Wat Taskan het pijnlijkst vond, was niet het bestaan van die zogenoemde Gülen-lijsten, maar de snelheid waarmee mensen veranderden. ‘Mensen die mij jarenlang hadden gekend, namen ineens afstand. Sommigen wilden niets meer met mij te maken hebben. Er ontstond een sfeer van angst, wantrouwen en uitsluiting, vooral op sociale media. Mensen werden geweerd uit moskeeën, sociale contacten werden verbroken en complete gemeenschappen raakten verdeeld. Ondanks alle druk heb ik bewust besloten mijn leven zo normaal mogelijk voort te zetten. Ik wilde niet dat angst mijn leven zou bepalen.’ Later kreeg hij ook te maken met doodsbedreigingen, waarvoor één persoon werd veroordeeld.

Öztürk wil na tien jaar leed graag meer hoop zien. ‘Ik vind dat echter wel moeilijk. Naar mijn overtuiging wordt een groot deel van de Turkse samenleving nog altijd sterk beïnvloed door polarisatie, desinformatie en diepgeworteld wantrouwen. Ik hoop dat er ooit ruimte ontstaat voor waarheid, rechtvaardigheid en verzoening, maar op dit moment zie ik die ontwikkeling nog onvoldoende.’

Taskan wil ook niet eindigen met uitsluitend verlies en pijn. Hij is iets optimistischer gestemd. ‘De afgelopen tien jaar zijn voor mij ook een periode van herbezinning en wederopbouw geweest. Zakelijk heb ik een volledig nieuwe koers gekozen. Met veel inzet heb ik inmiddels onder meer twee goed draaiende kleine ondernemingen opgebouwd. Dat geeft voldoening en vertrouwen in de toekomst.’

Een ander positief effect van de periode van vervolging is dat zijn blik op de wereld is verbreed. ‘Waar we vroeger vrijwel ieder jaar onze vakanties in Turkije doorbrachten, zijn we andere landen gaan ontdekken. Daardoor hebben we veel nieuwe ervaringen opgedaan en andere culturen leren kennen. Misschien wel de belangrijkste les die ik uit deze periode heb getrokken, is de waarde van de democratische rechtsstaat. Pas wanneer je ervaart hoe kwetsbaar vrijheid, onafhankelijke rechtspraak en fundamentele rechten kunnen zijn, besef je hoe onmisbaar ze zijn.’

Van de nood een deugd

Er zijn meer Gülen-sympathisanten die van de nood een deugd hebben gemaakt en sterker uit het trauma van tien jaar geleden zijn gekomen, al duurt dat voor velen nog altijd voort.

Neslihan Özcan Sahin, docent aan de Apolloschool in Amstelveen, en Melek H., wiskundedocent, behoren tot die groep. Beiden vluchtten in de nasleep van de couppoging, toen Turkije op basis van nooddecreten werd geregeerd, uit Turkije en hebben hier met bloed, zweet en tranen een nieuw bestaan opgebouwd.

Neslihan Özcan Sahin

Maar eerst terug naar hoe zij 15 juli beleefden. Sahin werkte destijds als wetenschapsdocent op een middelbare school in Adana. Haar man was industrieel ingenieur. ‘Tijdens de coupnacht waren we op bezoek in Gaziantep. We gingen met familie picknicken in een afgelegen gebied, waar onze telefoons geen bereik hadden. Tot ongeveer tien uur waren we daar. Toen we teruggingen, viel me al op dat de militaire politie controles uitvoerde en mensen aan de kant zette. We waren erg verbaasd. Pas toen we thuiskwamen en naar het nieuws keken, begrepen we enigszins wat er aan de hand was.’

Over 16 juli is Sahin duidelijk. ‘Dat was een complete hel voor ons. Ik gebruik die term bewust. Ons hele leven werd overhoopgehaald en we zouden het nooit meer terugkrijgen. We hebben alles verloren.’

Sahin kwam in 2018 met haar gezin naar Nederland via de beruchte Griekenlandroute, over de rivier de Meriç (Evros). ‘Tien jaar later doet het nog steeds veel pijn. Door een kapotte boot hebben we onze zoon zelfs even aan de Turkse kant van de rivier moeten achterlaten. Dat zou ik nooit meer doen.’

Ze heeft geen hoop meer voor Turkije, maar wel voor zichzelf en haar kinderen in Nederland. Terugkijkend geeft ze haar komst naar Nederland een religieuze betekenis. ‘Dit was een gedwongen migratie. Ik hoop dat het een hidjra (migratie omwille van God) is geweest.’

‘Juist door die gedwongen verhuizing ontstond er weer hoop. Vooral als je kijkt naar onze kinderen en naar het feit dat zoveel mensen nu in Europa, Amerika en andere landen wonen. Dat mensen de Gülen-sympathisanten op deze manier beter leren kennen, vind ik hoopgevend.’

‘Zouden ze accepteren dat iemand als ik lesgaf aan hun kinderen?’

Ze werkt inmiddels als docent nask (natuur- en scheikunde) op een middelbare school in Amsterdam. Die positie heeft ze niet zonder slag of stoot bereikt. ‘Terugkijkend was de vlucht naar Griekenland, over de rivier de Evros, het zwaarst. Mijn zoon was toen 9 jaar en mijn dochter 5. Mijn dochter hield ik voor dat we meededen aan Survivor, het televisieprogramma waarin deelnemers allerlei fysieke en mentale uitdagingen aangaan. Ik zei dat ze een pop zou krijgen die ze heel graag wilde.’

Na die beproeving begon in Nederland de strijd die uiteindelijk leidde tot haar docentschap, dat voor Neslihan veel meer is dan alleen een beroep. ‘Het is echt een passie, net als het leren van de Nederlandse taal’, zegt ze. ‘Ik wilde zo snel mogelijk Nederlands leren, wat eerlijk gezegd erg moeilijk is. We kwamen in 2018 aan. In 2020 kregen we een eigen woning en deed ik mee aan het project Statushouders voor de Klas. Ik móést weer voor de klas staan. Dat was mij afgenomen en daar had ik veel verdriet van.’

Ze vertelt dat op school soms werd uitgelachen om haar Turkse accent. ‘Het was het een pijnlijk proces. Ik heb lange tijd slapeloze nachten gehad, vooral voor ouderavonden. Ik vroeg me af: hoe zouden ouders op mij reageren? Zouden ze accepteren dat iemand als ik lesgaf aan hun kinderen? Gelukkig is dat nooit een probleem geworden.’

Neslihan maakt zich nog steeds zorgen over haar beheersing van de Nederlandse taal, maar zegt ook veel steun te hebben gekregen van haar schoolleiding. ‘Dat was ontzettend belangrijk voor mij. Ze hebben vertrouwen in mij en ik ben zelfs mentor geworden.’

Jaren in Irak

Voor Melek H. is een terugblik op 15 juli automatisch ook een terugblik op haar trouwfeest. Ze werkte destijds als docent wiskunde in Irak, maar was teruggekeerd naar Turkije om te trouwen. De bruiloft vond plaats op 19 juli, in een sfeer van angst. ‘Nog voordat we precies wisten wat er was gebeurd, werd de hele Gülen-beweging als dadergroep aangewezen. Toen wisten we dat er voor ons een zeer moeilijke periode zou aanbreken. Na ons trouwfeest zijn we meteen weer naar Irak vertrokken en nooit meer naar Turkije teruggekeerd. Dat is nu precies tien jaar geleden.’

Ze bleef nog enkele jaren in Irak, omdat ze daar een verblijfsvergunning had. Toen ze zwanger werd en haar ongeboren kind moest inschrijven, was een bezoek aan het Turkse consulaat noodzakelijk. Dat durfden zij niet aan. ‘We wilden de toekomst van ons ongeboren kind niet riskeren en hebben daarom een visum voor Nederland aangevraagd. Hier kregen we versneld een verblijfsvergunning. Mijn man ging na een IT-opleiding aan het werk en ik moest eerst de taal leren voordat ik weer als wiskundedocent aan de slag kon.’

Ook voor haar verliep die weg niet zonder obstakels. ‘De weg naar het docentschap liep parallel aan onze verblijfsprocedure, die gelukkig vrij snel werd afgerond. Daarna wachtten we op een woning van de gemeente Amsterdam. In die periode volgde mijn partner een IT-opleiding, terwijl ik voor onze baby zorgde. Toen we eenmaal een woning hadden, ben ik me volledig gaan richten op het leren van de Nederlandse taal.’

Terwijl haar partner aan de slag ging als softwareontwikkelaar, volgde H. een taalcursus en nam ze deel aan een traject om weer voor de klas te kunnen staan. Ze liep direct stage op een school. ‘Aan het einde van dat jaar was mijn Nederlands op voldoende niveau en begon ik te solliciteren.’

‘Nederland is voor ons een nieuw vaderland en een nieuw thuis geworden’

Ook dat bleek een uitdaging. ‘Ik was nog maar net in Nederland en hoewel mijn taalniveau officieel B2+ was, voelde dat in de praktijk nog niet zo. Daardoor waren scholen soms terughoudend om mij aan te nemen. Uiteindelijk kreeg ik de kans om wiskundeles te geven. Sindsdien heb ik zonder onderbreking gewerkt. Volgend schooljaar begin ik aan mijn zesde schooljaar in het onderwijs. Intussen hebben we, na vijf jaar, onze inburgeringsexamens gehaald en de Nederlandse nationaliteit gekregen. Daarna zijn we verhuisd naar ons eigen huis en sindsdien voelen we ons hier echt thuis.’

Haar dochter is in Nederland geboren en gaat binnenkort naar groep 6. ‘Door haar zijn we hierheen gekomen en hebben we voor onszelf een volledig nieuw leven opgebouwd. Nederland is voor ons een nieuw vaderland en een nieuw thuis geworden. Via dit interview willen wij al onze Nederlandse vrienden, leraren en buren bedanken die ons hebben geholpen, de weg hebben gewezen en ons hebben begeleid. We zijn er trots op deel uit te maken van deze samenleving en ons ervoor in te zetten.’

Gülen-sympathisanten willen onafhankelijk onderzoek naar couppoging

0

Op het tiende herdenkingsjaar van de mislukte couppoging tegen de Turkse president Recep Tayyip Erdogan is de strijd om wat er daadwerkelijk is gebeurd op de coupnacht nog steeds niet beslecht. De Turks-Amerikaanse lobbygroep De Alliantie van Gedeelde Waarden (AfSV), gelieerd aan de Gülenbeweging, pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar de putschnacht van 15 juli 2016.

Tijdens de mislukte staatsgreep stierven, volgens uiteenlopende schattingen, meer dan 250 mensen: militairen, politiemensen en veel burgers. Veel burgers kwamen waren na een oproep van Erdogan de straat op gegaan, om de Turkse regering te beschermen tegen de putchisten. Na de mislukte coup wees Erdogan meteen met een beschuldigende vinger naar de Gülenbeweging: zij zouden achter de coup zitten. Duizenden Gülen-sympathisanten verloren hun baan, verdwenen achter slot en grendel en/of vluchtten het land uit.

Lobbygroep AfSV gelooft niet in het regeringsnarratief. De organisatie stelt dat tien jaar na de couppoging nog steeds geen ‘onafhankelijk onderzoek’ naar de feiten heeft plaatsgevonden. Een parlementaire commissie heeft destijds de militaire chef Hulusi Akar en inlichtingenchef Hakan Fidan niet gehoord en het rapport is ook nooit formeel gepubliceerd. De pro-Koerdische Dem-parlementariër Ömer Faruk Gergerlioglu heeft eerder deze maand ook naar het rapport gevraagd.

AfSV hekelt ook de partijdige Turkse rechtspraak. ‘Rechters die onder politieke invloed opereren, doen aan collectieve afstraffing en zijn daarmee instrumenten geworden om het officiële narratief te versterken in plaats van de rechtsstaat te dienen,’ aldus de groep in een verklaring.

De organisatie verwerpt guilt by association, oftewel vermeende daderschap op basis van bepaalde connecties, ongeacht iemands eigen acties. Dit draait basale rechtsprincipes, zoals de onschuldpresumptie (innocent until proven guilty) om naar guilty until proven innocent. Gülen-sympathisanten zijn collectief gestraft voor de daden van de coupplegers, terwijl ze niets met de staatsgreep van doen hadden. De Gülenbeweging wordt in de Turkse staatsmedia gebrandmerkt als ‘FETÖ’, wat staat voor Fethullistische Terreurorganisatie. Gülen-sympathisanten noemen hun beweging zelf Hizmet.

De Turkse staat heeft economisch geprofiteerd van de heksenjacht op Gülen-sympathisanten. Maar liefst 784 bedrijven werden geconfisqueerd, met een totale waarde van 42,3 biljoen Turkse lira. Dat is omgerekend bijna een miljard euro, maar waarschijnlijk is de totale waarde veel hoger omdat de Turkse lira in 2016 veel meer waard was dan tegenwoordig. Ook andere organisaties werden ontbonden. In de directe nasleep van de couppoging ging het bijvoorbeeld om 35 zorginstellingen, 934 scholen, 109 studentenwoningen, 104 stichtingen, 1.125 verenigingen, 15 universiteiten en 19 vakbonden.

De oproep van AfSV tot een onafhankelijk onderzoek naar de mislukte staatsgreep van 15 juli is vooralsnog aan dovemansoren gericht. Heel Turkije staat vandaag in het teken van de ‘heldhaftige martelaren‘, de Erdogan-aanhangers en nationalistische Grijze Wolven die de straten opgingen en stierven bij verschillende confrontaties met een factie binnen het leger. Vanuit negentigduizend moskeeën zijn vanavond speciale gebeden, sela, te horen, die ook tijdens de coupnacht klonken. Ze waren toen een oproep tot mobilisatie, om de president te beschermen.

SGP, BBB en NSC organiseren congres over behoud Nederlandse cultuur

0

De wetenschappelijke bureaus van SGP, BBB en de niet meer in de Tweede Kamer vertegenwoordigde NSC organiseren samen met de Stichting Democratische Vernieuwing het Congres Cultuurdefensie. Ze willen dat de Nederlandse cultuur behouden wordt, tegen de ‘schade’ van asielmigratie. Het congres wordt op zaterdag 19 september gehouden in de Bergkerk te Amersfoort.

Stichting Democratische Vernieuwing is het initiatief van filosofe Andrea Speyerbach (echte naam: Andrea Speijer-Beek), die vooral sinds 2025 in de schijnwerpers staat door haar uitgesproken rechtse standpunten over democratie, identiteit en migratie. Doel van haar stichting is een rechtszaak tegen de Nederlandse staat aanspannen, om de gevolgen van massamigratie voor de Nederlandse cultuur en ‘inheemse’ bevolking aan te pakken. Ze willen afdwingen dat de overheid de gewortelde Nederlanders beter beschermt, aldus de Volkskrant. Speyerbach is voorzitter van de stichting, andere bestuursleden zijn voormalige BBB-minister Gouke Moes (vice-voorzitter) en de rechtse polemist Teun Voeten (secretaris en penningmeester).

Het initiatief doet sterk denken aan de toogdag van Stichting de Nederlandse Leeuw over migratie. Die werd op 19 januari 2018 in de Haarlemse Broodfabriek georganiseerd met als doel ‘de progressief-liberale denkcultuur te doorbreken’. Hoofdspreker van die dag was de controversiële, in rechtse kringen populaire Canadese wetenschapper Jordan Peterson. Sprekers op dit congres leverden kritiek op de multiculturele samenleving en spraken over identiteit, westerse waarden, politieke correctheid en de door hen ervaren druk op de Nederlandse cultuur. Linkse critici spraken over een extreemrechts congres.

De Nederlandse Leeuw presenteerde nadien een ‘Top 10 oplossingen voor de multiculturele samenleving’, die de uitkomst was van een brainstormsessie waaraan maar liefst 2000 mensen meededen. Daar bleef het echter bij. En volgden geen nieuwe toogdagen. Ook stapte oprichter en voorzitter Rutger van den Noort op.

In vergelijking met de toogdag van De Nederlandse Leeuw lijkt het Congres Cultuurdefensie meer juridisch en beleidsmatig gericht. Het heeft alles te maken de rechtszaak die Stichting Democratische Vernieuwing aanspannen wil om de Nederlandse cultuur te beschermen. Ook is het Congres Cultuurdefensie institutioneler, gezien de samenwerking met de wetenschappelijke bureaus van drie politieke partijen.