Ik vrees dat de oorlog van de VS en Israël tegen Iran nog lang kan duren, zolang Israël niet wordt beteugeld.
Zelfs binnen Amerikaanse kringen klinkt die zorg. Joe Kent — directeur terrorismebestrijding en uitgesproken vertegenwoordiger van de pro-Trumpstroming, die vanwege de Iranoorlog ontslag heeft genomen — schreef op X:
‘Stap 1 in de-escalatie moet het beteugelen van de Israëliërs zijn, anders zullen alle onderhandelingspogingen dit patroon volgen: De president kondigt de-escalatie aan. Israël voert zware aanvallen uit om onderhandelingen te dwarsbomen. De oorlog escaleert opnieuw.’
Blijkens ook recente verklaringen van Israëlische zijde is dat geen loze waarschuwing. Ondanks diplomatieke druk van de VS heeft de Israëlische minister van Defensie, Katz, gezworen de aanvallen op Iran niet te staken.
Dan is de conclusie helder: zonder druk op Israël blijft deze cyclus zich herhalen.
Wat ook steeds duidelijker wordt, is dat de VS en Israël deze oorlog mogelijk niet kunnen winnen. Sommige deskundigen stellen zelfs dat zij al verloren hebben en trekken parallellen met Vietnam en Afghanistan, eerdere debacles voor Amerika. Tegelijk ondersteunen Rusland en China Iran indirect — via inlichtingen, technologie en economische samenwerking — terwijl zij directe militaire betrokkenheid vermijden.
Recent heeft Iran vijftien Amerikaanse voorstellen om de oorlog te stoppen afgewezen. Daarbij stelt Teheran dat de VS niet in de positie is om die voorwaarden te bepalen. Dat is harde taal en laat zien dat oorlog en diplomatie hand in hand gaan: Iran probeert zo zijn positie aan de onderhandelingstafel te versterken.
Journalist Layla El-Dekmak stelde in VPRO-programma Bureau Buitenland dat Israël Libanon behandelt als een ‘nieuw Gaza’ en dat de aanvallen gezien kunnen worden als een oorlog tegen de gehele Libanese bevolking, niet alleen tegen Hezbollah. Volgens berichten zijn er ruim duizend doden en meer dan een miljoen vluchtelingen. Israël stelt dat het militaire doelen treft, maar tegelijkertijd zien we dat ziekenhuizen, medicijnfabrieken en vitale infrastructuur worden geraakt. De vraag dringt zich op: waar ligt de grens tussen militaire strategie en collectieve bestraffing?
Als we Israël en het Midden-Oosten willen begrijpen, moeten we naar Libanon kijken. Terwijl de wereld focust op Iran, voltrekt zich daar een andere werkelijkheid. Israël voert stap voor stap een strategie uit: het uitbreiden van landgrenzen. De aankondiging dat Zuid-Libanon tot aan de Litani-rivier is geannexeerd, past in een patroon dat al jaren zichtbaar is. Geen vrede, maar voortdurende repressie en oorlog als middel. Israël is bovendien al jaren bezig met de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en recent heeft Israël na de val van Assad de Golanhoogten en nog meer bezet in Syrië. Sommige Israëlische hoge functionarissen zeggen ook openlijk dat dit hun religieuze oorlog is. Canada heeft deze annexatie veroordeeld, gaat kabinet Jetten dat ook doen? Of gaan zij zeggen dat zij ook voor deze annexatie ‘begrip’ hebben?
Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit
Tegelijk zien we een verwarrende realiteit. President Trump spreekt over onderhandelingen met Iran, maar stuurt tegelijkertijd extra troepen naar de regio. Die tegenstrijdigheid laat zien hoe onzeker en instabiel de koers is. Wat wél duidelijk is: het draagvlak binnen de Verenigde Staten voor verdere escalatie neemt af. Meer dan de helft van de Amerikanen steunt de oorlog niet, zeven procent steunt de eventuele inzet van grondtroepen. Steeds meer Amerikanen vragen zich af waarom zij betrokken raken bij een conflict dat niet in hun belang lijkt. Velen roepen dat ze niet voor Israël willen vechten.
Ondertussen zijn de echte slachtoffers, zoals altijd, burgers: kinderen, vrouwen en ouderen — zowel in Iran (denk aan de schoolmeisjes op de eerste dag van de oorlog) als in Israël. De economische gevolgen worden wereldwijd voelbaar: stijgende energie- en boodschappenprijzen, onzekerheid en groeiende instabiliteit.
Dat betekent niet dat andere actoren buiten beeld moeten blijven. Hezbollah en het Iraanse regime dragen eveneens verantwoordelijkheid en verdienen veroordeling. Tegen deze oorlog zijn, betekent niet dat men pro-Iran of pro-Hezbollah is. Het betekent dat men kiest tegen verdere escalatie en tegen de illusie dat militaire interventies complexe samenlevingen kunnen hervormen.
De lessen uit Afghanistan en Irak zijn duidelijk. Regime change van buitenaf, zonder interne dynamiek, leidt zelden tot stabiliteit en vaak tot meer chaos en geweld.
Juist daarom ligt hier een verantwoordelijkheid voor Europa. Niet als passieve toeschouwer, maar als actor met een eigen moreel kompas. Een langdurige oorlog betekent onvermijdelijk meer instabiliteit, hogere energieprijzen en nieuwe vluchtelingenstromen richting Europa — eerst naar Turkije en uiteindelijk naar Europa zelf.
Europa moet zich daarom afvragen: volgt het opnieuw blind zijn bondgenoten, of durft het een eigen koers te varen? Diplomatie moet de eerste stap zijn, maar als dat faalt, zullen ook politieke en economische middelen overwogen moeten worden om verdere escalatie te voorkomen.
Daarom moeten wij niet stil blijven. Spreek je uit tegen deze oorlog. Zoals aankomende zaterdag op het Malieveld gebeurt. Want zwijgen in tijden van escalatie is geen neutraliteit, maar het accepteren van wat volgt. Want de wereld is niet meer die van vijftig jaar terug, het is een groot dorp en alles wat elders plaatsvindt, zal ons ook raken. En het raakt ons ook.
De vraag die blijft hangen is niet alleen hoe deze oorlog eindigt, maar of iemand de moed heeft om die te stoppen.



het volgende op: ‘Wat mij opvalt bij Nederlands antisemitisme, is dat hij dan een specifieke politieke partij noemt. Dus als het om Nederlanders gaat, dan is hij heel specifiek. Dan heeft hij het over een politieke partij, dan heeft hij het over voetbalclubs. Hij zegt niet de Nederlandse gemeenschap, hij zegt niet de rechtse gemeenschap, hij zegt niet de christelijke gemeenschap, hij zegt niet de seculiere of atheïstische gemeenschap. Hij heeft het heel specifiek over voetbalclubs en een politieke partij. En dan zie je wederom dat de islamitische gemeenschap niet als individuen wordt gezien, niet als burgers en dus eigenlijk ook niet als mensen.’
