Home Blog

Civiele bestuur Hamas in Gaza draagt stokje over aan technocraten

0

De door Hamas geleide regering in Gaza heeft maandag verklaard dat het haar eigen civiele regering heeft ontbonden en de macht zal overdragen aan een technocratisch bestuur, zo melden verschillende media.

Hamas bestuurt de Gazastrook sinds 2006, toen de islamitische organisatie de Palestijnse parlementsverkiezingen won. Vervolgens brak er een strijd uit met de seculiere organisatie Fatah, die de macht niet wilde opgeven. Hamas werd vervolgens de baas in de Gazastrook, Fatah in de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever. 

Maar Hamas heeft nu de macht overgedragen aan een technocratische bestuur, het ‘National Committee for the Administration of Gaza’ (NCAG). Dit bestuur bestaat uit onafhankelijke Palestijnse experts en zou het dagelijks bestuur moeten vormen in de Gazastrook. Dit werd overeengekomen tijdens onderhandelingen voor een vredesovereenkomst, die in september 2025 werd bereikt na bemiddeling door de Verenigde Staten, Qatar en Egypte.

Deze vredesovereenkomst, onderdeel van het ‘twintigpuntenplan’ van de Amerikaanse president Donald Trump, had een einde moeten maken aan de Israëlische genocide op de Palestijnen in Gaza, die meer dan 73.000 Palestijnen het leven heeft gekost. Israël is ondanks het akkoord echter doorgegaan met aanvallen op Gaza, waardoor sinds dat akkoord meer dan duizend Palestijnen omkwamen, schrijft Middle East Eye.

Een woordvoerder van Hamas liet weten dat de beweging klaar is voor een civiele machtsoverdracht. Ze hebben ‘een stap gezet door niet langer de leiding over de Gazastrook te voeren teneinde alle smoezen weg te nemen’, die Israël volgens hem gebruikt ‘om de uitroeiingsoorlog voort te zetten.’ Hij riep bemiddelende staten op om ervoor te zorgen dat Israël zich aan de wapenstilstand houdt.

Volgens experts is het besluit van Hamas om het civiele bestuur te ontbinden bedoeld als een boodschap aan de Amerikaanse president Donald Trump dat de beweging geen obstakel is voor diens plan voor vrede in Gaza. Dit in tegenstelling tot Israël, dat niet alleen doorgaat met aanvallen, maar ook hulpgoederen tegenhoudt en inmiddels bijna zeventig procent van de Gazastrook in handen heeft.

Het is nog onzeker welke macht het nieuwe bestuursorgaan (NCAG) precies zal hebben, schrijft The New Arab. Ook is een bestuursoverdracht nog geen oplossing voor de vastgelopen onderhandelingen, waaronder afspraken rond wederopbouw, het bestuur op lange termijn en de toekomst van de militaire tak van Hamas.

De ontwapening van Hamas’ militaire tak blijft een heet hangijzer. De beweging ging in de overeenkomst van september vorig jaar akkoord met het neerleggen van haar wapens, op voorwaarde dat Israël zich zou terugtrekken achter de ‘Gele Lijn’, die een bufferzone zou aangeven. Maar Israël heeft deze lijn steeds verder opgeschoven en meer land ingenomen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu instrueerde het leger afgelopen mei om zeventig procent van Gaza in te nemen.

Hamas heeft altijd volgehouden dat ze zich niet zullen ontwapenen zolang Israël zich niet terugtrekt.

Grote zorgen over Palestijnse vrouwen in Israëlische gevangenissen

0

Palestijnse vrouwen die vastzitten in Israëlische gevangenissen worden ‘onmenselijk behandeld’ en lopen groot risico, waarschuwen hulporganisaties. ‘De laatste keer dat ik vastzat, ben ik zestig kilo afgevallen.’

Het had een vrolijke tijd moeten zijn voor Dana Joudah (35); het is 18 april en ze heeft net te horen gekregen dat ze zwanger is. Maar nog voor ze het nieuws kan vieren, vallen Israëlische militairen haar huis binnen in de Palestijnse stad Nablus op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Joudah, die op dat moment nog een zwakke gezondheid heeft door een recente maagverkleining, wordt gearresteerd en meegenomen naar een Israëlisch detentiecentrum. Daar valt ze meermaals flauw en raakt ze gedehydrateerd. Volgens de familie van Joudah kreeg de zwangere vrouw weinig medische zorg in de gevangenis. ‘Ze moet op de grond slapen in overvolle, koude cellen. Andere gevangenen proberen haar te steunen, omdat ze zwanger is, door hun kleine porties eten te delen’, vertelt de moeder van Joudah aan nieuwssite Middle East Eye.

Inmiddels is Joudah vijf maanden zwanger. Ze zit nog steeds vast, nu in de Damon-gevangenis in het noorden van Israël. Ze wordt vastgehouden onder administratieve detentie, wat betekent dat er geen officiële aanklacht is en dus ook geen rechtszaak. Administratieve detentie duurt in eerste instantie zes maanden, maar kan onbeperkt worden verlengd. Palestijnen in dit soort detentie kunnen dus in feite voor onbepaalde tijd worden vastgehouden.

Zware omstandigheden

Joudah is één van de drie zwangere vrouwen in de Damon-gevangenis. Palestijnse hulporganisaties trekken daarom aan de bel, onder meer vanwege de gezondheidsrisico’s die de drie zwangere gevangenen lopen. Volgens de Palestinian Prisoner’s Society en het Palestinian Center for Prisoner Advocacy krijgen de vrouwen te maken met ‘zware omstandigheden, ongeëvenaarde isolatie en denigrerende behandeling.’ De organisaties roepen op de vrouwen per direct vrij te laten.

‘In de gevangenis krijg je te maken met mishandeling, uithongering, isolatie en het onthouden van familiebezoek’

Ook Amina al-Taweel zit vast in de Damon gevangenis. Ze is vier maanden zwanger en in bijzijn van haar vier kinderen en man werd ze op 18 maart gearresteerd. Haar man, Ali Shawahneh, maakt zich grote zorgen om haar gezondheid. ‘Bij eerdere zwangerschappen had ze het vooral in het begin zwaar; ze heeft zorg nodig die duidelijk niet beschikbaar is in de gevangenis’, zegt hij tegen Middle East Eye.

Shawahneh heeft zelf ook vastgezeten in Israëlische gevangenissen en zegt te weten hoe moeilijk de omstandigheden zijn. ‘De laatste keer dat ik vastzat, ben ik zestig kilo afgevallen. In de gevangenis krijg je te maken met mishandeling, uithongering, isolatie en het onthouden van familiebezoek.’

Het Rode Kruis, andere hulporganisaties en familieleden van gevangenen hebben inderdaad geen toegang tot de Israëlische gevangenissen waar Palestijnen worden vastgehouden. Alleen advocaten mogen nog naar binnen, maar zelfs die bezoeken vinden niet vaak plaats: ‘Afspraken worden vaak afgezegd zonder reden of omdat er een ‘veiligheidsprobleem’ zou zijn in de gevangenis’, zegt Amani Sarahneh van de Palestinian Prisoner’s Society tegen de Kanttekening.

‘Wanneer ze wel naar binnen mogen, horen ze verhalen over de schrikbarende omstandigheden in de gevangenis. Zeker voor de zwangere gevangenen is dit zorgwekkend: zij hebben medische zorg nodig die ze op dit moment niet krijgen.’

Vrouwen vaker doelwit

Ook andere vrouwen lopen grote gezondheidsrisico’s. Zo lijden drie andere Palestijnse vrouwen in de gevangenis aan kanker en is het niet duidelijk of hun behandeling voldoende wordt doorgezet. Ook zitten er twee minderjarige meisjes vast in de Damon-gevangenis.

‘Onze bezorgdheid neemt steeds verder toe’

Lange tijd vingen Palestijnse mannen en jongens het merendeel van de klappen van het Israëlische leger. Maar sinds het begin van de genocide zijn vrouwen steeds vaker het doelwit van Israëlische arrestaties; Israël arresteerde in deze periode ruim 750 vrouwen.

Het aantal Palestijnse vrouwen en meisjes in Israëlische detentie is sinds het begin van de oorlog verdubbeld, blijkt uit data van de Palestinian Prisoners Club. Ook vorige week werden er in verschillende steden op de Westoever weer vrouwen opgepakt.

Volgens Sarahneh gaat het om politieke gevangenen, want onder de vrouwen zitten met name studenten, journalisten, advocaten, docenten, dokters en activisten. Vrouwen maken op dit moment slechts een klein percentage van het totale aantal gevangenen van ruim 9000 op, maar dat aantal groeit dus in rap tempo. Sarahneh: ‘Onze bezorgdheid neemt steeds verder toe. De gerichte aanvallen zijn de afgelopen maanden aanzienlijk toegenomen en we vrezen dat dit patroon zich zal voortzetten.’

VVD wil landelijk verbod op hoofddoek, kruisje en keppel voor boa’s

0

Na jarenlange discussie wil de VVD nu wettelijk vastleggen dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) geen religieuze uitingen meer mogen dragen tijdens hun werk, zo melden verschillende media.

Hiertoe wil VVD-kamerlid Claire Martens een wetsvoorstel gaan indienen, dat een wetswijziging mogelijk zou maken.

Momenteel hanteren gemeenten verschillende regels met betrekking tot klederdracht van boa’s. In tegenstelling tot politieambtenaren die vallen onder de landelijke gedragscode voor lifestyleneutraliteit, krijgen boa’s in verschillende gemeenten de ruimte om hun geloof te uiten. In gemeenten als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Tilburg mogen boa’s een hoofddoek, keppeltje of kruisje dragen als onderdeel van hun uniform. Dat stuit op verzet bij rechtse partijen, die willen dat er een totaalverbod op de hoofddoek komt voor boa’s.

Martens vindt dit verschil tussen gemeenten ongewenst. In plaats hiervan zouden medewerkers met een publieke handhavingstaak overal in Nederland aan dezelfde uniforme regels moeten voldoen. Ook bij politie en defensie zijn religieuze uitingen tijdens de dienst niet toegestaan, voert Martens aan. ‘Bij een uniform in een seculier land horen geen religieuze uitingen’, zei Martens tegen De Telegraaf.

Het wetsvoorstel moet volgens de VVD bijdragen aan de herkenbaarheid en uniforme uitstraling van handhavers in de openbare ruimte. Gemeenten kunnen dan niet meer afwijken van dit beleid, zoals nu het geval is.

In maart dit jaar kondigde de VVD al aan dat zij een landelijk verbod op religieuze uitingen bij boa’s wilde afdwingen. Het CDA steunde dit plan. In december 2021 stemde een Kamermeerderheid voor een motie van de PVV voor een verbod op het dragen van de hoofddoek voor boa’s.

Volgens tegenstanders is een dergelijk verbod in strijd met artikel 1 van de Grondwet, het non-discriminatiebeginsel.

Het wetsvoorstel zal eerst worden voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Eerdere pogingen om met landelijke regelgeving te komen, mislukten, onder meer na kritiek van dit hoogste adviesorgaan van de regering.

Na het advies zal het achtereenvolgens door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. Mocht het voorstel door beide Kamers worden aangenomen, dan moeten alle boa’s zich aan dezelfde regels houden rond het dragen van religieuze uitingen zoals hoofddoeken.

Kabinet keek in 1988 weg bij levering gifgassen aan Irak

0

Wat Iraakse Koerden al decennialang beweren, wordt bijna veertig jaar na de genocide in Halabja in 1988 bevestigd door journalisten van Follow the Money. Nederland wist dat Irak onder Saddam Hoessein plannen had met gifgas, dat vervolgens volop werd ingezet tegen Koerden en Iran. Toch liet de regering grondstoffen hiervoor leveren door chemische bedrijven, aldus de NOS.

Pas in 2005 werden hierover de eerste Kamervragen gesteld. Toen heeft het kabinet-Balkenende de Tweede Kamer onjuist en onvolledig geïnformeerd.

In de VN-Veiligheidsraad werd in 1984 al vastgesteld dat Irak chemische wapens inzette in de oorlog tegen Iran. Toch werd Saddam Hoessein in het Westen destijds nog beschouwd als een nuttige, seculiere dictator tegenover het religieuze ayatollah-regime in Iran.

De VVD’er Frits Bolkestein was uiteindelijk de man die de levering van grondstoffen aan Irak vrijwel ongehinderd liet doorgaan. Hij vond dat het Nederlandse bedrijfsleven anders te veel schade zou lijden.

Een van die stoffen was dimethylamine, dat nodig is voor de productie van zenuwgassen. Een onderzoeksgroep had voor deze stof gewaarschuwd, maar Bolkestein wist die van de lijst af te krijgen. ‘Nog tot mei 1985 ging maandelijks 10 tot 20 ton dimethylamine van het chemische bedrijf KBS Holland in Terneuzen naar Irak’, schrijft de NOS.

Bij een aanval met mosterd- en zenuwgassen op de Koerdisch-Iraakse stad Halabja vielen 5.000 doden.

Ankara-top moet ‘NAVO 3.0’ opleveren, met Turkije

0

Vandaag en morgen vindt in de hoofdstad van Turkije, Ankara, de NAVO-top plaats. Volgens sommige kenners moet dit leiden tot de diep gekoesterde vernieuwing van de militaire alliantie (‘NAVO 3.0’), waartoe de Russische dreiging Europa en het Westen noopt.

Gastland Turkije staat nu volop in de belangstelling en hoopt lucratieve defensiedeals te sluiten, zo bericht de Turkse nieuwssite Bianet. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan ontvangt de leiders van de andere NAVO-bondgenoten in zijn presidentiële paleis.

Wat houdt de NAVO 3.0 eigenlijk in? Een bondgenootschap dat meer gedragen wordt door Europa, dat door Rusland wordt bedreigd. Erdogan hoopt daarbij een blijvend Turkse stempel te drukken op het Europese veiligheidsbeleid.

NAVO-chef Mark Rutte moedigt de Turken daarbij ook aan. ‘Jullie leiderschap in de NAVO is belangrijk. Jullie plek op de landkaart is belangrijk. Het is van het hoogste belang dat deze top in Ankara wordt gehouden.’

Turkse kranten voelen zich heel belangrijk. ‘De hele wereld kijkt naar ons’, schrijft de regeringsgezinde krant Yeni Şafak. Ensonhaber laat ook een filmpje zien van het Turkse ministerie van Defensie, waarin Turkse tanks worden vergeleken met Turkse ruiters uit de Middeleeuwen.

Turkije heeft intussen honderden mensen opgepakt in aanloop naar de NAVO-top en geeft geen accreditatie aan de – overgebleven – kritische Turkse journalisten. Onlangs werd ook een jonge Turkse comedian gearresteerd vanwege grapjes over Erdogan en de islam. Een niet-Turkse journalist wilde daar in Ankara een reactie op van Rutte.

‘Laat me dit zeggen. Als het om democratie gaat, is democratie meer dan alleen verkiezingen’, antwoordde Rutte. ‘Maar democratie betekent ook een vrije pers, u hier in deze zaal, die alle vragen kunt stellen die u wilt, de artikelen kunt schrijven die u wilt en uw eigen onderzoek kunt doen.’

Gelukkig is de politie er

0

Direct na het eind van de wedstrijd Nederland-Marokko was het raak. Toeterende auto’s door mijn straat, gevolgd door een menigte van jonge Marokkaanse-elftal supporters die de straat introk. Niet om de zege te vieren, maar om de confrontatie te zoeken met de Nederland-supporters die daar woonachtig waren. Kreten als ‘alle Joden zijn homo’s’ en ‘Kankerjoden’ waren luid en duidelijk te horen. Al vrij snel trad de Mobiele Eenheid op om een confrontatie te voorkomen. De Marokko-achterban werd gesommeerd om de straat te verlaten, en toen ze dat niet deden, werd er opgetreden. Vrij snel daarna konden mijn verontruste medeburen en ikzelf weer rustig gaan slapen.

Ook op andere plekken in de Haagse Schilderswijk, en elders in het land, was het onrustig die nacht. En niet alleen in die nacht, maar rondom vrijwel elke wedstrijd van het Marokkaanse elftal is het raak. Je kunt er de klok op gelijk zetten: wanneer Marokko speelt, wordt het rellen. Iedereen in de buurt, en in andere multiculturele delen van grote steden in Nederland, weet dit. De gemeente weet het. De politie weet het. In de witte wijken is dit misschien een ver-van-mijn-bed-show, maar voor velen in de grote steden is het een realiteit waar men maar mee te dealen heeft.

Vanzelfsprekend was er veel ophef en woede over deze rellen. Al lijkt het soms bijna een gegeven dat het toch wel weer gaat gebeuren. Maar geweld is niet normaal. Rellen zijn niet normaal. En je zou je niet onveilig mogen voelen wanneer je in een Oranjeshirt over straat gaat. Ook niet rondom een wedstrijd van Marokko. Toch werden in de eerder genoemde nacht wel diverse personen met Nederlands-elftalshirts aan in verschillende steden belaagd door deze Marokko-hooligans.

Dit is niet de schuld, noch de verantwoordelijkheid, van het overgrote deel van de Marokkaanse Nederlanders

Hooligans. Want daar hebben we het toch over hier? Relschoppers. De uitzondering, niet de norm gelukkig. En natuurlijk. Het overgrote deel van de Marokkaanse achterban vierde gewoon rustig en vreedzaam feest. Dit is niet de schuld, noch de verantwoordelijkheid, van het overgrote deel van de Marokkaanse Nederlanders. Maar soms wordt het wel zo gebracht, en zo ervaren.

NOS-analist Ibrahim Afellay reageerde bijvoorbeeld boos toen hij in een uitzending naar deze rellen gevraagd werd. Hij had het gevoel dat hij zich moest verantwoorden voor de daden van anderen, en wees op de acties van hooligans van onder meer Ajax en Feyenoord. Mocro Inside-host Nordin Ghouddani stelde in het programma Nieuws van de Dag dat het hier om een maatschappelijk probleem ging. Rellen vinden plaats rondom zoveel voetbalwedstrijden, net als bijvoorbeeld rondom protesten tegen de komst van AZC’s. Dus waarom wordt dit dan een Marokkanenprobleem genoemd?

Allemaal terechte punten. Maar één cruciaal detail wordt hier wel vergeten. Namelijk dat het letterlijk iedere wedstrijd van Marokko weer raak is. Rellen zijn rondom deze wedstrijden niet de uitzondering, maar de norm. Dat is niet het geval bij wedstrijden van bijvoorbeeld clubs als Ajax, Feyenoord of ADO Den Haag. Toen Feyenoord-hooligans een fontein in Rome vernielden, werd deze door Nederlanders gerestaureerd. Hun schuld noch verantwoordelijkheid was het, maar toch deden ze het. Ook protesten tegen azc’s lopen niet steevast uit de hand, noch andere demonstraties. Dus ja, er is hier wel degelijk sprake van een heel specifiek probleem. En het is geen Marokkanenprobleem, maar wel een probleem rondom de wedstrijden van Marokko met een deel van de Marokkaanse achterban. Een fenomeen dat we niet in die mate terugzien bij supporters van bijvoorbeeld Nederland, Turkije, Curaçao of Kaapverdië.

Gelukkig is er de politie dan die optreedt en de boel veilig houdt. Ik, als bewoner van een multiculturele wijk, ben daar, net als vele van mijn diverse buren, erg blij en dankbaar om. Maar sommigen in Marokkaanse hoek slagen er dan ook nog in om het politieoptreden verdacht te maken. Groene-redacteur Lotfi El Hamidi stelde op zijn LinkedIn bijvoorbeeld dat de politie Full ICE ging rondom de wedstrijden van het Marokkaanse elftal, en dat het Haagse politiekorps vooral bestond uit racistische witte mannen. Met geen woord repte hij over de politiemensen, verkeersregelaars en politiepaarden die gewond raakten door het zware vuurwerk dat werd gegooid en de geweldsmisdrijven die werden gepleegd. Op X gingen sommigen zelfs zover te suggereren dat de politie zelfs schuldig was aan deze rellen doordat er een patroon was van onnodige interventies. Dat de politie pas intervenieert na meerdere keren gesommeerd te hebben dat deze groep, die een hoofdweg blokkeert voor hulpdiensten op tweehonderd meter van een ziekenhuis, moet vertrekken, wordt er niet bij verteld.

Graag zou ik blij willen zijn voor mijn vrienden in Marokko, en hun overwinningen met hen willen vieren. Maar dat kan ik niet omdat het keer op keer weer hommeles is in mijn stad, in mijn wijk, en in mijn straat. Dit is geen Marokkanenprobleem. Niemand die hier niet aan deelneemt, is hier verantwoordelijk voor. Maar tegelijkertijd deze rellen duiden als maatschappelijk probleem is ook veel te algemeen. Want het is elke keer weer hetzelfde verhaal. De politie weet dit ook. En daarom zijn ze altijd ter plaatse, en treden ze uiteindelijk ook op. Niet omdat ze dit willen, maar omdat het bittere noodzaak is. Eerlijk gezegd hoop ik dat Marokko zo snel mogelijk er weer uit ligt. Niet omdat ik het ze niet gun, maar omdat het dan – na een laatste nacht van rellen – eindelijk weer voorbij is en de rust terug kan keren.

Wat is de NAVO nog waard in Erdogans Ankara?

0

De NAVO had de top, die morgen begint, niet in Ankara moeten organiseren, schrijft hoofdredacteur Mehmet Cerit. Een andere locatie had een krachtig signaal afgegeven. Samenwerking, ja; normalisering van autoritaire repressie, nee.

‘Turkije is extreem belangrijk voor de NAVO.’ Met die woorden prees NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in aanloop naar de NAVO-top de Turkse rol binnen het bondgenootschap. Die top wordt morgen en overmorgen in Ankara gehouden.

Militair gezien heeft hij een punt. Turkije beschikt over een van de grootste krijgsmachten van de NAVO, ligt strategisch tussen Europa, Rusland, de Zwarte Zee, het Midden-Oosten en de Kaukasus en heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in een eigen defensie-industrie.

Maar de NAVO zegt meer te verdedigen dan alleen militaire belangen. Het bondgenootschap beroept zich ook op democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat. Juist daarom is het opvallend dat de top wordt gehouden in een land waar journalisten, academici, gekozen burgemeesters, Koerdische en seculiere politici en zelfs cabaretiers worden vervolgd of gevangengezet.

De vraag is daarom niet óf Turkije belangrijk is. Dat staat buiten kijf. De vraag is hoeveel democratische afbraak Europa bereid is te accepteren zolang Turkije strategisch onmisbaar blijft.

Tien jaar na de couppoging

Die vraag is des te urgenter omdat de NAVO-top bijna tien jaar na de zogenoemde mislukte couppoging van 15 juli 2016 plaatsvindt. Nog altijd zijn belangrijke vragen over de gebeurtenissen van die nacht onbeantwoord.

Vorige week stelde parlementariër Ömer Gergerlioglu van de Koerdische DEM-partij in het Turkse parlement opnieuw een reeks vragen aan de regering en president Erdogan. Waarom is er na tien jaar nog altijd geen rapport van de parlementaire commissie die de couppoging moest onderzoeken? Waarom is nog steeds niet duidelijk wie er precies achter de couppoging zat? Waarom is de toenmalige chef van de generale staf, Hulusi Akar, nooit door de commissie verhoord? En waarom is er nooit een toelichting gekomen op de melding van de militaire klokkenluider O.K. aan de Turkse inlichtingendienst dat er mogelijk een couppoging in voorbereiding was?

Waarom is nog steeds niet duidelijk wie er precies achter de couppoging zat?

Volgens Gergerlioglu bestaat er, ook bijna tien jaar later, nog altijd veel onduidelijkheid over de gebeurtenissen van 15 juli 2016. Die nacht probeerde een groep de macht over te nemen. Een staatsgreep tegen een gekozen regering verdient ondubbelzinnige veroordeling. Maar los van wat er die nacht precies gebeurde, staat ook vast wat er daarna gebeurde.

‘FETÖ-label’

President Recep Tayyip Erdogan presenteerde de nasleep van 15 juli als een noodzakelijke strijd ter bescherming van de democratie en de rechtsstaat. In werkelijkheid werd de couppoging gebruikt om de Turkse democratie en rechtsstaat uit te hollen. Tijdens een persconferentie zei Erdogan zelfs: ‘Deze couppoging is een geschenk van God.’

Daarna kregen honderdduizenden mensen zonder enig bewijs te maken met strafrechtelijke onderzoeken. Tienduizenden werden gearresteerd en meer dan honderdduizend ambtenaren verloren hun baan. Rechters, officieren van justitie, leraren, militairen, politieagenten, journalisten en academici werden uit hun functie gezet of vervolgd. Media werden gesloten, paspoorten ingetrokken en families jarenlang sociaal en economisch geïsoleerd.

Volgens de Turkse regering was die aanpak gericht tegen de Gülenbeweging, die na de couppoging door Ankara werd bestempeld als terreurorganisatie onder de verzonnen naam ‘FETÖ’. Maar al snel groeide dat terreurlabel uit tot een politiek en juridisch instrument om tegenstanders verdacht te maken.

Niet alleen vermeende Gülen-aanhangers werden ermee geconfronteerd. Ook Koerden, linkse activisten, alevitische organisaties, journalisten, mensenrechtenverdedigers en seculiere oppositiepolitici kregen het ‘FETÖ-label’ opgeplakt. Van kritische berichtgeving over islamistische terreuraanslagen door groepen die volgens critici gelieerd zijn aan het Erdogan-regime tot kritiek op de kwakkelende Turkse economie en de hyperinflatie, of zelfs een uit de hand gelopen burenruzie of familievete: het Erdogan-regime en zijn aanhangers konden met één druk op de ‘FETÖ-knop’ critici en anderen als verdachte wegzetten.

Stroomversnelling

De voormalige AKP-minister en van oorsprong sociaaldemocraat Ertugrul Günay plaatst deze ontwikkeling in een bredere historische context. Volgens hem begon de autoritaire omslag van Erdogan niet op 15 juli 2016. Daarvoor waren er al verschillende kantelpunten: de Gezi-protesten, de corruptieonderzoeken van 17 en 25 december 2013, het vastlopen van het Koerdische vredesproces, het verlies van de AKP-meerderheid bij de verkiezingen van juni 2015 en de daaropvolgende gewelddadige escalatie met de Koerdische PKK. In die lezing was 15 juli niet het begin van de autoritaire omslag, maar het moment waarop die in een stroomversnelling kwam.

In de eerste jaren volgden daadwerkelijk hervormingen

Die nuance is belangrijk. Erdogan begon zijn politieke loopbaan niet als de leider die hij vandaag is. Toen de AKP in 2002 de verkiezingen won, presenteerde de partij zich als hervormingsgezind. Erdogan sprak over democratie, Europese integratie en de rechtsstaat. Hij verzekerde het Westen dat hij niet wilde terugkeren naar het strenge islamisme van Necmettin Erbakan.

In de eerste jaren volgden daadwerkelijk hervormingen. De macht van het leger werd teruggedrongen en EU-hervormingen werden doorgevoerd. Velen, onder wie liberale Turken, Koerden, Europese politici en Amerikaanse bestuurders, geloofden dat Turkije zich ontwikkelde tot een democratischer land. Maar die democratische belofte verdween stap voor stap.

Vredesproces met de Koerden loopt vast

Een belangrijk keerpunt was 2015. In juni van dat jaar verloor de AKP haar absolute meerderheid. De pro-Koerdische HDP van Selahattin Demirtas behaalde tachtig zetels en blokkeerde daarmee Erdogans weg naar een presidentieel systeem.

Kort daarna liep het vredesproces met de Koerden vast. Het geweld keerde terug. De islamistische aanslag bij het station van Ankara in 2015 kostte meer dan honderd vredesactivisten het leven. Steden in het zuidoosten werden het toneel van militaire operaties.

Bij de nieuwe verkiezingen in oktober herwon Erdogan de meerderheid. Hij zei zelfs tegen de Turken: ‘Geef me die 400 zetels in het parlement, dan zal en laat het bloedvergieten gestopt worden.’

Maar het Koerdische leed stopte niet. Demirtas zit sinds november 2016 gevangen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat hij moet worden vrijgelaten, maar Turkije weigert dat. Ook tientallen gekozen Koerdische burgemeesters werden afgezet en vervangen door door de staat aangestelde bestuurders. Wat via de stembus was gewonnen, werd via de staat weer ongedaan gemaakt.

Seculiere CHP

Veel oppositiepartijen gingen na 15 juli mee in de harde retoriek van de regering. De term ‘FETÖ’ werd niet alleen in de politiek, maar ook in de samenleving breed overgenomen. Wie aarzelde, liep het risico zelf verdacht te worden gemaakt.

De seculiere CHP, lange tijd de grootste oppositiepartij, dacht mogelijk dat dit frame vooral gülenisten, Koerden en linkse activisten zou treffen. Maar ruim geformuleerde repressie-instrumenten blijven zelden beperkt tot één doelgroep. Inmiddels ondervindt ook de CHP hoe terrorismewetgeving, corruptieonderzoeken en rechterlijke procedures worden ingezet om de oppositie te ontmantelen.

Veel oppositiepartijen gingen na 15 juli mee in de harde retoriek van de regering

Dat maakt de waarschuwing van de door de rechter uit zijn functie gezette voormalige CHP-leider Özgür Özel des te relevanter. Hij zei tegen Europese media dat Europa moet kiezen of het aan zijn grenzen een democratie of een autocratie wil. Die uitspraak is meer dan partijpolitiek. Ze raakt de kern van het Europese dilemma. Terwijl de Turkse democratie verder wordt uitgehold, groeit juist de behoefte aan Turkije als strategische partner.

Trumps vriend

De oorlog in Oekraïne heeft Europa wakker geschud. De Amerikaanse veiligheidsgarantie is minder vanzelfsprekend geworden. Ook Europa zoekt de laatste jaren weer nadrukkelijk toenadering tot Turkije. In Nederlandse defensiediscussies wordt openlijk gesproken over Turkije als mogelijke partner voor de Europese defensie-industrie.

Ook de Verenigde Staten lijken de banden met Ankara te willen verbeteren. Donald Trump spreekt openlijk met bewondering over sterke leiders en noemt Erdogan een vriend. Volgens berichtgeving wil zijn regering de verkoop van Amerikaanse motoren voor het Turkse KAAN-gevechtsvliegtuig mogelijk maken. Analisten zoals Adem Yavuz Arslan zien daarin geen volledige terugkeer van Turkije in het F-35-programma, maar wel een duidelijke poging om de banden met Ankara te normaliseren en Erdogan tegemoet te komen.

Tegelijkertijd blijft het wantrouwen groot. In een BNR-discussie over de NAVO-top werd uitgelegd dat Turkije een brede defensie-industrie heeft opgebouwd, maar dat Europese landen terughoudend blijven vanwege mensenrechten, exportrestricties, de aankoop van Russische S-400-systemen, de banden met Rusland en het feit dat Ankara niet meedoet aan de sancties tegen Moskou.

Daarmee is de paradox compleet. Europa heeft Turkije nodig, maar vertrouwt het land niet volledig. Turkije is bondgenoot, maar gedraagt zich vaak als een autonome macht tussen de NAVO, Rusland, het Midden-Oosten en Azië. Ankara levert drones aan Oekraïne, maar onderhoudt tegelijk nauwe banden met Moskou. Het is lid van de NAVO, maar zoekt toenadering tot niet-westerse verbanden. Het beroept zich op veiligheid, maar gebruikt diezelfde veiligheidstaal om de binnenlandse oppositie te onderdrukken.

NAVO als waardengemeenschap

De Duitse omroep DW stelde daarom terecht de vraag of de NAVO ‘gevangen zit in Erdogans val’. In het programma werd Turkije omschreven als militair belangrijk, maar politiek problematisch. De op een na grootste krijgsmacht van de NAVO, een groeiende defensie-industrie en een strategische ligging maken Turkije moeilijk te negeren. Tegelijkertijd wees de uitzending op repressie, arrestaties, druk op de oppositie en de vraag of de NAVO haar eigen waarden nog serieus neemt.

Die vraag is ongemakkelijk. Het Noord-Atlantisch Verdrag spreekt over democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat. Maar wat betekenen die woorden als een belangrijke bondgenoot deze waarden structureel niet respecteert? Wat betekent een waardengemeenschap als waarden verdwijnen zodra strategische belangen zwaar genoeg wegen?

Europa had de NAVO-top niet zonder meer in Ankara hoeven organiseren

Natuurlijk is geopolitiek geen collegezaal. Europa kan Turkije niet negeren. Niemand hoeft te pleiten voor het uit de NAVO zetten van Turkije. Dat zou onverstandig en waarschijnlijk onmogelijk zijn. Turkije is militair, economisch en geografisch te belangrijk.

Maar tussen breken en zwijgen ligt een groot grijs gebied. Europa had de NAVO-top niet zonder meer in Ankara hoeven organiseren. Een andere locatie had een krachtig signaal kunnen zijn: samenwerking, ja; normalisering van autoritaire repressie, nee.

Zo’n stap zou geen anti-Turks gebaar zijn geweest. Integendeel. Het was een pro-democratisch signaal geweest aan de vele liberale en democratische Turken, Koerden, journalisten, academici, advocaten, kunstenaars en oppositieleden die al jaren de prijs betalen voor Europa’s strategische stilzwijgen.

Gaza

Europa heeft de afgelopen tien jaar weinig betekend voor de democratische krachten in Turkije. Niet voor Koerdische politici die via verkiezingen macht kregen en die macht vervolgens door staatsingrijpen verloren. Niet voor journalisten die vastzitten. Niet voor academici die hun baan kwijtraakten. Niet voor seculiere oppositieleden die inmiddels zelf doelwit zijn. En evenmin voor gewone burgers die door één aanklacht of één vermelding in een dossier jarenlang hun leven zagen ontsporen.

Daar komt bij dat Europa zelf aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. In Gaza heeft Europa laten zien hoe selectief het kan omgaan met internationaal recht, mensenrechten en burgerlevens. Wie zelf aarzelend spreekt over de ene tragedie, verliest moreel gezag om een andere autoritaire leider aan te spreken.

Erdogan begrijpt dat. Poetin begrijpt dat. Trump begrijpt dat. Alle sterke mannen begrijpen dat. Selectieve waarden zijn geen waarden, maar instrumenten.

Dat is misschien de pijnlijkste conclusie. Erdogan heeft Turkije veranderd, maar Europa is zelf ook veranderd. Het Europa dat ooit via het EU-proces hervormingen in Turkije stimuleerde, spreekt nu vooral de taal van defensie, migratie, drones en strategische autonomie. De vraag luidt niet langer hoe Turkije democratischer kan worden. De vraag is hoe Turkije Europa veiliger kan maken. Daarmee dreigt Europa precies datgene te verliezen wat het zegt te verdedigen.

Erdogan heeft Turkije veranderd, maar Europa is zelf ook veranderd

Terug naar 15 juli. Tien jaar later is de belangrijkste vraag niet alleen wat er die nacht gebeurde, maar vooral wat er sindsdien is gelegitimeerd. Een mislukte staatsgreep werd gebruikt om een noodtoestand te rechtvaardigen. De noodtoestand werd vervolgens gebruikt om een nieuw regime op te bouwen. Dat regime werd daarna door het Westen steeds meer geaccepteerd, omdat het strategisch goed uitkwam.

Waarden bewijzen hun betekenis wanneer zij iets kosten. Turkije is een belangrijke bondgenoot. Dat zal zo blijven. Maar juist tegenover belangrijke bondgenoten moet Europa durven aangeven waar de grens ligt. Want als democratie, mensenrechten en de rechtsstaat alleen gelden zolang zij geopolitiek geen prijs hebben, dan zijn het geen fundamenten meer.

Een accent roept onbewust vooroordelen op

0

Regionale en etnische accenten in taalgebruik gaan vaak gepaard met vooroordelen, zegt taalonderzoeker Stef Grondelaers.

Taal is meer dan een communicatiemiddel; het is een krachtig instrument dat direct onze perceptie van anderen beïnvloedt. Dat blijkt uit vijftien jaar onderzoek van de Belgische taalkundige Stef Grondelaers, verbonden aan het Meertens Instituut in Amsterdam. NRC interviewde hem.

Zijn experimenten tonen aan dat wij binnen enkele seconden na het horen van iemands stem onbewust een oordeel vellen op basis van accent en taalgebruik.

Grondelaers maakt in zijn onderzoek onderscheid tussen twee vormen van prestige. ‘Conservatief prestige’ wordt toegekend aan sprekers die hoogopgeleid, professioneel en leidinggevend klinken. Regionale accenten, zoals het Gronings of Limburgs, scoren hierop vaak laag. Zelfs sprekers uit de betreffende regio’s beoordelen hun eigen accent in een standaardtaalcontext als minder prestigieus, toonde Grondelaers aan. Het Randstedelijke accent geniet in Nederland de meeste status, waardoor mensen zich vaak onbewust aanpassen om bij die groep te horen.

Daarnaast bestaat er ‘dynamisch prestige’, dat draait om eigenschappen als hip, stoer en streetwise zijn. Hierin schuilt een opvallende paradox: hoewel Marokkaans-Nederlandse accenten laag scoren op conservatief prestige, worden ze door jongeren juist geassocieerd met dynamisch prestige. Dit verklaart waarom dit accent invloed heeft op andere groepen, zoals Surinaamse rappers die zich het Marokkaanse accent toe-eigenen om stoerder over te komen. Opvallend is dat dit effect vooral bij mannen optreedt; Marokkaanse vrouwen zonder accent worden door de maatschappij doorgaans positief beoordeeld.

Ook grammaticaal taalgebruik, zoals het veelbesproken ‘hun hebben’, blijkt verbonden aan dit dynamische prestige. Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp wordt door jongeren ingezet als een vorm van non-conformisme en identiteitsvorming, vaak versterkt door expressief taalgebruik op sociale media.

Tot slot wijst Grondelaers’ onderzoek in Suriname uit dat daar een duidelijke voorkeur bestaat voor het Surinaams-Nederlands boven het Nederlands-Nederlands. Het Surinaams-Nederlands wordt als prestigieuzer en bruikbaarder ervaren in officiële contexten, terwijl het Sranantongo de taal van solidariteit en emotie blijft. Grondelaers concludeert dat het taalbeleid in Suriname beter moet aansluiten bij deze lokale realiteit.

De conclusie van het onderzoek is helder: onze oordelen over taal zijn diep geworteld in sociale stereotypen. Of het nu gaat om een accent of een grammaticale keuze, taal fungeert als een sociale marker die bepaalt hoe wij anderen in hokjes plaatsen.

Na telefoontje van Witte Huis mag speler ondanks rode kaart toch naar kwartfinale

0

De Amerikaanse speler Folarin Balogun kan na zijn rode kaart in het duel met Bosnië vandaag toch spelen in de kwartfinale tegen België. De FIFA heeft dat besloten na een telefoontje van het Witte Huis. Dat meldt NOS.

Critici spreken van competitievervalsing die geen precedent kent. Nooit eerder is, sinds de officiële invoering van de sanctie in 1970 tijdens het WK voetbal, een speler na een rode kaart niet geschorst.

Trump is er in ieder geval zeer tevreden mee. ‘Dank aan de FIFA voor het juiste handelen en het ongedaan maken van een groot onrecht’, schrijft hij op zijn eigen sociale media.

België wijst op zijn beurt naar de FIFA-reglementen. ‘Een rode kaart leidt automatisch tot een schorsing voor de volgende wedstrijd, zoals het geval is geweest bij alle eerdere rode kaarten die tijdens dit WK zijn uitgedeeld’, aldus de Belgische voetbalbond KBVB. Maar dat is dus buiten de ‘Trump-kaart‘ gerekend, waar in een kritisch AI-filmpje op X op wordt gewezen.

Balogun is de topscorer van de VS op het toernooi met drie doelpunten. Hij trapte in de wedstrijd tegen Bosnië ogenschijnlijk onbedoeld op de enkel van een tegenstander. De VAR greep daarop in en hij kreeg een directe rode kaart.

Critici halen ook meteen de ongelijke behandeling van Iran en de beschuldigingen van corruptie en competitievervalsing erbij. Spelers van Iran mochten voor en na de wedstrijden niet in Amerika blijven, wat voor hen extra rompslomp opleverde.

‘Wachten op verandering is een idee-fixe,’ zegt kunstenaar Ahmet Ögüt

Volgens de Koerdisch-Nederlandse kunstenaar Ahmet Öğüt worden mensen te vaak in een slachtofferrol geduwd. ‘We moeten zelf de wereld in beweging zetten.’

‘Dat Open Paviljoen is eigenlijk een mooie plek om te oefenen in het elkaar ontmoeten’, verklaart de flamboyante kunstenaar Ahmet Ögüt (44). Hij maakte op uitnodiging van West Den Haag het kunstwerk voor het Open Paviljoen. Het werd onder andere een afbeelding van een Amerikaanse Cadillac gevat in een blok beton, dat vanuit verschillende standpunten een nieuw perspectief laat zien. En dàt is precies waar het bij West Den Haag deze maand om draait. West Den Haag is een internationale instelling voor hedendaagse kunst en reflectie. Onlangs verrees hun Open Paviljoen op een andere locatie dan voorheen.

In plaats van op het Haagse Lange Voorhout, loop je er nu zo tegenaan op het Spuiplein. Een plek waar ruimte is voor ontmoeting, kunst en verbeelding. Het Open Paviljoen is, zoals West Den Haag het omschrijft, een kunstwerk over vrijheid van denken. De directeur van West Den Haag, Marie-José Sondeijker, is verheugd. ‘Het Spuiplein grenzend aan ons cultuurpodium Amare is de perfecte plek voor onze zomerprogrammering. Dagelijks passeren er duizenden mensen en hopelijk haken ze bij ons aan. Het is een prachtige laagdrempelige manier om elkaar te ontmoeten. Tot 19 juli bieden we een gevarieerd programma met inspirerende projecten, evenementen en initiatieven uit de stad. Het geeft gelijk ook een mooie afspiegeling van de vele nationaliteiten die Den Haag herbergt.’

‘De Cadillac in een blok beton van Ahmet Ögüt past bij West Den Haag’

De nieuwe plek op het Haagse Spuiplein is overigens geen willekeurige locatie. ‘Over ongeveer een jaar gaat West Den Haag verhuizen’, vervolgt Sondeijker, ‘van de voormalige Amerikaanse Ambassade aan het Lange Voorhout naar het glazen gebouw van de gewezen meubelzaak Hulshoff die er jarenlang zat. Er moet nog wel veel gebeuren, maar wij zijn blij’, jubelt de directeur van West Den Haag. Net als voorgaande jaren mocht ook nu een prominente hedendaagse kunstenaar het Open Paviljoen verrijken met een kunstwerk. ‘De Cadillac in een blok beton van Ahmet Ögüt past bij West Den Haag’, stelt Sondeijker. ‘Het roept vragen op en prikkelt de nieuwsgierigheid. Wat wellicht nog mooier is, is dat het publiek mag helpen het paviljoen vol te plakken met vlinders. Iedereen die langskomt, ontvangt een stickervel. Zo lang de voorraad strekt!’

Blok beton

De hedendaagse kunstenaar Ahmet Ögüt is op doorreis in Nederland, hoewel hij afwisselend in Amsterdam en Istanbul woont. Hij zit intussen alweer in Indonesië voor een volgend kunstproject. ‘De vloer van het Open Paviljoen bestaat dit jaar uit drie verschillende afbeeldingen’, zegt hij. ‘De Cadillac die in een massief blok beton zit, een deel waar vlinders dwarrelen en een deel met daarop de afbeelding van een grote kei op een sokkel. Zo kun je vanaf het paviljoen naar een wereld waarin jouw standpunt bepalend is. De titel van het kunstwerk is ‘Perspectief’. De twee buitenste delen van de vloer zijn gemaakt als ‘anamorfische’ beelden. Anamorfisch betekent letterlijk ‘vervormd’ of ‘opnieuw gevormd’. Het verwijst naar een techniek in de kunst, film of fotografie waarbij een beeld met opzet optisch wordt uitgerekt of samengedrukt. Pas na een speciale correctie is het beeld weer normaal te zien.’

Kunstwerk van Ahmet Ögüt

‘Mijn werk voor het Open Paviljoen komt voort uit mijn contact met de Nederlandse performancekunstenaar Pink de Thierry aka Helena Scheerder’, legt Ögüt uit. ‘Ik kreeg de kans haar te ontmoeten en in 2020 werkten we samen. Beïnvloed door haar kleurrijke en tegendraadse benadering, heb ik een eigen beeldtaal ontwikkeld. Pink de Thierry heeft wortels met de experimentele kunstscene van de jaren zestig en zeventig. Ze ontwikkelde een eigenzinnige performancepraktijk los van de gevestigde kunstwereld. In 1972 nam ze deel aan het Vlinderproject op het San Marcoplein in Venetië, waar tienduizend vlinders werden losgelaten. Deze vlinders vormen de connectie met het Spuiplein.’

Diyarbakir

In gesprek met Ögüt dringt zich de vraag op: kan kunst jouw leven redden? De in Diyarbakir, een stad in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije, geboren kunstenaar moet voluit lachen. Op het moment dat hij met deze vraag speelde en het vroeg aan zijn volgers op sociale media, kreeg hij ruim honderd verhalen van mensen. Ze waren allen op de een of andere manier gered door kunst. Bovendien bereikte hem het nieuws dat ergens in Nederland, in Spijkenisse om precies te zijn, een metro op een kunstwerk terecht was gekomen.

Het walvisstaartenkunstwerk van architect Maarten Struijs redde eind 2020 het leven van een metrobestuurder. Zijn metro reed het spoor achter station De Akkers af en kwam op de staart van een van de walvissen – het zijn er in totaal twee – terecht. Meteen ging de onthutsende foto de wereld over, die ook Ögüt bereikte. ‘Dat is toch ongelofelijk’, zegt hij met glimmende ogen. ‘Kunst kan echt je leven redden! Het houdt ons wakker en zorgt voor creativiteit. Kunst kan meer, het is niet alleen symbolisch.’ Voor Ögüt is kunst dan ook geen object aan de muur. Hij creëert situaties en ontmoetingen en noemt zichzelf soms liever een ‘sociocultural initiator’, dan kunstenaar.

We are still here

Zijn bekendste project is The Silent University. Een platform voor en door vluchtelingen, asielzoekers en migranten. ‘Mensen die in hun eigen land arts, docent of jurist waren’, vertelt hij, ‘verliezen door hun gedwongen vlucht naar een ander land vaak hun professionele stem.’ In The Silent University geven zij zelf colleges en delen ze hun kennis. Het project draait de machtsverhoudingen om: niet de vluchteling als hulpvrager, maar als kennisdrager. Ögüt heeft in Nederland samengewerkt met een groep van zo’n driehonderd vluchtelingen in Amsterdam. Ze noemen zich ‘We Are Here’, krijgen geen onderdak van de Nederlandse overheid, mogen niet werken en zijn daardoor veroordeeld tot de straat.

De vluchtelingen besloten de onmenselijke situatie waarin zij leven zichtbaar te maken. Ze willen zich niet langer verschuilen, maar juist hun situatie in Nederland aan de kaak te stellen. Dankzij de kracht van de vluchtelingen en de hulp van vele supporters, bestaat de groep sinds 2012. Ze noemen zich inmiddels ‘We Are Still Here’. Want ja, de vluchtelingen vechten nog steeds voor hun plek in Nederland. Hier willen ze een bestaan opbouwen, hier zijn ze veilig en hier zijn ze vrij.

‘Ik deel nieuwe perspectieven. Bij voorkeur met humor’

Ögüt spreekt met respect voor ‘We Are Still Here’. Als Koerd in Turkije heeft hij zelf ervaren wat het is om in een onveilige leefomgeving te wonen. Wat betekent het als je op een plek verblijft waar je je niet vrij kunt voelen, of niet vrijuit kunt spreken. De kunstenaar groeide op in een sterk gemilitariseerde omgeving, waar de Koerdische identiteit politiek beladen was. Naar zijn mening worden mensen te vaak in de slachtofferrol geduwd, terwijl ze hun eigen leven kunnen vormgeven. Iets wat de mensen van ‘We Are Still Here’ doen en ze gaan er tot op de dag van vandaag mee door. Ondanks dat de kunstenaar geen manifest opstelt of pamfletten met leuzen uitdeelt, laat hij mensen anders kijken. ‘Ik deel nieuwe perspectieven. Bij voorkeur met humor’, aldus Ögüt.

Deel vier

Het doet hem herinneren aan de jongen van elf jaar die hij ooit was. ‘Ik las heel graag stripboeken’, vertelt hij gepassioneerd. ‘Op een goed moment zou deel vier verschijnen van een reeks, waar ik in bezig was.’ Na een tijdje wachten moest hij de bittere waarheid onder ogen zien. Deel vier zou naar alle waarschijnlijkheid nooit komen. Ögüt besloot zijn tekengerei op te pakken en tekende zelf deel vier van de strip. Voor de kunstenaar betekende dit het startschot voor zijn aanmelding bij een kunstopleiding in zijn woonplaats.

‘Het was een relatief nieuwe opleiding’, vertelt hij, ‘en bleek ook nog eens een ontzettend goede school. Feitelijk stond het niet te boek als een echte kunstopleiding. Maar met relatief weinig leerlingen kregen we les van de beste docenten. Het was geweldig.’ Vervolgens studeerde hij beeldende kunst in Ankara en Istanbul en hij verbleef daarna een periode aan de Rijksakademie in Amsterdam.

Foto Ahmet Öğüt

Ahmet Ögüt groeide uit tot een internationaal gerenommeerde kunstenaar die deelnam aan de Biënnale in Venetië. Hij exposeerde onder meer in het Stedelijk Museum Amsterdam, het Van Abbemuseum en kunstinstellingen in Londen, Berlijn en New York. Ögüt werkt wereldwijd aan projecten, zoals hij ze zelf noemt. Hoewel hij vaak zware thema’s aansnijdt in zijn werk, gebruikt hij humor, ironie en onverwachte wendingen. ‘We moeten ons verbeeldingsvermogen terugpakken’, vindt hij. Zo bestaat zijn volgende project uit een limousine, gemaakt van twee auto’s, middenklassers. ‘Je kunt er niet echt mee rijden’, licht Ögüt toe. ‘Waarom niet? Omdat de basis niet stevig genoeg is. Ik zie het als een symbool dat mensen bij wijze van spreken een limousine van zichzelf maken, terwijl de innerlijke basis wankel is. Net als bij de auto’s. Een ding is zeker: dan kun je niet rijden en kom je niet ver.’

In beweging

Als het aan de kunstenaar ligt, zouden mensen ervoor moeten zorgen dat ze hun eigen basis verstevigen. In een veranderende wereld moet je overal op voorbereid zijn. ‘Het wachten op het moment dat er iets verandert is een idee-fixe. We moeten zelf de wereld in beweging zetten. Stel dat je op het station wacht op de trein, maar de trein komt niet. Wat ga je dan doen? Wachten en hopen dat de trein alsnog komt, of ga je lopen?’ Ahmet Ögüt wordt geroepen. Hij moet aanschuiven bij het debat op het Open Paviljoen, waar hij in gesprek gaat met de directeur van West, Marie-José Sondeijker, schrijver Özkan Gölpinar en kunstenaar Jessy Rahman – gastheer van het Open Paviljoen.

‘We moeten ons verbeeldingsvermogen terugpakken’

Voor hij goed en wel vertrekt, wil de kunstenaar nog één verhaal kwijt. Een tijdje geleden had hij een bericht ontvangen van zijn vroegere lerares van de basisschool. Ze had iets voor hem en vroeg of ze het aan hem mocht opsturen. Wat bleek? ‘Ze had dertig jaar lang mijn deel vier van het door mij gemaakte stripboek bewaard’, vertelt de kunstenaar glunderend. ‘Ik wist helemaal niet dat zij het had. Zo mooi en bijzonder ook dat ze het voor mij heeft bewaard. Ik hoop in ieder geval dat ik nog vele werken kan maken. Het vindt zijn weg in de wereld en uiteindelijk ook weer terug naar mij.’