Bij uitkeringsinstantie UWV zijn ernstige signalen van discriminatie op de afdeling Handhaving. Mensen met een biculturele achternaam zouden vaker en hogere boetes krijgen.
Medewerkers van de afdeling Handhaving spreken tegenover AD en Het Parool van een cultuur waarin mensen met een biculturele achternaam en mensen van kleur stelselmatig strenger worden beoordeeld dan anderen. Volgens klokkenluiders verdwijnt de objectiviteit zodra een cliënt een migratieachtergrond heeft, met hogere boetes en ongelijke behandeling tot gevolg.
Volgens het AD, dat op basis van een tip sprak met meerdere mensen in verschillende lagen van de organisatie, zijn racisme en discriminatie ‘onlosmakelijk verbonden met het functioneren van de afdeling Handhaving’. Er zou volgens de krant zowel sprake zijn van discriminerende opmerkingen over collega’s van kleur als over groepen in de samenleving. Verder worden vaker en hogere boetes opgelegd aan mensen met een biculturele achternaam.
Het bestuur van de instantie zou volgens Het Parool al sinds december beschikken over de resultaten van een intern onderzoek dat naar aanleiding van klachten was uitgevoerd, maar de minister werd pas recent op de hoogte gebracht. Uit dit onderzoek bleek dat er inderdaad onderscheid werd gemaakt.
De onthullingen doen denken aan de toeslagenaffaire, waarbij mensen van kleur ten onrechte werden bestempeld als fraudeurs.
Minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief heeft de signalen als ‘onaanvaardbaar’ bestempeld en benadrukt dat de kwestie tot op de bodem moet worden uitgezocht. Ook Kamerleden willen dat wordt onderzocht in hoeverre institutionele vooroordelen de besluitvorming hebben beïnvloed en welke structurele maatregelen nodig zijn om dit te stoppen.
Het UWV stelt dat er geen conclusies kunnen worden getrokken uit het onderzoek, schrijft Het Parool. Toch bood de voorzitter van de raad van bestuur van het UWV op voorhand al zijn excuses aan. ‘Dit kan niet’, zei hij tegen Het Parool.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat de nieuwe, strengere regels voor gezinshereniging ook gelden voor oudere aanvragen. Daardoor wordt het voor sommige mensen met een asielvergunning moeilijker om hun partner of kinderen naar Nederland te laten overkomen.
De rechter deed afgelopen vrijdag uitspraak in twee zaken, die beide betrekking hadden op een persoon uit Syrië met een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming die een aanvraag tot nareis had gedaan, schrijft Rechtspraak.nl.
In beide gevallen wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag tot gezinshereniging af, omdat de personen in kwestie niet voldeden aan de strengere vereisten voor nareis.
Volgens RefugeeHelp is het verschil tussen mensen met een vluchtelingenstatus en mensen met subsidiaire bescherming met het ingaan van de nieuwe regels belangrijker geworden.
De nieuwe regels houden in dat mensen met een verblijfsvergunning alleen gezinshereniging kunnen aanvragen voor hun echtgenoot en biologische of geadopteerde kinderen jonger dan achttien jaar. Kinderen kunnen alleen hun ouders of broers en zussen jonger dan achttien jaar uit het land van herkomst laten overkomen.
Mensen die subsidiaire bescherming genieten, moeten aan extra voorwaarden voldoen. Zo moeten zij een vast en voldoende inkomen en een eigen huis hebben. Voor hen geldt een wachttijd van twee jaar voordat zij hun gezinsleden naar Nederland mogen laten komen.
De personen in de twee zaken waarin de rechter uitspraak deed, hadden hun aanvraag tot nareis vóór 12 juni 2026 ingediend. Volgens Rechtspraak.nl ziet de rechtbank ‘dat de gevolgen van de nieuwe nareisregels groot kunnen zijn. Dat geldt vooral voor mensen die hun aanvraag nog volgens de oude regels hebben gedaan.’ Toch oordeelde de rechter ‘dat de nieuwe strengere eisen en de keuze om deze ook te laten gelden voor oudere aanvragen niet in strijd zijn met hogere regels en rechtsbeginselen.’
De inkt van de vijf boeken over het koloniale verleden van de Oranjes is nog maar nauwelijks droog of er klinkt al kritiek op het koningshuis. Antiracismeactivist Mitchell Esajas levert zijn koninklijke onderscheiding in, omdat hij teleurgesteld is over de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek. ‘Een onderzoek is geen herstel’, stelt hij.
‘In 2023 kreeg ik een lintje vanwege mijn maatschappelijke betrokkenheid en inzet voor Kick Out Zwarte Piet en The Black Archives. Voor OneWorld schreef ik al dat ik hier dubbele gevoelens bij had. Ik besloot echter het lintje te behouden omdat ik het beschouwde als een vorm van erkenning en waardering voor een collectieve strijd’, aldus Esajas, die van andere activisten juist het verwijt kreeg dat hij het lintje überhaupt niet had moeten accepteren.
Esajas grijpt de reactie van koning Willem-Alexander op het onderzoek aan om nu een andere keuze te maken. ‘Ik hoef geen ridder in de Orde van Oranje-Nassau te zijn. Ik doe afstand van mijn lintje en roep de koning op zich in te zetten voor een Nationale Route naar Herstel!’, aldus Esajas op Instagram. Met herstel wordt onder andere gedoeld op herstelbetalingen voor de nazaten van tot slaaf gemaakten. Dit ligt gevoelig in Nederland. Een ruime meerderheid van de bevolking vindt herstelbetalingen veel te ver gaan, zo bleek uit een panelonderzoek van RTL Nieuws onder 18.000 Nederlanders.
Critici wijzen echter vaak naar de Holocaust, waarvoor wel herstelbetalingen zijn uitgekeerd. Zo betaalde Duitsland via het Verdrag van Luxemburg (1952) miljarden aan de staat Israël en individuele overlevenden, en heeft ook de Nederlandse overheid in de afgelopen jaren diverse collectieve en individuele uitkeringen gedaan aan Holocaustoverlevenden en hun nabestaanden als erkenning voor het geleden leed.
Vernederd, gemarteld en medisch aan hun lot overgelaten, soms met de dood tot gevolg. Volgens Israëlische artsen worden Palestijnse gevangenen structureel gemarteld. Tijdens een bijeenkomst van The Rights Forum presenteerden zij hun bevindingen. Een Palestijnse advocaat die zelf gevangen zat, vertelde over zijn ervaringen.
Het is stil in de volle zaal woensdag wanneer de Palestijnse advocaat Sary Khuriya zichtbaar geëmotioneerd vertelt hoe hij tijdens zijn gevangenschap in de Israëlische gevangenis Megiddo naar een pikdonkere cel wordt geleid. ‘De bewaker sloeg en schopte mij, omdat ik tijdens de zitting over de verlenging van mijn detentie iets verkeerds zou hebben gezegd tegen de rechter. Het was duidelijk dat ze mij daarvoor straften. Toen brachten ze mij naar een andere afdeling die binnen de gevangenis ‘Tora Bora’ wordt genoemd.’ Even blijft het stil. Khuriya heeft moeite zijn tranen te bedwingen.
‘Het was een donkere cel, van zo’n twee bij twee meter. Ze zeiden dat ik er een week moest blijven.’
Khuriya werd in november 2023 opgepakt en naar de Megiddo-gevangenis gebracht. ‘Ik dacht dat Israël een democratie was, in de zin dat het recht mij wel zou beschermen. Maar toen ik de gevangenis binnenkwam, wist ik gelijk al dat dit een vreselijke plek was. Een groepje gevangenen uit de bezette Westelijke Jordaanoever werd geschopt en geslagen, terwijl zij niets hadden gedaan. Ik moest mij helemaal uitkleden in het bijzijn van anderen. Toen ik verder werd geleid voor registratie, zag ik dat de bewakers vier jonge gasten opdroegen de Israëlische vlag te kussen.’
In de cel waar hij belandde, zaten ze met z’n tienen, vertelt Khuriya. ‘Allemaal jongens rond de achttien, negentien uit de Westelijke Jordaanoever. Ieder van hen had verwondingen. Zij vertelden me dat ze waren gemarteld door Israëlische soldaten. In de cel stonden ijzeren bedden. De badkamer had alleen een klein kraantje. Je had totaal geen privacy, want er was geen deur. Van datzelfde kraantje moesten we water halen om te drinken, want we kregen geen water. Per drie gevangenen kregen we een bord witte rijst te eten. Zeker vier keer per nacht kwamen er gewapende bewakers naar onze cel om ons te tellen. Ze lieten ons niet slapen’, zegt Khuriya.
De Palestijnse advocaat Sary Khuriya en gespreksleider Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum
Toen hij in ‘Tora Bora’ zat, werd een andere gevangene binnengebracht, vertelt Khuriya. Zijn naam was Mar’i Abdulrahman. ‘Hij huilde en schreeuwde de hele dag om een dokter, maar niemand kwam hem helpen. Hij was gewond geraakt door martelingen in de gevangenis. Maar in plaats van een dokter kwam er een verpleger die hem alleen pijnstillers gaf en verder niets kon doen. Tijdens de telling de volgende dag vonden de bewakers hem op de grond. De bewakers bevalen hem op te staan, maar dat kon hij niet. Toen begonnen ze op hem in te slaan. Toen er eindelijk een arts kwam, verklaarde deze Mar’i dood. “We hebben er eentje minder”, zei een bewaker.’
Toen Khuriya de verpleger later confronteerde met het feit dat hij Mar’i aan zijn lot had overgelaten en dreigde een aanklacht tegen hem in te dienen, zei hij dat Khuriya zijn mond moest houden. ‘Even later kwamen vijf gewapende bewakers mijn cel in en begonnen mij te slaan en te schoppen. Zij zeiden: “Als je je mond opentrekt, zullen we je doden.”’
Verhoogd sterftecijfer na 7 oktober
Daniel Solomon, chirurg en bestuurslid van Artsen voor mensenrechten in Israël (PHRI), was getuige van autopsies die werden uitgevoerd op Palestijnse gevangenen. Zij waren tijdens hun detentie gestorven. Solomon vertelt dat het lichaam van Mar’i ‘vol zat met blauwe plekken en gebroken ribben’. ‘Hoewel dit nog niet aantoonde dat dit zijn dood had veroorzaakt, is het duidelijk dat hij zich langere tijd niet goed voelde en dat hem medische behandeling werd onthouden.’ Volgens Solomon zou Mar’i kunnen zijn overleden door homicide by heart attack, waarbij iemands hart het begeeft als diegene zich in een erg angstige of stressvolle situatie bevindt. ‘Dit moet nog verder onderzocht worden, maar ik kan dat als chirurg niet doen. De forensisch artsen die dit aanvankelijk deden, zijn Palestijns, maar krijgen sinds 7 oktober geen inreisvisum meer. Gelukkig hebben we ook getuigenissen die ons een context geven van wat er gebeurde met de gevangene.’
Volgens Mays Medleg, hoofd internationale belangenbehartiging bij PHRI, zijn de martelpraktijken tegen Palestijnse gevangenen erger geworden na 7 oktober. ‘Na 7 oktober zien we een duidelijke verslechtering van de condities waarin gevangenen worden gehouden: weigering van medische behandelingen, inhumane leefomstandigheden en martelingen.’
Bovendien steeg het aantal Palestijnse gevangenen in Israël na 7 oktober. Volgens cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Hamoked zitten op dit moment 9265 Palestijnen gevangen; in september 2023 waren dit er ruim 5000. Daarvan zitten er 3101 gevangen zonder proces, in zogeheten ‘administratieve detentie’. Het door Israël gevangenzetten van Palestijnen buiten de bezette Palestijnse gebieden is illegaal volgens de Vierde Geneefse Conventie, die het verplaatsen van gevangenen buiten bezet gebied verbiedt. Het is bovendien een schending van de mensenrechten die door de Israëlische wet worden gewaarborgd, schrijft de organisatie.
Uit onderzoek van PHRI blijkt dat het sterftecijfer na 7 oktober acht keer zo hoog was als ervoor. Het feit dat het stijgende sterftecijfer niet alleen te zien is in een enkele gevangenis, maar betrekking heeft op alle gevangenissen en detentiecentra, toont volgens Medleg aan dat de martelpraktijken systematisch zijn. ‘Bovendien is gedwongen verdwijning sinds 7 oktober 2023 officieel beleid van het Israëlische leger. Dit maakt het moeilijk om erachter te komen hoeveel mensen overleden en op welke manier zij tot hun einde kwamen.’
‘Wat we te zien kregen was een verzameling botten’
Ook blijkt uit gegevens van PHRI dat gedetineerden jonger overleden. Een derde van het aantal Palestijnen dat na 7 oktober in de gevangenis overleed, was onder de dertig. Dat is een verdubbeling vergeleken met voor 7 oktober. Zo’n vijf procent was jonger dan twintig. Die groep kwam eerder niet voor in de sterftecijfers.
In juni dit jaar zaten er 376 minderjarigen in een Israëlische cel, laten cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem zien. Zij waren tussen de veertien en achttien jaar.
Walid Ahmad, zeventien jaar, was het eerste kind dat sinds 7 oktober omkwam in een Israëlische gevangenis. Solomon vertelt over zijn autopsie: ‘Ik had nog nooit zoiets gezien. Wat we te zien kregen was een verzameling botten. Het enige waar ik als Jood aan kon denken, zijn de foto’s van de Holocaustoverlevenden. Er zat geen vet meer aan. Hij was zwaar vermagerd en uitgehongerd. Ook al wees niets in de autopsie op de doodsoorzaak, kan men ervan uitgaan dat hij in die uitgehongerde toestand veel vatbaarder was voor onschuldige infecties als diarree.’ Solomon oordeelt dan ook dat Ahmad waarschijnlijk is overleden aan uithongering.
Dit soort schokkende gevallen maken duidelijk dat het hier niet gaat om een plotselinge dood, maar dat gevangenen gedurende langere tijd medische behandeling wordt onthouden, vertelt Solomon. ‘Hierdoor kunnen ziektes zich steeds verder ontwikkelen, totdat dit hen fataal wordt. Wanneer je als arts sporen van marteling ziet, dan is het erg pijnlijk te zien dat de dood meestal voorkomen had kunnen worden, wat dus niet is gebeurd. In combinatie met de cijfers kun je spreken van een patroon en van een intentie om hun een basaal mensenrecht te onthouden, dat van het recht op medische zorg. Dit is een vorm van marteling’, zegt hij.
Als zij al worden behandeld in een Israëlisch ziekenhuis, dan worden gevangenen daar geboeid en geblinddoekt. Solomon vertelt over een patiënt die hij na een operatie vastgebonden aan zijn bed zag liggen. ‘Dit is een openlijke schending van conventies die Israël zelf heeft getekend.’
‘Dit is een vorm van marteling’
Verschillende mensenrechtenorganisaties bevestigen het beeld dat de Israëlische artsen schetsen. In maart dit jaar waarschuwde VN-gezant Francesca Albanese dat martelingen die voorheen in het geniep plaatsvonden, ‘staatsdoctrine’ waren geworden. Zij sprak van een ‘regime van georganiseerde vernedering, pijn en dehumanisering, van hogerhand mogelijk gemaakt’.
Mays Medleg (PHRI), de Israëlische arts Daniel Solomon en Nadia Moussaid. Beeld: Hanneke Vollbehr/The Rights Forum
Op basis van getuigenissen van gedetineerden concludeerde B’Tselem al in augustus 2024 dat er sprake was van een ‘systematisch, institutioneel beleid gericht op het continue misbruik en martelen van alle Palestijnse gevangenen in een netwerk van martelkampen’. Volgens de organisatie heeft de dehumanisering van Palestijnen sinds de oprichting van de staat Israël ertoe geleid dat er extreem geweld tegen hen is gebruikt, te zien in de mishandeling van de gevangenen, maar ook in de genocide in Gaza.
Militaire boycot
Om deze martelpraktijken te helpen stoppen, zal de Nederlandse regering veel meer moeten doen, vertelt Gerard Jonkman, directeur van The Rights Forum, in een gesprek met de Kanttekening. ‘Er moet veel meer druk worden uitgeoefend op Israël. Nederland heeft [bij het Internationaal Gerechtshof in juni 2023, red.] samen met Canada een rechtszaak aangespannen tegen Syrië vanwege martelingen daar. Waarom zou de Nederlandse regering niet iets soortgelijks doen tegen Israël?’
Volgens Jonkman zouden we niet op Europa moeten wachten om de druk op Israël op te voeren. ‘Nederland kan zelf heel veel doen, of samen met gelijkgestemde landen. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het verbod dat Nederland instelde op import uit de nederzettingen. Terwijl vaak werd gezegd dat dat alleen in Europees verband kon, zien we nu dat steeds meer landen dit zelf zijn gaan doen.’
‘Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden’
Jonkman vindt dat Nederland ook op militair gebied de druk op Israël zou moeten opvoeren. ‘Aangezien heel veel [van dit soort martelpraktijken, red.] gebeurt onder toezicht van of zelfs door het leger, is een totale militaire boycot op zijn plaats. Alle samenwerking tussen Nederland en Israël op militair gebied moet gestaakt worden. Terwijl de regering zegt dat deze samenwerking is beperkt tot de grenzen van 1967, is dat in de praktijk niet het geval. Een militair met wie je samenwerkt en met wie je kennis opdoet, zal dat niet vergeten als hij bezet gebied binnenkomt.’
Ook zou Nederland moeten stoppen met het inkopen van wapens en andere militaire goederen uit Israël, zegt Jonkman. ‘Die wapens zijn getest op Palestijnen in Gaza en ander bezet gebied, en daarom zou je die niet moeten willen.’
Jonkman ziet, ondanks het uitblijven van maatregelen door de Nederlandse regering, wel dat er in Nederland steeds meer bewustzijn is. ‘Ik ga ervan uit dat mensen echt wel gaan zien wat er in Israël gebeurt. Daarom is het belangrijk dat ooggetuigen en slachtoffers van marteling aan het woord komen tijdens dit soort evenementen. Ik hoop dat Nederlandse politici dit ter harte nemen.’
Na zijn vrijlating kon advocaat Khuriya alsnog aangifte doen op het politiebureau en nu loopt de zaak bij de rechtbank, vertelt hij. Hoewel hij vanwege zijn getuigenis slachtoffer is van intimidatie in Israël, blijft hij voor de zaak vechten, ‘want ik heb mezelf toegewijd aan Mar’i’.
Turkije heeft in september 1270 accounts op X laten blokkeren. Dat zijn er in één maand meer dan in heel 2025, toen 995 accounts werden geblokkeerd. Dat meldt de nieuwssite Turkish Minute.
Turkije sloot een paar jaar geleden een deal met het bedrijf van Elon Musk. Daardoor kon de Turkse overheid ingrijpen in de vrije informatievoorziening en kon X actief blijven op de Turkse internetmarkt. Sindsdien dient het Erdogan-regime regelmatig verzoeken in om accounts te blokkeren. X moet die blokkades vervolgens uitvoeren. Het bedrijf van Elon Musk werkt daar zonder scrupules aan mee.
Zelfs EngelliWeb, een Turks account dat over online censuur bericht, werd het doelwit van een blokkade. Onder de geblokkeerde accounts zijn verder die van journalisten, academici, vrouwenrechtenactivisten, lhbtiq+-organisaties, mensenrechtengroepen en kritische individuele gebruikers.
De blokkade van X-accounts staat niet op zichzelf. Sinds de zomer worden verschillende oppositiegroepen aangepakt, zoals religieuze bewegingen, de seculiere CHP en de queerbeweging. Ook mensen die recentelijk berichten over het fondsschandaal worden aangepakt.
In 2020 werd de Turkse internetwet (wet nr. 5651, in de volksmond de censuurwet) uitgebreid. Grote socialemediaplatforms werden verplicht een lokale vertegenwoordiger aan te stellen en gehoor te geven aan verzoeken om content en accounts te verwijderen of te blokkeren. Wie niet meewerkt, kan te maken krijgen met hoge boetes, een advertentieverbod en uiteindelijk een forse beperking van de internetbandbreedte. Daardoor kan een platform in Turkije praktisch onbruikbaar worden.
In 2022 werd de wet opnieuw aangescherpt met een omstreden bepaling die het verspreiden van ‘valse informatie’ strafbaar stelt. Critici waarschuwen dat deze wetgeving de regering een belangrijk instrument geeft om kritische geluiden en onafhankelijke journalistiek online het zwijgen op te leggen.
Afgelopen vrijdag was het zover: de presentatie van de resultaten van een meerjarig onderzoek naar de betrokkenheid van het Huis Oranje-Nassau bij de slavenhandel. Alleen al het feit dat de koning zelf de opdracht heeft gegeven voor dit onderzoek en het zelf heeft bekostigd, is een unicum en meteen geschiedschrijving.
Ik heb de live-registratie al drie keer teruggekeken en probeer zoveel mogelijk reacties van verschillende mensen en organisaties te volgen. Ik ben een nazaat van tot slaaf gemaakten en een nazaat van de witte kolonisator, een Zeeuws-Surinaamse dubbelbloed. Al begrijp ik sinds kort dat deze term niet politiek correct is. Zo las ik deze week in het boek van Mounir Samuel, Je mag ook niets meer zeggen, dat deze term voortborduurt op het koloniale woord ‘halfbloed’, waar ik inderdaad mee ben opgegroeid en dat mij altijd pijn deed. Ik was nooit genoeg Surinaams en nooit genoeg Nederlands.
Anno 2026 zou ik naar mezelf moeten verwijzen als een ‘multi-etnische zwarte vrouw’. Nou, daar vind ik wat van. Blijkbaar ben ik nog niet zover dat ik de trots die ik voel bij het woord Dubbelbloed van me af kan schudden. Voor mij is het een woord dat alles zegt over wie ik ben. Maar dat terzijde.
Wat mij in deze paar dagen na de presentatie van het onderzoek van de koning is opgevallen, is de rol van geld.
Uit eerder onderzoek was ook al naar voren gekomen dat het Huis Oranje-Nassau ruim 576 miljoen euro heeft verdiend aan de slavenhandel en de koloniale geschiedenis. Dat er dan 200 miljoen euro is vrijgemaakt voor herstelmaatregelen, in het kader van ‘het verhaal na de komma’ na de excuses van Rutte in 2022 en de gevraagde vergiffenis van de koning in 2023, en dat Jetten nu zegt dat daar niets bij komt, is exemplarisch voor de kortzichtigheid van de huidige bestuurders en het nog altijd aanwezige koloniale denken van de Staat.
Zo ook de onthouding van Nederland bij een resolutie in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties die de trans-Atlantische slavenhandel bestempelde als ‘de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’. Zonder overleg met de Caribische landen binnen het Koninkrijk onthield Nederland zich van stemming. Om hier later over te zeggen dat de communicatie richting de Caribische delen in de toekomst anders moet. Dat er vanuit gelijkwaardigheid gehandeld dient te worden, is niet uit de witte Nederlandse mond gekomen.
Zonder overleg met de Caribische landen binnen het Koninkrijk onthield Nederland zich van stemming
Dit jaar stelde een commissie van de Verenigde Naties dat staten verplicht zijn herstelbetalingen te doen en structurele maatregelen te nemen tegen de gevolgen van de trans-Atlantische slavenhandel, het kolonialisme en de rassenslavernij. Dat geldt voor alle landen die daar direct of indirect bij betrokken waren. Nationale actieplannen moeten de achterstanden door dit verleden verkleinen en systemische discriminatie, racisme en achterstelling tegengaan.
De koning sprak over ‘verbinding, heling en verzoening’. Volgens rechtsfilosoof Wouter Veraart kan er pas sprake zijn van verzoening als ‘je er met elkaar uitkomt over wat de herstelagenda zou moeten zijn’ (Trouw, 3 oktober).
Die herstelagenda gaat voor mij niet over individuele compensatie, maar over een proces van herstel van dit land én van de voormalige koloniën. Ik zag de zanger Jeangu Macrooy op tv. Hij zei dat Suriname vijftig jaar onafhankelijk is, maar dat je de staat waarin het land nu verkeert niet alleen aan die vijftig jaar kunt toeschrijven. Ook daar is sprake van de doorwerking van een zeer pijnlijk en traumatisch verleden.
De nadruk op wat het Huis Oranje-Nassau heeft verdiend aan de koloniën en de slavenhandel schuurt. Want wat nu als de financiële winst slechts één euro was geweest? Zou het onmenselijke leed dat de tot slaaf gemaakten is aangedaan dan minder zwaar wegen?
De vraag zou ook andersom gesteld moeten worden: wat heeft het de tot slaaf gemaakten toen gekost, en wat kost het hun nazaten nu nog?
Wat als we investeren in het wegwerken van achterstanden op het gebied van huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, werk en inkomen? Wat als we het voor zwarte ondernemers makkelijker maken om financiering te krijgen? Als we onderadvisering in het onderwijs tegengaan? Wat als we de positieve opbrengsten van deze ontwikkelingen nou verrekenen met de herstelbetalingen en maatregelen die nodig zijn? Het nationale actieplan waar de VN om vraagt.
De maatschappelijke kosten-batenanalyse van dit herstel zou ik graag zien. De koning heeft dit onderzoek laten doen en wil werken aan verzoening en heling. Maar zonder herstelplan zie ik in dit onderzoek alleen maar ‘de nieuwe kleren van de koning’.
Met het werk gingen we samen de herfst begroeten. Dat deden we met een boottocht over de Nieuwe Maas in Rotterdam. Veel collega’s uit Amsterdam vonden dat moeilijk haalbaar. Dat was te ver. In de avondspits de files trotseren is ook een uitdaging. Daar hebben ze helemaal gelijk in. Maar laten we wel wezen. Voor Amsterdammers is alles voorbij Hoofddorp te ver en exotisch.
Die dag had het zo ongeveer 24 uur geregend. De droogte van de zomer was omgeslagen in de nattigheid van september. De rederij had een andere boot aangekondigd om het slechte weer beter te trotseren. Het viel wel mee. Een beetje winderig. Maar het was droog en de zon scheen er ook wel doorheen. Hier praten we niet zomaar altijd over het weer. Nadenken over het weer en de te nemen maatregelen is een noodzaak.
De mevrouw van de boot riep ons op om achter haar aan naar het voordek te gaan. Daar zouden ze de catering introduceren. Braaf liepen we met zijn allen achter haar aan. Maar een catering is toch geen persoon. Het is een geordend systeem van roestvrijstalen pannen en bakken gevuld met eten. Dat gaat niet zeggen: ‘Hallo, ik ben de catering.’
In het midden van het dek was een soort dansvloer. We moesten eromheen gaan staan. Toen begon de vloer te bewegen. Uit de grond kwam de catering omhoog, inclusief medewerkers. ‘Dit zou je thuis ook wel willen’, schertste de mevrouw van de boot.
Voor Amsterdammers is alles voorbij Hoofddorp te ver en exotisch
Na zonsondergang is Rotterdam aan het water een soort diamanten ketting. Maar ‘de omgeving van de mens is de medemens’, had dichter Jules Deelder gezegd. Iedereen was met elkaar in gesprek. Het staren naar de omgeving is er bij sommigen mogelijk bij ingeschoten.
We stonden stil bij de respectabele staat van dienst van een aantal collega’s. De boot meerde aan bij De Esch. Daar ergens zal over een paar jaar de nieuwe grote brug komen. Nu is er nog een kat-en-muisspel tussen de gemeente en de kadekapers. Dat had de mevrouw van de boot mij verteld.
Koning Willem-Alexander ontvangt vandaag de resultaten van een onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de Nederlandse koloniale geschiedenis. Ongeveer zestig onderzoekers van de Universiteit Leiden werkten eraan. De resultaten zijn gebundeld in vijf boeken.
Hoofdonderzoeker Gert Oostindie overhandigt de vijf boeken in het Academiegebouw in Leiden aan de koning. Ook ontvangt Willem-Alexander het samenvattende publieksboek Oranje en de Koloniën, 1600-2025. De koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau.
Vier jaar geleden nam de koning, na veel maatschappelijke discussie over het koloniale verleden, het initiatief voor het onderzoek. In datzelfde jaar maakten premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander excuses voor het slavernijverleden.
‘Laat dit aan iedereen zien die de genocide ontkent’, kopt het Amerikaanse weekblad The National bij satellietbeelden waarop de verwoesting in Gaza te zien is. Het gaat om vernieuwde beelden van Google Earth Pro. Onderzoekscollectief Bellingcat onderzocht de beelden en vergeleek ze met oudere en recentere satellietbeelden van Gaza.
Hele woonblokken en wijken zijn met de grond gelijkgemaakt. Bellingcat beschikt daarnaast over satellietbeelden van het commerciële ruimtebedrijf Planet Labs, waarop de verwoesting in Gaza eveneens te zien is. Volgens het onderzoekscollectief zijn de beelden van Google Earth Pro niet helemaal nieuw: de schade in Gaza was al eerder op satellietbeelden te zien. De recentere beelden van Planet Labs laten volgens Bellingcat zien dat de afbraak door het Israëlische leger doorgaat.
Op sommige plekken staat alleen nog een school overeind. Ook in gebieden waar geen Gazanen meer wonen en waar inmiddels militaire posten van het Israëlische leger zijn gebouwd, wordt infrastructuur verder afgebroken.
Volgens de VN is 82 procent van alle gebouwen in Gaza beschadigd en twee derde vernietigd. Omdat journalisten het gebied niet in mogen, is de volledige omvang van de verwoesting moeilijk vast te stellen. Ook het precieze dodental is onzeker. Onderzoekers schreven in The Lancetdat het werkelijke aantal doden, inclusief indirecte sterfgevallen, aanzienlijk hoger kan liggen dan de officiële cijfers. In 2024 schatten zij dat het dodental uiteindelijk zou kunnen oplopen tot 186.000 of meer.
In de Duitse stad Heidenau mogen van de AfD geen struikelstenen meer worden gelegd om Joodse inwoners te herdenken die door de nazi’s zijn vermoord. Philip Veerman, die onlangs zelf twee stenen legde, maakt zich zorgen over de opkomst van de partij.
Op een ochtend in september was ik met mijn vriendin in de Amsterdamse Schubertstraat voor het leggen van een struikelsteen. Familie, vrienden en enkele buurtbewoners waren erbij. Mijn neef en zijn vrouw waren speciaal voor de gelegenheid uit Australië gekomen. Zijn oom Robbert was een van de mensen die we die ochtend herdachten.
Mijn Joodse ooms Robbert en Alfred hadden in het Nederlandse leger gediend en waren daarna actief geworden in het verzet. In maart 1941 probeerden Alfred, zijn vrouw Mimi en Robbert per boot naar Engeland te komen. Ze werden door de Duitsers opgepakt en naar de gevangenis in Scheveningen, het ‘Oranjehotel’, gebracht. Alfred en Robbert werden uiteindelijk naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij in januari 1943 werden vermoord. Mimi overleefde de oorlog.
Van Robbert kon ik in het stadsarchief niet veel terugvinden. Nu is er tenminste een struikelsteen die aan hem herinnert. Een uur later legden we in de Amsterdamse Heymonylaan een tweede struikelsteen, voor Alfred. Ook dat was een emotioneel moment. In Amsterdam liggen inmiddels meer dan 4000 struikelstenen.
Heidenau
In de Oost-Duitse stad Heidenau, in de deelstaat Saksen, blijft het bij een handjevol struikelstenen die al eerder zijn gelegd. Meer komen er niet, want de gemeenteraad nam een motie van Alternative für Deutschland (AfD) aan om nieuwe struikelstenen in Heidenau te weren. De christendemocratische CDU steunde de motie, waardoor het plaatsen van nieuwe struikelstenen niet langer is toegestaan. De vicevoorzitter van het Internationale Auschwitz Comité uitte scherpe kritiek op het besluit en noemde het een ‘misselijkmakende poging om opnieuw de slachtoffers van de nazi’s uit Heidenau te bannen’. Kort daarvoor boekte de AfD grote verkiezingswinsten in de Duitse deelstaten Saksen-Anhalt en Mecklenburg-VorPommeren.
Angst
Bij mij roept de beslissing van de gemeenteraad van Heidenau de angst op dat de AfD een voorbode is van wat gaat komen: een sterke AfD. Griezeliger nog vind ik het gesprek dat de Amerikaanse vicepresident JD Vance in februari 2025 had met Alice Weidel, de leider van de AfD. Dat heeft de partij legitimiteit en wind in de rug gegeven. Ook droeg die ontmoeting vast bij aan recente verkiezingsoverwinningen van de AfD.
Tot nu toe was Duitsland een plek waar op een respectvolle manier kon worden herdacht. Een voorbeeld is het door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig ontwikkelde Stolpersteine-project. Als dat in Duitsland op de schop gaat, antisemitisme weer overal de kop opsteekt en JD Vance aan de macht komt in de Verenigde Staten, waar zal ik dan naartoe emigreren?
Philip Veerman, broer Ronald en neef Collin uit Australië poseren bij een zojuist gelegde struikelsteen
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.