De Turkse ex-minister Fatma Betül Kaya is gisteren gearresteerd nadat ze voor de tweede keer moest verschijnen bij de rechtbank voor verhoor over een omvangrijke fondsenfraudezaak. Volgens de Turkse nieuwssite Serbestiyet zijn er miljarden aan dollars verduisterd in dit schandaal.
De oud-minister en voormalig adviseur van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan wordt verdacht van deelname aan een ‘criminele organisatie’ en obstructie van de wet die moet waarborgen dat verduisterde gelden worden terugbetaald. Tegen haar echtgenoot Ilyas Kaya is een uitreisverbod opgelegd. Hij blijft als verdachte onder juridisch toezicht staan.
Tegen de ex-minister is de beschuldiging geuit dat zij handelde met voorkennis in aandelen van het bedrijf Özata Denizcilik. Zij kocht deze aandelen in april 2026 en verkocht ze precies één dag voordat de staat tot bevriezing van deze aandelen overging, waardoor de koersen kelderden.
De transactie zou bovendien op dubieuze wijze zijn verlopen: niet via de reguliere markt, maar via een particuliere overdracht, waarbij de wettelijke wachttijd van twee dagen voor ruiltransacties werd omzeild. Op de dag van de overdracht ontving Kaya een betaling van het bedrijf Tera. Hiermee zou de familie Kaya hun investering van 2,9 miljoen euro (in april) hebben verzilverd naar bijna 39 miljoen euro, vlak voordat de koers van de aandelen volledig instortte.
Het totale fraudeschandaal, waar deze zaak deel van uitmaakt, omvat naar schatting miljarden dollars aan verduisterde beleggingsgelden. De autoriteiten, waarvan critici beweren dat velen erbij betrokken zijn, proberen momenteel de volledige omvang van de schade in kaart te brengen en de verdwenen fondsen te traceren. De regerende AK-Partij van Erdogan is vaker beticht van corruptie. Zo werden in 2013 bij vertrouwelingen van Erdogan schoenendozen vol met dollars gevonden. Daar is nooit echt verantwoording voor afgelegd.
Waarom is premier Jetten zo stil over de genocide in Gaza? Bij de vorige Rode Lijn-demonstratie liep hij als leider van oppositiepartij D66 nog mee.
Rob Jetten was vorig jaar aanwezig bij de Rode Lijn-demo in Amsterdam en sprak openlijk over de genocide in Gaza. Nu hij premier is en in een coalitie zit met de VVD en het CDA, is de kritiek van veel teleurgestelde Rode Lijn-demonstranten niet van de lucht. Ze vragen zich af: welke versie van Rob Jetten is het ware gezicht van onze premier? Rob Jetten, die als D66-politicus de genocide benoemde, of de premier die dat alles nu voor de bühne verzwijgt? Rode Lijn-demonstranten van alle kleuren en geuren spreken zich uit.
Aanstaande zondag staat er weer een Rode Lijn-demonstratie gepland in Amsterdam. Naar verwachting zullen opnieuw tienduizenden mensen de straat opgaan. De vorige keer deed Rob Jetten, de huidige premier, mee aan de demonstratie en sprak hij gepassioneerd over de genocide en het afschuwelijke lot van de Palestijnen, dat onverminderd voortduurt. Daar hoor je Jetten deze dagen niet meer zo expliciet over. Wat vinden de Rode Lijn-demonstranten daarvan?
Coalitieakkoord met VVD en CDA
Het Amsterdamse Denk-raadslid Sheher Khan is het eens met de kritiek die onze premier te verduren krijgt. ‘Mensen hebben op Rob Jetten gestemd omdat hij een van de prominente gezichten was bij de laatste Rode Lijn-demo en omdat hij blijkbaar voor erkenning van de genocide in Gaza was en daartegen maatregelen zou willen nemen’, zegt hij tegen de Kanttekening. ‘Maar wat zien we nu? Als premier delegeert hij dat aan de Tweede Kamer. Dat is natuurlijk omdat hij een coalitieakkoord heeft gesloten met de VVD en het CDA.’
Khan denkt dat het coalitieakkoord er nooit was gekomen als erkenning van de genocide in Gaza en harde maatregelen tegen Israël erin waren opgenomen. Hij begrijpt die politieke realiteit, maar zegt tegelijkertijd dat die voor de burgers ‘irrelevant’ is. Ook voor de achterban van D66, meent Khan. ‘Ze dachten dat Jetten zou opstaan voor erkenning van de genocide. Hij heeft zelf de politieke afweging gemaakt om in zo’n kabinet te stappen met de VVD en het CDA. En daarmee zegt hij eigenlijk: ik vind het nu niet belangrijk genoeg om daar iets mee te doen, want ik wil premier worden. Ja, dan moet je er ook niet raar van opkijken als mensen je daarop gaan beoordelen.’
Demonstranten trekken een ‘Rode Lijn’ in Amsterdam op 5 oktober 2025. Beeld: Ewoud Butter
Criminoloog Yarin Eski (VU) is iets milder in zijn kritiek op Rob Jetten. ‘Ik vermoed dat er achter de schermen wel het een en ander gebeurt en dat Rob Jetten echt nog wel met Gaza bezig is. Althans, dat hoop ik’, reageert hij. ‘Het is natuurlijk erg pijnlijk dat het veroordelen van de genocide door hem en D66 breed, van de bühne naar de achtergrond lijkt te zijn verdwenen. Want los van wat je daarvan vindt, vraag ik me af of dit niet direct bijdraagt aan de verdere afzwakking of zelfs ontkenning van de genocide in Gaza. Hoe zou Netanyahu nu denken over deze stilte, bijvoorbeeld?’
‘Ik heb op hem gestemd vanwege het trekken van die rode lijn’
Eski vindt dat Jetten als vertegenwoordiger van ons land hiermee een verkeerd signaal afgeeft. ‘Zeker als gastland van het ICJ en het ICC. Het ICC staat al onder druk door Trump. Ook daarbij helpt de stilte van Jetten niet. Ik heb op hem gestemd vanwege zijn inzet voor de wetenschap en het trekken van die rode lijn. Gelet op deze oorverdovende stilte weet ik niet of ik dat nog een keer zal doen.’
Niet verrast
Bij1-politicus Dorien Ballout (deelraadslid in Amsterdam-West) lijkt niet verrast door de draai die Rob Jetten heeft gemaakt sinds hij premier is. ‘Eerlijk gezegd denk ik dat beide wel het ware gezicht van Rob zijn. Maar daarin zit meteen ook het probleem: komen zijn woorden voort uit principes en diepe overtuiging of uit opportunisme?’
Ze denkt dat overduidelijk het laatste het geval is. ‘En dat geldt niet alleen voor het onderwerp Palestina’, legt Ballout uit. ‘Wat mij betreft is dat een D66-probleem: het is zo’n liberale middenpartij dat ze met alle winden meewaait, afhankelijk van de prioriteiten. En Palestina en het internationaal recht zijn overduidelijk geen prioriteiten voor D66. Eigenlijk zijn ze dat ook nooit geweest.’
‘Palestina en het internationaal recht zijn overduidelijk geen prioriteiten voor D66’
Khan kan daarover meepraten en meent diezelfde reflex te ontwaren bij Pro, dat in de onderhandelingen met het minderheidskabinet geen principieel punt van Gaza zou maken. ‘Dat doen ze wel bij andere kwesties, zoals bij de afbraak van de sociale zekerheid of verschuivingen in de belastingdruk op arbeid en vermogen. Inhoudelijk allemaal goed, maar ze hadden net zo goed het stopzetten van de wapenleveranties aan Israël, het beëindigen van financiële investeringen en hardere sancties als onderhandelingspunten kunnen opnemen. Dat is niet gebeurd, dus dat zegt ook wel genoeg.’
Premier in een rechts kabinet
Ballout keert terug naar D66 en Jetten. ‘Laten we eerlijk zijn: Rob Jetten is slechts premier en geen president. Hij is premier in een rechts kabinet waarin de VVD, met nog geen zesde van alle zetels in de Kamer, de lakens uitdeelt en bepaalt wie wel en niet mag meepraten. Dat gaat ten koste van het eigen partijprogramma en de eigen principes van D66. Maar vooral ten koste van de rechten en de bestaanszekerheid van heel veel mensen, ook van de Palestijnen.’
Dus D66 heeft toch principes, volgens Ballout? ‘Als je kijkt naar moties, zie je dat D66 wel degelijk voorstellen steunt, zoals het opschorten van het associatieverdrag met Israël en het erkennen van Palestina. Maar de partij is niet bereid tot het verbreken van militaire samenwerkingen of het instellen van een volledig wapenembargo. Moties ten behoeve van Palestijnse rechten halen alleen een meerderheid als ook het CDA ze steunt. Net als tijdens het vorige kabinet is er dus weinig veranderd. Dat is misschien wel de trieste conclusie over de staat van de Nederlandse politiek.’
Beeld: Ewoud Butter
Mohamed Alkaduhimi, oud-politicus van Denk, heeft een andere mening. ‘Bij D66 hebben ze al heel lang geen rode lijnen meer. Ze noemen zichzelf de onderwijspartij, maar ook op onderwijsgebied ontbreken die rode lijnen. Zo hebben ze het leenstelsel, ofwel schuldenstelsel, ingevoerd en hun verkiezingsbelofte over een maximumrente laten varen. Ik heb dan ook weinig vertrouwen in D66. Je weet nooit waar je op stemt. In het partijprogramma staat het een, maar zodra ze een coalitie vormen, staan ze voor iets heel anders.’
Westerse belangen
Ewout van den Berg van de Internationale Socialisten is niet echt geïnteresseerd in wat Rob Jetten wel of niet doet. Er is volgens hem iets fundamentelers mis bij de Nederlandse overheid. ‘Namelijk hoe belangrijk Israël is voor westerse landen en de hardnekkigheid van de steun. En dat heeft ermee te maken dat Israël een soort van vliegdekschip voor de westerse belangen in het Midden-Oosten is.’
‘De verkiezingen in Israël laten zien dat verandering van binnenuit voor Israël niet mogelijk is. Het gaat niet komen van twee zionistische coalities die allebei de genocide van de Palestijnen steunen. Wat we nodig hebben, is een sterke beweging die van buitenaf opereert en de kolonisatie van historisch Palestina kan stoppen. Een van de belangrijke punten daarvoor is de beweging voor boycot, desinvesteringen en sancties. Het kabinet heeft voorzichtig een paar symbolische maatregelen genomen, maar voor ons is nu de uitdaging om een beweging te bouwen waar het kabinet niet omheen kan.’
D66: ‘We hebben belangrijke stappen gezet, maar we zijn er nog niet’
In een reactie laat D66 weten dat de partij zich nog altijd inzet voor de Palestijnen.
‘We moeten meer doen om de genocide in Gaza en de gewelddadige annexatie van de Westelijke Jordaanoever te stoppen. Dit kabinet – onder Rob Jetten – heeft inmiddels belangrijke stappen gezet, maar we zijn er nog niet: deze Israëlische regering, en een eventuele volgende, lijken niet van plan hun beleid van verdrijving en verwoesting te stoppen. Daarom blijven wij ons inzetten voor meer humanitaire hulp, meer druk op de Israëlische regering en stevigere Europese maatregelen.
De Israëlische regering zet haar campagne van verdrijving en verwoesting onverminderd voort
D66 roept daarbij al langer op tot een verbod op diensten en investeringen, het opschorten van het EU-associatieverdrag met Israël, ongehinderde toegang van humanitaire hulp en erkenning van de Palestijnse staat. Daarnaast heeft dit kabinet ook een belangrijke koerswijziging ingezet. Het kabinet heeft sancties tegen illegale Israëlische nederzettingen ingesteld, een voorbeeld dat andere landen als het VK, Canada en Frankrijk nu volgen. Het kabinet heeft de steun aan UNRWA hersteld en extra voedselhulp mogelijk gemaakt. Ook heeft het kabinet zich aangesloten bij de zaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof en zet het zich in Brussel in om zoveel mogelijk landen te overtuigen het associatieverdrag met Israël óók op te schorten.
Deze koerswijziging van het nieuwe Nederlandse kabinet is ook niet onopgemerkt gebleven door de Palestijnse Autoriteit: zij noemde het sanctiebesluit een ‘historische koerswijziging’. Tegelijkertijd zien wij ook: er zijn belangrijke stappen gezet, maar de Israëlische regering zet haar campagne van verdrijving en verwoesting onverminderd voort. Daarom moeten we ons blijven inzetten voor meer humanitaire hulp, meer druk op de Israëlische regering en stevige Europese maatregelen – voor de Palestijnen, tegen genocide’, aldus D66.
Woningzoekenden met een Marokkaans klinkende naam maken nog steeds minder kans om te worden uitgenodigd voor een bezichtiging van een woning dan kandidaten met een Nederlands klinkende naam.
Ook werken verhuurbemiddelaars nog regelmatig mee aan discriminerende verzoeken van verhuurders. Dit blijkt uit de vijfde landelijke Monitor discriminatie bij woningverhuur 2025-2026 van het Verwey-Jonker Instituut.
Voor het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, werden tussen december 2025 en mei 2026 ruim 4.000 praktijktesten uitgevoerd. Daarbij reageerden fictieve woningzoekenden met verschillende namen en achtergronden op huuradvertenties.
Kandidaten met een Marokkaans klinkende naam werden significant minder vaak uitgenodigd voor een bezichtiging. Volgens het instituut was er in 15 procent van de gevallen sprake van discriminatie. Bij kandidaten met een Pools klinkende mannennaam en homoseksuele stellen werd geen significante discriminatie vastgesteld.
Ook de rol van verhuurbemiddelaars werd onderzocht. Onderzoekers voerden daarvoor tweehonderd telefoongesprekken, waarbij acteurs zich voordeden als verhuurders die bepaalde groepen wilden uitsluiten. Slechts 20 procent van de bemiddelaars wees zo’n discriminerend verzoek expliciet af. In 78,5 procent van de gesprekken boden zij er direct of indirect ruimte aan.
Wel is het bewustzijn over woondiscriminatie toegenomen: in 64 procent van de gesprekken benoemden bemiddelaars dat selectie op basis van migratieachtergrond niet is toegestaan. Dat besef leidt echter lang niet altijd tot het weigeren van discriminerende verzoeken.
Het Verwey-Jonker Instituut voert de landelijke monitor sinds 2020 jaarlijks uit. De resultaten laten zien dat discriminatie van woningzoekenden met een Marokkaans klinkende naam hardnekkig blijft, ondanks eerdere inspanningen om woondiscriminatie tegen te gaan.
De handel in Arabische gom, een grondstof die onder meer wordt gebruikt in cola, snoep, medicijnen en cosmetica, draagt mogelijk bij aan de financiering van de oorlog in Soedan. Dat blijkt uit onderzoek van het televisieprogramma Zembla.
Naar aanleiding van de uitzending hebben Kamerleden van vijf partijen vragen gesteld over de import van de grondstof en mogelijke sancties tegen de betrokken handelaren.
Soedan is goed voor ongeveer tachtig procent van de wereldproductie van Arabische gom. Volgens het onderzoek van Zembla maken gewapende groeperingen misbruik van de handel. Boeren worden afgeperst, handelaren moeten betalen bij illegale controleposten en grondstoffen worden het land uitgesmokkeld. Vervolgens komen die via buurlanden op de internationale markt terecht.
Dat blijkt onder meer uit opvallende exportcijfers. De uitvoer van Arabische gom vanuit Tsjaad steeg van 9673 ton in 2023 naar 18.012 ton in 2025. Ook Zuid-Soedan exporteerde aanzienlijk meer: van 154 ton in 2023 naar 1390 ton in 2025. Volgens Martijn Bergkamp, die in de uitzending aan het woord komt, is zo’n sterke stijging niet te verklaren door een toename van de productie. Acaciabomen, waaruit de gom wordt gewonnen, hebben immers jaren nodig om te groeien.
Zembla ontdekte bovendien dat de gom via vervalste documenten een nieuwe herkomst kan krijgen. Het programma kreeg via handelaren een document in handen met een stempel van de Zuid-Soedanese douane, maar zonder ingevulde gegevens. Handelaren kunnen daarmee zelf een land van herkomst invullen. Zo kan Soedanese gom als Zuid-Soedanese waar op de Europese markt terechtkomen.
VN-mensenrechtencommissaris Volker Türk waarschuwt in de documentaire dat voor de verkoop van gestolen goederen anderen nodig zijn die het papierwerk regelen. Er is volgens hem dan ook een groot risico op witwassen.
Naar aanleiding van de uitzending hebben Kamerleden Mpanzu Bamenga (D66), Sarah Dobbe (SP), Suzanne Kröger (Pro), Joris Lohman (CDA) en Nicole Maes (VVD) vragen aan het kabinet gesteld. Zij willen dat de handelsketen wordt onderzocht. Ook moeten de smokkel en het omzeilen van sancties worden aangepakt. Tevens vragen ze om te onderzoeken of een importverbod mogelijk is.
Een importverbod kan echter ook gevolgen hebben voor de Soedanese bevolking, die voor haar levensonderhoud afhankelijk is van de gomproductie. De vraag is daarom hoe de handel kan worden aangepakt zonder de boeren die van de grondstof leven verder te benadelen.
Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) neemt aanstoot aan een rode lijn die op het stadhuis is geplakt, waarmee de gemeente Arnhem zich solidair verklaart met de Rode Lijn-demonstratie aanstaande zondag in Amsterdam. De pro-Israëlische lobbyclub plaatst bovendien in een bericht het woord ‘genocide’ tussen haakjes, waarmee zij volgens critici bijdraagt aan de ontkenning van de genocide in Gaza.
De tekst is geplaatst bij een artikel van Jonet, eveneens een pro-Israëlische nieuwssite, waarin de stap van de gemeente Arnhem en burgemeester Ahmed Marcouch wordt bekritiseerd. ‘Door stelling te nemen en kleur te bekennen, gaat het Arnhemse college van burgemeester en wethouders in tegen de neutraliteit waar gemeenten voor horen te staan’, schrijft Jonet.
Jonet stelt dat er begrip moet zijn voor de minderheid die anders over de situatie denkt en de genocide ontkent: ‘Arnhem heeft volgens Marcouch veel inwoners die stellen dat er ‘genocide’ in Gaza zou plaatsvinden – hijzelf neemt dat woord ook in de mond. Als dat zo is, dan is er ook een minderheid van bewoners die er anders over denkt. Deze minderheid wordt genegeerd.’
Of de site daarmee specifiek de Joodse gemeenschap van Arnhem en Israëlische Arnhemmers bedoelt, is niet geheel duidelijk. Wel wordt de link met die twee groepen duidelijk gelegd door te stellen dat Joden zich door de rode lijn ‘in de steek gelaten’ en ‘onveiliger’ voelen. Marcouch wordt ‘profileringsdrang’ verweten. ‘Met name richting Amsterdam met progressieve thema’s’, aldus Jonet.
Binnen de Joodse gemeenschap in Nederland wordt verschillend over de genocide gedacht. Aan de ene kant heb je luide stemmen als CIDI, Jonet en het Nieuw Israëlietisch Weekblad, die de term ‘genocide’ resoluut verwerpen en wijzen op ‘het recht op zelfverdediging van Israël’. Tegelijkertijd zijn er ook andere Joodse stemmen, die de massaslachtingen in Gaza ‘genocide’ noemen en de Israëlische staat een ‘apartheidsregime.
Tussen oktober 2023 en oktober 2026 hebben professionele nepnieuwsverspreiders honderden miljoenen haatberichten op social media geplaatst over de islam en moslims.Het gaat om een politieke beïnvloedingscampagne waar waarschijnlijk Israël achter zit.
De bevindingen staan in het rapport ‘Manufacturing the ‘Great Replacement’ van Marc Owen Jones, verbonden aan Northwestern University in Qatar, en desinformatieonderzoeker Sohan Dsouza. Volgens hen werden de politieke advertenties verspreid via platforms als YouTube, TikTok en Facebook. Dit gebeurde in circa dertig landen, waaronder diverse Europese landen, de Verenigde Staten en Libanon, waar een grote christelijke minderheid woont.
De campagne zou meer dan 533 miljoen advertenties op social media hebben gepromoot en ruim 11 miljoen dollar hebben gekost.
De onderzoekers stellen dat de advertenties vaak aansloten bij de zogenoemde omvolkingstheorie, een racistische complottheorie die stelt dat Europese bevolkingen worden vervangen door immigranten. In de advertenties werd de Arabische oliestaat Qatar neergezet als een verborgen kracht achter migratie naar Europa en de vermeende ‘islamisering’ van het continent. In Qatar is de Arabische zender Al Jazeera gevestigd, die kritisch bericht over Israël. Ook steunt Qatar de Palestijnse beweging Hamas financieel.
De rapporteurs hebben sterke aanwijzingen dat deze islamofobe desinformatiecampagne vanuit Israël is opgezet. Als aanwijzingen noemen de onderzoekers onder meer metadata, waaruit zou blijken dat medewerkers aan de campagne werkten in de Israëlische tijdzone en gebruikmaakten van systemen met Hebreeuwse bestands- en mapnamen.
Doel van de desinformatiecampagne was om de verkiezingen in westerse landen te beïnvloeden. De campagne zou rekening hebben gehouden met de zogenoemde verkiezingskalenders in verschillende landen. Volgens de onderzoekers liepen advertentiecampagnes in Frankrijk door in de periode voorafgaand aan de Europese verkiezingen van 2024. In het Verenigd Koninkrijk stopten advertentieaankopen enkele dagen voordat de parlementsverkiezingen werden uitgeschreven.
Nederland wordt in het rapport genoemd, als onderdeel van Europa, maar aan ons land is verder geen aparte analyse gewijd. Op basis van het rapport kunnen we daarom niet zien in welke mate Nederlandse internetgebruikers zijn bereikt door de desinformatiecampagne, of welke groepen specifiek zijn getarget.
Het vijftigste jaar is toch wel de leeftijd waarop de puber en de man elkaar ontmoeten. En degene die ons bij elkaar brengt, is Hercules, de zoon van Zeus en Alkemene, een prinses. Hercules was wat we nu een halfbloed zouden noemen. Hercules verlangde ernaar god te worden, wat begrijpelijk is, want mens zijn is toch maar zo-zo.
Om die status te bereiken moest hij hard werken. Hij kreeg van de god de opdracht om twaalf werken uit te voeren en een van die werken zou gigantische gevolgen hebben voor het migratievraagstuk. Hij moest de runderen van Gyrones stelen, een monster dat in Zuid-Spanje woonde. Om de runderen te bereiken scheurde Hercules het Atlasgebergte open en zo ontstond de Straat van Gibraltar, de zee-engte die vandaag de dag de grens tussen Afrika en Europa markeert. Aan weerszijden van de Straat doemen de zuilen van Hercules op, de rotsen van Gibraltar en Sebta.
Dit verhaal vertelt ons twee dingen: brute kracht richt een hoop ellende aan. En het is de schuld van de goden dat miljoenen Marokkanen elk jaar opnieuw de oversteek moeten maken van Tarifa naar Tanger en terug. Het impliceert ook dat er voor de Grieken zoiets was als het einde van de wereld, deze plek waar de Middellandse Zee overgaat in de Atlantische Oceaan, een plek waar monsters wonen en vreemde volkeren, toevallig de plek waar ik geboren ben.
De Grieken noemden deze mensen barbaren, want hun taal zou gebrabbel zijn, en dat werd weer Berbers. Ik ben een Berber. Die Straat van Gibraltar is een plek vol geweld, vreemdheid en monsters. De Grieken wisten het mooi te vertellen.
Het is de schuld van de goden dat miljoenen Marokkanen elk jaar opnieuw de oversteek moeten maken
Op mijn vijftigste werk ik aan een theatervoorstelling waarin ik Hercules aanwijs als aanstichter van die verwijdering tussen hier en daar, Afrika en Europa, reiziger en migrant; had hij dat Atlasgebergte maar met rust gelaten. En toch ben ik Hercules ook dankbaar. De gecreëerde afstand dwingt mij tot nadenken over wie ik ben en wie de ander is. We hebben nog een hele afstand te overbruggen om elkaar te leren kennen. Naderbij komen is het echte werk.
Een week geleden ging ik in de Ulu-moskee in Utrecht praten met moslims en joden over ons gemeenschappelijk erfgoed, tijdens een conferentie georganiseerd door Miretage, dat zich buigt over religieus erfgoed in de publieke ruimte, en het Moslim Archief, dat de wereld van de islam zichtbaar wil maken door middel van wandelingen. De avond werd een gezamenlijke reis richting nieuwe perspectieven. Op de terugweg naar huis moest ik denken aan de puber die ik was. Alles was weer mogelijk!
Als kind zat ik in de bibliotheek in Rotterdam te lezen in De Groene Amsterdammer, een mooi stuk over de Holocaustoverlevende Primo Levi. In Auschwitz bemoedigt hij zijn medegevangene door te citeren uit De goddelijke komedie van Dante, een prachtig werk waarin een reis wordt gemaakt door hel en hemel en historische figuren worden ontmoet.
Levi drukt zijn vriend op het hart zijn menselijkheid niet te verliezen, ook niet in de hel die Auschwitz heet, en citeert uit Canto 26: ‘Denk aan je afkomst; ’t is ons niet gegeven/Te leven als het redeloze beest;/Wij horen deugd en kennis na te streven.’ De zinnen maakten veel indruk op mij. Maar wie sprak deze woorden eigenlijk? Die andere Griekse held: Odysseus.
Waarom? Op weg naar Ithaca, zijn huis, overtuigt hij zijn bemanning koers te zetten richting het onbekende, puur uit nieuwsgierigheid om nieuwe werelden te ontdekken. En waar ligt die nieuwe wereld? Bij de Straat van Gibraltar.
‘Ik ben dus over open zee gevaren,/Met maar één schip, voor het slechts uitgerust/Die tot het allerlaatste bij mij waren./Ik zag Marokko’s kust en Spanjes kust,/En eerder al het eiland der Sardijnen/En andere al door dezelfde zee gekust.’
Oud-journalist Endre Barcs (80) maakte als tienjarige jongen de Hongaarse Opstand van 1956 mee, die zeventig jaar geleden hard werd neergeslagen door de Sovjet-Unie. Hoe beleefde hij deze opstand, als ooggetuige? En hoe kijkt hij naar de politieke strijd over de herinnering aan de opstand?
Endre Barcs en de verslaggever kennen elkaar alweer zeven jaren. We kwamen elkaar voor het eerst tegen in het Europees Parlement in Brussel, op een symposium over de situatie in Kashmir. Barcs was toen al een tijdje met pensioen, maar lobbyt sindsdien voor de vrijheid van Kashmir. Hij vertelde toen dat hij uit Hongarije komt en natuurlijk ook het communisme heeft meegemaakt. Ook de Hongaarse Opstand, die door het Rode Leger bloedig werd neergeslagen.
Dit jaar is het 70 jaar geleden dat de Hongaarse Opstand plaatsvond. Hoe beleefde de jonge Endre deze tijd toen? ‘Ik was tien jaar oud toen de revolutie uitbrak’, vertelt hij. ‘De scholen waren dicht. En overal lagen wapens, van gedeserteerde Hongaarse soldaten. Mijn vriendjes en ik gingen het bos in om geweren op te rapen.’
De opstand begint
Endre Barcs vertelt het verhaal levendig, met een scherp ook voor detail. Volgens hem is de opstand niet te begrijpen zonder de ellendige omstandigheden van de jaren daarvoor, legt hij uit. ‘De jaren vijftig waren verschrikkelijk voor Hongarije. Voor brood en melk had je bonnen nodig. Soms liep ik een uur door het bos naar een winkel, om vervolgens te horen dat het brood al op was en de bon niets meer waard was. Tot 1957 of 1958 at ik nauwelijks vlees. Chocolade kende ik eigenlijk niet.’
Hongarije was sinds Tweede Wereldoorlog een communistische staat en bevond zich binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. De geheime politie Államvédelmi Hatóság (ÁVH) hield de bevolking scherp in de gaten en politieke vrijheid bestond er nauwelijks. Toch begon de opstand volgens Barcs verrassend vreedzaam. ‘Op 23 oktober gingen mensen naar het radiostation in Boedapest. Ze wilden hervormingsvoorstellen voorlezen. Dat mocht niet. Daar begonnen de problemen.’
De situatie escaleerde toen veiligheidstroepen het vuur openden. ‘De politie begon op de mensen te schieten. Toen kregen demonstranten wapens in handen en begonnen terug te schieten.’
‘De politie begon op de mensen te schieten’
De revolutie beperkte zich niet tot intellectuelen en studenten, benadrukt Barcs. ‘Het was een volksopstand. Arbeiders, boeren en mensen uit andere steden deden allemaal mee. Dat wordt soms wel eens vergeten.’
Een beslissend moment vond plaats voor het Hongaarse parlementsgebouw. ‘Op het plein stond een enorme menigte. Maar soldaten op de daken begonnen te schieten op ongewapende mensen. Veel militairen waren boos en liepen over naar de demonstranten, of besloten te deserteren. Sommigen gooiden hun wapens in het bos en vluchtten naar Oostenrijk.’
Opstandelingen over de vloer
Voor Endre en zijn leeftijdsgenoten veranderde de revolutie in een surrealistisch avontuur. ‘Er was geen school meer. Mijn vriendjes en ik gingen op zoek naar wapens. Later leerde mijn vader mij schieten in het bos.’
Zijn eigen familie had een bijzondere positie. Endres vader Sándor Barcs was een vooraanstaande journalist en jarenlang voorzitter van de Hongaarse voetbalbond, tijdens de Magische Magyaren van Ferenc Puskás, na Johan Cruyff de beste Europese voetballer aller tijden. Uiteindelijk zou Sándor Barcs het schoppen tot vice-voorzitter van de FIFA. ‘Ik kende Puskás persoonlijk’, vertel Endre. ‘En in 1954 kwamen vriendjes bij ons thuis televisie kijken naar voetbalwedstrijden. Mijn vader was de enige in de wijde omgeving die een televisie had.’
Tijdens de opstand kreeg de familie onverwacht bezoek. ‘Eerst kwamen revolutionairen. Een stuk of dertig mannen. Ze dachten dat we misschien in contact stonde met de Russen. Ze maakten uiteindelijk een kabel van onze televisie kapot, omdat ze dachten dat er nog verbinding was.’
Een van hen staat Endre nog helder voor de geest. ‘Hij had een zwarte grote snor, net zo’n snor als kameraad Stalin, en een zware jas. Hij was een leider van revolutionairen in Buda. Hij bleef herhalen dat we moesten doorvechten, omdat de Amerikanen ons zouden komen helpen bevrijden.’
Endres grootvader geloofde daar niets van. ‘Hij zei alleen maar: ‘Jalta.’ Daarmee bedoelde hij dat de grootmachten Europa al hadden verdeeld in invloedssferen. Hongarije viel binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Volgens hem zouden de Amerikanen nooit ingrijpen.’
De vriendelijke dode soldaat
Enkele uren later verschenen er andere bezoekers aan de deur. ‘Het waren soldaten van het Rode Leger.’ Zijn moeder sprak Roemeens. Dat bleek onverwacht van pas te komen. ‘Een van de soldaten kwam uit de Sovjet-republiek Moldova, waar ze ook Roemeens spreken. De Sovjet-militairen vroegen mijn ouders of er misschien revolutionairen in ons huis zaten, want dat hadden ze gehoord. Maar de revolutionairen waren allang weg. Toen werden ze gezellig en dronken ze een kopje thee.
‘In de chaos raakte ik mijn moeder kwijt’
Het beeld dat Barcs van die soldaten heeft, wijkt af van het stereotype van de vijand. ‘Een van hen zette mij op zijn schoot en liet foto’s zien van zijn vrouw en kind.’ De volgende dag zag hij diezelfde soldaat terug. Maar toen was hij dood. ‘Mijn moeder en ik gingen brood halen in Boedapest. De tram reed nog, maar niet tot in het centrum waar hevige straatgevechten hadden plaatsgevonden. We zagen Russische tanks en ondertussen lag die soldaat dood op straat.’
Kort daarna braken opnieuw gevechten uit. ‘Er werd geschoten op burgers. In de chaos raakte ik mijn moeder kwijt. Uiteindelijk vonden we elkaar terug. We hadden het overleefd.’
Keiharde repressie
De revolutie duurde uiteindelijk slechts enkele dagen. ‘Op 4 november begon de grootschalige Sovjetinterventie. Op 7 november was het verzet grotendeels gebroken.’
‘We hadden geen schijn van kans’, zegt Endre. ‘Hoe vecht je tegen tanks? De Hongaren hadden misschien drie tanks, en die deden het niet eens goed. Het Rode Leger was veel te sterk.’
De revolutie was geen eenduidige beweging. ‘Revolutionairen wilden verschillende dingen. Sommigen wilden vrijheid en democratie, anderen wilden naar Oostenrijk vluchten. Er waren revolutionairen die hervormingen binnen het socialisme wilden. En er waren zelfs mensen die het koninkrijk wilden herstellen [tot 1918 was Hongarije een koninkrijk binnen de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije]. Wat hen verenigde, was vooral hun verzet tegen de Sovjetmacht.’
Endre herinnert zich ook heel goed de schaduwzijden van de opstand. ‘Revolutionairen gingen op zoek naar medewerkers van de ÁVH, de Hongaarse KGB die intens werd gehaat. Sommige ÁVH-agenten werden opgehangen. Ik heb hun lichamen zien hangen in Boedapest.’
Ook zag hij de vernielingen die de straatgevechten achterlieten. ‘Er waren kapotte ramen en beschadigde winkels. Maar opvallend genoeg werd er nauwelijks geplunderd. Gelukkig maar.’
Na de nederlaag volgde repressie. Duizenden opstandelingen werden gearresteerd en honderden geëxecuteerd. ‘Sommige revolutionairen waren nog maar vijftien jaar oud. Dan wachtten de autoriteiten een paar jaar, tot ze officieel volwassen waren, en daarna werden ze alsnog opgehangen.’
Zelfs mensen die geen wapens hadden gedragen werden vervolgd. ‘Acteurs die op de eerste dag van de protesten gedichten hadden voorgedragen tijdens de grote demonstraties verdwenen voor jaren achter slot en grendel.’
Minister-president Imre Nagy, die met de opstandelingen had samengewerkt, werd gearresteerd en een jaar later opgehangen. Zijn opvolger werd János Kádár. Aanvankelijk regeerde hij met harde hand, ook om de Sovjets te pleasen, maar na verloop van tijd werd zijn regime minder repressief. ‘Hij werd uiteindelijk zelfs geliefd, onder delen van de Hongaarse bevolking. Zijn boodschap was mild. ‘Wie niet tegen ons is, is voor ons.’
Endre Barcs
Strijd om de herinnering
De herinnering aan de Hongaarse Opstand van 1956 is sterk aan verandering onderhevig, vertelt Endre. ‘Onder het communisme werd de opstand geframed als een contrarevolutie. Degenen die mee hadden gedaan waren staatsvijanden. Na 1989 werd het de opstand een revolutie genoemd, of een vrijheidsstrijd.’
Maar nog steeds wordt de herinnering aan 1956 politiek misbruikt. ‘Politici gebruiken de revolutie vaak om iets te zeggen over het heden. Tegenstanders van oud-premier Viktor Orbán doen het, Orbán en zijn Fidesz deden het daarvoor ook. De mensen die alles echt hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden, of stokoud. En er wordt weinig naar hen geluisterd. Politici horen liever zichzelf praten.’
‘Sommige Hongaren vinden dat wij Oekraïne moeten steunen, vanwege wat er in 1956 gebeurde’
Endre Barcs ziet interessante lijntjes met de huidige oorlog in Oekraïne. ‘Sommige Hongaren vinden dat wij Oekraïne moeten steunen, vanwege wat er in 1956 gebeurde. Toen waren wij slachtoffers van de Russische agressie, nu zijn de Oekraïners dat.’ Maar de geschiedenis is genuanceerder, legt hij uit. ‘Veel mensen weten niet dat een deel van de Sovjettroepen die Hongarije binnenvielen uit Oekraïne kwam. De soldaten die op ons schoten waren soms Oekraïners, soms Russen, soms Moldaviërs. Natuurlijk vochten ze niet voor Oekraïne, maar voor de Sovjet-Unie.’
Aan het einde van het gesprek blijft vooral een gevoel van tragiek hangen. ‘Als je eerlijk bent, was het achteraf gezien een verloren strijd. Het Rode Leger was simpelweg te sterk.’
De links-activistische zangeres Sophie Straat zegt nog altijd op haar hoede te zijn na de ophef die ontstond rond haar uitspraak tijdens festival Best Kept Secret, waar zij witte mannen opriep een stap naar achteren te doen. In het programma Boerderij van Dorst vertelt de artiest dat zij na de controverse te maken kreeg met haatberichten en doodsbedreigingen, zo schrijft NU.nl.
‘Op ieder festival had ik beveiliging en dat gaf me wel angst’, aldus Straat. ‘Het werd heel duidelijk: je loopt gevaar.’
De ophef ontstond nadat Straat tijdens optredens op Best Kept Secret en later in Gent vrouwen, queerpersonen en mensen van kleur naar voren riep en witte mannen vroeg naar achteren te gaan. De beelden verspreidden zich op sociale media en leidden tot honderden klachten bij Discriminatie.nl, die besloot om deze klachten naast zich neer te leggen. Straat werd door haar linkse fans verdedigd, die haar uitspraken niet racistisch vinden.
Volgens Straat was haar oproep juist bedoeld om ruimte te creëren voor vrouwen, queerpersonen en mensen van kleur, die zich in een zogenoemde moshpit vaak minder veilig zouden voelen. Een moshpit is een plek voor het podium, waar het publiek tijdens een concert of festival wild tegen elkaar aan duwt, springt, botst of rondrent op de muziek. Witte mannen zouden de moshpit domineren. Ze ziet haar oproep daarom ook als een symbolisch gebaar richting mensen die volgens haar minder vaak op de voorgrond staan.
Ondanks alle rechtse kritiek heeft Straat geen spijt van haar linkse woorden. ‘Het is wel een politiek standpunt, maar het is niet zo heftig allemaal. Ik stop ze ook niet in gaskamers. Maar ik werd wel vergeleken met Hitler.’
Straat hoopt met haar deelname aan het programma Boerderij van Dorst meer context te geven bij haar uitspraken. Daarnaast staat zij centraal in de documentaire ‘Sophie Straat: Wie hoog vliegt’. Deze documentaire zal op 21 december worden uitgezonden in Het Uur van de Wolf op NPO 2. Daarin komen onder meer de gevolgen van de ontstane controverse aan bod.
Zuid-Korea wil de zeestraat van Hormuz open houden. Daarom stuurt het Oost-Aziatische land onder andere verkenningsvliegtuigen, mijnenruimers en onderzeeboten naar de wateren bij de kust van Oman, aldus France24.
De missie is volgens de Franse nieuwssite een uitbreiding van de Koreaanse maritieme missie in de Golf van Aden, bij de kust van Somalië. Die missie heeft als doel schepen te beschermen tegen piraterij.
Het Zuid-Koreaanse parlement moet de nieuwe missie nog goedkeuren. De missie zou enkel tot doel hebben om commerciële schepen door de Straat van Hormuz te beschermen en zo de olietoevoer veilig te stellen.
Door de zeestraat tussen Iran en Oman loopt normaal gesproken zo’n twintig procent van de olie wereldwijd, schrijft France24. Maar dat veranderde toen de Verenigde Staten en Israël afgelopen februari hun oorlog tegen Iran begonnen.
Zuid-Korea blijft neutraal in dit conflict. Volgens het Koreaanse ministerie van Defensie zijn de operaties beperkt tot de ‘open zee ten zuiden van Oman’. Zuid-Koreaanse verkenningsvliegtuigen mogen Iraans grondgebied, de Iraanse territoriale wateren en de Straat van Hormuz zelf niet in de gaten houden of onder vuur nemen. De missie is bedoeld om ‘onze burgers en economische belangen te beschermen’, aldus een woordvoerder.
Afgelopen september zei de Koreaanse president Lee Jae Myung dat zijn land geen militairen naar het gebied zou sturen, die tegen Iran zouden worden ingezet. Iran heeft Zuid-Korea gewaarschuwd zich buiten het conflict te houden.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.