Palestijnen in Gaza worden opnieuw gedwongen om een nieuw onderkomen te vinden nu het Israëlische leger afgelopen zondag de ‘Gele Lijn’ verder heeft opgeschoven, schrijven diverse media. Hierdoor wordt het voor hen steeds moeilijker om te overleven in een klein stukje land waar 2,1 miljoen Palestijnen door de genocide al zijn ontheemd.
Ondanks het ‘staakt-het-vuren’ van een jaar geleden zijn de Palestijnen in Gaza steeds meer in de verdrukking geraakt. De door de Amerikanen bemiddelde overeenkomst heeft er niet voor gezorgd dat Israël zich uit Gaza heeft teruggetrokken, zoals de bedoeling was. Integendeel, Israël heeft sindsdien steeds meer land ingenomen in een smal strookje land dat in feite al bezet en belegerd was vóór het begin van Israëls genocidale aanval.
Israël dwong vóór 7 oktober 2023 al een bufferzone langs het ‘grenshek’ met Israël af, wat neerkwam op zo’n 17 procent van het landoppervlak en 35 procent van de landbouwgrond in Gaza. Palestijnen die het gebied naderden, riskeerden beschoten te worden, zo bericht de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
De Gazastrook wordt sinds 2007 onderworpen aan een verstikkende land- zee- en luchtblokkade. Al in 2012 waarschuwden de Verenigde Naties dat de Gazastrook ‘onleefbaar’ zou worden.
Nadat het Israëlische leger zich onder het ‘staakt-het-vuren’ van oktober 2025 had teruggetrokken tot de ‘Gele Lijn’, had het de controle over 53 procent van de Strook, blijkt uit een kaart die Al Jazeera publiceerde.
In plaats van zich verder uit Gaza terug te trekken nam het leger juist méér land in, door het verplaatsen van gele betonnen blokken, de zogeheten ‘Gele Lijn’. Dit is geen officiële grens, maar een markering van de posities van het Israëlische leger, schrijft de nieuwssite The New Arab. De ‘lijn’ loopt dwars door bewoonde en gecultiveerde gebieden, waardoor Palestijnen toegang tot hun huizen en hun landbouwgrond verliezen.
In december bezette Israël maar liefst 58 procent van de Gazastrook, zo blijkt uit een analyse van onderzoeksgroep Forensic Architecture. Volgens Al Jazeera toonden satellietbeelden ‘voortdurende vernielingen’ aan in het door Israël bezette gebied.
Volgens cijfers van de Verenigde Naties heeft het Israëlische leger nu controle over 65 procent van de Gazastrook. Het Israëlische leger claimt 70 procent van de strook in handen te hebben, aldus Al Jazeera.
Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha zijn sinds het ingaan van het ‘staakt-het-vuren’ op 11 oktober 2025 maar liefst 1467 Palestijnen in Gaza vermoord door Israël. Het Institute for Middle East Understanding schrijft dat in drie jaar genocide meer dan 74.200 Palestijnen in Gaza zijn ongekomen.
Niet alleen ongedocumenteerde migranten krijgen te maken met de Amerikaanse immigratiedienst, maar ook politici met een migratieachtergrond. Gisterochtend vielen agenten van Homeland Security Investigations (HSI) de woning binnen van het Somalisch-Amerikaanse Congreslid Ilhan Omar.
Haar papieren, van toen ze nog een kind was, zouden volgens het onderzoeksteam niet in orde zijn. Er zou sprake zijn van ‘immigratiefraude’. Een woordvoerder van Omar noemde het onderzoek ‘ongegrond’. Ze bestempelde de huiszoeking als een ‘ongeëvenaarde escalatie’ en een instrumentalisering van de immigratiedienst tegen ‘politieke vijanden’. De Democratische politica spreekt zich regelmatig uit tegen het beleid van Donald Trump. Op social media liet ze weten dat ze niet zal zwijgen, zo bericht de Amerikaanse tv-zender CNN.
De verhouding tussen Trump en Omar is al jaren grimmig. Trump heeft haar herhaaldelijk opgeroepen om ’terug te gaan naar Somalië’. Omar op haar beurt beschuldigt de president van racisme en vreemdelingenhaat.
‘Vergis je niet: dit is een poging om politieke vijanden aan te vallen en de federale rechtshandhaving als wapen in te zetten’, schreef Omar op sociale media. ‘Al tien jaar lang valt Trump mij lastig met ongegronde leugens en lastercampagnes. Dit is slechts de nieuwste escalatie in zijn campagne van politieke intimidatie.’
Op mijn sociale media-tijdlijn is het momenteel een grote politieke manifestatie. Overal zie ik beelden van vrienden die deelnemen aan demonstraties en politieke bijeenkomsten. In Brazilië welteverstaan, waar momenteel de presidentsverkiezingen plaatsvinden. Links Brazilië, waartoe veel van mijn vrienden daar zich rekenen, gaat momenteel massaal de straat op. Want radicaal-rechts dreigt te winnen. En daarom proberen linkse Brazilianen momenteel de straat op te gaan om het land uit de klauwen van uiterst rechts te redden.
Voor wie de Braziliaanse politiek niet goed volgt, hierbij wat context. Bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen was het namelijk Flavio Bolsonaro die dicht bij een zege was. Hij had meer stemmen dan de zittende president, Lula. Vier jaar terug wist Lula de vader van Flavio, Jair Bolsonaro – die toen de president was – te verslaan. Wat volgde, waren onvervalste Trumpiaanse toestanden, in het kwadraat welteverstaan. Bolsonaro senior claimde dat er gefraudeerd zou zijn bij de verkiezingen, en als gevolg van deze leugen bestormde in januari 2023 een meute van woedende Bolsonaro-aanhangers in de hoofdstad Brasilia onder meer het parlement, het presidentieel paleis en het hooggerechtshof.
De democratie en de rechtsstaat hielden echter stand, en Lula werd de rechtmatige president. Later bleek echter dat de Braziliaanse democratie langs het randje van de afgrond was gescheerd. Jair Bolsonaro had namelijk samen met elementen binnen het leger geprobeerd om een staatsgreep te organiseren en zijn politieke vijanden in dit proces te doden. In een land met een geschiedenis van militaire dictatuur in de twintigste eeuw was dit een uiterst gevaarlijke ontwikkeling. Bolsonaro senior is dan ook voor deze staatsgreep berecht en veroordeeld. En daarom zit hij momenteel zijn straf uit en kan hij niet meer aan verkiezingen deelnemen.
Flavio heeft aangegeven zijn vader Jair direct uit de gevangenis vrij te zullen laten
Zijn zoon Flavio zet echter zijn werk voort en is in de afwezigheid van zijn vader de nieuwe leider geworden van (radicaal-)rechts Brazilië. En mede met de steun van Donald Trump staat hij nu op voorsprong bij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Lula staat er beroerd voor, mede omdat de Braziliaanse economie, die onder andere als gevolg van Amerikaanse importheffingen voor Brazilië – die Trump mede vanwege de veroordeling van zijn bondgenoot Bolsonaro senior instelde – er slecht voor staat. Ook is Lula er niet in geslaagd om de veiligheid in het land te verbeteren en broodnodige hervormingen erdoor te drukken. Brazilië staat stil, of gaat zelfs achteruit, en dat voelen veel Brazilianen ook. De kans is dus groot dat zij bij de tweede ronde daarom voor verandering zullen kiezen.
Alleen is die ‘verandering’ vooral meer van hetzelfde. Meer van de radicaal-rechtse politiek van de Bolsonaro’s die Brazilië eerder al kende. Al zijn veel Brazilianen de problemen die Bolsonaro senior in zijn termijn veroorzaakte al vergeten. Mede onder invloed van nepnieuws en desinformatie leeft bij rechts Brazilië niet het idee dat de Bolsonaro’s daadwerkelijk de democratie bedreigen. Veel rechtse Brazilianen geloven oprecht dat de poging tot staatsgreep een verzinsel van de media is. En dat Jair Bolsonaro en zijn zonen stukken corrupter zijn dan Lula en andere linkse politici, gaat er bij hen ook niet echt in.
De kans is dus groot dat later deze maand de Bolsonaro’s opnieuw aan de macht zullen komen. Met zijn tweeën welteverstaan, want Flavio heeft aangegeven zijn vader Jair direct uit de gevangenis vrij te zullen laten. De kans is groot dat ze samen het land zullen gaan regeren. Wat daarvan het risico is voor de Braziliaanse democratie, hoef ik de lezer hopelijk niet meer uit te leggen. Wel past deze ontwikkeling in een trend, namelijk dat steeds meer Latijns-Amerikaanse landen vallen voor een uiterst rechtse president die een bondgenoot van Donald Trump is.
Ook Brazilië dreigt nu deze kant op te gaan. En daarom gaan mijn vrienden de straat op. Om de Braziliaanse democratie te redden. Om het gedachtegoed van het Trumpisme en Bolsonarisme te bestrijden. Om te vechten tegen christelijke fundamentalisten aan de macht. Om geweld tegen minderheidsgroepen te voorkomen. Om op te komen voor gelijkwaardigheid van alle Brazilianen, voor lhbtiq-rechten, voor het klimaat, het milieu en voor de rechtsstaat. Dit alles staat op het spel bij de aankomende tweede ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen. De toekomst van Brazilië staat op het spel, en mijn vrienden vechten momenteel voor de ziel van het land.
In de Kaukasische republiek Azerbeidzjan zijn kleinschalige protesten uitgebroken vanwege een hoofddoekverbod dat de regering heeft ingesteld, aldus de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
President Ilham Aliyev en zijn regering beroepen zich op de zogenoemde ‘principes van het secularisme’, die mede zijn geïnspireerd op de seculiere idealen van Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de Turkse Republiek. Maar Turkije wil tegenwoordig, onder president Recep Tayyip Erdogan, juist meer ruimte voor de hoofddoek.
Azerbeidzjan blijft seculier. De grotendeels conservatieve bevolking in Azerbeidzjan mag vooral niet Iran achterna gaan, vindt de regering. Sinds de islamitische revolutie van 1979 worden vrouwen in buurland Iran gedwongen om een hoofddoek te dragen. Maar door de hoofddoek op school te weren ontstaat er ook een kloof tussen Azerbeidzjan en Erdogan. Erdogan steunde Azerbeidzjan in 2020 in de oorlog tegen Armenië om Nagorno-Karabach te heroveren, maar nu lijkt Aliyev afstand te nemen van Turkije.
‘Wij hebben gevochten’, zei Aliyev tijdens een toespraak, ‘En de [Turkse] wapens die we hebben gebruikt, hebben we met ons eigen geld gekocht’, vervolgde hij, waarbij hij in verkapte termen zijn zorgen uitte over de toenemende invloed van Turkije. ‘Niemand heeft het recht om zich te bemoeien met onze levensstijl.’
Turkije heeft nog niet gereageerd op de ontwikkelingen in Azerbeidzjan. President Erdogan beperkte zich tijdens de VN-top tot de opmerking dat de discriminatie van vrouwen met een hoofddoek toeneemt.
Op de achtergrond speelt bovendien een fundamenteel meningsverschil over Israël, dat een genocide pleegt tegen de Palestijnen in Gaza. Azerbeidzjan is altijd pro-Israëlisch geweest als tegenwicht voor Iran, terwijl Turkije onder Erdogan juist fel anti-Israël is geworden.
De banden tussen Azerbeidzjan en Israël zijn diepgaand en veelzijdig. Azerbeidzjan is een van de belangrijkste leveranciers van ruwe olie aan Israël, terwijl Israël op zijn beurt een cruciale partner is in de defensie-industrie van Azerbeidzjan.
Maand van de geschiedenis | Op 22 augustus 1831, precies om middernacht, begon de slavenopstand van Nat Turner. Het was de dodelijkste slavenopstand uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Nat Turner (1800-1831) leefde zijn leven lang in Virginia. Hij was bijzonder intelligent, kon op jonge leeftijd al lezen en schrijven en kende veel Bijbelverhalen uit zijn hoofd. Turner was een charismatische persoonlijkheid. Hij meende visioenen van God te ontvangen en dacht dat hij bestemd was voor iets groters.
Het was Turners aanvankelijke bedoeling om op 4 juli 1831 zijn opstand te beginnen – de dag van de Amerikaanse Declaration of Independence – maar omdat hij ziek werd, begon de slavenopstand zes weken later. Turner en zijn medestanders gingen van huis tot huis, doodden de witte mensen en bevrijdden de zwarte slaven. Ze gebruikten hiervoor bijlen en messen, omdat het moeilijk was om vuurwapens te bemachtigen.
Turner wilde terreur zaaien om de mensen bang te maken. Bijna iedereen werd gedood, ook vrouwen en kinderen. Alleen een kind dat zich achter de haard had verstopt, werd gespaard, evenals een aantal arme witte huishoudens. Die werden door Turner en de zijnen niet als vijanden beschouwd. In totaal werden er zo’n 60 mensen vermoord, voordat Turner en zijn groep door een kleine legermacht werden verslagen.
Om slavenopstanden in de toekomst te voorkomen, besloot Virginia dat zwarten, slaaf en vrij, niet mochten leren lezen en schrijven
Er werd keihard wraak genomen. Er werden 56 zwarte opstandelingen geëxecuteerd, maar milities vermoordden ook zwarte slaven die niets met de slavenopstand van doen hadden. Zwarten die er verdacht van werden de opstand van Nat Turner te hebben gesteund, werden onthoofd door milities. Behalve in Virginia werden er ook in andere staten zwarten vermoord, omdat witte mensen bang waren dat de opstand zich over het hele zuiden had verspreid. Historici weten niet hoeveel zwarten er in totaal zijn vermoord in de twee weken die volgden op de opstand, maar men schat tussen de 100 en 120.
Twee maanden na de opstand, op 30 oktober, werd de gevluchte Nat Turner ontdekt. Hij werd berecht en uiteraard ter dood veroordeeld. Toen men hem vroeg of hij geen spijt had van zijn daden, antwoordde Turner: ‘Was Christ not crucified?’ Op 11 november werd hij opgehangen. Zijn lijk werd gevild, onthoofd en gevierendeeld.
Om slavenopstanden in de toekomst te voorkomen, besloot Virginia dat zwarten, slaaf en vrij, niet mochten leren lezen en schrijven. Andere zuidelijke staten volgden dit voorbeeld en voerden soortgelijke wetten in. Om die reden waren de meeste zwarten in 1865, toen het zuiden de burgeroorlog had verloren en de slavernij werd afgeschaft, analfabeet.
Vrije zwarten die wilden dat hun kinderen naar school konden gaan, kozen ervoor om naar het noorden te emigreren. Bovendien besloten sommige witte mensen, zoals de docent Thomas J. Jackson (de latere zuidelijke generaal Stonewall Jackson), om deze wetten te negeren en zwarten wel te leren lezen en schrijven. Het standbeeld van Stonewall Jackson is enkele jaren geleden echter ook weggehaald, tijdens de beeldenstorm tegen foute witte zuiderlingen.
Turkije dringt bij Griekenland aan op de uitlevering van mensen die worden verdacht van banden met de Gülenbeweging. Op donderdag 8 oktober vroeg de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Mustafa Ciftçi om versnelde procedures voor zestig personen, die volgens Ankara in Griekse detentie zitten.
De minister beweert dat sommige mensen betrokken zijn bij criminele organisaties en internationaal worden gezocht. Griekse bronnen ontkennen dat er een georganiseerde Gülenstructuur actief is in Griekenland en benadrukken dat Turkse asielzoekers niet gelijkgesteld mogen worden aan criminele netwerken, zo schrijft de onafhankelijke website Turkish Minute.
Volgens ingewijden zijn er recent geen formele verzoeken ingediend voor uitlevering op politieke gronden. Lopende zaken zouden vooral gaan over zware misdrijven zoals moord en ontvoering. Griekse autoriteiten wijzen erop dat uitleveringen altijd via de rechter verlopen en dat een bilateraal onderonsje geen directe terugkeer kan autoriseren. Een internationale signalering verplicht landen bovendien niet tot arrestatie of uitlevering.
De kwestie speelt tegen de achtergrond van de jarenlange repressie tegen de Gülenbeweging, die door de Turkse overheid verantwoordelijk wordt gehouden voor de mislukte coup tegen president Recep Tayyip Erdogan in juli 2016. Eerdere uitleveringsverzoeken leidden al tot spanningen, zoals in 2017 toen Griekenland de overdracht van acht Turkse militairen weigerde. De recente gesprekken vallen samen met de pogingen van Turkije om zakenman Murat Gülibrahimoglu terug te krijgen, die in Griekenland asiel heeft aangevraagd.
Communist en interviewer Bob Scholte kan niks met de term ‘witheid’ en heeft kritiek op de intersectionele elite van kleur, die strijdt tegen racisme, discriminatie en ongelijkheid. Bij1, BLM en Omroep Zwart zouden ‘objectief’ te weinig hebben opgeleverd voor ‘de werkende klasse’. Kijk maar naar het aantal zetels van Bij1 in de Kamer. Te weten: nul. En wat doet Omroep Zwart met al die ‘miljoenen aan subsidies’, vraagt hij zich af.
Toen ik hoorde over deze ‘fittie’ op links over ‘klasse of kleur’, was ik eerlijk gezegd niet verrast door de kritiek van Scholte. Gesprekken die hij eerder voerde met Tofik Dibi, waarin hij De Telegraaf prees omdat de krant meer de taal van ‘gewone mensen’ zou spreken, terwijl die krant meerdere malen karaktermoord op Dibi (vanwege Palestina) en anderen heeft gepleegd, waren voor mij al red flags. Toch heb ik hem vanwege zijn harde werk op straat het voordeel van de twijfel gegeven. Ik subsidieer hem nog steeds maandelijks met een kleine donatie aan zijn mediakanaal Left Laser.
Maar het front dat hij heeft geopend tegen ‘woke’ – de meeste mensen die hij hiervan beschuldigt, zoals Simons, hebben zichzelf nooit zo genoemd – is een doodlopende weg als je progressief wilt zijn. Ik zou namelijk graag eerst een klassenanalyse willen zien van ‘die Amsterdamse diversiteitskliek’ en van de omvang en macht van die groep in verhouding tot de rechts-conservatieve, witte elite van Nederland. Daarbij kunnen wat mij betreft ook de hypotheekrenteaftrek, boerensubsidies voor megastallen en koloniale roof uit de Oost worden meegenomen in de analyse van historische subsidies.
Als het erop aankomt, voert de werkende klasse vaak een rassenoorlog in plaats van een klassenoorlog
Als je als communist echt zegt te strijden tegen ‘de macht’, moet je dan werkelijk je pijlen richten op mensen als Sinan Cankaya, Sylvana Simons en Jerry Afriyie? Scholte verwijt hun bovendien dat ze geen binding meer hebben met de wijken waar ze vandaan komen en waar Scholte nu zelf ook woont, zoals Rotterdam-Zuid en Transvaal, naast nog een paar andere plekken. Ziet hij hen als klassenverraders omdat ze als mensen van kleur een middenklassepositie hebben bereikt?
Dat ligt namelijk heel dicht bij de witte economische rancune waarmee Nederlanders van kleur te maken krijgen omdat ze een beetje stijgen op de maatschappelijke ladder. Ja, dat kennen we maar al te goed in Nederland, waar we sinds mensenheugenis worden weggezet als subsidieallochtonen. Zijn Nederlandse subsidies dan alleen voor witte Nederlanders?
Scholte krijgt bij Tim Hofman tweemaal de kans om zijn onvrede over de intersectionele elite van kleur (oftewel ‘woke’) te ventileren. Bij het eerste gesprek dacht ik echt: begrijpt ‘de werkende klasse’, die weliswaar geen ‘wokelogie’ heeft gestudeerd, dan wel wat de ‘marxistische dialectiek’ van de machtsverhoudingen inhoudt, een begrip dat Scholte veelvuldig gebruikt?
Terug naar witheid. Wat me opviel, is dat Scholte gekke bekken trok bij het gebruik van die term, waar hij naar eigen zeggen niks mee kan in de klassenstrijd. Maar het is ook voor de werkende klasse heel simpel uit te leggen: hoe hoger je komt, des te blanker het wordt. Ook het gesprek tussen Hofman en Scholte is daar een uiting van. Dat er tegenwoordig een paar duiders van kleur bij de omroep zitten, doet daar niks aan af. Bij Pauw & De Wit is het nog steeds witheid die de toon bepaalt.
Goed, Scholte wil de belangen van de werkende klasse dienen. Maar wat als die werkende klasse racistisch is en het racistische vuile werk moet opknappen in een rassenoorlog, zoals tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog is gebeurd? Toen hebben honderdduizenden Turkse en Koerdische mensen hun Armeense klassenbroeders vermoord in historisch Armenië. En Duitse nazi’s hebben hetzelfde gedaan met hun Joodse klassenbroeders tijdens de Holocaust. Duizenden Nederlandse arbeiders juichen de genocide in Gaza met Israëlische vlaggetjes op hun socialemedia-accounts toe. Scholte doet zelf verslag van nazi’s die dat dunnetjes willen overdoen in Nederland. Klassenverwantschap gaat dat niet tegenhouden.
Je kunt een hoge dunk hebben van de werkende klasse, maar als het erop aankomt, voert die werkende klasse vaak een rassenoorlog in plaats van een klassenoorlog. Ook een communist moet begrijpen dat klassendenken een utopie kan zijn die het vaak aflegt tegen de etnische rancuneleer. We zien dat ook in Oekraïne, waar de zogenoemde werkende klassenbroeders van Oekraïne en Rusland elkaar afslachten in de loopgraven. De kans dat de Derde Wereldoorlog opnieuw uitmondt in een rassenoorlog, is groter dan de kans dat het proletariaat een klassenstrijd voert. Het negeren van witheid helpt niet om ons daarvoor te behoeden.
Minstens 72 burgers die naar goud zochten in het noorden van Soedan, aan de grens met Egypte, zijn gedood bij een luchtaanval, meldt de BBC.
Volgens de Soedanese organisatie Emergency Lawyers heeft de Egyptische luchtmacht afgelopen zaterdag goudzoekers aangevallen bij een drukke goudmijn in de noordelijke Nijlstaat van Soedan. Of Egypte daadwerkelijk achter de aanval zit, is niet bekend.
De organisatie verklaarde dat de aanval niet alleen een schending is van de Soedanese soevereiniteit, maar dat het onder vuur nemen van ongewapende burgers in strijd is met de internationale mensenrechten en het recht op leven, schrijft de BBC.
Volgens de Britse omroep hebben noch de Egyptische regering, noch de Soedanese autoriteiten gereageerd op de aanval.
Egypte werd eerder beschuldigd van dodelijke beschietingen op goudzoekers. Deze zouden onderdeel zijn geweest van het tegengaan van illegale activiteiten bij de zuidgrens, zoals drugssmokkel en illegale mijnwerkzaamheden, schrijft de BBC. Het is de tweede keer in drie maanden dat dit gebied wordt getroffen door dergelijke aanvallen, schrijft de Soedanese krant Sudan Tribune.
Volgens de krant zouden minstens tweehonderd mensen zijn gedood en honderden anderen ernstig gewond zijn geraakt bij de luchtaanval op een mijn in Shamal al-Wadi. Dit hogere dodental is gebaseerd op verklaringen van overlevenden en is niet onafhankelijk bevestigd. Overlevenden vertelden dat gevechtsvliegtuigen zaterdag rond zes uur in de ochtend aanvielen, terwijl mijnwerkers zich voorbereidden op hun ochtenddienst en anderen nog onder de grond zaten. De vliegtuigen zouden meer dan vijf raketten hebben afgevuurd op de kampen van de mijnwerkers, waarbij onderkomens werden vernield. Ook werden mijnwerkers bedolven onder mijnschachten die de vliegtuigen onder vuur zouden hebben genomen.
Getuigen beschuldigden het Egyptische leger ervan de aanvallen te hebben uitgevoerd. Volgens hen zijn er bij de mijn regelmatig zwaar materieel en vrachtwagens te zien die materiaal naar Egypte brengen. Egyptische grensbewakers zouden de mijn eerder in handen hebben genomen, zeiden zij tegen Sudan Tribune.
Volgens de BBC heeft de burgeroorlog in Soedan geleid tot een forse stijging van ambachtelijke of informele mijnbouw, waarbij burgers met eenvoudig gereedschap en zonder vergunning grote risico’s lopen. Het zou niet alleen een rol spelen bij de smokkel over de grens met Egypte, maar ook in de conflictgebieden in Soedan. Het goud dat daar gewonnen wordt, zou een bron van inkomsten kunnen zijn voor gewapende groepen, schrijft de omroep.
Vijf jaar na het Woonprotest in Amsterdam, waar duizenden mensen op afkwamen, was er afgelopen zaterdag weer een demonstratie tegen de woningnood, met dakloosheid als centraal thema. Op dit woonprotest kwamen dit jaar volgens AT5 slechts honderden mensen af. Het communistische mediaplatform Left Laser stelde kritische vragen over de opkomst, maar kreeg het aan de stok met de anarchisten van het radicaal-linkse netwerk AFA.
Bekende leuzen van het woonprotest werden zaterdag weer van stal gehaald. ‘Huizen voor mensen, niet voor winst’ en ‘Wonen is een recht, geen privilege’, riepen verschillende groepen op de Dam. Andere creatieve geesten kwamen ook met korte, maar krachtige teksten op hun borden. ‘Mama is mij zat’, over de frustratie van ouders die hun volwassen kinderen nog op de bank moeten tolereren. En ‘Huur is duur’, over de exorbitante prijzen op de huurmarkt waar huisjesmelkers grof geld mee verdienen. Ook was er de tekst: ‘50.000 van de 256.757.645.645’, een hyperbolische verwijzing naar de wachttijd voor een sociale huurwoning in Amsterdam.
Het waren vooral (moegestreden) twintigers die geen woning kunnen vinden in de stad waar iedereen wil wonen. Maar er waren ook radicalere stemmen die de oorlog in Oekraïne erbij haalden: wel geld voor oorlog, maar niet om de woningcrisis te bestrijden, was de strekking van die kritiek op het kabinet.
Left Laser wijdde er een item van zeker 17 minuten aan. Daarin volgde hij met name de anarchistische AFA (Antifascistische Actie), waarmee hij als communistische journalist al langer ideologische problemen heeft. Dat werd nu ook fysiek. Twee vermoedelijke leden van AFA versperden hem de weg. Hij werd vastgehouden, geduwd en er werd aan hem getrokken.
Left Laser eist zelfreflectie van de woonbeweging, omdat ze op deze manier geen deuk in een pak boter slaan, terwijl de nood hoger is dan vijf jaar geleden. Vorige week werd in Rotterdam nog een herdenking gehouden voor een onbekende dakloze die in een park op een matras is gestorven.
De ernst van de situatie blijkt ook uit de cijfers. Volgens het CBS waren er begin 2024 naar schatting 33.000 daklozen in Nederland. Experts en organisaties benadrukken dat het werkelijke aantal echter aanzienlijk hoger kan liggen, omdat veel mensen ‘onzichtbaar’ zijn en verblijven bij vrienden, familie of in auto’s.
In Amsterdam-Amstelland is de problematiek het grootst. Uit recente tellingen blijkt dat in die regio ruim 11.000 mensen geen vaste woonplek hebben, waarbij inmiddels ook kinderen worden meegeteld.
Om ons heen klinkt steeds vaker Engels. Volgens de Belgische taalwetenschapper Dieter Vermandere hoeven we niet bang te zijn dat het Nederlands verdwijnt. Wel vindt hij dat we nieuwkomers meer ruimte moeten geven om Nederlands te oefenen.
De Nederlandse taal, en het voortbestaan ervan, lijkt zowel in Nederland als in België onder druk te staan door uiteenlopende omstandigheden. Je wilt iets bestellen in de horeca of je kunt iets niet vinden in een winkel, en het eerste wat je te horen krijgt, is: ‘Do you speak English?’
Professor Dieter Vermandere van de Universiteit Antwerpen houdt zich er al langer mee bezig. Bij onze zuiderburen speelt het onder druk staan van het Nederlands ook een rol, ondanks dat het een beetje anders zit. Want koesteren Nederlandssprekende mensen hun taal wel voldoende?
Do you speak English?
Zo langzamerhand kent iedereen wel een situatie waarin een vraag keurig wordt beantwoord met ‘Do you speak English?’ En dan hebben we het beslist niet uitsluitend over de grote steden. Internationaal georiënteerde steden zoals Amsterdam en Rotterdam hebben hier vaak mee te maken, maar ook Veldhoven is er niet vrij van.
In Veldhoven, een stad onder de rook van Eindhoven, is er een en ander veranderd sinds het hoofdkantoor van ASML hier is gevestigd. Er wordt veel meer Engels gesproken, ook in winkels. En ook al beheers je de Engelse taal behoorlijk, je moet toch even nadenken als je wilt weten waar de oesterzwammen liggen en je moet overschakelen naar het Engels. Voor mensen die het Engels niet beheersen, is het een reden om door te lopen of om te gaan klagen bij de filiaalmanager over de niet-Nederlandssprekende medewerkers.
Professor Vermandere is bekend met deze verhalen. Juridisch is er een groot verschil tussen mensen die van binnen of buiten de EU naar België en Nederland komen. ‘De mensen die naar België komen, zijn grofweg te verdelen in twee groepen. Ten eerste mensen met de Belgische nationaliteit die ergens anders hebben gewoond of zelfs zijn geboren. Die spreken niet altijd Nederlands of Frans. De tweede groep zijn de echte nieuwkomers, van zowel binnen als buiten de EU. In verband met het vrije verkeer van personen binnen de EU kunnen mensen uit EU-landen geen taalvereisten worden opgelegd. En soms hoeft dat ook niet, omdat ze bijvoorbeeld uit Nederland komen en een van onze twee talen spreken.’
Veel arbeidsmigranten spreken Engels, maar het is niet altijd hun moedertaal. Ze kiezen voor het Engels omdat het een universele taal is die veel mensen spreken. Over de Engelssprekende medewerkers bij de supermarkt zegt hij het volgende:
‘Vaak zijn het studenten die hier tijdelijk zijn, maar toch een centje willen bijverdienen. Je kunt je afvragen waarom het spreken van Nederlands geen vereiste is van de werkgever. De krapte op de arbeidsmarkt kan daarbij een rol spelen, maar ook de verloning. Misschien vinden Nederlandse studenten de arbeidsomstandigheden en/of het salaris bij bepaalde supermarkten onvoldoende en heeft de werkgever niet zoveel keus wat betreft het aannemen van personeel.
Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers
De duur van het verblijf in Nederland of België is ook van invloed. Een student die hier drie of zes maanden is en niet langer, heeft geen tijd om Nederlands te leren. Vermandere vindt dat we wat meer geduld moeten hebben met nieuwkomers. Hij noemt de uitdrukking ‘It takes a village to raise a child‘, er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden.
Dieter Vermandere
‘Zo is het ook met het leren van een taal. Daar moet je sowieso de tijd voor nemen. Je leert een peuter geen Nederlands door het kind voor de televisie te zetten. Daar is meer voor nodig. Geef mensen de gelegenheid om het te leren.
Als iemand je in goedbedoeld maar moeizaam Nederlands iets vraagt, geef dan niet meteen antwoord in het Engels omdat ‘dat wel makkelijker zal zijn’. Laat die persoon rustig uitpraten en kijk of je er in het Nederlands uitkomt. Als het écht nog niet lukt, ga dan pas over op het Engels. Heb een beetje geduld en neem je gesprekspartner serieus. Een taal moet je trainen.’
Vijf jaar om de taal te leren
In Nederland wordt er bijvoorbeeld over geklaagd dat er universitaire docenten uit het buitenland zijn die hier al jaren wonen en nog geen woord Nederlands spreken. Dát gaat in België anders.
‘Er zijn in België zes niveaus waarop je Nederlands kunt leren, van A1 tot C2, volgens het Europees Referentiekader (ERK). Als je op de universiteit werkt en in het Nederlands doceert, dan moet je na vijf jaar niveau C1 beheersen, het op een na hoogste niveau. Mensen krijgen de tijd om zich aan te passen, maar na vijf jaar nog steeds geen notulen kunnen lezen, wordt niet geaccepteerd.
Soms schrikt deze eis sollicitanten af, tenzij ze aangeven veel korter te willen blijven. Mochten universitaire docenten na vijf jaar het Nederlands niet op het gewenste niveau beheersen, dan worden ze niet ontslagen. Alleen komen ze niet in aanmerking voor een vaste aanstelling.’
Arbeidsmigranten
Voor Nederlandse asielzoekers die kans maken om te mogen blijven, is een budget beschikbaar om Nederlands te leren. Dat is een verplichting. Arbeidsmigranten uit de EU die naar Nederland of België komen, zijn niet verplicht om de taal te leren als ze in het bedrijfsleven belanden. Van buiten de EU ook niet.
‘Maar het hangt deels van hun functie af, de duur van hun verblijf én het bedrijf zelf of ze gestimuleerd worden om Nederlands te leren. Een ander belangrijk aspect is het perspectief van hun arbeidscarrière. Het is heel normaal dat een bedrijf aan een Nederlander of Belg vraagt om een bepaalde taal beter te leren, omdat dit beter is voor het bedrijf. Worden er veel zaken gedaan met Duitsland? Dan kan gevraagd worden om hun Duits te verbeteren. Hetzelfde kan gevraagd worden aan arbeidsmigranten wat betreft de Nederlandse taal.’
Met andere woorden, of arbeidsmigranten zich geroepen voelen om Nederlands te leren, heeft te maken met de (verwachte) duur van hun verblijf, hun functie én de werkgever zelf.
Officiële voertaal
De Friezen zijn trots op hun Friese taal. Ze vechten ervoor om die niet verloren te laten gaan. Is er een risico dat het Nederlands verdwijnt? Dat ziet Vermandere niet snel gebeuren. ‘Om te beginnen worden wetten in het Nederlands opgesteld en is Nederlands de officiële voertaal. Het wordt anders als bepaald zou worden dat het Nederlands als voertaal wordt vervangen door het Engels.’
‘Het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent’
In België staat het Nederlands hier en daar onder druk om een reden waar de overheid weinig aan kan doen. Als een Nederlandstalige en Franstalige een relatie aangaan en kinderen krijgen, dan wordt de voertaal thuis steeds vaker Frans in plaats van Nederlands. Dit speelt vooral in Brussel. Deze stad heeft eigenlijk een status aparte. Brussel vormt een afzonderlijk gewest, omringd door Vlaanderen, maar de voertaal is vooral Frans.
‘In Brussel wordt ook Nederlands gesproken. De nadruk ligt echter op Frans. Met die taal kun je er altijd terecht. Het is geen uitzondering dat iemand in Brussel in het Frans de weg vraagt, in het Frans antwoord krijgt en ze ineens ontdekken dat ze allebei uit Nederland of Vlaanderen komen of Nederlands spreken. Maar het aantal écht eentalige Nederlandstaligen ligt in Brussel tussen de vier en tien procent.’
Net als het Nederlands kent ook het Vlaams allerlei dialecten. Of regiolecten, zoals Vermandere het noemt. Zo klinkt het Vlaams in Antwerpen iets anders dan dat in Brugge. ‘Standaardnederlands wordt in Vlaanderen beschouwd als een zondagspak dat je alleen naar de kerk draagt. Een keurslijf waar weinig enthousiasme voor is. Ga je naar de bakker, dan doe je je bestelling in een wat andere taal dan het Standaardnederlands.’ Wel vriendelijk natuurlijk.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.