13.2 C
Amsterdam
Home Blog

Deze tijd vraagt om meer vredesjournalistiek

0

Nu de oorlogsdreiging toeneemt, groeit de aandacht voor vredesjournalistiek. Die doet verslag van conflicten, maar kijkt ook naar oorzaken en mogelijke oplossingen. Dat is geen kritiekloze vredespropaganda, schrijft journalist Nico Kussendrager.

Dagelijks zien we de militarisering van onze samenleving. Zet de tv aan en je ziet Kamp Waes of het programma Strijders, waar kandidaten de ‘ultieme militaire competitie aangaan onder leiding van ex-commando’s’, door een grasveld tijgeren, ‘willen winnen’ en ‘nooit opgeven’.

Als het al niet generaals en kolonels in uniform op televisie zijn die zonder tegenvuur pleiten voor verhoging van de defensie-uitgaven, versterking van de krijgsmacht en herinvoering van de dienstplicht. Woorden als ‘oorlogsbereidheid’ en zelfs ‘sneuvelbereidheid’ zijn onderdeel geworden van het publieke debat.

De nieuwe NTR-serie van Petra Grijzen, Klaar voor de oorlog, heeft alleen al door de naamgeving een duidelijke insteek. Waarom niet Denken over vrede en aandacht voor het voorkomen van conflicten, de mogelijkheden van onderhandelen en het ‘inleven’ in de tegenstander?

De krijgsmacht is ook de collegezaal binnengestapt: onder namen als ‘nationale weerbaarheidstraining’ en ‘militaire minor’ worden wo-, hbo- en mbo-studiepunten ingeruild voor een ‘verrijkende militaire ervaring’.

We hebben een Koninklijk Huis waarin vader Willem-Alexander een militaire achtergrond heeft, dochter Amalia in camouflage met een geweer verschijnt en koningin Máxima wordt opgeleid tot luitenant-kolonel. (De pacifistisch gezinde koningin-moeder ligt te woelen in haar graf.)

Het woord diplomatie valt veel minder vaak

We worden aangespoord noodpakketten in huis te halen en in de speelgoedwinkel vind je educational toyguns.

Het doel om vrede en veiligheid in Europa te bewaren wordt gereduceerd tot de noodzaak ons daar letterlijk tegen te wapenen. Het woord diplomatie valt veel minder vaak. Over conflictpreventie, bemiddeling en vredesopbouw horen we nog minder.

Verveelvoudiging van de defensiebudgetten lijkt nauwelijks nog ter discussie te staan. Niet duidelijk is waaraan al dat geld precies moet worden besteed. Over vrede, over de vraag hoe je die bereikt en vooral over wat er ná een oorlog nodig is, horen we aanzienlijk minder.

Vredesjournalistiek

Daar komt de vredesjournalistiek in beeld. De benadering is vooral verbonden met de Noorse vredesonderzoeker Johan Galtung. Hij borduurde voort op het werk van de Franse socioloog Gaston Bouthoul, grondlegger van de polemologie, die onderzocht waarom samenlevingen oorlog voeren en welke sociale mechanismen geweld bevorderen. Zijn uitgangspunt: als je vrede wilt, moet je oorlog begrijpen.

Twee correspondenten stoften het begrip vredesjournalistiek recent af: afzwaaiend NOS-correspondent Nasrah Habiballah en de jonge journalist Gilad Peres (AD) in zijn leerzame en verfrissende boek Hummus en Hamas.

Sportwedstrijd

Oorlogsjournalistiek, zei Habiballah in de Volkskrant, lijkt op het verslag van een sportwedstrijd: die partij viel aan, deze partij sloeg terug, daarbij vielen zoveel slachtoffers. Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven. Door die informatie te brengen, voeg je niet veel toe aan het begrip van de kijker.

Peacejournalism is het beschrijven van een ziekteproces. Wat is de oorzaak? Wat zijn de symptomen? Hoe kan die persoon genezen? Om dat te vertalen naar een conflictsituatie: waarom voelen de partijen wat ze voelen? Waar komt dat vandaan? Wat zou een oplossing kunnen zijn? ‘Ik geloof oprecht dat we daar onze kijkers, luisteraars en lezers het meest mee van dienst zijn.’

Peres betoogt dat vredesjournalistiek juist belangrijke principes behoudt, maar ook oog heeft voor de macht van de journalistiek om verandering teweeg te brengen. De context van een conflict moet in de oorlog worden meegenomen, met een centrale plaats voor de burgers, met nadruk niet op afkomst maar op menselijkheid.

Vredesjournalistiek heeft niet altijd een goede naam. Critici zien het als vredesactivisme met een journalistiek sausje. Volgens critici van de vredesbeweging – zoals Beatrice de Graaf – worden ingewikkelde internationale conflicten teruggebracht tot te eenvoudige verklaringen. Vredesactivisten nemen de ideologische, imperialistische en nationalistische drijfveren van autoritaire leiders, zoals Vladimir Poetin, onvoldoende serieus en verklaren conflicten vooral vanuit factoren als NAVO-uitbreiding of economische belangen.

Vredesjournalistiek probeert vooral het proces te beschrijven

Een duurzame vrede moet het niet alleen hebben van diplomatie en dialoog, maar ook van een realistische analyse van de motieven en doelstellingen van agressors. Wie die negeert, loopt het risico de aard van het conflict verkeerd te begrijpen en de mogelijkheden voor vrede verkeerd in te schatten.

Dat is te makkelijk. Peacejournalism is geen synoniem voor ‘positief nieuws’ of kritiekloze vredespropaganda, noch wordt de ‘tegenstander’ onderschat.

Het gaat om vragen als: waar komt een conflict vandaan? Welke partijen zijn erbij betrokken? Welke belangen hebben zij? Wie wordt niet gehoord? Welke machtsverhoudingen spelen een rol? Wie zijn de slachtoffers? Welke mogelijkheden voor de-escalatie en onderhandelingen bestaan er? Welke mogelijkheden zijn er om het geweld te beëindigen? Welke gevolgen heeft de oorlog voor de bevolking?

Dat maakt vredesjournalistiek niet minder kritisch. Integendeel. Een journalist kan propaganda, machtsmisbruik en geweld juist zeer confronterend onderzoeken. Een belangrijk uitgangspunt bij Galtung is truth orientation: actief zoeken naar waarheid en propaganda en misleiding ontmaskeren.

Escalatieladder

Daarvoor moet een journalist begrijpen hoe conflicten escaleren. Galtung onderscheidt verschillende fasen: een rationele fase waarin partijen hun belangen nog relatief zakelijk tegenover elkaar stellen, een emotionele fase waarin angst, woede en vijandbeelden de overhand krijgen en uiteindelijk een vechtfase waarin geweld wordt gerechtvaardigd.

Die escalatieladder is journalistiek interessant omdat oorlog niet plotseling uit de lucht komt vallen. Er gaat een proces aan vooraf. Taal verandert, tegenstanders worden gedemoniseerd, compromissen worden verdacht gemaakt en geweld wordt steeds vanzelfsprekender. Door die ontwikkeling zichtbaar te maken, kan journalistiek bijdragen aan vroegtijdige herkenning van escalatie. Dat proces is essentieel. Want een oorlog begint ergens en eindigt ergens. De journalist zou beide momenten moeten onderzoeken.

Kosovo-oorlog

Neem de Kosovo-oorlog van 1999. Wie alleen naar militaire gebeurtenissen kijkt, ziet de NAVO-bombardementen op Joegoslavië als beslissend. Maar het einde van de oorlog was het resultaat van een combinatie van factoren: militaire druk, internationale diplomatie, veranderende politieke belangen en onderhandelingen. Uiteindelijk accepteerde Milosevic voorwaarden die leidden tot de terugtrekking van Joegoslavische en Servische veiligheidstroepen uit Kosovo en de komst van een internationale vredesmacht. Vanuit vredesjournalistiek is het daarom interessanter om niet alleen te vragen: wie won de oorlog? Maar vooral: welke factoren zorgden ervoor dat het geweld stopte?

Voor het beëindigen van schijnbaar onoplosbare conflicten bepleit Florian Bekkers een transformatieve dialoog. Zo’n proces begint niet met het overtuigen van de ander, maar met zelfreflectie: kritisch kijken naar eigen aannames en oordelen, het eigen gelijk relativeren en openstaan voor nieuwe inzichten. Door die open houding leren partijen hun eigen overtuigingen beter begrijpen om zo tot een oplossing te komen, schrijft hij in zijn proefschrift.

Conflicten in voormalig Joegoslavië, Colombia, Noord-Ierland, Rwanda en Zuid-Afrika laten zien dat oorlogen niet per definitie uitzichtloos zijn. Een conflict eindigt meestal niet simpelweg doordat één partij verliest. Vaak ontstaat een einde door een combinatie van militaire en politieke druk, onderhandelingen, veranderende belangen en de bereidheid van partijen om uiteindelijk tot een akkoord te komen.

Dat betekent niet dat onderhandelen altijd mogelijk of wenselijk is. Maar diplomatie moet wel een volwaardig onderdeel van het veiligheidsdebat zijn. Wie de mogelijkheid van een bestand tussen Moskou en Kiev alleen maar ter sprake brengt, krijgt al snel het verwijt Poetin zijn zin te geven. Toch is het juist de taak van de journalistiek om ook moeilijke en ongemakkelijke scenario’s te onderzoeken.

Voorspellend

Vredesjournalistiek gaat niet alleen over het verleden en het heden, maar kan ook een voorspellende functie hebben. Welke signalen wijzen erop dat een conflict dreigt te escaleren? Welke belangen en frustraties bouwen zich op? Welke diplomatieke mogelijkheden verdwijnen uit beeld? Welke historische ervaringen worden genegeerd?

Portretten van omgekomen Oekraïense militairen in het centrum van Kiev. Foto: Sergei Supinsky/AFP

De oorlog in Oekraïne kwam in februari 2022 niet als donderslag bij heldere hemel. Signalen genoeg: de Russische oorlogen in Tsjetsjenië en Georgië, de annexatie van de Krim, de groei van Russisch nationalisme en Poetins herhaalde verzet tegen de uitbreiding van de NAVO. Al in 1990 waarschuwde ambassadeur Lodewijk van Gorkom vanuit Wenen voor de Russische dreiging en hield hij een pleidooi voor de hervorming van de NAVO. Er werd niet naar hem geluisterd.

Ook eerder zijn dergelijke signalen onvoldoende herkend. In voormalig Joegoslavië en Rwanda rommelde het al jaren voordat grootschalig geweld uitbrak. Journalisten, politici en diplomaten hadden daar onvoldoende oog voor. Wie had de Arabische Lente werkelijk zien aankomen? En was toen al niet te voorspellen dat deze opstanden niet vanzelf zouden leiden tot een democratisch Midden-Oosten naar westerse snit?

Een andere vraag krijgt opvallend weinig aandacht: wat gebeurt er wanneer de wapens zwijgen? De Amerikaanse invasie van Irak in 2003 laat zien hoe belangrijk die vraag is. Militair gezien werd Bagdad snel ingenomen, maar daarna ontstonden politieke instabiliteit en sektarische tegenstellingen. De wederopbouw kwam onvoldoende van de grond en uiteindelijk kon ISIS profiteren van de chaos.

Vredesjournalistiek kijkt verder dan het moment waarop een regime valt of een staakt-het-vuren wordt gesloten. Wat gebeurt er met slachtoffers? Hoe lang werken trauma’s door? Hoe worden instituties hersteld? Wie krijgt macht in de nieuwe politieke orde? En welke nieuwe conflicten liggen op de loer?

Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen?

En voor de niet-journalistieke media, de infotainmentsector: waar zijn de Special Diplomatic Forces waarin deelnemers conflicten moeten proberen op te lossen? Waar zijn de interviews met diplomaten die oorlogen hebben voorkomen? Waar is de aandacht voor mensen die onder dictaturen vreedzaam verzet organiseren? Misschien moeten we ook onze verbeelding veranderen. Waarom stimuleren we vooral menselijke kwaliteiten als vechten, doorzetten en overwinnen? Waarom geen televisieprogramma’s waarin samenwerken, onderhandelen en communiceren centraal staan?

En waarom is er bij de media geen redactie Oorlog en Vrede, naast nieuwe rubrieken als Sport en Samenleving en Economie en Duurzaamheid (Trouw) en Democratie en Klimaat en zelfs Ouders en Omstanders (De Correspondent)?

Tegen vredesjournalistiek

Het Humanistisch Vredesberaad reikte in november 2025 de prijs Journalist voor de Vrede uit aan journalist Bram Vermeulen, onder meer bekend van VPRO Frontlinie en VPRO Buitenland. Bij het debat na afloop hield de eindredacteur van VPRO Buitenland, Herman Schulte Nordholt, een pleidooi tégen vredesjournalistiek.

Waarvoor kreeg Vermeulen de prijs? De jury waardeerde zijn onafhankelijke en kritische berichtgeving en zijn vermogen om internationale conflicten vanuit menselijke verhalen en historische context te belichten. Het laat zien dat er wel degelijk ruimte is voor een andere benadering. Over ironie gesproken.

Misschien heeft Schulte Nordholt in zoverre gelijk dat vredesjournalistiek niet moet worden gezien als een afzonderlijk specialisme, maar als een journalistieke benadering. Oorlogsjournalistiek kan worden aangevuld met consequente aandacht voor conflictpreventie, diplomatie, vredesonderhandelingen en wederopbouw. In een tijd waarin de militarisering van de samenleving steeds zichtbaarder wordt, is dat een journalistieke plicht.

Weerbare democratie: kabinet wil ‘detectieorgaan’ tegen Russisch nepnieuws

0

Het kabinet-Jetten wil een ‘detectieorgaan buitenlandse desinformatie’ installeren, die als taak heeft om buitenlandse inmenging in de Nederlandse verkiezingen te spotten. Het gaat vooral om Russische desinformatiecampagnes.

Dat blijkt uit de voorgestelde begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken, aldus Binnenlands Bestuur. Doel van het kabinet is om ongewenste buitenlandse beïnvloeding, bijvoorbeeld met nepnieuwscampagnes tijdens verkiezingen, in een vroeg stadium op te sporen en te neutraliseren.

‘Conflicten in het buitenland hebben een grote invloed op de nationale en internationale veiligheid, in het bijzonder de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en de conflicten in het Midden-Oosten’, staat er in de begroting te lezen

Het kabinet werkt nu aan een wetsvoorstel voor een nieuwe overheidsdienst. Maar voordat minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken zijn voorstel indient zal er bij de Provinciale Statenverkiezingen en Waterschapsverkiezingen van maart 2027 eerst een pilot worden gedraaid.

Begin dit jaar wezen inlichtingendiensten AIVD en MIVD in een gezamenlijk rapport al op een groeiende mix van hybride dreigingen, onder meer afkomstig uit Rusland. Volgens de diensten voert Moskou al langere tijd cyberoperaties uit, probeert het publieke opinies te beïnvloeden en verspreidt het systematisch misleidende informatie. De verwachting is dat deze strategie niet zal worden afgebouwd. In het veiligheidsjargon wordt dit type buitenlandse inmenging aangeduid als foreign information manipulation and interference (FIMI).

Washington Post: Witte Huis sluit geheime wapendeal van 2,8 miljard dollar met Israël

0

Het Witte Huis heeft een grote wapendeal met Israël gesloten. Volgens The Washington Post is er een bedrag van 2,8 miljard dollar mee gemoeid. 

Het artikel in The Washington Post baseert zich op een anonieme bron binnen het Amerikaanse bestuur. Volgens deze bron willen de Verenigde Staten 20.000 MK-84-bommen (elk van 1 ton) en 20.000 BLU-117-bommen aan Israël verkopen. Daarnaast zou het wapenpakket nog eens 20.000 I-2000 Penetrator-koppen bevatten. 

Volgens de krant gaat het om de grootste wapendeal in jaren. Het verkoop van munitie is controversieel, omdat Israël dood en verderf heeft gezaaid in de Gazastrook, met tienduizenden Palestijnse doden tot gevolg. Het genocidale geweld, dat op 7 oktober 2023 begon, is ondanks de offciële wapenstilstand van vorig jaar nog steeds niet afgelopen.

Red alert voor Ed Sheeran: supportacts vertrekken na cancellen pro-Palestijnse rapper

0

De Amerikaanse tour van de Britse popzanger Ed Sheeran dreigt in het water te vallen. Alle supportacts zich hebben teruggetrokken uit solidariteit met de pro-Palestijnse rapper Macklemore. 

Volgens NOS werd Macklemore door de organisatoren geschrapt, nadat hij tijdens optredens pro‑Palestijnse uitspraken deed en beelden uit Gaza toonde. Maar deze beslissing keerde als een boemerang terug: Sheerans begeleidingsband en drie acts uit het voorprogramma hebben de roodharige zanger van liefdesliedjes de rug toegekeerd.

Uit berichtgeving van RTL Nieuws blijkt dat de artiesten boos zijn dat ze politieke misstanden niet mogen benoemen. Ze stellen dat podia geen plek mogen zijn waar politieke expressie wordt beperkt. RTL benadrukt dat Sheeran kort daarvoor had verklaard zich niet te willen mengen in het publieke debat over Gaza, omdat zijn publiek uit veel jonge luisteraars bestaat en hij zijn shows niet als politiek forum ziet.

De Britse omroep BBC beschrijft hoe de druk op de tour ontstond, toen de Amerikaanse Israëllobby en miljardair Robert Kraft druk op stadions uitoefenden om Macklemore niet langer toe te laten.

Op Instagram reageerde Sheeran gisteren op alle commotie. Hij zei dat het besluit om Macklemore te cancellen een besluit van de organisatoren was, niet van hemzelf. Ook zei hij het lijden aan ‘both sides‘ verschrikkelijk te vinden. Deze verklaring was in de ogen van veel artiesten veel te slap. ‘We zouden moeten kunnen praten over oorlog, over burgers die worden gedood, over kinderen die het verdienen om op te groeien, waar ook ter wereld’, antwoordde de Deense band Lukas Graham verbolgen.

Is het Mekkapact een papieren tijger? Pakistan en Turkije bemoeien zich niet met Houthi’s

0

De recente escalatie tussen Saoedi-Arabië en de sji’itische Houthi‑beweging legt pijnlijk bloot hoe weinig slagkracht het nieuwe Mekkapact heeft. Pakistan en Turkije schieten hun bondgenoot niet te hulp.

Terwijl de Houthis volgens Deutsche Welle opnieuw drones en raketten op Saoedische doelen afvuren en zelfs een aanval nabij Mekka wordt gemeld, blijft een gezamenlijke reactie van pactpartners Turkije en Pakistan uit. Beide landen beperken zich tot diplomatieke steunbetuigingen, ondanks de belofte dat een aanval op één lidstaat als een aanval op alle drie geldt.

Maar ondanks de aanvallen, die de Saoedische economie flink beschadigen, grijpen Pakistan en Turkije niet in, schrijft Turkish Minute. Pakistan zegt dat militair optreden niet aan de orde is, terwijl Turkije benadrukt dat de defensieclausules nog niet juridisch van kracht zijn.

Middle East Eye analyseert de achterliggende redenen, die vrij logisch zijn. Pakistan vreest escalatie met buurland Iran, terwijl Turkije andere geopolitieke belangen heeft. Bovendien is het pact volgens de nieuwssite nog nauwelijks uitgewerkt. Een gezamenlijke commandostructuur ontbreekt op dit moment bijvoorbeeld.

Ondertussen waarschuwt de Arabische nieuwszender Al Jazeera dat de Houthi‑opmars langs de Rode Zee een humanitaire ramp veroorzaakt. Meer dan 100.000 mensen zijn als gevolg van het weer oplaaien van het conflict ontheemd geraakt. Ook raakt de blokkade het internationale scheepvaartverkeer.

Mbo’ers over troonrede: ‘Stagevergoeding moet gelijk worden aan minimumloon’

0

Wel of geen bezuinigingen op sociale zekerheid? Meer of minder belasting op de hoogste inkomens? Het zegt ze allemaal weinig. Maar begin over stagevergoeding of gratis ov en deze mbo’ers vertellen je precies wat ze willen.

Op Prinsjesdagochtend, nog voordat politiek Den Haag in beweging is gekomen en de Glazen Koets is vertrokken, is de discussie al losgebarsten in de Hoge Raad. Zo’n 300 mbo-studenten uit het hele land vieren hier Prinsjesdag voor en door het mbo.

Daar waar normaal gesproken rechters van het hoogste rechtsorgaan van Nederland plaatsnemen, staat docent burgerschap en dagvoorzitter Karim Amghar druk met zijn armen te zwaaien om de eerst nog wat verlegen studenten de urgentie van deze dag bij te brengen.

‘Veel van jullie hebben het gevoel dat jullie stem onvoldoende wordt gehoord. Ik ken dat gevoel. Maar mbo-studenten zijn de motor van de samenleving en deze motor moet gezien worden. We gaan vandaag bouwen aan het fundament van de samenleving’, zo trapt hij af.

Het is alweer de derde editie van het evenement, dat onderdeel is van het bredere Prinsjesfestival. Mbo-studenten brainstormen een ochtend over verschillende onderwerpen die voor hen belangrijk zijn en dragen zelf oplossingen aan. De beste acht ideeën worden op 25 oktober als de Troonrede van het mbo aan de Eerste Kamer aangeboden.

‘Gratis gewerkt’

‘Ik heb twee jaar stage gelopen en geen enkele vergoeding gekregen’, vertelt Abdurrahman Murat (20). Hij is nog maar drie jaar in Nederland en woont samen met zijn oudere broer. Hun familie woont nog in Syrië.

‘Natuurlijk wil je extra hard je best doen bij je stageplek, maar eigenlijk heb ik gewoon twee jaar gratis gewerkt, terwijl we echt geld nodig hebben. De stagevergoeding moet gelijkstaan aan het minimumloon.’

Benthe Zuidgeest (17) maakt zich hard voor het bewonen van oudere panden om de wooncrisis te lijf te gaan. ‘Ik zou het zelf echt niet erg vinden om in een wat ouder pand te gaan wonen. Ook als de buitenkant er niet goed uitziet, kun je er soms nog prima wonen.’

Politiek niet sexy

Het zijn juist dit soort onderwerpen waar deze studenten op aangaan, zegt Tom van Teijningen, docent op het MBO Rijnland in Alphen aan den Rijn. Hij begeleidt de studenten elk jaar naar dit evenement toe en dat is soms best even trekken, legt hij uit.

‘Ze zien politiek als iets schimmigs, het is niet een erg sexy onderwerp. Toch zijn er onderwerpen waar ze op aanslaan. Door deel te nemen aan een evenement als dit, willen we zorgen dat ze begrijpen wat burgerschap betekent.’

Dat burgerschap iets is dat je kunt leren, weet Amghar als geen ander. Naast zijn journalistieke werk over de doelgroep doceert hij nog altijd het vak burgerschap.

Docent Karim Amghar spreekt de mbo-studenten toe. Beeld: Majorie van Leijen

‘Veel van mijn studenten hebben er in eerste instantie niet veel mee. Ze wantrouwen de democratie en denken dat hun stem toch niet gehoord wordt. Dat is ook niet gek. Vaak zijn bestuurders hoger opgeleid. Hierdoor voelen mbo’ers zich niet vertegenwoordigd. Wat wij ze leren, is dat je kan zorgen dat democratie ook voor jou werkt. Als je het vak met passie geeft, kan dat echt wat veranderen.’

‘Vaak zijn bestuurders hoger opgeleid’

In de Hoge Raad groeit het enthousiasme, vooral naarmate de discussies concreter worden. Met grote woorden over democratie, participatie en burgerrechten hoef je bij deze groep niet te rekenen op applaus.

‘Ik heb er niet zo veel mee’, zegt een student in de zaal, voor wie de dag niet per se had gehoeven. Maar als even later over de zorg wordt gepraat, schiet ze overeind. Ze wil verpleegkundige worden op de spoedeisende hulp.

‘Met wie kan ik praten over de veiligheid van vrouwen?’, vraagt een andere student. Al snel krijgt ze medestanders. Ze voelen zich niet veilig op straat en, belangrijker nog, voelen zich niet serieus genomen.

‘Ik ben mishandeld door mijn ex en heb aangifte gedaan, maar de politie geloofde niet dat een jongen van zijn leeftijd me iets aan zou doen. Ik zou graag willen dat er meer boa’s of politie rondlopen en er harder wordt opgetreden’, zegt de 15-jarige Jezhlyn.

Motor van de samenleving

Dat mbo’ers van grote waarde zijn voor de samenleving, wordt steeds meer erkend. Vooral nu er in verschillende sectoren sprake is van personeelstekorten, is het mbo-onderwijs een serieus politiek thema geworden. Maar er wordt nog altijd veel over mbo’ers gepraat en over wat de samenleving van hen nodig heeft. De zelfstandige stem van mbo-studenten is nog relatief nieuw.

Een organisatie die hier verandering in probeert te brengen, is JOBmbo, een jongerenorganisatie die mbo-studenten een stem geeft. Dat lukt steeds beter. In januari 2026 zat toenmalig JOBmbo-voorzitter Maurits Brus als eerste mbo-student ooit aan de formatietafel. Hij bracht daar onder meer studiefinanciering, stagediscriminatie, prestatiedruk en de waardering van het mbo onder de aandacht. Volgens JOBmbo kwamen verschillende van deze onderwerpen herkenbaar terug in het nieuwe regeerakkoord.

Inmiddels heeft de 17-jarige Wiam Elaouati het stokje overgenomen van Brus. Aan passie lijkt het haar niet te ontbreken. Mbo-studenten moeten simpelweg op gelijke voet komen te staan met andere studenten, legt ze uit.

‘Neem bijvoorbeeld die studiefinanciering. Hbo’ers en wo’ers hebben recht op een hoger bedrag. Waarom worden mbo-studenten zo tekortgedaan?’

‘We hebben veel contact met Kamerleden’

Ook over de stagevergoeding zijn ze voorlopig nog niet uitgepraat, vertelt ze. In 2023 werd het Stagepact gesloten, een landelijke afspraak tussen onder meer de overheid, mbo-scholen, werkgevers, vakbonden en studentenorganisatie JOBmbo om stages beter, veiliger en eerlijker te maken. De afspraken richten zich op goede begeleiding, voldoende stageplekken, het tegengaan van stagediscriminatie en een passende stagevergoeding.

Hoewel er verbeteringen zijn, worden belangrijke doelen nog niet volledig gehaald: in 2024 kreeg slechts 42 procent van de mbo-studenten een stagevergoeding. Het kabinet kondigde daarom in 2026 aan een wettelijke stagevergoeding te willen invoeren voor mbo-, hbo- en wo-studenten.

‘Het is goed dat er een verplichte vergoeding is, maar we willen het minimumloon’, zegt Elaouati. ‘We doen het stapje voor stapje.’

Dat de stem van mbo’ers inmiddels Den Haag heeft bereikt, is fijn, zegt Elaouati.

‘We hebben veel contact met Kamerleden, we worden regelmatig uitgenodigd om over deze onderwerpen te komen praten. Maar of er wordt geluisterd? Dat weet ik niet. Het is in ieder geval mooi dat er een podium is voor de stem van de mbo’ers.’

Troonrede

De minimumlooneis wordt door de jury opgenomen in de Troonrede van het mbo, evenals ideeën over de dienstplicht – liever niet, maar als het moet eerst een training –, mentale gezondheid – graag bespreken op school – en klimaat: belast iedereen die de Rotterdamse haven gebruikt.

Vlak voordat de paarden van stal gaan om de leden van het Koninklijk Huis per koets naar de Schouwburg te brengen, nemen de studenten die durven hun boodschap aan de politiek nog even op in een video.

Dan breekt het moment aan waar een aantal stiekem het meest naar heeft uitgekeken: de koning en koningin bekijken. Als de koets voorbijrijdt, stijgt een luid gejoel op vanaf de tribune.

Ik zit vast tussen Nederland en de Rif

0

Toen ik de film Porte Bagage voor het eerst zag in het theater aan het Spui, liet de film mij niet meer los. Ik huilde om de herkenning en ik bleef er nog dagenlang aan terugdenken. Het ging over de loodzware bagage van familiebanden en de herkenbare strijd van het steeds anders zijn in twee landen. En toch bleven liefde, loyaliteit en zorg de familie altijd met elkaar verbinden. Vorige week zag ik de film voor de tweede keer. Dit keer thuis op de bank, samen met mijn man. En op de achtergrond zat mijn zoon aan de eettafel zijn huiswerk te maken. Opnieuw genoot ik van de beelden die voorbijkwamen op het scherm. En weer voelde ik het verdriet en de weemoed van een vader die terug wil naar zijn wortels, waar hij zijn laatste jaren in alle rust wil doorbrengen. Tijdens het kijken kwam de vraag weer in mijn hoofd op: wanneer ga ik ook terug naar waar ik me echt thuis voel?

Niet heel lang geleden dacht ik er anders over. Ik vertelde in Trouw heel stellig dat weggaan uit Nederland voor mij voelde als opgeven. Ik vond dat we hier moesten blijven en onze plek moesten blijven opeisen. En onszelf zeker nooit weg moesten laten jagen door discriminatie en anti-moslimracisme. Ik verklaarde zelfs een oude vriendin van mij voor gek. Ze vertrok tien jaar geleden voorgoed. En als mijn ouders met verlangen spraken over ooit met z’n allen terugkeren naar de Rif, begreep ik daar helemaal niets van.

En toch is dat gevoel van in Nederland willen blijven niet vanzelfsprekend gebleven. Want de tijd kan een mens echt veranderen en de maatschappelijke druk kan enorm zwaar wegen. Ik begin te merken dat ik de eindeloze discussie in dit land zo zat ben geraakt. Het steeds debatteren over de vraag of ik er als moslima wel echt bij hoor of niet. En of ik wel of niet genoeg ben geïntegreerd. En ook de strijd over wat ik draag, wie ik ben en hoe ik eruitzie. Deze verschrikkelijke mentale vermoeidheid slaat bij mij inmiddels om in iets heel anders. Namelijk de zorg om de toekomst van mijn zoon in dit land.

Over een paar jaar gaat hij op zoek naar een stageplek

Hij begint nu pas aan een weg die ik allang ken. Hij droomt groot, maar heeft gelukkig nog geen idee wat het pad dat voor hem ligt van hem gaat vragen. Ik zie het al voor me. Over een paar jaar gaat hij op zoek naar een stageplek of solliciteren naar zijn eerste baan. Hij zal puur om wie hij is en hoe hij eruitziet standaard drie-nul achterstaan. Dit terwijl zijn klasgenootjes, die nooit hoeven na te denken over hun naam, geloof of huidskleur, gewoon aan de startstreep zijn begonnen. Deze gedachten laten me niet meer los sinds hij naar de brugklas is gegaan.

En hoe ouder ik word, hoe harder de droom in mijn hoofd blijft roepen. Een groot verlangen naar het klimaat van de Rif, de bergen, de cultuur en het vertragende leven. Maar vooral een plek waar ik niemand hoef uit te leggen wie ik ben. Ook laten we dit onbewust in onze moedertaal terughoren. Wanneer we bijvoorbeeld onze tickets boeken naar de Rif, zeggen we altijd: Anawah – we gaan naar huis. En wanneer we naar Nederland terugkeren, zeggen we: Anedwar – we gaan weer terug. Zonder dat we er ooit bij stilstaan, verraden deze twee Riffijnse woorden eigenlijk altijd waar het hart echt geworteld ligt. Maar goed, dromen is makkelijker dan kiezen. Want neem ik de tekortkomingen in de Rif – de lastige politiek, het beleid en het gebrek aan voorzieningen – voor lief? Of kies ik voor de eindeloze strijd over mijn identiteit in Nederland?

Een keer vertelde ik mijn ouders dat als ik geen kinderen had gehad, ik waarschijnlijk het terugkeren had gewaagd. Mijn moeder viel toen een paar seconden stil en zei: ‘Precies, als ik jullie niet had gehad, had ik het ook geweten. Maar ach lieverd, als je daar één dag hoofdpijn of koorts hebt, wil je er ook niet meer blijven.’ Tja, daar zei ze iets wat me diep raakte. Want in haar woorden hoorde ik twee dingen tegelijk. De erkenning en herkenning van haar verlangen en het besef dat mijn eigen droom misschien een illusie is. Het leven in de Rif is natuurlijk mooi zolang alles goed gaat, maar je bent er zo kwetsbaar zodra er iets misgaat.

De aftiteling van Porte Bagage was allang voorbij en mijn zoon zat nog aan de eettafel. De vader in de film was inmiddels vertrokken en genoot van zijn rust in de Rif. En ik bleef achter met vragen waar ik geen duidelijk antwoord op heb kunnen vinden. Misschien is het eerlijkste wat ik kan zeggen dat ik vastzit. Niet in Nederland en niet in de Rif, maar ergens daartussenin. Mijn dromen kunnen wachten, net als die van mijn ouders, die al die jaren wachtten. Misschien is dit uiteindelijk de bagage die we steeds aan elkaar doorgeven. Niet de koffers die we uitpakken na een reis, maar het verlangen dat van generatie op generatie met ons meereist, zonder ooit aan te komen.

Troonrede 2026: ‘De parlementaire democratie is van en voor iedereen’

0

In de troonrede, waarin de regering de plannen voor het komende jaar presenteert, roept koning Willem-Alexander Nederlanders op elkaar meer te gunnen, zodat langlopende kwesties zoals stikstof, de wooncrisis en migratie aangepakt kunnen worden. Dat gezegd hebbende, beseft de regering ook dat die problemen niet van de ene op de andere dag zijn opgelost. De Kanttekening geeft een korte samenvatting van de troonrede, met opvallende punten voor multicultureel Nederland.

‘Leden van de Staten-Generaal’, zegt de koning traditiegetrouw en vervolgt: ‘Vandaag, 15 september, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot de Internationale Dag van de Democratie. Dat geeft extra glans aan deze Prinsjesdag en herinnert ons eraan dat democratie continu bescherming en onderhoud vraagt.’

Een goed begin is het halve werk. Maar in hoeverre is de troonrede ook zo democratisch als het kabinet, via de koning, wenst te zijn? Op de eerste plaats lijkt dat dik in orde. De koning zegt immers dat democratie ‘geen platte rekensom van de helft van de stemmen plus één’ is, ‘maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons. Iedereen die iets doet voor een ander, als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins, draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker.’

Hieruit spreekt impliciet de boodschap dat minderheden altijd gehoord moeten worden. Expliciet komen deze minderheden echter geen enkele keer naar voren. Zo wordt de toenemende haat tegen moslims, zwarte mensen en lhbti-personen niet benoemd in de troonrede. Wel zegt de koning dat de parlementaire democratie ‘van en voor iedereen’ is. De troonrede van 2020 had een heel andere toon. Hierin stond de koning nog expliciet stil bij racisme en discriminatie als wezenlijke bedreigingen voor de rechtsstaat.

De koning benadrukt verder dat er nu eindelijk een doorbraak komt in het stikstofdossier en staat stil bij de wooncrisis: ‘Veel te veel mensen vragen zich af hoe zij of hun kinderen nog aan een betaalbare en fatsoenlijke koop- of huurwoning komen. Het beste antwoord daarop is: zo snel mogelijk, zoveel mogelijk bouwen voor iedereen. Voor kopers en huurders, voor jong en oud. En ook voor mensen die extra hulp en aanbod nodig hebben om zelfstandig te wonen.’

Een ander gevoelig punt is het asielbeleid, waarvan de doelen worden opgesomd: ‘Een lagere instroom, opvang op orde en een streng uitzetbeleid voor kansloze, uitgeprocedeerde en overlastgevende asielzoekers.’ Wel moet er in Nederland ‘altijd ruimte zijn voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking’. Deze nieuwe Nederlanders moeten via ‘taallessen en begeleiding naar werk’ zo snel mogelijk op hun eigen benen staan en een bijdrage leveren aan Nederland.

De extreemrechtse aanslagen op opvanglocaties in Loosdrecht en Engelen komen ook aan de orde. Weliswaar niet in die bewoordingen, maar de koning noemt de polarisatie die steeds ‘extremere vormen’ aanneemt. Hij kiest voor zalvende woorden: ‘De zachtere stemming van mensen die zich oprecht zorgen maken over hun eigen omgeving of die zich het lot van anderen aantrekken… Het moet volstrekt duidelijk zijn dat bedreigingen en geweld ontoelaatbaar zijn.’ Het migratiepact van de Europese Unie wordt als oplossing aangedragen. ‘Strengere controle aan de Europese buitengrenzen en lopende initiatieven voor samenwerking met landen buiten Europa kunnen de asielstroom substantieel verlagen.’

Internationale kwesties waar Nederlanders tot op het bot over verdeeld zijn, bespreekt de koning eveneens. Het valt op welke termen hij daarvoor gebruikt. Zo spreekt hij over ‘het geweld in Oekraïne’, terwijl hij het over de ‘situatie in Gaza, Iran en andere brandhaarden’ heeft. Ook benoemt hij expliciet ‘een agressief Rusland’ dat Europa bedreigt, terwijl het Israëlische daderschap inzake de genocide in Gaza onbenoemd blijft.

De Nederlandse George Floyd? Zwarte man die stierf door politiegeweld was onschuldig

0

Alfredo Goeloe (51), die afgelopen weekend overleed nadat politieagenten hem hardhandig in bedwang probeerden te houden tijdens een aanhouding, was onschuldig, aldus NRC

De politie bevestigde tegenover de krant dat Goeloe niet rondreed op een gestolen fiets.

Agenten dachten dat Goeloe op een gestolen fatbike reed, nadat zij een melding hadden ontvangen van diefstal van zo’n fiets. Zij hielden Goeloe staande. Toen hij geen identiteitskaart kon laten zien besloten de agenten hem aan te houden. Goeloe verzette zich. Op geverifieerde videobeelden is te zien dat hij zich los probeerde te wurmen, terwijl meerdere agenten hem in bedwang probeerden te houden. 

De man schreeuwde van de pijn en zei dat hij suikerziekte had. Hij raakte onwel. Reanimatie hielp niet meer.

De rijksrecherche is onder leiding van het Openbaar Ministerie een onderzoek gestart naar het incident.

Maandagavond hielden familieleden en buurtbewoners een stille tocht, waarbij zij ook protesteerden tegen het politiegeweld. 

De dood van Goeloe doet denken aan die van de Afro-Amerikaanse George Floyd, zes jaar geleden. Floyd kwam om het leven toen een witte politieagent hem langdurig tegen de grond drukte. Hierdoor kon hij niet ademen.

Russische agressie bereikt grenzen NAVO-landen

0

De buurlanden van Oekraïne hebben de laatste maanden steeds vaker te maken met vermoedelijke Russische en Belarussische aanvallen op hun grondgebied. Daarmee lijkt de oorlog in Oekraïne dichterbij NAVO-grondgebied te komen. 

In de nacht van maandag op dinsdag schoten gevechtsvliegtuigen van de NAVO een drone neer in het luchtruim van Litouwen, zo meldt Deutsche Welle. Volgens Litouwse media zou de drone afkomstig zijn uit Belarus, een bondgenoot van Rusland. 

Deutsche Welle schrijft dat de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen al sinds het begin van de Russische invasie van Oekraïne drones signaleren in hun luchtruim. Litouwen grenst zowel aan Belarus als aan de Russische exclave Kaliningrad, het voormalige Oost-Pruisen. 

Maandag schoot een Russisch oorlogsschip twee lichtkogels af richting een helikopter van de Deense luchtmacht, zo bericht EuroNews. Het schip bevond zich in internationale wateren in de Oostzee, vlakbij de Deense kustplaats Gedser. De helikopter, die tijdens een routineoperatie foto’s maakte van het Russische fregat, werd net niet geraakt. 

Eerder deze maand maakte de Deense inlichtingendienst bekend dat Rusland zich voorbereidt op sabotageacties tegen de Deense defensie-industrie. Gewone Denen zouden gerekruteerd worden om foto’s te maken die voor sabotageacties zouden kunnen worden gebruikt. Deze waarschuwing volgde op de verijdelde droneaanval op de luchthaven van Leipzig in Duitsland vorige maand.

Polen is al langer doelwit van rechtstreekse aanvallen. Afgelopen zondag kwam een Russische drone terecht op een locomotief van een Oekraïnse passagierstrein. Het incident vond plaats dicht in de buurt van de grens met Polen, aldus de NOS

November vorig jaar vond een explosie plaats op het spoor in Polen, wat volgens het land een sabotageactie was in opdracht van Rusland. De spoorlijn tussen Polen en Oekraïne is belangrijk voor de toevoer van militaire steun en andere hulp aan Oekraïne. Eind juli stortte bovendien een Russische kruisraket neer in een veld in het oosten van Polen.

Volgens de NOS moeten Poolse gevechtsvliegtuigen en zijn NAVO-bondgenoten ‘meerdere keren per week’ opstijgen vanwege Russische aanvallen op het westen van Oekraïne. Polen bereidt zich voor op mogelijke verdere escalaties en mogelijk een direct gewapend conflict met Rusland.