Zondag 3 mei is de Dag van de Persvrijheid. Uit de persvrijheidsindex van Reporters without Borders blijkt dat het wereldwijd hard achteruitgaat met de omstandigheden waarmee journalisten te maken hebben.
Steeds vaker worden journalisten beperkt in de uitoefening van hun beroep. Ze krijgen te maken met politiegeweld, politieke onderdrukking en worden zelfs doodgeschoten door het leger (denk aan de honderden journalisten die door Israël worden vermoord in Palestina en Libanon).
In dit stuk zoomen we in op Turkije, dat al decennialang zeer slecht scoort op de persvrijheidsindex en waar eigenlijk nooit echt sprake is geweest van persvrijheid. Turkije is dit jaar weer vier stappen achteruit gegaan. Het staat het op de weinig hoopgevende plek 163 van de 180 landen op de persvrijheidsindex.
Met de gevluchte Turkse en Koerdische journalisten Baki Karadeniz, Erkam Tufan Aytav en Füsun Erdogan én met de nog altijd in Turkije opererende Evin Jiyan Kisanak maken we de balans op.
Hoe kijkt u naar deze indexering als journalist, en in het bijzonder als journalist uit Turkije?

Karadeniz: ‘Voor mij is journalistiek meer dan een beroep; het is een strijd om te overleven en een strijd om de waarheid. Ik weet nog goed dat 1994 het kantoor van de Turkse krant Özgür Ülke werd gebombardeerd en collega’s midden op straat werden vermoord. Wat toen staatsbeleid was in de vorm van fysieke vernietiging (zoals de moorden op Musa Anter en Uğur Mumcu), heeft onder de AKP en Erdoğan plaatsgemaakt voor een systematische juridische belegering.
‘Vandaag de dag is Turkije op de Persvrijheidsindex gezakt naar de 163e plaats. Als Koerdische journalist in ballingschap zie ik dat, hoewel de methoden veranderen, de reflex om kritische stemmen het zwijgen op te leggen nooit is veranderd in Turkije.’
Aytav: ‘Dat Turkije op plaats 163 staat wat betreft persvrijheid, is helemaal niet verrassend. Turkije wordt nog steeds bestuurd door een autocratische leider. In zulke regimes is de vrije pers altijd een van de eerste doelwitten. Die wordt als eerste uitgeschakeld, omdat een vrije pers de illusie van autocraten doorbreekt. Vandaag de dag zitten nog steeds veel journalisten in de gevangenis, of zij hebben Turkije verlaten.’
Kisanak: ‘Dit is helaas een beeld dat al jarenlang niet verandert. Journalistiek
bedrijven en de waarheid bij de samenleving brengen is altijd erg moeilijk geweest. De jaren negentig, waarin journalisten slachtoffer werden van onopgeloste moorden, gedrukte kranten werden gecensureerd en journalisten regelmatig werden opgepakt, liggen achter ons, maar al deze schendingen zijn nooit echt veroordeeld. Daarom is het, in de huidige situatie waarin journalisten nog steeds worden gearresteerd vanwege hun werk, helaas niet verrassend dat dit beeld niet verandert.’
Erdogan: ‘Terwijl regimes wereldwijd steeds verder naar rechts opschuiven, manipuleren machthebbers via hun eigen gecreëerde media de bevolking. Onder deze omstandigheden wordt het steeds moeilijker om echte journalistiek te bedrijven, en worden journalisten onvermijdelijk gedwongen hun beroep uit te oefenen onder druk van censuur en zelfcensuur. De aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne, de verwoesting en bezetting van Gaza door het zionistische Israël, de aanvallen op Libanon, de plannen van de VS en Israël ten aanzien van Syrië, de aanvallen op Iran en de situatie in Sudan, het feit dat in al deze oorlogen en conflicten zoveel journalisten het leven verliezen, moet ook worden gezien als bewijs van hoezeer de persvrijheid wereldwijd wordt vernietigd. Dat Turkije historisch gezien altijd laag scoort, moet worden gezien als een duidelijk bewijs dat er in Turkije geen persvrijheid is.’
Volgens onderzoek past bijna de helft van de Turken zelfcensuur toe uit angst voor de overheid. Hoe is deze situatie volgens u onder Turkse journalisten?
Karadeniz: ‘Dit onderzoek toont aan dat de helft van de bevolking uit angst zwijgt, maar voor journalisten is meer sprake van een zogenoemde ‘overlevingsstrategie’. In een land waar alleen al in het afgelopen jaar meer dan 300 journalisten voor de rechter zijn verschenen, wordt zelfcensuur onvermijdelijk gemaakt. Elk woord op papier staat onder dreiging van gevangenisstraf, ballingschap of hoge boetes. Het autoritaire regime gebruikt de rechtspraak als een knuppel en beperkt journalisten niet alleen in wat ze schrijven, maar zelfs in wat ze niet meer durven op te schrijven via deze geïnternaliseerde zelfcensuur.’

Aytav: ‘Mensen die in de Republiek Turkije leven, zijn gedwongen zelfcensuur toe te passen. Anders krijgen ze problemen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor journalisten. Op een andere manier kunnen zij hun werk niet doen. Ze moeten binnen de door het regime
vastgestelde lijnen werken.’
Kisanak: ‘Zelfcensuur is zeer wijdverbreid. Het is zelfs niet overdreven om te zeggen dat het is uitgegroeid tot een levenswijze. Verschillende groepen hebben daar natuurlijk
verschillende redenen voor. Het behouden van een comfortabele positie en het, al is het
gedeeltelijk, kunnen blijven spreken, zijn de belangrijkste motieven. Door de monopolisering van de media, waarbij veel mediabedrijven onder een paar grote ondernemingen zijn samengebracht, is de pers veranderd van een middel om de waarheid aan het licht te brengen in een instrument om de perspectieven van bepaalde groepen met een eigen agenda aan de samenleving op te leggen.’
Erdogan: ‘Waar onderdrukking en censuur bestaan, is ook angst voor de macht. In Turkije is er feitelijk sprake van een ‘eenmansdictatuur’, waarin alle bevoegdheden zijn geconcentreerd ie de leider van de AKP en president Recep Tayyip Erdoğan. Al jarenlang durven mensen, wanneer hun een microfoon wordt voorgehouden, de waarheid niet te spreken, en beperken zij zich tot uitspraken die de regering en Erdoğan prijzen. Voor de media geldt hetzelfde. Na de mislukte coup van 2016 zijn kranten, radiozenders, tijdschriften en televisiestations die nog probeerden de waarheid te brengen, in beslag genomen. Journalisten die zich kritisch uitten, werden uit hun functie gezet. Uiteindelijk is zelfcensuur vaak het enige middel om te overleven. Concluderend kan worden gesteld dat er in Turkije geen voorwaarden bestaan om journalistiek op een vrije en professionele manier uit te oefenen. Journalisten die dat wel proberen, krijgen vaak lange gevangenisstraffen, terwijl hun media worden gesloten of financieel onder druk gezet.’
Soms wordt zelfcensuur onder journalisten wel eens verdedigd met ‘we kunnen
tenminste 50 procent van wat we schrijven publiceren.’ Hoe kijkt u hiernaar?
Karadeniz: ‘Dit is geen excuus of verdediging, maar veel eerder een verklaring van capitulatie en corruptie. In de journalistiek bestaat geen ‘halve waarheid’. Die verborgen 50 procent vormt juist het donkerste dossier dat het publiek zou moeten kennen. De mainstream media zijn veranderd in een koor dat de misdaden van de machthebbers verbergt en zelfs maffiafiguren als helden aan de samenleving verkoopt. Dat tijdens de AKP-periode duizenden journalisten zijn vervolgd, bewijst dat deze concessies niemand beschermen, maar juist de duisternis van de macht voeden.’
Aytav: ‘Voor een deel van de journalisten in Turkije geldt dit inderdaad. Maar de journalisten die op televisie verschijnen en invloedrijke posities bekleden, vallen niet in deze categorie. Zij hebben zich onderworpen aan het regime. Met enthousiasme bedrijven zij regimejournalistiek, want anders zouden zij hun positie niet kunnen behouden.’

Kisanak: ‘Ja, deze opvatting en praktijk zijn vrij wijdverbreid. Ook al is het niet altijd eengeïnternaliseerd idee, het wordt opgelegd door de werking van het systeem. Wanneer je bijvoorbeeld een uitzending maakt die niet voldoet aan de regels van de toezichthouder
(RTÜK), loop je het risico om gesloten te worden. Daarom zijn veel mediakanalen
genoodzaakt zich aan deze regels te houden om te blijven bestaan. Zodra een
mediaplatform wordt gesloten, worden de mogelijkheden om een publiek te bereiken
namelijk sterk beperkt. Er blijven dan twee opties over: volledig zwijgen of slechts zachtjes
gehoord worden. Dat is een moeilijke keuze en een onderwerp van grote discussie.’
Erdogan: ‘Toen ik ooit hoofdredacteur was van Özgür Radyo in Istanbul, bevond ik mij in precies diezelfde situatie. Eén enkel woord kon al reden zijn om de zender te sluiten, waardoor wij feitelijk gedwongen waren tot zelfcensuur. Als verantwoordelijke moest ik die keuze maken, omdat sluiting betekende dat het vrijwel onmogelijk zou zijn om opnieuw een zender op te zetten. De keuze was simpel maar hard: stoppen of proberen, binnen de beperkingen, toch zo eerlijk mogelijk verslag te doen en het recht van het publiek op informatie en journalistieke ethiek te beschermen. Met andere woorden: het was kiezen tussen twee kwaden. Vandaag de dag is de situatie nog ernstiger. Zoals collega’s in de mainstream media zeggen: zelfs als 50 procent van wat je schrijft wordt gepubliceerd, is dat al iets. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit geen duurzame oplossing is. Misschien is het noodzakelijk om een fundamentelere beweging op te bouwen en collectief ‘nee te zeggen tegen censuur en zelfcensuur.’

Zijn journalisten uit Turkije wel solidair met elkaar? Of richt iedereen zich vooral op zijn eigen publiek?
Karadeniz: ‘Helaas niet. In Turkije zijn beroepsorganisaties sterk gepolariseerd. Iedereen spreekt zich alleen uit over aanvallen op de eigen ‘achterban’. Terwijl pro-regeringsmedia feitelijk onderdeel van de macht zijn geworden, zit ook de oppositie opgesloten in ideologische getto’s. Zolang een aanval op één journalist niet wordt gezien als een aanval op het hele beroep, is het onmogelijk deze cirkel van repressie te doorbreken. Gebrek aan solidariteit vormt de grootste comfortzone van een onderdrukkend regime.’
Aytav: ‘Helaas is er geen sprake van solidariteit.’
Kisanak: ‘Meestal richt iedereen zich op zijn eigen ‘achterban’. Toch staan journalisten uit de oppositie vaak wel naast elkaar wanneer een collega iets overkomt. Desondanks kan worden gezegd dat het algemene beeld er een is van sterke versnippering.’
Erdogan: ‘In de jaren negentig en begin jaren 2000 bestond solidariteit vooral onder onafhankelijke journalisten en hun lezers. De machthebbers hebben deze journalisten nooit als echte journalisten erkend. Door hen als ’terroristen’ te bestempelen, konden zij eenvoudig worden gearresteerd, gemarteld en veroordeeld. Opvallend is dat deze journalisten zelden expliciet voor hun journalistieke werk werden veroordeeld, want dan zou het moeilijker zijn geweest om zware straffen op te leggen. Journalisten in de mainstream media namen vaak dezelfde afstand en toonden weinig solidariteit. Pas toen de AKP haar macht verder consolideerde, werden ook mainstream journalisten doelwit van repressie. Toen werd duidelijk dat onafhankelijke journalistiek bedrijven grote risico’s met zich meebrengt.
‘Door de hele moderne geschiedenis van Turkije heen zijn gevangenissen gevuld geweest met journalisten en intellectuelen, en dat is vandaag de dag nog steeds zo, in nog ernstigere mate. Kortom: tenzij journalisten zich openlijk achter de AKP of MHP scharen, is het zeer moeilijk om hun beroep op een ethische manier uit te oefenen. Daarom zou het uitgangspunt moeten zijn dat, zolang er geen sprake is van een daadwerkelijk strafbaar feit, alle gearresteerde journalisten solidariteit verdienen, en dat deze solidariteit moet worden versterkt.’





