De Syrisch-Koerdische politicus Salih Muslim is gisteren op 75-jarige leeftijd overleden. Hij werd in de Noord-Iraakse stad Erbil behandeld voor nierfalen, zo meldt de Turkse nieuwssite Bianet.
De Koerdische politicus Muslim heeft zich zijn hele politieke carrière ingezet voor de Koerdische zaak en werd tijdens de Syrische burgeroorlog het gezicht van de Koerdische pleidooien voor autonomie in het noorden van het land, onder Koerden ook bekend als Rojava.
Daardoor kreeg hij het veelvuldig aan de stok met de Turkse staat, die niets van Koerdische autonomie of onafhankelijkheid wil weten. Niet in Turkije, maar ook niet in Syrië, Irak en Iran, waar miljoenen Koerden leven.
Muslim beschuldigde Turkije ervan islamitische extremisten in Syrië te steunen.
In een van zijn laatste interviews, in de Kanttekening, sprak hij zijn hoop uit op vrede in Syrië én Turkije, waar een vredesproces gaande is met de PKK. ‘Wij streven naar vrede in Syrië en we zullen zelfs behulpzaam zijn als zij dezelfde stappen kunnen zetten in Turkije’, zei Muslim in januari.
Op sociale media delen veel Koerden hun condoleances. Het is nog niet bekend wie de opvolger wordt bij de Syrisch-Koerdische PYD, waarvan Muslim tot zijn dood voorzitter was.
Oud-minister Gouke Moes (BBB) had gisteren een lastige avond bij Pauw & De Wit. De man die de Nederlandse staat aanklaagt omdat die ‘de inheemse cultuur van Nederlanders’ zou hebben bezoedeld door massa-immigratie toe te staan, werd aan tafel van alle kanten belaagd.
‘Hoe staat onze inheemse cultuur nou onder druk?’, vraagt Jeroen Pauw hem. ‘Een heleboel zaken staan onder druk door grootschalige immigratie’, zegt Moes, waarna hij begint over ‘verschillende stelsels’, zoals het onderwijs, de woningmarkt en ‘onze sociale voorzieningen’.
Aan tafel zitten onder meer de burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten (ChristenUnie), ex-politicus Sylvana Simons (BIJ1) en oud-minister Christianne van der Wal (VVD). Zij kijken moeilijk bij de antwoorden van Gouke Moes. Hij noemt onder meer ‘verengelsing’ aan de universiteiten als bedreiging voor de Nederlandse cultuur.
Op een gegeven moment is Sylvana Simons het zat en wil ze weten wat hij bedoelt met ‘inheemse Nederlander’, en of zij daar ook bij hoort als iemand met een Surinaamse achtergrond. Opnieuw komt Moes niet goed uit zijn woorden. Simons laat hem echter niet zomaar gaan. ‘U heeft heel bewust dat woord gebruikt in de aanklacht tegen de staat. Waarom heeft u dat gedaan?’, wil ze weten.
‘Het gaat gewoon over Nederlanderschap’, zegt Moes nog, maar Simons komt alweer tussenbeide en zegt: ‘Dan kun je toch gewoon spreken over Nederlanders?’
‘Prima’, antwoordt Moes kortaf, terwijl hij hulpbehoevend naar Pauw kijkt. Maar van clementie is geen sprake. Simons krijgt alle ruimte om Moes stevig te bevragen. Burgemeester Schouten noemt bovendien ‘gevaarlijk’ wat Moes doet.
Op sociale media lusten ze Moes ook rauw. ‘Met zijn “Nederlandse cultuur”. Hij kan het niet eens definiëren. Niet eens onderbouwen op welke manier de “Nederlandse cultuur” wordt bedreigd’, aldus twitteraar Petra van Dam.
Gouke Moes is een van de ondertekenaars van de brief van BBB-bestuurders van 5 maart waarin wordt opgeroepen om Mona Keijzer terug te halen naar de BBB-fractie.
De maximale straf voor homoseksuele relaties in Senegal is verdubbeld. Deze relaties kunnen nu tot tien jaar gevangenisstraf opleveren.
Hiertoe besloot het Senegalese parlement gisteren met een nieuwe wet, te midden van een hardhandig optreden tegen de homogemeenschap in het land. De wet moet nog door president Bassirou Diomaye Faye worden ondertekend, maar werd met een overweldigende meerderheid aangenomen in de Nationale Vergadering.
De wet bestraft ‘handelingen tegen de natuur’, een term die wordt gebruikt om homoseksuele relaties aan te duiden, met vijf tot tien jaar gevangenisstraf, vergeleken met één tot vijf jaar voorheen. Ook het promoten of financieren van homoseksuele relaties is strafbaar.
Sinds februari zijn in Senegal tientallen mannen op grond van de anti-lhbti-wetgeving van het land gearresteerd. Arrestaties zijn vaak gebaseerd op beschuldigingen en telefoononderzoek, waarbij de namen van de aangehoudenen openbaar worden gemaakt.
‘Homoseksuelen zullen in dit land niet meer kunnen ademen. Homoseksuelen zullen in dit land geen vrijheid van meningsuiting meer hebben’, verklaarde parlementslid Diaraye Ba tijdens het debat, volgens persdienst AFP.
ChristenUnie-raadslid Nathalie Nede stond dinsdag opnieuw oog in oog met Daniël N., die haar racistisch had beledigd in een grove e-mail. Hoe beleefde Nede deze emotionele zitting?
Toen het Arnhemse ChristenUnie-raadslid Nathalie Nede in 2024 een racistische e-mail ontving, twijfelde ze aanvankelijk of aangifte zin had. Ze verwachtte destijds dat er wellicht niets mee werd gedaan. Toch volgde er in 2025 een rechtszaak, waarin de verdachte Daniël N. werd veroordeeld tot zestig uur taakstraf en een schadevergoeding van zeshonderd euro. ‘Ik ben blij met ons rechtssysteem’, vertelde ze toen. Maar Daniël N. ging in hoger beroep, waardoor Nede op dinsdag 11 maart opnieuw tegenover hem stond.
De e-mail die hij haar stuurde, was expliciet racistisch. ‘Wat is het weer aanstootgevend, zo’n invalidebordje. Natuurlijk stoort een n-woord er weer aan. Jullie soort is misselijk.’ Tijdens de eerste zitting, in februari 2025, herhaalde hij dat woord meerdere keren. ‘Hij bleef het n-woord herhalen, maar vond dat dit gewoon kon’, vertelde Nede toen. ‘De rechter probeerde hem uitwegen te bieden en bood hem aan om spijt te betuigen, maar Daniël N. bleef het woord claimen.’
In hoger beroep gebruikte hij het n-woord niet opnieuw, maar hij bleef vasthouden aan zijn recht om haar te beledigen, vertelt Nede aan de telefoon. Hij zei dat hij over ‘donkere mensen’ mocht spreken omdat Nede ‘donker’ is en noemde haar ook een ‘krullenbol’.
De rechters wezen de verdachte erop dat de wet tegen persoonlijke belediging al meer dan honderd jaar bestaat.
De aanklacht is in hoger beroep gewijzigd van groepsbelediging naar eenvoudige belediging, omdat het om een e-mail ging die persoonlijk aan haar was gericht en geen openbaar bericht was. De strafeis blijft hetzelfde: zestig uur taakstraf en een schadevergoeding van zeshonderd euro. De officier van justitie benadrukte dat belediging van een politicus zwaarder weegt dan belediging van een gewone burger, omdat het raakt aan haar vertegenwoordigende functie. De uitspraak volgt op 25 maart.
‘Ik had gehoopt dat hij met mij in gesprek wilde gaan’
Nede zou het fijn hebben gevonden als de verdachte open zou staan voor mediation, vertelt ze. ‘Ik had gehoopt dat hij met mij in gesprek wilde gaan. Maar Daniël N. wees dat resoluut af.’ Dat raakt haar, juist omdat ze het politieke ambt veilig wil houden. ‘Ik heb een dubbel gevoel. Die belediging raakt mij persoonlijk. Maar ik wil tegelijkertijd dat het ambt veilig blijft. Ik hoor veel van online haat, die vooral vrouwen over zich heen krijgen. Ik ben bovendien een vrouw van kleur, dan word je dubbel aangevallen.’ Ik zet mij in de gemeenteraad in tegen racisme en discriminatie. Als het dan in mijn persoonlijke leven speelt, moet ik daar ook naar handelen. Daarom heb ik aangifte gedaan.
De zitting vond plaats midden in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, die ook in Arnhem op 18 maart zullen plaatsvinden. Nede zegt dat ze daar tijdens de rechtszaak niet mee bezig was. ‘Daar heb ik niet zo aan gedacht’, antwoordt ze. Ze staat dit jaar op plek drie van de lijst en is niet langer lijsttrekker. ‘Dat hoefde voor mij niet zo nodig meer. Maar als ik weer in de gemeenteraad word verkozen, doe ik weer mee. De ChristenUnie heeft nu een zetel in de raad, maar we hebben in het verleden twee zetels gehad. Als we weer twee zetels halen en ik word met voorkeurstemmen gekozen, dan ga ik nog een periode de raad in.’ Deze rechtszaak bewijst dat er nog veel werk te doen is op zaken zoals vechten tegen racisme en voor gelijkheid, waar ik me sterk voor heb gemaakt de afgelopen jaren. Ik ben nog niet klaar.
De rechtszaak brengt spanningen met zich mee, zegt ze, maar Nede krijgt er ook weer vertrouwen van. ‘Ik heb het gevoel dat het Nederlandse rechtssysteem werkt en dat racisme daadwerkelijk bestraft wordt. Deze zaak laat zien dat aangifte doen tegen racisme zin heeft.’
Over de Maas kijk ik naar de fonkelende lichtjes van de schepen in de haven van Rotterdam. De iftarboot 2026, georganiseerd door stichting Openhaard, schommelt van links naar rechts en is al meer dan twee uur onderweg. De avond is gevallen. We hebben het vasten verbroken. Waar zouden we zijn zonder al die lampen in het donker?
We varen met honderden Rotterdammers onder de Erasmusbrug door. Ik vaar mee met mijn gezin. Het is de eerste keer dat ik met mijn dochter bij een semi-officieel evenement ben en het voelt fijn dat ik er ben met mijn vrouw en dochter. Het echte ramadangevoel dat je vaak mist bij plichtmatige iftars overal, zonder vrouw en kinderen.
Kleuters rennen me bijna omver, met mijn dochter in de hand. ‘Oğlum (mijn zoon), kijk dan even uit naar die meneer met een kind’, spreekt een Turkse man het kind toe. Er zijn veel Turken op de Marlina, voornamelijk mensen van de vervolgde Gülenbeweging. ‘Deze mensen hadden in Turkije waarschijnlijk allemaal hoge posities’, zeg ik tegen mijn vrouw. ‘Ja, ja’, zegt zij en loopt met de luiertas met me mee. Geen tijd voor politiek, de billen van de baby moeten weer fris en fruitig schoon worden.
Maar ik denk wel na over een ramadan in ballingschap. Ik ben zelfs zojuist uit Turkije gekomen om mijn vader te begraven. Een reis die voor velen op de boot, ook bij een overlijden, een risicovolle onderneming is vanwege de mislukte couppoging, bijna tien jaar geleden. We hadden het er op de boot niet over, maar wel eens thuis met vrienden. ‘Wat heeft een leraar of rechter nou met een coup te maken?’, legde ik toen voor aan mijn Turkse vrienden. Ze knikten meewarig. ‘Pak de schuldige putschisten op en laat de rest met rust’, stelde ik tegen beter weten in voor. Als de Turkse staat het op je heeft gemunt, dan ben je voor de rest van je leven een ‘terrorist’, zoals de Koerden al decennia aan den lijve ondervinden.
Daarna danste vader zelfs Kaukasisch met zijn Azeri-schoondochter
We zitten na de luiers weer aan tafel. Trouw-columnist en mbo-docent Karim Amghar entert het schip in Schiedam en draagt ons een verbindende column voor. Van de mooie woorden die hij zei, herinner ik me niet veel. Ik was in totale bewondering van de omgeving waarin hij dat op voortreffelijke wijze deed: op een barstensvolle boot met rondrennende kinderen en families die genieten van een kopje thee of koffie. We doen nog een Kahoot-quiz over Rotterdam die, onder veel gelach en geschreeuw en ik met baby, door een Marokkaanse puber werd gewonnen.
Terwijl ik dit allemaal meemaakte, moest ik uiteraard aan wijlen mijn vader denken. Precies een maand geleden nu. Ik kom en spreek op plekken waar hij zijn leven lang nooit is geweest, maar misschien wel van heeft gedroomd, met een saz (een snaarinstrument) in de hand. Flitsen van het moment dat hij een black-out kreeg toen we om de hand van mijn vrouw in Den Haag vroegen, gaan door me heen.
De man die altijd vol verhalen zat, raakte verstijfd en pas na tussenkomst van een familielid kon hij al zijn moed bijeenrapen om mijn schoonvader toe te spreken. Dat ging wat houterig. Maar schoonvader gaf zijn dochter hoe dan ook. Het ijs was gebroken en daarna danste vader zelfs Kaukasisch met zijn Azeri-schoondochter.
Ik moet erom glimlachen. Een binnenpretje. Een zeldzaam moment van publieke dankbaarheid maakt zich meester van de ondankbare allochtoon op de iftarboot. Het komt wel goed met mijn dochter in Nederland, als de redelijke krachten (die al het geweld in het Midden-Oosten wel veroordelen en geen ‘begrip hebben’ voor het moorddadige regime in Israël en Amerika) zich maar weten te verenigen.
Een beetje zwabberend fietste ik langs een verkiezingszuil en keek opzij. Boven het grote bord stond: 18 maart 2026. Affiches voor de komende gemeenteraadsverkiezingen bedekten het paneel. Op dat moment schoot een jonge fietser op een fatbike als een spaceshuttle door mijn blikveld. Hij miste mijn neus op een haar na; ik voelde de windvlaag. Ik wilde iets onaardigs roepen, maar besefte dat ik zelf geen rechte baan beschreef.
De fatbike is een thema bij de gemeenteraadsverkiezingen. Overigens ligt de macht erover vooral in Den Haag. Al meer dan een jaar geleden sprak een meerderheid van de Tweede Kamer zich erover uit. Die wil een helmplicht en een verbod op het gebruik van de e-bike met dikke banden en lang zadel voor kinderen onder de 14 jaar. In Den Haag wordt al anderhalf jaar gezocht naar regels voor de fatbike, maar juridisch blijkt er nauwelijks verschil met een gewone e-bike.
Omdat de fatbike anderhalf jaar later nog steeds niet aan de (dikke) banden is gelegd, gaan sommige gemeenten over tot lokale regels. In Amsterdam wordt de fatbike straks verboden in parken, te beginnen in het Vondelpark in Amsterdam-Zuid. In de hofstad komt de partij Drerrie voor Den Haag juist op voor jongeren op fatbikes; ze rijden er zelf op.
Je voelt aan alles dat de fatbike zo’n politiek thema is dat niet gaat waarover het gaat. De wens om de dikbandige fiets tot een aparte categorie te maken, komt voort uit sentiment. De bike wordt de zondebok, en de jongeren die hem berijden zijn de dupe. Daardoor krijgt het voorgenomen verbod iets naars. De groep fatbikers bestaat namelijk vaak uit jeugd met een biculturele achtergrond. Daarnaast zijn het vaak jongeren uit de lagere sociale klasse.
Ik kan het niet bewijzen, maar de jacht op de fatbike zweemt naar klassenjustitie
De fiets is het meest populair in de arme wijken van de grote steden. Schoolpleinen van vmbo’s staan er vol mee. Fatbikes uit China zijn, behalve cool, nou eenmaal ook het goedkoopst. Het langgerekte zadel – dat doet denken aan de buikschuiver-brommers van de jaren zestig – past bij een generatie die een hulpmiddel kan gebruiken dat jongens en meisjes – in weerwil van de cultuur en tijdgeest – fysiek dichter bij elkaar brengt. Schrijver Abdelkader Benali wees er in een column in deze krant al eens op dat de fatbike voor Nederlandse moslims een motor van vooruitgang is. De fiets stimuleert moslimjongeren om hun stadsdeel uit te rijden en de witte bastions van de stad te verkennen.
Vwo- en gymnasiumleerlingen uit die rijke wijken rijden doorgaans op duurdere merken zoals VanMoof, Cortina of Cowboy. Deze designfietsen gaan net zo hard en zijn soms ook opgevoerd. Maar als we het aan de lokale politiek overlaten, krijgen uitsluitend fatbikes een parkverbod. Jongeren met een dure e-bike mogen blijven rijden.
Fatbikes doen mij denken aan de zwaarbandige choppers van Wyatt en Billy uit de roadmovie Easy Rider. Daarin ontvluchten twee motorrijdende mannen hun thuisomgeving. Ze laten de teugels vieren en beproeven hun vrijheid. Ze roken marihuana en lappen de verkeersregels aan hun cowboylaars. Niet goed te praten natuurlijk, maar het zijn geen slechteriken. De buitenwereld reageert onhebbelijk op de vrijbuiters. In de plaatsen waar ze een stop houden, projecteren de kleinzielige bewoners hun eigen frustraties op hen. Het leidt tot serieuze vijandigheid; de vrijheidszoekers worden uiteindelijk op fatale wijze opgejaagd.
De fatbikehaat die ik om me heen hoor en lees, doet me eraan denken. Het anti-sentiment heeft een vlijmscherp randje. Ik kan het niet bewijzen, maar de jacht op de fatbike zweemt naar klassenjustitie. De fiets met dikke banden schijnt niet vaker bij verkeersongevallen betrokken te raken dan een gewone e-bike. Een selectief verbod mag daarom gerust een politiek ongeluk heten.
De Amerikaanse president Donald Trump zou het Iraanse eiland Kharg willen innemen, zo bericht de Arabische nieuwssite Middle East Eye.
Volgens Middle East Eye kwam de president al in 1988 met het idee op de proppen dit eiland in de Perzische Golf te annexeren, omdat het in lijn zou zijn met de Amerikaanse belangen in de Golfregio. ‘Ik zou hard optreden tegen Iran. Ze hebben ons psychologisch verslagen en laten ons eruitzien als een stel dwazen’, zei Trump dat jaar tegen de Britse krant The Guardian.
Deze woorden moeten begrepen tegen de achtergrond van de acht jaar durende Iran-Irakoorlog (1980-1988). De Verenigde Staten gaven toen steun aan de seculiere Irakese dictator Saddam Hoessein in zijn oorlog tegen het theocratische regime van Iran.
Een kleine veertig jaar later is de bezetting van het eiland een serieuze overweging voor Verenigde Staten. In tegenstelling tot olieraffinaderijen op het vasteland van Iran zijn de faciliteiten op het eiland, van waaruit Iran negentig procent van zijn ruwe olie exporteert, vooralsnog geen doelwit geweest van de Amerikaanse en Israëlische luchtmacht. Interessant detail: de Vereenigde Oostindische Compagnie heerste in de achttiende eeuw kort over het eiland, totdat de Perzen het eiland in 1766 wisten te heroveren tijdens de Iraans-Nederlandse Oorlog.
De Amerikaans-Israëlische luchtoorlog tegen Iran duurt nu al meer dan twaalf dagen en dat heeft al grote gevolgen voor de olie- en gasprijzen, die zijn gestegen. Het Iraanse regime heeft zich na de dood van ayatollah Ali Khamanei weten te hergroeperen en wil met zijn zoon Mojtaba Khamanei aan het hoofd tot het bittere einde strijd leveren. Daarbij waarschuwt het regime ook het Iraanse volk. Elke vorm van protest zal meteen de kop worden ingedrukt. Dit gebeurde ook in januari, met duizenden – mogelijk tienduizenden – doden tot gevolg.
Een verzoek van DENK‑Kamerlid Dogukan Ergin om een debat in de Tweede Kamer een kwartier eerder te schorsen vanwege het verbreken van het vasten leidde tot kritiek vanuit meerdere partijen aan de uiterste rechterflank.
Onder meer Kamerleden van de groep‑Markuszower, JA21, BBB, SGP, PVV en ook de VVD spraken zich uit tegen het aanpassen van het debatritme voor de iftar. Zij zien een dergelijke onderbreking als ongewenst binnen het parlementaire proces en spraken. Ergin noemde de reacties ‘oncollegiaal’ en ‘onbeschoft’ en deelde zijn kritiek via LinkedIn.
‘We zijn intolerant geweest voor de intoleranten’, zei Gidi Markuszower. ‘Dit is de eerste stap van islamisering van dit parlement en dat moeten we terugdringen.’
Ook de VVD-fractie maakte bezwaar. ‘Wij als VVD zijn tegen een iftar-schorsing’, zei Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen in de Tweede Kamer. De partij staat de laatste tijd vaker in de belangstelling vanwege standpunten over religieuze uitingen in het openbaar bestuur, zoals het recente voorstel voor een landelijk verbod op hoofddoeken voor boa’s.
Antropoloog en islamonderzoeker Martijn de Koning vindt de ophef maar schijnheilig. ‘Niemand deed moeilijk toen Kees van der Staaij (SGP) een psalm reciteerde of Don Ceder (ChristenUnie) een gebed uitsprak in een debat. Ook niet bij reces voor kerst of bij Chanoeka in de Tweede Kamer’, schrijft hij op X.
De gedwongen overbrenging van Oekraïense kinderen naar Rusland is volgens een nieuw VN‑onderzoek een oorlogsmisdaad en een misdaad tegen de menselijkheid, zo bericht de BBC.
De onafhankelijke onderzoekscommissie stelt dat Russische autoriteiten op hoog niveau verantwoordelijk zijn voor het wegvoeren van duizenden minderjarigen uit door Rusland bezette gebieden. Oekraïne spreekt zelf van bijna 20.000 kinderen die naar Rusland of Belarus zijn gebracht.
De VN heeft tot nu toe ruim 1.200 individuele ontvoeringen vastgesteld uit 2022, waarvan het merendeel kinderen uit de regio’s Donetsk en Loehansk betreft. Een groot deel van hen is nog altijd niet teruggekeerd, terwijl veel ouders niet weten waar hun kinderen verblijven. De commissie concludeert dat de langdurige scheiding en het gebrek aan informatie neerkomen op gedwongen verdwijning en onrechtmatige vertraging van repatriëring.
Volgens het rapport werden kinderen vlak voor de grootschalige invasie naar Rusland geëvacueerd onder het voorwendsel van veiligheidsrisico’s. Daarna kregen velen een Russische voogd of werden zij in instellingen geplaatst en kregen zij het Russische staatsburgerschap. Kinderen die inmiddels zijn teruggekeerd hebben psychische klacten, mede door vijandige behandeling in de Russische instellingen.
Het Internationaal Strafhof vaardigde eerder al arrestatiebevelen uit tegen de Russische president en zijn kinderrechtencommissaris. Oekraïne heeft tot nu toe ongeveer 2.000 kinderen kunnen terughalen, terwijl de oorlog voortduurt en miljoenen mensen zijn ontheemd.
Dit is een artikel over verzet. Georganiseerd verzet. Grassrootsresistance met een ‘infrastructuur die onzichtbaar is tenzij je er in zit’. Dit stuk gaat over overheidsterreur, buren die opstaan voor buren, en over hoe kleine, weinig risicovolle acties overnight veranderen in levensgevaarlijk. Het gaat over de aanwezigheid van gemaskerde, zwaarbewapende ICE-agenten met ongekend geavanceerde tech juist in het koude, blauwe Minnesota. Het gaat over hoe een overweldigend deel van de inwoners van Minneapolis en Saint Paul min of meer per ongeluk in dat georganiseerde bevolkingsbrede verzet belandt tegen Trump’s politiek gemotiveerde ‘bezetting’. Citaten zijn daarom anoniem.
In december 2025 ging in Minnesota Operation Metro Surge van start. Grote aantallen ICE en DHS (Immigration and Customs Enforcement en Department of Homeland Security) agenten stroomden de Twin Cities in en waren ineens overal. Ze scheuren in unmarked cars door de straten, rijden auto’s en schoolbussen klem, sleuren mensen met geweld uit hun auto’s, kidnappen bezoekers en medewerkers uit restaurants en bouwmarkten, belagen scholen. Duizenden mensen zijn uit het straatbeeld verdwenen: gedeporteerd, gedetineerd of in hiding. ICE agenten schoppen en slaan, ze schieten met kogels en traansgas, zelfs op een baby in een auto. Ze ontregelen kortom het leven van alledag compleet. Voor wie behoort tot de groepen waar ICE het primair op gemunt heeft, kwam dat besef acuut. Al snel werd duidelijk dat niemand veilig was.
Minnesota beschermt juist die groepen waar Washington DC de pijlen op richt
Dat Trump juist Minnesota koos, is geen toeval. Natuurlijk, vice-presidentskandidaat Tim Walz komt er vandaan en er was een racistische hype over fraude, het is een blauwe staat in een zee van Midwestern rood en Minnesota beroept zich erop dat het de enige staat is die nooit op Reagan stemde, maar een grote reden is the Minnesota Miracle.
Progressieve wetten
In 2023 nam de staat een hele reeks progressieve wetten aan: Het recht op abortus werd verankerd in de wet, trans affirming care ook, conversietherapie is nu verboden, er zijn wetten ter versterking van mensenrechten, van vakbonden, tegen discriminatie bij huisvesting en nog veel meer. Bovendien regelde het State Congress dat politie niet mag meewerken aan verzoeken tot straf of uitlevering vanuit staten die juist een verbod hebben op abortus of transgenderzorg. Kortom Minnesota beschermt juist die groepen waar Washington DC de pijlen op richt: vrouwen, immigranten, lhbti’ers. Minnesota is een Sanctuary state en daar zijn mensen trots op. In juni 2023 zag ik hoe tijdens de Twin Cities Pride Parade de Minnesota Miracle bejubeld werd.
Twee jaar later, in juni 2025, vermoordde een als politieagent vermomde, anti-abortus Trump-aanhanger de vrouw achter deze wetten: Melissa Hartman en haar man en haar hond. Haar collega en zijn vrouw overleefden een aanslag. Deze politieke moord is deel van de context bij de reactie op de ICE invasion in Minnesota. Of zoals Time Magazine schrijft: ‘hostile military government takeover’.
ICE-agenten verlaten een woning in Minneapolis. Beeld: Charly Tribaleau/AFP
Ooit woonde ik in Minnesota. Ik schoot er wortel. Als ik er ben, voelt het als thuiskomen. Ik heb er vrienden. Ik ken de beide steden aan weerszijden van de Mississippi, ik herken de straten waar ICE doorheen jaagt, ken de geschiedenis van het deportatiecentrum waar vroeger Native Americans werden geïnterneerd en nu ICE gevangenen. Ik weet hoe je vanaf het indrukwekkende memorial voor George Floyd naar de plekken komt waar ICE Renee Good en Alex Pretti vermoordde. Alle drie relatief vlak bij elkaar. Overigens is ook dat geen toeval maar gevolg van een racistische politiek van redlining en covenances, maar dat verdient een eigen artikel. Een van mijn vrienden woont er om de hoek, een andere woont vlakbij de plek waar politie in 2016 Philando Castile doodschoot. De Amerikaanse politiek volg ik inmiddels al decennia en wanneer Minneapolis in het nieuws is, ben ik extra alert.
Vrienden beschrijven de nieuwe werkelijkheid met verbijstering, woede en een opmerkelijk soort vastberaden saamhorigheid. ‘Ze hebben een grote fout gemaakt, door een winter volk binnen te vallen in de winter. (Lessen uit WOII niet geleerd kennelijk). Mensen hier zijn geprogrammeerd om op elkaar te letten in barre weersomstandigheden in de wetenschap dat de kou ieder van ons fataal kan zijn. Ik denk dat het een kleine stap is van het helpen van een onbekende die vastzit in de sneeuw naar een onbekende die door gemaskerde klootzakken wordt afgevoerd.’
Moorden waren een tipping point
Meteen in december begonnen mensen zich te organiseren en de actiebereidheid nam razendsnel toe. De moorden in januari van dit jaar waren een tipping point maar voor de meeste mensen vormden ingrijpende ‘alledaagse’ veranderingen de druppel. Ze waren getuige van de hardhandige arrestatie van hun buren, weggevoerd in ochtendjas en met blote voeten in de sneeuw of ze zagen hoe ICE-agenten hun wapen richtten op willekeurige voorbijgangers. De openlijke etnische profilering. Vele duizenden mensen volgden trainingen over wat (niet) te doen en er is geen straat, buurt of wijk zonder Signal-groep(en) voor de coördinatie van acties.
Die acties vallen in twee belangrijke categorieën uiteen: de zogenaamde rapid response, het volgen en observeren van ICE om buren tijdig te kunnen waarschuwen en beschermen, en wat in de volksmond mutual of community aid heet, ondersteuning en hulp voor buren en buurgenoten.
ICE gebruikt namelijk expres onherkenbare auto’s
Rapid response draait om het tracken van ICE: in kaart brengen waar ze zijn, waar ze heen gaan, wat ze doen, in wat voor auto’s ze rijden en waarschuwen dat ICE in de buurt is. Daarbij horen verschillende rollen en er is een heel vocabulaire ontstaan: Mensen worden door ICE gesnatched of abducted. Commuting is het per auto (achter)volgen van ICE agenten die in unmarked cars door de stad rijden. ICE gebruikt namelijk expres onherkenbare auto’s, soms zelfs voorzien van onschuldig ogende gehandicapten- of regenboogstickers of bedrijfslogo’s. Daarom leggen mensen kentekens en auto’s vast in databases zoals ICE in my Area en icelist.is of de populaire app ICEBlock die echter na druk vanuit Washington uit de Apple store verwijderd is. De dispatcher beheert de informatiestromen op Signal waar de communicatie plaatsvindt in chats en groupcalls. Er zijn watchers en patrollers, vrijwilligers in auto’s of te voet die rijden of lopen door buurten waar ICE vaak komt. Ze rapporteren via Signal wanneer ICE gespot wordt, checken kentekens en type auto tegen de database om te bevestigen dat het om ICE gaat en voegen daar actuele informatie aan toe. (Legal) observers houden in de gaten of ICE zich aan de regels houdt, ze slaan alarm en leggen vast. Dat alarm slaan gaat met lawaai.
‘Ice is here’
Zodra ICE in de buurt is, geldt de whistle-blowing-strategy. Mensen fluiten en toeteren. Drie keer kort betekent, ICE is gesignaleerd of komt er aan, aanhoudend blazen of toeteren betekent dat ICE mensen aan het oppakken is. Het geluid van claxons, fluitjes en stemmen waarschuwt ongedocumenteerden in het gebied hun deuren te sluiten, zorgt er voor dat meer mensen zich als getuigen verzamelen. Het geluid is in sommige delen van de steden continu en gaat ook ’s nachts door. Mensen blijven op om te waken en buren te beschermen. De nachtelijke roep ‘ICE is here’ die je op video’s kunt horen, klinkt beklemmend en onwerkelijk in het stille donker.
Video weerlegt telkens opnieuw verklaringen die ICE en Washington de wereld in sturen
De observers filmen ook. Niet omdat video veiligheid garandeert – in Minneapolis weten ze door zowel George Floyd als Philando Castile dat dit niet het geval is – maar ze hebben gezien wat er gebeurt als officiële verklaringen botsen met videobewijs. Filmen is dus for the record. De praktijk wijst uit dat dit cruciaal is. Video weerlegt telkens opnieuw verklaringen die ICE en Washington de wereld in sturen.
In groten getale komen mensen dag in dag uit naar plekken waar ze nodig zijn, op hun vrije dag, voor of na werk. In sommige wijken wordt dagelijks een verse rapid response chat aangemaakt, bijvoorbeeld voor degenen die patrouilleren in Frogtown, waar veel Hmong wonen. Elke dag rond 11 uur ’s ochtends bereikt die groep haar max. Dat betekent dat er alleen al in die buurt 1000 mensen rondlopen om hun stadgenoten te waarschuwen en beschermen.
Alex Pretti, die werd doodgeschoten door ICE-agenten. Beeld: Octavio Jones/AFP
Zowel fluiten als filmen was aanvankelijk low-risk. Veel mensen trainden voor de legalobserver rol: alleen al immigrantenorganisatie Monarca Unidos leidde 24.000 mensen op tot legal observer: staan en vastleggen, op een fluitje blazen. Waar ICE aanvankelijk door de aandacht nog wel eens onverrichter zake vertrok, zorgt het grenzeloze mandaat vanuit Washington en de daaruit voortkomende crackdown bij verzet ervoor dat low-risk high-risk werd. Zowel Renee Good als Alex Pretti waren observers. ICE agenten schoten hen ongestraft dood en de minister van binnenlandse veiligheid labelde hen domestic terrorist voordat er ook maar enig onderzoek gedaan was.
Het is bovendien zeer goed mogelijk dat de agent die Renee Good doodde en haar ‘fucking bitch’ noemde toen ze stervende was, wist wie ze was. Veel Minnesotans zijn er van overtuigd dat dit zo is. Dat het geen toeval is dat juist een lesbische vrouw vermoord werd. Dat ze een target was. Onder de maskers zitten immers ook extreemrechtse Proud Boys en ICE werkt met databases waarin de overheid activisten vastlegt. Van Pretti was al bekend dat ICE door een eerdere confrontatie wist dat hij observer was. Uit Goods laatste woorden ‘Het is ok, dude, ik ben niet boos op jou’ blijkt dat zij zich niet van het gevaar bewust was. Low-risk, high-risk.
Borstvoeding van een buurvrouw
Die andere vorm van georganiseerd verzet, mutual aid, ondersteuning en hulp bestaat uit van alles en is voor de tienduizenden immigranten met of zonder status, die zich gedwongen schuilhouden onmisbaar: boodschappen regelen of de was, kinderen van en naar school brengen, mensen naar de dokter rijden, kruispunten afzetten wanneer de schoolbus aankomt omdat ICE daar ouders kidnapte. Maar ook impromptu rotondes creëren met afzettingen van pallets, de zogenaamde filter blockades, omdat ICE zo hard door de straten scheurt dat het levensgevaarlijk is. In Georgia leidde dat half februari tot een dode, Linda Davies. Een baby waarvan de ouders gedeporteerd zijn en die achterbleef met een tienerzus, krijgt borstvoeding van een buurvrouw. Gezondheidszorgmedewerkers geven hun persoonlijke telefoonnummer of doen huisbezoeken. Juristen helpen met het terugkrijgen van gedeporteerden, soms helemaal uit Texas. Bedrijven veranderen in spontane voedsel distributiepunten. Er zijn huurfondsen opgezet voor wie niet kan werken vanwege de risico’s en wie kan ondersteunt lokale horeca. Aan alles wordt gedacht.
Door ICE gekidnapten worden vaak ’s avonds zonder aanklacht, zonder telefoon of papieren, zonder jas of schoenen op straat gezet. Of in parken achtergelaten. Levensgevaarlijk bij min 20. Dus zijn er vrijwilligers die parken patrouilleren en mensen opvangen bij het deportatiecentrum, inmiddels georganiseerd in Haven Watch. Rond sluitingstijd bewaken vrijwilligers op parkeerterreinen van winkels en restaurants medewerkers en bezoekers tegen ICE.
Verzet is mainstream
Het verzet begon klein, met de initiatieven en expertise van individuen, ‘nu is er een heel gecoördineerd network’. Zoals Neighbors Helping Neighbors waarvoor het op 11 december begon met een hulpvraag in een buurtapp. Inmiddels helpen meer dan 2000 vrijwilligers bij meer dan 2500 hulpvragen en hebben ze bijna 7 ton opgehaald en uitgedeeld onder buren in nood.
Ook veel van deze acties golden als low-risk, maar ICE-agenten volgen nu mensen die (veel) boodschappen doen en houden hen op de terugweg aan. Daarom is vanzelfsprekend: Je noteert een adres nooit op je telefoon, je schrijft het op een stuk papier en als ICE je aanhoudt, eet je het adres op.
Bij hotels waar ICE-agenten overnachten wordt nachtelijke herrie gemaakt
‘Ons wordt geadviseerd om óf rapid response te doen óf community aid, om er voor te zorgen dat je ICE die mensen achtervolgt niet per ongeluk naar kwetsbare buren leidt.
This is the kind of stuff that led the Franks to the attic.’
Het verzet is in Minnesota mainstream. Een groot deel van de bevolking maakt er op een of andere manier deel van uit. Mutural aid, rapid response, met wekelijkse kleine en grote demonstraties op straathoeken of viaducten, met spontane wakes (..) en een scala aan acties om het ICE gericht moeilijk te maken: agenten mogen niet plassen bij benzinestations, bedrijven hangen overal bordjes op met ‘verboden toegang voor ICE’ en de lijst met te boycotten bedrijven groeit dagelijks. Bij hotels waar ICE-agenten overnachten wordt nachtelijke herrie gemaakt. Veel acties combineren creatief met effectief.
Wake op de plek in Minneapolis waar eerder op de dag Renee Good werd neergeschoten door een ICE‑agent. Beeld: Kerem Yucel/AFP
ICE reageert op het massale verzet met repressie, met meer arrestaties en meer geweld. Ze schieten op nog meer mensen, ze intimideren en dreigen: ‘Heb je niks geleerd van die lesbische bitch?’ Ze volgen mensen naar huis of wachten hen daar op, spreken hen bij naam aan op straat, ze filmen met brillen en telefoons en pochen over databases vol gezichten. ICE infiltreert de Signal-netwerken en zet de wet in tegen de bevolking door het volgen en filmen van ICE te verbieden op straffe van 20 jaar gevangenisstraf (een lokale rechtbank fluit dat juridisch terug).
Native Lakota-mannen
‘Ze arresteren en ontvoeren iedereen die ze maar willen. En ze krijgen er nog bonussen voor ook.’ De officiële opdracht aan ICE is 3000 arrestaties per dag in het hele land; voor de Twin Cities ligt het dagelijkse target sinds januari op 75. Het is een perverse prikkel die willekeur in de hand werkt. Het is niet voor niks dat mensen gearresteerd en weer gedumpt worden en dat naast ongedocumenteerden ook burgers en mensen met een verblijfsvergunning worden opgepakt. ICE deporteerde zelfs vier native Lakota-mannen. De staat met als motto ‘land of 10.000 lakes’ is notabene genoemd naar het Lakota woord voor water, mni.
De overmacht van ICE is groot en alles wat ze doen, inclusief moord, krijgt rugdekking vanuit Washington DC. ICE heeft bovendien een enorm budget ter beschikking, het ging van 8 naar 28 miljard dollar. Een aanzienlijk deel daarvan gaat naar contracten met tech bedrijven die ICE van serieuze spyware voorzien: gezichtsherkennende brillen en telefooncamera’s, allerlei soorten surveillance software, een tool om telefoons te hacken, een om dossiers op te bouwen uit sociale media accounts, toegang tot databases waarin verzamelde gegevens van activisten te vinden zijn, een tracking tool vol data uit Medicaid en andere overheidsdatabases om ‘leads voor deportatie’ te genereren, een tool die live streams op Telegram monitort en ICE afstuurt op plekken waar andere talen dan Engels gesproken worden, surveillance drones…
‘Hate ICE, love Minnesotans’.
Dat alles zou onder de bevolking kunnen leiden tot afhaken, maar dat is niet het geval. Het verzet in Minnesota drijft op saamhorigheid en op de bereidheid van velen om iets te doen. ‘Er is angst en uitputting maar juist dat motiveert nu moed.’ De repressie zorgt voor onverzettelijkheid: ‘Je begint met iets kleins, staan en filmen met je telefoon, en dan worden kleine dingen ineens riskant. Maar dat is nu wat je doet en ook al wordt dát ineens gevaarlijk, dat wil je niet meer opgeven.’
‘Je begint met iets kleins, staan en filmen met je telefoon’
De saamhorigheid uit zich in vele kleine gebaren. Een man die op camera zijn woede uit en verdwijnt in wolken traangas blijkt eigenaar van een boekwinkel waarvan de website crasht door het grote aantal kopers. Een lokale pizzeria zamelt geld in voor families sheltering in place, zoals het noodgedwongen thuisblijven om ICE genoemd wordt. Een bewoner verzamelt en deelt al dit soort verhalen op Substack om de moed erin te houden.
Ondertussen is de impact van drie maanden ICE gigantisch. 4000 mensen zijn uit Minnesota gedeporteerd. Veel meer nog zaten korter of langer vast. Allen onder abominabele omstandigheden. Mensen die risico lopen op deportatie verkeren in continue angst en wie binnen blijft is voor alles afhankelijk van anderen. Mensen zijn werk en inkomen kwijt. Ondernemers sloten hun deuren. De economie lijdt zwaar onder de bezetting, de gemeente berekende dat de schade zeker 200 miljoen is. De sociale gevolgen zijn enorm. Families zijn uiteen gerukt. Schoolklassen blijven half leeg en online leren is terug. Mensen nemen maatregelen voor als ze ontvoerd en/of gedeporteerd worden: wie zorgt er voor je hond of je kat of je kinderen als je niet meer thuis komt. Verlaten auto’s met deuren open, motor soms nog aan, de eigenaren op klaarlichte dag door de overheid ontvoerd, vormen een ‘bekend’ straatbeeld.
Politici uit Minnesota, van congreslid Ilhan Omar tot senator Amy Klobuchar tot burgemeester van Minneapolis Jacob Frey, spreken van ‘generational impact’, gevolgen die generaties voortduren.
Ice is er nog
Half februari kondigde ICE aan te vertrekken uit Minnesota. Vrienden waren sceptisch. Eind februari bevestigen ze: ICE is er nog. ‘Ze zijn deels verhuisd naar de suburbs, Minnetonka en Eden Prairy, maar ze zijn niet weg en boven Southeast Minneapolis zie je het groen-rood geknipper van surveillance drones.’ Het lijkt er op dat nu de aanwezigheid verminderd wordt tot 1000.
‘Minnie taught us to be brave’
ICE zit niet alleen in Minnesota. ICE zit overal en overal zijn er mensen die zich organiseren. Zo gaat in Minnesota een pdf rond met wijze lessen uit Chicago en is website ICE in my Area opgezet in San Diego.
Toch is er iets speciaals gebeurd in Minnesota. Misschien komt het door de relatief kleine schaal van de Twin Cities, misschien zijn het de lessen geleerd in 2020 tijdens de Black Lives Matter protesten, misschien is het wat mijn vriendin zegt, een wintervolk in de winter helpt elkaar – wat het ook is, er is iets ontstaan in Minnesota. Iets dat voortkomt uit saamhorigheid, drijft op de drang om stadgenoten te beschermen ook als je die niet persoonlijk kent en op de actiebereidheid van velen, zelfs als het gevaarlijk wordt. In Minnesota zien we hoe in drie maanden uit repressie en overheidsterreur een brede georganiseerde verzetsbeweging groeide met repliceerbare structuren en lessen voor de rest van het land. Inspiratie biedt de Minnesota resistance in ieder geval. Zo luidt een chant onder demonstranten in Boston:
‘We’re not cold, we’re not afraid–Minnie taught us to be brave!’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.