De aanval op Iran past in een patroon. In 1953 werd premier Mohammed Mossadegh afgezet tijdens Operatie Ajax, een keerpunt waardoor Iran definitief een andere richting insloeg.
Op 28 februari dit jaar startten de Verenigde Staten en Israël een oorlog tegen Iran. Critici spreken over een agressieoorlog en wijzen erop dat dit niet de eerste keer is dat het Westen besloot dat Iran een andere regering nodig had. Die geschiedenis begint 75 jaar geleden, met de verkiezing van de anti-westerse, nationalistische politicus Mohammad Mossadegh tot premier. Waarom wilden het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van hem af? En wat waren de gevolgen van de coup van 1953 voor de verdere geschiedenis van Iran?
De opkomst van Mossadegh
Toen Mossadegh in 1951 tot minister-president werd gekozen was hij al een gerespecteerde jurist en politicus. Onder het Iraanse volk genoot hij brede populariteit, omdat hij de olieproductie wilde nationaliseren. Sjah Mohammad Reza Pahlavi was geen fan van Mossadegh, omdat de koning vreesde voor zijn troon.

Sinds het begin van de twintigste eeuw lag de Iraanse olieproductie in handen van de Anglo-Iranian Oil Company (AIOC), de voorloper van British Petroleum. Hoewel de olie uit Iraanse bodem kwam waren het de Britten die profiteerden. In 1950 verdiende Londen meer aan Iraanse olie dan Iran zelf in de halve eeuw daarvoor. Mossadegh noemde het kolonialisme en uitbuiting. Hij geloofde dat Iran op de lange termijn zou bezwijken onder dit beleid als er geen verandering kwam.
Daarom nationaliseerde hij vrijwel onmiddellijk na zijn aantreden de AIOC. De Majlis, het Iraanse parlement, en de senaat stemden in en de nationalisatie werd wet. Mossadegh kreeg brede steun voor zijn beleid. Zijn eigen partij Nationaal Front, de communistische Tudeh-partij en tal van andere politieke groeperingen schaarden zich achter hem. Voor veel Iraniërs was het een kwestie van nationale trots. Eindelijk zouden ze zelf profiteren van hun eigen rijkdommen.
Conflict met de Britten en met de sjah
Het Verenigd Koninkrijk reageerde furieus. De Britten bewapenden marineschepen in de Perzische Golf en daagden Mossadegh voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, die de Iraanse premier in het gelijk stelde. Uiteindelijk verbrak het VK de diplomatieke relaties met Iran, nadat Mossadegh de banden met Londen doorsneed. De Britten sloten olie-installaties, trokken technici terug en zetten een wereldwijde boycot in gang. Vervolgens kwam de Iraanse olieproductie vrijwel tot stilstand. Iran verloor zijn belangrijkste inkomstenbron en de beloofde hervormingen van Mossadegh kwamen in gevaar.
Vervolgens kwam de Iraanse olieproductie vrijwel tot stilstand
Terwijl Iran verzwakte profiteerden landen als Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak, waar Groot-Brittannië zijn olie-inkoop voortzette. De economische druk leidde tot politieke spanningen in Iran. Conservatieve Iraniërs, grootgrondbezitters en religieuze leiders begonnen zich tegen Mossadegh te keren.
In juli 1952 trad Mossadegh tijdelijk af na een conflict met de sjah over de controle over het leger. De sjah weigerde de militaire macht aan het parlement over te dragen. De bevolking reageerde met massale protesten, waarin ook de communistische Tudeh-partij een opvallende rol speelde. Zo’n 250 mensen kwamen daarbij om. De sjah voelde zich zo onder druk gezet dat hij Mossadegh opnieuw benoemde als minister-president en hem bovendien ook minister van Defensie maakte.
Maar de crisis bleef voortduren. Mossadegh vroeg een noodwet aan die hem voor zes maanden vrijwel onbeperkte bevoegdheden gaf op financieel, juridisch en electoraal gebied. De wet werd later verlengd tot een jaar. De steeds autoritair wordende premier voerde landhervormingen door die boeren meer zeggenschap gaven. Ook probeerde de macht van de sjah verder in te perken door diens budget te verkleinen en hem te verbieden zelfstandig met buitenlandse diplomaten te spreken.
De spanningen tussen Mossadegh en de monarchie liepen steeds verder op. Oud-officieren beraamden een moordaanslag op de minister-president, maar die werd tijdig verijdeld. In augustus 1953 vluchtte de sjah het land uit. Officieel was hij op vakantie, maar de koning vreesde voor zijn positie.
Koude Oorlog en Operatie Ajax
De communistische Tudeh-partij en het Nationaal Front waren geen ideologische geestverwanten, maar werkten vanwege pragmatische redenen met elkaar samen. Maar het was de Koude Oorlog. De Amerikanen zagen de groeiende invloed van de Tudeh-partij met lede ogen aan en vreesden een communistische machtsovername. In 1948 was Tsjechoslowakije communistisch geworden en in 1949 China, zou Iran in 1953 volgen? De Amerikanen waarschuwden Mossadegh daarom dat hij de invloed van de communisten op de Iraanse regering moest terugdringen, anders zou de Amerikaanse steun wegvallen. Mossadegh koos eieren voor zijn geld en ontmantelde de macht van de Tudeh.
De economische malaise, de Britse boycot en de politieke verdeeldheid putten Iran uit. Zelfs binnen zijn eigen beweging begonnen mensen zich tegen Mossadegh te keren, waaronder de islamitische geestelijkheid.
De economische malaise, de Britse boycot en de politieke verdeeldheid putten Iran uit
In deze context besloten het VK en de VS dat Mossadegh moest verdwijnen. De Britten hadden al een plan klaarstaan, Operation Boot, en wisten de Amerikanen te overtuigen om mee te doen. De CIA, onder leiding van Kermit Roosevelt Jr., zette Operatie Ajax in gang. Het was een combinatie van propaganda, omkoping, in scène gezette opstootjes en betaalde demonstraties. Mossadeghs uitspraak dat het Verenigd Koninkrijk officieel een vijand was gaf Londen en Washington het laatste zetje.

Op 19 augustus 1953 werden bussen vol ingehuurde mannen naar Teheran gebracht om chaos te creëren. De situatie escaleerde snel. Tijdens gevechten kwamen er tussen de tweehonderd en driehonderd mensen om. Mossadegh werd gearresteerd, berecht en tot de doodstraf veroordeeld voor verraad. Deze straf werd dankzij tussenkomst van de sjah omgezet in drie jaar gevangenisstraf, gevolgd door een levenslang huisarrest op zijn landgoed in Ahmad Abad. Daar leefde Mossadegh tot zijn dood in 1967, verbannen uit het openbare leven.
De democratie keerde niet terug
Na zijn afzetting werd sjah Mohammad Reza Pahlavi opnieuw de onbetwiste machthebber van Iran. De democratie keerde niet terug. Iran werd een seculiere, pro-westerse, pro-Israëlische en autoritair geleide absolute monarchie. Gevreesd was de inlichtingendienst van de sjah, de Savak, die dissidenten martelde in folterkamers. In de grote steden liepen jonge vrouwen in korte rokjes en ging de middenklasse naar de bioscoop, maar op het platteland en onder de armen werd het sjiitisch fundamentalisme steeds populairder.
Iran werd een seculiere, pro-westerse, pro-Israëlische en autoritair geleide absolute monarchie
Deze omstandigheden vormden de voedingsbodem voor de islamitische revolutie van 1979, waarin ayatollah Ruhollah Khomeini de macht kon grijpen. Tot op de dag van vandaag blijft Iran een land dat openlijke vijandschap toont tegenover alles wat westers oogt. Dit kun je niet los zien van de gebeurtenissen van 1951-1953.

In Iran zelf is Mossadegh nog altijd een van de meest geliefde figuren uit de moderne geschiedenis. Zijn ideeën over democratie, secularisme en nationale onafhankelijkheid spreken nog steeds tot de verbeelding. Toch wordt hij in de Islamitische Republiek vaak genegeerd, omdat zijn denkbeelden te vooruitstrevend en te seculier waren voor het huidige ayatollah-regime. Hoewel ook Mossadegh zelf niet verschoond was van autoritaire trekjes is zijn val het moment in de geschiedenis waarop Iran de kans op een democratische toekomst verloor.
De staatsgreep tegen Mossadegh stond niet op zichzelf. Ook elders greep de CIA in wanneer Washington meende dat nationalisme of onafhankelijkheidsbewegingen te veel naar links neigden. In 1961 speelde de Amerikaanse inlichtingendienst een sleutelrol bij de val en uiteindelijke dood van de Congolese premier Patrice Lumumba, die door de VS en België werd gezien als te ontvankelijk voor invloed van de Sovjet-Unie. In 1965 steunde de CIA de Indonesische generaals die president Soekarno ten val brachten, uit angst dat zijn antiwesterse koers en samenwerking met communisten Indonesië in het kamp van de Sovjet-Unie zou duwen. En we mogen ook 11 september 1973 niet vergeten, toen generaal Augusto Pinochet met steun van de CIA de democratisch gekozen socialistische Chileense president Salvador Allende omverwierp, opnieuw uit angst voor vermeende communistische invloed.
De staatsgreep tegen Mossadegh stond niet op zichzelf. Ook elders greep de CIA in
Operatie Ajax was dus allesbehalve een geïsoleerd incident. Het was het begin van een patroon waarin Washington, al dan niet in samenwerking met andere westerse regeringen, zonder aarzelen democratisch gekozen leiders aan de kant schoven, zodra die hun belangen of invloedssfeer in de weg stonden.
Amerikaanse erkenning
In de Verenigde Staten duurde het decennia voordat de rol van Washington in de coup van 1953 werd erkend. President Dwight D. Eisenhower sprak zich destijds wel negatief uit over Mossadegh, maar zweeg over Amerikaanse betrokkenheid bij de staatsgreep. Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen CIA-documenten naar buiten die de Amerikaanse rol bevestigden.
In 2009 erkende toenmalig president Barack Obama openlijk dat de VS betrokken waren geweest bij de omverwerping van een democratisch gekozen regering. Vier jaar later, op 19 augustus 2013, gaf de CIA voor het eerst officieel toe dat de coup van 1953 onder haar leiding was uitgevoerd en was goedgekeurd op het hoogste niveau van de Amerikaanse regering.








