Home Blog

‘Set them free’: gülenisten vragen Europa om harder op te treden tegen Erdogan

0

Duizenden gülenisten, in gele hesjes, met gele borden en gele ballonnen, demonstreerden woensdag in Straatsburg bij de Raad van Europa. Ze willen dat de Raad meer druk uitoefent op Turkije om alle politieke gevangenen, niet alleen de gülenisten, vrij te laten.

Het is een bloedhete dag, maar op woensdag 24 juni zijn duizenden Gülen-sympathisanten opnieuw samengekomen in de Franse stad Straatsburg. Ze protesteren daar voor het gebouw van de Raad van Europa. Deze internationale organisatie heeft als doelstelling de vrede en de mensenrechten in Europa te handhaven, maar voegt volgens de demonstranten geen daad bij het woord. De Kanttekening is erbij en spreekt met Gülen-sympathisanten, maar ook met politici en intellectuelen die solidair zijn met de slachtoffers van het Turkse regime.

Het jaarlijkse protest is inmiddels uitgegroeid tot een ritueel van de gülenistische gemeenschap in ballingschap, die zich steeds zelfbewuster toont. De groep is divers. Ze komen uit Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en andere landen. Er zijn opvallend veel vrouwen en kinderen aanwezig. Bijna elke demonstrant heeft een geel hesje aan. Mensen lopen met gele borden, zwaaien met gele spandoeken, luisteren naar toespraken en muziek en roepen om de zoveel tijd Turkse en Engelse leuzen.

Maar hoewel de gülenisten de demonstratie domineren, mikken ze toch op een bredere coalitie tegen het regime van president Recep Tayyip Erdogan. Ze presenteerden zich nadrukkelijk als bondgenoten van álle groepen die in Turkije onder druk staan: Koerden, seculieren, linkse activisten, journalisten en vrouwenrechtenorganisaties.

Beeld: Ewout Klei

Het protest is niet alleen gericht tegen de vervolging van de gülenisten in Turkije, maar tegen alle vervolgden. ‘Set them free’, scanderen de betogers. En behalve de namen van gülenistische gewetensgevangenen zie je op de gele borden ook de namen van de Turkse filantroop Osman Kavala en de Turks-Koerdische politicus Selahattin Demirtas, die al jaren achter slot en grendel zitten.

Na de coup

De Kanttekening spreekt met verschillende Turkse vluchtelingen die vanuit heel Europa naar Straatsburg zijn gekomen. Hun verhalen zijn variaties op hetzelfde patroon. Na de mislukte coup van 15 juli 2016 kwamen ze in het vizier van het Turkse staatsapparaat, dat niet alleen gülenisten in Turkije zelf vervolgde, maar ook in het buitenland, in islamitische landen, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika.

De Duitse Demet Oguz, die nu drie jaar in Duitsland woont, vertelt hoe ze zeven jaar in Turkije bleef na de coup. ‘We hebben niks gedaan, waarom zouden ze ons arresteren? Maar die gedachte bleek naïef.’ Ze werd opgepakt en zat tweeënhalve maand vast. Haar man zat elf maanden in de cel en kreeg in 2021 kanker. Hij overleed in het ziekenhuis, waar hij ook corona opliep.

‘Ik had geen toekomst meer in Turkije’

Daarna werd Demet opnieuw bedreigd met arrestatie. Haar zoon werd gebeld door de politie. ‘Je vader was een terrorist. Misschien ben jij het ook.’ Demet vluchtte eind 2022 naar Griekenland en kwam begin 2023 in Duitsland aan. Nu voelt ze zich voor het eerst weer veilig. ‘Duitsland is een safe place’, zegt ze. ‘Maar in Turkije zitten nog steeds onschuldige mensen vast. Zij hebben geen stem. Wij moeten die stem zijn.’ Demet gelooft dat Europa druk kan uitoefenen. ‘Turkije heeft internationale verdragen ondertekend. De EU moet eisen dat Ankara zich eraan houdt.’

André Hazes in Oostenrijk

De Oostenrijkse taxichauffeur Ahmet Öztürk, ooit leraar op een gülenschool in Turkije, zat vijftien maanden in de gevangenis. Zijn vrouw werd bedreigd, raakte ziek, kreeg kanker en overleed kort nadat hij vrijkwam.

Toen hij online zag, op de Turkse DigiD-website, dat hij opnieuw vier jaar celstraf moest uitzitten, vluchtte hij via Griekenland naar Wenen. ‘Ik had geen toekomst meer in Turkije’, zegt hij. ‘In Oostenrijk kreeg ik binnen zeven maanden asiel. Mijn zonen kwamen later naar Tirol.’

Waarom Oostenrijk? ‘Een vriend zei dat Tirol mooi was, met al die hoge bergen’, lacht hij. ‘Maar ik draag nog geen Lederhosen, haha.’ Als ik vertel dat ik uit Nederland kom, zegt hij: ‘André Hazes’. Als taxichauffeur vervoert Ahmet veel Nederlandse skitoeristen, die zweren bij de smartlappen van Hazes.

Zijn boodschap aan Europa is minder luchtig: ‘Erdogan moet publiekelijk worden veroordeeld door Europa, zoals ook de Russische president Vladimir Poetin is veroordeeld. Er zijn 25.000 zaken tegen Turkije bij het Europees Hof. Erdogan wuift het allemaal maar weg.’

Wereldwijd opgejaagd

Maar de vervolging van gülenisten beperkt zich niet tot Turkije. Onder meer Pakistan, Maleisië en Venezuela werken gewillig mee aan de repressie. Ze hebben goede banden met de regering-Erdogan.

Een demonstrant houdt een portret omhoog van Hidayet Karaca, een Turkse journalist die een levenslange gevangenisstraf uitzit. Beeld: Isa Yilmaz

De jonge Asiye Betul is geboren in Turkije, maar heeft jarenlang in Venezuela gewoond, waar haar vader doceerde aan een school. Zij vertelt hoe alle gülenscholen daar in 2016 werden gesloten en overgenomen door de Turkse staat. ‘Mijn vader werd ineens een terrorist genoemd’, zegt ze. ‘Mijn oom in Turkije overleed in de gevangenis. Iedereen hier heeft zulke verhalen. Hoe kan ik dan thuisblijven? Daarom kom ik elk jaar naar Straatsburg.’

Het Verenigd Koninkrijk telt weinig gülenisten, zegt ze over haar nieuwe vaderland. ‘Het is moeilijker om daar asiel te krijgen. Maar ik moest weg. Mijn familie lijdt nog steeds.’

Verraden door een familielid

De Rotterdamse Hatice Aksoy verloor haar man en twee neven in de gevangenis. Haar broer verloor zijn vrouw en zoon toen zij op de vlucht voor Erdogan verdronken voor de Griekse kust.

Hatice woonde jarenlang in Oost-Afrika, maar was in 2016 toevallig op vakantie in Turkije toen de coup plaatsvond. In de eerste maanden kon ze nog vrij reizen, omdat ze niet bekendstond als gülenist, maar in 2019 werd ze verraden door een familielid. ‘Dit heeft denk ik te maken met jaloezie’, zegt ze, ‘omdat mijn man en ik hebben gestudeerd en zij niet.’ De meeste familieleden van Aksoy zijn diehard AKP-aanhangers. ‘Ze zien ons als terroristen.’ Volgens haar zullen de gülenisten vijand nummer één blijven. ‘De indoctrinatie is diep. Mensen geloven dat wij het kwaad zijn.’

‘Ik ben hier voor mijn neefje dat verdronk in de Egeïsche Zee’

Hatice Aksoy vluchtte in 2024 naar Griekenland en kwam in 2025 naar Nederland. Ze woont nu in een kleine studio, werkt als schoonmaakster en leert Nederlands. ‘Ik heb drie universitaire diploma’s’, zegt ze. ‘Maar ik moet opnieuw beginnen. Ik ben hier in Straatsburg voor mijn neefje dat verdronk in de Egeïsche Zee. Het is mijn morele plicht om er te zijn, voor hem en al die anderen.’

Voormalig politiechef en criminoloog

De meest analytische stem komt van Fikret Demirci, voormalig politiechef, criminoloog en recent gepromoveerd in Gent op een proefschrift over de slachtoffers van de Turkse repressie. Hij is geen gülenist, maar zat zes maanden vast omdat hij weigerde willekeurig burgers te arresteren.

Voor zijn onderzoek interviewde Demircivi 97 slachtoffers van staatsgeweld, onder wie Koerden, gülenisten, seculieren en advocaten. Zijn conclusies zijn scherp. Turkije kende tussen 2003 en 2013 een relatief mild regime, toen Erdogan zich als democraat presenteerde en zich steeds meer richting Europa bewoog. Er werd nauwelijks nog gemarteld door de politie, zo bleek ook uit mensenrechtenrapporten. Maar na 2013 werd Turkije steeds autoritairder, als reactie op de Geziparkprotesten. Op politiebureaus en in gevangenissen werd weer gemarteld en werden de regels van de rechtsstaat steeds vaker genegeerd. Na de coup van juli 2016 volgden massa-arrestaties, maar de zwarte lijsten lagen al vóór de coup klaar. Gülenisten en andere politieke gevangenen zijn vaak gemarteld, sommigen ook seksueel. Maar die slachtoffers wilden niet meewerken aan het onderzoek, omdat ze dan hun trauma moesten herbeleven.

‘Mensen werden geestelijk en lichamelijk gebroken’

Een interessante observatie die Demircivi maakt, is dat de verschillende onderdrukte groepen in Turkije lange tijd volledig langs elkaar heen leefden, zonder onderling contact of solidariteit. Maar dit is nu langzaam aan het veranderen, zegt hij. ‘Steeds meer gülenisten erkennen nu de Armeense Genocide. Ze tonen empathie voor Koerden. Ze zeggen dat ze spijt hebben dat ze hun rechten niet eerder verdedigden. Onderdrukking kan moreel inzicht brengen.’

Zijn eigen ervaring in de cel was absurd. ‘Ik dacht dat ik snel vrij zou komen. Maar ik zag hoe willekeurig het systeem was. Mensen werden geestelijk en lichamelijk gebroken.’

Beeld: Isa Yilmaz

Isa Yilmaz, woonachtig nabij Brussel, ziet hoe Erdogan nu ook de seculier-nationalistische oppositiepartij CHP aanvalt. ‘Hij maakt lijstjes, net als bij de gülenisten. Iedereen kan worden weggezet als handlanger van de beweging. Het lijkt op hoe sommige Arabische regimes hun vijanden “zionistische agenten” noemen.’

Boomlange NBA-speler

De demonstratie had ook een cultureel gezicht. De Turks-Nederlandse zanger Suvari Öztürk – zelf geen gülenist, maar solidair met de slachtoffers van het repressieve regime van Erdogan – trad voor de vijfde keer op. Hij schreef een protestsong over mensen in de gevangenis en over kinderen die verdronken in de Egeïsche Zee. ‘Ik ben niet anti-Turks’, benadrukt hij. ‘Ik ben anti-corruptie, anti-onrecht, anti-Erdogan. Er zijn weinig artiesten die zich uitspreken. Daarom moet ik het doen.’

De seculiere toneelschrijfster Hilal Nesin, ook geen gülenist, sprak over vrouwen die na 2016 werden gemarteld. Ze interviewde 1300 slachtoffers van staatsgeweld, vooral vrouwen met een hoofddoek. ‘Ik ben niet Koerdisch, maar ik help hen ook’, zegt ze. ‘Mijn huis in Turkije werd aangevallen door de politie. Daarom ben ik hier. Om solidair te zijn met alle slachtoffers.’

En dan is er Enes Kanter. De boomlange voormalige NBA-speler is de posterboy van het protest. Kinderen, maar ook volwassenen, verdringen zich voor selfies met hem. Hilal Nesin scoort een handtekening, die de topsporter op haar gele shirt zet, waarna hij het aan haar geeft. Kanter won eerder een mensenrechtenprijs voor zijn inzet voor Oeigoeren. Zijn aanwezigheid geeft het protest een bijna popculturele glans.

Aan de Kanttekening vertelt hij: ‘Europa moet concrete stappen nemen tegen Turkije. De Turkse mensenrechtenschendingen worden nu wel veroordeeld, maar Europa onderneemt vervolgens geen actie. Het martelen van onschuldige gevangenen moet stoppen.’

De democratie verdedigen

Ook progressieve Britse en Franse politici zijn solidair. James MacCleary, van de Liberal Democrats (de Britse zusterpartij van D66, red.), noemt Erdogans beleid ‘een aanval op de democratie’. ‘Turkije is lid van de Raad van Europa. Wat het Europees Hof zegt, is geen suggestie. Rechters, journalisten en vrouwen die opstaan voor hun rechten verdienen onze steun.’

Beeld: Isa Yilmaz

Het Britse Lagerhuislid waarschuwt Europese regeringen. ‘Ruil mensenrechten niet in voor geopolitieke deals. Europese landen moeten begrijpen dat de Turkse democratie ook onze zaak is. Turkije hoort bij onze Europese familie.’ Democratie is niet vanzelfsprekend, vervolgt hij. Daarvoor moeten we strijden. ‘We moeten de mensenrechten altijd verdedigen, ook in situaties waarin het niet makkelijk is.’

‘Rechters, journalisten en vrouwen die opstaan voor hun rechten verdienen onze steun’

De Franse politica Sandra Regol van de Groenen beaamt dit. ‘Frankrijk zelf kan niet veel doen’, zegt ze tegen de Kanttekening. ‘Maar de Raad van Europa kan dat wel en moet veel meer druk op Turkije uitoefenen om de mensenrechten te respecteren. Daarom ben ik hier ook, in de hoop dat de Raad van Europa eens luistert.’

Bredere strijd

De gülenisten presenteren zich niet langer als een geïsoleerde groep slachtoffers, maar als onderdeel van een bredere strijd voor democratie in Turkije. Hoewel de beweging door veel Turken – ook in de oppositie – nog steeds wordt gewantrouwd, is een kleine kentering zichtbaar. De slogan ‘Set Them Free’ klinkt voor iedereen. En een handjevol niet-gülenisten demonstreert mee.

De voormalige politiechef Demircivi vat het treffend samen. ‘Onderdrukking verdeelt, maar het kan ook verbinden. Misschien is dat de enige hoop die we nog hebben.’

Turkije is grotere vijand dan Iran in de ogen van steeds meer Israëlische politici

0

Steeds meer Israëlische politici en beleidsmakers zien Turkije inmiddels als een grotere bedreiging voor Israël dan Iran, blijkt uit berichtgeving van verschillende media.

Amichai Chikli, de Israëlische minister voor Diasporazaken, zei op een conferentie in Jeruzalem (al-Quds) afgelopen dinsdag dat ‘het Turkije van Erdogan en het Syrië van al-Sharaa nu veel zorgelijker zijn dan Iran. Het tijdperk van het sjiitische rijk van Iran, het Syrië van Assad en Hezbollah is voorbij. Er is een nieuwe as: die van de Moslimbroederschap, Erdogans Turkije, Syrië en Qatar. Het is beter om nu waakzaam te zijn dan te laat.’

Turkije en Israël wisselen de laatste tijd stevige woorden uit.

Erdogan en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu beschuldigden elkaar over en weer, twee weken nadat Erdogan had gezegd dat de Israëlische aanvallen op Syrië en Libanon ook een dreiging begonnen te vormen voor Turkije.

Erdogan had tegen parlementsleden van zijn partij AKP gezegd dat Israël niet alleen een bedreiging vormde voor het Midden-Oosten, maar ook voor de mensheid. Volgens hem wordt Israël aangemoedigd door de stilte van de internationale gemeenschap. Hij riep op tot internationale actie om het land ‘binnen de grenzen van de wet’ te brengen.

In reactie noemde Netanyahu Erdogan een ‘antisemitische dictator’, die ‘genocide voert tegen de Koerden, zijn eigen volk onderdrukt, de terroristische beweging Hamas steunt en politieke tegenstanders gevangenzet’.

Eerder deze maand zei de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Mustafa Ciftci, dat Turkije Jeruzalem (al-Quds) ooit zal bevrijden. Hij beloofde dat de stad weer onder Turkse controle zou komen, net als eerder onder het Ottomaanse Rijk.

Voormalig Israëlisch premier Naftali Bennett refereerde al aan de Moslimbroederschap-as toen hij afgelopen februari stelde dat Turkije ‘het nieuwe Iran’ is en beweerde dat Ankara en Doha (Qatar) een as van Moslimbroederschap aan het vormen zijn, naar Iraans model. Een vijandige soennitische as met een nucleair Pakistan.’ Volgens Middle East Monitor concludeerde een Israëlische commissie voor defensiebeleid dat ‘een Turksgezind Syrië een grotere dreiging zou kunnen vormen dan Iran.’

De voormalige Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant riep westerse landen op om wapenleveringen aan Turkije te heroverwegen, ondanks haar status als NAVO-lid.

Volgens The New Arab zijn Turkse pogingen om meer voet aan de grond te krijgen in het Syrië van al-Sharaa Israël een doorn in het oog. Terwijl Turkije streeft naar het herstel van gezag in Syrië, prefereert Israël een verdeeld Syrië, en heeft het meer land ingenomen binnen de grenzen van Syrië.

Hondenbrokken

0

Ergens in februari van dit jaar, nog voor de laatste oorlog met Iran begon, zat ik in Gouda naast een Iraans-Nederlandse wetenschapper die linkse westerlingen naïef vond; naïef tegenover wat ooit de derde wereld heette en tegenwoordig de Global South wordt genoemd, en vooringenomen in hun weerzin jegens het Amerikaanse imperium. Oftewel: hij verweet hun provincialisme aan de rafelranden van het imperium.

Ik schreef hierover in de Kanttekening.

Deze wetenschapper dacht dat een deel van het Iraanse volk een Amerikaanse oorlog tegen het eigen regime zou kunnen ondersteunen. Hij stond daarin niet alleen. De Mossad en Netanyahu dachten hetzelfde en met die gedachte bevalen zij hun oorlog aan bij Amerika. De pitch werkte, de Israëlische oorlog werd ook Amerikaans, de uitwerking liet te wensen over. Zoveel weten we inmiddels.

Het hoofd van de slang van de ayatollahs mag dan aan het begin van deze oorlog zijn afgebeten, het Iraanse volk kwam niet in opstand. Iran won de oorlog, dwong Amerika op de knieën en Amerika dwong Israël op de knieën. Israël is de grote verliezer. Eens te meer is duidelijk geworden dat als puntje bij paaltje komt, Israël luistert naar zijn meester in Washington. Wat ook meteen duidelijk maakt dat Washington deze macht niet heeft willen inzetten als het gaat om de slachtingen, de genocide in Gaza. Hoeveel Gazanen Israël afslacht, heeft namelijk geen invloed op de olieprijs. Als Iran de Straat van Hormuz afsluit, heeft dat direct invloed op de olieprijs. Al aan het begin van de oorlog schreef Thomas Friedman, columnist voor The New York Times, dat het einde van de oorlog bepaald zou worden door die olieprijs. Welnu, hij had gelijk.

Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd

Trump, bang dat al te dure benzine ertoe zal leiden dat hij in november bij de tussentijdse verkiezingen de meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden zal verliezen, kon niet wachten een deal met Iran te sluiten. Wetend dat Iran de Amerikaanse kiezer geen zier interesseert, maar de eigen portemonnee wel. (Niet dat kiezers elders wezenlijk anders zijn.)

De onderhandelingen met Iran lopen nog en aangezien wispelturigheid het handelsmerk is van Trump, zou hij best wel weer eens kunnen beginnen met het bombarderen van Iran als hij vreest dat zijn imago als winnaar in het geding komt. Maar hij weet dat elke hervatting van de oorlog hem alleen zal verzwakken, Iran weet dat ook. De Iraanse onderhandelingspositie is riant, het enige gevaar is dat Iran aan dezelfde hoogmoed zal lijden die Trump ertoe bracht even in de Amerikaanse onoverwinnelijkheid te geloven.

Wat heeft deze oorlog tot nu toe opgeleverd? Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd. Het heeft de militaire macht van Amerika, voor zover dat nog nodig was, ontmaskerd. Ja, Amerika kan moeiteloos en betrekkelijk risicoloos vrijwel elk land op deze aarde bombarderen. Maar oorlog is een middel om een doel te bereiken en als middel faalt die bommenmacht keer op keer. Ze faalt zelfs als Amerika bereid is grondtroepen in te zetten (zie Afghanistan, zie Irak). Keer op keer leren we: de oorlog werd gewonnen, het politieke doel werd niet gehaald.

We kunnen nog iets verder teruggaan, naar Vietnam. De oorlog werd niet eens gewonnen, laat staan dat het politieke doel werd gehaald. Niemand weet meer waarom die oorlog, met miljoenen slachtoffers, ook alweer werd gevoerd.

Door de laatste oorlog is de Amerikaanse militaire macht minder afschrikwekkend geworden.

JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt

Amerika moest diverse concessies doen om te bereiken dat Iran de Straat van Hormuz weer zou openen, terwijl die Straat voor de oorlog gewoon open was. Vrijwel geen land kan een oorlog tegen Amerika winnen, maar je kunt Amerika effectief chanteren door de wereldhandel te saboteren. Dat is een van de lessen van deze oorlog.

JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt. Hij zei dat Israël een paria was geworden en dat het enige land dat bereid was wat hondenbrokken naar Israël toe te werpen Amerika was en dat de hond er daarom maar beter aan deed zich te gedragen, anders zou het ook met die hondenbrokken weleens gedaan kunnen zijn.

De oorlog werd gevoerd, opdat men elkaar dezelfde hondenbrokken toewierp die men elkaar ook zonder oorlog had kunnen toewerpen. En nee, ik ben geen pacifist.

De voormalige Amerikaanse diplomaat Robert Malley schreef dat de oorlog er misschien toe zou kunnen leiden dat Amerika tot het inzicht komt dat Iran eigenlijk helemaal geen Amerikaans probleem is.

Inzicht putten uit verloren oorlogen. Wie weet. Een mens moet ergens hoop uit peuren.

Nieuwe ‘etnische eenheidswet’ bedreigt minderheden buiten China

0

De lange arm van China reikt met de nieuwe ‘etnische eenheidswet’ nog verder dan voorheen. China claimt met de nieuwe wet het ‘recht’ te hebben om groepen die ‘de Chinese staat en eenheid’ bedreigen aan te vallen, ook buiten zijn eigen territorium. Oeigoeren, Tibetanen en andere minderheden zullen de Chinese onderdrukking nu nog scherper voelen, zo meldt de nieuwssite China Global South Project.

Etnische minderheden zoals de islamitische Oeigoeren worden al decennialang gemarginaliseerd en in kampen geplaatst, waar ze zelfs slachtoffer zijn van genocidale assimilatiepolitiek. Zo worden Oeigoeren gedwongen afstand te nemen van hun islamitische en Turkse cultuur en zich aan te passen aan de dominante Han-Chinese cultuur.

Andere minderheden, zoals Tibetanen, Zuid-Mongolen en Hongkongers, roeren zich nu ook vanwege de nieuwe Wet voor Etnische Eenheid, die op 1 juli ingaat. Ze willen dat de Nederlandse overheid stappen onderneemt om deze diasporagemeenschappen beter te beschermen tegen de Chinese staat.

Het Europees Parlement heeft in april een resolutie aangenomen tegen de nieuwe Chinese wet. Activisten willen dat de Tweede Kamer ook zelf een motie indient tegen de dreiging vanuit China voor minderheden. Maar het is de vraag of Nederland de economische grootmacht voor het hoofd wil stoten, aangezien China de capaciteit heeft om harde sancties op te leggen.

In de afgelopen jaren zijn de betrekkingen tussen Nederland en China complexer geworden. Enerzijds is er een groeiende economische samenwerking, met China als een belangrijke handelspartner voor Nederland. Anderzijds zijn er zorgen over mensenrechten en de invloed van China op de Nederlandse politiek en samenleving.

Gaza: ‘Kinderen zitten door de oorlog vol verdriet’

0

Daoud Fawadleh van Right To Play ziet hoe oorlog en geweld diepe sporen nalaten bij Palestijnse kinderen in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Kinderen kampen met trauma’s en hebben behoefte aan veilige plekken om te spelen en te leren.

‘Ik heb meerdere kinderen horen zeggen: ik wil ook dood.’ Daoud Fawadleh zit in het kantoor van hulporganisatie Right To Play in Amsterdam-Zuid. Hij is voor een kort bezoek in Nederland, maar brengt de meeste dagen door in Ramallah op de Westoever, waar hij werkt als hoofd van de Right To Play-afdeling die Palestijnse kinderen helpt hun trauma’s te verwerken.

’s Avonds maakt hij lange wandelingen door het Vondelpark, want ‘dat kan in Palestina niet’, zegt hij. ‘Daar is het gevaarlijk om te veel rond te lopen. Als je buiten de stad komt, loop je al snel tegen checkpoints aan en is het risico om aangevallen te worden groot.’

De familie van Fawadleh vluchtte uit Palestina in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Ze waren op zoek naar een beter bestaan in Colombia en kwamen uiteindelijk terecht in Venezuela, waar Fawadleh het eerste deel van zijn leven doorbracht. Daarna, toen hij negen jaar oud was, besloot de familie terug te gaan naar de Westoever. ‘De jaren ’90, tijdens de Oslo-akkoorden, waren hoopvolle tijden’, vertelt de inmiddels veertigjarige man.

Tweede Intifada

Maar die hoop was van korte duur. In 2000 storten de Oslo-akkoorden in en breekt de Tweede Intifada uit. Fawadleh is dan een tiener en de gewelddadige periode maakt grote indruk op hem. Er zijn in die jaren veel confrontaties tussen het Palestijnse verzet en het Israëlische leger. Meer dan 4.000 Palestijnen worden gedood en bijna 50.000 raken gewond. Aan de Israëlische kant worden ruim duizend mensen gedood en raken nog eens 4.500 gewond.

‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind’

Fawadleh kan in die periode niet bij zijn ouders in het dorp wonen, want zijn school is in Ramallah. Door de checkpoints, de controlepunten die het Israëlische leger op veel plekken op de Westoever heeft opgezet, kan hij op dat moment niet makkelijk heen en weer reizen. Hij slaapt in een kleine kamer in een winkel van zijn familie. Hij is vaak alleen, eet bijna niets anders dan brood en hummus en herinnert zich vooral de angst uit die periode. ‘Voor de Tweede Intifada was ik een perfecte student; ik haalde hoge cijfers, ik was ambitieus, maar tijdens de Intifada veranderde dat. Ik was bang en zenuwachtig, ik kon me nergens meer op focussen.’

Maar het komt goed; Fawadleh studeert af van de middelbare school en gaat studeren aan de Birzeit Universiteit op de Westelijke Jordaanoever. Daarna werkt hij bij verschillende humanitaire organisaties. Sinds 2024 is hij de programmamanager van Right To Play in de Palestijnse gebieden. ‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind.’

Spelen in Gaza

Right To Play werkt onder meer in Gaza en op de Westoever. De organisatie is al sinds 2009 actief in Gaza en is sinds 7 oktober 2023 bezig met uitbreiden. Met financiële hulp van de Nederlandse AFAS Foundation heeft de organisatie het project Circle of Hope opgezet. Zo’n 1.100 kinderen en hun ouders krijgen in Gaza mentale hulp en onderwijs. Drie medewerkers van Right To Play leiden lokale begeleiders op om de lessen en sessies te geven. Fawadleh hoopt tijdens dit bezoek aan Nederland nog meer steun voor zijn projecten te vinden.

Palestijnse meisjes doen mee met een activiteit van Right to Play

Zo goed als alle scholen in Gaza zijn verwoest of omgezet in opvanglocaties voor ontheemde Palestijnen. Zo’n 650.000 schoolkinderen hebben daardoor geen toegang meer tot onderwijs. ‘In Gaza is er bijna geen elektriciteit, we hebben geen echte klaslokalen, want de gebouwen zijn verwoest, maar wij Palestijnen zijn creatief en innovatief. We hebben tijdelijke leerruimtes opgezet’, vertelt Fawadleh. Op zijn laptop laat hij filmpjes van de leerruimtes zien. Kinderen zitten in tenten op de grond, vaak op het zand. Ze spelen een spelletje, tekenen in een schriftje of kijken aandachtig naar een van de begeleiders die sommetjes uitlegt.

‘Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood’

‘Kinderen zitten door de oorlog vol verdriet. Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood, dan kan ik bij mijn moeder, of vader, of broertje zijn. Ze hebben een plek nodig waar ze een uur of twee normaal kunnen zijn, waar ze gewoon een kind kunnen zijn en kunnen spelen. Van buitenaf lijkt spelen misschien een luxe, maar voor ons is spelen onderdeel van de bescherming van kinderen. Als je hoofd vol zit met oorlog, heb je geen ruimte om te leren of andere activiteiten te doen. Daar willen wij bij helpen.’

Spelen op de Westoever

Niet alleen in Gaza, maar ook op de Westoever, waar Fawadleh woont, is Right To Play actief. ‘Op de Westoever is sinds 7 oktober ook veel verloren gegaan’, zegt de programmamanager. ‘De checkpoints zijn een groot probleem, want niet alle leraren wonen op dezelfde plek als waar de school staat. Soms kunnen docenten dus niet bij hun leerlingen komen.’

Een andere factor zijn de Israëlische aanvallen, die tegenwoordig bijna dagelijks voorkomen. In de laatste jaren zijn er meer dan honderd kinderen gedood op de Westoever en ruim duizend gewond geraakt door aanvallen van het Israëlische leger of Joodse kolonisten. ‘Ik heb de aanvallen met mijn eigen ogen gezien. Ik zie de angst in de ogen van kinderen, ik weet wat ze hebben meegemaakt. Ik heb militairen kinderen zien slaan.’

Daarnaast int Israël een groot deel van de belasting- en douane-inkomsten van de Palestijnse Autoriteit (PA) en draagt die normaal gesproken af. Sinds de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 heeft Israël een groter deel van deze gelden ingehouden of vertraagd, wat heeft geleid tot een financiële crisis bij de PA. Daardoor konden ambtenaren, onder wie leraren, vaak slechts gedeeltelijke salarissen ontvangen. Volgens Fawadleh zijn sommige scholen daarom teruggegaan naar drie lesdagen per week.

Beeld: Right to Play

Volgens de PA hebben meer dan 84.000 leerlingen op de Westelijke Jordaanoever te maken gehad met onderbrekingen in hun onderwijs als gevolg van incidenten zoals aanvallen door kolonisten, militaire invallen en de sloop van scholen. Meer dan tachtig scholen, die onderwijs bieden aan ongeveer 13.000 leerlingen, lopen het risico op volledige of gedeeltelijke sloop door de Israëlische autoriteiten op de Westoever en in bezet Oost-Jeruzalem. Alleen al tussen juli en september 2025 zijn op de Westoever meer dan negentig onderwijsgerelateerde incidenten gedocumenteerd.

‘Geen wapens, alleen hoop’

Dat maakt het werk van Right To Play zo belangrijk, vindt Fawadleh. Hij vertelt over een zesjarig meisje dat hij in 2024 ontmoette in Tulkarem tijdens een ‘leermarathon’. ‘Het was een leeswedstrijd, maar het ging allemaal via spelen. Dat is wat we doen: leren door te spelen.’

In diezelfde periode waren er veel Israëlische aanvallen op Tulkarem, duizenden Palestijnen raakten ontheemd en hun huizen werden verwoest. ‘Het meisje van zes was een van de ontheemden en tijdens de leermarathon zei ze: “Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik me gelukkig voel.” Ze was alles kwijt: haar speelgoed, haar thuis. En nu voelde ze zich eindelijk weer gelukkig, dat is de soort impact die ik hoop te hebben. Het gaat niet zomaar om duizend kinderen. Ieder kind heeft een naam, een verleden, dromen, angsten, en ze hebben een toekomst.’

Over de vraag hoe hij hoop houdt, moet Fawadleh even nadenken. Hij vertelt over een van zijn vrienden die naar Barcelona is verhuisd. ‘Hij zegt tegen mij: “Daoud, je moet ook emigreren, hier is het leven beter.”’ Maar voorlopig blijft hij in Palestina. ‘Ik heb een missie in het leven. Wat die missie is? Dat laat ik aan het lot over. We hebben geen wapens, alleen hoop.’

Suriname herdenkt op 1 juli afschaffing van slavernij en staat stil bij VN-resolutie

0

Suriname staat volgende week, op 1 juli, stil bij de 163-jarige herdenking én viering van de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij. In de hoofdstad Paramaribo komen Surinamers bijeen bij het standbeeld Kwaku. Zo meldt de Waterkant.

Dit jaar wil de organisatie Stichting Comité Herdenking Afschaffing Slavernij en Onderzoek naar het Slavernijverleden extra nadruk leggen op de VN-resolutie waarin slavernij als de ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ is aangenomen.

1 juli 1863 is de officiële datum van de afschaffing van de slavernij, maar in Suriname werd die nog eens met tien jaar verlengd, tot 1873, als ‘schadeloosstelling’ voor de plantagehouders die hun inkomsten verloren. De slavenhouders zijn de enige groep die tot nu toe een financiële compensatie heeft ontvangen. Slachtoffers, nabestaanden en nazaten van tot slaaf gemaakten hebben die nooit gekregen.

In Nederland gaan al lange tijd stemmen op om ook de ware slachtoffers van de slavernij en hun nabestaanden schadeloos te stellen voor de misdaden die toen zijn begaan. Volgens de activist Regillio Vaarnold schiet de 200 miljoen euro die na de excuses van Mark Rutte beschikbaar werd gesteld tekort. In een interview met de Kanttekening in 2022 stelde hij dat het bedrag volgens zijn berekeningen 20 miljard euro zou moeten zijn.

D66, Denk en Volt krijgen Kamer mee voor debat over islamofobie

0

De jarenlange oproep van vele Nederlandse moslims en moskeeën voor meer aandacht voor moslimhaat lijkt te worden gehoord. De Tweede Kamer komt binnenkort voor het eerst plenair bijeen om te spreken over de recente gewelds- en vandalisme-incidenten bij moskeeën. 

D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga spreekt zich op LinkedIn uit over de toenemende aanvallen op de moslimgemeenschap in Nederland. ‘De aanvallen op moskeeën die we de laatste tijd hebben gezien, maken mij ernstig bezorgd. Vernielingen, bekladdingen, regelrechte intimidaties. Deze acties lijken maar één doel te hebben: moslims het gevoel geven dat er geen plek voor hen is in Nederland’, zegt hij.

Hij heeft samen met zijn collega Mahjoub Mathlouti (ook D66) Kamervragen gesteld. Zij willen weten of er een ‘patroon’ is van ‘gerichte aanvallen met een discriminerend karakter’. Ook vinden zij het belangrijk om met belangenorganisaties in gesprek te gaan en blijvend in kaart te brengen hoeveel aanvallen er plaatsvinden.

Voor Bamenga is het tijd voor ‘actie’: ‘In dit land heeft iedereen de vrijheid om zichzelf te zijn. Dat laten wij ons niet afpakken.’ Nederlanders moeten volgens hem beter hun best doen om de gevoelens van onveiligheid onder Nederlandse moslims te bestrijden. ‘Niemand mag zich in Nederland onveilig voelen vanwege zijn of haar geloof. De veiligheid van moslims in Nederland moet daarom nu vooropstaan’, aldus Bamenga die samen met collega’s van Denk en Volt een debat over moslimdiscriminatie heeft aangevraagd.

Opvallend genoeg kreeg dat verzoek wel steun van coalitiepartij CDA (naast Pro, PvdD, ChristenUnie, SP, D66, Volt en Denk), maar niet van de VVD en de partijen rechts daarvan. In een reactie aan de Kanttekening zegt Bamenga het vreemd te vinden dat geweld en vernielingen bij moskeeën door de media vaak worden omschreven als ‘vandalisme’.

Tweede Kamer krijgt 120.000 kaarten tegen uitzetting asielkinderen

0

De Tweede Kamer heeft dinsdag 120.000 steunkaarten ontvangen met de oproep om zogenoemde gewortelde asielkinderen in Nederland te laten blijven.

De kaartenactie is opgezet door Kerkasiel Kampen, samen met kerken, Amnesty International Nederland en andere maatschappelijke organisaties.

Met de actie vragen de initiatiefnemers aandacht voor ongeveer 420 kinderen van asielzoekers die al jarenlang in Nederland wonen, hier naar school gaan en een sociaal leven hebben opgebouwd, maar desondanks het risico lopen te worden uitgezet. De steunkaarten droegen de boodschap: ‘Laat ze blijven’.

Voorafgaand aan de overhandiging verzamelden enkele honderden mensen zich op het Malieveld in Den Haag voor een manifestatie. Daar spraken vertegenwoordigers van verschillende kerken en maatschappelijke organisaties zich uit voor een menselijker asielbeleid. Vervolgens werden de kaarten in tientallen postzakken naar de vaste Kamercommissie voor Asiel en Migratie gebracht.

De actie komt voort uit het initiatief van Kerkasiel Kampen, dat sinds november 2024 onderdak biedt aan de met uitzetting bedreigde familie Babayants uit Oezbekistan. Volgens de organisatoren laat de grote hoeveelheid steunkaarten zien dat er breed maatschappelijk draagvlak bestaat voor een oplossing voor kinderen die in Nederland zijn geworteld.

De initiatiefnemers hopen dat de politiek zich opnieuw buigt over de positie van deze kinderen. Volgens hen zouden kinderrechten en het belang van het kind zwaarder moeten meewegen bij beslissingen over verblijf en uitzetting.

Waarom is er zo weinig aandacht voor brand en vernielingen bij moskeeën?

0

De afgelopen tijd waren er opnieuw brandstichtingen en vernielingen bij moskeeën. Veel moslims maken zich zorgen over toenemende moslimhaat in ons land. Toch lijkt de aandacht vanuit politiek en media maar beperkt. Ons panel buigt zich over de vraag hoe dat komt.

Ruben Arnhem, docent

‘Het beschadigen van een geloofsgebouw is onacceptabel. Sterker nog: het beschadigen van andermans eigendom is altijd onacceptabel, ongeacht om welk gebouw het gaat.

We leven in een samenleving met mensen die verschillende overtuigingen, geloven, normen en waarden hebben. Juist daarom moeten we elkaars vrijheid en eigendommen respecteren. Een verschil van mening geeft niemand het recht om gebouwen te vernielen, te bekladden of te beschadigen.

Wat mij betreft wordt vandalisme tegen een moskee net zo serieus genomen als vandalisme tegen een kerk, synagoge of welk ander gebedshuis dan ook. In Nederland hebben we de vrijheid van godsdienst. Die vrijheid brengt ook de verantwoordelijkheid met zich mee om elkaar met respect te behandelen.

Laten we daarom niet kiezen voor vernieling en verdeeldheid, maar voor respect en samenleven. Dat is de basis van een sterke en vrije samenleving.’


Mostafa Hilali, militair’

‘Ik noem het niet eens meer islamofobie, maar gewoon wat het is: haat en terreur gericht tegen moslims. Varkenskoppen, bloed, hakenkruizen, leuzen op muren, haatbrieven en dreigbrieven. Het is allemaal voorbijgekomen. Toch was er telkens wel een reden om er politiek niet al te veel aandacht aan te besteden.

‘Het is alsof partijen het lastig vinden om zich uit te spreken’

Dat is wel een beetje de tendens rondom dit onderwerp. Het is alsof partijen het lastig vinden om zich uit te spreken en gewoon te zeggen: dit kan niet. De politieke stilte is niet onschuldig. Wat moet er gebeuren voordat we eindelijk kunnen en durven erkennen dat er sprake is van een probleem? Het doet me aan het boek Animal Farm van George Orwell denken. All animals are created equal, but some are more equal than others. En in dit geval, it’s not us.’


Ayala Levinger, softwareontwikkelaar

‘De beperkte aandacht voor branden bij moskeeën heeft te maken met islamofobie en de manier waarop moslims in het publieke debat vaak als probleemgroep worden neergezet. Jarenlange politieke retoriek over migratie en de islam heeft anti-moslimsentimenten genormaliseerd en zorgde ervoor dat incidenten tegen moslims minder snel dezelfde maatschappelijke verontwaardiging oproepen. Daarnaast zie je dat politici veel aandacht besteden aan antisemitisme. Antisemitisme is een ernstig probleem en moet bestreden worden. Maar wanneer de aandacht vrijwel uitsluitend daarop gericht is, raken andere vormen van haat en discriminatie, zoals islamhaat, onderbelicht.

Het grootste probleem vind ik echter de rol van de journalistiek. De pers hoort een waakhond van de democratie te zijn. Journalisten zouden politieke boodschappen kritisch moeten onderzoeken in plaats van ze simpelweg te herhalen. Als politici spreken over een stijging van antisemitisme, dan zouden journalisten moeten onderzoeken of het echt klopt, hoe wordt het gemeten en hoe zit het in verhouding tot andere vormen van haat en discriminatie. Ze zouden ook moeten kijken naar ontwikkelingen rond moslimhaat, geweld tegen moskeeën en andere incidenten die veel minder aandacht krijgen.’


Ahmed Abdillahi, postbezorger

‘Voor mij blijft het eerlijk gezegd moeilijk te begrijpen waarom een brand of vandalisme bij een moskee vaak minder aandacht krijgt dan bij een ander gebedshuis. Laatst was er in Rotterdam weer vandalisme bij een moskee. De burgemeester heeft dat veroordeeld, maar er is meer aandacht en duidelijkheid nodig.

‘In gesprekken hoor ik vaker harde opmerkingen en meer aversie richting moslims’

Wat mij betreft moeten we duidelijk zijn: haat en geweld tegen welke geloofsgroep dan ook horen niet thuis in onze samenleving. Dus ook niet tegen moslims. Ik maak me zorgen omdat ik merk dat negatieve gevoelens tegenover moslims steeds normaler lijken te worden. In gesprekken hoor ik vaker harde opmerkingen en meer aversie richting moslims. Dat is geen goede ontwikkeling.

De media en politiek moeten hier serieus aandacht aan besteden. Want als een moskee wordt aangevallen of beschadigd, raakt dat een hele gemeenschap. Moslims horen bij Nederland en gaan nergens heen. Daarom is het belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven en leren samenleven met respect voor elkaar, ondanks onze verschillen.

Als we vrijheid van geloof belangrijk vinden, dan moeten we ieder gebedshuis beschermen en iedere vorm van haat even serieus nemen.’


Yunus Kaplan, docent maatschappijleer

‘Moskeeën in Nederland worden nog te vaak niet worden gezien als plekken waar iets mee aan de hand is, in plaats van bescherming nodig hebben.

‘Bij moskeeën wordt het vaak kleiner gemaakt’

Als een gebedshuis wordt bedreigd, zou de reflex simpel moeten zijn: mensen moeten daar veilig kunnen bidden en samenkomen. Maar bij moskeeën wordt het vaak kleiner gemaakt. Een incident. Vandalisme. Iets lokaals.

Dat komt niet uit het niets. Moslims worden in het publieke debat vaak aangesproken op problemen, risico’s en loyaliteit. Minder vaak worden zij gezien als burgers die zelf kwetsbaar zijn. De vraag is dus niet waarom er wél ophef is bij anderen. Die ophef hoort er te zijn. De vraag is waarom die reflex bij moslims zo zwak blijft.’

Lees ook:

Kritiek op politieke stilte na aanval op Rotterdamse moskee en brand bij Turks restaurant

Rotterdamse moskee bekritiseert politie na vernielingen, verschil met synagoge

VN: humanitaire situatie in Myanmar verslechtert snel

0

De humanitaire situatie in Myanmar verslechtert in hoog tempo. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Verenigde Naties, waarin wordt gewaarschuwd voor toenemend geweld door het leger en een sterke afname van internationale hulp aan de bevolking.

Volgens de VN zijn in een periode van zes maanden meer dan 700 burgers om het leven gekomen door toedoen van het Myanmarese leger. Het grootste deel van de slachtoffers viel bij luchtaanvallen op burgerdoelen. Onder de getroffen locaties bevonden zich onder meer een boeddhistisch festival en een theehuis waar mensen bijeen waren gekomen om naar een voetbalwedstrijd te kijken.

Myanmar verkeert sinds de militaire staatsgreep van 2021 in een diepe politieke en humanitaire crisis. Het leger zette destijds de democratisch gekozen regering af en greep de macht. Sindsdien woedt een burgeroorlog tussen de junta en verschillende verzetsgroepen. De VN stelt dat het leger bombardementen inzet om de bevolking te intimideren en steun voor oppositiegroepen te ontmoedigen.

Naast het geweld baart ook de afname van humanitaire hulp zorgen. Volgens het VN-rapport worden hulporganisaties belemmerd door militaire blokkades, terwijl internationale bezuinigingen hebben geleid tot minder steun voor ontheemden, onderwijsprojecten en psychosociale zorg. In sommige gevallen zijn hulpprogramma’s zelfs volledig stopgezet.

VN-mensenrechtenchef Volker Türk waarschuwt dat de bevolking van Myanmar dreigt te worden vergeten door de internationale gemeenschap. Hij roept landen en donoren op hun steun niet verder af te bouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de miljoenen mensen die afhankelijk zijn van hulp.