Wat politici zeggen over bevolkingsgroepen werkt door in kranten en op sociale media. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden hebben invloed: als zij vaker, negatiever of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, zie je dat daarna terug op sociale media en, in mindere mate, in kranten.
Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage Tussen Kamer, krant en sociale media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Volgens de staatscommissie schuilt daarin het risico dat discriminerende taal in het publieke debat steeds normaler wordt. Dat terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 van de Grondwet in Nederland verboden is.
Discriminatie is een diepgeworteld en wijdverbreid probleem in de Nederlandse samenleving. Het raakt mensen persoonlijk en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie in sectoren als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen ten opzichte van het jaar daarvoor.
Om beter inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen politiek, media en sociale platforms, liet de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een grootschalige analyse uitvoeren. Zij onderzochten toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen in nationale kranten en reacties op YouTube onder de kanalen van de Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. In totaal werden miljoenen teksten uit de periode 2014–2024 geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe vaak bevolkingsgroepen worden genoemd, met welke emotionele lading dat gebeurt en hoe vaak sprake is van discriminerende uitingen.
De resultaten laten zien dat vooral politieke uitingen richtinggevend zijn. Wanneer Kamerleden vaker en negatiever spreken over bevolkingsgroepen, is dat later terug te zien in reacties op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in omgekeerde richting: als op sociale media vaker en negatiever over bevolkingsgroepen wordt gesproken, is dat daarna ook zichtbaar in uitingen van Kamerleden.
Volgens commissievoorzitter Joyce Sylvester kan zo een neerwaartse spiraal ontstaan waarin discriminerende taal geleidelijk wordt genormaliseerd. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd’, stelt zij. Het doorbreken van die normalisering vraagt volgens haar om blijvende bewustwording van de impact van woorden. Discriminerende taal is niet acceptabel, juist niet in het politieke en publieke debat, aldus de commissie. Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en aan het tegengaan van discriminatie en racisme in Nederland.
Eindelijk is er licht aan het eind van de tunnel. Eind vorige maand presenteerden drie coalitiepartijen (D66, CDA en VVD) hun coalitieakkoord en inmiddels zijn ook de poppetjes rond. Na de verkiezingen luidde de kop van mijn hoofdredactioneel: ‘De redelijkheid wint, maar onredelijkheid is niet verdwenen’. Bicultureel en nuchter Nederland was even opgelucht: de PVV was niet langer de grootste en werd bovendien uitgesloten door D66 en CDA. Ook de VVD van Yesilgöz, die Wilders salonfähig had gemaakt, had verloren.
Maar wie het akkoord nu leest, ziet dat de berg een muis heeft gebaard. In mijn omgeving hoor ik veel teleurstelling onder biculturele Nederlanders binnen D66 en CDA over hun partijtop. Van de toon van de positieve agenda van Jetten en Bontenbal is weinig over. Het akkoord is niet verbindend en zet moslims opnieuw in een verdacht hoekje.
Veel moslim- en biculturele Nederlanders stemden op D66 omdat Rob Jetten zich tijdens de verkiezingscampagne nadrukkelijk uitsprak tegen het normaliseren van haat en uitsluiting. In debatten met Wilders sprak hij over ‘haatprediken’ en hield hij Dilan Yesilgöz verantwoordelijk voor het feit dat zij daar onvoldoende grenzen aan stelde. Wie zwijgt legitimeert, was Jettens boodschap.
Ook Henri Bontenbal zei in mijn interview met hem dat ‘moslims volwaardig onderdeel zijn van onze samenleving’. Juist daarom wringt het dat deze helderheid in het uiteindelijke coalitieakkoord verdampt: moslims worden niet expliciet genoemd, moslimdiscriminatie wordt niet benoemd en de schade van jarenlange stigmatisering blijft onbesproken. Dat is opmerkelijk, omdat kabinetten-Rutte III, IV en zelfs kabinet-Schoof I moslimdiscriminatie wél benoemden in hun regeerakkoorden.
De toon is fatsoenlijker, maar de morele grens die Jetten in debatten trok, is in het akkoord nauwelijks terug te vinden. Moslims worden in het akkoord vooral als dader benaderd (jihadisme, haatimams, niqabdraagsters). Het sneller beboeten van overtreding van het verbod op gezichtsbedekkende kleding is pure symboolpolitiek en in wezen strijdig met artikel 1. Stigmatiserend en polariserend. In het akkoord ontbreekt elke erkenning dat moslims zelf óók doelwit zijn van extremisme, racisme en geweld. Dat is opnieuw een klap in het gezicht van moslims.
Het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen
Was het voor D66 werkelijk zo moeilijk om als grootste partij te eisen dat één korte, inclusieve zin werd opgenomen: dat alle vormen van discriminatie – racisme, antisemitisme én moslimdiscriminatie – hard worden bestreden? Racisme en antisemitisme worden wel expliciet genoemd, wat goed is, maar het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen. Mijn advies aan het kabinet: discrimineer niet bij de aanpak van discriminatie.
Op het gebied van asiel en migratie laat het nieuwe kabinet de asielnoodmaatregelen van Faber over aan de Eerste Kamer, mogelijk in de hoop dat ze daar stranden. Toch is het onbegrijpelijk dat deze wetten van het meest rechtse kabinet in tijden niet direct worden ingetrokken. De gevolgen zijn ingrijpend en onmenselijk, met als schrijnend voorbeeld dat gezinshereniging pas na drie jaar verblijf mogelijk wordt. Tegelijkertijd is er een duidelijke koerswijziging: de asielketen krijgt eindelijk structurele steun. IND, COA en VluchtelingenWerk worden versterkt, de spreidingswet blijft van kracht, noodopvang wordt afgebouwd en er komt meer geld voor stabiele opvang. Anders dan voorheen wordt geïnvesteerd totdat de instroom daadwerkelijk daalt.
Het kabinet blijft inzetten op migratiedeals. Positief is dat de Oeganda-deal voorlopig van tafel is, wat wijst op aandacht voor mensenrechten. Of effectieve en rechtvaardige deals mogelijk zijn, blijft onzeker: grip op migratie is volgens experts een illusie en irreguliere migratie zal blijven bestaan, terwijl het kabinet kiest voor een harde lijn.
Op het gebied van de rechtsstaat wil de coalitie belangrijke stappen zetten, wat ik zeer positief vind. Politiek moet zich niet bemoeien met de rechtspraak. Er komt een ‘stevig schot’ tussen rechtspraak en politiek: de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak wordt onafhankelijk van de minister en de rechtspraak krijgt een aparte begroting. In 2002 werd de rechterlijke organisatie juist ondergeschikt gemaakt aan de minister, wat riskant was voor de onafhankelijkheid, aldus hoogleraar Jonathan Soeharno in NRC. Dit is een zeer belangrijke ontwikkeling, zeker gezien de ontwikkelingen in de VS en Hongarije.
Verder wil de coalitie de kiesdrempel onderzoeken. Nederland is een van de weinige landen waar relatief weinig excessen plaatsvinden, juist omdat het parlement laagdrempelig is en vrijwel alle geluiden vertegenwoordigd zijn – van links tot rechts en ook minderhedenpartijen. In plaats van dat mensen hun recht elders zoeken, kunnen zij hun stem laten horen in de Tweede Kamer. Dat is soms ongemakkelijk, maar dat is democratie. Daarom vind ik een hogere kiesdrempel inherent antidemocratisch, en het is goed dat dit voorstel gisteren in de Tweede Kamer is weggestemd.
Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben zeer benieuwd of de vele biculturele Nederlanders die niet op GroenLinks-PvdA stemden, opnieuw voor D66 kiezen. We gaan het samen zien.
Nieuw onderzoek van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) laat zien hoe moslimjongeren het huidige maatschappelijke en politieke debat ervaren. Zij krijgen dagelijks te maken met subtiele en openlijke vormen van uitsluiting, en dat heeft een zware invloed op hun mentale gezondheid.
Veel moslimjongeren zeggen dat zij vaak negatieve reacties krijgen of lastige vragen moeten beantwoorden. Soms worden ze openlijk buitengesloten, maar meestal gaat het om kleine, subtiele opmerkingen of bepaalde blikken. ‘Door deze alledaagse en inmiddels genormaliseerde situaties komt hun gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen onder druk te staan’, aldus het onderzoeksrapport.
Het onderzoek laat enerzijds zien wat de gevolgen zijn van voortdurende discriminatie voor moslimjongeren. Steeds moeten aanpassen, zichzelf bewijzen of zich onzichtbaar maken kost veel energie en heeft invloed op de keuzes die zij maken: waar ze naartoe gaan, hoe ze zich gedragen en hoeveel ruimte ze zichzelf geven.
Anderzijds laat het onderzoek zien hoe deze jongeren hiermee omgaan. Ze hebben een manier ontwikkeld om met deze situatie om te gaan, en die heeft ook positieve kanten. Doordat ze goed kunnen wisselen tussen verschillende identiteiten, zijn ze flexibel en kunnen ze zich goed in anderen inleven.
Maar niet iedereen lukt het om hier iets positiefs van te maken. De bevraagde jongeren zeggen ook dat de verantwoordelijkheid om met discriminatie om te gaan nu bij hen ligt, terwijl die bij de veroorzakers zou moeten liggen. Ze willen blijvende erkenning van de uitsluiting die zij ervaren én duidelijke stappen van organisaties en professionals om die ongelijkheid te verkleinen.
Er worden regelmatig onderzoeken gedaan naar moslimdiscriminatie. Vorig jaar werd het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse overheid (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken). Ook daaruit bleek dat moslims discriminatie ervaren in onderwijs, werk, huisvesting, gezondheidszorg en in de samenleving.
De bevraagde jongeren in het KIS-onderzoek zeggen terecht dat ze niet nóg meer losse maatregelen zoals een weerbaarheidstraining willen, maar een eerlijke positie en gelijke kansen.
Nog maar eventjes en onze nieuwe bewindslieden staan op het bordes. De vlag kan uit. Ons land heeft een nieuwe regering. De minister van Binnenlandse Zaken staat dan naast de collega van Buitenlandse Zaken. ‘Nou zeg, jij krijgt het druk met al die nog niet opgeloste ellende in de wereld.’ ‘Ja, voor mij is er meer te doen dan voor jou. Het buitenland is nu eenmaal groter dan het binnenland.’
De waarheid is natuurlijk dat beide gezagsdragers volle agenda’s gaan krijgen. Ministers en staatssecretarissen hebben het altijd heel druk.
Hoe en waarmee zij hun dagen de komende vier jaren gaan vullen, is voor ons als gewone burgers niet zo interessant. Wat wel belangrijk is, is de vraag wat de meeste aandacht gaat krijgen van de politiek, van de inwoners en van, niet te vergeten, de media. Gaat de aandacht meer uit naar het buitenland of misschien deze keer naar het binnenland?
Voor het kleine Nederland is het buitenland ontzettend groot. Onze minister die zich daarmee moet bezighouden, krijgt te maken met niet alleen Oekraïne, Jemen, Soedan, de Verenigde Staten, de Westbank, Groenland, de EU en Gaza, allemaal in willekeurige volgorde, maar met nog heel veel meer.
De andere collega’s die over alles wat zich binnen onze landsgrenzen afspeelt gaan, krijgen samen twaalf provincies op hun bordje om daar de orde te handhaven. En dat is iets wat vrij overzichtelijk lijkt.
De afgelopen regeringsperiodes hebben we echter gezien dat die binnenlandse overzichtelijkheid vaak ver te zoeken is. De drones, de kanonnen en de bombardementen over onze landsgrenzen heen werden vanuit Den Haag niet het zwijgen opgelegd. En dat is iets wat ieder weldenkend mens nog wel kan begrijpen. Er zijn andere machthebbers die zich daar ook mee bemoeien. Dat maakt het ingewikkeld.
Maar veel minder gecompliceerde zaken in dat kleine stukje wereld aan de Noordzee, waar wij in Nederland het alleen over te zeggen hebben, bleken onoplosbaar voor de Haagse dames en heren. Regelmatig werd de onoplosbaarheid geformuleerd met één woord: ‘onacceptabel’. En daar bleef het bij.
Asielschip Silja Europa
In de Rotterdamse Merwehaven ligt het voormalige cruiseferryschip Silja Europa. Daarop verblijven nog steeds 2000 asielzoekers. Mannen, vrouwen en kinderen. Al meerdere keren is er aan de bel getrokken over de schrijnende toestanden op het schip. Artsen hebben vorig jaar in een brandbrief melding gemaakt van hoe onveilig het daar is. Fysiek en verbaal geweld, mogelijk seksueel misbruik van minderjarigen, onhygiënische toestanden die de oorzaak zijn van besmettelijke ziekten. Een gevaarlijke situatie, met name voor vrouwen en kinderen.
Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen
De toestand aan boord is zo’n klassiek voorbeeld van wat, vergeleken met de echte grote wereldproblemen, toch oplosbaar zou moeten zijn. Maar nee, het lukt ons niet om ook op dit dossier orde op zaken te stellen.
Net zoals bijvoorbeeld de vreselijke gevolgen voor de kinderen die het slachtoffer waren van de Toeslagenaffaire. Bijna een jaar geleden schreef het Nederlands Juristenblad hierover. Voor alle duidelijkheid: niet over de affaire zelf. Dit gaat over de volgende stap. De gevolgen van die ellende voor de kinderen.
Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen. Zij konden hun opleiding vaak niet afmaken of hun talenten onvoldoende ontwikkelen. De relatie met hun ouders en hun broers en zussen is vaak ernstig en soms onherstelbaar beschadigd. Deze kinderen hebben vaak geen vertrouwen in de overheid, de jeugdzorg en andere hulpverlening, zeker nu duidelijk is dat het de overheid is die met de Toeslagenaffaire de problemen in hun gezin heeft veroorzaakt.
Verdwenen kinderen
En dan kennen we ook nog, alweer een zaak binnen onze eigen landsgrenzen, het verdwijnen van honderden alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Let wel: alleenstaand en minderjarig, die hier als vreemdelingen, lees vluchtelingen, naartoe komen. In de afgelopen vier jaar waren dit er in ons land al meer dan zeventienhonderd. Zeventienhonderd kinderen die zomaar ‘verdwijnen’. Het laat zich raden waar velen van hen in deze ruwe wereld om ons heen terechtkomen. Of uiteindelijk hun einde vinden.
En ook dat is zo’n zaak waar al die bewindslieden die daarmee te maken zouden moeten hebben, ook al geen oplossing voor weten.
Binnenlandse en Buitenlandse Zaken staan naast elkaar op het bordes. Samen met onze koning. Die ene dag is het een moment van feest. We hebben weer een regering. De dag daarna echter gaan onze nieuwe ministers en staatssecretarissen even snuffelen aan de stapel dossiers die op hun bureau liggen. Het echte werk kan beginnen.
De minister van Buitenlandse Zaken gaat aan de gang met wat zich afspeelt in de ‘Grote Wereld’. De ministers van Binnenlandse Zaken pakken hun bescheiden binnenlandse taken op.
Hopelijk kijkt onze Majesteit op dat bordes eventjes over zijn koninklijke schouder in de richting van de bewindslieden van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en voegt hun discreet toe: ‘vergeet vooral niet dat ons eigen binnenland minstens zo belangrijk is als het buitenland’. Een boodschap die de enige hoop is voor de kinderen van de Silja Europa, de kinderen van de Toeslagenaffaire en de verdwenen kinderen uit de opvang.
In onze multiculturele samenleving is kennis van elkaars taal en cultuur geen luxe, maar een voorwaarde voor wederzijds begrip. Bezuinig daarom niet op taalstudies als Duits, zegt Erik Kuit.
‘Wij moeten glashelder zijn over de dreiging: wij zijn het volgende doelwit van Rusland – en we lopen al gevaar.’ De woorden van NAVO-chef Mark Rutte laten weinig aan de verbeelding over. Europa bevindt zich in een geopolitiek tijdsgewricht waarin vrede brozer is dan ooit. Aan de ene kant is er de toenemende dreiging vanuit Rusland, aan de andere kant een steeds onbetrouwbaardere bondgenoot in de Verenigde Staten.
Deze nieuwe wereldorde vraagt om een sterk Europa, en dat vereist meer dan alleen hogere defensiebudgetten. Soft diplomacy is minstens zo belangrijk. Taal en cultuur vormen daarbij geen bijzaak, maar de basis.
Wegbezuinigen van de studie Duits
Juist daarom is het onbegrijpelijk dat de Universiteit van Amsterdam van plan is om negen taal- en cultuuropleidingen af te schaffen, zo berichtte Folia op 1 december 2025. Op Duits en Frans wordt fors bezuinigd; Duits zou mogelijk geïntegreerd worden in andere studies. Als dit plan doorgaat, leidt dat tot fors kwaliteitsverlies. Veel specifieke Duitstalige vakken kunnen niet meer worden aangeboden, met een waterige inhoud van de studie tot gevolg.
Na het wegbezuinigen van de studie Duits als zelfstandige vakgroep aan de Universiteit Utrecht is dit besluit van de UvA de tweede zware klap in korte tijd voor de studie Duitse taal- en letterkunde in Nederland. Na decennia van bezuinigingen krijgt het talenonderwijs opnieuw te maken met ingrepen. De KNAW waarschuwde in 2024 nog expliciet ‘voorlopig geen besluiten te nemen om talenstudies te schrappen of samen te voegen’. Dat advies is door politiek en universiteitsbestuurders naast zich neergelegd. Het gevolg: Duits, de grootste taal van Europa, dreigt te verdwijnen van de roosters van hogescholen, universiteiten en middelbare scholen. Dat is een enorme denkfout met verstrekkende gevolgen.
Door te bezuinigen geven universiteiten en politiek het verkeerde signaal af: talen zouden niet belangrijk zijn
Met een lerarentekort van 3.800 fte, oftewel 5,1 procent, zoals blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit 2024, is dit beleid ronduit onbegrijpelijk. Sommige scholen hebben Duits al afgeschaft omdat zij geen docent konden vinden. Duits en Frans behoren tot de ‘permanente tekortvakken’, aldus de Trendrapportage het ministerie. Tegelijkertijd schreeuwt het bedrijfsleven om werknemers met kennis van de Duitse taal, terwijl Duitsland met een handelsvolume van 205 miljard euro in 2024 de belangrijkste handelspartner van Nederland is, aldus de Duits-Nederlandse Handelskamer op 7 februari 2025.
Daar komt bij dat de taalvaardigheid van leerlingen onder druk staat. De onderwijsinspectie constateert dat leerlingen aan het einde van de basisschool steeds minder goed een gesprek kunnen voeren. Onderzoeksresultaten uit 2024 laten zien dat slechts 69 procent van de leerlingen het basisniveau 1F haalt. Juist met deze cijfers is extra investeren in talenonderwijs noodzakelijk, in alle talen en in alle vakken waarin taalvaardigheid wordt ontwikkeld.
Oekraïense en Syrische leerlingen
In onze multiculturele samenleving is kennis van elkaars taal en cultuur geen luxe, maar een voorwaarde voor wederzijds begrip. Taalonderwijs is het bindmiddel van de samenleving: het stelt ons in staat te communiceren en ons in de ander te verplaatsen. Dat zie ik dagelijks terug in mijn werk als docent Duits en als docent Nederlands als tweede taal aan onder meer Oekraïense en Syrische leerlingen. Hun gemeenschappelijke deler is taal; hun motivatie om te integreren begint bij het leren van taal én cultuur.
Door te bezuinigen geven universiteiten en politiek het verkeerde signaal af: talen zouden niet belangrijk zijn. Dat beeld wordt gevoed door hardnekkige mythes, zoals de gedachte dat Engels alleen voldoende is voor een internationale carrière. Maar duurzame economische en diplomatieke relaties zijn gebaseerd op vertrouwen. Dat ontstaat door kennis van taal én cultuur. AI en vertaalprogramma’s kunnen dat niet vervangen.
Toekomstwaarde
Betere voorlichting over het belang van talen is daarom cruciaal. Niet alleen vanuit Den Haag, maar ook vanuit scholen. Leerlingen en ouders hebben nu te weinig zicht op de beroepsmogelijkheden met talen. Maak duidelijk dat talenkennis onmisbaar is in opleidingen als de Hoge Hotelschool, Business & Languages, journalistiek, cultuur en beleid, technische studies en filosofie. Laat zien dat niet alleen wiskunde, maar ook talen toekomstwaarde hebben.
Effectieve Europese samenwerking begint met het verdiepen in elkaars taal en cultuur
Daarnaast is een toekomstbestendig bekostigingsstelsel nodig. Het huidige lumpsumsysteem uit 1995, waarin opleidingen elkaar kapot concurreren, is niet meer van deze tijd. Het voortbestaan van essentiële opleidingen mag niet afhangen van het keuzegedrag van een achttienjarige of van kortetermijnbesluiten op basis van studentenaantallen van bestuurders. Beperk die macht en veranker opleidingen als Duits als zelfstandige vakgroep in het onderwijsaanbod.
Tot slot is een nationaal wervingsplan nodig voor zij-instromers en talenstudenten die docent willen worden. Draai bezuinigingen terug, investeer in begeleiding en faciliteer studenten met beurzen. Eerdere overheidscampagnes, zoals Kies exact, hebben bewezen dat dit werkt. Effectieve Europese samenwerking begint met het verdiepen in elkaars taal en cultuur. Voor een weerbaar Europa is extra investeren in Duits ook in strategisch opzicht urgenter dan ooit.
In twee weken tijd heeft de Turkse politie 63 mensen opgepakt die worden verdacht van ‘ondergronds’ lidmaatschap van de verboden Gülenbeweging. Vier van hen werden vrijgelaten, 41 daadwerkelijk gearresteerd. De overige verdachten worden nog steeds vastgehouden. Dat meldt nieuwssite Turkish Minute.
De Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Ali Yerlikaya, maakte de ‘oogst’ tegen vermeende gülenisten van de afgelopen twee weken vol trots bekend. ‘De valstrikken die tegen de nationale wil zijn opgezet, worden één voor één ontmanteld. Onze strijd tegen degenen die de eenheid van onze staat en de vrede van ons volk bedreigen, gaat vastberaden door’, schreef hij op sociale media, vergezeld van beelden van arrestanten die door de militaire politie worden afgevoerd. Hij sluit af met de hashtag VredeInTurkije, bijgestaan door een Turks vlaggetje.
Die situatie geldt echter niet voor Turkse staatsburgers die niet volledig aansluiten bij de officiële lijn van het huidige Erdogan‑bewind, waaronder veel linkse Turken, Koerden en aanhangers van de Gülenbeweging. Deze groepen worden al meer dan tien jaar geconfronteerd met vervolging. Vooral gülenisten zijn sinds de mislukte couppoging van 2016 structureel het doelwit van repressieve maatregelen. Ook leraren, rechters, advocaten en journalisten worden vervolgd voor vermeende betrokkenheid bij onder meer de couppoging, zonder dat hiervoor overtuigend bewijs wordt geleverd. In de huidige praktijk kan een vermeende band met de Gülenbeweging al voldoende zijn om langdurige gevangenisstraf te riskeren.
Ook de fastfoodketen Maydonoz Döner (actief in Turkije en met vestigingen in Europa) ondervindt dat. Volgens de Turkse staat zouden vermeende gülenisten zich via dergelijke ondernemingen ‘hergroeperen’, zowel in Turkije als in het buitenland. De Turkse tak van de dönerketen wordt nu, nadat deze is onteigend en de ondernemers zijn opgepakt (het lot van duizenden Turken, onder wie oud-topvoetballer Hakan Şükür van onder meer Galatasaray), geveild met een startprijs van 74 miljoen dollar.
Bijna alle Amsterdamse partijen boycotten Forum voor Democratie en sluiten elke vorm van samenwerking uit.
Ook Amsterdamse partijen (met uitzondering van JA21) sluiten de gelederen tegen de opmars van extreemrechts in de politiek. Forum voor Democratie heeft extreemrechtse personen op de lijst geplaatst die zich in het verleden expliciet racistisch en antisemitisch zouden hebben uitgelaten. Zo meldt AT5.
In de gezamenlijke Amsterdamse verklaring (ondertekend door Partij voor de Dieren, Volt, BIJ1, CDA, D66, Partij voor Morgen, Denk, Partij van de Arbeid, GroenLinks, De Vonk en VVD) wordt Reginald Eeckhout, nummer 7 op de lijst van Forum, expliciet genoemd. Volgens NRC is hij medeoprichter van het extreemrechtse Erkenbrand, een organisatie die pleit voor een zogenoemde ‘blanke etnostaat’. Eeckhout zou zich bovendien lovend hebben uitgelaten over een bekende Holocaustontkenner.
‘Zolang FvD niet ondubbelzinnig en geloofwaardig afstand neemt van de rechts-extremistische opvattingen van kandidaten als Reginald Eeckhout, sluiten wij iedere vorm van politieke samenwerking uit, zowel tijdens de campagne als na de verkiezingen’, staat in de gezamenlijke verklaring van de Amsterdamse partijen.
Na onthullingen over intimidatie en geweld op de Vrije Universiteit Amsterdam rijzen vragen over student Marlon U. Wie is hij, wat is zijn politieke netwerk en waarom greep de universiteit niet in?
Marlon U. (25) is een psychologiestudent aan de VU en oprichter van de Vrijmoedige Studentenpartij (VSP), een uiterst rechtse studentenpartij die op meerdere universiteiten actief was. De afgelopen weken kwam hij uitgebreid in het nieuws na uitgebreide reportages van het Parool en berichtgeving van universiteitskrant Ad Valvas over langdurige intimidatie, geweld en grensoverschrijdend gedrag op de VU-campus, waarbij U. centraal staat. De Vrije Universiteit ligt onder vuur vanwege het uitblijven van ingrijpen.
Volgens het Parool hebben zeker 35 (oud-)studenten en medewerkers verklaard dat zij zich de afgelopen drie jaar onveilig voelden door het gedrag van U. Het zou gaan om een patroon van verbaal geweld, intimidatie, racistische en homofobe uitlatingen, ongewenste aanrakingen, vernielingen en meerdere fysieke incidenten. U. zou onder meer het nazilied Erika hebben gezongen, studenten hebben bedreigd en op 27 november 2025 betrokken zijn geweest bij een zware mishandeling van een medestudent in universiteitscafé Bar Boele.
Voor dat laatste incident zijn U. en een ander VSP-lid, Reinout V., eind december 2025 aangehouden, zo berichtte Ad Valvas. Volgens de politie wordt een 25-jarige man uit Almere verdacht van openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling. De zaak ligt bij het Openbaar Ministerie. Zowel U. als V. ontkennen alle aantijgingen.
De Vrijmoedige Studentenpartij profileert zich als tegenstander van ‘woke-ideologie’ en zegt te strijden voor academische vrijheid en vrij debat. De partij behaalde zetels in studentenraden op onder meer de VU, Universiteit Utrecht, Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam. Na de publicaties over Marlon U. hebben de VSP-fracties op meerdere universiteiten zichzelf ontbonden, inclusief de VSP-fractie op de VU.
Connectie met Forum voor Democratie
Marlon U. heeft banden met Forum voor Democratie (FvD). In 2022 was hij kandidaat voor de gemeenteraad van Almere namens FvD. Daarnaast is hij zichtbaar geweest op bijeenkomsten en online kanalen van de jongerenorganisatie JFvD. Ook onderhield U. contacten met rechtse media de Telegraaf, Ongehoord Nederland, PowNed en Café Weltschmerz om over ‘woke’ te praten en de VU in een kwaad daglicht te stellen. U. stelt dat de VSP een onafhankelijke studentenpartij is en spreekt van een jarenlange ‘hetze’ tegen hem en zijn partij.
De VU stelt in reacties dat zij geen uitspraken kan doen over individuele personen en benadrukt dat meldingen van grensoverschrijdend gedrag altijd serieus worden genomen. Volgens de universiteit worden er soms zichtbare en onzichtbare maatregelen getroffen, maar details daarover blijven vertrouwelijk.
Welke maatregelen kan een universiteit nemen?
Deskundigen en studentenorganisaties wijzen erop dat universiteiten verschillende middelen hebben om in te grijpen bij structureel grensoverschrijdend gedrag. Dat kan variëren van waarschuwingen en bemiddeling tot disciplinaire maatregelen zoals een tijdelijk of permanent campusverbod, schorsing of – in het uiterste geval – uitschrijving. Daarbij hoeft gedrag niet per se strafbaar te zijn om bestuurlijk op te treden.
Artsen zonder Grenzen slaat alarm en roept het nieuwe kabinet op om in actie te komen tegen het Israëlische besluit de hulporganisatie uit Gaza te weren. Volgens Israël voldoet Artsen zonder Grenzen niet aan nieuwe regels voor hulporganisaties. Die beslissing dreigt de toch al beperkte humanitaire hulp verder te ondermijnen.
Moeder Ola staat voor een tent in Gaza en houdt haar bijna twee jaar oude dochter in haar armen. Het meisje heeft twee dunne staartjes in, blote voeten en klampt zich vast aan haar moeder. In een video van het Palestine Children’s Relief Fund vertelt Ola dat haar dochter nog niet kan lopen en dat dat volgens dokters door een calciumtekort komt. Er is te weinig melk beschikbaar in Gaza en daarom kan het meisje zich niet goed ontwikkelen.
Er geldt sinds oktober een staakt-het-vuren in Gaza en volgens de afspraken van dat bestand zouden er 600 vrachtwagens met hulpgoederen per dag het gebied in gaan. In werkelijkheid zijn dat er gemiddeld slechts 130. En dat betekent dat er, ondanks de wapenstilstand na twee jaar oorlog, nog steeds een tekort is aan voedsel, medicijnen en schoon drinkwater. Bijna alle kinderen onder de twee jaar krijgen niet het minimaal nodige dieet. De nieuwe fase van onderhandelingen biedt nog geen zicht op vooruitgang.
En door nieuwe regelgeving kan de humanitaire situatie in korte tijd nog verder verslechteren. Israël kondigde in maart vorig jaar nieuwe regels aan voor de registratie van hulporganisaties, die aankomende maand ingaan. Volgens de nieuwe Israëlische wet zijn hulporganisaties verplicht om gedetailleerde informatie over hun personeel aan te leveren en mogen hulporganisaties geen kritiek op Israël hebben. Kritische rapporten en uitspraken kunnen worden gezien als het ‘delegitimeren van Israël’. In december werd duidelijk wat het niet aanleveren van de gegevens voor gevolgen zou hebben: het intrekken van de vergunning van de gehele hulporganisatie.
Artsen zonder Grenzen moet Gaza uit
Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) trok maandag in Nederland aan de bel. De organisatie roept de toekomstige premier en minister van Buitenlandse Zaken op om zich uit te spreken tegen de herregistratieplicht en ‘daadkrachtig op te treden’. AzG kreeg aan het begin van de maand te horen dat Israël de organisatie definitief weg wil hebben uit Gaza. Het Israëlische ministerie van Diaspora zei dat er ‘stappen zijn gezet om een einde te maken aan de activiteiten van Artsen zonder Grenzen in Gaza’. De hulporganisatie moet 28 februari uit Gaza zijn vertrokken. Volgens Israël is de herregistratieaanvraag van AzG incompleet, omdat de organisatie niet de gevraagde persoonsgegevens van alle Palestijnse en internationale medewerkers heeft overhandigd.
‘We vrezen voor de veiligheid van onze medewerkers’
‘We gaan die gegevens niet overhandigen’, zegt Artsen zonder Grenzen-directeur Karel Hendriks. ‘We weten niet wat er met de informatie gebeurt en vrezen voor de veiligheid van onze medewerkers. Er zijn al 15 van onze collega’s gedood, er zijn grote aanvallen geweest op zorgverleners en we weten ook dat er nog tientallen medische zorgverleners vastzitten in Israëlische gevangenissen.’ In Nederland heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gezegd dat de registratie-eis de Europese privacywetgeving schendt, en ook daar maakt Hendriks zich zorgen om: ‘We lopen dan een juridisch risico. We mogen die gegevens helemaal niet aanleveren.’
Een Palestijnse voedselverkoper wacht op klanten langs een weg in Khan Yûnis. Beeld: Bashar Taleb/AFP
Israël beschuldigt AzG ook van een ‘doelbewuste campagne om de legitimiteit van de staat Israël te ondermijnen’. Het ministerie van Diasporazaken en Antisemitismebestrijding zegt onder meer dat AzG in rapporten spreekt van genocide, etnische zuivering en doelbewuste uithongering door Israël in Gaza. ‘Er is geen campagne om Israël te ondermijnen. We willen een genormaliseerde relatie met de Israëlische autoriteiten. We willen onderhandelen op hoog niveau en hun zorgen over veiligheid aanhoren zonder dat wij al onze principes overboord gooien. Dat we de misdaden van het Israëlische leger veroordelen, betekent niet dat wij niet in gesprek willen met de staat Israël of die staat delegitimeren’, zegt Hendriks.
Gevolgen hulpverlening
Meer dan de helft van de voedselhulp in Gaza wordt geleverd door onafhankelijke ngo’s. Daarnaast beheren de hulporganisaties zo’n 60 procent van de veldhospitalen en verlopen bijna alle behandelingen van kinderen met ondervoeding via diezelfde organisaties. Een mogelijk vertrek van AzG zou volgens Hendriks grote gevolgen hebben voor de hulpverlening in Gaza; een op de vijf ziekenhuizen wordt door AzG ondersteund en een op de drie bevallingen wordt door hulpverleners van AzG begeleid. ‘Het gaat om grootschalige en essentiële vormen van hulp. We leveren technisch ingewikkelde hulp zoals chirurgie, maar bijvoorbeeld ook ons distributienetwerk is enorm. Wat wij doen, kun je niet zomaar overdragen aan andere organisaties.’
Andere organisaties weigeren tot nu toe ook hun personeelsgegevens te delen, maar hebben nog geen officieel besluit van Israël gekregen dat zij definitief weg moeten. Waarom Artsen zonder Grenzen dan wel? ‘Over het antwoord op die vraag kunnen we alleen maar speculeren’, zegt Hendriks. ‘We zijn een uitgesproken organisatie, financieel onafhankelijk en maken autonome keuzes over hoe we werken. Het lijkt erop dat wij extra veel aandacht hebben gekregen van de Israëlische autoriteiten en dat ze van ons een voorbeeld hebben gemaakt, terwijl de eisen andere organisaties op dezelfde manier treffen.’
‘Het verzoek om overleg met Israël blijft onbeantwoord’
Andere hulporganisaties worden dus ook getroffen, en voor hen blijft er veel onduidelijk. Zo is hulporganisatie CARE nog niet officieel gederegistreerd, maar ook niet officieel geherregistreerd. En dat terwijl de herregistratie op 1 maart rond moet zijn. ‘We zien dat de ruimte om te werken stap voor stap kleiner wordt. Het verzoek om overleg met Israël blijft onbeantwoord. We moeten ons nu gaan voorbereiden op verschillende scenario’s’, zegt Deniz Dönmez van CARE.
Huidige beperkingen
Dat het werk van de hulpverleners nu al moeilijker wordt, merkt CARE onder andere aan de status van internationale medewerkers. ‘We hebben dit jaar drie aanvragen ingediend voor internationale collega’s om naar Gaza te gaan; die zijn allemaal afgewezen. Een andere collega die via Israël naar de Westoever zou gaan, is in Tel Aviv teruggestuurd’, zegt Dönmez.
Ook hulporganisatie Oxfam Novib loopt daar tegenaan: ‘Israël weigert onze internationale medewerkers Gaza binnen te laten,’ zegt Mirte Bosch, humanitair expert van Oxfam Novib. Ook deze hulporganisatie heeft nog geen duidelijkheid over haar herregistratie en heeft op dit moment dus geen officiële vergunning. ‘We proberen onze hulp zoveel mogelijk voort te zetten en zullen dat ook blijven doen. We krijgen sinds maart al geen hulpgoederen binnen en moeten het dus doen met wat er lokaal beschikbaar is. We zouden zo veel meer kunnen betekenen voor het opbouwen van levens als Israël ons gewoon ons werk zou laten doen.’
Ook Artsen zonder Grenzen merkt dat het werk in Gaza nu al minder goed uit te voeren is. Hendriks is onder meer bezorgd over het contact met het Israëlische leger. Voorheen had de organisatie contact met het leger over nieuwe hulplocaties en over de routes die hulpverleners aflegden. ‘Dat konden we toen op een veilige manier coördineren, maar dat kanaal is ons ontnomen.’
‘We laten dit niet zomaar gebeuren’
Dönmez van CARE zegt dat de verwachting is dat Israël de komende tijd nog meer restricties zal invoeren. De organisatie probeert daar alvast op voor te sorteren. ‘We verwachten bijvoorbeeld dat Israël het moeilijk zal maken om onze Israëlische bankrekening te gebruiken om collega’s te betalen. We zijn daarom bezig om dat anders te organiseren, zodat we hen in ieder geval kunnen blijven betalen.’
Net als andere hulporganisaties weigert CARE tot nu toe de gegevens van het personeel te delen met Israël. ‘Voor Israël zijn die gegevens slechts een onderdeel van het bredere plaatje. We hebben nul garantie dat het oplevert wat wij willen; namelijk meer toegang en meer hulpverlening.’ Volgens Dönmez zal CARE ook niet op een later moment de informatie delen. ‘Tenzij we zekerheid kunnen krijgen over wat er met die gegevens gebeurt en dat die informatie dus niet bij het Israëlische leger of bij de veiligheidsdiensten terechtkomt. Dan hebben we een ander gesprek, maar dat is nu niet het geval.’
‘We weten dat internationale druk op Israël kan werken’
Hulporganisaties doen er op dit moment alles aan om duidelijkheid te krijgen en te voorkomen dat ze straks geen hulp meer kunnen verlenen in de Palestijnse gebieden. Artsen zonder Grenzen hoopt dat het nieuwe kabinet de druk zal opvoeren. ‘We weten dat internationale druk op Israël kan werken’, zegt Hendriks. ‘De herregistratiedeadline stond eerder in september, maar vanuit Nederland en de EU is er toen druk gemobiliseerd en is de deadline uiteindelijk verschoven.’
Oxfam Novib zegt naar juridische mogelijkheden te kijken. ‘We laten dit niet zomaar gebeuren en zijn ons samen met tientallen andere organisaties aan het beraden op juridische stappen’, zegt Bosch. Ook Hendriks zegt dat zijn organisatie niet zomaar zal vertrekken: ‘We zijn bezig de hulp op te schalen en niet met onze koffers inpakken.’
Afgelopen weekend ging op TikTok het verhaal rond dat Epstein baby’s at. Naar verluidt zouden ze naar cream cheese smaken. Vooral jongeren, maar ook sommige volwassenen geloofden het. Het broodje-aapverhaal werd door algoritmes flink opgepookt.
Pulpmedia zijn op de tablet en de smartphone al lang in de meerderheid. Influencers en AI-gedreven redacties trekken vaak meer aandacht dan de serieuze journalistiek. Maar dat wist je vast al.
Net als dit: volgens sommige veiligheidsexperts en analisten staan we op de drempel van een Derde Wereldoorlog. Voor het eerst sinds de jaren dertig van de vorige eeuw komen fascisten in Europa weer serieus aan de macht. Die twee dingen samen – minder journalistiek, meer fascisme – vormen een levensgevaarlijke combinatie.
Serieuze media en kwaliteitsjournalistiek zijn namelijk een cruciaal wapenschild tegen het fascismemonster. Een van de eerste dingen die despoten als Poetin, Trump en Xi Jinping doen, is de vrije pers een kopje kleiner maken. Ze weten wie hun gevaarlijkste binnenlandse vijand is. Niet voor niets zijn vrijwel alle kritische Russische journalisten op de vlucht gejaagd naar het buitenland, zetten Bezos en Musk in de Verenigde Staten grote mediabedrijven naar hun hand, en sluit China de kritische mediamagnaat Jimmy Lai uit Hong Kong twintig jaar op.
Je kunt stellen dat fascisten en populisten in ons land een handje geholpen zijn doordat de kwaliteitsmedia al vanzelf zijn uitgekleed. Teruglopende advertentie-inkomsten en te weinig abonnees bleken net zo effectief als een dictator. Dagbladen krompen de afgelopen jaren hun redacties in, bekende opinietijdschriften werden eenmanszaken. Serieuze lokale kranten bestaan amper nog. De Nederlandse publieke televisiezenders zijn gevestigd in steeds krappere omroephuizen.
Fascisme wordt geleid door grote schurken, maar uitgevoerd door kleine gekken
Waar zijn straks die krachtige, onafhankelijke kwaliteitsmedia als we ze keihard nodig hebben? Bijvoorbeeld om feilloos alle feiten boven water te krijgen over schimmige politieke en zakelijke populisten? Waar zijn die lokale krantjes die precies weten welke randfiguren ineens op de plaatselijke kieslijst staan? Het is huiveringwekkend dat we bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart kunnen stemmen op personen die antisemitische, racistische en xenofobe uitlatingen op hun naam hebben staan.
Fascisme wordt geleid door grote schurken – maar uitgevoerd door kleine gekken. Doodgewone mensen die de afgelopen halve eeuw onopvallend door onze samenleving stapten, hooguit herkenbaar als ze de beest uithingen als hooligan of tegen de lamp liepen in de misdaad. Nu kruipen deze mensen bovengronds. In Amerika mogen ze overheidswerk doen voor ICE, in Nederland protesteren ze bij asielzoekerscentra of molesteren ze met een knokploegje linkse demonstraties.
Het nieuwe coalitieakkoord maakt 3,4 miljard per jaar extra vrij voor Defensie. Met die in totaal 26,8 miljard per jaar kunnen we aardig wat geweren, tanks, vliegtuigen en soldaten aanschaffen. Alleen: de Nederlandse geschiedenis leert dat zo’n leger soms na één dag oorlog kan worden verslagen. Na capitulatie zijn al die tanks en vliegtuigen voor de vijand.
Meer dan ooit hebben we een oplettend en nuchter oog nodig dat registreert wat er in de grote steden en op het platteland gebeurt. En nee, liever niet nog meer bange beveiligingscamera’s aan elk huis, maar een rationeel instituut dat noch van de staat noch privaat is. Het enige leger dat je niet zomaar uiteen kunt slaan of kunt afpakken, is dat van waakzame journalisten. Dáárom is het jammer dat in het coalitieakkoord niets staat over grote investeringen in onderzoeksjournalistiek en kwaliteitsredactie.
We moeten de publieke omroep uitbreiden en het NOS Journaal versterken. Er moeten waakzame journalisten worden opgeleid die elke dag, uur-in-uur-uit, taalmodellen als ChatGPT trainen met gecontroleerde informatie. Die elk uur van de dag de algoritmes beïnvloeden in de richting van de waarheid. Zo’n journalistenleger kun je niet mobiliseren als het eenmaal is ontmanteld. Dus investeer wat mij betreft een miljard in journalistiek. Anders vrees ik dat Nederland en Europa straks onverdedigbaar zijn.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.