De komst van de islamitische school Novum Saeculum Lyceum in Almere dreigt niet door te gaan. De scholengroep die een schoolgebouw moet delen met de nieuwe school, stapt naar de rechter.
Als de islamitische school er niet komt, is dat tegen de wens van islamitische sympathisanten die een eigen plek binnen het onderwijs willen. Maar niet iedereen steunt de komst van de school. Tegenstanders zijn een petitie gestart.
Initiatiefnemer Soner Atasoy laat zich niet uit het veld slaan. ‘Als er op basis van een petitie wordt gehandeld, dan gaan wij ook een burgerinitiatief opzetten met onze achterban. Vervolgens zullen wij het gebouw betreden en claimen. The easy way or the hard way: of met de sleutel of met de koevoet’, zegt hij.
Zijn moslimachterban demonstreerde eerder voor het schoolgebouw en eist de sleutel van de school op.
De gemeente heeft feitelijk al toestemming gegeven. Een eerste bezwaar van de scholengroep werd afgewezen. De kans is klein dat er bij een nieuw bezwaar een ander besluit uitrolt.
Intussen gaat de zogenoemde Renaissanceschool, gelieerd aan Forum voor Democratie, in augustus weer open. De basisschool moest twee jaar geleden de deuren sluiten vanwege een gebrek aan geld. De overheid neemt de financiering nu over. De school begint met een groep 1 voor kleuters van vier en vijf jaar.
‘De school heeft aan de juiste eisen voldaan om te mogen starten: het aantonen van voldoende belangstelling, een positief advies van de inspectie over de onderwijskwaliteit, VOG’s voor bestuurders en toezichthouders en een uitnodiging aan de onderwijspartijen in de regio voor een gesprek’, aldus een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs tegen Omroep Flevoland.
Uit een nieuw rapport van de VN over de voortdurende genocide in Gaza blijkt dat Israël sinds 7 oktober 2023 twintigduizend Palestijnse kinderen heeft vermoord. In het rapport wordt ook gedetailleerd verslag gedaan van martelingen, verkrachtingen en moordpartijen. Israël wordt bovendien beticht van het doelbewust aanvallen van Palestijnse kinderen als een centraal onderdeel van de genocide in Gaza.
‘Het bewijs toont aan dat Palestijnse kinderen opzettelijk tot doelwit gemaakt en vervolgens gedood door de Israëlische veiligheidsdiensten,’ zegt VN-onderzoeker Srinivasan Muralidhar tegen Middle East Eye. Hij is voorzitter van de Onafhankelijke Internationale Commissie van Onderzoek naar het Bezet Palestijnse Gebied, inclusief Oost-Jeruzalem en Israël.
Het opzettelijk vermoorden van Palestijnse kinderen gebeurt op twee manieren, zo staat in het rapport. Ten eerste via ‘precisiewapens’ zoals drones en snipers, en indirect door de systematische vernietiging van de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor hun overleving.
Op deze manier zijn ten minste 20.179 Palestijnse kinderen sinds 7 oktober vermoord. Ook zijn hierbij ruim 44.000 Palestijnse kinderen gewond geraakt.
De VN-commissie wijst erop dat deze aantallen een conservatieve schatting zijn. Het werkelijke aantal is vermoedelijk veel hoger, omdat er nog vele doden onder het puin liggen. Het staakt-het-vuren vertegenwoordigt derhalve een papieren werkelijkheid, de Israëlische genocide is sinds vorig jaar niet geëindigd.
Wie zijn beeld van Nederland vooral op de media baseert, kan gemakkelijk denken dat antisemitisme de meest voorkomende vorm van discriminatie is. Geen enkele andere discriminatiegrond krijgt in vijf landelijke kranten zoveel aandacht. De meldcijfers van de antidiscriminatievoorzieningen ondersteunen dat beeld echter niet, schrijft onderzoeker Ewoud Butter.
Hoeveel aandacht besteden Nederlandse kranten aan discriminatie en racisme? Welke vormen van discriminatie halen het vaakst het nieuws? Om een antwoord op die vraag te geven, heb ik gezocht in het archief van LexisNexis en gekeken naar het aantal artikelen waarin woorden die verwijzen naar discriminatie in het algemeen of een specifieke vorm van discriminatie. Ik heb gekeken naar vijf landelijke kranten: AD, NRC, De Telegraaf, Trouw en de Volkskrant. Omdat voor bijna iedere vorm van discriminatie verschillende woorden bestaan, heb ik ook naar varianten gekeken. Zo kan de uitsluiting van moslims worden beschreven met woorden als moslimdiscriminatie, discriminatie van moslims, moslimhaat, of anti-moslimracisme.
De cijfers geven onvoldoende informatie voor een inhoudelijke media-analyse. Door woorden te tellen, wordt niet duidelijk in welke context woorden zijn gebruikt. De cijfers vertellen niet of deze context positief of negatief was, of een woord gebruikt werd in berichtgeving over ontwikkelingen in binnen- of buitenland, of dat het om een nieuwsbericht, achtergrondartikel, recensie, opinieartikel of column ging. De cijfers doen niet veel meer dan een indruk geven van de aandacht in vijf grote kranten voor bepaalde vormen van discriminatie.
Discriminatie blijft redelijk stabiel
Het aantal artikelen waarin het algemene woord discriminatie voorkomt, is over een langere periode redelijk stabiel. Sinds 2000 verschenen in de vijf kranten samen meestal tussen de 800 en 1.400 artikelen per jaar waarin over discriminatie geschreven werd.
Vanaf 2018 kwam het woord racisme vaker voor dan discriminatie
Bij racisme is een andere ontwikkeling zichtbaar. Tot ongeveer 2012 verschenen jaarlijks meestal tussen de 400 en 600 artikelen waarin dat woord voorkwam. Vanaf 2013 nam het aantal sterk toe, waarschijnlijk in verband met de groeiende discussie over Zwarte Piet. In de jaren daarna kregen ook het slavernijverleden en institutioneel racisme meer aandacht. Vanaf 2018 kwam het woord racisme vaker voor dan discriminatie.
Black Lives Matter-protest op de Dam op 1 juni 2020. Beeld: Luciano de Boterman
Het absolute hoogtepunt lag in 2020. In dat jaar verschenen bijna 2.700 artikelen waarin racisme werd genoemd. De wereldwijde Black Lives Matter-protesten na de dood van George Floyd speelden hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Na 2020 nam de aandacht weer af. In 2021 verschenen nog bijna 1.700 artikelen over racisme. In 2025 waren het er ongeveer 1.020. Dat was net iets minder dan de 1030 keer dat het woord discriminatie viel.
Antisemitisme ver voor andere discriminatievormen
Een vergelijking tussen vier specifieke vormen van discriminatie laat zien dat er relatief veel aandacht voor antisemitisme is.
In 2025 verschenen in de vijf landelijke kranten 923 artikelen over antisemitisme, 430 artikelen over seksisme, 178 artikelen over moslimdiscriminatie en 63 artikelen over homofobie of homohaat. Antisemitisme kreeg dus meer dan twee keer zoveel aandacht als seksisme, ruim vijf keer zoveel als moslimdiscriminatie en bijna vijftien keer zoveel als homofobie.
Die uitzonderlijke positie is niet nieuw. Antisemitisme kreeg de hele onderzochte periode vanaf 2000 meer aandacht dan de andere specifieke discriminatievormen. Het aantal artikelen nam de laatste jaren zeer sterk toe na de aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende genocide in Gaza. Dat gebeurde vaker bij Israëlisch geweld, zoals eerder in 2006 en in 2014.
De berichtgeving over homofobie bleef veel beperkter
Seksisme krijgt sinds 2016 duidelijk meer aandacht. Die groei viel samen met #MeToo en de bredere discussie over seksueel grensoverschrijdend gedrag, vrouwenhaat en ongelijke machtsverhoudingen. De piek lag in 2022, met 489 artikelen. In 2025 waren dat er 430.
De berichtgeving over homofobie bleef veel beperkter. Na een piek van 171 artikelen in 2022 daalde het aantal tot 63 in 2025. Deze telling betreft artikelen waarin woorden als homofobie en homohaat voorkomen. Zij brengt dus niet alle berichtgeving over discriminatie wegens seksuele gerichtheid in beeld.
Het aantal berichten waarin werd gesproken over moslimdiscriminatie kende een eerste piek van 176 artikelen rond 2015 toen er veel vluchtelingen uit Syrië naar Nederland kwamen en er aanslagen in onder andere Parijs plaatsvonden. Sinds eind 2023 is er weer meer aandacht voor moslimdiscriminatie. In 2024 en 2025 telde ik in beide jaren 178 artikelen. Artikelen over islamofobie gaan geregeld niet over het uitsluiten van moslims, maar over het gebruik van de term islamofobie.
Aantal meldingen van discriminatie
In hoeverre weerspiegelen deze cijfers het aantal meldingen van discriminatie die gedaan worden? Belangrijk is eerst te melden dat volgens het SCP slechts drie procent van de mensen die discriminatie ervaren, hiervan melding doen bij instellingen die discriminatie registreren. Na het buiten beschouwing laten van 14.402 meldingen over één bericht van de PVV-leider Wilders, ontvingen de antidiscriminatievoorzieinngen in 2025 10.954 meldingen die naar discriminatiegrond zijn uitgesplitst. Van deze bijna 11.000 meldingen ging bijna de helft (4.737) over discriminatie op grond van herkomst. Daarna volgden discriminatie op grond van geslacht met 1.682 meldingen, seksuele gerichtheid met 1.352 meldingen en handicap of chronische ziekte met 1.048 meldingen. Over godsdienstdiscriminatie kwamen 1.014 meldingen binnen, waarvan 731 betrekking hadden op moslimdiscriminatie. Antisemitisme werd 271 keer gemeld en vormde daarmee ongeveer 2,5 procent van het totaal.
Alleen bij antisemitisme verschenen veel meer krantenartikelen dan er meldingen waren
De verhouding tussen het aantal meldingen over discriminatie en het aantal berichten hierover verschilt sterk per discriminatievorm. Alleen bij antisemitisme verschenen veel meer krantenartikelen dan er meldingen waren: 3,4 berichten per melding. Bij seksisme en moslimdiscriminatie kwamen juist ongeveer vier keer zoveel meldingen binnen als er artikelen verschenen. Ook bij geslacht en zeker bij seksuele gerichtheid lag het aantal meldingen veel hoger. Die vergelijkingen zijn wel indicatief: de ADV-categorieën geslacht en seksuele gerichtheid zijn breder dan de zoektermen seksisme en homofobie.
Het aantal geregistreerde incidenten bij de politie geeft een iets anders beeld: van de 10.748 incidenten had 46 procent betrekking op herkomst en 29 procent op seksuele gerichtheid. Antisemitisme volgde, net als voorgaande jaren, met 8 procent van het totaal en moslimdiscriminatie met 4 procent. Bij een deel van de registraties bij de politie gaat om scheldwoorden tegen agenten: bij antisemitisme ‘kankerjood’ en bij seksuele gerichtheid ‘kankerhomo’. Erg creatief zijn we in Nederland niet als het om schelden gaat. Verder gaat het bij de politie in geval van antisemitisme ook vaker om voetbalgerelateerde incidenten.
Woke als wapen tegen emancipatie
De aandacht voor woke in de kranten is in dit verband ook interessant, omdat het woord nauw verbonden is geraakt met het debat over discriminatie en emancipatie. Oorspronkelijk verwees woke naar alertheid op racisme en sociale ongelijkheid. Vooral radicaal-rechtse politici en opiniemakers in de Verenigde Staten gebruikten het vervolgens als een negatief bedoeld verzamelbegrip voor antiracisme, feminisme, lhbtiqa+-emancipatie en dekolonisatie. Het label ‘woke’ wordt gebruikt om deze bewegingen neer te zetten als overdreven, dwingend of zelfs bedreigend. Donald Trump lanceerde een ‘war on woke’ met als gevolg dat de academische vrijheid in de VS onder druk is komen te staan. Die politieke strategie is de afgelopen jaren ook in Nederland ingeburgerd. Niet alleen radicaalrechts waarschuwt voor ‘woke’, maar ook VVD-leider Yesilgöz deed het.
Door zo vaak over woke te schrijven, bevestigen kranten dat dit een belangrijk maatschappelijk conflict is
In de vijf kranten maakte het woord woke een stormachtige opmars. In 2016 verscheen het in de vijf kranten samen drie keer. Gelijktijdig met de opkomst van The Black Lives Matterbeweging en zeer waarschijnlijk als reactie daarop, nam het vanaf 2020 snel toe tot 953 artikelen in 2023. In 2024 daalde het aantal naar 588, maar in 2025 steeg het opnieuw naar 743.
In 2025 verschenen ruim vier keer zoveel artikelen over woke als over moslimdiscriminatie. Ook kreeg woke meer aandacht dan seksisme en homofobie samen. De toon van de berichtgeving verschilt: vooral NRC, de Volkskrant en Trouw schrijven regelmatig kritisch over het begrip en de politieke strijd eromheen. Maar ook kritische berichtgeving draagt bij aan de zichtbaarheid en het gewicht van een onderwerp. Door zo vaak over woke te schrijven, bevestigen kranten dat dit een belangrijk maatschappelijk conflict is. Zo krijgt de politieke strijd tégen emancipatie meer journalistieke ruimte dan de discriminatie waar die emancipatiebewegingen zich tegen verzetten.
Verschillen tussen de kranten
NRC, de Volkskrant en Trouw schrijven over het algemeen het meest over discriminatie, racisme en de afzonderlijke discriminatievormen. In 2025 publiceerden deze kranten bijvoorbeeld ieder meer dan 260 artikelen over racisme, tegenover ongeveer 80 in het AD en De Telegraaf. Deze aantallen alleen kunnen niet zonder meer worden gezien als een maatstaf voor redactionele prioriteit. De cijfers zijn niet gecorrigeerd op het totaal aantal artikelen in de kranten.
De toren van de Westerkerk in Amsterdam, versierd met een regenboogvlag tijdens Gay Pride in 2013. Beeld: Stadsarchief Amsterdam
Trouw besteedde in 2025 net wat meer aandacht aan moslimdiscriminatie, NRC en de Volkskrant schreven iets vaker over seksisme en de Volkskrant besteedde net wat vaker aandacht aan homo- en transfobie. Bij De Telegraaf valt juist de sterk gegroeide aandacht voor antisemitisme op. De krant publiceerde daarover in 2024 en 2025 meer artikelen dan de andere vier kranten. Dat wordt waarschijnlijk deels bepaald door enkele columnisten van De Telegraaf die uitgesproken zijn in hun steun voor Israël en kritiek op dat land sneller koppelen aan antisemitisme. In 2025 schreef De Telegraaf ruim drie keer zo vaak over antisemitisme als over racisme en bijna acht keer zo vaak als over moslimdiscriminatie.
Bij De Telegraaf valt juist de sterk gegroeide aandacht voor antisemitisme op
Kranten verschillen dus niet alleen in hoeveel zij over discriminatie schrijven, maar ook in welke vormen zij benadrukken. Daarmee bepaalt de keuze voor een krant mede welke discriminatieproblemen de lezer vaak ziet en welke gemakkelijker buiten beeld blijven.
Niet minder over antisemitisme, wel meer over de rest
Berichtgeving hoeft uiteraard niet precies de meldcijfers te volgen. Nieuwswaarde, internationale gebeurtenissen, publieke en politieke discussies spelen een rol. Toch blijft de verhouding scheef: antisemitisme vormde in 2025 ongeveer 2,5 procent van de ADV-meldingen en acht procent van de geregistreerde politie-incidenten, maar domineerde de berichtgeving over specifieke discriminatievormen. Andere vormen werden veel vaker gemeld, maar kregen veel minder aandacht.
Antisemitisme is een serieus probleem. De conclusie moet dan ook niet zijn dat kranten minder over antisemitisme moeten schrijven, maar wel dat zij structureel meer aandacht mogen besteden aan andere vormen van discriminatie.
Journalistieke keuzes bepalen mede welke vormen van discriminatie burgers, politici en beleidsmakers als urgent zien. Wanneer rechtsradicale ophef over woke in kranten meer ruimte krijgt dan concrete vormen van discriminatie, dreigt de bescherming van grondrechten, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet, ondergeschikt te raken aan politieke agenda’s die emancipatie en antidiscriminatiebeleid juist verdacht maken.
Het kabinet-Jetten zet de koers van het beleid van het kabinet-Schoof voort. Dat geldt voor de asielwetten van voormalig PVV-minister Marjolein Faber, maar ook voor het wetsvoorstel dat het ‘verheerlijken van terrorisme’ strafbaar stelt. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis met een wet tegen terreurverheerlijking. Niemand wil dat geweld tegen burgers wordt verheerlijkt of aangemoedigd. Daarover bestaat nauwelijks verschil van mening.
De belangrijkste vragen zijn echter: wat is het verheerlijken van terrorisme en wie bepaalt dat?
Op dit moment is het al strafbaar om terrorisme te verheerlijken, maar alleen als daarbij wordt opgeroepen tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De nieuwe wet schrapt die voorwaarde. Dat lijkt een kleine wijziging, maar juridisch is het een fundamentele verschuiving. De ruimte voor interpretatie wordt groter, en daarmee ook de macht van de overheid.
De geschiedenis leert dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Nelson Mandela stond jarenlang op internationale terroristenlijsten. Ook het Nederlandse verzet werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s als terroristisch bestempeld. Het begrip terrorisme wordt niet alleen bepaald door geweld, maar ook door degene die de macht heeft om te bepalen wat terrorisme is en wat geldt als het verheerlijken of ondersteunen ervan. Dat laat zien dat terrorisme niet alleen juridisch interpretatiegevoelig is, maar ook politiek en historisch voortdurend van betekenis kan veranderen.
Wetten worden bovendien niet alleen gemaakt voor de regeringen van vandaag, maar ook voor de regeringen die we nog niet kennen. Wat gebeurt er als Nederland over tien of twintig jaar veel radicalere of extremere kabinetten krijgt? Kijk naar wat er nu in de Verenigde Staten gaande is. Ik vergeet nooit dat een van mijn redacteuren ruim vijf jaar geleden zei dat Wilders nooit de grootste partij van Nederland zou worden. Het gebeurde toch. Niemand weet hoe Nederland er over tien of twintig jaar uitziet. Daarom moeten we vandaag goed nadenken welke instrumenten we toekomstige machthebbers in handen geven.
Niemand weet hoe Nederland er over tien of twintig jaar uitziet
Als iemand die de toenemende polarisatie in zowel Nederland als Turkije van dichtbij heeft meegemaakt, zie ik een ontwikkeling die mij zorgen baart. Turkije nam in 1991 een antiterreurwet aan die door opeenvolgende regeringen steeds ruimer is uitgelegd en toegepast. Waar in de jaren negentig vooral Koerden en religieuze groepen doelwit waren van seculiere Kemalisten, wordt dezelfde wetgeving tegenwoordig door Erdogan ook ingezet tegen journalisten, academici, gekozen burgemeesters en oppositiepolitici.
Ik zeg nadrukkelijk niet dat Nederland Turkije wordt. Onze rechtsstaat functioneert gelukkig nog goed. Maar Turkije laat wel zien hoe een wet die bedoeld was om terrorisme te bestrijden, uiteindelijk ook kan worden gebruikt tegen vreedzame politieke oppositie.
De bekendste Koerdische oppositieleider, Selahattin Demirtas, zit sinds 2016 gevangen wegens vermeende terrorismedelicten die verband houden met geweldloze politieke activiteiten en toespraken. Ook meer dan honderd gekozen Koerdische burgemeesters, journalisten, publicisten en tienduizenden Gülen-sympathisanten zijn vervolgd of gevangengezet op beschuldiging van het steunen of verheerlijken van terrorisme. Ik heb zelf journalistenvrienden die al jaren vastzitten vanwege hun kritische stukken over het Turkse regime.
Ook in Nederland klinken juridische waarschuwingen. De Commissie Meijers stelt dat het wetsvoorstel verder gaat dan noodzakelijk is en waarschuwt voor de gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting. Juristen wijzen bovendien op het zogenoemde chilling effect: niet omdat morgen duizenden mensen worden opgepakt, maar omdat journalisten, wetenschappers, kunstenaars en activisten zich gaan afvragen of bepaalde woorden, symbolen of uitspraken nog wel veilig zijn. Ook de Raad van State plaatste kritische kanttekeningen bij de afbakening van het wetsvoorstel.
Dat risico lijkt zich nu al voorzichtig af te tekenen. Wanneer sommige politici zelfs een watermeloenbroche in verband brengen met terrorisme, laat dat zien hoe rekbaar begrippen kunnen worden zodra zij onderdeel worden van het politieke debat.
Als samenleving moeten we de oplossing niet zoeken in repressie en onderdrukking, maar in mensen. Nederland is groot geworden door vrijheid van meningsuiting, het demonstratierecht en politieke pluriformiteit. Zelfs de kleinste partijen krijgen een stem in het parlement. Daardoor voelen mensen zich gehoord. Zodra mensen het gevoel krijgen dat woorden, symbolen of vreedzame uitingen steeds sneller strafbaar kunnen worden, zullen sommigen zich terugtrekken, anderen zich verharden en weer anderen radicaliseren. Die ontwikkeling zie ik helaas vandaag in Turkije, met alle gevolgen van dien. Dat is het laatste wat we in Nederland moeten willen.
De vraag is daarom niet óf terrorisme hard moet worden bestreden. Dat moet. De echte vraag is hoe we dat doen zonder de vrijheid op te offeren die we juist zeggen te willen beschermen. Want een democratische rechtsstaat wordt uiteindelijk niet alleen gemeten aan de manier waarop zij haar vrienden beschermt, maar vooral aan de manier waarop zij omgaat met afwijkende meningen en minderheden. Juist daar wordt de kracht van een democratie zichtbaar.
Geen beter tijdstip voor de aanstaande zestiende finale tussen Marokko en Nederland dan drie uur ’s nachts. Het tijdstip dat nergens bij hoort. Niet bij de nacht. Het heeft de dag achter zich gelaten, maar heeft zich de volgende dag nog niet toegeëigend. Het is het tijdstip waarop de biologische klok zelf eventjes stilstaat om daarna langzaam weer in beweging te komen.
Drie uur ’s nachts hoort nergens bij. Alleen de slapeloze is om drie uur ’s nachts wakker. Maar ook de buitenstaander. De vreemdeling. De schoonmaker. De muzikant die thuiskomt van een concert. Het is ook het tijdstip van schrijvers. De Joods-Tsjechische schrijver Franz Kafka schreef zijn onheilspellende verhalen in de nacht, rond dit tijdstip: verhalen vol eenzaamheid, verwarring en ontregeling.
Om drie uur ’s nachts voelt de mensheid ver weg. Om drie uur ’s nachts opstaan doe je alleen als het moet. De migrant, de vluchteling, de outsider: drie uur ’s nachts is hun uur. Het is het tijdstip waarop het rustig is op de weg. Die ene wagen die toch rijdt, moet wel heel veel haast hebben, een dringende reden, een onwaarschijnlijk motief. Om drie uur ’s nachts breken de weeën door, het is het tijdstip van een nakende geboorte. Om drie uur ’s nachts liggen de slapozen wakker, het is hun uur.
Ik kan erover meepraten. Jarenlang lag ik met de ogen wijd open te kijken naar het plafond. En als schaapjes tellen niet helpt, dan ga je denken aan geliefden, gedichten en voetbalwedstrijden.
In 1986 speelde Marokko vier wedstrijden in de Mexicaanse stad Monterrey. Het waren historische wedstrijden; Marokko bereikte als eerste Afrikaanse land de tweede ronde. In de poulfase speelde het gelijk tegen Polen en Engeland en het won met 3-1 van Portugal. Vooral die laatste wedstrijd maakte veel indruk. Op YouTube kun je de samenvatting met commentaar van Kees Jansma terugkijken. Prachtige dribbels, heerlijke doelpunten, geweldige ontlading. Marokko schreef geschiedenis.
De migrant, de vluchteling, de outsider: drie uur ’s nachts is hun uur
In de achtste finale nam Marokko het op tegen West-Duitsland. Ook dat was toen een nachtwedstrijd. Aan de Berkelselaan 102b stonden we daarom vroeg op, de televisie ging aan. Marokko weerde zich kranig. In de 86e minuut kreeg Duitsland een vrije trap. Lothar Matthäus schoot hem binnen. Het sprookje spatte uit elkaar, mijn vader zette de televisie uit en we trokken ons terug in de nacht, waar slaap en troost op ons lagen te wachten.
Het zijn andere tijden. Marokko is een voetbalgrootmacht geworden, Nederland wordt steeds beter en in de nacht van maandag op dinsdag staat er een afspraak gepland.
Ik denk aan Nederland-Marokko in 1999, een vriendschappelijke wedstrijd in Arnhem. Die avond trad ik op in Nijmegen. Op de weg terug vulde de trein zich met Marokkaanse supporters. De sfeer was niet goed. Later zag ik hoe de Marokkaans-Nederlandse supporters het veld bestormden. Ze floten Driss Boussatta, die voor Nederland uitkwam – de eerste Marokkaan die dat deed – uit. Het was onaangenaam, het lelijke gezicht van voetbal: geen verbroedering maar verwijdering. De Marokkaanse jongens gaven een statement af, politici en stemmingmakers spraken er schande van. De multiculturele samenleving was kapot.
Jaren later sprak ik met een Marokkaanse Amsterdammer die bij die wedstrijd was geweest. Hij vertelde dat hij zomaar voor de lol was meegegaan. De ongeregeldheden waren aan hem voorbijgegaan; een storm in een glas water.
Nu is het anders. Het Marokkaanse elftal kent veel Nederlanders, Oranje heeft spelers die met een Marokkaans accent spreken; de straat is wat hen samenbindt. Ze hebben zin in de wedstrijd. Ik eigenlijk ook wel. Wel wakker zien te blijven. Ik groet de nacht.
Duizenden gülenisten, in gele hesjes, met gele borden en gele ballonnen, demonstreerden woensdag in Straatsburg bij de Raad van Europa. Ze willen dat de Raad meer druk uitoefent op Turkije om alle politieke gevangenen, niet alleen de gülenisten, vrij te laten.
Het is een bloedhete dag, maar op woensdag 24 juni zijn duizenden Gülen-sympathisanten opnieuw samengekomen in de Franse stad Straatsburg. Ze protesteren daar voor het gebouw van de Raad van Europa. Deze internationale organisatie heeft als doelstelling de vrede en de mensenrechten in Europa te handhaven, maar voegt volgens de demonstranten geen daad bij het woord. De Kanttekening is erbij en spreekt met Gülen-sympathisanten, maar ook met politici en intellectuelen die solidair zijn met de slachtoffers van het Turkse regime.
Het jaarlijkse protest is inmiddels uitgegroeid tot een ritueel van de gülenistische gemeenschap in ballingschap, die zich steeds zelfbewuster toont. De groep is divers. Ze komen uit Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en andere landen. Er zijn opvallend veel vrouwen en kinderen aanwezig. Bijna elke demonstrant heeft een geel hesje aan. Mensen lopen met gele borden, zwaaien met gele spandoeken, luisteren naar toespraken en muziek en roepen om de zoveel tijd Turkse en Engelse leuzen.
Maar hoewel de gülenisten de demonstratie domineren, mikken ze toch op een bredere coalitie tegen het regime van president Recep Tayyip Erdogan. Ze presenteerden zich nadrukkelijk als bondgenoten van álle groepen die in Turkije onder druk staan: Koerden, seculieren, linkse activisten, journalisten en vrouwenrechtenorganisaties.
Beeld: Ewout Klei
Het protest is niet alleen gericht tegen de vervolging van de gülenisten in Turkije, maar tegen alle vervolgden. ‘Set them free’, scanderen de betogers. En behalve de namen van gülenistische gewetensgevangenen zie je op de gele borden ook de namen van de Turkse filantroop Osman Kavala en de Turks-Koerdische politicus Selahattin Demirtas, die al jaren achter slot en grendel zitten.
Na de coup
De Kanttekening spreekt met verschillende Turkse vluchtelingen die vanuit heel Europa naar Straatsburg zijn gekomen. Hun verhalen zijn variaties op hetzelfde patroon. Na de mislukte coup van 15 juli 2016 kwamen ze in het vizier van het Turkse staatsapparaat, dat niet alleen gülenisten in Turkije zelf vervolgde, maar ook in het buitenland, in islamitische landen, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika.
De Duitse Demet Oguz, die nu drie jaar in Duitsland woont, vertelt hoe ze zeven jaar in Turkije bleef na de coup. ‘We hebben niks gedaan, waarom zouden ze ons arresteren? Maar die gedachte bleek naïef.’ Ze werd opgepakt en zat tweeënhalve maand vast. Haar man zat elf maanden in de cel en kreeg in 2021 kanker. Hij overleed in het ziekenhuis, waar hij ook corona opliep.
‘Ik had geen toekomst meer in Turkije’
Daarna werd Demet opnieuw bedreigd met arrestatie. Haar zoon werd gebeld door de politie. ‘Je vader was een terrorist. Misschien ben jij het ook.’ Demet vluchtte eind 2022 naar Griekenland en kwam begin 2023 in Duitsland aan. Nu voelt ze zich voor het eerst weer veilig. ‘Duitsland is een safe place’, zegt ze. ‘Maar in Turkije zitten nog steeds onschuldige mensen vast. Zij hebben geen stem. Wij moeten die stem zijn.’ Demet gelooft dat Europa druk kan uitoefenen. ‘Turkije heeft internationale verdragen ondertekend. De EU moet eisen dat Ankara zich eraan houdt.’
André Hazes in Oostenrijk
De Oostenrijkse taxichauffeur Ahmet Öztürk, ooit leraar op een gülenschool in Turkije, zat vijftien maanden in de gevangenis. Zijn vrouw werd bedreigd, raakte ziek, kreeg kanker en overleed kort nadat hij vrijkwam.
Toen hij online zag, op de Turkse DigiD-website, dat hij opnieuw vier jaar celstraf moest uitzitten, vluchtte hij via Griekenland naar Wenen. ‘Ik had geen toekomst meer in Turkije’, zegt hij. ‘In Oostenrijk kreeg ik binnen zeven maanden asiel. Mijn zonen kwamen later naar Tirol.’
Waarom Oostenrijk? ‘Een vriend zei dat Tirol mooi was, met al die hoge bergen’, lacht hij. ‘Maar ik draag nog geen Lederhosen, haha.’ Als ik vertel dat ik uit Nederland kom, zegt hij: ‘André Hazes’. Als taxichauffeur vervoert Ahmet veel Nederlandse skitoeristen, die zweren bij de smartlappen van Hazes.
Zijn boodschap aan Europa is minder luchtig: ‘Erdogan moet publiekelijk worden veroordeeld door Europa, zoals ook de Russische president Vladimir Poetin is veroordeeld. Er zijn 25.000 zaken tegen Turkije bij het Europees Hof. Erdogan wuift het allemaal maar weg.’
Wereldwijd opgejaagd
Maar de vervolging van gülenisten beperkt zich niet tot Turkije. Onder meer Pakistan, Maleisië en Venezuela werken gewillig mee aan de repressie. Ze hebben goede banden met de regering-Erdogan.
Een demonstrant houdt een portret omhoog van Hidayet Karaca, een Turkse journalist die een levenslange gevangenisstraf uitzit. Beeld: Isa Yilmaz
De jonge Asiye Betul is geboren in Turkije, maar heeft jarenlang in Venezuela gewoond, waar haar vader doceerde aan een school. Zij vertelt hoe alle gülenscholen daar in 2016 werden gesloten en overgenomen door de Turkse staat. ‘Mijn vader werd ineens een terrorist genoemd’, zegt ze. ‘Mijn oom in Turkije overleed in de gevangenis. Iedereen hier heeft zulke verhalen. Hoe kan ik dan thuisblijven? Daarom kom ik elk jaar naar Straatsburg.’
Het Verenigd Koninkrijk telt weinig gülenisten, zegt ze over haar nieuwe vaderland. ‘Het is moeilijker om daar asiel te krijgen. Maar ik moest weg. Mijn familie lijdt nog steeds.’
Verraden door een familielid
De Rotterdamse Hatice Aksoy verloor haar man en twee neven in de gevangenis. Haar broer verloor zijn vrouw en zoon toen zij op de vlucht voor Erdogan verdronken voor de Griekse kust.
Hatice woonde jarenlang in Oost-Afrika, maar was in 2016 toevallig op vakantie in Turkije toen de coup plaatsvond. In de eerste maanden kon ze nog vrij reizen, omdat ze niet bekendstond als gülenist, maar in 2019 werd ze verraden door een familielid. ‘Dit heeft denk ik te maken met jaloezie’, zegt ze, ‘omdat mijn man en ik hebben gestudeerd en zij niet.’ De meeste familieleden van Aksoy zijn diehard AKP-aanhangers. ‘Ze zien ons als terroristen.’ Volgens haar zullen de gülenisten vijand nummer één blijven. ‘De indoctrinatie is diep. Mensen geloven dat wij het kwaad zijn.’
‘Ik ben hier voor mijn neefje dat verdronk in de Egeïsche Zee’
Hatice Aksoy vluchtte in 2024 naar Griekenland en kwam in 2025 naar Nederland. Ze woont nu in een kleine studio, werkt als schoonmaakster en leert Nederlands. ‘Ik heb drie universitaire diploma’s’, zegt ze. ‘Maar ik moet opnieuw beginnen. Ik ben hier in Straatsburg voor mijn neefje dat verdronk in de Egeïsche Zee. Het is mijn morele plicht om er te zijn, voor hem en al die anderen.’
Voormalig politiechef en criminoloog
De meest analytische stem komt van Fikret Demirci, voormalig politiechef, criminoloog en recent gepromoveerd in Gent op een proefschrift over de slachtoffers van de Turkse repressie. Hij is geen gülenist, maar zat zes maanden vast omdat hij weigerde willekeurig burgers te arresteren.
Voor zijn onderzoek interviewde Demircivi 97 slachtoffers van staatsgeweld, onder wie Koerden, gülenisten, seculieren en advocaten. Zijn conclusies zijn scherp. Turkije kende tussen 2003 en 2013 een relatief mild regime, toen Erdogan zich als democraat presenteerde en zich steeds meer richting Europa bewoog. Er werd nauwelijks nog gemarteld door de politie, zo bleek ook uit mensenrechtenrapporten. Maar na 2013 werd Turkije steeds autoritairder, als reactie op de Geziparkprotesten. Op politiebureaus en in gevangenissen werd weer gemarteld en werden de regels van de rechtsstaat steeds vaker genegeerd. Na de coup van juli 2016 volgden massa-arrestaties, maar de zwarte lijsten lagen al vóór de coup klaar. Gülenisten en andere politieke gevangenen zijn vaak gemarteld, sommigen ook seksueel. Maar die slachtoffers wilden niet meewerken aan het onderzoek, omdat ze dan hun trauma moesten herbeleven.
‘Mensen werden geestelijk en lichamelijk gebroken’
Een interessante observatie die Demircivi maakt, is dat de verschillende onderdrukte groepen in Turkije lange tijd volledig langs elkaar heen leefden, zonder onderling contact of solidariteit. Maar dit is nu langzaam aan het veranderen, zegt hij. ‘Steeds meer gülenisten erkennen nu de Armeense Genocide. Ze tonen empathie voor Koerden. Ze zeggen dat ze spijt hebben dat ze hun rechten niet eerder verdedigden. Onderdrukking kan moreel inzicht brengen.’
Zijn eigen ervaring in de cel was absurd. ‘Ik dacht dat ik snel vrij zou komen. Maar ik zag hoe willekeurig het systeem was. Mensen werden geestelijk en lichamelijk gebroken.’
Beeld: Isa Yilmaz
Isa Yilmaz, woonachtig nabij Brussel, ziet hoe Erdogan nu ook de seculier-nationalistische oppositiepartij CHP aanvalt. ‘Hij maakt lijstjes, net als bij de gülenisten. Iedereen kan worden weggezet als handlanger van de beweging. Het lijkt op hoe sommige Arabische regimes hun vijanden “zionistische agenten” noemen.’
Boomlange NBA-speler
De demonstratie had ook een cultureel gezicht. De Turks-Nederlandse zanger Suvari Öztürk – zelf geen gülenist, maar solidair met de slachtoffers van het repressieve regime van Erdogan – trad voor de vijfde keer op. Hij schreef een protestsong over mensen in de gevangenis en over kinderen die verdronken in de Egeïsche Zee. ‘Ik ben niet anti-Turks’, benadrukt hij. ‘Ik ben anti-corruptie, anti-onrecht, anti-Erdogan. Er zijn weinig artiesten die zich uitspreken. Daarom moet ik het doen.’
De seculiere toneelschrijfster Hilal Nesin, ook geen gülenist, sprak over vrouwen die na 2016 werden gemarteld. Ze interviewde 1300 slachtoffers van staatsgeweld, vooral vrouwen met een hoofddoek. ‘Ik ben niet Koerdisch, maar ik help hen ook’, zegt ze. ‘Mijn huis in Turkije werd aangevallen door de politie. Daarom ben ik hier. Om solidair te zijn met alle slachtoffers.’
En dan is er Enes Kanter. De boomlange voormalige NBA-speler is de posterboy van het protest. Kinderen, maar ook volwassenen, verdringen zich voor selfies met hem. Hilal Nesin scoort een handtekening, die de topsporter op haar gele shirt zet, waarna hij het aan haar geeft. Kanter won eerder een mensenrechtenprijs voor zijn inzet voor Oeigoeren. Zijn aanwezigheid geeft het protest een bijna popculturele glans.
Aan de Kanttekening vertelt hij: ‘Europa moet concrete stappen nemen tegen Turkije. De Turkse mensenrechtenschendingen worden nu wel veroordeeld, maar Europa onderneemt vervolgens geen actie. Het martelen van onschuldige gevangenen moet stoppen.’
De democratie verdedigen
Ook progressieve Britse en Franse politici zijn solidair. James MacCleary, van de Liberal Democrats (de Britse zusterpartij van D66, red.), noemt Erdogans beleid ‘een aanval op de democratie’. ‘Turkije is lid van de Raad van Europa. Wat het Europees Hof zegt, is geen suggestie. Rechters, journalisten en vrouwen die opstaan voor hun rechten verdienen onze steun.’
Beeld: Isa Yilmaz
Het Britse Lagerhuislid waarschuwt Europese regeringen. ‘Ruil mensenrechten niet in voor geopolitieke deals. Europese landen moeten begrijpen dat de Turkse democratie ook onze zaak is. Turkije hoort bij onze Europese familie.’ Democratie is niet vanzelfsprekend, vervolgt hij. Daarvoor moeten we strijden. ‘We moeten de mensenrechten altijd verdedigen, ook in situaties waarin het niet makkelijk is.’
‘Rechters, journalisten en vrouwen die opstaan voor hun rechten verdienen onze steun’
De Franse politica Sandra Regol van de Groenen beaamt dit. ‘Frankrijk zelf kan niet veel doen’, zegt ze tegen de Kanttekening. ‘Maar de Raad van Europa kan dat wel en moet veel meer druk op Turkije uitoefenen om de mensenrechten te respecteren. Daarom ben ik hier ook, in de hoop dat de Raad van Europa eens luistert.’
Bredere strijd
De gülenisten presenteren zich niet langer als een geïsoleerde groep slachtoffers, maar als onderdeel van een bredere strijd voor democratie in Turkije. Hoewel de beweging door veel Turken – ook in de oppositie – nog steeds wordt gewantrouwd, is een kleine kentering zichtbaar. De slogan ‘Set Them Free’ klinkt voor iedereen. En een handjevol niet-gülenisten demonstreert mee.
De voormalige politiechef Demircivi vat het treffend samen. ‘Onderdrukking verdeelt, maar het kan ook verbinden. Misschien is dat de enige hoop die we nog hebben.’
Steeds meer Israëlische politici en beleidsmakers zien Turkije inmiddels als een grotere bedreiging voor Israël dan Iran, blijkt uit berichtgeving van verschillende media.
Amichai Chikli, de Israëlische minister voor Diasporazaken, zei op een conferentie in Jeruzalem (al-Quds) afgelopen dinsdag dat ‘het Turkije van Erdogan en het Syrië van al-Sharaa nu veel zorgelijker zijn dan Iran. Het tijdperk van het sjiitische rijk van Iran, het Syrië van Assad en Hezbollah is voorbij. Er is een nieuwe as: die van de Moslimbroederschap, Erdogans Turkije, Syrië en Qatar. Het is beter om nu waakzaam te zijn dan te laat.’
Turkije en Israël wisselen de laatste tijd stevige woorden uit.
Erdogan en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu beschuldigden elkaar over en weer, twee weken nadat Erdogan had gezegd dat de Israëlische aanvallen op Syrië en Libanon ook een dreiging begonnen te vormen voor Turkije.
Erdogan had tegen parlementsleden van zijn partij AKP gezegd dat Israël niet alleen een bedreiging vormde voor het Midden-Oosten, maar ook voor de mensheid. Volgens hem wordt Israël aangemoedigd door de stilte van de internationale gemeenschap. Hij riep op tot internationale actie om het land ‘binnen de grenzen van de wet’ te brengen.
In reactie noemde Netanyahu Erdogan een ‘antisemitische dictator’, die ‘genocide voert tegen de Koerden, zijn eigen volk onderdrukt, de terroristische beweging Hamas steunt en politieke tegenstanders gevangenzet’.
Eerder deze maand zei de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Mustafa Ciftci, dat Turkije Jeruzalem (al-Quds) ooit zal bevrijden. Hij beloofde dat de stad weer onder Turkse controle zou komen, net als eerder onder het Ottomaanse Rijk.
Voormalig Israëlisch premier Naftali Bennett refereerde al aan de Moslimbroederschap-as toen hij afgelopen februari stelde dat Turkije ‘het nieuwe Iran’ is en beweerde dat Ankara en Doha (Qatar) een as van Moslimbroederschap aan het vormen zijn, naar Iraans model. Een vijandige soennitische as met een nucleair Pakistan.’ Volgens Middle East Monitor concludeerde een Israëlische commissie voor defensiebeleid dat ‘een Turksgezind Syrië een grotere dreiging zou kunnen vormen dan Iran.’
De voormalige Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant riep westerse landen op om wapenleveringen aan Turkije te heroverwegen, ondanks haar status als NAVO-lid.
VolgensThe New Arabzijn Turkse pogingen om meer voet aan de grond te krijgen in het Syrië van al-Sharaa Israël een doorn in het oog. Terwijl Turkije streeft naar het herstel van gezag in Syrië, prefereert Israël een verdeeld Syrië, en heeft het meer land ingenomen binnen de grenzen van Syrië.
Ergens in februari van dit jaar, nog voor de laatste oorlog met Iran begon, zat ik in Gouda naast een Iraans-Nederlandse wetenschapper die linkse westerlingen naïef vond; naïef tegenover wat ooit de derde wereld heette en tegenwoordig de Global South wordt genoemd, en vooringenomen in hun weerzin jegens het Amerikaanse imperium. Oftewel: hij verweet hun provincialisme aan de rafelranden van het imperium.
Deze wetenschapper dacht dat een deel van het Iraanse volk een Amerikaanse oorlog tegen het eigen regime zou kunnen ondersteunen. Hij stond daarin niet alleen. De Mossad en Netanyahu dachten hetzelfde en met die gedachte bevalen zij hun oorlog aan bij Amerika. De pitch werkte, de Israëlische oorlog werd ook Amerikaans, de uitwerking liet te wensen over. Zoveel weten we inmiddels.
Het hoofd van de slang van de ayatollahs mag dan aan het begin van deze oorlog zijn afgebeten, het Iraanse volk kwam niet in opstand. Iran won de oorlog, dwong Amerika op de knieën en Amerika dwong Israël op de knieën. Israël is de grote verliezer. Eens te meer is duidelijk geworden dat als puntje bij paaltje komt, Israël luistert naar zijn meester in Washington. Wat ook meteen duidelijk maakt dat Washington deze macht niet heeft willen inzetten als het gaat om de slachtingen, de genocide in Gaza. Hoeveel Gazanen Israël afslacht, heeft namelijk geen invloed op de olieprijs. Als Iran de Straat van Hormuz afsluit, heeft dat direct invloed op de olieprijs. Al aan het begin van de oorlog schreef Thomas Friedman, columnist voor The New York Times, dat het einde van de oorlog bepaald zou worden door die olieprijs. Welnu, hij had gelijk.
Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd
Trump, bang dat al te dure benzine ertoe zal leiden dat hij in november bij de tussentijdse verkiezingen de meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden zal verliezen, kon niet wachten een deal met Iran te sluiten. Wetend dat Iran de Amerikaanse kiezer geen zier interesseert, maar de eigen portemonnee wel. (Niet dat kiezers elders wezenlijk anders zijn.)
De onderhandelingen met Iran lopen nog en aangezien wispelturigheid het handelsmerk is van Trump, zou hij best wel weer eens kunnen beginnen met het bombarderen van Iran als hij vreest dat zijn imago als winnaar in het geding komt. Maar hij weet dat elke hervatting van de oorlog hem alleen zal verzwakken, Iran weet dat ook. De Iraanse onderhandelingspositie is riant, het enige gevaar is dat Iran aan dezelfde hoogmoed zal lijden die Trump ertoe bracht even in de Amerikaanse onoverwinnelijkheid te geloven.
Wat heeft deze oorlog tot nu toe opgeleverd? Naar alle waarschijnlijkheid heeft de oorlog de positie van de ayatollahs en de hardliners in Iran verstevigd. Het heeft de militaire macht van Amerika, voor zover dat nog nodig was, ontmaskerd. Ja, Amerika kan moeiteloos en betrekkelijk risicoloos vrijwel elk land op deze aarde bombarderen. Maar oorlog is een middel om een doel te bereiken en als middel faalt die bommenmacht keer op keer. Ze faalt zelfs als Amerika bereid is grondtroepen in te zetten (zie Afghanistan, zie Irak). Keer op keer leren we: de oorlog werd gewonnen, het politieke doel werd niet gehaald.
We kunnen nog iets verder teruggaan, naar Vietnam. De oorlog werd niet eens gewonnen, laat staan dat het politieke doel werd gehaald. Niemand weet meer waarom die oorlog, met miljoenen slachtoffers, ook alweer werd gevoerd.
Door de laatste oorlog is de Amerikaanse militaire macht minder afschrikwekkend geworden.
JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt
Amerika moest diverse concessies doen om te bereiken dat Iran de Straat van Hormuz weer zou openen, terwijl die Straat voor de oorlog gewoon open was. Vrijwel geen land kan een oorlog tegen Amerika winnen, maar je kunt Amerika effectief chanteren door de wereldhandel te saboteren. Dat is een van de lessen van deze oorlog.
JD Vance sprak Israël toe zoals je een hond toespreekt. Hij zei dat Israël een paria was geworden en dat het enige land dat bereid was wat hondenbrokken naar Israël toe te werpen Amerika was en dat de hond er daarom maar beter aan deed zich te gedragen, anders zou het ook met die hondenbrokken weleens gedaan kunnen zijn.
De oorlog werd gevoerd, opdat men elkaar dezelfde hondenbrokken toewierp die men elkaar ook zonder oorlog had kunnen toewerpen. En nee, ik ben geen pacifist.
De voormalige Amerikaanse diplomaat Robert Malley schreef dat de oorlog er misschien toe zou kunnen leiden dat Amerika tot het inzicht komt dat Iran eigenlijk helemaal geen Amerikaans probleem is.
Inzicht putten uit verloren oorlogen. Wie weet. Een mens moet ergens hoop uit peuren.
De lange arm van China reikt met de nieuwe ‘etnische eenheidswet’ nog verder dan voorheen. China claimt met de nieuwe wet het ‘recht’ te hebben om groepen die ‘de Chinese staat en eenheid’ bedreigen aan te vallen, ook buiten zijn eigen territorium. Oeigoeren, Tibetanen en andere minderheden zullen de Chinese onderdrukking nu nog scherper voelen, zo meldt de nieuwssite China Global South Project.
Etnische minderheden zoals de islamitische Oeigoeren worden al decennialang gemarginaliseerd en in kampen geplaatst, waar ze zelfs slachtoffer zijn van genocidale assimilatiepolitiek. Zo worden Oeigoeren gedwongen afstand te nemen van hun islamitische en Turkse cultuur en zich aan te passen aan de dominante Han-Chinese cultuur.
Andere minderheden, zoals Tibetanen, Zuid-Mongolen en Hongkongers, roeren zich nu ook vanwege de nieuwe Wet voor Etnische Eenheid, die op 1 juli ingaat. Ze willen dat de Nederlandse overheid stappen onderneemt om deze diasporagemeenschappen beter te beschermen tegen de Chinese staat.
Het Europees Parlement heeft in april een resolutie aangenomen tegen de nieuwe Chinese wet. Activisten willen dat de Tweede Kamer ook zelf een motie indient tegen de dreiging vanuit China voor minderheden. Maar het is de vraag of Nederland de economische grootmacht voor het hoofd wil stoten, aangezien China de capaciteit heeft om harde sancties op te leggen.
In de afgelopen jaren zijn de betrekkingen tussen Nederland en China complexer geworden. Enerzijds is er een groeiende economische samenwerking, met China als een belangrijke handelspartner voor Nederland. Anderzijds zijn er zorgen over mensenrechten en de invloed van China op de Nederlandse politiek en samenleving.
Daoud Fawadleh van Right To Play ziet hoe oorlog en geweld diepe sporen nalaten bij Palestijnse kinderen in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Kinderen kampen met trauma’s en hebben behoefte aan veilige plekken om te spelen en te leren.
‘Ik heb meerdere kinderen horen zeggen: ik wil ook dood.’ Daoud Fawadleh zit in het kantoor van hulporganisatie Right To Play in Amsterdam-Zuid. Hij is voor een kort bezoek in Nederland, maar brengt de meeste dagen door in Ramallah op de Westoever, waar hij werkt als hoofd van de Right To Play-afdeling die Palestijnse kinderen helpt hun trauma’s te verwerken.
’s Avonds maakt hij lange wandelingen door het Vondelpark, want ‘dat kan in Palestina niet’, zegt hij. ‘Daar is het gevaarlijk om te veel rond te lopen. Als je buiten de stad komt, loop je al snel tegen checkpoints aan en is het risico om aangevallen te worden groot.’
De familie van Fawadleh vluchtte uit Palestina in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Ze waren op zoek naar een beter bestaan in Colombia en kwamen uiteindelijk terecht in Venezuela, waar Fawadleh het eerste deel van zijn leven doorbracht. Daarna, toen hij negen jaar oud was, besloot de familie terug te gaan naar de Westoever. ‘De jaren ’90, tijdens de Oslo-akkoorden, waren hoopvolle tijden’, vertelt de inmiddels veertigjarige man.
Tweede Intifada
Maar die hoop was van korte duur. In 2000 storten de Oslo-akkoorden in en breekt de Tweede Intifada uit. Fawadleh is dan een tiener en de gewelddadige periode maakt grote indruk op hem. Er zijn in die jaren veel confrontaties tussen het Palestijnse verzet en het Israëlische leger. Meer dan 4.000 Palestijnen worden gedood en bijna 50.000 raken gewond. Aan de Israëlische kant worden ruim duizend mensen gedood en raken nog eens 4.500 gewond.
‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind’
Fawadleh kan in die periode niet bij zijn ouders in het dorp wonen, want zijn school is in Ramallah. Door de checkpoints, de controlepunten die het Israëlische leger op veel plekken op de Westoever heeft opgezet, kan hij op dat moment niet makkelijk heen en weer reizen. Hij slaapt in een kleine kamer in een winkel van zijn familie. Hij is vaak alleen, eet bijna niets anders dan brood en hummus en herinnert zich vooral de angst uit die periode. ‘Voor de Tweede Intifada was ik een perfecte student; ik haalde hoge cijfers, ik was ambitieus, maar tijdens de Intifada veranderde dat. Ik was bang en zenuwachtig, ik kon me nergens meer op focussen.’
Maar het komt goed; Fawadleh studeert af van de middelbare school en gaat studeren aan de Birzeit Universiteit op de Westelijke Jordaanoever. Daarna werkt hij bij verschillende humanitaire organisaties. Sinds 2024 is hij de programmamanager van Right To Play in de Palestijnse gebieden. ‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind.’
Spelen in Gaza
Right To Play werkt onder meer in Gaza en op de Westoever. De organisatie is al sinds 2009 actief in Gaza en is sinds 7 oktober 2023 bezig met uitbreiden. Met financiële hulp van de Nederlandse AFAS Foundation heeft de organisatie het project Circle of Hope opgezet. Zo’n 1.100 kinderen en hun ouders krijgen in Gaza mentale hulp en onderwijs. Drie medewerkers van Right To Play leiden lokale begeleiders op om de lessen en sessies te geven. Fawadleh hoopt tijdens dit bezoek aan Nederland nog meer steun voor zijn projecten te vinden.
Palestijnse meisjes doen mee met een activiteit van Right to Play
Zo goed als alle scholen in Gaza zijn verwoest of omgezet in opvanglocaties voor ontheemde Palestijnen. Zo’n 650.000 schoolkinderen hebben daardoor geen toegang meer tot onderwijs. ‘In Gaza is er bijna geen elektriciteit, we hebben geen echte klaslokalen, want de gebouwen zijn verwoest, maar wij Palestijnen zijn creatief en innovatief. We hebben tijdelijke leerruimtes opgezet’, vertelt Fawadleh. Op zijn laptop laat hij filmpjes van de leerruimtes zien. Kinderen zitten in tenten op de grond, vaak op het zand. Ze spelen een spelletje, tekenen in een schriftje of kijken aandachtig naar een van de begeleiders die sommetjes uitlegt.
‘Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood’
‘Kinderen zitten door de oorlog vol verdriet. Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood, dan kan ik bij mijn moeder, of vader, of broertje zijn. Ze hebben een plek nodig waar ze een uur of twee normaal kunnen zijn, waar ze gewoon een kind kunnen zijn en kunnen spelen. Van buitenaf lijkt spelen misschien een luxe, maar voor ons is spelen onderdeel van de bescherming van kinderen. Als je hoofd vol zit met oorlog, heb je geen ruimte om te leren of andere activiteiten te doen. Daar willen wij bij helpen.’
Spelen op de Westoever
Niet alleen in Gaza, maar ook op de Westoever, waar Fawadleh woont, is Right To Play actief. ‘Op de Westoever is sinds 7 oktober ook veel verloren gegaan’, zegt de programmamanager. ‘De checkpoints zijn een groot probleem, want niet alle leraren wonen op dezelfde plek als waar de school staat. Soms kunnen docenten dus niet bij hun leerlingen komen.’
Een andere factor zijn de Israëlische aanvallen, die tegenwoordig bijna dagelijks voorkomen. In de laatste jaren zijn er meer dan honderd kinderen gedood op de Westoever en ruim duizend gewond geraakt door aanvallen van het Israëlische leger of Joodse kolonisten. ‘Ik heb de aanvallen met mijn eigen ogen gezien. Ik zie de angst in de ogen van kinderen, ik weet wat ze hebben meegemaakt. Ik heb militairen kinderen zien slaan.’
Daarnaast int Israël een groot deel van de belasting- en douane-inkomsten van de Palestijnse Autoriteit (PA) en draagt die normaal gesproken af. Sinds de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 heeft Israël een groter deel van deze gelden ingehouden of vertraagd, wat heeft geleid tot een financiële crisis bij de PA. Daardoor konden ambtenaren, onder wie leraren, vaak slechts gedeeltelijke salarissen ontvangen. Volgens Fawadleh zijn sommige scholen daarom teruggegaan naar drie lesdagen per week.
Beeld: Right to Play
Volgens de PA hebben meer dan 84.000 leerlingen op de Westelijke Jordaanoever te maken gehad met onderbrekingen in hun onderwijs als gevolg van incidenten zoals aanvallen door kolonisten, militaire invallen en de sloop van scholen. Meer dan tachtig scholen, die onderwijs bieden aan ongeveer 13.000 leerlingen, lopen het risico op volledige of gedeeltelijke sloop door de Israëlische autoriteiten op de Westoever en in bezet Oost-Jeruzalem. Alleen al tussen juli en september 2025 zijn op de Westoever meer dan negentig onderwijsgerelateerde incidenten gedocumenteerd.
‘Geen wapens, alleen hoop’
Dat maakt het werk van Right To Play zo belangrijk, vindt Fawadleh. Hij vertelt over een zesjarig meisje dat hij in 2024 ontmoette in Tulkarem tijdens een ‘leermarathon’. ‘Het was een leeswedstrijd, maar het ging allemaal via spelen. Dat is wat we doen: leren door te spelen.’
In diezelfde periode waren er veel Israëlische aanvallen op Tulkarem, duizenden Palestijnen raakten ontheemd en hun huizen werden verwoest. ‘Het meisje van zes was een van de ontheemden en tijdens de leermarathon zei ze: “Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik me gelukkig voel.” Ze was alles kwijt: haar speelgoed, haar thuis. En nu voelde ze zich eindelijk weer gelukkig, dat is de soort impact die ik hoop te hebben. Het gaat niet zomaar om duizend kinderen. Ieder kind heeft een naam, een verleden, dromen, angsten, en ze hebben een toekomst.’
Over de vraag hoe hij hoop houdt, moet Fawadleh even nadenken. Hij vertelt over een van zijn vrienden die naar Barcelona is verhuisd. ‘Hij zegt tegen mij: “Daoud, je moet ook emigreren, hier is het leven beter.”’ Maar voorlopig blijft hij in Palestina. ‘Ik heb een missie in het leven. Wat die missie is? Dat laat ik aan het lot over. We hebben geen wapens, alleen hoop.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.