19.7 C
Amsterdam
Home Blog

Verkenner adviseert coalitiegesprekken met vier partijen in Rotterdam, zonder Leefbaar

0

De Rotterdamse verkenner Cathelijne Bouwkamp heeft haar advies aangeboden aan burgemeester Carola Schouten. Zij stelt voor om de informatiefase te starten met de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, VVD en Denk, meldt nieuwssite De Havenloods.

Volgens Bouwkamp is er na gesprekken met alle fractievoorzitters genoeg basis voor deze vier partijen om te onderzoeken of ze samen een coalitie kunnen vormen. Zij adviseert om snel te beginnen met onderhandelingen over een coalitieakkoord en een nieuw college, en daarbij een informateur aan te stellen die het proces begeleidt.

Een samenwerking tussen de twee grootste partijen, GroenLinks-PvdA en Leefbaar Rotterdam, ligt voorlopig niet voor de hand. Hoewel beide partijen elkaar niet hebben uitgesloten, constateert Bouwkamp dat de onderlinge verschillen groot zijn. Daarom komt deze optie pas in beeld als andere mogelijkheden geen resultaat opleveren.

Israël gaat door met aanvallen in Libanon ondanks staakt-het-vuren

0

Het staakt-het-vuren tussen Iran, de VS en Israël dat een einde zou moeten betekenen aan de oorlog op alle fronten, geldt duidelijk niet in Libanon. Israël gaat onverminderd door met aanvallen in Zuid-Libanon.

Vanochtend nog werd de Zuid-Libanese kustplaats Sidon opgeschrikt door een bominslag in een café, waarbij acht mensen om het leven kwamen. Dit was voor de Libanezen een bevestiging dat het staakt-het-vuren daar niet gold.

Benjamin Netanyahu liet er zelf ook geen gras over groeien. Israël steunt het staakt-het-vuren in Iran, maar niet in Libanon, reageerde hij op de afspraken die gisteravond naar buiten kwamen.

Dit in tegenstelling tot wat de onderhandelaars zelf beweerden. De Pakistaanse premier Shehbaz Sharif presenteerde het twee weken geldende besluit als van toepassing op alle bondgenoten van de VS en bovendien op Libanon.

Het conflict tussen Israël en Libanon laaide opnieuw op na de dodelijke aanval op ayatollah Khamenei in Iran. Hezbollah reageerde met aanvallen op Israël. Hoewel Israël de aanvallen op Zuid-Libanon nooit helemaal had gestaakt – ondanks een staakt-het-vuren in dit gebied – zette het de aanval verder door, op een manier die doet denken aan de agressie in Gaza.

De Israëlische regering heeft laten weten een nieuwe veiligheidscorridor te willen creëren ten zuiden van de Litani-rivier. In feite komt dit neer op een nieuwe bezetting. Libanon en Israël kwamen eerder overeen dat Israël zich uit dit gebied zou terugtrekken, terwijl Hezbollah zich zou ontwapenen. Beide is niet gebeurd.

De Libanese regering krijgt nauwelijks grip op Hezbollah, dat zich autonoom mengt in het conflict tussen Iran en Israël. De Libanese regering hekelt de invloed van Iran in dit deel van Libanon; ze wil zelf de beslissing over oorlog en vrede kunnen nemen, meldt zij op X. Maar ze hekelt ook de toenemende Israëlische agressie. Uiteindelijk kan de Libanese regering Israël niet bieden wat het vraagt, namelijk veiligheidsgaranties, zei de Libanese premier Nawaf Salam volgens Al Jazeera.

JD Vance reist af naar Hongarije en spreekt steun uit voor Orbán

0

De Amerikaanse vicepresident JD Vance is gisteren naar Hongarije afgereisd en sprak zich daar namens Trump openlijk uit over de verkiezingen, in het voordeel van de zittende premier Viktor Orbán. Daarmee mengt de Amerikaanse regering zich direct in de Hongaarse verkiezingen, meldt de BBC.

Zij aan zij met Orbán sprak Vance zijn steun uit. ‘We helpen hem in zijn campagne’, zei hij tegen de pers. Daarbij haalde hij ook hard uit naar de EU. Hij beschuldigde Europa, ironisch genoeg, van ‘een van de ergste voorbeelden van buitenlandse verkiezingsinmenging die ik ooit heb gezien of zelfs maar heb gelezen… omdat ze een hekel hebben aan deze man’.

Zijn eigen inmenging benoemde hij niet als zodanig en hij zette zijn anti-Europese retoriek voort. ‘We willen dat jullie een beslissing nemen over jullie toekomst zonder dat externe krachten druk op jullie uitoefenen of jullie vertellen wat jullie moeten doen. Ik ga jullie niet precies vertellen op wie jullie moeten stemmen, maar wat ik wel zeg, is dat er niet geluisterd moet worden naar de bureaucraten in Brussel’, aldus Vance tegen de Hongaren.

Orbán geldt als pro-Russisch en onderhoudt goede banden met de regering-Trump. Zijn belangrijkste rivaal is de eveneens conservatieve Péter Magyar, die pro-Europees is. In de peilingen staat Magyar voor. Voor Orbán wordt het lastig om opnieuw een verkiezing te winnen; hij won er sinds 2010 al vier op rij.

Magyar reageerde op de steun voor Orbán door hem uit te nodigen voor een partijbijeenkomst van zijn partij Tisza.

Aanval op Israëlisch consulaat in Istanbul, één dader gedood

0

Het Israëlische consulaat in Istanbul is gisteren op klaarlichte dag aangevallen door vermoedelijk drie Turkse IS-strijders. Een van de terroristen is doodgeschoten door Turkse veiligheidsdiensten, meldt de Turks-Armeense krant Agos.

Opvallend genoeg maakte de gouverneur van Istanbul bekend dat het consulaat al 2,5 jaar leegstaat.

Van een van de aanvallers, de doodgeschoten 32-jarige Yunus Emre Sarban, is bekend dat hij banden had met Islamitische Staat. Die groep heeft echter nog geen verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanval. De andere twee verdachten zijn gewond en in hechtenis genomen. Ook zijn twee Turkse politieagenten gewond geraakt bij de schietpartij.

Van Sarban was ook bekend dat hij betrokken was bij een moord in de relationele sfeer in Adana in Zuid-Turkije. Het is niet bekend of hij na zijn vrijlating in 2024 werd gevolgd door de Turkse autoriteiten.

Vanuit het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken is de aanslag veroordeeld. De Turkse autoriteiten werden daarbij bedankt voor hun ‘daadkrachtige optreden’. De Turkse politie is een onderzoek naar de aanval gestart.

Sinds het begin van de genocide in Gaza in 2023 is er geen Israëlisch personeel meer aanwezig in het consulaat, melden Turkse media. Turkije heeft zijn ambassadeur sinds november 2023 teruggeroepen en sindsdien staan de bilaterale diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Israël op een laag pitje. Vorig jaar was er wel contact over Syrië, waar Turkse en Israëlische invloedssferen werden uitgezet.

Hoe oorlog het denken van tien vrouwelijke filosofen beïnvloedde

0

In Vrouwen in duistere tijden, kanshebber op de Socratesbeker, schetst Alicja Gescinska tien bijzondere denkers. Hun ideeën zijn verrassend actueel.

Vanavond is het spannend voor filosofieliefhebbers. In Amsterdam wordt de Socratesbeker uitgereikt, dé prijs voor het meest prikkelende filosofieboek van het jaar. Een van de grote kanshebbers is Vrouwen in duistere tijden van Alicja Gescinska, een filosofe met Pools-Belgische roots. In dit lijvige boek volgt ze het leven en denken van tien bijzondere vrouwen, met in de bijlagen ook nog een paar mannen.

Wat deze vrouwelijke denkers met elkaar verbindt, is dat ze gevormd zijn door de ellende van de vorige eeuw. Ze komen vooral uit wat je de grensregio van Midden- en Oost-Europa kunt noemen: een gebied waarin Polen, Litouwen, Oekraïne, Duitsland en Rusland in elkaar overlopen. Vrijwel allemaal moesten ze hun land of thuis verlaten. Die achtergrond is ook Gescinska niet vreemd: als klein meisje verhuisde ze met haar ouders van Warschau naar een dorp in België.

Verschuivende grenzen

Veel van de vrouwen in haar boek leefden in een streek waar grenzen voortdurend verschoven. Gescinska beschrijft hoe na de Eerste Wereldoorlog Polen en Litouwen weer zelfstandige landen werden, maar de rust niet terugkeerde. De strijd om Vilnius bleef voortduren, en de stad werd uiteindelijk Pools. In de Tweede Wereldoorlog liep de spanning verder op: Polen werd eerst binnengevallen door nazi-Duitsland en daarna door de Sovjet-Unie.

‘Haat, angst en afkeer jegens bepaalde mensen verspreiden zich het beste in grote groepen’

Door die opeenvolgende machtswisselingen bleef het onrustig. Er was niet alleen druk van buitenaf, maar ook strijd tussen Polen en Litouwers zelf. Sommige Litouwers zagen nazi-Duitsland als een bevrijder en keerden zich tegen de Poolse elite, terwijl anderen juist de Sovjets steunden. Poolse groepen probeerden hun positie te behouden en vochten tegen meerdere partijen tegelijk. In de jaren dertig nam bovendien het antisemitisme toe. Tegelijkertijd was het een regio met een rijke, gedeelde cultuur: steden als Vilnius vormden een smeltkroes van Polen, Litouwers, Joden en Russen.

Rosa Luxemburg

Tegen die achtergrond schetst Gescinska het leven en werk van verschillende denkers. Een van de bekendste is Rosa Luxemburg, geboren in 1871 in Zamość, toen onderdeel van het Russische rijk. Polen bestond niet als zelfstandige staat, maar was verdeeld tussen Rusland, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. Voor veel Polen was het behoud van taal en cultuur essentieel. Luxemburgs familie zag zichzelf in de eerste plaats als Pools, daarna als Joods, en zeker niet als onderdanen van de tsaar. Later zou Hannah Arendt haar familie omschrijven als in wezen Europees — iets wat ook geldt voor de andere denkers in het boek, al leven ze in een wereld die voor veel West-Europeanen minder vertrouwd is.

Luxemburg kwam uiteindelijk in Duitsland terecht, waar ze uitgroeide tot een belangrijke socialistische denker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette ze zich fel tegen de oorlog. Samen met Karl Liebknecht richtte ze de Spartakusbond op, waarmee ze een revolutie wilde ontketenen. In 1919 werd ze opgepakt, vermoord en in het Landwehrkanaal in Berlijn gegooid.

Emotionele Ansteckung 

Een andere indrukwekkende figuur is Edith Stein, voor wie empathie volgens Gescinska centraal stond. Ze werd geboren als Joodse vrouw in Breslau, bekeerde zich later tot het katholicisme en trad in 1933 toe tot de karmelietenorde. Samen met haar zus Rosa vluchtte ze naar een klooster in Echt om aan de nazi’s te ontsnappen, maar haar bekering bood geen bescherming: ze werd opgepakt en vermoord in Auschwitz. Stein maakte onderscheid tussen emotionele Ansteckung — het overnemen van gevoelens in een groep — en empathie, die juist ontstaat in persoonlijk contact. Gescinska schrijft: ‘Haat, angst en afkeer jegens bepaalde mensen verspreiden zich het beste in grote groepen. Liefde, vertrouwen en begrip daarentegen verspreiden zich in persoonlijke relaties van mens tot mens.’

Anna Achmatova

Ook de dichteres Anna Achmatova komt aan bod in Vrouwen in duistere tijden. Ze werd in 1889 geboren in een adellijke familie in Odessa en woonde in Sint-Petersburg tijdens de Russische Revolutie. Haar leven werd getekend door verlies en onderdrukking: haar eerste man werd geëxecuteerd, ze mocht jarenlang niet publiceren, vrienden werden vervolgd en gedood en haar zoon Lev werd naar kampen gedeporteerd. In haar gedicht Requiem beschrijft ze hoe ze maandenlang in de rij stond, in de hoop iets over hem te horen. Volgens Gescinska staat bij Achmatova vriendschap centraal: ze probeert de band met gestorven vrienden levend te houden en laat zien dat een totalitair regime wel mensen kan doden, maar geen vriendschap.

Barbara Skarga

In haar voorwoord schrijft Gescinska dat ze zelf het meest geraakt is door Barbara Skarga, volgens haar de belangrijkste Poolse filosofe van de afgelopen honderd jaar — niet alleen vanwege haar werk, maar ook vanwege haar levensverhaal. Skarga werd in 1919 in Warschau geboren en kwam uit een verarmde Poolse adellijke familie met wortels in Litouwen. Na de beurskrach van 1929 overleed haar vader en verhuisde het gezin naar Litouwen.

‘Er is te veel kwaadaardigheid en wij leveren ons over aan de afstomping ervoor’

Daar maakte ze een ingrijpende gebeurtenis mee. Op het landgoed van haar familie, aan een rivier met aan de overkant de Sovjet-Unie, verscheen op een dag een gevluchte jongen die smeekte om te mogen blijven. Hij vertelde dat zijn dorp en familie door de Sovjets waren vermoord of weggevoerd. Toen in 1939 soldaten het gebied binnentrokken, schoten ze hem meteen dood.

In 1944 werd Skarga opgepakt door de Sovjets, verdacht van betrokkenheid bij Armia Krajowa, het Poolse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werd gevangengezet en naar verschillende goelags, dwangarbeiderskampen, gestuurd. Ook na haar vrijlating in 1954 was ze nog niet echt vrij: ze bleef onder toezicht en moest werken op een kolchoz, een collectieve boerderij. Daar las ze filosofen als Marx, Engels en Spinoza. Wat haar het meest trof aan het communisme was de onverschilligheid tegenover menselijk lijden — iets wat ze ook in de kampen zag ontstaan, waar gevangenen afstompten. ‘Er is te veel kwaadaardigheid en wij leveren ons over aan de afstomping ervoor’, schrijft Skarga over haar tijd in de goelags.

In het nawoord van Vrouwen in duistere tijden legt Gescinska de onvermijdelijke link met het heden. Ze wijst op de Oeigoeren in ‘hervormingskampen’, een Rusland dat is afgezakt tot een dictatuur en Oekraïne aanvalt, en de ‘vernietigende vergeldingsdrang’ van Israël tegen honderdduizenden Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen na de pogrom op 7 oktober. Het is, zegt ze, ‘een kleine greep uit het kwaad dat de mens zijn medemens overal ter wereld aandoet’. Volgens haar is het onjuist om geen vergelijkingen te maken tussen toen en nu: ‘De mens leeft niet in een historisch vacuüm.’

Gescinska schrijft dat ze zich machteloos voelt als ze kijkt naar het geweld van nu, maar benadrukt tegelijk dat het ertoe doet hoe je leeft en hoe je reageert op wat er om je heen gebeurt. Dat heeft ze geleerd van de filosofen over wie ze schrijft. Die gedachte, samen met de zorgvuldige manier waarop ze deze vrouwelijke denkers beschrijft, staat vast niet los van haar plek op de longlist van de Socratesbeker 2026.

Vrouwen in duistere tijden, Alicja Gescinska, De Bezige Bij, 430 blz., € 29,99

Wie mag het land of de stad vertegenwoordigen?

0

In het jaar dat ik 21 werd, ben ik via een colloquium doctum, oftewel een toelatingsonderzoek, naar het hbo gegaan. Omdat ik als eigenwijze 18-jarige zonder diploma van school was afgegaan, moest ik bewijzen dat ik het niveau aan zou kunnen.

In de klas was ik een paar jaar ouder dan de meeste van mijn klasgenoten. Hun leeftijd varieerde van 16 (!) tot maximaal 19.

In mijn eerste schooljaar, tijdens een les maatschappijleer of zoiets dergelijks, stelde de docent de vraag: ‘Mag Leontine ons land vertegenwoordigen, bijvoorbeeld als minister-president?’

Wat de achtergrond en context was van de vraag, weet ik niet meer. De discussie die volgde, is me tot op de dag van vandaag bijgebleven. Misschien is het wel een van de redenen dat ik vecht voor mijn ruimte, voor mijn plek aan de tafel en om de weg vrij te maken voor iedereen die op mij lijkt.

Naar schatting, en herinnering, was zo’n 40 procent voor Leontine als president en 60 procent tegen. De belangrijkste reden om mij af te wijzen als mogelijke minister-president was mijn kleur en mijn afkomst. Gelukkig speelde mijn geslacht geen rol in de verhitte discussie.

Door het nieuws uit Frankrijk over Bally Bagayoko, burgemeester van Saint-Denis, geboren in Frankrijk en het kind van Malinese ouders, die sinds zijn aantreden vanwege zijn kleur te maken heeft met racistische aanvallen, komen de herinneringen aan dat klaslokaal stekend naar boven.

Bij tijd en wijle heb ik me overigens wel afgevraagd hoe didactisch onderlegd de docent in kwestie was. Wellicht had mijn forse postuur het ouder zijn dan de rest hem om de tuin geleid, waardoor hij dacht dat ik het wel zou kunnen dragen.

Naar schatting, en herinnering, was zo’n 40 procent voor Leontine als president en 60 procent tegen

We zijn bijna dertig jaar verder. Wat er nu in Frankrijk gebeurt, is niet iets van alleen daar. Ook hier speelt nog steeds de vraag wie het maatschappelijke recht heeft om Nederland als minister-president, minister, burgemeester of wethouder te vertegenwoordigen. Dat het volgens de wet mag, wil nog niet zeggen dat de maatschappij iets accepteert.

In Kabinet-Jetten zitten twee vrouwen die niet in Nederland zijn geboren, waarvan er één een migratieachtergrond heeft. Niemand van kleur. En ja, ik weet dat er iemand van kleur was voorgedragen, maar het kan toch niet zo zijn dat door het wegvallen van dit individu, dit nu het resultaat is?

In heel het land worden er nu op gemeentelijk niveau coalitieakkoorden gevormd. Dat betekent dat de wethoudersposten ook verdeeld worden. Uit onderzoek, gehouden in 2023 door Floris Vermeulen, bleek dat slechts 5,9 procent van alle gemeenteraadsleden een migratieachtergrond had, tegenover ongeveer 25 procent van de bevolking. En als we vandaag de factor vrouw erin gooien, en gaan kijken op een hogere bestuurslaag zoals burgemeester, dan zien we dat van de 1708 wethouders en burgemeesters die Nederland kent, er slechts 10 vrouwen van kleur zijn die deze functies mogen beoefenen. Dat is 0,6 procent, zegt het onderzoek van Zahra Runderkamp.

Wie wordt hier vertegenwoordigd? En wie wordt gehoord, gezien en begrepen?

Ik zeg vaak dat ik niet meer dankbaarheid hoef te tonen aan Nederland dan Linda, Roos of Jessica. Ik ben God dankbaar dat ik in dit land ben geboren. Punt. Maar deze cijfers tonen aan hoe ver we nog afstaan van een maatschappelijke acceptatie van artikel 1 van de Grondwet. Want als iedereen gelijk behandeld zou worden, zouden mensen met een migratieachtergrond en vrouwen van kleur meer terug te vinden zijn in deze rollen van betekenis.

En waar komt dit nu vandaan?

Een paar weken geleden was ik bij een bijeenkomst met als thema ‘Vrouw van Kleur in de politiek’. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet werd er gesproken over de kieslijsten en de uitdagingen die vrouwen van kleur in de politiek het hoofd moeten bieden.

Een van de sprekers was dr. Joyce Sylvester, een zwarte vrouw die (waarnemend) burgemeester is geweest van Anna Paulowna en Naarden. De titel van haar autobiografie is veelzeggend: ‘Bent u de burgemeester?’

Een dag eerder was ik op een congres geweest, de Route van de zwarte vrouw, georganiseerd door het 30 juni-1 juli comité van Den Haag. Meer dan driehonderd zwarte vrouwen, en een paar mannen, bij elkaar. Een ervaring om nooit te vergeten.

Drs. Araya Sumter, directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie, was daar een van de sprekers. De eerste vrouw van kleur in deze functie. Dat we het zo moeten vermelden, zegt alles.

Soms word ik echt moe van de kleine stappen die we als Nederland zetten naar een echt divers land. De huidige politiek in binnen- en buitenland doet me ook echt de moed in de schoenen zakken. En dan denk ik aan de gebalde vuisten van de jonge zwarte vrouw die groot afgebeeld op het stationsplein van Rotterdam staat. Het beeld Moments Contained van Thomas J. Price dat zichtbaar is, ruimte inneemt en er gewoon is. Op sneakers.

Wij zullen doorgaan, zong Ramses Shaffy. Misschien moet ik die docent van toen dankbaar zijn.

Bureau Buitenland: wanneer is een regering een regime?

0

Journalist Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland stelt een vraag over het woordgebruik in de media: waarom spreken Nederlandse media over het Iraanse ‘regime’ en gebruiken ze die term niet voor Israël? Die vraag leeft binnen de mediawereld — vooral onder journalisten met een islamitische achtergrond — maar komt zelden aan bod in talkshows.

Volgens het handboek van persbureau Reuters heeft het woord ‘regime’ een negatieve bijklank. Daarom adviseert Reuters journalisten om in plaats daarvan ‘regering’ te gebruiken. Bouzerda noemt dit een ‘praktische keuze’: ‘Reuters werkt in landen waar je je toegang snel verliest als je machthebbers structureel “regimes” noemt.’

Hij legt uit dat we de term ‘regime’ vooral gebruiken voor landen waar we tegenover staan, en vermijden voor landen waarmee we samenwerken. Zo spreken we bijvoorbeeld over de regeringen van Oeganda, Saoedi-Arabië en Azerbeidzjan.

Volgens Bouzerda is het goed verdedigbaar om de regering van Iran wél een regime te noemen: het is ‘een staat die al decennialang een bevolkingsgroep zonder volwaardige politieke rechten onder controle houdt’.

Maar hoe zit dat dan met Israël?

Volgens onder meer de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem maken we volgens Bouzerda een denkfout als we spreken van een democratie in Israël en een bezetting in de Palestijnse gebieden. In werkelijkheid gaat het om één politiek systeem dat twee bevolkingsgroepen ongelijk behandelt. Dat werd onlangs weer duidelijk in de Knesset, waar is besloten dat Palestijnen door militaire rechtbanken de doodstraf kunnen krijgen.

Theater – Efraïm kijkt in Auschwitz terug op zijn leven

De monoloog Nummer zonder naam vertelt het verhaal van Efraïm (18). In Auschwitz kijkt hij terug op zijn leven, vlak voor zijn dood.

Nummer zonder naam is een toneelvoorstelling, een monoloog, met een pittige inhoud. Het speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekamp Auschwitz. Hoofdpersoon is de jongeman Efraïm, die op het punt staat naar de gaskamer te worden gestuurd. Hij kijkt terug op zijn leven in oorlogstijd, maar ook op de goede tijden.

Eerdere voorstelling

De voorstelling is gemaakt én geschreven door Erwin van Heusden. Hij is theaterdocent, regisseur, eigenaar van Erwin van Heusden Theaterprodukties en hij schrijft mee aan de voorstellingen. ‘Het idee voor Nummer zonder naam ontstond toen we een paar jaar geleden bezig waren met onze voorstelling De Jodenverraadsters van Helmert Woudenberg. Dit stuk gaat over een onderwerp waar je weinig over hoort, namelijk dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen sommige Joodse onderduikers die waren betrapt, werd gezegd dat ze de dans konden ontspringen door vijf andere onderduikers te verraden. Soms werden ze daarna vrijgelaten, maar meestal was het een smoesje en werden ze alsnog afgevoerd. Eén persoon heeft keer op keer Joodse onderduikers verraden. Na de oorlog moest zij de prijs voor haar gedrag betalen met de doodstraf.’

‘Hij vertelt niet alleen over wat hem na de bezetting is overkomen’

‘In dit stuk zit een scène in een concentratiekamp, wat heftig is. Hierdoor ontstond in mijn hoofd het plan voor een toneelstuk dat zich daar afspeelt. Aanvankelijk wilde ik een dialoog schrijven tussen een vader en een zoon, maar toen ik begon te schrijven realiseerde ik me dat de tweede persoon niets toevoegde. Uiteindelijk ben ik voor een monoloog gegaan. Die keuze sloot bepaalde verhaallijnen uit, maar opende ook deuren.’

Efraïm

De verteller in Nummer zonder naam is Efraïm (18). Hij is een gevangene in Auschwitz, waar het einde van zijn leven nadert, terwijl hij daar veel te jong voor is. Toch blikt hij terug op zijn leven, wat een logische reactie is. ‘Hij vertelt niet alleen over wat hem na de bezetting van Nederland is overkomen, maar ook over de mooie dingen die hij meemaakte met zijn ouders en zijn zusje. Bijvoorbeeld in de boekwinkel van zijn moeder, of iets wat thuis gebeurde.’

‘De laatste paar jaar van zijn leven zijn bewogen als gevolg van de bezetting. De beperking van zijn vrijheid begon niet toen hij met zijn familie ging onderduiken, maar al veel eerder. De Duitse bezetter nam steeds meer vrijheden van Joodse mensen af. Efraïm wilde graag naar de kunstacademie, wat niet meer kon. Joden mochten niet meer naar niet-Joodse onderwijsinstellingen, ze mochten er niet meer werken, ze mochten bepaalde winkels niet meer in, noem maar op. Het ging van kwaad tot erger. Uiteindelijk dook het gezin onder, totdat ze werden verraden’

‘Efraïm wilde graag naar de kunstacademie, wat niet meer kon’

Efraïm straalt kracht uit. Hij laat zijn hoofd niet hangen, maar houdt het omhoog tot het einde. Gevangenen in Auschwitz kregen bij binnenkomst een nummer op hun arm gebrand. Daar komt ook de titel Nummer zonder naam vandaan. Efraïm is letterlijk gevangene nummer zoveel. Toch kan hij het opbrengen om mens te blijven. Dat is de essentie van het stuk. ‘Een oorlog haalt het uiterste waar mensen toe in staat zijn in hen naar boven, zowel in positieve als negatieve zin. Het kwaad dat in individuen zit, maar ook de kracht. Je ziet dit terug in Efraïm.’

Sem is iets ouder

De rol van Efraïm wordt gespeeld door Sem Ben Yakar. Van Heusden en hij leerden elkaar vorig jaar kennen tijdens de repetities voor The Passion, waarbij Van Heusden spelcoach is. ‘Sem speelde de rol van een van de apostelen. We raakten aan de praat en hadden een leuke klik. Ik vertelde hem dat we in mijn theater Anne Frank gingen opvoeren. Of hij mee zou willen spelen. Helaas moesten we door omstandigheden die productie opschuiven naar 2027. Ik had Nummer zonder naam af en liet het Sem lezen. Hij was meteen verkocht en gaf aan dit verhaal graag te willen vertellen. Sem is een goede keuze voor deze rol. Jongeren kunnen zich makkelijk in hem herkennen en zich met hem identificeren.’ In werkelijkheid is Sem iets ouder dan 18 jaar, maar dat is niet erg voor zo’n zware rol.

Deels fictie

‘Nummer zonder naam is een goed voorbeeld van het begrip faction, een samentrekking van de woorden fictie en feiten. Het is deels fictie, maar er zijn wel degelijk gebeurtenissen die waargebeurd zijn verwerkt. ‘Er zijn bijna geen jongeren meer die iemand in hun omgeving hebben die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Een oude overgrootvader of grootvader, meer niet. Voor jongeren wordt het steeds meer een ver-van-mijn-bedshow.’

‘Naar voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog, waar nog steeds interesse voor is, komt vaak een wat ouder publiek. Toch zie je dat die ook jongeren meenemen. Een bijkomend probleem is de toename van fake news en soms de ontkenning van de Holocaust. Je merkt ook dat de geschiedenis zich herhaalt. Het publiek moet zich bewust blijven van wat er is gebeurd. Daarom moeten we de taak op ons nemen om het verhaal te vertellen.”

‘Voor jongeren wordt het steeds meer een ver-van-mijn-bedshow’

Nummer zonder naam is een stuk vol emotie, maar Van Heusden zelf wordt er emotioneler van nu de voorstelling ‘handen en voeten’ krijgt. ‘Als je het op het toneel ziet, is het heftiger dan toen ik het schreef. De techniek, het licht, de klanken. Het ontstijgt zichzelf. Heb ik dat gemaakt? Het komt tot leven. Alles valt op zijn plek. Het is iets dat op zichzelf staat. Alsof het nieuw is voor mij.’

Minimaal één BN’er

Zelf stukken schrijven bevalt hem goed, maar sociaal-maatschappelijke thema’s hebben zijn voorkeur. ‘Een voorstelling moet je raken, het moet iets met je doen. De essentie van kunst is mensen in beweging brengen. En het publiek heeft altijd gelijk. Als ik het niet had geschreven, had niemand het gemist. Zo gaat het met kunst. Maar dat betekent niet dat ik er daardoor niet mee aan de gang ga. Als mensen het zien, gaan ze erover nadenken. Het is sowieso lastig om iets nieuws aan de man te brengen. Om op te vallen moet er tegenwoordig minimaal ergens één BN’er in zitten. Daarbij komt dat voor veel mensen de weg naar het theater sinds corona lastiger te vinden is, hoewel het langzaam weer wat meer aantrekt. Het is alsof theater niet meer in het systeem van veel bezoekers zit.’

Heftig stuk

En het is en blijft een heftig stuk. ‘Ik wil de geschiedenis levend houden, maar geen bezoekers traumatiseren. Absoluut niet. Het is ook niet geschreven om te choqueren. Alleen kan ik niet voorkomen dat het choquerend is.’

‘Ik wil de geschiedenis levend houden, maar geen bezoekers traumatiseren’

In ieder geval wel ingrijpend. Er wordt niet voor niets een ‘nazit’ gehouden. ‘De proeflezers van de toneeltekst gaven aan dat het publiek de kans moest krijgen om terug te keren in het heden. Daarom hebben we ervoor gekozen om na de voorstelling een korte pauze te houden en daarna een nazit in de zaal te houden. Dan gaan we in gesprek met het publiek.’

Gezien de zware inhoud van het stuk is dat voor veel bezoekers waarschijnlijk geen luxe. Overigens zijn er tot nu toe geen vervelende reacties geweest op dit stuk als gevolg van de oorlog in Gaza. Er wordt positief gereageerd.

Voor meer informatie: www.nummerzondernaam.nl en www.deoudeschool.nl. De voorstellingen zijn te zien in Theater De Oude School in Dordrecht op 10 en 11 april en op 2, 4 en 5 mei.

Israël verwoest ‘hele dorpen’ in Zuid-Libanon

0

Op sociale media worden beelden verspreid die de verwoesting van dorpen in Zuid-Libanon laten zien. Critici leggen een verband met de genocide in Gaza.

De Libanees-Britse activist Elia Ayoub deelde beelden op Bluesky waarop volgens hem de vernieling van dorpen in Zuid-Libanon te zien is. ‘Israëlische soldaten blazen hele dorpen in Zuid-Libanon op terwijl ze selfies maken. Oude moskeeën, kerken, begraafplaatsen, scholen en ziekenhuizen — alles wordt vernietigd door het genocidale regime’, schrijft hij.

Journalist Harald Doornbos uit zijn verbazing over het uitblijven van westerse reacties op het Israëlische geweld. ‘Gaat Den Haag of de EU hier nog iets van zeggen? Of gaat dit in de (overvolle) map: laten we dit onderwerp maar gewoon negeren en dan tien jaar later onderzoekjes in media en parlement doen, waarin we de vraag stellen: nou poeh zeg, hoe heeft dit destijds zomaar kunnen gebeuren?’

VN-rapporteur Francesca Albanese blijft ondertussen beelden delen van de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, waar Palestijnen te maken blijven hebben met aanhoudende problemen en geweld. ‘Het is pijnlijk om te zien wat de Israëliërs de Palestijnen aandoen — soldaten, kolonisten, veiligheidsdiensten en politie — op heel tastbare wijze’, schrijft ze. ‘Dit is geen oorlog. Het is het martelen van een volk: fysiek en psychologisch. En het maakt deel uit van hun uitroeiing.’

Actiegroep wil toch referendum over Israël-boycot in Amsterdam

0

De gemeente Amsterdam kan geen besluiten nemen over een boycot van Israël, omdat dit onder het nationale buitenlandbeleid valt. De actiegroep Amsterdam Palestina Referendum (APR), die een referendum wil, zegt juist dat Amsterdam zich vaker met internationale kwesties bemoeit, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van de burgemeester bij de Budapest Pride.

Op 31 maart gaf de Initiatief- en referendumcommissie een negatief advies over het referendumvoorstel ‘Mensenrechtenstad in woord en daad’.

APR stelt dat lokaal beleid wél mogelijkheden biedt. De groep wijst op Utrecht, waar de gemeenteraad in 2025 instemde met een motie om geen zaken te doen met Israëlische bedrijven. Ook in Leuven en Oslo, en in de regio’s Puglia en Emilia-Romagna, zijn volgens APR vergelijkbare maatregelen genomen.

Daarnaast wijst APR op de invloed van de gemeente op het eigen inkoopbeleid, zoals bij de samenwerking van het GVB met CAF Mobility.

De commissie noemt het voorstel vooral een kwestie van standpunten, maar APR spreekt van medeverantwoordelijkheid van de stad. De groep roept de gemeenteraad op om Amsterdammers via een referendum inspraak te geven.

APR licht het voorstel op 15 april toe in de Tijdelijke Algemene Raadscommissie en roept sympathisanten op om daarbij aanwezig te zijn