Naar aanleiding van een kritisch rapport van Save the Children over Israëlische martelgevangenissen, waar Palestijnse kinderen systematisch worden gemarteld, vernederd en zelfs seksueel misbruikt, is in de Tweede Kamer een motie aangenomen. De motie spoort de regering aan om de druk op Israël op te voeren.
De motie, ingediend door de Partij voor de Dieren, betreft de toegang van het Internationale Rode Kruis tot alle detentiecentra in Israël waar Palestijnen worden vastgehouden en gemarteld. De regering wordt verzocht zich ‘actief’ in te zetten voor onbelemmerde toegang van het Internationale Rode Kruis ’tot alle detentiecentra waar Palestijnen worden vastgehouden’.
Naast de coalitiepartijen VVD, CDA en D66 stemden ook de ChristenUnie, BBB, SP, Groep Van Haga (BVNL), 50PLUS, DENK, Volt en FVD voor de motie. SGP, JA21, Mona Keijzer, PVV en Groep Markuszower stemden tegen.
De voormalig ambtenaar Berber van der Woude gaf op NPO Radio 1 commentaar op de martelingen in Palestina. ‘De rechten van Palestijnse kinderen worden al heel lang geschonden, de details van dit rapport zijn gruwelijk,’ zei ze. ‘Na 7 oktober lijken alle remmen los te zijn gelaten. Israël heeft het kinderrechtenverdrag en de antifolterverdragen ondertekend en geratificeerd, en toch gebeurt dit.’
Journalist Fitria Jelyta, die dit verhaal voor NRCnaar buiten bracht (samen met Derk Walters), reageerde opgelucht na de aangenomen motie. ‘Ik hoef geen erkenning, ik deed alleen mijn taak als journalist,’ aldus Jelyta, die stelt dat journalistiek hierom moet draaien.
In het rapport van Save the Children komen Palestijnse kinderen zelf aan het woord. Zo vertelt Ameer, die op 15-jarige leeftijd werd gevangengenomen en lange tijd rechteloos werd vastgehouden: ‘Wij worden blootgesteld aan brute martelingen. We hebben hulp nodig, van iedereen die ons kan helpen. De wereld moet weten wat we doormaken.’
De PVV heeft via X, bij monde van Eerste Kamerlid Alexander van Hattem, laten weten dat zij de aanpassing van de asielwetten van voormalig asielminister Marjolein Faber niet zullen steunen in de Eerste Kamer. Hiermee dreigt de PVV de eigen asielwetten, waarmee ze ‘het strengste asielbeleid ooit’ wilde voeren, zelf om zeep te helpen, schrijft NRC.
Met de aanpassing, of novelle, zouden de nieuwe asielwetten worden versoepeld. Strafbaarstelling van illegaliteit, een onderdeel van de asielnoodmaatregelenwet die de PVV vorig jaar erdoor kreeg, ging tegen het zere been in van partijen als SGP en CDA. Hulp aan illegalen zou namelijk ook strafbaar worden. De novelle maakte de asielwetten van Faber acceptabel voor de SGP en het CDA.
Terwijl PVV-leider Geert Wilders eerder nog blij was met de versoepeling van de wet, zo schrijft NRC, dreigt hij nu alsnog de hele wet te torpederen en andere partijen de schuld te geven.
Want zonder de novelle is er geen steun van de twee christelijke partijen en dus geen meerderheid voor het hele plan in de Eerste Kamer.
Van Hattem liet woensdag weten wel vóór de twee strenge asielwetten te gaan stemmen. Wetten waarvoor hij eerder nog zijn steun dreigde in te trekken, omdat deze volgens hem waren ‘uitgekleed’ en ‘afgebroken’. Ze zouden dus niet meer streng genoeg zijn voor de PVV.
Door wel steun te geven aan de asielwetten, maar niet aan de novelle, dreigt de PVV andere partijen de schuld in de schoenen te schuiven. Zij kunnen zonder de aanpassing namelijk niet akkoord gaan met het hele plan.
En zo is het nog erg onzeker of de strenge maatregelen waar de PVV zich sterk voor had gemaakt, het nog wel gaan halen. Komende dinsdag stemt de Eerste Kamer over de asielwetten.
Ik was 7 jaar oud toen ik mijn allereerste vis ‘bewust’ at. Mijn vader nam me mee naar een restaurant en bij de entree was er een aquarium vol zeebaars en de ober zei: ‘kies er een uit’. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit, dus ik wees willekeurig naar een vis.
Tien minuten later lag die vis bij mij op het bord. Dood! Ik schrok en begon te huilen en zei dat ik het niet zou eten.
Toen zei mijn vader: ‘een vis heeft maar één droom: om op een dag opgegeten te worden door iemand die hem waardeert en lekker vindt. Als jij het niet eet, is hij voor niets gestorven en is zijn droom niet waargemaakt.’
Ik at die dag drie vissen om hun droom waar te maken. Weet nu dat dat een illusie is en een van de vele sprookjes die mijn vader vertelde.
Met die gedachten was ik een vis aan het fileren en zag hoe de dode oogjes van het dier mij aankeken en ik dacht aan een zin van de filosoof Zawatski: ‘ik wens de dieren een wereld zonder mensen’.
Vrienden kwamen bij mij eten: een vegetariër, flexitariër, veganist, carnivoor, een Joodse, een moslim en een hindoe. De Joodse en moslimvriendin eten geen varken, de hindoevriend eet geen koe, de vegetariër überhaupt geen vlees en de veganist geen vlees en zuivelproducten. Koken voor deze groep was makkelijk: Thais eten bevredigt velen.
Eenmaal aan tafel, kijkend naar het plafond, zei een van hen: ‘Nil, dit kan echt niet, al die halogeenlampen. Je moet ledlampen nemen. Dit is slecht voor het milieu.’
‘Ik vind het zonde om lampen die het nog doen weg te gooien’, zei ik gegeneerd. ‘Er is geen weg terug van de klimaatcrisis en we moeten allemaal ons consumptieve patroon aanpassen, toch?’ ging hij verder.
Misschien vind ik dat wel de ergste soort mens: die zijn waarheid op de ander projecteert en, nog erger, bijna eist dat je hetzelfde moet vinden. Er wordt ons verteld hoe we de broeikasgassen verminderen door minder te kopen, minder te eten en minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Daar kan ik in mee, maar moeten we niet vooral bij de macrocirkel zijn?
Alleen al in 2024 waren er 300 raketlanceringen naar een baan om de aarde, gedomineerd door raketten van de Amerikaanse, Russische en Chinese overheid en van bedrijven. Dat kost niet alleen vliegtuigbrandstof, maar ook veel zuurstof. Een lancering staat gelijk aan de vervuiling die 100 auto’s in een jaar produceren. Beschadigt dat de atmosfeer niet?
De Belgische politicus Bruno Tobback gaf ooit het eerlijkste antwoord: ‘Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen politicus die weet hoe hij nadien nog verkozen zal worden.’
De veganistische vriendin keek carnivoor Otto aan, die net een stuk vlees in zijn mond stopte
Volgens Europese afspraken moeten we in 2030 zo’n 55 procent minder uitstoten dan in 1990, en in 2050 moeten we klimaatneutraal zijn. En ja, we moeten allen ons steentje daaraan bijdragen.
De veganistische vriendin keek carnivoor Otto aan, die net een stuk vlees in zijn mond stopte. ‘Vlees zorgt voor 40 procent van de broeikasgassen. Voor 1 kilo vlees is 5 kilo plantaardig voer nodig. Vlees heeft zo’n grote klimaatimpact!’ ‘Je moet stoppen met vlees eten, Otto. Denk aan al die kinderen die de aarde nog nodig hebben in de toekomst waarin jij en ik er niet meer zullen zijn.’
De enige praktiserende gelovige aan tafel barstte los: ‘een fundamentalist die zijn geloof opdringt en je veroordeelt, is net zo radicaal als een veganist die de ander vlees verbiedt en oordeelt.’ Toen werd het een oneindige discussie…
Otto, die een zomerhuis op Ibiza heeft en met zijn Cadillac Jeep aankwam, durfde amper nog iets te zeggen. Ik voelde als gastvrouw dat ik voor hem moest opkomen, al is dat moeilijk met standvastige eco-warriors aan tafel, en mede omdat ik iedereen wel begrijp vanuit hun standpunt en manier van leven en laten leven.
‘Mag Otto nog wel bestaan volgens jullie?’, vroeg ik in de meest neutrale vorm. ‘Jazeker, maar dan moet hij wel zijn huis in het buitenland en daarmee zijn vluchten en zijn auto inleveren voor een gezondere aarde’, zei de vriendin die verpleegster is.
Het klonk klimaatvriendelijk, milieubewust en toch niet echt aardig. Als een pleidooi voor een ideaal een dreigement wordt, klinkt dat toch onfris. Ja, de wereld is aan een reset toe, maar gezond verstand ook. We kunnen elkaars vrijheid in de manier van leven toch niet belemmeren omdat wij de aarde willen redden. Of juist wel?
In twee dagen tijd is Turkije opgeschrikt door een tweede aanslag op een school. Zeker acht scholieren en een leraar zijn doodgeschoten door een 14-jarige leerling. De autoriteiten doen volop onderzoek naar de toedracht en of er nog meer aanslagen volgen.
‘We onderzoeken de zaak grondig’, meldt gouverneur Mükerrem Ünlüer van Kahramanmaraş, de Zuid-Turkse stad waar de aanslag plaatsvond, om de gemoederen tot bedaren te brengen. De paniek is echter groot in Turkije. Op sociale media worden heftige beelden van de aanslag getoond. ‘Kinderen die voor hun leven rennen en uit het raam springen,’ zegt een ooggetuige met een brekende stem.
Nieuwswebsite Ensonhaber meldt dat de dader de aanslag van tevoren heeft gepland, maar over de precieze aard ervan is nog weinig bekend.
De pro-Koerdische parlementariër Salih Gergerlioglu deelt al wel een filmpje van een boze vader die zijn zoon heeft verloren. Deze vader zou jarenlang hebben vastgezeten vanwege vermeend lidmaatschap van de Gülenbeweging en is pas recentelijk vrijgekomen. Hij uit zijn woede tegenover de gouverneur, die een ziekenhuis bezoekt.
‘Jullie hebben de vader van mijn zoon, die politieagent was, 1758 dagen lang opgesloten als ’terrorist’. Nu heeft de zoon van de ‘vaderlandslievenden’ mijn zoon gedood!’ roept hij buiten zinnen. Omstanders proberen hem tot zwijgen te brengen.
Parlementariër Gergerlioglu stelt op X wel een vraag: ‘Hoe gaan jullie verantwoording afleggen voor dit leed? Een KHK-vader (verwijzend naar de noodwetten tegen gülenisten na de couppoging) zat 1758 dagen onterecht vast.’
Advocaten van Palestijnen die vastzitten in Israëlische gevangenissen hebben sinds het begin van de Iranoorlog niet of nauwelijks toegang tot hun cliënten door de noodtoestand. Volgens de advocaten is het een van de vele voorbeelden van de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen door Israël.
Sinds 28 februari geldt er volgens de Israëlische Gevangenisdienst een ‘noodtoestand’, waardoor de visitatiemogelijkheden van advocaten zijn beperkt en in sommige gevallen volledig zijn geschorst. Een deel van de toegang tot cliënten is inmiddels hervat, maar dat geldt alleen voor gevangenen met aankomende hoorzittingen. Veel Palestijnse gevangenen vallen daarbuiten en hebben dus op dit moment helemaal geen contact met hun advocaat.
‘De beperkingen bestaan vanwege zorgen om de veiligheid, en een deel van die zorgen is zeker gerechtvaardigd’, zegt Tal Steiner, hoofd van mensenrechtenorganisatie HaMoked, die Palestijnen juridische hulp verleent. ‘De gevangenissen staan op verschillende locaties in Israël, ook in het noorden, waar tijdens de oorlog vaak aanvallen waren. Het is dus zeker een gevaarlijke situatie voor advocaten, en ook voor bewakers en gedetineerden.’
Toch is het volgens Steiner van groot belang dat advocaten snel weer toegang krijgen. ‘Om iemand goed te kunnen vertegenwoordigen, moeten wij die persoon kunnen spreken. Daarnaast is het contact met de advocaat de enige band met de buitenwereld die Palestijnse gedetineerden hebben. Het is de enige manier om te weten wat er met hen gebeurt in de gevangenis.’
Enige contact met buitenwereld
Ook in 2023, na 7 oktober, ging er een noodtoestand in. Sindsdien weigert Israël families en hulporganisaties zoals het Rode Kruis toegang te verlenen aan Palestijnse gevangenen; ouders mogen zelfs hun gevangengenomen kinderen niet bezoeken. Afspraken met advocaten werden daardoor voor Palestijnen in de Israëlische gevangenissen het enige contact met de buitenwereld, en voor de buitenwereld werd het contact met de advocaten de enige manier om zicht te krijgen op wat er zich in de gevangenissen afspeelt.
‘Bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar’
Mensenrechtenadvocaat Sari Bashi, hoofd van het Publieke Comité tegen Marteling in Israël, heeft een aantal cliënten dat zij sinds het begin van de Iranoorlog niet heeft kunnen spreken. Ze maakt zich grote zorgen. ‘We weten uit getuigenissen van Palestijnen die tijdens de vorige Iranoorlog vastzaten dat misbruik en mishandeling in die periode toenamen. Gedetineerden zaten 24/7 vast in hun cellen, bewakers kwamen de cellen in en mishandelden hen daar, soms precies buiten het zicht van de camera’s. We maken ons zorgen dat dit weer gebeurt.’
De afgelopen jaren zijn er meerdere verhalen naar buiten gekomen over de slechte behandeling van Palestijnse gevangenen. Palestijnen vertellen na hun vrijlating over marteling, uithongering en gebrek aan hygiëne in de Israëlische gevangenissen. Zonder bezoeken van advocaten blijven berichten over dit soort mensenrechtenschendingen ongedocumenteerd, of ze komen pas veel later – na vrijlating – naar buiten. De Israëlische Gevangenisdienst zegt in een reactie aan de Kanttekening dat er op dit moment geen restricties gelden en dat de claims van advocaten dat zij geen toegang hebben tot Palestijnse cliënten niet kloppen.
Palestijnse kinderen gemarteld en misbruikt
Hulporganisaties vrezen dat niet alles wat misgaat in de detentiecentra aan het licht zal komen. Maar een deel komt wel aan het licht, zoals vorige week toen hulporganisatie Save the Children een rapport naar buiten bracht waaruit blijkt dat Palestijnse kinderen systematisch gemarteld, seksueel misbruikt en uitgehongerd worden in Israëlische gevangenissen. De situatie in de detentiecentra is sinds 7 oktober enorm verslechterd. Ook is het aantal arrestaties van Palestijnen toegenomen, onder wie dus veel kinderen.
‘Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts’
Save the Children liet 165 Palestijnse kinderen vragenlijsten invullen en sprak daarnaast met ouders, verzorgers, hulpverleners en advocaten om een beeld te krijgen van de behandeling van Palestijnse kinderen in het Israëlische gevangenissysteem. Uit die rondgang blijkt dat de minderjarigen onder meer werden vastgebonden, geblinddoekt, geslagen, geschopt en gedwongen werden seksuele handelingen bij elkaar te verrichten. Ook kregen ze te weinig eten en niet of nauwelijks toegang tot medische zorg.
‘De resultaten uit het rapport verbazen me niet’, zegt Steiner. ‘Dit gebeurde ook al voor 7 oktober en het is sindsdien alleen maar erger geworden. Wij horen dit soort verhalen ook van Palestijnse kinderen die zijn vrijgelaten. Het misbruik begint al bij de arrestatie, dat gebeurt vaak ’s nachts en kinderen worden meteen gescheiden van hun ouders. Daarna zijn de omstandigheden in detentie heel zwaar: er is mishandeling, soms zelfs seksueel misbruik en veel eenzaamheid.’
Schending van het recht
Volgens mensenrechtenorganisatie Addameer zitten er bijna 10.000 Palestijnen vast in Israëlische gevangenissen. Ruim 3000 van hen zitten vast in zogenaamde ‘administratieve detentie’, zonder aanklacht of proces. Zo’n 350 van de gevangenen zijn kinderen uit de Westelijke Jordaanoever; van hen zit ongeveer de helft in administratieve detentie.
Het Israëlische gevangenissysteem schendt hiermee op meerdere vlakken het internationaal recht. Marteling en andere vormen van mishandeling van gevangenen uit bezette gebieden gelden onder internationaal humanitair recht als oorlogsmisdaden. Ook het overbrengen van gedetineerden naar gevangenissen buiten het bezette gebied is een schending van datzelfde recht. Daarnaast oordeelt het Internationaal Gerechtshof dat zowel het gebruik van militaire rechtbanken als de toepassing van administratieve detentie in strijd zijn met de Geneefse Conventies.
Wat betreft minderjarigen stelt het VN-Kinderrechtenverdrag dat detentie uitsluitend als uiterste maatregel mag worden toegepast, en dan voor de kortst mogelijke duur. ‘In moderne rechtssystemen is het gebruikelijk dat het opsluiten van een minderjarige alleen wordt gedaan als laatste redmiddel’, zegt Steiner. ‘Voorkeur wordt dan gegeven aan huisarrest of bijvoorbeeld een gesloten kostschool. En als je kinderen dan moet opsluiten, dan in ieder geval niet samen met volwassenen. En in Israël bestaat dit rechtssysteem ook, maar het geldt alleen voor Israëliërs, niet voor Palestijnen.’
‘Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan’
Bashi maakt zich ook zorgen om de recent aangenomen doodstrafwet. Palestijnen die veroordeeld zijn voor een moord met terroristisch motief, kunnen worden opgehangen. Vooral voor kinderen vormt deze nieuwe wet een extra groot gevaar, zegt Bashi. ‘Wat er bij kinderen vaak gebeurt, is dat zij verhoord worden zonder ouder of advocaat erbij. Ze worden gemarteld en gedwongen tot een bekentenis. Het is makkelijk om bekentenissen af te dwingen bij kinderen, en die gedwongen bekentenissen kunnen nu hun dood betekenen.’
‘We kunnen het niet voorkomen’
Er lijken op dit moment weinig mogelijkheden om Palestijnse gevangenen te beschermen tegen de slechte mishandeling in Israëlische gevangenissen. Uitspraken van Israëls eigen rechtssysteem lijken de gevangenissen ook aan hun laars te lappen. In juni 2024 dienden twee Israëlische mensenrechtenorganisaties een petitie in bij Israëls Hooggerechtshof nadat uit getuigenissen van Palestijnse gevangenen bleek dat ze tientallen kilo’s waren afgevallen tijdens hun gevangenschap. Dat kwam volgens de organisaties neer op uithongering. Het Hooggerechtshof besloot toen dat de Israëlische Gevangenisdienst verplicht was om gedetineerden te voorzien van voedsel en basislevensbehoeften. De rechter deed verder geen uitspraak over om welke hoeveelheden voedsel het ging en ook handhaving van dit besluit bleef uit.
‘We hebben de informatie, bijvoorbeeld van advocaten of van vrijgelaten Palestijnen. Het is niet zo dat we geen informatie hebben, het probleem is dat we het vervolgens niet kunnen voorkomen’, zegt Steiner. ‘Het gevangenissysteem opereert tegen de Israëlische wet, maar de rechters steunen ons niet. We hebben veel petities ingediend over misbruik, marteling, uithongering en medische nalatigheid. Keer op keer stellen we de rechtbank op de hoogte, maar er wordt niets gedaan.’
Wordt het ook dit jaar weer een ingewikkelde dodenherdenking? Gelden de twee minuten stilte alleen maar voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog hier in Nederland? En over welke slachtoffers hebben we het dan? Over hen die door ‘actief’ handelen zijn omgekomen, zoals de militairen en de verzetsstrijders? Of ook over hen die ‘passief’ tot slachtoffer zijn geworden, zoals de Sinti en Roma, de Joodse burgers of diegenen die onder waren gedoken omdat de bezetter om allerlei redenen naar hen op zoek was?
De meeste van deze vragen werden al gesteld vanaf die allereerste nationale herdenking. Deze vond plaats op 9 mei 1945 in Amsterdam.
Het heeft een aantal jaren geduurd voordat het herdenken bij het inmiddels opgerichte nationale monument op de Dam, daar in het hartje van onze hoofdstad, plaatsvond zoals wij dat nu kennen.
Aanvankelijk werden alleen gesneuvelde militairen, verzetsstrijders en zeelieden herdacht. Later kwamen daar ook burgerslachtoffers bij. Daarbij moeten we denken aan de slachtoffers in de Jappenkampen en van de Hongerwinter. Over de jaren kwamen na veel onwaardig geharrewar ook de slachtoffers van de politionele acties in Nederlands-Indië en van de Koreaanse Oorlog erbij. Weer later mochten de weggevoerde Joden, Roma en Sinti ook herdacht worden, evenals de omgekomen militairen bij buitenlandse VN-missies, zoals in Libanon, Bosnië en Afghanistan.
Nederland leeft, net als de rest van de wereld, met verschrikkelijke oorlogsbeelden die op dit moment de aandacht vragen, zoals die van de slagvelden van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, van de hel in het Midden-Oosten en van tal van andere strijdtonelen in Afrikaanse landen en in andere delen van Azië.
Al meerdere jaren klinkt de roep om juist ook deze slachtoffers mee te nemen in de Nationale Herdenking. Begrijpelijk is aan de ene kant de weerstand tegen deze wens. Op 4 mei hebben we het over de Tweede Wereldoorlog. Deze dag is in onze nationale herinnering gebeiteld.
Maar aan de andere kant mogen we niet wegkijken voor dit verlangen vanuit de samenleving. Allereerst is het een feit dat we ons moeten afvragen in hoeverre de verschrikkingen van de jaren 1940-1945 nog wel breed in het collectieve geheugen van ons Nederlanders verankerd liggen. Na tachtig jaar is het een geschiedkundig gegeven dat ook afschuwelijke feiten gaandeweg naar de achtergrond verdwijnen. Daartegen kunnen we proberen ons te verzetten, maar een feit is het. Het lot van de geschiedenis.
De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen
Daarnaast is het met onze moderne communicatiemiddelen een gegeven dat beelden van ver weg bijna onmiddellijk in alle heftigheid onze woonkamers binnendringen. Bommen op Gaza, raketten op Israël, afschuwelijke slachtpartijen op de slagvelden van Oekraïne, de doden van de burgeroorlog in Soedan spelen zich niet langer af ver weg van ons bed. Met deze beelden voor ogen gaan we ook hier in Nederland slapen en staan we ’s ochtends op.
Met dit alles in ons achterhoofd krijgt de roep om breder te herdenken dan alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog een legitimiteit.
We staan twee minuten in doodse stilte. Waar staan die twee minuten voor? Volgens de traditie is de eerste minuut gewijd aan de omgekomenen. De tweede minuut is bedoeld om diegenen te eren die levend zijn teruggekeerd uit de oorlog en voor wie de oorlog nog generaties lang impact heeft.
Al dit herdenken heeft ook een Bijbelse oorsprong. ‘Herinner wat Amalek u heeft aangedaan! Vergeet het niet!’ De bekende rabbijn Jonathan Sacks buigt zich over deze dubbele opdracht: herinneren en niet vergeten. Is dit niet hetzelfde? Nee, herinneren gaat over het verleden, over wat wij mensen elkaar hebben aangedaan. Niet vergeten gaat over het heden en over de toekomst.
Was ooit, direct na de tragiek van nota bene een Tweede Wereldoorlog in één eeuw, het dictum ‘nooit meer!’, nu weten wij, met een blik op de wereld van vandaag, dat dit misschien ooit onze hoop was, maar niet meer is geworden dan een ijdel verlangen. En dat is een reden des te meer om bij het herdenken van toen, en het niet vergeten ten behoeve van vandaag, vooral ook dat heden in ons nationaal herdenkingsbewustzijn mee te nemen.
Het zal allemaal best ingewikkeld zijn. Hoe geven wij op nationaal niveau invulling aan dit nieuwe herdenken zonder te vervallen in politieke controverses en debatten tijdens dat uurtje op de Dam? De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen. Misschien wordt het ‘Nooit weer’ dan toch nog werkelijkheid.
De burgeroorlog in Soedan is nu al drie jaar aan de gang en er lijkt geen einde aan te komen.
Op verschillende manieren berichten media over deze hopeloosheid. Felipe van Braak is coördinator noodhulp van Artsen zonder Grenzen en vertelde bij Radio 1 over zijn werk in Soedan. Hij was net terug uit het gebied, waar de ngo aan beide kanten van het conflict medische hulp biedt. Ziekenhuizen zijn vaker een doelwit geweest en dat is dan ook zijn grootste angst.
‘Waar ga je dan naartoe? Als je moet bevallen, als je kind ziek is, als je kind opeens medische hulp nodig heeft. Dan blijven sommige mensen thuis, met ernstige gevolgen van dien’, vertelt hij in een indrukwekkend interview.
De BBC sprak met een man die drie jaar vastzat in de stad Al Fasher en net was aangekomen in Port Soedan, waar hij voor het eerst toegang kreeg tot zijn telefoon. Drie jaar aan berichten overspoelen hem, over vrienden die zijn overleden of van mensen die denken dat hij dood is.
De oorlog woedt nog altijd in Soedan en de humanitaire ramp dendert voort. Bijna de helft van de essentiële gaarkeukens is de afgelopen zes maanden gesloten, meldt nieuwswebsite Middle East Eye, vanwege een gebrek aan internationale steun en de gevolgen van de oorlog tussen de VS en Israël tegen Iran.
Meer dan 21 miljoen mensen in Soedan – 45 procent van de bevolking – kampen momenteel met voedseltekorten. Kinderen gaan niet naar school en worden ingezet als soldaat in de strijd. Miljoenen mensen zijn ontheemd.
De aandacht voor de oorlog in Soedan is vanaf het begin beperkt geweest, omdat er meerdere brandhaarden tegelijk in de wereld zijn. Hulporganisaties wijzen consequent op de noodzaak om de ogen van de wereld op Soedan te richten.
In Museum West Den Haag is een tentoonstelling te zien over het verblijf van schrijver en activist James Baldwin in Turkije.
Niet iedereen in Nederland kent de wereldberoemde Afro-Amerikaanse schrijver James Baldwin, die indringend schreef over de burgerrechtenbeweging in de VS van de jaren vijftig tot aan zijn dood in 1987. In de strijd voor gelijke rechten verloor hij veel zwarte vrienden, onder wie Martin Luther King Jr. en Malcolm X.
Minder bekend is dat hij ook regelmatig naar Turkije reisde. Daar vond hij rust en relatieve vrijheid, weg van het racisme en de spanningen die hij in het Westen ervoer, en schreef hij meerdere boeken.
‘In Istanbul voelde Baldwin een vorm van acceptatie die hij in New York en Parijs niet had gevoeld’, vertelt de Turks-Koerdische curator Özkan Gölpinar. In Museum West Den Haag worden die cruciale Turkse jaren (1961–1971), waarin hij in rust kon schrijven en reflecteren op de roerige veranderingen en het geweld in de VS, belicht in de tentoonstelling This Morning, This Evening, So Soon – Turkey Saved My Life.
Zo was Baldwin ook bevriend met de beroemde Armeense fotograaf Ara Güler, die hem samen met de Koerdische schrijver Yasar Kemal fotografeerde in Istanbul. Baldwins meesterwerk No Name in the Street, gepubliceerd in 1972, is deels in Turkije geschreven. ‘In Amerika was ik alleen vrij in de strijd, nooit vrij om te rusten’, zegt hij daarin.
Ook schrijft hij in zijn werk over de antikoloniale strijd van Algerijnen in Frankrijk en is hij een scherpe observator van de dubbele maatstaven in het Westen ten aanzien van Israël, dat volgens hem onvoorwaardelijk wordt gesteund.
In de tentoonstelling onderzoeken vier kunstenaars hun persoonlijke connectie met Baldwin. ‘Baldwin is voor mij geen afgeronde kwestie. Hij is een gesprekspartner voor vandaag’, zegt Gölpinar.
Dat de tentoonstelling plaatsvindt in het voormalige gebouw van de Amerikaanse ambassade is volgens hem veelzeggend. ‘Met deze tentoonstelling is Baldwin te zien in een gebouw dat deel uitmaakte van de Amerikaanse overheid. Niet als slachtoffer of als individu dat werd onderzocht vanwege staatsgevaarlijkheid, maar als een soort overwinnaar die nog steeds een inspiratiebron is voor zoveel mensen’, aldus Gölpinar.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni heeft aangekondigd dat een langdurige militaire samenwerking met Israël wordt stopgezet, meldt Middle East Eye.
‘In het licht van de huidige situatie heeft de regering besloten de automatische verlenging van de defensieovereenkomst met Israël op te schorten’, zei ze tegen correspondenten in Italië.
Het gaat om een defensief samenwerkingspact tussen de twee landen dat sinds april 2016 van kracht is en om de vijf jaar wordt vernieuwd. De overeenkomst omvat de uitwisseling van militair materieel, evenals samenwerking op het gebied van militaire training en technologisch onderzoek en ontwikkeling. De tweede verlenging van de samenwerking gaat dus niet door.
Verder liet Meloni zich ook kritisch uit over de rel tussen Donald Trump en paus Leo XIV. Trump noemde hem onder andere een ‘zwakke leider’, omdat hij zich tijdens een vredeswake op zondag tegen de oorlog in het Midden-Oosten had uitgesproken. Trump deelde ook een AI-afbeelding van zichzelf als Jezus, die hij later verwijderde. Voor veel katholieken ging dat een brug te ver. ‘Trumps opmerkingen jegens de Heilige Vader zijn onaanvaardbaar’, zei Meloni, die zelf ook katholiek is, tegen de verzamelde pers in het parlement.
Trump liet dat niet over zijn kant gaan en fulmineerde terug: ‘Zij is degene die onaanvaardbaar is. Het kan haar geen donder schelen als Iran kernwapens krijgt en Italië in twee minuten opblaast.’
De Israëlisch-Amerikaanse invloed op Europese landen, die hen wil betrekken in de illegale oorlog tegen Libanon en Iran, lijkt haar langste tijd te hebben gehad. Het is echter de vraag wat West-Europese landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk, gaan doen. Premier Rob Jetten en het koningspaar brachten maandag een bezoek aan het Witte Huis, waar zij dineerden met Donald en Melania Trump.
Al in de Tachtigjarige Oorlog hadden Nederland en Turkije contact, en later werden dat hechte handelsrelaties, vertelt emeritus hoogleraar Marjolein ’t Hart. ‘Een negatieve houding tegenover de islam paste daar niet bij.’
Binnenkort geeft Marjolein ’t Hart, emeritus hoogleraar Geschiedenis van staatsvorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de lezing Liever Turks dan Paaps. De titel verwijst naar de oer-Hollandse leus van de Watergeuzen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen Nederland verwikkeld was in de onafhankelijkheidsstrijd tegen het Spaanse Rijk. In haar lezing gaat ze in op de langdurige relaties tussen Turkije — of beter gezegd het Ottomaanse Rijk — en Nederland.
Die relaties waren niet alleen diplomatiek, maar hadden ook invloed op de oorlog zelf. Zo stuurde Willem van Oranje in 1569 een brief naar sultan Selim II om steun voor de Nederlandse opstand te krijgen. Tegelijkertijd voerden de Ottomanen op de Middellandse Zee hun eigen felle oorlog tegen Spanje. Daardoor werden de Spaanse troepen gedwongen hun aandacht over meerdere fronten te verdelen. Volgens ’t Hart heeft juist dat een belangrijke rol gespeeld bij het veiligstellen van het grondgebied van het latere Nederland tijdens de onafhankelijkheidsstrijd
De Turks-Nederlandse studentenvereniging Anatolia heeft een bijeenkomst georganiseerd over de historische banden tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk, met Marjolein ’t Hart als gastspreker. Maar waarom is deze geschiedenis vandaag de dag nog relevant voor Turken en Nederlanders?
‘Mijn lezing wil ik plaatsen in de bredere internationale verhoudingen van het Ottomaanse Rijk en Nederland, met natuurlijk eerst de focus op de protestantse Watergeuzen die “Liever Turks dan Paaps” (lees: liever islamitisch dan katholiek) wilden zijn’, zegt ze.
Waarom gebruikten de Geuzen, die tegen de Spaanse overheersing vochten, juist die leus? Er waren toch wel meer landen met wie Nederland goede betrekkingen onderhield?
Marjolein ’t Hart
‘Het is in de eerste plaats een verwijzing naar de steun die sultan Selim II Willem van Oranje beloofde. Voor de revolutionaire opstandelingen was dat een enorme opsteker, want vooral in de beginjaren van de onafhankelijkheidsstrijd was er een groot tekort aan geld, mankracht en wapens. Turkije was in die tijd een machtig rijk.
‘In de tweede plaats is het een verwijzing naar de relatieve godsdienstvrijheid in het Ottomaanse Rijk voor christenen. Daar konden zij, net als joden en Armeniërs, in alle vrijheid hun godsdienst uitoefenen. Dat contrasteerde scherp met de religieuze onderdrukking in het Spaanse Rijk. Godsdienstvrijheid was in die tijd een van de belangrijkste drijfveren waarom Willem van Oranje de Opstand begon.’
Interessant, maar konden joden en Armeniërs echt in ‘alle vrijheid’ hun godsdienst belijden in het Ottomaanse Rijk? Ze moesten immers de cizye betalen, een extra belasting voor niet-moslims.
‘Dat klopt. Die belasting betekende echter ook dat zij niet in het leger hoefden te dienen, waartoe moslims in principe wel verplicht waren. Zo bezien had die belasting dus ook duidelijk voordelen. Je moet ook bedenken dat deze religieuze gemeenschappen vooral uit bankiers en kooplieden bestonden, mensen die wel wat geld voor belasting kunnen missen.’
Dus godsdienstvrijheid in Nederland heeft een Turks-islamitisch tintje. Dat lijkt me een weinig bekend historisch feit onder christelijke Nederlanders. Denkt u dat ook?
‘Ja, dat is het zeker. Het is niet onbekend onder historici, maar het wordt volgens mij nooit genoemd in het onderwijs of in populariserende historische televisieseries. In mijn boek over de Tachtigjarige Oorlog (Oorlog en Ongelijkheid. Een inclusieve geschiedenis van de Gouden Eeuw, Boom Amsterdam 2022) geef ik juist aandacht aan dit soort zaken die de standaardinterpretatie van de oorlog heel anders maken. Wat vonden bijvoorbeeld de boeren van de oorlog, de vrouwen, de vluchtelingen, de gekoloniseerde volkeren overzee? Ik noem dat inclusieve geschiedenis. Ik heb daar ook een doel mee: ik wil mensen die nu in Nederland leven en die zich niet in de standaardgeschiedenis herkennen, de kans geven om dat met mijn boek wel te doen.
Ook mensen met een Turkse achtergrond kunnen zich door het huidige politieke klimaat buitengesloten voelen. Ik hoop dat zij het idee krijgen dat hun landgenoten vroeger wel degelijk een grote rol hebben gespeeld in de onafhankelijkheidsstrijd van Nederland.’
U heeft het over inclusieve geschiedenis, die meer bekendheid moet krijgen. Hoe wilt u dat aanpakken?
‘In de eerste plaats door het geven van lezingen. Maar ik ben bijvoorbeeld ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog in Groenlo, dat vorig jaar april is geopend. Daar hoor je niet alleen het verhaal van Willem van Oranje en koning Filips II, maar ook dat van de boer in de regio, de gewone soldaat, de uitgebuite bewoners van de Banda-eilanden, enzovoort. Daar is ook de stem te horen van de machtige sultan Süleyman, die uitlegt waarom hij de opstandelingen tegen Spanje steunt.’
‘Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden’
In uw werk lijkt u meer de nadruk te leggen op het pragmatische bondgenootschap tussen Turken en Nederlanders. Liever Turks dan Paaps is dan ook geen compliment voor Turken of moslims, toch?
‘Ik denk toch van wel. Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden. In het Europa van die tijd, met al die godsdiensttwisten, was zo’n tolerantie vrijwel ondenkbaar. Je moest je verplicht schikken naar de godsdienst van de koning, hertog of graaf. Wanneer je anders dacht, kon je op de brandstapel belanden of werd je gedwongen het land te verlaten, zoals de moriscos in Spanje.’
Komen in uw onderzoek naar de Turks-Nederlandse betrekkingen ook islamofobe uitingen voor?
‘Ik ben het niet tegengekomen. Maar ik heb me er ook niet op gefocust. Ik denk dat als je iets zoekt in de vele bronnen die er zijn, je altijd wel wat vindt. Maar het was volgens mij niet erg openlijk of wijdverbreid.’
Sultan Selim II
Waarom is er dan vanaf de late twintigste eeuw in Nederland een negatieve houding tegenover moslims ontstaan? Is er tegenover islamitische Nederlanders die maatschappelijk vooruitkomen misschien sprake van een vorm van klassenressentiment, iets waar Nederlandse machthebbers in de zeventiende eeuw om politieke redenen juist van afzagen om het Ottomaanse Rijk aan hun kant te krijgen?
‘Dat denk ik niet. De belangrijkste machthebbers in Nederland waren Hollandse kooplieden, die uiteindelijk de strategische koers bepaalden. De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid. Een stad floreerde als zij vrij handel kon drijven met iedereen. Een negatieve houding tegenover het islamitische geloof paste daar niet bij. Het was de islamitische handelsgemeenschap in Antwerpen die via-via Willem van Oranje in contact bracht met de Turkse sultan. Hoe kosmopolitischer en vrijer de handel, hoe meer de handelselite profiteerde.
‘De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid’
‘In Nederland is islamofobie juist opgekomen in de jaren tachtig en negentig, in een tijd van sterke globalisering. De elite profiteerde daarvan, maar de lagere klassen niet. Zij waren bang hun baan te verliezen aan migranten en woonden in wijken waar zij juist met andere culturen werden geconfronteerd. Tegelijkertijd brak het liberale kapitalisme de zekerheid van de verzorgingsstaat af. In zo’n sfeer van onzekerheid groeit het nationalisme, vooral in een vorm die verwijst naar een vermeende christelijk-joodse cultuur — hoe men zich die ook voorstelt.’
Kun je spreken van een lotsverbondenheid tussen het Ottomaanse Rijk en de Nederlandse Republiek?
‘Jazeker. De Turken hielpen Nederland niet direct met geld of wapens, maar wel indirect. Ze streden beiden tegen het Spaanse Rijk. Dankzij Turkse aanvallen op Spanje in het Middellandse Zeegebied kon de Nederlandse Republiek haar grondgebied consolideren. Als het rustig was in het zuiden, viel Spanje in het noorden hard aan en won het terrein. De Nederlanders boekten juist successen wanneer de Turken Spanje in het zuiden aanvielen. Dat ging de hele oorlog op en neer.’
Goede relaties met de Ottomanen kwamen de handelsbetrekkingen ook goed uit, lees ik.
‘Ja. Juist vanwege die handelsbetrekkingen vestigde Nederland een ambassade in Turkije, de eerste Europese ambassade daar. De Levant was cruciaal voor het internationale handelsnetwerk, denk aan de zijderoute en de karavanen. Andere Europese handelaren gebruikten de Nederlandse ambassadeur als bemiddelaar, totdat zij zelf ook een ambassade kregen. Dat was gunstig voor zowel westerse handelaren als het Turkse Rijk, tot in de negentiende eeuw.’
Wat gebeurde er in de negentiende eeuw?
‘Opkomende westerse kapitalisten konden toen vrij de Turkse markt betreden via christelijke handelsgemeenschappen. Westerse bedrijven hadden veel privileges gekregen. Met de Industriële Revolutie zagen veel Turkse ambachtslieden hun werk verdwijnen door concurrentie. Vaak bleef er weinig anders over dan arbeider te worden in westerse bedrijven. Dat gaf het Turks-islamitische nationalisme een sterke impuls en tastte de religieuze tolerantie aan.’
‘In de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers’
In dit verband wordt ook wel gesproken van een Armeense renaissance in de negentiende eeuw.
‘Ja, Armeniërs hadden eveneens sterke handelsnetwerken en privileges. De Turken waren in eerdere eeuwen tolerant tegenover hen, maar in de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers. Dat is enigszins vergelijkbaar met de positie van Joden in Europa. Ook daar had vijandigheid vaak een economische en klassenmatige achtergrond.’
Is dat nu ook niet zichtbaar in het huidige Westen?
‘Ja, dat denk ik wel. Dat zie je vaker in de geschiedenis. Economische onvrede wordt door politieke machthebbers gebruikt om onvrede tegen bepaalde groepen aan te wakkeren, als zondebok voor eigen falen.’
Ziet u Turkije en de islam als onderdeel van de Europese geschiedenis?
‘Zeker. De interactie is altijd sterk geweest. Ik ben trouwens geen voorstander van benaderingen die spreken over dé Nederlandse of dé Europese geschiedenis. Geschiedenis houdt zich niet aan grenzen. Mensen, goederen en ideeën trekken zich daar niets van aan. Grenzen zijn constructies op kaarten, niet in de werkelijkheid.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.