Volgens de Koerdische politicus Salih Muslim voeren Syrië en Turkije niet alleen strijd tegen het Koerdische gebied Rojava, maar tegen alle Koerden. ‘Door ons terug te trekken hebben we een oorlog voorkomen.’
Het Koerdische bestuur in het noordoosten van Syrië lijkt alleen nog van kracht in gebieden waar overwegend Koerden wonen, zoals de steden Hasakah, Qamishli en Kobane. De door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) hebben een volksmobilisatie afgekondigd om zich te verzetten tegen wat zij zien als ondermijning van Koerdisch gebied door het Syrische regime. Ook in Turkije en Europa geven Koerden hier gehoor aan door te protesteren.
Sinds het geweld in Noord-Syrië is opgelaaid tussen het Syrische leger en YPG, een grote Koerdische militie binnen het SDF, wordt het ene na het andere bestand afgekondigd, om niet veel later plaats te maken voor nog meer wapengekletter. Wat is er aan de hand?
We vroegen het aan Salih Muslim, co-voorzitter van de Syrische Democratische Uniepartij (PYD), die we ook vorig jaar spraken, toen het Assad-regime net was gevallen. ‘Turkije wil Syrië verder verdelen en gebieden bezetten’, zei hij toen.

Nu de Amerikanen de Syrische regering hebben uitgekozen als belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen IS, is voor de Koerden een existentiële strijd voor hun eigen bestuur begonnen. Over integratie in het nieuwe Syrische regime heeft bijna niemand het meer. De Koerden hebben zich teruggetrokken uit de provincies Raqqa en Deir ez-Zor, waar vooral Syrische Arabieren wonen. Ze willen tot de laatste man én vrouw vechten voor wat over is van Rojava, het gebied in het noordoosten van Syrië dat na de strijd tegen IS onder Koerdisch bestuur kwam te staan.
‘De mobilisatie is afgekondigd’, zegt Salih Muslim tegen de Kanttekening.
Wat kunnen we de komende tijd nog meer verwachten?
‘De Koerden in alle delen van Koerdistan, in Europa en overal ter wereld zijn gemobiliseerd. Overal zijn protesten. We hebben ons leger tot nu toe kunnen beschermen en ons teruggetrokken om nog meer bloedvergieten te voorkomen.’
Had u dit kunnen zien aankomen?
‘We hebben het gevoel dat het complot van Syrië en Turkije tegen de Koerden heel groot was. Het is niet alleen gericht tegen Rojava, maar tegen alle Koerden. Ze proberen een oorlog te ontketenen, een interne oorlog tussen Arabieren en Koerden. Dat hebben we kunnen voorkomen door onze troepen terug te trekken naar Koerdisch gebied om onze regio’s in Koerdische steden te beschermen, van Kobane tot Derik, Qamishli en alle andere Koerdische gebieden.’
Gelooft u nog in de zoveelste wapenstilstand?
‘Misschien wordt die weer voor een week, een maand of wat dan ook verlengd. Er worden verschillende voorstellen gedaan, gesprekken gaan door. We zullen deze gesprekken blijven voeren om vrede te bereiken in plaats van oorlog. Dat is ons doel. Hopelijk zal er in de toekomst alleen politieke strijd zijn, in plaats van gevechten. Wat nu doorgaat voor het Syrische leger bestaat uit wel zeventien verschillende islamistische groeperingen. Er zijn bepaalde emirs (Arabisch voor commandant, red.) die niet luisteren naar wat Damascus te zeggen heeft. Daarom zijn er hier en daar gevechten. Afgelopen nacht hebben Turkse eenheden het zuidoosten van Kobane gebombardeerd. Onze eenheden verdedigen zich uiteraard.’
Koerden voelen zich verraden door de internationale gemeenschap, vooral door Amerika. Kan Europa het verschil maken?
‘Niet alleen door de Amerikanen. Het interessante is dat de aanvallen op Koerdische gebieden in Aleppo begonnen na de topontmoeting begin januari in Parijs (waar de Syrische regering een deal zou hebben gesloten, red.). Luttele uren na die top werden Koerden in Aleppo aangevallen. Dat kan geen toeval zijn. Bij die top in Parijs waren Israël en Turkije, maar ook Frankrijk, Engeland en enkele Arabische Golfstaten aanwezig. Iedereen wist dus wat er in Rojava ging gebeuren. Sommige landen helpen de Syrische regering, anderen kijken alleen maar toe. De Europeanen weten heel goed wat er in Noord-Syrië gebeurt.’
‘We willen vrede aan onze grenzen en bij onze buren’
Sommige Turkse analisten zeggen dat het ‘Turks-Koerdische vredesproces’ nu echt kan beginnen, omdat de ‘dreiging vanuit het zuiden’ voorbij zou zijn en milities kunnen ontwapenen.
‘Nee, dat is geen juist oordeel. Ten eerste bestaat Rojava nog. Ten tweede vormden wij geen gevaar voor het vredesproces; we steunden het juist. We willen graag dat dit proces doorgaat, omdat we dachten dat we na voltooiing in een veilige situatie zouden belanden, zonder vijanden. We willen vrede aan onze grenzen en bij onze buren.’
Turkije kijkt heel anders naar deze zaken. Zij zien autonomie voor de Koerden, in welke vorm dan ook, als een bedreiging voor hun eigen situatie.
‘Wij vormen geen gevaar voor Turkije en zijn niets tegen hen van plan. Integendeel, we willen dat Turkije ons helpt. Zoals u weet, zijn zij effectief in het sluiten van vrede met de regering in Damascus.’
Het is alsof er tussen Turkije en de Koerden, ondanks het vredesproces, twee partijen zijn die voortdurend langs elkaar heen praten.
‘Ja, niet alleen in Turkije, maar ook in Syrië. Er is een enorme kloof tussen wat Turkije zegt en wat wij ter plaatse zien. Het hielp de Syrische jihadisten in de burgeroorlog en recentelijk ook in deze oorlog.’
Misschien is wapengekletter op dit moment de enige Turkse realiteit voor Koerden?
‘We weten inderdaad niet of een deel van Turkije dit doet om een excuus te hebben om ook het vredesproces in Turkije te laten mislukken. We moeten ons daar in ieder geval van bewust zijn. Wij streven naar vrede in Syrië en we zullen zelfs behulpzaam zijn als zij dezelfde stappen kunnen zetten in Turkije.’


