22.6 C
Amsterdam
Home Blog

Tineke Strik kritisch over terugkeerdeals: ‘Rwanda is nog repressiever dan Oeganda’

0

Nu de Oegandadeal van de baan is, kijkt de Nederlandse overheid naar Rwanda voor de opvang van afgewezen asielzoekers. Europarlementariër Tineke Strik (Pro) besloot alvast naar de Afrikaanse landen af te reizen om te zien waar we het nu eigenlijk over hebben. ‘Het komt veel meer binnen als je de gevolgen met eigen ogen ziet.’ 

Of de Oegandadeal daadwerkelijk van de baan is, betwijfelt Tineke Strik, die Oeganda en Rwanda samen met Anna Strolenberg (Volt) bezocht. ‘Op technisch niveau zou er nog worden doorgepraat. Tenminste, dat is wat wij horen van anderen.’

Strik zit in haar woonkamer en is net terug van het werkbezoek. Haar fractie was nooit voorstander van de terugkeerverordening, die het mogelijk maakt afgewezen asielzoekers op te vangen in landen waar ze niet vandaan komen. Maar als zulke deals er dan toch komen, wil ze goed voorbereid zijn, vertelt ze.

Nederland loopt voorop in het onderhandelen over deze terugkeerdeals. Al voordat de terugkeerverordening was geratificeerd, waren er gesprekken gevoerd met Oeganda. Het nieuwe kabinet schrapte deze deal – mensenrechtenschendingen vormden en te  groot risico. Nu zijn de ogen gericht op Rwanda, waar ook de VK eerder een deal mee trachtte te sluiten.

En toch gingen jullie eerst naar Oeganda…

‘Ja, en dat was ook wel goed. De Oegandese autoriteiten zijn namelijk nog wel heel erg bezig met de deal, meer nog dan in Rwanda. Ze denken momenteel bijvoorbeeld na over de criteria die ze zouden stellen: alleen mensen die vrijwillig terugkeren en oorspronkelijk uit omringende landen komen; geen onbegeleide minderjarigen of mensen met criminele antecedenten. Daar hadden ze echt een lijstje van gemaakt.

‘Ze zijn vooral erg gebrand op het sluiten van een deal’

In Rwanda zijn ze er ook mee bezig, maar daar kijken ze meer naar de economische voordelen. We spraken met iemand die ook over de Rwandadeal met het VK had onderhandeld. Hij had het over een win-winsituatie. Hij noemde het ook geen terugkeerdeal, maar een migration and economic partnership.’

We konden hier eerlijk gezegd niet echt helder krijgen hoe een terugkeerhub eruit zou zien. Ze hebben het heel stellig over een open faciliteit. Mensen zouden een verblijfsvergunning krijgen en zelfs kunnen naturaliseren als ze dat willen, maar ik durf dat niet zonder meer aan te nemen. Ze lijken niet erg na te denken over de praktische uitvoering. Ze zijn vooral erg gebrand op het sluiten van een deal.’

Jullie bezochten een vluchtelingenkamp en spraken met betrokken organisaties. Wat viel jullie op aan de huidige opvang?

‘In eerste instantie dat beide landen een open door policy hebben, waarbij vluchtelingen uit buurlanden direct erkenning, integratie en toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Daar kunnen wij nog wel wat van leren.

In Oeganda worden ruim 2 miljoen mensen opgevangen. Ze hebben geen kampen maar settlements, waar mensen een stukje land krijgen dat ze kunnen bewerken en waar zij of mensen vanuit de host community winkels kunnen openen. De scholen zijn gemengd. Ze proberen vluchtelingen echt op te nemen in de samenleving. De vraag is wel in hoeverre dat lukt. We zijn in een kamp geweest waar 280.000 vluchtelingen woonden. Het was een enorm uitgestrekt gebied, waar je niet zomaar een praatje met iemand maakt.

Rwanda vangt ook vluchtelingen op uit de regio. Er is onlangs een centrum opgezet om mensen te redden uit de hel van Libië, waar zij als slaven worden verhandeld. Ze worden hier opgevangen en dan wordt er met landen wereldwijd bemiddeld over hervestiging. Dit Emergency Transit Center is een overeenkomst tussen de Afrikaanse Unie, Libië en de EU, die het betaalt.’

Wat zijn jullie zorgen?

‘Hier is nu nog sprake is van een goed systeem en draagvlak vanuit de maatschappij, maar dit kan veranderen wanneer er nog meer vluchtelingen bijkomen vanuit Europese landen. Wat bovendien meespeelt, is dat de financiering voor opvang in de regio vanuit westerse landen sterk is gedaald. Niet alleen de VS hebben zich teruggetrokken, ook Europese landen zijn steeds minder gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

In de kampen in Oeganda wordt nu nog maar de helft van wat ze nodig hebben gefinancierd. De mensen die hier wonen, moeten maaltijden overslaan en kinderen kunnen niet meer naar de middelbare school, met alle gevolgen van dien. De organisaties die hier werken, maken zich grote zorgen over de snelle toename van armoede, uitval op school en vroege huwelijken en zwangerschappen.

‘We zijn in een kamp geweest waar 280.000 vluchtelingen woonden’

Ook in Rwanda is dit zichtbaar. Het Emergency Transit Centre is een prachtig model, maar steeds meer landen trekken zich terug. De VS hebben laten weten geen mensen meer uit te nodigen voor hervestiging en onlangs heeft ook Duitsland zich teruggetrokken. Omdat het centrum plek biedt aan slechts 700 mensen, moeten evacuaties uit Libische detentiecentra steeds vaker worden uitgesteld. Daarnaast is ook hier de financiering achteruitgegaan. Volgens de UNHCR in Rwanda zijn de gezondheidszorg, het voedsel en de sanitaire voorzieningen daardoor beperkt, waardoor mensen ziek worden.’

Stel, er komt een terugkeerdeal met deze landen, krijgen ze dan de financiële ondersteuning die ze nodig hebben?

‘Dat is nog maar de vraag. Het is niet duidelijk hoeveel middelen ze krijgen en of deze ook daadwerkelijk gebruikt worden voor de opvang van vluchtelingen. Het kan zijn dat ze zelf mogen beslissen wat ze met dat geld doen. De man die vertelde over de Migration and Economic Partnership in Rwanda had het over ‘geld dat vrijkomt voor de host community’, ‘bedrijven die zullen investeren’ en ‘een economische boost’. Ik vond het nogal een propagandaverhaal en denk dat ze vooral veel geld krijgen dat ze zelf kunnen besteden.’

We sturen ze dus eigenlijk een beetje extra geld, maar ook meer vluchtelingen?

‘Ja, en dat is het wrange. In plaats van ervoor te zorgen dat het systeem overeind blijft, gooien we nog meer mensen over de schutting. Wat doen we die landen aan? Waarom ondersteunen we ze niet veel meer in de bescherming die zij al bereid zijn om te bieden? We hebben het altijd over opvang in de regio, maar we laten ze compleet barsten. Daardoor wordt de kans alleen maar groter dat mensen gaan doorreizen.

Bovendien zullen we mensen daar naartoe sturen die uit hele andere landen komen. De mensen die vanuit de VS naar Rwanda worden gestuurd bijvoorbeeld, zijn maar in 10 procent van de gevallen afkomstig uit een Afrikaans land. Plaatselijke hulporganisaties maken zich hier zorgen over. Ze vangen vluchtelingen vooral groepsgewijs op. Als in zo’n groot kamp waar voornamelijk Congolezen wonen opeens Oezbeken of Bengalezen terechtkomen, werkt dit niet, al is het alleen al vanwege de taalbarrière. Deze manier van opvang sluit niet aan bij hoe ze het daar hebben geregeld.’

De VS hebben al langer een terugkeerdeal met beide landen. Kregen jullie een indruk van hoe het deze mensen vergaat?

‘We spraken met een aantal internationale organisaties over deze deals en wat ze allemaal vertelden, is dat het niet werkt. Mensen zouden vanuit de VS een kapitaal meekrijgen en goed kunnen integreren, maar ze kwamen berooid aan. Vervolgens verdwenen ze van de radar of werden ze uitgezet. Het lukte de organisaties niet om ze te bereiken of de vluchtelingen konden hun weg naar de autoriteiten niet vinden. In Rwanda liep het iets anders. Daar werden ze opgevangen in een open faciliteit, waar het IOM bij betrokken was. Maar hier werden ook groepen uitgezet.’

De Oegandadeal werd vooral bekritiseerd vanwege de mensenrechtenschendingen in het land. Hoe zit dit in Rwanda?

‘Rwanda heeft eigenlijk een nog veel repressiever regime dan Oeganda, waar de doodstraf geldt voor LHBTI’ers. Het is een autocratie en ngo’s zijn er niet welkom, omdat ze kritisch zijn over deze situatie. De ngo’s die er zijn, werken voor de regering. De vrijheid van meningsuiting is beperkt en de oppositie zit in de gevangenis. Het is echt een surveillancesamenleving.’

In hoeverre krijgen mensen die in een vluchtelingenkamp wonen te maken met deze repressie?

‘Lhbti-criminalisering is natuurlijk echt een probleem voor iedereen, ook voor de vluchtelingen. In Rwanda zit je in de problemen als je een publieke opinie verkondigt, dat doe je misschien juist als je vluchteling bent. Maar het is vooral ook voor ngo’s lastig om vluchtelingen te ondersteunen in een beperkte civil space. Er is veel te weinig juridische rechtshulp en omdat er zoveel mensenrechten niet gewaarborgd zijn, kun je je afvragen of een asielverzoek onafhankelijk wordt beoordeeld en of er wel bescherming is tegen deportatie.’

Zijn jullie door dit werkbezoek anders gaan kijken naar deze mogelijke deals?

‘Nee. Ik vind dat Europa zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen en veel meer moet investeren in een duurzame relatie met de herkomstlanden van afgewezen asielzoekers, waardoor mensen rustig en goed geïntegreerd kunnen terugkeren. Deze deals leiden daar heel erg van af. Het kost heel veel geld en je brengt mensen in een ongewisse situatie, die maar een kortetermijnoplossing biedt.

‘Rwanda steunt rebellenbewegingen in Congo door het leveren van wapens’

Daarnaast vind ik dat je, door deze deals te sluiten, deze regimes legitimeert. Rwanda steunt rebellenbewegingen in Congo door het leveren van wapens, logistieke hulp en militairen. Sommige vluchtelingen in Rwanda zijn juist voor deze beweging gevlucht. Ik denk dat dit misschien ook wel een van de redenen is dat Rwanda deze deal wil: het wil een soort goedkeuring krijgen van de EU.’

Hoe gaan jullie dit nu propageren?

‘In ieder geval door deze kant van het verhaal te vertellen, zodat mensen niet alleen het verkooppraatje van de betrokken lidstaten horen.

Vanuit het Europees Parlement gaan we lobbyen voor meer waarborgen in dit soort deals. Een striktere invulling van de criteria voor met welk land je een deal sluit bijvoorbeeld, want Rwanda is wat ons betreft niet de meest logische keuze. We willen ook weten wie dit gaat monitoren en wat er gebeurt als het niet goed gaat.

Op 28 oktober komt er een wijziging in de bevoegdheden van Frontex. Het zal dan de ruimte krijgen om de terugkeer van derdelanders naar andere derde landen te faciliteren. Ik vind het een heel slecht idee dat een EU-agentschap geheel zonder controle van de EU in deze landen aan het werk mag. Ook daar zullen ook daar belangrijke waarborgen ingebouwd moeten worden.’

Tot slot: hoe groot acht je de kans dat de Rwandadeal en de Oegandadeal er komen?

‘Ik denk dat die kans best groot is, te beginnen met Rwanda. Toen we daar liepen, mocht niemand ons iets vertellen over de onderhandelingen. Dat was iets tussen de regeringen, zeiden ze. Maar we zagen wel de naam van een hoge ambtenaar van het ministerie van Justitie in het gastenboek van de Emergency Transit Hub. Ik sluit ook zeker niet uit dat er een deal komt met Oeganda. Daarnaast zijn er nog andere kanshebbers die we voorbij horen komen: Oezbekistan bijvoorbeeld. Kenia heeft aangegeven absoluut geen terugkeerhub te willen.’

Turks fondsenschandaal raakt nu ook oud-minister Fatma Kaya

0

De Turkse autoriteiten hebben de bezittingen van voormalig minister van Gezin en Sociale Zaken Fatma Kaya (AKP) en haar man Ilyas Kaya bevroren. Vorige week werd bekend dat het echtpaar mogelijk betrokken is bij fraude met staatsinvesteringsfondsen en daarmee honderden miljoenen Turkse lira zou hebben verdiend. Dat meldt de islamistische krant Yeni Safak.

Bij de handel in aandelen van het maritieme bedrijf Özata waren grote bedragen gemoeid. Vlak voordat de fondsencrisis op 16 september de aandelen deed kelderen, zouden daarmee enorme winsten zijn gemaakt. Kaya zou ongeveer 1,14 miljoen euro hebben geïnvesteerd en vervolgens 24,15 miljoen euro uit een staatsfonds hebben opgenomen. Haar man zou met een investering van ongeveer 1,79 miljoen euro 14,84 miljoen euro hebben opgenomen.

Fatma Kaya en haar man vormen volgens critici slechts het topje van de ijsberg in het fondsenschandaal. Middle East Eye meldt dat de Turkse autoriteiten voor minstens 17 miljard dollar aan fondsen hebben bevroren. Vanwege de nauwe banden tussen ‘de fondsen, managers en de heersende islamistische klasse’ zou het schandaal kunnen uitgroeien tot een politieke crisis voor het Erdogan-regime.

Erdogan reageerde maandag op het fondsenschandaal en beloofde degenen die verantwoordelijk zijn voor marktmanipulatie en frauduleuze handelspraktijken te vervolgen. ‘Wie de rechten, bezittingen of wettelijke belangen van de natie aantast, zal met ons en de staat te maken krijgen’, aldus Erdogan.

Dit is niet het eerste corruptieschandaal rond Erdogan en zijn politieke omgeving. Sinds zijn aantreden als premier en later als president is zijn bewind meerdere keren in opspraak gekomen door grootschalige corruptieonderzoeken. Zo werden bij het grote corruptieschandaal van 2013 verschillende ministers en mensen uit Erdogans omgeving beschuldigd van omkoping en witwassen. Het ging destijds om tientallen miljoenen dollars aan steekpenningen en ongeveer 10 miljard dollar aan goudtransacties.

NAZA: schokkende documentaire geeft inkijk in genocide in Gaza

0

In NAZA vertellen Israëlische militairen over hun rol bij de genocide in Gaza. Het doden van Palestijnen gaf een ‘gevoel van zingeving’, zegt een van hen.

Ronduit schokkend is het. De getuigenissen van jonge Israëlische militairen en medewerkers van inlichtingendiensten die in de documentaire NAZA vertellen over hun bombardementen op Gaza. De aanvallen begonnen na de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij uiteindelijk meer dan 1200 mensen omkwamen. In Gaza staat het officiële dodental inmiddels boven de 70.000. Sommige deskundigen becijferen dat het er wel honderdduizend zijn. Overal liggen nog lichamen onder het puin. Experts spreken van een genocide.

De makers van NAZA, de Israëliërs Yuval Abraham en Rachel Szor, wonnen in 2025 samen met Palestijnse collega’s een Oscar voor No Other Land, over het geweld van het Israëlische leger tegen een dorpje op de Westelijke Jordaanoever. Aan NAZA werkten ze drie jaar. Ze spraken met 24 landgenoten die bij de moordpartijen van het Israëlische leger en de inlichtingendiensten betrokken zijn.

De interviews vinden ’s avonds in het geheim plaats, in het donker op het dak van een hoog gebouw in Tel Aviv. De geïnterviewden hebben een onherkenbaar gemaakt gezicht en stem vanwege het gevaar als hun identiteit bekend wordt.

De bekentenissen en de stiltes die vallen, worden afgewisseld met shots van inwoners van Tel Aviv die comfortabel onderuitgezakt op de bank in hun appartement naar het achtuurjournaal kijken. Wat krijgen zij daar voorgeschoteld, vraag je af. En ook: de mensen in Gaza die nu dood zijn, woonden ooit ook in soortgelijke appartementen.

NAZA komt van Nezek Agavi, een militaire term en betekent zoiets als nevenschade in het Hebreeuws: de verwachte burgerdoden die vallen bij het uitschakelen van Hamasleden in Gaza. Wanneer een Hamaslid wordt gebombardeerd – en dat doen ze het liefst in de nacht als hij thuis is, vertelt een van de Israëliërs – en hij bijvoorbeeld een vrouw en vijf kinderen heeft, dan betekent dat zes NAZA. Zo moet je het zien.

NAZA kreeg deze maand op het filmfestival van Venetië de Speciale Juryprijs en een applaus van ongeveer 25 minuten. In Israël leidde de film tot woedende reacties. De Belgische krant De Morgen meldt dat een menigte zich voor het ouderlijk huis van Rachel Szor verzamelde. De minister van Cultuur noemde de makers landverraders en wil hun nationaliteit afpakken. Premier Netanyahu kondigde twee nieuwe wetten aan: een die de nationaliteit afneemt ‘van iedereen die slecht spreekt van Israëlische soldaten’ en een andere die de schadevergoeding bij laster twintig keer zo hoog maakt.

In de documentaire, die vanaf morgen in de bioscoop is te zien en waarvan ondergetekende journalist de voorvertoning zag, vertellen militairen hoe Palestijnen in Gaza op grote schaal worden gevolgd en afgeluisterd. Telefoons geven informatie over waar mensen werken, wonen en slapen. Gesprekken worden afgeluisterd. Militairen kunnen daardoor ook horen wat er na bombardementen gebeurde, wanneer gezinnen, kleine kinderen, vaders en moeders het uitschreeuwden van wanhoop en pijn.

Later zag hij hoe straathonden van zijn lichaam aten

Dat de opnames in Tel Aviv plaatsvinden, is omdat daar het belangrijkste militaire hoofdkwartier blijkt te liggen. Veel mensen die binnen de inlichtingendiensten betrokken zijn bij de bombardementen, komen uit de stad. Een medewerker vertelt over een twaalfjarige Gazaanse jongen die hij doodschoot. Via een drone met camera kon hij de jongen zien. Later zag hij hoe straathonden van zijn lichaam aten. Zijn eigen rol binnen zijn team is technisch, niet moreel, vertelt hij.

Een andere militair vertelt over het schieten op Palestijnen bij voedseldistributiepunten in Gaza. Er stond een lange rij mensen die over een brug bij het uitdeelpunt uitkwam. De mensen die probeerden de rij te omzeilen, werden beschoten. Niet iedereen werd dan gedood, een paar. Per dag? Nee, per uur. Het was net een spel, zegt hij. ‘Beschrijf je nu een massamoord?’, vraagt Abraham.

Een van de geïnterviewden vertelt dat hij vroeger met zijn school naar Europa ging om concentratiekampen te bezoeken. Hij vroeg zich dan af: waarom kwam er niemand in opstand? Nu begrijpt hij het. Nazi’s vindt hij nog steeds slechte mensen. Maar wat is hij dan, vraagt hij zich af. Hij weet het niet. Abraham vraagt hem of hij vindt dat wat in Gaza gebeurt genocide is. ‘Ja’, antwoordt de militair. Volgens hem gebeurt het doden van mensen doelbewust.

Een militair vertelt over zijn werk achter een computerscherm. Het doden van mensen gaf hem ‘een gevoel van zingeving’. Het kon grappig zijn en de sfeer was goed, vooral wanneer een aanval succesvol was.

Vanuit de legerleiding werd gevraagd of de militairen misschien psychologische hulp nodig hadden. Volgens hem was dat niet nodig. Ze dachten niet aan de mensen die ze doodden.

Hoeveel mensen hij zelf heeft gedood of bij hoeveel doden hij betrokken was? Duizenden, antwoordt hij.

Dan volgen beelden van de Holocaustherdenking in Israël. Een sirene klinkt. Auto’s op een drukke weg komen tot stilstand. Sommige mensen stappen uit en blijven staan. De Holocaust was zo schokkend vanwege de systematische rationaliteit die erachter zat: het uitdenken van hoe je op efficiënte wijze zoveel mogelijk mensen die je ontmenselijkt hebt, kunt doden. Het doet denken aan het mechanisme dat ook achter de technische bombardementen en executies op de bevolking van Gaza zit.

Aan het einde van de pikzwarte documentaire laat NAZA beelden uit Gaza zelf zien.

Een vader zoekt in het puin van ingestorte gebouwen naar zijn gezin. Hij roept hun namen: Selma, Said. Het blijft stil. Dan ziet hij onder een ingestorte betonnen plaat de benen van meerdere kinderen uitsteken. Ze zijn dood.

De vader huilt.

‘Had ik je niet gezegd om op je moeder te passen, Said…’

Daar eindigt de documentaire. Met daarna de boodschap dat het leed nog niet ten einde is. Het doden van Palestijnse burgers in Gaza gaat gewoon door.

Als de bioscoopzaal leegloopt, blijft een oudere vrouw zitten, ze huilt. Een jongere vrouw staat er aangedaan naast.

Leesachterstand heeft een postcode

0

Het is kinderboekenweek. Deze leesweek wil kinderen het plezier in lezen bijbrengen. De jeugd laten ontdekken dat lezen niet alleen iets is wat op school moet, maar iets wat leuk of meeslepend kan zijn. Daarachter zit natuurlijk het bredere belang van leesvaardigheid en taalontwikkeling.

Deze september zijn de resultaten van een groot internationaal leerlingenonderzoek (PISA) gepubliceerd. Het neemt de vaardigheden van 15-jarige leerlingen onder de loep. Onze 15-jarigen scoren bedroevend laag op leesvaardigheid. Nederlandse jeugd leest steeds slechter; 39 procent haalt het basisniveau niet.

De oorzaken mogen diffuus zijn, het probleem is groot. Goed kunnen lezen en schrijven is essentieel voor maatschappelijk succes. Het onderwijs helpt niet altijd mee. De teksten die mijn kinderen (13 en 16) voorgeschoteld krijgen bij ‘begrijpend lezen’ zijn vaak zielloos. In het 2-vwo-boek van mijn jongste stuit ik op bijna archaïsche terminologie. Ze moeten zoeken naar signaalwoorden die een ‘doel-middelverband’, een ‘redengevend verband’ of een ‘toegevend verband’ aangeven. Poeh.

Maar schoolboeken waren altijd al saai, dus zullen die niet plotseling het probleem zijn. Er is sprake van een groot onderliggend probleem dat vermoedelijk samenhangt met hoe de samenleving zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Sociaal-economische en culturele achtergrond (de thuistaal) spelen mee, aldus het onderzoek. Tussen het sociaal-economisch hoogste en laagste kwartiel Nederlandse leerlingen gaapt bij lezen een verschil van 105 PISA-punten, een van de grootste kloven internationaal.

Sociale media zijn de ideale zondebok, maar de onderzoekers zien dit niet als de automatisch boosdoener. Dat begrijp ik. Mijn kinderen lezen en schrijven best veel op hun smartphone en tablet. Geen boeken, maar toch.

Uit het PISA-onderzoek blijkt dat kinderen over de hele linie minder zijn gaan lezen, op alle niveaus, ook bij havo en vwo. Er zitten flinke verschillen in leesvaardigheid. Zoals eerder gezegd: de een leest uitstekend, de ander belabberd. Persoonlijk zie ik een sociaal-geografisch element in het probleem. In achterstandswijken van grote steden is taalachterstand een veel groter probleem dan op scholen in Wassenaar, Blaricum en de Biltkant van Utrecht. Taligheid is zeer overdraagbaar. Het woordgebruik en accent worden flink beïnvloed door de buurt, stad of regio waarin je opgroeit.

Daarom brengen hoogopgeleide ouders uit arme wijken hun kinderen met de auto naar de basisschool in die rijke wijk

Hoewel opleidingsniveau van de ouders wel als onderscheidende factor wordt aangewezen, zijn de PISA-onderzoekers (en publieke duiders van dit probleem) terughoudend in conclusies. Begrippen als tweedeling en segregatie vallen niet. Het lijkt alsof de afnemende leesvaardigheid een virus is met een nog onduidelijke bron.

Die houding is me al te open en vrijblijvend. Als sociaal-economische achtergrond en opleidingsniveau ermee samenhangen, is dat een harde aanwijzing. Ik zie dan hoe de inrichting van onze steden, stadsdelen, woonwijken en de aldaar staande scholen met achterblijvende leesvaardigheid te maken heeft. Het lerarentekort kan er ook mee te maken hebben, schrijven de onderzoekers. En daarvan weten we dat dit vooral problematisch is op zwakke scholen in kwetsbare postcodegebieden. Daarom brengen hoogopgeleide ouders uit arme wijken hun kinderen met de auto naar de basisschool in die rijke wijk. Categorale gymnasia staan in de rijke wijken. Omgekeerd clusteren kinderen uit lagere sociaal-economische klassen in hun eigen basisscholen en middelbare colleges. Dat doet iets met hun taalvaardigheid.

Concentratie van minder lees- en taalvaardige kinderen is wellicht het echte probleem. Dalende leesvaardigheid is dan niet alleen een algemeen kwestie van “de jeugd”, maar vooral een probleem van grote sociaal-geografische ongelijkheid. Zou ik als hypothese willen opwerpen. We kijken dus op de verkeerde schaal naar gebrek aan leesvaardigheid.

Prima als onderzoekers niet willen stigmatiseren. Terughoudendheid met voorbarige conclusies vind ik ook terecht. Maar we hebben het natuurlijk niet over een mysterieus virus dat plotseling opduikt. We richten onze wijken en scholen al vele jaren gesegregeerd in. Laten we stoppen met het boek der tweedeling, dan kunnen onze kinderen straks samen lezen.

Meer Nederlanders hebben begrip voor een man die zijn vrouw slaat

0

Het percentage Nederlanders dat vindt dat het nooit te rechtvaardigen is dat een man zijn vrouw slaat, is gedaald van 88 procent in 2012 en 87 procent in 2022 naar 84,2 procent in 2026. Dat blijkt uit onderzoek naar vrouwenemancipatie door de universiteiten van Amsterdam en Tilburg, schrijven het AD en RTL Nieuws.

15,8 procent van de Nederlanders vindt dat er situaties zijn waarin een man zijn vrouwelijke partner zou mogen slaan. Jongeren keuren huiselijk geweld minder vaak af dan ouderen, schrijft RTL Nieuws.

Meer Nederlanders zijn gaan denken dat het een probleem is als vrouwen meer verdienen dan hun mannelijke partner.

Verder zeggen vrouwen zich onveiliger te zijn gaan voelen. Zij maken zich vooral zorgen over seksuele intimidatie. Het onderzoek noemt de moord op de 17-jarige Lisa in 2025 als mogelijke oorzaak van deze verandering.

Maar ook de manosfeer, de omgeving van blogs, podcasts en websites waar vrouwonvriendelijke meningen worden gedeeld, speelt een rol, schrijft het AD. Volgens het onderzoek heeft die manosfeer invloed op de meningen van mensen, net als veranderende opvattingen in de maatschappij.

Onlangs bleek dat de manosfeer van invloed was op de conservatiever wordende opvattingen van jongeren over homoseksualiteit.

Staatssecretaris Judith Tielen (VVD) noemt de uitslag ‘schrikbarend’, schrijft RTL Nieuws. Zij geeft aan grote zorgen te hebben over het voortduren van geweld tegen vrouwen.

Tielen vertelt aan het AD dat het Rijk samenwerkt met maatschappelijke initiatieven om geweld tegen vrouwen aan te pakken. Zij zegt dat dit nodig blijft ‘gezien de sterke tegenkrachten vanuit internationale conservatieve stromingen, waaronder de manosfeer’. Sinds deze maand is er een nationaal coördinator geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, schrijft het AD.

Over abortus wordt nog steeds overwegend positief gedacht, maar niet positiever dan voorheen.

De bevindingen baren de onderzoekers zorgen. Zij pleiten ervoor dat er binnen het emancipatiebeleid en in het publieke debat blijvende aandacht is voor ideeën over inkomen, traditionele rolpatronen en het groeiende gevoel van onveiligheid bij vrouwen.

Nederland is gedaald op de Global Gender Gap Index, de wereldwijde ranglijst voor gendergelijkheid. In 2024 stond Nederland op de 28e plaats. In 2025 zakte het land naar de 43e plaats en dit jaar naar de 46e.

Leidinggevenden van kleur worden vaker weggestuurd, blijkt uit onderzoek

0

Leidinggevenden van kleur worden vaak aangesteld als een organisatie in de problemen zit. Vervolgens krijgen ze te maken met weerstand en worden ze vaker weggestuurd omdat ze niet goed zouden functioneren. Stereotypen spelen daarbij een rol, vertelt Judi Mesman, hoogleraar sociale (on)rechtvaardigheid aan de Universiteit Leiden in het radioprogramma Spraakmakers.

Mesman ontving steeds meer berichten van leidinggevenden van kleur die hun functie hadden moeten neerleggen. Daarop besloot zij deze groep, naar wie zij eerder onderzoek deed, opnieuw te interviewen.

Zij ontdekte dat veertien van de veertig door een negatieve oorzaak niet meer in functie zijn. In negen van de veertien gevallen waren er klachten over de leiderschapsstijl en moest de leidinggevende plotseling vertrekken, zo bleek uit Mesmans onderzoek.

Of de onderzochte groep representatief is voor leidinggevenden van kleur, is niet bekend. Het is onbekend hoe groot die groep is, omdat dat niet wordt gemeten.

Opvallend is dat er sprake was van een plotselinge omslag van positieve feedback over de leidinggevende naar klachten over diens leiderschap, vertelt Mesman in het radioprogramma Spraakmakers op NPO Radio 1. Daar werd vervolgens geen uitleg over gegeven, waarna al snel afscheid werd genomen.

Dit soort klachten ontstond vaak in een context van weerstand tegen de verandering die de leidinggevende kwam brengen. Hoewel organisaties juist behoefte hadden aan iemand die het anders zou aanpakken, ontstond er weerstand tegen die verandering. Dit uitte zich in kritiek op het functioneren van de leidinggevende.

Mesman wijst daarbij op het zogenoemde ‘glazen klifeffect’: uit ander onderzoek blijkt dat vrouwen en mensen van kleur vaker als leidinggevende worden aangesteld wanneer een organisatie in de problemen zit en het roer om moet.

Op het moment dat een verandering te maken heeft met diversiteit en inclusie, blijkt vaak dat de organisatie er nog niet klaar voor is en dat er van bovenaf weinig steun voor is.

Klachten waren vaak in lijn met het stereotype beeld van de etnische groep waartoe een leidinggevende behoort. Mannen van kleur zouden te dominant zijn, zwarte mensen te luid.

Volgens Mesman blijkt uit dit en ander onderzoek dat mensen van kleur minder ruimte krijgen om fouten te maken of de tijd te nemen wanneer zij worden aangesteld om lastige problemen op te lossen. Vervolgens wordt geoordeeld dat zo’n leidinggevende het niet kan.

Voormalig vakbondsbestuurder Zakaria Boufangacha stapt over naar KNVB

0

Een opvallende transfer in voetballand: voormalig FNV-bestuurder Zakaria Boufangacha wordt per 15 december directeur-bestuurder amateurvoetbal bij de KNVB. Boufangacha wilde eerder voorzitter van de FNV worden, maar zijn kandidatuur strandde na een valse beschuldiging.

Op de website van de KNVB krijgt hij lof vanwege zijn ‘bestuurlijke ervaring’, opgedaan bij de FNV. ‘In die rol opereerde hij in een complex speelveld van leden, bestuurders, politiek, werkgevers en maatschappelijke organisaties’, schrijft de KNVB.

Zelf is hij zeer tevreden met zijn benoeming. ‘Een jongensdroom’ die in vervulling gaat, schrijft Boufangacha op LinkedIn. De dramatische periode bij de FNV lijkt achter de rug. ‘Om namens de KNVB en al haar leden aan de slag te mogen gaan met het spelletje waar miljoenen Nederlanders zo dol op zijn, is de grootste eer die ik mij had kunnen wensen. Ik kan niet wachten om samen met alle kanjers binnen de vereniging en de arbeidsorganisatie het Nederlandse voetbal naar een nog hoger plan te tillen én een nog grotere maatschappelijke impact te maken.’

Hij kan meteen aan de slag. Verschillende amateurteams in de Randstad beginnen eigen competities vanwege agressie en onsportief gedrag. Opvallend is dat daar nauwelijks teams met veel spelers met een migratieachtergrond aan meedoen.

De KNVB benadrukt in haar officiële communicatie in ieder geval dat voetbal voor iedereen is en zet in op inclusiviteit via programma’s als ‘Ons Voetbal Is Van Iedereen’.

55-plussers met een migratieachtergrond vaker arm

0

55-plussers die in het buitenland zijn geboren, leven vaker onder het sociaal minimum dan 55-plussers die in Nederland zijn geboren. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De meeste in het buitenland geboren 55-plussers komen uit Suriname, Indonesië of Turkije. 

Het aantal 55-plussers dat in het buitenland is geboren, is gestegen van 454.000 in 2012 naar 758.000 in 2024. Suriname, Indonesië, Turkije en Marokko zijn de landen waar de meeste van deze 55-plussers vandaan komen. Deze groep werd de afgelopen jaren sterk aangevuld met mensen uit landen als Iran, Irak en Syrië, waar veel vluchtelingen vandaan zijn gekomen. Sinds de Russische invasie is er bovendien een sterke toename van het aantal Oekraïense 55-plussers in Nederland.

De structurele economische kloof tussen 55-plussers die in Nederland zijn geboren en 55-plussers die in het buitenland zijn geboren, heeft volgens het CBS deels te maken met de kortere verblijfsduur van de laatste groep, waardoor zij geen recht hebben op een volledig AOW-pensioen. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat deze groep ook vaker een uitkering ontvangt dan 55-plussers die in Nederland zijn geboren.

Een specifiek knelpunt is de situatie van Surinaamse 55-plussers. Zij kampen vaak met een AOW-gat, omdat de jaren die zij vóór de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 hebben gewerkt niet meetellen voor de opbouw van hun Nederlandse AOW-pensioen.

Consul Vera Stupenea is schrijver van het eerste Moldavische kookboek

0

De Moldavische keuken is in Nederland nauwelijks bekend. Honorair consul Vera Stupenea wil daar met haar kookboek verandering in brengen.

Wat weet de gemiddelde Nederlander over Moldavië? Vaak maar weinig. En de Moldavische keuken en wijnen zijn hier nog minder bekend. Toch is een van de wijnkelders in het land zó groot dat die een plek heeft in het Guinness Book of Records. Met haar kookboek De smaak van Moldavië, recepten en herinneringen uit mijn moeders keuken wil Stupenea haar geboorteland bekender maken. Daarvoor vertaalde ze onder meer de recepten van haar moeder.

Recepten in het Russisch

De moeder van Stupenea werd geboren in 1935, toen het grootste deel van Moldavië bij Roemenië hoorde. Het land ligt ingeklemd tussen Roemenië en Oekraïne. Er bestaat geen aparte Moldavische taal: er werd Roemeens gesproken. Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, toen Moldavië onder het bewind van de Sovjet-Unie kwam.

‘Het gevolg was dat de voertaal in Moldavië Russisch werd. Die taal werd verplicht. Mijn moeder was toen tien jaar en maakte de ‘taalwisseling’ mee. Later werd ze lerares Russisch. Daarom is het schrift van mijn moeder met al haar recepten in het Russisch geschreven. Sinds 1991 is Moldavië zelfstandig en is de voertaal weer Roemeens. Alleen wordt er sinds de oorlog tussen Rusland en Oekraïne weer meer Russisch in Moldavië gesproken als gevolg van de komst van de vele [Russischtalige] Oekraïense vluchtelingen.’

Stupenea woont inmiddels dertig jaar in Nederland. ‘Mijn oudste zoon is in Moldavië geboren, de jongste hier. Ze zeiden tegen me dat ze het jammer vonden dat ze de recepten van oma niet konden lezen, ook vanwege het handschrift. Dat zette me aan het denken. Een zoektocht op internet leerde me dat er geen enkel Nederlandstalig kookboek was met Moldavische recepten. Toen besloot ik om te proberen een Moldavisch kookboek samen te stellen.’

Het boek draait niet alleen om recepten. Ook de Moldavische cultuur en wijnen komen aan bod. Wijn is belangrijk in Moldavië en daarom staat bij ieder recept een Moldavische wijnsuggestie.

Moldavische wijnen

‘In Moldavië zijn echt heel veel wijngaarden. Het land was vroeger een van de grootste wijnleveranciers van de Sovjet-Unie. Moldavië ligt op dezelfde breedtegraad als Frankrijk. Qua grond lijkt het ook op Frankrijk. Het is zonde dat Nederland geen Moldavische wijnen kent. In Moldavië zijn sommige wijnkelders zo groot dat je er met de auto doorheen kunt rijden. Cricova is een van de bekendste ondergrondse wijnkelders. De grootste is Milesti Mici, die in het Guinness Book of Records vermeld staat. Er staan daar naar schatting 1,5 miljoen flessen wijn.’

Als vakantieland trekt Moldavië geen massatoerisme. De hoofdstad Chisinau heeft musea, parken en lokale markten, waar onder meer courgettes, aubergines, tomaten en komkommers worden verkocht. Die groenten keren veel terug in Moldavische gerechten, net als verse kruiden zoals peterselie en dille.

Moldavië is een van de armste landen van Europa. De keuken bestaat dan ook vooral uit betaalbare ingrediënten.

‘De ingrediënten die worden gebruikt voor de gerechten zijn eenvoudige, eerlijke producten. In één gerecht in mijn kookboek zit zalm. Dat is het duurste recept. De Moldavische keuken is niet overdreven luxueus. Ik heb wel voor alle zekerheid gecontroleerd of alle ingrediënten makkelijk verkrijgbaar waren.’

Rusland en het Ottomaanse Rijk

Het kookboek bevat recepten van haar moeder, maar ook enkele nationale gerechten. Een daarvan is mâmâligâ, een stevige maïsmeelpap (polenta), die meestal wordt geserveerd met schapenkaas of zure room.

Ook borsjt, of borsch, komt aan bod: een volle, romige soep met rode bieten als hoofdingrediënt. Die soep wordt eerder met Rusland geassocieerd.

‘Moldavië viel ooit onder het Ottomaanse Rijk, Roemenië en later de Sovjet-Unie. Er is sprake van veel invloeden van buitenaf. Heel veel keukens hebben elkaar beïnvloed. Borsjt is inderdaad een Russische soep. Een echt Moldavische soep is zeama, een zure kippensoep.’

Moldavische kippensoep

Een ander bekend gerecht is sarmale: gevulde kool- of wijnbladeren met een mengsel van gekruid gehakt, rijst en groenten, die langzaam moeten stoven.

Parjoala wordt klaargemaakt met Moldavische gehaktballetjes of burgers met knoflook, uien en verse kruiden. ‘In mijn kookboek staat een recept van mijn moeder voor een soep met dergelijke gehaktballetjes.’

Een ander gerecht is placinta. ‘Het is heel dun deeg dat je naar je eigen smaak kunt vullen met hartige of zoete dingen. Daarna rol je het op. Soms wordt het in de oven gebakken, soms in de pan. Ik vind het heel erg lekker en het is geschikt voor alle maaltijden: ontbijt, lunch, avondeten, maakt niet uit.’

Room en bloem

De recepten uit het schrift van haar moeder moesten niet alleen worden vertaald. Ook de hoeveelheden moesten worden aangepast.

‘In Rusland heb je één formaat glas. Dus als er in een recept staat dat je ergens een glas melk in moet doen, of een glas room of bloem, dan weet iedereen om hoeveel het gaat. Maar in andere landen, zoals Nederland, zijn er talloze soorten en maten glazen. Toen ik voor het schrijven van dit kookboek alle recepten opnieuw klaarmaakte, heb ik de hoeveelheden een stuk nauwkeuriger afgemeten dan “een glas”. Er staat keurig bij om hoeveel gram of milliliter het gaat.’

Naast familierecepten bevat het boek foto’s van de Moldavische foodfotograaf Alex Perov. Aan het boek werkten twee redacteuren mee: een tekstredacteur en een culinair redacteur. Ook Dorus Floris, chef-kok en mede-eigenaar van het Amsterdamse sterrenrestaurant Showw, las mee. Het maakte hem nieuwsgierig naar de Moldavische keuken.

Onbezoldigd honorair consul

Stupenea is onbezoldigd honorair consul en beschouwt het als een eer dat ze voor die functie is benaderd. Voordat ze in de zomer van 2025 werd geïnstalleerd, werd ze een jaar lang gescreend. Bij haar installatie waren ook toenmalig minister-president Dick Schoof en koning Willem-Alexander betrokken. Haar taak om Moldavië positief onder de aandacht te brengen, neemt ze serieus.

Een van de eerste dingen die ze als honorair consul deed, was een kinderboek van Spiridon Vangheli in het Nederlands vertalen.

‘In Moldavië is dit een zeer bekende kinderboekenschrijver. Wat Annie M.G. Schmidt voor Nederland is, is Vangheli voor Moldavië. Zijn werk is vertaald in meer dan veertig talen, maar nog nooit in het Nederlands. Een van de personen waar Vangheli om bekendstaat, is Gugutsa, een jongetje van zes jaar. Er is zelfs een gerecht dat met hem te maken heeft. Gugutsa draagt een typisch Moldavische muts. Naar aanleiding daarvan bestaat er een gerecht van vijftien pannenkoekjes, gevuld met slagroom en kersen, die worden opgestapeld. Daarna wordt er chocolade overheen gegoten. Qua vorm doet het denken aan zo’n muts en daarom heet het De muts van Gugutsa.’

Ook kreeg Stupenea voor elkaar dat vier studenten van de kunstacademie van Chisinau mogen exposeren tijdens de Kunst10daagse in het Noord-Hollandse Bergen, dit jaar van 15 tot en met 26 oktober. Het evenement trekt jaarlijks ongeveer 40.000 bezoekers. ‘De organisatoren waren zeer enthousiast over hun werk.’

De huidige premier van Moldavië, een ondernemer, woonde bovendien tien jaar in Nederland en spreekt goed Nederlands. De banden met Moldavië worden zo langzaam sterker.

Turkije censureert en X werkt mee

0

Turkije is een toonaangevend voorbeeld geworden van een land dat afglijdt naar een gesloten autocratie. De hardline-regering heeft een ongekend feitelijk samenwerkingsverband opgebouwd met een wereldwijd socialemediabedrijf, Elon Musks X, waardoor de digitale ruimte van het land is veranderd in een proeftuin voor censuur. Journalisten, academici, ngo’s en dissidenten worden het zwijgen opgelegd op een schaal die elders zijn weerga niet kent.

Deze samenwerking is de afgelopen dagen in een stroomversnelling geraakt en treft een steeds grotere groep critici. Twitter, tegenwoordig X, blijft het belangrijkste platform waarop in Turkije nog enige ruimte voor vrijheid van meningsuiting bestaat.

De campagne begon in de zomer van 2024 te intensiveren, toen een provinciale rechtbank 82 X-accounts van journalisten en media blokkeerde op de absurde grond van ‘terroristische propaganda’. Eind 2024 had een tweede golf het totaal op 177 gebracht. Daarbij werden ook verbannen journalisten getroffen, onder wie Amberin Zaman, Erk Acarer, Hayko Bagdat en ikzelf – sommigen van hen zelfs meerdere keren.

In maart 2025 nam de omvang sterk toe, toen X bekendmaakte dat Turkse rechtbanken opdracht hadden gegeven om meer dan 700 accounts te blokkeren tijdens de protesten rond de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu. In september 2026 werden nog eens 419 accounts geblokkeerd. Ditmaal waren lhbti+-groepen het doelwit, onder het voorwendsel dat ‘traditionele familiewaarden’ moesten worden beschermd.

Dit is niet langer een reeks op zichzelf staande gevallen. Er is sprake van een duidelijk en terugkerend patroon van digitale controle: politie-eenheden dienen klachten in en rechtbanken keuren die vrijwel automatisch goed. Door de omvang en frequentie ervan is deze praktijk genormaliseerd geraakt.

Het autoritaire karakter van Turkije is inmiddels algemeen bekend. De dringendere kwestie is echter de medeplichtigheid van X – de factor die deze crisis onderscheidt. Alleen al in de tweede helft van 2024 ontving X 11.107 verwijderingsverzoeken uit Turkije en zou het bedrijf aan bijna 90 procent daarvan gehoor hebben gegeven. Analisten hebben het bedrijf ervan beschuldigd ‘Turkse journalisten selectief het zwijgen op te leggen’. Opvallend is dat X eerder bij een Turkse rechtbank met succes een verwijderingsverzoek heeft aangevochten. Dat laat zien dat gehoor geven aan zo’n verzoek een keuze is en geen onvermijdelijke juridische verplichting.

De vaak vergaande medewerking van X verandert afzonderlijke rechterlijke bevelen in een landelijke censuurinfrastructuur. Wanneer Ankara een verzoek indient, lijkt de reactie van X bijna automatisch: het bedrijf werkt mee zonder de reden of reikwijdte van het bevel ter discussie te stellen, vaak zonder de eigenaar van het account te informeren. Bovendien heeft X, wanneer getroffen gebruikers hebben betaald voor een abonnement met een blauw vinkje, geen enkele intentie getoond om de abonnementskosten terug te betalen voor een dienst die door de eigen beslissing van het bedrijf onbruikbaar is geworden.

Wat gebeurt er vervolgens wanneer de druk op Turkse gebruikers toeneemt? De meeste geblokkeerde personen reageren automatisch: ze openen nieuwe accounts en roepen hun volgers op om mee te verhuizen, zonder teruggave te eisen van het geld dat zij betaalden voor een verificatie die inmiddels waardeloos is geworden. Daarbij verliezen ze een aanzienlijk deel van hun publiek, lopen ze het risico dat ook hun nieuwe accounts worden gesloten en krijgen ze geen compensatie. Het is zowel een schending van consumentenrechten als een ernstig verlies van een professioneel bereik dat in de loop der jaren is opgebouwd.

Meewerken aan de blokkades blijft voor het bedrijf goedkoop en zonder gevolgen

Deze stille verhuizing naar nieuwe accounts zorgt ervoor dat X niet ter verantwoording wordt geroepen; meewerken aan de blokkades blijft voor het bedrijf goedkoop en zonder gevolgen. In Turkije bestaat bovendien een opvallende gehechtheid aan X, waardoor veel kritische stemmen niet overstappen naar onafhankelijke platforms zoals Bluesky.

Sommige lokale organisaties, zoals de Vereniging van Hedendaagse Journalisten (ÇGD) in Ankara, beperken zich tot oproepen aan de Turkse autoriteiten om grondwettelijke rechten te respecteren en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens na te leven. Dat zullen ze niet doen. Dat stadium zijn we allang voorbij. Toch bestaan er mogelijk nog manieren om X – en Musk – in westerse rechtsgebieden juridisch onder de loep te laten nemen.

Ilker Atamer, een Turkse juridisch deskundige die bekend is met de Amerikaanse wetgeving, stelt dat iedereen die in Turkije is geblokkeerd X Corp. in Californië zou kunnen aanklagen zonder Amerikaans staatsburger te zijn of in de Verenigde Staten te wonen, mits diegene een Amerikaanse advocaat inschakelt. Eisers zouden hun zaken kunnen bundelen en de kosten kunnen delen; organisaties als CPJ, RSF en Freedom House zouden ook kunnen proberen kosteloze juridische bijstand te regelen.

Atamers sterkste argument gaat over het overschrijden van de grenzen van rechterlijke bevelen. Turkse bevelen noemen doorgaans specifieke URL’s waarin een gebruikersnaam staat. Als die gebruikersnaam verandert, zou de toegang in principe moeten worden hersteld. X Turkije zou echter de onderliggende gebruikers-ID blokkeren, waardoor de beperking ook blijft gelden voor accounts waarvan de naam is veranderd en die nooit in een rechterlijke uitspraak zijn genoemd.

Hierdoor zou X mogelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld, niet omdat het gehoor geeft aan een rechterlijk bevel, maar omdat het verder gaat dan dat bevel door de blokkade op eigen initiatief en mogelijk onrechtmatig uit te breiden. Dat is een afzonderlijke grond waarop een rechtszaak kan worden aangespannen – en wellicht de meest realistische basis voor een gezamenlijke juridische procedure.

Een tweede mogelijkheid betreft consumentenbescherming. De Digital Services Act van de EU verplicht platforms om interne klachtenprocedures aan te bieden en gebruikers toegang te geven tot onafhankelijke geschillenbeslechting bij beslissingen over accounts. Die rechten zijn mogelijk niet rechtstreeks van toepassing in Turkije, maar vormen wel een belangrijke juridische maatstaf. De EU-boete van 120 miljoen euro wegens misleidende verificatiepraktijken zou bovendien claims voor terugbetaling kunnen versterken van journalisten wier betaalde abonnementen waardeloos zijn geworden.

X is niet immuun voor kostbare schikkingen. De gemelde schikking met Donald Trump over de opschorting van zijn account in 2021 laat zien dat de contractuele vrijheid van het bedrijf in de praktijk grenzen kent wanneer de juridische en reputatiedruk groot genoeg wordt.

Realistisch gezien zouden de sterkste claims zich richten op het feit dat X op eigen initiatief verder gaat dan de precieze inhoud van Turkse rechterlijke bevelen, evenals op zijn verplichting om te goeder trouw om te gaan met betalende gebruikers – en niet op de formele bevoegdheid van de staat om beperkingen te eisen. Een gebundelde of collectieve rechtszaak is daarom mogelijk de meest kansrijke strategie.

Misschien kunnen collega’s en beroepsorganisaties in Nederland deel uitmaken van zo’n initiatief en zo de vrijheid van meningsuiting verdedigen op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.