In het huidige debat over het koloniale verleden dreigt de negentiende eeuw vaak uit beeld te raken. Met een nieuwe biografie van KNIL-generaal Karel van der Heijden laat Vilan van de Loo zien hoe een koloniale volksheld werd gemaakt en vergeten.
Met Generaal Eenoog. Het roemruchte leven van Karel van der Heijden (1826–1900) brengt historica, onderzoekster en biograaf Vilan van de Loo een negentiende-eeuwse militair tot leven die in zijn eigen tijd tot de bekendste Nederlanders behoorde, maar tegenwoordig vrijwel vergeten is. Karel van der Heijden begon zijn loopbaan als eenvoudige KNIL-soldaat en schopte het, zonder opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, tot luitenant-generaal en militair-civiel gouverneur van Atjeh. Zijn bijnaam dankte hij aan het verlies van zijn rechteroog tijdens een expeditie bij Samalanga in 1877, waar hij ondanks zijn verwonding het bevel bleef voeren en een succesvolle aanval leidde op Atjehse strijders – althans, zo kwam het in de pers.
Die combinatie van persoonlijke moed, fysieke verminking en onverzettelijkheid maakte Van der Heijden tot een nationale held. Vilan van de Loo beschrijft dit roemruchte leven aan de hand van een rijk scala aan Nederlandstalige bronnen en reconstrueert zo de wording van een van de eerste moderne volkshelden uit het Oost-Indische leger van Nederland.
Zoeken naar het oude Indië
Dat Vilan van de Loo steeds weer uitkomt bij koloniale generaals als Jo van Heutsz, Frits van Daalen en nu Karel van der Heijden, is volgens haarzelf geen bewuste keuze.
‘Waarom militairen? Ik weet het eigenlijk niet,’ zegt ze. ‘Voor mij heeft het iets mystieks. Misschien heeft het te maken met sturing van gene zijde. Ik ben zoekende naar het waarom van mijn hang naar het oude Indië en ik volg sporen zonder te weten waar ik heenga.’

Die zoektocht begon ooit bij Johannes van der Steur, de zendeling die in Nederlands-Indië een tehuis voor militairen oprichtte en daar ook Europese kinderen in opving. Tijdens dat onderzoek stuitte Van de Loo op bronnen van Jo van Heutsz.
‘Ik kende hem vooral van het beeld dat we nu van hem hebben, als een meedogenloze officier. Maar toen ik zijn brieven in het Nationaal Archief las, gebeurde er iets. Ze waren helder geschreven, geestig soms, onderhoudend. Dat was zo’n historische sensatie. Van Heutsz was door en door koloniaal, maar ook een intelligente man die op zijn manier het beste voor Indië wilde.’
Via Van Heutsz belandde ze vanzelf bij ‘generaal Eenoog’, Karel van der Heijden. ‘Van der Heijden was het grote voorbeeld van Van Heutsz. En Frits van Daalen was weer lange tijd een protegé van Van Heutsz. Bovendien speelde de rel rond Van der Heijden precies in de periode waarin Van Daalen op de Koninklijke Militaire Academie in Breda zat.’
Selfmade man
Van der Heijden was in veel opzichten een uitzonderlijke figuur. ‘Hij was een selfmade man,’ zegt Van de Loo. ‘Hij kwam niet van de KMA, maar begon als een gewone soldaat, werd onderofficier en studeerde daarna voor zijn officiersexamen. Uiteindelijk schopte hij het tot de eerste militair-civiele gouverneur van Atjeh. Hij was een gunsteling van koning Willem III en werd de tweede commandant van Bronbeek, het tehuis voor militairen van het Oost-Indische leger in Arnhem. Maar bovenal was Van der Heijden naar mijn indruk de eerste volksheld afkomstig uit het Oost-Indische leger.’
Die heldenstatus ging verder dan militaire eer. ‘Hij werd op het schild geheven. Overal aanbeden. Bij de inhuldiging van Wilhelmina als koningin in 1898 liep hij als eerste militair voor haar uit. Toen ze de eed aflegde, stond hij naast haar met het Rijkszwaard geheven. Dat was niet zomaar ceremonieel, dat was symboliek. Van der Heijden belichaamde de belofte dat Nederland de Atjeh-oorlog kon winnen en daarmee de grote koloniale natie was die het land zo graag wilde zijn.’
Volgens Van de Loo is het belangrijk om te beseffen hoe groot die bewondering was. ‘Wij kijken nu vaak terug met het idee dat er toen al massaal verzet was tegen het kolonialisme, maar naast de kritiek was toch de hoofdtoon in zijn tijd dat Van der Heijden zijn werk uitstekend deed. Hij kreeg militaire onderscheidingen, lof en steun.’

Gewelddadig systeem
Tegelijkertijd was Van der Heijden onmiskenbaar onderdeel van een gewelddadig systeem. Dwangarbeid, standrechtelijke executies en harde expedities waren onderdeel van het koloniale bestuur.
‘Er is bijvoorbeeld een spion geëxecuteerd,’ zegt Van de Loo. ‘Dat deed Van der Heijden omdat hij vond dat hij in zijn recht stond. En dat was in grote lijnen ook de uitkomst van het onderzoek.’
Ze verzet zich tegen het zonder meer toepassen van hedendaagse normen op het verleden. ‘Dat betekent niet dat je alles goedpraat. Maar je moet begrijpen hoe mensen dachten. Geweld was een algemeen inzetbaar middel. Niet alleen bij Van der Heijden, maar overal. Er was ook kritiek, maar die veranderde weinig aan het systeem.’
Ook bij generaal Frits van Daalen, die berucht werd vanwege het hoge aantal doden tijdens zijn expedities in Atjeh, bleef de praktijk grotendeels intact. ‘Tweede Kamerleden spraken er schande van, maar het was vaak voor de bühne,’ merkt Van de Loo cynisch op. ‘Daarna ging alles door zoals het was.’
Koloniale blik
Bewust heeft Van de Loo zich in haar biografie beperkt tot koloniale, Nederlandstalige bronnen. ‘Lokale Atjehse bronnen zijn er ongetwijfeld ook, schriftelijk en oraal, maar ik wilde de koloniale blik reconstrueren. Wat gebeurde er, hoe dachten zij, hoe rechtvaardigden ze hun handelen? Zonder moralistische oordelen.’
Dat betekent niet dat andere perspectieven onzin zijn, benadrukt ze. ‘Moralistische geschiedenis is óók een perspectief. Laat alle bloemen bloeien. Juist de veelheid aan invalshoeken maakt het koloniale verleden zo rijk en ingewikkeld.’
Als voorbeeld noemt ze de vele biografieën die er zijn verschenen over de Britse politicus Winston Churchill. ‘Elke biografie heeft weer een ander perspectief. Daardoor is geschiedschrijving ook zo interessant. Een kritische biografie over Van der Heijden, waarin het perspectief van Atjeh wordt meegenomen, juich ik alleen maar toe.’
Lees brieven
Voor onderzoekers heeft Van de Loo een simpele boodschap: ‘Raadpleeg altijd de oorspronkelijke bronnen. Ga naar het archief. Lees brieven, rapporten en notities. Dáár gebeurt het.’
En voor lezers geldt hetzelfde principe, maar dan dichter bij huis. ‘Zoek het verhaal van je voorvader uit. Wie was hij? Waarom was hij daar? Dat levert bijna altijd verrassingen op.’

Tijdens een boekpresentatie in Den Haag kreeg ze uit het publiek de vraag waarom we eigenlijk zo weinig weten over figuren als Van der Heijden. Haar antwoord was even nuchter als veelzeggend, vertelt ze: ‘Onderzoek de primaire bronnen, waar mogelijk, vertrouw nooit helemaal op wat al geschreven is.’
Volgens Van de Loo verdienen de negentiende eeuw en het interbellum meer aandacht. ‘Niet alles draait om de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Ik heb het meeste geschreven over de negentiende en vroege twintigste eeuw, maar ook het interbellum is fascinerend. Het was een tijd van emancipatie, machtsverschuivingen en nieuwe ideeën. Ingewikkeld om te bestuderen, maar juist daarom zo interessant.’






