3.1 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 12

Ik denk aan Teheran, waar nachtegalen zingen

0

Ik denk aan Teheran, waar de nachtegalen zingen: heel hard en heel zuiver. De nachtegaal vliegt weg, de mens kijkt haar achterna en droomt ervan te vliegen. In de Eerste Wereldoorlog werd voor het eerst het vliegtuig als wapen ingezet. Het moet voor de soldaten in de loopgraven een verschrikking zijn geweest. Het vliegtuig zong van dood. Het vliegtuig was verheven boven de mensheid, als een god, meester van goed en kwaad.

De nachtegaal is de vogel van de Perzische cultuur, een beschaving duizenden jaren oud, haar naam is bolbol. Ze verovert met haar stem. De Perzen hebben een lange geschiedenis van poëzie. Een wereld zonder Hafez kan ik me niet voorstellen, de nachtegaal die mens werd. De Duitse dichter Goethe was zo onder de indruk van de Perzische lyriek dat het hem inspireerde om ook als een Pers te schrijven. Lees zijn Oost-Westelijke Divan om even weg te vliegen, het is een liefdesbrief aan Hafez. Het contact met de dichters van Perzië bracht Goethe tot het inzicht dat er alleen maar wereldliteratuur is, taal is grenzeloos, vrij. Als de nachtegaal.

Dezer dagen houd ik me bezig met de liefde tussen een Perzische prins en een Georgische prinses, Ali en Nino. Samen met meesterpianist Daria van den Bercken toeren we door het land met deze Romeo en Julia van de Kaukasus, in 1937 geschreven door Kurban Saïd, een pseudoniem. Zijn echte naam was Lev Nussimbaum, geboren uit Joodse ouders uit Oekraïne, geboren in een trein, althans dat is wat hij over zijn geboorte schrijft. Ik neem het maar gewoon van hem aan, het is te mooi om het niet te geloven. In de reis geboren, zoals alle mensen.

Is de universele boodschap van het verhaal dat vrede altijd voor oorlog komt?

In het multiculturele Bakoe groeide Kurban Saïd op. Daar werd hij verliefd op de wereld van de islam; Hafez, de muezzin, Sjahrazade. In Istanbul ging hij over tot de islam.

De val van de Russische tsaar dwong Kurban Saïd naar het Westen te vluchten, waar hij zijn diepe kennis van de Oriënt inzette om het westerse publiek te vertellen over de islamitische wereld. Hij schreef zich de tandjes. Het Westen lag aan de voeten van deze flamboyante, ongrijpbare verschijning die een fez droeg. Koningen en presidenten ontvingen hem. De New York Times schreef dat Essed Bey – zijn andere pseudoniem – in New York was gearriveerd.

Maar al snel kreeg hij last van jaloezie, het succes zou hem naar het hoofd zijn gestegen, zijn charisma werd een valkuil. Men praat over zijn Joodse identiteit, levensgevaarlijk in het antisemitische Duitsland. Ondertussen bleef hij zoeken naar begunstigers die hem konden ondersteunen. Alle schrijvers zijn Kurban Saïd; altijd op zoek naar inspiratie, geld, liefde.

De opkomst van het nazisme maakt publiceren onmogelijk. In Wenen blikt hij terug op zijn jeugd in Bakoe en schrijft hij Ali en Nino, een ode aan een wereld die niet meer bestaat. Het is dan 1937, het fascistische geweld zwelt aan, een jaar later zal Oostenrijk overlopen worden door de troepen van Hitler. Het boek kan niet worden uitgegeven onder zijn Joodse naam, de nazi-censuur laat het niet toe. Dus kiest hij voor Kurban Saïd, Gelukkige Offer. Oh, ironie van de geschiedenis.

Daria en ik spelen onze eerste try-out, een paar dagen nadat de aanvallen op Iran zijn begonnen. In Den Haag komt na afloop een man naar me toe en zegt: ‘Is de universele boodschap van het verhaal dat vrede altijd voor oorlog komt?’ Ik denk aan Kurban Saïd, hij was gelukkig in Bakoe maar leefde van oorlog naar oorlog. Multiculturaliteit gedijt in tijden van vrede. En wanneer oorlog komt, trekken de gemeenschappen zich terug. Ali en Nino kiezen voor elkaar, de biculturaliteit is hun kracht. Samen vechten ze voor vrijheid, die geven ze door aan hun kind. En hun kind zal Hafez lezen en de nachtegaal horen.

Kurban Saïd sterft in Italië in 1942, berooid en vergeten, maar Ali en Nino zijn voor altijd.

Monitor Lange Arm Rabat waarschuwt Kamer voor groeiende Marokkaanse inmenging

0

De anonieme actiegroep Monitor Lange Arm Rabat roept de Tweede Kamer op om extra maatregelen te nemen tegen ongewenste inmenging door de Marokkaanse overheid.

De organisatie heeft een brief geschreven aan de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vooruitlopend op het wetgevingsoverleg over integratie en maatschappelijke samenhang. In deze brief, die in het bezit is van de Kanttekening, schrijft de Monitor Lange Arm Rabat dat ‘sommige onderwerpen onderbelicht’ blijven, ondanks aangekondigde stappen in het regeerakkoord.

Volgens de brief richt de Marokkaanse staat zich al decennialang actief op Marokkaanse Nederlanders. De overheid zou hen blijven zien als Marokkanen ‘vanwege de verplichte Marokkaanse nationaliteit’. De organisatie stelt dat Rabat ‘alle middelen en mechanismen’ inzet, variërend van ‘subtiele vormen van propaganda en inkapseling’ tot ‘beïnvloeding, spionage en intimidatie’.

De schrijvers spreken van een ‘effectief instrument met een buitengewoon aanpassingsvermogen en strategische vertakkingen binnen alle belangrijke Nederlandse instituties’. Daarbij zouden de ambassade en consulaten een actieve rol spelen in het ‘coördineren, aanjagen en ondersteunen van beïnvloedingsactiviteiten’.

Monitor Lange Arm Rabat noemt onder meer het inzetten van de islam, het opbouwen van relaties met Nederlandse bestuurders, het ondersteunen van invloedrijke Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond en het financieren van organisaties. Ook het ‘rekruteren van kinderen voor deelname aan zomerkampen’ en het ‘actief scouten van getalenteerde sporters voor de nationale teams van Marokko’ worden genoemd.

De organisatie waarschuwt dat deze inmenging kan leiden tot ‘gevoelens van vervreemding en ressentiment’ en vreest dat toekomstige generaties ‘slechts een instrumentele binding met Nederland zullen voelen’.

Bijzonder zorgelijk vindt de organisatie de aanwezigheid van Nederlandse gezagsdragers bij bijeenkomsten waar Marokkaanse vertegenwoordigers een dominante rol spelen. ‘De aanwezigheid van Nederlandse gezagsdragers […] kan worden gezien als legitimering’, staat in de brief. Ook de ‘uitzending van staatsimams tijdens de ramadan’ wordt genoemd als voorbeeld van intensivering.

De brief sluit af met een oproep aan de Kamer om ‘extra maatregelen te nemen tegen de inmenging en beïnvloeding door de Marokkaanse overheid’ om de ‘vrijheid en veiligheid van Nederlandse burgers te beschermen’.

Derde Amerikaan gedood door immigratiedienst blijkt maandenlang verzwegen

0

In de Verenigde Staten is opnieuw een dodelijk incident met een federale immigratieagent aan het licht gekomen, bericht RTL Nieuws. Ruben Ray Martinez (23) werd al op 15 maart 2025 doodgeschoten in Texas.

Het fatale schot werd gelost door een agent van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (DHS), dat daar als immigratiepolitie optrad. Pas recent bevestigde het ministerie officieel dat een van zijn agenten verantwoordelijk was voor het schot.

Martinez blijkt de eerste Amerikaanse burger te zijn die tijdens de tweede ambtstermijn van president Donald Trump door federale immigratieagenten is gedood. Het incident vond ruim vóór de latere, veelbesproken dodelijke schietpartijen op Renee Good en Alex Pretti plaats. In tegenstelling tot die zaken kreeg de dood van Martinez destijds nauwelijks aandacht. Lokale autoriteiten brachten wel een kort persbericht uit, maar vermeldden niet welke instantie betrokken was.

Volgens interne documenten zou Martinez met zijn auto een agent hebben geraakt, waarna een andere agent het vuur opende. Een passagier die het incident overleefde, Joshua Orta, verklaarde later dat er geen sprake was van een aanrijding en dat er zonder waarschuwing was geschoten. Deze getuige kan het verhaal echter niet meer navertellen. Enkele weken na de dood van Martinez kwam Orta om bij een auto-ongeluk.

De non-profitorganisatie American Oversight dwong via een rechtszaak openbaarmaking van documenten af. Het blijft onduidelijk waarom het ministerie het incident bijna een jaar lang niet meldde.

‘Mensen op de vlucht zijn de verliezers van het Europese migratiepact’

0

Het Europese migratiepact maakt het moeilijker voor vluchtelingen en legt meer druk op landen aan de EU-buitengrenzen, schrijft Europarlementariër Tineke Strik. Het kabinet-Jetten gebruikt het pact bovendien om nog strengere regels voor asielzoekers in te voeren.

Het is nog maar 25 jaar geleden dat asielwetgeving voor het eerst op EU-niveau werd vormgegeven, vanuit de wens van EU-landen voor een gemeenschappelijk systeem met gelijke standaarden voor de opvang, asielprocedure en rechten van statushouders. Toch riepen de Noord- en West-Europese landen tien jaar geleden al om een fundamentele hervorming, toen het aantal asielaanvragen van Syrische en Afghaanse vluchtelingen fors piekte.

Als deze oproep was ingegeven door de wens om het Europese verdeelsysteem voor asielzoekers eerlijker te maken, dan was dat begrijpelijk geweest. De ‘Dublin’-regel dat het eerste land van binnenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, zette de Zuid-Europese landen aan de buitengrenzen namelijk onder grote druk. Zij begonnen hun ongenoegen over deze scheve verdeling steeds meer te uiten in verzet. Denk aan pushbacks en het ‘doorwuiven’ van asielzoekers door hun geen goede opvang en bescherming te bieden. Het gemeenschappelijke asielsysteem werd zo steeds wankeler.

Toch was het rechttrekken van de verantwoordelijkheidsverdeling niet de insteek van de hervormingen. De noordwestelijke landen eisten juist garanties van de zuidelijke landen dat asielzoekers niet naar hun land konden doorreizen. De zuidelijke landen op hun beurt eisten waarborgen voor een betere verdeling. De oostelijke landen wilden helemaal geen solidariteit.

Landen aan de buitengrenzen

Als je het Asiel- en Migratiepact leest, dan is het niet moeilijk om de noordwestelijke landen als winnaar van de discussies aan te wijzen. In plaats van minder hebben de landen aan de buitengrenzen zelfs méér verantwoordelijkheden gekregen, onder andere omdat ze nu alle asielzoekers moeten screenen aan de buitengrenzen en veel asielverzoeken in een gesloten en versnelde buitengrensprocedure moeten behandelen. Solidariteit met landen onder ‘migratiedruk’ is weliswaar verplicht, maar kan ook worden afgekocht; een zwakke uitweg waar de Nederlandse regering meteen enthousiast gebruik van maakt.

De echte verliezers zijn mensen op de vlucht, die of komen vast te zitten in doorreislanden waar ze geen bescherming krijgen, of worden teruggeduwd aan de Europese buitengrenzen, of daar in gevangenschap een asielprocedure moeten afwachten.

Ga niet mee met de venijnige beleidskeuzes van kabinet Schoof/Jetten

Ook het doel van het Asiel- en Migratiepact om de asielregels meer gelijk te trekken is niet gehaald. De wetten wemelen van beleidskeuzes en uitzonderingen die landen mogen maken op bestaande standaarden, en een aparte ‘crisis- en overmachtwet’ staat landen zelfs toe om in vaag omschreven situaties compleet af te wijken van de afgesproken regels.

Op die manier blijft het dus een groot verschil maken voor een asielzoeker in welke lidstaat hij of zij om bescherming mag vragen. De reactie van het vorige kabinet, toen de inkt van het pact nog niet was opgedroogd, sprak boekdelen: Nederland moest minder aantrekkelijk worden dan andere Europese landen, zodat asielzoekers ons land zouden ‘overslaan’. Het pact lijkt deze ‘ratrace naar de bodem’ tussen de Europese landen eerder te hebben aangewakkerd dan gestopt.

Alle reden dus voor de Nederlandse medewetgever om scherp te zijn op de implementatie van het Asielpact. Het wetsvoorstel daartoe is ingediend door kabinet Schoof, dat de beleidskeuzes rechtvaardigt met het doel van zijn kabinet om ‘het strengste asielbeleid’ ooit te voeren. Tijdens de wetsbehandeling in de Kamer verdedigt kabinet Jetten met verve dit uitgangspunt. Het verkoopt restrictieve beleidskeuzes als implementatie van het Asielpact, ook als het pact daar helemaal niet toe dwingt.

Scheiding van vluchtende gezinsleden

Neem bijvoorbeeld de inperking, of zeg maar gerust afschaffing, van het recht op gezinshereniging voor oorlogsvluchtelingen: na een wachttermijn van twee jaar moeten ze over voldoende inkomen en huisvesting beschikken en dan nog kan een ‘tijdelijke noodstop’ hen helemaal uitsluiten van gezinshereniging. Zo’n onnodige, jarenlange scheiding van vluchtende gezinsleden is traumatiserend en fnuikend voor de integratie in Nederland.

Eveneens met een verwijzing naar het pact wil het kabinet de verblijfsvergunning na drie jaar opnieuw beoordelen en de aanspraak op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afschaffen. Beide keuzes versterken de verblijfsonzekerheid en bemoeilijken dus de integratie.

Zo’n onnodige, jarenlange scheiding van vluchtende gezinsleden is traumatiserend

Een andere keuze onder het mom van het Asielpact is de afschaffing van de zogenoemde ‘voornemenprocedure’, waarin een asieladvocaat bijdraagt aan een volledig asielverhaal en een betere beslissing op het asielverzoek. Een keuze dus voor minder zorgvuldigheid, meer beroepszaken, langere onzekerheid en procedures en nog meer werkdruk voor de toch al zwaar belaste IND.

Snel filteren van asielverzoeken

Het Asiel- en Migratiepact is niet gericht op een eerlijkere verantwoordelijkheidsverdeling of een verbeterde bescherming, maar vooral op het snel ‘filteren’ van asielverzoeken aan de buitengrenzen en het bij voorkeur volledig buiten het Europese grondgebied houden van asielzoekers. Dat sluit naadloos aan op de nog verder strekkende wens van kabinet Jetten dat asielverzoeken enkel nog buiten de Europese Unie kunnen worden behandeld.

Europese wetgeving moet natuurlijk worden uitgevoerd en nageleefd, maar het schrijnende feit is dat regeringsleiders en de EU-Commissie nog altijd akelig stil blijven over de voortdurende schendingen van de rechten van asielzoekers, zoals pushbacks en gebreken in de opvang. Die handhaving zou nu juist veel hogere prioriteit moeten krijgen.

In plaats daarvan wordt de Europese wetgeving aangegrepen om steeds meer onmenselijke en onwenselijke beleidskeuzes te legitimeren. Dat zou nooit mogen gebeuren. Daarom roep ik parlementariërs met klem op: trek de Europese dekmantel van de implementatiewet en ga niet mee met de venijnige beleidskeuzes van kabinet Schoof/Jetten.

Sofyan Mbarki: ‘Hier ben je gewoon een Amsterdammer’

0

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart interviewt de Kanttekening lijsttrekkers in de vier grote steden van Nederland. Wethouder Sofyan Mbarki is jeune premier van de PvdA in Amsterdam.

Sofyan Mbarki (41), wethouder Sport, Mbo en Jongerenwerk, is de rijzende ster van de Amsterdamse politiek. Bij de naderende gemeenteraadsverkiezingen, is hij lijsttrekker van de PvdA, die in de hoofdstad nog niet is gefuseerd met GroenLinks. Met zijn onlangs verschenen boek Maar jij bent een goeie kreeg hij landelijke media-aandacht.

Aanleiding voor het boek was de post die hij op LinkedIn plaatste na de rellen rond de voetbalwedstrijd Ajax – Maccabi-Tel Aviv in november 2024, vertelt Mbarki. ‘Premier Schoof had, al voordat duidelijk was wat er aan de hand was, geconcludeerd dat Nederland “een integratieprobleem” heeft. In mijn LinkedIn post omschreef ik wat ik in mijn leven zoal heb gedaan: ik ben taxichauffeur geweest, mbo-docent, nu wethouder. “Als dat voor de premier een integratieprobleem is, dan ben ik er trots op om het integratieprobleem te zijn”, schreef ik.

‘Mijn post kreeg veel bijval. Maar ook commentaar in de trant van “Ja, maar jij bent een goeie”. Zelfs premier Schoof zei in het Kamerdebat een paar weken later dat hij, toen hij het had over een integratieprobleem, ‘niet die Amsterdamse wethouder’ had bedoeld. Uitspraken die veel mensen met een migratieachtergrond herkennen, en die voor pijn en verdeling zorgen.’

Hoe kijkt u terug op de rellen?

‘De Maccabi-rellen waren een van de moeilijkste, zo niet het moeilijkste moment van de afgelopen vier jaar. Enerzijds omdat je als stad speelbal wordt van internationale krachten, maar ook omdat de spanningen daarmee ineens tot uiting kwamen en het kabinet daar een schep bovenop deed.

‘Ik ben er heel trots op dat we in Amsterdam juist de verbinding zoeken. Juist ook als het moeilijk is. Projecten als Deel de Duif of Saïd en Lody (waarbij islamitische, Joodse en andere Amsterdammers met elkaar in gesprek raken, red.) helpen daarbij.

‘Ik vind dat een kracht, maar door de reactie van het kabinet werd er olie op het vuur gegooid. Amsterdammers, hier geboren en getogen, werden door de premier weggezet als het integratieprobleem. Dat wilde ik niet nog eens laten gebeuren. Dus ik praat nu terug.’

Nederlanders met een migratieachtergrond schrokken van de felheid en termen als ‘integratieprobleem’ en ‘pogroms’ in het debat. Heeft dit hun gevoel van erbij horen veranderd of speelde dit al langer?

‘Dit speelde zeker al langer. De afgelopen decennia hebben we gezien dat de politiek van uitsluiten en de ander wegzetten steeds meer ingezet werd. Bij de PVV en FvD gebeurt dit al langer expliciet. Maar de laatste jaren ook steeds meer bij de VVD waar Dilan Yesilgoz in 2023 de deur voor de PVV openzette, terwijl ze GL-PvdA na de laatste verkiezingen uitsloot.

‘Mensen blijven aanspreken op de migratieachtergrond van hun grootouders is echt ridicuul’

‘Tegelijkertijd is het luie politiek. Het laat mij vooral zien hoe ver Den Haag van de realiteit afstaat. Amsterdam, maar ook andere steden worden steeds meer divers, maar belangrijker, er groeit een generatie op wiens ouders hier ook geboren zijn. Mensen blijven aanspreken op de migratieachtergrond van hun grootouders is echt ridicuul, zeker in Amsterdam. Amsterdam is gebouwd door migranten, al eeuwen dragen die bij aan de welvaart van onze stad. En wat ik mooi vind: hier spreken we elkaar aan op wat je doet, niet op waar je vandaan komt. Hier in Amsterdam ben je gewoon een Amsterdammer. En in deze regio verdienen we 220 miljard van het BBP, mede dankzij al die mensen met een migratieachtergrond.”

Wilt u hier, als u opnieuw wordt gekozen, iets aan doen?

‘Wat mij hoop geeft, is dat er een generatie is die zich niet meer laat aanpraten dat ze moeten deugen. Een generatie die zich niet meer laat lenen voor de onderbuik van rechts Nederland. Dat geeft me kracht om het zelf ook te doen. Dat geluid wil ik versterken de komende jaren. Laten zien dat je er mag zijn, dat je niet wethouder hoeft te worden om ‘een goeie’ te zijn maar dat je gewoon onderdeel bent van onze stad.’

Begrijpen ze bij de PvdA waar de pijn zit?

‘Over het integratieprobleem? Daar voel ik geen pijn. Ik zie dat rechtse politici dat gebruiken als stok om mee te slaan, maar ik ga me daar niet door laten leiden.

Wat wel pijn doet is hoe Nederland omgaat met de genocide in Gaza. We gaan niet om de Gazanen heen staan zoals we dat doen met Oekraïners. De generatie die nu opgroeit ziet dat feilloos en spreekt zich er terecht over uit. Hoe kunnen we als land voor een tweestatenoplossing zijn als we een van die twee landen niet erkennen?’

U heeft mbo en jongerenwerk in uw portefeuille. Hoe gaat het met de jongeren in Amsterdam?

‘Gelukkig gaat het met het overgrote deel goed. Maar er zijn ook jongeren die veel last hebben van polarisatie of jongeren op het mbo die zich achtergesteld voelen en soms ook letterlijk achtergesteld worden. Bijvoorbeeld door anders dan hun leeftijdsgenoten op het hbo of voortgezet onderwijs geen stagevergoeding te krijgen. In Amsterdam sluiten we daarom stagepacten af, waarin werkgevers zich committeren om die vergoeding wel te geven, en ook zorgen voor voldoende stageplekken en het tegengaan van stagediscriminatie.’

Jongeren met verschillende achtergronden komen elkaar steeds minder vanzelfsprekend tegen. Vindt u het belangrijk dat zij samen opgroeien?

‘Absoluut. Dat vind ik het mooie aan Amsterdam. Hier willen we een ongedeelde stad. Waar chique en sjoffel door elkaar wonen. Ook op de Zuidas en op de grachten is sociale huur en ook in de Wildemanbuurt is koop. Het stopt alleen niet bij gemengde buurten. Ik hoop ook dat we elkaar ontmoeten op meer plekken. Op scholen en op sportverenigingen. Op de voorzieningen in onze stad.’

Waarom gebeurt dat dan toch niet?

‘Hoewel ik hoop dat mensen elkaar ontmoeten en tegenkomen, gaan we als gemeente natuurlijk niemand dwingen. We leven in een tijd waarin mensen steeds individueler worden. Tegelijkertijd zie ik dat mensen juist ook meer behoefte hebben aan verbinding. Dus daarom wil ik dat meer faciliteren. Bijvoorbeeld door te zorgen dat iedereen die dat wil naar een sportclub kan, en door brede brugklassen te hebben.’

‘Ik zie een generatie die opstaat en terugpraat’

Lukt het om biculturele Amsterdammers naar de stembus te krijgen?

‘De opkomst in Amsterdam is laag. Minder dan de helft van de Amsterdamse stemgerechtigde komt opdagen. We zien ook dat in wijken waar veel Amsterdammers met een biculturele achtergrond of bij nieuwkomers het aantal stemmers laag is. Het heeft tal van verschillende oorzaken maar het belangrijkste is dat we proberen iedereen naar de stembus te krijgen. Wat we bijvoorbeeld doen is stemlocaties op het mbo toevoegen en dat jongeren vanaf 16 voor de stadsdelen verkiesbaar zijn. Hopelijk komen zo meer mensen opdagen.’

Wat kan er volgens u beter?

Veel mensen voelen zich niet gezien of gehoord door de politiek. Ik zie het zelf dagelijks in mijn wijk. Een van de slechtste buurten van Amsterdam die niet schoongehouden wordt, waar veel criminaliteit is en de politiek ver weg lijkt. Dat moet en kan anders.’

Hoe kijkt u naar de toekomst van het samenleven, nu de polarisatie toeneemt?

‘Ik zie een generatie die opstaat en terugpraat. Die zich niet bang laat maken door rechtse retoriek en die in een stad leeft waarin we elkaar behandelen op basis van wat we doen en niet waar we vandaan komen. Ik ben hoopvol over de toekomst, maar we mogen best wat meer interesse hebben in elkaar.’


Lees ook:

Rotterdamse wethouder Chantal Zeegers: ‘Ik ben voorstander van zoveel mogelijk bouwen’

Utrechtse wethouder Linda Voortman: ‘Er worden nog steeds mensen buitengesloten’

BIJ1-lijsttrekker Stevie Nolten: ‘Utrecht noemt zich mensenrechtenstad, maar maakt dat niet waar’

Onderzoek naar moslimdiscriminatie onder vuur na mogelijke belangenverstrengeling

0

Het KIS-onderzoek naar islamofobie van het ministerie van Sociale Zaken ligt onder vuur vanwege mogelijke belangenverstrengeling, zo berichtte Trouw gisteren.

Het onderzoek werd deels gefinancierd door de ISN Academie. Dit instituut is onderdeel van de Islamitische Stichting Nederland, de Nederlandse tak van het Turkse directoraat voor Religieuze Zaken Diyanet. Op de ISN-connectie was vorige maand de nodige kritiek, omdat Diyanet nauw verweven is met de Turkse overheid en de autoritaire regering van president Recep Tayyip Erdogan. Was het onderzoek wel objectief? Kamerleden Diederik Boomsma en Annabel Nanninga van de radicaal-rechtse partij JA21 vonden van niet en stelden Kamervragen.

Maar nu blijkt dat er mogelijk ook sprake is geweest van persoonlijke belangenverstrengeling. De onderzoeker die het KIS-onderzoek leidde is namelijk de echtgenoot van de academisch directeur van de ISN Academie. Hun echtelijke verbinding was echter niet aangegeven bij het ministerie en stond evenmin vermeld in het onderzoek. Het ministerie van Sociale Zaken laat weten de integriteitskwestie te onderzoeken, zo meldt Trouw.

De timing is pijnlijk, omdat het KIS-onderzoek maandag op de agenda van de Tweede Kamer stond om besproken te worden. Het ministerie van Sociale Zaken laat nu een onafhankelijke wetenschappelijke review uitvoeren, om te kijken of het onderzoek ‘voldoende betrouwbaar’ is.

‘We erkennen dat dit niet wenselijk is en nemen maatregelen om dit in het vervolg te voorkomen’, laat het kennisplatform KIS in een reactie aan Trouw weten. KIS benadrukt dat het achter de ‘kwaliteit en de conclusies’ van het rapport staat. ‘De ISN Academie heeft geen invloed gehad op de opzet en de uitkomsten van het onderzoek.’

Trump is er niet voor de Iraniërs, en Netanyahu al helemaal niet

0

Die eerste aanval van de VS en Israël op Iran gaven me een wrange smaak. Een ongemakkelijk gevoel dat niet aansloot bij de juichende mensen op straat om de dood te vieren van Ayatollah Khamenei, de man die niet alleen het leven van duizenden Iraniërs in de afgelopen dertig jaar vormde, maar in de afgelopen drie maanden ook het leven nam van 15.000 Iraniërs.

Ik gun het ze zo. Het gevoel dat ik had als vrouw van een Syriër toen in december 2024 de vrijheid van het Syrische volk werd bezegeld door de val van Bashar al- Assad. De vreugde van mijn dierbare schoonfamilie drong door tot in mijn ziel. Wanneer ik erover vertelde aan mensen uit een land waar nog steeds een dictator aan de macht is, bemerkte ik een soort jaloezie — een verlangen naar de dag dat ook zij aan de beurt zouden zijn. Iraniërs hebben alle recht op dat verlangen, en hoe mooi zou het zijn als die droom nu ook voor hen uitkomt.

Trump mag zich profileren als de man die vrede brengt op aarde, maar hij is er niet voor de Iraniërs

Maar als ik naar de beelden uit Iran kijk, zie ik iets anders. Ik zie een land dat wordt aangevallen, niet bevrijd. Trump mag zich profileren als de man die vrede brengt op aarde, maar hij is er niet voor de Iraniërs — en Netanyahu al helemaal niet. Voor deze twee wereldleiders is Iran het obstakel op de weg naar een Midden-Oosten binnen de westerse invloedsfeer. Al jaren werken Amerikanen aan een Midden- Oosten dat voor de dollar werkt, en daarin zijn ze voor een groot deel geslaagd in de landen met de meeste economische waarde — ware het niet dat dat andere land van betekenis in de Golfregio, Iran, altijd zijn kont tegen de krib gooide.

Iran maakte er een punt van nationale trots van zich niet te schikken naar het wereldbeeld waarin de Amerikanen het voor het zeggen hebben. Het vaart al jaren een ‘vriendelijke-burenbeleid’, waarin het heil zoekt in relaties die wél voor Iran werken, zoals die met Rusland en China. Ook de toenadering tot het andere land van betekenis in de regio, Saoedi-Arabië, moet in dat licht worden gezien. Deze toenadering was een doorn in het oog van president Trump, want Saoedi-Arabië was van hem. In zijn huidige termijn zou hij eindelijk de Abrahamakkoorden uitbreiden naar het Saoedische koninkrijk. Met de toenadering tot datzelfde koninkrijk kwam Iran direct in het vaarwater van de Amerikanen in het Midden-Oosten terecht.

Toen eind 2024 de handlangers van Iran het tegenspit delfden, roken Trump en zijn handlanger Netanyahu hun kans. Een tipping point dat wel eens in hun voordeel kon uitpakken. Israël verzwakte Hezbollah aanzienlijk, en toen een paar maanden later ook de Syrische president Assad van het toneel verdween om plaats te maken voor een president die de Amerikaanse dollars wel zag zitten, leek de droom van een Midden-Oosten in westerse invloedsfeer opeens nabij. Alleen Iran lag nog dwars. Maar een grootmacht valt een andere regionale hegemoon niet zomaar aan; daar moet de tijd rijp voor zijn.

Waarom steggelen over iets wat je toch niet wilt toestaan, als je ook van bovenaf kunt toeslaan?

Die tijd lijkt nu te zijn aangebroken. Het volk wil worden bevrijd en veel Iraniërs
verwelkomen de Amerikanen. Critici zijn verbaasd over de timing, omdat afgevaardigden van beide partijen nog aan de onderhandelingstafel zaten in Oman, om de jarenlange discussie over het nucleaire programma van Iran te beslechten. Maar waarom steggelen over iets wat je toch niet wilt toestaan, als je ook van bovenaf kunt toeslaan? Dat moeten Trump en Netanyahu gedacht hebben. Nu er nog sprake is van militaire overmacht, kunnen ze Iran net zo goed op de knieën dwingen, met relatief weinig kritiek van de Iraniërs zelf. Een gouden kans.

Het is makkelijk spreken als vrije westerling. Het is een luxe om de werelddominantie van de westerse grootmachten te kunnen bekritiseren, terwijl ik geniet van de welvaart die daaruit voortvloeit. In een land dat al jaren gebukt gaat onder sancties, terwijl het regime dat daarvoor verantwoordelijk is ook de eigen bevolking onderdrukt, is elke kans op verandering het hopen waard.

Maar waar het wringt, is dat hiermee ook een tegenmacht verloren gaat. Iran — het land dat groot werd zonder de dollars, ondanks de sancties, en dat er zo lang in slaagde een front te vormen tegen verdere uitbreiding van de dominantie van het Westen in het Midden-Oosten — zal voorgoed veranderen.

Füsun Erdogan: ‘In Turkije heeft persvrijheid nooit bestaan’

Terwijl Turkije opnieuw journalisten tot tien jaar cel dreigt te geven, laat journaliste Füsun Erdogan haar stem horen. Na acht jaar gevangenschap vluchtte ze naar Nederland. ‘Een kritisch bericht op X over het Erdogan-regime kan al jaren cel betekenen.’

In Turkije zijn begin dit jaar vanwege pro-Koerdische berichtgeving tegen journalisten en andere betrokkenen bij de publicaties celstraffen geëist tot 10 jaar. Over het vervolg van de rechtszaak wordt in Turkije nauwelijks gepubliceerd. ‘Censuur is een groot probleem’, aldus Füsun.

Het jonge jaar 2026 is voor de journalistiek in Turkije inktzwart gestart. Voorbeelden genoeg naast de genoemde zaak. In januari was er bij het Koerdische Mezopotamya News Agency een politie-inval. Computers werden meegenomen en verschillende medewerkers zitten volgens Füsun in de gevangenis. In februari viel de politie binnen bij persorganisaties Etkin Haber Ajansi-Etha en Atilim Gazetesi. Verschillende, met name linkse verslaggevers, zijn gearresteerd. Vanuit Nederland volgt ze het op de voet. ‘Een redactionele manager van Etha is inmiddels veroordeeld tot twaalf jaar celstraf.’ Dan is er nog de zaak tegen een Turkse Deutsche Welle-verslaggever, die recent gevangen is gezet vanwege ‘belediging van de president’.

De nu 65-jarige Füsun heeft na haar vrijlating een leven opgebouwd in Nederland. Op haar verzoek laten we achterwege waar we de journaliste spreken. Vanwege haar veiligheid. ‘De aanvallen namens de Turkse staat op opposanten die in Europa wonen zijn bekend.’

Weerstand bij een deel van de Turkse gemeenschap

Ze kwam in het Nederlandse nieuws. Haar kritische houding tegenover de Turkse machthebber roept weerstand op bij een deel van de Turkse gemeenschap in Nederland, die loyaal is aan het regime van Recep Tayyip Erdogan. Na een televisieoptreden werd ze op Facebook bedreigd. ‘Mevrouw, je lacht, maar wij kunnen jou laten huilen.’ Het ging gepaard met bedreigingen van haar familieleden. Ze deed aangifte bij de Nederlandse politie. ‘Ik heb gezegd: als er iets met mij gebeurt, mijn man of zoon, is het de schuld van de Turkse politie. Die zat erachter.’ Toch wil, nee moet ze haar stem laten horen. ‘Ik kan niet met angst leven.’

Füsun Erdogan in 2012. De foto is genomen in de gevangenis in Gebze

In 1979 maakte Füsun als journalist haar debuut bij een persbureau. Na de militaire staatsgreep in 1980 nam de persbreidel toe. ‘Kranten werden vóór publicatie aan controle van de generaals onderworpen. Boeken namen ze in beslag en werden verbrand; journalisten en uitgevers werden gearresteerd. Ze kregen gevangenisstraffen van honderden jaren.’ Ook het persbureau waar Füsun werkte werd gesloten. Samen met haar man, eveneens journalist, vertrok ze naar Nederland. Ze begon aan de Erasmus Universiteit een studie politicologie die ze vanwege een zwangerschap later afbrak. In 1987 besloten ze terug te keren naar Turkije. Haar man ging eerst. Füsun wachtte totdat hun pasgeboren zoon iets ouder was. Na vestiging in Istanbul werd haar echtgenoot snel gearresteerd, gemarteld en vervolgd. Na zijn vrijlating vestigden Füsun en haar zoon zich in 1989 in Turkije.

Gauw pakte ze als activistische, links geëngageerde journalist haar werk weer op. Ze was onder meer redacteur bij twee vrouwentijdschriften. In 1991 werd er een anti-terrorismewet aangenomen. Een wet die journalistiek werk nog gevaarlijker maakte. Ze vertelt hoe vele journalisten en andere ‘denkbare regimekritische personen’ zonder enig bewijs voor terroristische activiteiten tot extreem lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld.

Füsun, die zichzelf omschrijft als ‘socialist, marxist’, kwam door de anti-terrorismewet in de problemen. In 1995 was ze oprichter en hoofdredacteur van het democratische radiostation Özgür Radyo in Istanbul. In 1996 werd ze samen met haar man gearresteerd, op verdenking van contacten met verboden organisaties. Na zes maanden gevangenschap werden ze vrijgelaten én vrijgesproken. Omdat ze tijdens hun detentie waren gemarteld, volgde een zaak tegen de folterende politieagenten. Deze agenten kregen gevangenisstraffen, maar door bureaucratie ‘verjaarden’ deze straffen. ‘Wij stapten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en dat besliste dat mijn echtgenoot en ik schadevergoeding van Turkije moesten krijgen.’

‘Wij stapten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens’

In 2006 werd Füsun, die door haar journalistieke werk een bekende kritische stem was geworden, in Izmir door de politie ‘ontvoerd’ en gearresteerd. Füsun en haar advocaten hoorden maandenlang niet waarom ze was gearresteerd. Na bekendmaking van het dossier bleek dat er geen enkel bewijs was voor de beschuldiging van ‘leiding geven aan een illegale organisatie’. Vanuit de gevangenis heeft ze steeds alle beschuldigingen weerlegd.

In 2014 kwam ze uit de gevangenis, maar ze mocht van de rechters het land niet verlaten. Een jaar eerder was haar levenslang plus het bizarre aantal van 789 jaar straf opgelegd en een geldstraf van bijna een half miljoen euro. ‘Om haar in Turkije te houden kreeg ze ook geen paspoort.’ Hoe het haar lukte om naar Nederland te vluchten houdt ze voor zich. ‘Het is bij Humanitas bekend, maar ik wil niet dat anderen gevaar lopen als ik hier gedetailleerd op inga.’

Bianet

Vanaf eind 1996 was Füsun betrokken bij het onafhankelijke communicatienetwerk Bianet. Aanvankelijk een netwerk om lokale kranten, radiostations en televisiezenders in heel Turkije te ondersteunen. Vanaf 2001 ontwikkelde Bianet zich tot de nieuwssite Bianet.org.

In 2011 begon Füsun voor Bianet vanuit de gevangenis artikelen te schrijven. Het werd met de ‘gezien-stempel’ van de gevangenis naar de redactie gestuurd. ‘Deze artikelen werden voor mij een venster van binnen naar buiten.’ Tot aan haar vrijlating schreef ze honderden artikelen. Ook na haar vrijlating en vertrek naar Nederland bleef ze dat doen. In 2018 stopte Füsun bij Bianet, maar ze volgt het platform uiteraard nog. ‘Het is, zoals alle oppositiemedia, een belangrijk medium. Voor persvrijheid en het laten horen van andere stemmen is Bianet een noodzaak.’

Füsun Erdogan in de gevangenis in Gebze

De journaliste wijst erop dat het extreem beperken van de persvrijheid in Turkije in de jaren 1990-2000 sterk gerelateerd is aan de strijd van de Koerdische Vrijheidsbeweging. ‘Er werd een grootschalige staatsterreur ontketend tegen het Koerdische volk. Voor ons, Koerdische journalisten, uitgevers en regimekritische journalisten die probeerden de stem van de waarheid te laten horen, waren dit zeer slechte jaren. Vele journalisten zijn door de politie of antiterreureenheden opgepakt.’ Systematische marteling was volgens Füsun daarbij aan de orde van de dag. Een beeld dat overeenkomt met rapportages van mensenrechtenorganisaties.

Alliantie valt uiteen

In 2002 kwam Erdogans partij, de AKP, aan de macht en creëerde voor de Europese buitenwereld aanvankelijk een positief imago. Een vals beeld volgens Füsun. ‘Hij bouwde geleidelijk aan een politiek-islamitisch fascistisch regime.’ Waar volgens Füsun ook ‘het oorlogsconcept van de Turkse staat tegen de Koerden’ verder op stoom kwam. Ze hekelt daarbij de rol van de Gülen-gemeenschap, die volgens haar tot aan de mislukte staatsgreep de rechterlijke macht bepaalde en zo de persvrijheid aan banden legde. Totdat de alliantie tussen Recep Tayyip Erdogan en Fetullah Gülen uiteen viel en de gülenisten de schuld kregen van de mislukte staatsgreep van 2016. ‘Erdogans eerste daad was het in beslag nemen van radio- en televisiezenders en kranten die aan Gülen toebehoorden. Gedurende deze periode sloten ze ook “democratische” media en confisqueerden hun bezittingen.’

‘Ook vele advocaten en opposanten uit uiteenlopende beroepen krijgen gevangenisstraffen’

Ze beschrijft hoe stap voor stap het bekritiseren van het regime van Erdogan, zoals het benoemen van corruptie, automatisch een misdrijf werd. Bij de invoering van het presidentiële staatsstelsel, ‘het eenmansregime’, in juli 2018 ziet Füsun een nieuwe, nog benauwender periode voor alle regimekritische mensen in Turkije. De websites van oppositiekranten worden nu voortdurend gesloten en journalisten belanden achter tralies. ‘Ook vele advocaten en opposanten uit uiteenlopende beroepen krijgen gevangenisstraffen.’ Een uitdaging voor de Turkse pers om over dit soort autoritaire praktijken te berichten. ‘Journalisten moeten onder zware censuur en de dreiging van arrestatie en gevangenisstraf al deze gebeurtenissen bij het volk brengen. Een X-bericht dat het Erdogan-regime bekritiseert, is reden voor jarenlange gevangenisstraf.’

Füsun beschrijft hoe moeilijk het is om nu met behoud van beroepsethiek in Turkije journalistiek werk te doen. Ze vertelt hoe recent bij onder meer media als Mezopotamya News Agency, Jinnews en Pirha kantoren zijn binnengevallen en geplunderd, medewerkers zijn bedreigd en tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld. ‘Helaas is oppositiejournalist zijn in Turkije vandaag niet alleen werkloos worden.’

Brieven aan haar man

Tijdens haar gevangenschap schreef ze naast vele artikelen aan drie boeken, zoals het vorig jaar in het Nederlands vertaalde Mijn Tweeling van de Pruimenboom, Brieven uit de gevangenis aan mijn geliefde. Het zijn brieven die ze schreef aan haar man, die opnieuw dreigde te worden gearresteerd. ‘Hij vertrok naar het buitenland waardoor ons contact werd verbroken.’ Ze had ook gewerkt aan interviews met vrouwen die jaren gevangen zitten. ‘Eenmaal vrij zag ik dat mensen nauwelijks meer lezen en ik zag af van publicatie.’ In Nederland is Füsun als vrijwilliger betrokken bij Koerdische televisiezenders. Sinds 2020 bij vrouwenzender JINTV.

‘Eenmaal vrij zag ik dat mensen nauwelijks meer lezen’

Turkije en persvrijheid, het is een haast onmogelijk huwelijk. Füsun vertelt hoe Turkije vanaf het uitroepen van de republiek in 1923 al de pers muilkorfde. Ze verwijst naar wetsartikelen overgenomen uit het strafrecht van de Italiaanse fascistische dictator Mussolini. ‘Ze beschouwden toen al pers- en gedachtevrijheid als misdaad.’

In een bijna vijftig jaar omvattend leven als journalist én politiek gevangene ziet ze één constante: ‘Een politiek-islamitisch fascistisch regime dat in Turkije en daarbuiten een existentiële bedreiging vormt.’ Ze weet dat het vrij handelen van ‘oppositiepers’ in Turkije grote offers vraagt. ‘Journalisten worden in Turkije nooit berecht vanwege hun journalistieke activiteiten. Altijd wordt beweerd dat zij lid zijn van een illegale organisatie of propaganda ervoor maken.’

Verbitterd komt ze zeker niet over, strijdvaardig wel. Niettemin constateert Füsun dat er in de Nederlandse politiek en journalistiek weinig aandacht is voor de benarde situatie van de kritische Turkse pers. Een soort gewenning wellicht, oppert ze. Gewenning aan de uitzichtloosheid. ‘Als een situatie lang duurt dan daalt de interesse. Dat is het lot van Turkije.’ Daarbij signaleert ze concurrentie om de publieksaandacht. ‘Als je aan Gaza denkt, dan denk je niet aan Turkije.’

Iran valt Koerden in Irak preventief aan

0

De Iraanse regering vreest een aanval van de Koerden en heeft daarom aanvallen uitgevoerd op bewapende Koerdische groepen in Irak. Dit schrijft de Arabische nieuwszender Al Jazeera.

Op de zesde dag van de oorlog heeft Iran naast Israël ook de Koerden aangevallen. Daarmee lijkt Iran de Koerden voor te zijn, die zich met Amerikaanse en Israëlische steun zouden voorbereiden op een invasie van Iran.

De Turks-Koerdische partij DEM heeft al eerder laten weten daar geen heil in te zien. ‘Het is duidelijk dat mondiale en regionale machten, net als in andere historische episodes, proberen een nieuwe orde in Iran te vestigen die voor henzelf geen bedreiging meer vormt, in plaats van prioriteit te geven aan democratie en vrijheden,’ aldus de DEM-partij in een verklaring.

Het AD meldde eerder vandaag dat ‘duizenden Koerden al Iran waren binnengetrokken’. Koerdische nieuwsbronnen hebben zulke berichten echter tegengesproken.

Vanaf het begin van de oorlog zijn de Amerikaanse en Israëlische doelen in de oorlog onzeker. Terwijl Trump eerst nog sprak van ‘regime change’, vertelde hij een dag later dat hij openstond voor gesprekken. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een regimewisseling in Iran kan plaatsvinden zonder de zogenoemde boots on the ground. Dat de Koerden zich daarvoor zouden kunnen lenen zal mogelijk tot tegenstand van Turkse groepen in Iran zelf leiden. Turkije heeft ook plannen voor een invasie van West-Iran, om te voorkomen dat daar een Koerdische staat ontstaat.

Iraanse schoolmeisjes omgekomen door dubbele bombardementen

0

Op zaterdag 28 februari, de eerste dag van de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran, werd een meisjesschool in Minab in Zuid-Iran geraakt. Hierbij zijn meer dan 160 schoolmeisjes omgekomen. Volgens Middle East Eye ging het om een dubbele aanval. De Arabische nieuwssite concludeert dit op basis van ooggetuigenverhalen van overlevenden.

Tijdens het bombardement, dat vermoedelijk door de Verenigde Staten of Israël is uitgevoerd, zijn 165 schoolgaande kinderen gedood. Het verhaal van de ooggetuigen van dit bloedbad komt nu mondjesmaat naar buiten.

‘Toen de eerste bom de school trof, brachten een van de leraren en de directeur een groep leerlingen naar de gebedsruimte om hen te beschermen’, zei een van de hulpverleners van de Rode Halve Maan tegen Middle East Eye. ‘De directeur belde de ouders en zei dat ze hun kinderen moesten komen ophalen. Maar de tweede bom trof dat gebied ook. Slechts een klein aantal van degenen die daar beschutting hadden gezocht, overleefde het.’

Het dubbel bombarderen van de vijand is een tactiek die tijdens de burgeroorlog in Syrië door het Assad-regime en Rusland veelvuldig werd toegepast. Ook tijdens de genocide in Gaza bombardeerde Israël vaak twee keer dezelfde locatie, met duizenden burgerslachtoffers tot gevolg.

Op social media ontstond al snel een propagandaoorlog, over de vraag wie er verantwoordelijk was voor de bommen op de meisjesschool. Berichtgeving dat Iran zelf achter dit bombardement zou zitten werd al snel ontkracht. ‘Verschillende X-accounts verspreidden ook viral nepnieuws, dat de school was geraakt door een verkeerd afgevuurde raket van de Islamitische Revolutionaire Garde. De foto’s van die mislukte lancering die zij als bewijs aandragen zijn ongeveer 1.600 kilometer van Minab genomen, in de stad Zanjan’, schrijft The Guardian.

De Amerikaanse minister van Oorlog, Pete Hegseth, zei op vragen van journalisten dat ze het incident ‘nader zouden bekijken’. Bijna een week na de aanval op zaterdag is er niets meer over vernomen.