De beroemde schilder Jan Toorop was van gemengde afkomst, maar is later ‘witgewassen’, zegt conservator Suzanne Veldink van museum Singer Laren. Mogelijk speelde de Indonesische onafhankelijkheid daarbij een rol.
De negentiende-eeuwse schilder Jan Toorop is een kunsticoon naar wie in Nederland vele straten zijn vernoemd. Maar vermoedelijk kent niemand hem als ‘kunstenaar van kleur’. Dat is geen toeval, meent het museum Singer Laren in een nieuwe expositie. De herinnering aan de kunstenaar is ‘witgewassen’, schrijft NRC.
Toorop was iemand voor wie zijn Javaanse identiteit van ‘cruciaal belang’ was. ‘Pas door zijn herkomst te kennen, kun je zijn werk echt goed begrijpen’, is te lezen in de nieuwe tentoonstelling De werelden van Jan Toorop, samengesteld door conservator Suzanne Veldink.
Niet dat het Toorop aan erkenning ontbrak. In de kunstgeschiedenisboeken kan hij zich meten met grote namen als Vincent van Gogh en Piet Mondriaan, als ‘de grootste der moderne Hollanders’. Maar bij Toorop bleef er toch altijd een zweem van onduidelijkheid, vindt Veldink.
Hij hanteerde veel verschillende stijlen, zoals impressionisme, symbolisme en katholieke kunst. Dat kan volgens Veldink alleen goed worden begrepen als zijn werk wordt geplaatst binnen de ‘kosmopolitische’ herkomst van de kunstenaar.
‘In zijn eigen tijd speelde zijn achtergrond als Indo-Europeaan, zoals dat toen heette, altijd mee in recensies en kunstbeschouwingen. In 1941 veranderde dat: bij een grote expositie in Den Haag werd zijn Javaanse achtergrond voor het eerst niet meer genoemd. In de decennia na de oorlog verdween het thema zelfs volledig. Hij werd ineens beschouwd als een witte Nederlandse kunstenaar’, zegt Veldink.
Die omslag zou te maken kunnen hebben met het verlies van Indonesië als kolonie. ‘De lijnen werden doorgeknipt. In Nederland wilde men de Javaanse achtergrond van Toorop liever vergeten. De nationale trots op Toorop bleef bestaan, maar een Javaanse achtergrond kon hij niet meer hebben. Dat zouden we nu framen noemen’, aldus Veldink in NRC.
Een opmerkelijke confrontatie tussen PVV-parlementatiër Marjolein Faber en Kamervoorzitter Thom van Campen (VVD) vond gisteren plaats in politiek Den Haag. Bij het indienen van moties ging Faber ruim over haar spreektijd heen en dat tolereerde de jonge voorzitter niet.
‘Maar ho’, reageert Faber verbaasd. De Kamervoorzitter vindt het echter niet kunnen. ‘U was bij uw laatste motie al ver over uw tijd heen, en dat mocht bij uw collega ook niet’, vertelt Van Campen.
‘Maar ik heb hier nu twee moties liggen, wilt u alstublieft coulance geven?’, probeert Faber. Maar Van Campen is onvermurwbaar. ‘Dan moet ik dat straks bij iedereen doen’, antwoordt hij geïrriteerd.
‘Als ik dat had geweten, dan had ik de volgorde van de moties veranderd’, zegt Faber, en noemt de motie die ze dan veel eerder zou hebben ingediend, te weten de motie ‘denaturalisatie van Marokkanen’.
Het ontnemen van de Nederlandse nationaliteit van Marokkaans-Nederlandse staatsburgers zit Faber zo hoog dat ze er zelfs een ordevoorstel voor vraagt om de motie alsnog te kunnen indienen. Caroline van der Plas van de BBB wil daar niets van weten. ‘Zo werkt dat niet’, zegt ze en ze steunt het ordevoorstel niet.
Opvallend genoeg steunde Gidi Markuszower, die deze week met zes anderen uit de PVV-fractie stapte, het ordevoorstel wél. Ook voormalig PVV-minister Ingrid Coenradie, nu Kamerlid namens JA21, wilde coulance voor Faber. Maar een minderheid in de Tweede Kamer was dat niet.
Voormalig Trouw-columniste Emine Uğur is kritisch op het ontbreken van enige verontwaardiging over de discriminerende PVV-motie over Marokkaanse Nederlanders . Volgens haar wordt racisme genormaliseerd. Trouw-columnist en schrijver Jamal Ouariachi is harder in zijn kritiek. ‘Ja maar dit gaat over denaturaliseren van Marokkanen’… We zijn er al aan gewend geraakt dat er zo over bevolkingsgroepen gesproken wordt. Een Tweede Kamer vergeven van extreemrechtse fascisten. Ze staan te smullen bij het idee van een Nederlandse ICE. Gadverdamme’, reageert hij verbitterd.
Aan de straffeloosheid van Frontex, dat de buitengrenzen van de EU bewaakt, komt een einde. ‘Eindelijk worden pushbackslachtoffers gehoord.’
Frontex kan verantwoordelijk gehouden worden voor mensenrechtenschendingen aan de Europese grens. Zo luidt het oordeel van het Europees Hof van Justitie in twee afzonderlijke zaken. ‘Dit is historisch’, zegt de Spaans-Israëlische advocaat Iftach Cohen. ‘Dit voeren we al aan sinds 2021, het is de eerste keer dat we gelijk krijgen.’
Het was 28 april 2020. Alaa Hamoudi, een Syrische vluchteling, stapte met enkele anderen uit het bootje dat hen zojuist over de Egeïsche Zee naar het Griekse eiland Samos had gevoerd. Hier zouden ze asiel aanvragen, maar zover kwam het niet. Nog voordat ze een beroep konden doen op hun rechten als vluchteling, werd het gezelschap door lokale autoriteiten opnieuw op een boot gezet, dit keer richting Turkije. Saillant detail: de operatie werd al die tijd gemonitord door een bewakingsvliegtuig van Frontex.
Het is slechts een voorbeeld van wat inmiddels bekendstaat als pushbacks: mensen op de vlucht ‘terugduwen’ tot achter de Europese grens, nog voordat ze asiel hebben aangevraagd. Dit gebeurt regelmatig in samenwerking met, of met medeweten van, Frontex, het Europese agentschap dat de buitengrenzen bewaakt. Onderzoeksmedia zoals Lighthouse Reports en Bellingcat brachten de dubieuze rol van Frontex al eerder aan het licht, maar nooit eerder stond Frontex voor de rechter.
Tot nu. In 2021 ontmoet Alaa Hammoudi, op dat moment nog steeds in Turkije, advocaat Iftach Cohen. Hij werkt voor de non-profitorganisatie Front-lex en zet zich in namens slachtoffers van illegale pushbacks om Frontex verantwoordelijk te houden voor hun leed. Cohen wil ook Hammoudi vertegenwoordigen. De Syriër aarzelt, want wat valt er mee te winnen? Maar Cohen dringt aan. Hij wil de kwestie op een hoger niveau aan de kaak stellen, dit keer bij het Europees Hof van Justitie.
Op 18 december werd het vonnis geveld. De rechter wil een onderzoek. Frontex zal bewijs moeten aandragen om aan te tonen wat er precies is gebeurd, bewijs dat het nooit eerder heeft willen tonen. En dat is een overwinning, zegt Cohen.
Was dit de eerste zaak die jullie wonnen?
‘Ja, eigenlijk ook de eerste zaak die is aanvaard door de rechter. Onze eerste poging om een zaak aan te spannen tegen Frontex was in 2021. Sindsdien hebben we zes grote zaken voorbereid, maar keer op keer kregen we te horen dat de zaak niet in behandeling werd genomen. Er werd niet eens naar gekeken.’
Waarom niet?
‘De juridische mogelijkheden waren er niet. Rechters kijken niet naar feiten, maar naar bewijs. Maar dit bewijs ontbreekt bijna altijd in het geval van een pushback. Slachtoffers van pushbacks hebben namelijk niet de kans gekregen om zich te registreren bij aankomst of om zich te identificeren. Bovendien moeten ze vaak direct hun telefoon inleveren, waardoor er geen foto’s gemaakt kunnen worden. Was dit allemaal wel het geval, dan zou het voor een rechter veel makkelijker zijn om verbanden te leggen. Dan zou hij bijvoorbeeld kunnen zien dat een persoon zich heeft geregistreerd in Griekenland en vervolgens weer opdook in Turkije.’
Waarom was de zaak-Hammoudi anders?
‘In de eerste plaats omdat deze werd behandeld door de Grote Kamer van het Europees Hof van Justitie, een groep van vijftien rechters. Dat gebeurt alleen bij hoge uitzondering. Tot nu toe werden deze zaken behandeld door de rechter in eerste aanleg. Deze rechters hanteren een hoge bewijsdrempel. Daardoor waren de zaken al gedoemd te mislukken voordat we begonnen.
‘Daarnaast hebben we in deze zaak benadrukt dat het ontbreken van bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van een registratie of identificatie aan de grens, nauw verbonden is met hetgeen waarvan de slachtoffers Frontex beschuldigen. Slachtoffers van pushbacks zullen nooit in staat zijn om een rechter van bewijs te voorzien, omdat ze deze kans niet hebben gekregen.
‘Tot nu toe genoot Frontex juridische immuniteit’
Hierin gingen de rechters van de Grote Kamer mee. Voor het eerst werd er naar het verhaal van het slachtoffer geluisterd. Dat was van grote betekenis, vooral voor Hammoudi. Hij werd niet alleen gehoord, maar serieus genomen. Hier zaten vijftien rechters die zich tot het uiterste inspanden om zijn verhaal te onderzoeken.’
Het verhaal van Hammoudi is indrukwekkend. Die bewuste dag dobberden hij en 21 andere vluchtelingen urenlang rond op zee in een rubberbootje. Het werd donker en uiteindelijk nacht; Hammoudi dacht dat hij hier zou sterven. Pas de volgende dag werden ze opgepikt door de Turkse kustwacht. Hammoudi werd naar een detentiecentrum gebracht, waar hij tien dagen verbleef. Daarna kreeg hij een uitzettingsbevel. Zijn Syrische paspoort werd afgenomen. Daardoor zat hij vast in Turkije zonder toegang tot het asielsysteem, zo valt te lezen in het verslag van de zitting.
Waarom ging het Hof van Justitie overstag, denk je?
‘Het verhaal van Hammoudi was consistent, coherent en kwam overeen met het Bellingcat-onderzoek naar illegale pushbacks. Dat laatste heeft zeker een rol gespeeld, plus het feit dat we al jaren met dit soort zaken bezig zijn. Het Hof van Justitie is niet blind voor de systematische misstanden. Al deze verhalen hebben de chakra’s van de Grote Kamer geopend, zou je kunnen zeggen.
‘Dit wil niet zeggen dat ieder slachtoffer van een pushback zijn gelijk zal halen. Niet elk verhaal zal coherent en consistent zijn. Frontex kan bovendien een ander verhaal vertellen. Het is vrij lastig om vast te stellen wat er precies is gebeurd tijdens een pushback.’
Wat is dan precies het grotere effect van deze uitspraak?
‘De grote winst zit hem vooral in het feit dat Frontex verantwoordelijk gehouden kan worden. Voor het eerst in vier jaar moet Frontex bewijs aandragen om de versie van het slachtoffer te weerleggen. Tot nu toe genoot Frontex juridische immuniteit. Er was sprake van een structurele onbalans tussen Frontex en de vermeende slachtoffers van illegale pushbacks. Iedereen moet in de EU toegang kunnen krijgen tot de rechtspraak.’
Tot nu toe ontkent Frontex betrokkenheid bij illegale pushbacks. Zal deze uitspraak effect hebben op het handelen van Frontex, denk je?
‘Het is misschien naïef om te denken dat Frontex opeens anders te werk zal gaan. Maar de rechtbank heeft het agentschap wel de instructie gegeven om vanaf nu transparant te zijn. Het moet alles wat het doet kunnen laten zien, ook als dit ongemakkelijke feiten blootlegt. Hier moet de organisatie wel mee aan de slag.’
Frontex-voorman Hans Leijtens stelt zelf dat het agentschap er niet is om migratie tegen te houden, maar om er grip op te krijgen.
‘Dit klopt niet. Het beleid bestaat uit twee lagen: ten eerste heeft Frontex de taak om pushbacks te faciliteren en zo nieuwe aankomsten aan alle kusten te voorkomen. De tweede taak – ingegeven door de Europese Commissie en het Europees Parlement – is dat ze vluchtelingen die erin zijn geslaagd door de maritieme muur van Frontex te glippen, geen mogelijkheid tot een asielaanvraag bieden.
‘Dit zie je bijvoorbeeld gebeuren op de Middellandse Zee, waar het samenwerkt met Libische milities. Als Frontex een boot heeft gesignaleerd, neemt het niet contact op met de dichtstbijzijnde reddingsboot van een ngo, maar met de Libische autoriteiten, die de vluchtelingen vervolgens komen halen. Inmiddels is bekend dat er grove mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Libië.
‘Wanneer Leijtens de dienstdoende officier opdracht geeft de locatie van een vluchtelingenboot aan de Libische militie door te geven, weten beiden dat de onderschepte vluchtelingen in Libië zullen worden blootgesteld aan misdaden tegen de menselijkheid, waaronder verkrachting, slavernij en moord.’
‘Hij heeft uiteindelijk toch de mogelijkheid gekregen asiel aan te vragen’
Frontex en de EU
Frontex wordt gesteund door de EU. Niet alleen financieel, maar ook in de uitvoering. De Europese Commissie wil steeds meer gaan inzetten op terugkeer; Frontex moet hierin een belangrijke rol gaan spelen. Was het eerst vooral een coördinerend orgaan, inmiddels heeft het eigen opsporingsbevoegdheden, een eigen korps en wapens. Samenwerking met landen en partijen buiten de EU is onderdeel van het beleid.
Speelt dit een rol in de straffeloosheid van Frontex?
‘Frontex en de Europese Commissie zijn als twee handen op één buik. De Europese Commissie heeft zich nooit kritisch uitgelaten over Frontex of de conclusies van onderzoeksjournalisten onderkend. Zij heeft Frontex altijd in bescherming genomen en nooit de moeite genomen om de waarheid te achterhalen.
‘Hier heeft de rechter nu verandering in gebracht. Tienduizenden slachtoffers hebben nu toegang tot rechtspraak. Het gaat niet om winnen of verliezen, maar om de mogelijkheid om bij de rechter aan te kloppen. Misschien vindt de rechter jouw versie niet geloofwaardig, dat kan. Maar je hebt in ieder geval de kans om jouw versie te presenteren.’
Hoe gaat het nu met Alaa Hammoudi?
‘Hij heeft uiteindelijk toch de mogelijkheid gekregen asiel aan te vragen in Europa en hij is nu in Duitsland. Dit heeft overigens niets te maken met de zaak, want die gaat om schadevergoeding. Zijn zaak heeft wel wat teweeggebracht. Hij is door veel media benaderd en zijn verhaal is algemeen bekend. Hij is een voorbeeld geworden van wat mogelijk is.’
De overname van de door de Koerdische SDF gecontroleerde gebieden in Noordoost-Syrië door het Syrische leger heeft geleid tot onrust in al-Hol, het grootste kamp voor vrouwen en kinderen van IS-strijders.
Dit meldt de krant the National, na een bezoek aan het kamp in Hasakah. De journalist trof een grote rookpluim aan, zag beveiligers weglopen en maakte geweldsuitbarstingen rond het kamp mee.
De chaos is het gevolg van de recente machtsverschuiving in het gebied, dat sinds 2013 onder het bewind van de SDF heeft gestaan. Dit Koerdisch-Arabische bestuur bewaakte met steun van de Verenigde Staten de kampen, waar duizenden IS-strijders en hun familieleden verblijven.
Deze week rukte het Syrische leger op naar het noordoosten, na een staakt-het-vuren met Koerdische strijders in Aleppo. Daarbij namen ze grote delen van de SDF-gebieden over, waaronder de plek waar de kampen zich bevinden. SDF-beveiligers verlieten daarop het kamp.
De machtswisseling verliep chaotisch. Hoewel de VS eerder stelden dat het Syrische leger in staat zou zijn de bewaking over te nemen, was er van coördinatie geen sprake. Hierdoor is het al-Hol-kamp momenteel onbewaakt. Niet alleen de beveiliging ontbreekt, ook de kampmedewerkers zijn vertrokken. Voedselvoorzieningen en medicijnentoevoer zijn daardoor beperkt, tot grote wanhoop van de kampbewoners, zo blijkt uit de berichtgeving.
Naar verluidt zijn er nog geen IS-strijders ontsnapt. Er zijn pogingen daartoe gedaan, maar kampbewoners werden afgeschrikt door de gevechten buiten het kamp tussen verschillende facties. Desalniettemin leeft onder hen de hoop dat ze door de nieuwe machthebbers worden vrijgelaten. Veel kampbewoners zeggen onschuldig te zijn.
In Al-Hol zitten familieleden van vermeende IS-strijders. Het gaat om vrouwen en kinderen die soms geen ander leven kennen. Veel van hen komen uit andere landen, ook uit Nederland. Veel van de Nederlandse uitreizigers zijn inmiddels teruggekeerd.
Volgens de Nederlandse inlichtingendienst AIVD waren in januari 2026 circa 75 Nederlandse uitreizigers nog in Syrië, Irak of Turkije. Ongeveer een derde van hen zit in de Syrisch‑Koerdische kampen al‑Roj en al‑Hawl, waar vooral vrouwen worden vastgehouden, terwijl de mannen in verschillende detentiecentra in Noordoost‑Syrië zitten.
Hoewel de familiekampen officieel geen detentiekampen zijn, kunnen bewoners niet vrijwillig vertrekken. Bovendien zijn veel westerse regeringen huiverig hen terug te laten keren, uit angst dat ze zijn geradicaliseerd. De bewoners zitten in limbo, zonder proces en zonder perspectief op een nieuw leven.
De VS hebben inmiddels 150 bewoners uit een kamp in Hasakah overgeplaatst naar een geheime locatie in Irak. Dit zou erop duiden dat er weinig vertrouwen is in de nieuwe Syrische machtshebbers. De VS hebben laten weten dat de overplaatsing kan gelden voor meer gevangenen, zonder hierover concreet te worden.
‘Wil je een column schrijven voor ons blad de Kanttekening?’ was de vraag. ‘Goede titel voor een blad,’ zeg ik. ‘Waarover willen jullie een column?’ ‘Dat kan van alles zijn, het leven in alle facetten.’ ‘Jaaa, dat wil ik wel, het leven in alle facetten!’
Ik ben cabaretière en columniste. Van 1997 tot 2007 heb ik columns geschreven voor het Parool, daarna voor de VPRO en NRC Next. Toen ben ik vertrokken uit Nederland om mijn man en mijn kind, en vooral mijn familiegevoelens, te dienen in plaats van de kunst. Het was de grootste rijkdom die ik me kon bedenken: fulltime moeder mogen zijn. Maar creëren maakt je gelukkiger dan consumeren.
Toen mijn kind mij niet meer nodig had en naar de universiteit ging, en mijn man ook niet meer — want hij werd verliefd op een ander — ja, toen begon mijn instinctieve creatieve vermogen te kriebelen. Dat leidde tot een terugkomst naar mijn thuisland Nederland, om weer het theater in te gaan en weer te schrijven.
Na uitverkochte Carré-jaren, nu in hele kleine zalen, amper halfvol, voelde het als vergane glorie… maar: ‘Je bent pas vergaan als je dat zelf accepteert’, hoor ik mijn moeder zeggen. En zolang je leeft is er niets vergaan.
Dus op volle toeren treed ik weer op in theaters met mijn cabaretvoorstelling Later als ik groot/dood ben en ik schrijf weer boeken en columns. Ik ben weer terug, zowel in Nederland als in de wereld van literatuur en kunst, maar bovenal in mezelf. En dat is een goed gevoel!
Terwijl ik dit tik in de bus, hoor ik een man achter mij:
‘Ik krijg al een tijdje een uitkering, maar nu heeft het arbeidsbureau een baan voor me. Nou, het zal mij benieuwen.’
Ik moest denken aan een mop van vroeger, toen ik elf was.
Een klasgenoot vertelde: ‘Mensen schreeuwden: “Wij willen werk!” De baas riep: “We hebben maar één baan. De keuze is gevallen op jou.”’ Hij wees naar een Surinaamse man die vooraan stond. Vol verbazing riep hij: ‘Wwaarom ik?’
Wat stoer, een vrouw als buschauffeur. Dit had mijn vader moeten zien
Iedereen in de klas lachte. Behalve Rosita en ik. Rosita was Surinaams. Ze vond het belachelijk, het vooroordeel over Surinamers, en voelde zich beledigd; ze had tranen in haar ogen. En ik… ik begreep het niet, want ik kende dat vooroordeel over Surinamers niet.
Rosita dacht dat ik niet lachte uit solidariteit met haar. En zo werden wij goede vrienden.
Ik staarde voor me uit in gedachten en keek vol bewondering naar de buschauffeur: hoe zij met die grote versnellingspook schakelde en aan dat grote stuur draaide.
‘Wat stoer, een vrouw als buschauffeur. Dit had mijn vader moeten zien. Hij zei altijd dat vrouwen niet eens fatsoenlijk auto kunnen rijden, laat staan een bus’, zeg ik.
‘Ik kon het tot twee jaar geleden ook niet. Ik heb het geleerd. En daarbij: man, vrouw, iedereen kan het leren!’ zegt de buschauffeur.
‘Wat deed u hiervoor dan?’ vraag ik.
‘Ach… ik leefde van mijn uitkering, wat me best beviel: vrije tijd. Maar na een paar jaar begon het nietsdoen aan me te knagen. Mijn vrouw zei dagelijks dat ik een nietsnut was, ze vond me een stuk onbenul.
Toen zag ik een advertentie dat er buschauffeurs werden gezocht. Ik kreeg bijscholing en rijles om mijn busrijbewijs te halen en zo begon het.
Nu verdien ik iets meer, maar ik voel me gelukkiger en zelfs mijn vrouw respecteert me nu.’
Dat begrijp ik. Je eigen geld verdienen geeft je niet alleen onafhankelijkheid, maar vooral je eigenwaarde terug. Over arbeid zei Multatuli: ‘De ziel van de mens groeit niet in het loon, maar van de arbeid die het loon verdient.’ En zo is het.
Een nieuw ambtsbericht over de situatie in Afghanistan biedt nieuwe kansen voor vrouwelijke Afghaanse vluchtelingen in Nederland. Zo mag een vrouw die eerder moest terugkeren nu alsnog blijven.
Dit bericht Trouw. Het ambtsbericht werd op 16 december gepubliceerd en concludeert dat de situatie voor vrouwen tussen 2023 en 2025 in Afghanistan is verslechterd. Zo mogen ze niet spreken in het openbaar, niet het huis uit zonder mannelijke begeleiding en niet hun gezicht laten zien in het openbaar.
Eerder stelde het Europese Hof van Justitie al dat de discriminatie van vrouwen in Afghanistan gelijk staat aan vervolging. Daarom zou elke vrouwelijke vluchteling uit Afghanistan recht op asiel moeten hebben, zonder dat haar persoonlijke situatie wordt meegewogen.
Hier gaan het ministerie van Asiel en Migratie en de IND niet in mee. Dit bleek uit het negatieve oordeel op vier asielaanvragen vorig jaar. De vrouwen konden volgens de autoriteiten niet aantonen dat zij zich niet konden schikken naar het beleid van de Taliban en mochten daarom niet blijven.
Voor een van de vier vrouwen bracht het ambtsbericht een doorbraak. Zij en haar kinderen mogen alsnog in Nederland blijven. Welke gevolgen dit heeft voor andere zaken, is vooralsnog onduidelijk. De vraag of alle vrouwen zonder individuele beoordeling recht hebben op bescherming, wordt op 3 februari beantwoord door de Raad van State, meldt Trouw.
Schrijver en theatermaker Nilgün Yerli krijgt een maandelijkse column in de Kanttekening. Daarin schrijft zij over ‘het leven in alle facetten’, zo kondigt ze vandaag in haar eerste column aan.
Yerli werd in 1969 geboren in de Centraal-Anatolische stad Kirsehir. Op haar tiende kwam ze naar Nederland. Aanvankelijk woonde ze in Heerenveen, later in Amsterdam.
Haar migratieachtergrond speelt een belangrijke rol in haar werk. In de jaren negentig van de vorige eeuw trad ze als duo op met Inci Lulu Pamuk in de reizende voorstelling Turkish Delight. In diezelfde periode had ze ook een column in het Parool. Ze heeft vele boeken gepubliceerd, waaronder De garnalenpelster (2001) en Wie ben ik? (2015).
In de beginjaren van deze eeuw verliet ze Nederland uit onvrede over het xenofobe klimaat. Uiteindelijk keerde ze toch terug. ‘Ik ben me gaan realiseren dat ik van Nederland houd. Dit is het land dat mij opving toen ik op mijn veertiende alleen stond. Ik kreeg studiefinanciering, ik mocht studeren,’ zei ze daarover in een interview met de Kanttekening vorig jaar.
Op dinsdagmiddag 3 februari staat Yerli in het Zaantheater met haar voorstellingLater als ik dood ben.
Gidi Markuszower leidt de groep van zeven Kamerleden die zich recent heeft afgesplitst van de PVV. De groep nam haar zetels mee, waardoor een nieuwe fractie ontstond in de Tweede Kamer.
De in Tel Aviv geboren Markuszower was tussen 1999 en 2005 bestuurslid en woordvoerder van Likoed Nederland, de zustervereniging van de conservatief-nationalistische partij Likud in Israël. Hij geldt als een van de langdurige vertrouwelingen van PVV-leider Geert Wilders. De samenwerking tussen beiden kwam de afgelopen jaren echter herhaaldelijk onder druk te staan.
Sinds 2017 is Markuszower lid van de Tweede Kamer. In eerdere Kamerdebatten deed hij verschillende omstreden uitspraken. Zo vergeleek hij criminele asielzoekers met beesten en sprak hij ook over ‘hyena’s’ en ‘achterlijke Midden-Oosterse zandbaklanden’. Zijn politieke profiel wordt mede bepaald door zijn uitgesproken standpunten over immigratie en veiligheid.
Aan het begin van zijn politieke loopbaan bij de PVV ontstond discussie over zijn geschiktheid als kandidaat. In 2008 werd hij tijdens een evenement in de Amsterdamse RAI aangehouden omdat hij een wapen bij zich zou hebben gehad. Daarnaast waarschuwde toenmalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin PVV-leider Wilders dat Markuszower mogelijk een integriteitsrisico vormde. Volgens berichtgeving van het Paroolzou hij banden hebben onderhouden met buitenlandse inlichtingendiensten. Wilders besloot hem daarop tijdelijk van de kandidatenlijst te halen. In 2015 keerde Markuszower terug in de politiek. Eerst als Eerste Kamerlid, daarna vanaf 2017 als Tweede Kamerlid.
In 2023 kwam zijn naam opnieuw in het nieuws, toen de PVV hem voordroeg voor een ministerspost. De AIVD gaf echter een negatief advies na een veiligheidsscreening, waardoor de benoeming niet doorging.
De recente afsplitsing heeft geleid tot uiteenlopende reacties in de politieke arena. Critici verwijzen naar eerdere uitspraken van Markuszower, waaronder een interview in het Nieuw Israëlietisch Weekblad in 2015, waarin hij pleitte voor een apart juridisch kader voor moslims.
‘Ik ben voor bijzonder onderwijs voor christenen en Joden, maar niet per se voor moslims’, zei hij toen. ‘Er is niets raars aan om te zeggen: we moeten wel synagogen en kerken toestaan maar geen moskeeën. Op zijn minst zouden we de moslims moeten voorhouden: gedraag je eerst eens zoals andere gelovigen hier. Als je dat weigert, kun je ook geen aanspraak maken op de zelfde rechten als andere Nederlanders. (…) Moslims die hier willen wonen moeten bewijzen dat hun geloof bij onze samenleving past. Zo niet, dan kunnen ze geen aanspraak maken op onze vrijheid van godsdienst.’
Sinds oktober 2023, na de aanvallen van Hamas, zijn al 150.000 Israëli’s naar het buitenland verhuisd, een enorme stijging ten opzichte van eerdere jaren. Voor het eerst vertrekken meer mensen uit Israël dan ernaartoe verhuizen. Staat Israël aan de vooravond van een massale exodus?
Volgens een rapport van het Israëlische CBS pakten vorig jaar bijna 70.000 Israëli’s hun koffers in om permanent of voor langere tijd naar het buitenland te verhuizen. De trend kwam langzaam op gang na het aantreden van de huidige ultra-rechtse regering eind 2022. Progressieve Israëli’s keerden zich toen tegen de plannen van premier Netanyahu om het rechtssysteem ingrijpend te hervormen.
De trend kwam in stroomversnelling na 7 oktober 2023, na de aanvallen van Hamas. In dat jaar steeg het aantal vertrekkende Israëli’s naar bijna 83.000, een toename van 44 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Het nieuwe rapport laat zien dat deze uittocht niet tijdelijk was, maar doorzet. In de afgelopen twee jaar zijn er al zo’n 150.000 inwoners vertrokken uit Israël.
‘Ze zijn teleurgesteld in de politiek’
Volgens recente statistieken van de Israëlische overheid wordt de emigratie veroorzaakt door verschillende factoren zoals politieke polarisatie, de hoge kosten van levensonderhoud, de gevolgen van de oorlogen in Gaza en Libanon, en veiligheidszorgen na de grote Hamas-aanval.
‘Slecht humeur’
‘De bevolking van Israël is chagrijnig, is in een slechte bui, zoals ik het noem’, zegt socioloog Shlomo Fischer van het Jewish People Policy Institute. ‘Ze zijn niet blij met de politieke situatie. Ze dachten dat Israël een soort onderdeel van Europa zou worden, dat het uiteindelijk echt als westers land gezien zou worden. Dat lijkt binnenkort niet te gaan gebeuren. Ze zijn teleurgesteld in de politiek en dan is er natuurlijk de oorlog.’
De 24-jarige Saphira Mikkelsen herkent dat slechte humeur. Ze verhuisde twee weken geleden naar Amsterdam en woonde daarvoor in Israël. ‘7 oktober heeft alles veranderd. De situatie was nooit echt normaal, omdat we altijd vijanden hebben gehad, maar sinds 7 oktober zijn mensen in paniek, ze zijn depressief. Op mijn werk merkte ik dat mensen altijd een slecht humeur hadden.’ Zelf had Mikkelsen vooral last van angst. ‘Ik dacht altijd dat mensen naar Israël kwamen omdat het veilig is. Daar voel je je veilig als jood. Maar dan is er zo’n oorlog en ineens voel je je helemaal niet veilig.’
De oorlog is ook volgens Fischer een belangrijke reden dat mensen in een ‘slechte bui’ zijn. Ook als ze zelf niet direct door de oorlog in Gaza zijn getroffen, is het vertrouwen in de politiek laag. In oktober van dit jaar zijn er verkiezingen, maar het grootste probleem is volgens de socioloog dat Israëli’s niet geloven dat er iets zal veranderen. Daar komt bij dat de mensen die vertrekken vaak een bepaald profiel hebben: hoogopgeleid en werkzaam in aantrekkelijke industrieën. ‘Ze werken in hightech, zijn onderdeel van de elite en hebben misschien ook een Europees paspoort. Ze hebben veel mogelijkheden in het buitenland’, zegt Fischer.
Eerdere emigratiegolven
Het is niet de eerste keer dat Israël te maken heeft met een grote emigratiegolf. De economische crisis in de jaren 60 was ook zo’n moment. En ook het gevoel van onveiligheid heeft eerder meegespeeld. De schok was bijvoorbeeld groot na de Jom Kippoeroorlog in 1973, een militair conflict tussen Israël en een Arabische coalitie, waaronder Syrië en Egypte. De oorlog begon abrupt en Israël had, volgens deskundigen, de oorlog niet op tijd zien aankomen.
In de jaren voor de Jom Kippoeroorlog verhuisden er zo’n 40.000 joden vanuit de VS naar Israël. In het jaar na de oorlog vertrokken er ongeveer 30.000 weer. Het Israëlische leiderschap vreesde voor ‘het einde van het zionisme’ en premier Yitzhak Rabin noemde de vertrekkende emigranten ‘nutteloze zwakkelingen’.
In het begin van de jaren 2000 werd emigratie opnieuw een grote kwestie in het Israëlische publieke debat toen Israëliërs massaal begonnen te vertrekken tijdens de Tweede Intifada, een grote Palestijnse opstand. Het waren vooral jonge, seculiere inwoners uit de midden- en bovenklasse die vertrokken. De emigratie werd daarom met name toegeschreven aan culturele en economische factoren, en een braindrain genoemd. De regering begon naast bestaande campagnes om Joden uit andere landen naar Israël te halen, ook een campagne om Israëlische emigranten terug te halen.
‘Einde van een tijdperk’
Toch lijkt de huidige emigratiegolf anders dan op eerdere momenten. 2025 is het tweede jaar op rij dat er meer mensen uit Israël verhuisden dan er naartoe. Sinds het bestaan van Israël is de bevolking alleen maar gegroeid, maar met deze nieuwe emigratietrend lijkt die groei te stagneren. ‘We zien dat cultureel en demografisch dit echt een keerpunt is. Dit is mogelijk het einde van een tijdperk’, zegt onderzoeker Daniel Staetsky, auteur van een Israëlisch migratierapport van het Institute for Jewish Policy Research, in een interview met the Guardian. ‘De oprichters van de staat Israël hadden zich nooit kunnen voorstellen dat Israël de Joodse gemeenschappen in Europa nieuw leven zou inblazen, in plaats van andersom.’
‘We zien dat cultureel en demografisch dit echt een keerpunt is’
Volgens socioloog Fischer is de huidige emigratie nog geen crisis of massale exodus te noemen. ‘De situatie in Israël is eigenlijk nog verrassend goed. De economie gaat goed, de shekel staat er goed voor. Ondanks dat Israël een soort pariah state is geworden, zijn er nog steeds veel buitenlandse investeringen en ook de politieke en economische samenwerking met Europa gaat door.’ Toch zou het uiteindelijk wel een crisis kunnen worden, zegt Fischer. ‘Er zijn zoveel factoren die meespelen: wat komt er uit de verkiezingen? Wat gaat Trump doen? Hoe gaat het verder met Iran? Het zal allemaal invloed hebben op hoeveel mensen vertrekken en terugkomen. Het is moeilijk te voorspellen hoe dit zich gaat ontwikkelingen.’
Joodse gemeenschap in Nederland
De meeste emigranten uit Israël gaan naar de VS, maar ook de Joodse gemeenschappen in Europa krijgen een boost door de emigratie. Sommige gemeenschappen die juist al decennia lang krimpen, onder andere door een hoog sterftecijfer door ouderdom en laag geboortecijfer, nemen nu juist weer toe. In Nederland wonen er inmiddels al 12.000 mensen uit Israël, ruim 20 procent van alle Nederlandse Joden.
Onder wie dus Mikkelsen, die het tot nu toe naar haar zin heeft in Amsterdam. ‘Ik heb familie in Nederland en mijn Israëlische vriend woonde al in Amsterdam, dus het was een logische keuze om hierheen te verhuizen.’ In Nederland voelt Mikkelsen zich veiliger, maar ze durft niet aan iedereen te vertellen dat ze Israëlisch is. ‘Je weet niet altijd hoe mensen zullen reageren.’
Voorlopig gaan Mikkelsen en haar vriend niet terug naar Israël. ‘We willen kinderen en door de oorlogen, en ook door de economie, is Nederland een beter land voor kinderen om op te groeien. Tegelijkertijd wil je ook dat je kinderen begrijpen wat het jodendom is en wat Israël is, dus daar blijf ik wel mee bezig. Uiteindelijk wil ik terug, misschien als ik gepensioneerd ben.’
Mijn voornemen was om hier niet meer over te schrijven. Over de verhouding tussen moslims en Joden in ons land. Genoeg is genoeg. Nog een keer ‘dialoog’, nog een keer ‘polarisatie’, nog een keer die ‘wederzijdse beeldvorming’? Zijn dat geen sleetse woorden die hun beste tijd inmiddels hebben gehad? Moet onze aandacht niet ook eens uitgaan naar andere zaken in ons fraaie Nederland?
Dat was mijn voornemen. Maar nog geen korte tijd nadat ik dacht dit besluit te kunnen nemen, werd ik onaangenaam getroffen door twee artikelen in onze pers. Publicaties waarvan ik meteen wist dat ik er niet aan voorbij mocht gaan.
Het eerste ging over een bijzonder moment in de geschiedenis van Said & Lody. U weet wel: de van oorsprong Marokkaanse Amsterdammer Said Bensellam en de schrijver van deze column, de Joodse Lody van de Kamp, die al jaren met elkaar optrekken.
Said & Lody proberen inmiddels vijftien jaar iets te betekenen voor de onderlinge verhouding tussen moslims en Joden in ons land. Dit ondanks de confrontaties tussen beide groepen in andere delen van de wereld. Dit ondanks de schijnbaar onoplosbare conflicten in en rond Israël, Palestina en Gaza.
De gemeente Amsterdam, en dan met name stadsdeel West, samen met het bekende WOW Hostel midden in die wijk, vonden dat er stilgestaan moest worden bij dit vijftienjarig jubileum.
Het resultaat was een drukbezochte, inspirerende bijeenkomst, waar bestuurders en politici nog eens duidelijk maakten hoe belangrijk het is dat juist vanuit de gemeenschappen zelf — die vaak ideologisch mijlenver uit elkaar lijken te liggen — het gesprek wordt gevoerd. Dat is van groot belang voor het behoud van het samenleven.
Moslims en Joden moeten nu actief aan de slag om de schade in hun onderlinge verhoudingen proactief te repareren
Enkele dagen later las ik commentaar op ons werk: ‘Wat deze twee mensen hebben weten te bereiken is indrukwekkend. Het gesprek aangaan, elkaar ontmoeten, van mening mogen verschillen. Maar…’ En dan volgt een grote maar. ‘Of er op veel plaatsen in ons land Saids en Lody’s te vinden zijn, weet ik niet. De meeste Saids zijn opgevoed met een onbespreekbare, diepgewortelde haat tegen de Lody’s; antisemitisme en antizionisme zijn hun met de paplepel ingegoten.’
In vredesnaam, hoe komt deze schrijver daarbij? Is zo’n stelling niet juist het driedubbel onderstrepen van die valse beeldvorming waar joden en moslims in ons land samen onder lijden? Beeldvorming die de onderlinge animositeit aanwakkert. Iets wat de afgelopen jaren, ondanks inspanningen van meerdere initiatieven zoals dat van Said & Lody, alleen maar erger is geworden.
Na het lezen hiervan was ik boos. Maar na die boosheid kwam iets anders naar boven. Juist het publiceren van dit soort quasi-wijsheden is reden om met dubbele energie door te gaan en afscheid te nemen van animositeit. Onze onderlinge verhoudingen hebben de afgelopen jaren, mede onder druk van wat er gebeurt in dat strookje aan de Middellandse Zee, veel schade opgelopen. Door dit soort stellingen is het tijd voor een nieuw woord. In mijn hoofd is dat woord ‘reparatie’.
Niet langer proberen de vrede te bewaren of een vreedzame gezamenlijke co-existentie in stand te houden. Nee, moslims en Joden moeten nu actief aan de slag om de schade in hun onderlinge verhoudingen proactief te repareren. Weg met de beeldvorming van haat en aversie. Aan de slag met herstel.
Hoe doen we dat?
Ik las nog een artikel. De algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam — het Joods Museum, het Holocaust Museum, de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg — dr. Emile Schrijver, klaagt in de Telegraafover dalende bezoekersaantallen. Mensen blijven weg. Dat heeft alles te maken met gevoelens van onveiligheid in en rond Joodse instellingen.
Naast die onveiligheid spreekt Emile Schrijver ook over de neiging om Israël uit te sluiten binnen de creatieve sector. Bijna automatisch worden ook Joden mee gecanceld. Gevolg: mensen gaan niet meer naar een Joods museum of een synagoge.
Bijna automatisch worden ook Joden mee gecanceld
Als deze ontwikkeling doorzet, zullen we als gemeenschappen nog minder kennis van elkaar hebben dan nu al het geval is. We leven dan steeds meer als vreemden naast elkaar in plaats van met elkaar. Dat vormt opnieuw een vruchtbare bodem voor beeldvorming, met alle negatieve gevolgen van dien.
Het is tijd om te repareren. Om te herstellen wat de afgelopen jaren aan fatsoenlijke wederzijdse verhoudingen is gesneuveld onder druk van internationaal geweld. Het is tijd om elkaars instellingen te blijven bezoeken. Om kennis op te doen van elkaars geschiedenis, cultuur, religie en erfgoed. Zo kunnen we repareren.
Beste islamitische en Joodse landgenoten, gaan we repareren?
Dan kan ik hopelijk de volgende keer weer over andere onderwerpen schrijven.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.