De politieke islam is gevaarlijker dan jihadisme, omdat het ‘een project van sociale transformatie op de lange termijn nastreeft’.Hiervoor waarschuwt islamisme-expert Lorenzo Vidino in de Duitse krant Frankfurter Allgemeine.
De Italiaans-Amerikaanse Vidino (foto) is programmadirecteur Extremismestudies aan de George Washington University in Washington. Hij onderzoekt islamisme in Europa en Noord-Amerika.
Hoewel jihadisten in alle Europese landen een bedreiging vormen, zijn ‘goed georganiseerde en goed gefinancierde groepen’ die in de moslimgemeenschappen hun islamistische boodschap propageren een groter probleem, zegt de wetenschapper.
Hun boodschap volgens Vidino neer op het volgende: ‘We zijn anders, we horen niet echt thuis in deze samenleving, we hebben andere waarden.’ Deze boodschap zaait verdeeldheid, zegt hij.
Hij wijst ook op een ‘slachtofferverhaal’, dat volgens hem een vruchtbare voedingsbodem vormt voor het rekruteren van moslims voor radicale, militante groeperingen.
Vidino noemt de internationale beweging van de Moslimbroederschap en de Turkse moskeekoepel Milli Görüs als voorbeelden van ‘erg slimme’ islamistische groeperingen. Ze beheersen ‘de taal van islamofobie en postkoloniale theorie’ en beschuldigen critici ervan ‘racistisch of islamofoob te zijn’.
Vidino: ‘Het is begrijpelijk dat normale burgers moslimgemeenschappen als problematisch beschouwen als ze islamisten constant als hun vertegenwoordigers in de media zien.’
Vidino linkte de internationale studentenorganisatie Femyso, waar GroenLinks-kandidate Kauthar Bouchallikht tot december vorig jaar vicevoorzitter van was, aan de Moslimbroederschap.
De ChristenUnie is een petitie gestart voor een christelijk echtpaar uit Pakistan dat ter dood is veroordeeld. De petitie wordt ondersteund door het CDA en de SGP.
Het gaat om Shafqat en Shagufta Emmanuel (foto). Zij zouden zich in appjes beledigend hebben uitgelaten aan het adres van de profeet Mohammed.
Ze hielden tijdens het proces vol onschuldig te zijn. De rechter had hier geen boodschap aan en veroordeelde hen ter dood. Het echtpaar zit nu in de dodencel, in afwachting van hun hoger beroep.
Enkele rechtszaken moesten binnen de gevangenismuren plaatsvinden, omdat fanatieke islamitische geestelijken hadden opgeroepen Shafqat en Shagufta Emmanuel te vermoorden.
Het echtpaar wordt juridisch bijgestaan door de advocaat die eerder Asia Bibi heeft bijgestaan. Bibi werd ook ter dood veroordeeld wegens blasfemie, maar werd na grote internationale druk vrijgesproken.
Met de petitie roepen ChristenUnie, CDA en SGP minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) op ‘alles in het werk te stellen om hun levens te beschermen’. Ook hopen ze dat de EU druk zal zetten op Pakistan.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Turkije opgeroepen om de zakenman en filantroop Osman Kavala onmiddellijk vrij te laten.
Dit is nieuwe taal van de VS over mensenrechtenkwesties in Turkije. President Joe Biden en zijn Turkse collega Erdogan hebben nog niet met elkaar gesproken, net als hun ministers van Buitenlandse Zaken. Eergisteren nog vroegen ruim vijftig senatoren Biden per brief om actie tegen Turkije vanwege de mensenrechtenschendingen in het land.
Zakenman en mensenrechtenactivist Kavala (foto), die zich inzet voor de dialoog tussen Turken en Armeniërs, werd in november 2017 gearresteerd. Hij zou de Geziparkprotesten van 2013 aan hebben willen grijpen om een staatsgreep te plegen.
Kavala werd begin 2020 onverwacht vrijgesproken in de Gezi-rechtszaak. Maar vijf uur na zijn vrijlating werd Kavala opnieuw gearresteerd vanwege een onderzoek naar de mislukte coup van juli 2016.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft onlangs ook de vrijlating van Kavala geëist. Maar Turkije is tot dusverre doof voor dit soort oproepen geweest.
Ook moet Turkije van de VS een veroordeling van de Amerikaanse professor Henri Barkey terugdraaien. ‘Een Turkse rechter heeft mij onlangs in afwezigheid tot verzwaard levenslang veroordeeld, omdat ik tijdens de mislukte staatsgreep van 2016 in Istanbul was’, vertelde Barkey de Kanttekening vorig jaar.
‘Mijn persoon zou het bewijs zijn van buitenlandse, Westerse inmenging bij de coup. Dat Biden in een interview heeft gezegd dat hij de oppositie in Turkije wil steunen, wordt ook gezien als buitenlandse inmenging, als steun voor een nieuwe coup.’
De Turkse minister Süleyman Soylu (Binnenlandse Zaken) zei vorige week nog dat de VS achter de coup van 2016 zitten. De in Amerika woonachtige Fethullah Gülen en zijn aanhangers in Turkije, dikwijls door Erdogan aangewezen als schuldigen achter de coup, waren slechts marionetten van de VS, aldus Soylu. ‘Ongegrond en onverantwoordelijk’, reageerde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken op die aantijging.
Nederland ziet zichzelf wereldwijd al heel lang als gidsland. Het houdt de eigen praktijken graag als lichtend voorbeeld voor anderen. Als die anderen die niet a priori van Nederlandse betweterigheid zijn gediend, en dat lichtende voorbeeld vervolgens niet stante pede op willen volgen, tikt Nederland ze niet minder graag op de vingers.
Die Nederlandse gidslandgedachte kreeg drie decennia terug een neoliberale vorm. Zo wist Den Haag het tijdens de bankencrisis beter: in Zuid-Europa moesten ze hun geld maar eens wat minder besteden aan wijn en vrouwen.
Toen zich vorig voorjaar in Bergamo de lijken opstapelden en Brussel besloot een noodfonds op te tuigen, liet Wopke Hoekstra weten dat er eerst maar eens gekeken moest worden waardóór het kwam dat in Italië de boel niet naar behoren functioneerde. Met Rutte straalde hij uit dat in Nederland dankzij zijn ‘intelligente lockdown’ wel alles op rolletjes zou lopen.
Niet meer doen, zou ik zeggen.
Want anders wijzen ze vanuit Spanje en Italië nog eens terug naar Nederland. Daar loopt namelijk niets ‘op rolletjes’. Niet de invoering van een paar basismaatregelen – wekenlang getreuzel rond mondkapjes. Niet de opschaling van de zorg – ook in de tweede golf moeten we om IC-bedden bedelen in Duitsland. Niet het organiseren van teststraten, die op Schiphol om vijf uur dicht gaan, alsof het virus ook nachtrust nodig heeft. Niet het naar beneden krijgen van de besmettingscijfers – zo intelligent blijkt die lockdown toch niet.
En niet bij het vaccineren, waar Nederland binnen Europa als laatste uit de startblokken kwam, lang met Bulgarije de hekkensluiter vormde, en elke week weer de volgorde omgooit. De vooral door onszelf veelgeprezen Nederlandse efficiëntie leidt ertoe dat in verpleeghuizen voor elke patiënt een andere arts met de naald voorbij moet komen.
Alsof de postbode niet op postcode maar op alfabet sorteert, aldus een betrokkene. Nu: die vergelijking was raker dan de steller besefte. De Post biedt namelijk inderdaad een treffende voorbeeld, want dankzij de liberalisering rennen er nu drie postbestellers met hun pakketjes door dezelfde straat, waar dat werk vroeger door één werd gedaan.
Toppunt van amateurisme: in sommige gevallen is het vervoer van het vaccin aan een cateringbedrijf uitbesteed, zodat het door elkaar geschud op de plaats van bestemming arriveert.
Dit alles valt niet los te zien van de neoliberale privatiseringspolitiek, die vooral door de VVD tot in het absurde is gepropageerd. Lean and mean: geen voorraden, geen reserve, alles aan de markt uitbesteden om het zo goedkoop mogelijk te houden. In normale omstandigheden gaat het net, maar bij een beetje crisis zakt het systeem door zijn hoeven.
En dan was er afgelopen weekend dus die kleine koudegolf – en opnieuw zakte Nederland finaal door het ijs. Vanwege het ‘extreme winterweer’ schaalde de NS ook op maandag nog nagenoeg af naar nul. ‘Extreem winterweer’: het vroor een paar graden en er dwarrelde een beetje sneeuw uit de lucht. En meteen lag vrijwel alles plat.
Dit alles valt niet los te zien van de neoliberale privatiseringspolitiek, die vooral door de VVD tot in het absurde is gepropageerd
Was dit een opzetje van het Opperwezen om ons met het RIVM nu echt tot thuiswerken te dwingen? Baudet en zijn coronawappies heb ik er nog niet over gehoord, de nieuwe actiegroep Sneeuwwaanzin van Willem Engel moet nog worden opgericht.
Hoe dan ook: de NS bleek niet meer in staat om dat te doen wat zij een halve eeuw geleden nog probleemloos kon: de boel een beetje moeiteloos te laten functioneren. Ik werd er maandag zelf mee geconfronteerd, toen ik met de trein van Bilthoven terug naar Amsterdam moest. De eerste poging strandde in Breukelen omdat plots alle vervolgtreinen vervielen, de tweede via Weesp kostte meer dan twee uur.
Abjecte gevolgen van lean and mean en de privatisering: door de scheiding van NS en ProRail – spoorvervoer en spoorbeheer – mogen machinisten niet meer zelf snel een wisselprobleem oplossen. De afrekening op punctualiteitscijfers betekent: liever een trein schrappen dan vertraagd laten rijden, want een geschrapte trein komt ook niet te laat aan.
De wachthokjes op de perrons, indien al aanwezig, zijn veel te klein en onverwarmd. De vast vandalismebestendige ijzeren banken ijskoud. En nergens is meer personeel aanwezig: alle communicatie gebeurt op afstand door een omroeper vanuit een vast wél prettig warm hok.
Kritische Turkse journalisten worden zelfs nadat ze gevlucht zijn nog belaagd door het regime van president Erdogan en zijn aanhangers. Dat zei de Turkse journalist Yavuz Baydar gisteren in een online bijeenkomst over persvrijheid en Turkije.
De bijeenkomst was bedoeld als voorzetje in de aanloop naar het ‘Turkey Tribunal’, een symbolisch proces tegen de Turkse staat. Het is een initiatief van Van Steenbrugge Advocaten uit Gent. De bedoeling is dat in mei dit jaar in Genève het werkelijke ‘proces’ gaat plaatsvinden.
Kritische journalisten worden bij wet verdacht van terrorisme en vaak veroordeeld. Dat vertelde de Belgische journalist Philippe Leruth, die een vernietigend rapport over persvrijheid in Turkije schreef, op deze bijeenkomst.
Veroordeelden hebben nauwelijks een mogelijkheid tot hoger beroep. Sommige journalisten kregen levenslange gevangenisstraffen zonder mogelijkheid tot gratie, terwijl anderen hoge straffen opgelegd kregen. Het gebeurt vaak dat journalisten vrijgelaten worden, om niet lang daarna opnieuw gearresteerd te worden. Er zitten gemiddeld meer dan honderd mensen vast, stelde Leruth vast.
‘In Berlijn kunnen Turkse journalisten zonder bodyguards niet naar hun werk vanwege de vele Erdogan-aanhangers’
Met de persvrijheid van Turkije was in het verleden ook niet al te best gesteld; denk aan de moord op de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink door een Turkse nationalist in 2007. Maar onder Erdogan werd het erger. Journalist Yavuz Baydar, hoofdredacteur van de Turkse website Ahval, vertelde in deze online sessie dat de Gezipark-protesten van 2013 een belangrijk keerpunt vormden.
Na deze protesten werden veel journalisten ontslagen, iets wat onder Erdogan inmiddels al ruim drieduizend keer gebeurd is. In het jaarrapport van de Amerikaanse NGO Freedom House degradeerde Turkije na 2013 van een land met gedeeltelijke persvrijheid naar een land met een onvrije pers. Erdogan sloot daarna vrijwel alle kritische media, als hij ze niet al had overgenomen.
‘We hebben nu te maken met zeven jaar nachtmerrie’, zegt Baydar, ‘en we bevinden ons nu op de bodem. 95 procent van de media staat, direct of indirect, onder controle van de overheid. En de overgebleven vijf procent krijgt het steeds moeilijker.’
Na de overname van onafhankelijke kranten door de regering werden de digitale archieven vernietigd, aldus Baydar. Oude artikelen van Taraf, de krant van schrijver en journalist Ahmet Altan die nu een levenslange gevangenisstraf uitzit, zijn verdwenen. Hetzelfde geldt voor Zaman, de krant die banden had met de Gülenbeweging – die volgens Erdogan verantwoordelijk is voor de mislukte staatsgreep van juli 2016. Deze vorm van intellectuele kapitaalvernietiging noemt Baydar ‘barbaars’.
Baydar meldde ook dat na de mislukte coup ongeveer tweehonderd Turkse journalisten naar het buitenland zijn gevlucht, waaronder hijzelf. De Erdogankritische journalist Abdullah Bozkurt, die na de coup asiel heeft gekregen in Zweden, werd vorig jaar september aangevallen door drie mannen. Dit roept de vraag op hoe veilig Turkse journalisten in ballingschap zijn.
Volgens Baydar zijn zulke aanvallen op Turkse ballingen symptomatisch. ‘Vooral in Duitsland en Zweden gebeurt dit’, vertelde Baydar. ‘We volgen de zaken in Berlijn op de voet, waar Turkse journalisten in ballingschap zonder bodyguards helaas niet naar hun werk kunnen gaan vanwege de vele Erdogan-aanhangers in de stad.’
Baydar noemde ook dat de Koerdisch-Oostenrijkse politica Berivan Aslan vorig jaar ontkwam aan een moordaanslag. Baydar: ‘We moeten ons heel goed bewust zijn van deze feiten. Ons werk is niet gemakkelijk, zelfs niet in vrije landen.’
Ze werd gearresteerd omdat Israël en Koeweit geen diplomatieke betrekkingen hebben, vertelt een anonieme bron aan de Israëlische nieuwsoutlet N12. ‘Ze zit nu in de problemen en de inschatting is dat ze uiteindelijk zal worden vrijgelaten en terug zal keren naar Marokko.’
Sanaa Mohammed bracht samen met Marzino de hit J’en Ai Marre (‘Ik heb er genoeg van’) uit. Een hit met dezelfde titel werd uitgebracht in 2003 door de Franse zangeres Alizée.
Het is niet de eerste rel nadat een zanger uit de Arabische wereld samenwerkte met een Israëlische artiest. In december ontving de Tunesische artiest Noamane Chaari soortgelijke bedreigingen en werd hij naar verluidt ontslagen. De reden: hij had samengewerkt met de Israëlische artiest Ziv Yehezkel en met hem het lied Peace Between Neighbors uitbracht.
Afgelopen weken voerden tegenstanders van de recente normalisatie van de diplomatieke betrekkingen tussen Marokko en Israël actie in diverse islamitische landen. Ze vinden dat je op geen enkele manier mag associëren met ‘zionisten’, ook niet in een song.
Volgens de Britse tv-presentatrice Malia Bouattia perkt Nederland de burgerrechten van moslims in, schrijft ze op de website Middle East Eye.
De financiën en mogelijke ‘buitenlandse invloeden’ bij moskeeën zullen scherper in de gaten worden gehouden, besloot de Tweede Kamer onlangs. Het is het vervolg op het werk van de parlementscommissie naar ‘ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’, die na haar onderzoek vorig jaar alarm sloeg over de invloed van Turkije en de Golfstaten.
Bouatta: ‘Moslims worden weer eens afgeschilderd als barbaarse mensen die discipline nodig hebben om de zogenaamde Nederlandse waarden te omarmen. De staat dringt zich op in hun religieuze leven, ook als zij niets misdaan hebben. De moskee als schimmig instituut van ongepaste politieke invloed, op de wenken bediend door gevaarlijke buitenlandse mogendheden, is een klassieke racistische gedachte.’
Nederland doet precies hetzelfde als Franse president Emmanuel Macron, aldus Bouttia, die presentator is bij het satellietkanaal British Muslim TV. Na de moord op Samuel Paty voerde Macron de strijd tegen het islamisme op. Zo werden het Collectief tegen Islamofobie in Frankrijk en de NGO BarakaCity verboden.
Er is volgens Bouttia wel een verschil tussen de twee landen: Frankrijk is door de islamitische wereld fel veroordeeld voor zijn ‘islamofobe’ beleid, Nederland niet.
Gisteravond organiseerde de islamitische stichting Meld Islamofobie een online bijeenkomst over alledaagse moslimhaat in Nederland. Moslims deelden daarin hun ervaringen met discriminatie. ‘Iedereen moet hier melding van maken.’
Een islamitische man, die om privacy-redenen zijn verhaal anoniem deed, vertelde hoe hij in 2017 met zijn vrouw naar het Flevo Ziekenhuis ging omdat zij een kaakoperatie moest ondergaan. Maar de kaakchirurg weigerde haar echter te helpen, omdat ze een hoofddoek droeg, vertelde hij. De man diende een klacht in bij het ziekenhuis, maar de tuchtcommissie stelde de chirurg in het gelijk.
Uiteindelijk moest er een rechter aan te pas komen, die na drie jaar wachten zei dat het moslimechtpaar in zijn recht stond. Inmiddels was de kaakchirurg met pensioen gegaan.
De man, mismoedig: ‘En in het ziekenhuis is er nog steeds moslimdiscriminatie, zo weet ik van verhalen van broeders en zusters.’
Een andere aanwezige op de online bijeenkomst, een anonieme vrouw in een niqaab, vertelde dat ze in de metro werd lastiggevallen door de conducteur omdat ze geen medisch mondkapje ophad. Ze voelde zich gediscrimineerd, omdat haar mond wel was bedekt – ze was immers gesluierd.
De vrouw linkte dit aan het in 2019 ingegane boerka- en niqaabverbod. In haar stad werd dit verbod officieel niet gehandhaafd, vertelde ze, maar werden de coronamaatregelen door wetshandhavers misbruikt om moslims eruit te pikken. Ze vertelde dat ze zelf ook vaak wordt uitgescholden, waarbij mensen soms haar niqaab van haar gezicht willen aftrekken.
‘Mensen verdedigen het niqaabverbod omdat veel mensen zich hierdoor kennelijk onveilig voelden. Maar wij niqaabdraagsters zijn hier de dupe van. Hierom worden we aangevallen. Iedereen moet hier melding van maken.’
Een vrijwilliger van Meld Islamofobie, die veel telefoongesprekken voert met moslims die meldingen doen, vertelde dat vooral vrouwen slachtoffer zijn van moslimhaat. Ze worden uitgescholden als ze alleen zijn, of alleen met hun kinderen over straat lopen. Als er een man bij is worden ze vrijwel nooit aangevallen.
‘Islamofobie is heel erg genormaliseerd in Nederland. Hierdoor gaan moslims soms aan zichzelf twijfelen.’
De meerderheid van de Nederlandse moslims is zich tussen 2014 en 2019 minder veilig gaan voelen concludeerde Meld Islamofobie in een rapport uit 2019. Vorig jaar beweerde Meld Islamofobie dat het boerka- en niqaabverbod tot meer moslimhaat geeft geleid. De stichting vreest zelfs dat het verbod de opmaat is voor een hoofddoekverbod.
Ruim vijftig senatoren, Democraten en Republikeinen, hebben de Amerikaanse president Joe Biden per brief gevraagd om actie tegen Turkije vanwege de mensenrechtenschendingen in het land.
Ze schrijven dat de Turkse president Erdogan een autoritaire richting is ingeslagen, de binnenlandse oppositie heeft gemarginaliseerd, kritische media heeft overgenomen of gesloten en onafhankelijke rechters heeft vervolgd en vervangen door ja-knikkers. Ook noemen ze dat Turkije – na China – de meeste journalisten heeft opgesloten.
Behalve over de mensenrechtensituatie maken de senatoren zich grote zorgen over de buitenlandse politiek van Turkije, dat officieel een bondgenoot van de VS is.
Turkije heeft in de afgelopen jaren Koerdische strijders aangevallen die tegen IS hebben gevochten en door de VS daarom werden gesteund. Ook heeft het land het Russische luchtverdedigingssysteem S-400 aangeschaft, ondanks Amerikaanse waarschuwingen. Tevens heeft Turkije heeft Azerbeidzjan aangemoedigd een oorlog te voeren tegen Armenië.
Daarbij hekelen de senatoren de Turkse bemoeienis met de Amerikaanse politiek. Zo heeft Erdogan geprobeerd de VS ertoe te bewegen politieke tegenstanders van het regime aan Turkije uit te leveren. Ook wil hij critici tot zwijgen brengen, zoals de in Amerika woonachtige basketballer Enes Kanter. Diens familie in Turkije werd aangevallen, waarbij Erdogan ook Interpol inschakelde.
Turkije is volgens de senatoren een belangrijke bondgenoot van de VS in het Midden-Oosten. Toch dringen ze er bij Biden op aan dat hij tegen Erdogan moet zeggen dat hij onmiddellijk alle politieke gevangenen en gewetensgevangenen moet vrijlaten, de mensenrechten moet respecteren en een einde moet maken de klopjacht op dissidenten.
Er valt nog veel te verbeteren aan onze aanpak van radicalisering, vindt onderzoeker Annebregt Dijkman. Ze schreef er een boek over. ‘Professionals die nu werken in de aanpak tegen radicalisering hebben geen vooropleiding.’
Naast een onophoudelijke islamistische dreiging steekt een extreemrechts gevaar de kop op, aldus de AIVD. En onlangs verbaasde de wereld zich over hoe het zo gezapig geachte Nederland in brand stond tijdens de avondklokrellen. Hoe drukken we de extremistische geest weer terug in de fles?
Met twintig jaar aan ervaring als organisatieantropoloog en onderzoeker van extremisme en inclusie schreef Annebregt Dijkman De radicaliseringsindustrie: Van pionieren naar professionaliseren. Ze noemt radicalisering een wicked problem: een ongestructureerd fenomeen zonder kop of staart, dat bovendien steeds verandert.
Beeld: Amsterdam University Press
Dijkman: ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij de rellen tegen de avondklok, waar mensen met verschillende ideologische motieven protesteerden. Het gaat om mensen die zich vervelen of boos zijn op de overheid, maar ook om mensen die aanhangers zijn van de QAnon-complottheorie. De coronacrisis wordt nu gezien als een onderwerp dat losstaat van extremisme, maar wicked problems hebben de eigenschap zich te vermengen met andere wicked problems. Juist nu moeten we het erover hebben.’
Je verbindt extremisme ook aan inclusie. Wat hebben die twee met elkaar te maken?
‘Radicalisering gaat over het in- en uitsluiten van mensen. Ook gaat het over mechanismen binnen groepen, waarbij je ziet dat de extremistische groepen of ideologieën weliswaar mensen het gevoel geven dat ze ergens bij horen, maar mensen die er graag bij willen horen ook strikte normen opleggen. Op het moment dat dat niet lukt, wat vaak zo is, worden zij uitgesloten.
‘Voorbeelden van mensen die uittreden van extremistische groeperingen laten zien dat ze teleurgesteld zijn over het feit dat ze de verbondenheid niet hebben gevonden. Dat vind ik wel hoopgevend, anders zou het betekenen dat je nooit meer terug kan komen van radicalisering, maar dat is niet zo. Het is een dynamisch proces van in- en uitsluiting. Mensen kunnen intreden, maar er ook weer uit. Daar heb je echter ook een samenleving voor nodig die mensen weer wil insluiten.’
Wat voegt je boek toe aan de bestaande literatuur over radicalisering?
‘De onzichtbaarheid van de hoeveelheid dilemma’s, druk, en ingewikkelde taken waar radicalismeprofessionals voor staan waren voor mij redenen om dit boek te schrijven. Professionals ervaren dit in grote eenzaamheid, wat ik zelf ook ondervond in mijn werk. Ook denk ik dat radicalismeprofessionals onvoldoende beschermd worden, vanwege de complexiteit van het werk en het hoge afbreukrisico. Denk aan de veiligheidsdreiging, maar ook media exposure. Daarnaast begrijpen veel leidinggevenden nog niet precies wat er gebeurt op de werkvloer, bij professionals in de uitvoering. Ook daardoor zijn zij soms onbeschermd, en vallen ze mede daarom uit.’
‘Voor deradicalisering heb je ook een samenleving nodig die mensen weer wil insluiten’
Wat maakt het werken met radicalisering zo ingewikkeld?
‘In Nederland hebben we een integrale aanpak tegen radicalisering, wat betekent dat we met veel verschillende beroepsgroepen samenwerken. Een van de vragen die veel radicaliseringsprofessionals delen is: wat moet ik zelf doen en wanneer moet iemand anders iets doen – en wie is dat dan? De wijkagent, de docent, de jeugdzorgmedewerker en de IND-ambtenaar moeten allemaal iets doen tegen radicalisering, en daarin kijken ze vanuit hun eigen beroepskaders naar de ander.
‘Zo heeft een wijkagent meer ruimte om informatie te delen, maar een jeugdzorgmedewerker heeft weer andere beroepskaders. Hierdoor kunnen situaties ontstaan waarin professionals elkaar niet begrijpen. Het is daarom belangrijk om niet alleen de eigen beroepskaders goed te begrijpen. Gemeenten herkennen deze complexiteit en proberen hun professionals te ondersteunen door de zogeheten ‘gemeenteregie op de aanpak van radicalisering’. Maar ook daarin zie je nog onduidelijkheden, want bij welke afdeling moet dit thema worden aangepakt? Bij Openbare Orde en Veiligheid? Bij Jeugd? Bij Diversiteit? En hoe ga je dat samen aanpakken? Het blijft een grote uitdaging.’
Annebregt Dijkman (Beeld: Tristam Sopacua)
Wordt de huidige radicaliseringsaanpak beïnvloed door het huidige discours in Nederland over de islam en moslims?
‘Afgelopen jaren kenden we een veiligheidsdreiging vanuit jihadistische bewegingen. Het discours in Nederland over de islam en moslims kunnen we daarom niet los zien van het beleid tegen radicalisering. Ik benoem in mijn boek voorbeelden van hoe we radicalisering kunnen zien als spiegel voor de samenleving, en als toetsing voor de democratische rechtsstaat. Wat mij daarin opvalt, is dat we als samenleving op een glijdende schaal terecht kunnen komen waarin we moslims uitsluiten – en misschien zitten we daar al in. Dat is een van de redenen waarom ik laat zien dat professionals een belangrijke rol hebben. Het is belangrijk dat zij bewust zijn van hun eigen positie, zowel vanuit hun professionele bewustzijn als persoonlijke betrokkenheid: hoe kleuren die je visie op radicalisering? Een belangrijk element dat nog niet genoeg wordt benoemd.
‘Daarnaast is het ook de taak van islamitische gemeenschappen om te voorkomen dat we op die glijdende schaal belanden. Voor moslims is het lastig dat zij op twee borden moeten schaken wanneer het gaat over radicalisering. We vragen moslims om zich voortdurend uit te spreken tegen terroristische aanslagen en zeggen dat ze dat niet genoeg doen, wat niet waar is: er is een voortdurend uitspreken ertegen. Moslims zijn er moe van, willen zich er niet meer tegen uitspreken. Niet omdat ze het geweld goedkeuren, maar ze willen dat die vanzelfsprekende norm ook voor hen geldt en er niet steeds als collectief op worden aangesproken. Tegelijkertijd vragen we moslims om binnen hun eigen gemeenschappen de taboes te doorbreken, want die taboes zijn er. Maar als je het gevoel hebt dat je niet door de samenleving wordt gesteund om die taboes te doorbreken, en je constant in de verdediging moet schieten, dan gaat het moeizaam.’
Je gebruikt de term ‘jihadistisch’, terwijl moslims een hele andere betekenis geven aan het woord ‘jihad’.
‘Er zijn verschillende vormen van radicalisering en verschillende soorten ideologieën die radicalisering inspireren. Als het gaat over terminologie moet je daarom precies zijn. Dat heb ik gedaan in mijn boek, maar tegelijkertijd laat ik zien wat het probleem is als we termen als ‘jihadisme’ gebruiken. Voor de meeste moslims is jihad een belangrijk basisbegrip binnen religieuze kaders, waarin meestal de innerlijke strijd voor het goede vanuit geloofsbelevenis mee wordt aangeduid. Enerzijds wordt de betekenis van dit woord gekaapt door extremistische moslims die geweld plegen in naam van de islam, anderzijds wordt de term ook gekaapt in mediaberichtgeving. Je ziet nu krantenkoppen met bijvoorbeeld ‘jihadkinderen’ en ‘jihadbruid’. Het grote probleem hieraan is dat de gemiddelde moslim wordt beroofd van religieuze taal. Ook moslims hebben recht op taal waarmee een religieuze identiteit kan worden uitgedrukt. Het woord ‘jihad’ is nu voor altijd in een terroristische context geplaatst. Dat zie ik gebeuren bij meer woorden, zoals met het woord ‘kalifaat’.’
Hebben media ook een verantwoordelijkheid in de aanpak tegen radicalisering?
‘Zeker. Zie bijvoorbeeld het effect van media op beeldvorming. Stel dat een eindredacteur bij een artikel deze kop plaatst: ‘Willen we jihadkinderen terug uit Syrië?’ Dan zeggen de meeste mensen: ‘Nee, dat is een te groot risico.’ Maar als je mensen vraagt of ze vinden dat kinderen gestraft moeten worden voor de keuzes die hun ouders hebben gemaakt, dan antwoorden de meesten van niet. Dat is een heel simpel voorbeeld van woordkeuze, welke frame je gebruikt, en het effect daarvan op onze onderlinge beeldvorming. Daarnaast weten we uit onderzoek dat meer media-aandacht beter is voor de terroristische groep die de aanslagen heeft gepleegd. Dat noem ik het dramatische ‘huwelijk’ tussen terrorisme en media. Het is een fuik waarin terroristen duidelijk de mediakaart trekken om meer status te krijgen. Terrorisme gaat over het op grote schaal zaaien van angst. De media kunnen de brandstof voor die angst onbewust voeden. Anderzijds hebben media de verantwoordelijkheid om het publiek van informatie te voorzien, waar het publiek ook recht op heeft. Media zijn de waakhond van de democratie, ons controlemechanisme op de macht. Maar media hebben zelf ook macht.
‘In mijn boek geef ik het voorbeeld van de mediacode over zelfdoding. We weten uit onderzoek dat berichtgeving over zelfdoding extra zelfdoding uitlokt. Daarom zijn er afspraken gemaakt over de terughoudendheid waarmee de media berichten over zelfdoding. In diezelfde lijn zouden we kunnen kijken naar richtlijnen wanneer het gaat om berichtgeving over terroristische aanslagen.’
‘Maak concreet welke kwaliteitseisen er zijn voor professionals die werken tegen radicalisering, en welke opleiding en zorg daarbij horen’
Hoe tillen we de radicalismebestrijding in Nederland nu naar een hoger plan?
‘Het is heel belangrijk dat organisaties expliciet aangeven dat werken met radicalisering een risicoberoep is. Daarnaast moeten we concreet maken welke kwaliteitseisen en normen we hanteren voor professionals die werken tegen radicalisering, en welke opleiding en zorg daarbij horen. Professionals die nu werken in de aanpak tegen radicalisering hebben geen vooropleiding. De wijkagent, docent of jeugdzorgwerker hebben allemaal een eigen goede opleiding gehad, maar daar zit aan de voorkant niet in wat het betekent om te werken met radicalisering. Pas op de werkvloer worden ze daarmee geconfronteerd. In mijn ideale wereld zie ik daarom een lectoraat ‘Werken met extremisme’, dat hogescholen en universiteiten voorziet van knooppunten tussen praktijk en wetenschap. Radicalisering is niet iets dat alleen in de politieke arena besproken moet worden, maar juist in de beroepspraktijken en in de wetenschap.
‘Bij de aanpak tegen radicalisering zijn overheidsprofessionals nodig die kennis hebben over de democratische rechtsstaat, maar ook zorgprofessionals die meer te maken hebben met radicalisering als moreel vraagstuk. Zij kunnen daarin nog veel van elkaar leren. Daarbij is het goed voor professionals om aan te geven waar hun kennis ophoudt en geen antwoord hebben op de complexe vraagstukken. Er is veel dat we nog niet weten, en dat is oké. Belangrijker is om steeds vragen te blijven stellen bij de veranderende complexiteit van radicalisering. Voor mij is dit boek daarom geen eindpunt, maar het begin van een nieuwe vraag: hoe gaan we radicalisering samen effectief aanpakken als professionals, waaronder de media? Het gaat immers om de toekomst van ons land, maar ook om de toekomst van de wereld.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.