Vandaag is het precies tien jaar geleden dat terroristen 132 mensen in Parijs vermoordden. Een decennium later kiezen steeds meer slachtoffers ervoor contact te zoeken met de daders, zo meldt NRC.
De hyper-empathische stap vanuit slachtoffers en nabestaanden is bedoeld als zogenoemd restauratief herstel. Daarbij kan contact met daders een helende werking hebben. Dader Salah Abdeslam heeft zich bereid verklaard om te praten met zijn eigen slachtoffers. Toen Claude-Emmanuel Triomphe (67) dat las in de krant, zei hij vastbesloten: ‘Ik ga contact opnemen met zijn advocate. Ik wil met Abdeslam in gesprek.’
Triomphe werd op 13 november 2015 getroffen door vier kogels uit een kalasjnikov, in zijn voet, been, heup en arm. Hij schreeuwde het uit: ‘Ik wil leven,’ terwijl hij bijna doodbloedde. Door de toevallige aanwezigheid van een arts in café La Bonne Bière, die zijn wonden wist af te binden, heeft hij het overleefd.
132 anderen in Parijs hadden niet hetzelfde geluk en werden vermoord. Ook de meeste daders kwamen om, gedood door de Franse veiligheidsdiensten. De aanslagen van 13 november – op verschillende horecalocaties, in poppodium Bataclan en nabij het stadion Stade de France – waren de bloedigste ooit in de moderne Franse geschiedenis. In de Bataclan vielen de meeste slachtoffers, 89 doden en 352 gewonden.
Het aangaan van een gesprek met daders valt onder het zogenoemde herstelrecht, waar slachtoffers een beroep op kunnen doen. Naast Triomphe willen ook steeds meer andere slachtoffers gebruikmaken van dat recht. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Triomphe zegt dat hij Abdeslam wil kunnen begrijpen en hem als mens wil zien. ‘Ik had gelezen dat hij bovenal een verloren jongere was, die drugs gebruikte, vrouwen versierde en in de drugshandel zat’, zegt hij tegen NRC.
Triomphe hoopt dat Abdeslam en anderen veranderen door het contact. ‘Misschien verandert het niets, maar misschien zet je iets in werking’, zegt hij daarbij.
2015 was qua aanslagen een bewogen jaar. Eerder dat jaar vond ook de aanval op de redactie van Charlie Hebdo plaats. Het was bovendien een van de piekjaren van uitreizigers naar de burgeroorlog in Syrië en Irak.
Het staakt-het-vuren tussen Cambodja en Thailand houdt geen stand. Nadat een Thaise soldaat door een landmijn zijn been verloor, laaide het grensgeweld weer op. De Thaise premier verklaarde dat hij de afspraak niet langer zal naleven.
De landmijn was volgens de Thaise autoriteiten recent in de grensregio neergelegd. Ze houden daarom de Cambodjanen verantwoordelijk voor het incident op maandag.
Twee dagen later braken er vuurgevechten uit in het stuk land tussen Thailands Sa Kaeo-provincie en Cambodja’s Banteay Meanchey-provincie. Hierbij overleed een Cambodjaanse man en raakten drie anderen gewond.
De Thaise premier Anutin Charnvirakul bezocht de troepen aan de grens en zei tegen journalisten ter plaatse dat Thailand het staakt-het-vuren niet langer zou respecteren.
De afspraken tussen beide partijen waren gemaakt in juli onder toeziend oog van president Trump, die had gedreigd met handelsblokkades als de deal niet werd getekend. Het staakt-het-vuren bracht een einde aan vijf dagen van geweld, waarbij tientallen burgers en militairen omkwamen.
Daarmee werd echter niet de achterliggende reden van het conflict geadresseerd. De landen zijn het al decennialang oneens over de ligging van de grens, omgeven door enkele belangrijke tempels. Schermutselingen aan deze grens komen dan ook vaker voor.
De talloze vrijwilligers en organisaties die werken aan een goede verstandhouding met de moslimgemeenschap vormen het ware fundament van onze samenleving, schrijft Abderahmane Chrifi, voorzitter van het Utrechts Platform voor Levensbeschouwing en Religie.
Het onderzoek van Sanne Groothuis – ‘Het beleid tegen radicalisering draagt bij aan discriminatie van moslims’ – biedt waardevolle inzichten in hoe beleid en beeldvorming elkaar beïnvloeden. Tegelijkertijd wil ik graag enkele historische feiten en maatschappelijke ontwikkelingen onder de aandacht brengen die belangrijk zijn om het bredere perspectief te begrijpen op de relatie tussen Nederland en de moslimgemeenschap.
De banden tussen Nederland en de islamitische wereld, en in het bijzonder met Marokko, gaan meer dan vier eeuwen terug. In 1608 werd de Marokkaanse diplomaat Samuel Palache, een Marokkaanse Jood, aangesteld als de eerste ambassadeur van Marokko in Nederland. Hij vertegenwoordigde het koninkrijk Marokko bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en speelde een belangrijke rol bij het sluiten van het Vriendschaps- en Handelsverdrag van 1610. Dit verdrag geldt als een van de oudste diplomatieke verdragen tussen Nederland en een niet-Europese staat.
Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) bood Marokko steun aan Nederland in zijn strijd tegen Spanje. Sultan Zaydān al-Nāṣir onderhield diplomatieke en handelsrelaties met de Nederlandse opstandelingen, wat destijds uitzonderlijk was en getuigde van wederzijds vertrouwen tussen twee jonge staten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten tienduizenden moslims uit Marokko, Algerije, Tunesië en Senegal in het Franse leger en aan geallieerde zijde. Zij namen deel aan de Slag om Monte Cassino (1944) in Italië, de landingen in Normandië en aan de bevrijding van Zuid-Nederland in 1944–1945. Velen van hen hebben hun leven gegeven voor de bevrijding van Europa, en dus ook van Nederland.
In de jaren ’60 en ’70 werden vervolgens arbeiders uit Marokko, Turkije en andere moslimlanden actief naar Nederland gehaald om te helpen bij de wederopbouw. Zij werkten in de mijnen, de bouw, de industrie en bij bedrijven als Philips. Het zware werk dat essentieel was voor de groei van de Nederlandse economie. Hun inzet verdient blijvende erkenning.
‘Er is de afgelopen decennia een sterke dialoogbeweging ontstaan tussen moslims, christenen, Joden en andere levensbeschouwelijke groepen’
Het is daarom des te schrijnender dat hun kinderen en kleinkinderen vandaag de dag vaak worden geconfronteerd met wantrouwen en negatieve beeldvorming. Wij mogen niet vergeten dat moslims, net als vele anderen, in verleden én heden hebben bijgedragen aan de vrijheid, welvaart en stabiliteit van Nederland.
Er is de afgelopen decennia in heel Nederland een sterke dialoogbeweging ontstaan tussen moslims, christenen, Joden en andere levensbeschouwelijke groepen. Ikzelf werk al meer dan twintig jaar aan deze samenwerking, samen met mensen van islamitische, christelijke, Joodse en andere achtergronden. Samen hebben we veel initiatieven georganiseerd voor vrede en verbinding, zowel in Nederland als in Marokko.
Ook elders in het land zijn er talloze organisaties en vrijwilligers die dagelijks bruggen bouwen tussen gemeenschappen, religies en generaties. Deze initiatieven van dialoog, vertrouwen en wederzijds respect krijgen helaas weinig aandacht in de media en worden vaak niet meegenomen in wetenschappelijke onderzoeken over radicalisering of integratie.
Toch vormen juist deze vormen van samenwerking het ware fundament van onze samenleving. Het bewijs dat er veel meer verbindt dan verdeelt.
Ik hoop dat dit belangrijke onderzoek, nu en in de toekomst, ook ruimte biedt voor deze bredere en vaak onzichtbare realiteit: de positieve kracht van dialoog en samenwerking tussen alle levensbeschouwingen in Nederland.
De genesis van het verraad van religiewetenschapper en archeoloog Martine van den Berg rekent af met de Israëlische ontstaansmythe. Dat verhaal claimt een historisch alleenrecht op het land en verhult dat Joden er eeuwenlang met anderen samenleefden. Maar kan Israël wel zonder dat narratief?
Een thriller die een controversiële actuele geschiedenis aan de kaak stelt. Vanwaar deze ongewone combinatie?
‘Mijn vorige boek, Ontrafeld, was non-fictie en onderzocht de ontwrichtende werking van onverwachte rampen op individuen en samenlevingen. Dit boek verscheen ongeveer twee weken voor 7 oktober. Ineens ontvouwde zich zo’n rampscenario in de praktijk. En dus volgde ik de Israëlische media op de voet. Aanvankelijk wilde ik mijn observaties als een appendix aan Ontrafeld toevoegen, maar ik realiseerde me dat de tijd daarvoor nog niet rijp was.
‘Daar kwam nog iets bij. Aan het eind van Ontrafeld schreef ik hoe je fictie kan inzetten om polarisatie en wij/zij-denken, een typische reactie op grote maatschappelijke rampen, te bestrijden. Want fictie stelt mensen in de gelegenheid om zich in te leven in situaties waar ze anders nooit in terecht zouden komen. Je begrijpt niet automatisch hoe het is om een Israëliër te zijn met een kind in het leger of een Palestijn wiens huis en familie worden gebombardeerd.
‘De aanval van Hamas en de daaropvolgende inval in Gaza lieten zien hoe polariserend deze oorlog was, niet alleen daar, maar ook hier. Zo ontstond langzaam het idee van een roman. Ik hoop dat ik via de fictieve karakters in het verhaal de lezer kan laten kennismaken met de verschillende gezichtspunten en psychologische reacties op trauma, zonder de lezer te verplichten het met die personages eens te zijn.
‘Het boek beschrijft ook de beperking van vrijheid van meningsuiting en de aanvallen op de persvrijheid in een steeds gewelddadiger wordend Israël van de extreemrechtse regering-Netanyahu. Hoofdpersoon Shira, archeologe, wordt opgepakt omdat ze artikelen schrijft die de nationalistische interpretatie van archeologie in twijfel trekken of nieuwe ontdekkingen onthullen die niet in het narratief passen.’
Je bent zelf archeologe, je hebt gewerkt in Israël en bent ook Joods geworden. Waar houdt de fictie in je boek op, is het eigenlijk niet vooral autobiografisch geworden?
‘Hoewel ik het boek dicht op de werkelijkheid heb geschreven, is het plot fictie. De historische gebeurtenissen, de beschrijvingen van de opgravingen en de archeologische discussies zijn daarentegen gebaseerd op de huidige stand van de wetenschap. Ook andere details uit het verhaal, zoals het opsluiten van demonstranten, de hacks van telefoons en de infiltratie van een linkse krant, zijn levensechte ervaringen van bestaande mensen. Zo is vorige week een legerjuriste gearresteerd die een filmpje heeft gelekt van een militair die een Palestijnse man heeft verkracht. Ze kwam, in het echt, in dezelfde gevangenis terecht als waar Shira, in het verhaal, voor vreest. De grote Israëlische filosoof Leibowitz voorspelde het al in de jaren ’90: eerst worden Palestijnen opgesloten, maar daarna zijn kritische Joden aan de beurt.
‘Het nationalistische narratief dat in Israël wordt gepropageerd, is dat van een volk dat ooit een machtig koninkrijk had, werd verdreven en op wonderbaarlijke wijze terugkeerde naar een leeg land. Dat is een zeer nauwe lens om naar de complexe geschiedenis van de Levant te kijken. Toch is die lens mateloos populair, niet alleen in Israël maar ook onder evangelische christenen wereldwijd. De werkelijkheid is echter dat naast het Joodse volk ook anderen hun ‘roots’ in dit stuk grond hebben.
‘Achttienhonderd jaar geschiedenis van Joden, christenen en moslims werd achteloos overgeslagen’
‘Natuurlijk mag iedereen de verhalen over het grote rijk van David en Salomon, dat volgens de Bijbel tot diep in Libanon en Syrië reikte, koesteren. Alleen, het zijn verhalen, geen historische feiten. Je mag dit soort religieuze teksten niet gebruiken als bewijs voor een historisch recht waar je vervolgens je propaganda en politiek van uitsluiting op kunt baseren.
‘Overigens is Israël niet het enige land dat mythen gebruikt om expansiepolitiek te bedrijven. Het nationalisme van Israël en de bijbehorende mythevorming past in een wereldwijde ontwikkeling. Niet toevallig in samenlevingen waar het vrije woord onder druk staat. Er is een direct verband tussen het propageren van een simpel historisch narratief en het actief onderdrukken van dissidente stemmen.’
De waarheid is aan slijtage onderhevig, landen kunnen het voor zich opeisen en mensen volgen het blindelings. De feiten worden alternative facts. Hoe kunnen die mythen worden ontzenuwd zonder dat mensen ook de feiten zelf gaan wantrouwen?
‘Soms schokt het mensen dat hun oude, vertrouwde waarheid niet blijkt te kloppen. Dat betekent echter niet dat er niets meer waar is. In mijn boek probeer ik aan de lezer mee te geven hoe belangrijk primaire schriftelijke en archeologische bronnen zijn. Natuurlijk kan niet iedereen die zelf onderzoeken, maar je moet je wel realiseren dat geschiedenissen die je in het kader van een religie of ideologie krijgt aangereikt, zelden álle feiten vermelden. Je van die bias bewust worden is een goede start.
‘Gedurende die duizenden jaren geschiedenis is er maar op z’n hoogst tweehonderd jaar sprake geweest van een zelfstandig Joods rijk’
‘Wat Israëliërs bijvoorbeeld nooit horen, omdat het niet in het ideologische plaatje past, is dat de archeologie bewijst dat de Levant altijd heel multicultureel is geweest. Vanwege de strategische positie van de grote rijken uit de oudheid waren culturen en religies hier voortdurend in flux. Gedurende die duizenden jaren geschiedenis is er maar op z’n hoogst tweehonderd jaar sprake geweest van een zelfstandig Joods rijk. Dat besef staat op gespannen voet met het Israëlische nationalisme, dat de Joodse staat op basis van de geschiedenis een exclusief en inmiddels zelfs wettelijk recht op het land toebedeelt. Het verhaal van eeuwenlange vreedzame co-existentie is weggepoetst. Toch is het niet helemaal weg. In de Oude Stad van Jeruzalem bijvoorbeeld leven op nog geen vierkante kilometer een pluriformiteit van religies, etniciteiten en culturen naast elkaar. Zeker, het is geen walhalla, soms ontspoort het, maar over het algemeen gaat het goed. Dat is wat ook de hoofdpersoon Shira steeds weer op de been houdt.’
Van den Berg is gereformeerd grootgebracht. Ze studeerde in Israël archeologie, woonde er 13 jaar en werd Joods.
Je hebt je dus eigenlijk twee keer van een cultuur losgemaakt?
‘Dat klopt, maar van beide narratieven heb ik dingen geleerd die ik nog steeds koester. Alleen zie ik het niet meer als allesomvattend waardensysteem dat met zijn idee van goed en kwaad en wij tegen zij andere waarheden uitsluit. Me losmaken van het Israëlische narratief ging overigens geleidelijk. Ik herinner me hoe in 1998 ter ere van 50 jaar Israël op de muren van het Israëlmuseum de geschiedenis werd geprojecteerd. Het begon bij Abraham en het eindigde in het heden. Na de vernietiging van de Joodse tempel door de Romeinen was het een minuutje stil. En toen waren we ineens bij de 19e-eeuwse zionisten die het ‘lege’ land ontgonnen. Achttienhonderd jaar geschiedenis van Joden, christenen en moslims werd achteloos overgeslagen. Destijds vond ik het een curiositeit, maar later besefte ik hoe gevaarlijk deze interpretatie was. Het proces van ontmenselijking begint als de Ander uit de geschiedenis wordt geschreven.
‘Toch is mijn liefde voor de Joodse geschiedenis nooit verdwenen en de archeologie van de Levant blijft me fascineren. Juist omdat er steeds weer nieuwe feiten naar boven komen en je dus dwingen om bestaande opvattingen bij te stellen. Het is nooit af. Ik zou willen dat er meer aandacht komt voor verhalen van de gewone mensen die er altijd gewoond hebben en dan weer Joods, dan weer christelijk en dan weer moslim waren. Daarnaast zijn er in de Joodse cultuur en literatuur genoeg aanknopingspunten voor een rijk leven van traditie, filosofische discussies en gemeenschapszin. Daar kun je ook onderdeel van zijn zonder te buigen voor een religieus-nationalistisch narratief.’
Wat zou je Israël toe willen wensen?
‘Ik wens Israël visionaire leiders toe die zich zullen inzetten voor een rechtvaardige toekomst voor alle burgers, ongeacht religie of herkomst. Het zou verschrikkelijk zijn als Israël terugkeert naar de status quo van 6 oktober, want die heeft niet gewerkt, niet voor de Palestijnen maar ook niet voor Israël.
‘Daarnaast hoop ik dat onze internationale rechtsorde zal voorkomen dat een vreselijke oorlog als deze nog een keer plaatsvindt. Die gemeenschap moet zich blijven inzetten voor een duurzame vrede. Dat klinkt misschien als een naïeve wens. Het trauma aan beide kanten is immens en dat is brandstof voor de volgende gewelddadige strijd. En toch heeft de geschiedenis uitgewezen dat het wél kan. Na de traumatische Yom Kippoeroorlog (de oorlog van 1973, toen Arabische landen Israël plotseling aanvielen, red.) sloten Israël en Egypte in 1977 vrede. Dat kon vijf jaar eerder niemand vermoeden. En dus steun ik alle vredesbewegingen en verzet ik me tegen het fatalistische idee dat het allemaal zinloos is. Vrede bereik je alleen door je ervoor in te zetten. Hoe meer mensen dat doen, hoe groter de kans dat het lukt. Dat is geen wishful thinking, dat heeft de geschiedenis uitgewezen.’
Martine van den Berg, De genesis van het verraad, Nijgh & van Ditmar, 368 blz., € 24,99
Op 12 november herdenken Oeigoeren de korte momenten van onafhankelijkheid die hun volk ooit heeft gekend, schrijft Asiye Uyghur.
De twaalfde november is voor het Oeigoerse volk een bijzondere dag: op die datum vierden zij twee keer hun onafhankelijkheid. In 1933 werd de eerste Republiek Oost-Turkestan uitgeroepen; elf jaar later, in 1944, volgde op diezelfde datum de tweede republiek. Beide staten bestonden maar kort, maar ze lieten een blijvend spoor na in de geschiedenis van het volk.
De eerste republiek ontstond in een tijd van instorting en ontbering. Te midden van chaos en onderdrukking hieven de Oeigoeren de vlag van vrijheid en verklaarden hun wil om zich los te maken van buitenlandse overheersing. Hoewel deze staat slechts enkele maanden standhield, was het de eerste keer dat het Oeigoerse volk in staatsvorm zijn recht op zelfbeschikking uitsprak.
Elf jaar later, in een nog vijandiger omgeving, werd de tweede republiek uitgeroepen. Deze bouwde een eigen regering, leger, onderwijssysteem en diplomatie op, en toonde in vijf jaar de capaciteit tot zelfbestuur. Uiteindelijk werd ze onder druk van internationale grootmachtpolitiek ontbonden, maar het vuur van verzet doofde niet. Sindsdien is 12 november een symbolische dag geworden, een dag van herinnering aan onafhankelijkheid en van eer aan nationale waardigheid.
Een bevestiging dat het Oeigoerse volk blijft strijden voor vrijheid
Meer dan zeventig jaar later lijkt de geschiedenis zich opnieuw te herhalen. Het hedendaagse Oost-Turkestan wordt overschaduwd door totalitair bestuur: interneringskampen, dwangarbeid, religieuze verboden, onderdrukking van de taal en vernietiging van cultureel erfgoed. Onder het mom van terreurbestrijding en het tegengaan van extremisme worden de identiteit en geest van een volk systematisch vernietigd. De internationale gemeenschap kijkt vaak weg. Economische belangen en geopolitieke berekening laten weinig ruimte voor morele helderheid.
Toch hebben de Oeigoeren niet opgegeven. In ballingschap bewaren zij hun geschiedenis en verheffen hun stem in wetenschap, kunst en mensenrechtenwerk. Herinnering is voor hen een daad van verzet. Elk jaar op de Dag van de Republiek herdenken zij door het hijsen van de vlag, gebed, verhalen, poëzie en het onderwijzen van hun kinderen. Deze rituelen zijn verklaringen van bestaan. Een bevestiging dat het Oeigoerse volk nog altijd leeft en blijft strijden voor vrijheid.
Vrijheid is voor de Oeigoeren geen romantisch ideaal, maar de essentie van hun bestaan. In klaslokalen waar moeders hun kinderen in het geheim hun moedertaal leren, in lezingen waar geleerden verboden geschiedenis bespreken, in nachten waarin ballingen fluisteren en bidden. Daar leeft hoop voort. Zij weten dat vrijheid misschien niet snel zal komen, maar dat geloof de duisternis kan doorbreken.
De herdenking van de republieken van 1933 en 1944 is een voortzetting van hun geest. In de donkerste momenten van hun geschiedenis stak het Oeigoerse volk een vuur aan dat symbool staat voor waardigheid, moed en zelfbeschikking. Zolang het geloof niet uitdooft, zal het Oeigoerse volk niet verdwijnen. Zolang de Oeigoeren blijven bestaan, zal hun thuisland niet verdwijnen. En hun droom van vrijheid zal eens werkelijkheid worden. Het vuur dooft niet. De vrijheid sterft niet.
VolgensTrouwmaakt een voorstel om politieke partijen te verplichten leden toe te laten een goede kans op een meerderheid in de nieuw samengestelde Tweede Kamer. Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de PVV van Geert Wilders.
D66-Kamerlid Joost Sneller wil namelijk een einde maken aan zogeheten eenmanspartijen, zoals de PVV. Al vorig jaar diende hij daarover een motie in. Sneller vindt dat politieke partijen niet alleen formeel, maar ook intern democratisch moeten functioneren. Hij pleit ervoor om dit vast te leggen in de nieuwe Wet op de politieke partijen (WPP).
‘De formele eis dat een politieke partij een vereniging is, blijkt een lege huls te kunnen zijn als het enige lid een ledenstop afkondigt’, zei Sneller destijds in de Volkskrant.
De PVV voldoet aan de wettelijke eis dat een partij een vereniging moet zijn, maar in de praktijk is Geert Wilders het enige lid. Daarnaast bestaat er een stichting als rechtspersoon, waarin Wilders eveneens alle zeggenschap heeft.
Het Turkse Openbaar Ministerie heeft voor de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu (CHP), die sinds 19 maart vastzit op verdenking van corruptie, de strafeis bekendgemaakt. Hij zou maar liefst 2300 jaar achter de tralies moeten verdwijnen als de rechter daarin meegaat. Ook hangt er een verbod op de seculiere partij in de lucht, zo meldt de Turkse nieuwssite T24.
De seculiere burgemeester, die lange tijd als enige serieuze tegenkandidaat van de islamistische Erdogan werd beschouwd voor de presidentsverkiezingen van 2028, wordt verdacht van maar liefst 142 afzonderlijke corruptiemisdrijven in een dossier van 3700 pagina’s.
Van begin af aan wordt door de oppositie, maar ook door collega’s in het buitenland, getwijfeld aan de rechtsgeldigheid van de zaak. Volgens hen gaat het Erdogan-regime om politieke motieven achter Imamoglu aan, waardoor hij niet meer kan deelnemen aan de presidentsverkiezingen.
Het OM heeft ook de CHP gewaarschuwd voor een mogelijk partijverbod, schrijft de Turks-Armeense krant Agos. Partijvoorzitter Özgür Özel reageerde fel op de strafeis: ‘Dit is geen aanklacht, maar een verklaring van coupplegers tegenover de politiek’, zei hij tijdens een partijberaad.
Op zijn X-account schrijft hij verder: ‘Zoals bekend heeft op 19 maart een civiele staatsgreep plaatsgevonden in ons land. De coupplegers kwamen deze keer niet met tanks of geweren, maar met rechterlijke toga’s. Een handjevol mensen die via verkiezingen aan de macht zijn gekomen, maar niet via verkiezingen willen vertrekken, heeft hun gevreesde tegenstanders in de gevangenis gegooid en Turkije in een grote politieke en economische crisis gestort.’
In Nederland volgen enkele burgemeesters de zaak op de voet, onder wie Sharon Dijksma van Utrecht, die Imamoglu eerder in de gevangenis heeft bezocht. Ook de burgemeester van Amsterdam uitte eerder dit jaar haar solidariteit met haar gevangen Turkse collega.
‘Werkelijk krankzinnig’, reageerde Dijksma op de strafeis van 2300 jaar voor Imamoglu. Ze gaf aan samen met haar Europese collega’s te zullen blijven protesteren totdat hij zijn vrijheid terugkrijgt.
Ik las een bericht dat de gemeenteraad van Moerdijk heeft besloten het dorp Moerdijk op te heffen. Het gaat hier dan niet om een gemeentelijke herschikking, zoals we er vele in het land hebben gezien. Hier is besloten dat het dorp van de aardbodem gaat verdwijnen. Om ruimte te geven aan het naastgelegen haven- en industriegebied gaat het dorpje onder water. Of het wordt een terminal van Shell waar honderdduizend miljoen liter stookolie opgeslagen kan worden. Ik kan de gedachte hieraan niet van me afschudden. Ik heb het nieuws ook gedeeld in de appgroep van onze wandelclub. ‘Hier hebben we gewandeld. Dit dorp gaat verdwijnen.’ Niemand reageerde.
Geregeld wandelen we ergens in de omgeving van Rotterdam. Deze omgeving moet u ruim interpreteren: tot Utrecht en ook Breda zien we als omgeving van Rotterdam. Dan roep ik vaak dat dit de mooiste route is die we hebben gewandeld.
We hebben bij Moerdijk dus gewandeld. Het was geen leuke wandeling. We startten de wandeling voorbij het water, aan de voet van de Moerdijkbrug. Daarna hebben we langs de snelweg over de lange, lange brug naar het dorpje gelopen. Daar was geen bal aan. Continu het gekletter van denderende vrachtwagens. We mogen van geluk spreken dat we het zonder gehoorschade hebben overleefd.
‘Het dorpje Moerdijk was op zich wel aardig’
Het dorpje Moerdijk was op zich wel aardig. In het midden stond een kerk die waarschijnlijk lang leeggestaan had. Om de historische symboliek te bewaren hadden ze het gebouw gestript en een sportveldje ervoor geplaatst. Aan het overgebleven skelet kon je goed zien dat het een kerk was geweest. De kerktoren en het kruis stonden er nog.
De legendarische Turkse zanger Ahmet Kaya zong het lied ‘Gayri gider olduk’. Hij zong het verhaal van de dorpen die plaats moesten maken voor een stuwdam. De tekstschrijver Enver Gökçe schreef dat de dorpjes Soğuk, Asman, Pulur, Hıdır Öz, Huni, Su Payniği, Zalbar, Pul, Güci, Kırani, Haskini, Henisik, Hulmin, Kara Pınar, Ecüzlü, Vahşin, Venk, Payamlı en Süderek aan het water waren gegeven, want er was geen water.
Nu wordt op het altaar van de nationale economie het dorpje Moerdijk opgeofferd. Ook het skelet van de kerk dat als aandenken was overgebleven, zal ontbinden en de tand des tijds niet overleven.
De gemeente Amsterdam doet iets unieks: ze laat onderzoek doen naar een kritisch rapport van de eigen ombudsman over Bureau Integriteit. Volgens verschillende ombudsmannen is dat ‘ongekend’. Zij vinden dat de gemeente daarmee de onafhankelijkheid van de ombudsman ondermijnt, schrijven zij in Binnenlands Bestuur.
De hoofdrolspelers in de hoogoplopende kwestie zijn burgemeester Femke Halsema en de Amsterdamse ombudsman Munish Ramlal. De gemeente wil een extern onderzoek naar de kwaliteit van het rapport waarin Ramlal Bureau Integriteit stevig bekritiseert. In dat rapport wordt onder meer beschreven dat ambtenaren melding maken van racisme, grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie binnen de organisatie, terwijl daar volgens hen nauwelijks iets mee wordt gedaan, schrijft Trouw.
Burgemeester Halsema vindt echter dat het rapport onvoldoende feitelijke basis biedt voor de harde conclusies. Ook zet zij vraagtekens bij de gehanteerde onderzoeksmethode. Zo zou er geen hoor en wederhoor zijn toegepast en zouden de onderzochte casussen te beperkt zijn om van een representatief onderzoek te kunnen spreken.
Niet iedereen deelt die opvatting. Het Amsterdamse raadslid Sheher Khan (Denk) verzet zich tegen het externe onderzoek. ‘De ombudsman verzamelt ervaringen; waarom moet iemand anders dat dan nog eens duiden?’, zegt hij tegen Binnenlands Bestuur.
De ombudsmannen van Rotterdam-Rijnmond, Utrecht en Den Haag scharen zich achter hun Amsterdamse collega. Zij vrezen dat het aangekondigde onderzoek niet alleen de onafhankelijkheid van de ombudsman aantast, maar ook de rol van lokale ombudsmannen als controle-instrument van de gemeenteraad ondermijnt.
Ook de Ondernemingsraad (OR) van de gemeente uit stevige kritiek. De raad kreeg geen inzage in de conceptversie van het rapport over Bureau Integriteit. ‘Het niet delen van essentiële informatie over integriteitsvraagstukken ondermijnt niet alleen de rechtspositie van de OR, maar ook het vertrouwen van duizenden medewerkers in de zorgvuldigheid van hun werkgever,’, schrijft de OR in een brief aan de gemeente.
Ik blijf het wonderbaarlijk vinden hoe verschillende mensen naar dezelfde situatie kunnen kijken om vervolgens met totaal tegenovergestelde inzichten, analyses en meningen te komen.
En natuurlijk denk ik, bij degenen die het niet met mij eens zijn en mijn linkse, inclusieve wereldbeeld niet delen: wat gaat er in die persoon zijn hoofd om? Hoe kom je erbij? Weet je dan echt niets? Je kent je eigen geschiedenis niet. Hoezo “terug naar hun eigen land”? Verkapte racist!
Het is makkelijk om de ander weg te zetten als dom, niet goed geïnformeerd, woke, linkse leugenaar of PVV-wappie. Veel makkelijker dan samen in gesprek gaan om te achterhalen waar bepaalde gevoelens vandaan komen, om begrip voor elkaars standpunt op te brengen en misschien wel nader tot elkaar te komen.
Kijkend naar de discussies op de verschillende socialmediaplatformen en de talkshows is het naïef van mij om te denken dat er ruimte is voor een goed gesprek. Onderbuikgevoelens, woede over ervaren achterstelling en een te simpele gedachte van linkse politici, die ervan uitgaan dat als je de mensen te eten geeft, de geldzorgen weghaalt en zorgt voor goede, betaalbare huisvesting, het wel goed komt met die Ander.
Nu zien mijn linkse vrienden de verkiezingsuitslag als een overwinning op rechts. Met het oog op New York, waar een jonge Democraat, immigrant, moslim nu burgemeester mag worden, is het voor hen de start van een nieuw tijdperk. Mensen over de hele wereld zijn klaar met de negativiteit van rechts, de haat, de angst, de polarisatie. We gaan nu weer vooruit!
Maar.
De andersdenkenden in mijn omgeving zien juist een groot blok van rechts dat wederom buiten wordt gesloten door de linkse elite. Een PVV die door de anderen niets voor elkaar heeft kunnen krijgen, terwijl ik alleen maar de bestuurlijke onkunde van een niet-democratische partij zie.
‘Er is jarenlang geïnvesteerd in haat zaaien’
Mijn politiek actieve vrienden zijn van de ene campagne in de andere campagne gerold. Vol goede moed, gesteund door het behaalde succes bij de landelijke verkiezingen, gaat men nu voor de gemeenteraad.
De buurvrouw in de lift zucht. Zij is helemaal klaar met al die politici, het geklets over niks, de loze woorden en beloftes. Mag het nu alsjeblieft ergens anders over gaan?
In de Uber heb ik een mooi gesprek met de chauffeur.
Taxichauffeurs vind ik enorm interessant. Op de een of andere manier weten ze veel van veel verschillende onderwerpen, werpen ze altijd een ander licht op een thema en kunnen ze vaak heel goed hun denken verwoorden.
Deze chauffeur gelooft niet in de opkomst van links of een Europese ommekeer. Hij ziet een voorzichtig stapje vooruit. ‘Er is jarenlang geïnvesteerd in haat zaaien, in het wij-versus-zij-denken. Dat is niet vandaag of morgen weg. Ik was een Rotterdammer, nu ben ik een immigrant, een gelukzoeker. Ken je plek.’
Wat volgt, is een gesprek over hoe onze ouders en voorouders geknokt hebben voor een beter leven voor ons, de vernederingen die ze moesten doorstaan, en hoe wij, hun nazaten, beter geschoold zijn, betere banen hebben, beter Nederlands spreken.
Familie en vrienden in het buitenland kijken naar ons en zien een walhalla. De pijn van de afwijzing, het altijd maar moeten invechten, de mislukte integratie van de witte Nederlander en het genormaliseerde praten over remigratie ziet men niet.
Op mijn bestemming aangekomen draait hij zich naar mij toe en geeft me een warme hand. ‘Dankjewel voor het mooie gesprek.’
Ik bedank hem ook en stap uit de auto. De koude wind blaast in mijn gezicht, maar het deert me niet. De warmte van de bubbel waarin ik zat gloeit nog in mij. En daarmee ook een sprankje hoop.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.