Verlammende vergelijking: islamofobie en antisemitisme

joden-moslims-reuters.jpg
Foto: © Reuters. Prominente moslims en joden tijdens een stille tocht ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de schietpartij op een school in het Franse Toulouse (2012).

Zijn antisemitisme en islamofobie, of beter moslimhaat, met elkaar te vergelijken? Volgens sommigen is alleen al het noemen van beide verschijnselen in één zin al onterecht, ja zelfs fout. Anderen stellen juist dat het om overeenkomstige mechanismen gaat, om vergelijkbare praktijken. Het aantal incidenten dat onder deze noemers valt is sinds de aanslagen in Parijs in januari weer flink toegenomen. Joden worden bedreigd en joodse instellingen worden beklad of erger, en moslims hebben sinds Parijs ervaren hoe gewoon het is geworden om hen collectief voor het geweld verantwoordelijk te stellen. Moslims worden op straat bedreigd, moskeeën worden beklad of in brand gestoken. De onlangs gepubliceerde Monitor Moslimdiscriminatie laat wat dat betreft niets aan duidelijkheid te wensen over. Woordvoerders van beide gemeenschappen vragen andermaal om aandacht voor de ernst van die incidenten. Er wordt gepleit om in de anti-discriminatie-wetgeving naast de expliciete benoeming van vormen van antisemitisme ook vormen van moslimhaat preciezer te omschrijven zodat deze praktijken effectiever kunnen worden bestreden. En er zijn regelmatig conferenties waar over de oorzaken van antisemitisme en islamofobie wordt gediscussieerd. Zo werd er begin maart op de Vrije Universiteit het symposium Religie doet ertoe gehouden waar de vergelijking aan de orde kwam en op 31 maart wordt in de universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam een heel symposium gewijd aan jodenhaat en moslimhaat en de positie van beide groepen in de Nederlandse samenleving.

De systematische aandacht is goed en moet ook onverminderd doorgaan, maar hoe paradoxaal ook, ik ben ook van mening dat juist de vraag naar oorzaken verlammend werkt als het gaat om het zoeken naar oplossingen. Waarom is dat zo? Op dit moment wordt de discussie gedomineerd door oorzaken en de vergelijking. Maar hoe voorzichtig dat ook geformuleerd wordt, er sluipt steeds een element van competitie in. Waar gaat de meeste aandacht naar uit in de media? Krijgt een aanslag op een moskee evenveel aandacht als een aanslag op een synagoge? Wordt er met twee maten gemeten als het gaat om oorzaak en gevolg? Welk slachtofferschap is erger, wie heeft het meest geleden? Wat komt het meest voor en vooral hoe komt dat?

Het meten met twee maten komt vooral heel duidelijk naar voren als de discussie gaat over de invloed van internationale en historische gebeurtenissen. Hoe legitiem is het om bijvoorbeeld het optreden van Israël in de Bezette Gebieden aan te halen als oorzaak van de agressie tegen joden? Voordat je het weet beland je in een moeras van beschuldigingen en claims omtrent de geldigheid en de houdbaarheid van historische gebeurtenissen. Die discussie is bij voorbaat gedoemd tot mislukken omdat het hier helemaal niet gaat om de rationele geldigheid van argumenten. De vraag of IS in naam van alle moslims optreedt is onzinnig niet omdat je die vraag niet zou kunnen stellen, maar omdat die een ander doel dient, namelijk de argumenten van het andere kamp neutraliseren. Joden en moslims worden dan gereduceerd tot een soort vijfde colonne, een spreekbuis van een politieke macht. Politici in Nederland maken zich herhaaldelijk schuldig aan het aanwakkeren van dit kampen-denken. En zo blijven we aan de gang.

Mijn pleidooi om goed na te denken over het verlammende effect van een dergelijke discussie over slachtofferschap voor het zoeken naar oplossingen heeft daarmee te maken. Laten we vooral doorgaan met het in kaart brengen van islamofobie en antisemitisme, maar niet om het morele gelijk te claimen. Om een stap verder te komen is van belang juist te zoeken naar gemeenschappelijkheden en het vergelijken zelf in de ban te doen. Als moslims en joden in Nederland zich niet gek laten maken door politici met een dubbele agenda die in hun naam politiek bedrijven, door regimes in de islamitische wereld, of door de regering van Israël, dan kunnen we een stap verder komen en geef je de politieke profiteurs geen kans.

Er zijn in Nederland bemoedigende pogingen in die richting. Op 22 februari organiseerde de vereniging Salaam-Shalom een zogenoemde solidariteitswandeling van de Portugese synagoge op het Jonas Daniel Meijerplein naar de Al Kabir Moskee aan de Weesperzijde in Amsterdam. Een vergelijkbare actie vond plaats in Oslo waar moslims een vredesring rond een synagoge maakten. Of het project Leer je buren kennen waarin ontmoetingen plaatsvinden. Er zijn meer voorbeelden waarin vooral jonge mensen die schoon genoeg hebben van die verlammende discussie over wie het morele gelijk heeft initiatieven nemen die ze moeten bekopen met beledigingen en scheldkanonnades van moraalridders die vinden dat zij de wijsheid in pacht hebben. Helpt het? Ja het helpt omdat bij al deze initiatieven de gemeenschappelijkheid voorop staat en niet de vraag wie het grootste slachtoffer is. De initiatiefnemers verdienen groot respect.

Thijl Sunier is hoogleraar Antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast is hij redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Muslims in Europe, voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies en voorzitter van de Antropologen Beroepsvereniging.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.