15.1 C
Amsterdam

Blijk ik opeens een sympathisant van Sylvana Simons

Chris Aalberts
Journalist en auteur van o.a. ‘De puinhopen van rechts’. Doceert Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lees meer

Onlangs kwam de biografie van Joyce Sylvester uit. Ze heeft een imposante carrière: senator voor de PvdA, waarnemend burgemeester van Anna Paulowna en Naarden en tegenwoordig substituut ombudsman. Ze stond meerdere keren in lijstjes van de meest invloedrijke Nederlanders. Haar biografie gaat over haar weg naar de bestuurlijke top van Nederland, van haar jeugd tot aan het burgemeesterschap. We lezen over haar korte periode in Suriname, haar terugkomst in Nederland en haar politieke werk.


Deze biografie zal velen bijblijven om een hele specifieke reden. Bent ú de burgemeester? gaat bij vlagen over racisme en vooroordelen. Dat begint al in Sylvesters jeugd, als het publiek tegen het einde van een voetbalwedstrijd bananen op het veld gooit. Iemand schreeuwt: ‘Nikkertjes! Rot op naar jullie apenland!’ Sylvester leert van haar ouders hoe ze ermee om kan gaan: ze moet vooral proberen vooruit te komen in het leven en vertrouwen op een goede afloop. Dat is een hele uitdaging.

Het grootste deel van dit boek gaat niet over racisme, maar af en toe is het er opeens. Sylvester doet het goed op school en heeft een prima Cito-score, maar het VWO zou voor haar te zwaar zijn. In de overvolle tram zit niemand naast haar. In de Senaat vertelt een collega aan Sylvester dat haar overgrootvader slaven had in Suriname. En natuurlijk de scène die verwijst naar de titel: bij een receptie laat een man blijken dat hij zich niet kan voorstellen dat een zwarte vrouw burgemeester is.

Wat moeten we hiervan leren? Dat het allemaal wel meevalt met racisme, omdat Sylvester toch de top heeft bereikt? Of dat racisme zo alom aanwezig is dat heel veel Nederlanders van kleur er last van hebben? Sylvester laat dit in het midden, zo lijkt het, maar de tweede conclusie lijkt me logischer dan de eerste. Bijna tegelijk publiceerde presentatrice Naeeda Aurangzeb eveneens een boek. Ze wordt als geboren Nederlandse regelmatig aangesproken op haar Pakistaanse achtergrond en islamitische religie. Soms goedbedoeld, maar vaak ook niet.


Uit eigen ervaring weet ik dat het heel lang duurt voordat je dit patroon ziet: het feit dat veel Nederlanders de term ‘Nederlander’ bewust of onbewust voorbehouden aan witte mensen

Dit zijn lastige inzichten voor mensen zoals ik, die opgroeiden in een vrijwel geheel wit Nederland, lange tijd meewarig hebben gekeken naar het verzet tegen zwarte piet, niet opkeken van het standpunt dat ‘buitenlanders moeten integreren’ en die andermans ervaringen met racisme en discriminatie afdeden met de dooddoener dat dat allemaal wel meevalt omdat er hele goede voorbeelden zijn van ‘integratie’. Er zijn immers honderden voorbeelden: Joyce Sylvester en Naeeda Aurangzeb zijn er slechts twee van.

Uit eigen ervaring weet ik dat het heel lang duurt voordat je dit patroon ziet: het feit dat veel Nederlanders de term ‘Nederlander’ bewust of onbewust voorbehouden aan witte mensen, waardoor bij Nederlanders van kleur wordt getwijfeld of ze van hier wel thuishoren. Dat heeft nogal wat consequenties: je gekleurde buren zijn in die visie mensen die je ‘het land uit kunt zetten’, terwijl ze meestal hier geboren zijn en even Nederlands zijn als jij. Als Nederlanders van kleur bezwaar maken tegen zwarte piet, hoef je dat niet serieus te nemen, want de klagers zijn vaak geen ‘Nederlanders’ en hebben dus ook niets over de Nederlandse cultuur te zeggen. Zo kunnen we eindeloos doorgaan.

Hoe komen we van dit probleem af? Het enige wat zeker is, is dat dit nog wel even gaat duren. Het heeft mij ook jaren gekost om dit patroon te zien. Bij de anekdotes van Naeeda Aurangzeb krijg ik het Spaans benauwd of ik wellicht ook een illustratie ben van deze ellendige Nederlandse traditie. Voorlopig houd ik mezelf maar voor dat ik er inmiddels in ieder geval over nadenk en erop aanspreekbaar probeer te zijn. Soms doe ik zelfs een poging dit probleem aan anderen uit te leggen. Pas dan merk je hoe diep het zit ingebakken. Er is werkelijk geen beginnen aan.

Daarom vind ik het goed dat Sylvana Simons de politiek in is gegaan. Ze heeft veel werk te doen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -