Geen Simon, Hendrik, Anton, maar Soesma, Hayat, Alicia

Shantie Singh
Shantie Singh
Schrijver. Theatermaker. Bestuurskundige.

Lees meer

‘What’s in a name? That which we call a rose, by any other name would smell as sweet’, verzuchtte Julia in Shakespeare’s beroemdste liefdestragedie Romeo en Julia. Als een roos anders zou heten, zou zij niet precies zo lekker ruiken? Voor Julia gaat het er niet om hoe Romeo heet, maar om wie hij is. What’s in a name? lijkt te suggereren dat een naam onbelangrijk, inwisselbaar of veranderbaar is, omdat de kern van het wezen onveranderlijk is. Maar klopt dit wel?


Toen ik mij voor mijn debuutroman Vervoering verdiepte in de migratie van mijn ouders, die in de jaren zeventig van Suriname naar Nederland verhuisden, greep juist het aanpassen of veranderen van namen me erg aan. Hoe je daarmee een stukje van jezelf laat verdwijnen. Ik verwerkte dit in het personage van de Hindoestaanse Mukesh Mohan, die na zijn migratie in Almelo in beschuitfabriek Bolletje komt te werken:

‘Al snel veranderde hij zijn naam. Of eigenlijk was het een omkering van zijn naam. Zijn echte voornaam vormde een struikelblok voor iedereen. Mohan was makkelijker. Dus liet hij Mukesh achter in het kluisje, samen met zijn jas en portemonnee.’

Ik dacht hier ook aan tijdens het lezen van een artikel in het NRC: ‘Veel Chinezen geven zichzelf, zeker als ze gaan emigreren, een westerse naam.’ Dit heeft vaak praktische redenen: het is makkelijker solliciteren met een westerse naam en kinderen worden soms met hun Aziatische naam gepest, vertelt de Nederlandse Hui Hui Pan in het stuk.

Over de (on)schuldigheid van zo’n naamsverandering zegt hoogleraar sociologie Jan Rath in hetzelfde stuk: ‘We ervaren twee vormen van identiteit: toegeschreven identiteit: waar mensen jou mee bestempelen, en eigen identiteit: hoe jij jezelf ziet.’ Komen deze twee identiteiten niet overeen, dan gaat het wringen. Aan de ene kant kun je je niet vinden in de verwachtingen van anderen, maar aan de andere kant wil je geaccepteerd worden. Rath: ‘Als jou dus een naam wordt opgelegd, omdat de omgeving je daartoe aanzet, niet omdat je er zelf voor kiest, ontstaat er een bepaalde identiteitsproblematiek.’


Er is sinds een paar jaar echter een duidelijke tegenbeweging gaande. Zie ook de recente demonstraties tegen anti-Aziatisch racisme die hierbij aansluiten. Een ontwikkeling van bewustzijn en trots op de eigen afkomst en geschiedenis, wat ook trots op de unieke eigenheid van je naam versterkt. Steeds vaker wordt overwogen om de Chinese naam weer te gebruiken en de traditie van naamswijziging niet door te zetten voor hun eigen kinderen. Mediawetenschapper en publicist Reza Kartosen-Wong in het artikel van NRC: ‘Mensen moeten zich vrij voelen om een naam te kiezen die bij hen of hun kinderen past, ongeacht oorsprong, uitspraak of spelling.’

Is onze manier van spellen niet aan eigentijdse vernieuwing toe?

Je draagt je naam overal met je mee. De juiste manier van spellen speelt op allerlei momenten een rol. In een Rotterdamse kledingwinkel werd onlangs gevraagd naar mijn naam voor het aanmaken van een winkelpas. Normaliter begin ik dan automatisch met spellen. Eraan gewend dat mijn naam niet gangbaar is. Simon, Hendrik, Anton, Nico, Tinus, Isaak, Edward: Shantie. Simon, Isaak, Nico, Gerard, Hendrik: Singh.

Maar opeens voelde ik weerstand. Door meteen te beginnen met spellen is het alsof ik me bij voorbaat excuseer. Maar waarvoor? Ik geef de ander niet de kans om me te verrassen door mijn naam wel goed te spellen. Door er zelf vanuit te gaan dat de ander het niet kent, kan mijn naam zich niet snel ontwikkelen tot een gangbare Nederlandse naam.

En is onze manier van spellen niet aan eigentijdse vernieuwing toe? Waarom altijd Simon, Hendrik, Anton, Nico, Tinus, Isaak, Edward noemen om de eerste letters van mijn voornaam te verduidelijken, en geen Soesma, Hayat, Alicia, Nadia, Tiana, Edsilia?

Laten we dit eens als experiment proberen, de volgende keer dat je wordt gevraagd om je naam te spellen of de letters van je postcode te verduidelijken. Gebruik namen waarvan je weet dat het nog geen gangbare namen van nu zijn, maar voor de volgende generatie zeker wel. Laten we het de volgende generatie makkelijker maken. Juist dit spel van namen en taal, de verwarring die het zal veroorzaken, de irritatie, de lol is wat we nodig hebben bij dit proces naar het nieuwe normaal. Laat het bruisen, schiften, schuren, totdat het kantelt.

What’s in a name? Everything.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -