17.1 C
Amsterdam

Rechtse hypocrisie inzake vrouwen in de politiek

Jaswina Elahi
Cultuurwetenschapper. Onderzoeker Grootstedelijke Ontwikkelingen aan de Haagse Hogeschool.

Lees meer

De NAVO-top van vorige week trok veel bekijks, mede omdat het de eerste topontmoeting was sinds de coronacrisis begon. Het gezamenlijke fotomoment, iets dat we lang niet hadden gezien, was ook om een andere reden opvallend: het toonde op pijnlijke wijze de achterstelling van Westerse vrouwen in dit deel van de politiek. Slechts zes van de dertig regeringsleiders waren vrouw.


NAVO-land Nederland heeft zelfs nooit een vrouwelijke premier gehad. Opmerkelijk, want Nederland klopt zichzelf graag op de borst als het gaat om progressiviteit en vrouwenemancipatie. Dat gepoch heeft vaak betrekking op het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt. Onterecht: de arbeidsparticipatie van vrouwen is met 76 procent vrij hoog, maar vrouwen werken aanzienlijk vaker in deeltijd dan mannen.

Vaak is dit een keuze die uit praktische overwegingen voortkomt. Nog steeds is sprake van een inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen, de loonkloof is bij de overheid 8 procent, in het bedrijfsleven 19 procent. Kinderen opvoeden in combinatie met een baan komt daarom vaak op het bordje van de vrouw te liggen, een dubbele belasting die mannen kennelijk niet aankunnen.

Ook qua vrouwen aan de top in het bedrijfsleven doet Nederland het slecht. De bestuurskamers van grote bedrijven zijn nog altijd overwegend wit en man. Het vereist veel interventies van de politiek, zoals het instellen van een quotum, om het aantal vrouwen in deze posities te vergroten.

Het waren vrouwelijke ministers die, met veel gelobby en het constant agenderen van dit thema, de Tweede Kamer van het belang ervan wisten te overtuigen. Maar de uitvoering van het huidige quotum, dat in 2019 werd ingevoerd – beursgenoteerde bedrijven moeten zorgen dat 30 procent van hun Raad van Commissarissen vrouw is – gaat nog altijd moeizaam.


Als we hieruit de bereidheid voor gendergelijkheid aan de top van het bedrijfsleven aflezen, valt vooral de onwelwillendheid op. Want aan het aantal gekwalificeerde vrouwen kan het niet liggen. We zien dat aanbod van capabele vrouwen bijvoorbeeld terug in de vele commissies in de politiek en ook op de lijsten van verschillende partijen.

Toch valt uit de lijsten van politieke partijen nog iets anders op: het aantal vrouwen is hoog bij linkse partijen en middenpartijen, maar bij rechtse partijen zeer beperkt. De rechtse partijen kennen ook geen vrouwelijke lijstrekkers. Binnen de VVD heeft Rita Verdonk het ooit gedurfd zich kandidaat te stellen als fractieleider, maar moest het toen afleggen tegen de toen aanzienlijk minder ervaren Mark Rutte. Liever een onervaren man dan een ervaren vrouw, zo lijkt het.

Ondertussen zijn er nog rechtsere partijen bij gekomen, immens populair bij een groot deel van de Nederlandse bevolking. Tel daarbij op dat Rutte ondanks zijn gelieg, gekonkel, achterkamertjespolitiek en doctrines telkens weer wordt herkozen als premier. Dan is de enige conclusie dat de rechtse bevolking een sterke mannelijke oriëntatie heeft, waarin vrouwen overduidelijk niet voor vol en competent worden aangezien. En zeker niet als mogelijke premier.

Actiegroepen als ‘Stem op een Vrouw’ werpen bij deze groep weinig vruchten af. In het Nederlands politiek landschap verloopt de breuklijn niet alleen langs ideologie, maar gaapt ondanks de vooruitgang ook een grote kloof langs lijnen van gender.

De rechtse bevolking heeft een sterke mannelijke oriëntatie, waarin vrouwen overduidelijk niet voor vol en competent worden aangezien

De hypocrisie van de rechtse partijen valt des te meer op wanneer zij etnische minderheden verwijten achterlijk te zijn, onder meer omdat vrouwen in deze etnische groepen geen gelijkwaardige positie zouden innemen. Laten we erkennen dat die ongelijkheid er onder de etnische minderheden is, zoals die er ook is in delen van de boeren- en arbeidersklasse, de SGP en andere sociale milieus. Dan wordt het interessant wanneer rechts de achterstelling van vrouwen vooral lokaliseert in niet-westerse samenlevingen, vooral binnen islamitische culturen. Maar landen als India, Pakistan, Ethiopië, Tanzania, Chili en Argentinië hebben reeds vrouwelijke regeringsleiders gehad.

Als vrouwen in Nederland uiteindelijk een hoge politiek-bestuurlijke positie hebben weten te verwerven, is de hoeveelheid drek die zij zich moeten laten welgevallen beschamend groot: variërend van seksisme en intimidaties tot regelrechte doodsbedreigingen, bleek in maart uit onderzoek door de Groene Amsterdammer en de universiteit Utrecht. Het is dit deel van Nederland dat achterlijke trekken vertoont wat vrouwen in de politiek betreft, niet de niet-westerse landen en niet-westerse culturen. Zolang er maatschappelijk en politiek geen echt draagvlak is voor vrouwelijke regeringsleiders, zal het nog lang duren voordat wij bij een NAVO-bijeenkomst door een vrouwelijke premier worden vertegenwoordigd.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -