‘Gekke’ Kadir is niet meer. De Turkse topacteur Kadir Inanir is vrijdag op 77-jarige leeftijd overleden in het ziekenhuis waar hij, sterk vermagerd, al een tijdje opgenomen was. Met het heengaan van Kadir is eigenlijk niemand meer over van de gouden generatie van mannelijke Turkse topacteurs, zoals Tarik Akan, Yilmaz Güney, Cüneyt Arkin en vele anderen, die hun stempel blijvend hebben gedrukt op de Turkse filmindustrie. En Inanir hoort daarbij zeker in de top drie, als hij al niet de grootste was. Bijna elke Turkse man – inclusief mijn eigen vader, waarover later meer – wilde zo knap, macho, vervaarlijk en, toe maar, rechtvaardig als Kadir zijn. Voor vrouwen was hij het archetype van de besnorde Turkse man die, ondanks zijn moustache, aantrekkelijk kon zijn.
En eerlijk is eerlijk, hij spatte van het doek af als geen ander. Of het nu ging om zijn romantische duetten met de sultan van de Turkse filmindustrie, Türkan Soray, in de film Al Yazmalım (The Girl with the Red Scarf), of om zijn rol als de gevreesde, doch rechtvaardige gevangene Ramazan de Tartaar, of om de talloze Godfather-wannabe-maffiafilms, waaraan hij zijn bijnaam ‘Gekke Kadir’ heeft overgehouden: ze staan in het collectieve geheugen van Turkije gegrift.
Dat hij politiek gezien aan de progressieve kant stond, kwam ik pas veel later achter, een gevolg van de grondige politieke repressie door de Turkse staat. Ik kon mijn verbazing niet onderdrukken toen er activistische foto’s van hem opdoken bij een linkse demonstratie in de jaren zeventig, samen met Tarik Akan.
Bij Kadir Inanir werd dat voor een groter publiek in Turkije pas echt duidelijk toen hij zich openlijk voegde bij het mislukte Koerdische vredesproces in de jaren 2013-2015. Hij maakte deel uit van een door de staat aangewezen groep intellectuelen die het vredesproces moest ondersteunen. Inanir kwam toen veelvuldig op tv en gaf vele spraakmakende interviews. In een van die optredens neemt hij het zelfs op voor de gevangen leider van de PKK, Abdullah Öcalan, wiens ‘belang’, in Inanirs woorden, in het vredesproces van onschatbare waarde zou zijn.
‘Hij is echt een leider van zijn volk en dat moet worden ingezien in Turkije’, zei Inanir, en vervolgde: ‘Het is wel een moeilijk proces, decennialange achteruitgang in de verhoudingen poets je niet zomaar weg.’ Profetische woorden, blijkt achteraf. Vooral dat laatste had hij goed gezien, omdat Erdogan samen met de groep intellectuelen de vredestafel na de verloren verkiezingen in 2015 omvergooide en de oorlogspolitiek hervatte.
Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden?
Kadir Inanir en alle andere intellectuelen die hun verantwoordelijkheid hadden genomen voor het grootste pijnpunt van de Turkse geschiedenis, de Koerdische kwestie, werden massaal gecanceld. In het bovengenoemde interview zei Inanir ook het volgende: ‘We gaan uiteindelijk allemaal dood. Dat staat vast. Moet ik de rest van mijn overgebleven leven als een bange man leiden, die zich nergens meer mee bemoeit? Nee, zo ga ik niet weg uit deze wereld. Iedereen zal zeggen: respect voor Kadir abi, en zo ga ik dood.’ Gezien de miljoenen Turken en Koerden die een foto van hem hebben gedeeld en nog steeds zijn woorden oprakelen, blijkt dat hij ten minste onder dat onderdrukte deel van Turkije nog veel respect geniet.
De woorden van Inanir raken mij ook persoonlijk. Enkele maanden geleden is mijn vader overleden, na een depressief en regressief bestaan in Amsterdam, waar hij nooit heeft kunnen vlammen zoals Inanir. Dit terwijl Ali Balçik onder zijn dorpelingen in Amsterdam, met zijn lange postuur en wilde haren, juist ook vaak met Inanir werd vergeleken. Toen hij stoere foto’s in pak en met open borst naar Turkije stuurde, moesten mijn tantes altijd goed kijken of het wel hun grote broer uit Amsterdam was of toch Kadir Inanir.
Extra pijnlijk is dat mijn vader Inanir zijn standpunt in de Koerdische kwestie nooit heeft vergeven. Hij voelde zich door hem verraden, zoals vele andere nationalistische Turken. Inanirs idealisme is mooi en hoopgevend, maar de bittere realiteit in Turkije is het nationalisme waar hij zich tegen heeft verzet. En dat is nog steeds een onopgeloste zaak. Ook na het heengaan van Ali en Kadir.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

