De EU overweegt maatregelen tegen de Turkse minister van Justitie Akin Gürlek. Wie is hij en waarom ligt juist hij onder het Europese vergrootglas?
Akin Gürlek (43) is sinds februari 2026 de nieuwe minister van Justitie (AKP) in Turkije. Daarvoor was hij onder meer rechter, vice-minister van Justitie en hoofdofficier van justitie. Hij was een van de meest besproken figuren binnen de Turkse rechterlijke macht vanwege zijn rol in een aantal politiek gevoelige rechtszaken, zoals de veroordeling van de Koerdische politicus Selahattin Demirtas, die sinds 2016 in de gevangenis zit, en de vorig jaar overleden pro-Koerdische politicus Sirri Süreyya Önder wegens ‘propaganda voor een terroristische organisatie’.
Ook tegenover journalisten, zoals Can Dündar en medewerkers van de linkse krant Sözcü stelde Gürlek zich onverbiddelijk op. Gülen-sympathisanten en later ook de seculiere oppositie kregen te maken met vervolgingen waarbij zijn naam geregeld opdook. Dat hij begin dit jaar door Erdogan tot minister van Justitie werd benoemd, kon rekenen op hoon van de oppositie. In hun ogen bevestigt die benoeming dat het Turkse rechtssysteem in dienst staat van de machthebber
Aan Turkije-experts hebben we om een reactie gevraagd op de mogelijke Europese sancties tegen Akin Gürlek. Is het toeval dat de EU juist nu, vlak voor de NAVO-top, met dit signaal komt?

De naar Zweden gevluchte journalist en voormalig hoofdredacteur van de krant Zaman, Bülent Kenes, ziet geen verband met de NAVO-top. ‘De belangrijkste dienst die Akin Gürlek het autocratische regime van Erdogan bewees tijdens zijn periode als hoofdofficier van justitie in Istanbul, was het opsluiten van de burgemeester van Istanbul en mogelijke presidentskandidaat Ekrem Imamoglu. Daardoor kon Imamoglu niet deelnemen aan de presidentsverkiezingen als uitdager van Erdogan’, zegt hij.
‘Hoewel Erdogan en zijn regering bij vrijwel geen enkele politieke stroming in Europa populair zijn, maken vooral sociaaldemocraten zich zorgen over pogingen om in te grijpen bij de CHP. Die partij onderhoudt nauwe banden met sociaaldemocratische partijen in Europa. Een voorbeeld is de discussie over mutlak butlan, oftewel “absolute nietigheid”, van het CHP-congres waarop Özgür Özel tot partijleider werd gekozen.’
Overlap in agenda’s

De in Amerika woonachtige journalist Ergün Babahan ziet eveneens geen verband met de NAVO-top in Ankara. ‘Dat het sanctieproces samenvalt met de NAVO-top is een kwestie van timing. Zowel de NAVO-top als de agenda van het Europees Parlement verlopen volgens hun eigen interne planning. De samenval met de NAVO-top is een toevallige overlap in de agenda’s.’
Toch vindt Babahan deze overlap niet onbelangrijk. ‘De politieke impact is reëel. Terwijl Turkije op het gebied van defensie en veiligheid toenadering zoekt tot Europa, laait in dezelfde week een debat op over sancties vanuit een mensenrechtenperspectief. Daardoor verliest Ankara’s boodschap – “wij zijn een betrouwbare partner binnen de NAVO” – aan kracht. Bovendien geeft dit extra argumenten aan sceptici binnen de Europese Unie.’
Strategie van ‘gelijktijdige boodschappen’
De Koerdische journalist Baki Karadeniz, die in Nederland woont, ziet juist wél een verband met de NAVO-top. ‘Er bestaan al langer zorgen binnen Europese instellingen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtsstaat in Turkije’, zegt hij. Dat het sanctievoorstel via wijzigingsvoorstellen is ingebracht in de Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement, laat volgens Babahan zien dat hier bewust een politiek proces in gang is gezet. Dat valt volgens hem niet toevallig samen met de periode waarin de NAVO bijeenkomt. Hij spreekt van een strategie van ‘gelijktijdige boodschappen’. Terwijl de NAVO Turkije benadert vanuit veiligheidsoverwegingen, kan het Europees Parlement in dezelfde periode vanuit het perspectief van rechtsstaat en democratie een andere boodschap afgeven.
‘Er bestaan al langer zorgen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtsstaat in Turkije’
Volgens Karadeniz geeft Europa hiermee de volgende boodschap aan Ankara: ‘Uw geopolitieke positie zal niet voldoende zijn om uw staat van dienst op het gebied van de rechtsstaat en de rechterlijke macht te verhullen.’
De politicoloog Safak Topkaya, die in Turkije wordt vervolgd vanwege vermeende banden met de Gülen-beweging, ziet het evenmin als een verrassing dat sancties tegen Gürlek juist nu op de agenda staan.

‘Europa ziet al lange tijd hoe de rechtsstaat in Turkije onder druk staat. Dat dit samenvalt met de NAVO-top is een duidelijk diplomatiek signaal’, aldus Topkaya vanuit een azc in Nederland. ‘Het Westen zegt hiermee tegen Ankara: voor veiligheidskwesties zijn we bereid met jullie samen te werken, maar we kijken niet weg als de rechtsstaat wordt aangetast en het rechtssysteem voor politieke doeleinden wordt ingezet.’
Dan de persoon Gürlek zelf. Wat maakt dat Europa juist deze Turkse minister mogelijk wil sanctioneren?
Volgens Kenes gaat het niet om Gürlek als persoon. ‘Net als eerdere ministers is hij vooral een instrument van Erdogan. Maar omdat hij degene is die zichtbaar op de voorgrond staat, is het logisch dat juist hij het doelwit wordt van een besluit waarin mogelijke sancties worden overwogen.’/
‘Net als eerdere ministers is hij vooral een instrument van Erdogan’
Babahan deelt die visie. Volgens hem speelde Gürlek een sleutelrol bij het uitvoeren van het beleid van de Turkse regering. ‘Het Europees Parlement verwijst specifiek naar mensen die optreden als kayyim, curator, degenen die hen benoemen en personen die een sleutelrol spelen binnen het repressieve staatsapparaat, zoals de voormalige hoofdofficier van justitie van Istanbul, Akin Gürlek. Hij wordt dus gezien als een belangrijke verantwoordelijke voor mensenrechtenschendingen.’
Babahan doet er vervolgens nog een schepje bovenop: ‘Gürlek wordt niet beschouwd als een jurist die onafhankelijk het recht toepast, maar als iemand die politieke opdrachten uitvoert. Elk fascistisch regime heeft zo’n opvallend figuur.’
Pragmatische relatie met Erdogan
Op de vraag of Europese regeringsleiders het standpunt van het Europees Parlement zullen overnemen, wijst Kenes op wat hij realpolitik noemt. ‘Net als veel Europese landen heeft ook de Europese Unie een pragmatische relatie ontwikkeld met het autocratische regime van Erdogan, gebaseerd op wederzijdse belangen’, zegt hij. ‘Op de langere termijn kunnen zulke besluiten wel invloed hebben op het beleid van de Europese Commissie. Met andere woorden: een besluit van het Europees Parlement is beter dan geen besluit, maar je moet er ook niet te veel betekenis aan toekennen.’

Karadeniz ziet het besluit ook als een signaal aan Europa zelf. ‘Europa heeft de autoritaire ontwikkelingen in Turkije jarenlang genegeerd vanwege geopolitieke belangen, zoals de Syrische crisis en de vluchtelingenstroom. Nu wordt het geconfronteerd met de spanning tussen democratische waarden en politieke belangen. De oproep tot sancties tegen Gürlek is daarom niet alleen gericht tegen één jurist, maar ook een poging van Europa om na jaren van pragmatisme zijn eigen waarden opnieuw centraal te stellen.’
Babahan is minder optimistisch. ‘Het Europees Parlement kan geen bindende besluiten nemen. Bovendien speelt in de aanloop naar de NAVO-top de vraag of EU-lidstaten bereid zijn hun plannen voor nauwere defensiesamenwerking met Turkije op te geven vanwege sancties tegen Gürlek.’
‘Europa heeft de autoritaire ontwikkelingen in Turkije jarenlang genegeerd’
Topkaya hecht juist wél meer waarde aan de mogelijke sancties. ‘Dat deze sanctiekaart überhaupt op tafel ligt, is al een zeer serieuze waarschuwing voor Akin Gürlek en voor rechters met een vergelijkbare denkwijze. Het is een verklaring dat zij ‘niet beschermd’ zijn, ook niet wanneer Erdogan er straks niet meer is.’
Karadeniz is het daarmee eens. ‘Ook als Europese leiders Gürlek niet op een sanctielijst plaatsen, geven zij met deze tekst wel degelijk een signaal af aan Turkije. In diplomatieke zin functioneert deze politieke druk als een ‘gele kaart’.’
En tot slot: als de spanningen tussen Turkije en Europa oplopen, wie heeft dan de beste kaarten?
Volgens Kenes is de belangrijkste troef van Turkije zijn rol als opvangland voor migranten die naar Europa willen. ‘Dat is een zeer belangrijk drukmiddel tegenover de EU. Daarnaast zijn door de Russische dreiging en het groeiende wantrouwen tegenover de Verenigde Staten onder president Trump de positie en militaire aanwezigheid van Turkije steeds belangrijker geworden voor Europa. Europa heeft daarentegen nauwelijks andere middelen dan formele veroordelingen en het herhalen van waarden en normen die het zelf ook regelmatig schendt.’
‘Uiteindelijk geldt: wie betaalt, bepaalt de regels’
Karadeniz stelt dat de machtsverhouding ongelijk is. ‘Europa beschikt over sterke middelen, zoals financiële sancties, visumbeperkingen en het stilleggen van processen binnen de douane-unie. Turkijes belangrijkste troeven zijn de vluchtelingenkwestie en de samenwerking binnen de NAVO op het gebied van veiligheid. Maar het gebruik daarvan zou betekenen dat Turkije de bruggen met Europa verbrandt, wat economisch zeer kostbaar zou zijn. De verhoudingen zijn dus in het voordeel van Europa.’
Topkaya voegt daaraan toe: ‘Behalve de dreiging ‘we openen de grenzen’ hebben de Turkse machthebbers weinig institutionele macht om zich tegen de EU te verzetten. Turkije gebruikt zijn geopolitieke positie als schild voor interne problemen. Maar uiteindelijk geldt: wie betaalt, bepaalt de regels. Als je intern de rechtsstaat negeert en mensen met twijfelachtige vermogenskwesties op ministersposten zet, kun je niet anders dan zenuwachtig worden van dreigende sancties van buitenaf.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

