De etnische Surinaamse veelzijdigheid ontbreekt in de Nederlandse media

Jaswina Elahi
Jaswina Elahi
Cultuurwetenschapper. Onderzoeker Grootstedelijke Ontwikkelingen aan de Haagse Hogeschool.

Lees meer

Ook Suriname is getroffen door het coronavirus. Voor Surinamers in Nederland, die familieleden en vrienden in Suriname hebben, of gewoon van het land houden, is dit een hartverscheurende situatie. Daarom organiseerden Jörgen Raymann en Humberto Tan vorige week woensdag een benefietavond: ‘Nederland voor Suriname’. Een prachtig initiatief, natuurlijk. En ook een groot succes. Toch liet de uitzending een zure nasmaak achter.

De vraag die vrijwel elke migrant, of nazaat van migranten, voor zijn voeten geworpen krijgt, is: ‘Waar kom je vandaan?’ Sinds mijn kinderjaren is deze vraag regelmatig aan mij gesteld. Ik ben weliswaar in Nederland uit Surinaamse ouders geboren, maar gaf toch steevast als antwoord ‘Suriname’. Dat was nooit afdoende. Onverbiddelijk volgden reacties als ‘Maar je hebt geen kroeshaar’ of ‘Maar je ziet er niet uit als een Surinamer, waar kom je echt vandaan?’ Als kind gaf ik nog wel eens het antwoord ‘Eindhoven’ (mijn geboortestad), maar dat was natuurlijk ook niet het antwoord waar men naar zocht.

Het antwoord ‘Oorspronkelijk uit India’, bleek het juiste antwoord te zijn. Dan moest ik nog wel vaak uitleggen hoe ‘Indiërs’ in Suriname waren terecht gekomen en vervolgens in Nederland. Ik ondervond op deze manier al op zeer jonge leeftijd dat autochtone Nederlanders weinig wisten over Suriname. Al helemaal niets over het systeem van het contractarbeid, waarmee mensen uit India, Java en China naar Suriname werden gehaald. Ook leerde ik dat ik niet voldeed aan het beeld van ‘de’ Surinamer dat het gros van de Nederlandse bevolking heeft: Creools.

Lange tijd heb ik mij hieraan niet gestoord, omdat dit beeld ook bij mij aanwezig was. Pas toen ik bekend werd met het feit dat Hindostanen in Suriname geen minderheid zijn, en ook niet onder Surinamers in Nederland, realiseerde ik mij wat een vertekenend beeld dit is. Sinds de volkstelling van 1972 zijn Hindostanen de grootste etnische groep in Suriname, gevolgd door Creolen en Javanen.

Volgens schattingen van professor Chan Choenni leefden er in 2015 349.978 Surinamers in Nederland. 45 procent was Hindostaans, 40 procent Creools, 7 procent Javaans, 3 procent Marron, 3 procent Chinees en 2 procent onbekend/overig. We moeten natuurlijk wel rekening houden met een aantal onzekerheden, denk aan kinderen van gemengd ras. Maar de cijfers laten zien dat Hindostanen de grootste groep vormen.

Toch associëren autochtone Nederlanders Surinamers slechts met Creolen. Dit doet geen recht aan de andere bevolkingsgroepen. Laat dit beeld een erfenis zijn van de jaren zeventig en tachtig, toen Creoolse Surinamers zeer prominent in de Nederlandse media verschenen. Laat de Nederlandse media ook onwetend zijn geweest over de culturele pluriformiteit van Suriname.

Juist bij Creoolse Surinamers valt op hoezeer zij raciaal en etnisch zijn gebleven

Ondertussen zijn we veertig jaar verder. Maar in de media blijft het oude stereotype beeld dominant. Dat is geen onwetendheid meer. Dat riekt naar een kwalijke raciale focus. Je mag niet zeggen dat de Nederlandse media raciaal zijn en heersende beelden en etnische dominantie in stand houden. Maar na veertig jaar kunnen zij zich niet meer beroepen op het mantra ‘Wir haben es nicht gewusst’.

Deze raciale selectie wijst echter ook op iets anders. Nogal wat Creoolse Surinamers zijn doorgebroken in de media. Je zou denken: ‘Zij weten het beter, zij zijn in staat om de culturele pluriformiteit voor het voetlicht te brengen.’ Maar juist bij deze Surinamers valt op hoezeer zij raciaal en etnisch zijn gebleven.

Zo laat de benefietavond van 8 juli een bijna anderhalf uur durend schouwspel zien van Creoolse en autochtone Nederlandse studio- en tafelgasten en artiesten. Een enkele Hindostaan en Javaan mocht enkele seconden een oproep doen om te doneren. Het verschilt niet veel van Humberto’s talkshow RTL Late Night, waarin voornamelijk alleen autochtone Nederlanders aan tafel schoven, soms afgewisseld met Creolen. Slechts een enkele keer schoof een bekende Nederlander met een migratieachtergrond aan, zoals burgermeester Aboutaleb. Ook tijdens het BNR-radioprogramma Ask Me Anything van Jörgen Raymann gebeurt hetzelfde.

Deze mediamensen hebben altijd de mond vol over hoe trots ze zijn op de diversiteit in Suriname en dat Nederland daarvan veel kan leren. Maar ze laten zelf niets van deze diversiteit zien. Je kunt wel klagen – vaak ook terecht – wanneer je gediscrimineerd wordt. Maar het is schijnheilig als je tegelijkertijd niets doet om andere etnische groepen – die ondertussen deel zijn gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving – erbij te betrekken.

Wat deze Bekende Nederlanders van kleur niet beseffen is dat hun eigen etnisch chauvinisme andere groepen op afstand zet. Een gemiste kans om een voortrekkersrol te spelen in het diverser maken van de Nederlandse media.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -