‘Turkije is tot op het bot verdeeld’

Foto: Reuters
‘Het definitieve einde kan zich dit jaar, volgend jaar of over een paar jaar voltrekken, dat is moeilijk in te schatten, maar het is duidelijk dat we ons in de late Erdogan-periode bevinden.’

In een tijd van economische malaise en zowel parlements als presidentsverkiezingen op komst (24 juni), lopen de politieke spanningen in Turkije weer hoog op. Terwijl president Recep Tayyip Erdogan tegenstanders en critici wegzet als ‘terroristen’ en ‘landverraders’, beloven oppositiepartijen een vreedzaam, veilig en welvarend Turkije zonder Erdogan. De afkeer van oppositiepartijen van Erdogan is groot. De nood is hoog. Zo hoog dat vier partijen die op verschillende vlakken tegenpolen van elkaar zijn, een alliantie zijn aangegaan om Erdogan van de troon te stoten. Hoe gaat het land eruitzien na 24 juni? Gaat de regering stemfraude plegen? Hoe groot zijn de economische problemen? Waarom onderdrukt de regering de Koerdische politieke beweging? Kunnen we een nieuwe coup(poging) verwachten? De Kanttekening vroeg dat en meer aan de godfather van de Turkse studies, hoogleraar Turkse Talen en Culturen aan de Universiteit Leiden, Erik-Jan Zürcher.

Foto: UNESCO. Turkoloog Erik-Jan Zürcher (Leiden, 1953) is hoogleraar Turkse Talen en Culturen aan de Universiteit Leiden. Hij studeerde Arabisch, Turks en Nieuw-Perzisch en doceerde Turks en Nieuw-Perzisch aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (heet sinds 1 september 2004 Radboud Universiteit Nijmegen). In 1984 promoveerde hij op het proefschrift ‘The unionist factor: the role of the Committee of Union and Progress in the Turkish national movement, 1905-1926’. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam staan, waaronder boeken zoals ‘Political opposition in the early Turkish Republic: the Progressive Republican Party, 1924-1925’ (1991), ‘Turkey: a modern history’ (1993) en ‘The Young Turk legacy and nation building’ (2010), boekhoofdstukken zoals ‘De Turkse paradox: religie in dienst van de seculiere staat’ (2006), ‘The Turkish perception of Europe: example and enemy’ (2008) en ‘The Balkan Wars and the refugee leadership of the early Turkish Republic’ (2014) en artikelen zoals ‘How Europeans adopted Anatolia and discovered Turkey’ (2005) in European Review, ‘The late Ottoman Empire as a laboratory of social engineering’ (2009) in Il Mestiere di Storico, ‘The socio-economic history of violence in the late Ottoman Empire’ (2013) in het Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis en ‘Macedonians in Anatolia: the importance of the Macedonian roots of the unionists for their policies in Anatolia after 1914’ (2014) in Middle Eastern Studies. Van ‘Turkey: a modern history’, een standaardwerk, zijn vertalingen verschenen in onder meer Nederlands, Turks, Grieks, Hebreeuws, Arabisch en Indonesisch. In juni 2005 ontving hij de Medal of High Distinction, een hoge Turkse onderscheiding. Hij kreeg de gouden medaille voor zijn inspanningen om de Nederlandse politiek en het publiek voor te lichten over Turkije. In 2016 gaf hij de onderscheiding terug ‘als protest tegen het dictatoriale wanbeleid van Erdogan’, zo schreef hij in een opiniestuk in de NRC. Van april 2008 tot november 2012 was hij directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. In 2008 werd hij gekozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Als Turkije-deskundige is hij vaak te gast in televisie- en radioprogramma’s. Hij is de zoon van Erik Zürcher, oud-hoogleraar Geschiedenis van Oost-Azië aan de Rijksuniversiteit Leiden (de naam van de Universiteit Leiden tot 1998).

De geschiedenis van Turkije kent meerdere perioden van repressie. Zo zijn na de coup van 1980 onder de militaire junta vijftig mensen geëxecuteerd en rond de vijfhonderdduizend mensen opgepakt. Als we de periode na de couppoging van 15-16 juli 2016, waarbij volgens de laatste cijfers bijna tachtigduizend mensen zijn gearresteerd, in een historische context plaatsen, valt de repressie nu dan mee of juist niet?
‘De huidige repressie heeft heel erg de vorm aangenomen van massazuiveringen, van onder meer het staatsapparaat, de media en het onderwijs. Het is te vergelijken met de periode na de coup van 1980, toen generaal Kenan Evren (1917-2005; de militaire junta benoemde hem na de coup tot de zevende president van Turkije, hij regeerde van 1980 tot 1989, red.) aan de macht was. Met één kanttekening, die moet je wel maken: onder Evren waren geweld en martelingen veel meer aan de orde van de dag. Je ziet nu dat mensen op basis van heel oppervlakkige redenen of zelfs zonder reden worden gearresteerd, ontslagen of hun paspoort verliezen. Je ziet dat mensen vaak eerst beschuldigd en vastgezet worden en vervolgens heel lang moeten wachten totdat hun zaak voor de rechter komt. Mensen die vervolgd worden bevinden zich in een situatie van extreme onzekerheid. Ze hebben ook nog eens te maken met sociaal isolement. Ze worden gemeden, omdat mensen bang zijn zich met hen te associëren. En specifiek zie je natuurlijk ook een verhevigde repressie van de Koerdische politieke beweging. Dan heb ik het niet over de PKK (Koerdische Arbeiderspartij, die op de Turkse, Europese en Amerikaanse terreurlijsten staat, red.), maar vooral de HDP (Democratische Partij van de Volkeren; democratisch-socialistisch, red.). De geïntensiveerde onderdrukking, die begon na de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015, heeft de HDP ernstig verlamd (Erdogans islamistische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling AKP behaalde bij deze verkiezingen bijna zevenenveertig procent en verloor daarmee haar absolute meerderheid, voor het eerst sinds haar oprichting in 2001 en eerste deelname aan de parlementsverkiezingen in 2002, terwijl de HDP een historische zege boekte door bijna vijftien procent binnen te slepen; vervolgens begon het regime een offensief tegen de Koerdische politieke beweging, dat verhevigde na de couppoging; duizenden HDP’ers zijn vastgezet, onder wie de twee leiders van de partij, Selahattin Demirtas en Figen Yüksekdag; het offensief richt zich ook op kleinere clubs, zoals de eveneens democratisch-socialistische Partij van de Democratische Regio’s DBP, red.). Dus, het moge duidelijk zijn dat de huidige repressie vrij extreme vormen heeft aangenomen. De periode na de coup van 1980, en dan vooral 1980-1983, was echter extremer, omdat de dimensie van fysiek geweld toen veel meer aanwezig was. Dat neemt niet weg dat dit zonder meer één van de heftigste perioden van repressie is in de naoorlogse (na de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945, red.) geschiedenis van Turkije.’

Veel Koerden, onder wie HDP’ers, beschouwen de PKK als een soort noodreactie op repressie. Ze spreken dan ook van een verzetsbeweging, niet van een terroristische organisatie. Wat is uw visie op de PKK?
‘De PKK is een gewapende beweging, oorspronkelijk voor de vestiging van een onafhankelijk marxistisch-leninistisch Koerdistan. De marxistisch-leninistische leer is door de jaren heen grotendeels vervangen door een ideologie van federalisme, autonomie en gedecentraliseerd bestuur, die in gevangenschap is uitgedacht door Abdullah Öcalan (leider en medeoprichter van de PKK die in 1999 is gearresteerd door de Turkse inlichtingendienst, red.). Natuurlijk is de PKK een verzetsbeweging. Maar dat wil niet zeggen dat de PKK in verschillende fasen van haar bestaan niet doelbewust daden van terreur heeft gepleegd. Wanneer noem je een beweging of organisatie terroristisch? Dat is heel sterk in the eye of the beholder. Eén van de terreurdaden van de PKK was bijvoorbeeld het vermoorden van onderwijzers en hun familieleden die naar het zuidoosten van Turkije waren gestuurd, maar bijvoorbeeld ook dorpswachters en hun familieleden. Dat heeft de PKK uitdrukkelijk op bevel van Öcalan gedaan. Op deze manier wilde de PKK tegengaan dat het Turkse onderwijs, met zijn Turks-nationalistische boodschap, zich in het zuidoosten zou verspreiden. De PKK heeft actief campagne gevoerd om onderwijzers, dorpswachters en hun familieleden dood te schieten. Andere daden van de PKK zijn op het randje. Bijvoorbeeld bussen met Turkse soldaten met verlof aanhouden en doodschieten, is dat een terreurdaad of oorlogshandeling? Dat is een grijze zone. Maar je kunt niet zeggen dat terreur het belangrijkste instrument van de PKK is. In de algehele geschiedenis van de beweging is terreur niet de hoofdmoot, niet de belangrijkste vorm van strijd. Dat is de reguliere guerrillastrijd tegen de krijgsmacht, vanuit de bergen. Die guerrillastrijd kun je geen terreur noemen. Het standpunt van Ankara dat álles wat de PKK doet en álle uitingen van begrip of sympathie voor de beweging automatisch terreur is, is irreëel.’

Ankara claimt dat de HDP een verlengstuk van de PKK is, de HDP ontkent dat. Wat is uw visie op de HDP?
‘De HDP is een politieke beweging, die van oorsprong weliswaar wel degelijk banden met de PKK heeft, maar door de jaren heen duidelijk een eigen lijn heeft ontwikkeld. Zelfs in die mate dat de koers van de HDP, maar ook die van haar voorgangers (pro-Koerdische partijen zoals de in 1990 opgerichte en in 1993 gesloten Arbeidspartij van het Volk HEP, de in 1991 opgerichte en in 1994 gesloten Democratiepartij DEP, de in 1994 opgerichte en in 2003 gesloten Democratische Partij van het Volk HADEP en de in 1997 opgerichte en in 2005 gesloten Volkspartij voor Democratie DEHAP, red.), lang niet altijd populair is geweest bij de PKK-leiding. De HDP en de PKK hebben een gemeenschappelijk ideaal, namelijk meer rechten voor de Koerden, maar de PKK-leiding in de bergen (het hoofdkwartier van de PKK bevindt zich in het Kandil-gebergte in Noord-Irak/Iraaks-Koerdistan, red.) heeft sterk haar twijfels over de manier waarop de HDP haar doelen wil bereiken, namelijk via de lokale en nationale politiek. Ik denk dat de banden tussen de HDP en de PKK zelfs minder nauw zijn dan indertijd die tussen de IRA (Iers Republikeins Leger; IRA is of was de naam van meerdere Ierse republikeinse paramilitaire organisaties, waaronder de eerste IRA in de periode 1919-1922 en de nog actieve Continuity IRA en de Real IRA; Zürcher refereert naar de bekendste IRA: de in 1969 opgerichte Provisional IRA, die een permanente wapenstilstand afkondigde in 1997 en in 2005 ontwapende onder internationaal toezicht, red.) en Sinn Féin (‘wijzelf’ in het Iers; in 1905 opgerichte Ierse republikeinse, democratisch-socialistische politieke partij, red.). Als je kijkt naar de balans tussen de HDP en de PKK: welke van de twee zwaarder gaat wegen en onafhankelijker gaat optreden, heeft ook heel erg te maken met de ruimte die ze krijgen van de staat. Hetzelfde gold voor Sinn Féin en de IRA. Sinn Féin is uiteindelijk belangrijker geworden dan de IRA, vooral dankzij het vruchtbare vredesproces met de Britten, dat ertoe leidde dat Sinn Féin de ruimte kreeg politiek te voeren. Zo werd politiek belangrijker dan militaire strijd. Het is nog maar zeer de vraag of het ook zo zal gaan in Turkije. Het leek even dat het die kant opging (door het uiteindelijk mislukte vredesproces tussen de staat en de PKK in de periode 2005-2015, waar het in 2013 aangekondigde ‘democratiseringspakket’ onderdeel van was, red.), maar sinds de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015 gaat het dus weer helemaal de andere kant op. Als de politieke arena voor de Koerdische politieke beweging, waarin een populaire partij zoals de HDP binnen de kaders van de rechtsstaat successen kan behalen, grotendeels of volledig verdwijnt, dan gaat de PKK natuurlijk weer veel zwaarder wegen. De PKK kan dan zeggen ‘zie je wel, wij hebben gelijk, doelen bereiken via de politiek is in Turkije een illusie, het is naïef’.’

Foto: Reuters

Is het in het voordeel van de Turkse staat dat de PKK sterk is, zodat de Koerdische politieke beweging geen kans krijgt om te groeien?
‘Het is in het voordeel van de staat of specifieker gezegd, bepaalde onderdelen van de staat, vooral het veiligheidsapparaat, dat het conflict met de PKK aan de gang blijft. Dat omdat binnen het complex van de veiligheidsstaat, met zijn nadruk op de nationale veiligheid als belangrijker dan wat dan ook, veiligheidsorganen zoals de nationale veiligheidsraad, het leger, de gendarmerie, de inlichtingendiensten en de politie, erg veel invloed hebben. Die veiligheidsstaat, waarbinnen het veiligheidsapparaat als het ware een ‘staat binnen de staat’ vormt, is een product van de Koude Oorlog (1947-1991, red.). Het is opgebouwd vanaf de jaren vijftig, onder leiding van Amerika. Door een beroep te doen op de nationale veiligheid kan de ‘staat binnen de staat’ zich vrijwel overal mee bemoeien. Dat zag je tijdens de Koude Oorlog bijvoorbeeld ook in landen in Latijns-Amerika. Hoewel de Koude Oorlog allang tot een eind is gekomen, is in Turkije de veiligheidsstaat gewoon blijven bestaan. De veiligheidsstaat is van begin jaren negentig tot nu toe grotendeels gehandhaafd door een beroep te doen op het beschermen van Turkije tegen het gevaar van de PKK. De PKK is dus zonder meer van belang voor de ‘staat binnen de staat’. Het belang is misschien niet dat de PKK sterk is, maar wel dat de strijd tegen de PKK doorgaat.’

Er staan zowel parlements- als presidentsverkiezingen voor de boeg in Turkije. Een analyse van de uitslagen van alle voorgaande verkiezingen in het land laat duidelijk zien dat de politieke verhoudingen een grote continuïteit kennen.
‘Zeker. Turkije is tot op het bot verdeeld. De politieke tweedeling in de maatschappij oftewel de indeling van het electoraat is echter heel stabiel. Partijen worden verboden, heropgericht, krijgen een andere naam, waardoor het allemaal verwarrend lijkt, maar de onderliggende stabiliteit is duidelijk zichtbaar. Sinds de eerste vrije parlementsverkiezingen in het land, in 1950, behaalt rechts, conservatief-religieus, nationalistisch Turkije, in de vorm van één of meerdere partijen, structureel, zonder uitzonderingen, een absolute meerderheid. Dat ten koste van linksere partijen, zoals de huidige grootste oppositiepartij, de door Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938, red.) opgerichte centrum-linkse, secularistische, kemalistische CHP (Republikeinse Volkspartij, red.). De CHP had tot de invoering van het meerpartijenstelsel in 1946 een monopoliepositie, maar na de allereerste en heel oneerlijke parlementsverkiezingen op 21 juli in het hetzelfde jaar, die de partij driehonderdvijfennegentig van de vierhonderdvijfenzestig zetels opleverde, heeft ze nooit meer een absolute meerderheid behaald. Als je kijkt naar de verkiezingsresultaten van de afgelopen twee decennia, dan zie je dat de partij een plafond heeft van vijfentwintig tot dertig procent. Veel meer kiezers kan de partij niet aantrekken.’

Wat is uw prognose voor de parlementsverkiezingen? Verliest de AKP haar absolute meerderheid?
‘De AKP gaat vermoedelijk minder stemmen behalen. Deels door de zeer slechte economische situatie en deels doordat er voor het eerst sinds de verkiezingen van 2012 een serieuze concurrent is bijgekomen op rechts, de Iyi Parti (Goede Partij; nationalistisch, liberaal-conservatief, red.) van Meral Aksener, ex-lid van de nationalistische MHP (Partij van de Nationalistische Beweging, red.) die namens die partij diende als minister van Binnenlandse Zaken (1996-1997, red.). In tegenstelling tot de CHP kan de Iyi Parti wel een significant deel van de doelgroep van de AKP aanspreken. De steun van MHP-leider Devlet Bahceli heeft de MHP gespleten. Maar dat heeft uiteindelijk goed uitgepakt voor de Iyi Parti. Zonder het besluit van Bahceli in bed te gaan liggen bij Erdogan, zou Aksener deze gouden kans wellicht nooit hebben gekregen. Het heeft haar de mogelijkheid gegeven haarzelf en haar partij te profileren als een nieuw, fris rechts alternatief. Aksener en haar partij zijn duidelijk bezig aan een opmars. Bovendien heeft de partij zich onder de noemer ‘volksalliantie’ verenigd met drie andere oppositiepartijen, de CHP, de SP (Gelukzaligheidspartij; islamistisch, Milli Görüs, red.) en de DP (Democratische Partij, liberaal-conservatief, red.). Voor de HDP is geen ruimte binnen de alliantie. Dit bondgenootschap maakt een serieuze kans een absolute meerderheid te behalen, maar alleen in samenwerking met de HDP als die boven de kiesdrempel van tien procent komt. Ik verwacht dat de AKP een kleiner deel van de rechtse, conservatief-religieuze, nationalistische doelgroep weet aan te spreken dan bij de vorige parlementsverkiezingen, van 1 november 2015 (de AKP behaalde toen bijna vijftig procent, red.). Ik vermoed dat de partij moeite zal hebben om veertig procent te behalen. Ik denk dat ze ergens tussen de vijfendertig en veertig procent uitkomt en dus haar absolute meerderheid verliest. Als dat inderdaad gebeurt, dan is het nog maar heel erg de vraag of de ‘volksalliantie’ een stabiele coalitie kan vormen en kan samenwerken met de HDP. Het probleem is namelijk dat de vier partijen van de alliantie plus de HDP op verscheidene vlakken botsen met elkaar. Het is zeer opmerkelijk en uniek dat de vier partijen überhaupt een alliantie hebben gevormd. Ze werken eigenlijk alleen maar samen, omdat ze alle vier een afkeer hebben van Erdogan. De nood is hoog. Erdogan heeft ze bij elkaar gejaagd. De CHP en de SP bijvoorbeeld zijn regelrechte tegenpolen. Een mogelijk scenario is daarom dat een strijd uitbreekt binnen de alliantie, de kans daarop is zeker niet gering. Een ander mogelijk scenario is dat de AKP delen van de alliantie losweekt en naar zich toetrekt.’

Foto: Yenicag. Meral Aksener (links) & Muharrem Ince.

En de presidentsverkiezingen?
‘Die zijn minstens zo belangrijk als de parlementsverkiezingen, omdat Turkije overgaat op een presidentieel systeem dat de president veel meer macht geeft. Erdogan heeft natuurlijk niet eens in zijn ergste nachtmerries gedacht dat hij dat presidentieel systeem voor een ander zou invoeren. Zoals het er nu naar uitziet, denk ik niet dat Erdogan in de eerste ronde wordt verkozen. Dan zal hij het dus in de tweede ronde moeten opnemen tegen de oppositiekandidaat met de meeste stemmen. De grootste kanshebbers onder de vijf oppositiekandidaten zijn Aksener en Muharrem Ince (CHP, red.). Ince lijkt momenteel de beste papieren te hebben. Het probleem is dat in de tweede ronde de oppositiekandidaat alleen kans maakt als heel de oppositie achter hem of haar gaat staan, en dan met de HDP erbij, want de Koerdische stem zal mogelijk beslissend zijn. Diverse vragen zijn dan van belang, ik geef twee voorbeelden. Als Aksener de meeste stemmen krijgt, zullen de kiezers van de democratisch-socialistische HDP stemmen op haar, met haar achtergrond in Turks-nationalisme? Als Ince de meeste stemmen krijgt, zullen de kiezers van de islamistische SP stemmen op hem, een uitgesproken secularist? Moeilijke vragen. Ik denk dat Erdogan uiteindelijk toch wint in de tweede ronde, zeker als zijn tegenkandidaat Ince is.’

Verwacht u dat de AKP gaat sjoemelen met stemmen? Bij de laatste paar verkiezingen, vooral het grondwetsreferendum van 16 april 2017, waren er veel meldingen van stemfraude.
‘Turkije had sinds de jaren vijftig een heel goede reputatie wat betreft eerlijke verkiezingen. Verkiezingen waren behoorlijk eerlijk, vooral vergeleken met veel andere landen met een jonge democratie. De afgelopen jaren is dat dus veranderd. Op verkiezingsdag gaat het regime sowieso stemfraude plegen. De grip op de media maakt het uiteraard gemakkelijker daarmee weg te komen, maar vooral ook de nieuwe kieswet, voornamelijk omdat de rol van ambtenaren, die beïnvloed kunnen worden door het bewind, in de verkiezingen veel groter is geworden, niet afgestempelde kiesbiljetten beschouwd worden als geldig en stembussen overgebracht kunnen worden naar ander kiesdistricten voor telling. Ik denk echter niet dat de stemfraude zodanig zal zijn dat het de parlementsverkiezingen zal beslissen. Het zal de AKP waarschijnlijk een paar procent helpen, natuurlijk zijn dat veel stemmen in een land met zo’n grote bevolking als Turkije, maar zoals ik al eerder zei denk ik dat de AKP moeite zal hebben veertig procent te behalen, dat is veel te ver af van een absolute meerderheid om de verkiezingen met stemfraude te beslissen. Wat betreft de parlementsverkiezingen ligt het anders. Als de oppositie zich wel verenigt in de tweede ronde en het heel spannend wordt, dan kan de stemfraude wel het verschil maken.’

Stemfraude, een in de geschiedenis van Turkije ongeëvenaarde grip op de media en vele andere zaken, zoals de noodtoestand die sinds de couppoging van kracht is, zijn in het voordeel van Erdogan en de AKP. Als de AKP ondanks dat toch haar absolute meerderheid verliest, dan lijkt me dat dat beschouwd moet worden als een absoluut gigantische afstraffing van historische proporties.
‘Zeker. Het mediamonopolie van het regime is één van de grootste oneerlijkheden rond de verkiezingen. Erdogan is extreem vaak op tv en radio en staat bijna dag in dag uit op de voorpagina’s van kranten. Ook online, onder meer op sociale media, is het regime uitermate dominant. De oppositie krijgt vrijwel geen ruimte, sowieso niet in de belangrijkste populaire media en zelfs niet in de staatsmedia, zoals persagentschap AA en omroep TRT, die ook op de hand van Erdogan zijn. Aksener, die Erdogan als zijn gevaarlijkste tegenstander beschouwt, blijft volledig buiten beeld. Deze ongelijke behandeling is natuurlijk schandalig.’

Turkije bevindt zich niet alleen in een politieke en maatschappelijke, maar ook economische malaise. De lira is gekelderd naar een historisch dieptepunt. Wat is er precies aan de hand met de economie en hoe belangrijk was dat voor Erdogan om de verkiezingen bijna anderhalf jaar eerder te laten plaatsvinden?
‘De economische situatie is de voornaamste reden dat de verkiezingen vervroegd zijn. Erdogan heeft de economische situatie goed ingeschat. Daarmee bedoel ik: het feit dat hij de verkiezingen eerder laat plaatsvinden is inderdaad in zijn voordeel. Want de gevolgen van de economische problemen zijn nu niet merkbaar genoeg. Ze zullen zich pas na de verkiezingen écht manifesteren. Tot 3 november 2019, de originele datum van de verkiezingen, had Erdogan het economisch gezien nooit vol kunnen houden. Een aantal structurele problemen maakt de Turkse economie heel kwetsbaar, de belangrijkste zijn: tekort op de handelsbalans, tekort op de betalingsbalans, inflatie en overinvestering. Erdogan is druk bezig de economie op te pompen, vooral sinds de couppoging. Hij pompt op allerlei manieren geld in de economie om de economische groei voort te zetten, maar hij weet dondersgoed dat dat niet vol te houden is, en zeker niet tot november volgend jaar. De hamvraag in dit soort gevallen is altijd: hebben de internationale investeerders het idee dat de autoriteiten weten wat er precies aan de hand is en hoe ze moeten reageren? Dat is altijd beslissend. Denk maar aan de voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, die in 2012 ondubbelzinnig verklaarde whatever it takes te doen om de eurozone te beschermen. ‘Dus houd maar op met speculeren, want je bent kansloos’, was de boodschap. En het werkte. Zo’n geluid komt niet uit Ankara. De internationale investeerders hebben er geen vertrouwen meer in dat de Centrale Bank en de regering van Turkije de economische problemen kunnen of willen aanpakken. De Centrale Bank en de regering spreken niet met één mond, ze spreken elkaar tegen. De Centrale Bank weet heel goed dat de rentetarieven verhoogd moeten worden, maar Erdogan is vanuit politieke en religieuze motieven heel sterk tegen rente. Denk maar aan het feit dat hij zo vaak refereert naar de zogenaamde faiz lobisi (‘rentelobby’ in het Turks, red.). Hij geeft de voorzitter van de Centrale Bank, maar ook andere sleutelfiguren, zoals zijn minister van Financiën Mehmet Simsek, die wel degelijk competent zijn, niet de ruimte maatregelen te treffen. Dat zien die internationale investeerders, daarom trekken ze leningen en investeringen terug uit Turkije, ze dumpen de lira. Wie ook aan de macht komt na de verkiezingen zal heel drastische maatregelen moeten nemen, die de bevolking zullen treffen in haar koopkracht, zoals kredietbeperkingen, ook op creditcards, en renteverhogingen. Dat zal leiden tot een koopkrachtcrisis. Het volk zal flink wat welvaart verliezen. Daarom heeft Erdogan zulke maatregelen niet genomen, hij wil immers de verkiezingen winnen.’

Wat hangt Erdogan zoal boven het hoofd als hij het presidentschap kwijtraakt?
‘Het lijkt erop dat hij dan inderdaad voor de rechter moet komen, waarschijnlijk sowieso voor twee dingen, machtsmisbruik oftewel ongrondwettelijk handelen en corruptie. Dat geldt ook voor een kring van mensen om hem heen.’

Foto: AP

Het corruptieschandaal van 2013 vormt een keerpunt in de banden tussen het regime en de beweging van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen. Tot 2013 werkten gülenisten nauw samen met het regime. Na het schandaal, dat aan het licht zou zijn gebracht door een team geleid door vermeende gülenistische aanklagers, riep Ankara de beweging officieel uit tot een terroristische organisatie en houdt haar verantwoordelijk voor de couppoging, met Gülen als vermeend meesterbrein. Gülen ontkent in alle toonaarden de aantijgingen. Velen in Turkije geloven echter het narrative van de autoriteiten. Dat verklaart deels dat er zo weinig solidariteit is met de tienduizenden gülenisten die zijn gevangengezet of ontslagen. Angst speelt natuurlijk ook een rol. De nauwe samenwerking van gülenisten met het bewind vóór het corruptieschandaal heeft er ook duidelijk mee te maken, hoe belangrijk is die factor?
‘Heel belangrijk. Het is de belangrijkste reden voor het gebrek aan solidariteit. Gülenisten trokken zo’n tien jaar lang hand in hand op met het regime en knapten het vuile werk op. Ze stelden zich op als de bloedhonden van het regime. Daarmee verbonden ze zich heel nauw aan het regime en maakten zich daar voor hun voortbestaan heel erg afhankelijk van. De twee belangrijkste voorbeelden van het vuile werk zijn de door gülenisten georganiseerde politieke processen Ergenekon en Balyoz (Ergenekon – plaats in de valleien van het Altaj-gebergte in Centraal-Azië waar volgens de pre-islamitische Turkse mythologie de wortels van de Turkse beschaving liggen – en Balyoz – ‘moker’ in het Turks – zouden de namen zijn van vermeende coupplannen om Erdogan af te zetten; Ergenekon zou tevens de naam zijn van de vermeende geheime organisatie achter de vermeende coupplannen, red.). Gülenisten hebben hun ziel verkocht aan het regime en daarmee een groot gat gecreëerd tussen hun beweging en groepen, organisaties en bewegingen die kritisch staan tegenover het regime. Daardoor krijgt de beweging nu zo weinig steun en heeft ze niet veel reputatie meer over. Ironisch. Als de Erdogan-periode aan haar eind komt, dan zal dat dan ook niet leiden tot het herstel van de Gülen-beweging. En hoe je het ook wendt of keert, we bevinden ons in de eindfase van de Erdogan-periode. Het definitieve einde kan zich dit jaar, volgend jaar of over een paar jaar voltrekken, dat is moeilijk in te schatten, maar het is duidelijk dat we ons in de late Erdogan-periode bevinden.’

Zowel veel AKP’ers als gülenisten staan kritisch tegenover Atatürk, ze beschouwen hem als een onderdrukker van de islam en moslims. Er zijn meerdere andere overeenkomsten tussen gülenisten en AKP’ers. In hoeverre lijken de Gülen-beweging en de AKP op elkaar?
‘De Gülen-beweging komt voor uit de Nurcu-beweging van Said Nursi (1877-1960, red.). Nursi en zijn volgelingen zijn onderdrukt door Atatürk. Nursi ontwikkelde zich van de jaren twintig tot vijftig tot de belangrijkste ideologische tegenstander van Atatürk. De Nurcu-beweging is heel nationalistisch, Turks-nationalistisch, terwijl Nursi zelf Koerdisch was. Nursi nam actief deel aan de oorlog tegen de Russen. Hij heeft zelfs een vrijwilligersleger tegen de Russen geleid. De AKP komt voort uit de Milli Görüs-beweging. Net als de Nurcu-beweging heeft Milli Görüs haar wortels in het denken van de Nakshibendi-mystieke orde. De Gülen-beweging en de AKP hebben veel overeenkomsten in hun idee over de ideale maatschappij: een ontwikkelde, welvarende, moderne, maar zeer vrome maatschappij gegrondvest op islamitische regels en waarden. Of dat binnen een seculiere staat kan volgens de twee clubs, ja of nee, dat is niet helemaal duidelijk. Noch de Gülen-beweging noch de AKP hebben zich openlijk tegen de seculiere staat verklaard, maar ze zijn wel beide duidelijk voor islamisering van de maatschappij. Hun strategieën om dat te bereiken verschillen. De Gülen-beweging volgt een bottom-up approach, de AKP volgt een top-down approach. Verder was de AKP minder nationalistisch dan de Gülen-beweging. Was, omdat dat inmiddels is veranderd. Het maakt heel erg uit of je het hebt over de AKP van tien jaar geleden of de AKP van nu. De AKP van tien tot vijftien jaar geleden onderscheidde zich nou juist van de nationalisten door haar discours van openheid en dialoog, het idee van ‘we kunnen elkaar vinden, want we zijn allemaal moslims en inwoners van Turkije’.’

Toen vond ook het vredesproces met de Koerden plaats. Onderdeel daarvan waren onderhandelingen met de PKK. Gülenisten hadden daar toen heel veel kritiek op.
‘Precies. Na de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015 sloeg de AKP een heel ander pad in. Sindsdien heeft Erdogan heel sterk het nationalisme omarmd. Bij de Gülen-beweging is nu het omgekeerde het geval, omdat de beweging het slachtoffer is geworden van de staat. De rollen zijn omgedraaid. Nu is het de Gülen-beweging die een discours van openheid en dialoog promoot. Dat komt niet helemaal uit de lucht vallen, omdat de beweging daar ook eerder voor pleitte, maar zeker niet zo duidelijk als nu. Zo kwam Gülen in 2013 tijdens de Gezi-protesten, die door Erdogan met harde hand zijn neergeslagen, met een boodschap van dialoog. Hij pleitte voor een vreedzame reactie in plaats van geweld en onderdrukking. Dat is hem zeer kwalijk genomen door Erdogan.’

In Turkije bestaan uiteenlopende weergaven van Atatürk. Hoe zit dat precies?
‘Mensen zien Atatürk zoals ze hem het liefst willen zien. Politici kleuren hem in op een manier die hen het beste uitkomt. Er is de linkse, anti-imperialistische Atatürk: strijder voor volkssoevereiniteit. De liberale Atatürk: in de traditie van de Verlichting. De ultra-nationalistische Atatürk: een soort super basbug (‘opperleider’ in het Turks; de bijnaam van Alparslan Türkes – 1917-1997 –, de oprichter van de MHP en de aan de partij gelieerde Grijze Wolven, red.). En er is, gek genoeg, ook de religieuze Atatürk, die vaak biddend wordt afgebeeld. Dat kan door de twee verschillenden fasen in zijn leven van elkaar te scheiden. De Atatürk die onder veel religieuzen een heel slechte naam heeft en vaak gehaat wordt, is de Atatürk die in de jaren twintig en dertig van Turkije een seculiere staat heeft gemaakt en de islam uit het publieke leven heeft proberen te verbannen. De andere, vroegere Atatürk is de Atatürk van de milli mücadele (‘nationale strijd’ in het Turks, red.), de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog (1919-1923, red.), die als leider van de Anatolische, Ottomaanse moslims de vijanden, onder wie de Britten, de Fransen, de Italianen, de Armeniërs en de Grieken, heeft verslagen en het land heeft uitgejaagd. Dat is de Atatürk die Erdogan telkens naar voren schuift.’

Foto: Facebook. Mustafa Kemal Atatürk als ‘basbug’.

U verklaarde tegenover de NOS dat het ‘zeer onwaarschijnlijk’ is dat Gülen achter de couppoging zit en ‘openlijk geweld’ gebruiken ‘niet de manier van werken’ van zijn beweging is. Wie zit er dan wel achter?
‘Een alliantie tussen verschillende delen van het leger, onder wie individuele of groepjes gülenisten, secularisten, nationalisten en opportunisten.’

Is er een kans dat een nieuwe coup(poging) wordt gepleegd in het land?
‘Het leger is heel erg gedesorganiseerd en gedemoraliseerd. Een coup kan eigenlijk alleen maar slagen als een groot deel van het leger meedoet. Daarom denk ik dat kans op een coup of een poging daartoe, minimaal is. Maar ik zeg je er heel eerlijk bij, als je me deze vraag vóór 15 juli 2016 had gesteld, had ik je hetzelfde verteld. Ook toen was ik ervan overtuigd dat het in Turkije niet meer kon voorkomen, dat het iets uit het verleden was.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme, internationale betrekkingen en Turkije.