‘Het Gülen-tijdperk in Turkije is voorbij’

Foto: Reuters
‘Gülenisten bereikten een punt waarbij ze dachten dat ze alles konden flikken, daardoor overspeelden ze hun hand.’

Turkije haalt regelmatig de Nederlandse media, vooral sinds de couppoging van 15-16 juli. De kennis van de meeste Nederlanders over het land gaat echter niet verder dan algemene feiten. Voor een dieper inzicht sprak de Kanttekening de gerenommeerde Britse Turkije-expert Gareth Jenkins, onder meer over Turkije’s verslechterde relatie met de NAVO, Recep Tayyip Erdogans toenadering tot Vladimir Poetin, het verleden en de toekomst van Fethullah Gülens Hizmet-beweging, het doel van de zuiveringen binnen het Turkse leger en de belangrijkste implicaties van de Koerdische opmars in Noord-Syrië voor Turkije.

Foto: Center for Turkey Studies. Gareth Jenkins is schrijver en analist, gespecialiseerd in Turkije. Hij is verbonden aan het trans-Atlantische onderzoeks- en beleidscentrum Central Asia-Caucasus Institute & Silk Road Studies Program, dat gelieerd is aan de denktanks Institute for Security and Development Policy en American Foreign Policy Council. Hij woont sinds 1989 in Istanbul. In zijn eerste tien jaar in Turkije werkte hij als journalist voor diverse internationale media. Hij deed verslag van een breed scala aan politieke, economische en sociale kwesties in Turkije en de regio waarin het land zich bevindt. Hij schreef onder meer de boeken Context and circumstance: the Turkish military and politics (2001), ‘Political Islam in Turkey: running West, heading East?’ (2008) en ‘Between fact and fantasy: Turkey’s Ergenekon investigation’ (2009).

De Turkse oppositie is verdeeld en daardoor zwak. Ze is er niet in geslaagd effectief tegengewicht te bieden aan Erdogans autocratische beleid. In hoeverre is de oppositie verantwoordelijk voor de zorgwekkende staat waarin het land verkeert?
‘De oppositie is voor een groot deel verantwoordelijk voor de huidige situatie. De grootste oppositiepartij, de CHP (Republikeinse Volkspartij; kemalistisch, red.), bestrijdt vooral zichzelf, in plaats van Erdogan en de AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling; islamistisch, red.). De CHP is ongeorganiseerd, incompetent en ineffectief en vormt daarom geen bedreiging voor het regime. Ze heeft gefaald effectieve maatregelen tegen Erdogan te nemen. De recente gerechtigheidsmars van Ankara naar Istanbul onder leiding van CHP-leider Kemal Kilicdaroglu, is een uitzondering. Het is een effectief initiatief dat de AKP bang en ongerust heeft gemaakt, voor het eerst. De andere grote oppositiepartij, de MHP (Partij van de Nationalistische Beweging; nationalistisch, red.), heeft zich onderworpen aan Erdogan. De leider van deze partij, Devlet Bahceli, doet alles wat Erdogan wil. Daarmee stelt Bahceli zijn eigen politieke carrière boven het belang van zijn partij.’

Naast de islamisten zijn er in Turkije ook nog altijd veel mensen die zich vereenzelvigd voelen met de idealen van de oprichter van de republiek, Mustafa Kemal Atatürk. Wat is een sterkere ideologische kracht in de Turkse samenleving, het islamisme of het kemalisme?
‘Momenteel domineert het islamisme, en dan meer het Moslimbroederschap-islamisme dan het islamisme van salafistische terreurorganisaties zoals IS en al-Qaeda. Niet persé omdat het islamisme een sterkere ideologische kracht is dan het kemalisme, maar omdat het kemalisme grotendeels is uitgesloten van de politieke macht, terwijl het islamisme onder leiding van Erdogan de volledige kracht van de staat achter zich heeft. Erdogan beheerst niet alleen alle instituties van de staat, maar ook bijvoorbeeld de media en het onderwijssysteem. Verder zijn de kemalisten onderling sterk verdeeld en ongeorganiseerd. Ze zijn er niet in geslaagd een coherent politiek platform op te zetten om de verschillende groepen kemalisten te verenigen. Hun grootste probleem is echter dat ze niet eens Atatürks belangrijkste basisprincipe, namelijk het moderniseren van Turkije op het gebied van onder meer de economie, echt hebben verinnerlijkt en toegepast. Sommigen kemalisten willen het land überhaupt niet moderniseren, maar terugbrengen naar het verleden. Dat is merkwaardig, aangezien het niet is wat Atatürk voor ogen had. Daarom zijn de kemalisten zelf hun grootste vijand. Het is dan ook niet zo moeilijk voor de islamisten om zichzelf te presenteren als modern, in ieder geval moderner dan de kemalisten. Dat deed de AKP heel effectief in haar eerste regeringsjaren. Nu is dat veranderd, omdat Erdogans huidige beleid wordt gedomineerd door het neo-ottomanisme.’

Hoe seculier is Turkije?
‘Onder Atatürk was de republiek relatief seculier, hoewel het gros van de bevolking de seculiere principes niet deelde. Dat had te maken met meerdere factoren. Met name het feit dat het secularisme niet succesvol geëxporteerd kon worden van de seculiere klasse in steden naar de rest van de samenleving, vooral vanwege het zeer grote aantal analfabeten onder de bevolking. Na de overgang naar het meerpartijenstelsel in 1946 raakt het secularisme uitgehold, omdat politici de massa, die grotendeels bestaat uit moslims, willen aanspreken om zo veel mogelijk stemmen binnen te halen. De afgelopen circa veertig jaar is de republiek steeds minder seculier geworden. Nu is de republiek minder seculier dan ooit, sinds haar oprichting in 1923, en kan eigenlijk nog nauwelijks seculier genoemd worden. Eén van de vele factoren waaruit dat blijkt, is het feit dat een volledig seculiere staat op gelijke afstand staat tegenover alle religies. Het is onmogelijk te zeggen dat dat nu het geval is in Turkije. De AKP marginaliseert andersdenkenden door agressief het Moslimbroederschap-islamisme te promoten. Maar dat is geen onomkeerbaar proces. Het zal wat tijd kosten, maar het tij zal binnen zo’n twintig tot dertig jaar zeker keren, wellicht eerder. De belangrijkste factor daarbij zal technologie zijn. Het is vrijwel onmogelijk de technologisering van de samenleving te stoppen, zolang er geen nucleaire apocalyps of zoiets plaatsvindt. Hoe meer mensen toegang krijgen tot technologie, des te moeilijker het zal zijn het volk te brainwashen met een bepaalde ideologie.’

Groepen die worden gemarginaliseerd zijn onder anderen de alevieten, andere niet-soennitische moslims en niet-moslims. Het Presidium voor Religieuze Zaken, Diyanet, speelt daarin een belangrijke rol.
‘Absoluut. Daarom moet Diyanet opgeheven worden. Het hoort niet thuis in een ware democratie en seculiere staat. De AKP gebruikt Diyanet als een instrument om mensen te controleren, vooral Turken in Europa. In Europa heeft Erdogan natuurlijk geen politie, rechterlijke macht en andere staatsapparaten om invloed uit te oefenen en zijn macht te consolideren en uit te breiden, zoals hij dat doet in Turkije, dus gebruikt hij in Europa daarvoor behalve de inlichtingendienst, de MIT, ook Diyanet. Hij gebruikt Diyanet als een instrument van intimidatie, gericht op het verzamelen van inlichtingen over critici, vooral in West-Europa. Op die manier creëert hij een klimaat van angst om critici te dwingen zelfcensuur te plegen. Ervoor zorgen dat critici zelfcensuur plegen is veel effectiever dan hun zelf direct te censureren.’

Wat is je advies aan Europese regeringen in deze zaak?
‘Als Erdogan doorgaat met het gebruiken van Diyanet als een politiek instrument, moeten Europese regeringen hun overeenkomsten met Ankara over de rol van het instituut herzien en zo nodig annuleren.’

Verscheidene onderzoeken tonen aan dat het salafisme steeds meer voet aan de grond krijgt in Turkije. Sommigen beweren dat dat komt doordat de AKP het salafisme promoot, klopt dat?
‘Het aantal salafistische organisaties en sympathie voor het salafisme groeien in Turkije, maar de salafisten vormen nog altijd een kleine minderheid in het land. Er is sterk behoefte aan een nationaal deradicaliseringsprogramma. De regering moet zo’n programma opstellen. Ik denk echter niet dat Erdogan opzettelijk bijdraagt aan de groei van het salafisme. Hij wil een islamistischer Turkije, maar hij wil niet dat de salafisten de boel overnemen.’

Je bent niet alleen felle een criticus van Erdogan en de AKP, maar ook van de man en de beweging die door Erdogan zijn uitgeroepen tot de grootste vijanden van Turkije, Gülen en de Hizmet-beweging. Wat zijn je grootste zorgen over Gülen en de Hizmet-beweging?
‘Voor de duidelijkheid, ik maak onderscheid tussen de Gülen-activisten die zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten en de Gülen-sympathisanten die dat niet hebben gedaan. De laatste groep kan zich vinden in zijn boodschap, maar onderneemt verder geen actie. Allemaal haten ze mij waarschijnlijk, maar dat is een ander verhaal. De boodschap die Gülen verkondigt, namelijk geweldloosheid, dialoog, enzovoorts, spreekt veel mensen aan. Daarom heeft hij zo veel volgers. Maar als je kijkt naar de praktijk, naar wat gülenisten hebben gedaan in Turkije, dat is onverenigbaar met hun publieke boodschap. Gülenisten namen onder meer de inlichtingendiensten, het politieapparaat, een groot deel van de rechterlijke macht en de media over, lieten mensen gevangenzetten op basis van gefabriceerde beschuldigingen en intimideerden mensen die Gülen bekritiseerden, onder wie ikzelf, mijn telefoons werden afgetapt, ik werd gevolgd en kreeg doodsbedreigingen. Erdogan gaf hun de mogelijkheid dat te doen. Erdogan en de rest van het AKP-leiderschap kunnen hoog of laag springen, ontkennen dat ze daarvan op de hoogte waren, maar ze wisten precies wat er aan de hand was. Ik werd aangevallen, omdat ik erover schreef. Leden van de beweging hebben een waslijst aan misdaden gepleegd. Ze hebben een hoop levens kapotgemaakt.’

Is de invloed van de Hizmet-beweging in Turkije definitief geneutraliseerd of bestaat de kans dat de beweging een comeback maakt?
‘Ik verwacht geen comeback. In de oud-Griekse literatuur komen vaak personages voor die alles lijken te hebben, maar uiteindelijk met niets achterblijven, vanwege slechte karaktereigenschappen, zoals overmoed, waardoor ze denken dat ze met alles weg kunnen komen. Daar kun je het mee vergelijken. Gülenisten bereikten een punt waarbij ze dachten dat ze alles konden flikken, daardoor overspeelden ze hun hand. Tijdens de door hen georganiseerde schijnprocessen Ergenekon en Balyoz (Ergenekon – plaats in de valleien van het Altaj-gebergte in Centraal-Azië waar volgens de pre-islamitische Turkse mythologie de wortels van de Turkse beschaving liggen – en Balyoz – Turks voor ‘moker’ zouden de namen zijn van vermeende coupplannen om Erdogan af te zetten; Ergenekon zou tevens de naam zijn van de vermeende geheime organisatie achter de vermeende coupplannen, red.), die gesteund werden door Erdogan, waren ze nog voorzichtig, maar ze gooiden uiteindelijk alle remmen los en richtten hun pijlen op Erdogan middels corruptieonderzoeken. Het was intussen al overduidelijk dat ze politieke motieven hadden.’

Het bewijs van corruptie tegen Erdogan en zijn naasten is toch heel solide?
‘Ja. De corruptiebeschuldigingen zijn grotendeels waar, maar de timing van het naar buiten brengen van het bewijs is merkwaardig. Gülenisten deden dat namelijk als reactie op de toen nog relatief milde maatregelen van Erdogan tegen hun groeiende invloed, zoals enkele kleinschalige zuiveringen. Dus op het moment dat hun relatie met Erdogan verslechterde, probeerden ze hem af te zetten middels corruptieonthullingen. Dat toont aan dat ze niet oprecht waren. Als ze oprecht waren hadden ze het corruptiebewijs eerder naar buiten gebracht, niet nadat ze op slechte voet kwamen te staan met Erdogan. Maar om een lang verhaal kort te maken, zoals het er nu naar uitziet heeft Erdogan aan het langste eind getrokken. Buiten dat zijn er andere factoren die erop wijzen dat de gülenisten geen comeback zullen maken in Turkije. Ik noem er een aantal op. Gülen is oud, zijn gezondheid gaat achteruit en hij heeft geen opvolger die zo veel aanzien geniet binnen de beweging als hij. Daarnaast zal hij weinig mensen beïnvloeden na zijn dood, omdat zijn boeken intellectueel gezien zwak zijn. Ze bevatten veel emotie, maar weinig intellect. Hij wordt dan ook niet serieus genomen door islamkenners in landen als Saoedi-Arabië en Egypte.’

Maar er zijn wel degelijk prominente islamkenners, zowel binnen als buiten Turkije, die Gülens werk waarderen, zoals de Egyptenaar Muhammad Fathi Hijazi van de al-Azhar Universiteit. De inmiddels overleden Marokkaanse hoogleraar Farid al-Ansari, die verbonden was aan de Moulay Ismail Universiteit in Meknes, schreef zelfs een boek over Gülen waarin hij zijn werk en initiatieven prijst.
‘Mijn punt is: Gülen is geen Karl Marx ofzo, wiens boeken bijna anderhalve eeuw na zijn dood nog vele mensen over heel de wereld beïnvloeden. Na zijn dood zal de beweging verbrokkelen en op den duur volledig verdwijnen. Misschien niet tijdens mijn leven, maar dat de beweging zal ophouden te bestaan, is onvermijdelijk. Een andere reden daarvoor is de huidige zwakke financiële situatie van de beweging. Daarover sprak ik onlangs een prominente gülenist – sommige gülenisten proberen sinds enige tijd met mij te praten en lief te zijn, omdat ze zien dat ik kritisch ben over Erdogan, maar ik zal nooit vergeten wat ze gedaan hebben. Anyway, hij vertelde mij dat de beweging in geen enkel land meer financieel zelfvoorzienend is. Dat is het gevolg van het feit dat vrijwel alle zo niet alle ondernemingen van de gülenisten in Turkije zijn overgenomen door de regering en vervolgens zijn gesloten, genationaliseerd of voor spotprijzen zijn verkocht aan Erdogan-getrouwen. Hoewel de beweging inkomstenbronnen heeft buiten Turkije is het wegvallen van de inkomsten in Turkije een enorme klap. Verder hebben zaken zoals de couppoging van afgelopen zomer, of de beweging daar nu achter zat of niet, en de schijnprocessen Ergenekon en Balyoz een onuitwisbare smet achtergelaten op de beweging. Het Gülen-tijdperk in Turkije is voorbij.’

‘Dat wat me niet doodt, maakt me sterker’, zei Friedrich Nietzsche. Zijn de mensen die geloven dat de Hizmet-beweging ‘in haar oude glorie zal herrijzen’, dan compleet delusional?
‘Ja.’

Wat is het doel van Erdogans grootschalige zuivering van het leger en wat voor effect heeft dat op Turkije’s rol in de NAVO?
‘Erdogan heeft de couppoging gebruikt om het leger te zuiveren van niet alleen gülenisten, maar iedereen die niet loyaal is aan hem, onder wie honderden nationalisten en kemalisten. En hij heeft geen enkel bewijs geleverd dat aantoont dat deze officieren betrokken waren bij de couppoging. Erdogan probeert niet alleen een religieuze generatie voort te brengen, maar ook een leger te vormen dat zich onderwerpt aan hem. Dat heeft een vernietigend effect op Turkije’s samenwerking met de NAVO-landen, onder meer op het gebied van contra-terrorisme, omdat de nieuwe officieren die loyaal zijn aan Erdogan immers lang niet zo goed als de gezuiverde officieren die zij vervangen, zoals vele niet-Turkse NAVO-officieren mij persoonlijk hebben verteld. De samenwerking wordt ook negatief beïnvloed door de narrative van de pro-Erdogan-media, die claimen dat de couppoging is georkestreerd door de NAVO of het Westen onder leiding van Amerika, wat niet waar is.’

Dat soort beschuldigingen tegen de NAVO en andere ontwikkelingen, zoals de recente aanschaf van het Russische S-400-luchtverdedigingssysteem door het Turkse leger, tot groot ongenoegen van de NAVO, bewijzen volgens sommige analisten dat Erdogan stap voor stap Turkije’s alliantie met de NAVO probeert te vervangen door een bondgenootschap met Rusland. Wat is jouw visie op deze kwestie?
‘Erdogan wordt gehaat, écht gehaat en als giftig beschouwd binnen de NAVO, vooral in Europa, omdat Turkije zich door hem steeds verder afkeert van de NAVO. Natuurlijk willen de NAVO-landen Turkije graag behouden als partner, vanwege het geopolitieke belang van het land, maar ze zijn niet bereid zich te schikken naar de eisen van Erdogan, ze zijn hem écht spuugzat. Hij vormt een serieus obstakel voor effectieve, actieve samenwerking tussen Turkije en zijn NAVO-partners. Wat betreft Erdogans relatie met Rusland, die is niet breed en diep genoeg. Ankara en Moskou onderhouden nauwe banden op het gebied van onder meer energie, toerisme en andere economische sectoren, maar staan lijnrecht tegenoverelkaar ten aanzien van een aantal cruciale politieke issues, zoals de oorlog in Syrië en het islamisme in het algemeen. De Turks-Russische samenwerking is nauwelijks strategisch van aard, in tegenstelling tot Turkije’s alliantie met de NAVO-landen. Dat zal niet snel veranderen. En wat Erdogan ook zegt, Rusland en China zullen nooit toestaan dat Turkije, in ieder geval zeker niet onder Erdogan, lid wordt van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie.’

Waarom zouden ze dat niet toestaan?
‘Omdat Erdogan continu zorgt voor problemen. Hij is een pain in the ass. Hij heeft keer op keer laten zien dat hij zijn eigen persoonlijke agenda dient en een heel moeilijke partner is. Turkije’s lidmaatschap van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie zou de NAVO, het Westen verzwakken, wat in het voordeel is van Rusland en China, maar het feit dat Erdogan problemen zou creëren op tal van terreinen weegt veel zwaarder voor die twee landen. Poetin is niet dom. Turkije toelaten tot de Shanghai-samenwerkingsorganisatie is hetzelfde als iemand toestaan in je huis te wonen. Erdogan klopt nu op Poetins deur en zegt ‘help me alsjeblieft’, wat een prima situatie is voor Poetin die hij zo wil houden. Waarom zou hij daar verandering in brengen door Erdogan zowat op gelijke voet stellen door hem toe te laten in zijn huis? Poetin kan op tal van andere manieren Turkije’s relatie met de NAVO-landen verzwakken. Hij weet dat hoe meer hij die relatie verzwakt, des te afhankelijker Erdogan wordt van hem. En momenteel heeft hij Erdogan precies waar hij hem wil hebben. Erdogan is niet alleen immens impopulair in het Westen, ook in het Midden-Oosten. Erdogans enige vriend in de regio is Qatar. Erdogan heeft Poetin echt nodig. Overigens is het strategisch gezien ook nog eens voordeliger voor Rusland dat Turkije lid blijft van de NAVO. Erdogan zorgt immers momenteel voor allerlei problemen binnen de NAVO. Daarnaast kan Poetin zijn invloed op Erdogan gebruiken om via hem de NAVO te destabiliseren. Dat kan hij op verschillende manieren doen. Zo kan hij bijvoorbeeld dreigen met maatregelen op het gebied van de energiesamenwerking als Erdogan Amerikaanse schepen toelaat tot de Bosporus. Poetin zou zoiets waarschijnlijk niet zo bot, maar op een veel subtielere manier duidelijk maken, maar you get the message.’

De voorkeur geven aan lidmaatschap van de Shanghai-samenwerkingsorganisatie boven lidmaatschap van de NAVO lijkt mij vergelijkbaar met een kapotte snorfiets prefereren boven een Lamborghini.
‘De NAVO is inderdaad superieur aan de Shanghai-samenwerkingsorganisatie. Ik zou het verruilen van NAVO-lidmaatschap voor lidmaatschap van een andere intergouvernementele militaire alliantie vergelijken met het verruilen van spelen in de Champions League voor spelen in de derde divisie van een land. Eén van de vele grote voordelen voor Turkije om lid te blijven van de NAVO, is dat het toegang biedt tot doorgaans de meest ontwikkelde militaire expertise en producten, waaronder uitrusting en wapens. Het is vervelend dat het Amerikaanse congres soms wapenleveranties aan Turkije vetoot, maar feit blijft dat Turkije toegang heeft tot de beste militaire technologie; de producten van Amerikaanse en Europese defensiebedrijven zijn in het algemeen de beste van de wereld.’

Toch propageren de anti-NAVO-facties in Turkije, vooral de eurazianisten, zoals Dogu Perincek, heel enthousiast dat de toekomst van Turkije niet ligt in het Westen, maar het Oosten.
‘Ik ben het totaal niet eens met die visie. Het Westen heeft problemen, maar is door de bank genomen nog altijd veel beter dan Rusland en China. Turkije heeft niets te winnen met een heroriëntatie richting het Oosten. Dat zou een significante downgrade zijn voor Turkije, absoluut geen upgrade, zowel politiek en militair als technologisch én economisch gezien. Economisch gezien heeft Turkije vooral afzetmarkten nodig. Turkije heeft een handelsrelatie met Rusland en China, maar importeert vooral uit die landen. Vooral politiek gezien heeft Turkije veel meer te winnen bij een goede relatie met het Westen. Ik ben een burger van het Verenigd Koninkrijk, jij van Nederland, we weten dat ook de politieke systemen van de West-Europese landen lang niet perfect zijn, maar hoe zou jij als burger willen dat je land eruit ziet, zoals het nu is, een democratische rechtsstaat, of als Rusland of China? Ook op technologisch en militair vlak heeft het Westen een grote voorsprong. Verder heeft Turkije demografisch gezien sterke links met West-Europese landen, aangezien miljoenen Turken leven in landen als Duitsland, Frankrijk Nederland en België. Overigens, als Turken emigreren of op vakantie gaan, doen ze dat sinds oudsher vooral naar westerse landen. De blik van de Turken is eigenlijk altijd al gericht geweest op het Westen, zeker niet alleen sinds Atatürk. En wat betreft Perincek, sinds ik in Turkije ben, is hij zo vaak van ideologie veranderd, volledige incarnaties als het ware. Hij profileerde zich als een maoïst die streefde naar een marxistische revolutie, nu profileert hij zich als een ultra-secularistische ultra-nationalist. Perincek is een apart geval. Hij is een echte case study. Een interessante, maar gevaarlijke man. Mensen die gelieerd zijn aan Perincek, hebben gedreigd mij te vermoorden, in 2003.’

Foto: Reuters

Waarom wilden ze je vermoorden?
‘Omdat Anadolu Ajansi (staatspersbureau van Turkije, red.) had gemeld dat ik in een boek had geschreven dat een coup gepleegd zou worden in Turkije, maar wat ik daadwerkelijk had geschreven was precies het tegenovergestelde, namelijk dat er geen coup zou plaatsvinden. Later verklaarde het persbureau dat ze het boek veel te vluchtig hadden doorgenomen. Veel journalisten in Turkije zijn lui, dus in plaats van te reageren op wat ik daadwerkelijk had geschreven in het boek reageerden ze op wat Anadolu Ajansi erover had gemeld. Vervolgens werd ik benaderd door mensen van de Isci Partisi (Arbeiderspartij; maoïstische politieke partij, opgericht in 1992 door Perincek en geleid door hem, gesloten in 2005 en opgevolgd door de eveneens door Perincek opgerichte en geleide ultra-secularistische Vatan Partisi ofwel Vaderlandspartij, red.), die mij met de dood bedreigden. Eén van hen dwong erop aan dat ik op televisie moest uitleggen wat ik precies bedoelde met wat ik in het boek had geschreven, anders zou ik vermoord worden. De blunder van Anadolu Ajansi kwam op een heel slecht moment, want het was een gevoelige periode in Turkije vanwege het Sulaymaniyah-incident (In Amerika bekend als the hood event. Het incident vond op 4 juli 2003 plaat in de Iraakse stad Sulaymaniyah, in het noordoosten van het land, in Iraaks-Koerdistan. De arrestatie van een groep Turkse militairen door Amerikanen, waarbij de Turken een kap over het hoofd kregen, zorgde voor grote ophef in Turkije en leidde tot een diplomatieke crisis tussen Ankara en Washington, red.). Perincek en zijn mensen koesteren natuurlijk een sterke afkeer jegens het Westen en westerlingen en het Sulaymaniyah-incident verergerde dat, ze waren erg kwaad.’

Perincek werd in 2008 gevangengezet op beschuldiging van betrokkenheid bij Ergenekon. Jij was van meet af aan uiterst kritisch over de beschuldigingen die geuit werden tegen mensen die in verband werden gebracht met Ergenekon en Balyoz, dus je zou denken dat Perincek jou wel een toffe peer vond.
‘Ik zou hem niet vertrouwen, totaal niet. Van alle mensen in de Turkse politiek, inclusief Erdogan, is hij degene die ik het minst vertrouw. Vrienden van mij die actief waren binnen de linkse beweging in Turkije, vóór de coup van 1980, hebben samengewerkt met hem. Je kan van alles verwachten van hem. Hij is onvoorspelbaar. En hij is een zwarte doos. Het is verbazingwekkend dat niemand ooit heeft gevraagd waar al het geld van zijn Vatan Partisi vandaan komt. De partij heeft bakken vol geld, waar komt dat vandaan?’

Er is een Koerdische opmars gaande in Noord-Syrië, waar veel gebieden die grenzen aan Turkije onder controle staan van Koerden. Wat zijn de belangrijkste implicaties van een langdurige of zelfs permanente sterke Koerdische aanwezigheid in het gebied voor Turkije?
‘Ankara heeft dit verkeerd aangepakt. De Syrisch-Koerdische PYD (Democratische Unie Partij, red.) is gelieerd aan de Turks-Koerdische PKK (Koerdische Arbeiderspartij, red.). Hoewel er op het niveau van het politiek leiderschap een klein beetje rivaliteit is tussen de twee organisaties, omdat het PYD-leiderschap niet de les gelezen wil worden door de PKK-leiders, ligt het bevel over de militaire tak van de PYD, de YPG (Volksbeschermingseenheden, red.), volledig in handen van PKK’ers van de HPG (Volksbeschermingseenheden, red.), de gewapende tak van de PKK. Sommige analisten claimen dat de Koerdische aanwezigheid in Noord-Syrië een grote bedreiging vormt voor de nationale veiligheid van Turkije. Daar ben ik het niet mee eens. Het is uitgesloten dat de YPG een succesvolle invasie van Turkije uitvoert. Turkije is te sterk. Het gevaar voor Turkije is dan ook niet de bedreiging van de nationale veiligheid, maar is ideologisch van aard. Ideologisch gezien is er geen verschil tussen de PYD en de PKK. Beide organisaties proberen leringen van de gedetineerde leider van de PKK, Abdullah Öcalan, over democratische autonomie, toe te passen. Als de PYD daarin slaagt in Noord-Syrië, kan de PKK de steun van een hoop Koerden winnen door te propageren dat Öcalans ideeën succesvol in de praktijk zijn gebracht in Noord-Syrië en dus ook toegepast moeten worden in Zuidoost-Turkije. Dat zou vooral een hoop jonge Koerden, die ik regelmatig spreek, aanspreken. Zij hebben namelijk vaak een totaal ander referentiepunt dan de Koerden van de oudere generaties. Oudere Koerden hebben het hoogtepunt van het brute geweld tussen de PKK en het leger meegemaakt, in de jaren tachtig en negentig, en ervaren dat het nu relatief beter gaat. Maar jonge Koerden die zich laten inspireren door de Koerdische opmars in Noord-Syrië willen meer. Zij dromen van Koerdische autonomie in Zuidoost-Turkije. Een succesvolle implementatie van het Öcalan-model in Noord-Syrië zou dat verlangen versterken. Daarnaast zal het feit dat Erdogan in Zuidoost-Turkije een agressief beleid voert dat gekenmerkt wordt door geweld in plaats van het winnen van de harten en geesten van de Koerden, hun veel ontvankelijker maken voor Öcalans ideeën. Dát is het grote gevaar voor Turkije. De populariteit van de PYD en de YPG groeit overigens niet alleen onder de Turkse Koerden, maar ook in het Westen, vooral door de buitengewoon grote hoeveelheid uiterst positieve berichten van de westerse media over de Syrische Koerden als bestrijders van groepen als IS.’

Wat vind je van Öcalans democratische autonomie-model? Is het implementeerbaar?
‘Ik ben geen fan van Öcalan, maar in theorie klinken sommige van zijn ideeën goed. Zijn model als geheel is echter veel te utopisch. Ik zie niet hoe het soepel, vreedzaam in de praktijk gebracht kan worden en een stabiele, succesvolle samenleving kan creëren. Onlangs was ik in een wijk in Athene die gecontroleerd wordt door anarchisten. Öcalans ideeën zijn gebaseerd op het anarchisme. In de wijk hadden ze allerlei comités, het soort samenwerkingsverbanden dat Öcalan ook wil. Het kan tot op een bepaalde hoogte werken in zo’n wijk, maar ik zie niet hoe het effectief kan zijn binnen een groot autonoom gebied. Daarnaast heeft de PKK een slecht track record wat betreft de behandeling van mensen die het niet eens zijn met haar ideologie. Het Öcalan-model gaat ervan uit dat de gehele bevolking zich erin kan vinden en ermee akkoord gaat dat het model wordt toegepast. Als dat inderdaad het geval zou zijn, dan zou het wellicht kunnen werken, maar er zullen altijd tegenstanders zijn. Wat doe je dan? Een politiestaat construeren om iedereen desnoods met geweld te dwingen de ideologie te accepteren en het model te implementeren?’

Erdogans aanhangers vinden dat hij Turkije sterker heeft gemaakt. Ben jij het daarmee eens?
‘Nee. Erdogan heeft zijn aanhangers trots gemaakt om Turk te zijn en hun doen geloven dat ze de toekomstige leiders van de wereld zijn. Daarmee heeft hij hun een superioriteitscomplex gegeven. Wanneer ik praat met Erdogan-aanhangers merk ik dat velen van hen xenofobisch zijn. Onlangs nog kreeg ik een storm aan racistische opmerkingen van zo iemand, simpelweg omdat ik Engels ben. Zijn aanhangers zijn ervan overtuigd dat de landen die onderdeel waren van het Ottomaanse Rijk willen dat het rijk terugkomt. De realiteit is dat die landen dat niet willen en dat geldt niet alleen voor de landen in Europa, maar ook voor die in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Ottomanen waren lang niet altijd zo slecht als de Grieken en Armeniërs claimen, maar dat betekent niet dat mensen verlangen naar een Ottomaanse wederopstanding. Erdogan heeft niet Turkije, maar zichzelf sterker gemaakt. Het behouden en vergroten van zijn politieke macht is waar hij al zijn energie in stopt, het is zijn raison d’être. Zijn aanhangers lijken dat niet te beseffen. De spanning in de samenleving is gigantisch, meer dan ik ooit heb meegemaakt. Op veel vlakken is de republiek zwakker dan ooit, onder meer op het gebied van democratische vrijheden, rechtspraak en internationaal imago. Turkije is geïsoleerder dan ooit. In tegenstelling tot wat sommigen denken is het land ook economisch gezien zwak. De economische groei tijdens de eerste jaren van Erdogans bewind was voornamelijk het resultaat van buitenlandse investeringen. Verder is een brain drain gaande in het land die, als het zo blijft doorgaan, alleen maar groter zal worden. Niet alleen hoogopgeleide mensen staan te popelen het land te verlaten, ook veel jongeren en leden van etnische en religieuze minderheidsgroepen. De mens is het grootste bezit van een land, als veel van je beste mensen jou de rug toekeren en hun heil elders zoeken, dan moet je je serieus zorgen maken.’

Blijft Erdogan nog lang aan de macht?
‘Tijdens de Gezi-protesten in 2013 schreef ik dat de laatste periode van Erdogans heerschappij was aangebroken. Dat vind ik nog steeds. Het is een long goodbye, maar feit blijft dat we ons in het laatste stadium van zijn regime bevinden. Als hij over vijf jaar nog steeds aan de macht is, zou ik erg verrast zijn. Ik geef hem nog maximaal drie jaar. De situatie is onhoudbaar. We naderen het einde.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme, internationale betrekkingen en Turkije.