‘Het verbaast me altijd dat mensen Wilders zo knap vinden’

Foto: Anja Meulenbelt. Sociaal wetenschapper Ineke van der Valk is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze doet onderzoek naar racisme en moslimdiscriminatie. Haar publicaties gaan naast die twee thema's, over onder meer migratiegeschiedenis, mensenrechten en burgerschap. Ze heeft een brede achtergrond in de sociale wetenschappen, waaronder doctoraten in pedagogie en etnische studies. Ze promoveerde op het raakvlak van sociale wetenschappen en tekstwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte in de jaren zeventig en tachtig als opbouwwerker in oude wijken van Amsterdam en Utrecht en ondersteunde anti-discriminatie-organisaties en mensenrechtenorganisaties. Voor de Anne Frank Stichting deed ze onder meer onderzoek naar rechts-extremisme, jihadi-extremisme en (de)radicalisering van moslimjongeren.
‘Het punt is dat het niet om kritiek, maar om discriminatie gaat. Religiekritiek moet uiteraard mogelijk zijn.’

Sociaal wetenschapper Ineke van der Valk (Universiteit van Amsterdam) geeft in haar boek Islamofobie en discriminatie (2012) een overzicht van de theorievorming rond de omstreden term islamofobie en beschrijft de Nederlandse situatie en context. Critici vinden de letterlijke betekenis van de term islamofobie (angst voor de islam) te breed, generaliserend en suggestief. De term wordt ook gebruikt om haat, vooroordelen of discriminatie jegens moslims aan te duiden. Islamofobie en discriminatie is één van de eerste Nederlandse wetenschappelijke studies naar dit fenomeen. ‘Islamofobische uitspraken moeten weersproken worden, anders zetten ze zich vast in de hoofden van mensen. Daarom is het belangrijk dat een tegendiscours actief is’, zegt Van der Valk in een interview met deze krant.

Heeft je boek Islamofobie en discriminatie geleid tot specifieke ontwikkelingen?
‘Na de publicatie van mijn boek is het onderwerp opgepakt door vooral Turkse en Marokkaanse organisaties die zich willen organiseren op het punt van islamofobie. Deze organisaties zijn momenteel bezig om campagne te ontwikkelen om islamofobie als aparte discriminatiegrond erkend te krijgen door de politiek. Ook sommige gemeenten en anti-discriminatie-bureaus hebben het onderwerp opgepakt. Zo heeft het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam in zijn jaarrapport opgenomen dat islamofobie apart geregistreerd moet worden.’

Waarom moet het apart geregistreerd worden?
‘In Nederland is het al langer gebruikelijk discriminatie op grond van godsdienst te registreren, maar dan staat er vaak niet bij dat het om islamofobie gaat of het wordt gerubriceerd onder de noemer ‘levensovertuiging’, zoals met de politiegegevens in 2011 gebeurde. In de rapportages komt dan niet altijd helder en expliciet naar voren dat het om discriminatie op grond van de islam gaat. Daarom is het belangrijk dat discriminatie op grond van de islam gehighlight wordt tussen alle andere vormen van discriminatie. Dan kan duidelijk worden hoe vaak en in welke gedaante het voorkomt en aan de hand daarvan kan beleid ontwikkeld worden.’

Waarom wordt het niet apart geregistreerd? 
‘In Nederland is pas sinds kort meer aandacht voor dit verschijnsel. Dat omzetten naar een politieke beslissing om apart te registreren, is een proces dat nu langzamerhand op gang komt. Je ziet dat er internationaal her en der gediscussieerd wordt over de term islamofobie. Die discussie is hier ook opgepakt door mensen en organisaties, binnen en buiten het islamofobe kamp, die tegen aparte registratie zijn. ‘Als islamofobie officieel gehanteerd wordt als aparte discriminatiegrond, zal er geen religiekritiek meer mogelijk zijn’, is een tegenargument dat vaak naar voren wordt gebracht. Het punt is dat het niet om kritiek, maar om discriminatie gaat. Religiekritiek moet uiteraard mogelijk zijn.’

Is er animo voor aparte registratie binnen de politiek?
‘Discussies over het fenomeen worden ook gevoerd binnen politieke partijen, die langzamerhand als het ware worden gesensibiliseerd rond het onderwerp islamofobie. Over het algemeen hebben ze wel oog voor deze vorm van discriminatie, maar of ze er veel voor doen of niet, is een andere kwestie. Sommige partijen staan positief tegenover aparte registratie, terwijl andere partijen er eerder naar neigen om tegen te zijn. Het CDA bijvoorbeeld, zo bleek uit discussies in de Tweede Kamer, is nogal weifelend, terwijl D66 bijvoorbeeld duidelijk vóór aparte registratie is.’

Is het belangrijk dat anti-discriminatie-beleid regelmatig geactualiseerd wordt?
‘Discriminatie is niet iets wat duidelijk is afgebakend en zich altijd op dezelfde manier voordoet. Het is een dynamisch verschijnsel. Het verandert met de tijd en de omstandigheden. De discriminatie van voor de Tweede Wereldoorlog is anders dan de discriminatie van nu. Het is belangrijk dat het anti-discriminatie-beleid daarin meebeweegt. Als je kijkt naar discriminatie in de huidige tijd, dan moet helaas geconstateerd worden dat het vooral gericht is tegen de moslims. Dat moet gezien en bestreden worden.’

Zie je overeenkomsten tussen moslimdiscriminatie nu en het antisemitisme in Duitsland voor de Tweede Wereldoorlog?
‘Maatschappelijk processen kunnen leiden tot het gebruik van geweld tegen een bepaalde groep. Als je kijkt naar het antisemitisme voor de Tweede Wereldoorlog, het gebruik van stereotypen en de subtiele manieren waarmee negatieve beeldvorming werd opgebouwd, zie je dat er parallellen zijn. Verscheidene elementen zijn vergelijkbaar, zoals het idee van de ‘vijfde colonne’ (het idee dat een groep mensen in een land of een andere eenheid, voor de vijand werkt; het idee suggereert een georganiseerde samenzwering, red.). En de Joden werd ook verweten dat ze niet konden integreren. ‘Ze kunnen niet integreren, ze willen hun eigen cultuur behouden’, dacht men. Of neem het boek De protocollen van de wijzen van Sion uit 1897, waarin de Joden beschuldigd werden van het smeden van een complot om de westerse beschaving om zeep te helpen. Het is een heel antisemitisch boek dat een grote rol heeft gespeeld bij de opbouw van het racisme tegen de Joden voor de Tweede Wereldoorlog. Je ziet nu ook dat veel islamofobe theorieën gaan over de opbouw van een islamitische macht die Europa wil overnemen.’

Ontvang je haatreacties?
‘Ik krijg soms vervelende reacties, maar niet heel veel gelukkig. Opvallend is dat ik weleens ben uitgemaakt voor ‘NSB’er’ en ‘landverrader’. Heel gek is dat, want mijn bewustwording over anti-discriminatie is begonnen bij wat de Joden in Nederland en elders is overkomen tijdens de Tweede Wereldoorlog.’

Uit jouw onderzoek blijkt dat moskeeën in Nederland tussen 2005 en 2010 117 keer doelwit van geweld waren. Dat is relatief vaak in vergelijking met andere landen. Hebben de uitspraken van PVV-leider Geert Wilders over de islam en moslims daar wellicht iets mee te maken?
‘Wilders is scherp wat betreft verbale agressie, maar hij bepleit natuurlijk niet het gebruik van fysiek geweld tegen moslims. Naarmate steeds vaker islamofobische uitspraken worden gedaan, wordt islamofobie steeds meer genormaliseerd. Dat stimuleert een bepaald maatschappelijk klimaat waarin agressie en geweld gedijen. Aan dat klimaat draagt Wilders bij uitstek bij. In politieke en maatschappelijke discussies over de islam en moslims is de volhardendheid van Wilders goed voelbaar. Hij gooit, vaak met veel verbaal geweld, sterke uitspraken de wereld in. Hij beweert zelfs dat niet de recessie, maar de islam het grootste probleem is.’

Veel PVV-aanhangers zijn het lang niet altijd eens met wat Wilders zegt, maar velen zijn het erover eens dat hij een soort klokkenluidersfunctie vervult.
‘Veel PVV’ers vinden dat Wilders veel te ver gaat. ‘We vinden dat hij een belangrijke functie heeft om de boel te alarmeren, maar we vinden het niet nodig dat hij aan de macht komt’, denken velen. Dat is natuurlijk wel gevaarlijk, want ondertussen geven ze hem wel macht. Kijk, het antisemitisme voor de Tweede Wereldoorlog bestond in alle Europese landen, maar in Duitsland is het volledig uit de hand gelopen, omdat het politiek georganiseerd werd. Het machtsblok dat de macht greep had antisemitische overtuigingen en zette die overtuigingen om in daden.’

Nederland is een land van coalities, maar zou zoiets toch ook in Nederland kunnen gebeuren?
‘Het kan altijd gebeuren.’

Het is opmerkelijk dat één van de meest prominente zo niet de meest prominente anti-islam-politicus ter wereld een Nederlander is.
‘Ja, zo manifesteert hij zich. Daarom wordt hij onder anti-islam-figuren op handen gedragen.’

Groeit of slinkt de steun voor Wilders?
‘Hij krijgt allang niet meer zo veel steun in bijvoorbeeld de Verenigde Staten als voorheen. De internationale steun voor Wilders is écht aan het afbrokkelen. Zijn boek heeft ook niet veel aandacht gekregen. Hij staat te boek als een groot supporter van Israël, maar ook binnen die delen van de Joodse gemeenschap die hem eerder steunden, heeft hij veel steun verloren, vooral omdat hij zich heeft gekeerd tegen het ritueel slachten. Sindsdien is hij op zoek naar nieuwe bondgenoten en richt hij zich steeds meer op extreem-rechtse partijen en groeperingen in Europa, zoals het Vlaams Belang en het Front National. Hij laat steeds meer zijn ware gezicht zien. Verder zie je dat hij tegenwoordig niet alleen sterke uitspraken doet, maar hij onderneemt ook actie. Wellicht wil hij daarmee tegemoet komen aan de kritiek van Hirsi Ali dat hij de mond vol heeft, maar weinig doet. Zo is hij een website gestart tegen de bouw van moskeeën in Nederland en heeft hij vorig jaar een zwartboek over de ramadan uitgebracht.’

Toch wel een knappe politicus die Wilders, niet?
‘Het verbaast me altijd dat mensen Wilders zo knap vinden.’

Hij is geslepen, standvastig, creatief…
‘En kort door de bocht? Het is veel moeilijker genuanceerd te zijn, dat is pas knap. Wilders bekommert zich totaal niet om wat de dingen die hij roept teweegbrengen. Er is sprake van een intensivering van de negatieve beeldvorming over de islam en moslims en een toename van discriminatie van moslims. Daarom was het onverantwoord een gedoogcoalitie aan te gaan met de PVV (minderheidskabinet bestaande uit de VVD en het CDA dat van oktober 2010 tot april 2012 gedoogsteun kreeg van de PVV, red.). Wilders’ anti-islam-betoog kreeg daardoor een gelegitimeerde basis. De gedoogcoalitie is beëindigd, maar daarmee is het proces van een veranderend maatschappelijk en politiek klimaat niet gestuit. Daar is meer voor nodig.’

Arabist Jan Jaap de Ruiter stelt in een interview met deze krant dat bepaalde ideeën van Wilders inmiddels onderdeel zijn van de mindset van veel Nederlanders, waardoor negatieve uitlatingen over de islam en moslims niet of nauwelijks meer worden weersproken. Klopt dat?
‘Absoluut. Islamofobische uitspraken moeten weersproken worden, anders zetten ze zich vast in de hoofden van mensen. Daarom is het belangrijk dat een tegendiscours actief is. En niet denken van ‘oh, ik word er zo moe van, altijd dezelfde dingen herhalen’. Organisaties en individuen moeten altijd tegengas geven. Overigens zijn anti-islamitische uitlatingen uiteraard niet uitsluitend voorbehouden aan PVV-stemmers.’

Krijgen de islam en moslims te veel negatieve media-aandacht?
‘Als iets negatiefs dat met de islam of moslims te maken heeft in de pers komt, dan wordt het vaak een hype. Recentelijk was dat bijvoorbeeld het geval na de publicatie van dat verhaal in Trouw over de vermeende shariawijken in Den Haag. Veel mensen reageren via sociale media op dit soort kwesties. Daarbij stapelen de anti-islamitische uitspraken zich in rap tempo op. Zo wordt het anti-islamitische betoog openlijk uitgedragen en vindt het een plek. Er is een megahype aan de gang. Dat kwesties over de islam en moslims massaal gehoor krijgen in de pers en dat er zo veel reacties op komen die het in een anti-moslim-kader plaatsen, heeft te maken met de problematische plek die de islam en moslims langzamerhand zijn gaan innemen in het publiek debat.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme, internationale betrekkingen en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.