‘Ik groet Serviërs maar ze komen nooit meer mijn huis binnen’

Foto: Reuters
‘Duizenden mensen zullen de rest van hun leven blijven rouwen om de dierbaren die ze hebben verloren door Mladic’, zegt Adis Lizde. ‘Wat is levenslang gevangenisstraf waard als je het vergelijkt met het leven van zelfs maar één mens?’

Adis Lizde (44) was achttien jaar toen de burgeroorlog uitbrak in Bosnië. Het kostte duizenden mensen het leven en liet diepe sporen na in het land. De Bosniër die nu in Nederland woont heeft van dichtbij meegemaakt hoe één van de grootste drama’s in de moderne geschiedenis midden in Europa plaatsvond. Hij overleefde een concentratiekamp. ‘Mijn twintigste verjaardag heb ik ‘gevierd’ in een concentratiekamp.’

De Kanttekening sprak Lizde naar aanleiding van het besluit van het Joegoslavië-tribunaal om oorlogsmisdadiger Ratko Mladic, voormalig legerleider van Bosnische Serviërs, tot levenslang te veroordelen wegens onder meer genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Lizde zet zich als secretaris van het Islamitisch Cultureel Centrum voor Bosnische Nederlanders (ICC) in voor gerechtigheid voor de slachtoffers en nabestaanden van de oorlog en volgde de berechting van Mladic op de voet.

Foto: Adis Lizde

Hoe bent u in een concentratiekamp terechtgekomen?
‘Eind 1992, begin 1993 werden de spanningen in Centraal-Bosnië tussen verschillende bevolkingsgroepen steeds groter. Uiteindelijk kwam ook het gebied waar wij woonden aan de beurt. We leefden in een gebied op vijfentwintig kilometer afstand van Mostar en waren als moslims ver in de minderheid. Het was een soort tweede Beiroet, vanwege de duidelijke scheiding tussen moslims en niet-moslims. Op een gegeven moment begonnen ze vier uur in de nacht moslims uit bed te halen. Moslims tussen achttien en vijfenzestig jaar werden naar concentratiekampen gestuurd en vrouwen en kinderen werden weggejaagd. Ik heb dat toen allemaal kunnen ontvluchten, maar ben met mijn broer later in Kroatië alsnog opgepakt. Ze leverden ons uit aan de Kroaten in Bosnië waarna we in één van de concentratiekampen belandden, waar ik vijf maanden en twee dagen vastzat.’

Wat voor plek was het?
‘Het was een grote lege hal van ongeveer dertig bij tien meter, die vroeger diende als munitiemagazijn voor het leger. Het was onmenselijk. Wanneer de deuren dichtgingen kon je amper ademen. Ik kwam daar aan op 18 juli, een vreselijk warme zomerdag en zag dat er binnen honderden mensen waren. Er was niet eens plek om fatsoenlijk te zitten. We moesten op beton slapen en je had mazzel als je een plek kon vinden om te slapen.’

Dat u moslim bent, was dat de enige aantijging tegen u?
‘Toen ik en mijn broer werden gearresteerd werd er op de radio gezegd dat de veiligheidsdiensten twee terroristen hadden opgepakt, terwijl we niet eens een mes bij ons hadden. ‘Moslim’ werd heel breed geïnterpreteerd. Niemand vroeg of je gelovig of praktiserend was, of je vijf keer per dag bad en meedeed aan de ramadan. Ze waren daar niet in geïnteresseerd. Ze waren vastberaden alle sporen van de islam, hoe klein of onbelangrijk dan ook, te vernietigen. Ze noemden ons Turken en zagen de moorden, martelingen en verkrachtingen als wraak op ons Ottomaans verleden. Dat je een moslimnaam had was al genoeg voor hen, dan had je geen bestaansrecht meer. Als je daarnaast ook nog eens actief was in het verzet of iets had gedaan waar ze niet blij mee waren, dan waren de straffen nog ernstiger.’

Hoe bent u uiteindelijk ontsnapt?
‘Wat wij hebben meegemaakt is natuurlijk niets vergeleken met de duizenden mensen die zijn vermoord, gemarteld of verkracht. Op een gegeven moment begonnen ze mensen vrij te laten, die een bewijs van garantstelling uit een ander land toonden grote sommen geld als een soort borgtocht betaalden. Mijn moeder heeft enorm haar best gedaan om ons vrij te krijgen. Ze heeft contact opgezocht met familieleden uit het buitenland om zo’n document te kunnen ontvangen. Hoewel we een dergelijk bewijs in handen hadden, moesten we nog maanden wachten tot ze ons vrijlieten. Uiteindelijk vertrokken we met een paar volle bussen naar Denemarken.’

Met wat voor gevoel keek u naar de rechtszaak tegen Mladic in Den Haag?
‘Mladic is de grootste oorlogsmisdadiger sinds de Tweede Wereldoorlog. Wanneer collega’s horen over mijn verleden in een concentratiekamp vragen ze weleens of ik daar nooit ziek werd, of ik goed kon eten en hoe ik mijn dagen doorbracht. Ik had helemaal niets, niet eens een bed. Toen ik een paar maanden later voor het eerst een deken kreeg van het Rode Kruis was ik zo blij als een kind. Ik mocht pas na veertig dagen naar de wc en ik ben één van de gelukkigen die de genocide heeft overleefd. Maar kijk nu in wat voor luxe de oorlogsmisdadigers in Nederland leven. Ook al blijft Mladic levenslang in een cel, het is niets vergeleken met wat de slachtoffers hebben meegemaakt. De misdadigers hier hebben televisie, internet en zelfs de mogelijkheid om te sporten. Het lijkt wel een kosteloze vakantie, ze zullen het niet betreuren.’

Verzacht de uitslag de pijn die Bosniërs voelen dan helemaal niet?
‘De uitslag brengt de vermoordde en verkrachtte Bosniërs niet terug. De wonden zijn nog steeds heel vers en open, dat gaat niet zomaar weg. Het voelt niet als gerechtigheid, het is verre van dat. Duizenden mensen zullen de rest van hun leven blijven rouwen om de dierbaren die ze hebben verloren door Mladic. Veel Bosniërs hadden al vanaf het begin geen vertrouwen in het Joegoslavië-tribunaal. Wat is levenslang gevangenisstraf waard als je het vergelijkt met het leven van zelfs maar één mens? Omgerekend heeft Mladic een paar weken gevangenisstraf gekregen per Bosniër die hij heeft vermoord. Moslims geloven dat het vermoorden van een mens gelijk staat aan het vermoorden van heel de mensheid. Wat Mladic heeft gedaan voelt voor mij aan als het uitroeien van heel de mensheid.’

Vraagt u zich, meer dan twintig jaar na de oorlog, nog af hoe het zover heeft kunnen komen in Bosnië?
‘Ik probeer te begrijpen waarom dit ons is overkomen. Waarom hebben onze buren en vrienden zich zo tegen ons gekeerd? Waarom zijn ze veranderd in monsters? Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren? Als ze problemen hadden met bepaalde moslims, was dit dan de manier om hun woede, frustraties en haat te uiten? Wat hadden onschuldige vrouwen en kinderen, die werden verkracht of vermoord, misdaan? Ik heb nog steeds zo veel vragen en naarmate de jaren verstrijken, worden die vragen hardnekkiger.’

Heeft u dan helemaal geen antwoorden?
‘Je mag de rol van de media niet vergete. Mensen werden tegen elkaar uitgespeeld. Langzaam, maar zeker werd de ‘ander’ als vijand neergezet, door bijvoorbeeld onjuiste informatie te verspreiden. Ze werden letterlijk klaargestoomd voor de oorlog, maar dat wisten we toen niet. Als je vandaag in Bosnië verschillende mensen, bijvoorbeeld Serviërs en Kroaten, spreekt, zeggen ze ‘klote dat de buitenlanders haat hebben gezaaid tussen ons’. Ze geven bijvoorbeeld de schuld aan de Britten en de Fransen. Ze negeren hun eigen fouten, dat vind ik kwalijk.’

Hoe kon het dat vrienden zo snel veranderden in vijanden?
‘Het leek erop dat de moordenaars totaal geen gevoel hadden, alsof ze hun gevoelens via een operatie hadden laten verwijderen, alsof ze onder invloed van medicijnen waren. Mijn schoonvader werd vermoord in een concentratiekamp en zijn bruidsgetuige, tevens zijn beste vriend, was één van de daders. Hij, baas van één van de ploegdiensten, werd later opgepakt en veroordeeld tot twintig jaar cel. Inmiddels is hij vrij. Het is heel vreemd, maar het eerstvolgende Suikerfeest na de oorlog belt hij onbeschaamd mijn schoonmoeder om haar te feliciteren met de feestdag. Toen was nog niet bekend wat er met mijn schoonvader was gebeurd, dus vroeg ze naar haar man. Hoe durf je dan om nog de nabestaanden te bellen? Je gaat dan letterlijk over lijken, schaam je je dan helemaal niet?’

Heeft u de Serviërs vergeven?
‘We koesteren geen haat of wraakgevoelens, maar helemaal vergeven gaat ons nooit lukken. Wij Bosniërs hebben het heel simpel niet in ons om te haten. Ik groet Serviërs als ik ze tegekom, maar ze komen nooit meer mijn huis binnen, nooit meer. Vroeger vierden we de bruiloften en verjaardagen samen, we rouwden samen wanneer een geliefde was overleden, maar dat is verleden tijd.’

Toch komen Serviërs soms met het verwijt dat ook moslims, zoals de ex-militair Naser Oric, niet helemaal onschuldig waren. Hoe denkt u daarover?
‘Dat wordt inderdaad gezegd en dat vind ik ook niet vreemd aangezien er nog steeds mensen zijn die Mladic als een held zien. Het punt is dat ze nooit hebben kunnen bewijzen dat Oric iets verkeerd heeft gedaan. Sterker nog, zelfs veel vijanden geven toe dat hij een gentleman was als commandant en zich aan de regels hield. Hij was heel goed op de hoogte van de Conventie van Genève en handelde daar ook naar. Moslimcommandanten moesten ook voor het Joegoslavië-tribunaal verschijnen en geloof me, als er bewijs zou zijn, dan waren ze net als Mladic veroordeeld.’

Hoe kijkt u naar de rol van Nederland in Srebrenica?
‘Ik kwam in 1994 naar Nederland en in 1995 vond de genocide in Srebrenica plaats. Hoewel ik de taal niet goed sprak, kon ik de debatten met enige moeite wel volgen. Het deed heel erg pijn om de gebeurtenissen vanuit Nederland mee te krijgen. Dat Nederlandse soldaten de enclave niet konden beschermen is één ding, want ik weet met wat voor monsters ze te maken hadden. Maar het moment dat ze na alle ellende in Zagreb aankwamen en daar feestelijk werden ontvangen, kan ik niet vergeten. Ze hebben gefaald, ze hebben toegekeken hoe honderden onschuldigen op brute manier zijn vermoord. Had dan tenminste een beetje respect getoond voor de slachtoffers. Was dat te veel gevraagd?’

Helpt het dat verschillende landen spijt betuigen?
‘We hebben geen medelijden nodig, vooral niet van landen die er niet in zijn geslaagd een bloedbad te voorkomen. Het is zo’n cliché dat sommige mensen telkens zeggen dat de gebeurtenissen zoals in Bosnië nooit meer herhaald worden. Wacht maar tot het moment dat er weer een genocide voor de deur staat, ik garandeer je dat het dan weer oorverdovend stil zal zijn.’

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, het Midden-Oosten en integratievraagstukken. Redacteur van de Kanttekening.