Snouck Hurgronje: wetenschapper, avonturier, spion

Foto: Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) studeerde aanvankelijk theologie aan de Universiteit Leiden, maar twijfelde en gooide het roer drastisch om. Hij was meer geïnteresseerd in de islam en ging Arabisch studeren. In 1884 kreeg hij de kans Saoedi-Arabië te bezoeken om voor de Nederlandse staat inlichtingen te verzamelen over Nederlands-Indische pelgrims in Mekka. De reis werd volledig bekostigd door de staat. In 1885 kwam hij op achtentwintigjarige leeftijd aan in Mekka. Hij woonde er enkele maanden en won het vertrouwen van veel moslims. Vanaf dat moment was hij een man met twee gezichten, die zijn eigen nieuwsgierigheid en academische eerzucht wilde blijven voeden. Hij werkte niet alleen in Mekka als spion, maar ook in Atjeh, waar het Nederland als kolonisator maar niet lukte om het gebied te onderwerpen. Hij ging op in de bevolking en speelde informatie door aan de Nederlandse staat, waardoor het uiteindelijk wel lukte om Atjeh te veroveren. Hij werd er beroemd mee. Hij keerde in 1906 terug naar Nederland en werd hoogleraar Arabisch in Leiden.
‘Zijn voornaamste drijfveer zat altijd in hemzelf, de ambitie en de ziekelijke behoefte om altijd gelijk te krijgen.’

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) bekeerde zich tot de islam en liet zich besnijden. Hij was arabist, islamoloog, avonturier, spion en leidde een dubbelleven. Journalist Philip Dröge tekende zijn levensverhaal op in het vorige maand verschenen boek Pelgrim: leven en reizen van Christiaan Snouck Hurgronje. De Kanttekening sprak Dröge.

Wat voor man was Hurgronje?
‘Hij was een zeer intelligente man, maar qua karakter heel moeilijk. Ik heb het idee dat hij aan borderline leed, een persoonlijkheidsstoornis, waardoor mensen vaak erg kwaad kunnen worden en waarbij die kwaadheid zichzelf voedt. Dat was bij hem het geval. Hij kon zich ergeren aan domheid, vooral bij mensen die het voor het zeggen hadden in de maatschappij, waarbij hij erg fel kon zijn, maar hij had ook een ontzettend goed gevoel voor humor. Ik heb regelmatig om zijn boeken moeten lachen.’

Hij was een bekend arabist. Waarom heeft hij zich bekeerd tot de islam?
‘Dat komt door een ander deel van zijn persoonlijkheid, namelijk zijn geweldige ambitie. Hij wilde naar Mekka en had zwaar de behoefte om de eerste moderne, westerse wetenschapper te zijn die in Mekka verbleef en dat is hem gelukt. Hij heeft daar alles voor over gehad, inclusief moslim worden en het besnijden dat toen nog zonder verdoving gebeurde. Ik denk niet dat de islam hem aansprak vanuit een geestelijke overtuiging, maar dat het meer hoorde bij een fascinatie voor het gebied. Als je daar ook maar iets wilde, dan moest je volgens hem moslim zijn, want anders kreeg je er niets gedaan. Voor hem was er dus geen andere optie. Maar hij vond het wel oprecht interessant, alhoewel hij het geloof op papier, dus de Koran, vele malen interessanter vond dan in het dagelijks leven. Hij kon daar schamper over doen, omdat veel mensen in Mekka dingen deden die absoluut verboden waren in de Koran, maar die in de praktijk gewoon gedaan werden.’

Zoals?
‘Zoals het bedrijven van prostitutie op geheime plekken in Mekka. Dat heette dan geen prostitutie, want dat mocht niet van de profeet, maar een tijdelijk huwelijk sluiten. Er werd geld geleend tegen woekerrentes, terwijl het geloof rente niet toestaat, maar dan heette het ineens geen rente en dan mocht het wel. Daar kon hij zich druk om maken, maar hij vond het vooral heel erg grappig. Zijn fascinatie voor de islam was verder puur gebaseerd op de Koran.’

Is hij ook moslim geworden om de moslims daar beter te kunnen bestuderen?
‘Natuurlijk. Het was de tijd van de participerende observatie, waarbij je bij mensen gaat wonen en bekijkt wat ze doen. Wetenschappers dompelden zich echt onder in een cultuur en hij deed dat in het Midden-Oosten. Anders zou hij dit ook nooit kunnen doen. Zijn ambitie was zo groot dat hij er alles voor over had.’

In hoeverre was hij een oprechte moslim?
‘Dat is lastig te zeggen. Ik heb ter voorbereiding van dit boek islamologen gesproken en die zeiden dat hij precies deed wat er in de Koran staat. Geen varkensvlees eten, geen wijn drinken en hij vastte tijdens de ramadan. Hij deed alles wat God had bevolen. Net als andere moslims hield hij zich aan de letter van de wet, de geest van de wet is een concept dat binnen de islam niet zo sterk is. Het was een soort rol die hij speelde, de rol van de vrome moslim, maar zodra er geen moslims in de buurt waren, dan nam hij heus wel weer een wijntje of at hij weer eens een spekje.’

Voerde hij een toneelstukje op?
‘Jazeker, maar met een rol die hij wel perfect beheerste. Hij wist van A tot Z wat hij moest doen om geen opzien te baren. Sterker nog, hij wees soms andere moslims terecht. Hij wist precies hoe het in elkaar zat, maar op een gegeven moment kon hij dat wel weer als een soort masker afdoen.’

Was die rol nodig voor zijn onderzoek?
‘Zeker en ook voor andere informatie. Nederland kon Atjeh niet veroveren en dacht dat het misschien wel zou lukken door er mensen heen te sturen. Maar dat waren geen moslims en dus mislukte het. Hurgronje bleef in de rol van pelgrim, ook toen hij in Nederlands-Indië aankwam. Zo reisde hij door het land, sliep bij iedereen en had alleen maar contact met Indonesiërs. Hij dook echt in de samenleving om die goed te leren kennen en dat deed bijna niemand anders.’

Hij was daar niet alleen voor eigen onderzoek, maar ook als spion van de Nederlandse staat?
‘Hij was een heleboel dingen tegelijk en ook het werk als spion was een rol die hij speelde. Zijn eerste missie naar Mekka was voor de Nederlandse staat. Die betaalde ontzettend veel geld om er eindelijk achter te komen wat daar allemaal gebeurde. Later gebeurde dat in Atjeh, waarbij hij Nederland echt geholpen heeft om Atjeh te onderwerpen. Hij was een man met vele gezichten.’

Was hij zuiver op de graad?
‘Vanuit Nederland gezien wel natuurlijk. Zijn meest succesvolle missie is Atjeh geweest. Nederland kreeg daar niets voor elkaar en hij wees het Nederlandse leger echt de weg, vertelde hoe ze het moesten aanpakken. Het werkte, dus vanuit Nederland gezien was dat goed. Hij heeft daar ook veel erkenning voor gehad. Dat stond groots in de kranten en hij werd geroemd om zijn advies, waardoor het Nederland gelukt is om Atjeh te onderwerpen.’

Foto: de Kanttekening. Philip Dröge (1967) is onderzoeksjournalist, schrijver, columnist en initiatiefnemer van het wetenschappelijk persbureau FAQT. Hij schreef artikelen voor onder meer Elsevier, Quest en de Volkskrant. Hij is wekelijks te gast bij het programma Paul van Liempt van BNR Nieuwsradio om over nieuwe en bijzondere wetenschappelijk onderzoeken te vertellen. Hij schreef historische boeken over onder andere het vergeten staatje Moresnet, ‘Moresnet: opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje’ (2016), en de vulkaanuitbarsting op het Indonesische eiland Soembawa, ‘De schaduw van Tambora: de grootste natuurramp sinds mensenheugenis’ (2015).

Toch had hij geen hoge dunk van de mensen die hij bestudeerde?
‘Nee, dat klopt. Zeker op Atjeh, waar de mensen wel moslim waren, maar niet echt wisten wat er in de Koran stond. Hij meende dat de Verlichting er nog moest doorbreken. Daarom heeft hij geholpen dat gebied te veroveren, want hij dacht echt dat als de Nederlanders er de baas zouden zijn, het beter zou worden. Dat er wegen aangelegd zouden worden, ziekenhuizen gebouwd zouden worden en dat het dan goed zou komen met het gebied. Ik denk dat dat één van zijn redeneringen is geweest.’

Had hij ook een persoonlijk belang om als spion te werken?
‘Hij wilde vooral gelijk krijgen. Hij is altijd een wetenschapper gebleven, ook al werd die lijn op een gegeven moment wel erg dun en was hij vooral bezig met politiek. Hij wilde gelijk krijgen door te laten zien hoe Atjeh te veroveren was. Aanvankelijk deed de Nederlandse staat daar niets mee. Toen ze dat wel deed, kreeg hij gelijk. Hij was heel verheugd over het feit dat wat hij had gezegd uitkwam. Het zal ook deels ideologisch zijn geweest, omdat hij overtuigd was van de heilzame werking van de Nederlandse beschaving, waar hij later op teruggekomen is. Later pleitte hij voor een onafhankelijk Indonesië. Zijn voornaamste drijfveer zat altijd in hemzelf, de ambitie en de ziekelijke behoefte om altijd gelijk te krijgen.’

Waar was de Nederlandse staat bang voor? Waarom huurde ze hem in?
‘Extremisme. Hetzelfde als nu. Dat was één van de opmerkelijke dingen die ik vond toen ik onderzoek aan het doen was voor mijn boek. De parallellen tussen nu en toen zijn groot. Er was toen ook al een islamitische staat en men vroeg zich af hoe dat werkte en of de gematigde islam wel bestond. Er was grote behoefte bij de staat om informatie te krijgen en om te zien hoe mensen in elkaar zitten. Hurgronje was iemand die een tipje van die sluier kon oplichten. Er was onbegrip tussen moslims en het Westen. Het Westen en de islam komen nu nog steeds in aanvaring met elkaar, net als toen. Het verhaal van Hurgronje is dus nog steeds actueel.’

Was je er verbaasd over dat toen dezelfde soort dingen speelden als nu?
‘Ja. Ik had niet gedacht dat de parallellen zo sterk zouden zijn. Er werd een islamitische staat opgericht in dat gebied, waarbij de koloniale machten eruit werden gegooid. De parallel met Amerika en Irak dringt zich op. Vanuit allerlei landen kwamen moslims daarnaartoe om mee te vechten en wat er nu of de afgelopen jaren in Nederland is gebeurd en in Syrië, is een volkomen herhaling van zetten. Ambtenaren moesten toen nadenken of er een gevaar zou zijn voor Nederland. Toen kwam Hurgronje om de hoek kijken.’

En met zijn hulp is Atjeh veroverd?
‘Klopt. En toen kwam de vraag ‘wat moet je doen met die mensen die zijn verslagen?’ Eén van de dingen die Nederland toen deed was het aanstellen van imams die pro-Nederlands waren, zodat er wat meer controle was.’

Was zijn onderzoek een dekmantel voor zijn werk als spion?
‘Ja en nee. Hij wilde graag naar Mekka en kreeg de kans om daar heen te gaan dankzij de Nederlandse staat die wat inlichtingen wilde. Hij was de baas over zijn opdracht, hij had die ambitie en hij gebruikte als het ware de staat om die ambitie waar te maken. Later zie je dat de staat hem gebruikt. De staat wilde meer inlichten over Atjeh en stuurde hem er daarom heen. Hij was toen ook in dienst van de staat en kon moeilijk weigeren. Maar het was een vrij slechte dekmantel, want iedereen wist op een gegeven moment dat hij voor de staat werkte. Dat stond zelfs in de krant. Als de moslims in Indonesië de krant hadden opengeslagen hadden ze kunnen zien dat hij voor de staat werkte. Nederlandse journalisten in Nederlands-Indië schreven daar ook over. Ze vroegen zich af of hij een oprechte moslim was of bij hen hoorde en dus spioneerde voor Nederland. Het was een symbiotische relatie. De staat had veel aan zijn informatie en hij had veel aan de centjes van de staat. Het werkte twee kanten uit.’

Werd hij als moslim geaccepteerd?
‘Totaal, dat is het verbazingwekkende. Hij werd gezien als een soort halfgod. Men was diep onder de indruk van hem. Nu is dat overigens anders. Hij wordt nu in Indonesië gezien als een verrader die maar één belang voor ogen had, dat van de Nederlandse staat.’

Heeft hij ooit ergens spijt van gehad?
‘Ja, hij heeft spijt gehad van Atjeh. Aan het einde van zijn leven heeft hij in een interview gezegd dat Nederland Atjeh niet heeft gebracht wat hij hoopte, namelijk een bepaalde mate van beschaving, terwijl Nederland alleen maar het gebied wilde veroveren. Hij had meegewerkt aan iets waar hij verre van had moeten blijven.’

Wat heeft hij als eerste bekeerling betekend voor de islam in Nederland?
‘Hij heeft begrip gekweekt in de ruimste zin van het woord. Hij heeft laten zien hoe het geloof in elkaar zit en wat de drijfveren van die mensen waren. Eén van zijn grootste verdiensten is dat hij foto’s heeft genomen van Mekka. Er is veel veranderd en niemand had nog geweten hoe het er toen uitzag als hij dat niet had gedaan. Hij heeft de elite laten wennen aan de islam.’

DELEN
Jesse Voorn
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.