‘Ze aarzelde niet mannen de tanden uit de mond te slaan’

Foto: Jitske Schols
‘Er wordt gezegd dat de islam de oorzaak van de achterstelling van vrouwen en de achterstand van Marokko is, dat klopt maar ten dele.’

Als je Khadija al-Mourabit (38) volgt op de social media, weet je dat ze haar mening niet onder stoelen of banken steekt. Ze mengt zich in het debat over politiek, ongelijkheid, onderdrukking en vrouwenrechten. Mourabit is voorzitter van de Marokkaanse vrouwenvereniging Nederland en studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze staat centraal in De reis van Khadija. Een documentaire van schrijver Abdelkader Benali en regisseur Tarik el-Idrissi over haar Marokkaanse grootmoeder, Memma Allal. Een krachtige vrouw, een feminist avant la lettre, die zich net als Khadija niet snel de les laat lezen. ‘Ik ben opgegroeid met verhalen over haar stoerheid’, vertelt Mourabit in een interview met deze krant. ‘Mijn oma was met haar lengte, zo’n een meter negentig, een indrukwekkende verschijning. Ze aarzelde niet om mannen de tanden uit de mond te slaan als ze werd lastiggevallen.’

Je grootmoeder is lang geleden gestorven, wat kwam je over haar te weten?
‘Ze is geboren rond 1890 en groeide op in Beni Chiker, een klein dorp in de Rif, in een tijd van oorlog en kolonialisme. Ze werd op jonge leeftijd weduwe en bleef achter met vier kinderen, zwanger van de vijfde, mijn vader. Ik wist dat er in de jaren twintig van de vorige eeuw hongersnood in Marokko heerste en dat ze daarom liftend met haar kinderen naar Algerije vertrok. Daar was werk. Wat ik niet wist, is dat er nog een motief was om te vertrekken. Haar dochter was verkracht. Toen ik dat hoorde, werd ik verdrietig. Aan de hand van het leven van Memma Allal worden verschillende thema’s behandeld, zoals de positie van vrouwen in de Marokkaanse samenleving, identiteit, de diaspora en erfrecht. Waarom erven vrouwen minder dan mannen in Marokko? Waarom bepaalt de wet dat er altijd een man moet meedelen in de erfenis, ook als hij niet direct een gezinslid is? Die wet blijkt gebaseerd op een bepaalde uitleg van de Koran. Er wordt geen rekening gehouden met de huidige context en tijd. Gelukkig vragen steeds meer mensen in Marokko zich af: waarom passen we die wet niet aan?’

In het Marokkaanse Rif-gebied is het erg onrustig sinds de dood van een vishandelaar in al-Hoceima twee jaar geleden. Hoe is het daar nu?
‘De opstanden zijn neergeslagen, de leiders van de protestbeweging zijn opgepakt. Maar dat betekent niet dat de rust is teruggekeerd. De protesten in de Rif gaan om basale mensenrechten, het recht op scholing en gezondheidszorg en een goede infrastructuur. Riffijnen hebben tweemaal zoveel kans op kanker. Dat komt omdat Spanje tijdens de Rif-oorlog (1921-1926, red.) chemische wapens heeft gebruikt. Maar goede ziekenhuizen zijn ver weg en de behandelingen zijn duur. Het gros van de bevolking in Marokko is arm, je hebt een heel kleine middenklasse en een heel kleine bovenlaag. In de havenstad Nador wordt wel geld verdiend, maar dat stroomt door naar het westen van Marokko naar de elite en de koning. Investeerders uit Saoedi-Arabië zetten projecten op – er worden hotels gebouwd, in Nador is een boulevard aangelegd – maar of de lokale bevolking daar de vruchten van plukt, betwijfel ik. Het is erg om te zien hoe de mensen daar lijden en moeten overleven. De diaspora is heel belangrijk. Marokkanen in Europa onderhouden de familie in Marokko.’

Op Twitter heb je een uitspraak vastgepind: ‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’ Een citaat van Belle van Zuylen, een Nederlandse schrijfster uit de achttiende eeuw. Wat betekent die zin voor jou?
‘Belle is heel belangrijk geweest in mijn ontwikkeling. Toen ik een jaar of tien was, stuitte ik in de bibliotheek op een boek met die quote. Die zin bleek van Belle te zijn, en maakte diepe indruk op mij en is me altijd bijgebleven. Ik snapte opeens dat ik ook zo was en dat ik daarom zo vaak botste met mijn vader. Hij had ondanks zijn vrijgevochten moeder, vrij traditionele ideeën over hoe een vrouw diende te zijn. De vrouw is huisvrouw en de man is het hoofd van het gezin en werkt. Daar was ik het dus niet mee eens. Bij ruzies dacht ik ook aan Belle. Ze heeft mij enorm gesterkt.’

Hoezo dan?
‘Ik haalde er kracht uit. Van Belle wist ik dat ze een huwelijksaanzoek had afgewezen met de woorden ‘ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’. Een bewonderaar wilde met haar trouwen op voorwaarde dat ze niet zou schrijven zonder zijn toestemming. Dat weigerde ze. Ik vond dat prachtig en emancipatoir. Ondank het verschil in afkomst en tijd, voel ik me verbonden met haar. Belle van Zuylen was een vrouw van adel. Ze groeide op in het kasteel van haar welgestelde familie, aan de rivier de Vecht vlakbij Utrecht. In haar milieu golden strenge sociale codes. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en heb een Marokkaanse achtergrond. In de Marokkaanse cultuur hoor je vroeg te trouwen, dat wilde ik niet. Verscheidene confrontaties met mijn vader zorgden voor veel stress. Op die moeilijke momenten dacht ik aan Belle, aan mijn eigen sterke oma en aan de sociologe Fatima Mernissi (1940-2015, red.). Zij gingen hun eigen weg en lieten zich niet door anderen vertellen hoe ze zouden moeten leven.’

Mernissi werd ook geïnspireerd door haar grootmoeder.
‘Ja dat is waar. Mernissi is ook heel belangrijk voor mij. Zij is geboren in een harem in Marokko. Een groot huis met verschillende etages rondom een binnenplaats. Haar oma en moeder waren analfabeet maar wilden dat zij ging studeren, ik vind dat geweldig. Vervolgens is ze het patriarchale systeem gaan bekritiseren. Zij stelt dat er een mannelijke Marokkaanse elite is die geen verandering wil, en dat zolang zij dat tegenhouden de situatie van de vrouw niet verandert. Zij vindt dat er echt gestreden moet worden tegen die Marokkaanse elite. In Marokko leven mannen en vrouwen ook in gendered spaces. De publieke ruimte, de straat en de meeste cafés worden gezien als het domein van de man en het huis is het domein van de vrouw. Volgens Mernissi zijn er twee manieren om vleugels te kweken. Door je te omringen met mensen die je steunen en met je mee kunnen vechten. Solidariteit is belangrijk. De tweede manier is te geloven dat je de vicieuze cirkel kunt doorbreken. Dat verandering mogelijk is. Door je niet bij situaties neer te leggen, ondanks dat het misschien hopeloos lijkt of overweldigend.’

Maar Mernissi heeft ook kritiek op het Westen.
‘De vrouwen hier zijn niet zo vrij als ze denken dat ze zijn. Ik las laatst een interview met een witte vrouw uit een hogere klasse. Zij zei ‘onze feministische strijd is hier allang klaar, alleen buitenlandse vrouwen moeten nog strijden’. Ik dacht als persoon met een arbeidersachtergrond: jij houdt geen rekening met vrouwen van een andere klasse. Niet iedereen kan zich een schoonmaakster en kinderoppas permitteren. Het is nog steeds de vrouw die de meeste zorgtaken op zich neemt. Dat je als je kinderen krijgt als man ook vrij zou moeten krijgen om de vaderrol op je te nemen, daar beginnen we nu pas over na te denken. Westerse vrouwen denken vaak dat Marokkaanse vrouwen worden onderdrukt. Maar mijn oma was een Tamazight, een Berberse. De Berber-cultuur is van oorsprong een matriarchale cultuur, dat zie je door de taal en de gebruiken. Het woord voor vrouw in het Tamazight, de Berber-taal die ook in het Rif gesproken wordt, is tamghath, ‘zij die hoog staat’. Vrouwen waren gezinshoofd en veelal de leiders van het dorp. Zij leerden de kinderen de taal en het schrift, dat heel lang verboden is geweest. Alleen vrouwen werden getatoeëerd met symbolen die beschermden tegen boze geesten en lieten zien uit welke streek je kwam. De cultuur is patriarchaler geworden door wahabitische invloeden uit Saoedi-Arabië.’

Wat is de rol van de islam in Marokko?
‘Er wordt gezegd dat de islam de oorzaak van de achterstelling van vrouwen en de achterstand van Marokko is, dat klopt maar ten dele. Volgens Mernissi kijken we vanuit het Westen met een oriëntalistische blik naar Marokko. Tot voor kort gold in Marokko de regel dat als je als meisje werd verkracht, je moest trouwen met je verkrachter. Deze wet kwam niet voort uit de islam maar stamde uit de Franse koloniale periode. Marokko is het land met het hoogste analfabetisme van Afrika, meer dan dertig procent van de bevolking kan niet lezen of schrijven. Maar zestig procent van de kinderen gaat naar de lagere school, de oorzaak is het gebrek aan financiële middelen. De Franse president-generaal van Marokko Hubert Lyautey (1854-1934, red.) heeft wegen en spoorlijnen aangelegd en zorgde voor grote havens voor de Europeanen. Maar een nieuw onderwijssysteem dat meisjes stimuleerde om naar school te gaan, een initiatief van een groep religieuze leiders, hield hij tegen. Hij vond dat Marokko traditioneel moest blijven want dat was goed voor het toerisme en dat bracht geld in het laadje voor Frankrijk.’

Dit artikel kwam tot stand dankzij een subsidie van de Stichting Maand van de Filosofie.

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.