‘Zodra je de open inrichting Amsterdam verlaat, kom je in het echte Nederland’

Rachid Benhammou
Rachid Benhammou
Journalist. Publicist. Cultureel ondernemer.

Lees meer

Columnisten Rob Hoogland (de Telegraaf) en Arthur van Amerongen (de Volkskrant, HP/De Tijd) vertegenwoordigen twee verschillende werelden, maar hebben veel gemeen: humor, spitsvondigheid en maling aan politieke correctheid. Samen maakten ze Het Grote Foute Jongens Boek, deel 2.

Schrijver en Arabist Arthur van Amerongen schrijft elke week, vanuit zijn huisje in de zonnige Portugese Algarve, zijn geruchtmakende columns. De zestigjarige rebel was jarenlang correspondent in het Midden-Oosten – standplaatsen: Jeruzalem en Beiroet – en werkte voor Vrij Nederland, het Parool, de Groene Amsterdammer en de VPRO. In 2006 won hij, samen met Loes de Fauwe, de Prijs voor de Nederlandse Dagbladjournalistiek met de serie ‘Kasba Amsterdam’, over Marokkaanse Nederlanders in Amsterdam na de moord op Theo van Gogh.

Zijn partner in crime Rob Hoogland is de nestor van De Telegraaf en de meest gelezen columnist van Nederland. Hij begon als sportjournalist en werd later sportcolumnist, algemeen verslaggever en eindredacteur. Hoogland heeft inmiddels het duizelingwekkende aantal van 7.500 Telegraaf-columns op zijn naam staan en heeft drie bundels gepubliceerd.

Beide heren zeggen onverbloemd wat ze vinden en passen daarbij vaak het stijlmiddel van de satire toe. Hoogland en Van Amerongen leerden elkaar al chattend beter kennen op Facebook. Ze zochten elkaar daarna regelmatig op en besloten in 2017 tot een unieke samenwerking: het schrijven van Het Grote Foute Jongens Boek. Het eerste exemplaar werd door premier Rutte in het Torentje in ontvangst genomen.

Twee jaar later bundelden ze de krachten opnieuw, wat resulteerde in een scherp vervolg. In korte dialogen, maar ook langere verhalen, passeren alle denkbare onderwerpen de revue: de wereld van de media, drank en drugs, voetbal en sport in het algemeen, de grachtengordel, popmuziek, meisjes, politiek, literatuur, misdaad, leven en dood. Vorige maand verscheen Het Grote Foute Jongens Boek, deel 2. De Kanttekening sprak de oude jongeheren over politieke correctheid, humor en waar de grenzen liggen.

Waar gaat Het Grote Foute Jongens Boek, deel 2 precies over? En hoe fout zijn jullie eigenlijk?

Arthur: ‘Ons boek is een hilarische aanklacht tegen de krankzinnige politieke correctheid. Ik vind mijzelf niet fout, want ik schrijf voor de Volkskrant. Oom Rob is natuurlijk een ander verhaal. Maar over de inhoud: de nieuwste ontwikkeling is dat er in Amsterdam mannen zijn die menstrueren en zwanger kunnen worden. Het lijkt me een hele uitdaging voor de verloskundige om een baby uit papa te trekken.’

Rob: ‘Ik vind mezelf niet fout want ik schrijf voor de Telegraaf. Je zou maar voor de Volkskrant werken. Sinds het vertrek van Philippe Remarque zijn het allemaal Vollebroekjes geworden: bezeten van de stikstofproblematiek. Ons boek gaat trouwens nergens over. Dat is de kracht ervan.’

Arthur: ‘Nou, laatst op de golfbaan zei je anders tegen mij dat je dit boek als je testament zag én als je magnum opus, dat honderd jaar na je dood nog verslonden zal worden door het Nederlandsche volk. Of wat daar dan nog van over is.’

Jullie noemden jezelf tijdens de boekpresentatie ‘de enige hofnarren van Nederland’. Wat bedoelen jullie daarmee?

Arthur: ‘Hofnar vind ik best wel lief klinken, maar ook heel erg gay, met zo’n nichterig pakje aan en al die toeters en bellen. Ik noem mijzelf liever, en in alle bescheidenheid, Dwarsdenker des Vaderlands.’

‘De huidige regering is een hilarisch incompetent zooitje, je kunt er net zo goed de Jostiband neerzetten’

Rob: ‘Ik geloof niet dat wij ons de enige hofnarren noemden. Het was mijn toespraak, dus ik weet dat. Toch zou je je aangesproken moeten voelen, Arthur. Veel hofnarren waren vroeger heel klein en lelijk. Ik zou mezelf geen dwarsdenker durven noemen. Dat suggereert namelijk dat ik kan denken.’

Jullie staan enigszins bekend om jullie snoeiharde columns. Welke groepen of personen zijn voor jullie interessant?

Arthur: ‘Wat mij betreft GroenLinks, D66, BIJ1, DENK en alle gelovigen. Behalve alevieten, boeddhisten en de aanhangers van Gülen. Alevieten en druzen behoren tot bijzondere sjiitische sektes en zijn niet bepaald streng in de leer. Je kunt goed met ze borrelen. Gülen zelf is misschien een wolf in schaapskleren, maar omdat hij tegen Erdogan is, geldt: amicus meus, inimicus inimici mei est (de vijand van mijn vijand is mijn vriend, red).’

Rob: ‘Iedereen die niet vrij is van hypocrisie kan op mijn warme belangstelling rekenen. Dan kom je automatisch vaak bij GroenLinks en D66 uit.’

De humor die zo kenmerkend was voor jullie jeugd en bestaan is aan het verdwijnen, volgens jullie zelf. Waar merk je dat aan?

Arthur: ‘We leven eigenlijk in een geweldige tijd, vergelijkbaar met de verstikkende jaren zestig in Nederland, dat toen geregeerd werd door gristengekkies. Daardoor kon Neerlands Hoop in Bange Dagen doorbreken. Paars was een slechte tijd, qua humor. Het was dodelijk saai, met die zelfvoldane tronie van Gerrit Zalm. O, wat waren we blij met ons! De huidige regering is een hilarisch incompetent zooitje, je kunt er net zo goed de Jostiband neerzetten. Het zijn gouden tijden voor columnisten.’

Rob: ‘Wat zo kenmerkend was voor mijn jeugd was het jennen, het voeren. Het pesten ook, maar dan altijd met een knipoog. Dat is nu langzamerhand aan het verdwijnen. Mijn vader vond dat zijn kinderen eelt op hun ziel moesten krijgen. Nu wordt het veel te snel kwetsen genoemd.’

Heeft humor grenzen? En wanneer stopt de humor en begint de provocatie?

Arthur: ‘Voor mij was het aanvankelijk koorddansen bij de Volkskrant. Na meer dan 350 columns weet ik precies hoe ver ik kan gaan. Ik vroeg acht jaar geleden aan toenmalig hoofdredacteur Phillipe Remarque: waar ligt de grens? Hij grijnsde en zei: ‘Gummbah (een bekende, snoeiharde cartoonist, red).’ Dan hebben we het dus over bijvoorbeeld homo-opa’s in jarretels. Provoceren is een groot woord. Ik moet meestal vreselijk lachen om de sneue personen die in mijn columns figureren. Eigenlijk ben ik heel barmhartig en vol empathie.’

Rob: ‘Het was geloof ik Wim Kan die zei dat je moet weten hoe ver je te ver kunt gaan. Dat vind ik wel een goeie. Niks is heilig. Al vind ik mezelf eigenlijk best braaf. Ik probeer wel zo vaak mogelijk enige zelfspot in te bouwen. De grenzen van humor en provocatie lopen soms in elkaar over.’

Andere journalisten of columnisten durven hun vingers niet meer te branden aan sommige onderwerpen. Jullie wel. Ben je daar trots op?

Arthur: ‘Het woord ‘trots’ zal ik niet snel gebruiken. De term ‘eer’ ook niet. Dan denk ik eerder aan Turken, Marokkanen en Rita Verdonk. Bij mij gaat het vanzelf, ik denk niet na over wie of wat ik nu weer eens op de korrel ga nemen. Mensen denken vaak dat ik schuimbekkend van woede mijn columns tik. Integendeel. Ik grijns, tik, verstuur het stukje en ga met de honden over het strand lopen. Helemaal zen!’

Rob: ‘Voor de verandering ben ik het nu eens met Arthur. Trots is een eigenschap die een columnist zo ver mogelijk terzijde moet schuiven. Ik laat geen enkel onderwerp liggen. Ze scharen mij weleens onder de boze witte mannen. Dat slaat nergens op. Ik word alleen boos – en dan slechts een klein beetje – als ik fascist of extreemrechts word genoemd. Wijlen Dirk-Jan van Baar had daar op het laatst een handje van. Bert Vuijsje en die ras-opportunist Joshua Livestro ook trouwens. Vakgenoten nota bene, die beter zouden moeten weten.’

Arthur: ‘Vergeet de voormalige buttplug van Jesse Klaver niet: Sybren Kooistra.’

‘De wal keert het schip. Men is klaar met menstruerende en zwangere mannen’

Wat was het meest bizarre moment of gebeurtenis, waarbij je in je werk werd tegengewerkt?

Arthur: ‘Toen de spindoctor van GroenLinks, de reeds genoemde Sybren Kooistra, van de hoofdredacteuren van HP/De Tijd en de Volkskrant eiste dat ik ontslagen moest worden. Maar toen kreeg hij alle columnisten van Nederland over zich heen. Dat was smullen! Ik ben ervan overtuigd dat Siebje toen naar Brussel is weggepromoveerd, want hij was het lachertje van GroenLinks geworden. Ik hoorde laatst dat hij aan het transgenderen is, daar kan-ie alleen maar beter van worden.’

Rob: ‘Nou… Tuur… álle columnisten… Ik denk dat NRC-juffrouw Hertzberger jouw vertrek wel zou hebben toegejuicht. Het mijne ook, trouwens. Als Telegraaf-columnist gebeurt je dat zo vaak – en 99 van de honderd keer met argumentvrij geschamper – dat ik de tel ben kwijtgeraakt. Het doet me echt niets.’

Arthur: ‘Als ik moet kiezen tussen jou, oom Rob, en juffrouw Hertzberger, doe ik liever jou. Wel tegen een geringe vergoeding.’

Vorige week was het vijftien jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord. Wat is er in die tussentijd veranderd als het gaat om het vrije woord in Nederland?

Arthur: ‘Eigenlijk zijn Hans Teeuwen en GeenStijl de enigen die iets van het gedachtengoed, als er überhaupt zoiets bestaat, van Theo uitdragen. En een handjevol columnisten. Maar de tijden veranderen, ik merk dat het volk het beu is, al dat policor gebazel. De wal keert het schip. Men is klaar met menstruerende en zwangere mannen. Zodra je de open inrichting Amsterdam verlaat, kom je in het echte Nederland, waar men wel wat anders aan het hoofd heeft dan die stompzinnige identity politics. Werken, bijvoorbeeld.’

Rob: ‘Ja, dat merk ik ook. Soms heb ik het gevoel dat er een vulkaan op uitbarsten staat. Heel veel opiniemakers zijn bang en geven dat soms ook toe, zoals Youp van ‘t Hek.’

Wie is verantwoordelijk voor die politieke correctheid en identiteitspolitiek?

Arthur: ‘Het is begonnen bij extremistische moslims die met geweld gingen dreigen. Dat zijn de stoottroepen. Daarachter volgen Antifa, BIJ1, de Pietenjagers, de Grauwe Eeuw en nog een heleboel andere steuntrekkers. Die profiteren van de angst voor de islam en konden en kunnen in het kielzog van fanatieke moslims hun krankzinnige diversiteitsagenda uitvoeren. Niet voor niks staat NIDA, het Rotterdamse zusje van Hamas, samen met BIJ1 en Antifa te brullen tegen Zwarte Piet en Israël.’

‘Zo langzamerhand is alles wat D66 onwelgevallig is nepnieuws’

Rob: ‘Volgens mij is het eerder begonnen. Niet bij de extremistische moslims, maar op links. Waar men zich, mede gevoed door electorale overwegingen, over hen wilde ontfermen. Die arme mensen mochten absoluut niet gekwetst worden en zoveel mogelijk de ruimte krijgen om zichzelf te zijn. Anton van Schijndel (oud-VVD-kamerlid, tegenwoordig raadslid voor FvD in Amsterdam) zei het ooit mooi: ‘Ze zijn op links zo gek op slachtoffers, dat ze ze kweken’.’

Hoe zien jullie de toekomst van vrijheid van meningsuiting in Nederland?

Arthur: ‘Er komt steeds meer censuur op Twitter, Facebook en YouTube. En dat is erg zorgwekkend. Een Saoedische soepjurk, prins Alwaleed Bin Talal Bin Abdulaziz Alsaud, heeft een flink deel van de Twitter-aandelen in zijn gay Gucci-heuptasje. Heel erg eng. Anderzijds: nergens wordt zoveel porno gekeken als in Saudi-Arabië.’

Rob: ‘Als je de vrijheid van meningsuiting in Nederland een goed hart toedraagt, moet je in elk geval niet op het D66 van Kajsa Ollongren stemmen. Haar kruistocht tegen nepnieuws heeft lachwekkende vormen aangenomen. Zo langzamerhand is alles wat D66 onwelgevallig is nepnieuws.’

Arthur: ‘Weet je wat ik nog het ergste vind? Dat ik door die halvezolen van D66 en GroenLinks ineens weer wat waardering voor de PvdA heb gekregen. Misschien moet ik daar weer eens op gaan stemmen. Staat er een mohammedaanse genderbender op de kieslijst? Een soort Kuzu maar dan knap? Het mag een jurk dragen, want alles is beter dan die stofzuigervertegenwoordigerskostuums van DENK.’

- Advertentie -

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here