‘Zuid-Afrika leert ons ootmoedig te zijn’

Foto: Babet Hogervorst
‘Driehonderd jaar geleden begon onder Nederlands beheer een experiment met de multiculturele samenleving’, zegt Hans Goedkoop over de aanwezigheid van de Nederlanders in Zuid-Afrika.

De Nederlandse publieke omroep NTR en het Rijksmuseum besteden drie maanden lang aandacht aan de rol van Nederland in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Het Rijksmuseum doet dat met een tentoonstelling die te bezoeken is tot 21 mei. Historicus en presentator Hans Goedkoop presenteerde de afgelopen weken bij de NTR de zevendelige serie Goede hoop.

Waarom voelden jullie de behoefte een serie te maken over Zuid-Afrika?
‘Het idee kwam van Martine Gosselink van het Rijksmuseum. Ze benadrukte dat het Rijksmuseum de taak heeft om naast de heldenverhalen ook de rafelranden van de Nederlandse geschiedenis onder de aandacht te brengen. Daarna werd de samenwerking met NTR beklonken. Ik kom van moederskant uit een koloniale familie, mijn opa werd geboren in Nederlands-Indië. Ik ken de koloniale blik die het koloniale leven als mooi, goed en rechtvaardig voorspiegelt. Maar ik ben ook historicus en ik ken het anti-koloniale wereldbeeld dat wij tegenwoordig hebben. Ik zag dit initiatief van het Rijksmuseum als een gelegenheid om het veel onbekendere verhaal uit onze koloniale geschiedenis namelijk dat van Zuid-Afrika onder de aandacht te brengen.’

Wat zochten de eerste Nederlanders in Zuid-Afrika?
‘Aanvankelijk zochten ze een waterpost. Halverwege de reis naar Indië moest er vlees, water en groente ingeslagen worden. Maar omdat de lokale bevolking niet genoeg water, groente en vlees kon leveren werden er ook boeren en slaven naar toe gebracht. Zo ontstond er zonder dat men daar op uit was een kolonie.’

Jan van Riebeeck stond aan het hoofd van de kolonie, wat was hij voor man?
‘Hij was een ambtenaar van de VOC die in Indië dingen moet hebben gedaan die niet door de beugel konden. Hij is bestraft voor oneerbaar gedrag. Hij was uit op rehabilitatie, de VOC heeft toen gezegd ga jij maar naar die rotplek in Afrika. Het was een heel lastige plek want er was niks. Er was wel een inheemse bevolking maar die hadden geen steden, dorpen of wegen. Ze trokken door de savannes.’

Hoe verliep het contact met de inheemse bevolking?
‘Van Riebeeck heeft een logboek bijgehouden. Als je dat leest dan zie je dat hij in het begin geïnteresseerd was in de lokale bevolking. Zo schrijft hij op een gegeven moment over de hoofdmannen die een dierenvel droegen ‘het zijn net praalhanzen’. Een ironisch woord voor regenten in de zeventiende eeuw, die met een cape stonden te pronken.’

Doordat er een gebrek was aan blanke vrouwen ontstonden er relaties tussen zwarten en blanken. Hoe ging dat in zijn werk, promoveerden vrouwen tot volwaardige echtgenoten?
‘Witte mannen kregen relaties met de lokale bevolking, die per definitie geen slaaf waren want de VOC verordende dat zij niet tot slaaf gemaakt mochten worden. De Nederlanders moesten hen te vriend houden, vanwege de handel. Witte mannen kregen ook relaties met slavinnen, die vooral uit Azië werden geïmporteerd. Ze kwamen uit landen als Pakistan, Maleisië en Indonesië. In die tijd was het ook betrekkelijk gewoon dat je een slaaf kon vrijkopen. Als je als slaaf was vrijgekocht dan was je ook gelijk gelijkwaardig aan wie dan ook. De VOC had boeren nodig en zo’n vrijgekochte slaaf kreeg daarom vaak een boerderij. Die ex-slaaf was dan een boer zoals alle andere. Ook vrijgemaakte slavinnen konden hoog stijgen door te trouwen. Een mooi voorbeeld is het verhaal van een dochter van een slavin die met een hooggeplaatste Nederlander trouwde en daardoor het enorme landgoed Groot Constantia in haar bezit kreeg.’

Was het dan geen schande dat een blanke man met een zwarte vrouw trouwde?
‘Het verdiende misschien geen aanbeveling, want een huwelijk was een zakelijke overeenkomst, je trouwde vaak zo hoog mogelijk en dat betekende zo wit mogelijk, maar racisme is een veel later verschijnsel, dat is pas in de negentiende eeuw groot geworden. Slavernij was voor die tijd een vanzelfsprekendheid maar werd niet per definitie gekoppeld aan ras.’

Toen de VOC failliet ging namen de Britten het gezag in Zuid-Afrika over. De in Zuid-Afrika geboren Nederlanders trokken het binnenland in uit angst om hun slaven en cultuur te verliezen, nadat de Britten de slavenhandel afschaften. Daarbij werden vele Zoeloes en andere volkeren verjaagd en vermoord. Waarom waren ze zo volhardend om in het land te blijven?
‘Dat is iets wat witte Afrikanen nu nog vaak horen van Europeanen, wat doe jij in Afrika, jij hoort hier toch helemaal niet? Maar als je ouders, je grootouders en zelfs je overgrootouders geboren zijn in Afrika, hoe kan je dan in alle ernst beweren dat je niet in Afrika thuishoort? Toen de VOC failliet ging zaten de Afrikaners van Nederlandse komaf gevangen tussen twee culturen. In Nederland werden deze mensen in de achttiende eeuw niet meer beschouwd als echte Nederlanders. Ze vonden de Afrikaners maar een ruw volk met hun bedenkelijke moraal, ze waren weliswaar christelijk maar krankzinnig streng en vermengd met heidens geloof. Bovendien vond men het Nederlands dat de Afrikaners spraken niet om aan te horen. De Afrikaners van Nederlandse komaf hadden hun eigen cultuur ontwikkeld en die wilden ze koste wat kost behouden.’

Twee eeuwen later is de interesse vanuit Nederland voor de Afrikaners weer helemaal terug. Eind negentiende eeuw en begin vorige eeuw eeuw emigreerden duizenden Nederlanders naar Zuid-Afrika. Wat dreef hen?
‘In de binnenlanden ontdekten de Afrikaners goud en diamanten. De Britten wilden daar ook van mee profiteren waarop de Afrikaners de oorlog verklaarden aan het Britse rijk. De Boerenoorlogen tussen 1880 en 1902 vonden Nederlanders geweldig. Het Britse rijk was de imperialistische grootmacht van de negentiende eeuw. Puur uit afkeer voor de Britten groeide het nationalistisch sentiment bij veel Nederlanders. Ineens werden de Afrikaners als ‘stamverwanten’ beschouwd. Begin twintigste eeuw zie je overal in Europa het nationalisme de kop op steken. Nationale identiteit werd opnieuw gedefinieerd. Zuid-Afrika werd beschouwd als ‘volksverwant’ van Nederland en daarom aantrekkelijk om naar toe te emigreren.’

Ook Hendrik Verwoerd ging toen naar Zuid-Afrika, hij wordt gezien als de belangrijkste vormgever van de Apartheid. Hij was zo sterk voor rassenscheiding dat hij geen zwart personeel duldde. In hoeverre speelde zijn Nederlandse achtergrond een rol bij de totstandkoming van zijn ideeën?
‘De apartheid is voor een deel met goede bedoelingen ontstaan. De gedachte van Verwoerd was dat de blanke christenen een andere achtergrond en een andere cultuur hebben dan zwarten. Zwarten hebben ook recht op hun eigen wereld dus vond hij dat ze gescheiden moesten leven. Ze krijgen hun eigen lap grond en die mogen ze zelf voor een deel gaan besturen, zwarten kunnen daar minister en ambtenaar worden. En dan kunnen zij hun wereld scheppen en wij de onze. Als wij blanken onze eigen wereld scheppen dan moeten we niet die zwarten als onze bedienden hebben. Dat was een principekwestie. In Nederland hadden heel veel Nederlanders sympathie voor dat idee. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de heersende gedachte dat de koloniën ooit zelfstandig moesten worden en dat wij ze moesten leiden naar die zelfstandigheid. Dat duurde tot ongeveer de jaren zeventig toen er overal anti-apartheid stemmen opkwamen in Nederland.’

Hoe is het nu gesteld met de rassenscheiding in Zuid-Afrika?
‘In de politiek is de apartheid verdwenen, maar in de economie en in de hoofden van de mensen bestaat het nog. Kleur speelt nog steeds een grote rol. In Zuid- Afrika is het bijvoorbeeld geen taboe om onderscheid te maken, dat gebeurt in Zuid-Afrika heel openlijk zonder gêne, heel anders dan in Nederland waar we de neiging hebben om te doen alsof racisme niet bestaat. In Zuid-Afrika kan een zwarte man zeggen dat hij blanke mensen haat en tegelijkertijd goed contact onderhouden met blanken. In Nederland krijgen Turkse en Marokkaanse Nederlanders moeilijker een stage, maar het is een taboe om te zeggen dat dat komt door hun etniciteit.’

Naast Nelson Mandela heeft ook president Willem de Klerk de Nobelprijs voor de Vrede gekregen, omdat beiden zich ingezet hebben voor het beëindigen van de Apartheid. Toch kreeg Mandela de heldenstatus en De Klerk niet. Na De Klerk is er geen blanke president meer geweest in het land, is de machtsbalans doorgeslagen naar de andere kant?
‘De overheid voert een positief discriminatiebeleid, wat wil zeggen dat niet-blanken voorrang krijgen in overheidsfuncties. Ik heb een blanke universiteitsmedewerker gesproken die haar baan kwijtgeraakt is. Die baan wordt gegeven aan iemand met een donkere huid, die hoogstwaarschijnlijk veel minder gekwalificeerd is. Deze vrouw die als anti-apartheid-activiste gestreden heeft voor de rechten van zwarten is dan ook nog eens zo nobel om te zeggen ‘ik voel hun recht, ik begrijp het, het is alleen hard als het jezelf betreft’. Die discriminatie bestaat, maar witte privileges bestaan ook nog steeds heel erg. We zijn bij een zoon van Verwoerd op bezoek geweest, die zegt dan ‘mijn vader heeft het goed gezien als je die zwarten een beetje macht geeft dan willen ze alles.’ En die man woont in Stellenbosch in een grote villa met gemaaid gras in een hele rijke buurt en zijn buren zijn allemaal blank, waardoor je denkt wat hebben de zwarten dan afgepakt, hoeveel zwarten wonen er zoals jij? Maar dat bedreigde gevoel zit heel diep. De blanken hebben voor een deel hun macht af moeten staan, maar je kan niet zeggen dat de rollen helemaal omgedraaid zijn. Ze hebben door de eeuwen heen zo’n onwaarschijnlijke voorsprong opgebouwd dat ze nog steeds een voorsprong hebben.’

De Nederlandse identiteit zou onder druk staan. Aan de andere kant zijn er steeds meer mensen die racisme en het slavernijverleden als het grootse probleem van Nederland zien. De politieke partijen Denk en Artikel 1 wijzen daarop. Draagt de aandacht voor de geschiedenis en de huidige situatie van Zuid-Afrika bij aan deze discussie?
‘Ik hoop van wel. Er zijn in ieder geval duidelijke parallellen te trekken met Zuid-Afrika. In Nederland zijn we stukje bij beetje bezig een multiculturele samenleving te worden. Van Balkenende mocht je dat niet zeggen, maar je ziet het gebeuren. De partij Denk is de eerste Nederlandse politieke partij op etnische grondslag. Dat is nieuw en dit is nog maar het begin. Hierover ontstaat toenemende paniek. Wat eigenlijk niemand meer weet: driehonderd jaar geleden begon onder Nederlands beheer een experiment met de multiculturele samenleving. Een scheikundig lokaal waar eeuwenlang experimenten gedaan zijn tussen etnische en religieuze groepen. Als je die geschiedenis onder ogen krijgt denk je niet: zo moeten wij het ook doen. Maar Zuid-Afrika laat wel zien dat het worden van een multiculturele samenleving een proces van eeuwen is.’

Is dat ook niet het grootste probleem, dat je partijen op etnische grondslag krijgt, zoals Denk, zoals je ook zwarte en witte politieke partijen hebt in Zuid-Afrika?
‘Ja, maar in Zuid-Afrika zie je ook steeds meer mengvormen. Het ANC verliest stap voor stap de macht. De belangrijkste steden Johannesburg, Pretoria en Kaapstad zijn in handen van de liberale partij Democratische Alliantie. Dat was onder de apartheid een witte partij maar is nu steeds meer gemixt. In Zuid- Afrika is het enorm tot mij doorgedrongen hoe moeilijk een multiculturele samenleving is. Het levert enorm veel spanningen op en daar zullen wij ook in Nederland in toenemende mate mee te maken krijgen. Wat ik probeer is om daar realistisch over te zijn, we zijn decennialang veel te optimistisch geweest, het idee dat nieuwkomers vanzelf zien dat onze samenleving geweldig is en zich moeiteloos aanpassen is ontzettend naïef. In Zuid-Afrika ben ik ervan doordrongen geraakt dat twee dingen je altijd gelijk opvallen in een multiculturele samenleving namelijk: kleding – stand en klasse – en huidskleur. Dat zit in je systeem nog voordat je het begin van een gedachte over iemand hebt. Je kan desondanks proberen een individu te zien maar dat vereist een voortdurende inspanning en zelfbeheersing.’

Nederlanders met een achtergrond in de voormalige koloniën roeren zich steeds vaker. Zo zijn er Surinaamse Nederlanders die herstelbetalingen eisen van de staat. Vindt u het terecht dat blanke Nederlanders op hun geschiedenis worden aangesproken ook al is het lang geleden?
‘Ik voel me niet schuldig, ik ga ook geen excuses aanbieden, omdat ik persoonlijk geen aandeel heb in de verovering van de koloniën. Ik heb begrip voor de woede van de Surinaamse Nederlanders. Er is elk jaar weer gedoe over het slavernijverleden en het slavernijmonument, soms denk je: houdt het dan nooit op? Maar mensen gebruiken de geschiedenis om hun identiteit mee vorm te geven. Dat zal voorlopig niet ophouden.’

Is niet van beide kanten het probleem dat mensen de geschiedenis volledig verweven met hun identiteit?
‘De identiteitspolitiek van de één roept die van de ander op. Dus als de één iets claimt gaat de ander ook iets claimen. Wat zou het mooi zijn als we terug konden naar de zeventiende en achttiende-eeuwse openheid, maar dat lukt ons helemaal niet meer. We stonden te juichen in Europa toen Mandela de macht kreeg, nu zie je dat mensen in Europa veel huiveriger zijn omdat ze merken dat ook in Europa de witte meerderheid de macht moet gaan delen. Dat alleen al leidt tot een enorme backlash. In Amerika zie je dat het witte superioriteitsdenken helemaal weer terug is van weggeweest. Een ander voorbeeld uit ons eigen land is hoe De Telegraaf berichtte over de protesten bij het Turkse consulaat op 11 maart. Te zien was een foto waarbij een politieagent een man op de grond drukte, met daarboven de titel ‘wij zijn hier de baas’. Volgens mij was zo’n kop ondenkbaar een paar jaar geleden.’

Kan hetzelfde gezegd worden van het plan van CDA-leider Sybrand Buma die onlangs voorstelde het volkslied te zingen op scholen?
‘Dat is natuurlijk ook identiteitspolitiek. We gaan het vaderland niet redden door allemaal het Wilhelmus te zingen. Dat slaat echt als een tang op een varken. Nee, dan is thee drinken echt beter! Zuid-Afrika is geen perfect voorbeeld maar op één punt zijn ze verder dan ons, dat is dat ze ondanks de enorme moeilijkheden heel veel contact zoeken met elkaar. Ze zeggen hardop wat ze van elkaar denken. Ze zeggen niet ‘minder, minder, minder’. Omdat iedereen accepteert dat iedereen inwoner is van Zuid-Afrika. Ze roepen niet dat de andere groep het land moet verlaten. De keuze is simpel: of je wordt een multiculturele samenleving of het wordt een bloedbad. In Zuid-Afrika kiezen ze voor de multiculturele samenleving. Als oude koloniale macht zou je daar ootmoedig over moeten zijn. Dat een kolonie die we nooit gewild hebben iets gebracht heeft waar we nu iets van kunnen leren.’

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie. Redacteur van de Kanttekening.