Nasrdin Dchar ergert zich aan verkeerde beeldvorming

Foto: Nasrdin Dchar
Nasrdin Dchar ergert zich aan de negatieve beeldvorming over Marokkaanse Nederlanders. Met zijn theatervoorstelling Dad wil hij tegenwicht bieden.

Acteur Nasrdin Dchar (Steenbergen, 1978) is onder meer bekend van de televisieseries Shouf shouf! (2006-2009), Deadline (2008-2010) en De jacht (2016-) en de films Rabat (2011), Infiltrant (2014) en Undercover (2015). Hij staat op dit moment in het theater met Dad, een persoonlijke monoloog over zijn vader. Grote thema’s worden afgewisseld met de kleinst mogelijke details. Zijn vader heeft een belangrijke rol binnen het stuk, net als zijn moeder dat had in zijn vorige monoloog, Oumi.

‘De band met mijn vader is een heel bijzondere’, vertelt Dchar aan deze krant. ‘Ik zie mezelf een beetje als een troostkind, al klinkt dat raar. Dat is omdat ik voor hem op een fijn moment ben gekomen, aangezien hij toen door een wat moeilijke tijd ging. Mijn vader maakte me ervan bewust dat je de kansen moet grijpen die je krijgt. Zo hamerde hij bijvoorbeeld ook heel erg op het volgen van een opleiding, omdat hij die mogelijkheid zelf nooit heeft gehad. Hij was een man uit de eerste generatie die hiernaartoe is gekomen om te werken. Hij leerde me om altijd door te gaan en daar pluk ik nog steeds de vruchten van.’

Dchar heeft dus nu zowel een voorstelling over zijn moeder als over zijn vader gemaakt. ‘Dad is wel wat explicieter’, zegt hij. ‘Deze show is iets meer uitgesproken, terwijl mijn vorige stuk een kleiner verhaal vertelde.’ Dchars vader was ‘gastarbeider’. Dad vertelt het verhaal van een familie die een leven heeft moeten opbouwen in een nieuw land. Het is een actueel en herkenbaar verhaal. ‘Ik ben de actualiteit’, zegt Dchar.

De acteur benadrukt dat de problematiek van migratie en integratie hem erg bezig houdt. ‘Ik erger me vaak. Dan heb ik het met name over de verkeerde beeldvorming over bepaalde zaken. Zo kan ik me bijvoorbeeld ergeren als het weer eens gaat over ‘de gewone Nederlander’. Laatst zag ik een foto van een witte Nederlander die een hand geeft aan een vrouw in een boerka. Hoe vaak zie je dit nou daadwerkelijk gebeuren? Het beeld dat dan wordt geschept is gewoon niet de realiteit. Door dit soort voorbeelden ontstaan er vooroordelen. Het grappige is dat ik die stigmatiseringen dan weer probeer om te zetten in iets positiefs. Dat kan perfect in een theaterstuk.’

Ook de politiek houdt Dchar erg bezig. ‘Ik vind dat er op een lelijke manier met de samenleving wordt omgegaan. Negatieve dingen krijgen meer aandacht dan positieve dingen, dat vind ik heel erg’, zegt hij. ‘Het zijn heftige tijden, er ontstaan gevaarlijke groepen. En toch, als ik in een theatervoorstelling sta heb ik ontzettend veel hoop, dan zie je de mensen voor wie ze zijn, mensen die normaal omgaan met elkaar.’

Toen Dchar zes jaar geleden een Gouden Kalf in ontvangt nam gaf hij onder toeziend oog van zijn zichtbaar geëmotioneerde ouders een toespraak waarin hij inging op zijn achtergrond en de invloed van Geert Wilders. Dchar zei dat jonge mensen moeten blijven dromen, liefde boven angst moet staan en iedereen, ondanks afkomst, Nederlander is. ‘Het was de uitgelezen kans om mijn moment te pakken. Ik spreek me graag uit en dat doe ik altijd op een niet-beledigende manier. Toen had ik de kans om iets aan te kaarten en dat deed ik.’

Dchar noemt de Gouden Kalf ‘een geweldige erkenning’. ‘Al heeft het niet eens zo veel effect gehad op het vervolg van mijn carrière. Natuurlijk is het goed voor je nationale bekendheid, maar ik had echt niet de rollen voor het oprapen.’

Op de vraag wat hij nog wil bereiken is hij duidelijk. Hij richt zich vooral op de boodschap die hij zijn publiek, maar misschien ook wel een breder publiek wil meegeven. ‘Ik zou graag willen dat we allemaal nieuwsgierig blijven, dat is zó belangrijk. We moeten open staan voor elkaar en dat ook altijd blijven. Kijk met een goede blik naar de wereld, want die is zo mooi. Dat zal ik mijn zoon en dochter ook zeker meegeven.’

DELEN
Tom Brouwer
Journalist gespecialiseerd in maatschappij en sociale verschillen.