‘Het moet gaan om capaciteiten, niet afkomst’

Foto: Politie
De Amsterdamse politie heeft behoefte aan meer mensen met een migratieachtergrond en wil actiever beleid voeren om te voldoen aan de vraag. Niet iedereen vindt dat een goed plan. ‘Als je zegt dat vijftig procent van de agenten een migratieachtergrond moet hebben, dan vraag ik mij af in hoeverre dan nog naar kwaliteit wordt gekeken.’

De Amsterdamse politie heeft mensen nodig die ‘de stad verstaan’. Dat zegt Pieter-Jaap Aalbersberg, politiecommissaris van het hoofdstedelijke korps. Daarom wil hij dat de helft van de vacatures wordt ingevuld door mensen met een migratieachtergrond. Dat is een groot percentage als je het vergelijkt met percentages uit het verleden. Het was namelijk zo dat het Amsterdamse politiekorps voor 30 procent bestond uit werknemers met een migratieachtergrond. Dat zakte zelfs naar 18 procent. Het percentage moet volgens Aalbersberg snel toenemen. Hij licht toe dat het simpelweg plaatsen van vacatures op internet niet de oplossing is. Volgens hem is het zo dat mensen uit heel het land dan reageren en dat komt het korps uiteindelijk niet ten goede. De Amsterdamse politie benadert volgens hem nu mensen op een actievere manier en zet personeel meer in om binnen hun familie mensen te benaderen. ‘Alle wijkagenten kennen jongens en meiden die het goed zouden doen bij de politie’, zo zei hij onlangs in het programma De ochtend op NPO Radio 1. En niet alleen via bekenden moeten er mensen benaderd worden, ook social media moet een belangrijke schakel worden binnen het nieuwe selectieproces, stelt hij. ‘We zoeken de Amsterdammers op’, aldus Aalbersberg.

Eric Akerboom, korpschef van de Amsterdamse politie, zei al eerder dat de toestroom van mensen met een diverse achtergrond gebrekkig is. Hij zei dat de toestroom van die groep nu één op vijf is. Mocht het nieuwe plan daadwerkelijk gaan werken, dan zullen inwoners van Amsterdam ongetwijfeld de verandering gaan merken. Zo ook Maria, die al jarenlang in Amsterdam-Zuid woont. ‘Wat mij nogal steekt, is dat er uitgegaan wordt van een bepaald quotum’, begint zij. ‘De politie moet selecteren op competenties. Als je zegt dat 50 procent van de agenten een migratieachtergrond moet hebben, dan vraag ik mij af in hoeverre dan nog naar kwaliteit wordt gekeken. Het is raar om een belangrijk iets als dit in cijfers uit te drukken.’ Zij komt zelf niet in aanraking met de politie, maar ervaart wel de aanwezigheid op straat. ‘Met name in de maanden november en december zie je veel blauw op straat. Dan staat er echt een mobiele post voor mijn deur, die rond de feestdagen een oogje in het zeil houdt. Dat is dan meestal preventief. Verder zie ik ze meestal pas wanneer er echt iets aan de hand is, maar dan reageren ze gewoon op een bepaalde situatie.’

Ook Erik woont al een tijd in de hoofdstad, in Amsterdam-Oost. Hij ziet niet in waarom het een slecht plan zou zijn. ‘Waarom niet? Ik denk wel dat het zo is dat hier in Oost meer blanke Nederlanders wonen. Het grootste probleem hier is de fietsendiefstal, dus dat valt nog mee. Ga je meer richting de Indische buurt, dan zal je ook meer mensen tegenkomen met een migratieachtergrond.’ De link naar de invloed van het nieuwe plan wordt hier meteen gelegd. Erik gelooft namelijk dat agenten met een migratieachtergrond extra invloed kunnen hebben op sommige groepen mensen. ‘Ik denk dat een agent met dezelfde achtergrond als de burger op straat sneller wat kan overbrengen dan een blanke agent. Het fiftyfifty-idee van de politie is wat dat betreft goed. Een Marokkaans-Nederlandse jongen neemt denk ik eerder wat aan van een agent die dezelfde afkomst heeft. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden.’ Maria ziet dat iets anders. ‘Het kan inderdaad zo zijn dat een agent met een bepaalde achtergrond meer gezag heeft op burgers met dezelfde achtergrond, maar waarom kunnen mensen niet gewoon naar iedere agent luisteren? Het moet gaan om capaciteiten, niet afkomst.’

Erik heeft zelf weinig ervaring met politieoptredens en komt er verder niet mee in aanraking. Toch valt het hem op dat de laatste jaren meer optredens escalerend zijn. ‘Wel wat grover naar mijn idee. Zelf heb ik ook dingen gehoord waarover ik twijfels heb. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld dat iemand achterna werd gezeten door een agent en uiteindelijk gewond raakte, terwijl iemand anders de bron van het probleem was. Dat is niet de beste oplossing voor problemen.’

Soms heeft Maria het gevoel dat een Nederlandse agent minder gezag heeft dan een agent die in het buitenland werkzaam is. ‘Ik heb er natuurlijk geen bewijs voor en het is een aanname, maar dat gevoel heb ik wel.’ Die aanname is voortgevloeid uit onder andere een incident die zij een aantal jaren geleden op straat meemaakte. ‘Ik stond toen met een vriendin te wachten bij een stoplicht. Een pizzakoerier op een brommer reed door rood en werd vervolgens aangehouden door de politie. De koerier gaf de agent een schouderklopje. Mijn vriendin geloofde haar ogen niet, omdat zij van huis uit Engelse is. Zij vertelde mij dat je in Engeland een groot probleem hebt wanneer je een agent durft aan te raken. De brommerrijder mocht vervolgens weer verder rijden. Binnen no-time reed hij voor de tweede keer door rood licht.’

Op de website waar je kunt solliciteren bij de politie worden geen expliciete eisen genoemd. Wel wordt gezegd dat een sollicitant beoordeeld wordt op ‘kennis van etnische groepen en culturen’.

DELEN
Tom Brouwer
Journalist gespecialiseerd in maatschappij en sociale verschillen.