Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg concludeert dat Turkije de rechten heeft geschonden van een vermeende Gülen-aanhanger door hem te veroordelen als lid van een terroristische organisatie. Het gaat om de zaak Saban Yasak tegen Turkije.
In 2024 oordeelde het Hof nog dat er geen sprake was van een schending van de rechten van de 39-jarige Yasak, die naar Duitsland is gevlucht.
Volgens het Hof hebben Turkse rechters onvoldoende onderzocht of Yasak echt wist van de terroristische doelen van de Gülenbeweging. Daarbij speelde mee dat de feiten plaatsvonden tussen 2011 en 2014, dus vóór de mislukte staatsgreep van 2016 en voordat de beweging officieel als terroristische organisatie werd aangemerkt. Yasak werkte bovendien in het onderwijs binnen de beweging.
Volgens het Hof hebben de Turkse rechters onvoldoende uitgelegd waarom zijn werkzaamheden zouden bewijzen dat hij wist van terroristische activiteiten. De veroordeling was vooral gebaseerd op algemene ontwikkelingen binnen de beweging, zonder concreet aan te tonen dat Yasak bewust deelnam aan een terroristisch project. Daarmee handelde Turkije volgens het Hof in strijd met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Hof oordeelde ook dat artikel 3 was geschonden door de slechte omstandigheden waarin Yasak gevangen zat. Hij verbleef ongeveer vier jaar in overvolle cellen, met slechte sanitaire voorzieningen en meer dan veertien maanden zonder eigen bed. Volgens het Hof waren die omstandigheden ernstig genoeg om artikel 3 te schenden.
Yasak is een van de duizenden vluchtelingen die in de jaren na de mislukte couppoging — dit jaar tien jaar geleden — als ‘terrorist’ werden bestempeld en vervolgd vanwege vermeende banden met de Gülenbeweging. Velen verloren hun baan, kwamen in de gevangenis terecht of vluchtten uit Turkije.
Yasak, die destijds student was en als huiswerkbegeleider werkte op scholen die in verband werden gebracht met de Gülenbeweging, ontkent alle beschuldigingen van de Turkse staat. Volgens hem waren zijn activiteiten niet strafbaar, omdat ze plaatsvonden in 2014, toen de beweging nog niet als terroristische organisatie was aangemerkt. Het Europees Hof gaat daar nu in mee.


