Nieuwe getuigenissen van Rohingya‑vluchtelingen in Bangladesh wijzen op een hernieuwde golf van extreem geweld in Myanmar, zo bericht dagblad Trouw naar aanleiding van een rapport van Human Rights Watch.
Volgens een onderzoek van Human Rights Watch werden op 2 mei 2024 in het dorp Hoyyar Siri in de staat Rakhine zeker 170 burgers gedood, onder wie 90 kinderen. Het bloedbad vond plaats tijdens een offensief van het Arakan‑leger, een rebellenbeweging die zich verzet tegen de militaire junta die sinds 2021 aan de macht is. Het Arakan-leger vertegenwoordigt de boeddhistische Rakhine-bevolking.
De Rohingya, een staatloze islamitische minderheid, werden al eerder slachtoffer van zuiveringscampagnes. In 2016 en 2017 vluchtten honderdduizenden naar Bangladesh nadat het Myanmarese leger dorpen verwoestte en bewoners vermoordde. Nu lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Overlevenden melden dat het Arakan‑leger burgers vasthoudt in kampen en dwingt tot slavernij.
Human Rights Watch stelt dat de situatie in Rakhine verre van veilig is en spreekt van ‘genocidal acts’. De organisatie roept de internationale gemeenschap op Bangladesh financieel te steunen bij de opvang van de ruim een miljoen Rohingya‑vluchtelingen, in plaats van te praten over hun terugkeer naar Myanmar.


