Economische effecten migratie zijn juist positief

Lees meer

Wat zijn de effecten van migratie op de economie van Nederland? De Kanttekening analyseert de lasten en de lusten van migratie in de context van economie en arbeidsmarkt.

Een grootschalig onderzoek, uitgevoerd door vooraanstaande Franse economen, wijst uit dat migratiestromen in de afgelopen dertig jaar goed zijn voor de economieën in West-Europa. Hoe is dit te verklaren en waarom klinkt dit tegennatuurlijk? Zijn we, van links tot rechts, zo overtuigd geraakt van de ‘slechte’ invloed van nieuwkomers? Dit artikel geeft een analyse van de invloeden van migranten en vluchtelingen op de economie en de arbeidsmarkt.

Vraagstukken omtrent grote vluchtelingenstromen die ontstaan door brandhaarden in de wereld worden regelmatig geduid als de refugee burden (vluchtelingenlast). Het gaat er in internationale verhoudingen vaak om hoe landen deze ‘last’ onder elkaar gaan verdelen. Dat geldt voor arbeidsmigranten en voor vluchtelingen. Ook in de Tweede Kamer, bij de koffieautomaat en thuis aan tafel wordt veel gediscussieerd over de rol van migranten en vluchtelingen in de Nederlandse samenleving. Vanuit de wetenschap is er inmiddels een brede belangstelling ontstaan naar de feiten en cijfers omtrent migratiestromen.

Een positief effect
In een interview gepubliceerd door het CNRS, het Franse Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk onderzoek, gaat de Franse econoom Hippolyte d’Albis in op het recentelijk uitgevoerd onderzoek: ‘Er gaat een zeer merkbaar positief effect uit van de stroom van migranten. Na een toename van dit aantal op een bepaalde datum, stijgt het bruto binnenlands product (bbp) per inwoner aanzienlijk gedurende de daaropvolgende vier jaar, terwijl de werkloosheid daalt. En dit is precies het tegenovergestelde van wat ons doorgaans wordt verteld. Deze verbetering van de economische situatie heeft daarnaast ook een positief effect op de overheidsfinanciën: naarmate de overheidsuitgaven toenemen, nemen ook de inkomsten in termen van belastingen en premies toe.’ Deze conclusie is overigens niet nieuw. Onder meer de Amerikaanse econoom Giovanni Peri concludeerde eerder al dat het positieve langetermijneffect van migranten op het inkomen van in de VS geboren werknemers substantieel is.

Foto: CBS

Asielzoekers en het effect op de economie

In de Franse studie wordt het effect van migratiestromen op de Europese economie bestudeerd. Over de periode tussen 1985 en 2015 werden de gegevens van vijftien Europese landen – waaronder Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje –onderzocht. De invloed van de totale instroom van migranten (de netto-migratie) werd bekeken, maar apart daarvan werd ook de economische invloed van asielzoekersstromen onderzocht. Voor wat betreft de instroom van asielzoekers duurt het weliswaar langer, maar ook hier zijn na drie tot zeven jaar significante positieve effecten op het bbp waarneembaar.

Dit lijkt de beeldvorming ontzettend tegen te spreken. Migranten zitten weliswaar, precies zoals ons is verteld, vaker in een uitkeringssituatie, maar dat wordt meer dan gecompenseerd met de belastinginkomsten die binnenstromen vanuit die groep. Een grotere bevolking brengt daarnaast een grotere en andere vraag naar producten en diensten met zich mee. Dit levert weer extra werkgelegenheid op – denk aan de cassavechips bij de toko die moet worden geïmporteerd en geproduceerd, of aan de Syrische kapper en de Poolse bouwvakker die zelf ook moeten leven, eten en wonen.

Gezinshereniging

In discussies over migranten gaat het regelmatig over Nederlandse bijdragen aan het thuisfront van migranten. Aan Nederlandse kinderbijslag voor kinderen die in andere landen wonen, maar ook aan gezinsherenigingsprogramma’s kleven enorme bezwaren en ethische dilemma’s en hier wordt met argusogen naar gekeken. Wie gaat immers die monden voeden? De Nederlandse belastingbetaler? D’Albis: ‘Zelfs als we alleen naar gezinsmigratie kijken, zijn de economische effecten positief, in tegenstelling tot de publieke opinie. Er zijn verschillende mechanismen in het spel. Veel immigranten die het land binnenkomen voor gezinshereniging zijn werkzaam in de sector van huishoudelijke taken, zorgtaken en persoonlijke assistentie, waardoor de inwoners van de gastlanden gemakkelijker kunnen gaan werken. Bovendien vermindert het herenigen van gezinnen de hoeveelheid geld die naar hun land van herkomst wordt teruggestuurd, waardoor de consumentenbestedingen in het gastland toenemen.’ De Congolese Chantal en Tina (zie foto) zijn door gezinshereniging in Nederland terechtgekomen. Ze verkopen Afrikaans eten.

Migratie en werkgelegenheid

Migratie levert volgens het Franse onderzoek op termijn dus ook een daling van de werkloosheid op. De economische reden die hiervoor wordt aangereikt is dat migranten andere vaardigheden meebrengen en in sectoren gaan werken waar veel vraag naar is. Laaggeschoold werk complementeert de alsmaar groeiende vraag van een hoogopgeleide bevolking. Daarmee versoepelt de arbeidsmarkt. In de wetenschap worden deze conclusies breed gedragen. De Amerikaanse econoom Peri concludeert dat verschillen in vaardigheden, beroepskeuzes en uiteindelijk vervulde banen bijdragen aan een arbeidsmarkt waarin mensen elkaar aanvullen. Immigratie blijkt volgens hem juist een klein, positief effect te hebben op de vraag naar laagopgeleide in de Verenigde Staten geboren werknemers. Onder laagopgeleide werknemers gaan degenen die in de VS zijn geboren vaak werken in de industrie of mijnbouw, terwijl immigranten meestal banen hebben in persoonlijke diensten en landbouw. De hogeropgeleide, in de VS geboren werknemers zijn vaak managers, leraren en verpleegsters, terwijl hogeropgeleide immigranten meer werken als ingenieurs, wetenschappers en artsen. Daarnaast specialiseren immigranten en in de VS geboren werknemers zich binnen industrieën en bedrijven in verschillende taken. Door de relatief betere Engelse taalvaardigheden specialiseren in de VS geboren werknemers zich meer in communicatietaken, terwijl immigranten zich meer specialiseren in taken zoals handenarbeid. Dit resulteert in specialisatie en verbeterde productie-efficiëntie. In staten met veel immigratie zijn geboren Amerikanen inderdaad veel meer communicatiegerelateerde beroepen gaan uitoefenen. Deze complementaire taakspecialisatie duwt de in de VS geboren werknemers doorgaans in de richting van beter betaalde banen, het verbetert de efficiëntie van de productie en creëert banen. Als we kijken naar Nederland, dan zien we bijvoorbeeld dat posities in de bouw en in de (gezins)zorg door migranten worden opgevuld, zodat Nederlanders op andere en beter betaalde posities kunnen gaan werken dan voorheen.

Verdringing op de arbeidsmarkt
Vaak wordt gesproken van verdringing. Verdringing is een toename van het arbeidsaanbod van een bepaalde groep, die nadelige gevolgen heeft voor de groep die al werkzaam is of wil zijn op die arbeidsmarkt. Hierdoor is er een kleinere kans op werk, zijn er slechtere arbeidsvoorwaarden en gaan mensen werken in banen die minder goed bij hun kennis passen. Hoe zit het in de praktijk op de arbeidsmarkt in Nederland? In het rapport Verdringing op de arbeidsmarkt, beschrijving en beleving (2018) van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wordt uitgebreid ingegaan op verdringing. De Amerikaan Peri onderzocht ook de Europese situatie en deze studie laat zien dat geboren Europeanen zich naar meer complexe, abstracte en communicatiegerelateerde banen op de arbeidsmarkt verplaatsten, mede omdat immigranten het handmatige werk gingen verrichten. Bij een verdubbeling van het aantal immigranten steeg het inkomen van de Europese bevolking met 0,7 procent. Deze ‘functie-upgrade’ van geboren Europeanen vertraagde, maar kwam niet tot stilstand tijdens de recente grote recessie van 2008 en later. Deze herverdeling van functies met de resulterende hogere inkomens voor Europese werknemers vond meer plaats in de landen met flexibelere arbeidswetgeving. Volgens het rapport van het CPB en het SCP is er weinig verdringing door migratie te verwachten in Nederland, maar lijkt het dus wel belangrijk om een flexibele arbeidsmarkt te hebben om migratiestromen op de markt op te vangen. In Nederland werkten in 2015 ongeveer zevenhonderdvijftigduizend werknemers uit andere landen.

De omvang van de groep asielzoekers met een verblijfstatus (statushouders) is relatief beperkt en verdringing op de arbeidsmarkt door deze groepen zal volgens het genoemde rapport zeer beperkt zijn, mede vanwege het verschil in arbeidsaanbod met Nederlanders. Arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa werken vaak in sectoren met een krimpende werkgelegenheid. Nederlanders die voorheen in deze sectoren werkten, zien hun loon in een nieuwe sector gemiddeld stijgen, maar volgens het rapport gaat niet iedereen er op vooruit. Alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zal hier en daar een terechte zorg bestaan dat toetreding van migranten gevolgen kan hebben voor het bestaande arbeidsaanbod. Heet van de naald is echter het nieuws dat uit cijfers die zijn opgevraagd bij het CBS blijkt dat Nederland bovenop de huidige jaarlijkse stroom arbeidsmigranten (zie figuur) jaarlijks nog eens vijftigduizend extra arbeidsmigranten alleen al uit de EU nodig heeft om bedrijven de groei te laten doormaken die ze willen doormaken. Dit gaat vooral over plekken aan die onderkant van de arbeidsmarkt. Voor de NOS spreekt de Brabantse VVD-gedeputeerde Bert Paulli zich uit: ‘Zonder arbeidsmigranten loopt de economie hartstikke vast’. Nederland heeft een kleine en zeer open economie, waardoor er een zeer diverse vraag is naar een aanvullend arbeidsaanbod. Tandartsen uit Zuid-Europa, IT’ers uit India en bouwvakkers uit Bulgarije vullen dit aanbod aan. Dit extra aanbod leidt niet tot verdringing, maar tot groeiontwikkeling in plaats van stagnatie.

De beleving van verdringing
Echter, volgens vijfendertig procent van de Nederlandse werknemers die op vmbo-niveau zijn opgeleid, zijn er verminderde kansen op de arbeidsmarkt door de komst van immigranten; vierenveertig procent van deze mensen vindt dat zijn of haar positie onder druk staat door open grenzen, zo staat in het rapport. In het eerste geval gaat het om immigranten en asielzoekers, in het tweede geval meer om arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europese landen. Volgens de conclusies in datzelfde rapport is, zoals gezegd, van echte verdringing nauwelijks sprake. Hebben politieke standpunten en krantenkoppen geleidt tot deze ervaring? Zeker met verkiezingen op komst verworden de ‘gevaren’ van migratiestromen iedere keer tot een belangrijk thema. Over de volle breedte van het politieke spectrum wordt vooral op gevaren gewezen en nauwelijks op de genoemde voordelen voor de economie. SP-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen Arnout Hoekstra had het in het radioprogramma EenVandaag bijvoorbeeld over een ‘vloedgolf van arbeidsmigranten die West-Europa dreigt te overspoelen’. SP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Lilian Marijnissen verdedigde in het programma Buitenhof haar partijgenoot door vooral te wijzen op de noodzakelijkheid van regulering van de arbeidsmarkt, zodat de lonen niet verder naar beneden blijven gaan, ten gunste van bedrijfswinsten en het kapitaal. Wat werd bedoeld was dat de inzet van deze hoeveelheden migranten zou leiden tot lagere lonen en het uitspelen van werknemers tegen elkaar. De SP doet volgens Marijnissen geen PVV-achtige uitspraken tegen de arbeidsmigranten; het wil de arbeidsmarkt reguleren om zodoende arbeiders te beschermen tegen het kapitaal.

Onzekerheid onder werknemers

Volgens het rapport van het CBS en het SCP ervaren vooral laaggeschoolde mensen in Nederland verdringing door migranten. Zij maken zich zorgen over hun toekomst. Dat komt niet alleen voort uit krantenberichten of politieke beweringen. Filosoof Bas Haring, die het rapport persoonlijk samenvat, omschrijft dit als volgt: ‘De schijnbare vanzelfsprekendheid van het fenomeen verdringing heeft vermoedelijk te maken met de lump of labor fallacy: de misvatting dat er een vaststaande hoeveelheid werk is.’ Het lijkt intuïtief logisch dat het werk op een gegeven moment op is. Haring: ‘Het aantal Nederlanders tussen de vijfentwintig en vijfenzestig jaar is sinds 1970 met twee miljoen gestegen, maar het aantal werkenden steeg met vier miljoen. Dat verschil van twee miljoen wordt gevormd door vrouwen: er zijn twee miljoen vrouwen extra gaan werken. En hun relatief plotselinge aanwezigheid op de arbeidsmarkt heeft niet voor massale werkloosheid onder mannen gezorgd.’ Verdringing klinkt misschien intuïtief juist, maar het vindt op dit moment in Nederland weinig plaats. Volgens Haring lijkt het verstandiger – zeker in de huidige, steeds meer flexibiliserende arbeidsmarkt – om meer iets te doen aan de algemene onzekerheid die sommige werknemers ervaren dan aan het weinig relevante fenomeen van verdringing.

Bronnen van onzekerheid

Werknemers zijn onzekerder geworden. Die onzekerheid is mede ontstaan vanwege het feit dat de arbeidsmarkt flexibeler is geworden en het feit dat lonen nauwelijks lijken te zijn gestegen. Een vast dienstverband biedt minder zekerheden dan voorheen en wordt minder vaak en minder snel aangegaan. Zijn de lonen en het besteedbaar inkomen daadwerkelijk achtergebleven bij de economische groei? Ja, zo is te lezen in een economische analyse van Martijn Badir in een special van de Rabobank. De lonen en de door werknemers ervaren zekerheden op de arbeidsmarkt zijn volgens hem achtergebleven vanuit de mondiaal waar te nemen trend dat het arbeidsinkomen achterblijft bij het inkomen uit kapitaal. Een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen gaat naar arbeid en een steeds groter deel gaat naar kapitaal en bedrijven. Het kleinere aandeel van arbeid bij productieprocessen en een steeds flexibelere arbeidsmarkt; het komt de onderhandelingspositie en de daarmee samenhangende zekerheid van de werknemer niet ten goede. Daarbij zijn volgens Badir vakbonden door een alsmaar dalend aantal leden steeds minder relevant. Ook zijn cao’s minder representatief en relevant, omdat er steeds meer groepen buiten vallen. Bedrijven zijn vaak beter georganiseerd dan werknemers en opereren internationaal, waardoor er altijd de dreiging is dat het bedrijf uit het land vertrekt bij hoge salariseisen. Het dalende arbeidsinkomensaandeel (of arbeidsinkomensquote, aiq) en het daaruit voortkomende stagnerende loon en huishoudinkomen, leidt volgens de analyse van Badir tot grotere ongelijkheid en maatschappelijke onvrede: ‘Dit kan protectionisme en populisme gemakkelijk in de hand werken.’ 

Aansluiting en regulering

Om de onderhandelingspositie van werknemers te verbeteren, zal volgens Badir wellicht moeten worden gezocht naar nieuwe organisatievormen voor werknemers. Lilian Marijnissen pleit voor regulering van de arbeidsmarkt en voor bijvoorbeeld een herintrede van werkvergunningen voor arbeidsmigranten. Maar voor de opvang van migrantenstromen en voor nieuw opkomende markten is een land juist gebaat bij deregulering en flexibilisering. Zo kunnen de Pool die de huizen bouwt, de Afrikaan die in een koeriersbedrijf werkt, de tandarts uit Portugal en de IT’er uit India makkelijk aan de slag. Om de in Nederland geboren werknemer een gevoel van zekerheid te bieden en om de onderhandelingspositie van werknemers niet verder te ondermijnen, lijkt een verdere flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt echter niet in het belang van de werknemer in het algemeen. Badir pleit weliswaar voor een versoepeling van de arbeidsmarkt, zodat vaardigheden meer aansluiten op nieuwe technologische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd ook voor het tegengaan van de fragmentatie van arbeid en voor het internationaal coördineren van belastingen op kapitaal. Afspraken tussen politiek, werknemers en het bedrijfsleven op de internationale arbeidsmarkt zouden kunnen leiden tot meer zekerheid voor arbeiders in Europa, waar ze ook vandaan komen. Met de toename van zekerheid zal het gevoel dat migranten en vluchtelingen een slechte invloed hebben op de Nederlandse arbeidsmarkt en de Nederlandse samenleving wellicht afnemen.

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. cijfers die zijn opgevraagd bij het CBS blijkt dat Nederland bovenop de huidige jaarlijkse stroom arbeidsmigranten (zie figuur) jaarlijks nog eens vijftigduizend extra arbeidsmigranten alleen al uit de EU nodig heeft om bedrijven de groei te laten doormaken die ze willen doormaken. Dit gaat vooral over plekken aan die onderkant van de arbeidsmarkt. Voor de NOS spreekt de Brabantse VVD-

  2. Geachte meneer Deken,
    Ik ben nu bezig met een profielwerkstuk en daarbij gebruik ik onder andere uw artikel over migratie.
    Hierbij liep ik vast op het bovenste gedeelte, zou u mij de informatie kunnen sturen over wanneer dit nieuws openbaar is geworden ik kan het zelf namelijk niet echt ergens vinden?
    Hierbij zou u mij erg op weg helpen
    Met vriendelijke groet
    Lenka Naira van Helvoort

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here