Experts laken Nieuwsuur-uitzending over islam en segregatie: ‘Kletskoek’

Hüseyin Atasever
Hüseyin Atasever
Voormalig journalist en redacteur van de Kanttekening.

Lees meer

Steeds meer moslimjongeren in Nederland willen volgens Nieuwsuur leven als de profeet Mohammed. Sommigen vrezen dat dat ten koste van de integratie gaat. Maar is dat ook zo? De Kanttekening vroeg het aan migratiewetenschapper Fenella Fleischmann, antropoloog Thijl Sunier en arabist Jan Jaap de Ruiter.

Er is ophef over een onlangs uitgezonden special van het tv-programma Nieuwsuur waarin geclaimd wordt dat steeds meer jonge moslims naar strikte islamitische regels willen leven. Veel studenten die het leven van de profeet Mohammed willen imiteren zouden daarvoor lezingen bijwonen die worden gegeven door populaire islampredikers zoals Abid Tounssi, voorheen bekend als rapper Salah Edin, en Ali Houri. Het programma stelt daarbij de vraag ‘kun je met deze levenswijze wel integreren in de hedendaagse samenleving?’

Arabist Jan Jaap de Ruiter (Tilburg University), die door Nieuwsuur was uitgenodigd voor een studiogesprek, was daar duidelijk over. ‘Leven zoals de profeet Mohammed gaat niet samen met de westerse normen en waarden. Het risico hiervan is dat deze groep goed opgeleide jongeren zich isoleren van de samenleving. Dit kan leiden tot segregatie.’

Fenella Fleischmann, migratiewetenschapper aan de Universiteit Utrecht, deed onderzoek naar religie, identiteit en discriminatie bij moslimminderheden in Europa. De Nieuwsuur-uitzending maakt volgens haar goed inzichtelijk wat sommige moslimjongeren beweegt, hoe ze tot hun keuzes komen en hoe het proces van toenemende religiositeit kan verlopen. Maar het idee dat steeds meer moslimjongeren strikt leven naar de islamitische regels klopt volgens haar niet. ‘Ons grootschalige onderzoek onder moslimjongeren in vergelijking met niet-moslim-jongeren in Nederland en drie andere Europese landen laat zien dat er gemiddeld over een langere tijd weinig verandert in de religiositeit van moslimjongeren.’ [blendlebutton]

Uit een grootschalige landelijke steekproef uitgevoerd door Fleischmann en andere onderzoekers over een periode van twee jaar blijkt dat er een subgroep van rond de twintig procent van alle moslimjongeren bestaat die gedurende deze periode religieuzer wordt. Zo bidden ze vaker en gaan ze vaker naar de moskee. Tegelijkertijd wordt een ongeveer even grote subgroep in dezelfde periode minder religieus. Meer dan zestig procent van de moslimjongeren is stabiel in hun religiositeit. ‘Het blijkt dus niet dat alle en ook de meeste moslimjongeren in Nederland met de tijd religieuzer worden’, zegt Fleischmann. ‘Het is vanuit sociaal-wetenschappelijk perspectief belangrijk om telkens te vermelden dat de groep die toeneemt in religiositeit niet een representatieve afspiegeling is van alle moslimjongeren in Nederland, maar slechts een kleine subgroep.’

‘Wie voor honderd procent de islam praktiseert is voor bijna honderd procent van de samenleving afgekeerd’, zegt De Ruiter in de uitzending van Nieuwsuur. Fleischmann is het daar niet mee eens. Meer islam betekent volgens haar niet per definitie minder integratie. ‘Het is wel vaak zo dat moslims die religieuzer zijn, maar dan heb ik het over volwassenen en niet over jongeren die nog een ontwikkeling doormaken, vaak meer zijn ingebed in de eigen etnische gemeenschap dan minder religieuze moslims. Dat betekent echter niet dat ze daarom compleet gesegregeerd zijn, want meer contacten binnen de eigen groep gaan niet noodzakelijkerwijs samen met minder contacten buiten de eigen groep.’ Voor contacten met autochtone Nederlanders vonden andere onderzoekers in Nederland soms een klein negatief en soms geen enkel verband. ‘Voor de structurele integratie, zoals scholing en arbeidsmarktpositie, lijkt de mate van religiositeit al helemaal geen verschil te maken, althans niet bij de tweede generatie en meer recente immigranten.’

Tweede Kamerlid Zihni Ozdil (GroenLinks) vond de Nieuwsuur-reportage dermate schokkend dat hij Kamervragen heeft gesteld. Hij vraagt de minister van Sociale Zaken onder andere of hij de oproepen tot afzondering tegen ‘het gif van de moderne maatschappij’ bevorderlijk acht voor de integratie en emancipatie van jonge Nederlanders met een migratieachtergrond.

Ook Fleischmann vond de uitzending polariserend. ‘Persoonlijk vraag ik me af of de tegenstelling zo groot is zoals in het gesprek in Nieuwsuur wordt gesuggereerd. In zo’n debat worden snel vergelijkingen gemaakt die de verschillen tussen groepen nodeloos op scherp stellen. Er werd bijvoorbeeld gezegd dat alcohol overal is in de Nederlandse samenleving en dat moslims die daarmee niet in aanraking willen komen zich daarom buiten de samenleving plaatsen. Door zo’n argumentatie wordt het bijna normatief om alcohol te drinken, terwijl er toch ook geheel los van het islamdebat steeds meer stemmen opgaan om het gebruik en aanbod van alcohol, vooral om gezondheidsredenen, wat meer aan banden te leggen.’

Antropoloog Thijl Sunier, hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies, reageert heel kritisch op het beeld dat door Nieuwsuur is geschetst van jonge moslims. ‘Ik vind het ongelofelijk overdreven. Dat jongeren zich willen verdiepen in hun religie wordt onterecht geproblematiseerd met het idee dat de integratie onder druk zou staan.’ De hoogleraar meent dat moslims te makkelijk als ‘salafistisch’ gelabeld worden en op één hoop worden geveegd. ‘De zoektocht van deze jongeren een ongewenste ontwikkeling noemen begrijp ik gewoon niet, het is volkomen misplaatst.’

Dat veel moslimjongeren zich aangetrokken voelen tot populaire islampredikers en naar lezingen gaan waar het gaat om de vraag ‘hoe kan ik een betere moslim zijn?’, is volgens Sunier geen vreemde ontwikkeling. ‘Het zijn meestal jongeren van begin twintig die heel serieus op zoek zijn naar een manier om hun religie te kunnen praktiseren binnen deze samenleving. Om dat weg te zetten als een integratieprobleem en gevaar is werkelijk te gek voor woorden. Betekent dat ook dat wanneer een niet-moslim niet naar muziek wil luisteren of geen alcohol wil drinken, we ook dat gaan problematiseren? Ik vind het heel kwalijk dat De Ruiter op deze manier heel snel een oordeel velt over keuzes die mensen maken.’

Volgens Sunier is er geen ‘één op één link’ tussen meer islam en minder integratie. ‘Dat is kletskoek. Het is ontzettend kort door de bocht. Er is zeker een link tussen religie en integratie, maar integratie heeft ook met een heleboel andere dingen te maken. Het is een te beperkt perspectief op wat er aan de hand is. Ik vind het erg jammer dat iemand als Jan Jaap de Ruiter daarin meegaat en niet zegt ‘wacht is even, dit klopt helemaal niet’.’

Sunier: ‘Wat die jongeren in feite zeggen is ‘ik probeer als goede moslim te leven’. Hoezo gaan we er van uit dat wanneer jongeren een bepaald soort persoonlijke religiositeit ontwikkelen en zich daarin verdiepen, het ten koste gaat van iets anders, bijvoorbeeld de integratie? Dat is zo’n simplistische opvatting over religie. Religie is niet iets wat daarnaast staat, het is onderdeel van de samenleving.’ Dat is volgens de hoogleraar precies wat deze jonge mensen proberen duidelijk te maken. ‘Dat de islam een onlosmakelijk onderdeel is van hun leven in Nederland en niet iets is wat daarnaast staat. Ik vind deze reportage en het commentaar erop echt een gemiste kans. Het is weer een actie voor de bühne. Jongens, waar zijn jullie mee bezig?’

De Ruiter, die hard wordt bekritiseerd voor zijn uitspraken tijdens de uitzending, blijft achter zijn woorden staan, maar hij brengt wel nuance aan. ‘Ik heb daar meer als privépersoon dan als arabist gezegd wat ik ervan vond. Ik heb gezegd dat als je de islam praktiseert zoals die predikers het van je vragen, dan wordt het helemaal niets met de integratie. Mijn kritiek is alleen voorbehouden aan deze vorm van de islam en niet aan alle praktiserende moslims. Ik weet uit eigen ervaring dat heel veel moslims veel soepeler omgaan met zulke kwesties.’ Hij benadrukt dat hij goed begrijpt waarom er zo veel kritiek is geuit. ‘Deze moslims worden natuurlijk in hun essentie aangesproken. Als je persé mannen en vrouwen wil scheiden, niet naar plekken gaat waar muziek wordt gedraaid of alcohol wordt geschonken, dan ben je in Nederland gauw nergens meer. Waar kan je dan nog wel komen?’

De Ruiter trok volgens critici onterecht een link tussen het luisteren van muziek en drinken van alcohol en de integratie van moslimjongeren. Zijn deze punten een maatstaf voor integratie? ‘Nee, natuurlijk kan je voor jezelf beslissen om niet te drinken of geen muziek te luisteren. Ben je dan niet geïntegreerd? Je hoort er natuurlijk wel bij. Ook moslims die zich helemaal afkeren van de samenleving horen erbij’, zegt hij. Een maatstaf voor integratie is volgens hem dat je als lid van een samenleving in staat bent met iedereen te communiceren en om te gaan, ook met personen van wie je de levenswijze compleet afwijst. ‘De banale dingen als muziek en alcohol zijn dus meer de uitingen daarvan. Als je deze criteria toepast op de groep in kwestie, ben ik de eerste die zal zeggen ‘natuurlijk kan je ook zo leven, als dat jouw keuze is moet je het vooral doen’. Ik vind het alleen niks.’ [/blendlebutton]

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here