‘Het regionale gevoel wordt verward met nationalisme’

Foto: Baldrs Draumar
De wegblokkade van anti-Zwarte Piet-demonstranten is voor veel mensen illustratief voor de kloof tussen Friezen en de Randstad. De Kanttekening ging op zoek naar het hart van Friesland en sprak Friezen. Zijn Friezen echt zo anders?

Dat ferklearje en ûnthjit ik (dat verklaar en beloof ik), zegt Anna Martha van Mei in haar Friese moedertaal als ze in 2011 wordt beëdigd tot Statenlid voor de Fryske Nasjonale Partijm, de Friese Nationale Partij (FNP). Nu zes jaar later is ze geen Statenlid meer, maar wel voorzitter van de Fierljep Feriening (Fierljep Vereniging) Winsum.

Polsstokverspringen, fierljeppen in het Fries, wordt beschouwd als een Friese sport. Wellicht heeft de naam enige relatie met het Engelse far leaping. Engels en Fries zijn verwante talen. Naast ‘eigen’ sporten zijn Friezen ook heel trouw aan streekgebonden tradities en gebruiken. Zo is het een Fries gebruik om zogeheten ûleboerden (uilenborden) op het dak van een boerderij te plaatsen. Ook het recht om kievitseieren te mogen rapen – elk jaar wordt een prijs uitgereikt voor het eerst gevonden kievitsei – is tot aan de Raad van State uitgevochten. Van der Mei: ‘Wat je in ieder geval kunt zeggen is dat er een historie aan vastzit. Het rapen van eieren in de weilanden, het springen over slootjes. Het is niet voor niets dat die sport in het landelijke Friesland zo populair is.’

Een bekende Friese fierljepper is Hannes Scherjon. Samen met zijn broer en moeder runt hij de gelijknamige klompenmakerij en bijhorend museum in het plaatsje Noardburgum. ‘We denken eraan ook een fierljepmuseum te starten’, laat zijn Scherjons moeder Marie Wiersema desgevraagd weten. ‘Zo verbreden we ons aanbod qua Friese cultuur.’ Tot die tijd blijft de klompenmakerij belangrijk. Waar klompen elders in het land in rap tempo verdwijnen, dragen Friezen ze nog veel. ‘Klompen zijn natuurlijk niet typisch Fries, maar omdat wij ze maken met een riempje, zodat ze perfect zitten, zijn ze misschien hier nog wel veel zichtbaarder. Elke streek had vroeger zijn eigen type klomp, maar misschien omdat er zo veel aanbod is op het gebied van schoeisel, sterft het elders uit.’

Wiersema stuurt via haar webshop klompen naar alle hoeken van Nederland, gemaakt door de zesde generatie klompenmakers binnen de familie. ‘Misschien speelt Friese trots ook een rol bij het dragen van klompen. Men is hier zuinig op dat wat mooi is en op tradities.’ Toch is dat niet uniek voor haar provincie. ‘De Achterhoek heeft dat toch ook? En Limburg? Het is allemaal geen reden om Friesland af te scheiden van de rest van het land. We zijn geen eiland!’

Los van de sporten en de tradities en gebruiken ziet Wiersema de Friese cultuur in bredere zin als iets wat vergelijkbaar is met andere minderheidsregio’s in Europa. ‘Daar hebben we ook contact mee, met Schotten, Catalanen en anderen. Onze eigen FNP maakt deel uit van de politieke koepelpartij Europese Vrije Alliantie.’ Wat maakt dat de Friezen zo trots zijn op de eigen omgeving? ‘We hebben een eigen taal en cultuur en dus een eigen identiteit, ook al zijn we een minderheid in eigen land.’ Pleit ze dan ook voor een eigen staat? ‘Daar is geen draagvlak voor. Je moet die partij meer zien als protest, voor het behoud van de Friese cultuur.’

Leo Postma werkt voor de Friese afdeling van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Hij is het eens met Wiersema wat betreft onafhankelijkheid. ‘Friezen zijn veel te nuchter voor een onafhankelijkheidsstrijd. Het credo ‘doe normaal, dan doe je al gek genoeg’, komt hiervandaan’, zegt hij. ‘De betekenis van Friese cultuur hangt samen met die van Nederland. De Friezen stonden bij andere volkeren rond de Noordzee bekend als handelaren, dus misschien kun je ze wel zien als vroege voorlopers van de VOC-mentaliteit.’

Zo nu en dan gaan er stemmen op om de noordelijke provincies één te maken. ‘Een slecht plan’, vindt Boukje Houtsma, geboren en getogen Fries, maar inmiddels woonachtig in Groningen. ‘Waarschijnlijk zijn de culturen toch te verschillend.’ Houtsma is lid van een Friese kaatsvereniging in Groningen. Kaatsen ofwel keatsen in het Fries wordt ook beschouwd als een typisch Friese sport. ‘De voertaal daar is Fries. Je zoekt elkaar op, dat doen Syriërs die hier komen ook. De Friese cultuur zegt me vooral veel over wie ik ben. Dat uit ik bijvoorbeeld via mijn kleding. Ik hoorde dat je via een website Friese sneakers kunt kopen. Die heb ik meteen besteld. Maar ik zie mijn ‘Friese gevoel’ het liefst terug in Fries-gesproken toneelstukken. Zo blijft de cultuur levend.’

Volgens Van der Mei is de kloof tussen de Randstad en de Friezen vooral een reactie op de in haar ogen dominante houding van het Haagse Binnenhof. ‘We hebben geen hekel aan de Randstad, maar ook in Friesland wordt geboord naar olie, om maar wat te noemen. Ook hier hebben we verzakkingen en schade aan huizen. Als Den Haag dat niet vergoed, moet je niet gek opkijken als mensen daar boos om worden. Wel de lusten, niet de lasten? Zo werkt het niet.’

Wopke Veenstra, Statenlid namens de FNP, zegt dat er op sommige plaatsen meer dan zestig procent verzakking is in Friesland. Hij vindt ook dat Den Haag over de brug moet komen. ‘Geef wat van de gasbaten terug aan de regio’s die kampen met problemen door de winning. Dat zou echt een smeermiddel kunnen zijn, vooral omdat het vaak om krimpregio’s gaat die het al moeilijk hebben.’

Een recent voorbeeld dat de kloof tussen de Randstad en Friesland laat zien is de blokkade die boze Friezen opwierpen voor anti-Zwarte Piet-demonstranten. De groep wilde naar Dokkum om te protesteren bij de nationale Sinterklaas-intocht aldaar. Naast discussies op social media en opiniestukken in de kranten in de weken die volgden, besloot Radio 10-dj Lex Gaarthuis ook een duit in het zakje te doen. Hij nam een parodie op van In nije dei, een bekend nummer van de Friese band De Kast, maar dan met de titel Je komt hier niet voorbij. Dat onder de naam De blokkeerfriezen. Tegen de Leeuwarder Courant liet hij weten: ‘Zoiets doen we een paar keer per week, een muzikale parodie maken op het nieuws. En die blokkeeractie was een grappig gegeven. Ik sta neutraal in de hele discussie. Een parodie opnemen om wat publiciteit te genereren voor je radioshow is één ding.’

Voor de Friese band Baldrs Draumar is de Friese cultuur geen voorbijgaande trend. Met furious Frisian folk brengt de band een zeer eigenzinnige vorm van metal. Met albumtitels als Noardseegermanen (Noordzee-Germanen) uit 2010 en Fan Fryslans ferline (van Frieslands’ verleden) uit 2017 laat de band weinig twijfel over wat betreft haar wortels. Aant Jelle Soepboer is drummer van de band. Wat betekent de Friese cultuur voor hem? ‘Ik voel me er zeer mee verbonden. Ik denk dat een lokale identiteit meer bindt dan een nationale. Dat zie je elders ook, niet alleen in Friesland.’ Hij noemt wat wapenfeiten. ‘De Hollandse kust was ooit Fries en in de achttiende eeuw was Friesland een belangrijk centrum in Europa. Friezen kwamen overal, tot in de verste uithoeken van de Oostzee en zelfs tot op de Middellandse Zee.’

Postma heeft daar nog iets aan toe te voegen. ‘Nadat het Romeinse Rijk op zijn gat lag, waren het de Friezen die valuta weer opnieuw invoerden. Dat was rond het jaar achthonderd na Christus. Jaarlijks kwamen de Friese stammen bijeen, om politieke zaken te regelen, verbonden te sluiten en handel te drijven. Dat de Friese geschiedenis een fundament legde voor het huidige Nederland, behoeft dan ook geen betoog.’ Voor hem hoeft de tegenstelling met de Randstad niet zo te worden benadrukt. ‘Waar we wel van af moeten is het idee van een centrum en een periferie. Als er al een tegenstelling is, is het die van de grote stad versus het platteland. Je kunt niet iedereen over één kam scheren en zeggen dat alles uit het westen niet deugt. Er wordt wel eens gezegd dat we hier een beetje een calimerocomplex hebben en dat klopt wel.’

In de webshop en het artwork op posters of cd-hoezen van Baldrs Draumar overheerst nostalgie. ‘Verwijzingen naar de oude Friezen die de zeeën bevaren en een geheel eigen cultuur uitdragen vormen een inspiratiebron’, zegt Soepboer. ‘We willen meer kennis kweken over onze eigen cultuur. Voor ons bestaat dit uit een gezamenlijke geschiedenis, het landschappelijke van onze omgeving en natuurlijk de taal. Het regionale gevoel wordt verward met nationalisme. Je mag toch van je lokale cultuur houden. Dat vormt het wezenlijke van de streek waar je woont. Dat kan toch niet iets negatiefs zijn.’

DELEN
Dennis l'Ami
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.