‘Het verzet tegen abortus wordt steeds sterker’

Foto: AP
‘De meeste media negeren ons en willen ons wegzetten als fundamentalistische christenen, maar tijdens onze Mars voor het Leven lopen ook moslims en niet-gelovige mensen mee.’

EenVandaag zond woensdag 16 januari een kritische reportage uit over de zogenoemde wakers van ‘Schreeuw om Leven’. Deze demonstranten ‘waken’ bij abortusklinieken her en der in het land, met als doel om vrouwen die een abortus willen ondergaan over te halen hun ongeboren kind toch te houden. Wakers van Schreeuw om Leven bonken volgens EenVandaag op autodeuren, delen folders uit van verknipte embryo’s en blokkeren soms de toegang tot de abortuskliniek. Voor Corinne Ellemeet van GroenLinks was de reportage aanleiding om Kamervragen te stellen: dit kan toch niet? Schreeuw om Leven is zich echter van geen schuld bewust. In een uitgebreide verklaring, die op de website van de christelijke organisatie staat, wordt uitgelegd wat er allemaal aan de uitzending van EenVandaag niet zou deugen. De Kanttekening sprak met Kees van Helden, woordvoerder van Schreeuw om Leven, en met Christa Compas, directeur van het Humanistisch Verbond en een pleitbezorger van het zelfbeschikkingsrecht voor de vrouw.

Kwetsbare situaties

Kees van Helden is verontwaardigd over de reportage van EenVandaag. ‘Wekenlang was men bezig met het maken van deze uitzending, maandag werd ons om een reactie gevraagd, die konden we tot uiterlijk woensdag geven. We waren op tijd met onze reactie, maar niets daarvan kwam in de uitzending terecht. Van mensen hebben we veel reacties gekregen, mensen konden zich niet voorstellen dat het zo gebeurd is. We herkennen ons totaal niet in het beeld dat geschetst wordt. Vrouwen op weg naar een abortuskliniek worden helemaal niet ingesloten door onze mensen. We staan er niet met borden. Onze wakers moeten respectvol omgaan met de vrouwen die de kliniek binnen willen gaan. Als mensen geen gesprek willen, mogen we ook niet aandringen.’

Christa Compas vond de uitzending van EenVandaag daarentegen wel heel goed. ‘Verrast was ik niet meer, omdat ik het verhaal kende voordat het werd uitgezonden, maar ik schrok afgelopen zomer enorm toen ik het bordje ‘Pas op voor agressieve anti-abortusactivisten’ zag. Dit bordje, geplaatst door de Utrechtse abortuskliniek, was echt een teken van machteloosheid. Vrouwen met een hulpvraag konden we niet voldoende tegen zulke activisten beschermen. Daarom is deze uitzending van EenVandaag gemaakt, om wat meer voor deze vrouwen te doen, die voor een heel moeilijke keuze staan en dan worden belaagd. Ik vind dat zulke wakes moeten worden verboden. Die grote optocht die ze elk jaar doen (de ‘Mars voor het Leven’, red.) mogen ze gewoon doen, maar met die wakes voor abortusklinieken worden vrouwen in kwetsbare situaties willens en weten geïntimideerd. Dit gaat over de openbare orde, op grond daarvan zouden burgemeesters deze wake moeten kunnen verbieden. Het mentale geweld van anti-abortusactivisten gaat echt heel ver. Er was een meisje dat huilend de kliniek binnenkwam, nadat zo’n waker haar een agressieve anti-abortusfolder in handen had geduwd.’

Van Helden vindt dat de wakers juist heel goed werk doen. ‘In Utrecht hebben we laatst tot drie keer toe een vrouw echt geholpen. Deze vrouwen hebben toch afgezien van het plegen van een abortus. Ons werk redt levens.’ Volgens Van Helden worden veel vrouwen door hun partner onder druk gezet, terwijl ze eigenlijk hun ongeboren kind willen houden. ‘De Telegraaf schreef onlangs een indringend verhaal over een vrouw die geen abortus wilde maar het toch deed vanwege haar vriend. Vervolgens werd ze door hem gedumpt. Vreselijk is dat. Gelukkig maken we ook positieve verhalen mee. Een man wilde zijn vriendin tot een abortus dwingen, maar dankzij een gesprek met onze wakers barstte hij in huilen uit en hielden ze het kindje.’ Maar waarom horen we hier niets van? Volgens Van Helden willen deze mensen liever niet voor de camera verschijnen. Dat is volgens hem ook logisch: ‘Want dan moeten de ouders straks zeggen: ‘Papa en mamma wilden je eerst aborteren.’’

Compas noemt Van Heldens bewering dat de man vaak een abortus wil en de vrouw niet ‘een schandelijke voorstelling van zaken’. Abortusklinieken gaan juist heel netjes te werk en luisteren naar wat de vrouw wil. Compas: ‘Het recht op abortus is geen vrolijke vrijheid. Daarom wordt er altijd goed met de vrouw hierover doorgesproken, voordat de ingreep zal plaatsvinden – om zich er van te vergewissen dat ze echt een abortus wil. Het is haar beslissing. Het is duizend keer respectvoller dan een vrouw aan haar jas trekken en haar folders in de hand duwen. Er was een vrouw die een abortus wilde, omdat de embryo niet levensvatbaar was. Echt heel naar, want anders wilde ze het kindje wel. En dan tikt er een activist van Schreeuw om Leven agressief op je autoraam. Dat moet je gewoon niet willen.’

Radicalisering

Radicaliseren de tegenstanders van abortus? Van Helden vindt van niet. ‘Dat is natuurlijk het frame van EenVandaag. De programmamakers schetsen een bepaald beeld, dat wij fundamentalistische christenen zijn, geïnspireerd door christenen in Amerika die voor het leven opkomen. Maar EenVandaag maakte in de documentaire een enorme fout. De demonstranten met borden met bloederige teksten, dat waren juist de mensen die voor abortus waren. Kijk maar goed naar de teksten. ‘Pro-life, that’s a lie’. En ‘They don’t care if women die.’ EenVandaag blundert dus, of nog erger: misleidt de kijkers bewust.’ Volgens Van Helden kloppen er meer dingen niet. ‘In Rotterdam zou de voordeur van de abortuskliniek zijn dichtgekit door onze mensen. Dat is een leugen die EenVandaag had moeten checken, want de abortuskliniek in Rotterdam heeft helemaal geen voordeur. De kliniek is gevestigd in een verzamelgebouw.’

Compas daarentegen heeft wel de indruk dat de anti-abortusbeweging radicaliseert: ‘Ze worden getraind, het is systematisch. Vroeger was er één keer in de maand een wake bij een kliniek, nu staan de wakers er bijna elke dag. Een meisje dat door hen lastiggevallen was moest een half uur huilen, omdat de anti-abortusactivisten zich aan haar hadden opgedrongen. Dit is geen uiting meer van waar je voor staat. Dit is vrouwen lastigvallen.’

Dat Schreeuw om Leven wakers traint en duidelijke instructies geeft, is volgens Van Helden juist bedoeld om incidenten te voorkomen. ‘Vijf jaar geleden hebben we afscheid genomen van een vrouw die tot hardere actie wilde overgaan en met borden wilde lopen. Dat is al tien jaar onze manier niet meer. We lopen tegenwoordig niet meer met borden rond. Joop van Ooijen, bekend van ‘Jezus Redt’, demonstreert bij abortusklinieken met een groot spandoek waarop staat ‘Abortus is moord’. Dat doen wij dus niet, onze wakers zijn er echt om hulp te bieden. Ze staan niet met tien mensen om een vrouw heen die een abortus wil. Er doen twee tot vijf mensen aan een wake mee. We helpen vrouwen die in financiële problemen zijn en daarom een abortus overwegen, bijvoorbeeld door voor ze een babykamer helemaal in te richten. En we hebben goede contacten met de politie in Utrecht, waar een abortuskliniek is. Als er echt problemen zijn dan horen we dat wel.’

Achterhoedegevecht

Volgens Compas voeren tegenstanders van abortus een achterhoedegevecht. ‘We hebben abortus begin jaren tachtig goed geregeld. Moeten we het hier nog over hebben? We hebben geregeld dat er voor de vrouw de vrijheid is om te beslissen wat zij wil – baas in eigen buik. Deze verworvenheid moeten we beschermen.’ Van Helden ziet dit uiteraard heel anders. De strijd van Schreeuw om Leven is volgens hem geen achterhoedegevecht. ‘De meeste media negeren ons en willen ons wegzetten als fundamentalistische christenen, maar tijdens onze Mars voor het Leven lopen ook moslims en niet-gelovige mensen mee. Vorig jaar waren er meer dan dertienduizend mensen op de been. Helaas schrijven alleen het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad – twee christelijke kranten – over onze demonstratie. Ons geluid is niet marginaal, het verzet tegen abortus wordt steeds sterker. In Het Parool stond onlangs een verhaal over een stel dat een kindje met een hazenlip wilde aborteren. Daar kwam toen heel veel kritiek op. Terecht ook. De voorstanders van abortus maken zich zorgen over de groeiende weestand in de samenleving tegen abortus.’

Maar is abortus in Nederland dan niet ontzettend goed geregeld? In ons land vinden, in vergelijking met het buitenland, toch heel weinig abortussen plaats? Compas onderschrijft dit volledig en heeft hier niets aan toe te voegen. Van Helden geeft een alternatieve interpretatie van de feiten. ‘In Nederland is abortus mogelijk tot vierentwintig weken. In het buitenland is het vaak tot twaalf weken, in Zweden tot achttien weken. Nederlandse abortusklinieken adverteren ook in het buitenland, om op die manier meer klandizie te krijgen. Daarnaast, het abortuscijfer is qua absolute aantallen misschien laag, maar omdat in Nederland het geboortecijfer afneemt, is het aantal abortussen verhoudingsgewijs heel erg hoog. Eén op de zeven zwangerschappen wordt afgebroken. Ook hebben we berekend dat er elke werkdag honderdvijftien abortussen plaatsvinden in Nederland. Dat zijn vier klaslokalen per dag. Twintig klaslokalen per week.’

In Nederland is abortus provocatus sinds 1984 wettelijk gelegaliseerd, met de Wet afbreking zwangerschap (WAZ). In de jaren zeventig vonden in ons land wel abortussen plaats, onder andere in de beroemde kliniek Bloemenhove in Heemstede, maar de abortuspraktijk was in deze jaren nog officieel verboden. De Nederlandse kabinetten kozen er toen echter voor om abortus te gedogen. In Nederland staan nu zeventien abortusklinieken. Negentig procent van de abortusbehandelingen vindt daar plaats, de overige tien procent in ziekenhuizen. Er worden in Nederland jaarlijks tussen de dertigduizend en vijfendertigduizend embryo’s en foetussen geaborteerd.