Hoe herken je een terrorist?

Foto: Reuters
Na de terroristische aanslagen in Spanje door IS groeit in Europa de angst voor vergelijkbare acties. Ook in Nederland worden maatregelen getroffen om aanslagen te voorkomen. Inlichtingendiensten worstelen met de juiste aanpak.

‘Wie de toeristische trekpleister van Venetië, het drukke San Marcoplein, oprent en Allahu akbar roept wordt na drie stappen neergeschoten.’ Dat zei de burgemeester van de stad Luigi Brugnaro onlangs met betrekking tot de terreurdreiging in Europa. Brugnaro pleit voor keiharde maatregelen tegen terroristen in plaats van ‘naïef optimisme’ en claimt dat zijn stad mede door de strenge maatregelen veel veiliger is dan steden als Barcelona. Maar hoe herken je een terrorist? De Kanttekening vroeg dat aan drie terrorismedeskundigen.

‘Wanneer er sprake is van een aanslag gepleegd door islamitische terroristen zien we dat het heel vaak gepaard gaat met het roepen van Allahu akbar. Maar dat als indicator van een mogelijke aanslag zien, is toch wel even van een andere orde. Het is een erg ongenuanceerde en ongefundeerde uitspraak’, zegt Mark Singleton, oud-directeur van het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT). Hoe kunnen we in een periode als deze, waarin de terreurdreiging groter lijkt dan ooit, onderscheid maken tussen een burger met baard en traditionele kleding en een extremist die op het punt staat een aanslag te plegen? ‘Het antwoord is dat we dat eigenlijk niet kunnen’, zegt Singleton. ‘Als je de profielen bekijkt van mensen die aanslagen hebben gepleegd, valt op dat ze op heel veel fronten verschillen. Ze zijn niet uiterlijk herkenbaar, terwijl veel van de veronderstellingen over terroristen nog steeds uitgaan van de gedachte dat je wel degelijk moet kunnen profileren, of dat nou gebaseerd is op leeftijd, gender, cultuur, religie of uiterlijk. Er is zo veel variatie onder de aanslagplegers zelf dat wanneer je zoekt naar gemeenschappelijke factoren je heel gemakkelijk kan uitkomen bij onschuldigen. Je kunt ze niet van te voren herkennen zonder iedereen verdacht te maken. Als je puur uitgaat van jonge allochtone moslimmannen met een criminele cultuur, is de kans op een foute inschatting heel groot, veel groter dan de kans dat je het goed hebt.’

‘We houden ervan om de werkelijkheid te simplificeren’, zegt Singleton. ‘Het zou heel mooi en gemakkelijk zijn als aanslagplegers op bepaalde kenmerken vooraf uit te filteren zouden zijn. Maar dat lijkt, in ieder geval als het gaat om de uiterlijke kenmerken, absoluut niet te doen. Die jongens zijn ook niet gek. Denk aan Mohammed Atta en de anderen die achter nine eleven zaten. Ik betwijfel of wij met de kennis van nu in staat zouden zijn om mensen zoals hem er alsnog uit te selecteren. Ze voldeden volstrekt niet aan het al niet bestaande profiel van een islamitische terrorist.’ Singleton heeft in Afghanistan gewerkt waar hij de Taliban van dichtbij heeft zien opereren. ‘Probeer maar eens een profielschets van een Taliban-strijder te maken. Het zijn gewoon boeren die overdag in het veld werken en ‘s avonds een Taliban-shirtje aantrekken. Ik kan je verzekeren dat degenen die een professionele en grote aanslag willen plegen, uiterlijk niet herkenbaar zijn’, meent hij. ‘Daarnaast moeten we in Nederland onderscheid maken tussen iemand die op het punt staat een aanslag te plegen en iemand die radicaliseert tot het niveau dat hij zelfs bereid en in staat is om gewelddadig extremistisch gedrag te tonen. Radicalisering an sich is geen misdaad en laten we dat alsjeblieft zo houden.’

Onlangs is een concert van de Amerikaanse band Allah-Las in Rotterdam afgelast in verband met terreurdreiging. Hoewel het later vals alarm bleek, liet het volgens deskundigen zien dat er extra alert wordt gereageerd op signalen. ‘Elke politicus en burgemeester zal zeggen better safe than sorry. En gelijk hebben ze. Je kan achteraf beter verweten worden dat je te voorzichtig was, dan dat je onachtzaam was’, zegt Singleton. ‘Het dreigingsniveau is op niveau vier en substantieel, een aanslag is niet meer een kwestie van of maar van wanneer. Dit had hem echt kunnen zijn.’

Ook Teun van Dongen, auteur en analist op het gebied van nationale en internationale veiligheid, heeft begrip voor de handelwijze van de veiligheidsdiensten op de terreurdreiging in Rotterdam. Maar over het beleid, is hij kritisch. ‘Ik word een beetje moe van de manier waarop we telkens reageren op incidenten. Wanneer er ergens een aanslag wordt gepleegd met een voertuig gaat het gelijk over het plaatsen van blokkades. Is er een imam bij betrokken, willen we alle imams registreren. Dan ben je echt zonder visie en gedegen probleemanalyse beleid aan het maken, dan ben je alleen maar aan het reageren op die ene aanslag.’

Onlangs werd bekend dat na Amsterdam ook Rotterdam maatregelen gaat nemen om te voorkomen dat in het centrum van de stad met een auto een aanslag kan worden gepleegd op grote groepen mensen. Zo worden op korte termijn op de Witte de Withstraat en de Meent obstakels geplaatst. Ook bij de herinrichting van de Coolsingel komen blokkades. Van Dongen: ‘Het is echt paniekvoetbal wat we zien. Bij de gemeente kunnen ze ook wel bedenken dat een terrorist dan denkt ‘dan doen we het een straat verderop’ of ‘ik pak een ander wapen’. Dat snappen ze daar ook wel, alleen willen ze voorkomen dat als op het moment iemand met een voertuig de Kalverstraat oprijdt ze geen verantwoording moeten afleggen over waarom ze nou geen obstakels hebben geplaatst. Men wil politieke risico’s voor zichzelf vermijden. En dit soort maatregelen geven sommige mensen een veilig gevoel, dat is waarschijnlijk ook wel een overweging.’

Het Rotterdamse college besloot een aantal maanden geleden om kwetsbare locaties in het centrum in kaart te brengen. De aanleiding waren de aanslagen in onder andere Berlijn en Stockholm waar met een vrachtwagen op het publiek werd ingereden door terroristen.

Ook Van Dongen zegt dat het heel lastig is om een profiel te schetsen van mogelijke aanslagplegers. ‘Er zijn heel veel pogingen ondernomen om tot zo’n profiel te komen, maar uiteindelijk komt het er altijd op neer dat de paar overeenkomsten die je hebt gevonden zo algemeen zijn dat je daar niet zo veel mee opschiet. Je kan zeggen dat het vaak jongemannen zijn tussen de achttien en vijfendertig met een islamitische achtergrond. Daar heb je natuurlijk niets aan als je een aanslag in een vroegtijdig stadium wil voorkomen.’ Volgens Van Dongen moet de zoektocht naar een profiel daarom vervangen worden met de vraag wie er contacten heeft met wie. ‘Of je in een jihadistisch netwerk terechtkomt hangt veel meer af van met wie je in aanraking komt dan de kenmerken die je als persoon hebt. Het in kaart brengen van een sociaal netwerk waarin iemand zich bevindt is veel effectiever’, aldus Van Dongen. ‘Nederland heeft het imago van een land dat meedoet aan allerlei militaire missies tegen moslims, waar veel reacties op zijn vanuit de radicaal-islamitische hoek. Zeker voor de gewone burger op straat is het heel moeilijk om in te schatten wanneer iemand een reëel risico vormt. Voor specialisten zoals de AIVD is dat zelfs heel moeilijk. Ik heb de indruk dat de Nederlandse jihadistische beweging minder geweldspotentieel heeft dan de Franse of Belgische bewegingen, en dat zou een niet te onderschatten voordeel zijn voor de veiligheid hier.’

Peter Knoope, net als Singleton oud-directeur van het ICCT, erkent dat Nederland een grote voorsprong heeft op andere landen als het gaat om het aanpakken van extremisme, maar waarschuwt wel dat het kan escaleren in Europa als het gaat om het bestrijden van terrorisme. ‘De maatregelen worden steeds harder en daarmee worden ook de reacties steeds harder. Dat is geen verstandige manier van conflict oplossen. Steeds maar escaleren leidt tot heel veel ellende en niet tot verbetering van de situatie’, aldus Knoope. ‘Het vervelende is dat confrontatie met geweld bij mensen de neiging oproept zich terug te trekken in de eigen groep en dat daardoor vervolgens het vijandbeeld wordt versterkt. Dat is een natuurlijk reflex die mensen hebben als ze geconfronteerd worden met geweld. Dat is wat wij nu meemaken in Europa. De uitspraak van de burgemeester van Venetië heeft ook daar mee te maken. Niet verstandig, maar dit is nu eenmaal de manier waarop mensen op geweld en gewelddadigheden reageren. De angst is reëel en ook terecht natuurlijk, want de mensen die de aanslagen plegen doen dat ook met een beroep, en dat is het akelige, op hun religie.’

‘Alle West-Europese landen staan op de prioriteitenlijst van terroristen en een aanslag kan dus overal gebeuren’, waarschuwt Knoope. ‘Maar we moeten ons niet door angst laten leiden. Als moslimjongeren zich terugtrekken uit de samenleving moet de overheid alert zijn. Op dat moment klopt vaak een rekruteerder op de schouder met veelbelovende woorden als ‘ik heb een alternatief, je kan een belangrijk iemand zijn’. Ze zeggen dat ze heel goed begrijpen hoe hij of zij zich voelt. Dat zijn de momenten waarop je met iemand moet praten en zeggen ‘luister, hij probeert je die kant op te trekken maar er zijn andere manieren in Nederland om uiting te geven aan je boosheid’. Wanneer er niet snel wordt gehandeld en mensen dusdanig radicaliseren dat ze op het punt staan een aanslag te plegen, heb je te maken met een misdadiger zoals alle andere misdadigers. Dan ziet hij er ongeveer hetzelfde uit als alle andere misdadigers, namelijk met een pistool of een ander wapen. Dat zou ook een bankrover kunnen zijn. Het is al te laat wanneer iemand met een wapen de straat op gaat.’

DELEN
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, het Midden-Oosten en integratievraagstukken. Redacteur van de Kanttekening.