‘Kleurrijke top 100 hangt van tegenstrijdigheden aan elkaar’

Foto: VideoBlocks
Raja Felgata en Khalid Ouaziz zeggen te willen verbinden met hun Kleurrijke top 100, maar volgens critici polariseren ze juist. De Kanttekening sprak Felgata en Ouaziz en columnisten Arthur van Amerongen, Sylvain Ephimenco en Eric Hendriks, die betogen dat de lijst haar zelfverklaarde doel voorbijschiet.

Raja Felgata en Khalid Ouaziz zijn de bedenkers en hoofdredacteuren van de Kleurrijke top 100. Een jaarlijks gepubliceerde lijst van mensen die zich volgens Felgata en Ouaziz onderscheiden door ‘divers’ en ‘kleurrijk’ te zijn. Vorig jaar won journalist Peter de Vries. Volgende week zaterdag wordt de winnaar van dit jaar bekend gemaakt. Felgata onthult dat dit jaar de winnaar ‘geen witte man’ zal zijn. Enkele genomineerden dit jaar zijn schaatser Dai Dai Ntab, judoka Roy Meyer en programmamaker Johnny de Mol. Felgata maakt via Twitter alle genomineerden erop attent dat ze op de lijst staan en roept ze op naar de lancering te komen. Hoewel Felgata en Ouaziz zeggen dat de lijst bedoeld is om te ‘verbinden’, roept het ook veel weerstand op.

Arthur van Amerongen, columnist van de Volkskrant en HP/De Tijd, gelooft niet in de verbindende rol van de lijst. ‘Bij Peter de Vries denk ik niet meteen aan verbinden en wat Johnny de Mol met kleurrijk te maken heeft weet ik ook niet. Ik weet dat hij een programma met mongolen heeft. Het feit dat Felgata ordinaire variété-artiesten zoals De Vries en De Mol noemt, zegt genoeg over haar verstandelijke vermogens. Je zou bijna denken dat heel die onzinnige top 100 een vehikel voor haarzelf is.’

Naast weerstand roept de Kleurrijke top 100 en de wijze waarop Felgata die uitdraagt ook woede op. Dat bleek onder andere toen Felgata begin vorige maand de Trouw-columnist Sylvain Ephimenco ‘extra gevaarlijk’ noemde en impliciet vroeg om zijn ontslag. ‘Ik begrijp niet waarom deze fijne krant deze enge columnist nog steeds in dienst heeft’, schreef Felgata op Facebook. Steen des aanstoots was de column Ik ben dood- en doodmoe van die huidskleurobsessie waarin Ephimenco zijn zorgen uit over de steeds groter wordende focus op identiteitspolitiek in de maatschappij. Hij betoogt dat diversiteit afdwingen in bijvoorbeeld het theater een heilloze weg is. ‘Of moet je nu met een zwaard in zijn rug de potentiële zwarte toeschouwer dwingen naar De Meervaart en De Kleine Komedie te gaan?’, schrijft hij. Hoewel zijn column niet gericht was aan de makers van Kleurrijke top 100 ageert hij wel tegen het discours waar Felgata en Ouaziz onderdeel van uit maken. Een discours dat mensen indeelt in ‘zwart’ en ‘wit’ en dat radicale gelijkheid eist tussen beide groepen en mensen selecteert op kleur of een ‘kleurrijke’ mening om die gelijkheid te bewerkstelligen.

Ephimenco is ruim een maand na die gebeurtenis nog steeds boos. ‘Als je impliciet om het ontslag van een columnist vraagt, omdat je het niet eens bent met wat hij of zij schrijft, dan ben je niet goed bij je hoofd’, merkt hij desgevraagd op. ‘De Kleurrijke top 100 noem ik een bezigheidstherapie. Ik zeg toch ook niet dat de stichters daarvan naar huis moeten en moeten kappen met die onzin? Ik vind Felgata een ongelooflijke onverdraagzame trut. Ze zegt dat ze niet begrijpt waarom Trouw mij in dienst heeft, waar bemoeit ze zich mee?’ Ephimenco vindt dat Felgata polariseert met de Kleurrijke top 100. ‘Als je continu accentueert dat je een zwarte of een Chinees bent, dan creëer je verdeeldheid in de samenleving. De Kleurrijke top 100 is het summum van identiteitspolitiek. De mensen op de lijst worden op hun achtergrond, sekse of correcte mening geselecteerd.’

De Kanttekening sprak af met Felgata en Ouaziz in een restaurant in Amsterdam voor een interview. Felgata reageert op Ephimenco: ‘Ephimenco is iemand van de gevestigde orde die iets roept, maar er komt een heel nieuwe generatie aan die nog nooit van die man en zijn mening gehoord heeft. Voor hen doet hij er niet toe want ze staan anders in het leven.’ De kritiek dat ze geobsedeerd is door huidskleur legt ze naast zich neer. ‘We selecteren mensen op de bijdrage die ze leveren aan het discriminatie- en racismedebat. Daarnaast focussen we ons op culturele diversiteit, omdat op andere lijsten mensen met een migratieachtergrond onvoldoende worden geselecteerd. Wij zijn het antwoord op al die lijsten die echt te eenzijdig zijn in kleur, te masculien en te wit.’ Felgata herkent zich niet in het beeld dat ze polariseert door onderscheid te maken tussen groepen. ‘We verzinnen het onderscheid niet, onderscheid bestaat al decennia in de samenleving. Ik vind niet dat ik een obsessie heb met kleur aangezien het een realiteit is dat we met verschillende bevolkingsgroepen samenleven. Ephimenco polariseert juist, omdat hij dat onderscheid niet wil maken en hij de ene groep boven de andere stelt.’ Ouaziz vult aan: ‘Wij hebben geen obsessie met kleur, nee, wij hebben een obsessie met verandering.’

Volgens Ouaziz en Felgata maakt Ephimenco deel uit van de ‘witte’ elite die racisme en discriminatie in stand houdt. Dat Ephimenco in Algerije is geboren doet daarbij voor Felgata niet ter zake. ‘Wat hij denkt is niet gelinkt aan zijn achtergrond. Hij en Afshin Ellian (columnist van Elsevier, red.) zijn zo rechts als maar zijn kan. Ze bepalen de norm en beslissen hoe wij moeten kijken.’ De Kleurrijke top 100 fungeert, zo zeggen Ouaziz en Felgata, als een aanbeveling voor bedrijven die diverser willen worden. ‘Door de lijst kunnen ze op ideeën worden gebracht’, aldus Ouaziz. De twee pleiten dan ook voor positieve discriminatie. Toch is iemand bevoordelen vanwege zijn of haar kleur geen discriminatie, volgens Felgata. ‘We zijn voor quota, de term positieve discriminatie heeft een negatieve lading. Het is geen discriminatie want je helpt moeder natuur een handje. Je zorgt voor meer gelijkheid.’

‘De makers van de Kleurrijke top 100 maken zich schuldig aan hetgeen ze zeggen te willen bestrijden, door steeds in groepen te denken’, zegt Eric Hendriks, socioloog aan de Peking University en columnist van de Kanttekening. ‘De boodschap die Raja Felgata en Khalid Ouaziz uitdragen hangt van de tegenstrijdigheden aan elkaar. Ze zeggen dat ze vechten tegen raciale uitsluiting, maar hangen alles op aan huidskleur. Ze zeggen te willen verbinden, maar ze verdelen iedereen juist in twee groepen, namelijk de ‘witten’ tegenover ‘de mensen met een culturele achtergrond’. Hun curieuze, nogal ongeletterde formuleringen reduceren culturele diversiteit tot een raciale tegenstelling.’

Felgata verdeelt de journalisten die haar interviewen ook in ‘wit’ versus ‘zwart’. Wanneer ze de vraag toegeworpen krijgt of diversiteitsquota ook zouden moeten gelden voor Limburgers en Drenten antwoordt ze: ‘Dat is dus typisch een witte vraag. We doen vaak interviews en ik merk het verschil als ik geïnterviewd wordt door een niet-westerse journalist, maar dat is helemaal niet erg, jij praat vanuit jouw kader.’

Felgata kiest naar eigen zeggen bewust voor het woord ‘wit’ in plaats van ‘blank’, waardoor de tegenstelling niet alleen over ras gaat, maar ook over het gedachtengoed dat zou horen bij dat ras. Hendriks hekelt die tegenstelling: ‘Activisten zoals Raja Felgata, Gloria Wekker (hoogleraar Gender en Etniciteit aan de Universiteit Utrecht, red.) en Sunny Bergman (documentairemaker, red.) eisen dat we het woord blank vervangen door wit, omdat het meer symmetrische paartje zwart-wit beter bij hun simplistische betoog past. In dat betoog heb je namelijk slechts twee huidskleurgroepen, ieder met een eigen denken en belevingswereld. Precies omdat daarin een gevaarlijk essentialisme verscholen ligt, stel ik voor dat we het woord witten boycotten en het alleen hebben over blanken.’

Ook het selecteren op ‘kleurrijke’ opvattingen is iets waar Hendriks zich aan stoort. ‘Peter de Vries, de winnaar van de Kleurrijke top 100 van vorig jaar, geldt als kleurrijk, omdat hij volgens Felgata de juiste mening verkondigt. Als je als blanke de juiste mening hebt, word je blijkbaar niet tot je huidskleur gereduceerd, alleen foute meningen horen bij ‘wit’ denken.’

Een omgekeerd voorbeeld is het ontbreken van cabaretier en programmamaker Steven Brunswijk alias de Braboneger op de lijst. Brunswijk heeft een Surinaamse achtergrond en roert zich met enige regelmaat in het discriminatie- en racismedebat. Toch komt hij niet in aanmerking voor de lijst vanwege het hebben van de verkeerde mening, zo legt Felgata uit. ‘Als je inhoudelijk kijkt naar wat de Braboneger zegt, dan komt hij niet in aanmerking voor onze lijst. De manier waarop hij het debat over racisme en Zwarte Piet benadert vinden wij niet goed. Hij heeft zo’n mooie positie en zoveel kans om op het vlak van het racismedebat iets van bewustwording te creëren, dus we zien het als een gemiste kans. Wat hij zegt druist in tegen onze principes.’ Als je je afkomst onbelangrijk vindt, omdat je persoonlijke groei en individuele kwaliteiten hoger acht, verloochen je volgens Felgata jezelf. ‘Als je van de daken schreeuwt ‘het moet gaan om mijn kwaliteit en waar ik vandaan kom maakt niet uit’, dan vind ik dat schizofrene discrepantie. Dat betekent namelijk dat je je culturele geschiedenis niet omarmt en niet weet waar je vandaan komt. Die geschiedenis ben jij namelijk.’

Hoewel een ‘zwarte’ dus ‘wit’ gedachtegoed kan hebben en andersom pleiten Felgata en Ouaziz wel expliciet voor het positief discrimineren van mensen met een migratieachtergrond op basis van afkomst voor functies in politiek, media en bedrijfsleven. De politiek moet vinden zij, etnisch gezien een afspiegeling zijn van de samenleving. Momenteel telt de Tweede Kamer vijf leden met een Marokkaanse achtergrond (Zohair el-Yassini, Salima Belhaj, Farid Azarkan, Mustafa Amhaouch, Achraf Bouali), drie met een deels Marokkaanse achtergrond (Jesse Klaver, Malik Azmani, Vera Bergkamp) en daarnaast is de voorzitter van de Kamer van Marokkaanse afkomst (Khadija Arib). Dat is bijna vijf procent, terwijl de Marokkaanse Nederlanders minder dan drie procent vormen van de totale bevolking. Marokkaanse Nederlanders zijn dus oververtegenwoordigd in de Kamer. Toch pleit Felgata niet voor minder Marokkaanse Nederlanders in de Kamer. ‘Nee, dat zou gek zijn als we daar voor zouden pleiten. We vinden juist dat de Kamer kleurrijker moet worden, kijk maar naar het kabinet, dat is ook helemaal wit.’

Hoewel demografisch gezien Marokkaanse Nederlanders ruimschoots vertegenwoordigd worden in de Kamer, gaat dat voor Felgata niet ver genoeg. ‘Ook krantenredacties moeten diverser worden’, betoogt ze. Het argument dat er wel kwaliteit voor handen moet zijn noemt Felgata ‘onzinnig’. ‘Daarmee suggereer je dus al dat er een gebrek aan kwaliteit is bij vrouwen of mensen met een andere achtergrond. Dat is de fout die telkens gemaakt wordt.’

Van Amerongen en Ephimenco merken op dat mensen van kleur niet geweerd worden bij GroenLinks-partijbijeenkomsten en dat hun de toegang niet ontzegd wordt bij lezersbijeenkomsten van de NRC of de Volkskrant. Het ontbreken van kleur heeft volgens Van Amerongen dan ook eerder te maken met tegengestelde interesses dan met achterstelling. ‘Ik ben een groot voorstander van de meritocratie. Het is toch te gek voor woorden dat professor Gloria Wekker Somalische ama’s raketkunde wil laten studeren in Delft? Ik heb honderden foto’s bekeken van de landdagen van GroenLinks en zag geen enkele Afro-Hollander, mohammedaan of Aziaat in het publiek. Het wemelt trouwens van de programma’s voor mohammedanen op de roomblanke staatsomroep, maar de meeste mohammedanen zelf kijken liever onbenullige soaps uit Turkije of Egypte en lezen geen Nederlandse dag- en weekbladen.’

Raja Felgata en Khalid Ouaziz wilden nadat ze een conceptversie van dit artikel onder ogen kregen niet meer meewerken aan publicatie. De Kanttekening gaf de twee de mogelijkheid te reageren op de uitspraken van Sylvain Ephimenco, Arthur van Amerongen en Eric Hendriks. Felgata en Ouaziz weigerden dat en gaven geen toestemming voor de publicatie van hun citaten. De Kanttekening besloot hun citaten toch te publiceren.

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.