‘Nora kan amper kritiek incasseren en doet niets opbouwends’

Foto's: Nora spreekt
‘Het is jammer dat de kritiek zich vooral focust op de vorm en minder op de inhoud’, zegt Nienke Venema over Nora spreekt.

Eind vorige maand werd het project Nora spreekt gelanceerd: een fictief account op Twitter en Facebook dat ‘islamofobische’ uitspraken aan de kaak stelt. Het project is gefinancierd door Stichting Democratie en Media (SDM).

Op sociale media barstte een storm van kritiek los over het project. Onder anderen Shirin Musa, directeur van vrouwenorganisatie Femmes for Freedom, en journalist Nadia Ezzeroili van de Volkskrant voelden zich persoonlijk aangevallen door Nora. Dat roept de vraag op of het project slaagt in zijn opzet. Maakt Nora moslimdiscriminatie bespreekbaar of werkt het vooral polarisering in de hand?

De Kanttekening spreekt moslimbekeerling Claudia Ben Salah, post-doc-onderzoeker Donya Alinejad (Universiteit Utrecht), journalist Naz Taha, publicist Petra Kramer, SDM-directeur Nienke Venema en Enis Odaci, initiator en woordvoerder van het project en eindredacteur van NieuwWij.

Mansplaining
De eerste tweet van Nora op 23 februari adresseerde de fractievoorzitter van PvdA-Amsterdam Marjolein Moorman. Moormans uitspraak ‘moslimdiscriminatie wil ik aanpakken, maar gaat u dan ook meevaren op de Gay Pride’? werd door Nora betiteld als ‘homonationalisme’ en ‘pinktesting’. In de begeleidende tekst op de website van Nora werden wetenschappelijke bronnen aangevoerd en werd gesteld dat Moorman ‘LHBT-moslims wegzet’ en ‘moslims reduceert tot afkomst, ras en geloof’.

Daar kwamen op sociale media al snel negatieve reacties op. Ene Antonie G. schreef in een tweet: ‘Ik en vele gay en hetero vrienden hebben zeer weinig op met de zogenaamde goede bedoelingen van Nora.

Toen duidelijk werd dat Odaci één van de personen is achter het project kwam er ook veel kritiek vanuit feministische hoek. Odaci werd op Twitter onder meer ‘beroepsslachtoffer’ en ‘lafaard’ genoemd, hij zou zich als man ‘verschuilen’ achter een fictieve moslima en de term mansplaining viel veelvuldig.

De kritiek kwam tot een kookpunt toen Nora een uitspraak van Ezzeroili over een geweldsincident tegen een jonge moslima in Emmeloord, uitlichtte. Nora bekritiseerde Ezzeroili’s uitspraak: ‘Islamofoob is een ongepaste term in deze kwestie. Dit was een hatecrime, gericht op een kind.’ Nora verklaarde dat er wel degelijk sprake was van islamofobie en gaf daarbij ook een definitie waarbij islamkritiek op één hoop werd gegooid met moslimhaat: ‘Dit patroon dat uiteindelijk neerkomt op vijandigheid en afkeer van moslims, staat bekend onder verschillende namen: islamofobie, moslimfobie, anti-moslim-racisme, moslimhaat, islamkritiek, enzovoorts.’ Ezzeroili reageerde fel op Twitter en richtte zich daarbij specifiek op Odaci. ‘Vrouwen moeten immers tegen een stootje kunnen als ze gesubsidieerd worden aangevallen door fragiele mannen. Nee, Enis’ waardigheid is bezoedeld, hij kan niet meer slapen door de opmerking’, schreef Ezzeroili. ‘Veel plezier i.i.g. met je uitgedroogde racisme!racisme!-kluifje waar je eindeloos op kunt sabbelen om je honger naar verontwaardiging en bevestiging te stillen. Ondertussen dineren de gesubsidieerde mansplainers vanavond met malse lamskoteletjes.’

Enkele dagen later werd de volgende uitspraak van Musa bekritiseerd door Nora: ‘Ik vind moslimfeminist een stom woord. We baseren ons op mensenrechtenverdragen, niet op heilige geschriften.’ Nora reageerde: ‘Of je je nou op mensenrechtenverdragen baseert of op heilige geschriften, gelovige vrouwen uitsluiten noem ik in ieder geval géén feminisme!’ Dat Musa, voorvechter voor rechten van (moslim)vrouwen, verweten werd gelovige vrouwen uit te sluiten, schoot bij velen in het verkeerde keelgat.

Op welke gronden verschafte de SDM subsidie aan Nora? Venema verklaart: ‘De SDM staat voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat en een bijbehorend levendig publiek debat, dat een reflectie vormt van maatschappelijke kwesties die actueel zijn. Eén van de zaken waar we actief aan willen bijdragen, is het bevorderen en instandhouden van een gelijkwaardig speelveld binnen dat debat. Daarom faciliteren en/of ondersteunen we stemmen die eventueel moeilijker gehoord worden – zoals van minderheden. Daarbij vinden we het belangrijk dat initiatieven gedragen worden door de mensen waar ze over gaan.’

Wat betreft de mansplaining-kritiek brengt de SDM in het verweer dat er ook vrouwen in het Nora-team zitten. ‘Het project wordt gedragen en vormgegeven door een brede, diverse coalitie van moslims. Dat houdt in: mannen en vrouwen van verschillende religieuze stromingen, etnische achtergronden en expertise. Daarmee sluit het goed aan bij de criteria en uitgangspunten van de SDM.’ De stevige kritiek op sociale media is de SDM niet ontgaan. Venema zegt daarover: ‘Het is jammer dat de kritiek zich vooral focust op de vorm en minder op de inhoud.’

Fictief personage
Ben Salah is over het algemeen positief over het project, maar ze heeft ook punten van kritiek. ‘Het geval van Ezzerioli vind ik onterecht. Ezzerioli geeft mijns inziens terecht aan dat er verschil is tussen islamofobie en moslimhaat en dat we dat beter moeten duiden. Onder moslimhaat versta ik gerichte verbale of fysieke agressie richting moslims.’

De door Nora gekozen term islamofobie is niet onomstreden. Critici vinden de term te weinig specifiek en de letterlijke betekenis, namelijk ‘angst voor islam’, te suggestief. Venema geeft aan dat de gekozen term niet door de SDM gebezigd wordt. ‘We zijn op de hoogte van de maatschappelijke discussie over de term islamofobie. De keuze voor terminologie laten we aan de aanvragers zelf. De SDM heeft zelf gekozen voor de term moslimdiscriminatie, juist omdat wij geen partij willen zijn in strijd daarover.’

Ben Salah is ook kritisch over de representatie van Nora. Het gegeven dat Odaci de enige zichtbare persoon achter Nora is doet het project volgens haar geen goed. ‘Daardoor wordt Nora als moslima minder geloofwaardig en islambashers zullen het alleen daarom al helemaal niet serieus nemen.’

Venema onderstreept dat Nora bewust heeft gekozen voor een fictief personage, juist vanwege de reacties die het kan oproepen bij mensen. ‘Het was bij ons bekend dat er gebruikgemaakt zou worden van een fictief account. Eén van de redenen die de aanvrager daarvoor gaf was dat de persoonlijke reacties, als het gaat om moslimdiscriminatie, erg sterk kunnen zijn en met een fictief personage het project meer over de inhoud zou gaan dan over de personen erachter.’

Dat de vrouwen achter Nora onzichtbaar blijven heeft een reden volgens Venema. ‘Mensen die naast Odaci betrokken zijn bij Nora, blijven liever achter de schermen. Projecten die islamofobie adresseren, kunnen meestal rekenen op hoogoplopende persoonlijke aanvallen en ophef. Wij begrijpen en respecteren die keuze.’

Fascistische ondertoon
Alinejad stoort zich aan het feit dat Odaci door het project onderwerp is van hoon en spot. Volgens haar heeft Nora deze polarisatie niet uitgelokt. ‘Als je zegt dat Nora dit aan zichzelf te danken heeft, dan doe je wat mij betreft aan victim blaming. Ik vind de teksten die ik heb gezien van Nora doordacht en informatief. Het is niet alleen bestemd voor moslims, maar voor iedereen die meer bewust wil worden van frames van media en politici waar moslims vaak slachtoffer van zijn. Als iemand dat shockerend vindt, dan vraag ik me af waarom?’

Alinejad kan zich vinden in de wijze waarop Nora ‘islamofobische’ uitspraken heeft uitgelicht. Ook de kritiek op Musa vindt ze terecht. ‘Musa had het commentaar van Nora kunnen voorkomen als ze afstand had genomen van de rechtse islamofobische partijen met wie ze samenwerkt.’ Alinejad doelt onder meer op de samenwerking tussen Musa en Leefbaar Rotterdam en Forum voor Democratie in hun gezamenlijke strijd voor emancipatie van moslimvrouwen. ‘Natuurlijk ondersteun ik haar streven om de positie van moslima’s te verbeteren, maar waarom werkt ze dan samen met partijen met een fascistische ondertoon?’

Dat Musa de verbinding zoekt met onder andere Leefbaar keurt Alinejad dus af. Maar is een project als Nora niet juist bedoelt om verschillen te overbruggen in plaats van bij te dragen aan twee kampen – een ‘islamofobenkamp’ en een ‘islamitisch kamp’ – zodat uiteindelijk mensen over heel de linie anders gaan denken over moslimdiscriminatie? Volgens Alinejad poogt Nora dat ook juist te doen. ‘Nora informeert alleen. Zoals ik het begrijp sluit Nora niemand uit van het debat over de islam. Het verschaft informatie die mensen op geen enkele andere manier op dit moment tot zich krijgen.’

Smerige moslimhaters
Volgens Taha doet Nora veel meer dan alleen informeren, doordat de mensen wiens uitspraken uitgelicht worden niet de mogelijkheid krijgen om in debat te gaan, vindt ze dat Nora belangrijke kritiek negeert. ‘Nora zegt islamofobie te bestrijden, maar kan amper kritiek incasseren en doet niets opbouwends. Dat daar subsidie voor beschikbaar is gesteld, is absurd.’ Taha beschrijft zichzelf als agnost maar werd islamitisch opgevoed. Ze gelooft niet dat Nora de islamitische gemeenschap een dienst bewijst. ‘Ik ben geen moslim, maar ik weet zeker dat mijn moeder mijn tante, nicht en eigenlijk alle vrouwen in mijn familie tandenknarsen bij het idee dat deze man (Odaci, red.) met een paternalistische houding spreekt namens moslima’s.’

Kramer vindt Nora geen onverdeeld succes, maar ze is wel blij met de aandacht die het onderwerp moslimdiscriminatie nu krijgt. ‘Het project slaagt erin om discriminatie van moslims bespreekbaar te maken. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de Kanttekening nu ook over het project schrijft.’ De vraag of Nora polariseert door uitspraken uit te lichten en als islamofobisch te betitelen wordt door Kramer met volmondig ‘ja’ beantwoordt. ‘Dat je niet tegen moslimhaters mag zeggen dat ze ‘smerige moslimhaters’ zijn, omdat je dan polariseert, is het domste ding ooit. Bovendien is polarisering juist goed. Er is immers nog nooit iets veranderd zonder dat het plebs eerst even flink kwaad werd.’

Odaci is ook benaderd voor dit artikel. Hij laat in een korte reactie per mail weten: ‘Project Nora is afgelopen woensdag formeel afgerond. Daarmee houdt ook mijn bijdrage in de media op. Nu gaan we als team analyseren hoe politici, journalisten, opiniemakers en volgers Nora hebben gelezen en becommentarieerd.’

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.