‘Oud en migrant, slechte combinatie in Nederland’

Foto: Facebook
Nederlandse ouderen met een migratieachtergrond raken steeds meer geïsoleerd, waarschuwt de Marokkaanse Ouderenbond in Nederland. ‘Het is onverstandig en vooral heel oneerlijk om ze het gevoel te geven dat ze nergens meer welkom zijn.’

Het was één van de meest gedeelde artikelen op de website van het AD vorige week. Bewoners van een seniorencomplex aan de Duivenlaan in Apeldoorn-Zuid voelen zich overvallen door de plannen van een woonstichting om appartementen die leeg komen te staan te verhuren aan ‘Turkse’ ouderen. De autochtone bewoners van het seniorencomplex reageerden ontstemd. ‘Als hier straks alleen maar Turks om me heen gesproken wordt, voel ik me niet meer thuis’, werd er bijvoorbeeld gezegd. Sommige bewoners zoeken nu naar een ander huis, omdat ze bang zijn dat de flat verandert in ‘klein-Turkije’. ‘Ik heb niks tegen Turken, je hebt goede en slechte, maar ik ben wel bang voor problemen. Zodra ik een mooi huis heb, ga ik weg’, aldus een bewoner in het AD.

Zijn de discussies in Apeldoorn over de komst van Turks-Nederlandse senioren een uitzondering of zeggen ze ook iets over de algehele situatie van ouderen met een migratieachtergrond? De Kanttekening vroeg dat en meer aan betrokkenen.

Oud en migrant
Bouchaib Saadane, voorzitter van de Marokkaanse Ouderenbond in Nederland (MOBIN), helpt met zijn organisatie Marokkaans-Nederlandse ouderen met hun gezondheid, inkomen, sociale zekerheid, wonen en mobiliteit. Hij maakt zich zorgen om deze groep. ‘Naast de financiële problemen die ze hebben, omdat ze een lager pensioen krijgen ten opzichte van autochtone ouderen, hebben senioren uit Turkije en Marokko vooral te maken met sociaal isolement. Het is onverstandig en vooral heel oneerlijk om ze het gevoel te geven dat ze nergens meer welkom zijn. Dat doet heel pijn, sommigen lijken zich dat niet te beseffen.’ Saadane vertelt dat deze ouderen vroeger autochtone collega’s hadden en dat ze ondanks het feit dat ze matig Nederlands spraken toch met elkaar konden communiceren. ‘Je ziet nu dat ze geen contact meer hebben met hun oud-collega’s, dat ze zich hebben teruggetrokken. Ze zijn eenzaam. Je vraagt je af: wie begrijpt ze nog?’

[blendlebutton]Het lijkt Saadane een goed idee om een aantal keren per jaar senioren met een migratieachtergrond in contact te brengen met hun autochtone oud-collega’s met wie ze vroeger hebben samengewerkt. ‘Ik weet zeker dat ze zich dan heel gelukkig gaan voelen. Ik praat met ouderen die bijvoorbeeld zeggen ‘weet je nog, die Jan of Peter?’ en ‘in de jaren zeventig en tachtig was het zus en zo’. Veel ouderen met een migratieachtergrond zijn in een vergeten hoek geduwd. En als je dan nog iets voor ze probeert te doen, iets met een verzorgingshuis of iets dergelijks, dan wordt daar nog over geklaagd ook. Dat is de wereld op zijn kop.’

Sadaane wil dat gemeenten projecten opzetten om de cohesie te verbeteren tussen ouderen. ‘Ik weet zeker dat migrantenouderen dat zullen appreciëren en ook autochtone senioren hebben er iets aan. Laten we eerst daarmee beginnen. Onbekend maakt onbemind. De autochtonen klagen steen en been, ik wil hun vragen: hebben jullie nooit collega’s met een migratieachtergrond gehad?’

Sadaane geeft als voorbeeld Marokkaanse Nederlanders die vroeger in de mijnen in Limburg hebben gewerkt. Wanneer je met die mensen praat komen er volgens hem mooie verhalen naar boven waar we van kunnen leren. ‘In die tijd werkten ze in koppels. Ondergronds is alles zwart, iedereen is hetzelfde, alles ziet er hetzelfde uit, allemaal zwart. Daar is geen onderscheid tussen allochtoon en autochtoon. Het mooiste vind ik: ze verstonden elkaar bijna niet en toch konden ze heel goed met elkaar communiceren. Ze waren op elkaar aangewezen voor hun veiligheid. Dat is nu helemaal weg. Niemand communiceert meer met deze mensen, niemand heeft aandacht voor ze. Oud en migrant zijn is niet iets wat je nu zou willen in Nederland, het is een slechte combinatie.’

‘Ze verdienen beter dan dit’
Sunita Biharie, voorzitter en lijsttrekker van SP Apeldoorn, stoort zich aan ‘het tegen elkaar opzetten van ouderen’. Ze vindt het verwijt aan ouderen met een migratieachtergrond dat ze de taal niet spreken en niet geïntegreerd zijn onterecht. ‘Hoe komt het dat een deel van die senioren geen Nederlands spreekt? Ze hebben niet de gelegenheid gehad om de taal te leren. Ze waren er puur om arbeid te verrichten en daarna weer terug te gaan. Dat was het beleid. Toen duidelijk werd dat deze mensen zouden blijven zijn wij er juist in gefaald om daar een oplossing voor te vinden.’ De senioren hebben volgens haar veel meer overeenkomsten dan sommigen denken, toch is er nauwelijks contact onderling. ‘We klagen in Nederland over segregatie, dat mensen in hun eigen wereld leven en geen contact hebben met anderen. Maar wanneer bijvoorbeeld Turkse Nederlanders, zoals in Apeldoorn, wel naar een wijk met veel autochtonen trekken, is het weer niet goed. De senioren met een migratieachtergrond worden gereduceerd tot hun afkomst. Door hun afkomst worden zij niet gezien als Nederlanders. Dat vind ik heel erg kwalijk, vooral omdat het om kwetsbare mensen gaat. Ouderen met een migratieachtergrond hebben keihard gewerkt om Nederland een beter land te maken. Ze verdienen beter dan dit.’

Naar aanleiding van het artikel in het AD stelde de PVV Kamervragen aan de verantwoordelijke ministers waarin werd gevraagd waarom Nederlandse ouderen gediscrimineerd worden. De PVV stelde de vraag ‘bent u bereid deze discriminatie van Nederlandse ouderen te staken en met betrokken partijen in overleg te gaan, zodat deze plannen van tafel kunnen?’ Biharie vindt dat de PVV olie op het vuur gooit. ‘De PVV claimt dat het om Turken gaat, maar het gaat om Nederlanders, Nederlanders met een Turkse achtergrond. Ze praten geen Nederlands, wordt er gezegd, maar hoe weten ze dat? Hebben ze alle senioren één voor één gesproken? De PVV is niet actief in Apeldoorn. Deze partij kent onze inwoners niet en weet niet wat hier speelt. PVV’ers lezen een stukje in de krant en gaan daar dan Kamervragen over stellen. Ik vraag me af of ze überhaupt onderzoek hebben gedaan naar deze kwestie. Wij hebben dat wel gedaan.’

Biharie heeft naar aanleiding van de discussies contact gehad met de thuiszorgorganisatie in kwestie en gevraagd of het een organisatie is voor alleen Turks-Nederlandse senioren. ‘Daaruit blijkt dat de organisatie senioren met verschillende achtergronden helpt’, zegt de SP’er. ‘De PVV zorgt voor segregatie. Door het gedrag van deze partij worden mensen bang voor elkaar en ouderen worden afgewezen vanwege hun afkomst. Dat is onacceptabel.’ Biharie, die zelf een Surinaamse achtergrond heeft, zegt dat de segregatie in Apeldoorn groot is en de angst onder autochtone ouderen voor de komst van leeftijdsgenoten met een Turkse achtergrond ook daar mee te maken heeft. Ze vertelt dat veel mensen in Apeldoorn niet met elkaar, maar naast elkaar leven. Ze neemt het de senioren ook niet helemaal kwalijk dat ze zich zo onzeker voelen. ‘Ik wil ze niet allemaal over één kam scheren, ik spreek vaak ouderen die hier heel anders over denken. Het zijn vooroordelen, het is napraten van de haattaal van de PVV. Maar dit is natuurlijk niet alleen een probleem van Apeldoorn. We hebben in heel Nederland vergelijkbare problemen, omdat van Nederlanders met een migratieachtergrond altijd werd verwacht dat ze eenzijdig zouden integreren en omdat er nooit kennis gedeeld is over waarom die mensen überhaupt naar Nederland zijn gekomen.’

‘Wij Turkse Nederlanders zijn luidruchtiger en drukker dan anderen’
Güler van der Wekken, afdelingsmanager van het dagcentrum Axioncontinu, helpt senioren met een migratieachtergrond in de dagopvang. De begeleiders hebben dezelfde culturele achtergrond als de bezoekers. De ruimte is ingericht naar specifieke culturele en religieuze waarden. De lunch bijvoorbeeld is afgestemd op islamitische voorschriften. Van der Wekken, die zowel ervaring heeft met autochtone als niet-autochtone senioren, zegt dat ze begrijpt dat sommige ouderen, zoals recent in Apeldoorn, bepaalde vooroordelen hebben jegens bijvoorbeeld ouderen met een Turkse achtergrond. ‘Wij Turkse Nederlanders zijn luidruchtiger en drukker dan anderen. Als we bijvoorbeeld op visite gaan, zijn we soms met tien man. Dat vrezen ze volgens mij nu een beetje. Maar als ze eenmaal naast elkaar wonen, zullen ze merken dat het allemaal best wel meevalt en dat ze veel kunnen leren van elkaar, ondanks de taalbarrière.’

Waar komt die weerstand voor Turks-Nederlandse senioren vandaan? Van der Wekken heeft wel een idee. ‘De jongere generaties participeren, hebben gestudeerd, hebben een baan en zijn actief binnen de samenleving. Ze komen vaak in aanraking met mensen van verschillende culturen. Dat geldt niet voor autochtone senioren. Ze hebben in hun jonge jaren weinig kennis gemaakt met ‘gekleurde’ Nederlanders. Het is eigenlijk best opvallend dat ze nu zo tekeer gaan, want onderling hebben ze vrij veel overeenkomsten. Ze zijn oud, ziek, hebben hulp nodig en zouden daardoor juist beter in staat moeten zijn om elkaar te begrijpen. Jammer, dat het niet zo werkt.’ [/blendlebutton]

DELEN
Hüseyin Atasever
Voormalig journalist en redacteur van de Kanttekening.