De Nederlandse Rif-beweging: radicaler dan de Rif-activisten in Marokko?

Kaja Bouman
Kaja Bouman
Journalist gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Lees meer

Een bezoek van SP-Kamerleden Lilian Marijnissen en Sadet Karabulut aan Marokko blies de Rif-kwestie vorige week nieuw leven in. Onder Marokkaanse Nederlanders groeide de steun voor de zaak de afgelopen jaren uit tot een geheel eigen beweging.

SP-parlementariërs Marijnissen en Karabulut bezochten de noord-Marokkaanse stad Al Hoceima en bezochten daar het ouderlijk huis van Nasser Zefzafi, de leider van de Riffijnse protestbeweging. Zefzafi zit op dit moment in Marokko een gevangenisstraf van twintig jaar uit vanwege zijn rol in de Rif-protesten in 2016 en 2017.

‘Het was een betekenisvol bezoek’, zegt de Riffijns-Nederlandse mensenrechtenactiviste Hossnia el Yahyaoui. ‘De aandacht voor de situatie in de Rif begint weg te zakken en door dit bezoek wordt er opnieuw aandacht gevraagd.’

Ook de Rijffijns-Nederlandse activist Amazigh Ayaou* hecht grote waarde aan dit gebaar van solidariteit met de Rif-beweging. Toch zet hij vraagtekens bij onderdelen van het programma van de Nederlandse politici.

‘Karabulut en Marijnissen gingen bijvoorbeeld aan tafel met politieke partijen waar Riffijnse activisten zich juist van afzetten. Deze partijen behartigen de belangen van de koning en niet van het volk.’

De Nederlandse politici mochten het Rif-gebied weliswaar in, maar voor journalisten is de Rif door de onrust van de afgelopen jaren off-limits geworden. Ook voor Marokkaanse Nederlanders met roots en familie in de Rif wordt het steeds lastiger het gebied zonder risico te bezoeken. Dat komt onder meer door de steun die veel Marokkaanse Nederlanders aan de Rif-activisten betuigen.

Toen de protesten drie jaar geleden begonnen, sloot een grote groep Riffijnse Nederlanders zich bij de Marokkaanse activisten aan. Ze vormden al snel hun eigen Rif-beweging binnen de Nederlandse grenzen, maar met dezelfde doelen: meer voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen, een oplossing voor de hoge werkloosheid en minder corruptie.

‘Waar alle Riffijnen het over eens zijn, is dat de Marokkaanse staat hun vijand is’

‘In het begin had iedereen dezelfde doelen’, zegt El Yahyaoui over de Nederlandse Rif-activisten. ‘Maar naarmate de volksbeweging vorderde en activisten inzagen dat de Marokkaanse overheid geen gehoor zou geven aan de beweging, zijn mensen andere eisen gaan stellen, zoals autonomie. Sommige Rif-activisten eisen zelfs complete onafhankelijkheid.’

Volgens Amazigh Ayaou zijn de eisen in grote lijnen wel hetzelfde gebleven onder alle Rif-activisten. ‘Zoals alle andere volkeren zijn de Riffijnse activisten het niet altijd met elkaar eens over de doelen. Maar waar alle Riffijnen het over eens zijn, is dat de Marokkaanse staat hun vijand is. De overheid is al decennialang bezig met het uitroeien van deze mensen en hun identiteit.’

Ayaou richtte in 2018 Nederlandstalige nieuwswebsite Arif News op, om het Nederlandse publiek op de hoogte te houden van de situatie in de Rif. Hij sprak al eerder met de Kanttekening over zijn website en de risico’s die daarbij komen kijken. Ook Ayaou vreest dat hij opgepakt zal worden als hij de Rif bezoekt.

Zijn de Nederlandse Rif-activisten nóg activistischer?

Nederlandse Rif-activisten lijken soms radicaler dan hun Marokkaanse medestanders. Zo menen zij dat Nederlandse journalisten in Marokko vaak aan de kant van de overheid staan. Ook zouden ze bij acties de Marokkaanse vlag verbranden – iets dat activistenleider Zefzafi zelf bekritiseert – en zien ze Marokkaanse Nederlanders die zich niet voor hun zaak uitspreken als verraders.

Maar volgens El Yahyaoui en Ayaou zijn de Nederlandse activisten niet extremer. Ze geven aan dat dit slechts zo lijkt door de vrijheid van meningsuiting in Nederland: die geeft hen meer mogelijkheden om zich openlijk uit te spreken.

‘Riffijnse Marokkanen kunnen niet ongestraft een vlag verbranden of iets dergelijks. Zodra zij iets doen dat het disfunctioneren van de Marokkaanse overheid zou aan tonen, dan heeft dat arrestaties, martelingen en verkrachtingen als gevolg’, zegt El Yahyaoui. Op dit moment zitten er nog ongeveer zestig Marokkaanse Rif-activisten in de gevangenis.

‘Als ik kijk naar de berichten die ik kreeg, lijken sommige Riffijnse Nederlanders wel geradicaliseerd’

Nederlandse berichtgeving over de Rif

Willemijn de Koning werkte drie jaar als correspondent in Marokko, onder andere voor de NOS. Toen De Koning begon met berichten over de Rif-beweging, kreeg zij regelmatig forse kritiek van Riffijnse Nederlanders. ‘Ze noemden me een hoer, zeiden dat ik een meisje van de koning was of dat ik door de Marokkaanse overheid werd betaald’, zegt De Koning.

Hoewel de reacties volgens De Koning disproportioneel waren, begreep de journaliste een deel van de kritiek op haar berichtgeving wel. ‘Ik heb wel eens een foutje gemaakt. Dat ik het bijvoorbeeld had over een Berbers dialect, terwijl het een taal is. Maar er werd altijd vanuit gegaan dat er een kwade bedoeling achter zat. En dat is niet zo.’

In de Rif werd De Koning tijdens een protest aangevallen door een groep jongens. Dit gebeurde nadat de journaliste werd aangezien voor politieagent. ‘Er heerst veel paranoia onder Riffijnen, maar daar zijn ook goede redenen voor. Zo waren er bijvoorbeeld aanwijzingen dat de overheid mensen betaalde om onrust in het gebied te stoken. Natuurlijk word je daar nerveus van.’ De jongens boden later hun excuses aan.

Op een aantal incidenten na kreeg de Koning vanuit Marokkaanse Riffijnen nauwelijks kritiek. ‘De meeste Riffijnen zijn erg bereid met journalisten te praten en hen te helpen. Zij weten ook dat internationale media-aandacht kan helpen bij het bereiken van hun doelen.’

Onder andere de doelen en het vertrouwen in de media zijn volgens De Koning grote verschillen tussen de Nederlandse en Marokkaanse Rif-beweging. ‘De Riffijnen die ik op straat sprak wilden helemaal geen aparte staat. Zij wilden universiteiten, ziekenhuizen, een betere infrastructuur, maar niemand noemde zelfstandigheid als eis. Dat idee is ontstaan door de Nederlandse en Belgische activisten. Als ik kijk naar de berichten die ik kreeg, lijken sommige Riffijnse Nederlanders wel geradicaliseerd.’

‘De Riffijnen die ik op straat sprak wilden helemaal geen aparte staat’

Uiteindelijk werd een deel van de berichten die De Koning ontving zo dreigend, dat ze aangifte deed bij de politie. De politie besloot er uiteindelijk geen zaak van te maken. Dat maakt haar leven terug in Nederland niet makkelijker: ‘Ik ga niet zo snel meer naar bepaalde evenementen. Zoals het Amazigh nieuwjaar, dat durf ik dan bijvoorbeeld niet.’

Ondanks de kritiek die de voormalig correspondent omschrijft, zijn activisten El Yahyaoui en Ayaou grotendeels tevreden over de berichtgeving van Nederlandse media. ‘Er was inderdaad een periode in het verleden waarin de NOS regelmatig Marokkaanse propaganda berichtten. Bijvoorbeeld toen PvdA-Parlementariërs Lilianne Ploumen en Kati Piri de Rif niet in mochten. De NOS legde toen de schuld bij lokale autoriteiten, terwijl die totaal geen macht hebben. Maar buiten dat doen Nederlandse media heel goed werk’, zegt Ayaou.

El Yahyaoui sluit zich daarbij aan: ‘In Nederland wordt zonder twijfel het meest uitgebreid aandacht besteed aan de Riffijnse kwestie. In andere landen is dat minimaal. Als er als iets wordt bericht, dan is dat vaak in het voordeel van het Marokkaanse regime.’

Echte naam Jamal Ayaou. Amazigh betekent letterlijk ‘vrij mens’ en is de verzamelnaam van Marokko’s oorspronkelijke bevolkingsgroepen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -