‘Ergste geweld tegen Koerden Turkije sinds bloedbad Dersim’

Foto: Reuters. Cizre (2 maart 2016).
‘Mocht er ooit vrede komen, dan moeten er eerst een paar generaties overheen gaan voordat Koerden de trauma’s die ze hebben overgehouden aan het geweld en de verwoestingen hebben verwerkt’, zegt koerdoloog Martin van Bruinessen over het Turks-Koerdische conflict.

Activisten in Turkije zijn onlangs een campagne gestart tegen het geweld en de verwoestingen in het voornamelijk door Koerden bewoonde zuidoosten van Turkije. Zij delen op Twitter en Facebook beelden van voornamelijk Sur, de oude ommuurde binnenstad van de provincie Diyarbakir. De beelden schetsen een deprimerend beeld; gebouwen die doorzeefd zijn met kogels, zichtbaar aangeslagen vrouwen en kinderen die toekijken hoe bulldozers gebouwen wegvagen en tot de tanden gewapende special forces die toezicht houden.

Loze belofte
In 2005 kondigde de toenmalige premier en huidige president Recep Tayyip Erdogan van de islamistische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) een vredesproces aan om een oplossing te vinden voor het bloedige conflict met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die op de Turkse, Amerikaanse en Europese terreurlijsten staat. Dat deed hij in een toespraak in Diyarbakir, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. ‘Het Koerdische probleem is niet het probleem van een deel van het volk, maar van heel het volk. Het is ook mijn probleem. Of je nou Turk, Koerd, Circassiër, Abazaan of Laz bent, het is het gemeenschappelijke probleem van alle burgers van de Turkse republiek’, zei Erdogan. ‘We gaan het oplossen met meer democratie, burgerrechten en welvaart.’

Dat is een loze belofte gebleken. In juli 2015 laaide het geweld in Zuidoost-Turkije weer op na de beëindiging van de in maart 2013 afgekondigde wapenstilstand met de PKK. Daarmee kwamen de vredesonderhandelingen abrupt tot een eind. Sindsdien zijn duizenden mensen omgekomen door het geweld en grote delen van steden verwoest. De beëindiging van het conflict, dat sinds de oprichting van de PKK in 1978 aan tienduizenden mensen het leven heeft gekost, lijkt nu verder dan ooit.

Foto: Reuters. Sur (11 februari 2016).

Misdaden
Volgens de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR) zijn sinds juli 2015 ernstige misdaden gepleegd door zowel de staat als de PKK, zoals moord, marteling, gedwongen verdwijningen en aanslagen. Dat schrijft de OHCHR in een onderzoeksrapport dat afgelopen februari is gepubliceerd. De afgelopen jaren zijn door aanslagen van de PKK en de Vrijheidsvalken van Koerdistan (TAK), in onder meer Ankara, Istanbul en Diyarbakir, honderden doden en gewonden gevallen, onder wie veel burgers. De TAK is een terroristische organisatie die zich profileert als een splintergroep van de PKK.

Foto: Reuters. Aanslag in Ankara, opgeëist door de TAK (17 februari 2016).

Verder meldt de OHCHR in het rapport dat de regering niet heeft gereageerd op haar verzoeken OHCHR-teams toegang tot de regio te verschaffen om onderzoek te doen naar mensenrechtenschendingen en geen enkel onderzoek heeft ingesteld naar burgerdoden. Dat is bevestigd door mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International (AI) en Human Rights Watch (HRW).

Volgens de laatste cijfers van de ngo International Crisis Group, die het dodental van het Turks-Koerdische conflict bijhoudt, zijn sinds juli 2015 zeker 3.087 mensen omgekomen door het geweld, onder wie 1.463 PKK-leden, 991 leden van het leger en de veiligheids- en inlichtingendiensten, waaronder de gendarmerie en de special forces, en 414 burgers. De meeste doden vielen volgens de organisatie in Sirnak (690) en Hakkari (569). Volgens AI zijn rond de 500.000 mensen ontheemd door het geweld.

Sur
Van alle steden in de regio die grote schade hebben opgelopen, hebben media en mensenrechtenorganisaties het meest bericht over Sur. Zo publiceerde AI afgelopen december het rapport Displaced and dispossessed: Sur residents’ right to return home. ‘De Turkse autoriteiten lijken de Koerdische bewoners collectief te straffen’, meldde AI. ‘De wanhopige toestand waarin de bewoners van Sur verkeren, staat niet op zichzelf. In tientallen andere districten is de situatie vergelijkbaar.’ De situatie is vergelijkbaar in onder meer Silvan en Lice (Diyarbakir), Cizre en Silopi (Sirnak), Nusaybin (Mardin) en Yüksekova (Hakkari).

Foto: Reuters. Yüksekova (31 mei 2016).

Dat er zo weinig bekend is over wat zich precies afspeelt in de regio komt door de zeer beperkte toegang tot getroffen gebieden, voor sommige gebieden geldt zelfs een algeheel toegangsverbod, en de sluiting van bijna tweeduizend ngo’s en kritische media (officieel aantal dat gepubliceerd is in de staatskrant) op basis van terrorismebeschuldigingen, waaronder mensenrechtenorganisaties en plaatselijke kranten. Daarnaast geldt ook binnen de regio in veel gebieden een uitgaansverbod. Zo geldt in Sur al ruim eenentwintig maanden (een wereldrecord) een uitgaansverbod in zes wijken.

‘De verwoestingen in Sur zijn het best gedocumenteerd. Een groot deel van de huizen die er twee jaar geleden nog stonden, is met de grond gelijk gemaakt. Dat betekent niet dat Sur de meeste schade heeft opgelopen. De verwoestingen in onder meer Silopi, Cizre en Nusaybin zijn minstens zo erg, wellicht nog veel erger’, zegt koerdoloog en emeritus hoogleraar Martin van Bruinessen (Universiteit Utrecht) tegen de Kanttekening. ‘We weten meer over Sur vooral omdat mensen in de stad foto’s en informatie naar buiten hebben gebracht.’

Foto’s: UNOSAT. Boven: Sur in juni 2015. Onder: Sur in juli 2016.

Fantasiegeschiedenis
Als verklaring voor de verwoestingen geeft de regering veiligheidsredenen, zoals de bouw van politiebureaus op strategische locaties om de PKK beter te bestrijden. Van Bruinessen spreekt van een dieperliggend motief. ‘Er is een langer bestaand achterliggend plan om de geschiedenis van de regio te ‘zuiveren’ van Koerdische en andere niet-Turkse aspecten’, zegt Van Bruinessen. ‘Daarin speelt Diyarbakir een belangrijke rol. Koerden beschouwen Diyarbakir namelijk als de hoofdstad van Turks-Koerdistan. Dat is één van de belangrijkste dimensies van de Koerdische geschiedenis die Turkije wil ontkennen en alles dat ernaar wijst wil laten verdwijnen. Wat Diyarbakir is voor Turkse Koerden, is Kirkoek voor Iraakse Koerden en Mahabad voor Iraanse Koerden. In Syrië is er niet één specifieke stad die zo een belangrijke symbolische waarde heeft voor Koerden als deze steden.’

Wat betreft het ‘zuiveren’ van de geschiedenis maakt de koerdoloog een vergelijking met de era van de oprichter van de republiek, Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938). ‘Mustafa Kemal schafte het Arabische schrift af en maakte daarmee een heel groot deel van het Turkse verleden als het ware onzichtbaar. Dat was een tamelijk vreedzame manier om een nieuwe Turkije te scheppen dat bepaalde, Ottomaanse herinneringen niet meer had. Dat maakte het nationalistische historici gemakkelijker een nationalistische geschiedenis te schrijven die niet gestoeld was op echte, authentieke documentatie van de Ottomaanse periode. Die was gebaseerd op een meer gefantaseerd, Centraal-Aziatisch verleden. Op een vergelijkbare, maar veel gewelddadigere manier is het verwoesten van de multiculturele – Armeense, Aramese, Assyrische, Koerdische – geschiedenis van gebieden als Diyarbakir, een poging om een ‘gezuiverde’, bedachte geschiedenis van een nieuw Turkije te creëren. Eerder zijn op kleinere schaal al zulke dingen gedaan in Istanbul. Zo is de wijk Sulukule in het district Fatih met de grond gelijk gemaakt en vervolgens zijn er ‘fantasie Ottomaanse huizen’ neergezet. Die hebben niets te maken met de werkelijke geschiedenis van het gebied. Het is een fantasie van hoe de Ottomanen waren.’

Foto: Universiteit Utrecht. Martin van Bruinessen (1946) is antropoloog, gespecialiseerd in Koerdische gemeenschappen. Hij is emeritus hoogleraar Vergelijkende Studie van de Moderne Islamitische Samenlevingen (Universiteit Utrecht), in het bijzonder de koerdologie. Zijn andere expertises zijn Turkse en Indonesische gemeenschappen. Hij doceerde Koerdische en Turkse Studies aan de Universiteit Utrecht en Sociologie van Religie aan het Staatsinstituut voor Islamitische Studies in Yogyakarta. Hij bracht negen jaar door in Indonesië (1982-1994). Hij verrichte antropologisch veldwerk in Turkije, Iran, Irak, Syrië, Indonesië en Afghanistan. Hij voerde zijn eerste veldonderzoek uit binnen Koerdische gemeenschappen in Turkije, Iran, Irak en Syrië in het midden van de jaren zeventig en heeft die landen sindsdien vaak bezocht.

De afgelopen tijd zijn in de regio veel fysieke sporen van de Koerdische geschiedenis vernietigd, zoals standbeelden, van onder anderen poëet Ahmed Arif (1927-1991); reliëfs, van bijvoorbeeld de Mervani-beschaving, schrijver, poëet en filosoof Ahmad Khani (1650-1707) en politicus, advocaat en activist Orhan Dogan (1955-2007); en monumenten, zoals het monument ter herinnering aan het Roboski-bloedbad. Dat verwijst naar een bombardement in 2011 van de Turkse luchtmacht op het dorp Ortasu (Koerdisch: Robozkê) in de provincie Sirnak, dat aan 34 Koerdische burgers het leven kostte.

Foto: Rudaw. Het afgebroken Roboski-monument in Ortasu (26 december 2013).

Volgens de regering zit de PKK achter de meeste verwoestingen in de regio. Mensenrechtenorganisaties zoals AI en HRW en een aantal kritische linkse media dat de persbreidel heeft overleefd, zoals de kranten BirGün en Evrensel, leggen de verantwoordelijkheid vooral bij de staat. Van Bruinessen bevestigt dat. ‘Er is hevig gevochten. Beide kanten hebben veel geweld gebruikt. PKK’ers hebben veel wapens het gebied binnengesmokkeld en tunnels gegraven onder huizen. Maar het zwaarste geschut, met tanks en artillerie, is ingezet door het leger. De PKK heeft alleen lichte wapens ingezet. Natuurlijk kun je ook met lichte wapens gebouwen beschadigen en het is niet zo dat de Turkse kant verantwoordelijk is voor alle verwoestingen, maar zeker wel voor het overgrote deel. En na de gevechten, nadat een groot deel van de plaatselijke bevolking was gevlucht, zijn hele stadswijken gesloopt, zoals in Sur. In Cizre bijvoorbeeld zijn niet alleen grote gebieden verwoest, maar ook tientallen mensen levend verbrand. Dat heeft het leger gedaan, niet de PKK.’

Foto: Reuters. Yüksekova (31 mei 2016).

Dersim
Intussen is de Koerdische politieke oppositie zo goed als uitgeschakeld door de arrestatie van honderden (lokale) politici van de pro-Koerdische Democratische Partij van de Volkeren (HDP) en de Partij van de Democratische Regio’s (DBP) op basis van terrorismebeschuldigingen. Onder hen zijn tien parlementsleden van de HDP, onder wie de twee leiders van de partij Selahattin Demirtas en Figen Yüksekdag, bijna achthonderd bestuurders en 85 burgemeesters.

Ondanks de onderdrukking van de Koerdische politieke beweging en het geweld en de verwoestingen zijn Koerden niet massaal de straat opgegaan. Van Bruinessen geeft daar twee redenen voor. ‘Ten eerste, hoewel er heel veel onvrede is onder de Koerden over het gedrag van de staat, zijn ze onderling veel te verdeeld om een grootschalig eensgezind protest te organiseren. Een simpel voorbeeld: sommige Koerden steunen de PKK, terwijl anderen de PKK verantwoordelijk houden voor het oplaaien van het geweld in juli 2015. Ten tweede, angst. Het geweld dat de staat sinds juli 2015 heeft gebruikt tegen Koerden kent bijna geen precedent. De staat heeft gewelddadiger opgetreden dan ze ooit heeft gedaan in de geschiedenis van de republiek, met uitzondering van het bloedbad als gevolg van de onderdrukking van het verzet in Dersim.’

Strafexpedities in Dersim vonden plaats in 1937 en 1938. Het toenmalige Dersim is de huidige provincie Tunceli, waar vooral Koerdische en Zaza alevieten wonen. Tijdens de militaire operaties in het gebied, onder leiding van Atatürk, zijn volgens sommige bronnen naar schatting achtduizend tot dertienduizend en volgens andere bronnen tienduizenden burgers gedood. In 2011 bood Erdogan voor het eerst formeel namens de staat excuses aan voor de gruweldaden.

Behalve door het geweld worden Koerden ook afgeschrikt door de noodtoestand, die sinds de couppoging van afgelopen zomer van kracht is in heel het land. ‘Dat geldt overigens voor alle tegenstanders van de regering’, benadrukt Van Bruinessen. Onder de noodtoestand hebben het leger en de veiligheids- en inlichtingendiensten vergaande bevoegdheden om op te treden tegen tegenstanders van de regering. ‘Protesteren in het huidige Turkije, vooral in de Koerdische gebieden, is levensgevaarlijk.’

Foto: Reuters. Cizre (12 september 2015).

Alliantie
Binnen de politieke oppositie zijn de ultra-nationalistische Partij van de Nationalistische Beweging (MHP) en de ultra-secularistische Vaderlandspartij (VP) de belangrijkste supporters van Erdogans huidige aanpak van de Koerdische kwestie. Deze partijen keuren zijn beleid niet alleen goed, maar moedigen het ook openlijk aan.

De MHP, die qua zetelaantal de vierde partij is in het parlement, droeg de verharding van Erdogans Koerden-beleid, dat tot 2015 gericht was op dialoog, ook met de PKK, de afgelopen jaren aan als het belangrijkste criterium om zijn bewind te steunen. Een uitspraak van de oprichter van de MHP Alparslan Türkes (1917-1997), één van de invloedrijkste politici in de Turkse geschiedenis, vat de rode lijnen van de MHP in deze kwestie goed samen. ‘Jullie hebben niet het recht een zelfstandige staat te eisen binnen de Turkse landsgrenzen noch hebben jullie het recht een eigen Koerdische nationaliteit of tv-programma’s in het Koerdisch te eisen. Als jullie daarnaar streven, dan is het duidelijk dat jullie vastbesloten zijn om de Turkse natie uit elkaar te rukken. Wij zullen dat niet toestaan. Als we genoodzaakt zijn bloed te vergieten om de eenheid van de Turkse staat te handhaven, dan zullen we er geen moment voor terugdeinzen om dat te doen’, zei Türkes in het politiek discussieprogramma Capraz ates (8 november 1993) als reactie op opmerkingen van Orhan Dogan (onder het kopje Fantasiegeschiedenis genoemde Koerdische politicus, advocaat en activist). Türkes benadrukte in dezelfde uitzending echter ook dat de strijd van de MHP zich niet richt op het Koerdische volk, maar het separatisme en de terreur van de PKK. Hij voegde daaraan toe: ‘De Turken en Koerden zijn familie en moeten hun familieprobleem vreedzaam oplossen middels dialoog en tolerantie.’

Hoewel de VP geen zetels heeft in het parlement (de partij behaalde bij de laatste algemene verkiezingen in november 2015 0,25 procent van de stemmen) heeft ze volgens haar machtige leider Dogu Perincek veel invloed binnen het gehele staatsapparaat, met name het leger. Perincek eiste in meerdere toespraken behalve een verharding van Erdogans Koerden-beleid ook letterlijk de vernietiging van Fethullah Gülens Hizmet-beweging. Hij pronkt graag met het feit dat Erdogan daarmee akkoord is gegaan. ‘De AKP volgt nu ons programma’, zo verklaarde Perincek afgelopen februari tegenover het Iraanse persbureau Tesnim. ‘Ze hebben zich bij ons gevoegd, daar zijn we tevreden over.’ Ruim een jaar eerder verklaarde hij in het politiek discussieprogramma Teke tek: ‘We zijn verheugd over het feit dat Erdogan nu onze lijn volgt.’ In een artikel in Foreign Affairs (27 oktober 2016) beschrijven Turkije-experts Gönül Tol en Ömer Taspinar hoe ver de samenwerking tussen Erdogan en de ultra-secularisten gaat. Ze benadrukken echter dat het een breekbare alliantie is die hoogstwaarschijnlijk niet lang intact zal blijven.

Foto: DHA. Recep Tayyip Erdogan & Dogu Perincek schudden elkaar de hand (10 september 2015).

De MHP en de grootste oppositiepartij, de kemalistische Republikeinse Volkspartij (CHP), zijn ook voor maatregelen tegen de Hizmet-beweging. De CHP vindt echter dat Erdogan daarin te ver gaat, vanwege onder meer willekeurige massa-arrestaties en mensenrechtenschendingen. Overigens pleitte de CHP al voor maatregelen tegen de beweging toen Erdogan er nog mee samenwerkte en zelfs ver daarvoor, toen de AKP nog niet bestond.

De CHP is voorzichtig in het openlijk steunen van Erdogans Koerden-beleid, maar uit er tegelijkertijd zeer zelden kritiek op. De sporadische kritiek op het beleid vanuit de partij wordt vooral geuit door het parlementslid Sezgin Tanrikulu, die Koerdische roots heeft. ‘Juist de Koerdische kwestie is één van de punten waarop de gemiddelde CHP’er bereid is steun te geven aan de regering’, zegt Van Bruinessen. ‘Koerdisch nationalisme is in de ogen van de traditionele kemalisten altijd de ernstigste bedreiging voor de Turkse eenheid geweest. De CHP is tegen Koerdische zelfbeschikking. Wat dat betreft heeft ze dezelfde visie als niet alleen partijen als de AKP en de MHP, maar de gehele staat, waaronder natuurlijk het leger. De CHP wil zich dan ook niet associëren met een pro-Koerdische partij als de HDP, zoals opnieuw bleek tijdens de recente gerechtigheidsmars van CHP’ers van Ankara naar Istanbul. Daar mochten HDP’ers aanvankelijk niet aan deelnemen van de CHP. Veel CHP’ers wilden protesteren, maar niet samen met HDP’ers.’

Foto: Reuters. Negentiende dag van de gerechtigheidsmars, in Izmit (3 juli 2017).

Trauma’s
Heeft Erdogans hardline Koerden-beleid de PKK verzwakt? ‘De PKK heeft militaire verliezen geleden, zo zijn PKK-strijders verdreven uit bepaalde gebieden en velen van hen zijn gedood’, merkt Van Bruinessen op. Dat betekent volgens de koerdoloog echter niet dat het einde van de PKK nabij is, zoals veel Turkse media beweren. ‘Dat soort dingen lees ik als sinds 1980, nog voordat de guerrilla van de PKK echt begon. Feit is dat de militaire operaties de PKK als guerrillaorganisatie en politiek ideaal niet ernstig hebben verzwakt.’ Is het überhaupt mogelijk om de PKK van de kaart te vegen met militaire middelen? ‘Dat is heel onwaarschijnlijk. Kijk maar naar vergelijkbare organisaties, zoals IRA, ETA en FARC, het is ook niet gelukt om die uit te schakelen met militaire middelen. De PKK heeft een uitgebreid netwerk in de regio, met verschillende divisies en partners in landen als Irak, Syrië en Iran, zoals de Syrische PYD (Democratische Eenheidspartij, red.). Het is een sterke, hardnekkige constructie.’

Een oplossing van het conflict is volgens Van Bruinessen niet mogelijk zonder de verschillende geledingen van de Koerdische gemeenschap daar direct bij te betrekken, via deelname aan het politieke proces en onderhandelingen. ‘Een langdurige, vreedzame oplossing is alleen mogelijk als Koerden, ook separatistische Koerden, weer op een legitieme manier kunnen deelnemen aan het politieke proces en onderhandelingen tussen de regering en de PKK, maar ook andere organisaties die Koerden vertegenwoordigen, worden hervat.’ Zeker is volgens de koerdoloog dat het verwerken van de trauma’s die het conflict heeft veroorzaakt veel tijd zal kosten. ‘Mocht er ooit vrede komen, dan moeten er eerst een paar generaties overheen gaan voordat Koerden de trauma’s die ze hebben overgehouden aan het geweld en de verwoestingen hebben verwerkt.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in Turkije, internationale betrekkingen en integratievraagstukken. Eindredacteur van de Kanttekening.