Keti Koti | ‘Meisjes zoals jij zijn de mooisten van het Caribisch gebied’

Tineke Bennema
Tineke Bennema
Journalist en historicus.

Lees meer

Madeline Lie-A-Lien (80) onderzocht samen met historicus Tineke Bennema haar familiegeschiedenis, die getekend is door de slavernij. ‘Ik draag zoveel verschillende etniciteiten in me.’

Ze verenigt Oost en West in zich, overheersers en onderdrukten, verschillende etniciteiten, culturen en religies. Chinezen, Portugezen, inheemsen, Nederlanders, joden, katholieken, Afrikanen: ze stamt van hen allemaal af. Madeline Lie-A-Lien, geboren in Suriname in 1946 en op haar 23e naar Nederland gekomen, waar ze ging werken als onderwijzeres (en nog steeds werkt), wist wel veel over haar rijke recente geschiedenis. Maar weinig over haar slavernijverleden, nog altijd een pijnlijke en vernederende episode waarover oudere generaties liever zwegen. We gingen op zoek naar haar verleden, aan de hand van haar herinneringen en nieuw archiefmateriaal.

Waar heb ik mijn bruine kleur vandaan?

‘Ik wilde als kind al altijd alles over mijn familie weten. Dan luisterde ik mee naar de verhalen van de volwassenen, totdat mijn moeder dat doorkreeg en dan tegen me zei als ze in gesprek was met haar zussen: ga eens even op de klok kijken hoe laat het is. Eerst deed ik dat, maar al snel weigerde ik natuurlijk. In mijn familie heette het dat ik altijd nieuwsgierig was en nadacht en ze zeiden: ze heeft aan één hoofd niet genoeg, ze had er twee moeten hebben! Ik vroeg van alles. Dan zei ik tegen mijn Chinese vader: ik zie er helemaal niet Chinees uit, hoe kan dat dan? Waar heb ik mijn bruine kleur vandaan? Onder jouw voorvaderen zitten toch ook zwarte mensen! Maar dan was altijd het antwoord dat hij en zijn familie dat niet wisten. Dat is algemeen in Suriname, je praat niet over slavernij. Slaafgemaakten zijn gekoeioneerd, vernederd, hun is alles ontnomen, daar schaamde je je voor en dat onderwerp werd doodgezwegen. Maar de nieuwe generatie, zoals die van mijn kinderen, wil juist alles weten. En ik ook.’

Chinese mannen in Coronie

Van haar vaders kant bezat ze al veel gegevens. Haar vader, Marcellinus Lie-A-Lien, was afstammeling van de groep van 2500 Chinese immigranten die Nederland naar Suriname haalde rond de afschaffing van de slavernij in 1863 – waarna overigens de ‘bevrijde’ slaafgemaakten nog verplicht tien jaar op de plantages moesten blijven werken. De plantagehouders waren bang dat er te weinig arbeidskrachten zouden zijn om de plantages draaiende te houden. De Chinezen werden in het noordwesten in het district Coronie geplaatst om te werken in katoenpluk en koffieteelt. Ze kregen een contract, maar de arbeidsvoorwaarden daarvan waren zo slecht dat dit neerkwam op verkapte slavernij. Niet onbelangrijk detail: de Nederlandse staat wierf alleen mannen, hun vrouwen moesten ze maar achterlaten.

‘De nieuwe generatie, zoals die van mijn kinderen, wil juist alles weten’

In Coronie ontstonden relaties tussen Chinezen en vrije zwarte vrouwen. Sommigen leefden in concubinaat omdat de mannen nog een vrouw in China hadden. ‘Dat was het geval bij een tante van mijn vader, van wie het kind niet erkend werd. Daardoor kregen een heleboel kinderen de naam van de moeder en niet van de vader. De Chinese mannen hielden de contractarbeid gauw voor gezien en verhuisden naar Paramaribo om een winkeltje of restaurantje te beginnen.’

Er is nog een mooie anekdote over hem, vertelt ze: ‘Er werd een katholieke kerk gebouwd in Coronie en toen die klaar was, moest het kruis erop worden geplaatst, maar niemand durfde het gebouw te beklimmen. Het moet rond 1920 zijn geweest. Toen zei mijn grootvader: nou, dan doe ik het wel. En mijn grootmoeder haalde haar hele kinderschaar erbij en gaf ze de opdracht: nu moeten jullie goed kijken wat papa gaat doen! Het lukte hem en het verhaal gaat dat hij er een pauselijke medaille voor kreeg.’

Nederlandse apotheker

Ook aan haar moederskant zitten Chinese voorouders, zij het niet biologisch. Lie-A-Liens stamboom aan deze zijde heeft veel vertakkingen. De Nederlandse apotheker Bernard Johannes Bos Verschuur was getrouwd met een Chinese vrouw, Heloise Tjon Akien. Deze Bernard verwekte rond 1900 het buitenechtelijke kind Johannes, Lie-A-Liens grootvader van moeders kant, bij Louisa Johanna Gerarda Menneke. Of dat een relatie was, of dat hij haar verkracht heeft, is onzeker. ‘Je moet bedenken dat hij een witte man was en zij zwart, dat waren ook na de afschaffing van de slavernij ongelijke verhoudingen. Louisa was een dochter van voormalig slaafgemaakte Martha Menneke. Johannes kreeg de achternaam van zijn stiefvader Albert Cotino. Cotino was weer een nazaat van een Joods-Portugese plantagehouder. Volg je het nog?’, vraagt ze.

Slavenregisters 

Lie-A-Liens grootmoeder zit op het stoeltje vooraan op deze foto van rond 1900. Beide ouders zijn Chinees-Afrikaans

Ze is op zoek naar meer gegevens over die slaafgemaakten. Doordat enkele jaren geleden de slavenregisters in het Nationaal Archief zijn gedigitaliseerd en openbaar zijn gemaakt, is het makkelijker geworden voorouders terug te vinden. We vinden het document waarin staat dat Martha zichzelf in 1844 wist vrij te kopen van een marktkoopvrouw, die vermoedelijk zwart was (ook vrijgekomen zwarte mensen hielden soms slaafgemaakten). Ze kreeg de verzonnen achternaam ‘Menneke’ toebedeeld.

En we ontdekken in het Nationaal Archief dat de familie Verschuur Amsterdams is: Bernards vader, Dirk Johannes Verschuur, werd in 1844 geboren in Paramaribo, was zeekapitein en eigenaar van koffieplantage Elisabeths Hoop, en getrouwd met een Nederlandse plantagehoudster. De stamboom van deze Nederlanders voert helemaal terug tot 1734, tot handelaren uit Amsterdam, tot wijnkoopman Johannes Verschuer.

Maar haar moeder herbergt ook de andere kant. Lie-A-Lien: ‘Mijn (oud)tante Eleonora Naarden, de zus van mijn oma Mathilda, met wie ik veel sprak, werd 106 in 2003, was vermoedelijk kleindochter van een slaafgemaakte. Ik denk dat zij misschien van inheemse oorsprong was, want op feesten droeg ze soms een rituele schouderdoek.’

Wasvrouw op een katoenplantage

We vinden Eleonora eerst terug in het Amsterdamse stadsarchief, ze woonde in haar laatste jaren in de hoofdstad, en dan blijkt dat ze Bergstroom heette van moeders kant. Haar moeder was Louise Magdalena Bergstroom, geboren in 1861, en dan treffen we haar moeder, Lie-A-Liens betovergrootmoeder, de slaafgemaakte Diana, geboren in 1827. Diana was te werk gesteld als ‘waschvrouw’ op de katoenplantage Bellevue, in Coronie, hetzelfde gebied waar de Chinezen later werkten. In 1859 kwam ze vrij en kreeg ze de verzonnen naam Bergstroom door het gouvernement toegewezen. De zoektocht houdt hier op, omdat Diana’s ouders onbekend zijn.

Een document van de Onbeheerde Boedelkamer uit 4 maart 1862 over de nalatenschap van Diana Bergstroom.. Beeld: Nationaal Archief

We ontdekken nog wel een document in de uiterst verfijnde bureaucratie van de koloniale onderdrukkingsmachinerie, dat goed inzicht geeft in de leefomstandigheden van deze voormoeder. Diana Bergstroom genoot drie jaar van haar vrijheid, maar overleed in 1862 en liet twee minderjarige dochters achter: Catharina, geboren in slavernij, en Louisa Magdalena, geboren in vrijheid omdat haar moeder in 1861 vrijgekomen was. Het betreft de aangifte door de buurvrouw van het overlijden van Bergstroom. En het stuk, dat werd opgesteld door het instituut dat boedels beheerde voor bijvoorbeeld weeskinderen, beschrijft de nalatenschap van Diana. Deze bestond uit: ‘2 kussens, een stroomatras, een ijzeren pot, en pagaal (mand) met drie jakjes, een hemd, een onderrok, een paantje (wikkeldoek).’ Dat was alles wat ze bezat.

De meisjes, onder wie Lie-A-Liens overgrootmoeder dus, zouden worden opgevoed door deze buurvrouw.

Slavernij is niet ver weg

Lie-A-Lien: ‘Slavernij is dus helemaal niet ver weg in de familiegeschiedenis! Deze vondsten geven mij rust omdat ik nu weet wie de slaafgemaakten in mijn familie waren en ik niet meer verder hoef te zoeken. Ik draag zoveel verschillende etniciteiten in me. Surinamers zijn een mamjoh, een lappendeken, die bestaat uit allemaal verschillende lapjes en dat maakt een prachtig kleurig geheel.’

‘Meisjes zoals jij zijn gemixt en de mooisten van het Caribisch gebied’

Ze herinnert zich hoe op de basisschool in Suriname kinderen werden geteld en onderverdeeld naar achtergrond: Hindoestaans, Chinees, Javaans, Nederlands, en dat zij dan op grond van haar uiterlijk terechtkwam bij de groep ‘anderen’. ‘Een meisje uit de klas, ik denk dat het in groep zeven was, zei: jij bent geen ras, je bent niks. Toen ik dat thuis vertelde aan mijn ouders, antwoordden ze: meisjes zoals jij zijn gemixt en de mooisten van het Caribisch gebied. Als tiener ging ik nadenken over wat ik dan wel was: bruin, maar niet zwart, met een Chinese naam, maar toch niet Chinees, en ik heb me heel lang niet een afstammeling van slaafgemaakten gevoeld. Keti Koti zei me niets.

Maar nu voel ik mij alsof ik de multiculturele samenleving in het klein ben. Ik maak het liefst Chinees en Indisch eten, ik spreek Sranan Tongo, Nederlands, maar vooral de taal van mijn hart en ik ben rooms-katholiek. Ik doe niets zonder God en word steeds religieuzer. Ik denk dat ik daardoor zo gemakkelijk contact maak met andere culturen, door die multiculturele samenleving in mijn lijf.

‘Net Bob Marley!’

Toen ik lesgaf in de jaren tachtig kreeg ik ook Marokkaanse en Turkse kinderen in de klas. Op de ouderavonden kwamen alleen de vaders en ik ben toen Marokkaans-Arabisch gaan leren omdat ik met de moeders die thuisbleven wilde praten. Om de taal beter te leren gingen we als gezin op vakantie naar Tunesië. Bij de douane keken de ambtenaren in de paspoorten en lieten mijn man en kinderen door, ze zeiden: jullie zien eruit als Arabieren. Maar mij hielden ze staande en zeiden: je achternaam is Chinees, je bent niet zo zwart. Jij bent geen Arabier. Nee, inderdaad, zei ik. Er kwamen nog andere douaniers bij, ze keken, ze overlegden, en ik moest zeggen waar ik vandaan kom. Ik zei: ik ben een mix. Een van hen riep: net Bob Marley! En toen moesten we allemaal lachen en mocht ik door.

Ik heb mijn leven hier in Nederland opgebouwd, met mijn multiculturele achtergrond koester ik de waarden van eerlijkheid, oprechtheid, gelijkheid, betrouwbaarheid, maar vrijheid is mijn grootste schat. Ik maak mijn eigen keuzes.’

Eerder reconstrueerde Tineke Bennema voor haar goede vriendin Diahann Van van de Vijver de geschiedenis van haar voorvader in het boek Albertus Van van de Vijver. Slaafgemaakt en bevrijd. Madeline Lie-A-Lien is de moeder van Van van de Vijver.

Lees ook:

Dave Ensberg-Kleijkers: ‘We kunnen niet achteroverleunen’

Op reis door Suriname. ‘De navelstreng naar Afrika is doorgesneden’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -