Hellevuur bezorgt moslimkinderen nachtmerries

Foto: Reuters
Islamles ligt onder vuur in België. Leerlingen die onderwezen worden in de islam zouden bang gemaakt worden met verhalen over de hel. De Kanttekening zocht uit hoe het er in Nederland aan toegaat en of er voldoende toezicht is op de islamdocenten.

Volgens jihadexpert Montasser AlDe’emeh worden tienduizenden moslimjongeren in België bang gemaakt met verhalen tijdens islamlessen. Imams van koranscholen creëren volgens hem een angstcultuur in plaats van dat ze dergelijke verhalen ontkrachten. ‘De leerlingen hebben nachtmerries, kunnen niet slapen. Ze denken dat Allah hen zal straffen, omdat ze eens iets mispeuterd hebben’, verklaarde hij onlangs in een interview met het tijdschrift Knack. ‘Zo was er bijvoorbeeld een jongen die sprak over een engel die zijn schedel met een hamer zal bewerken of was er een andere die het had over hoe zijn beenderen in het graf zullen worden verpulverd.’ Ook Nederlandse experts waarschuwen nu voor de vergaande gevolgen van zulke verhalen.

Het volgen van levensbeschouwelijk vormings- of godsdienstonderwijs is op aanvraag van ouders al jaren mogelijk in Nederland; voor moslims, maar ook voor christenen of humanisten. Stadspedagoog en onderwijzer Mesut Disli uit Rotterdam heeft zich meer dan twintig jaar beziggehouden met het coördineren van islamitisch godsdienstig onderwijs op basisscholen door heel Nederland. Zo was hij namens een externe organisatie onder meer verantwoordelijk voor het aannemen van vakleerkrachten die leerlingen basiskennis over de islam moesten bijbrengen. ‘We hebben het over kinderen, wat ze op jonge leeftijd meekrijgen over religie heeft een enorme impact op hun karakter en geestelijke gezondheid. Daarom was het voor mij heel erg belangrijk om de juiste mensen te selecteren, om een prettig en veilig pedagogisch klimaat te realiseren.’

Ook Disli hoort steeds vaker over kinderen die bang zijn gemaakt door imams of islamdocenten in Nederland. ‘Maar zware trauma’s krijgen kinderen toch van hun eigen ouders’, zegt hij. ‘Zulke ouders kunnen blijkbaar bepaald gedrag niet aanleren zonder angstbeelden te creëren of hun kinderen bang te maken. Ik zie dat als onmacht en onkunde. Wat betreft koranscholen of buitenschoolse islamlessen moet beter gewaakt worden voor leerkrachten die zeer strenge ideeën hebben over de islam en dat ook overbrengen aan kinderen. Als je zulke mensen voor de klas zet, zullen kinderen in een latere fase van hun leven religie koppelen aan angst, haat en geweld; een perfecte voedingsbodem voor extremisme.’ Daarom vindt hij islamitisch godsdienstig onderwijs op basisscholen niet alleen nuttig, maar vooral ook erg veilig. ‘We hebben onze eigen vakliteratuur, lesmateriaal waar leerkrachten zich aan moeten houden. En als een leerkracht, ondanks de strenge selectie toch over de schreef gaat, kan je gelijk ingrijpen, omdat er altijd wel iemand naast de kinderen meeluistert in de klas.’

Volgens Saïd Bouharrou, voorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, is de situatie in Nederland rooskleuriger dan in België. ‘Anders dan in België, herken ik het beeld niet dat moslimjongeren in Nederland massaal bang worden gemaakt.’ Volgens hem zijn er wel uitzonderingen en grijpen moskeebestuurders waar nodig in. ‘Natuurlijk wordt in de Koran, net als in alle andere heilige boeken verwezen naar mogelijke gevolgen als je niet volgens de richtlijnen van de religie leeft. Maar het probleem is dat sommige leraren te fanatiek zijn en een eigen interpretatie aan de teksten geven. Het gaat allemaal om de context. Je moet als islamdocent uitkijken als je jonge kinderen voor je hebt, dan moet je niet komen aanzetten met allerlei scenario’s. Daar hebben ze echt helemaal niets aan.’ Volgens Bouharrou verschilt het ook per leerkracht of moskee hoe kinderen over de islam worden onderwezen. ‘De wahabitische of salafistische stromingen zijn meestal strenger in de leer. Moskeebestuurders moeten heel goed opletten op wie ze als leraar aantrekken. Maar je ziet steeds vaker dat moskeeën vanwege de kosten minder selectief kunnen zijn. Veel leraren werken als vrijwilliger. Sommige moskeeën zijn al tevreden als er een leraar voor de klas staat. Daar moet toch iets serieuzer mee omgegaan worden.’

Religiewetenschapper Bahattin Ayyildiz, die voorzitter is van de Federatie van Educatieve en Culturele Centra, een landelijke koepelorganisatie van verschillende cultuurorganisaties, heeft aan honderden kinderen in Nederland islamles gegeven. Ook hij herkent zich in het beeld dat Alde’emeh schetst. Hij zegt dat veel islamleerkrachten niet weten hoe ze met jongeren om moeten gaan en weinig kennis hebben van de islam. ‘Iedereen maakt fouten, vooral als je jong bent. Ze moeten juist weten dat ze altijd berouw kunnen tonen en dat God ze dan kan vergeven. Geef kinderen hoop in plaats van angst.’ Volgens Ayyildiz is het islamitisch niet verantwoord om leerlingen angst aan te jagen. ‘Kinderen islamitisch onderwijs geven door middel van angstbeelden en bangmakerij pakt altijd averechts uit. Ik geloof niet dat mensen lang loyaal zullen blijven aan de islam als ze de angst voelen dat ze bestraft zullen worden. Bijna elk vers in de Koran begint met de basmala, bismillahi rahmani rahim, wat letterlijk ‘in naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle’ betekent. Voor het begin van elke goede daad spreken wij de basmala uit. Dat in België jongeren massaal bang worden gemaakt namens de islam, is vooral een zware belediging van de islam zelf.’