Inwijding tot leerling, gezel, meester

Foto's: The Grand Loge of Ohio
Waarom gaat iemand elke week naar een kerk, moskee of tempel? Wat zoekt of vindt hij of zij daar? De Kanttekening bezoekt diensten, missen en andere levensbeschouwelijke samenkomsten om daarachter te komen. Deze week: de vrijmetselarij. We bezochten de open dag van de Rotterdamse vrijmetselaarsloges.

Op het eerste gezicht geeft de buitenkant van het hoekige gebouw aan de Oostmaaslaan 950 in Rotterdam niets prijs over zijn bestemming. Bij binnenkomst ontvangen drie net geklede heren de bezoekers. De ruimte lijkt een normale receptieruimte van een willekeurige vereniging, al hangen er aan de muren her en der wat verwijzingen naar de vrijmetselarij. Er is een bar en de bezoekers worden getrakteerd op drank naar keuze. Al snel ontstaan er gesprekken over de grote vragen des levens. Is dit het supergeheime mysterieuze genootschap dat volgens complottheorieën de wereldmacht in handen heeft? ‘De wildste geruchten doen over ons de ronde’, zegt Marco van Wijk, vrijmetselaar sinds 2011. ‘Dat heeft met ons verleden te maken, in de achttiende eeuw leefde de Rooms-Katholieke Kerk op zeer gespannen voet met de vrijmetselarij. Op sommige plaatsen werden onze bijeenkomsten verboden. Daardoor is een sfeer van geheimzinnigheid ontstaan.’ De Wijk zegt zelf geen last te hebben van dat imago. ‘Als ik mensen vertel dat ik vrijmetselaar ben, dan reageren ze over het algemeen goed, maar ik vertel het ook niet aan iedereen. Ik begrijp de argwaan wel, die had ik voor ik intrad ook. In Nederland valt het wat dat betreft nog mee. In landen waar de invloed van de Katholieke Kerk groter is, zoals Italië, worden vrijmetselaars met veel meer argwaan bekeken.’

Vrijmetselarij en de Verlichting
De vrijmetselarij kent een lange geschiedenis. Al in de veertiende eeuw wordt er gesproken over vrijmetselaars, dan nog gildes van bouwvakkers en metselaars. In de achttiende eeuw ontwikkelen de gildes zich stap voor stap tot genootschappen waarin zowel adel als gewone burgers samenkomen om vrijelijk te filosoferen over de samenleving. Die ontwikkeling liep synchroon met de Verlichting. Filosofen zaaiden twijfel over de waarheidsclaims van religies, stelden het individu en de rede centraal en ontwikkelden een reflectieverende en onderzoekende houding jegens de eigen cultuur, de maatschappij en de mens.

Na een paar drankjes verplaatst het gezelschap zich naar de eerste etage van het gebouw. Bij binnengaan staat boven de deur de spreuk ‘ken u zelve’. De vloer bestaat uit zwarte en witte vierkante vlakken. We worden getrakteerd op een lezing van filosoof Jabik Veenbaas, schrijver van meerdere boeken over de Verlichting, waaronder De Verlichting als kraamkamer (2013). Hij beschrijft de ontstaansgeschiedenis van de Verlichting en hoe de opkomst van de vrijmetselarij past binnen die tijdsgeest. ‘Een heel belangrijk thema in de Verlichting was de afschuw van de vele geloofsoorlogen en religietwisten die vooraf gingen aan die periode. Wat dat betreft staat de vrijmetselarij helemaal in die traditie, aangezien je binnen de vrijmetselarij nog steeds iets terugvindt van die afkeer. Bijvoorbeeld in de typische vrijmetselaarsgedachte dat je elkaar niet moet hakketakken over geloof, maar elkaar rustig de ruimte moet geven om elkaars visie te bespreken, in een sfeer van vredelievendheid.’

Diversiteit
Na de lezing is het weer tijd voor een drankje. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit oudere heren, meestal gekleed in zwarte broek, overhemd en colbert. Kan iedereen toetreden tot de vrijmetselaars? ‘Absoluut’, zegt Van Wijk. ‘We selecteren niet op leeftijd of op sociale achtergrond, we vinden het heel belangrijk dat we divers zijn. Je kan hier een bankdirecteur treffen, maar ook een bakker of slager. Een belangrijk uitgangspunt is dat je mensen leert kennen die je anders nooit ontmoet had.’

Desalniettemin zijn er weinig jongeren te bekennen. ‘Dat heeft denk ik ook te maken met het karakter van onze bijeenkomsten. Ik kan me herinneren dat er een jongen van achttien interesse toonde in ons. Dat is erg jong. Je bent dan nog heel erg bezig met wie je bent en jouw plek in de wereld. We verwachten wel een zekere geworteldheid van de leden. We bespreken grote thema’s en vaak ben je daar nog niet aan toe op die leeftijd.’

Ook zijn de aanwezige vrijmetselaars overwegend blank. Toch zijn er volgens Van Wijk wel degelijk Surinaamse, Turkse en Marokkaanse Nederlanders die interesse tonen in de vrijmetselarij. ‘Vorig jaar hadden we bij de open dag een Marokkaans-Nederlandse jongeman, maar uiteindelijk heeft hij de stap naar intreding niet gemaakt. Hij vond het heel interessant, maar zijn omgeving reageerde er niet goed op. Bij Turkse en Marokkaanse Nederlanders speelt die omgevingsfactor een grote rol denk ik. Je merkt dat bepaalde complottheorieën over de vrijmetselarij in die kringen sterk aanwezig zijn.’

Geen dogma’s
De vrijmetselarij is onderverdeeld in ‘loges’, een loge is een groep vrijmetselaars. De loges hebben een eigen naam en eigen kenmerken. Van Wijk is lid van de loge Eensgezindheid. Andere Rotterdamse loges zijn onder andere De Drie Kolommen, Acacia en De Drie Lichten. Sommige loges hebben strikte kledingvoorschriften, terwijl andere loges op dat punt meer vrijheid geven. Meestal zijn de loges alleen toegankelijk voor mannen, maar er zijn ook gemengde en vrouwelijke loges. ‘Dat de meeste loges bestaan uit mannen, is een restant uit de achttiende eeuw’, legt Van Wijk uit. ‘In de achttiende eeuw had je geen ongebonden vrouwen, ze waren of gebonden aan de ouders of aan hun man en kinderen. De vrijmetselarij is één van de weinige organisaties uit die tijd die de tand des tijd heeft doorstaan. Kenmerkend is dat we niet vasthouden aan dogma’s en dat we meegaan met de tijd. Daarom zijn naar mijn mening vrouwen in de vrijmetselarij een heel normale zaak.’

Van ruwe steen naar zuivere kubus
Vrijmetselaars geloven dat de mens door zelfinzicht en dialoog met anderen zichzelf en de wereld kunnen verbeteren. Die ontwikkeling wordt verduidelijkt met symboliek. Zo wordt de mens bij geboorte omschreven als een ruwe steen die door inspanning bijgeschaafd kan worden tot een zuivere kubus. Een bouwwerk kan alleen gebouwd worden met zuivere kubussen die naadloos op elkaar passen. Vrijmetselaars werken aan een ‘menselijk bouwwerk’ door te zoeken naar wat verbindt en weg te nemen wat verdeeld.

Wekelijks komt de loge bij elkaar ‘om te arbeiden’. Zo’n bijeenkomst wordt een ‘comparitie’ genoemd en begint met een inleider die een verhaal vertelt. Dit verhaal wordt de bouwsteen genoemd. Daarna volgt een eerste ronde waarbij leden vragen kunnen stellen aan de inleider over zijn visie op dit verhaal. In de tweede ronde krijgen de leden de kans om hun visie op het verhaal kenbaar te maken.

Van Wijk benadrukt dat de vrijmetselarij geen religie is en ook geen gemeenschappelijk Godsbeeld kent. ‘We geloven dat er iets is wat het individu overstijgt. Datgene wat ons allen overstijgt kan je God noemen, maar dat hoeft niet. Een atheïst ontkent dat er een God bestaat, maar wat is God dan? Als ik het woord God gebruik, dan kan het voor jou ineens heel concreet worden, maar in het hoofd van iemand anders kan het weer heel iets anders betekenen. Vrijmetselaars hebben de opdracht samen te bouwen aan een betere wereld. Het bouwwerk dat je samen bouwt overstijgt ons allen. Sommigen noemen dat bouwwerk God, maar hoe je het noemt maakt niet uit. Er zijn islamitische, atheïstische, christelijke en andersgelovige vrijmetselaars. Het is een broederschap die gekenmerkt wordt door mensen met verschillende opvattingen en overtuigingen. Wat ons bindt, is dat we het erover eens zijn dat we niet dezelfde mening hoeven te hebben en dat we door naar elkaar te luisteren tot een dieper inzicht kunnen komen. Zo bouwen we aan een betere wereld.’

Goed en kwaad
Toch heeft de vrijmetselarij wel kenmerken van een religie. Zo kent de broederschap een intredingsritueel en later inwijding tot leerling, gezel en meester. Ook heeft de vrijmetselarij een idee over waar het in moreel opzicht naartoe moet met de wereld. Presenteert de vrijmetselarij dus net als religies een duidelijk beeld over goed en kwaad? De Wijk: ‘Wij spreken liever van zwart en wit, daarom is de vloer verdeeld in zwartte en witte vlakken. Datzelfde vindt je terug in het taoïsme bij yin en yang. Soms is goed goed en soms is slecht slecht, dat hangt van de context af. Waar het om gaat is dat je de verbinding zoekt tussen die uitersten. Ons symbool van de winkelhaak staat voor de rechte verhoudingen en het symbool van de passer staat voor het opmeten van iets waarnaar je kan zeggen ‘dit past in een groter geheel’. Het is niet zo dat er één formule is die voor iedereen past, maar die gereedschappen geven ons de mogelijkheid en de vrijheid om over goed en kwaad van gedachten te wisselen. De diversiteit op het gebied van religies kan sterk verschillen per loge. Onze loge is vrij seculier, maar christenen, joden en moslims zijn van harte welkom. Per land kan het geloof van vrijmetselaars verschillen. In Israël heb je bijvoorbeeld loges met Joden en in Palestina loges met moslims.’

Inwijding
Aan een statafel verderop treffen we Huub Nooteboom, sinds anderhalf jaar is hij vrijmetselaar. Hij begrijpt dat mensen soms denken door alle rituelen en symbolen dat de vrijmetselarij een religie op zichzelf is. ‘Het is meer een levensovertuiging, je kan daarnaast een religie aanhangen, dat bijt elkaar niet. Religie en de vrijmetselarij kunnen wel met elkaar verstrengeld raken. Mijn inwijding was voor mij heel bijzonder, het voelde bijna als een religieuze ervaring. Het is iets wat je ervaren moet hebben om te begrijpen wat het is. Ik had me vooraf niet ingelezen over dit ritueel, het is de bedoeling dat je er door verrast wordt. Het was voor mij een enorm emotionele ervaring.’

De inwijdingen hebben een besloten karakter, maar Tom Foort, die zich mengt in het gesprek, benadrukt dat daar niets achter gezocht moet worden. ‘Er is echt niets geheimzinnigs aan. Als je wil weten hoe die inwijdingen gaan, dan kan je dat zo opzoeken in de bibliotheek en je kan zelfs internetfilmpjes bekijken waarin je precies kunt zien hoe het gaat.’ Foort is al sinds begin jaren zeventig lid. ‘Het heeft mijn leven veranderd. Ik ben er veel toleranter door geworden. Tot mijn twintigste vocht ik altijd met iedereen, sinds mijn intreding accepteer ik de mening van anderen. Mijn vrouw is katholiek en ik ben protestants en toch hebben we nooit problemen gehad. Een predikant vroeg ooit aan mij ‘hoe kan het dat jij zo goed met je vrouw op kan schieten?’ Ik antwoordde dat hij misschien een keer mee moet gaan naar de vrijmetselaars!’

Na de borrel verplaatst het gezelschap zich opnieuw naar de eerste verdieping, alwaar enkele vrijmetselaars een toespraak hebben voorbereid over hun ervaringen bij de broederschap. Vrijmetselaar Ed van Lingen vertelt: ‘Op mijn werk en in mijn privéleven zag ik steeds vaker verdeeldheid onder mensen. Ik vroeg me af met wie ik daar over kon praten, hoe ik verbondenheid kon vinden met de mensen en de wereld om me heen. Op zoek naar antwoorden bezocht ik ongeveer een jaar geleden de open dag van de vrijmetselarij. Ik ontdekte dat ik met de mensen daar kon praten over dit thema, zonder dat het discussiëren werd. Het is kennisoverdracht op een heel bijzondere manier. Nu kom ik iedere maandagavond vol energie en nieuwe inzichten thuis. Als er een avond een broeder ontbreekt, dan wordt hij ook echt gemist.’

Ook vrijmetselaar Dolf Coutinho vertelt over zijn ervaringen. ‘Ruim vijfentwintig jaar naar mijn toetreding beschouw ik de inwijding nog steeds als een bepalende gebeurtenis in mijn leven. Die volgt in volgorde van belangrijkheid direct op mijn huwelijk en de geboorte van onze kinderen. Na jaren word ik nog steeds verrast door wat de vrijmetselarij mij geeft. De inwijding tot leerling, gezel en meester waren voor mij stuk voor stuk inspirerend. Zoals je bij een biljartclub je inspiratie haalt uit het biljarten zo haal je bij ons je inspiratie uit het vrijmetselen.’

Als de sprekers klaar zijn brengt Van Wijk de bezoekers naar de inwijdingsruimte. De tafels en stoelen staan in een U-vorm, met aan de open ruimte een spreekgestoelte. ‘Op het oosten zit het bestuur, op het zuiden de gezellen en op het noorden de leerlingen’, vertelt Van Wijk. Hier leggen intreders een gelofte af aan de broederschap. ‘Een gelofte afleggen aan je broeders kon in de achttiende eeuw niet. Je zweerde trouw aan God of de natie, maar niet aan mensen die met jou op gelijke voet stonden. Daarom waren de vrijmetselaars heel voorzichtig met openheid geven over de broederschap. Dat heeft ons een geheimzinnig imago gegeven en daar zijn we tot op de dag vandaag helaas nog niet van af.’

Naast gezamenlijke open dagen van de verschillende loges kunnen geïnteresseerden zich aanmelden voor het bijwonen van comparities op loge-open dagen. Voor data en meer informatie: www.vrijmetselarij.nl

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.