‘Welke soefi roept op vijanden te vernietigen?’

Foto's: Big Stock, Sinan Can, Jonas Slaats
Theoloog Jonas Slaats beweert dat Erdogan een soefi is. Onderzoeksjournalist Sinan Can spreekt dat tegen. ‘Erdogan een soefi? Daar moet ik om lachen.’

De Belgische theoloog Jonas Slaats lanceerde vorige maand zijn boek Soefisme herzien. In het boek stelt hij dat het Westen een verwrongen en eenzijdig beeld heeft van het soefisme dat ingegeven wordt door een oriëntalistische blik. ‘Het soefisme is helemaal niet louter spiritueel zoals velen vaak denken’, zegt Slaats. Volgens hem denken velen bij de soefidichter Jalal ad-din Rumi (1207-1273) niet aan de islam, terwijl Rumi juist alles deed wat een moslim zou moeten doen. ‘Hij vastte tijdens de ramadan, hij volgde de sharia en hij ging op pelgrimstochten. Tegenwoordig vragen mensen zich af of hij wel religieus was, maar dat was voor hem evident’, aldus Slaats. Volgens Slaats is het Westen allergisch geworden voor alles wat met religie te maken heeft. Soefisme wordt geaccepteerd, omdat verondersteld wordt dat dat losstaat van de islam.

Onderzoeksjournalist en programmamaker Sinan Can is soefi, hij gaat mee in de gedachte van Slaats dat mensen in het Westen het soefisme en de islam graag scheiden. ‘We willen Rumi wel quoten op Facebook of Twitter, maar eerder omdat hij gezien wordt als een spiritueel leider dan om het feit dat hij moslim was. Voor mij was hij absoluut moslim, maar aan de andere kant zijn er ook mensen die zeggen dat zijn boodschap universeler is dan de islam, dat is een discussie. We halen het positieve uit zijn boodschap en natuurlijk zit daar ook een element van oriëntalisme in.’

Slaats meent dat de media een grote rol spelen als het gaat om de westerse perceptie van soefisme. Hij wijst erop dat omstreden wereldleiders zoals de Iraanse leider Ruhollah Khomeini en de Turkse president Recep Tayyip Erdogan soefiwortels hebben, maar dat dat nooit vermeld wordt door journalisten. ‘Als journalisten objectief hun werk zouden doen dan zou je ook artikelen lezen over de soefiachtergrond van Erdogan en hoe dit zijn politieke denken beïnvloed heeft, ik begrijp niet waarom we Gulen wel een soefi noemen en Erdogan niet.’

Slaats schrijft dat Erdogan zijn wortels heeft in de Naqshbandi-orde, een conservatieve soefiorde in Turkije. ‘Het dwepen met het Ottomaanse Rijk en daar nostalgische gevoelens bij krijgen is typisch iets voor die orde. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op toewijding, wij zouden dat in Nederland en België calvinisme noemen. Die twee elementen zie ik terug als ik kijk naar de manier waarop Erdogan nu Turkije leidt. Dat is óók soefisme en het zou journalisten sieren als ze dat niet zouden verzwijgen.’

Voor Can gaat deze stelling echter veel te ver. ‘Erdogan een soefi? Daar moet ik om lachen. Onder soefisme versta ik barmhartig, vergevingsgezind en gewetensvol zijn. Bij Erdogan kan ik geen van die elementen ontdekken. Welke soefi roept op vijanden te vernietigen? Ik begrijp wel dat Slaats wil benadrukken dat het soefisme divers is. Maar de Naqshbandi-orde volgt niet het soefisme van onder andere Yunus Emre (1240-1321, red.) en Hadji Bektasj Veli (1209-1271, red.) dat ik voorsta. Met alle respect maar de Naqshbandi-orde is in mijn ogen een sekte. Los van dat er natuurlijk ook vredelievende Naqshbandi zijn, moeten we niet vergeten dat je in Irak ook het Naqshbandi-leger hebt. Zij noemen zich soefi maar ze zijn extreem gewelddadig. Iedereen mag zich van mij soefi noemen maar wat mij betreft is een soefi een pacifist en humanist.’

Slaats vindt niet alleen dat het Westen een ruimere blik moet krijgen op het soefisme, hij vindt ook dat de terminologie die gehanteerd wordt vaak onjuist is. Zo zegt hij: ‘In het Westen hebben we iets gecreëerd dat we soefisme zijn gaan noemen, maar in het oosten bestaat soefisme helemaal niet op die manier. En dan bedoel ik dat we soefisme benoemen als een aparte tak in de islam, dat slaat nergens op. Je kan stellen dat soefisme draait om innerlijke spiritualiteit, maar die spiritualiteit zit in de gehele islamitische cultuur, bij alle mogelijke stromingen.’

Can meent dat er wel sprake is van een vertakking. ‘Het klopt niet wat Slaats zegt. Je kan wel degelijk grote verschillen tussen stromingen herkennen. Een hanafi is anders dan een jaferi, een aleviet in Turkije geeft een hele andere invulling aan zijn geloof dan een alawiet in Syrië. Maar ook binnen het soefisme zijn weer grote verschillen. Het Pakistaans soefisme is weer wezenlijk anders dan het Noord-Afrikaans en Anatolisch soefisme. Toch hebben ze een gemene deler in vergelijking met andere stromingen. Het soefisme beschouw ik als de humanistische en pacifistische tak van de islam.’

Slaats boek leest in de eerste plaats als stevige kritiek op de seculiere maatschappij. Hij behandeld meer dan alleen de westerse perceptie op soefisme. Het maken van een scheiding tussen religie en spiritualiteit zit volgens hem diep verankerd in de samenleving. ‘De filosoof Spinoza (1632-1677, red.) wordt geclaimd door atheïsten als vrijheidsdenker, terwijl hij toch echt in God geloofde. Dat consequent weglaten van religie viel ook op bij de dood van zanger Leonard Cohen (1934-2016, red.). Er werden ongelooflijk veel artikelen gewijd aan hem, maar in geen enkel artikel las ik over de invloed van het jodendom, christendom en boeddhisme in zijn werk. Terwijl zijn teksten daarmee doorspekt zijn. Dat geeft aan dat veel mensen overtuigd zijn van het modernisme. Dus dat we een neutrale rationale blik op de wereld hebben, dat is echter een illusie. Als je dat ontleed zie je dat er een heleboel irrationele aannames en mythologische verhalen zijn die onze blik bepalen. Eén van de sterkste mythologische verhalen is het verhaal dat we rond de jaren vijftig verlicht zijn geraakt en dat we tot nu toe steeds verlichter zijn geworden. Het is volkomen irrationeel om dat te geloven en toch doen we alsof dat heel rationeel is.’

Can begrijpt dat Slaats religie uit het verdomhoekje wil halen en daarmee dus ook de islam wil ontdoen van framing, maar Slaats trekt wat hem betreft die lijn te ver door. ‘Het idee dat journalisten bewust niet zouden schrijven over de soefiwortels van Erdogan, vind ik echt te veel complotdenken. Die manier van denken kom je overigens vaak tegen in het Midden-Oosten. Het Westen krijgt altijd de schuld, maar ik ben dat slachtofferschap ondertussen helemaal beu. Natuurlijk het Westen valt van alles te verwijten, maar ik vraag me dan af waar is je eigen moraliteit en verantwoordelijkheid? En als het om Turkije gaat, is de keus simpel. Wil je over de soefiwortels van Erdogan schrijven of wil je schrijven over het feit dat hij duizenden mensen in de gevangenis gooit? Het lijkt me geen moeilijke vraag voor een journalist.’

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie. Redacteur van de Kanttekening.