Uit de recente ETHOS-telling (*) blijkt dat er in Amsterdam zo’n 11.000 daklozen zijn, met een veel hoger percentage buitenslapers dan in de rest van het land. In het straatbeeld is dat niet meer te missen. Wat gaat hierachter schuil? En belangrijker: wat is eraan te doen? Experts komen aan het woord. Aflevering 2:
‘Zoveel nu nog functionerende mensen zijn zo kwetsbaar, die zitten echt op een kantelpunt’, aldus Kathleen Denkers, locatiehoofd bij inloophuis Makom in de Amsterdamse Pijp, en al twintig jaar actief in deze vorm van hulpverlening. Inloophuis Makom is onderdeel van De Regenboog Groep, een voor de stad onmisbare organisatie die zich op alle mogelijke manieren inzet voor degenen die dat het hardst nodig hebben.
Het gaat op deze vroege ochtend bijna open. Binnen is het warm, de zaaltjes zijn schoon en fris. Er staan planten, er hangen schilderijtjes aan de muren en het ruikt naar koffie. Personeel en vrijwilligers lopen druk heen en weer ter voorbereiding op het lhbtqia+-ontbijt.
‘De stress van economische dakloosheid drijft mensen die verkeerde kant op’
Kathleen schetst het nut en de noodzaak van het huis. ‘We zijn zeven dagen per week open. Zo’n honderd mensen per dag kloppen hier aan. Je kunt hier douchen, kleding krijgen, vuile kleding voor schone ruilen, en we bieden gratis koffie, thee en maaltijden. We hebben een ruimte waar bezoekers kunst kunnen maken. We doen aan film- en thema-avonden, speciale dagen voor vrouwen en voor de lhbtqia+-gemeenschap. In de kern gaat het er vooral ook om de mensen te leren kennen; ze bij hun naam noemen, zorgen dat ze zich gezien voelen, zich even ergens thuis kunnen voelen. Op straat ben je er niet, of hooguit als storende factor. Mensen lopen je voorbij, willen niets met je te maken hebben. We kennen dat allemaal wel. Je hebt niet altijd zin in zo’n contactmoment. Maar als dakloze is het iets dat aan je gaat vreten. Dat moment van menselijkheid en rust vormt de dagelijkse basis van wat we hier proberen te doen.’
Helpen jullie daklozen ook op de langere termijn?
‘Een groot deel van ons werk bestaat er inderdaad ook uit dat we de route richting maatschappelijk werk en hulpverlening faciliteren. We bieden bijvoorbeeld ook hulptrajecten aan op het gebied van schulden, verslaving en psychische problemen. Wil je dat allemaal optimaal doen… dat vraagt aandacht en tijd. En dan komen we bij de huidige situatie…’
‘Veel daklozen verdoven het gevoel van de straat’
U bedoelt dat er inmiddels 11.000 daklozen in Amsterdam zijn?
‘Ja. Een nacht buiten doorbrengen is veel zwaarder dan men doorgaans denkt. Twee nachten, en laat staan langer, dat hakt er enorm in. Soms moeten we ’s ochtends, vanwege brandveiligheid, mensen buiten laten wachten; één eruit, één erin. Dat kan niet anders. Stel je dat even voor, in de regen en de kou, na zo’n nacht buiten slapen – of eigenlijk “buiten lopen”, want daar komt het in de praktijk op neer. En we hebben, omdat het vaak zo druk is, voor persoonlijk contact bijna geen tijd. En juist daar ligt vaak het kantelpunt. Zakt iemand verder weg of is er zicht op een weg naar boven?’
En dat kantelpunt zie je steeds vaker bij wat ‘economische dakloosheid’ wordt genoemd: mensen die hier en daar moeten slapen door financiële problemen, bijvoorbeeld na een scheiding en door de vastgelopen woningmarkt.
‘Ja. Een belangrijk aspect van deze recente telling is dat nu dus ook de economisch daklozen zijn meegenomen. Dat zijn inderdaad mensen die het moeten hebben van kort slapen bij familie, vrienden en vage kennissen, met al dan niet goede bedoelingen. Veel daklozen verdoven het gevoel van de straat en alles wat daarbij komt. En de stress van economische dakloosheid drijft mensen die verkeerde kant op. Dat bedoel ik met dat kantelpunt.’
Kunt u daar een voorbeeld uit de praktijk van geven?
‘Aan schrijnende verhalen geen gebrek natuurlijk. Maar als voorbeeld: we hebben hier een vrouw van in de vijftig, we noemen haar maar even Marieke. Ze komt hier steeds vaker. Ze is goed opgeleid en spreekt keurig. Heeft een achtergrond die in ieder geval op het eerste gezicht redelijk stabiel is. Ze kwam erachter dat ze op vrouwen viel en is gaan scheiden. Kon geen woning vinden – en dan eerst het kennissencircuit, toen de straat. Ze kwam terecht bij de geestelijke gezondheidszorg, in een instelling waar ze uiteindelijk niet wilde blijven. Dat is die glijdende schaal.’
Waar zit volgens u de oplossing?
‘Dat ligt eigenlijk nogal voor de hand. Deze situatie mag in een rijk land als het onze gewoon niet bestaan. Het is eigenlijk vanzelfsprekend, uit oogpunt van beschaving, dat we mensen opvangen. En voor het straatbeeld is het ook veel beter. Het begint bij menselijk contact: wat vertrouwen laten ontstaan, hoop bieden en zicht op een uitweg. De meeste inloophuizen zijn overvol en de gevolgen daarvan heb ik net zo’n beetje geschetst. We hebben er tien in de regio Amsterdam en er zijn er gewoonweg meer nodig.’
(*) De ETHOS-methode van de Europese Unie telt niet alleen mensen die op straat leven, maar ook mensen in tijdelijke opvang, mensen die net uit een instelling komen en mensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven. In de hele regio Amsterdam-Amstelland gaat het om 13.070 dak- en thuislozen: 11.352 volwassenen en 1.718 kinderen.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

