-0.1 C
Amsterdam

Historicus Te Slaa: ‘Wees zorgvuldig met het woord fascisme’

Ewout Klei
Ewout Klei
Historicus en journalist.

Lees meer

Gebruik het label fascisme niet te snel voor politici als Trump, Wilders, Baudet en Orbán, zegt historicus Robin te Slaa. ‘Het is in de eerste plaats een historisch fenomeen.’

Het woord fascisme fungeert in het publieke debat niet alleen als historische aanduiding, maar steeds vaker als moreel alarm, als stopwoord voor alles wat riekt naar autoritarisme, racisme of democratische erosie. Dat is begrijpelijk. Wie naar de Verenigde Staten kijkt, naar Hongarije, Italië of Nederland, ziet politici die de rechtsstaat onder druk zetten, instituties delegitimeren en vijandbeelden cultiveren.

Politicoloog Rosan Smits van de Correspondent verwoordt die onrust scherp in haar boekje Dit is fascisme. ‘Fascisme holt een democratie uit’, betoogt ze. ‘Het begint met taal, niet met tanks. Met democratische verkiezingen, niet met een staatsgreep. En het krijgt vrij spel, dankzij mensen die denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen — tot het dat ineens wél doet. Zoals nu.’

‘Het is een terechte alarmbel’

Historicus Robin te Slaa, gespecialiseerd in de geschiedenis van het fascisme en de NSB, begrijpt die waarschuwing maar al te goed. ‘Het is een terechte alarmbel,’ zegt hij, ‘maar als je al te gemakkelijk het label fascisme gebruikt, belemmert dat uiteindelijk een zorgvuldige analyse.’ Precies daar begint het probleem. Want wat gebeurt er als een begrip dat ooit een specifieke politiek-ideologische stroming aanduidde, verandert in een containerbegrip voor alles wat we moreel verwerpelijk vinden? Volgens Te Slaa verliezen we dan niet alleen het zicht op het verleden, maar ook op het heden.

Fascisme als historische beweging

Historicus Robin te Slaa

Voor Te Slaa is fascisme in de eerste plaats een historisch fenomeen. ‘Het was een nieuwe internationale, revolutionaire massabeweging die in specifieke omstandigheden ontstond na de Eerste Wereldoorlog en tot volle wasdom kwam in het interbellum. Fascisten zagen zichzelf niet als conservatieven of reactionairen, maar als revolutionairen die een nieuwe klassenoverstijgende samenleving, een nieuwe cultuur en zelfs een nieuwe mens wilden scheppen. Ze keerden zich niet alleen tegen links en het liberalisme, maar ook tegen de bestaande elites, tegen het parlementarisme en tegen de ‘verweekte’ burgerlijke cultuur.’

Het Italiaanse fascisme, dat met Mussolini de toon zette, putte uit verschillende ideologische bronnen. ‘Benito Mussolini was zelf een voormalige radicale socialist, sterk beïnvloed door het revolutionaire syndicalisme. Denkers als Georges Sorel speelden daarbij een sleutelrol. Sorel geloofde niet in rationele vooruitgang of historische wetmatigheden, maar in de mythe als mobiliserende kracht. Of een verhaal waar was, deed er minder toe dan of het mensen in beweging bracht. Ook het idee van geweld als regenererende kracht, oorlog als loutering, vond onder anderen via Sorel zijn weg naar het fascisme.’

Daar kwamen invloeden bij van Friedrich Nietzsche, met zijn nadruk op Der Wille zur Macht en de Übermensch, en van de Franse massapsycholoog Gustave Le Bon, die massa’s beschreef als irrationeel, emotioneel en ontvankelijk voor een sterke, charismatische leider. ‘Het Italiaanse fascisme was, met andere woorden, geen simpele voortzetting van conservatisme, maar een revolutionaire synthese van expansief nationalisme, revolutionair syndicalisme, geweldscultus en moderne massapolitiek.’

Wat ze ondermijnen is de liberale kern van de democratie

Het nationaalsocialisme had weer een andere genealogie. In Duitsland leunde de NSDAP veel sterker op de völkische Bewegung, die terugging tot het begin van de negentiende eeuw en draaide om ideeën over een unieke ‘volksziel’, etnische homogeniteit en uiteindelijk raciale hiërarchie. Anders dan vaak wordt gedacht, was antisemitisme niet vanaf het begin een kernbestanddeel van alle fascistische bewegingen in Europa. ‘Partijen als de NSB, het Vlaamsch Nationaal Verbond of de British Union of Fascists waren aanvankelijk nauwelijks antisemitisch. Dat veranderde toen nazi-Duitsland het gidsland van het internationale fascisme werd en rassenleer en antisemitisme als geloofsartikelen exporteerde. Uiteindelijk streefde vrijwel elke fascistische partij naar een etnisch homogene volksgemeenschap.’

Juist deze verschillen zijn voor Te Slaa essentieel. ‘Fascisme kende nationale varianten’, benadrukt hij. ‘Dat werd toen ook zo gezien door fascisten zelf.’ Wie al die varianten op één hoop gooit, doet geen recht aan de complexe historische werkelijkheid.

Terughoudend

Dat brengt ons bij het heden. Zijn politici als Trump, Orbán, Wilders of Baudet fascisten? Te Slaa is daar terughoudend in. Niet omdat hij de gevaren bagatelliseert, maar omdat hij vindt dat het etiket niet klopt. ‘Het fascisme streefde naar de vestiging van een totalitaire samenleving, met een geleide of corporatistische economie waarin staat en partij het hele maatschappelijke leven doordrongen. Veel hedendaagse rechts-radicale bewegingen combineren daarentegen nationalisme en autoritaire politiek met neoliberale of zelfs hyperkapitalistische ideeën’, zegt hij.

Elon Musk en Donald Trump zijn geen pleitbezorgers van een sterke, allesomvattende staat in fascistische zin. Zij streven juist naar een drastische inkrimping van het overheidsapparaat en minimale overheidsbemoeienis met het nationale bedrijfsleven.

Het wereldbeeld van Trump — zijn geloof in het recht van de sterkste — lijkt rechtstreeks ontleend aan het negentiende-eeuwse imperialisme en sociaaldarwinisme. Hetzelfde geldt voor zijn voortdurende appelleren aan nationale grootheid en vijanddenken. Dat velen dit meteen associëren met fascisme is begrijpelijk, aldus Te Slaa. ‘Ook het fascisme putte immers uit deze bronnen. Het radicaliseerde bestaande denkbeelden over de menselijke geschiedenis als een eeuwigdurende strijd tussen volken en rassen en incorporeerde die in zijn eigen ideologie’

Trumpcompaan Elon Musk brengt zijn omstreden groet. Beeld: still BBC

‘Maar als je het gelijkteken zet’, zegt hij, ‘begrijp je de eigen dynamiek en inhoud van hedendaagse verschijnselen niet meer goed. Kenmerkend voor het fascisme waren utopische idealen van een nieuwe, superieure mensensoort en een raszuivere volksgemeenschap, waarin zowel zijn fatale aantrekkingskracht als de massale terreur besloten lagen.’

Geen fascisten maar illiberalen

Precies op dat punt sluit het werk van historicus Frank van Vree aan. In zijn essay De illiberalen van nu zijn niet de fascisten van toen in de Groene Amsterdammer betoogt hij dat het begrip illiberalisme analytisch vruchtbaarder is dan fascisme om hedendaagse ontwikkelingen te duiden. Veel rechts-nationalistische en conservatieve bewegingen wijzen de democratie niet openlijk af. Integendeel, ze beroepen zich juist op de wil van het volk, op verkiezingen en meerderheidsbesluiten. Wat ze ondermijnen is de liberale kern van de democratie: onafhankelijke rechtspraak, persvrijheid, minderhedenrechten en checks and balances.

Van Vree grijpt daarbij terug op het klassieke essay The Rise of Illiberal Democracy van Fareed Zakaria uit 1997. Zakaria waarschuwde al dat democratie en liberalisme niet vanzelf samengaan. Een systeem kan verkiezingen kennen en toch onvrij zijn. Die waarschuwing bleek profetisch. De Hongaarse premier Viktor Orbán maakte het begrip illiberale democratie zelfs tot expliciet politiek programma. Hongarije werd zo een laboratorium voor een bestuursvorm waarin verkiezingen blijven bestaan, maar de rechtsstaat systematisch wordt uitgehold.

Deze ideologie is flexibel, contextgevoelig en aanpasbaar aan nationale omstandigheden

Volgens Van Vree helpt het concept illiberalisme om de ideologische samenhang én de internationale verwevenheid van deze bewegingen te begrijpen. Het gaat om een ‘dunne ideologie’, zoals politicoloog Marlène Laruelle het noemt. Deze ideologie is flexibel, contextgevoelig en aanpasbaar aan nationale omstandigheden, maar wel met een duidelijke kern. Illiberalisme is bovendien relationeel: het definieert zich in oppositie tot het klassieke liberalisme en het neoliberalisme en appelleert aan gevoelens van culturele vervreemding, sociale ongelijkheid en verlies van collectieve identiteit.

Uiterst rechts als overkoepelende term

Waar Van Vree een nieuw analytisch kader aandraagt, richt politicoloog Léonie de Jonge zich in het artikel Verschil tussen radicaal- en extreemrechts op de terminologie waarmee we hedendaagse bewegingen benoemen. In het Nederlandse debat wordt vaak onderscheid gemaakt tussen radicaal rechts en extreemrechts. Radicaal rechts zou de democratie accepteren, extreemrechts verwerpt de democratie. In theorie is dit onderscheid helder, maar in de praktijk wordt het steeds problematischer, aldus De Jonge.

Radicaal rechts zou de democratie accepteren, extreemrechts verwerpt de democratie

Zij pleit daarom voor het systematische gebruik van de overkoepelende term uiterst rechts, de Nederlandse vertaling van het Angelsaksische begrip far right. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten wordt geen onderscheid gemaakt tussen radicaal rechts en extreemrechts; ze vallen allebei onder de noemer far right. Volgens De Jonge dwingt de term uiterst rechts ons om verder te kijken dan het ‘nette’ frontstage-gedrag van partijen die zich institutioneel hebben genesteld. Achter die façade schuilt vaak een ‘backstage’ van netwerken, discoursen en praktijken die wel degelijk een bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde.

Het onderscheid tussen radicaal en extreem vervaagt bovendien steeds meer, vervolgt ze. Partijen als Alternative für Deutschland en Forum voor Democratie begonnen als radicaal-rechtse populistische bewegingen, maar zijn in de loop der tijd opgeschoven richting extreemrechts. Tegelijk presenteren ze zich naar buiten toe vaak gematigd. Die dubbelheid maakt het onderscheid analytisch minder bruikbaar en kan zelfs bijdragen aan de normalisering van uiterst rechts.

FvD-fractievoorzitter Lidewij de Vos. Beeld: YouTube

PVV en Forum voor Democratie

Te Slaa herkent deze analyse in de Nederlandse context. De PVV opereert formeel binnen de wet en neemt deel aan verkiezingen, maar ondermijnt volgens hem voortdurend de rechtsstaat met haar taal en symboliek. Aanvallen op ‘D66-rechters’, structurele delegitimatie van de pers en oproepen tot onwettige grenscontroles door burgers dragen bij aan het ondermijnen van democratische instituties. ‘Wilders spoort zijn aanhang niet direct aan tot geweld”, zegt Te Slaa, ‘maar hij creëert wel een klimaat waarin dat geweld voor velen aanvaardbaar wordt. Denk hierbij aan zijn aanvallen op voormalig D66-leider Sigrid Kaag, die leidden tot een stroom aan doodsbedreigingen.’

Forum voor Democratie gaat volgens hem een stap verder. Daar zijn expliciete fascistische kenmerken zichtbaar, zoals biologisch gefundeerd racisme, antisemitische complotideeën en de overtuiging dat de ‘boreale wereld’ zich in een existentiële crisis bevindt, evenals het geloof in regeneratief geweld. ‘Tegelijk is Forum voor Democratie geen kopie van de NSB. Het is een hybride fenomeen. FvD is een politieke partij, een mediaplatform en een verdienmodel voor Thierry Baudet en de zijnen tegelijk, aangepast aan de logica van sociale media en permanente campagne. Met Lidewij de Vos heeft FvD een nieuw gezicht, maar de partijtop bestaat nog steeds uit dezelfde mensen: Thierry Baudet, Freek Jansen, Gideon van Meijeren en Pepijn van Houwelingen. Zij maken de dienst uit en verdienen het meest aan de onderneming die FvD heet.’

Ook de manier waarop de partijtop in het verleden reageerde op de extremistische uitlatingen in FvD-appgroepen is veelzeggend. ‘Niet de personen die deze racistische en geweldsverheerlijkende uitlatingen deden, werden bestraft, maar de klokkenluiders.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -