Vijf jaar na Black Lives Matter runnen D’Avellonne van Dijk en Loulou Drinkwaard de eigenzinnige kinderboekenuitgeverij Wilde Haren. ‘We willen kinderen laten lachen.’
De naam van uitgeverij Wilde Haren verwijst niet alleen naar afrohaar, maar ook naar het idee dat je je jeugdige energie niet moet verliezen. Wild blijven, nieuwsgierig, speels — precies de houding die D’Avellonne van Dijk en Loulou Drinkwaard willen terugzien in hun boeken én in hun manier van uitgeven. ‘Je wilde haren niet verliezen’, zegt Van Dijk. ‘Dat is wat we willen. Voor onszelf, maar vooral voor de kinderen.’
Vijf jaar geleden stonden de twee nog op de Erasmusbrug, tussen duizenden demonstranten tijdens de Black Lives Matter-protesten. Twee jonge makers, beiden met wortels in het Caribisch gebied en Suriname, die het idee hadden dat er iets moest veranderen.
Vandaag runnen ze samen Wilde Haren, een van de weinige zwarte kinderboekenuitgeverijen van Nederland. Een uitgeverij die niet draait om pijn, trauma of educatieve zwaarte, maar om plezier, herkenning en verbeelding. ‘We willen kinderen van kleur laten zien dat zij óók de held kunnen zijn’, zegt Van Dijk.
Het idee voor Wilde Haren ontstond uit een gedeelde frustratie: het gebrek aan representatie in kinderboeken. Drinkwaard, lerares Nederlands, en Van Dijk, freelance beeldmaker, merkten dat kinderen van kleur zichzelf nauwelijks terugzagen in de verhalen die ze lazen.
‘Je zoekt naar personages waarin je jezelf kunt herkennen’
‘Toen we begonnen, dacht ik: ik zie mezelf niet’, vertelt Van Dijk. ‘Loulou en ik zijn lezers, maar we hebben nooit over onszelf gelezen. Dat doet iets met je. Je zoekt naar personages waarin je jezelf kunt herkennen, maar het landschap reageert traag op wat er nodig is.’
Ze besloten het dan maar zelf te doen. Tekst en beeld samenbrengen, verhalen maken waarin kinderen van kleur centraal staan en een uitgeverij bouwen die niet alleen boeken uitgeeft, maar ook een gemeenschap voedt.
Geen verhalen over pijn
Wilde Haren onderscheidt zich door een duidelijke redactionele lijn. Geen slavernijverhalen. Geen educatieve boeken. En geen dieren als hoofdpersoon.
‘Wij willen geen boek over zwart lijden’, zegt Van Dijk. ‘Niet omdat die verhalen niet belangrijk zijn, maar omdat wij bewust kiezen voor iets anders. Kinderen moeten zichzelf kunnen terugzien in toffe, fantasierijke verhalen. Niet alleen in verhalen over pijn.’
Een uitzondering is Wij zijn Palestijnen, een boek dat veel media-aandacht kreeg. ‘Dat gaat over cultuuroverdracht van een gemeenschap waarvan de cultuur in gevaar is. Dat is non-fictie en educatie, maar voor ons belangrijk om alsnog uit te geven. Maar in principe willen we vooral verhalen die kinderen laten lachen, dromen en spelen.’

Wilde Haren heeft inmiddels een divers en speels fonds opgebouwd. Denk aan Ali’s Afro, over een jongetje dat buiten wil spelen zonder muts, mét afro, terwijl de dieren in zijn haar willen schuilen. Of neem het afrofuturistische 10-plusboek Onyeka en de Academie van de zon, over een meisje dat een superheld is. Heel trots is Van Dijk ook op Watramama, door Zarissa Windzak, dat in april uitkomt. Een verhaal waarin een dorp wordt bedreigd en alleen kan worden gered door een krachtige watergeest. ‘In dit laatste verhaal klinkt het slavernijverleden op de achtergrond mee, maar het is geen hoofdthema. Dat willen we niet.’
Later dit voorjaar zal Wilde Haren Paniek op de pasar presenteren, een nieuw boek van Joëlle Reket en Jeroen Krul over kinderen die hun oma zoekraken op de Pasar Malam (Indonesisch voor avondmarkt, red.). Het wordt een belangrijke titel voor de Indo-gemeenschap en past in een bredere beweging binnen de uitgeverij om verhalen te maken die verschillende niet-witte gemeenschappen in Nederland weerspiegelen.
Identiteiten die elkaar kruisen
Wilde Haren werkt nauw samen met makers uit verschillende gemeenschappen: Chinees, islamitisch, hindoestaans, queer, Indo, Antilliaans, Surinaams, enzovoort. Representatie is voor Van Dijk per definitie intersectioneel, vertelt ze.
‘Ik kan niet nadenken over zwart-zijn zonder mijn queer-zijn of mijn vrouw-zijn mee te nemen. Kinderen hebben ook meerdere identiteiten die elkaar kruisen. In de boeken die we uitgeven willen we die gelaagdheid laten zien.’
Van Dijk is als artdirector het creatieve middelpunt. Ze werkt met illustratoren uit binnen- en buitenland, vaak alternatieve makers die elders geen plek vinden. Een van de successen is illustrator Simon Buijs, die na Liever veelvuldig wordt gevraagd voor kinderboeken.
De uitgeverij groeit gestaag. Er worden tussen de acht en vijftien titels per jaar uitgebracht, met een minimale oplage van 1500 exemplaren. Soms zijn er uitschieters bij samenwerkingen, zoals met het Nationaal Opera & Ballet. Rotterdamse boekhandels hebben hun titels standaard in het assortiment.
Beide uitgevers hebben zelf geen kinderen, maar zijn voortdurend in gesprek met hun jonge lezers. Het team geeft workshops, leest voor op scholen en tijdens de Nationale Voorleesdagen en vraagt kinderen wat ze écht vinden.
‘Kinderen zijn heerlijk eerlijk’, lacht Van Dijk. ‘Soms zeggen ze gewoon dat ze dit of dat saai vinden. Maar ze geven ook aan wat ze heel spannend of mooi vinden. Wij bepalen niet wat kinderen leuk moeten vinden. We maken boeken voor hen, dus we moeten blijven luisteren.’
‘Onze kracht is dat we samen met onze gemeenschap kijken wat nodig is’
De komende jaren wil Wilde Haren uitbreiden naar tienerboeken, strips en vertalingen. Ze publiceerden al een strip uit Rwanda, Dromen van Sugira, en een boek uit Quebec. Van Dijk: ‘De kinderen die vijf jaar geleden hun eerste prentenboeken lazen, worden ouder en Wilde Haren wil met hen meegroeien.’ Maar vooral willen de uitgevers hun impact vergroten: meer workshops, meer voorleesmomenten, meer contact met de achterban. ‘We moeten in gesprek blijven met de community’, zegt Van Dijk. ‘Anders worden we zoals andere uitgevers. Onze kracht is dat we samen met onze gemeenschap kijken wat nodig is.’
Een belangrijk doel is om lezen toegankelijker te maken voor kinderen die niet vanzelfsprekend met boeken opgroeien. ‘Veel kinderen lezen niet, wit en niet-wit’, zegt Van Dijk. ‘Maar kinderen met een migratieachtergrond herkennen zich vaak helemaal niet in boeken. Dan is de drempel nog hoger. Wij willen laten zien dat lezen leuk is. Dat het niet elitair is. Dat het voor iedereen is.’
Ten slotte willen Van Dijk en Drinkwaard voor het eerst samen een boek schrijven. Waar gaat dit over? ‘Dat is nog een geheim’, zegt Van Dijk geheimzinnig. ‘Onze lezers moeten wel nieuwsgierig blijven.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

