D66 ligt onder vuur nog vóór het nieuwe kabinet aantreedt. Verwijten over opportunisme en rechtse concessies klinken luid, maar twee actieve D66-leden schetsen een minder cynisch, strategischer beeld.
Nog voordat het nieuwe D66-VVD-CDA-minderheidskabinet zich op het bordes heeft laten fotograferen, is de toon gezet. Kritiek, wantrouwen en scepsis domineren het debat, en in dat debat fungeert D66 opvallend vaak als mikpunt. De sociaal-liberale partij zou zich hebben laten overvleugelen door de VVD, te weinig progressieve accenten hebben afgedwongen en zich vooral hebben vastgeklampt aan regeringsmacht. Binnen en rond D66 klinkt echter een ander verhaal. De partij zou zich niet laten leiden door opportunisme, maar door verantwoordelijkheidsbesef in een politiek landschap waarin de coalitiekeuzes beperkt zijn.
Dat perspectief wordt gedeeld door Janarthanan Sundaram, lid van de D66-geschillencommissie, oud-kandidaat-partijvoorzitter en voormalig voorzitter van de thema-afdeling diversiteit. Hij benadrukt dat de formatie niet moet worden beoordeeld alsof het een reguliere situatie betrof. ‘D66 kwam uit de verkiezingen als grootste partij. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee’, zegt hij. ‘Normaal kun je als partij jezelf zijn en je eigen koers varen. Maar deze keer lag dat anders.’
De schaduw van een mislukte formatie

Volgens Sundaram was vanaf het begin duidelijk dat een mislukte formatie verstrekkende gevolgen zou hebben. ‘De consequentie van niet slagen was dat de PVV het initiatief zou krijgen. Dan praat je over een scenario met Geert Wilders als premier. Dat was voor D66 simpelweg onacceptabel.’ In die context moest de partij keuzes maken die niet ideaal waren, maar wel realistisch.
Een tegenwerping die inmiddels vaker klinkt, is dat de dreiging van een PVV-geleide formatie inmiddels is afgenomen. Na het vertrek van zeven Kamerleden is de PVV niet langer de tweede, maar de vierde partij, waardoor Wilders bij een mislukte formatie niet automatisch opnieuw het initiatief zou krijgen. Sundaram erkent dat het politieke landschap is verschoven, maar benadrukt dat deze constellatie pas veel later ontstond. ‘Dat is een recente ontwikkeling’, stelt hij. ‘In november lag dat volledig anders.’ Op het moment dat de cruciale keuzes werden gemaakt, was de PVV nog een dominante factor en woog het risico van een door Wilders gedomineerd vervolgscenario zwaar mee. Volgens Sundaram kun je de strategische afwegingen van toen niet beoordelen met de kennis van nu. De formatiegesprekken werden gevoerd onder de druk van de verhoudingen zoals die enkele maanden geleden waren, niet zoals ze zich achteraf hebben ontwikkeld.
‘Zo’n centrumlinks minderheidskabinet zou op enorme weerstand stuiten in de Tweede Kamer’
De vaak gehoorde suggestie dat D66 had moeten doorpakken met GroenLinks-PvdA noemt hij politiek wensdenken. ‘D66 had ervoor kunnen kiezen meteen te formeren met GroenLinks-PvdA. Maar zo’n centrumlinks minderheidskabinet zou op enorme weerstand stuiten in de Tweede Kamer. De meerderheid is rechts. Dat was in november al duidelijk.’ Wie D66 verwijt dat de partij ‘naar rechts is opgeschoven’, negeert volgens hem dat regeren nu eenmaal vraagt om meerderheden, niet om morele gelijkheid.
Dat leidde vrijwel automatisch tot samenwerking met de VVD. Niet uit voorkeur, benadrukt Sundaram, maar bij gebrek aan alternatieven. ‘Je kunt jezelf wel feliciteren met een zuiver links profiel, maar als dat betekent dat je het land bestuurbaarheid ontzegt, schiet niemand daar iets mee op.’
Geen gemangelde partij
Het beeld dat D66 door de VVD zou zijn ‘gemangeld’, wijst Sundaram resoluut van de hand. ‘Allesbehalve dat. De VVD móét zich in deze constructie committeren aan het slagen van het kabinet. Dat is superbelangrijk.’ Bovendien, zo stelt hij, is het regeerakkoord geen eindpunt. ‘Het is een vertrekpunt. In een minderheidskabinet wordt het echte werk pas daarna gedaan.’
Ook de framing van het akkoord als ‘rechts’ noemt hij te simpel. ‘Neem de discussie over zorg. Bezuinigen wordt meteen als rechts gezien. Maar nauwelijks iemand heeft het over de investeringen in onderwijs, waar D66 juist veel heeft binnengehaald.’ Dat de partij niet honderd procent haar zin krijgt, ziet hij als onvermijdelijk. ‘Zo werkt politiek. Het gaat om meerderheden organiseren, soms linksom, soms rechtsom.’
‘Ingebouwd wisselgeld’
Die analyse wordt gedeeld door D66-lid Zouhair Saddiki, docent economie aan een hogeschool, die de situatie vanuit een meer academisch en maatschappelijk perspectief beziet. Hij vindt de kritiek op D66 voorbarig en deels onterecht. ‘Het verwijt dat de VVD domineert, miskent dat D66 in deze situatie verantwoordelijkheid moet nemen en dus compromissen moet sluiten.’

Volgens Saddiki is het bovendien essentieel om te beseffen dat het om een minderheidskabinet gaat. ‘Dat verandert alles. In het coalitieakkoord zijn bewust scherpe voorstellen opgenomen over bijvoorbeeld AOW, WW en arbeidsongeschiktheid. Dat lijkt hard, maar politiek gezien is dat vaak hoog inzetten om later ruimte te hebben voor compromissen.’ Hij spreekt van ‘ingebouwd wisselgeld’, zeker richting de financiële besluitvorming.
Dat maakt het kabinet kwetsbaar, maar ook dynamisch. ‘Dit wordt een kabinet dat voortdurend steun moet zoeken in de Tweede Kamer. Dat betekent hard werken, verbinden en uitleggen.’ In zo’n constructie, stelt Saddiki, is de rol van D66-leider Rob Jetten cruciaal. ‘Hij moet de verbinding leggen, intern en extern. Dat is een loodzware baan.’
Andere bestuurscultuur
Zowel Sundaram als Saddiki zien in deze constructie ook een kans op een andere politieke cultuur, die minder wordt geleid door vijanddenken. ‘Je hebt geen ruimte meer om grote tegenstellingen op te blazen’, zegt Sundaram. ‘Je moet elkaar opzoeken om überhaupt iets voor elkaar te krijgen.’ Hij verwijst expliciet naar Scandinavische landen, waar minderheidsregeringen en wisselende meerderheden hebben geleid tot een constructievere politieke stijl.
Die hoop vertaalt zich ook in een oproep aan links. ‘Zoek niet meteen de polarisatie op’, zegt Sundaram. ‘Dit is een middenkabinet, omdat mensen klaar zijn met het wij-tegen-zij-denken.’ Volgens hem is het te makkelijk om het kabinet nu al weg te zetten als ‘niet progressief genoeg’. ‘Natuurlijk zijn er pijnlijke keuzes. Maar vergrijzing is een reëel probleem. De zorg en de AOW moeten betaalbaar blijven. Dat vraagt om pragmatisme.’
Centrumpartij
Saddiki ziet op langere termijn zelfs een strategische verschuiving. ‘Voor D66 is dit een belangrijke periode. De partij kan zich ontwikkelen tot een centrumpartij die de Nederlandse politiek domineert. Een positie die eerder door de VVD werd ingenomen, en daarvoor door het CDA.’ Dat zou ook betekenen dat we een bredere achterban krijgen en een volkspartij worden. ‘Het stereotype van de D66-kiezer — wit, hoogopgeleid, progressief — klopt steeds minder.’
Volgens Saddiki kreeg D66 bij de laatste verkiezingen ook stemmen van mensen die eerder PVV stemden. ‘Dat zegt iets. Veel mensen zijn boos. Over woningnood, onzeker werk, onveiligheid. Maar boosheid is geen oplossing. D66 straalt optimisme uit en kijkt naar oplossingen. Dat vraagt wel om een andere houding binnen de partij. Niet alleen goede dossierkennis, maar ook meer gevoel voor hoe beleid uitpakt voor praktisch geschoolden. Dat besef groeit.’
Kritiek op Links
Tegelijkertijd is Saddiki kritisch op GroenLinks-PvdA, dat volgens hem te vaak kiest voor principiële oppositie. ‘Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen.’ In een minderheidskabinet liggen volgens hem juist kansen om invloed uit te oefenen. ‘Als je die niet pakt, zet je jezelf buitenspel.’ Hij waarschuwt voor een neerwaartse spiraal, waarin linkse kiezers afhaken en hun heil elders zoeken, bij D66 of aan de rechterkant.
‘Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen’
Dat betekent niet dat hij geen sympathie voelt voor de sociaaldemocratie. Integendeel. ‘We hebben een PvdA nodig in Nederland. Voor D66, VVD en CDA is het zelfs belangrijk dat die partij er is, omdat die een belangrijk deel van het Nederlandse electoraat vertegenwoordigt.’ Maar dan wel een partij die bereid is verantwoordelijkheid te nemen.
Zal het kabinet de volle vier jaar uitzitten?
Over één ding zijn beide gesprekspartners het eens: het oordeel over dit kabinet moet worden uitgesteld. ‘Beoordeel D66 pas na het uitzitten van het kabinet’, zegt Sundaram. Saddiki sluit zich daarbij aan. ‘Nu spreken van visieloosheid is prematuur. Visie veronderstelt dominantie en die heeft dit kabinet niet, want het is een minderheidskabinet. De visie zit hier in samenwerking en verbinding.’
‘Er is een gezamenlijk besef dat falen grote consequenties heeft’
Beide gesprekspartners achten het bovendien goed mogelijk dat het kabinet de volledige vier jaar uitzit. Juist omdat het om een minderheidskabinet gaat, verwachten zij minder ruimte voor politieke escalatie. ‘Je moet met elkaar verder’, zegt Sundaram. ‘Je hébt elkaar nodig om überhaupt beleid van de grond te krijgen.’ Volgens hem dwingt de constructie partijen tot onderlinge toenadering en voorkomt die het soort vastgeroeste loopgravenpolitiek dat eerdere kabinetten fataal werd.
Ook Saddiki onderschat het team niet. Hij wijst erop dat de samenstelling van het kabinet inhoudelijk sterk is en minder gekenmerkt wordt door onderling wantrouwen dan bij sommige eerdere coalities. ‘Dit is geen kabinet waarin iedereen vooral met zichzelf bezig is’, stelt hij. ‘Er is een gezamenlijk besef dat falen grote consequenties heeft.’
In een tijd waarin de politieke en maatschappelijke problemen zich opstapelen, van woningnood en stikstof tot het overbelaste elektriciteitsnet, is een voortijdige kabinetsval volgens hem voor geen van de betrokken partijen aantrekkelijk. ‘Juist die wederzijdse afhankelijkheid zou het kabinet, paradoxaal genoeg, weleens stabieler kunnen maken dan op het eerste gezicht wordt gedacht.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

