Uit de recente Ethos*-telling blijkt dat er in Amsterdam 11.000 daklozen zijn, met een veel hoger percentage buitenslapers dan in de rest van het land. Daklozen en hulpverleners vertellen wat erachter schuilgaat en wat eraan te doen is. Aflevering 4: teammanager Nicole Karels leidt alle vier de HVO-Querido-noodopvanglocaties voor dakloze gezinnen in Amsterdam.
‘Het zijn vooral ook de kinderen waar ik me zorgen over maak’, zegt Nicole Karels en schetst desgevraagd een niet ongewone situatie in de Amsterdamse gezinsnoodopvang De Westlander. ‘Moet je je voorstellen: een moeder, een jochie van veertien, een meisje van acht en nog een baby in een kleine kamer die vooral door stapelbedden wordt bezet. Dat kan een maand. Dat kan misschien drie maanden. Maar met deze woningmarkt, zomaar drie jaar… dan verdwijnt de hoop.’
Karels, nuchter mens met lange ervaring in een tbs-kliniek, leidt nu al meer dan vier jaar de vier noodopvanglocaties van HVO-Querido voor dakloze gezinnen in Amsterdam en windt er geen doekjes om. De Kanttekening heeft in voorgaande interviews de hulp aan daklozen al beschreven als onhoudbare situatie, ondanks de niet aflatende inzet van onder meer De Regenboog Groep. De opvang van dakloze gezinnen, waar HVO-Querido al het mogelijke voor doet, stemt, zacht gezegd, helemaal niet tot vrolijkheid. De Westlander biedt plek aan 24 gezinnen. Tijdelijke huisvesting is met nadruk de bedoeling, maar in praktijk onhaalbaar. Het is een grijze, zes verdiepingen tellende flat met containerunits eronder en hekwerk eromheen. ‘Voor zo’n jongen in de puberteit is dit echt geen plek om zicht op een betere toekomst te ontwikkelen’, zegt Karels.
Kun je kort de precieze functie van een noodopvanglocatie als De Westlander schetsen?
‘We hebben hier de snelgroeiende groep economisch daklozen. Dat zijn mensen die als voornaamste probleem gewoon geen huis hebben. De grens daarnaartoe is gezien de situatie op de woningmarkt makkelijk overschreden. Dat kan zomaar door een scheiding komen of verlies van werk. Soms hebben mensen eerst nog een tijd bij familie, vrienden of kennissen gewoond, maar zeker met kinderen is dat op de lange duur niet vol te houden. De tweede groep heeft een zogeheten maatschappelijke opvang-indicatie. Daarbij gaat het vaak om meervoudige problemen: economische, psychische, eventueel een licht verstandelijke beperking, soms huiselijk geweld. Die twee groepen wonen hier gemengd.’
‘Voor zo’n jongen in de puberteit is dit echt geen plek’
Hoe zou jij de woonruimtes omschrijven?
‘Sober en gemaakt dus voor kortdurende opvang. Het is echt één ruimte van zo’n vijftien tot vijfentwintig vierkante meter. Er staan stapelbedden in, er is een klein keukentje met een koelkast en kookplaatje, een tafel met stoelen en een kledingkast, een badkamer met douche, wc en wasbak. Geen bank, geen echte kasten. Ouders slapen ook in stapelbedden, want er is geen plaats voor een tweepersoonsbed. En er is voor het gezin geen gemeenschappelijke ruimte. Als de jongste naar bed gaat, moet de rest de hele avond stil zijn. Totaal geen privacy.’

Wat doet dat met de kinderen?
‘Kinderen kunnen zich niet goed ontwikkelen in zo’n situatie. Denk nog even aan die tiener die samen met zusje van acht en die baby in die ene ruimte leeft. Huiswerk maken lukt nauwelijks. Vriendjes meenemen gebeurt niet. De moeder spreekt vaak ook niet met vriendinnen af. Schaamte speelt vaak mee. Mensen zijn soms eenzaam.’
Een van de problemen met de daklozenopvang, zo werd duidelijk in interviews met mensen van De Regenboog Groep, is de enorme drukte en de snel toenemende vraag. Er is geen tijd voor aandacht en daardoor zakken mensen verder weg. Ook economisch daklozen, die in aanvang nog een goede kans hebben om weer een bestendige plek in de maatschappij te verwerven. Hoe is dat bij jullie? Wat kunnen jullie als hulpverleners doen?
‘We krijgen subsidie voor drie uur begeleiding per gezin per week’
‘Je wil activiteiten kunnen organiseren, meer verbinding maken met de mensen die hier zijn. We zijn getraind in een methodiek die ‘veerkracht’ heet, waarbij je wekelijks contact hebt met elk kind: hoe gaat het, hoe gaat het op school, wat zou je graag willen, wat kunnen we doen? Maar over het algemeen hebben we daar helaas te weinig mensen voor.’
Wat is daar in jouw ogen de voornaamste oorzaak van?
‘Dat is makkelijk geschetst. Op deze locatie hebben we hier drie gezinsbegeleiders voor vierentwintig gezinnen. We krijgen subsidie voor drie uur begeleiding per gezin per week. Maar als je een gezin hebt met twee ouders en drie kinderen, en je moet voor iedereen afzonderlijk contact onderhouden met bijvoorbeeld de school, externe hulpverlening en de huisarts, dan is dat in drie uur niet te doen. De mensen die hier werken zijn per definitie gedreven om er het best mogelijke van te maken en zetten altijd een stapje extra, maar het is zorgelijk.’
Wat moet er echt veranderen?
‘Eigenlijk zou een overvolle noodopvang helemaal niet moeten bestaan. In een goed functionerend land heeft iedereen gewoon een huis. Ik zou voor de noodopvang graag een kindbegeleider willen toevoegen aan mijn team. Iemand die er dus speciaal voor de kinderen is, misschien gecombineerd met een activiteitenbegeleider. De kinderen zijn de toekomst.’
Hoe ervaar je het werk zelf? Of, anders gezegd, waar beleef jij plezier aan?
‘Als er een gezin kan doorstromen naar een woning, is dat natuurlijk geweldig. Gelukkig gebeurt ook dat. In zekere zin zijn wij natuurlijk probleemoplossers. Daar ben je op ingesteld. Lukt er iets, dan is dat voor ons succes. Daar werk je voor. Dat geeft energie.’
(*) De ETHOS-methode van de Europese Unie telt niet alleen mensen die op straat leven, maar ook mensen in tijdelijke opvang, mensen die net uit een instelling komen en mensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven. In de hele regio Amsterdam-Amstelland gaat het om 13.070 dak- en thuislozen: 11.352 volwassenen en 1.718 kinderen.
Lees ook de drie andere afleveringen in deze reeks:
Dakloze Pieneke hoopt op een vaste woonplek. ‘Op straat is het heel zwaar’
Ruim 11.000 daklozen in Amsterdam. ‘De meeste inloophuizen zijn overvol’
Ook moeders met kinderen raken dakloos. ‘Een drama’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

