5.4 C
Amsterdam

‘Wij staan naast de Joodse gemeenschap’

Lody van de Kamp
Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Eerst een brandbom bij de synagoge in het Belgische Luik, gevolgd door een brandbom bij de voordeur van de synagoge in Rotterdam. In de nacht daarop bij de Joodse Cheider-school in Amsterdam. Niet lang daarna wordt bij de aanhouding in Heemstede van twee jongeren duidelijk dat er ook in die plaats plannen bestonden om een vergelijkbare aanslag te plegen op de synagoge aldaar en het daarbij gevestigde Joodse gemeenschapscentrum.

Na nog een aanslag op vier ambulances van de Joodse medische ondersteuningsorganisatie Hatzolo in de Londense wijk Golders Green kunnen we hopelijk deze geweldscyclus even afsluiten met de nog zojuist plaatsgevonden aanslag op een auto in Antwerpen in de buurt van een koosjer restaurant.

Als gevolg van de gebeurtenissen in Nederland vinden gesprekken plaats tussen de Joodse gemeenschap en de verschillende instanties, zoals de gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie en ook met de minister-president. Als Joden mogen wij onze bezorgdheid uitspreken. Braaf luisteren wij naar de definitie van al deze ellende, het zijn ‘laffe antisemitische daden’. ‘Stevige’ taal wordt gebruikt door het uitspreken van dat magische ‘onacceptabel’. Ook de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, Eddo Verdoner, doet een duit in het zakje. ‘Wie een aanslag pleegt op een school, wil de meest primaire angst opwekken die er is.’ Hij wil dat er alles aan gedaan wordt om het Joodse leven in Nederland te beschermen.

Natuurlijk wordt de Joodse burger gerustgesteld met ‘beste mensen, weet dat wij als overheid naast jullie staan’. Bij het voor de derde keer horen van deze laatste zin speelt de cynische gedachte door mijn hoofd: náást ons staan? Als u echt wat wilt betekenen, vertel ons dan tenminste dat u vóór ons gaat staan. Maar goed. Dat slik ik in, ik geef me niet over aan sarcasme.

Er klinkt nog één ‘geruststellende’ gedachte. ‘Bij de aanslag op de Cheider-school is er gelukkig alleen maar sprake van materiële schade, een zwartgeblakerde muur en een regenpijp.’ Hierop haak ik af. De brandbom was niet gericht op een regenpijp of op een muur. Deze was in wezen bedoeld voor een paar honderd Joodse kinderen die achter de muur waar de explosie plaatsvond dagelijks in de schoolbanken zitten.

Hou op met alles maar onder te brengen onder die term van antisemitisme

De politie toont opnames van bewakingscamera’s in de omgeving van de verschillende gebeurtenissen. Zij laten allemaal hetzelfde zien. Een paar duistere figuren duiken in de holst van de nacht op. Zij steken de boel in brand en het explosief doet zijn werk.

Wat ik zie, doet mij denken aan vergelijkbare filmbeelden die tevoorschijn komen vanuit de drugscriminaliteit. Jonge knullen worden geronseld om her en der explosieven te plaatsen in het kader van afrekeningen of wraakacties. Ik hoop echt dat de overeenkomsten alleen de camerabeelden zijn. Maar uit wat tot nu toe naar voren lijkt te zijn gekomen, ontstaat de indruk dat de methodiek van dit aspect van de misdaad in de drugswereld en de aanslagen tegen Joden, het ronselen en inzetten van jongeren die niet eens weten wie de feitelijke opdrachtgevers zijn, identiek is.

Alleen, achter de aanslagen op de Joodse gemeenschap zitten geen drugsbaronnen, maar mogelijk wel het internationaal wereldwijd verspreide terrorisme. En dat is zo ernstig dat een aai over de Joodse bol en de onrust bezwerende woorden van ooit minister-president Hendrik Colijn ‘Gaat u maar lekker slapen’ echt niet langer aan de orde zijn. Het handhaven van deze houding toont een minachting voor onze gemeenschap.

In de vergelijking die nu naar voren dringt, ga ik er met tegenzin vanuit dat net zoals het openbaar gezag de drugscriminaliteit over de hele breedte niet kán bestrijden, het net zo min grip heeft op de bron van terrorisme die steeds feller en harder ook binnen onze Nederlandse samenleving om zich heen grijpt.

Ik zeg het tegen onze overheid, ik zeg het ook tegen mijn eigen gemeenschap. Hou op met alles maar onder te brengen onder die term van antisemitisme. Durf het monster bij zijn naam te noemen. Antisemitisme is niet langer aan zet. Nu is het schrikbewind van terrorisme aan het woord. De tijd is gekomen dat het gezag hier eerlijk en open over is. ‘Beste Joodse Nederlanders, wij als openbaar bestuur en openbaar gezag doen ons best om jullie te helpen, maar weet dat onze mogelijkheden wat deze strijd betreft beperkt zijn.’

Het tijdperk van antisemitisme ligt achter ons. Deze volgende fase is veel ernstiger en vereist andere maatregelen.

Tot nu toe liet bij ieder antisemitisch incident ook de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding zijn afkeurende stem horen. Maar de tijd is nu gekomen dat de goede man ook in wanhoop zijn handen naar de hemel uitstrekt en ondubbelzinnig verklaart dat hij over wat er nu gebeurt niets meer te zeggen heeft. Terrorisme overstijgt zijn opdracht.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -